CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Programmabegroting 2023-2026

Raadsvergadering 8 november 2022, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Programmabegroting 2023-202641.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Thema 4.3 Regio Deal Zuidoost Friesland Wat willen we bereiken Regio Deal Zuidoost Friesland In juli 2020 heeft de regio Zuidoost Friesland een Regio Deal gesloten met het Rijk. Het Rijk investeert € 15 miljoen in deze Regio Deal en daar tegenover zorgt de regio voor minimaal € 15 miljoen aan cofinanciering. De regio doet dit primair vanuit bestaande projecten en programma’s die aansluiten bij de ambities van de Regio Deal. Met de rijksbijdrage kunnen deze projecten en programma’s versneld en/of uitgebreider uitgevoerd worden. Alle betrokken partners in de regio trekken een aantal projecten. In dit thema beschrijven we uitsluitend de projecten waarvoor de gemeente Ooststellingwerf projecttrekker is. De projecttrekker is primair verantwoordelijk voor de inhoud, organisatie, planning, communicatie, financiën en verantwoording. Daarbij altijd rekening houdend met de regionale context.

41

Zorgeconomie Met het project Zorgeconomie willen we als regio inzetten op een leefbare regio waar onze inwoners prettig kunnen (blijven) wonen en werken. Prettig wonen heeft niet alleen te maken met een goed onderhouden huis, een toegankelijk winkelcentrum of voldoende ontmoetingsplekken. Dit gaat erover wat we als regio kunnen doen om de sociaal maatschappelijke uitdagingen tegemoet te treden.  Personeelstekort (ouderen)zorg vanuit het collegeakkoord: We willen samen met partners bijdragen aan oplossingen voor het personeelstekort in de ouderenzorg. Masterplan Oosterwolde De regionale kernen hebben een belangrijke voorzieningenfunctie voor de vele kleine dorpen in de regio. Deze voorzieningen staan zowel qua omvang als kwaliteit onder druk. We willen de sociale cohesie vergroten en het voorzieningenfunctie van Oosterwolde behouden en versterken. Om die reden werken we aan een Masterplan Oosterwolde waarin een structurele versterking van het centrum centraal staat. Uitvoeringsprogramma Recreatie & Toerisme Het project beoogt een slimme groei van het toerisme in deze regio. Dit betekent dat we een optimale balans willen ontwikkelen tussen een toenemende toeristische druk en de draagkracht van onze leefomgeving. De route naar die balans bepalen we met een regionale toeristische ontwikkelstrategie.

Dit project bouwt voort op een reeds bestaande regionale samenwerking en geeft een impuls aan de doorontwikkeling van de ontwikkellijnen en projecten uit het uitvoeringsprogramma Zuidoost Friesland (UPZOF) en aan de verdere versterking van een professionele organisatie voor promotie en marketing van Zuidoost Friesland (TRZF). Leer- en kenniscentrum Bodem Het LKC-Bodem sluit met name aan op het veerkrachtig landschap en daarmee op maatschappelijke vraagstukken die gerelateerd zijn aan bodemgesteldheid, waterkwaliteit en biodiversiteit. Het Rijk wil dat in 2030 alle landbouwgronden duurzaam worden beheerd. Om dat te realiseren moet er meer worden geïnnoveerd, nieuwe verdienmodellen worden ontwikkeld, kennis over duurzaam bodembeheer verspreiden worden en meer bewustwording worden gecreëerd. Het LKC-Bodem draagt bij aan al deze terreinen. Het LKC-Bodem zal onderdeel worden van een breder in Noord-Nederland opgezette strategie en samenwerking voor praktijkgericht onderzoek naar duurzaam beheerde bodems. Wat gaan we ervoor doen Zorgeconomie Voor Zorgeconomie is met de partners uit de Regio Deal een uitvoeringsprogramma opgesteld. We zetten daarbij in op Positieve Gezondheid (Atelier Sociaal Domein en Bloeizone) en Werkgelegenheid in de zorg. Met het thema Positieve Gezondheid beogen we dat onze inwoners mentaal en fysiek gezond blijven.

Dit doen we door het stimuleren en faciliteren van Bloeizones in de regio zodat inwoners in een gezonde leefomgeving wonen. Ook werken we met studenten aan vraagstukken rondom Positieve Gezondheid in het Atelier Sociaal Domein. De resultaten hieruit delen we met onze partners. Doel van het thema werkgelegenheid is ervoor zorgen dat we vraagstukken rondom werkgelegenheid (in de zorg) kunnen aanpakken en aantrekkelijk blijven als arbeidsmarktregio. Dit doen we door het ontwikkelen van een krachtenkaart waarop we laten zien wie we zijn als regio als het gaat om werkgelegenheid in de zorg. Binnen Zorgeconomie werken we nauw samen met verschillende partners, zoals het HANNN, FSP en NHLStenden. Personeelstekort (ouderen)zorg  We starten een pilot met waarin we ouders met een bijstandsuitkering een intensief traject aanbieden van hulp in combinatie met een baan in de zorg.  We blijven in gesprek met partners in welzijn, zorg, onderwijs en arbeidsparticipatie om te zoeken naar andere concrete oplossingen en kansen die regionale samenwerking ons kan brengen.  We gaan onderzoeken hoe we ruimhartiger om kunnen gaan met aanvragen van inwoners voor mantelzorgwoningen en prémantelzorgwoningen.  We clusteren woningen voor ouderen zoveel mogelijk, zodat zij onderlinge steun kunnen bieden, de kans op eenzaamheid vermindert en de zorg aan huis goed en efficiënt geboden kan worden.

42

Masterplan Oosterwolde Met ondernemers, vastgoedeigenaren, bewoners en andere belanghebbenden in het gebied wordt hard gewerkt aan een toekomst bestendig centrum. Hiervoor voeren we het project ‘Verbetering Detailhandelsstructuur Oosterwolde’ uit. Daarna gaan we in gesprek met inwoners/consumenten, winkeliers en vastgoedeigenaren over de functie en inrichting van de Stationsstraat. Zie ook thema 4.1. We gaan de samenwerking in het centrum versterken door een gemeentelijke bijdrage aan stichting BizO. We gaan een nieuwe detailvisie opstellen. Hiermee kunnen ontwikkelingen in de gemeente worden gestuurd en leggen we de onderlinge verhoudingen tussen Oosterwolde, Haulerwijk en Appelscha vast. Uitvoeringsprogramma Recreatie & Toerisme De regionale toeristische ontwikkelstrategie is opgesteld. Deze geeft de ontwikkelrichting aan voor 2030 inclusief een uitvoeringsprogramma dat nu in uitvoering gaat. Het Uitvoeringsprogramma Ervaren-Turf krijgt invulling door de realisatie van TOP’s, entrees en toeristische routes. De TRZF heeft een financiële bijdrage ontvangen om de marketing van Het Andere Friesland verder uit te bouwen.

Leer- en kenniscentrum Bodem We hebben een leer- en onderzoekscentrum opgezet waar agrariërs, bedrijven, onderzoekers en studenten kennis kunnen vergaren over de samenhang tussen ecosysteem diensten van de bodem, organische stofgehalte, emissies naar lucht en water, circulariteit van gebruik van stofstromen, adaptatie aan klimaatverandering en hiervan afgeleide verdienmodellen. Een centrum dat regionaal is ingebed, maar met een (inter)nationale netwerk en uitstraling. Het centrum heeft als belangrijkste doelstelling handelingsperspectieven te genereren voor inzetten van bodem in een economisch renderende landbouw voor tegengaan van effecten van klimaatverandering en ontwikkelen van methodieken om bodems en geleverde ecosysteemdiensten beter bestand te maken tegen effecten van klimaatverandering. Wat merkt de inwoner ervan Zorgeconomie Binnen de Regio Deal staat de ‘mienskip’ centraal. Met name als het gaat om de Bloeizone werken we vraaggericht en is de inwoner aan zet en zo nodig ondersteunen wij. Wij spelen, samen met onze partners, een stimulerende en faciliterende rol. Ook in het Atelier Sociaal Domein werken we nauw samen met inwoners/ondernemers en hun vraagstukken. De inwoner merkt dat initiatieven worden gewaardeerd en zij ondersteuning kunnen krijgen. Masterplan Oosterwolde Een toekomstbestendig centrum met voorziening die passen bij de regionale functie.

Uitvoeringsprogramma Recreatie & Toerisme Meer toerisme en recreatie is geen doel op zich, maar een waardevol middel voor het realiseren van bredere maatschappelijke opgaven, zoals een prettige woon- en werkomgeving, het behoud van natuur- en cultuurerfgoed en toekomstbestendige banen voor de beroepsbevolking. Leer- en kenniscentrum Bodem Het project is ten eerste gericht op studenten/leerlingen in Friesland (van Hall-Larenstein, Aeres en AOC Terra). Zij zijn de toekomstige gebruikers (en ondernemers) van het landelijk gebied (natuur en landbouw). Daarnaast worden (agrarische) ondernemers nauw betrokken bij de activiteiten. Hun vragen worden meegenomen in de onderzoeksopzet. Tenslotte zullen ook andere inwoners van de regio regelmatig worden uitgenodigd voor het unieke experiment met de mesocosmossen en daardoor beter geïnformeerd zijn over onderwerpen als klimaatadaptatie. Wat mag het kosten Zorgeconomie Vanuit het Rijk is € 525.000 beschikbaar gesteld om inhoud te geven aan de zorgeconomie. Vanuit de gemeente is € 55.000 aan cofinanciering beschikbaar. De looptijd van het project is tot eind 2023. Masterplan Oosterwolde Vanuit het Rijk is € 100.000 beschikbaar gesteld om inhoud te geven aan het versterken van de regionale functie van Oosterwolde. Vanuit de gemeente is € 500.000 aan cofinanciering beschikbaar. De looptijd van het project is tot eind 2023. 43

Uitvoeringsprogramma Recreatie & Programma Vanuit het Rijk is € 1.000.000 beschikbaar gesteld om inhoud te geven aan het uitvoeringsprogramma. Vanuit de regio is € 200.000 aan cofinanciering beschikbaar gesteld. De looptijd van het project is tot eind 2023. Leer- en kenniscentrum Bodem Vanuit het Rijk is € 1,5 miljoen beschikbaar gesteld voor de realisatie van de faciliteiten en coördinatie, communicatie en projecten in de eerste drie jaar. Na drie jaar (2024) moet het leer- en onderzoekscentrum op eigen benen staan en zelf voldoende middelen genereren uit projecten, cursussen en verhuur faciliteiten om personeel, onderhoud en vervanging te bekostigen. Vanuit de gemeente is via het programma BioBased Economy (BBE) € 350.000 cofinanciering beschikbaar. De Rijksbijdrage wordt per deelproject opgevraagd bij de regiokassier en verwerkt in de eerstvolgende financiële rapportage nadat een bijdrage is ontvangen. Beleidskaders  Dealtekst Regio Deal Zuidoost Friesland juni 2020

Thema 4.4 Haerenkwartier Wat willen we bereiken De wijk Haerenkwartier is een moderne toekomstbestendige wijk, waarbij de gemeente rekening heeft gehouden met het inrichten van de wijk op een klimaatrobuuste en duurzame wijze. Het woningaanbod past bij de demografische ontwikkelingen en draagt bij aan de verbetering en verduurzaming van het woningbestand in Ooststellingwerf. De bewoners van de wijk ontmoeten elkaar en zijn trots op hun wijk en medebewoners. Ze voelen eigenaarschap en dragen naar vermogen actief bij aan een nette, gezellige en leefbare wijk. Professionals zijn zichtbaar en bekend en bieden ondersteuning aan bewoners die dit nodig hebben. Ze kennen de wijk en de bewoners waardoor vroegsignalering mogelijk wordt en vormen een sluitende keten van zorg en ondersteuning. Wat gaan we ervoor doen Samen met woningbouwcorporatie Actium en welzijnsinstelling Scala bouwen we aan een vernieuwde wijk:  Actium sloopte alle 170 woningen. Hiervoor kwamen 170 nieuwe gasloze en energieneutrale woningen terug (115 eengezins, 44 levensloop, 11 senioren). Een deel van de nieuwe woningen is levensloopbestendig. Met de realisatie van de nieuwe energieneutrale woningen is de duurzaamste wijk in Ooststellingwerf en omgeving ontstaan en draagt Actium bij aan een Energieneutraal Ooststellingwerf.

 Als gemeente richten we, in samenspraak met bewoners, de openbare ruimte helemaal opnieuw in. Dit is inmiddels aanbesteed. Er komt meer ruimte voor groen en biodiversiteit en door de aanleg van wadi's en infiltratieriolering wordt de wijk klimaatrobuust en duurzaam, passend bij de duurzame nieuwe woningen. In de openbare ruimte is aandacht voor ontmoeten, spelen, sporten en bewegen. In het gebied rond het buurthuis wordt een plein en een moestuin gerealiseerd. De wegen worden duidelijker en voorzien van snelheidsremmende maatregelen. Zo moet de wijk een moderne, groene en veilige wijk worden.  Naast alle fysieke maatregelen is er veel aandacht voor bewoners(participatie) en de leefbaarheid in de wijk. We werken samen met de klankbord van ca. 35 enthousiaste wijkbewoners.  We blijven het uitvoeringsprogramma Aandachtsgebieden uitvoeren samen met onder andere het Leger des Heils, Scala, het Gebiedsteam en Actium. We houden gezamenlijk vinger aan de pols om problemen vroeg te signaleren en waar nodig hulp te organiseren. Er is intensieve laagdrempelige begeleiding voor gezinnen waar op meerdere levensgebieden vraagstukken spelen.  Om gezamenlijk te leren van dit bijzondere project wordt een documentaire gemaakt in opdracht van gemeente Ooststellingwerf, Actium en Nijhuis (bouwaannemer).  We zetten de samenwerking met het Leger des Heils voort in de Buurthuiskamer.

44

Wat merkt de inwoner ervan  Bewoners van het Haerenkwartier wonen in de duurzaamste wijk van Ooststellingwerf en omgeving.  Er is en blijft veel aandacht voor leefbaarheid. Bewoners worden aangemoedigd om actief te worden of blijven en er is ondersteuning vanuit professionals. De Buurthuiskamer wordt steeds meer een plek waar iedereen terecht kan en meer mensen en kinderen komen. Het is een plek om elkaar te ontmoeten, om met een hulpvraag langs te gaan of om een activiteit te organiseren. De coördinator van het Leger des Heils die werkt vanuit de locatie verbindt, activeert en helpt wijkbewoners en zoekt actief contact in de wijk.  Omdat we bewoners beter kennen en dichterbij zijn, zijn we beter in staat om vroeg problemen te signaleren en sneller hulp te organiseren.  Het zien en horen van bewoners draagt bij aan het welzijn in de wijk. We doen dit samen met partners als het Leger des Heils, Actium, Scala en ons Gebiedsteam. Wat mag het kosten Voor de herinrichting van de openbare ruimte is in februari 2018 € 2.000.000 beschikbaar gesteld. Later is voor de aanleg van wadi's en het riool nog eens € 650.000 beschikbaar gesteld. Voor de openbare ruimte is in totaal dus € 2.650.000 beschikbaar.

Vanuit het project Aandachtsgebieden is ruim € 200.000 beschikbaar specifiek voor de leefbaarheid in het Haerenkwartier en nog eens € 400.000 voor de Aandachtsgebieden als totaal (Haerenkwartier en Haulerwijk). Beleidskaders  Ontwikkelrichting Wijkvernieuwing Haerenkwartier, vastgesteld 20 februari 2018  Raadvoorstel Regenwater Haerenkwartier, vastgesteld 18 juni 2019  Plan van aanpak Aandachtsgebieden Ooststellingwerf 2020-2023, vastgesteld 15 oktober 2019  Visie op Samenleven 2019

Thema 4.5 Stikstof Wat willen we bereiken In de gemeente Ooststellingwerf ligt een groot deel van het Fochteloërveen, het Drents Friese Wold en de beekdalen waarvan de stikstofmaatregelen en de opgave stikstofreductie vanuit het Nationaal Programma Landelijk Gebied veel impact hebben. Het stikstofvraagstuk is een ingrijpend en complex vraagstuk met veel belanghebbenden. Provincie Fryslân is verantwoordelijk voor het uitvoeringsprogramma met een gebiedsgerichte aanpak waarbij in gebiedsopdrachten de doelen, bronmaatregelen voor de stikstofreductie en de natuurherstelmaatregelen worden opgenomen. We zetten in op deelname in de gebiedsgerichte aanpak, met een wethouder die verantwoordelijk is voor dit thema. Dit leidt naar verwachting tot een forse inzet vanuit de gemeente qua capaciteit. Denk daarbij aan de inzet en input van ambtenaren uit verschillende werkvelden naar de provincie toe en in een later stadium om het gesprek aan te gaan rond de genoemde natuurgebieden met agrariërs, natuurbeheerders, bedrijven uit de recreatiesector en bewoners. We willen een balans tussen de draagkracht van de natuur, met een robuust watersysteem en een lage impact op het klimaat, en een perspectief voor de maatschappelijke en economische ontwikkeling voor bewoners, grondeigenaren en beheerders in de gemeente. Wat gaan we ervoor doen  Meewerken aan verbetering van natuur.

 Hierin samen met de raad optrekken.  Zorg dragen voor een gebiedsgerichte aanpak.  Daarbij rekening houden met de balans tussen natuur, landbouw en economische ontwikkelingen.  De agrariërs steunen bij de transitie naar een sector die economisch sterk genoeg is om de omslag naar kringlooplandbouw te maken.  Ons inspannen om alle maatschappelijke partners, de natuurorganisaties, grondeigenaren en gebruikers in het gebiedsproces te betrekken.

45

Wat mag het kost en Nieuw beleid (zie ook hoofdstuk 'Nieuw beleid') We stellen voor € 125.000 in 2023 en € 225.000 in 2024 en 2025 beschikbaar te stellen voor formatie en een klein deel voor uitvoeringsbudget.

Thema 4.6 Accommodatiebeleid Wat willen we bereiken Het accommodatiebeleid Ooststellingwerf geeft inzicht in de kansen om accommodaties in Ooststellingwerf op een efficiënte en betaalbare wijze in te zetten in relatie met het maatschappelijke nut van de accommodatie in de omgeving. Een integrale afweging gericht op efficiëntie van gebruik, betaalbaarheid en maatschappelijk nut. Waar liggen kansen en waar liggen risico’s? Dat geldt voor de accommodaties waar de gemeente eigenaar van is en voor de accommodaties waar de gemeente geen zeggenschap over heeft, maar die wel een maatschappelijk nut dienen of daarvoor inzetbaar zijn. We willen in samenwerking met eigenaren en gebruikers komen tot meer maatschappelijk rendement, waarbij de activiteiten centraal staan en niet het vastgoed. Daarnaast is het beheer, onderhoud en de grote financiële opgave om de accommodaties te verduurzamen een aanleiding wat de gemeente dwingt een standpunt in te nemen over de accommodaties. De sectorale routekaarten van het maatschappelijk vastgoed, die door het Rijk zijn vastgesteld als uitvloeisel van het Klimaatakkoord van Parijs, moeten worden uitgevoerd. De CO2 uitstoot moet in 2030 met 49% zijn verminderd ten opzichte van 1990 en in 2050 met 95%.

De bestaande accommodaties verduurzamen genereert (indicatief) een extra kapitaallast van tussen de € 1,3 en € 1,6 miljoen; hiervoor zijn geen middelen beschikbaar.  We willen dat de op termijn (in 2030) benodigde en verduurzaamde accommodaties op een slimme en efficiënte wijze worden ingezet voor de gebruikers. Wat gaan we er voor doen Een accommodatiebeleid opstellen dat insteekt op:  Efficiënt gebruik van accommodaties in relatie met behoud van leefbaarheid in alle dorpen.  Een slimme inzet van accommodaties en keuzes maakt in welke accommodaties er dan nodig zijn.  De langdurige betaalbaarheid zowel op beheer en onderhoud als op het gebied van verduurzaming. Om hier invulling aan te geven ontwikkelen we scenario's voor duurzaam accommodatiebeleid. Wat mag het kosten Nieuw beleid (zie ook hoofdstuk 'Nieuw beleid') We stellen voor € 40.000 beschikbaar te stellen voor het opstellen van het accommodatiebeleid in 2023.

46

Programma 5 | Openbare orde en veiligheid In de gemeente Ooststellingwerf willen we wonen, werken en naar school gaan in een veilige en schone omgeving. Dit realiseren we samen met alle betrokken partijen. We werken samen met partners om risico’s te beheersen. Samen coördineren we ook de voorbereiding op hulpverlening bij incidenten en crises.

Thema 5.1 Openbare orde en veiligheid Wat willen we bereiken We willen dat onze inwoners en ondernemers wonen en werken en naar school gaan in een veilige woonomgeving. We willen meer bewustwording rond het thema ondermijning. Wat gaan we ervoor doen  We werken samen met partners om risico’s te beheersen. Samen coördineren we ook de voorbereiding en preparatie op hulpverlening bij incidenten en crisis.  We geven gevolg aan het uitvoeringsplan Ondermijning. Hierin werken we nauw samen met politie en de OWO-buurgemeenten. We zetten met name in op bewustwording en het leren herkennen van signalen van Ondermijning.  We blijven extra aandacht geven aan het risico op natuurbranden.  Het integraal veiligheidsplan loopt eind 2021 af en wordt vernieuwd.  We gaan samen met partners aan de slag met preventie en aanpak van overlast (personen, drugs, leefomgeving).  We zetten waar nodig in op preventie woninginbraak.  We gaan aandacht besteden aan de verkeersveiligheid rondom scholen. Wat merkt de inwoner ervan  Het ervaren veiligheidsgevoel van onze inwoners blijft minimaal gelijk aan het huidige niveau.  Er wordt adequaat gereageerd op meldingen van overlast of gevaarlijke situaties die bij de gemeente binnenkomen en worden veroorzaakt door de kwetsbare personen in onze gemeente.  In crisissituaties merken onze inwoners dat de crisisbeheersing goed en professioneel is geregeld.

Onze inwoners worden goed opgevangen en de communicatie is helder. Wat mag het kosten  Voor de uitvoering van het integraal veiligheidsbeleid is een structureel bedrag van € 58.000 beschikbaar.  We nemen deel aan de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Fryslân (VRF) voor de onderdelen rampenbestrijding en crisisbeheersing. Voor de crisisbeheersing is structureel een bedrag van € 30.000 beschikbaar. Dit budget zetten we in om de gemeentelijke organisatie goed voor te bereiden op crisissituaties en calamiteiten. Beleidskaders  Integraal veiligheidsbeleid 2017–2021  Beleidsplan Crisisbeheersing 2019-2022

47

Begroting Programma 5 x € 1.000 5. Openbare orde en veiligheid

Rekening

Begroting

Begroting

MJB

MJB

MJB

2021

2022

2023

2024

2025

2026

-1.687

-1.692

-1.841

-1.857

-1.875

-1.875

-435

-523

-535

-535

-535

-535

Totaal Lasten

-2.122

-2.214

-2.375

-2.392

-2.410

-2.410

Resultaat voor bestemming

-2.122

-2.214

-2.375

-2.392

-2.410

-2.410

Resultaat na bestemming

-2.122

-2.214

-2.375

-2.392

-2.410

-2.410

Resultaat voor bestemming Lasten 5.1 Thema Openbare orde en veiligheid 5.2 Thema Handhaving

48

Programma 6 | Bestuur en dienstverlening Kenmerkend voor Ooststellingwerf is dat de gemeente open en transparant wil besturen richting zijn inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen; vertrouwen en ruimte geven om hen eigen verantwoordelijkheid te laten nemen en initiatief te ontplooien. De faciliterende rol van ons als 'eerste overheid' vraagt steeds meer aandacht. Dit houdt ook in dat de gemeente continu de dienstverlening verbetert, zowel in kwaliteit als in begrijpelijkheid en toegankelijkheid. Verdere digitalisering staat het persoonlijke karakter van onze dienstverlening niet in de weg. “Ja, mits” is hierbij altijd ons vertrekpunt.

Thema 6.1 Bestuur Wat willen we bereiken  We willen een verbindend bestuur zijn. Een bestuur dat de verbinding legt en onderhoudt naar de raad, de inwoners, bedrijven en organisatie. Een bestuur dat zichtbaar aanwezig is in de dorpen, de contacten onderhoudt met de besturen van plaatselijk belang / bewonerscommissies en luistert naar wat er speelt in de dorpen.  We willen een eerlijk en betrouwbaar bestuur zijn dat, ook al is de boodschap niet zo aangenaam, dit open en eerlijk brengt. Initiatieven vanuit de dorpen worden door ons op adequate wijze behandeld.  Een goede samenwerking met de raad zien we als een basisverantwoordelijkheid van dit college. Daarom willen we aan het begin van deze periode een aantal basisafspraken maken tussen college en raad.  Inwoners, bedrijven en organisaties in onze gemeente vormen een belangrijke partij om nieuw beleid of projecten mee vorm te geven. We willen onze inwoners, bedrijven en organisaties dan ook nadrukkelijk betrekken bij het opstellen van nieuw beleid of het uitvoeren van projecten in de leefomgeving. De politieke debatten over het nieuw beleid of het uitvoeren van projecten willen we in de dorpen laten plaatsvinden.  We willen dat iedereen, hoe verschillend we ook zijn en met welke beperkingen en uitdagingen we ook kampen, volwaardig onderdeel kan en mag zijn van de samenleving.

Beleidsindicatoren De formatie bestaat uit het begrote aantal formatieplaatsen op 1 januari 2022 per 1.000 inwoners. Bezetting is het aantal fte’s dat werkzaam is per 1.000 inwoners op 1 januari 2022 (formatie minus vacatureruimte). Daarnaast zijn in de periode januari t/m augustus 2022 12 medewerkers ingestroomd en 24 medewerkers uitgestroomd. We verwachten een uitstroom van 18 pensioengerechtigden t/m 2025. Beleidsindicatoren thema Bestuur Formatie Bezetting

Eenheid

Jaarrekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Fte per 1.000 inwoners

8,9

9,4

9,4

Fte per 1.000 inwoners

8,7

8,6

9,0

Begroting 2023

Wat gaan we ervoor doen  We geven uitvoering aan de Samenwerkingsagenda.  Bij de start van grote projecten of belangrijk nieuw beleid, bespreken we eerst een startnota of keuzenota met de raad, waarin de kaders worden vastgelegd en zo mogelijk al richtinggevende uitspraken worden gedaan. In deze nota wordt ook de fasering aangegeven en de beslismomenten voor raad en college.  Bij onderwerpen met grote belangentegenstelling bieden we de raad de mogelijkheid een openbaar debat te voeren aan de hand van een startnotitie.  Bij grote (infrastructurele) projecten werken we met een voorbereidingskrediet alvorens een totaal krediet aan te vragen.  Belangrijke projecten in de dorpen worden in samenspraak met het dorp gerealiseerd.  We stellen een nieuwe Participatienota op. Aan de voorkant van een participatieproces bepalen we samen met de raad wat het doel is van de participatie en wat dit betekent voor de rol en invloed van de raad.  We onderzoeken het invoeren van een digitaal participatieplatform, waarbij gebruikt wordt gemaakt van bestaande vormen.  We onderzoeken de mogelijke inzet van een burgerberaad. 49

    

We onderzoeken hoe jongeren beter betrokken kunnen worden bij de politiek en participatie, als onderdeel van de Participatienota. Zoals de jongerenraad en de kinderburgemeester. We willen laagdrempelige en duidelijke informatie die voor inwoners, bedrijven en organisaties toegankelijk is. De OWO-visie is in 2021 door de drie gemeenteraden vastgesteld, de komende vier jaar werken we verder aan concretiseren en optimaliseren van de samenwerking met behoud van zelfstandigheid. Inclusie is voor ons een belangrijke toetssteen bij alle uitdagingen waar we als samenleving en gemeente voor staan. We nemen dit serieus en investeren in de uitwerking en uitvoering van onze Lokale Inclusieagenda. We maken Inzichtelijk wat er wordt gedaan om het rendement van de OWO-samenwerking te communiceren en we houden de raad op de hoogte van de acties en voortgang.

Wat merkt de inwoner ervan De inwoner zal merken dat het bestuur de verbinding zoekt en zichtbaarder is in de dorpen. Inwoners (een zo breed mogelijke groep, inclusief jongeren) merken dat de gemeente hen op allerlei manieren gelegenheid geeft hun mening en ideeën te laten horen over actuele onderwerpen waar de gemeente mee bezig is. En zij merken dat de gemeente helder communiceert wat ze er mee doet en waarom. Wat mag het kosten  U heeft bij de Kaderbrief 2023-2026 besloten de besparing op formatie niet door te voeren (2022 € 13.000, 2023 € 60.000, 2024 € 175.000 en 2025 en verder € 335.000) waarmee ook de onttrekking van € 84.000 uit de algemene reserve voor het vormgeven van de mobiliteit in de organisatie kan vervallen.

 U heeft bij de Kaderbrief 2023-206 besloten om structureel € 90.000 beschikbaar te stellen om daarmee de formatie concern control en financieel advies met 1 fte uit te breiden  U heeft bij de Kaderbrief 2023-206 besloten om structureel € 80.000 beschikbaar te stellen om daarmee de formatie inkomensconsulent met 1 fte uit te breiden  U heeft bij de Kaderbrief 2023-206 besloten om voor 2023 en 2024 € 120.000 per jaar beschikbaar te stellen voor het OWO traineeprogramma  U heeft bij de Kaderbrief 2023-206 besloten om structureel voor de OWO ontwikkelingen € 583.000 in 2023, € 622.000 in 2024 en € 625.000 vanaf 2025 beschikbaar te stellen  U heeft bij de Kaderbrief 2023-206 besloten om incidenteel voor de OWO ontwikkelingen € 250.000 in 2023 en € 100.000 in 2024 beschikbaar te stellen.  Voor inwonerparticipatie nemen we op dit moment geen extra middelen op, omdat we nog een nieuwe Participatienota gaan opstellen en onderzoek gaan doen naar het invoeren en een participatieplatform, burgerberaad en/of extra jongerenparticipatie. In de Participatienota maken we een inschatting van de eventueel benodigde extra middelen en menskracht. Nieuw beleid (zie ook hoofdstuk 'Nieuw beleid')  We stellen voor € 20.000 beschikbaar te stellen in 2023 om politieke debatten in de dorpen te laten plaatsvinden.

 We stellen voor € 15.000 beschikbaar te stellen om in 2023 een participatienota op te stellen.  Voor het uitvoeren van onze lokale inclusieagenda is voor de jaren 2024 en 2025 geen dekking. We stellen voor € 30.000 per jaar beschikbaar te stellen.  De komende jaren verwachten we een behoorlijke uitstroom in het personeelsbestand in verband met natuurlijk verloop. De verwachting is dat er meer gebruik wordt gemaakt van generatiegericht maatwerk. We stellen daarom voor om het budget van generatiegericht maatwerk voor drie jaar met € 30.000 te verhogen.  De werkzaamheden van HR zullen in 2023 voor een belangrijk deel in het teken staan van het uitbreiden van het arsenaal aan maatregelen in het kader van binden en boeien van medewerkers. Dat is nodig omdat wij als organisatie in de huidige arbeidsmarktkrapte op dit punt alle zeilen bij moeten zetten. Het gaat dan om lopende projecten zoals hybride werken, maar ook om nieuwe arbeidsvoorwaardelijke zaken zoals reiskostenregelingen woon-werk en recruitmenttools. In OWOverband zijn we bezig met de ontwikkeling van nieuw beleid zodat we gezamenlijk aantrekkelijk blijven als werkgever. We stellen voor structureel € 120.000 beschikbaar te stellen voor een pakket aan maatregelen.

50

In de Kaderbrief 2023 is al genoemd dat de werkzaamheden van de bodes toenemen en dat we zouden onderzoeken of de formatie op het bestuurssecretariaat nog voldoende is. Bij beide is extra formatie nodig. We stellen voor om de formatie voor het bestuurssecretariaat uit te breiden met 14 uur. Dit kost structureel € 25.000. We stellen ook voor om de formatie van de bodes uit te breiden met 32 uur. Dit kost structureel € 45.000.

Beleidskaders  Visiedocument Ooststellingwerf (2016)  Strategische samenwerking OWO-gemeenten  Bestuursovereenkomst OWO  Rapportage evaluatie OWO-samenwerking

Thema 6.2 Dienstverlening Wat willen we bereiken  We willen een betrouwbare en laagdrempelige overheid zijn.  Voor het vertrouwen in de lokale democratie zijn kwaliteit en snelheid van de gemeentelijke diensten en goede en zorgvuldige communicatie van groot belang.  De inwoner is tevreden over de dienstverlening (minimaal een 7,5 in 2024)  We voldoen aan de vereisten van het VN-verdrag iedereen doet mee! (inclusie).  We richten processen in vanuit de klantketen.  We handelen 90% af binnen de servicenorm.  We sturen op het voorkómen van onnodig contact met onze inwoners.  We streven naar een integraal klantbeeld (omnichannel dienstverlening).  Naast direct contact met inwoners aan de servicebalie, is de inzet om zoveel mogelijk producten digitaal beschikbaar te stellen. Wat gaan we ervoor doen We werken via het programmaplan dienstverlening en het bijbehorende uitvoeringsprogramma aan een steeds betere dienstverlening.  We zijn duidelijk in wat we verwachten van onze medewerkers als het gaat om dienstverlening naar onze inwoners toe en sturen daarop.  We zorgen voor begrijpelijke taal (niveau B1) in al onze uitingen. Dit doen we via het project Direct Duidelijk.  We betrekken inwoners en belangengroepen bij ontwikkelingen rondom het verbeteren van onze dienstverlening.

Dit doen we middels een inwonerspanel (het panel was er tot nu toe in pilotvorm, we maken dit panel structureel).  We streven ernaar dat onze dienstverlening inclusief is, dus voor iedereen toegankelijk.  We gebruiken steeds meer data om onze dienstverlening te verbeteren.  We sturen op tevredenheid van onze inwoners en signaalmanagement.  We doen onderzoek naar de ervaringen en voeren kleine verbeteringen direct door.  We streven naar online waar het kan en offline waar het helpt.  We zetten optimaal in op digitale mogelijkheden. Met oog voor de menselijke maat en inclusie. Niet alleen als het gaat om persoonlijk contact, maar ook bij het zorgvuldig toepassen, uitvoeren en handhaven van regels. Wat merkt de inwoner ervan  De inwoner merkt dat onze dienstverlening begrijpelijk, efficiënt, gebruiksvriendelijk en digitaal is.  De inwoner merkt dat onze medewerkers klantgericht zijn en open staan voor verbeteringen.  De inwoner weet wat hij van ons mag verwachten en mag ons daarop aanspreken.  De inwoner kan actief meedenken in verbeteringen. Je kan hierbij denken aan meldingen of klachten, maar ook meedenken via het inwonerspanel.  De inwoner ervaart dat de gemeente één organisatie is (geen kastje - muur). Wat mag het kosten Voor het programma dienstverlening is structureel € 25.000 beschikbaar.

51

Nieuw beleid (zie ook hoofdstuk 'Nieuw beleid'.  We stellen voor € 8.000 structureel beschikbaar te stellen voor het inwonerspanel. Beleidskaders  Visie Dienstverlening in Ooststellingwerf (augustus 2019)  Programmaplan en uitvoeringsprogramma dienstverlening (juni 2020)

Thema 6.3 Financiën Wat willen we bereiken  De financiën van onze gemeente zijn op orde en dat willen we zo houden.  We willen jaarlijks een realistische/uitvoerbare begroting opstellen. Beleidsindicatoren Apparaatskosten zijn alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie (o.a. loonkosten, ICT, huisvesting, facilitair etc.). Onder overhead verstaan we alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Beleidsindicatoren thema

Eenheid

Jaarrekening

Begroting

Begroting

2021

2022

2023

In euro´s per inwoner

878

872

938

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur

11,8%

1,2%

1,3%

12,2%

12,3%

14,3%

Financiën Apparaatskosten Externe inhuur

externen Overhead

% van totale lasten

Begroting 2023

Wat gaan we ervoor doen  We stellen jaarlijks een structureel en reëel sluitende begroting op. Dit betekent dat we structureel niet meer uitgeven dan we binnenkrijgen. De uitgaven ramen we ook realistisch.  We blijven goed kijken naar gemeentelijke uitgaven en sturen hier scherp op door nut en noodzaak van projecten, uitgaven en subsidies steeds te beoordelen.  We gaan zorgvuldig om met belastinggeld en de keuzes die hierin gemaakt worden. De belastingen verhogen we jaarlijks trendmatig. Als de begroting niet sluitend is, bijvoorbeeld door nieuwe ambities, lossen we dit niet gelijk op door de belastingen te verhogen, maar door middel van een pakket aan maatregelen waarvan, in uiterste noodzaak, het verhogen van de belastingen onderdeel kan uitmaken.  Lokale belastingen en heffingen waar een duidelijke tegenprestatie tegenover staat, zoals afvalstoffenheffing, rioolheffing en sommige leges, worden kostendekkend doorberekend.  Bij nieuw beleid/ambities nemen we ook de benodigde ambtelijke capaciteit mee in de afweging.  Wij gaan de komende bestuursperiode een deel van de algemene reserve inzetten om incidentele lasten te dekken/ ambities te realiseren.  We gaan onderzoeken hoe we de rol van de auditcommissie kunnen verstevigen, waarbij de commissie P&C en de auditcommissie zelf hier na de zomer in 2022 nader op terug komen.

 We gaan onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om per belasting/heffing het kwijtscheldingsbeleid te verruimen. Deelneming: N.V. Bank Nederlandse gemeenten (BNG) De BNG verstrekt tegen lage tarieven krediet aan Nederlandse overheden. Daarmee speelt de bank een essentiële rol in de financiering van gewenste maatschappelijke investeringen. Wat merkt de inwoner ervan  Een financieel gezonde gemeente.  Onze financiën zijn voor iedereen te bekijken.  Onze belastingen, diensten en producten zijn betaalbaar.

52

Wat mag het kosten De bedragen van het financieel perspectief uit de Kaderbrief 2023-2026 zijn primitief in deze begroting verwerkt. Nieuw beleid (zie ook hoofdstuk 'Nieuw beleid') Het financieel perspectief voor de komende jaren (tot 2026) is goed. Tegelijkertijd krijgen onze inwoners het financieel steeds lastiger gezien de stijgende prijzen en energielasten. Bij de jaarstukken 2021 is door de ChristenUnie ook een amendement over dit onderwerp ingediend, om huishoudens een financiële ondersteuning te geven. In de bespreking kwam naar voren dat de besluitvorming over de jaarstukken niet het juiste moment was om dit te bespreken. We stellen nu bij de begroting voor om € 1,25 miljoen (inclusief uitvoeringslasten) beschikbaar te stellen in 2023 om huishoudens eenmalig financieel te ondersteunen. Wij laten een voorstel voor de invulling daarvan graag bij u als raad. Als voorbeeld noemen we de mogelijkheid (met relatief de laagste administratieve lasten) om een korting van een vast bedrag op de belastingaanslag te geven. Beleidskaders  Financiële verordening 2020 (art 212)  Controleverordening 2019 (art. 213 Gemeentewet)  Doelmatigheid- en doeltreffendheidsverordening 2017 (art. 213a Gemeentewet)

53

Begroting Programma 6 x € 1.000 6. Bestuur & Dienstverlening

Rekening

Begroting

Begroting

MJB

MJB

MJB

2021

2022

2023

2024

2025

2026

-1.766

-1.880

-1.914

-1.797

-1.706

-1.715

-334

-329

-344

-406

-419

-448

6.3 Thema Financiën

-25.363

-28.057

-27.146

-26.580

-25.514

-25.631

Totaal Lasten

-27.463

-30.267

-29.404

-28.783

-27.639

-27.794

98

-

-

-

-

-

Resultaat voor bestemming Lasten 6.1 Thema Bestuur 6.2 Thema Dienstverlening

Baten 6.1 Thema Bestuur 6.2 Thema Dienstverlening

915

795

796

804

829

898

6.3 Thema Financiën

57.770

57.843

61.596

62.444

62.738

58.038

Totaal Baten

58.783

58.639

62.392

63.248

63.567

58.936

Resultaat voor bestemming

31.321

28.372

32.988

34.465

35.928

31.142

Onttrekkingen

473

898

528

357

322

322

Mutatie reserves

473

898

528

357

322

322

31.795

29.270

33.516

34.821

36.250

31.464

Mutatie reserves

Resultaat na bestemming

54

Paragrafen Paragraaf 1 | Lokale Heffingen De gemeente stuurt rekeningen (aanslagen) voor een aantal belastingen en heffingen. Denk aan o.a. de onroerendezaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Deze lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van onze inkomsten. Deze paragraaf laat de hoogte van de inkomsten zien en geeft een overzicht van de diverse heffingen. Algemene beleidslijn Het fiscale beleid voeren we uit in overeenstemming met de fiscale wetgeving, de gevormde jurisprudentie en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals die gelden voor het belastingrecht. Daarnaast zijn rechtvaardigheid, redelijkheid en billijkheid zowel bij de heffing als bij de invordering de bepalende elementen. Bijzonderheden en ontwikkelingen De Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ) Zoals elk jaar, worden de nieuwe WOZ-waarden gebruikt voor o.a. de heffing van de onroerendezaakbelasting en forensenbelasting, gebaseerd op het prijspeil van het voorliggende jaar. De waardepeildatum ligt steeds één jaar voor het belastingjaar en blijft daardoor actueel. Door de actualiteit van de waarde wordt deze mede voor andere doeleinden, zoals de belastingdienst voor de erfbelasting en eigen woningforfait, forensenbelasting, waterschapslasten en door notarissen gebruikt.

Tot en met 2021 werden de woningen getaxeerd op basis van de inhoud, maar per 2022 gebeurt dit op basis van de gebruiksoppervlakte van een woning (een nieuwe ontwikkeling en wettelijke verplichting). Landelijk waren er verschillen in waarderingsmethodiek waardoor ervoor gekozen is om alle gemeenten de woningen te laten taxeren op oppervlakten. De Landelijke Voorziening WOZ is openbaar voor vele afnemers zoals notarissen, het CBS, de burgers etc. Door de overgang op de gebruiksoppervlakte bij woningen zijn er ook geen problemen bij de verplichte levering aan de afnemers. Basisregistraties Vanaf 1 juli 2011 geldt het verplicht gebruik van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). Aangezien de WOZ de overgang naar de gebruiksoppervlakten van de woningen heeft gerealiseerd volgt nu de afstemming met de oppervlakten in de BAG. De BAG/WOZ koppeling speelt hierbij een belangrijke rol als het gaat om de onderlinge afstemming. Deze afstemming tussen basisregistraties is het begin van de Samenhangende objectenregistratie (SOR). Het ministerie van BZK is gestart met Doorontwikkeling in Samenhang van de GEO-basisregistraties (DisGeo). Doelstelling daarvan is om meer samenhang te creëren in de Geo informatie Infrastructuur. Onderdeel is de doorontwikkeling van enkele bestaande geo-basisregistraties tot een Samenhangende Objectenregistratie.

Dit betreft een objectenregistratie met daarin basisgegevens van objecten in de fysieke werkelijkheid zoals o.a. gebouwen, wegen, water, spoorlijnen, bomen, terreindelen en gemeentegrenzen. Er wordt nu gewerkt door het Ministerie aan een roadmap voor de vervolgstappen. Het betreft een intensief traject en zal de komende jaren verder ingevuld worden. De BAG, BGT en de WOZ gaan onderdeel uitmaken van de SOR. Ook zijn er belangrijke raakvlakken met de basisregistratie topografie (BRT) en het Nationaal Wegenbestand. Afvalstoffenheffing Diftar+ is ingegaan per 1 januari 2019. Dit heeft alles te maken met de VANG doelstelling opgelegd vanuit het Rijk. Deze doelstelling betekent een afname van het aantal kg's per inwoner per jaar. De VANG doelstelling 2020 (100 kg te verbranden restafval / per inwoner) is nog niet gehaald. Covid-19 en de daarvoor gestelde RIVM maatregelen zijn daar oorzaken van. Het (Rijks) Uitvoeringsprogramma VANG-HHA richt zich de komende tijd op een kwalitatief betere scheiding van het huishoudelijk afval.

55

Omgevingswet De Omgevingswet (beoogde inwerkingtredingdatum januari 2023) bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Omgevingswet staat voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Zodat het straks bijvoorbeeld makkelijker is om bouwprojecten te starten. Bij de implementatie van de Omgevingswet werkt het team BVI nauw samen met andere vakafdelingen. BVI draagt zorg voor de actualiteit, betrouwbaarheid en compleetheid van de gegevens in de basisregistraties BAG en BGT en stelt overige ruimtelijke Geo data beschikbaar die via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) wordt ontsloten. Daarnaast leveren de Adviseur Geo-informatie en de Gis-medewerker ieder vanuit hun een eigen rol een bijdrage in de projectgroep 'pilot Omgevingsplan gemeente Ooststellingwerf' en 'OWO Uitvoeringsprogramma Omgevingswet 2021-2024'. Legesverordening Er komt pas in de loop van Q4 2022 duidelijkheid over de invoeringsdatum van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Indien de wetgeving per 2023 wijzigt dient de legesverordening aangepast te worden om aan te sluiten op de nieuwe wetgeving.

Bestuurlijk is de ambitie uitgesproken om gelijktijdig met de wetswijziging in te zetten op harmonisatie van de legesverordeningen binnen de OWO gemeenten. Indien de wetgeving per 2023 niet wijzigt wordt de bestaande legesverordening waar nodig geactualiseerd. Vanwege de late besluitvorming omtrent de invoeringsdatum worden beide varianten voorbereid. Belastingsoorten Onroerendezaakbelasting (OZB) Benchmark: vergelijking gemeentelijke woonlasten per provincie. Vanaf 2020 is de macronorm OZB vervangen door deze benchmark. De benchmark beoogt, door middel van meer vergelijking, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. Dit kunnen gemeenten gebruiken bij hun keuzes over de ontwikkeling van de lokale lasten. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting (= eenmalige korting die sommige gemeenten geven). De benchmark moet het lokale debat over de keuzes voor ontwikkelingen, zoals stijging van de lasten, bevorderen. WOZ De WOZ waarden voor woningen worden vanaf 1 januari 2022 gebaseerd op de gebruiksoppervlakte van de woning, t/m 2021 was dat de inhoud. De Waarderingskamer heeft dit besloten.

Aangezien er landelijk verschillen zijn in methodiek heeft de Waarderingskamer besloten dat alle gemeenten hun woningbestanden moeten omzetten van inhoud naar oppervlakten. De Landelijke Voorziening WOZ is openbaar voor vele afnemers zoals notarissen, CBS etc. De afnemers gaan allemaal over op de gebruiksoppervlakte waardoor het niet overgaan op de oppervlakte problemen gaat geven bij de verplichte uitleveringen naar de afnemers. Afgelopen drie jaar is het woningbestand omgezet van inhoud naar oppervlakten. Rioolheffing In 2020 heeft u het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2020-2024 vastgesteld. Het plan is een voortzetting van het vorige GRP op gebied van beheer en onderhoud. Aangevuld met beleid over klimaatadaptatie en -mitigatie. Uitgangspunt bij het opstellen van het nieuwe GRP is dat de rioolheffing met niet meer dan de inflatiecorrectie stijgt. In het kostendekkingsplan behorende bij het GRP is weergegeven hoe de heffing zich ontwikkelt in de periode 2020-2024.

56

Leges De invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is een paar keer uitgesteld, maar staat vooralsnog gepland op 1 januari 2023. Hier komt pas in de loop van Q4 2022 duidelijkheid over. Gelijktijdig met het invoeren van de wet, moet ook de legesverordening worden aangepast om aan te sluiten op de nieuwe wetgeving. Bestuurlijk is de ambitie uitgesproken om zowel beleidsinhoudelijk als qua financiën (zoveel mogelijk) in te zetten op harmonisatie binnen de OWO gemeenten. Voor de bouwactiviteiten wijzigt er door de Wkb veel doordat voor bouwwerken in gevolgklasse I de vergunningsplicht voor het bouwtechnische deel vervalt en er daardoor ook legesinkomsten wegvallen. Tot op heden zitten er aanzienlijk verschillen in activiteiten en tarieven tussen de legesverordeningen van de OWO gemeenten, die door de afdeling OWO-VTH worden uitgevoerd (omgevingsvergunningen en APVgerelateerde onderwerpen). Indien de wetgeving per 2023 wijzigt, vindt besluitvorming omtrent een nieuwe geharmoniseerde legesverordening plaats bij het vaststellen van de legesverordeningen in december 2022. De onzekerheid omtrent de invoeringsdatum van de wetgeving, de nog te maken keuzes en onduidelijkheid omtrent de invulling van nieuwe taken maken het erg lastig om de legesopbrengsten voor de komende jaren te begroten.

We hebben dit ook als risico benoemd in paragraaf 2 weerstandsvermogen en risicobeheersing. Toeristenbelasting U heeft bij de programmabegroting 2020-2024 ingestemd met een verhoging van de toeristenbelasting naar € 1,40 per persoon per nacht in 2021. Vanaf 2022 bedraagt de toeristenbelasting € 1,50 per persoon per nacht. Aanvullend heeft u op 30 maart 2021 besloten dat er een afwijkend tarief geldt van € 1,10 per persoon per nacht voor kampeerboerderijen met tenminste 50 slaapplaatsen en voor kampeermiddelen op kampeerterreinen. Vanaf 2020 geldt voor kinderen tot en met de leeftijd van 4 jaren een vrijstelling voor de heffing toeristenbelasting. We zijn bezig met een onderzoek naar de forfaitaire berekening van standplaatsen op campings. Mogelijk leidt dit tot een voorstel voor wijziging van de verordening toeristenbelasting. Forensenbelasting Onder de naam ‘forensenbelasting’ heffen we een belasting van personen die (voor meer dan 90 dagen per jaar) een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet voor zichzelf en/of hun gezin beschikbaar houden. De belasting heffen we naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen (de WOZ-waarden). De belasting van caravans of chalets met een standplaats voor meerdere jaren wordt naar een vast bedrag geheven.

Bij de programmabegroting 2020-2023 heeft u besloten om de opbrengsten van de forensenbelasting vanaf 2020 tot en met 2023 jaarlijks te verhogen met € 15.000. Reclamebelasting en de Bedrijven Investeringszone (BIZ)  Reclamebelasting: Met de invoering van de BIZ (Bedrijven Investeringszone) is deze belasting komen te vervallen.  BIZ (Bedrijven Investeringszone): Op 20 oktober 2021 heeft u ingestemd met de verordening Bedrijveninvesteringszone Oosterwolde Centrum 2021 (BIZ). De opbrengsten van de BIZ worden als subsidie uitgekeerd aan de stichting BIZO. Met de stichting is een uitvoeringsovereenkomst gesloten waarin de activiteiten zijn opgenomen die zij met de subsidie gaan verwezenlijken. Afvalstoffenheffing Voor het ophalen en verwerken van afval vraagt de gemeente aan inwoners een vergoeding. Dit noemen we afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing bestaat uit een vast bedrag per woning (vastrecht), een bedrag voor het aantal keren dat afval wordt aangeboden en het aantal kilo's restafval (Diftar+). Het vastrecht moet altijd worden betaald, ook als er geen afval wordt aangeboden. Met ingang van 2021 wordt het vastrecht vermeld op de belastingaanslag met daarbij het aantal ledigingen over het hele voorafgaande jaar.

57

Kwijtschelding We voeren de kwijtschelding uit volgens de Uitvoeringsregeling van de Invorderingswet 1990. Als inkomenstoets voor de kwijtschelding wordt de 100% bijstandsnorm gehanteerd. Dit betekent dat, afgezien van vermogen cum annexis, aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Kwijtschelding geldt niet voor alle belastingsoorten alleen voor de afvalstoffenheffing vast deel (+ Diftar tot € 100) en rioolheffing (alleen gebruikersdeel). Sinds begin 2018 is er een versnelde en vereenvoudigde, geautomatiseerde toets vooraf (via het Inlichtingenbureau) om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. De kosten voor kwijtschelding worden uiteindelijk vertaald in het tarief voor rioolheffing en vastrecht van de afvalstoffenheffing. Het aantal aanvragen in 2022 is toegenomen door de lastenstijging en de verhoogde energielasten. We gaan onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om per belasting/heffing het kwijtscheldingsbeleid te verruimen. Inkomsten Lokale heffingen en leges x € 1.000 Lokale heffingen en leges

Rekening

Begroting

Begroting

MJB

MJB

MJB

2021

2022

2023

2024

2025

2026

lokale heffingen

10.593

9.030

9.494

9.467

9.505

9.505

leges

1.012

842

853

860

885

955

Totaal

11.605

9.872

10.347

10.327

10.391

10.460

Lokale heffingen x € 1.000 Lokale heffingen

Rekening

Begroting

Begroting

MJB

MJB

MJB

2021

2022

2023

2024

2025

2026

358

319

319

319

319

319

-

66

66

66

66

66

Reinigingsrechten en afvalstoffenheffing

2.444

2.630

2.923

2.896

2.933

2.933

Rioolheffing (gecombineerd)

2.556

2.826

2.894

2.893

2.894

2.894

Forensenbelasting

100

122

137

137

137

137

Precariobelasting

2.128

-

-

-

-

-

Onroerende zaakbelasting eigenaren

2.757

2.811

2.891

2.891

2.891

2.891

Onroerende zaakbelasting gebruikers

250

256

265

266

266

266

10.593

9.030

9.494

9.467

9.505

9.505

3.1 Thema Economische ontwikk. Toeristenbelasting Bedrijven investeringszone

3.3 Thema Milieu

6.3 Thema Financiën

Totaal Lokale heffingen

58

Leges x € 1.000 Leges

Rekening

Begroting

Begroting

MJB

MJB

MJB

2021

2022

2023

2024

2025

2026

52

27

27

27

27

27

41

30

30

30

30

30

Omgevingsvergunningen, baten

633

500

500

400

400

400

Burgerlijke stand / huwelijk

11

13

13

13

13

13

Burgerzakenleges

265

252

268

376

401

470

7

15

15

15

15

15

4

-

-

-

-

-

-

5

-

-

-

-

1.012

842

853

860

885

955

3.2 Thema Openbare ruimte Verharding

3.4 Thema Bouwen en wonen Bestemmingsplannen

6.2 Thema Dienstverlening

Overige leges

6.3 Thema Financiën IP Bedrijfsvoering algemeen

1.1 Thema Meedoen Overige voorzieningen WMO materieel

Totaal leges

Kostendekking Berekening van kostendekkendheid riolering en reiniging In onderstaande tabellen staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen riolering en reiniging. Het uitgangspunt bij deze heffingen is volledige kostendekking. Naast de baten en lasten verantwoord op het taakveld mogen we een aantal lasten toerekenen, waaronder overhead. De overhead is berekend als opslagpercentage over de directe salarislasten die op het taakveld verantwoord zijn. Daarbij is onderscheid gemaakt in een opslagpercentage voor de salarislasten van de buitendienst (61%) en van de binnendienst (80%). Een deel van de opbrengst van de reinigingsheffing wordt gerealiseerd door een onttrekking aan de egalisatiereserve (reserve lastenverlichting). De dotatie aan de rioleringsvoorziening voor de exploitatie is verwerkt in de lasten van het taakveld. Berekening van kostendekkendheid leges In onderstaande tabellen staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen leges. Hieruit blijkt dat per titel van de algemene legesverordening de heffingen onder de 100% kostendekkendheid blijven. Kostendekkendheid bij leges burgerzaken (titel 1) is niet haalbaar, kostendekkendheid bij leges omgevingsvergunningen (titel 2) fluctueert afhankelijk van de omvang van de bouwactiviteiten en de lage kostendekkendheid bij APV gerelateerde onderwerpen (titel 3) is een politieke keuze.

Bij de netto lasten zijn de directe personeelskosten en de materiële kosten opgenomen die samenhangen met het verstrekken van de dienstverlening. Bij directe kosten gaat het bijvoorbeeld om de uren van baliemedewerkers en van de uren van de medewerkers bij Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) en Ruimtelijke Ordening (RO). De basis voor de toerekening van deze kosten zijn de teamplannen en historische cijfers. Materiële kosten zijn bijvoorbeeld de kosten die samenhangen met bijvoorbeeld de afdracht aan het Rijk voor rijbewijzen en de afdracht aan het RDW voor rijbewijzen. We hanteren een opslag van 80% voor overhead over de directe loonkosten. De totale kostendekkendheid van de Algemene Legesverordening komt uit op 66%.

59

Toelichting overhead In de bijlage van de begroting is een overzicht met taakvelden opgenomen. Op de taakvelden verantwoorden we alle baten en lasten die direct betrekking hebben op het taakveld, waaronder salarislasten. De lasten die we niet direct aan de taakvelden kunnen toerekenen, zijn de overheadkosten. Overhead is 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'. Het gaat hier dan om onder andere personele kosten, huisvesting, ICT, etc. Omdat alle directe kosten al rechtstreeks zijn toegerekend aan de taakvelden, passen we een opslagpercentage toe voor overhead op salarislasten bij taakvelden waarvoor we kostendekkende tarieven mogen berekenen. Bijvoorbeeld afval, riolering en leges. x € 1.000 Berekening van kostendekkendheid

Begroting Rioolheffing

Begroting Reinigingsheffing

(taakveld 7.2)

(taakveld 7.3)

Lasten Lasten

2.155

3.015

Baten

-25

-644

2.130

2.371

Overhead

320

134

Kwijtschelding

51

90

Netto lasten taakveld

Toe te rekenen lasten

Rente Dubieuze debiteuren

-1 7

10

Slootonderhoud en straatreiniging

112

BTW

274

318

Totaal toe te rekenen lasten

764

551

Totale lasten

2.894

2.922

Opbrengst heffingen

-2.894

-2.922

Dekkingspercentage

100%

100%

60

x € 1.000 Berekening van kostendekkendheid

Begroting titel 1 Algemene Begroting titel 2 Fysieke leefomgeving/ Begroting titel 3 Dienstverlening vallend Totaal dienstverlening

omgevingsvergunningen

onder Europese dienstenrichtlijn

Lasten Lasten

333

448

33

Baten

0

0

0

333

448

33

814

Overhead

171

279

19

469

Totaal toe te rekenen

171

279

19

469

Totale lasten

504

727

52 1.283

Opbrengst heffingen

-308

-530

-15

-853

Dekkingspercentage

61%

73%

29%

66%

Netto lasten

814

Toe te rekenen lasten

lasten

61

Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf laat zien hoe solide onze begroting is en in hoeverre we financiële tegenvallers kunnen opvangen. Het gaat om de relatie tussen de (financiële) weerstandscapaciteit en alle risico’s die de gemeente loopt die niet zijn afgedekt door reserves, voorzieningen en verzekeringen. Door het vormen van een weerstandsvermogen hoeven we bij een financiële tegenvaller in de begrotingsuitvoering niet direct te anticiperen. Het weerstandsvermogen is op dit moment voldoende om de risico’s af te dekken. Conclusie weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit is per 1 januari 2023 € 20,514 miljoen. Dit bestaat uit de Algemene reserve van € 19,792 miljoen (exclusief het bodembedrag van € 3 miljoen) en de bestemmingsreserves van € 0,722 miljoen. Het totaal van de bestemmingsreserves is € 6,557 miljoen. Voor de weerstandscapaciteit halen we hier de reserve Sociaal Domein € 0,154 miljoen, de reserve Kapitaallasten € 2,432 miljoen en de Algemene reserve grondexploitatie € 3,249 miljoen vanaf. De benodigde weerstandscapaciteit is € 2,587 miljoen (zie overzicht bij kwantificeerbare risico's). Het weerstandsvermogen is ruim voldoende om de risico’s af te dekken. Naast de beschikbare weerstandscapaciteit van € 23,605 miljoen is er nog de algemene buffer van € 3 miljoen (als onderdeel van de Algemene reserve).

Deze beide gecombineerd maakt dat in relatie tot de omvang van de activiteiten er voldoende buffer aanwezig is voor het opvangen van de risico’s. Risico’s die zich regelmatig voordoen en die vrij goed meetbaar zijn, maken geen onderdeel uit van de risico’s binnen het weerstandsvermogen. Hiervoor zijn verzekeringen afgesloten of reserves en voorzieningen gevormd. We gaan op de volgende manier om met de risico’s rondom grondexploitatie, openeinderegelingen, verbonden partijen en decentralisaties: Grondexploitatie Hiervoor is de Algemene reserve grondexploitatie ingesteld. Deze reserve is bestemd voor het opvangen van verliezen (bijvoorbeeld van niet-kostendekkende complexen), planschadeclaims en verlaging van verkoopprijzen. We beoordelen ieder jaar opnieuw of de reserve toereikend is. Openeinderegelingen De belangrijkste openeinderegelingen zijn de regelingen Sociaal Domein en WWB. De risico’s binnen het Sociaal Domein (Wmo, jeugd en participatie) kunnen niet meer worden gedekt uit de reserve Sociaal Domein. Onder de tabel met risico’s staat een aparte toelichting hierover. Het risico in het kader van de WWB nemen we mee in de bepaling van de weerstandscapaciteit (risico nummer 1). Verbonden Partijen Jaarlijks beoordelen we de jaarrekeningen, begrotingen en tussentijdse rapportages van de verbonden partijen en leggen die aan u voor.

We nemen deel aan aandeelhoudersvergaderingen en bij de meeste verbonden partijen ook aan tussentijdse overleggen. Net als bij de grondexploitatie geldt dat er geen extra financiële buffer noodzakelijk is, omdat er geen risico’s zijn die een gevaar vormen voor de financiële positie. Als dit wel het geval is, nemen we dat risico mee in deze paragraaf. Dat beoordelen we ieder jaar opnieuw. Projecten De risico's bij projecten worden per project geïnventariseerd en maken onderdeel uit van het projectplan. Algemene beleidslijn Om het weerstandsvermogen te beoordelen zetten we de beschikbare weerstandscapaciteit af tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit is een optelsom van middelen die beschikbaar zijn om de gevolgen van risico's die niet begroot zijn te dekken. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit stellen we vast aan de hand van een risico-inventarisatie. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet. Daarnaast zijn de financiële gevolgen van deze risico’s zo veel mogelijk weergegeven.

62

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken. Het gaat dan vooral om de reservecapaciteit (algemene- en bestemmingsreserves), de onbenutte begrotingscapaciteit, de onbenutte investeringscapaciteit en de stille reserves. We bepalen de beschikbare weerstandscapaciteit aan de hand van de algemene reserve en bestemmingsreserve. We willen een beschikbare weerstandscapaciteit met minimaal de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit. Risicobeheersing Risicobeheersing is de manier waarop we risico’s beheersen, inclusief de processen en systemen waarmee we dat doen. Onze organisatie heeft tal van beheersmaatregelen getroffen om de doelstellingen in de programma's te realiseren. Er is een grote verscheidenheid aan maatregelen, die we als volgt indelen:  Juridische beheersmaatregelen (inkoopvoorwaarden, contractbepalingen, leveringsvoorwaarden, juridische kwaliteitszorg)  Financiële beheersmaatregelen (financial control, verzekeringen, bankgaranties, financieringsfunctie artikel 13 Financiële verordening)  Organisatorische beheersmaatregelen (AO/IC, procedures, 4-ogen-principe, audits)  Materiële beheersmaatregelen en informatiebeveiligingsbeheersmaatregelen (gemeentelijk informatiebeveiligingsplan).

Twee keer per jaar, als onderdeel van de P&C-cyclus, actualiseren we het overzicht met de belangrijkste risico’s. Dit doen we op basis van dossieronderzoek en interviews met management en medewerkers. Na identificatie van het risico brengen we de oorzaak en het gevolg van het risico in beeld. We kwantificeren ieder risico (als dat mogelijk is). En we maken een inschatting van de kans dat het risico zich voordoet, evenals het financiële gevolg. Dit resulteert in het risicoprofiel voor onze gemeente. Vervolgens inventariseren we voor elk risico de getroffen beheersmaatregelen. Bij de kwantificeerbare risico's staat een opsomming van de risico’s. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet, evenals de financiële gevolgen. Bij deze inschattingen gebruiken we onderstaande tabel: Categorie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=7dab68ac-57e1-4470-a163-27bcd4733541