Bijlage 1.1 - Bijlagen bij de toelichting ontwerpbestemmingsplan 't Oost 60 te Oosterwolde
Tekst van het document
Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd.
Sigma Bouw & Milieu aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.
november ’20
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
LITERTUURLIJST 1. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (oktober 2017). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.
november ’20
25
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
COLOFON opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider
Auteur
november ’20
: : : : :
BügelHajema Adviseurs 't Oost nr. 60 te Oosterwolde 26 blz. 20 november 2020
Paraaf
Gecontroleerd door
Paraaf
Datum
Status
20 november 2020
definitief
26
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT jF IJi axB
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
Situatie rond 1900
Situatie rond 1910
Situatie rond 1930
Situatie rond 1960
Situatie rond 1980
Situatie rond 1995
Situatie rond 2000
Luchtfoto 2009
01
Pb 1
klinker, m aaiveld
0
0
volledig bet onst raat st enen, edelm an -10
1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker geel, edelm an
50
-15
volledig bakst een, edelm an
2
-20 -20
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an
100
-50
3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an
150
-110
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht beige, grijs, edelm an
4
-150
leem , zwak zandig, licht grijs, edelm an
200
250
-250
leem , st erk zandig, licht oranje, geel, edelm an
260
-290
leem , zwak zandig, licht grijs, edelm an
300
350 360
-360
t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 5 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er
02
gras, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an -45
50 2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, edelm an -90
zand, m at ig silt ig, licht beige, geel
100 3
-140
leem , st erk zandig, neut raal grijs, beige, sporen roest , edelm an
150 4 200
-200
t ype g r on d b or in g dat um 1 5 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
't Oost 6 0 , Oost e r w old e 2 0 -M 9 5 7 3 N EN 5 1 0 4
03
gras, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, bruin, edelm an
50
-50
-90
leem , st erk zandig, neut raal grijs, beige, sporen roest , edelm an
100 3 150
-150 4
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, oranje, rest en leem , edelm an
200
-200
t ype g r on d b or in g dat um 1 5 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er
04
gras, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an
50
-50
t ype g r on d b or in g dat um 1 5 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er
05
gras, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an
50
-50
t ype g r on d b or in g dat um 1 5 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er
06
gras, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an
50
-50
t ype g r on d b or in g dat um 1 5 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
't Oost 6 0 , Oost e r w old e 2 0 -M 9 5 7 3 N EN 5 1 0 4
07
klinker, m aaiveld
0
0
edelm an -7 1 50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an -10
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal bruin, beige, rest en bakst een, edelm an
t ype g r on d b or in g dat um 1 5 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er
-15
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal bruin, beige, rest en slakken, edelm an -50
08
gras, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an
50
-50
t ype g r on d b or in g dat um 1 5 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er
09
gras, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an -40
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an -50
t ype g r on d b or in g dat um 1 5 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er
10
gras, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an
50
-50
t ype g r on d b or in g dat um 1 5 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er
11
gras, m aaiveld
0
0 1
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an -40
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an -50
t ype g r on d b or in g dat um 1 5 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
't Oost 6 0 , Oost e r w old e 2 0 -M 9 5 7 3 N EN 5 1 0 4
12
gras, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an
50
-50
t ype g r on d b or in g dat um 1 5 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er
13
gras, m aaiveld
0
0 1
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an -40
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an -50
t ype g r on d b or in g dat um 1 5 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
't Oost 6 0 , Oost e r w old e 2 0 -M 9 5 7 3 N EN 5 1 0 4
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN ISTEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
BIJLAGE 4 ANALYSECERTIFICATEN
Sigma Bouw en Milieu T.a.v. Phileas Foggstraat 153 7825 AW EMMEN
Uw kenmerk : 20-M9573-t Oost 60 Oosterwolde Ons kenmerk : Project 1101628 Validatieref. : 1101628_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : DOVV-DDXH-DATH-XUEN Bijlage(n) : 2 tabel(len) + 2 bijlage(n)
Amsterdam, 22 oktober 2020 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckebachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland
T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
Tabel 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1101628 : 20-M9573-t Oost 60 Oosterwolde : Sigma Bouw en Milieu
Uw Monsterreferenties 6487659 = 1, 01: 20-50, 02: 0-45, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 15-50, 08: 0-50 6487660 = 2, 03: 0-50, 09: 0-40, 10: 0-50, 11: 0-40, 12: 0-50, 13: 0-40 6487661 = 3, 01: 50-100, 01: 110-150, 02: 45-90, 03: 50-90, 02: 100-150 Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Uw Matrix
: : : : :
Monstervoorbewerking S AS3000 (steekmonster) S gewicht artefact S soort artefact S voorbewerking AS3000
g
15/10/2020 16/10/2020 16/10/2020 6487659 Grond
15/10/2020 16/10/2020 16/10/2020 6487660 Grond
15/10/2020 16/10/2020 16/10/2020 6487661 Grond
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
Algemeen onderzoek - fysisch S droge stof % S organische stof (gec. voor lutum) % (m/m ds) S lutumgehalte (pipetmethode) % (m/m ds)
87,5 2,1 2,4
84,6 4,1 1,3
90,0 0,5 <1
Anorganische parameters - metalen S barium (Ba) mg/kg ds S cadmium (Cd) mg/kg ds S kobalt (Co) mg/kg ds S koper (Cu) mg/kg ds S kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds S lood (Pb) mg/kg ds S molybdeen (Mo) mg/kg ds S nikkel (Ni) mg/kg ds S zink (Zn) mg/kg ds
21 < 0,20 < 3,0 6,8 < 0,05 25 < 1,5 <4 33
25 0,21 < 3,0 8,3 0,06 29 < 1,5 <4 72
< 20 < 0,20 < 3,0 < 5,0 < 0,05 < 10 < 1,5 <4 < 20
Organische parameters - niet aromatisch S minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds
< 35
< 35
< 35
Organische parameters - aromatisch Polycyclische koolwaterstoffen: S naftaleen mg/kg ds S fenantreen mg/kg ds S anthraceen mg/kg ds S fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)antraceen mg/kg ds S chryseen mg/kg ds S benzo(k)fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)pyreen mg/kg ds S benzo(ghi)peryleen mg/kg ds S indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds S som PAK (10) mg/kg ds
< 0,05 0,07 0,07 0,28 0,16 0,21 0,18 0,20 0,14 0,13 1,5
< 0,05 0,05 < 0,05 0,13 0,05 0,09 0,07 0,08 < 0,05 < 0,05 0,61
< 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 0,35
Organische parameters - gehalogeneerd Polychloorbifenylen: S PCB -28 mg/kg ds S PCB -52 mg/kg ds S PCB -101 mg/kg ds S PCB -118 mg/kg ds S PCB -138 mg/kg ds S PCB -153 mg/kg ds S PCB -180 mg/kg ds S som PCBs (7) mg/kg ds
< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,005
< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,005
< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,005
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: DOVV-DDXH-DATH-XUEN
Ref.: 1101628_certificaat_v1
Tabel 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1101628 : 20-M9573-t Oost 60 Oosterwolde : Sigma Bouw en Milieu
Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen De volgende informatie is indien van toepassing verstrekt door de opdrachtgever: Project omschrijving, Monsterreferentie(s), Opgegeven bemonsteringsdatum, Matrix, Monsterdiepte, Potnr (Barcode), Veldgegevens, Veldwaarnemingen en Bemonsteringsdata. De opgegeven bemonsteringsdatum kan van invloed zijn op de geldigheid van de resultaten. Organische stof gehalte (gecorrigeerd voor lutum en vrij ijzer in de vorm van Fe2O3) Het organische stofgehalte is gecorrigeerd voor het in het analysecertificaat gerapporteerde lutumgehalte. Indien het lutumgehalte niet is gerapporteerd is de correctie uitgevoerd met een lutumgehalte van 5,4% (gemiddeld lutumgehalte Nederlandse bodem, AS3010/AS3210, prestatieblad organische stofgehalte in grond/waterbodem). Indien het vrij ijzergehalte is bepaald en groter is dan 5 % m/m, is bij de berekening van het organische stof gecorrigeerd voor dat gehalte aan vrij ijzer. Sommatie van concentraties voor groepsparameters De sommatie is uitgevoerd volgens AS3000 paragraaf 2.5.2 en bijlage 3.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: DOVV-DDXH-DATH-XUEN
Ref.: 1101628_certificaat_v1
Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1101628 : 20-M9573-t Oost 60 Oosterwolde : Sigma Bouw en Milieu
Barcodeschema's Monstercode Uw referentie
uw monsterref.
uw diepte
uw barcode
6487659
1, 01: 20-50, 02: 0-45, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 15-50, 08: 0-50
01 02 04 05 06 07 08
0.20-0.50 0.00-0.45 0.00-0.50 0.00-0.50 0.00-0.50 0.15-0.50 0.00-0.50
3672052AA 3672059AA 3672080AA 3671926AA 3671897AA 3671939AA 3671924AA
6487660
2, 03: 0-50, 09: 0-40, 10: 0-50, 11: 0-40, 12: 0-50, 13: 0-40
03 09 10 11 12 13
0.00-0.50 0.00-0.40 0.00-0.50 0.00-0.40 0.00-0.50 0.00-0.40
3672086AA 3671842AA 3671870AA 3671852AA 3671866AA 3671863AA
6487661
3, 01: 50-100, 01: 110-150, 02: 45-90, 03: 50-90, 02: 100-150
01 01 02 03 02
0.50-1.00 1.10-1.50 0.45-0.90 0.50-0.90 1.00-1.50
3672043AA 3672042AA 3672038AA 3671904AA 3672050AA
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: DOVV-DDXH-DATH-XUEN
Ref.: 1101628_certificaat_v1
Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1101628 : 20-M9573-t Oost 60 Oosterwolde : Sigma Bouw en Milieu
Analysemethoden in Grond (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. voorbewerking AS3000 Droge stof Organische stof (gec. voor lutum) Lutumgehalte (pipetmethode) Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) (niet vluchtig) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn) Minerale olie (florisil clean-up) PAKs PCBs
: Conform AS3000 en NEN-EN 16179 : Conform AS3010 prestatieblad 2 : Conform AS3010 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN 5754 : Conform AS3010 prestatieblad 4; gelijkwaardig aan NEN 5753 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961 : Conform AS3010 prestatieblad 7 : Conform AS3010 prestatieblad 6 : Conform AS3010 prestatieblad 8
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: DOVV-DDXH-DATH-XUEN
Ref.: 1101628_certificaat_v1
Sigma Bouw en Milieu T.a.v. Bodem-Sigma Phileas Foggstraat 153 7825 AW EMMEN
Uw kenmerk : 20-M9573-t Oost 60 Oosterwolde Ons kenmerk : Project 1105538 Validatieref. : 1105538_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : HBHK-OSAE-VBBB-GOZD Bijlage(n) : 2 tabel(len) + 2 bijlage(n)
Amsterdam, 30 oktober 2020 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckebachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland
T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
Tabel 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1105538 : 20-M9573-t Oost 60 Oosterwolde : Sigma Bouw en Milieu
Uw Monsterreferenties 6499223 = Pb1, 01-Pb1: 260-360
Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Uw Matrix
: : : : :
27/10/2020 27/10/2020 27/10/2020 6499223 Grondwater
Anorganische parameters - metalen Metalen ICP-MS (opgelost): S barium (Ba) µg/l S cadmium (Cd) µg/l S kobalt (Co) µg/l S koper (Cu) µg/l S Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l S lood (Pb) µg/l S molybdeen (Mo) µg/l S nikkel (Ni) µg/l S zink (Zn) µg/l
53 < 0,2 <2 18 < 0,05 5,8 <2 5,1 25
Organische parameters - niet aromatisch S minerale olie (florisil clean-up) µg/l
< 50
Organische parameters - aromatisch Vluchtige aromaten: S benzeen µg/l S ethylbenzeen µg/l S naftaleen µg/l S o-xyleen µg/l S styreen µg/l S tolueen µg/l S xyleen (som m+p) µg/l S som xylenen µg/l
< 0,2 < 0,2 < 0,02 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,2 0,2
Organische parameters - gehalogeneerd Vluchtige chlooralifaten: S 1,1,1-trichloorethaan µg/l S 1,1,2-trichloorethaan µg/l S 1,1-dichloorethaan µg/l S 1,1-dichlooretheen µg/l S 1,1-dichloorpropaan µg/l S 1,2-dichloorethaan µg/l S 1,2-dichloorpropaan µg/l S 1,3-dichloorpropaan µg/l S cis-1,2-dichlooretheen µg/l S dichloormethaan µg/l S monochlooretheen (vinylchloride) µg/l S tetrachlooretheen µg/l S tetrachloormethaan µg/l S trans-1,2-dichlooretheen µg/l S trichlooretheen µg/l S trichloormethaan µg/l S som C+T dichlooretheen µg/l S som dichloorpropanen µg/l Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers: S tribroommethaan (bromoform) µg/l
< 0,1 < 0,1 < 0,2 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,2 < 0,2 0,1 0,4 < 0,2
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: HBHK-OSAE-VBBB-GOZD
Ref.: 1105538_certificaat_v1
Tabel 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1105538 : 20-M9573-t Oost 60 Oosterwolde : Sigma Bouw en Milieu
Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen De volgende informatie is indien van toepassing verstrekt door de opdrachtgever: Project omschrijving, Monsterreferentie(s), Opgegeven bemonsteringsdatum, Matrix, Monsterdiepte, Potnr (Barcode), Veldgegevens, Veldwaarnemingen en Bemonsteringsdata. De opgegeven bemonsteringsdatum kan van invloed zijn op de geldigheid van de resultaten. Sommatie van concentraties voor groepsparameters De sommatie is uitgevoerd volgens AS3000 paragraaf 2.5.2 en bijlage 3.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: HBHK-OSAE-VBBB-GOZD
Ref.: 1105538_certificaat_v1
Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1105538 : 20-M9573-t Oost 60 Oosterwolde : Sigma Bouw en Milieu
Barcodeschema's Monstercode Uw referentie
uw monsterref.
uw diepte
uw barcode
6499223
Pb1 Pb1
2.60-3.60 2.60-3.60
0375466YA 0800877086
Pb1, 01-Pb1: 260-360
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: HBHK-OSAE-VBBB-GOZD
Ref.: 1105538_certificaat_v1
Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1105538 : 20-M9573-t Oost 60 Oosterwolde : Sigma Bouw en Milieu
Analysemethoden in Grondwater (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) (niet vluchtig) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn) Minerale olie (florisil clean-up) Aromaten (BTEXXN) Styreen Chlooralifaten Vinylchloride
: Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 5 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: HBHK-OSAE-VBBB-GOZD
Ref.: 1105538_certificaat_v1
BIJLAGE 5 Verklaring van onafhankelijkheid voor de kritische functie: “veldwerk t.b.v. milieuhygiënisch bodemonderzoek” “milieukundige begeleiding van bodemsanering (processturing / verificatie)” Hierbij verklaren de navolgend genoemde veldwerkers / milieukundig begeleiders het veldwerk / de processturing en/of de verificatie t.a.v. onderhavig onderzoek conform de eisen van de BRL SIKB 2000 / BRL SIKB 6000 te hebben uitgevoerd, onafhankelijk van de opdrachtgever en/of eigenaar (zijnde degene die een persoonlijk of zakelijk recht heeft op de bodem / locatie).
Naam geregistreerde veldwerker(s)/MKB’ers
Handtekening geregistreerde veldwerker(s)/MKB’ers
..………………………………………….
……………………………………
…………………………………………….
Datum: 15-10-2020
Bedrijfshandboek SIGMA Bouw & Milieu F-26 Verklaring onafhankelijkheid Pagina 1 van 1
Datum van uitgifte: 01-03-2013 Versie: 3
bestemmingsplan 't Oost 60 te Oosterwolde
Bijlage 3 Archeologisch onderzoek
63
Oosterwolde, 't Oost 60
(Gemeente Ooststellingwerf, Fr.)
Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase Definitief Steekproefrapport 2020-10/16
Oosterwolde, 't Oost 60
(Gemeente Ooststellingwerf, Fr.)
Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase Definitief Steekproefrapport 2020-10/16
Oosterwolde, 't Oost 60 (Gemeente Ooststellingwerf, Fr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase Een onderzoek in opdracht van de heer Steekproefrapport 2020-10/16 ISSN 1871-269X Status: definitief Auteur: drs. senior KNA-prospector/KNA-archeoloog Autorisatie dr. senior KNAarcheoloog/prospector Actorregistraties respectievelijk: 92909010 en 35453178 Goedgekeurd door de bevoegde overheid gemeente Ooststellingwerf dhr. d.d. 12 november 2020 De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en SIKB-BRL 4000. Voor dit onderzoek gelden protocollen 4002 & 4003. Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, oktober 2020 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau, Hogeweg 3, 9801 TG Zuidhorn telefoon internet e-mail kvk
050 – 5779784 www.desteekproef.nl info@desteekproef.nl 02067214
Inhoud Samenvatting Administratieve gegevens van het plangebied 1. Inleiding........................................................................................................................... 1 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01).............................................................................1 1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02).....................................................................................2 2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06)......................................................................................3 2.1 Bronnen..................................................................................................................... 3 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)..............................................................................3 2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04).......................................................................................5 2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03)..........................................................................6 2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05)........................................................8 3.
Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05).......................................................................................10 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01)...................................................................10 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03).................................................................11 4. Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07)..............................................................................13 Gebruikte bronnen Lijst van figuren en tabellen Appendix I: Archeologische periodes Appendix II: Boorbeschrijvingen
Samenvatting In opdracht van de heer is een inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van de bouw van zes zorgappartementen op het perceel 't Oost 60 te Oosterwolde, gemeente Ooststellingwerf, provincie Fryslân. Het plangebied ligt volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart in een zone met een waarde archeologie 3 (WR-a3) en heeft volgens het vigerende bestemmingsplan een dubbelbestemming voor archeologie. Hier is archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen die meer dan honderd vierkante meter beslaan en die dieper reiken dan dertig centimeter beneden het maaiveld. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek verkennende fase (IVO-O). Uit het plangebied zijn geen archeologische vondsten of terreinen bekend (Archis3). Uit de historische kaarten blijkt dat het plangebied tot in de tweede helft van de negentiende eeuw onbebouwd was en in gebruik is geweest als weiland en boomgaard. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied (hooguit) een middelhoge verwachting voor resten van tijdelijke kampementen uit de steentijd op dekzandkoppen en voor resten van huisplaatsen uit de periode vroege middeleeuwen tot nieuwe tijd. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn in het plangebied twaalf boringen uitgevoerd.
Hierdoor is een boordichtheid bereikt van ongeveer veertig boringen per hectare. Uit de resultaten van het met een guts verrichte booronderzoek blijkt dat de bodem met name op het noordwestelijke deel van het plangebied tot grote diepte uit vergraven/opgebrachte grond bestaat. Uit de aanwezigheid hierin van relatief moderne, metaal-, glas- en puinresten blijkt dat dit pakket in de negentiende/twintigste eeuw zal zijn ontstaan. Mogelijk heeft dit gediend om het terrein op te hogen en bouwrijp te maken. Selectie-advies door drs. (senior KNA-archeoloog/prospector) Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt dat de bodem op het noordwestelijke deel van het plangebied tot beneden 6 meter boven NAP uit opgebrachte/vergraven grond bestaat. Hieronder zijn slechts resten van een van nature slecht ontwaterde bodem aangetroffen. Op de overige delen van het plangebied is op alle boorpunten nageboord met een megaboor. Het zeven van het hiermee opgeboorde materiaal heeft ook hier slechts relatief moderne resten opgeleverd. De tot grote diepte verstoorde bodem, de van nature overwegend slechte ontwatering en het ondanks de hoge boordichtheid, volledig ontbreken van relevante archeologische indicatoren, betekent dat de resultaten van het onderzoek geen aanleiding geven tot het adviseren van archeologisch vervolgonderzoek.
De verwachting voor bewoningsresten uit de steentijd en de periode bronstijd tot nieuwe tijd in het plangebied kan worden bijgesteld tot een lage verwachting. Wel wijzen wij erop dat voor al het graafwerk geldt dat als archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Ooststellingwerf. De gemeente heeft het rapport ongewijzigd goedgekeurd (e-mail d.d. 12 november 2020).
Administratieve gegevens van het plangebied Tabel 1: Oosterwolde, 't Oost 60: administratieve gegevens Provincie
Fryslân
Gemeente
Ooststellingwerf
Plaats
Oosterwolde
Toponiem
't Oost 60
Centrumcoördinaat
216,416 / 557,112
oppervlakte
0,6 ha
NAP-hoogte maaiveld
+7 meter NAP
Huidig grondgebruik
tuin met woning en schuur
Soort onderzoek
bureauonderzoek & veldonderzoek verkennende fase
Opdrachtgever
Dhr.
Uitvoerder
De Steekproef
Bevoegde overheid
Gemeente Ooststellingwerf
Steekproef projectcode
2020-10/16
Onderzoeksmeldingsnummer
4898382100
Datum veldwerk
17 oktober 2020
Maximale diepte onderzoek
2 m -mv
Beheer en plaats documentatie
De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / Noordelijk Archeologisch Depot / DANS / DINO-loket (boorgegevens)
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01) Het plangebied ligt volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart in een zone met een waarde WR-a3 en heeft volgens het vigerende bestemmingsplan een dubbelbestemming voor archeologie. Hier is archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen die meer dan honderd vierkante meter beslaan en die dieper reiken dan dertig centimeter beneden het maaiveld. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek verkennende fase (IVO-O). Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Tijdens het veldonderzoek is dit verwachtingsmodel getoetst. Daartoe zijn de opbouw en gaafheid van de bodem bepaald.
Figuur 1: Oosterwolde, 't Oost 60: Uitsnede van de topografische kaart 1:25.000. Het plangebied is rood omlijnd. Bron: Topografische Dienst Kadaster 2019.
1
1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02) Het plangebied ligt aan de noordoostzijde van de bebouwde kom van Oosterwolde aan ’t Oost 60 en is in gebruik als tuin met woning en schuur. Volgens informatie van het Kabels en Leidingen InformatieCentrum (KLIC) lopen er alleen huisaansluitingen door het noordelijke deel van het plangebied tussen de weg en de bestaande woning.
Figuur 2: Oosterwolde, 't Oost 60: foto van het plangebied genomen vanuit de noordoosthoek in zuidwestelijke richting.
2
2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06) 2.1 Bronnen Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het onderzoek staan aan het eind van dit rapport. Eén van de bronnen is ARCHIS 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin onder meer een archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)
Figuur 3: Oosterwolde, 't Oost 60: hoogtekaart gemaakt met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland 3 uit 2015. Het plangebied is het rood omlijnde terrein in het midden van de kaart. Blauwe en groene gedeeltes zijn laaggelegen gebieden, gele en oranje de hogere gelegen gebieden.
Oosterwolde ligt op een glaciale rug die in zuidwestelijke richting loopt. Deze rug bestaat uit keileem dat ongeveer 150.000 jaar geleden is ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saale-glaciaal. Tijdens dit glaciaal zijn pleistocene fluviatiele afzettingen door Scandinavisch landijs grotendeels vermalen en her-afgezet als keileem. Op de uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN; Figuur 3) is te zien dat het plangebied op de overgang ligt van de flank van de keileemrug, naar het beekdal van De Tsjonger / De Kuunder. De gekanaliseerde loop van deze beek ligt driekwart kilometer noordelijker. Hoewel het reliëf in het plangebied enigszins vertekend wordt door de tuinaanleg, lijkt het plangebied bijna net zo laag te liggen als het landschap ten noorden daarvan en aanmerkelijk lager dan de akker ten oosten van het plangebied. Tijdens een groot deel van de laatste ijstijd (het Weichselien) heerste in Nederland 3
een poolklimaat. Door het ontbreken van begroeiing had de wind vrij spel en kon vanuit het Noordzeebekken dekzand worden afgezet. Dit dekzand behoort tot het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Op de drogere delen van het dekzandlandschap zijn vaak podzolgronden ontstaan. Deze worden gekenmerkt door een uitspoelingslaag (lichtgrijze Ehorizont) en een inspoelingslaag (bruine B-horizont). De B-horizont gaat vaak via een geelbruine overgangslaag (de BC-horizont) over in het niet door bodemvorming beïnvloede gele zand (de C-horizont). Het keileem- en dekzandlandschap helt sterk af in noordelijke en westelijke richting. Door de lage ligging hiervan is dit landschap in de kustzones van Fryslân overdekt geraakt met veen en klei. Deze afzettingen zijn ongeveer vanaf 10.000 jaar geleden gevormd nadat de laatste ijstijd overging in een relatief warme periode, het Holoceen. De temperatuurstijging had tot gevolg dat de aanwezige ijskappen begonnen te smelten waardoor de zeespiegel steeg. Als gevolg van de snel stijgende zeespiegel en de slechte ontwatering van het landschap steeg de grondwaterspiegel en ontstonden grote moerassen en zoetwatermeren. Hier trad op grote schaal veenvorming op.
Op een paleogeografische reconstructie van Vos en De Vries (2013) van omstreeks 2750 vC is te zien dat toen inmiddels vanuit het beekdal een veenmoeras was ontstaan dat tot aan het plangebied reikte (zie Figuur 4). Op een volgende reconstructie van 1500 vC is inmiddels ook het plangebied bedekt met veen. Op de geomorfologische kaart (niet afgebeeld) ligt het plangebied op een dekzandrug met ten noorden en oosten daarvan grondmorenewelvingen. Volgens de bodemkaart (niet afgebeeld) bestaan de bodems in het plangebied uit hoge zwarte enkeerdgronden. Deze zijn vaak ontstaan door eeuwenlange bemesting met plaggenmest waarbij een minimaal vijftig centimeter dik akkerdek van humusrijk zand is ontstaan.
Figuur 4: Oosterwolde, 't Oost 60: uitsneden van de paleogeografische reconstructies van 2750 vC en 1500 vC. Bron: Vos & De Vries 2013. 4
2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04) Voor dekzandgebieden in hun algemeenheid geldt dat hierbinnen bewoningssporen kunnen worden aangetroffen die dateren vanaf het laat-paleolithicum. Vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum liggen vaak op relatief hoog gelegen delen van het dekzandlandschap in de nabijheid van water. Later, in het neolithicum wanneer een sedentair bestaan in de plaats komt van een nomadisch levenswijze, verkiest men vooral de hoogste delen van het dekzandlandschap. Deze nederzettingskeuze blijft tot in de vroege middeleeuwen bestaan. In de late middeleeuwen en de nieuwe tijd zijn de nederzettingen met name gesticht langs doorgangswegen, op kruispunten van wegen en aan de overgangen van rivieren. Uit het onderzoeksgebied en uit de nabije omgeving daarvan zijn geen archeologische waarden bekend (zie Figuur 5). De oudste vondsten uit de omgeving van het plangebied dateren uit het laat-paleolithicum en behoren tot de Tjonger-cultuur. Resten van deze cultuur worden met name aangetroffen in gradiëntzones die op de overgangen van hoog naar laag liggen, in de nabijheid van water.
Ongeveer vierhonderd meter ten zuidoosten van het plangebied is door De Steekproef een booronderzoek uitgevoerd waarbij een grotendeels verstoorde bodem is aangetroffen en waarbij geen relevante archeologische indicatoren zijn gevonden (zaaknummer 2085623100). Iets zuidelijker zijn scherven kogelpotaardewerk gevonden (zaaknummer 2758345100).
Figuur 5: Oosterwolde, 't Oost 60: archeologische waarden rondom het plangebied. Gele terreinen zijn in het verleden archeologisch onderzocht en groene stippen zijn vondstlocaties. Het plangebied wordt gevormd door zaaknummer 4898382100. Bron: Archis3.
5
2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03) De vroegst bekende vermelding van Oosterwolde is van 1228: 'Brokope' (Van Berkel en Samplonius 1995). Vanaf de vijftiende eeuw werd het veen in de Friese Wouden afgegraven voor turf (Jongmans et al. 2013). De kaart van Schotanus uit 1718 (zie Figuur 6) laat zien dat het plangebied op dat moment deel uitmaakte van een met bomen beplant gebied; mogelijk een fruitgaard. Ten oosten van het plangebied lag een akker. Op dat moment was er nog geen bebouwing aanwezig in het plangebied. Dit is ook nog niet het geval op de hier niet afgebeeld kadasterkaart uit de periode 1811-1832. De eerste woning op het terrein staat afgebeeld op de kaart uit 1909. Deze woning wordt met name duidelijk weergegeven op de uitsnede uit de topografische kaart uit 1927 (zie Figuur 7). Het noordelijke deel van het plangebied was toen nog altijd in gebruik als boomgaard terwijl het deel ten zuiden van de woning waarschijnlijk een moestuin vormde. De akker ten oosten van het plangebied is op deze kaart duidelijk als bolvormig aangegeven. Dit komt overeen met de gegevens op het AHN (zie Figuur 3). De op de kaart uit 1927 aangegeven woning is ook nog aanwezig op de kaart uit 1959 (zie Figuur 7) en lijkt ook nog aanwezig te zijn op de kaart uit 1982 (zie Figuur 7). Op deze laatste kaart is echter de huidige tuinaanleg herkenbaar met rondlopende oprit.
De huidige woning (zie Figuur 2) dateert uit de tweede helft van de twintigste eeuw en het is waarschijnlijk dan ook deze woning die op de kaart uit 1982 staat aangegeven. De oorspronkelijke woning zal derhalve tussen 1959 en 1982 zijn gesloopt en heeft ongeveer gestaan op de locatie van de huidige woning.
Figuur 6: Oosterwolde, 't Oost 60: uitsnede van de kaart van Schotanus uit 1718. Het plangebied ligt binnen de rode cirkel.
6
Figuur 7: Oosterwolde, 't Oost 60: uitsneden van de topografische kaarten uit 1927 (boven), 1959 (midden) en 1982 (onder). Het plangebied ligt binnen de rode cirkel. Bron: www.topotijdreis.nl. 7
2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) Op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart en beleidsadvieskaart valt het plangebied in een zone van WR-a 3 (zie Figuur 8). Dit betreft cultuurhistorische en cultuurlandschappelijke aandachtzones met een archeologische component. Hier is vooronderzoek vereist: vooronderzoek bij bodemingrepen groter dan honderd vierkante meter en dieper dan dertig centimeter. Het betreft de volgende elementen: - kampen uit WO II; - historische kernen en bebouwingslinten; - mogelijke voorden; - essen; - een stuk leidijk; - waterlopen; – een mogelijk veenontginningslint. Voor het plangebied geldt de ligging in zone WR-a 3 in verband met de verwachte ligging op een es. Op historische kaarten lijkt het plangebied echter ten westen van een es te liggen, binnen een boomgaard. Op de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE) ligt het plangebied op de advieskaart voor steentijd en bronstijd in een gebied met het advies 'karterend onderzoek 1'. In de toelichting hierbij staat dat er archeologische resten kunnen liggen die vlak onder het oppervlakte zijn afgedekt door een dun veen- of kleidek. De provincie adviseert om bij ingrepen van meer dan vijfhonderd vierkante meter booronderzoek te laten uitvoeren met een minimum van twaalf boringen per plangebied.
Het belangrijkste doel van het onderzoek is om vast te stellen wat het microreliëf van het dekzand is en in welke mate dit bewaard gebleven is. Voor de periode ijzertijd tot en met middeleeuwen adviseert de provincie 'karterend onderzoek 3'. Uit deze periode kunnen met name vroeg en volmiddeleeuwse veenontginningen aanwezig zijn met huisterpen uit die tijd. Tabel 2: Oosterwolde, 't Oost 60: specificatie archeologische verwachting. datering:
steentijd
middeleeuwen
complextype:
nederzetting / kamp
nederzetting
locatie:
zandkoppen
hele terrein
diepteligging:
in top dekzand
vanaf maaiveld eventueel op veenrestant
omvang:
onbekend
onbekend
gaafheid en conservering:
kans op organische conservering
kans op organische conservering
uiterlijke kenmerken:
bewerkt vuursteen, houtskool
afvallaag met scherven aardewerk, gebakken klei, bot
mogelijke verstoringen:
turfwinning, egalisatie
turfwinning, egalisatie
Om de bovengenoemde verwachting te toetsen is een archeologisch veldonderzoek uitgevoerd dat staat beschreven in Hoofdstuk 3.
8
Figuur 8: Oosterwolde, 't Oost 60: Uitsnede van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart en beleidsadvieskaart. Het plangebied ligt binnen de rode cirkel.
9
3. Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05) 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01) Het veldwerk is uitgevoerd op 17 oktober 2020. In het plangebied zijn twaalf boringen geplaatst in drie noord-zuid lopende boorraaien van elk vier boringen (zie Figuur 9). De boringen zijn uitgevoerd met een zandguts en een edelmanboor van twaalf centimeter diameter. De boringen reiken tot dieptes tussen één en twee meter onder maaiveld. De boormonsters zijn onderzocht door ze laagsgewijs af te snijden in de boorkop. De boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB). De boorlocaties en maaiveldhoogtes zijn ingemeten met een GPS met maximale onnauwkeurigheid van vijf meter. De hoogtes zijn bepaald met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland. De resultaten van de boringen zijn opgenomen in Appendix II in de vorm van laagbeschrijvingen en in Figuur 11 in de vorm van boorstaten.
Figuur 9: Oosterwolde, 't Oost 60: boorpuntenkaart. Het plangebied is omlijnd met een paarse stippellijn. De genummerde punten zijn de locaties van de twaalf boringen.
10
3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03) Bovenin alle boringen ligt een dik pakket vergraven zand dat uit brokken zand van uiteenlopend humusgehalte bestaat. De dikte van dit pakket varieert van ongeveer een halve meter op boorpunt 9 tot ongeveer een meter op de boorpunten 2, 3 en 4. Onder deze toplaag is op boorpunt 7 direct het schone geelgrijze zand van de C-horizont aangetroffen. In alle overige boringen is onder de toplaag een pakket vergraven zand aanwezig waarvan de dikte uiteenloopt van tien centimeter in boring 9 tot ruim veertig centimeter in boring 2 (zie Figuur 11). Hieronder is op de boorpunten 1 tot en met 4 de uit keizand bestaande top van de gestuwde afzettingen aanwezig. Deze wordt gekenmerkt door oxidatievlekken (Gleyverschijnselen; zie Figuur 10). Dergelijke gley-verschijnselen zijn op de boorpunten 8, 11 en 12 in de top van het dekzand waargenomen. Op boorpunt 5 ligt vanaf een diepte van ongeveer 5,9 meter boven NAP keileem. Deze keileem is grijs en ongeoxideerd. De aanwezigheid van een gley-horizont in zeven van de twaalf uitgevoerde boringen, is waarschijnlijk het gevolg van de ligging op de overgang van de gestuwde afzetting naar het lager gelegen landschap.
Figuur 10: Oosterwolde, 't Oost 60: De voor het plangebied kenmerkende bodemopbouw met links de humusrijke toplaag, in het midden de vergraven AC-horizont en rechts de C-horizont met oxidatie-vlekken.
Op de boorpunten 6, 7, 9 en 10 bestaat de C-horizont uit dekzand dat lichtgeel is en geen oxidatievlekken bevat. Op boorpunt 7 ligt de top van het (ongeroerde) dekzand relatief hoog, op 6,6 meter boven NAP. Op de boorpunten 8 tot en met 12 ligt de top van de Chorizont eveneens relatief hoog maar is de bovenste tien tot dertig centimeter hiervan, vergraven. Het laagst ligt de top van het dekzand op de boorpunten 1 tot en met 5. Hier is in de ondergrond bovendien keizand en keileem aangeboord en is het bovenliggende deel van de C-horizont volledig vergraven. De zeer dikke toplaag op dit deel van het plangebied heeft mogelijk vooral gediend om dit laaggelegen deel van het terrein op te hogen. Op dit (noordwestelijke deel) van het plangebied hoeven derhalve geen behoudenswaardige archeologische resten verwacht te worden; de bodem ligt van nature laag, is hier slecht ontwaterd en bovendien diep verstoord. Op deze boorpunten is derhalve niet nageboord met een megaboor. Op de overige boorpunten is dit wel gedaan. Ondanks het zeven van het hierbij opgeboorde zand zijn ook hier echter geen relevante archeologische indicatoren gevonden. Het zeefresidu bestond slechts uit enkele kleine twintigste eeuwse puinbrokken, een enkel fragment modern glas en metaal en enkele natuurlijke grindkorrels.
11
Figuur 11: Oosterwolde, 't Oost 60: De resultaten van het booronderzoek weergegeven als boorstaten.
12
4. Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07) Conclusies Uit het plangebied zijn geen archeologische vondsten of terreinen bekend (Archis3). Uit de historische kaarten blijkt dat het plangebied tot in de tweede helft van de negentiende eeuw onbebouwd was en in gebruik is geweest als weiland en boomgaard. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied (hooguit) een middelhoge verwachting voor resten van tijdelijke kampementen uit de steentijd op dekzandkoppen en voor resten van huisplaatsen uit de periode vroege middeleeuwen tot nieuwe tijd. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn in het plangebied twaalf grondboringen uitgevoerd. Hierdoor is een boordichtheid bereikt van ongeveer veertig boringen per hectare. Uit de resultaten van het met een guts verrichte booronderzoek blijkt dat de bodem met name op het noordwestelijke deel van het plangebied tot grote diepte uit vergraven/opgebrachte grond bestaat. Uit de aanwezigheid hierin van relatief moderne metaal-, glas- en puinresten blijkt dat dit pakket in de negentiende/twintigste eeuw zal zijn ontstaan. Mogelijk heeft dit gediend om het terrein op te hogen en bouwrijp te maken. Selectie-advies door drs.
(senior KNA-archeoloog/prospector) Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt dat de bodem op het noordwestelijke deel van het plangebied tot beneden 6 meter boven NAP uit opgebrachte/vergraven grond bestaat. Hieronder zijn slechts resten van een van nature slecht ontwaterde bodem aangetroffen. Op de overige delen van het plangebied is op alle boorpunten nageboord met een megaboor. Het zeven van het hiermee opgeboorde materiaal heeft ook hier slechts relatief moderne resten opgeleverd. De tot grote diepte verstoorde bodem, de van nature overwegend slechte ontwatering en het ondanks de hoge boordichtheid, volledig ontbreken van relevante archeologische indicatoren, betekent dat de resultaten van het onderzoek geen aanleiding geven tot het adviseren van archeologisch vervolgonderzoek. De verwachting voor bewoningsresten uit de steentijd en de periode bronstijd tot nieuwe tijd in het plangebied kan worden bijgesteld tot een lage verwachting. Wel wijzen wij erop dat voor al het graafwerk geldt dat als archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Ooststellingwerf.
13
Gebruikte bronnen
AHN-Viewer. www.AHN.nl. Actueel Hoogtebestand Nederland. Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geo-informatie en ICT. ARCHIS 3. www.test.zoeken.cultureelerfgoed.nl Berkel G. van en K. Samplonius 1995. Prisma Nederlandse Plaatsnamen. De herkomst en betekenis van onze plaatsnamen. Het Spectrum bv. Bosch, J.H.A. 2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Deltares-rapport 2008-UR0881/A. Hisgis, Historisch Geografisch Informatiesysteem. www.hisgis.nl Fryske Akademy Jongmans, A.G., M.W. van den Berg, M.P.W. Sonneveld, G.J.W.C. Peek, en R.M. van den Berg van Saparoea. 2013. Landschappen van Nederland: Geologie, bodem en landgebruik. Wageningen: Academic Publishers. Kadata via www.kadaster.nl, 2019. Topografische Kaart 1:25.000 van Topografische Dienst Kadaster, Emmen. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1. www.SIKB.nl. 2018. Centraal College van Deskundigen Archeologie. Stiboka 1976. Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Toelichting bij kaartblad 11 West Heerenveen. Stichting voor Bodemkartering. Wageningen. www.topotijdreis.nl Vos, P. & S. de Vries, 2013. Paleogeografische Kaarten van Nederland, tweede generatie (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Op 11 april 2014 gedownload van www.archeologieinnederland.nl.
Lijst van figuren en tabellen Figuren 1 Topografische kaart 2 Foto plangebied 3 Hoogtekaart 4 Paleogeografische reconstructies 5 Archeologische waarden in de omgeving 6 Kaart van Schotanus uit 1718 7 Historische topografische kaarten uit 1927, 1959 en 1982 8 Uitsnede van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart en beleidsadvieskaart 9 Boorpuntenkaart 10 Foto van de kenmerkende bodemopbouw 11 De resultaten van het booronderzoek weergegeven als boorstaten
Tabellen 1 Administratieve gegevens 2 Specificatie archeologische verwachting
Appendix I: Archeologische periodes paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B:
ijzertijd: tot 300.000 BP 300.000 - 35.000 BP 35.000 BP - 8.800 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP - 8.800 vC
mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat:
8.800 - 7.100 vC 7.100 - 6.450 vC 6.450 - 4.900 vC
neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B:
5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC 4.900 - 4.200 vC 4.200 - 2.850 vC 4.200 - 3.400 vC 3.400 - 2.850 vC 2.850 - 2.000 vC 2.850 - 2.450 vC 2.450 - 2.000 vC
bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:
2.000 - 1.800 vC 1.800 - 1.100 vC 1.800 - 1.500 vC 1.500 - 1.100 vC 1.100 - 800 vC
pleistoceen: elsterien saalien weichselien holoceen:
2,5 miljoen - 10.000 BP 475.000 - 410.000 BP 200.000 - 130.000 BP 116.000 - 10.000 BP 10.000 - heden
vC nC BP
= = =
voor Christus na Christus before present; present = 1950
ijzertijd vroeg: ijzertijd midden: ijzertijd laat:
800 - 500 vC 500 - 250 vC 250 - 12 vC
romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: romeinse tijd vroeg A: romeinse tijd vroeg B: romeinse tijd midden: romeinse tijd midden A: romeinse tijd midden B: romeinse tijd laat: romeinse tijd laat A: romeinse tijd laat B:
12 vC - 70 nC 12 vC - 25 nC 25 - 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 - 450 nC 270 - 350 nC 350 - 450 nC
middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: middeleeuwen vroeg A: middeleeuwen vroeg B: middeleeuwen vroeg C: middeleeuwen vroeg D: middeleeuwen laat: middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B:
450 - 1.050 nC 450 - 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 - 1.500 nC 1.050 - 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC
nieuwe tijd: nieuwe tijd vroeg: nieuwe tijd midden: nieuwe tijd laat:
1.500 - 1.650 nC 1.650 - 1.850 nC 1.850 – heden
Algemeen
Steentijd (tot 2000 vC) De steentijd is opgedeeld in het paleolithicum, mesolithicum en neolithicum. Het paleolithicum (oude steentijd) wordt vooral gekenmerkt door de ijstijden. Na het laatpaleolithicum verbetert het klimaat. Vindplaatsen uit het late paleolithicum zijn vooral te herkennen aan concentraties vondstmateriaal (bewerkt en/of verbrand vuursteen, houtskool) met weinig en moeilijk te herkennen grondsporen zoals kuilen, paalgaten en houtskoolconcentraties die mogelijk wijzen op haardplaatsen. Vondsten uit het mesolithicum of midden steentijd, gekenmerkt door sporen en vondsten van rondtrekkende jagers en verzamelaars, bestaan voornamelijk uit bewerkt vuursteen, verbrande hazelnootdoppen en houtskoolfragmenten. Mesolithische grondsporen zijn vooral oppervlakte-haarden en haardkuilen. In een natte omgeving kunnen ook werktuigen van gewei of hout bewaard zijn gebleven. Voorbeelden hiervan zijn geweibijlen, bogen, visfuiken, etc. In het neolithicum (nieuwe steentijd) werden dieren gehouden en in het neolithicum werd eveneens akkerbouw bedreven. Grondsporen uit deze periode kunnen bestaan uit paalgaten van bijvoorbeeld boerderijen, resten van beschoeiingen, greppels, (afval)kuilen en haardplaatsen. Aardewerk komt in deze tijd voor, evenals bewerkt (vuur)steen en geslepen bijlen.
Metaaltijden (2000-12 vC) In de bronstijd en ijzertijd kwam bemesting en wisselbouw binnen de akkerbouw voor. Sporen uit de bronstijd en ijzertijd kunnen bestaan uit kuilen, paalgaten van boerderijplattegronden, bijgebouwen of spiekers, waterkuilen of -putten, erf- ofakkerafscheidingen en sporen van akkerbewerking zoals de kruiselings getrokken voren van een eergetouw. Houtskool kan duiden op de aanwezigheid van haarden voor voedselbereiding of het bakken van aardewerk. Ook kunnen er restanten gevonden worden die duiden op metaalbewerking, zoals stukken ovenwand, brons- of ijzerslakken, sintels, mallen, smeltkroezen, metaal bedoeld voor omsmelten, etc. Vondsten kunnen verder bestaan uit bijvoorbeeld metalen voorwerpen of voorwerpen van aardewerk zoals vaatwerk, maar ook slingerkogels, rammelaars, spinklosjes en weefgewichten. Romeinse tijd (12 vC-450 nC) In de romeinse tijd vormde de Rijn de noordelijke grens van het romeinse rijk. Langs deze grens, de limes, werden grensposten, nederzettingen en wegen gebouwd. In het noorden van Nederland zijn ook romeinse vondsten gedaan, maar dit zijn voornamelijk losse vondsten als romeinse munten, mantelspelden en scherven romeins aardewerk. Middeleeuwen en nieuwe tijd (450 nC-heden) Na een afname in de bevolkingsdichtheid aan het einde van de romeinse tijd en de periode erna, steeg deze weer in het begin van de middeleeuwen.
Vondsten uit de middeleeuwen en later bestaan voornamelijk uit scherven aardewerk, waaronder importaardewerk, munten en metalen voorwerpen (zoals mantelspelden, spijkers), resten van aardewerkproductie, metaalbewerking, wolbewerking etc. Belangrijke gebouwen (bijvoorbeeld kerken en borgen) werden van baksteen / kloostermoppen gebouwd.
Appendix II Boorbeschrijvingen Boorbeschrijving volgens ASB 5.2 Boor Coördinaten LDO Lithologie Nr GD B K 1
2
3
4
5
6
7 8
9
10
11
12
X:216.392 Y: 557.131 X:216.397 Y: 557.115 X:216.405 Y: 557.094 X:216.414 Y: 557.076 X:216.400 Y: 557.146 X:216.411 Y: 557.120 X:216.421 Y: 557.105 X:216.450 Y: 557.090 X:216.414 Y: 557.162 X:216.425 Y: 557.144 X:216.439 Y: 557.123 X:216.445 Y: 557.108
92 104 150 105 148 190 97 134 170 102 137 170 93 111 150 95 128 170 82 120 53 68 100 52 62 100 82 96 120 53 70 110 67 94 130
Z Z KZ Z Z KZ Z Z KZ Z Z KZ Z Z KL Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z
B V
B Z
BS B H 3 1 3 3 1 3 3 1 3 3 1 3 3 1 3 3 1 1 3 1 3 1 1 3 1 1 3 1 1 3 1 1 3 1 1
Kleur HK TK BR GE GR BR GE GR BR GE GR BR GE GR BR GE GR BR GE GE BR GE BR GE GE BR GE GE BR GE GE BR GE GE BR GE GE
IK
GR BR
DO LI
GR BR
DO LI
GR BR
DO LI
GR BR
DO LI
GR BR
DO LI
GR BR
DO LI LI DO LI DO LI
GR GR BR GR GR BR GR BR GR BR GR GR BR GR
DO LI LI DO LI LI DO LI DO LI
Overige kenmerken VLK CO PLH VS S S T
AIS BHN
BR OR
Bhac gley
BR OR
Bhac gley
BR OR
Bhac gley
BR OR
Bhac gley
BR
Bhac gley
BR
Bhac BHC
BI
GI
TL ROG TL ROG TL ROG TL ROG TL ROG TL ROG DEZ TL
BHC BR OR BR
BR
BR OR BR OR
Bhac Gley Bhac BHC Bhac BHC Bhac Gley Bhac Gley
DEZ TL ROG DEZ TL ROG DEZ TL ROG DEZ TL ROG DEZ TL ROG DEZ
Betekenis van de afkortingen: LDO – Onderzijde boortraject Lithologie: GD – Onverharde sedimenten: G = grind, K = klei, L = leem, V = veen en Z = zand, KL = keileem KZ = keizand Bijmengsels: BK = bijmengsel klei, BS = bijmengsel silt, BZ =bijmengsel zand, BV= bijmengsel veen, BH = bijmengsel humus. Betekenis toegevoegde cijfers: 1 = zwak, 2 = matig, 3 = sterk en 4 = uiterst. Kleur: HK = hoofdkleur, BL = blauw, BR = bruin, GE = geel, GN = groen, GR = grijs, OL = olijf, OR =oranje, PA = paars, RO = rood, RZ = roze, WI = wit, ZW = zwart. TK = Tweede kleur (kleurafkortingen als boven). IK = Intensiteit kleur: LI = licht en DO = donker VLK = Vlekken (V): 2e en 3e letter is kleurafkorting als boven, 1 = weinig, 2 = matig , 3= veel Overige kenmerken: CO = Consistentie (C ): ZSL-zeer slap, SLA-slap, MSL-matig slap, MST-matig stevig, STV-stevig PLH = plantenresten (PL0 = geen, PL1 = spoor, PL2 = weinig, PL3 = veel); VB= veenbrokken VS = veensoorten SST = Sedimentaire structuren; ZL = zandlaagjes, KL = kleilaagjes BHN = Bodemhorizont; BHC = C-horizont, Bhac = AC=horizont, Gley = gley-horizont BI = Bodemkundige interpretaties; ROG = rommelig, TL = tuinlaag, VRG = vergraven GI = Geologische interpretaties; DEZ = dekzand AIS = Archeologische indicatoren