Bijlage 1.1 - Bijlagen bij de toelichting ontwerpbestemmingsplan 't Oost 60 te Oosterwolde
Tekst van het document
bestemmingsplan 't Oost 60 te Oosterwolde ontwerp
bestemmingsplan Bijlagen bij de toelichting
't Oost 60 te Oosterwolde ontwerp 28-04-2021
bestemmingsplan 't Oost 60 te Oosterwolde
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
5
Bijlage 1
Bouwtechnische tekeningen
7
Bijlage 2
Bodemonderzoek
11
Bijlage 3
Archeologisch onderzoek
63
Bijlage 4
Beknopte natuurtoets
89
Bijlage 5
AERIUS-berekening
123
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek
143
Bijlage 7
Watertoets
177
3
bestemmingsplan 't Oost 60 te Oosterwolde
4
bestemmingsplan 't Oost 60 te Oosterwolde
Bijlagen bij de toelichting
5
bestemmingsplan 't Oost 60 te Oosterwolde
6
bestemmingsplan 't Oost 60 te Oosterwolde
Bijlage 1 Bouwtechnische tekeningen
7
5780 178
3680 3800
schu
0712-
b.
ifdeu r nt
-2170
A0.01
Woon/Eetkamer 65,1 m²
0981-
-3060 -3060 -1890
A0.01
600
Glazen deur
Kast 1,3 m²
A0.01
Ø15 00
x160
0
49,5 m²
Ø15 00
2000
14,7 m²
2,8 m²
b.
Garage
30
Slaapkamer 2
Voorportaal
nt aam ikiepr
A0.01 A0.01
A0.01 1000
49,5 m²
WC
1600 00 3300
B
A0.01
Vid e
30
balu stra de 100 0+ vl.
0 71 2
1
h sc
50 15
60
tb. rn ifd hu sc
.
m 1,4
1
A0.0
2,8
A0.0
WC ²
30
l taa or orp Vo m²
e 1,4
m
00
12
ob
r.m
7,4
1
l Ha m²
A0.0
Ø1500
Sc
65
t ch ha
A0
.01
i pu uif
00 16
d x13 ouche 50m m 105 0
150 0
1,3 r deu zen Gla
. ntb
x0 61
0
2100
2580
st Ka m²
A0
eu
ten rgro Ve
2 .01 ing A0 rg Be m² 3,4
1,6
WCm²
1 A0.0
9
10
11
12
13
14
15
00
balu stra de 100 0+ vl.
wp wd
1 A0.0 ap Sla,7 m² 14
/wm
2
er kam .01
00
am iep ra aik
41 00
dra
Pe
16
17 1500
. ntb
A
rce e
9
10
11
12
A
Ø15 00
ns
0 120
lgre
lgre
Ø1500
der Ga ²
00
er
r
am
deu
.0
etk 1 on/E Wo,1 m²
zen
²
A0
Ka 1 st m
1,3
A0.0
Gla
10
1500
30
e
.0
80 36 00 38
Ø1500
Ø1500
.0
rob
A0
m²
A0
WC 1
1,6 m²
-1620
Ha .01 l
.01
7,4
A0
Be
49,5 m²
2
Garage
15,2 m²
wp
A0.01
Hal
3,4 rgin m² g
/wm
900
2,4 m² A0.01
wd
A0.01
badkamer
A0
m²
Ga 1 de
1,4
ten
03
Ø1500
.0
30
1
A0
Vo 1
l
Ø1500
Ø1500
rgro
che dou mm 350
-1620
0x1
30
A0.0
er
2
taa
7
7
105
03
r.m.
30
3 2 1
1
8
8
Ve
5 4
2
orp or
7,8 m²
9
9
30
0
Meterkast
A0.01
30
0
120
Hal
1500
WC
1100 1575
150
Meterkast
Peil=0
,8 m ²
+vl.
A0.01
1,2 m²
Peil=0
03
000
A0.01
800 4 3
1
0
100
e1
A0.01
5
2
2
Ø1500
balu
stra d
4
3
3
A0.0 1
-3060 l. 0+v 100 de stra balu
4
W
49,5 m²
49,5 m²
-3060
5
00
33
8 7
6 5
1
Garage
-3060
6
Sla 1
rce e
7
14,9 ap m² kam
Pe
1500
8
00
1,4 C m²
-3060
e Vid
t Schach
50
00 x1 6
A0.01 A0.01
Garage
vl. 0+ 100 de stra balu
31
20
l. 0+v
1
1
+1440 Peil=0
100
2
2
+1440
de stra balu
3
3
17
4
4
16
5
15
5
14
6
13
6
12
7
7
9
8
8
wd/wm wp Vergroten 11
5,2 m²
-3060
A0.01
Berging 2 3,4 m²
10
13
12
9
11
5,2 m²
10
A0.01
Hal
1,4 m²
3150
a apk Sla,9 m²
2000x1 60
0
r1 me
Ø1500
1
14
A0.0
3800
4100
draaikiep raam ntb .
3680
am er
etk
r2
Ø1500
me
ui ntb.
schuifp
0 578
²
²
0061x0
A0.0
1550
600
-3060
710
002
1600
Sla 1 ap m ka
-3060
14,7
19,1 m²
A0.0
Vide
3300
Nachtpost
Wo 1 on m /E
65,1
A0.01 00
2000x9
8 17
0 -1620 A0.01
Hal
douche 1050x1350mm
120
7,8 m²
-1620
WC
Scha cht
ns
710
A0.01
Hal
Ø15
00
1500
B
30
1,6 m²
3150
61x0 002
03
draa
7,4 m²
14,9 m²
4100
ntb.
03
Garage
-1890
1200
Hal
Slaapkamer 1
A0.01 A0.01
A0.01
1550
ifpui
schu
0981-
r.m .
Gaderobe 1,4 m²
00
Ø15
A0.01
r ntb.
578
0
A
178
eu schuifd
A
B
-21
70
-18
90
-18
90
B
1e V E R D I E P I N G
BEGANEGROND
e
Vid
03
17
16
15
14
13
9
12
11
6700+ bk. dakrand
10
6700+ bk. dakrand
Vid e
DAKOPBOUW: - 2 laagse bitumineuze dakbedekking - isolatie en afschotplaten (RC= ≥ 6,0 m².K/W) - damremmende folie - ihw gestorte betonvloer 320mm (volgens opgave constructeur)
BALKONS: - prefab beton balkons - bevestiging met iskorf - balustrade gehard glas 1000mm+vl. (volgens opgave constructeur)
+1440
vl. 0+ 100
7
VLOEROPBOUW: - cementdekvloer dik 70 mm - isolatie dik 20mm (max 20MN/m³) - Ihw gestorte betonvloer 320mm (volgens opgave constructeur)
de stra
9
10
11
12
13
14
15
-1620
3060-
rondweg
- Hormann ALR F42 sectionaaldeur bekleed met hout
2649
2160-
2200
rondweg
N
1620entree's / openbare weg
2633
2160-
2545
1620entree's / openbare weg
30 balu s 100 trade 0+v l.
de stra balu 0+vl. 100
410
Peil=0 Begane grond
balu
+3060
620
Peil=0 Begane grond
2
2
2650
- kozijn aluminium Metaglas methermo XL XVU-1
4
3
3
+3060
410
3060+ 1e verdieping
4
30
3060+ 1e verdieping
2650
VLOEROPBOUW: - cementdekvloer dik 70 mm - isolatie dik 20mm (max 20MN/m³) - Ihw gestorte betonvloer 320mm (volgens opgave constructeur)
8 7 5
+vl.
5
6
0 100
6
MUUROPBOUW: - kolom (volgens opgave constructeur) - gipsplaat 12,5mm - constructieplaat 12mm - dampdichtefolie stijl- en regelwerk 38x235mm met daartussen isolatie (RC= ≥ 4,5 m².K/W) - dampopenfolie - geventileerde regels 2x22x50mm - houten gevelbekleding - 200 mm beton
de stra balu
8
16
+3060
320
5710+ ok. betondak
17
+1440
5710+ ok. betondak
Vide
3060-
kelder
Nieuwbouw 6 zorgwoningen CPO Oosterwolde
kelder
3500
665
1360
1720
2700
Plattegronden en doorsnede
451
19096 Opdrachtgever
Onderwerp
Ontwerp
DOORSNEDE A-A
DOORSNEDE B-B
2e V E R D I E P I N G (rest is idem als 1e verdieping)
B8-01 1:100 20-01-2021 22-01-2021 EL,mab / sa INFO@ADEMA-ARCHITECTEN.NL VLEESMARKT 7 | 9101MH DOKKUM | 0519-295665 OOSTERKADE 1 | 9711RS GRONINGEN | 050-2073141 IJSSELKADE 60 | 8261 AH KAMPE N | 0519-295665
ADEMA ARCHITECTEN
Blad / formaat A0 Schaal Datum Gewijzigd Getekend / Gezien
bestemmingsplan 't Oost 60 te Oosterwolde
10
bestemmingsplan 't Oost 60 te Oosterwolde
Bijlage 2 Bodemonderzoek
11
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl
november ’20
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
Projectnummer:
20-M9573
Opdrachtgever:
BügelHajema Adviseurs
Datum:
20 november 2020
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
datum
vrijdag 20 november 2020
projectnummer
20-M9573
in opdracht van
BügelHajema Adviseurs Vaart N.Z. 50 9401 GN Assen
uitgevoerd door
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
november ’20
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ...................................................................................................................................3 1.1
Algemeen ............................................................................................................................3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................3
1.3
Doel van het onderzoek .......................................................................................................3
1.4
Referentiekader van het onderzoek .....................................................................................4
1.5
Opbouw van het rapport ......................................................................................................4
VOORONDERZOEK ....................................................................................................................5 2.1
3
4
5
Hypothese en onderzoeksstrategie .................................................................................... 10
VELDONDERZOEK ................................................................................................................... 12 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ...................................................................................... 12
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ..................................................................................... 13
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK.................................................................................. 15 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek .................................................... 15
4.2
Toetsingscriteria ................................................................................................................ 16
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ...................................................................................... 17
4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond ................................................................................... 17
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ........................................................................... 19
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 21
LITERTUURLIJST ............................................................................................................................ 25 COLOFON ........................................................................................................................................ 26
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
november ’20
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BügelHajema Adviseurs is in oktober 2020 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een perceel gelegen aan ’t Oost nr. 60 te Oosterwolde (gemeente Ooststellingwerf). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging als gevolg van het bluswater op de locatie. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
november ’20
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
november ’20
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in Tabel 1. Tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek
Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie Bodemopbouw
E
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Antropogene lagen in de bodem
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Geohydrologie
✓
✓
Geval van ernstige bodemverontreiniging?
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Kwaliteit o.b.v. BKK
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ 0
✓
✓
✓
✓
✓
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig
✓
Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
november ’20
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de gemeente Ooststellingwerf, mail d.d. 02-10-2020; • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie bodemloket.nl; • informatie van de bodematlas van de Provincie Fryslân; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • ahn.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In Tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. Tabel 2: overzicht basisinformatie
Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onderzochte deel van de locatie, plangebied) Algemene omschrijving Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden
Geplande herinrichting bijzonderheden: -
november ’20
’t Oost nr. 60 Oosterwolde Ooststellingwerf Zie bijlage 1 X = 216,413 Y= 557,115 Gemeente Oosterwolde, sectie E nr. 626 Niet onderzocht 3.610 m2. De onderzoekslocatie betreft een woonhuis met bijgebouwen en tuin. Voor de bebouwing op de onderzoekslocatie is het bouwjaar 1974 opgenomen. De bodem ter plaatse van de woning is verhard met tegels/klinkers. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLICmelding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding “hoge verwachting”. Bouw van 6 zorgappartementen
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2. Figuur 1. onderzoekslocatie.
bodemgebruik In de onderstaande Tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tabel 3: beschrijving bodemgebruik
Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)
Huidig
Op kaarten vanaf 1909 lijkt de locatie reeds bebouwd. Op kaarten na 1958 wordt bebouwing aan de zuidzijde van het perceel weergegeven. Deze bebouwing wordt op kaarten na 1981 niet meer weergegeven. Op kaarten na 2000 wordt de bebouwing in de achtergelegen woonwijk weergegeven. Wonen met tuin.
Geen.
Toekomstig
Zorgappartementen.
Geen.
Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op kaarten vanaf 1909 is op of nabij de basis van onderzoekslocatie enige bebouwing te herkennen. topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig en Noord: ’t Oost en tegenover gelegen woning (nr. 47). toekomstig Oostzijde: naastgelegen agrarisch perceel. Zuid- en westzijde: woningen aan de Oosterbrink (nrs. 19 en 21).
november ’20
Geen.
Geen.
Geen
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In Tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. Tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten
Gebruik
De onderzoekslocatie betreft een woonhuis met bijgebouwen en tuin.
Bouwvergunning
Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Voor de onderzoekslocatie zijn bouwvergunningen verleend.
Milieuvergunning
Niet bekend.
Handelsregister
De locatie wordt niet vermeld in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie, t.p.v. het plangebied.
Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich voor zover bekend geen asbestverdachte daken.
Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Ophogingen/dempingen/stortingen Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. PFAS-verdachtheid Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Niet gesprongen explosieven Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven.
De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's november ’20
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
Verdachte activiteiten < 25 m
worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Oostelijk van de onderzoekslocatie wordt melding gemaakt van een demping (niet gespecificeerd, voldoende onderzocht).
voorgaande bodemonderzoeken in Tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. Tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart
voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
-
Omgeving <25 m
Oosterbrink 2-21 Ecolyse BV, C-698.105, d.d. 11-05-1993 bovengrond: EOX >A grondwater: chroom, benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen >A
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
Niet bekend.
-
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 7.5 m+NAP. In Tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven.
Tabel 6: geohydrologische opbouw
diepte m-mv 0-0,6
beschrijving
formatie
Zand, matig humeus
Boxtel
0,6-12,5
Zand, zeer fijn- matig fijn
Drachten
12,5-20
Zand, sterk kleiig/Klei , sterk siltig
Peelo
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld.
november ’20
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. (financieel-) juridische situatie In Tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. Tabel 7: financieel/juridische aspecten
kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersone
Gemeente Oosterwolde sectie E nr. 626 -
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat op de locatie geruime tijd in gebruik is geweest als woonhuis. T.a.v. het plangebied is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor een onverdachte locatie (ONV-NL) (literatuur 1). In Tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
mogelijke verontreiniging (deel)locatie
grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (ca. 3.610 m2)
november ’20
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
november ’20
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2020. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) ruim een week na plaatsing van de peilbuis op 27 oktober 2020 uitgevoerd De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door en onder toezicht van geregistreerde veldwerkers van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. De locatie betret een woonhuis met tuin. Op basis van de locatie-inspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in Tabel 9. Tabel 9: veldwerkprogramma
Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
10
0,5
3 t/m 13
2
2
2
1
3,6
1
2
Onderzoekslocatie (3.610 m ) Boringen Peilbuis
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
november ’20
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In Tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. Tabel 10: lokale bodemopbouw
bodemlaag m-mv 0,0-0,1 0,1-0,15 0,15-0,2 0,2-0,5 0,5-1,1 1,1-1,5 1,5-2,5 2,5-2,9 2,9-3,6
hoofdbestanddeel Klinker Zand Menggranulaat Zand Zand Zand Leem Leem Leem
toevoeging
kleur
zwak siltig
donker geel
zwak siltig, zwak humues zwak siltig matig siltig zwak zandig sterk zandig zwak zandig
donker bruin donker grijs licht beige-grijs licht grijs licht geel-oranje licht grijs
Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in weergegeven in Tabel 11. Tabel 11: veldwaarnemingen grondwater
Peilbuis filtertraject grondwaterstand voorpompen pH EGV troebelheid m-mv m-mv liter geleidingsvermogen (NTU) µS/cm 1 2,6-3,6 1,70 6 5,9 680 8,9
november ’20
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Ter plaatse van boring 1 is onder de bestrating een dun laagje menggranulaat waargenomen. Voor het overige zijn in het opgeboorde materiaal op basis van zintuiglijke waarnemingen geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
november ’20
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn drie grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande Tabel 12 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. Tabel 12: analyseschema
Monstercode boringnummer(s)
diepte (m-mv) zintuigelijke waarnemingen
analysepakket
grond 1 (MM1) 2 (MM2) 3(MM3)
1+2+4 t/m 8 3+9 t/ 13 1+2+3
0-0,5 0-0,5 0,45-1,5
-
NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000
Grondwater 1 (peilbuis)
1
2,6-3,6
-
NEN-grondwater(**)
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
november ’20
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5:; De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
november ’20
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond
boven- en ondergrond (0,0-2,0 m-mv) In Tabel 13 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. Tabel 13: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 23258118#20-M9573-t Oost 60 Oosterwolde Certificaten 1101628 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3.0.0 Toetsdatum: 20 november 2020 13:11 Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds
AW
T
Monster 6487659 Monster 6487660 Monster 6487661 1, 01: 20-50, 02: 0-45, 04:, 05:, 06: 0-50, 07: 15-50, 08: 0-50 2, 03: 0-50, 09: 0-40, 10: 0-50, 11: 0-40, 12: 0-50, 13: 0-40 3, 01: 50--150, 02: 45-90, 03: 50-90, 02: 100-150 Max. Bodemindex 0,003 Max. Bodemindex 0,034 Max. Bodemindex 0,004 Toetsoordeel Toetsoordeel Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index
I
2,1 2,4
10 25
87,5
87,5
0 0
4,1 1,3
10 25
@
0
84,6
84,6
0 0
0,5 1
10 25
0 0
@
0
90
90
@
0
190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
21 < 0.2 <3 6,8 < 0.05 25 < 1.5 <4 33
78 < 0.24 < 7.1 14 < 0.05 39 < 1.0 <8 77
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
25 0,21 <3 8,3 0,06 29 < 1.5 <4 72
97 0,33 < 7.4 16 0,08 44 < 1.0 <8 160
@ 1.2 AW(WO)
0 0 0 0 0 0 0 0 0,034
< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20
< 54 < 0.24 < 7.4 < 7.2 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 < 33
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
190
2595
5000
< 35
< 120
-
0
< 35
< 60
-
0
< 35
< 120
-
0
< 0.05 0,07 0,07 0,28 0,16 0,21 0,18 0,2 0,14 0,13
< 0.035 0,07 0,07 0,28 0,16 0,21 0,18 0,2 0,14 0,13
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 0,05 < 0.05 0,13 0,05 0,09 0,07 0,08 < 0.05 < 0.05
< 0.035 0,05 < 0.035 0,13 0,05 0,09 0,07 0,08 < 0.035 < 0.035
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
1,5
1,5
0
0,61
0,61
0
0,35
< 0.35
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0033 < 0.0033 < 0.0033 < 0.0033 < 0.0033 < 0.0033 < 0.0033
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0017 < 0.0017 < 0.0017 < 0.0017 < 0.0017 < 0.0017 < 0.0017
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035
0,005
< 0.023
0,003
0,005
< 0.012
0
0,005
< 0.024
1,5
0,02
20,75
0,51
40
1
-
-
-
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0,004
Legenda @ Geen toetsoordeel mogelijk x AW(WO) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) <= Achtergrondwaarde N.B. De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
november ’20
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
interpretatie onderzoeksresultaten grond In Tabel 14 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. Tabel 14: samenvatting toetsresultaten per mengmonster
Boringen 1+2+4 t/m 8
2 (MM2)
3+9 t/m 13
0-0,5
-
zink
-
-
Wonen*
3 (MM3)
1+2+3
0,45-1,5
-
-
-
-
AW*
Legenda >AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
Diepte 0-0,5
Zintuigelijk >AW -
>T -
>I
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5) overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
>I -
Indicatieve toetsing Bbk* AW*
Mengmonster 1 (MM1)
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0-0,5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 (boring 1+2+4 t/m 8) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM2 (boring 3+9 t/m 13) bevat een verhoogd gehalte zink (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het verhoogd gemeten gehalten zink in het bovengrondmengmonster MM2 overschrijdt de tussenwaarde (indicatiewaarde voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) niet en geeft daardoor uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. Wel geldt in dit geval dat voor zink bij toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit, de onderzochte grond indicatief voldoet aan bodemkwaliteitsklasse wonen. Het verhoogd gemeten gehalte zink in het bovengrondmengmonster MM2 is niet te relateren aan zintuiglijk waargenomen bijmengingen in het bodemmateriaal. De overige onderzochte stoffen zijn in het bovengrondmengmonster MM2 niet verhoogd gemeten t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0,45-1,5 m-mv) Ondergrondmengmonster MM2 (boring 1+2+3) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
november ’20
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater In Tabel 15 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. Tabel 15: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie
OPID 23446424#20-M9573-t Oost 60 Oosterwolde 1105538 T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb BoToVa 2.0.0
Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l cadmium (Cd) µg/l kobalt (Co) µg/l koper (Cu) µg/l Kwik (Hg) (ni et vl uchtig) µg/l lood (Pb) µg/l molybdeen (Mo) µg/l nikkel (Ni ) µg/l zi nk (Zn) µg/l Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l Vluchtige aromaten benzeen µg/l ethylbenzeen µg/l naftaleen µg/l o-xyleen µg/l styreen µg/l tolueen µg/l xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xyl enen µg/l Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 1,1,2-trichloorethaan µg/l 1,1-di chl oorethaan µg/l 1,1-di chl ooretheen µg/l 1,1-di chl oorpropaan µg/l 1,2-di chl oorethaan µg/l 1,2-di chl oorpropaan µg/l 1,3-di chl oorpropaan µg/l cis-1,2-di chl ooretheen µg/l dichloormethaan µg/l monochlooretheen (vinylchloride) µg/l tetrachlooretheen µg/l tetrachloormethaan µg/l trans-1,2-dichl ooretheen µg/l trichlooretheen µg/l trichloormethaan µg/l Sommaties som C+T di chlooretheen µg/l som dichloorpropanen µg/l Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform)µg/l
S
Legenda @ xS N.B.
T
Toetsdatum: 20 november 2020 13:12 Monster 6499223 Pb1, 01-Pb1: 260-360 Max. Bodemindex 0,05 Toetsoordeel Overschri jding Streefwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index
I
50 0,4 20 15 0,05 15 5 15 65
337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5
625 6 100 75 0,3 75 300 75 800
53 < 0.2 <2 18 < 0.05 5,8 <2 5,1 25
1.1 S 1.2 S -
0,005 0 0 0,05 0 0 0 0 0
50
325
600
< 50
-
0
0,2 4 0,01
15,1 77 35,005
30 150 70
-
6 7
153 503,5
300 1000
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
0 0 0 0 0 0 0
0,2
35,1
70
0,2
-
0
0,01 0,01 7 0,01
150,005 65,005 453,5 5,005
300 130 900 10
-
7
203,5
400
0,01 0,01 0,01 0,01
500,005 2,505 20,005 5,005
1000 5 40 10
24 6
262 203
500 400
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
0,01 0,8
10,005 40,4
20 80
0,1 0,4
-
0,007 0
630
< 0.2
@
0
-
-
-
Geen toetsoordeel mogelijk <= Streefwaarde x maal Streefwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
november ’20
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
interpretatie resultaten grondwater In Tabel 16 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van het onderzochte grondwatermonster. Tabel 16: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster Grondwatermonster
Diepte filter
Zintuigelijk
>S
>T
>I
Pb1
2,6-3,6
-
barium, koper
-
-
Legenda >S
overschrijding streefwaarde (bodemindex <=0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
peilbuis 1 (2,6-3,6 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium en koper (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. De verhoogd gemeten gehalten barium en koper (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 overschrijden de tussenwaarde en de bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen. november ’20
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in Tabel 17. Tabel 17: samenvatting toetsingsresultaten
Mengmonster
Boringen
Diepte
Zintuigelijk
>AW of >S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
Grond 1 (MM1)
1+2+4 t/m 8
0-0,5
-
-
-
-
AW*
2 (MM2)
3+9 t/m 13
0-0,5
-
zink
-
-
Wonen*
3 (MM3)
1+2+3
0,45-1,5
-
-
-
-
AW*
Grondwater Pb1
1
2,6-3,6
-
barium, koper
-
-
n.v.t.
Legenda >AW / >S
overschrijding achtergrondwaarde/streefwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
grond bovengrond (0-0,5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 (boring 1+2+4 t/m 8) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM2 (boring 3+9 t/m 13) bevat een verhoogd gehalte zink (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het verhoogd gemeten gehalten zink in het bovengrondmengmonster MM2 overschrijdt de tussenwaarde (indicatiewaarde voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) niet en geeft daardoor uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0,45-1,5 m-mv) Ondergrondmengmonster MM2 (boring 1+2+3) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater peilbuis 1 (2,6-3,6 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium en koper (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. De verhoogd gemeten gehalten barium en koper (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 overschrijden de tussenwaarde en de bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. november ’20
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet vrij is van bodemverontreiniging. De bovegrond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevat verontreinigingen t.o.v. respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde. De verhoogd gemeten chemische verontreinigingen overschrijden de tussenwaarde en/of de bodemindex >0.5 niet en geven daardoor geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De onderzoeksresultaten stemmen niet geheel overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese “onverdacht” dient verworpen te worden. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden. De vooraf gehanteerde hypothese is gezien de doelstelling van het onderzoek alsmede de bekende onderzoeksresultaten voldoende om conclusies te verbinden betreffende de kwaliteit van de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. Op basis van de chemisch-analytische onderzoeksresultaten zijn er uit milieuhygiënische overwegingen in relatie tot de bodemkwaliteit, naar onze mening, geen belemmeringen ten aanzien van de geplande herontwikkeling en nieuwbouw van zorgappartementen op de onderzoekslocatie.
Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C1 resp. NEN 5897 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C1 of NEN 5897.
Afwijkingen in de werkzaamheden Er hebben bij de uitvoering van veldwerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. het geldende protocol BRL SIKB 2001. Er hebben bij de uitvoering van analysewerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen AS3000 en/of overige geldende analysemethoden.
november ’20
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
Aanbevelingen Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli jl. heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a.
partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
november ’20
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 't Oost nr. 60 te Oosterwolde
Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op een perceel gelegen aan 't Oost nr. 60 te Oosterwolde (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster.
Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Bouw & Milieu afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Bouw & Milieu niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v. een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie.