CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Programmabegroting 2023-2026

Raadsvergadering 8 november 2022, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Programmabegroting 2023-202641.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Kans op voorkomen

Kwantitatief

Financieel gevolg

1.

< of 1 keer per 10 jaar

10%

Geen geld gevolgen

2.

1 keer per 5-10 jaar

30%

< € 25.000

3.

1 keer per 2-5 jaar

50%

> € 25.000 - € 100.000

4.

1 keer per 1-2 jaar

70%

> € 100.000 - € 500.000

5.

1 keer per jaar of meerdere keren per jaar

90%

> € 500.000

Kwantificeerbare risico's De benodigde weerstandscapaciteit is ten opzichte van de Jaarstukken 2021 € 400.000 lager. Het verschil kan als volgt worden verklaard:  Risico 1c 'Rijksmiddel jeugd structureel geraamd' is aangepast (+ € 132.000)  Risico 7 'herverdeling gemeentefonds' is reeds meegenomen in de begroting (- € 584.000)  Het risicobedrag van Bijstelling van de algemene uitkering is iets toegenomen (+ €60.000)

63

Nr. Risico en beheersmaatregel

Kans op voorkomen Financieel gevolg

Benodigde weerstands-

risico 1 Risico: vangnet-uitkering wordt niet toegekend

-

capaciteit -

-

Toelichting risico: Het risico is dat we niet voldoen aan de voorwaarden waardoor we geen vangnetuitkering ontvangen. Voor 2023 is dit risico nihil omdat we verwachten dat we geen aanspraak op de vangnetuitkering behoeven te doen. 2 Risico: afwijking op WWB I-deel budgetten, waardoor beroep op

2

4

€ 177.503

algemene middelen onvermijdelijk is Toelichting risico: Bij een tekort van 10% van het WWB I-deel budget moeten wij 7,5% betalen uit eigen middelen. In de begroting is al rekening gehouden met een tekort van 3,2%. Het risico gaat over het resterende mogelijke tekort. Beheersmaatregel: Eén keer per maand ontvangen we managementcijfers met de stand van zaken. Hierdoor kan op financieel gebied bijgestuurd worden. Ook zijn er procesmaatregelen aan de poort en ten aanzien van uitstroom. Beïnvloeding van klantaantallen is niet of zeer marginaal mogelijk. 3 Risico: Rijksmiddelen voor jeugdhulp structureel geraamd

3

5

€ 978.000

Toelichting risico: We hebben in 2022 extra middelen van het Rijk voor de jeugdhulp ontvangen. In augustus 2022 is bekend geworden dat we de verwachte jeugdmiddelen vanaf 2024 voor 100% mogen ramen. Dit was 75%. Daarnaast is in het regeerakkoord een besparing van € 500 miljoen afgesproken op de jeugdzorg. Het rijk is verantwoordelijk voor de invoering. In de gemeentelijke begroting kunnen we dan een lagere raming opnemen voor de uitgaven. Dat hebben we in deze begroting verwerkt. Omdat nog steeds niet zeker is of we de 100% vergoeding structureel mogen ramen, nemen we een risico op. Het bedrag dat we in 2024 hebben opgenomen is € 1.856,000 aan baten en 100.000 aan lagere lasten. Het totale risico komt daarmee op € 1.956.000. Beheersmaatregel: nb 4 Risico: extra lasten door toename jongeren met zorgbehoefte obv

5

-

PM

invoering woonplaatsbeginsel. Toelichting risico: Per 1 januari 2022 wordt het nieuwe woonplaatsbeginsel Jeugdwet van kracht. Het nieuwe woonplaatsbeginsel kent als woonplaats van een jeugdige de gemeente waar de jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan de zorg met verblijf. Voor ambulante zorg is dat dus de gemeente waar de jeugdige staat ingeschreven. Dit moet leiden tot meer duidelijkheid en lagere uitvoeringslasten. Daarnaast sluit het nieuwe woonplaatsbeginsel beter aan bij de uitgangspunten van de Jeugdwet. De oorspronkelijke gemeente blijft verantwoordelijk voor een jeugdige waardoor die gemeente gestimuleerd wordt om te investeren in preventie. Beheersmaatregel: De financiele gevolgen hiervan zijn nog niet exact bekend, maar op basis van de eerste ervaringen lijkt het financiele gevolg voor onze gemeente mee te vallen. Vooralsnog punt als PM aangemerkt. 5 Risico: Bijstelling Algemene uitkering gemeentefonds (au)

5

4

€ 552.000

Toelichting risico: De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven, de zogenaamde “trap op, trap af systematiek”. Als na afloop van een jaar blijkt dat de rijksuitgaven lager zijn dan gepland, wordt de algemene uitkering naar beneden aangepast. Dit vertaalt zich in een aanpassing van het accres. We nemen 1% van de algemene uitkering op als benodigd weerstandsvermogen. Beheersmaatregel: Drie keer per jaar verschijnt er een circulaire. Deze circulaires beoordelen we en rekenen we door. 6 Risico: extra lasten door invoering WMO abonnementstarief

3

-

PM

Toelichting risico: De invoering van het abonnementstarief leidt aantoonbaar tot een aanzuigende werking op Wmo-ondersteuning, vooral huishoudelijke hulp. Toch weigert het kabinet gemeenten volledig te compenseren voor de extra kosten. Gemeenten moeten volledig worden gecompenseerd voor de effecten van de invoering van het abonnementstarief. Niet volledig compenseren zal er aan bijdragen dat gemeenten, gezien de grote tekorten in het sociaal domein, verder moeten bezuinigingen en zij de Wmo niet kunnen blijven uitvoeren zoals beoogd. Beheersmaatregel: Er wordt al scherp gekeken naar de uitvoeringskosten op dit vlak. Daarbij is de gemeente afhankelijk van de VNG, die onderhandelt over aanpassing van de zogenaamde 'openeinderegeling'. De (financiele) gevolgen hiervan zijn nog niet bekend, daarom wordt dit punt vooralsnog als PM aangemerkt. 7 Risico: terugbetaling verstrekte geldleningen

1

2

€ 6.000

Toelichting risico: Er zijn leningen verstrekt aan instellingen op het terrein van volkshuisvesting, veiligheid, sport en dorpshuizen. Het is niet in alle gevallen duidelijk of er voldoende opstallen, installaties e.d. aanwezig zijn, om in geval van het uitblijven van betaling de restantschuld te voldoen. Beheersmaatregel: bij eventuele achterstanden in aflossingen ondernemen we meteen actie. 8 Risico: garanties woningbouwcorporaties

1

3

€ 50.000

64

Nr. Risico en beheersmaatregel

Kans op voorkomen Financieel gevolg

Benodigde weerstands-

risico

capaciteit

Toelichting risico: het waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft de bestaande directe risico’s op geldleningen overgenomen. De gemeente kan op basis van de ‘achtervangregeling’ worden aangesproken. Beheersmaatregel: Het door het Waarborgfonds verstrekte overzicht wordt beoordeeld en daarnaast wordt bij een individuele aanvraag de situatie beoordeeld. Per 1 augustus 2022 komt het 'meetekenen' met nieuwe leningen te vervallen en wijzigt de wijze van berekening van de achtervangpositie op nieuwe leningen. De impact hiervan op het risico voor de gemeente is zeer beperkt. 9 Risico: National Hypotheek Garantie

1

2

€ 19.000

Toelichting risico: vanaf 2011 heeft het Rijk de achtervang voor alle nieuwe hypotheekgaranties op zich genomen. De gemeente blijft echter wel garant staan voor de vóór 1 januari 2011 verleende garanties. Beheersmaatregel: we beoordelen het jaarlijks verstrekte overzicht van hypotheekgaranties. 10 Risico: overige garanties

1

3

€ 50.000

Toelichting risico: er zijn garanties verleend aan instellingen op het terrein van gezondheid, volkshuisvesting en onderwijs. Beheersmaatregel: we beoordelen het overzicht garanties. 11 Leegstand in M.F.A.’s in eigendom van de gemeente met overwegend

5

3

€ 90.000

een onderwijsfunctie Toelichting risico: Per 1 januari 2020 heeft de gemeente het beheer & de exploitatie van MFS Waskemeer overgenomen van de Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Waskemeer; de Stichting is opgeheven. Naar verwachting zal per 2022 de leegstand grotendeels zijn opgevuld. MFA Haulerwijk (= de Samensprong) heeft een groot normatief overschot aan bruto vloeroppervlak c.q. leegstand wat gedeeltelijk is opgevuld door het inhuizen van kinderopvang. Desondanks is de accommodatie niet meer kostendekkend te exploiteren door de Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Haulerwijk. De Stichting zal het beheer & de exploitatie in 2022 teruggeven aan de gemeente of het structurele tekort wordt door de gemeente gedekt. MFA Oosterwolde Zuid heeft ook een normatief overschot aan bruto vloeroppervlak wat een aantal is gebruik door één van de vaste gebruikers, maar dat houdt in 2022 op. Ook de Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Oosterwolde Zuid is niet meer in staat de accommodatie kostendekkend te exploiteren. De Stichting zal het beheer & de exploitatie in 2022 teruggeven aan de gemeente of het structurele tekort wordt door de gemeente gedekt. Beheersmaatregel: De notitie Platteland aanzet en de daaraan voorliggende Structuurvisie worden vervangen door de Omgevingsvisie. 12 Risico: diverse gerechtelijke procedures

4

3

€ 83.029

Toelichting risico: op basis van de huidige stand van zaken lopende procedures en/of te verwachten claims/procedures is een inschatting gemaakt. Beheersmaatregel: juridische kwaliteitszorg en inhuur van externe juristen bij lopende procedures en/of te verwachten claims. 13 Risico: veiligheidsmaatregelen politieke ambtsdragers

2

-

PM

Toelichting risico: in rechtspositionele besluiten is uitdrukkelijk bepaald dat het betreffende bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de bekostiging van voorzieningen ten behoeve van de politieke ambtsdrager, welke in het Stelsel bewaken en beveiligen worden aangemerkt als werkgeverskosten. In deze lijn past dat beveiliging op het werk maar ook daarbuiten voor zover die een werkgeverszorg is, voor rekening komt van de gemeente en door de gemeente geregeld wordt. 14 Risico: invoering omgevingswet

5

3

PM

Toelichting risico: Invoering van de Omgevingswet brengt (veel) onzekerheden met zich mee aangaande de implementatie hiervan. Zie 'overige ontwikkelingen' onder de tabel. Beheersmaatregel: implementatie wordt jaarlijks gemonitord. Indien de verwachting is dat een aanvulling nodig is zal de raad hierover worden geïnformeerd en of een aanvullend krediet worden aangevraagd. 15 Risico: SPUK

3

2

PM

Toelichting risico: In 2019 is de SPUK regeling in werking getreden waarbij middels een jaarlijkse SiSa verantwoording van BTW plaatsvindt. Dit bedrag is gemaximeerd waardoor het risico aanwezig is dat de daadwerkelijke vaststelling lager kan zijn dan de aanvraag. Daarnaast vindt er overleg met de belastingdienst plaats voor verrekening van BTW voor een aantal afspraken met derden. Uitkomsten kunnen van invloed zijn op BTW verrekening. 16 Risico: Fraude

5

3

PM

65

Nr. Risico en beheersmaatregel

Kans op voorkomen Financieel gevolg risico

Benodigde weerstandscapaciteit

Toelichting risico: het risico dat de gemeente financiele schade loopt door onrechtmatige handelingen door medewerkers op het gebied van fraude, corruptie, bedreiging en beïnvloeding Beheersmaatregel: Er wordt vanaf 2019 periodiek een fraude risicoanalyse uitgevoerd door IC. Daarbij komen de risico's jaarlijks aanbod in een separate bespreking met het MT. Daarbij worden zowel interne risico's (functiescheiding e.d.) als externe risico's (cybercrime, ransomware e.d.) besproken 17 Verduurzaming gemeentelijk onroerend goed

5

2

PM

Toelichting risico: Er is een sectorale routekaart vastgesteld om invulling te geven aan het landelijke beleid en de wet- en regelgeving rondom de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. In de kern gaat het om 49% CO2-redutie in 2030 en 95% CO2-reductie in 2050 ten opzichte van 1990. In de themaraad van 8 februari 2022 is dit besproken. Hierin is aangegeven dat de indicatieve investering € 38 miljoen bedraagt en de indicatieve structurele toename van de kapitaallasten tussen de € 1,3 en € 1,6 miljoen bedraagt. Indicatieve kapitaallasten en investering zijn gebaseerd op het verduurzamen van zowel de gebouwen in juridische eigendom gemeente, onderwijsgebouwen en gebouwen met economisch claimrecht. Beheersmaatregel: het onderwerp ligt op tafel en is bij iedereen top-of-mind. Uiteindelijke investering en kapitaallasten zijn afhankelijk van diverse factoren zoals het eventueel slimmer inzetten van accommodaties, verdeling verantwoordelijkheden investering onderwijsgebouwen en gebouwen economisch claimrecht en bijdrages rijksoverheid. Voor de investering in het verduurzamen van (sport)accommodaties zijn geen middelen beschikbaar. 18 Risico: Informatiebeveiliging risico datalekken

5

5

PM

Toelichting risico: het risico dat de gemeente financiele schade loopt door datalekken, cybercrime e.d. Beheersmaatregel: Er is een informatieveiligheids- en privacy beleid opgesteld. Alle (nieuwe) medewerkers volgen een e-learning privacy en informatieveiligheid. Daarbij zijn beheersmaatregelen verwerkt in processen en systemen. 19 Risico: Verbonden partijen

PM

Toelichting risico: Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO en de Veiligheidsregio Fryslân (VRF). Deze samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor de 18 Friese gemeenten. De invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend is (zeer) beperkt. Beheersmaatregel: De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken. Ook in de overige samenwerkingsverbanden zien we dat gemeenten elkaar steeds beter vinden, maar dat er lang niet altijd een eensluidende visie is binnen de 18 Friese gemeenten. Daarbij is de gemeente altijd vertegenwoordigd in de gezamenlijke overleggen. Verder is onze gemeente sinds kort betrokken bij het controllers overleg voor Friese gemeentes inzake verbonden partijen. Gezamenlijk optrekken t.a.v. verbonden partijen heeft als voordeel om gezamenlijk vanuit hetzelfde afwegingskader de acteren richting de verbonden partij. Mogelijke beheersing van risico’s van verbonden partijen is kansrijker als dit namens alle/meer deelnemers worden gedaan. Daarnaast is het ook efficiënter. Zowel voor de gemeente als voor de verbonden partij. Vooralsnog is de financiele impact lastig in te schatten, dus voor nu op PM gezet. 20 Risico: OWO bedrijfsvoering

PM

Toelichting risico: het risico bestaat dat er vanuit de samenwerking extra lasten naar voren komen die of onvermijdelijk zijn, danwel grote voorkeur genieten van 2 van de 3 gemeentes. Beheersmaatregel: Er is structureel overleg en tot op heden is er nog geen sprake van 2 tegen 1 besluiten. De financiele impact is lastig op geld te zetten, daarom op PM gezet. 21 Risico: afschrijvingen bedrijfsgebouwen met restwaarde (60% van de

1

5

€ 581.731

WOZ waarde) Toelichting risico: Bij de heroverwegingen in 2021 is besloten om vanaf 2022 de bedrijfsgebouwen i.p.v. 50%, af te schrijven tot 60% van de WOZ-waarde. Risico: Als het bedrijfsgebouw niet meer de maatschappelijke functie vervult is er het risico dat de resterende boekwaarde hoger is dan de eventuele verkoop c.q. vervanging. Beheersmaatregel: Het percentage ligt in lijn met het percentage van de WOZ bij verkopen de laatste jaren (59%). De kans dat dit de komende jaren fors verslechterd is beperkt. TOTAAL

€ 2.587.263

66

Overige ontwikkelingen Prijsstijgingen De subsidies en bijdragen in de begroting zijn, conform de uitgangspunten in de Kaderbrief 2023, verhoogd met 2,4%. Automatische prijscompensatie voor uitbestede werkzaamheden en leveranties passen wij niet toe. Gezien de huidige situatie zijn bijvoorbeeld de onderhoudsbudgetten en de energiebudgetten geïndexeerd met respectievelijk 10% en 50%. De prijzen zullen waarschijnlijk nog meer stijgen, maar we weten niet precies in welke mate. Waar nodig komen we gedurende het jaar via een rapportage bij u terug om budgetten te verhogen. Onze reservepositie is voldoende om dit risico te dekken. Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet is een van de grootste wetgevingsoperaties in de Nederlandse geschiedenis. De wet kwaliteitsborging voor bouwen (Wkb) staat juridisch los van de Omgevingswet, maar wordt naar verwachting gelijktijdig met de Omgevingswet ingevoerd. De invoering van beide wetten is een paar keer uitgesteld, maar staat vooralsnog gepland op 1 januari 2023. Voor de Omgevingswet geldt overgangsrecht. De OWO gemeenten gaan zoveel mogelijk beleidsneutraal over. Politieke keuzes worden de komende jaren verwerkt in het omgevingsplan, dat uiterlijk ultimo 2029 gereed dient te zijn. Wij signaleren o.a. onderstaande aandachtspunten, risico’s en onzekerheden voor de meerjarenbegroting 2023.

 Er komt pas in de loop van Q4 2022 duidelijkheid omtrent de ingangsdatum van de Omgevingswet en de Wkb. Vanwege deze onzekerheid worden er 2 legesverordeningen voorbereid – een geharmoniseerde legesverordening gebaseerd op de nieuwe wetgeving en een legesverordening gebaseerd op de huidige wetgeving die alleen waar strikt nodig is geactualiseerd.  Voor de bouwactiviteiten wijzigt er door de Wkb veel. Voor bouwwerken in gevolgklasse I – onder andere grondgebonden eengezinswoningen en bedrijfspanden van maximaal twee bouwlagen – vervalt de vergunningsplicht voor het bouwtechnische deel. Voor het bouwtechnische deel geldt een meldingsplicht. Hiervoor mogen geen leges worden geheven. Daar vallen dus legesinkomsten weg.  Uitsluitend voor vergunningen die na invoering van de wetgeving worden ingediend geldt de nieuwe wetgeving. Voor vergunningen die onder de huidige wetgeving zijn ingediend geldt de huidige wetgeving.  Er dienen de komende jaren nog diverse politieke keuzes te worden gemaakt inzake het omgevingsplan. Deze keuzes hebben invloed op de legesopbrengsten en de daaraan gerelateerde kosten.  Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgt de FUMO extra taken, omdat er taken overgeheveld worden van de gemeente naar de FUMO (toezicht milieu activiteiten).

Daarnaast wordt er bodemtaken uitgevoerd door de FUMO, die nu nog voor rekening komen van provincie en straks voor rekening komen van de gemeente. De gemeenten worden hiervoor niet gecompenseerd. Het ligt voor de hand dat het e.e.a. leidt tot een hogere bijdrage aan de FUMO. Bij de begroting 2023 van de FUMO is dit nog niet verwerkt, omdat er onduidelijkheid is omtrent de ingangsdatum van de Omgevingswet en de financiële consequenties. De FUMO heeft in haar begroting wel aangegeven dat een begrotingswijziging waarschijnlijk is indien de Omgevingswet in 2023 in werking treedt  Tot op heden zitten er aanzienlijke verschillen in activiteiten en tarieven tussen de legesverordeningen van de OWO gemeenten, die door de afdeling OWO-VTH worden uitgevoerd (Omgevingsvergunningen en APV-gerelateerde onderwerpen). Bestuurlijk is de ambitie uitgesproken om gelijktijdig met de invoering van de nieuwe wetgeving zowel beleidsinhoudelijk als qua financiën (zoveel mogelijk) in te zetten op harmonisatie binnen de OWO gemeenten. Indien de nieuwe wetgeving per 2023 in gaat vindt besluitvorming omtrent een nieuwe geharmoniseerde legesverordening plaats bij het vaststellen van de legesverordeningen in december 2022.

 We verwachten de eerste jaren geen formatiereductie vanwege de reeds bestaande krappe personeelsbezetting bij VTH en RO, aanloopproblemen, overbruggingsperiode met huidige en nieuwe wetgeving, onduidelijkheid over de invulling van nieuwe taken en benodigde extra capaciteit voor verdere implementatie van de nieuwe wetgeving en de bijbehorende nieuwe Applicaties. In de begroting 2023 is beperkt rekening gehouden met de impact van de Omgevingswet en Wkb door lagere legesopbrengsten omgevingsvergunningen te begroten dan de afgelopen jaren gemiddeld zijn gerealiseerd. Overige consequenties zijn vanwege onzekerheid/onduidelijkheid niet verwerkt. Waar nodig en mogelijk wordt de begroting in 2023 via de reguliere P&C cyclus bijgesteld.

67

Financiële kengetallen en geprognosticeerde balans Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen ons helpen bij de beoordeling van de financiële positie van onze gemeente. De kengetallen geven informatie over hoeveel (financiële) ruimte onze gemeente heeft om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Ook geeft het mogelijkheden om onze gemeente te vergelijken met andere gemeenten. Er is ook een geprognosticeerde balans opgenomen in de begroting. De kengetallen komen voort uit deze balans. Het voorgestelde nieuw beleid is in de berekening van deze kengetallen niet opgenomen. Kengetallen

Rekening

Begroting

Begroting

MJB

MJB

MJB

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Netto schuldquote

30%

47%

38%

37%

26%

20%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

24%

42%

32%

32%

21%

15%

Solvabiliteitsratio

41%

32%

38%

40%

49%

54%

Structurele exploitatieruimte

4%

2%

4%

6%

8%

2%

Grondexploitatie

3%

6%

0%

0%

-1%

-1%

Belastingcapaciteit

90%

87%

84%

84%

84%

84%

EMU saldo (bedrag x € 1.000)

1.388

4.928

-81

9.055

5.673

2.940

Beoordeling onderlinge verhouding kengetallen in relatie tot de financiële positie Het is niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen moeten we altijd in samenhang bekijken. Ze geven alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld van de financiële positie van onze gemeente. Op basis van de kengetallen concluderen we dat de financiële positie van onze gemeente goed is. Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote is de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en afgezet tegen de totale baten. We geven de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer. Zo brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Normaal bevindt de netto schuldquote van een gemeente zich tussen de 0% en 100%. Voor een gemeente geldt dat als de netto schuldquote uitkomt boven de 130% er sprake is van een zeer hoge schuld. Boven de 100% blijft er weinig leencapaciteit over om de gevolgen van financiële tegenvallers (door bijvoorbeeld een economische recessie) op te vangen. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.

Het is het eigen vermogen (de reserves) als percentage van het balanstotaal. Een solvabiliteit tussen de 20% en 50% voor gemeenten is gemiddeld. Hoe hoger het solvabiliteitsratio, hoe hoger de weerbaarheid van de gemeente. Uit de tabel blijkt dat onze solvabiliteit in 2023 gemiddeld is. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten (exclusief mutaties reserves). Hoe lager het kengetal, hoe lager de grondpositie ten opzichte van de totale geraamde baten. De grondexploitatie kan een behoorlijke invloed hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is belangrijk, deze moeten we weer terugverdienen bij de verkoop. Ieder jaar beoordelen we of de gronden tegen een actuele waarde op de balans staan. Het kengetal van 0% ligt ruim onder de signaleringswaarde van 20% en geeft aan dat het risico voor ons niet hoog is.

68

Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoeverre we een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kunnen opvangen en of er ruimte is voor nieuw beleid. De gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) voor een gezin worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Na de algemene uitkering uit het Gemeentefonds zijn de belastinginkomsten de belangrijkste inkomsten voor een gemeente. Het Centrum van Onderzoek van de Lagere Overheden (Coelo) publiceert jaarlijks de Atlas van de lokale lasten. Deze publicatie is de basis voor de berekening van dit kengetal. De woonlasten in onze gemeente zijn lager dan het landelijk gemiddelde. Het kengetal van 84% geeft aan dat er ruimte is om financiële tegenvallers op te vangen door het verhogen van de woonlasten. Economische en Monetaire Unie (EMU)-saldo De EMU-systematiek (kosten en opbrengsten) die het Rijk hanteert werkt anders dan het baten-lastenstelsel dat we (als decentrale overheid) hanteren. Investeringen en uitgaven bijvoorbeeld die we dekken uit reserves tellen wel door in het EMU-saldo, maar hebben geen gevolg voor de uitkomst in het baten-lastenstelsel. Dus bij een sluitende begroting kan het EMU-saldo negatief zijn. Tussen het Rijk en de decentrale overheden zijn afspraken gemaakt voor de beheersing van het EMU-saldo.

Het tekort voor de decentrale overheid mag niet hoger uitkomen dan 0,4% van het bruto binnenlands product. Ons EMU-saldo voor 2023 is negatief. Geprognosticeerde balans De geprognosticeerde balans biedt inzicht op hoofdlijnen van de effecten van de verwachte financiële ontwikkeling van de gemeente voor de komende jaren. De balans is opgesteld op basis van bestaand beleid.

69

x € 1.000 Activa

31-dec-21 31-dec-22 31-dec-23 31-dec-24 32 dec 2025 31-dec-26

Vaste Activa Immateriele Vaste Activa

1.431

4.113

3.996

3.879

3.761

3.644

Materiele Vaste activa

59.845

63.222

64.786

59.360

59.522

57.443

Financiele vaste activa

9.775

6.323

6.228

4.331

4.252

4.173

Totaal Vaste activa

71.051

73.658

75.010

67.570

67.535

65.260

Voorraden

2.415

-19

-294

-442

-389

-327

Vordering

7.053

4.406

4.406

4.406

4.406

4.406

Liquide middelen

457

476

457

1.284

4.895

4.190

Overlopende activa

2.284

1.530

2.284

2.284

2.284

2.284

Totaal Vlottende activa

12.209

6.393

6.853

7.532

11.196

10.553

Totaal Activa

83.260

80.051

81.863

75.102

78.731

75.813

Vlottende activa

Passiva

31-dec-21 31-dec-22 31-dec-23 31-dec-24 32 dec 2025 31-dec-26

Vaste passiva Eigen vermogen

33.942

30.307

32.691

36.768

42.752

44.167

Voorzieningen

11.010

11.302

10.008

9.295

9.082

8.472

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer

30.107

26.537

25.167

21.294

16.220

12.718

Totaal Vaste passiva

75.059

68.146

67.866

67.357

68.054

65.357

Vaste schulden met een rentetypische looptijd tot 1 jaar of korter

2.562

4.861

6.953

701

3.633

3.412

Overlopende passiva

5.639

7.044

7.044

7.044

7.044

7.044

Totaal Vlottende passiva

8.201

11.905

13.997

7.745

10.677

10.456

Totaal Passiva

83.260

80.051

81.863

75.102

78.731

75.813

Vlottende passiva

70

Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor investeringen nodig zijn. Het gaat om zaken die daarna regelmatig onderhoud vergen. Bijvoorbeeld wegen, gebouwen, riolering en groen. Het onderhoud van kapitaalgoederen is van groot belang voor een goede kwalitatieve instandhouding van het openbare voorzieningenniveau. Dit onder meer op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. In deze paragraaf gaan we per kapitaalgoed in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties. Financiële consequenties x € 1.000 Onderhoud kapitaalgoederen

Rekening

Begroting

Begroting

MJB

MJB

MJB

2021

2022

2023

2024

2025

2026

-1.093

-1.155

-1.249

-1.256

-1.256

-1.255

-1.335

-1.198

-970

-993

-970

-993

1. Samenleven Welzijn- en sportaccommodaties

2. Welzijn & educatie Huisvesting onderwijs

3. Ruimtelijke & economische ontwikk. Bruggen en oevervoorzieningen

-245

-63

-69

-69

-69

-69

Openbaar Groen

-636

-765

-734

-760

-664

-665

Rioleringen

-1.647

-1.601

-1.661

-1.661

-1.630

-1.630

Verhardingen

-1.877

-3.537

-1.473

-1.473

-1.472

-1.471

-67

-255

-321

-321

-321

-321

Automatisering

-1.183

-1.370

-1.419

-1.417

-1.417

-1.417

Totaal onderhoud kapitaalgoederen

-8.083

-9.943

-7.896

-7.950

-7.798

-7.821

Verkeersvoorzieningen

6. Bestuur & Dienstverlening

Wegen, kunstwerken en verlichting Wegen Beleidskader De onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan de wegen worden op basis van de vastgestelde MOP uitgevoerd. Periodiek inspecteren we alle verhardingen voor het actualiseren van de MOP. Voor het beheer van de wegen is een beheersysteem operationeel. De gegevens die in het beheersysteem zitten actualiseren we regelmatig. Financiële gevolgen voor de begroting De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit. Civieltechnische kunstwerken Beleidskader De onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan de civieltechnische kunstwerken worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek, aan de hand van inspecties. Voor het beheer van de civieltechnische kunstwerken (met name bruggen) is een beheersysteem operationeel. De gegevens die in het beheersysteem zitten actualiseren we regelmatig. Financiële gevolgen voor de begroting De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit.

71

Openbare verlichting Beleidskader De onderhoud- en vervangingswerkzaamheden aan de openbare verlichting worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek. Voor het beheer en onderhoud van de openbare verlichting participeren we, samen met de meeste andere Friese gemeenten en de provincie Fryslân, in de "Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A." De Coöperatie ondersteunt in het beheer en onderhoud van de openbare verlichting. Financiële gevolgen voor de begroting De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit. Groen, riolering en gebouwen Groen Beleidskader Op 24 januari 2012 is de Notitie Groenbeleid 2011 door u vastgesteld. Hierin is de groenstructuur voor de 13 dorpen van onze gemeente vastgelegd. Met het groenstructuurplan is inzichtelijk gemaakt welk belangrijk groen in de leefomgeving aanwezig is. Ook is aangegeven welke grond door de gemeente kan worden afgestoten. Voor de uitvoering van het groenbeheer gebruiken we een groenbeheersysteem. Dit systeem wordt gebruikt om op basis van landelijke normen (IMAG-normen) te bepalen hoeveel uren nodig zijn en welk budget nodig is om het onderhoud aan de groenvoorzieningen uit te voeren. Het gemiddelde onderhoudsniveau in Ooststellingwerf is in overeenstemming met kwaliteitsniveau B van de Landelijke ‘CROW-kwaliteitscatalogus openbare ruimte’.

 Er is een nieuw Biodiversiteitsplan, inclusief uitvoeringsagenda, opgesteld en vastgesteld in april 2021. Het Biodiversiteitsplan vervangt op onderdelen de Notitie Groenbeleid 2011.  In 2020 heeft u de notitie “Het behoud van veilige bomen" vastgesteld. Uitvoering hiervan zullen we continueren.  In 2021 heeft de Raad besloten om m.i.v. 2022 structureel jaarlijks een bedrag van € 85.000 beschikbaar te stellen voor het herplanten van bomen. Financiële gevolgen voor de begroting De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit. Riolering Beleidskader Het Gemeentelijk RioleringsPlan 2020-2024 (GRP) is medio 2020 vastgesteld. In het GRP is vastgesteld dat:  a. alle kwaliteitsprofielen op “basis” staan (met uitzondering van het profiel: transport van afvalwater op “hoog”).  b. er nader onderzoek wordt gedaan naar de wijze waarop de gemeentelijke afvalwaterketen bij kan dragen aan het CO2 neutraal maken van de gemeente.  c. er invulling wordt gegeven aan het onderwerp klimaatadaptatie op gebied van regenwateroverlast.  d. er nader wordt gekeken waar besparing mogelijk is door te zoeken naar duurzame oplossingen. Financiële gevolgen voor de begroting In het GRP is vastgesteld dat de rioolheffing met niet meer dan de inflatiecorrectie stijgt. In het kostendekkingsplan behorende bij het GRP is weergegeven hoe de heffing zich ontwikkelt in de periode 20202024.

In de Verordening Rioolheffing wordt jaarlijks het exacte tarief vastgesteld. Gymnastieklokalen Beleidskader De instandhouding van gymnastieklokalen is een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Voor het onderhoud aan de gymlokalen is een voorziening gevormd. In 2019 is een nieuwe MOP 2019-2048 opgesteld voor gymnastieklokalen. Deze MOP is de basis voor aanwendingen en dotaties aan deze voorziening. Financiële gevolgen voor de begroting De werkzaamheden worden binnen de financiële kaders uitgevoerd.

72

Overige gebouwen Beleidskader Het onderhoud van gemeentelijke gebouwen is in verschillende meerjarenonderhoudsplannen (MOP’s) opgenomen. Het betreft de volgende gebouwen: het gemeentehuis, de gemeentewerf, het overslagstation, de Kompaan, molen ‘De Weijert’, gemeentelijke monumenten, woningen en MFS de Boekebeam. De gemeentelijke gebouwen inspecteren we periodiek voor het actualiseren van de MOP’s. In november 2021 heeft de raad een krediet van € 4.333.422 beschikbaar gesteld voor het vernieuwen van de huisvesting aan de Nanningaweg 47C. Een projectgroep is hiermee aan de slag. Financiële gevolgen voor de begroting De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit. Sport en ICT Sportaccommodaties Beleidskader Per 2017 geldt een nieuwe exploitatieovereenkomst voor het beheer en de exploitatie van de 2 B's (sportcomplex de Boekhorst te Oosterwolde en sporthal de Bongerd te Haulerwijk) met dezelfde exploitant voor een periode van 5 jaar. Per 2022 geldt een nieuwe termijn van 5 jaar voor de exploitatie van de 2 B's. Daarvoor zijn in 2021 per B (= sportaccommodatie) exploitatieovereenkomsten gesloten met elk een eigen exploitant. Voor de andere B (= het Bosbad) is per 2017 Stichting Bosbad Appelscha (SBA) verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie. De gemeente en SBA hebben hiervoor een budgetovereenkomst getekend voor een periode van 10 jaar.

SBA heeft het beheer en de exploitatie uitbesteed aan een exploitant. Per 2018 geldt een nieuwe exploitatieovereenkomst voor het beheer en de exploitatie van de Steegdenhal te Appelscha voor een periode van 10 jaar. Financiële gevolgen voor de begroting In 2019 is een nieuwe MOP opgesteld voor de 3 B's voor de periode 2019 tot en met 2033. Vanaf 2021 wordt jaarlijks € 35.000 per jaar gedoteerd aan de voorziening, zodat deze tot en met 2028 toereikend is voor het geplande onderhoud. De jaarlijkse dotatie aan de voorziening voor de Steegdenhal bedraagt met ingang van 2017 € 15.500. De basis hiervoor is de MOP 2017-2026. Per 1 januari 2019 is de sportvrijstelling in de Wet om de omzetbelasting verruimd. Door deze wetswijziging vervalt het recht op aftrek van btw voor planmatig onderhoud voor gemeenten en niet-winstbeogende exploitanten van sportaccommodaties. Er is een Specifieke uitkering sport (SPUK) voor gemeenten om het btw nadeel (grotendeels) te compenseren. Voor een aantal exploitanten was niet duidelijk of zij als winstbeogende exploitanten worden aangemerkt. Voorzichtigheidshalve hebben wij voor 2019 en 2020 een SPUK aanvraag ingediend. Vanaf 2021 is er door aanpassing van de afspraken duidelijkheid omtrent de winstbeogendheid van deze exploitanten en wordt de btw op het planmatig onderhoud van het betreffende onroerend goed gecompenseerd via het btw-aangifte.

Er vindt overleg plaats met de belastingdienst voor verrekening BTW in 2019 en 2020 voor een aantal afspraken met een tweetal exploitanten. Uitkomsten kunnen van invloed zijn op BTW verrekening. Sportterreinen Beleidskader Het specialistische onderhoud aan de grasvelden van de gemeentelijke sportterreinen wordt in opdracht van ons uitgevoerd. De basis van de onderhoudswerkzaamheden zijn de kwaliteitscriteria van de KNVB. Op basis hiervan voeren we planmatig onderhoud aan de sportvelden uit. Dit is vastgelegd in de notitie ‘Planmatig onderhoud grassportvelden’. Per jaar renoveren we de toplaag van één veld. Het overige onderhoud voeren de sportverenigingen zelf uit. Hier krijgen de sportverenigingen een jaarlijkse vergoeding voor. U heeft in 2016 besloten het sportcomplex Waskemeer met een wetra-veld uit te breiden en het bestaande (halve) trainingsveld uit te breiden naar een volledig oefenveld. Financiële gevolgen voor de begroting De aard en omvang van het planmatig onderhoud aan de grassportvelden is afgestemd op de beschikbare middelen. Per jaar renoveren we de toplaag van één veld. Elk jaar wordt er bekeken welk sportveld aan een toplaag renovatie toe is. De weersomstandigheden, bespelingsdruk, grasbezetting, vlakheid, beschikbaarheid overige velden op een complex zijn afwegingsfactoren die de basis vormen van een toplaagrenovatie.

De jaarlijkse kosten voor de renovatie van 1 grassportveld wordt gedekt uit de exploitatie. 73

Bij de vaststelling van de Programmabegroting 2020 en 2021 heeft u voor de jaren 2020 t/m 2023 een krediet van € 100.000 per jaar beschikbaar gesteld om de sportvelden te voorzien van automatische beregening. ICT Zie paragraaf 8 OWO-samenwerking.

74

Paragraaf 4 | Financiering De paragraaf Financiering gaat over het aantrekken, beheren en uitzetten van gelden. Ook het garanderen en verstrekken van geldleningen aan derden valt hieronder. Deze activiteiten vormen een onderdeel van de treasuryfunctie van de gemeente. Een adequate sturing op de geldstroom is noodzakelijk. In deze paragraaf gaan we in op de vraag hoe we gelden zo optimaal mogelijk beleggen dan wel aantrekken. Algemene beleidslijn en Risicobeheer Algemene beleidslijn De financiële verordening Ooststellingwerf 2020 is door u op 16 december 2020 vastgesteld. In artikel 13 van deze verordening is de financieringsfunctie beschreven. De verordening berust op de bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van risico's. Het doel is om doelmatig en doeltreffend om te gaan met de beschikbare financiële middelen. Risicobeheer Op grond van de Wet Fido moeten gemeenten zich houden aan de zogenaamde kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. De uitkomst van die berekening is het maximale bedrag dat rente typisch ‘kort’ gefinancierd mag worden. De kasgeldlimiet voor 2023 bedraagt € 6,6 miljoen (8,5% van het begrotingstotaal 2023 van afgerond € 77,7 miljoen).

Renterisiconorm De renterisiconorm is gesteld op 20% van het begrotingstotaal per 1 januari. Daar wordt het berekende renterisico op de vaste schuld tegen af gezet. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overtreffen. Navolgend schema (in bedragen x € 1.000) laat zien dat de renterisiconorm in de jaren 2023-2026 naar verwachting niet wordt overschreden. x € 1.000 Rente risiconorm

Begroting

MJB

MJB

MJB

2023

2024

2025

2026

77.535

76.426

74.708

74.748

20%

20%

20%

20%

15.507

15.285

14.942

14.950

1.300

3.800

5.000

3.500

-

-

-

-

Totaal aflossingen en renteherzieningen

1.300

3.800

5.000

3.500

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

14.207

11.485

9.942

11.450

Renterisiconorm Lasten begroting Percentage renterisiconorm Totaal renterisiconorm

Aflossingen en renteherzieningen Reguliere aflossingen geldleningen Geldleningen met renteherzieningen

75

Leningenportefeuille Opgenomen gelden De onderstaande tabel geeft inzicht in de samenstelling, grootte en rentegevoeligheid van de opgenomen geldleningen. De leningen zijn onderverdeeld in leningen opgenomen voor onze eigen huishouding en leningen opgenomen ten behoeve van woningcorporaties. Deze leningen zijn met een renteopslag weer doorgeleend naar de corporaties (sinds 1999 zijn we hiermee gestopt). x € 1.000 Leningenportefeuille opgenomen gelden

Stand per 1 januari 2023 Nieuwe leningen Reguliere aflossingen Vervroegde aflossingen Stand per 31 december 2023

Eigen leningen

Woningbouw leningen

Bedrag

Gemidd. rente

Bedrag

Gemidd. rente

24.100

0,54%

2.437

4,43%

-

-

-1.300

-71

-

-

22.800

0,43%

2.366

4,49%

Het gemiddelde rentepercentage begin 2023 is als volgt berekend: rente 2023 / stand 1-1-2023. Het gemiddelde rentepercentage eind 2023: rente 2024 / stand per 31-12-2023. Voor de berekening van het gemiddelde rentepercentage is geen rekening gehouden met herfinanciering. Op basis van de huidige liquiditeitenprognose is er geen rekening gehouden in de begroting met nieuwe (her)financieringen. Uitgezette gelden De gemeente loopt met betrekking tot de verstrekte geldleningen beperkt risico. Veelal zijn er opstallen, installaties en dergelijke aanwezig die naar verwachting voldoende zijn om, in geval van het uitblijven van betaling, de restantschuld te voldoen. We voeren ten aanzien van overige debiteuren een actief beleid. Waar nodig nemen we tijdig de gebruikelijke invorderingsmaatregelen. Wanneer invordering niet (meer) mogelijk is, boeken we vordering af ten laste van het lopende boekjaar. x € 1.000 Leningenportefeuille uitgezette gelden

Bedrag

Leningen aan woningcorporaties

2.437

MFC Oldeberkoop

217

Volkskredietbank

119

Sportverenigingen

40

Dorpshuizen

12

Stichting Stimuleringsfonds (verzilverleningen)

300

Stichting Stimuleringsfonds (stimuleringsleningen)

200

Stichting Stimuleringsfonds (blijversleningen)

60

Stichting Stimuleringsfonds (duurzaamheidsleningen)

700

Stichting Stimuleringsfonds (startersleningen)

300

Stand per 1 januari 2023

4.385

Overig Schatkistbankieren Vanaf 1 januari 2014 zijn alle decentrale overheden verplicht om te schatkistbankieren. Dit betekent dat we alle overtollige liquide middelen, het saldo liquide middelen boven een bepaald drempelbedrag van de begroting, moeten stallen bij het Rijk. Vanaf 1 juli 2021 wordt voor gemeenten (en provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen) met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% (was 0,75%) van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen.

76

Liquiditeitsprognose Twee keer per jaar onderzoeken we aan de hand van een liquiditeitsprognose in hoeverre we de huidige leningenportefeuille de komende jaren verder kunnen afbouwen door het aantrekken van deels fix en/of lineaire leningen. Renteschema Met ingang van 2017 is het Besluit Begroting en Verantwoording gewijzigd. Eén van de onderdelen is de gewijzigde rentetoerekening en de aanbeveling om onderstaand renteschema op te nemen. x € 1.000 Renteschema 2023

Bedrag

a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering

263

b. De externe rentebaten (idem)

-123

Saldo rentelasten en rentebaten

140

c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorgerekend c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden

-108

toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor

110

is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

142

d1. Rente over eigen vermogen

-

d2. Rente over voorzieningen

-

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

142

e. De aan taakvelden toegerekende rente (rente-omslag)

-244

Renteresultaat op het taakveld Treasury

-102

77

Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering De gemeente Ooststellingwerf is een benaderbare, lokale overheid. Wij weten wat er speelt en bieden oplossingen die ertoe doen. We zijn een mooie, groene gemeente. We bieden onze inwoners, ondernemers en bezoekers een aantrekkelijke, veilige en bereikbare leefomgeving. Inwoners en ondernemers kunnen bij ons rekenen op een goede service onder alle omstandigheden. Veel voorkomende verzoeken worden snel en adequaat afgehandeld. We weten wat er speelt in onze samenleving en omgeving. Dit betekent dat wij reageren op signalen en meedenken met initiatieven. Wij faciliteren zelfredzaamheid en bieden hulp en zorg waar nodig. Wij zoeken naar integrale oplossingen voor complexe onderwerpen waar verschillende belangen bij elkaar komen. Wij zijn trots op de OWO-samenwerking en onze OWO-partners kunnen rekenen op een proactieve inzet in de samenwerking. Interbestuurlijk toezicht en Human Resource Management Interbestuurlijk toezicht We geven uitvoering aan de Wet revitalisering generiek toezicht. Deze wet zorgt voor een vereenvoudiging van het toezicht tussen de verschillende bestuurslagen, het zogenoemde ‘interbestuurlijk toezicht’. Het belangrijkste uitgangspunt van de wet is dat het interbestuurlijk toezicht verschuift van verticaal toezicht (provincie - raad) naar horizontale verantwoording (college - raad).

De provinciale toetsing vindt plaats op de volgende domeinen: Omgevingsrecht/Wabo, Ruimtelijke Ordening, Water en Riolering, Archief en Informatiestromen, Monumenten en Archeologie. In samenspraak met de gemeente wordt per domein een toezichtsplan opgesteld. Human Resource Management In 2023 levert HRM een belangrijke bijdrage aan de uitvoering van verbeteringen in het kader van de organisatiescan 'Fit voor de toekomst'. Het strategische personeelsbeleid moet aansluiten bij de visie en doelen van de organisatie. Onderwerpen als vinden, binden en boeien van medewerkers zijn daarin, in deze tijd van langdurige krapte op de arbeidsmarkt, steeds belangrijker geworden. We zijn bezig met het ontwikkelen van beleid en maatregelen op verschillende terreinen om als werkgever aantrekkelijk te blijven. In 2023 moet dit beleid concreet vorm krijgen. Daarnaast blijven o.a. groei en ontwikkeling van medewerkers erg belangrijk om de complexe opgaven van de gemeente aan te kunnen. In 2023 krijgt het hybride werken verder vorm in de organisatie. Dit project heeft als doel te komen tot een activiteit-gerelateerde inrichting van de kantoren die past in de huidige tijd. Dit project heeft een belangrijke gedragscomponent. HR levert hieraan een bijdrage.

Financiën, Planning & Control & Juridische kwaliteitszorg Financiën, Planning & Control De financiële functie voorziet de gemeenteraad, het college en de organisatie van actuele en volledige financiële informatie voor de ondersteuning van de gemeentelijke beleidsontwikkeling en uitvoering. Deze functie is gericht op een duurzame en gezonde financiële positie van de gemeente. Kwaliteit, snelheid en toegankelijkheid spelen in deze processen een belangrijke rol. Het komende jaar staat in het teken van het verwerken van het raadsakkoord/collegeakkoord in de programmabegroting. Omdat we meer in control willen komen gaan we in gesprek over de rol van de auditcommissie. Dit zal in 2023 zijn uitwerking hebben. Daarnaast gaan we verder met het optimaliseren van de P&C cyclus. Juridische kwaliteitszorg (JKZ) De juridische functie in de vakafdelingen en het cluster Bestuurlijk Juridische Zaken (BJZ) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de juridische kwaliteit van het gemeentelijk handelen. Zij ondersteunen daarnaast het bestuur en de organisatie met juridisch advies. Juridische control is de taak van BJZ. We investeren in kennis en kunde (door beschikbaar stellen van informatie en standaard formats, casusanalyse, opleidingen en trainingen) en vroegtijdige betrokkenheid van de juridisch adviseurs van BJZ bij dossiers.

We stimuleren de 'informele aanpak': eerst het goede gesprek (premediation).

78

Rechtmatigheid, Inkoop, Informatiebeveiliging en Privacy Rechtmatigheid Met ingang van boekjaar 2023 wijzigt de wetgeving met betrekking tot de accountantscontrole van gemeenten en moet er een rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen in de jaarrekening. Hiermee wordt verantwoording afgelegd over de mate waarin de gemeente de wet- en regelgeving naleeft, voor zover dit financiële gevolgen heeft. Om verantwoording af te kunnen leggen vormt de verbijzonderde interne controle een belangrijke basis. Jaarlijks leggen we de uitvoering hiervan vast in het Interne Controleplan. De gemeente blijft zichtbaar werken aan de verbetering van processen zodanig dat afwijkingen gesignaleerd en gecorrigeerd worden. Inkoop Zie paragraaf 8 OWO-samenwerking. Informatiebeveiliging en privacy Inwoners, ondernemingen en instellingen moeten erop kunnen vertrouwen dat we zorgvuldig omgaan met (persoons)gegevens. Het is daarom van groot belang dat gegevens alleen onder strikte voorwaarden gebruikt worden en goed beveiligd zijn tegen onbevoegd gebruik. Ons informatiebeveiligingsbeleid dient volledig gebaseerd te zijn op het treffen van passende technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen in het kader van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), het normenkader geldend voor de gemeenten, provincies, waterschappen en rijk.

Jaarlijks leggen we volgens dit normenkader verantwoording af aan de gemeenteraad en verschillende toezichthouders. De beveiligingsfunctionaris (CISO) zorgt voor de coördinatie en toezicht op de naleving van beveiligingsmaatregelen en -procedures, voor elk onderdeel van het informatiebeveiligingsbeleid. Jaarlijks toetsen we door middel van zelfevaluatie en externe audits de specifieke maatregelen voor de BRP en de waardedocumenten, de BAG, BGT, WOZ, BRO, DigiD en Suwinet. Burgers hebben op grond van de AVG het recht te weten welke gegevens van hen worden verwerkt, voor welk doel en met wie deze worden gedeeld. De gemeente beschikt over een register van verwerkingsactiviteiten en houdt deze actueel om daarmee te kunnen voldoen aan de verantwoordingsplicht en inzicht te kunnen geven aan burgers wanneer zij hun privacyrechten uitoefenen. Gegevensbescherming en privacy dringen door in alle processen binnen onze gemeentelijke organisatie. In 2023 zullen we verder werken aan de inrichting van onze processen, systemen en interne organisatie conform de privacywetgeving. De Functionaris Gegevensbescherming houdt onafhankelijk toezicht op de naleving van de privacyregels. Privacy heeft een direct raakvlak met informatiebeveiliging en vraagt continue aandacht en investeringen. De gemeente zet diverse instrumenten in om het informatiebeveiligings- en privacybewustzijn te optimaliseren.

Communicatie en ICT Communicatie We spelen in op belangrijke trends en zorgen voor een eenduidige profilering van de gemeente. We zetten communicatie op verschillende manieren in om inwoners, ondernemers en stakeholders te informeren over beleid en diensten en om hen te betrekken bij het maken van beleid. We gebruiken daarvoor offline en online kanalen. Online ontwikkelen we continu door. Zo monitoren we het gebruik van onze website en social media, om op basis van die data deze kanalen zo effectief mogelijk in te zetten en zo veel mogelijk mensen te bereiken. Naast uitvoerende communicatieactiviteiten richten we ons op het stimuleren, coachen en ondersteunen van de organisatie om communicatiebewustzijn en –vaardigheden te vergroten. Want communiceren doen we allemaal. We adviseren bij de organisatieontwikkelingen en de bestuurlijke dossiers zoals in de programma’s Omgevingswet, Samenleven, Duurzaamheid en Dienstverlening. Informatie- en communicatietechnologie Zie paragraaf 8 OWO-samenwerking.

79

Paragraaf 6 | Verbonden partijen Verbonden partijen zijn organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk én financieel belang heeft. Een bestuurlijk belang betekent dat de gemeente zeggenschap heeft. Een financieel belang betekent dat de gemeente financiële middelen beschikbaar heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de partij. De gemeente heeft ook een financieel belang als de verbonden partij haar financiële problemen kan verhalen op de gemeente. Elke verbonden partij draagt direct of indirect bij aan de beleidsdoelen van de gemeente. De verbonden partijen bestaan uit Gemeenschappelijke Regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen. Algemene beleidslijn Elke verbonden partij draagt direct of indirect bij aan de beleidsdoelen van de gemeente. In de programma’s geven we aan op welke wijze de verbonden partij aansluit op het eigen beleid, de activiteiten en welke risico’s er zijn met betrekking tot de samenwerking. Deze paragraaf is vereenvoudigd tot een totaalbeeld van participaties in verbonden partijen en van de financiële aspecten. Verbonden partijen zijn (participaties in) Gemeenschappelijke Regelingen, stichtingen en verenigingen en vennootschappen. Van bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft door een zetel in het bestuur of door stemrecht.

Onder financieel belang verstaan we dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijtraakt in geval van faillissement van de verbonden partij. Of dat de gemeente voor een bepaald bedrag aansprakelijk wordt gesteld als de verbonden partij zijn/haar verplichtingen niet nakomt. Deelname in een verbonden partij is een alternatief voor enerzijds het zelf uitvoeren van gemeentelijke taken of anderzijds het uitbesteden van deze taken. Het uitgangspunt is dat we alleen deelnemen in een verbonden partij als we daarmee een publiek belang dienen. Er kunnen verschillende redenen zijn om deel te nemen in een verbonden partij, bijvoorbeeld:  Efficiencyvoordelen: kostenvoordeel door samenwerking  Risicospreiding: het delen van (financiële) risico’s met andere partijen  Kennisvoordeel: gebruik maken van elkaars kennis en expertise  Bestuurlijke kracht/effectiviteit: deelnemers staan samen sterker  Katalysatorfunctie: de gemeente als belangrijke initiërende factor We streven naar het efficiënt uitvoeren van gemeentelijke taken op basis van samenwerking. Waarbij de sturingselementen zoals transparantie, kaderstelling, verantwoording en controle voldoende gewaarborgd zijn.

80

SDF Verband

Gemeenschappelijke Regeling Centrumregeling samenwerking sociaal domein Friese gemeenten te Leeuwarden

Gemeenschappelijke regeling Deelnemers

Alle 18 Friese gemeenten nemen deel in deze GR. Er vindt ambtelijk en bestuurlijk overleg plaats tussen gemeenten over (de uitvoer van) deze regeling in het portefeuillehouders overleg.

Gemeentelijk

Binnen de Centrumregeling Sociaal Domein Friese Gemeenten (uitvoeringsorganisatie Sociaal Domein Friesland (SDF))

belang en openbaar werken de Friese gemeenten samen aan de inkoop van specialistische jeugdhulp en het bijbehorende contractbeheer. Het belang

algemene doel van de regeling is specialistische zorg en ondersteuning leveren aan inwoners van alle Friese gemeenten.

Financieel belang

De centrumgemeente berekent de integrale kosten voor haar dienstverlening door aan gemeenten. De kosten voor de dienstverlening bestaan uit kosten voor instandhouding en kosten voor taakuitvoering. De kosten voor instandhouding worden onder gemeenten verdeeld op basis van inwoneraantal van elke gemeente met peildatum 1 januari van jaar t-1. De kosten voor uitvoering van taken worden verdeeld onder gemeenten op basis van het percentuele aandeel dat een gemeente toekomt in het totaal van aantallen cliënten op basis van de Jeugdwet. Onze bijdrage voor 2022 bedraagt € 148.000.

Verwachte omvang Het resultaat wordt verrekend met de bijdragen van de gemeente. Er is daarom geen sprake van vermogen. van het vermogen x € 1.000 Verwachte resultaat € 0 (2023) x € 1.000 Risico's

Als het SDF de afspraken over de begroting niet haalt, krijgen de gemeenten achteraf alsnog de rekening gepresenteerd. Dit risico beheersen we intern door periodiek de uitgaven te monitoren en bij bestuurlijk en ambtelijk overleg input te leveren. Daarnaast bespreken we de begroting van het SDF in de planning- en control cyclus van het SDF.

81

VRF Verband

Veiligheidsregio Fryslân te Leeuwarden

Gemeenschappelijke regeling Deelnemers

Een gemeenschappelijke regeling met de 18 Friese gemeenten. Zowel bestuurlijk als ambtelijk bestaan er gremia waarin (één van de) OWO-gemeente(n) vertegenwoordigd is/zijn: ·

Deelname in Algemeen Bestuur (AB) van de VRF (burgemeester S.E. Korthuis)

·

Deelname in Dagelijks Bestuur (DB) van de VRF (drie burgemeesters)

·

Deelname in Bestuurscommissie Veiligheid van de VRF (drie burgemeesters)

·

Deelname in Agendacommissie Veiligheid van de VRF

·

Deelname in Bestuurscommissie Gezondheid (drie portefeuillehouders)

·

Deelname in Agendacommissie Gezondheid (Heerenveen)

·

Deelname in POOK (Plenair Overleg Oranje Kolom) drie gemeentesecretarissen

·

Deelname in ambtelijk regionaal overleg (zowel VRF-breed als in district Zuidoost) (3 Ambtenaren Openbare

Orde en Veiligheid (AOV’ers)). Gemeentelijk belang Veiligheidsregio Fryslân (VRF) is een samenwerkingsverband van de Friese gemeenten, Brandweer Fryslân, GGD en openbaar belang

Fryslân en andere partners. In de VRF werken zij samen aan brandweerzorg, publieke gezondheidszorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Zo willen we (gezondheids)risico’s zo veel mogelijk beperken. En het beleid van gemeenten op het gebied van gezondheid en veiligheid bevorderen

Financieel belang

Bijdrage 2023 € 2.847.513: 1. Gezondheid € 1.109.029 2. Veiligheid € 109.367 3. Brandweer € 1.629.117

Verwachte omvang

Eigen vermogen:

Vreemd vermogen:

van het vermogen x € 1-1-2023 € 7.253

1-1-2023 € 62.797

1.000

31-12-2023 € 6.983

31-12-2023 € 70.728

Verwachte resultaat x € 0 (2023) € 1.000 Risico's

Als de VRF zich niet houdt aan afspraken over de begroting, krijgen de gemeenten achteraf alsnog de rekening gepresenteerd. Dit risico beheersen we intern door periodiek de uitgaven te monitoren en bij bestuurlijk en ambtelijk overleg input te leveren. Daarnaast bespreken we de begroting en de jaarrekening van de VRF in de planning- en control cyclus van de VRF.

82

SW Fryslân Verband

Gemeenschappelijke Regeling Sociale Werkvoorziening Fryslân te Drachten

Gemeenschappelijke regeling Deelnemers

Er nemen naast Ooststellingwerf nog 7 gemeenten deel. Vertegenwoordiging in dagelijks en algemeen bestuur: wethouder Nijboer.

Gemeentelijk

De taken vanuit de voormalige Wet sociale werkvoorziening (WSW) moeten door ons als gemeente worden uitgevoerd. Op

belang en

basis van efficiency en financiële redenen zijn deze taken uitbesteed aan de GR. Vanaf 1 januari 2015 is nieuwe instroom in

openbaar belang

de WSW niet meer mogelijk. Dit heeft tot gevolg dat de WSW alleen nog van kracht blijft voor de huidige werknemers met een vaste aanstelling. Voor de toekomst heeft de GR besloten de WSW verantwoord en versneld af te bouwen, met aandacht voor de positie van de huidige werknemers. Dit doen we door een gezamenlijk beschutwerkbedrijf (met 8 deelnemende gemeenten) in stand te houden. Nieuwe activiteiten van Caparis N.V. komen niet voor rekening van de aandeelhouders. Verder streeft de GR naar het terugdringen van het subsidie- en exploitatietekort bij Caparis N.V. Vanaf 1-1-2020 zijn de activiteiten van de GR veranderd waarbij geen sprake meer is van de uitvoering van de WSW. Door de gemeente is een DVO (dienstverleningsovereenkomst) afgesloten met Caparis voor de uitvoering van deze activiteiten. Vanaf 2020 is daarom de bijdrage aan de GR gering.

Financieel belang

Vanaf 2020 is sprake van een geringe exploitatiebijdrage.

Verwachte omvang Eigen vermogen: van het vermogen x € 1.000

Vreemd vermogen:

01-01-2023 € 0

01-01-2023 € 4.024

31-12-2023 € 0

31-12-2023 € 3.997

Verwachte resultaat € 0 (2023) x € 1.000 Risico's

Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor uitstaande geldleningen van de GR.

Recreatieschap Verband

Recreatieschap Drenthe te Diever

Gemeenschappelijke regeling Deelnemers

Alle 12 Drentse gemeenten nemen deel. Vertegenwoordiging in algemeen bestuur door wethouder Van Weperen.

Gemeentelijk

Het samenwerkingsverband heeft tot taak de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen

belang en openbaar op het gebied van recreatie & toerisme. Het Recreatieschap heeft primair een ondersteunende en verbindende taak. Het is belang

het instrument waarmee gezamenlijke acties kunnen worden ondernomen, beleidszaken kunnen worden afgestemd en gemeentegrens-overschrijdende zaken kunnen worden opgepakt. Individuele vraagstukken kunnen bovengemeentelijk (en daardoor in breder verband) worden opgepakt. “Samen is meer dan de som der delen”.

Financieel belang

Bijdrage 2023: € 83.743

Verwachte omvang Eigen vermogen: van het vermogen x € 1.000

Vreemd vermogen:

1-1-2023 € 1.1.68

1-1-2023 € 1.063

31-12-2023 € 1.176

31-12-2023 € 1.046

Verwachte resultaat € 0 (2023) x € 1.000 Risico's

De financiële risico’s voor de Gemeenschappelijke Regeling zijn gering. De bijdrage is beperkt en de regeling heeft een financieel gezonde positie.

83

FUMO Verband

Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) te Grouw

Gemeenschappelijke regeling Deelnemers

Alle Friese gemeenten, de provincie Fryslân en het Wetterskip Fryslân. Vertegenwoordiging in algemeen bestuur door wethouder But.

Gemeentelijk

Deelname aan de FUMO is wettelijk verplicht gesteld voor alle Friese gemeenten. Hiermee wordt beoogd de uitvoering van

belang en openbaar de milieuregelgeving te professionaliseren, te uniformeren en de afstemming met andere handhavingspartners (Justitie) te belang

verbeteren. In het basistakenpakket is vastgelegd voor welke activiteiten (van bedrijven en instellingen) de FUMO haar werkzaamheden moet uitvoeren. De gemeente blijft het bevoegd gezag. De FUMO voert voor de gemeente gedeeltelijk het omgevingsrecht uit: de vergunningverlening en het toezicht van het milieucomponent van grote en complexe bedrijven en instellingen.

Financieel belang

Bijdrage 2023 € 478.706

Verwachte omvang Eigen vermogen: van het vermogen x € 1.000

Vreemd vermogen:

1-1-2023 € 1.300

1-1-2023 € 3.000

31-12-2023 € 1.300

31-12-2023 € 3.000

Verwachte resultaat € 0 (2023) x € 1.000 Risico's

De Gemeenschappelijke Regeling brengt een inherent risico mee, dat alle deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten. We voeren toezicht op de uitvoering van de taken door de FUMO. Op bestuurlijk niveau in het Algemeen Bestuur. Op ambtelijk niveau door deelname aan de Controllersgroep en het Opdrachtgeversoverleg. We hebben enkel de wettelijk verplichte basistaken in de FUMO ondergebracht. Niet de plustaken. Daarmee zijn we niet aansprakelijk voor de risico’s die met de uitvoering van plustaken gepaard gaan. Dat er risico's kleven aan een dergelijke regeling blijkt uit de laatste wijziging van de regeling. Er wordt vanaf 2022 door de deelnemers betaald voor de verkregen diensten in plaats van het huidige abonnementstarief per aantal bedrijven. Hiermee wordt er dus alleen betaald als er ook daadwerkelijk een dienst van de FUMO wordt verkregen. Deze wijziging in de financieringssystematiek betekent voor de gemeente een forse verhoging van de bijdrage voor het jaar 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=7dab68ac-57e1-4470-a163-27bcd4733541