Agendabundel
Tekst van het document
Bij het opstellen van het Programma Duurzaam Ooststellingwerf 20212025 was niet voorzien dat er vanuit de Rijksoverheid in deze periode veel inzet gevraagd zou worden op het thema Energietransitie. De Rijksoverheid heeft hiervoor ook extra geld aan gemeenten beschikbaar gesteld. Daardoor is er de afgelopen periode extra ingezet op acties rondom het thema Energietransitie. Dit had gevolgen voor de uitvoering van het thema Circulaire economie. De uitwerking van de acties van dit thema en de uitvoering van de Circulaire Uitvoeringsstrategie liggen achter op planning.
Terugblik 2021-2025
In de bijlage is een overzicht opgenomen met de acties uit het Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025 met een terugblik op wat we de afgelopen periode hebben gerealiseerd. De belangrijkste conclusies uit de evaluatie zijn: Er zijn veel acties uit het programmaplan 2021-2025 uitgevoerd en afgerond. Veel van de acties zijn structureel geborgd in de organisatie. Dit staat beschreven in de bijlage. In het Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025 zijn een aantal ambities opgenomen. Tijdens de evaluatie bleek dat het lastig was om het behaalde resultaat van een actie te koppelen aan de ambitie. In dit plan nemen we daarom per speerpunt meetbare doelen op. Terug naar overzicht
9
SDG's en uitgangspunten lange termijn In 2015 hebben de landen die lid zijn van de Verenigde Naties de Sustainable Development Goals (hierna SDG’s of Global Goals) aangenomen. De SDG’s zijn 17 wereldwijde strategische doelen die ontwikkeld zijn om tegen 2030 een groenere, eerlijkere en betere wereld voor iedereen te bereiken. In 2022 heeft gemeente Ooststellingwerf de status van Global Goals gemeente gekregen. Dit betekent dat wij ons verbinden aan het behalen van de 17 SDG’s. Met dit programmaplan werken we aan de SDG’s. SDG 13 Klimaatactie staat centraal in het programma Duurzaamheid SDG 13 is gericht op de aanpak van de door mensen veroorzaakte klimaatcrisis. Deze doelstelling gaat over actie nemen om klimaatverandering en haar impact te bestrijden. Met de thema’s in dit programmaplan werken we aan dit doel. Daarnaast werken we ook aan andere SDG’s In het plan geven we per thema weer welke SDG’s dit zijn. De tabel hiernaast geeft een totaaloverzicht van de SDG’s per thema. Hierbij is bij de beschrijving van de SDG de vertaling gemaakt naar de situatie in Nederland/Ooststellingwerf. Bijvoorbeeld: voor SDG 2 (geen honger) ligt in Nederland de focus op een duurzame landbouw.
Thema
Sustainable Development Goals
Duurzaam landelijk gebied
SDG 2: Geen honger → duurzame landbouw SDG 15: Leven op het land → beschermen en herstellen van ecosystemen en biodiversiteit
Sociale duurzaamheid
SDG 1: Geen armoede → duurzame energie voor iedereen toegankelijk SDG 2: Geen honger → duurzame landbouw SDG 3: Goede gezondheid en welzijn SDG 4: Kwaliteitsonderwijs → leven lang ontwikkelen SDG 7: Betaalbare en duurzame energie → toegang tot duurzame en betaalbare energie SDG 10: Ongelijkheid verminderen → ongelijkheid tegengaan SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen → toegang tot een duurzame woning en inclusieve, gezonde dorpen SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie → circulaire productie en consumptie
Biodiversiteit
SDG 3: Goede gezondheid en welzijn SDG 6: Schoon water en sanitair → schoon water SDG 15 Leven op het land → beschermen en herstellen van ecosystemen en biodiversiteit
Circulaire samenleving
SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie → circulaire productie en consumptie
Energietransitie
SDG 7: Betaalbare en duurzame energie → toegang tot duurzame en betaalbare energie SDG 9: Industrie, innovatie en infrastructuur → duurzame industrie en infrastructuur, kennis en innovatie SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen → toegang tot een duurzame woning.
Klimaatadaptatie
SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen → veilige, inclusieve en gezonde dorpen. SDG 15: Leven op het land → beschermen en herstellen van ecosystemen en biodiversiteit
10
Uitgangspunten lange termijn
Zoals aangegeven in de inleiding bevat dit programmaplan geen volledig nieuwe koers. We werken de komende beleidsperiode 2026-2030 verder aan onze ambities richting 2030. Voor de langere termijn na 2030 hebben we behoefte aan een kader, waarmee we stap voor stap naar een duurzaam Ooststellingwerf toewerken. De SDG’s zijn vastgesteld tot 2030. We willen verder kijken dan 2030. Daarom stellen we voor de lange termijn twee uitgangspunten vast gebaseerd op de Sustainable Development Goals, het Donut model van Kate Raworth en het toekomstige generatie principe (zie bijlage voor een toelichting). Deze uitgangspunten geven richting aan beslissingen en acties voor de lange termijn. Het gaat om de uitgangspunten balans en verbinding. Balans Met balans bedoelen we dat we de behoeften van onze inwoners en de grenzen van onze planeet respecteren: we zorgen ervoor dat iedereen genoeg heeft om goed te leven, zonder de aarde te beschadigen.
Hoe maken we de uitgangspunten meetbaar? Met een SDG-monitor brengen we in kaart waar we nu staan en meten we aan het einde van de beleidsperiode waar we in 2030 staan. We gebruiken hiervoor de SDG-monitor14 van waarstaatjegemeente.nl. Daarnaast monitoren we aan de hand van de toetsingsinstrumenten die we per thema benoemen. Relatie SDG’s en Brede welvaart SDG’s zijn wereldwijde duurzaamheidsdoelen waar Nederland in binnenland en buitenland aan werkt. Brede welvaart stelt het welzijn van de mens centraal en niet alleen de financiële welvaart (Bruto Binnenlands Product). Het is een methode om welzijn, welvaart, duurzaamheid en ongelijkheid in de Nederlandse samenleving te meten. Het Centraal Bureau voor de Statistiek brengt jaarlijks Brede welvaart en SDG’s in beeld voor Nederland in de Monitor Brede Welvaart en Sustainable Development Goals15. Brede welvaart helpt dus om te meten hoe wij er in Nederland voor staan, ook op het gebied van de 17 SDG’s16.
Verbinding Met verbinding bedoelen we dat we zorgen voor elkaar, maar ook zorgen voor onze toekomstige generaties. Bij acties of beslissingen denken we na over de lange termijn gevolgen voor de aarde, samenleving en toekomstige generaties. Op deze manier beschermen we de aarde en houden haar in stand voor onze kinderen.
14
SDG-monitor: Sustainable Development Goals rapport - Inleiding Ooststellingwerf 15 MBW en SDG's 2024 | CBS 16 Een overzicht van hoe de SDG’s aansluiten bij de Brede welvaart thema’s is terug te vinden op: Sustainable Development Goals (SDG’s) en brede welvaart | Kenniscentrum voor beleid en regelgeving
Terug naar overzicht
11
Duurzaam landelijk gebied Een groot deel van de gemeente Ooststellingwerf bestaat uit landelijk gebied. Met het landelijk gebied bedoelen we in dit programmaplan de landbouw- en natuurgebieden in onze gemeente. Binnen dit thema richten we ons vanuit het programma Duurzaamheid specifiek op het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Naast het programma Duurzaamheid wordt vanuit het nog op te stellen programma Landelijk gebied gewerkt aan een toekomstbestendig landelijk gebied. Dit is breder dan de uitstoot van broeikasgassen. Een toekomstbestendig landelijk gebied gaat ook over de leefbaarheid, duurzame landbouw en een economisch perspectief voor onze boeren. In de uitvoering liggen hier ook raakvlakken met thema’s uit het programma Duurzaamheid. Daarom werken we in de uitvoering nauw samen met het programma Landelijk gebied, zodat de programma’s elkaar versterken.
Wat willen we bereiken in 2030?
Het landelijk gebied van Ooststellingwerf heeft een positieve impact op het klimaat.
We stimuleren het terugbrengen van boomsingels en heggen, waarbij rekening wordt gehouden met cultuurhistorie. We faciliteren de omschakeling naar andere teelten, zoals plantaardige eiwitbronnen of teelten die biobased materialen opleveren (bijvoorbeeld vezelhennep en vlas). Door mest te verwerken, wordt methaan omgezet om onze woningen te verwarmen, in plaats van uitstoot van dit sterke broeikasgas. Op de boerenerven wordt steeds meer duurzame energie opgewekt.
Meetbare doelen
Voor het speerpunt hebben we meetbare doelen geformuleerd, om te meten of we op koers liggen en onze ambitie halen. Bij het formuleren van de meetbare doelen houden we rekening met onze invloed als gemeente en de rol die we hebben. Daarom formuleren we alleen meetbare doelen voor de onderwerpen waarbij we zelf aan het roer staan. De meetbare doelen zijn: Speerpunt
Ons speerpunt
1. In het landelijk gebied van Ooststellingwerf is de uitstoot van broeikasgassen teruggebracht. In het landelijk gebied spelen veel ontwikkelingen die invloed hebben op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Zo wordt in het Fochteloërveen door kadeherstel het veengebied vernat. Een deel van de dierhouderijen stoppen door invloed van landelijke stoppersregelingen. Ook zijn er veel initiatieven voor vergisting van mest. Tenslotte zijn er initiatieven voor andere teelten waarmee CO2 opgeslagen wordt in materialen. Dit alles heeft invloed op de uitstoot of afvang van broeikasgassen. Wij monitoren de ontwikkelingen. We informeren over de mogelijkheden om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Bijvoorbeeld over de bodem en gewassen die CO2 kunnen binden en opslaan in organisch materiaal.
1. In het landelijk gebied van Ooststellingwerf is de uitstoot van broeikasgassen teruggebracht.
Meetbaar doel
Toetsing
Jaarlijks monitoren we de reductie van uitstoot van broeikasgassen vanuit landbouw en landgebruik.
Rapportage Berenschot & Klimaatmonitor
In 2030 is het aandeel bosareaal en teelten van biobased materialen toegenomen ten opzichte van 2026.
Nulmeting 2026 Eindmeting 2030
We organiseren jaarlijks een kennisbijeenkomst over mogelijkheden om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen in het landelijk gebied.
Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording (zie speerpunt 2, Sociale duurzaamheid).
12
Wat gaan we daarvoor doen?
In onderstaande tabel beschrijven we welke acties we de komende periode uitvoeren om onze ambities te halen. De acties zijn geformuleerd op hoofdlijnen. Voor het thema Duurzaam landelijk gebied werken we concrete acties voor het speerpunt verder uit in een uitvoeringsplan met uitvoeringsagenda. In de tabel beschrijven we ook met welke beleidsvelden intern en samenwerkingspartners extern we in de uitvoering samenwerken, de planning en met welke thema’s er een raakvlak is. Speerpunt
1. In het landelijk gebied van Ooststellingwerf is de uitstoot van broeikasgassen teruggebracht.
Actie
Samenwerking intern
Wanneer?
Raakvlakken thema's
We stellen een Uitvoeringsplan Duurzaam Programma landelijk gebied, ruimte en landelijk gebied op, waarin concrete acties economie (ruimtelijke ontwikkeling, voor dit speerpunt verder worden uitgewerkt. ecologie)
Boeren, Kennisconsortium Bodem, ELAN ZuidoostFriesland, stichting Landii, LTO Noord, Gebiedscoöperatie Zuidoost Friesland
2028
Sociale duurzaamheid, Biodiversiteit, Circulaire samenleving, Klimaatadaptatie
Vanuit het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 stimuleren we de opwek van duurzame energie op boerenerven en het vastleggen van CO2.
Boeren, Liander, provincie, Energiecoöperatie de Eendracht
2026-2030
Biodiversiteit, Energietransitie
Programma landelijk gebied, ruimte en economie (ruimtelijke ontwikkeling)
Samenwerking extern
Terug naar overzicht
13
Sociale duurzaamheid Bij Sociale duurzaamheid gaat het over het menselijke aspect van duurzaamheid. We vinden het belangrijk dat de maatregelen die we nemen om klimaatverandering tegen te gaan ook sociaal rechtvaardig zijn. Daarmee bedoelen we dat alle inwoners toegang krijgen tot duurzame voorzieningen en gelijke kansen hebben. We vinden het belangrijk dat duurzaamheidsmaatregelen bijdragen aan het welzijn van alle inwoners, nu en in de toekomst.
Wat willen we bereiken in 2030?
Een duurzame en gezonde samenleving is voor iedereen toegankelijk.
Onze speerpunten
1. Duurzaamheid is voor iedereen toegankelijk: inwoners hebben gelijke kansen en gelijke toegang tot duurzame voorzieningen. We vinden het belangrijk dat de overgang naar een schonere en groenere wereld eerlijk verloopt. En dat iedereen toegang heeft tot een groene, gezonde leefomgeving en duurzame energie. We zorgen ervoor dat voor inwoners duurzame energie en het verduurzamen van hun woning toegankelijk is. Dit helpt om energiekosten te verlagen. We richten ons specifiek op inwoners die belemmeringen ervaren om duurzaamheidsmaatregelen te nemen, bijvoorbeeld omdat ze het als ingewikkeld ervaren. Of inwoners die moeite hebben met het betalen van de energierekening, waarbij er vaak een combinatie is van een lager inkomen met een hoog energiegebruik in de woning door bijvoorbeeld slechte isolatie. Ook vinden we het belangrijk dat alle inwoners toegang hebben tot educatie en bewustwording over duurzaamheidsthema’s (zie ook speerpunt 2).
WAT DOEN WE AL
Om energiearmoede binnen Ooststellingwerf te verminderen en tegen te gaan, nemen we verschillende maatregelen. Bijvoorbeeld door het aanbieden van energietoeslag in 2022 en 2023 aan inwoners die binnen de risicogroep voor energiearmoede vielen. Maar ook zijn een witgoedwissel en een actie met kleine energiebesparende maatregelen zoals ledlampen en radiatorfolie uitgevoerd. Daarnaast zijn er energiecoaches beschikbaar die inwoners gratis helpen met een advies over energiebesparing in de woning.
2. Inwoners, jong en oud, zijn zich bewust van hoe zij positief kunnen bijdragen aan een duurzaam Ooststellingwerf. Om onze duurzaamheidsdoelen te halen, hebben we onze inwoners nodig. Via duurzaamheidseducatie en communicatie zetten we in op het vergroten van de kennis en bewustwording over onze duurzaamheidsthema’s bij onze inwoners. Daarbij hebben we ook aandacht voor het vergroten van handelingsperspectief: wat kan je zelf doen? Hierbij zoeken we onder andere de verbinding met kunst en cultuur, waarmee we onderwerpen op een inspirerende en creatieve manier bespreekbaar, zichtbaar en toegankelijk maken. Denk bijvoorbeeld aan kunst van afval. We delen voorbeelden van anderen uit de praktijk om te laten zien wat al goed gaat. In onze communicatie houden we rekening met de verschillende doelgroepen die er zijn en zorgen we ervoor dat de informatie toegankelijk is voor iedereen. We vinden het belangrijk dat we op het gebied van duurzaamheid zelf het goede voorbeeld geven. We investeren daarom ook in educatie en bewustwording van onze eigen medewerkers. We laten naar buiten toe meer zien waar we mee bezig zijn door te communiceren over eigen projecten, zoals verduurzaming van ons vastgoed en wagenpark, duurzaam groenbeheer en het in kaart brengen van onze eigen CO2-uitstoot via de CO2-prestatieladder.
En we werken in de uitvoering samen met andere beleidsvelden, waardoor duurzaamheid beter geborgd wordt in de organisatie. 14
WAT DOEN WE AL
Tijdens de week van de Circulaire Economie in maart 2025 zijn basisschoolkinderen meegenomen in de wereld van bodemleven, bodemvruchtbaarheid en moestuinieren. Tijdens Van Tuin tot Tafel in het Biosintrum gingen de kinderen onder andere pieren wippen, een wormenhotel maken en groenten zaaien. 's Middags was er een minisymposium voor geïnteresseerden over bodem en bodemgezondheid. Samen met vereniging Kunst & COO en de scholenkoepels stichting Comprix en stichting de Tjongerwerven werken we aan een structureel aanbod voor duurzaamheidseducatie in alle groepen van de basisscholen in Ooststellingwerf. Via het programma Wortels & Vleugels zetten we in op kennisoverdracht en bewustwording over duurzaamheid bij kinderen in het basisonderwijs.
3. Lokaal, vers en onbewerkte voeding is voor alle inwoners beschikbaar. 72% van de oppervlakte van Ooststellingwerf bestaat uit landbouwgrond17. Als gemeente hebben we dus de mogelijkheid om lokaal onze eigen voeding te produceren. Toegang tot lokaal, vers en onbewerkte voeding draagt bij aan kortere voedselketens, de gezondheid van inwoners en bewustwording over voedselproductie. Kortere voedselketens waarbij zoveel mogelijk lokaal verbouwd en geconsumeerd wordt, hebben een positieve impact op de CO2uitstoot doordat er bijvoorbeeld minder logistiek nodig is. We investeren samen met gezondheid in educatie en bewustwording over de impact van voeding op gezondheid, voedselverspilling en zetten ons in voor het verminderen van het gebruik van schadelijke en/of chemische middelen bij lokale voedselproductie. We richten ons daarbij ook op de teelt en consumptie van plantaardige eiwitbronnen die bijdragen aan de eiwittransitie.
We stimuleren duurzame kleinschalige, lokale en/of sociale voedselinitiatieven. Denk aan initiatieven waarbij inwoners samen voedsel produceren, bijvoorbeeld vanuit een coöperatie voor duurzaam boeren, in voedselbossen of met sociale voedselinitiatieven die zich richten op het verbeteren van de gezondheid en het beschikbaar stellen van vers en onbewerkt voedsel voor lagere inkomensgroepen. We ontwikkelen samen met ruimtelijke ontwikkeling een handreiking voor dit soort initiatieven binnen de Omgevingswet. 4. Inwoners hebben toegang tot duurzame woningen in een groene, biodiverse leefomgeving. We vinden het belangrijk dat er bij nieuwbouw en herontwikkeling van woonwijken zoveel mogelijk ingezet wordt op energieneutraal, klimaatbestendig, natuurinclusief en circulair (ver)bouwen. Wonen in een groene, biodiverse leefomgeving draagt bij aan gezond leven, een betere (mentale) gezondheid en stimuleert recreatie en ontmoeting18. Dit helpt om stress en gezondheidsproblemen te verminderen en draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van inwoners19. Met natuurinclusief (ver)bouwen en verduurzamen beschermen en stimuleren we gebouwbewonende diersoorten, zoals vogels en vleermuizen20. Door vanaf het begin bij nieuwbouwprojecten en herontwikkeling van woonwijken betrokken te zijn, kunnen we op tijd onderzoeken welke duurzaamheidsmaatregelen op wijkniveau mogelijk zijn.
Ook voor de verduurzaming van de bestaande woonvoorraad werken we samen, onder andere in de prestatieafspraken met woningcorporaties. 5. Inwoners zetten zich met lokale duurzaamheidsinitiatieven in voor de samenleving en hun omgeving. Lokale duurzaamheidsinitiatieven vergroten de betrokkenheid van de samenleving bij duurzaamheid en de veerkracht van de gemeenschap tegen klimaatverandering. 18
Position-paper-Samenwerken-aan-de-gezonde-leefomgeving.pdf Effecten van groen op fysieke en mentale gezondheid | RIVM 20 Hiervoor ontwikkelen we een plan: het Soortenmanagementplan. Het Soortenmanagementplan maakt het makkelijker voor inwoners om een spouwmuur of dak te isoleren, omdat een onderzoek en ontheffing per woning niet meer nodig is. Wel moet de inwoner aan voorwaarden voldoen: de woning moet 15 natuurvriendelijk geïsoleerd worden. 19
17
Dashboard Planbureau Fryslân: 20250115 Interactief Dashboard Gemeente Ooststellingwerf | Tableau Public
We stimuleren en faciliteren inwonersparticipatie en inwonersinitiatieven om een gezonde duurzame lokale beweging op gang te brengen met aandacht voor gezondheid, sociale samenhang, klimaat, biodiversiteit en voedsel. Denk bijvoorbeeld aan bloeizones, lokale voedselproductie, voedselbossen, gemeenschappelijke moestuinen, het verbeteren van bodemgezondheid, groene daken, het vergroenen van tuinen, het planten van bomen, het creëren van regenwateropvangsystemen en de lokale opwek van hernieuwbare energie.
Speerpunt
3. Lokaal, vers en onbewerkte voeding is voor alle inwoners beschikbaar.
Meetbare doelen
Per speerpunt hebben we minimaal één meetbaar doel geformuleerd, om te meten of we op koers liggen en onze ambitie halen. Bij het formuleren van de meetbare doelen houden we rekening met onze invloed als gemeente en de rol die we hebben. Daarom formuleren we alleen meetbare doelen voor de onderwerpen waarbij we zelf aan het roer staan. De meetbare doelen zijn: Speerpunt
1. Duurzaamheid is voor iedereen toegankelijk: inwoners hebben gelijke kansen en gelijke toegang tot duurzame voorzieningen.
2. Inwoners, jong en oud, zijn zich bewust van hoe zij positief kunnen bijdragen aan een duurzaam en gezond Ooststellingwerf.
Meetbaar doel
Meetbaar doel
Toetsing
In 2030 ervaren initiatiefnemers weinig belemmeringen om een duurzaam kleinschalig, lokaal en/of sociale voedselinitiatief op te starten.
Enquête initiatiefnemers: Nulmeting 2026 Eindmeting 2030
We organiseren jaarlijks minimaal één kennis- en inspiratiesessie over voeding.
Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording (zie speerpunt 2).
In 2030 is binnen de omgevingsplannen onderbouwd wat de minimale eisen zijn voor energieneutraal, klimaatbestendig, natuurinclusief en circulair (ver)bouwen.
Omgevingsplannen 2030
Duurzaamheid is onderdeel van het ontwerp van gemeentelijke woningbouwprojecten en herontwikkeling van woonwijken.
Analyse ontwerpproces woningbouw en herontwikkeling woonwijken: Nulmeting 2027 Eindmeting 2030
In 2030 is de populatie van huismussen, huiszwaluwen, gierzwaluwen en vleermuizen gelijk of verbeterd ten opzichte van 2026.
Jaarlijkse monitor Soortenmanagementplan
In 2030 is het aantal lokale duurzaamheidsinitiatieven van inwoners toegenomen.
Nulmeting 2026 Eindmeting 2030 Aantal subsidieaanvragen
Toetsing
In 2030 is het percentage huishoudens met een laag inkomen en hoge energierekening en/of een woning met lage energetische kwaliteit in onze gemeente afgenomen ten opzichte van 2023 (3,9%)21.
TNO Energiearmoede kaart Nederland22
In 2030 heeft minimaal een derde van de zesduizend koopwoningen met energielabel D tot en met G en een maximale WOZ-waarde van € 429.300,één of meerdere isolatiemaatregelen genomen23.
Dashboard Duurzaam Bouwloket
In 2030 is de kennis en het bewustzijn van inwoners over de duurzaamheidsthema’s toegenomen ten opzichte van 2026.
Vragenlijst inwonerspanel: Nulmeting 2026 Eindmeting 2030 Evaluatie duurzaamheidseducatie Wortels & Vleugels 2030
4. Inwoners hebben toegang tot duurzame woningen in een groene, biodiverse leefomgeving.
5. Inwoners zetten zich met lokale duurzaamheidsinitiatieven in voor de samenleving en hun omgeving. 21
Energiearmoede heeft te maken met wat mensen te besteden hebben, wat de energieprijs is en de energetische kwaliteit van een woning. Vanuit dit programma richten we ons op de energetische kwaliteit van woningen. 22 TNO Energiearmoede kaart Nederland 23 De doelgroep voor de Lokale Aanpak Isolatie in Ooststellingwerf bestaat uit 6.003 woningen met label D tot en met G en een maximale WOZ-waarde van € 429.300,- (peildatum 1 januari 2022). Er is geld beschikbaar voor isolatiemaatregelen voor maximaal 2.406 van deze woningen (€ 2.177,- per woning).
16
Wat gaan we daarvoor doen?
In onderstaande tabel beschrijven we welke acties we de komende periode uitvoeren om onze ambities te halen. De acties zijn geformuleerd op hoofdlijnen. Voor het thema Sociale duurzaamheid werken we concrete acties per speerpunt verder uit in een uitvoeringsplan met uitvoeringsagenda24. In de tabel beschrijven we ook met welke beleidsvelden intern en samenwerkingspartners extern we in de uitvoering samenwerken, de planning en met welke thema’s er een raakvlak is. Speerpunt
Actie
1. Duurzaamheid is voor iedereen toegankelijk: inwoners hebben gelijke kansen en gelijke toegang tot duurzame voorzieningen.
Met het OWO-energiebureau ondersteunen we inwoners bij verduurzamingsvraagstukken, zoals het aanvragen van subsidies. We richten ons specifiek op mensen met een kleinere beurs. Er zijn vrijwillige energiecoaches beschikbaar om Samenleven (armoede), laagdrempelig mee te kijken naar mogelijkheden om communicatie energie te besparen in de woning. Vanuit de prestatieafspraken werken we met woningcorporaties aan het verduurzamen van sociale huurwoningen.
2. Inwoners, jong en oud, zijn zich bewust van hoe zij positief kunnen bijdragen aan een duurzaam en gezond Ooststellingwerf.
We stellen een Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording op waarin alle duurzaamheidsthema’s samenkomen. In dit uitvoeringsplan richten we ons zowel op onze inwoners als op onze medewerkers.
Samenwerking intern
Communicatie, inwonersparticipatie, samenleven (gezondheid, armoede, kunst en cultuur, onderwijs), ruimte en economie (ecologie, ruimtelijke ontwikkeling, dorpencoördinator), openbare ruimte (afval en grondstoffen, groenbeheer, water en riolering, verkeer en vervoer)
Samenwerking extern
Wanneer?
Raakvlakken thema's
Gemeente Weststellingwerf, gemeente Opsterland, Friese Energietafel, woningcorporaties, Scala, Energiecoöperatie de Eendracht
2026-2030
Energietransitie
2027
Duurzaam landelijk gebied, Biodiversiteit, Circulaire samenleving, Energietransitie, Klimaatadaptatie
Kunst & COO, Scala, Bibliotheek ZuidoostFryslân, Klimaatgesprekken, kunsten cultuurorganisaties, ELAN Zuidoost Friesland, Energiecoöperatie de Eendracht, Gebiedscoöperatie Zuidoost Friesland, GGD Fryslân
24
Speerpunt 2 van het thema Sociale duurzaamheid (educatie en bewustwording) heeft raakvlakken met alle thema’s van het programmaplan. Educatie en bewustwording draagt bij aan het bereiken van alle doelstellingen. Om de uitvoering van dit speerpunt goed tot zijn recht te laten komen, kiezen we ervoor om hier een apart uitvoeringsplan voor op te stellen. Voor de speerpunten 3, 4 en 5 geldt dat we de uitwerking van activiteiten combineren in een Uitvoeringsplan Sociale duurzaamheid.
17
Speerpunt 3. Lokaal, vers en onbewerkte voeding is voor alle inwoners beschikbaar. 4. Inwoners hebben toegang tot duurzame woningen in een groene, biodiverse leefomgeving. 5. Inwoners zetten zich met lokale duurzaamheidsinitiatieven in voor de samenleving en hun omgeving.
Actie
Samenwerking intern
Samenwerking extern
Wanneer?
Raakvlakken thema's
We stellen een Uitvoeringsplan Sociale duurzaamheid op, waarin concrete acties voor deze speerpunten verder worden uitgewerkt.
Samenleven (gezondheid, vrijwilligers, welzijnswerk), ruimte en economie (ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting, dorpencoördinator), programma landelijk gebied, programma wonen
Scala, woningcorporaties, inwoners, ELAN Zuidoost Friesland, stichting De Kleine Boerderij, GGD Fryslân
2026
Duurzaam landelijk gebied, Biodiversiteit, Circulaire samenleving
We stellen een Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording op (zie speerpunt 2), waarin ook de bewustwording over lokale voeding, voedselverspilling en het faciliteren van kennisuitwisseling en inspiratiesessies voor duurzame inwonersinitiatieven wordt meegenomen.
Communicatie, inwonersparticipatie, samenleven (gezondheid, welzijnswerk), ruimte en economie (dorpencoördinator)
Scala, Biosintrum, inwoners, ELAN Zuidoost Friesland, stichting De Kleine Boerderij
2027
Biodiversiteit, Circulaire samenleving
Terug naar overzicht
18
Biodiversiteit Biodiversiteit is de verscheidenheid van dieren, planten en micro-organismen. Het is waaruit onze natuurlijke wereld bestaat. Biodiversiteit beïnvloedt ons elke dag: ons voedsel, onze mentale gezondheid, de klimaatverandering en de wereldeconomie. Alle soorten werken samen in een ecosysteem en zorgen zo voor evenwicht in de natuur. Een goede biodiversiteit is belangrijk. Hoe diverser een gebied, hoe meer verbindingen tussen organismen en hoe rijker en beter bestand het is tegen veranderingen zoals klimaatverandering, ziektes en plagen25. Binnen een ecosysteem wordt onder andere gezorgd voor de productie van zuurstof, afbraak van dode dieren en planten, bestuiving van planten (waaronder voedsel- en landbouwgewassen), waterzuivering en het beheersen van plagen. Een groene omgeving draagt bij aan onze gezondheid en welzijn26. Daarnaast biedt een aantrekkelijke leefomgeving met natuur kansen voor recreatie en toerisme.
WAT DOEN WE AL
Wat willen we bereiken in 2030?
2. Verstening alleen daar waar het noodzakelijk is. Een groene infrastructuur draagt bij aan het bevorderen van biodiversiteit in de dorpen en biedt leefruimte voor verschillende soorten. Met ecologische verbindingszones zetten we door middel van groene daken, tuinen en parken in op minder stenen en meer biodivers groen in het bebouwd gebied. Zowel in de openbare ruimte als in de privéruimte. We informeren inwoners en ondernemers over het belang van meer groen en stimuleren hen om tuinen, ruimte rondom bebouwing en waar mogelijk daken te vergroenen. In de openbare ruimte en bij ons eigen vastgoed geven we zelf het goede voorbeeld. Overal waar verharding gerealiseerd moet worden, maar volledige verharding niet noodzakelijk is, kiezen we voor alternatieven, zoals bijvoorbeeld graskeien of karrensporen. Hierbij houden we rekening met de toegankelijkheid voor mensen met een fysieke beperking. Ook houden we bij de aanleg van meer biodivers groen rekening met klimaatbestendigheid. In het landelijk gebied haken we aan bij initiatieven die een positieve impact hebben op de biodiversiteit en het vergroenen van boerenerven en landerijen, bijvoorbeeld door middel van de aanleg van groenstroken, boomsingels en kruidenrijke graslanden.
De biodiversiteit in Ooststellingwerf is vergroot.
Onze speerpunten
1. Duurzaam groenbeheer als standaard. We passen ons groenbeheer aan om bloeiende planten, bomen en insecten te ondersteunen. We gebruiken voornamelijk inheemse bomen en planten in openbaar groen en creëren bijenlinten , vlindervriendelijke omgevingen en natuurvriendelijke oevers. Hoewel onze focus ligt op het verbeteren van de biodiversiteit, vinden we het ook belangrijk dat beplanting in de openbare ruimte een positieve impact heeft op de beleving van inwoners. Bij nieuwe projecten in de openbare ruimte onderzoeken we of en waar we een stapje extra kunnen doen voor het vergroten van de biodiversiteit. We houden hierbij ook rekening met de cultuurhistorie en het landschap: welke vormen van natuur zijn geschikt op welke plek? Onze inwoners weten waarom we kiezen voor duurzaam groenbeheer en wat dit voor de openbare ruimte betekent (zie speerpunt 2 Sociale duurzaamheid). 25 26
Biodiversiteit | WWF | Wat betekent het voor ons? Effecten van groen op fysieke en mentale gezondheid | RIVM
Ons groenbeheer is de laatste jaren veranderd. We houden meer rekening met biodiversiteit. Bij onderhoudswerkzaamheden zaaien we een deel van onze bermen in met een kruidenrijk mengsel. Dit is op meerdere plekken in de gemeente al gedaan, zoals bijvoorbeeld bij de werkzaamheden aan de Abbendijk waar de bermen zijn ingezaaid met een kruidenmengsel dat van nature voorkomt in de regio. Daarnaast houden we rekening met biodiversiteit bij het aanleggen van wegversmallingen. Waar we vroeger altijd kozen voor een haag van één soort, kiezen we nu voor een haag met verschillende soorten. Zo brengen we diversiteit aan in het straatbeeld, verlagen we de kans op ziektes in de haag en werken we aan het vergroten van de biodiversiteit.
19
WAT DOEN WE AL
Op steeds meer plekken kiezen we voor open parkeerplaatsen met graskeien. Een voorbeeld is het Haerenkwartier waar de ervaringen tot nu toe positief zijn. Wanneer een grasveld vervangen wordt door parkeerplaatsen, zetten we zoveel mogelijk in op het behouden van het groene uiterlijk. Graskeien zijn hier een goede optie voor.
Dit geldt ook voor de waterkwaliteit waar vervuiling en uitspoeling van schadelijke stoffen in grond- en oppervlaktewater invloed op hebben29. Wij vinden het verbeteren van de waterkwaliteit en bodemgezondheid belangrijk. Daarom zetten we in op bewustwording over waterkwaliteit, watergebruik en bodemgezondheid. Graskeien aan de Driestellingenweg (Oosterwolde)
Hierbij houden we rekening met de ruimte op straat en het straatbeeld. Een voordeel van graskeien is dat ze onderhoudsvriendelijker zijn: er hoeft geen borstelmachine overheen. Af en toe onderhoud met een grasmaaier is voldoende. Deze vorm van meer groen verminderd dus ook onze onderhoudswerkzaamheden.
Meetbare doelen
Per speerpunt hebben we minimaal één meetbaar doel geformuleerd, om te meten of we op koers liggen en onze ambitie halen. Bij het formuleren van de meetbare doelen houden we rekening met onze invloed als gemeente en de rol die we hebben. Daarom formuleren we alleen meetbare doelen voor de onderwerpen waarbij we zelf aan het roer staan. De meetbare doelen zijn:
3. We werken aan een groene leefomgeving die de biodiversiteit bevordert. Met een groene leefomgeving bedoelen we een omgeving met onder andere schone lucht, schoon (drink)water, een gezonde bodem, geen hittestress en geen wateroverlast. Een groene leefomgeving stimuleert bewegen, een betere (mentale) gezondheid, recreatie en ontmoeting. Dit helpt om stress en gezondheidsproblemen te verminderen en draagt bij aan het welzijn van inwoners27. We vinden het belangrijk om de impact op de biodiversiteit, zowel positief als negatief, mee te nemen in de ontwikkeling van plannen. Kunstlicht heeft ’s nachts bijvoorbeeld een verstorende werking op dieren, dat vermijden we daarom zoveel mogelijk.
Speerpunt
Meetbaar doel
Toetsing
1. Duurzaam groenbeheer als standaard.
Het openbaar groen heeft in 2030 een meetbaar betere biodiversiteit dan in 2026.
Nulmeting 2026 Eindmeting 2030
2. Verstening alleen daar waar het noodzakelijk is.
In 2030 is het percentage versteend oppervlak in de openbare ruimte afgenomen ten opzichte van 2026.
Nulmeting 2026 Eindmeting 2030
3. We werken aan een groene leefomgeving die naast biodiversiteit ook gezondheid bevordert.
Een gezonde bodem helpt bij het tegengaan van de gevolgen van klimaatverandering, zoals wateroverlast en droogte. Daarnaast levert een gezonde bodem voedingsstoffen voor de productie van gezonde gewassen en gezond voedsel, houdt het water vast, zuivert water en levert schoon drink- en oppervlaktewater. Een gezonde bodem kent veel biodiversiteit en vormt de basis voor een grote hoeveelheid biodiversiteit boven de grond. De bodemgezondheid staat onder druk door het gebruik van schadelijke stoffen28.
Er is een toetsingsinstrument ontwikkeld waarmee de In de ontwikkeling van plannen is de impact op biodiversiteit, impact op biodiversiteit, zowel zowel positief als negatief, in positief als negatief, meegenomen. de ontwikkeling van plannen wordt gemonitord. We communiceren jaarlijks over waterkwaliteit en watergebruik.
Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording (zie speerpunt 2, Sociale duurzaamheid).
We organiseren jaarlijks minimaal één kennis- en inspiratiesessie over bodemgezondheid.
Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording (zie speerpunt 2, Sociale duurzaamheid).
29 27
Position-paper-Samenwerken-aan-de-gezonde-leefomgeving.pdf 28 Bron: adviesrapport ‘De bodem bereikt?!’, Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, 2020
Bronnen: Tussentijdse evaluatie Kaderrichtlijn water, december 2024, Wetterskip Fryslân en rapport Landbouwpraktijk en waterkwaliteit in Nederland; toestand (2020-2023) en trend (1992-2023): resultaten van de monitoring van de effecten van de EU Nitraatrichtlijn actieprogramma’s, 2024, RIVM
20
Wat gaan we daarvoor doen?
In onderstaande tabel beschrijven we welke acties we de komende periode uitvoeren om onze ambities te halen. De acties zijn geformuleerd op hoofdlijnen. Voor het thema Biodiversiteit werken we concrete acties verder uit in een uitvoeringsplan met uitvoeringsagenda. Deze acties zijn voor de drie speerpunten gelijk. In de tabel beschrijven we ook met welke beleidsvelden intern en samenwerkingspartners extern we in de uitvoering samenwerken, de planning en met welke thema’s er een raakvlak is. Speerpunt
1. Duurzaam groenbeheer als standaard. 2. Verstening alleen daar waar het noodzakelijk is. 3. We werken aan een groene leefomgeving die naast biodiversiteit ook gezondheid bevordert.
Actie
Samenwerking intern
Samenwerking extern
Wanneer?
Raakvlakken thema's
We stellen een Uitvoeringsplan Biodiversiteit op, waarin concrete acties voor de speerpunten verder worden uitgewerkt.
Ruimte en economie (ecologie, ruimtelijke ontwikkeling), openbare ruimte (groenbeheer), communicatie, programma landelijk gebied, vergunningverlening, toezicht en handhaving, programma wonen
Inwoners, boeren, natuur- en milieuorganisaties, ELAN Zuidoost Friesland, Gebiedscoöperatie Zuidoost Friesland, GGD Fryslân
2026
Duurzaam landelijk gebied, Sociale duurzaamheid, Klimaatadaptatie
Ruimte en economie (ecologie), openbare ruimte (groenbeheer)
Natuur- en milieuorganisaties, kennisinstellingen, ELAN Zuidoost Friesland
2027, 2028
Duurzaam landelijk gebied
Openbare ruimte (groenbeheer), ecologie, communicatie, inwonersparticipatie
Inwoners, ondernemers, Kennisconsortium Bodem, Biosintrum, ELAN Zuidoost Friesland, Gebiedscoöperatie Zuidoost Friesland
2027
Sociale duurzaamheid
We ontwikkelen een meetsysteem waarmee we de ontwikkeling van de biodiversiteit en de verstening kunnen meten. We stellen een Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording op (zie speerpunt 2, Sociale duurzaamheid), waarin ook de onderwerpen duurzaam groenbeheer, vergroenen, water en gezonde bodem worden meegenomen.
Terug naar overzicht
21
Circulaire samenleving In de Circulaire Uitvoeringsstrategie hebben we speerpunt 1: ‘in 2030 is de gemeentelijke organisatie 100% circulair’ vastgesteld. We laten de doelstelling staan, maar verwachten dat dit waarschijnlijk niet volledig te realiseren is. We merken in de praktijk dat bij weg- en waterbouwprojecten, ondanks grote inspanningen, 100% circulair niet altijd haalbaar is. Zo is om voldoende sterkte te krijgen bijvoorbeeld een toevoeging aan hergebruikt asfalt nodig. Onder speerpunt 2: ‘in 2030 werken ondernemers samen aan het zo circulair mogelijk inzetten van grondstoffen en materialen’ staat dat we een innovatiebudget beschikbaar stellen voor circulaire innovaties en ontwikkelingen. Deze actie is nog niet uitgevoerd. Samen met ondernemers gaan we de komende beleidsperiode in gesprek over waar zij behoefte aan hebben om circulaire innovaties en ontwikkelingen mogelijk te maken. Onder speerpunt 3: ‘in 2030 weten inwoners wat een circulaire samenleving inhoudt en hoe zij hieraan kunnen bijdragen’ staat beschreven dat we in 2025 de VANG-doelstelling (Van Afval Naar Grondstof) van 30 kilogram restafval per inwoner per jaar willen halen. De VANGdoelstelling bestaat echter uit het totaal aantal kilogram huishoudelijk afval (container) plus het aantal kilogram grof huishoudelijk afval wat wordt ingeleverd op de milieustraat.
De landelijke VANG-doelstelling richtte zich erop de gemiddelde hoeveelheid restafval per inwoner terug te brengen tot onder de 100 kilo per jaar. In 2024 was dit 107,9 kilogram per inwoner in onze gemeente. De VANG-doelstelling stond dus niet juist beschreven onder speerpunt 3. Inmiddels ligt het accent van de VANG-doelstelling op het recyclen van het huishoudelijk afval: in 2030 is minimaal 60% van het huishoudelijk afval te recyclen31. De komende beleidsperiode sluiten we aan bij de nieuwe VANG recycledoelstelling en focussen we op het beter inrichten van de verwerking van het grof huishoudelijk afval bij de milieustraat. In de tabel meetbare doelen zijn de jaartallen uit de Circulaire uitvoeringsagenda geactualiseerd.
Een circulaire samenleving is een samenleving waarin we zuinig omgaan met onze grondstoffen, inzetten op het hergebruik van grondstoffen en het verminderen van afval. Door zoveel mogelijk lokaal te produceren en consumeren verkleinen we ketens. Dit heeft een positieve impact op de CO2uitstoot, doordat er bijvoorbeeld minder logistiek nodig is en transportafstanden korter zijn. Minder stappen maken de keten transparanter. Zo ontstaat er een betere afstemming tussen producent en consument, waardoor verspilling kan afnemen. Door lokale productie en consumptie te bevorderen, versterken we de lokale economie en werkgelegenheid. Het gaat dan bijvoorbeeld om de lokale productie en consumptie van voedselgewassen. Maar ook de teelt van nieuwe gewassen die toegepast kunnen worden als biobased materiaal voor biobased produceren. Voor het thema Circulaire samenleving is in oktober 2023 de Circulaire Uitvoeringsstrategie 2023-203030 vastgesteld. Onderstaande ambitie en speerpunten komen uit dit uitvoeringsplan en zijn dus niet nieuw. Voor de volledigheid van dit plan worden ze hier genoemd. Op basis van de evaluatie van het programmaplan 2021-2025 scherpen we de volgende punten aan: De naam van het thema Circulaire economie is aangepast naar Circulaire samenleving. Bij een circulaire economie ligt de focus op economische processen en het hergebruik van materialen en producten.
Een circulaire samenleving is meer dan een circulaire economie. Het gaat niet alleen om de bedrijvigheid, maar ook om het anders inrichten van de hele maatschappij. In een circulaire samenleving gebruiken we minder spullen en grondstoffen en gaan we op zoek naar manieren om kringlopen te sluiten en ketens korter te maken. Circulaire samenleving sluit beter aan bij wat wij met dit thema bedoelen.
30
Circulaire Uitvoeringsstrategie 2023-2030 def.pdf
31
Nieuwe VANG recycledoelstelling - VANG Huishoudelijk afval
22
Wat willen we bereiken in 2030?
Meer gesloten kringlopen in Ooststellingwerf.
Onze speerpunten
1. In 2030 is de gemeentelijke organisatie 100% circulair. Als gemeente willen we bijdragen aan de transitie naar een circulaire samenleving en anderen inspireren om hetzelfde te doen. Daarbij geven we het goede voorbeeld. We vinden het belangrijk dat medewerkers van de gemeente actief bijdragen aan een circulaire gemeente. Daarnaast willen we in 2030 100% circulair, CO2-neutraal en energieneutraal inkopen.
WAT DOEN WE AL
Als gemeente kopen we veel producten en diensten in: van het aanleggen van wegen tot het inhuren van schoonmaakbedrijven of het kopen van kantoormeubilair. Bij maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen kijken we niet alleen naar prijs en kwaliteit, maar ook naar de impact op mens en milieu. Dat betekent concreet dat we bij elke inkoop letten op zaken zoals: Circulariteit: zoveel mogelijk hergebruik van materialen en het voorkomen van afval. Bijvoorbeeld waar mogelijk het kiezen voor straatstenen die al eerder zijn gebruikt. Klimaat: het product of de dienst zorgt voor minder CO₂-uitstoot. Bijvoorbeeld door te werken met aannemer die elektrische machines gebruiken. Klimaatadaptatie: de opdracht draagt bij aan een omgeving die beter om kan gaan met hitte, droogte of extreme regen. Bijvoorbeeld door op steeds meer plekken te kiezen voor open parkeerplaatsen met graskeien. Sociale waarde: mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt krijgen via de inkoopopdracht een kans op werk of ontwikkeling. Bijvoorbeeld door erop te sturen dat een leverancier ook mensen in dienst neemt die moeilijker aan werk komen. Verantwoordelijkheid in de keten: producten worden onder eerlijke en veilige werkomstandigheden geproduceerd. Bijvoorbeeld door leveranciers te vragen inzicht te geven in de productieketen.
2. In 2030 werken ondernemers samen aan het zo circulair mogelijk inzetten van grondstoffen en materialen. We willen circulair ondernemen bevorderen. Denk hierbij aan een stabielere materiaaltoevoer, een verbeterde leveringszekerheid van grondstoffen en een betere concurrentiepositie. Door als ondernemers kennis en informatie met elkaar uit te wisselen en als overheid innovatie te stimuleren, kunnen er veel waardevolle circulaire ontwikkelingen ontstaan. We zetten daarom in op bewustwording: ondernemers in onze gemeente weten wat circulair ondernemen is en welke middelen er beschikbaar zijn. 3. In 2030 weten inwoners wat een circulaire samenleving inhoudt en hoe zij hieraan kunnen bijdragen. Het concept circulaire samenleving is bij veel inwoners nog onbekend. We zetten in op het creëren van bewustwording en het in gang zetten van circulaire acties. Dit doen we door als gemeente actief te communiceren over het thema circulariteit. We werken aan het terugbrengen van de hoeveelheid restafval per inwoner per jaar en focussen op het recyclen van het huishoudelijk afval. Dit draagt bij aan de VANG-doelstelling32. In 2030 heeft gemeente Ooststellingwerf haar eigen circulaire hub, waarbij maximaal wordt ingezet op het hergebruiken, repareren, opknappen, reviseren, herbestemmen en recyclen van producten en materialen. 4.
In 2030 wordt de ontwikkelde kennis over de circulaire samenleving toegepast binnen de gemeente en worden kennis- en onderwijsinstellingen ingezet bij lokale uitdagingen. Er wordt binnen de gemeente vanuit verschillende hoeken kennis opgedaan over circulariteit. Om stappen te zetten is het van belang dat deze kennis daadwerkelijk in de gemeente wordt toegepast. We inventariseren welke circulaire ontwikkelingen en uitdagingen er bij kennis- en onderwijsinstellingen, organisaties en ondernemers leven. Vanaf 2026 zetten we de denkkracht van kennis- en onderwijsinstellingen in op lokale ontwikkelingen en uitdagingen.
32
De VANG-doelstelling bestaat uit het totaal aantal kilogram huishoudelijk afval (container) plus het aantal kilogram grof huishoudelijk afval wat wordt ingeleverd op de milieustraat.
23
Meetbare doelen
De Circulaire Uitvoeringsstrategie 2023-2030 beschrijft hoe we in onze gemeente meer gesloten kringlopen willen realiseren in 2030. Om te meten of we op koers liggen en onze ambitie halen, zijn meetbare doelen vastgesteld in dit uitvoeringsplan. Hierbij is rekening gehouden met onze invloed als gemeente en de rol die we hebben. De meetbare doelen zijn: Speerpunt
1. In 2030 is de gemeentelijke organisatie 100% circulair.
2. In 2030 werken ondernemers samen aan het zo circulair mogelijk inzetten van grondstoffen en materialen.
Meetbaar doel
Toetsing
In 2030 dragen de medewerkers van de gemeente actief bij aan een circulaire gemeente.
Nulsituatie vaststellen door middel van een grondstofstromenanalyse. Elke twee jaar deze grondstofstromenanalyse uitvoeren om te monitoren en evalueren.
In 2030 koopt de gemeente 100% circulair, CO2neutraal en energieneutraal in.
De nulsituatie duurzaam inkopen is vastgesteld. In 2030 is de CO2-uitstoot van de inkoop vanuit de gemeentelijke organisatie nul.
In 2030 weten ondernemers in de gemeente wat circulair ondernemen is en welke middelen er beschikbaar zijn.
Steekproef bekendheid beschikbare middelen en opgestarte projecten bij ondernemers. Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording (zie speerpunt 2, Sociale duurzaamheid).
In 2030 wisselen ondernemers kennis, (gebruikte) grondstoffen en materialen met elkaar uit.
Er is een circulaire hub opgezet.
Speerpunt
3. In 2030 weten inwoners wat een circulaire samenleving inhoudt en hoe zij hieraan kunnen bijdragen.
Meetbaar doel
Toetsing
In 2030 is minimaal 60% van het huishoudelijk afval te recyclen.
Aantal kilogram restafval per inwoner per jaar (VANGdoelstelling).
We communiceren jaarlijks over het thema Circulaire samenleving.
Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording (zie speerpunt 2, Sociale duurzaamheid).
In 2030 beschikt de gemeente Ooststellingwerf over een circulaire hub.
Er is een circulaire hub gerealiseerd.
In 2026 is geïnventariseerd welke circulaire ontwikkelingen en uitdagingen er bij kennisen onderwijsinstellingen en ondernemers leven.
4. In 2030 wordt de ontwikkelde kennis over de circulaire samenleving toegepast binnen de gemeente en worden kennisen onderwijsinstellingen Vanaf 2026 wordt de ingezet bij lokale uitdagingen. denkkracht van kennis- en onderwijsinstellingen ingezet op de lokale ontwikkelingen en uitdagingen.
Er is een ambassadeur aangesteld die verbindingen legt tussen kennis- en onderwijsinstellingen en ondernemers. Onderzoek thema circulariteit bij kennis- en onderwijsinstellingen. Er is een (bestaand) netwerk met kennis- en onderwijsinstellingen en ondernemers.
24
Wat gaan we daarvoor doen?
In oktober 2023 is de Circulaire Uitvoeringsstrategie 2023-2030 vastgesteld. In dit uitvoeringsplan zijn acties voor de periode 2023-2030 opgenomen. In onderstaande tabel beschrijven we met wie we binnen deze uitvoeringsagenda samenwerken en de raakvlakken met de andere thema’s. Speerpunt 1. In 2030 is de gemeentelijke organisatie 100% circulair. 2. In 2030 werken ondernemers samen aan het zo circulair mogelijk inzetten van grondstoffen en materialen. 3. In 2030 weten inwoners wat een circulaire samenleving inhoudt en hoe zij hieraan kunnen bijdragen. 4. In 2030 wordt de ontwikkelde kennis over de circulaire samenleving toegepast binnen de gemeente en worden kennis- en onderwijsinstellingen ingezet bij lokale uitdagingen.
Actie
Samenwerking intern
Samenwerking extern
Wanneer?
Raakvlakken thema's
We voeren de acties uit de Circulaire Uitvoeringsstrategie 2023-2030 uit.
Openbare ruimte (afval en grondstoffen, milieustraat), inkoop, ruimte en economie (economie), communicatie.
Kennis- en onderwijsinstellingen, Biosintrum, Omrin, Vereniging Circulair Fryslân, ondernemers, inwoners
2026-2030
Duurzaam landelijk gebied, Sociale duurzaamheid, Biodiversiteit.
Terug naar overzicht
25
Energietransitie In 2030 is de CO2-uitstoot door energieverbruik van onze woningen, bedrijven en instellingen nul. We gebruiken steeds minder energie. De energie die we nodig hebben, wekken we lokaal en duurzaam op en gebruiken we efficiënt. Voor het thema Energietransitie is in december 2024 het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-203033 vastgesteld. Onderstaande ambitie en speerpunten komen uit dit uitvoeringsplan en zijn dus niet nieuw. Voor de volledigheid van dit plan worden ze hier genoemd.
Wat willen we bereiken in 2030? Ooststellingwerf energieneutraal.
Onze speerpunten
1. We gebruiken steeds minder fossiele energie. Door isoleren en verwarmen met warmtepompen, zetten we in op het verminderen van het gebruik van fossiele energie in woningen. We willen als gemeente belemmeringen wegnemen en het mogelijk maken voor inwoners, bedrijven en instellingen om energie te besparen en te verduurzamen. Vanuit de prestatieafspraken werken we met woningcorporaties aan het verduurzamen van sociale huurwoningen. We zetten in op het verminderen van de CO2-uitstoot van verkeer en vervoer in onze gemeente. We stappen over op duurzame vormen van brandstof, zoals stroom en waterstof, en stimuleren het gebruik van de fiets of bus in plaats van de auto.
33
Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030.pdf
WAT DOEN WE AL
De gemeente Ooststellingwerf heeft van het Rijk subsidie ontvangen om slecht geïsoleerde koopwoningen te verduurzamen. Het isoleren van een woning helpt bij het verminderen van het energiegebruik. Het gaat hierbij om koopwoningen met label D t/m G of twee slecht geïsoleerde bouwdelen én een WOZ-waarde die onder de €429.300,- ligt. Met het ontvangen geld stimuleren we deze koopwoningeigenaren om één of meerdere isolatiemaatregelen te nemen. In juni 2024 zijn we gestart met de isolatiesubsidie. Halverwege november 2025 waren er 833 aanvragen ingediend voor de gemeentelijke subsidie.
2. De energie die we nodig hebben, wekken we lokaal en duurzaam op. In 2030 willen we dat het gasverbruik in woningen, bedrijven en instellingen is afgenomen. Het gas dat nog gebruikt wordt, is lokaal opgewekt groengas. Onze industrie maakt daarnaast gebruik van waterstof uit lokale zonnestroom. We zetten in op bedrijventerreinen als energiehubs, waar energievraag, productie en opslag onderdeel van zijn. Via energiegemeenschappen kunnen inwoners, lokale overheden en kleine ondernemingen samen energie opwekken, delen en verkopen. Hiermee maken we verder de omslag naar lokaal en sociaal eigenaarschap van energie. We faciliteren en stimuleren inwoners en bedrijven bij het doen van investeringen en maken aanpassingen in de openbare ruimte.
26
3. De energie die we nodig hebben, gebruiken we efficiënt. In 2030 gaan onze inwoners, bedrijven en instellingen efficiënt en bewust met stroom om: zij gebruiken minder stroom en vraag en aanbod van stroom is slim op elkaar afgestemd. Hierdoor gebruiken we stroom wanneer het beschikbaar is en wordt netcongestie beperkt. Pieken in stroom slaan we op met batterijen. Bedrijven werken met elkaar samen om binnen de beperkingen van het elektriciteitsnetwerk te verduurzamen en uit te breiden.
WAT DOEN WE AL
Gemeente Ooststellingwerf doet sinds 2023 mee aan een praktijkproef met thuisbatterijen. Samen met Charged, Rabobank en Liander is een pilot gestart bij tien particuliere huishoudens. Begin 2024 is er een startbijeenkomst georganiseerd voor de deelnemers aan het project. In september 2024 is er een vervolgbijeenkomst geweest. De deelnemers hadden veel vragen voor de leverancier en producent van de thuisbatterijen. Ook bleek dat de deelnemers hun energieverbruik nauwgezet volgden en sommige van de deelnemers handelen op verschillende energiemarkten. De deelnemers zijn tevreden over het gebruik van de thuisbatterij. In 2025 is de inzet van thuisbatterijen, samen met onder meer Liander, beoordeeld. Uit de beoordeling blijkt dat het afgesproken tijdsvenster ervoor zorgt dat de thuisbatterijen pieken niet verergeren. Verder onderzoek is nodig om te bepalen of pieken ook actief verlaagd kunnen worden. Die aanpak staat nog in de kinderschoenen, maar is de richting waarin we willen ontwikkelen.
4. De CO2-uitstoot die nog over is, leggen we zoveel mogelijk vast in organische (bouw)materialen en in bomen. Naast maatregelen om onze CO2-uitstoot te verlagen, planten we bomen en telen we gewassen waarmee we de CO2-opname in onze gemeente vergroten. We planten bomen op een manier dat ze, naast CO2-opname, ook een meerwaarde bieden voor biodiversiteit, een vruchtbare bodem, het creëren van schaduw, het vasthouden van regen, als bouwmaterialen en grondstoffen, voor toerisme en recreatie en zuivering van lucht, water en bodem. Hierbij houden we zoveel mogelijk rekening met de cultuurhistorische waarde van het landschap.
Meetbare doelen
Het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 beschrijft hoe onze gemeente in 2030 CO2 equivalent-neutraal kan zijn voor wat betreft het energieverbruik. Om te meten of we op koers liggen en onze ambitie halen, zijn meetbare doelen vastgesteld in het uitvoeringsplan. Hierbij is rekening gehouden met onze invloed als gemeente en de rol die we hebben. De meetbare doelen zijn: Speerpunt
1. We gebruiken steeds minder fossiele energie.
Meetbaar doel
Toetsing
Door meer isolatie en gebruik van warmtepompen is het gasverbruik in woningen afgenomen. Er wordt nog maximaal 8 miljoen m3 gas per jaar gebruikt in 2030 in de woningen.
Rapportage Berenschot Klimaatmonitor
Door energiebesparing is het aardgasverbruik door bedrijven en instellingen afgenomen. Het aardgasverbruik is afgenomen tot 6 miljoen m3 per jaar in 2030 bij bedrijven en instellingen.
Rapportage Berenschot Klimaatmonitor
De CO2-uitstoot door verkeer en vervoer is in 2030 afgenomen. Rapportage Berenschot De CO2-uitstoot door verkeer en Klimaatmonitor vervoer is in 2030 minder dan 30 kiloton per jaar. We wekken evenveel groengas en waterstofgas op als we aardgas verbruiken in onze woningen en bedrijven
Klimaatmonitor
27
Speerpunt
2. De energie die we nodig hebben, wekken we lokaal en duurzaam op.
3. De energie die we nodig hebben, gebruiken we efficiënt.
4. De CO2-uitstoot die nog over is, leggen we zoveel mogelijk vast in organische (bouw)materialen en bomen.
Meetbaar doel
Toetsing
Waterstof uit lokale zonnestroom wordt ingezet in de lokale industrie.
In 2030 wordt de lokaal opgewekte waterstof alleen binnen de gemeente Ooststellingwerf gebruikt.
We wekken in 2030 evenveel stroom duurzaam op als we Rapportage Berenschot gebruiken. Jaarrond is onze Klimaatmonitor stroomopwekking gelijk of hoger dan ons stroomgebruik. Bedrijven werken met elkaar samen om binnen de beperkingen van het elektriciteitsnetwerk te verduurzamen en uit te breiden.
In 2030 zijn er op minimaal drie locaties samenwerkingen tussen bedrijven om gezamenlijk te verduurzamen.
Pieken in energie-aanbod slaan we duurzaam op. Hierin nemen we een actieve rol. We onderzoeken of een gemeentelijk energiebedrijf hiervoor een goede manier is.
In 2030 is een onderzoek afgerond naar de mogelijkheden voor een gemeentelijk energiebedrijf.
In 2030 verwachten we alleen nog CO2-uitstoot door verbranding van benzine en diesel in (vracht)auto’s. Deze CO2-uitstoot leggen we zoveel mogelijk vast in organische (bouw)materialen en in bomen. De aanplant van bomen en organische (bouw)materialen legt in 2030 evenveel CO2 vast als de uitstoot door verbranding van benzine en diesel.
Rapportage Berenschot
28
Wat gaan we daarvoor doen?
In december 2024 is het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 vastgesteld. In dit uitvoeringsplan is een uitvoeringsagenda voor de periode 2025-2030 opgenomen. In onderstaande tabel beschrijven we met wie we binnen deze uitvoeringsagenda samenwerken en de raakvlakken met de andere thema’s. Speerpunt
1. We gebruiken steeds minder fossiele energie. 2. De energie die we nodig hebben, wekken we lokaal en duurzaam op. 3. De energie die we nodig hebben, gebruiken we efficiënt. 4. De CO2-uitstoot die nog over is, leggen we zoveel mogelijk vast in organische (bouw)materialen en bomen.
Actie
Samenwerking intern
Samenwerking extern
We voeren de uitvoeringsagenda uit het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 uit.
Gemeenten Weststellingwerf en Opsterland, de Friese Energietafel, Liander, Ruimte en economie (ruimtelijke Provincie, ontwikkeling, volkshuisvesting), Energiecoöperatie de samenleven (armoede), Eendracht, communicatie, programma landelijk woningcorporaties, gebied, programma wonen, Veiligheidsregio Fryslân, openbare ruimte (groenbeheer, vereniging Circulair wegen, verkeer en vervoer). Friesland, Biosintrum, Kunst & COO (duurzaamheidseducatie), bedrijven en instellingen, agrariërs, inwoners.
Wanneer?
Raakvlakken thema's
2026-2030
Duurzaam landelijk gebied, Sociale duurzaamheid, Biodiversiteit
Terug naar overzicht
29
Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie is het proces waarbij de samenleving zich aanpast aan het veranderende klimaat en de schadelijke gevolgen ervan probeert te beperken. Door de klimaatverandering is er meer kans op weersextremen met wateroverlast, hitte en droogte. Wateroverlast neemt toe omdat er vaker heftige regenbuien vallen in korte tijd. Naast wateroverlast neemt ook de droogte toe, met name in het voorjaar en de zomer. De stijging van de gemiddelde temperatuur kan leiden tot hittestress bij mensen. Een ander risico van klimaatverandering is een afname van de biodiversiteit. Voor het thema klimaatadaptatie is in november 2024 het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf 2025-203034 vastgesteld. Onderstaande ambitie en speerpunten komen uit dit uitvoeringsplan en zijn dus niet nieuw. Voor de volledigheid van dit plan worden ze hier genoemd.
Wat willen we bereiken in 2030? Een klimaatbestendig Ooststellingwerf.
Onze speerpunten
1. We creëren leefbare dorpen waar ruimte is voor waterberging, groen en koelte35. De leefomgeving is groen en nodigt uit tot gezonde buitenactiviteiten. De soortenrijkdom op gemeentelijk grondgebied is toegenomen. Met gelaagd en divers groen en het stimuleren van het bodemleven is onze bodem klimaatrobuust. We nemen fysieke maatregelen om wateroverlast tegen te gaan en brengen hitte en droogte in kaart door risicodialogen met de dorpen te voeren. We stellen een communicatieplan op over klimaatrisico's en handelingsperspectieven.
34
Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf Leefbare dorpen met aandacht voor voldoende groen, koelte en waterberging, hebben een positief effect op het waterverbruik. In een koelere omgeving verdampt minder water uit de bodem of gewas. Ook wordt er in een koelere omgeving minder water verbruikt door consumenten, inwoners en bedrijven. Meer waterberging en daarmee infiltratie zorgt voor aanvulling van grondwatervoorraden en draagt daarmee bij aan de continuïteit voor het kunnen winnen van drinkwater. Bron: inspraakreactie Vitens 5 november 2025. 35
WAT DOEN WE AL
De gemeente heeft begin 2024 een subsidieregeling opengesteld voor het vergroenen van schoolpleinen. Groene schoolpleinen dragen bij aan een groenere leefomgeving en stimuleren kinderen om meer te bewegen. Ze vergroten daarnaast de biodiversiteit en dragen bij aan klimaatadaptatie. Om de aanleg van groene schoolpleinen te stimuleren, kunnen scholen een subsidieaanvraag indienen. Deze subsidieregeling staat open tot eind 2026.
2. Het landelijk gebied is bestand tegen hevige buien en periodes van droogte. In 2030 wordt het water in het landelijk gebied langer vastgehouden in sloten en beken36. Regenwater infiltreert in de bodem op plekken waar dat mogelijk is. We werken mee aan de aanpak droogte in natuurgebieden en aan het vasthouden van regenwater in kleinere sloten ter bestrijding van droogte voor agrariërs. 3. We realiseren klimaatbestendige nieuwbouw37. Nieuwbouw wordt klimaatbestendig en natuurinclusief gebouwd, waarbij in locatiekeuze en inrichting rekening is gehouden met het bodem- en watersysteem. We hanteren de landelijke maatlat klimaatbestendigheid bij nieuwbouw38.