Bijlage 1 - Programmabegroting 2022-2025
Tekst van het document
Begroting 2022
MJB 2023
MJB 2024
MJB 2025
Overige voorzieningen WMO materieel
-
5
5
5
5
5
Totaal 1.1 Thema Meedoen
-
5
5
5
5
5
Verharding
8
4
27
27
27
27
Totaal 3.2 Thema Openbare ruimte
8
4
27
27
27
27
Bestemmingsplannen
32
30
30
30
30
30
Totaal 3.4 Thema Bouwen en wonen
32
30
30
30
30
30
1.061
720
500
400
400
400
Burgerlijke stand / huwelijk
11
13
13
13
13
13
Burgerzakenleges
229
277
252
219
404
418
6
15
15
15
15
15
1.307
1.025
780
647
832
846
IP Huisvesting en werkplek
-
-
-
-
-
-
IP Bedrijfsvoering algemeen
2
-
-
-
-
-
Totaal 6.3 Thema Financiën
2
-
-
-
-
-
1.349
1.063
842
709
894
908
1.1 Thema Meedoen
3.2 Thema Openbare ruimte
3.4 Thema Bouwen en wonen
6.2 Thema Dienstverlening Omgevingsvergunningen, baten
Overige leges Totaal 6.2 Thema Dienstverlening
6.3 Thema Financiën
Totaal leges
66
Kostendekking Berekening van kostendekkendheid riolering en reiniging In onderstaande tabellen staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen riolering en reiniging. Het uitgangspunt bij deze heffingen is volledige kostendekking. Naast de baten en lasten verantwoord op het taakveld mogen we een aantal lasten toerekenen, waaronder overhead. De overhead is berekend als opslagpercentage over de directe salarislasten die op het taakveld verantwoord zijn. Daarbij is onderscheid gemaakt in een opslagpercentage voor de salarislasten van de buitendienst (57%) en van de binnendienst (79%). Een deel van de opbrengst van de reinigingsheffing wordt gerealiseerd door een onttrekking aan de egalisatiereserve (reserve lastenverlichting). De dotatie aan de rioleringsvoorziening voor de exploitatie is verwerkt in de lasten van het taakveld. Berekening van kostendekkendheid leges In onderstaande tabellen staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen leges. Hieruit blijkt dat per titel van de algemene legesverordening de heffingen onder de 100% kostendekkendheid blijven. Bij de netto lasten zijn de directe personeelskosten en de materiële kosten opgenomen die samenhangen met het verstrekken van de dienstverlening.
Bij directe kosten gaat het bijvoorbeeld om de uren van baliemedewerkers en van de uren van de medewerkers bij Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) en Ruimtelijke Ordening (RO). De basis voor de toerekening van deze kosten zijn de teamplannen en historische cijfers. Materiële kosten zijn bijvoorbeeld de kosten die samenhangen met bijvoorbeeld de afdracht aan het Rijk voor rijbewijzen en de afdracht aan het RDW voor rijbewijzen. We hanteren een opslag van 79% voor overhead over de directe loonkosten. De totale kostendekkendheid van de Algemene Legesverordening komt uit op 71%. Toelichting overhead In de bijlage van de begroting is een overzicht met taakvelden opgenomen. Op de taakvelden verantwoorden we alle baten en lasten die direct betrekking hebben op het taakveld, waaronder salarislasten. De lasten die we niet direct aan de taakvelden kunnen toerekenen, zijn de overheadkosten. Overhead is 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'. Het gaat hier dan om onder andere personele kosten, huisvesting, ICT, etc. Omdat alle directe kosten al rechtstreeks zijn toegerekend aan de taakvelden, passen we een opslagpercentage toe voor overhead voor taakvelden waarvoor we kostendekkende tarieven mogen berekenen. Bijvoorbeeld afval, riolering en leges. bedragen x € 1.000 Berekening van kostendekkendheid
Begroting Rioolheffing
Begroting Reinigingsheffing
(taakveld 7.2)
(taakveld 7.3)
Lasten Lasten
2.112
2.874
Baten
-57
-617
2.055
2.257
Overhead
296
111
Kwijtschelding
49
90
Netto lasten taakveld
Toe te rekenen lasten
Rente
-1
Dubieuze debiteuren
7
Watergangen
25
Slootonderhoud en straatreiniging
115
10
67
BTW
279
163
Totaal toe te rekenen lasten
771
373
Totale lasten
2.826
2.630
Opbrengst heffingen
-2.826
-2.630
Dekkingspercentage
100%
100%
bedragen x € 1.000 Berekening van kostendekkendheid
Begroting titel 1 Algemene dienstverlening
Begroting titel 2 Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningen
Begroting titel 3 Dienstverlening Totaal vallend onder Europese dienstenrichtlijn
Lasten Lasten
325
393
41
Baten
0
0
0
325
393
41
759
Overhead
162
242
24
428
Totaal toe te rekenen lasten
162
242
24
428
Totale lasten
487
635
65 1.187
Opbrengst heffingen
-297
-530
-15
-842
Dekkingspercentage
61%
83%
23%
71%
Netto lasten
759
Toe te rekenen lasten
68
Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf laat zien hoe solide onze begroting is en in hoeverre we financiële tegenvallers kunnen opvangen. Het gaat om de relatie tussen de (financiële) weerstandscapaciteit en alle risico’s die de gemeente loopt die niet zijn afgedekt door reserves, voorzieningen en verzekeringen. Door het vormen van een weerstandsvermogen hoeven we bij een financiële tegenvaller in de begrotingsuitvoering niet direct te anticiperen. Het weerstandsvermogen is op dit moment voldoende om de risico’s af te dekken. Conclusie weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit is per 1 januari 2022 € 21,009 miljoen. Dit bestaat uit de Algemene reserve van € 18,335 miljoen (exclusief het bodembedrag van € 3 miljoen) en de bestemmingsreserves van € 2,674 miljoen. Het totaal van de bestemmingsreserves is € 6,065 miljoen. Voor de weerstandscapaciteit halen we hier de reserve Sociaal Domein € 0,175 miljoen, de reserve Kapitaallasten € 1,009 miljoen en de Algemene reserve grondexploitatie € 2,207 miljoen vanaf. De benodigde weerstandscapaciteit is € 3,068 miljoen (zie overzicht bij kwantificeerbare risico's). Het weerstandsvermogen is voldoende om de risico’s af te dekken.
Naast de beschikbare weerstandscapaciteit van € 21,009 miljoen is er nog de algemene buffer van € 3 miljoen (als onderdeel van de Algemene reserve). Deze beide gecombineerd maakt dat in relatie tot de omvang van de activiteiten er voldoende buffer aanwezig is voor het opvangen van de risico’s. Risico’s die zich regelmatig voordoen en die vrij goed meetbaar zijn, maken geen onderdeel uit van de risico’s binnen het weerstandsvermogen. Hiervoor zijn verzekeringen afgesloten of reserves en voorzieningen gevormd. We gaan op de volgende manier om met de risico’s rondom grondexploitatie, openeinderegelingen, verbonden partijen en decentralisaties: Grondexploitatie Hiervoor is de Algemene reserve grondexploitatie ingesteld. Deze reserve is bestemd voor het opvangen van verliezen (bijvoorbeeld van niet-kostendekkende complexen), planschadeclaims en verlaging van verkoopprijzen. We beoordelen ieder jaar opnieuw of de reserve toereikend is. Openeinderegelingen De belangrijkste openeinderegelingen zijn de regelingen Sociaal Domein en WWB. De risico’s binnen het Sociaal Domein (Wmo, jeugd en participatie) kunnen niet meer worden gedekt uit de reserve Sociaal Domein. Onder de tabel met risico’s staat een aparte toelichting hierover. Het risico in het kader van de WWB nemen we mee in de bepaling van de weerstandscapaciteit (risico nummer 1).
Verbonden Partijen Jaarlijks beoordelen we de jaarrekeningen, begrotingen en tussentijdse rapportages van de verbonden partijen en leggen die aan u voor. We nemen deel aan aandeelhoudersvergaderingen en bij de meeste verbonden partijen ook aan tussentijdse overleggen. Net als bij de grondexploitatie geldt dat er geen extra financiële buffer noodzakelijk is, omdat er geen risico’s zijn die een gevaar vormen voor de financiële positie. Als dit wel het geval is, nemen we dat risico mee in deze paragraaf. Dat beoordelen we ieder jaar opnieuw. Projecten De risico's bij projecten worden per project geïnventariseerd en maken onderdeel uit van het projectplan.
69
Algemene beleidslijn Om het weerstandsvermogen te beoordelen zetten we de beschikbare weerstandscapaciteit af tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit is een optelsom van middelen die beschikbaar zijn om de gevolgen van risico's die niet begroot zijn te dekken. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit stellen we vast aan de hand van een risico-inventarisatie. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet. Daarnaast zijn de financiële gevolgen van deze risico’s zo veel mogelijk weergegeven. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken. Het gaat dan vooral om de reservecapaciteit (algemene- en bestemmingsreserves), de onbenutte begrotingscapaciteit, de onbenutte investeringscapaciteit en de stille reserves. We bepalen de beschikbare weerstandscapaciteit aan de hand van de algemene reserve en bestemmingsreserve. We willen een beschikbare weerstandscapaciteit met minimaal de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit. Risicobeheersing Risicobeheersing is de manier waarop we risico’s beheersen, inclusief de processen en systemen waarmee we dat doen.
Onze organisatie heeft tal van beheersmaatregelen getroffen om de doelstellingen in de programma's te realiseren. Er is een grote verscheidenheid aan maatregelen, die we als volgt indelen: Juridische beheersmaatregelen (inkoopvoorwaarden, contractbepalingen, leveringsvoorwaarden, juridische kwaliteitszorg); Financiële beheersmaatregelen (financial control, verzekeringen, bankgaranties, financieringsfunctie artikel 13 Financiële verordening); Organisatorische beheersmaatregelen (AO/IC, procedures, 4-ogen-principe, audits); Materiële beheersmaatregelen en informatiebeveiligingsbeheersmaatregelen (gemeentelijk informatiebeveiligingsplan). Twee keer per jaar, als onderdeel van de P&C-cyclus, actualiseren we het overzicht met de belangrijkste risico’s. Dit doen we op basis van dossieronderzoek en interviews met management en medewerkers. Na identificatie van het risico brengen we de oorzaak en het gevolg van het risico in beeld. We kwantificeren ieder risico (als dat mogelijk is). En we maken een inschatting van de kans dat het risico zich voordoet, evenals het financiële gevolg. Dit resulteert in het risicoprofiel voor onze gemeente. Vervolgens inventariseren we voor elk risico de getroffen beheersmaatregelen. Bij de kwantificeerbare risico's staat een opsomming van de risico’s.
Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet, evenals de financiële gevolgen. Bij deze inschattingen gebruiken we onderstaande tabel: Categorie
Kans op voorkomen
Kwantitatief
Financieel gevolg
1.
< of 1 keer per 10 jaar
10%
Geen geld gevolgen
2.
1 keer per 5-10 jaar
30%
< € 25.000
3.
1 keer per 2-5 jaar
50%
> € 25.000 - € 100.000
4.
1 keer per 1-2 jaar
70%
> € 100.000 - € 500.000
5.
1 keer per jaar of meerdere keren per jaar
90%
> € 500.000
70
Kwantificeerbare risico's De benodigde weerstandscapaciteit is ten opzichte van de Jaarstukken 2020 € 2.050.000 hoger. Dit komt voornamelijk door de volgende oorzaken: Risico 1b 'WWB budgetten I-deel budgetten' is aangepast (+ € 68.000) Risico 1c 'Rijksmiddel jeugd structureel geraamd' is aangepast (+€ 705.000) Risico 7 'herverdeling gemeentefonds' betreft een nieuw risico en is toegevoegd (+ € 700.000) Risico 17 'Verhoging afschrijvingen van 50% naar 60% van de WOZ waarde' betreft een nieuw risico en is toegevoegd (+ € 581.731) Er is geen risico eikenprocessierups meer opgenomen in het weerstandsvermogen omdat er voor de jaren 2022 tot en met 2024 incidenteel geld is opgenomen. Nr. Risico en beheersmaatregel 1a. Risico: vangnet-uitkering wordt niet toegekend
Kans op voorkomen risico
Financieel gevolg
Benodigde weerstands-capaciteit
-
-
-
Toelichting risico: Het risico is dat we niet voldoen aan de voorwaarden waardoor we geen vangnetuitkering ontvangen. Voor 2022 is dit risico nihil omdat we verwachten dat we geen aanspraak op de vangnetuitkering behoeven te doen. 1b. Risico: afwijking op WWB I-deel budgetten, waardoor beroep op algemene middelen onvermijdelijk is
2
4
€ 184.392
Toelichting risico: Bij een tekort van 10% van het WWB I-deel budget moeten wij 7,5% betalen uit eigen middelen. In de begroting is al rekening gehouden met een tekort van 3,2%. Het risico gaat over het resterende mogelijke tekort. Beheersmaatregel: Eén keer per maand ontvangen we managementcijfers met de stand van zaken. Hierdoor kan op financieel gebied bijgestuurd worden. Ook zijn er procesmaatregelen aan de poort en ten aanzien van uitstroom. Beïnvloeding van klantaantallen is niet of zeer marginaal mogelijk. 1c. Risico: Rijksmiddelen voor jeugdhulp structureel geraamd
3
5
€ 846.000
Toelichting risico: We hebben in 2022 extra middelen van het Rijk voor de jeugdhulp ontvangen. Over de jaren vanaf 2023 zijn nog geen afspraken gemaakt, daar gaat een nieuw kabinet over. Omdat gemeenten wel graag willen weten hoeveel ze in de meerjarenraming kunnen opnemen hebben het Rijk, de VNG en de provinciaal toezichthouders onderling afgesproken dat 75% structureel geraamd mag worden van de bedragen waar de arbitragecommissie van uit gaat. Wij hebben deze bate structureel verwerkt in de begroting. Vanaf 2023 geldt hierdoor een risico, omdat de er nog geen besluitvorming over is. Het bedrag dat we in 2023 hebben opgenomen is € 1.242.000. Daarnaast hadden we bij de begroting 2020 al een bate van € 450.000 structureel verwerkt. Het totale risico komt daarmee op € 1.692.000. Beheersmaatregel: Dit is meegenomen als risico in het heroverwegingsprocse 1d. Risico: extra lasten door toename jongeren met zorgbehoefte obv invoering woonplaatsbeginsel.
5
-
PM
Toelichting risico: Per 1 januari 2022 wordt het nieuwe woonplaatsbeginsel Jeugdwet van kracht. Het nieuwe woonplaatsbeginsel kent als woonplaats van een jeugdige de gemeente waar de jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan de zorg met verblijf. Voor ambulante zorg is dat dus de gemeente waar de jeugdige staat ingeschreven. Dit moet leiden tot meer duidelijkheid en lagere uitvoeringslasten. Daarnaast sluit het nieuwe woonplaatsbeginsel beter aan bij de uitgangspunten van de Jeugdwet. De oorspronkelijke gemeente blijft verantwoordelijk voor een jeugdige waardoor die gemeente gestimuleerd wordt om te investeren in preventie. Beheersmaatregel: De (financiele) gevolgen hiervan zijn nog niet bekend, daarom wordt dit punt vooralsnog als PM aangemerkt. 1d. Risico: Bijstelling Algemene uitkering gemeentefonds (au)
5
4
€ 480.000
Toelichting risico: De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven, de zogenaamde “trap op, trap af systematiek”. Als na afloop van een jaar blijkt dat de rijksuitgaven lager zijn dan gepland, wordt de algemene uitkering naar beneden aangepast. Dit vertaalt zich in een aanpassing van het accres. We nemen 1% van de algemene uitkering op als benodigd weerstandsvermogen. Beheersmaatregel: Drie keer per jaar verschijnt er een circulaire. Deze circulaires beoordelen we en rekenen we door. 1e. Risico: extra lasten door invoering WMO abonnementstarief
3
-
PM
71
Toelichting risico: De invoering van het abonnementstarief leidt aantoonbaar tot een aanzuigende werking op Wmo-ondersteuning, vooral huishoudelijke hulp. Toch weigert het kabinet gemeenten volledig te compenseren voor de extra kosten. Gemeenten moeten volledig worden gecompenseerd voor de effecten van de invoering van het abonnementstarief. Niet volledig compenseren zal er aan bijdragen dat gemeenten, gezien de grote tekorten in het sociaal domein, verder moeten bezuinigingen en zij de Wmo niet kunnen blijven uitvoeren zoals beoogd. Beheersmaatregel: Er wordt al scherp gekeken naar de uitvoeringskosten op dit vlak. Daarbij is de gemeente afhankelijk van de VNG, die onderhandelt over aanpassing van de zogenaamde 'openeinderegeling'. De (financiele) gevolgen hiervan zijn nog niet bekend, daarom wordt dit punt vooralsnog als PM aangemerkt. 2. Risico: terugbetaling verstrekte geldleningen
1
2
€ 6.000
Toelichting risico: Er zijn leningen verstrekt aan instellingen op het terrein van volkshuisvesting, veiligheid, sport en dorpshuizen. Het is niet in alle gevallen duidelijk of er voldoende opstallen, installaties e.d. aanwezig zijn, om in geval van het uitblijven van betaling de restandschuld te voldoen. Beheersmaatregel: bij eventuele achterstanden in aflossingen ondernemen we meteen actie. 3. Risico: garanties woningbouwcorporaties
1
3
€ 50.000
Toelichting risico: het waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft de bestaande directe risico’s op geldleningen overgenomen. De gemeente kan op basis van de ‘achtervangregeling’ worden aangesproken. Beheersmaatregel: Het door het Waarborgfonds verstrekte overzicht wordt beoordeeld en daarnaast wordt bij een individuele aanvraag de situatie beoordeeld. Per 1 augustus 2022 komt het 'meetekenen' met nieuwe leningen te vervallen en wijzigt de wijze van berekening van de achtervangpositie op nieuwe leningen. De impact hiervan op het risico voor de gemeente is zeer beperkt. 4. Risico: National Hypotheek Garantie
1
2
€ 19.000
Toelichting risico: vanaf 2011 heeft het Rijk de achtervang voor alle nieuwe hypotheekgaranties op zich genomen. De gemeente blijft echter wel garant staan voor de vóór 1 januari 2011 verleende garanties. Beheersmaatregel: we beoordelen het jaarlijks verstrekte overzicht van hypotheekgaranties. 5. Risico: overige garanties
1
3
€ 50.000
Toelichting risico: er zijn garanties verleend aan instellingen op het terrein van gezondheid, volkshuisvesting en onderwijs. Beheersmaatregel: we beoordelen het overzicht garanties. 6. Leegstand in M.F.A.’s in eigendom van de gemeente met overwegend een onderwijsfunctie
5
3
€ 90.000
Toelichting risico: Per 1 januari 2020 heeft de gemeente het beheer & de exploitatie van MFS Waskemeer overgenomen van de Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Waskemeer; de Stichting is opgeheven. Naar verwachting zal per 2022 de leegstand grotendeels zijn opgevuld. MFA Haulerwijk (= de Samensprong) heeft een groot normatief overschot aan bruto vloeroppervlak c.q. leegstand wat gedeeltelijk is opgevuld door het inhuizen van kinderopvang. Desondanks is de accommodatie niet meer kostendekkend te exploiteren door de Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Haulerwijk. De Stichting zal het beheer & de exploitatie in 2022 teruggeven aan de gemeente of het structurele tekort wordt door de gemeente gedekt. MFA Oosterwolde Zuid heeft ook een normatief overschot aan bruto vloeroppervlak wat een aantal is gebruik door één van de vaste gebruikers, maar dat houdt in 2022 op. Ook de Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Oosterwolde Zuid is niet meer in staat de accommodatie kostendekkend te exploiteren. De Stichting zal het beheer & de exploitatie in 2022 teruggeven aan de gemeente of het structurele tekort wordt door de gemeente gedekt. Beheersmaatregel: De notitie Platteland aanzet en de daaraan voorliggende Structuurvisie worden in 2021 vervangen door de Omgevingsvisie. 7. Risico: minder middelen vanuit het gemeentefonds
1
5
€ 700.000
Toelichting risico: De invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds staat gepland voor 2023. Het risico bestaat dat door de herverdeling wij minder middelen ontvangen vanuit het gemeentefonds. Beheersmaatregel: Geen. Op basis van de laatste informatie wordt het nadeel voor onze gemeente €28 per inwoner, dus in totaal
72
€700K. 8. Risico: diverse gerechtelijke procedures
4
3
€ 61.423
Toelichting risico: op basis van de huidige stand van zaken lopende procedures en/of te verwachten claims/procedures is een inschatting gemaakt. Beheersmaatregel: juridische kwaliteitszorg en inhuur van externe juristen bij lopende procedures en/of te verwachten claims. 9. Risico: veiligheidsmaatregelen politieke ambtsdragers
2
-
PM
Toelichting risico: in rechtspositionele besluiten is uitdrukkelijk bepaald dat het betreffende bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de bekostiging van voorzieningen ten behoeve van de politieke ambtsdrager, welke in het Stelsel bewaken en beveiligen worden aangemerkt als werkgeverskosten. In deze lijn past dat beveiliging op het werk maar ook daarbuiten voor zover die een werkgeverszorg is, voor rekening komt van de gemeente en door de gemeente geregeld wordt. 10. Risico: invoering omgevingswet
5
3
PM
Toelichting risico: Invoering van de Omgevingswet brengt (veel) onzekerheden met zich mee aangaande de implementatie hiervan. Dit kan leiden tot aanvullende investeringen om kosten te dekken. Risico: het vast te stellen krediet blijkt onvoldoende, er is aanvullend krediet nodig. Beheersmaatregel: implementatie wordt jaarlijks gemonitord. Indien de verwachting is dat een aanvulling nodig is zal de raad hierover worden geïnformeerd en of een aanvullend krediet worden aangevraagd. 11. Risico: SPUK
3
2
PM
Toelichting risico: In 2019 is de SPUK regeling in werking getreden waarbij middels een jaarlijkse SiSa verantwoording van BTW plaatsvindt. Dit bedrag is gemaximeerd waardoor het risico aanwezig is dat de daadwerkelijke vaststelling lager kan zijn dan de aanvraag. Daarnaast vindt er overleg met de belastingdienst plaats voor verrekening van BTW voor een aantal afspraken met derden. Uitkomsten kunnen van invloed zijn op BTW verrekening. 12. Risico: Fraude
5
3
PM
Toelichting risico: het risico dat de gemeente financiele schade loopt door onrechtmatige handelingen door medewerkers op het gebied van fraude, corruptie, bedreiging en beïnvloeding Beheersmaatregel: Er wordt vanaf 2019 periodiek een fraude risico-analyse uitgevoerd door IC. Daarbij komen de risico's jaarlijks aanbod in een separate besrpeking met het MT. Daarbij worden zowel interne risico's (functiescheiding e.d.) als externe risico's (cybercrime, ransomware e.d.) besproken 13. Risico: Informatiebeveiliging risico datalekken
5
2
PM
Toelichting risico: het risico dat de gemeente financiele schade loopt door datalekken, cybercrime e.d. Beheersmaatregel: Er is een informatieveiligheids- en privacy beleid opgesteld. Alle (nieuwe) medewerkers volgen een e-learning privacy en informatieveiligheid. Daarbij zijn beheersmaatregelen verwerkt in processen en systemen. 14. Risico: Verbonden partijen
PM
Toelichting risico: Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO en de Veiligheidsregio Fryslân (VRF). Deze samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor de 18 Friese gemeenten. De invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend is (zeer) beperkt. Beheersmaatregel: De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken. Ook in de overige samenwerkingsverbanden zien we dat gemeenten elkaar steeds beter vinden, maar dat er lang niet altijd een eensluidende visie is binnen de 18 Friese gemeenten. Daarbij is de gemeente altijd vertegenwoordigd in de gezamenlijke overleggen. Verder is onze gemeente sinds kort betrokken bij het controllers overleg voor Friese gemeentes inzake verbonden partijen. Gezamenlijk optrekken t.a.v. verbonden partijen heeft als voordeel om gezamenlijk vanuit hetzelfde afwegingskader de acteren richting de verbonden partij. Mogelijke beheersing van risico’s van verbonden partijen is kansrijker als dit namens alle/meer deelnemers worden gedaan. Daarnaast is het ook efficiënter. Zowel voor de gemeente als voor de verbonden partij. Vooralsnog is de financiele impact lastig in te schatten, dus voor nu op PM gezet. 15. Risico: OWO bedrijfsvoering
PM
73
Toelichting risico: het risico bestaat dat er vanuit de samenwerking extra lasten naar voren komen die of onvermijdelijk zijn, danwel grote voorkeur genieten van 2 van de 3 gemeentes. Beheersmaatregel: Er is structureel overleg en tot op heden is er nog geen sprake van 2 tegen 1 besluiten. De financiële impact is lastig op geld te zetten, daarom op PM gezet. 16. Risico: Verhoging afschrijvingen van 50 naar 60% van de WOZ waarde
1
5
€ 581.731
Toelichting risico:Bij de heroverwegingen in 2021 is besloten om miv 2022 de bedrijfsgebouwen ipv 50%, af te schrijven tot 60% van de WOZ-waarde. Risico: Als het bedrijfsgebouw niet meer de maatschappelijke functie vervult is er het risico dat de resterende boekwaarde hoger is dan de eventuele verkoop c.q. vervanging. Beheersmaatregel: Dit risico is (deels) op te vangen door het treffen van een voorziening. Daarbij ligt het percentage in lijn met het percentage van de WOZ bij verkopen de laatste jaren (59%). De kans dat dit de komende jaren fors verslechterd is beperkt. TOTAAL
€ 3.068.546
Overige ontwikkelingen Sociaal Domein Binnen het Sociaal Domein zijn diverse risico’s, hieronder staan de belangrijkste risico’s. In 2022 wordt een wijziging op de Jeugdwet van kracht betreffende het woonplaatsbeginsel. Op dit moment vallen jeugdigen, waarvoor geldt dat zij onder voogdij zijn gesteld of ouder zijn dan 18 jaar én in een jeugdhulpinstelling of pleeggezin verblijven, financieel onder de gemeente waar de jeugdige verblijft. Na de wetswijziging vallen deze jeugdigen financieel onder de gemeente waar zij woonden voordat zij verhuisden naar een jeugdhulpinstelling of pleeggezin. Dit zou kunnen leiden tot meerkosten voor onze gemeente, maar het verdeelmodel van de jeugdhulpgelden wordt ook aangepast. Hoeveel kinderen uit onze gemeente dit betreft, is bij ons nog niet bekend. Het ministerie zal in eind 2021 inzicht verschaffen in de financiële effecten van de wetswijziging. Ingeschat risico: PM Het Rijk heeft samen met gemeenten een traject gestart om de verdeelsystematiek van het Sociaal Domein aan te passen. Dit heeft gevolgen voor de verdeling per 2022. Ingeschat risico: PM Het werkelijke inzicht in de lasten voor met name regionale Jeugdhulp is nog niet goed in beeld. Wij zijn als gemeente afhankelijk van derden van wie we de afrekeningen ontvangen. Ingeschat risico: PM Per 2019 is het abonnementstarief Wmo ingevoerd.
Iedereen die een eigen bijdrage in de Wmo betaalt, gaat een vast maandbedrag van € 19 betalen (2020). Het risico is dat dit tarief een aanzuigende werking gaat hebben op de zorgvraag. Ingeschat risico: PM Coronacrisis Deze Programmabegroting is opgesteld op basis van bestaand beleid. Dat betekent dat de (structurele) gevolgen van de Coronacrisis niet financieel zijn verwerkt. Het is op dit moment nog niet goed in te schatten of en wat de gevolgen voor 2022 zullen zijn. De gevolgen van de crisis hebben we waar mogelijk bij het heroverwegingsproces betrokken. Er zullen effecten zijn die pas later zichtbaar worden. Als het Rijk door de Coronacrisis moet bezuinigen, zal dit effect hebben op de omvang van het gemeentefonds en daarmee op de hoogte van de algemene uitkering die wij ontvangen.
74
Herverdeling gemeentefonds Onze belangrijkste bron van inkomsten is het gemeentefonds. In de afgelopen jaren is gebleken dat sommige gemeenten te weinig geld uit het gemeentefonds ontvangen in relatie tot hun lasten. Vanuit het Rijk is besloten om te onderzoeken hoe de gegroeide scheefheid van de afgelopen decennia weer recht te trekken is, en vanaf 2022 een herverdeling in te voeren. Dat de kleine gemeenten te maken krijgen met een nadeel is wel duidelijk. Op dit moment weten we niet waarmee we rekening moeten houden. Gemeentefondsspecialisten schatten in dat het wel minimaal 28 euro per inwoner is. Voor Ooststellingwerf zou dit uitkomen op € 700.000. Het is overigens wel gebruikelijk dat er een overgangstermijn (in het verleden was dat drie jaar) wordt afgesproken, zodat gemeenten dan de tijd hebben om de tegenvaller op te vangen. Financiële kengetallen en gep rognosticeerde balans Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen ons helpen bij de beoordeling van de financiële positie van onze gemeente. De kengetallen geven informatie over hoeveel (financiële) ruimte onze gemeente heeft om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Ook geeft het mogelijkheden om onze gemeente te vergelijken met andere gemeenten.
Er is ook een geprognosticeerde balans opgenomen in de begroting. De kengetallen komen voort uit deze balans.
Kengetallen
Rekening
Begroting
Begroting
MJB
MJB
MJB
2020
2021
2022
2022
2023
2024
Netto schuldquote
34%
46%
47%
50%
48%
48%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
28%
50%
42%
45%
42%
42%
Solvabiliteitsratio
36%
27%
32%
31%
32%
33%
Structurele exploitatieruimte
3%
0%
2%
2%
2%
3%
Grondexploitatie
3%
4%
6%
8%
8%
8%
Belastingcapaciteit
91%
91%
84%
84%
84%
84%
EMU saldo (bedrag x € 1.000)
-836
-1.799
4.928
-735
1.721
63
75
Beoordeling onderlinge verhouding kengetallen in relatie tot de financiële positie Het is niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen moeten we altijd in samenhang bekijken. Ze geven alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld van de financiële positie van onze gemeente. Op basis van de kengetallen concluderen we dat de financiële positie van onze gemeente goed is. Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote is de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en afgezet tegen de totale baten. We geven de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer. Zo brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Normaal bevindt de netto schuldquote van een gemeente zich tussen de 0% en 100%. Voor een gemeente geldt dat als de netto schuldquote uitkomt boven de 130% er sprake is van een zeer hoge schuld. Boven de 100% blijft er weinig leencapaciteit over om de gevolgen van financiële tegenvallers (door bijvoorbeeld een economische recessie) op te vangen. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.
Het is het eigen vermogen (de reserves) als percentage van het balanstotaal. Een solvabiliteit tussen de 20% en 50% voor gemeenten is gemiddeld. Hoe hoger het solvabiliteitsratio, hoe hoger de weerbaarheid van de gemeente. Uit de tabel blijkt dat onze solvabiliteit gemiddeld is. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten (exclusief mutaties reserves). Hoe lager het kengetal, hoe lager de grondpositie ten opzichte van de totale geraamde baten. De grondexploitatie kan een behoorlijke invloed hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is belangrijk, deze moeten we weer terugverdienen bij de verkoop. Ieder jaar beoordelen we of de gronden tegen een actuele waarde op de balans staan. Het kengetal van 6% ligt ruim onder de signaleringswaarde van 20% en geeft aan dat het risico voor ons niet hoog is. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoeverre we een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kunnen opvangen en of er ruimte is voor nieuw beleid.
De gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) voor een gezin worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Na de algemene uitkering uit het Gemeentefonds zijn de belastinginkomsten de belangrijkste inkomsten voor een gemeente. Het Centrum van Onderzoek van de Lagere Overheden (Coelo) publiceert jaarlijks de Atlas van de lokale lasten. Deze publicatie is de basis voor de berekening van dit kengetal. De woonlasten in onze gemeente zijn lager dan het landelijk gemiddelde. Het kengetal van 84% geeft aan dat er ruimte is om financiële tegenvallers op te vangen door het verhogen van de woonlasten. Economische en Monetaire Unie (EMU)-saldo De EMU-systematiek (kosten en opbrengsten) die het Rijk hanteert werkt anders dan het baten-lastenstelsel dat we (als decentrale overheid) hanteren. Investeringen en uitgaven bijvoorbeeld die we dekken uit reserves tellen wel door in het EMU-saldo, maar hebben geen gevolg voor de uitkomst in het baten-lastenstelsel. Dus bij een sluitende begroting kan het EMU-saldo negatief zijn. Tussen het Rijk en de decentrale overheden zijn afspraken gemaakt voor de beheersing van het EMU-saldo. Het tekort voor de decentrale overheid mag niet hoger uitkomen dan 0,4% van het bruto binnenlands product. Ons EMU-saldo voor 2022 is positief, er is sprake van een vorderingsoverschot.
76
Geprognosticeerde balans De geprognosticeerde balans biedt inzicht op hoofdlijnen van de effecten van de verwachte financiële ontwikkeling van de gemeente voor de komende jaren. De balans is opgesteld op basis van bestaand beleid. Bedragen x € 1.000 Activa
31 dec 2020
31 dec 2021
31 dec 2022
31 dec 2023
31 dec 2024
31 dec 2025
Immateriele Vaste Activa
1.473
1.431
1.389
1.347
1.305
1.263
Materiele Vaste activa
60.690
63.792
63.222
61.499
59.360
59.522
Financiele vaste activa
18.667
4.868
4.793
4.698
4.331
4.252
Totaal Vaste activa
80.830
70.091
69.404
67.544
64.996
65.037
Voorraden
2.749
2.649
4.283
5.817
5.891
5.970
Vordering
4.406
7.664
4.406
4.406
4.406
4.406
Liquide middelen
476
498
476
476
476
476
Overlopende activa
1.530
956
1.530
1.530
1.530
1.530
Totaal Vlottende activa
9.161
11.767
10.695
12.229
12.303
12.382
Totaal Activa
89.991
81.858
80.099
79.773
77.299
77.419
Passiva
31 dec 2020
31 dec 2021
31 dec 2022
31 dec 2023
31 dec 2024
31 dec 2025
Eigen vermogen
32.074
22.177
25.810
24.860
24.786
25.258
Voorzieningen
10.827
8.985
11.302
11.286
10.974
10.764
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer
38.874
30.107
34.037
34.667
33.794
30.720
Totaal Vaste passiva
81.775
61.269
71.149
70.813
69.554
66.742
Vaste schulden met een rentetypische looptijd tot 1 jaar of korter
1.171
18.564
1.906
1.916
701
3.633
Overlopende passiva
7.044
2.026
7.044
7.044
7.044
7.044
Totaal Vlottende passiva
8.215
20.590
8.950
8.960
7.745
10.677
Totaal Passiva
89.990
81.859
80.099
79.773
77.299
77.419
Vaste Activa
Vlottende activa
Vaste passiva
Vlottende passiva
77
Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor investeringen nodig zijn. Het gaat om zaken die daarna regelmatig onderhoud vergen. Bijvoorbeeld wegen, gebouwen, riolering en groen. Het onderhoud van kapitaalgoederen is van groot belang voor een goede kwalitatieve instandhouding van het openbare voorzieningenniveau. Dit onder meer op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. In deze paragraaf gaan we per kapitaalgoed in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties. Financiële consequenties bedragen x € 1.000 Onderhoud kapitaalgoederen
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
MJB 2023
MJB 2024
MJB 2025
- 1.460
- 1.352
- 1.198
- 980
- 1.001
- 999
Bruggen en oevervoorzieningen
- 68
- 63
- 63
- 63
- 63
- 63
Openbaar Groen
- 662
- 562
- 623
- 632
- 657
- 561
Rioleringen
- 1.542
- 1.437
- 1.601
- 1.606
- 1.606
- 1.576
Rioolheffing
2.703
2.505
2.765
2.765
2.764
2.765
Verhardingen
- 977
- 2.680
- 3.317
- 1.356
- 1.355
- 1.353
Verkeersvoorzieningen
- 225
- 253
- 255
- 272
- 272
- 272
Automatisering
- 1.154
- 1.154
- 1.370
- 1.370
- 1.368
- 1.368
Totaal onderhoud kapitaalgoederen
- 3.386
- 4.996
- 5.660
- 3.513
- 3.558
- 3.427
2. Welzijn & educatie Huisvesting onderwijs
3. Ruimtelijke & economische ontwikk.
Welzijn- en sportaccommodaties
6. Bestuur & Dienstverlening
Wegen, kunstwerken en verlichting Wegen Beleidskader De onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan de wegen worden op basis van de vastgestelde MOP uitgevoerd. Periodiek inspecteren we alle verhardingen voor het actualiseren van de MOP. Voor het beheer van de wegen is een beheersysteem operationeel. De gegevens die in het beheersysteem zitten actualiseren we regelmatig. Financiële gevolgen voor de begroting De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit.
78
Civieltechnische kunstwerken Beleidskader De onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan de civieltechnische kunstwerken worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek, aan de hand van inspecties. Voor het beheer van de civieltechnische kunstwerken (met name bruggen) is een beheersysteem operationeel. De gegevens die in het beheersysteem zitten actualiseren we regelmatig. Financiële gevolgen voor de begroting De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit. Openbare verlichting Beleidskader De onderhoud- en vervangingswerkzaamheden aan de openbare verlichting worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek. Voor het beheer en onderhoud van de openbare verlichting participeren we, samen met de meeste andere Friese gemeenten en de provincie Fryslân, in de "Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A." De Coöperatie ondersteunt in het beheer en onderhoud van de openbare verlichting. In 2018 is besloten om de traditionele lichtpunten versneld te vervangen door led lichtpunten. Hiervoor heeft u een investeringskrediet beschikbaar gesteld waar ook voor 2022 investeringen worden gedaan. Financiële gevolgen voor de begroting De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit. Groen, riolering en gebouwen Groen Beleidskader Op 24 januari 2012 is de Notitie Groenbeleid 2011 door u vastgesteld.
Hierin is de groenstructuur voor de 13 dorpen van onze gemeente vastgelegd. Met het groenstructuurplan is inzichtelijk gemaakt welk belangrijk groen in de leefomgeving aanwezig is. Ook is aangegeven welke grond door de gemeente kan worden afgestoten. Voor de uitvoering van het groenbeheer gebruiken we een groenbeheersysteem. Dit systeem wordt gebruikt om op basis van landelijke normen (IMAG-normen) te bepalen hoeveel uren nodig zijn en welk budget nodig is om het onderhoud aan de groenvoorzieningen uit te voeren. Het gemiddelde onderhoudsniveau in Ooststellingwerf is in overeenstemming met kwaliteitsniveau B van de Landelijke ‘CROW-kwaliteitscatalogus openbare ruimte’. Er is een nieuw Biodiversiteitsplan, inclusief uitvoeringsagenda, opgesteld en vastgesteld in april 2021. Het Biodiversiteitsplan vervangt de Notitie Groenbeleid 2011. In 2020 heeft u de notitie “Het behoud van veilige bomen" vastgesteld. Uitvoering hiervan zullen we continueren in 2022. In 2021 is amendement 131 Herplanten bomen aangenomen echter is deze bij de heroverweging doorgestreept. Wij komen later bij u terug met een voorstel van alternatieven. Financiële gevolgen voor de begroting De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit. Riolering Beleidskader Het Gemeentelijk RioleringsPlan 2020 - 2024 (GRP) is medio 2020 vastgesteld. In het GRP is vastgesteld dat: a.
alle kwaliteitsprofielen op “basis” staan (met uitzondering van het profiel: transport van afvalwater op “hoog”). b. er nader onderzoek wordt gedaan naar de wijze waarop de gemeentelijke afvalwaterketen bij kan dragen aan het CO2 neutraal maken van de gemeente. c. er invulling wordt gegeven aan het onderwerp klimaatadaptatie op gebied van regenwateroverlast. d. er nader wordt gekeken waar besparing mogelijk is door te zoeken naar duurzame oplossingen.
79
Financiële gevolgen voor de begroting In het GRP is vastgesteld dat de rioolheffing met niet meer dan de inflatiecorrectie stijgt. In het kostendekkingsplan behorende bij het GRP is weergegeven hoe de heffing zich ontwikkelt in de periode 2020 2024. In de Verordening Rioolheffing wordt jaarlijks het exacte tarief vastgesteld. Gymnastieklokalen Beleidskader De instandhouding van gymnastieklokalen is een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Voor het onderhoud aan de gymlokalen is een voorziening gevormd. In 2019 is een nieuwe MOP 2019-2048 opgesteld voor gymnastieklokalen. Deze MOP is de basis voor aanwendingen en dotaties aan deze voorziening. Financiële gevolgen voor de begroting De werkzaamheden worden binnen de financiële kaders uitgevoerd. Overige gebouwen Beleidskader Het onderhoud van gemeentelijke gebouwen is in verschillende meerjarenonderhoudsplannen (MOP’s) opgenomen. Het betreft de volgende gebouwen: het gemeentehuis, de gemeentewerf, het overslagstation, de Kompaan, molen ‘De Weijert’, gemeentelijke monumenten, woningen en MFS de Boekebeam. De gemeentelijke gebouwen inspecteren we periodiek voor het actualiseren van de MOP’s. Financiële gevolgen voor de begroting De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit.
Sport en ICT Sportaccommodaties Beleidskader Per 2017 geldt een nieuwe exploitatieovereenkomst voor het beheer en de exploitatie van de 2 B's (sportcomplex de Boekhorst te Oosterwolde en sporthal de Bongerd te Haulerwijk) met dezelfde exploitant voor een periode van 5 jaar. Per 2022 geldt een nieuwe termijn van 5 jaar voor de exploitatie van de 2 B's. Daarvoor zijn in 2021 per B (= sportaccommodatie) exploitatieovereenkomsten gesloten met elk een eigen exploitant. Voor de andere B (= het Bosbad) is per 2017 Stichting Bosbad Appelscha (SBA) verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie. De gemeente en SBA hebben hiervoor een budgetovereenkomst getekend voor een periode van 10 jaar. SBA heeft het beheer en de exploitatie uitbesteed aan een exploitant. Per 2018 geldt een nieuwe exploitatieovereenkomst voor het beheer en de exploitatie van de Steegdenhal te Appelscha voor een periode van 10 jaar. Financiële gevolgen voor de begroting In 2019 is een nieuwe MOP opgesteld voor de 3 B's voor de periode 2019 tot en met 2033. Op basis daarvan ontstaat een tekort vanaf 2026. Bij de jaarrekening 2019/2020 heeft u daarom besloten om vanaf 2021 € 35.000 per jaar te doteren aan de voorziening, zodat deze tot en met 2028 toereikend is voor het geplande onderhoud. De jaarlijkse dotatie aan de voorziening voor de Steegdenhal bedraagt met ingang van 2017 € 15.500.
De basis hiervoor is de MOP 2017-2026. Per 1 januari 2019 is de sportvrijstelling in de Wet om de omzetbelasting verruimd. Door deze wetswijziging vervalt het recht op aftrek van btw voor planmatig onderhoud voor gemeenten en niet-winstbeogende exploitanten van sportaccommodaties. Er is een Specifieke uitkering sport (SPUK) voor gemeenten om het btw nadeel (grotendeels) te compenseren. Voor een aantal exploitanten was niet duidelijk of zij als winstbeogende exploitanten worden aangemerkt. Voorzichtigheidshalve hebben wij voor 2019 en 2020 een SPUK aanvraag ingediend. Vanaf 2021 is er door aanpassing van de afspraken duidelijkheid omtrent de winstbeogendheid van deze exploitanten en wordt de btw op het planmatig onderhoud van het betreffende onroerend goed gecompenseerd via het btw-aangifte. Er vindt overleg plaats met de belastingdienst voor verrekening BTW in 2019 en 2020 voor een aantal afspraken met een tweetal exploitanten. Uitkomsten kunnen van invloed zijn op BTW verrekening. 80
Sportterreinen Beleidskader Het specialistische onderhoud aan de grasvelden van de gemeentelijke sportterreinen wordt in opdracht van ons uitgevoerd. De basis van de onderhoudswerkzaamheden zijn de kwaliteitscriteria van de KNVB. Op basis hiervan voeren we planmatig onderhoud aan de sportvelden uit. Dit is vastgelegd in de notitie ‘Planmatig onderhoud grassportvelden’. Per jaar renoveren we de toplaag van één veld. Het overige onderhoud voeren de sportverenigingen zelf uit. Hier krijgen de sportverenigingen een jaarlijkse vergoeding voor. U heeft in 2016 besloten het sportcomplex Waskemeer met een wetra-veld uit te breiden en het bestaande (halve) trainingsveld uit te breiden naar een volledig oefenveld. Financiële gevolgen voor de begroting De aard en omvang van het planmatig onderhoud aan de grassportvelden is afgestemd op de beschikbare middelen. Per jaar renoveren we de toplaag van één veld. Elk jaar wordt er bekeken welk sportveld aan een toplaag renovatie toe is. De weersomstandigheden, bespelingsdruk, grasbezetting, vlakheid, beschikbaarheid overige velden op een complex zijn afwegingsfactoren die de basis vormen van een toplaagrenovatie. De kosten voor de uitbreiding van het sportcomplex Waskemeer zijn voor rekening van de gemeente. De jaarlijkse kosten voor de renovatie van 1 grassportveld wordt gedekt uit de exploitatie.
De omgevingsvergunning voor de uitbreiding van het trainingsveld en de aanleg van het wetra-veld‘ van het sportcomplex in Waskemeer zijn eind mei 2020 door de gemeente verleend. In augustus 2020 was een voorlopige voorziening door de rechter afgewezen. Uiteindelijk zijn de bezwaarmakers niet in het gelijk gesteld en hebben geen verdere stappen ondernomen. De uitbreiding van het sportcomplex is in 2021 gerealiseerd en opgeleverd. Bij de vaststelling van de Programmabegroting 2020 en 2021 heeft u voor de jaren 2020 t/m 2023 per jaar € 100.000 beschikbaar gesteld om de sportvelden te voorzien van automatische beregening. ICT Beleidskader Het lopende OWO informatie beleidsplan 2017-2020 wordt vanaf 2021/2022 opgevolgd door de OWO I-visie. De nieuwe I-visie gaat de koers bepalen voor de investeringen die de komende jaren worden gedaan om deze ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden. Naast dit beleidskader wordt jaarlijks het Informatisering jaarplan opgesteld. Jaarlijks worden in de OWO-samenwerking de prioriteiten bepaald op projecten die er toe bijdragen om de in het beleidsplan gestelde doelen te halen. Op deze planning vindt driemaal per jaar een heroriëntatie plaats, waardoor invliegers vanuit wetgeving of onvoorziene nieuwe ontwikkelingen alsnog een plaats kunnen krijgen.
Om deze uitdagingen te kunnen waarborgen op financieel gebied, zijn in het meerjarig investeringsplan ICT/Dienstverlening onder andere de vervangingsinvesteringen opgenomen. Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland hanteren zo veel mogelijk eenzelfde vervanging schema om zodoende harmonisatie van applicaties te stimuleren en inkoopvoordelen te kunnen behalen. Digitalisering De wereld om ons heen verandert snel. Innovaties gaan steeds sneller, mensen adopteren deze steeds sneller en verwachten van de overheid dat deze toepasbaar zijn in de aangeboden dienstverlening. De Covid-19 pandemie zal naar verwachting ook in 2022 nog actueel zijn. De versnelling in het hybride werken als gevolg van deze epidemie wordt het nieuwe ‘normaal’. De uitwerking stelt andere eisen aan de technische inrichting van de infrastructuur, ICT en de veiligheid waarmee dit gepaard gaat. Onze inwoners verwachten dat we ook online en digitaal beschikbaar zijn. We sturen op basis van kwalitatief goede gegevens. Wij willen onze inwoners, bedrijven en medewerkers een gebruiksvriendelijke, betrouwbare ICT-omgeving bieden, waarin veiligheid en privacy wordt gewaarborgd.
81
Datagedreven werken Op basis van ervaringen van andere gemeenten en de publicaties die in opdracht van de VNG realisatie zijn uitgevoerd, starten de OWO-gemeenten bescheiden met datagedreven werken. Het motto is; ‘Denk groot maar begin klein’. Door middel van het opstarten van praktische en concrete pilots in 2022 doen de OWO-gemeenten hun eerste ervaringen op. Financiële gevolgen voor de begroting De ICT-projecten zijn afgestemd op de beschikbare middelen. De exploitatiekosten zullen door de informatiemaatschappij die toenemende digitalisering en beveiliging vereist blijven stijgen. Ondanks uitstel van de invoering van de Omgevingswet is inmiddels duidelijk welke applicaties geschikt zijn deze processen en de koppeling met het DSO (Landelijke Voorziening) te ondersteunen. In de begroting is vooralsnog geen rekening gehouden met structurele kosten.
Paragraaf 4 | Financiering Paragraaf 4 | Financiering De paragraaf Financiering gaat over het aantrekken, beheren en uitzetten van gelden. Ook het garanderen en verstrekken van geldleningen aan derden valt hieronder. Deze activiteiten vormen een onderdeel van de treasuryfunctie van de gemeente. Een adequate sturing op de geldstroom is noodzakelijk. In deze paragraaf gaan we in op de vraag hoe we gelden zo optimaal mogelijk beleggen dan wel aantrekken. Algemene beleidslijn en Risicobeheer Algemene beleidslijn De financiële verordening Ooststellingwerf 2020 is door u op 16 december 2020 vastgesteld. In artikel 13 van deze verordening is de financieringsfunctie beschreven. De verordening berust op de bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van risico's. Het doel is om doelmatig en doeltreffend om te gaan met de beschikbare financiële middelen. Risicobeheer Op grond van de Wet Fido moeten gemeenten zich houden aan de zogenaamde kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. De uitkomst van die berekening is het maximale bedrag dat rente typisch ‘kort’ gefinancierd mag worden. De kasgeldlimiet voor 2022 bedraagt € 6,65 miljoen (8,5% van het begrotingstotaal 2022 van afgerond € 78,3 miljoen).
82
Renterisiconorm De renterisiconorm is gesteld op 20% van het begrotingstotaal per 1 januari. Daar wordt het berekende renterisico op de vaste schuld tegen af gezet. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overtreffen. Navolgend schema (in bedragen x € 1.000) laat zien dat de renterisiconorm in de jaren 2022-2025 naar verwachting niet wordt overschreden. bedragen x € 1.000 Rente risiconorm
Begroting 2022
MJB 2023
MJB 2024
MJB 2025
78.336
72.539
71.953
71.094
20%
20%
20%
20%
15.667
14.508
14.391
14.219
3.500
1.300
3.800
5.000
-
-
-
-
Totaal aflossingen en renteherzieningen
3.500
1.300
3.800
5.000
Ruimte (+) / Overschrijding (-)
12.167
13.208
10.591
9.219
Renterisiconorm Lasten begroting Percentage renterisiconorm Totaal renterisiconorm
Aflossingen en renteherzieningen Reguliere aflossingen geldleningen Geldleningen met renteherzieningen
Leningenportefeuille Opgenomen gelden De onderstaande tabel geeft inzicht in de samenstelling, grootte en rentegevoeligheid van de opgenomen geldleningen. De leningen zijn onderverdeeld in leningen opgenomen voor onze eigen huishouding en leningen opgenomen ten behoeve van woningcorporaties. Deze leningen zijn met een renteopslag weer doorgeleend naar de corporaties (sinds 1999 zijn we hiermee gestopt). bedragen x € 1.000 Leningenportefeuille opgenomen gelden
Stand per 1 januari 2022 Nieuwe leningen Reguliere aflossingen Vervroegde aflossingen Stand per 31 december 2022
Eigen leningen
Woningbouw leningen
Bedrag
Gemidd. rente
Bedrag
Gemidd. rente
27.600
0,59%
2.507
4,38%
-
-
- 3.500
- 69
-
-
24.100
0,54%
2.438
4,43%
83
Het gemiddelde rentepercentage begin 2022 is als volgt berekend: rente 2022 / stand 1-1-2022. Het gemiddelde rentepercentage eind 2022: rente 2023 / stand per 31-12-2022. Voor de berekening van het gemiddelde rentepercentage is geen rekening gehouden met herfinanciering.In de begroting is rekening gehouden met op te nemen (her)financieringen voor de komende periode 2022-2025 ter hoogte van totaal € 15,5 miljoen. De rentelasten (aanname 1%) zijn meegenomen. In bovenstaande tabel zijn de financieringen niet meegenomen. Uitgezette gelden De gemeente loopt met betrekking tot de verstrekte geldleningen beperkt risico. Veelal zijn er opstallen, installaties en dergelijke aanwezig die naar verwachting voldoende zijn om, in geval van het uitblijven van betaling, de restantschuld te voldoen. We voeren ten aanzien van overige debiteuren een actief beleid. Waar nodig nemen we tijdig de gebruikelijke invorderingsmaatregelen. Wanneer invordering niet (meer) mogelijk is, boeken we vordering af ten laste van het lopende boekjaar. bedragen x € 1.000 Leningenportefeuille uitgezette gelden
Bedrag
Leningen aan woningcorporaties
2.506
MFC Oldeberkoop
228
Volkskredietbank
119
Sportverenigingen
2
Dorpshuizen
15
Stichting Stimuleringsfonds (verzilverleningen)
300
Stichting Stimuleringsfonds (stimuleringsleningen)
200
Stichting Stimuleringsfonds (blijversleningen)
60
Stichting Stimuleringsfonds (duurzaamheidsleningen)
700
Stichting Stimuleringsfonds (startersleningen)
300
Stand per 1 januari 2022
4.430
Overig Schatkistbankieren Vanaf 1 januari 2014 zijn alle decentrale overheden verplicht om te schatkistbankieren. Dit betekent dat we alle overtollige liquide middelen, het saldo liquide middelen boven een bepaald drempelbedrag van de begroting, moeten stallen bij het Rijk. Vanaf 1 juli 2021 wordt voor gemeenten (en provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen) met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% (was 0,75%) van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen. Liquiditeitsprognose Twee keer per jaar onderzoeken we aan de hand van een liquiditeitsprognose in hoeverre we de huidige leningenportefeuille de komende jaren verder kunnen afbouwen door het aantrekken van deels fix en/of lineaire leningen.
84
Renteschema Met ingang van 2017 is het Besluit Begroting en Verantwoording gewijzigd. Eén van de onderdelen is de gewijzigde rentetoerekening en de aanbeveling om onderstaand renteschema op te nemen. bedragen x € 1.000 Renteschema 2022
Bedrag
a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering
348
b. De externe rentebaten (idem)
- 132
Saldo rentelasten en rentebaten
216
c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorgerekend c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden
-5 - 110
toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor
111
is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -4 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
212
d1. Rente over eigen vermogen
-
d2. Rente over voorzieningen
-
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
212
e. De aan taakvelden toegerekende rente (rente-omslag)
- 396
Renteresultaat op het taakveld Treasury
- 184
85
Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering De gemeente Ooststellingwerf wil met lef en passie werken aan duurzame en toekomstbestendige initiatieven. Groot en klein, van binnen en van buiten de organisatie. Met een mentaliteit die gebaseerd is op daadkracht, op 'meer doen, minder praten'. Vertrouwen in de kracht van medewerkers én inwoners is de basis onder het (samen)werken. We willen meer faciliteren dan regisseren, initiatief van buitenaf omarmen en zo het woonwerk-, en leefklimaat in Ooststellingwerf op continue basis verbeteren. Interbestuurlijk toezicht en Human Resource Management Interbestuurlijk toezicht We geven uitvoering aan de Wet revitalisering generiek toezicht. Deze wet zorgt voor een vereenvoudiging van het toezicht tussen de verschillende bestuurslagen, het zogenoemde ‘interbestuurlijk toezicht’. Het belangrijkste uitgangspunt van de wet is dat het interbestuurlijk toezicht verschuift van verticaal toezicht (provincie - raad) naar horizontale verantwoording (college - raad). De provinciale toetsing vindt plaats op de volgende domeinen: Omgevingsrecht/Wabo, Ruimtelijke Ordening, Water en Riolering, Archief en Informatiestromen, Monumenten en Archeologie. In samenspraak met de gemeente wordt per domein een toezichtsplan opgesteld. Human Resource Management Het jaar 2021 verliep anders dan gepland als gevolg van corona.
Toch heeft het ook heel veel nieuws opgeleverd dat als vertrekpunt kan dienen voor organisatieontwikkeling. Op een aantal punten heeft het de ontwikkeling die toch al gaande was versterkt bijv. als het gaat om flexibel- oftewel hybride werken. Op basis van de nieuwe ontwikkelingen in 2021 zoals het heroverwegingsproces, de organisatiescan en de versnelde ontwikkeling naar hybride werken passen we het strategisch personeelsbeleid "Jouw initiatief telt" zo aan dat het de nieuwe doelen van de organisatie en medewerkers zo goed mogelijk ondersteunt. Wat dat precies gaat inhouden is op dit moment nog niet duidelijk omdat de besluitvorming nog niet is afgerond. Helder is wel dat flexibel werken, programmamanagement en de lerende organisatie belangrijke onderdelen zullen zijn. Ook houden we bij de verdere ontwikkeling van het strategisch personeelsbeleid vast aan het uitgangspunt dat de medewerker centraal staat omdat hij of zij het verschil maakt als het gaat om de kwaliteit van de gemeentelijk dienstverlening. Daarnaast zal 2022 in praktische zin voor een deel in het teken staan van achterstallig onderhoud wat betreft trainingen die alleen live gegeven kunnen worden bijv. voor Rake voorstellen en arbo.
Financiën, Planning & Control & Juridische kwaliteitszorg Financiën, Planning & Control De financiële functie voorziet de gemeenteraad, het college en de organisatie van actuele en volledige financiële informatie voor de ondersteuning van de gemeentelijke beleidsontwikkeling en uitvoering. Deze functie is gericht op een duurzame en gezonde financiële positie van de gemeente. Kwaliteit, snelheid en toegankelijkheid spelen in deze processen een belangrijke rol. De komende jaren staan in het teken van het structureel op orde brengen van de begroting. In 2021 maken we een start met het bespreken van de indeling van de Programmabegroting voor de nieuwe raadsperiode, zodat er begin 2022 een voorstel ligt. Daarnaast evalueren we begin 2022 de pilot 'twee financiële vergaderingen per jaar'. Juridische kwaliteitszorg (JKZ) De juridische functie in de vakafdelingen en het cluster Bestuurlijk Juridische Zaken (BJZ) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de juridische kwaliteit van het gemeentelijk handelen. Zij ondersteunen daarnaast het bestuur en de organisatie met juridisch advies. Juridische control is de taak van BJZ. We investeren in kennis en kunde (door beschikbaar stellen van informatie en standaardformats, casusanalyse, opleidingen en trainingen) en vroegtijdige betrokkenheid van de juridisch adviseurs van BJZ bij dossiers.
We stimuleren de “informele aanpak”: eerst het goede gesprek (premediation). 86
Zoals gebruikelijk stelt het MT de JKZ-jaarplanning voor 2022 in dit najaar vast. Rechtmatigheid, Inkoop, Informatiebeveiliging en Privacy Rechtmatigheid In 2022 wijzigt de wetgeving met betrekking tot de accountantscontrole van gemeenten en zal er een rechtmatigheidsverantwoording moeten worden opgenomen in de jaarrekening. Hiermee wordt verantwoording afgelegd over de mate waarin de gemeente de wet- en regelgeving naleeft, voor zover dit financiële gevolgen heeft. Om verantwoording af te kunnen leggen vormt de verbijzonderde interne controle een belangrijke basis. Jaarlijks leggen we de uitvoering hiervan vast in het Interne Controleplan. De gemeente blijft zichtbaar werken aan de verbetering van processen zodanig dat afwijkingen gesignaleerd en gecorrigeerd worden. Inkoop Op het terrein van het inkoop- en aanbestedingsbeleid zal in 2022 het bestaande beleidskader worden gehanteerd en in toepassing worden gestimuleerd. Wij faciliteren, motiveren en sturen daarbij op onze beleidsdoelen: lokaalen regionale inkoop daar waar dat kan. Het actieplan Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) wordt verder uitgerold waarin het ambitiedocument circulaire economie Fryslân deel van uit maakt. Informatiebeveiliging en privacy Inwoners, ondernemingen en instellingen moeten erop kunnen vertrouwen dat we zorgvuldig omgaan met (persoons)gegevens.
Het is daarom van groot belang dat gegevens alleen onder strikte voorwaarden gebruikt worden en goed beveiligd zijn tegen onbevoegd gebruik. Ons informatiebeveiligingsbeleid dient volledig gebaseerd te zijn op het treffen van passende technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen in het kader van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), het normenkader geldend voor de gemeenten, provincies, waterschappen en rijk. Jaarlijks leggen we volgens dit normenkader verantwoording af aan de gemeenteraad en verschillende toezichthouders. De beveiligingsfunctionaris (CISO) zorgt voor de coördinatie en toezicht op de naleving van beveiligingsmaatregelen en -procedures, voor elk onderdeel van het informatiebeveiligingsbeleid. Jaarlijks toetsen we door middel van zelfevaluatie en externe audits de specifieke maatregelen voor de BRP en de waardedocumenten, de BAG, BGT, BRO, DigiD en Suwinet. Beveiliging van onze gegevens en sturen op houding en gedrag vraagt continu aandacht en investeringen. De gemeente zet diverse instrumenten in om het informatiebeveiligings- en privacybewustzijn te optimaliseren. Burgers hebben op grond van de AVG het recht te weten welke gegevens van hen worden verwerkt, voor welk doel en met wie deze worden gedeeld. De privacyrechten van burgers zijn daarmee uitgebreid en de eisen waaraan persoonsgegevens moeten voldoen zijn verscherpt.
Gegevensbescherming en privacy dringen door in alle processen binnen onze gemeentelijke organisatie. In 2022 zullen we verder werken aan de inrichting van onze processen, systemen en interne organisatie conform de privacywetgeving. De gemeente beschikt over een register van verwerkingsactiviteiten en houdt deze actueel om daarmee te kunnen voldoen aan de verantwoordingsplicht en inzicht te kunnen geven aan burgers wanneer zij hun privacyrechten uitoefenen. De Functionaris Gegevensbescherming houdt onafhankelijk toezicht op de naleving van de privacyregels. Privacy heeft een direct raakvlak met informatiebeveiliging en vraagt continue aandacht en investeringen.