CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie Ruimte 13 januari 2026, gemeente Ooststellingwerf34.811 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

•

•

•

invloed hebben op de gezondheid van omwonenden. Denk bijvoorbeeld aan fijnstof, endotoxinen en geur bij veehouderijen, en aan gewasbeschermingsmiddelen in de akkerbouw. Deze stoffen kunnen gezondheidseffecten en onrust veroorzaken, vooral bij mensen die dichtbij wonen. Biodiversiteit (p. 18) o We steunen het aanjagen van meer biodiversiteit; een groene omgeving draagt bij aan zowel fysieke als mentale gezondheid. Een aandachtspunt hierbij is dat sommige plantensoorten hooikoortsklachten kunnen veroorzaken. Bij de keuze van beplanting in de openbare ruimte is het daarom verstandig om hier rekening mee te houden. Voor bomen kan het LUMC Bomenkompas een handig hulpmiddel zijn. Zo combineren we biodiversiteit met gezondheidswinst. Energietransitie (p. 26) o Bij het verduurzamen van woningen is het belangrijk om ook te kijken naar het binnenklimaat. Na-isolatie kan bijvoorbeeld leiden tot minder ventilatie, wat weer kan zorgen voor vochtproblemen, schimmelvorming en ophoping van schadelijke stoffen in huis. Dit kan gezondheidsklachten veroorzaken. o We adviseren om in de communicatie richting bewoners – en in het bijzonder huurders – expliciet aandacht te besteden aan het belang van ventilatie en een gezond binnenklimaat.

Voorlichting, educatie en praktische adviezen kunnen hierbij helpen om gezondheidsrisico’s te voorkomen en ervoor te zorgen dat mensen prettig in hun woning kunnen verblijven. Klimaatadaptatie (p. 30/31) o Goed om te lezen dat er oog is voor het tegengaan van hittestress en het creëren van schaduw op fiets- en wandelroutes. Naast schaduw op routes is het ook belangrijk om voldoende schaduw te creëren in de openbare ruimte, op schoolpleinen, kinderopvanglocaties en bij sportverenigingen. o Naast fysieke maatregelen is ook gedragsverandering belangrijk. Een communicatiecampagne kan helpen om inwoners bewust te maken van de risico’s van uv-straling van de zon en wat ze er zelf tegen kunnen doen. Het bekende advies “weren, kleren, smeren” is hierbij een krachtig en eenvoudig uitgangspunt.

af te bakenen. Vanuit het programma Duurzaamheid richten we ons op de uitstoot van broeikasgassen. Vanuit het nog op te stellen programma Landelijk gebied werken we aan een toekomstbestendig landelijk gebied. Hieronder ligt de startnotitie stikstof als basis waarin de onderwerpen die spelen in het landelijk gebied staan beschreven. Waaronder ook de emissies die u noemt. Vanuit het programma Duurzaamheid werken we nauw samen met het nog op te stellen programma Landelijk gebied, zodat de programma’s elkaar versterken. • Biodiversiteit Voor het thema Biodiversiteit werken wij een Uitvoeringsplan Biodiversiteit uit. Wij nemen uw aandachtspunt over plantensoorten hierin mee. • Energietransitie Wij erkennen uw aandachtspunten. Met het OWO-energiebureau ondersteunen we inwoners bij verduurzamingsvraagstukken. Energiecoaches zijn er voor tips over kleine energiebesparende maatregelen en gedrag. Voor vraagstukken over isolatie en financiën zijn er Energieverkenners. Vanuit het OWO-energiebureau is ook aandacht voor het belang van goede ventilatie. Uw communicatieadvies nemen wij mee in het Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording. • Klimaatadaptatie Wij erkennen uw advies. Daarom zetten wij vanuit het thema Klimaatadaptatie, naast voldoende schaduw op doorgaande fiets- en wandelroutes, in op het realiseren van voldoende koele, biodiverse openbare verblijfsplekken.

Daarnaast hebben scholen de mogelijkheid om gebruik te maken van de subsidieregeling Groene schoolpleinen, waarmee zij hun schoolplein kunnen vergroenen. Uw communicatieadvies nemen wij mee in het Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording. We stellen het zeer op prijs dat u graag meedenkt bij een aantal thema’s. Wij hebben GGD Fryslân toegevoegd als samenwerkingspartner bij de volgende speerpunten: • Thema Sociale duurzaamheid, speerpunt 2, tabel wat gaan we daarvoor doen, kolom samenwerkingspartners extern;

13

Overkoepelend: In het programma wordt bij diverse speerpunten en acties beschreven met welke partners er in- en extern samengewerkt wordt. We willen hierbij graag aangeven dat we vanuit GGD Fryslân ook graag meedenken bij relevante thema’s. Daarnaast wordt er vanuit de Friese Preventieaanpak ook kennis ontsloten en worden goede voorbeelden van initiatieven gedeeld.

• •

Thema Sociale duurzaamheid, speerpunt 3 en 4, tabel wat gaan we daarvoor doen, actie Uitvoeringsplan Sociale Duurzaamheid, kolom samenwerkingspartners extern; Thema Biodiversiteit, speerpunt 1, 2, 3, tabel wat gaan we daarvoor doen, actie Uitvoeringsplan Biodiversiteit, kolom samenwerkingspartners extern

Aanpassingen GGD Fryslân is op drie plaatsen in het programmaplan toegevoegd als samenwerkingspartner. Nr. 9

Liander Namens Liander dank ik u voor de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op het Concept Programma Duurzaam Ooststellingwerf 20262030. Wij waarderen de genoemde samenwerking met Liander en de integrale aanpak van de gemeente op het gebied van duurzaamheid. Graag delen wij enkele aandachtspunten en aanbevelingen ter overweging. 1. Netcapaciteit als randvoorwaarde en samenwerking met netbeheerder De Regioanalyse onderstreept het belang van nauwe samenwerking tussen gemeente en netbeheerder bij de ruimtelijke en energie planologische keuzes. Door de huidige en verwachte netcongestie is het essentieel dat bij nieuwe woningbouw, bedrijventerreinen en verduurzamingsprojecten tijdig wordt afgestemd met Liander. Wij verzoeken om netcapaciteit en aansluitmogelijkheden expliciet als randvoorwaarde op te nemen bij de haalbaarheidsafweging van nieuwe projecten. Dit voorkomt vertragingen en zorgt voor realistische planning. 2. Netbewust laden, bouwen en flexibel gebruik Uit de Regioanalyse blijkt dat het netbewust laden van elektrische voertuigen en flexibel elektriciteitsgebruik de netimpact flink kan verlagen.

Wij verzoeken om in het programma concrete maatregelen op te nemen die piekbelasting op het net verminderen, zoals het stimuleren van laden buiten piekuren voor personenvervoer en logistiek, het ondersteunen van slimme laadinfrastructuur, netbewuste nieuwbouw, het bevorderen van energieopslag bij bedrijven en huishoudens en het aftoppen van zonvermogen. Al deze maatregelen dragen bij aan een efficiënter gebruik van het bestaande net en voorkomt verdere congestie.

Reactie gemeente Hartelijk dank voor uw reactie op het programmaplan duurzaamheid. Wij waarderen dat u gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om een reactie in te dienen. Hieronder reageren wij op uw aandachtspunten en aanbevelingen. 1. Wij erkennen het belang om op tijd af te stemmen met Liander bij nieuwe woningbouw, bedrijventerreinen en verduurzamingsprojecten. Gebiedsontwikkelingen hebben een lange doorlooptijd. Wij zouden graag in een heel vroeg stadium (bijvoorbeeld bij aankoop van gronden) al van Liander willen weten of netcapaciteit beschikbaar is of kan komen. We zien dat dat op dit moment nog niet mogelijk is binnen de processen van Liander. Graag werken we met Liander samen aan het verder op elkaar afstemmen van processen, zodat netcapaciteit in de haalbaarheid meegewogen kan worden. 2. Het programmaplan is een programma op hoofdlijnen. Het beschrijft onze ambities en speerpunten voor de komende beleidsperiode. Voor het thema Energietransitie ligt er een Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 dat in december 2024 is vastgesteld. De Regioanalyse is hiervoor als basis gebruikt. In het Uitvoeringsplan Energietransitie staan concrete acties geformuleerd per speerpunt. 3. Wij erkennen het belang van een brede energiemix. In het Uitvoeringsplan Energietransitie beschrijven wij hoe wij de energiemix in Ooststellingwerf voor ons zien.

Ook groengas is hierin meegenomen.

14

3. Zet in op een brede energiemix De Regioanalyse laat zien dat een brede energiemix, met naast zon ook wind, warmte en groen gas, de netimpact aanzienlijk kan beperken. Voor wat betreft groengas blijkt uit de regioanalyse dat er veel initiatieven zijn in de regio. De gemeente zou een verbindende rol kunnen spelen door vraag- en aanbod van groengas bij elkaar te brengen. Wij verzoeken om deze inzichten te verwerken in het programma en bij de uitrol van duurzame opwekprojecten te sturen op een optimale mix. 4. Ruimte reserveren voor energie-infrastructuur De Regioanalyse wijst op het belang van het tijdig reserveren van fysieke ruimte voor uitbreiding van het elektriciteitsnet, zowel ondergronds (kabels) als bovengronds (stations). Wij verzoeken om dit structureel te borgen in ruimtelijke plannen en vergunningverlening, zodat wij het elektriciteitsnet sneller kunnen uitbreiden.

4. We erkennen het belang van samenwerking om het elektriciteitsnetwerk uit te breiden en hiervoor te zoeken naar ruimte. Concrete omgevingsplanwijzigingen voeren we door. We gaan graag met u in gesprek over hoe we toekomstige uitbreidingen kunnen borgen. Een mogelijk eerste stap daarin, is een aanpassing van de omgevingsvisie op dit punt. Wij werken graag verder met u samen aan de uitvoering van het programmaplan. Aanpassingen Geen aanpassingen.

Wij denken graag mee over de verdere uitwerking van het programma en de vertaling naar concrete plannen. Nr. 10

Nederlandse Melkveehouders Vakbond afdeling Friesland Over de invloed van menselijk handelen (CO2 uitstoot) op het veranderende klimaat verschillen de meningen, ook binnen de wetenschap. In dit rapport wordt aangenomen dat de invloed van menselijk handelen heel erg groot is en is het terugdringen van CO2 de heilige graal. Als dit je uitgangspunt is, is het echter alleen zinvol om de CO2 uitstoot op wereldwijde schaal te bekijken. CO2 heeft geen lokale uitwerking. Het gaat om de totale CO2 uitstoot wereldwijd. Als je in deze gemeente activiteiten kunt ontplooien waarbij je iets produceert met een lagere foodprint dan dat deze activiteit elders plaats zal vinden lever je een grotere bijdrage dan dat je deze activiteit naar buiten je gemeentegrenzen dirigeert. Wat dat betreft straalt dit Programma Duurzaamheid een hoog gehalte postzegelpolitiek uit. Stuitend is het dan ook om op pagina 12 te lezen dat het stoppen van dierhouderijen door invloed van landelijke stoppersregelingen met gejuich onthaald wordt. Elk

Reactie gemeente Hartelijk dank voor uw reactie op het programma duurzaamheid. Wij waarderen dat u de tijd heeft genomen om het programma te lezen en uw reactie met ons te delen. Hieronder reageren wij op uw inspraakreactie. Met het programma Duurzaamheid werken wij aan onze duurzaamheidsambitie om in 2030 CO₂ neutraal te zijn. We verwachten in 2030 op het gebied van energie CO2 neutraal te zijn. Door landbouw, landgebruik en productie van materialen worden broeikasgassen uitgestoten, zoals methaan en CO2. In dit programmaplan nemen we deze uitstoot ook mee, hiermee sluiten we aan bij de Europese en landelijke doelstellingen om in 2050 CO2 equivalent-neutraal1 te zijn. De totale uitstoot van CO2-equivalenten in gemeente Ooststellingwerf was 310 kton2 in 2021. In de tabel in bijlage 1 van het programmaplan is

Binnen een CO2 eqv-neutraal systeem is de uitstoot van broeikasgassen zo ver mogelijk gereduceerd en de restuitstoot wordt gecompenseerd, bijvoorbeeld door het aanplanten van bomen. De uitstoot van broeikasgassen is dus netto nul. Bronnen: fet-kennisdocument-tbv--friese-energievisie.pdf en CO2-equivalenten | CBS 2 CO routekaart 2030, Berenschot, september 2024. 2 1

15

boerenerf is een ecosysteem op zich. De aanwezigheid van dieren en mest trekt insecten aan waar weer veel vogels op af komen zoals verschillende soorten zwaluwen. De risico’s die het grote aantal stoppende veehouderijen in onze gemeente met zich mee brengt voor de biodiversiteit zien we niet terugkomen bij het hoofdstuk Biodiversiteit. In dit hoofdstuk wordt wel gesuggereerd dat de bodemgezondheid onder druk staat door het gebruik van schadelijke stoffen. Deze aanname wordt echter niet onderbouwd. Ditzelfde geldt voor de waterkwaliteit. Verder mist in dit hoofdstuk een stukje klimaatadaptatie. Een veranderend klimaat brengt nu eenmaal met zich mee dat er soorten verdwijnen, maar ook dat er andere soorten voor terug komen. De Nederlandse landbouwsector is altijd bezig met ontwikkeling, innovatie en verduurzaming. Bijvoorbeeld op het thema gewasbescherming is de laatste jaren veel vooruitgang geboekt met o.a. driftreductie en precisielandbouw. Het verdwijnen van effectieve gewasbeschermingsmiddelen en lagere doseringen betekend soms wel dat er vaker gespoten moet worden met veel minder werkzame stof. In de inleiding wordt een onderzoek aangehaald van het planbureau Friesland waarin aangegeven wordt dat 69% van de Friese inwoners zich zorgen maken om het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Er lijkt hier dus een kennisleemte te zijn die waarschijnlijk ingevuld wordt met alarmerende en polariserende berichten uit de media. Het Programma Duurzaamheid zou dit op kunnen pakken bij het thema educatie door in samenwerking met landbouworganisaties betere voorlichting te geven over de ontwikkelingen in de agrarische sector en dan specifiek over gewasbescherming. Dit zou zorgen weg kunnen nemen bij inwoners en zo bij kunnen dragen aan de gezondheid onder het motto ‘Men lijdt het meest aan het lijden dat men vreest’. Tot slot zou ik u er nog op willen wijzen dat u het binnen uw plannen bij de landbouw met name hebt over de uitstoot van CO2 en niet over de opname van CO2 van grasland en andere voedergewassen. Het zou bijvoorbeeld goed zijn om in bijlage 1 ook de CO2 opname per sector te vermelden. De landbouw wordt op deze manier ten onrechte in de hoek gezet van een sector die problemen veroorzaakt, terwijl het juist een sector is die problemen oplost. Voor vragen of opmerkingen over het verdere vervolg van het Programma Ooststellingwerf staan wij altijd open.

te zien hoeveel uitstoot van CO2-equivalenten uit welke sector komt in 1990 en 2021. U stelt dat het goed zou zijn om ook de CO₂ opname voor de landbouw te vermelden. Wij zijn het met u eens en daarom willen we met een jaarlijkse monitor de reductie van uitstoot van broeikasgassen vanuit landbouw en landgebruik inzichtelijk maken. Deze jaarlijkse monitor is opgenomen als meetbaar doel onder het thema Duurzaam landelijk gebied. U stelt in uw reactie dat wij op pagina 12 het stoppen van dierhouderijen door invloed van landelijke stoppersregelingen met gejuich onthalen. Dit is feitelijk onjuist. De passage op pagina 12 onder speerpunt 1 luidt: 1. In het landelijk gebied van Ooststellingwerf is de uitstoot van broeikasgassen teruggebracht. In het landelijk gebied spelen veel ontwikkelingen die invloed hebben op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Zo wordt in het Fochteloërveen door kadeherstel het veengebied vernat. Een deel van de dierhouderijen stoppen door invloed van landelijke stoppersregelingen. Ook zijn er veel initiatieven voor vergisting van mest. Tenslotte zijn er initiatieven voor andere teelten waarmee CO2 opgeslagen wordt in materialen. Dit alles heeft invloed op de uitstoot of afvang van broeikasgassen. Wij monitoren de ontwikkelingen. We informeren over de mogelijkheden om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen.

Bijvoorbeeld over de bodem en gewassen die CO2 kunnen binden en opslaan in organisch materiaal. De zin ‘een deel van de dierhouderijen stoppen door invloed van landelijke stoppersregelingen’, is onderdeel van een feitelijke opsomming van ontwikkelingen die spelen in het gebied en invloed hebben op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. In het themahoofdstuk Biodiversiteit mist u de onderbouwing voor de zin “De bodemgezondheid staat onder druk door het gebruik van schadelijke stoffen”. Dit mist u ook bij de alinea over waterkwaliteit. Wij zijn het met u eens dat hier onderbouwende bronnen missen. In het definitieve programmaplan hebben we onderbouwende bronnen toegevoegd in deze alinea. Wij ondersteunen uw punt dat er een raakvlak is tussen de thema’s Biodiversiteit en Klimaatadaptatie. We nemen in het themahoofdstuk Biodiversiteit in de kolom ‘raakvlakken thema’s’ van de tabel ‘wat gaan we daarvoor doen’ het thema Klimaatadaptatie op. 16

In de inleiding van het programmaplan in de paragraaf ‘Uitdagingen’, benoemen wij de ervaring van inwoners voor de uitdaging ‘klimaatverandering gaat door’. De ervaring van de inwoners is gemeten door het Planbureau Fryslân. Aan inwoners is gevraagd over welke ontwikkelingen in de natuur en het landschap men zich zorgen maakt. 69% van de inwoners uit regio Zuidoost Friesland geeft hier het gebruik van bestrijdingsmiddelen aan. U trekt hieruit de conclusie dat er hier een kennisleemte lijkt te zijn die waarschijnlijk ingevuld wordt door alarmerende en polariserende berichten uit de media. En doet de suggestie dat het programma Duurzaamheid dit op zou kunnen pakken bij het thema educatie door in samenwerking met landbouworganisaties betere voorlichting te geven over de ontwikkelingen in de agrarische sector en dan specifiek over gewasbescherming. U stelt dat dit zorgen weg zou kunnen nemen bij inwoners. Naast het programma Duurzaamheid, werken we met een nog op te stellen programma Landelijk gebied. Daarom hebben we ervoor gekozen om de programma’s af te bakenen. Vanuit het programma Duurzaamheid richten we ons op de uitstoot van broeikasgassen. Vanuit het nog op te stellen programma Landelijk gebied werken we aan een toekomstbestendig landelijk gebied. Hieronder ligt de startnotitie stikstof als basis waarin de onderwerpen die spelen in het landelijk gebied staan beschreven.

Waaronder ook gewasbeschermingsmiddelen. Uw suggestie nemen wij mee in het nog op te stellen programma Landelijk gebied. Aanpassingen In het themahoofdstuk Biodiversiteit zijn twee bronnen toegevoegd. De raakvlakken tussen de thema’s Biodiversiteit en Klimaatadaptatie zijn toegevoegd.

17

5. Lijst van wijzigingen 5.1. Aanpassingen naar aanleiding van de inspraakreacties Uit de inspraakreacties volgen een aantal aanpassingen. In onderstaande tabel zijn de aanpassingen weergegeven. Nr. 4

4

4

5

5

Aanpassing in hoofdstuk/paragraaf Hoofdstuk Sociale duurzaamheid, paragraaf wat gaan we daarvoor doen, speerpunt 2, kolom samenwerking extern Hoofdstuk Biodiversiteit, paragraaf wat gaan we daarvoor doen, actie Uitvoeringsplan Biodiversiteit, kolom samenwerking extern Hoofdstuk Biodiversiteit, paragraaf wat gaan we daarvoor doen, actie Uitvoeringsplan Educatie en Bewustwording, kolom samenwerking extern Hoofdstuk Sociale Duurzaamheid, paragraaf wat gaan we daarvoor doen, speerpunt 3, actie Uitvoeringsplan Sociale duurzaamheid, kolom samenwerking extern

Was

Is

Kunst & COO, Scala, Bibliotheek Zuidoost-Fryslân, Klimaatgesprekken, kunst- en cultuurorganisaties, ELAN Zuidoost Friesland, Energiecoöperatie de Eendracht

Kunst & COO, Scala, Bibliotheek Zuidoost-Fryslân, Klimaatgesprekken, kunst- en cultuurorganisaties, ELAN Zuidoost Friesland, Energiecoöperatie de Eendracht, Gebiedscoöperatie Zuidoost Friesland

Inwoners, boeren, natuur- en milieuorganisaties, ELAN Zuidoost Friesland

Inwoners, boeren, natuur- en milieuorganisaties, ELAN Zuidoost Friesland, Gebiedscoöperatie Zuidoost Friesland

Inwoners, ondernemers, Kennisconsortium Bodem, Biosintrum, ELAN Zuidoost Friesland

Inwoners, ondernemers, Kennisconsortium Bodem, Biosintrum, ELAN Zuidoost Friesland, Gebiedscoöperatie Zuidoost Friesland

Scala, woningcorporaties, inwoners, ELAN Zuidoost Friesland

Scala, woningcorporaties, inwoners, ELAN Zuidoost Friesland, stichting De Kleine Boerderij

Hoofdstuk Sociale duurzaamheid, paragraaf wat gaan we daarvoor doen, speerpunt 3, actie Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording, kolom samenwerking extern

Scala, Biosintrum, inwoners, ELAN Zuidoost Friesland

Scala, Biosintrum, inwoners, ELAN Zuidoost Friesland, stichting De Kleine Boerderij

18

6

Hoofdstuk Klimaatadaptatie, paragraaf onze speerpunten, speerpunt 1

6

Hoofdstuk Klimaatadaptatie, paragraaf onze speerpunten, speerpunt 2

6

Hoofstuk Klimaatadaptatie, paragraaf onze speerpunten, speerpunt 3

6

Hoofdstuk Biodiversiteit, paragraaf wat gaan we daarvoor doen, actie Uitvoeringsplan Biodiversiteit, kolom raakvlakken thema’s

Duurzaam landelijk gebied, Sociale duurzaamheid

Voetnoot toegevoegd: Leefbare dorpen met aandacht voor voldoende groen, koelte en waterberging, hebben een positief effect op het waterverbruik. In een koelere omgeving verdampt minder water uit de bodem of gewas. Ook wordt er in een koelere omgeving minder water verbruikt door consumenten, inwoners en bedrijven. Meer waterberging en daarmee infiltratie zorgt voor aanvulling van grondwatervoorraden en draagt daarmee bij aan de continuïteit voor het kunnen winnen van drinkwater. Bron: inspraakreactie Vitens 5 november 2025. Voetnoot toegevoegd: Het grootste deel van het oppervlakte van gemeente Ooststellingwerf heeft een agrarische bestemming. Het vasthouden en bergen van water op dit grote oppervlak heeft uiteindelijk meer resultaat voor de aanvulling van de grondwatervoorraad door infiltratie, dan op het oppervlak voor wonen of bebouwing. Ook voor het aandeel bos en natuur is het vasthouden van water belangrijk, zeker om drogere periodes te kunnen weerstaan. Voor de continuïteit van het kunnen leveren van drinkwater is dit thema erg belangrijk voor Vitens. Bron: inspraakreactie Vitens, 5 november 2025. Voetnoot toegevoegd: Klimaatbestendige nieuwbouw heeft uiteindelijk ook een positief effect op de waterbalans.

Meer infiltratie van regenwater door afkoppeling van het riool en onder andere aanleg van gescheiden rioolstelsels dragen ook bij aan een vergrote infiltratie van water in de bodem. En vullen daardoor de grondwatervoorraad weer aan. Aanpassingen in nieuwbouw die zorgen voor meer koelte dragen (gering) ook bij aan iets lager waterverbruik. Bron: inspraakreactie Vitens, 5 november 2025. Duurzaam landelijk gebied, Sociale duurzaamheid, Klimaatadaptatie

19

8

Hoofdstuk Sociale duurzaamheid, paragraaf wat gaan we daarvoor doen, speerpunt 2, kolom samenwerkingspartners extern

Kunst & COO, Scala, Bibliotheek Zuidoost-Fryslân, Klimaatgesprekken, kunst- en cultuurorganisaties, ELAN Zuidoost Friesland, Energiecoöperatie de Eendracht

Kunst & COO, Scala, Bibliotheek Zuidoost-Fryslân, Klimaatgesprekken, kunst- en cultuurorganisaties, ELAN Zuidoost Friesland, Energiecoöperatie de Eendracht, Gebiedscoöperatie Zuidoost Friesland, GGD Fryslân

8

Hoofdstuk Sociale duurzaamheid, paragraaf wat gaan we daarvoor doen, speerpunt 3 en 4, actie Uitvoeringsplan Sociale Duurzaamheid, kolom samenwerkingspartners extern Hoofdstuk Biodiversiteit, paragraaf wat gaan we daarvoor doen, actie Uitvoeringsplan Biodiversiteit, kolom samenwerkingspartners extern

Scala, woningcorporaties, inwoners, ELAN Zuidoost Friesland

Scala, woningcorporaties, inwoners, ELAN Zuidoost Friesland, stichting De Kleine Boerderij, GGD Fryslân

Inwoners, boeren, natuur- en milieuorganisaties, ELAN Zuidoost Friesland

Inwoners, boeren, natuur- en milieuorganisaties, ELAN Zuidoost Friesland, Gebiedscoöperatie Zuidoost Friesland, GGD Fryslân

10

Hoofdstuk Biodiversiteit, paragraaf onze speerpunten, speerpunt 3

Bij onderstaande zin bron toegevoegd met voetnoot: De bodemgezondheid staat onder druk door het gebruik van schadelijke stoffen. Bron: adviesrapport ‘De bodem bereikt?!’, Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, 2020.

10

Hoofdstuk Biodiversiteit, paragraaf onze speerpunten, speerpunt 3

Een gezonde bodem helpt bij het tegengaan van de gevolgen van klimaatverandering, zoals wateroverlast en droogte. Daarnaast levert een gezonde bodem voedingsstoffen voor de productie van gezonde gewassen en gezond voedsel, houdt het water vast, zuivert water en levert schoon drink- en oppervlaktewater. Een gezonde bodem kent veel biodiversiteit en vormt de basis voor een grote hoeveelheid biodiversiteit boven de grond. De bodemgezondheid staat onder druk door het gebruik van schadelijke stoffen. Dit geldt ook voor de waterkwaliteit waar vervuiling en uitspoeling van schadelijke stoffen in grond- en oppervlaktewater invloed op hebben. Wij vinden het verbeteren van de waterkwaliteit en bodemgezondheid belangrijk. Daarom zetten we in op bewustwording over waterkwaliteit, watergebruik en bodemgezondheid.

8

Bij onderstaande zin twee bronnen toegevoegd met voetnoot: Dit geldt ook voor de waterkwaliteit waar vervuiling en uitspoeling van schadelijke stoffen in grond- en oppervlaktewater invloed op hebben. Bronnen: Tussentijdse evaluatie Kaderrichtlijn water van december 2024, Wetterskip Fryslân en rapport 20

Landbouwpraktijk en waterkwaliteit in Nederland; toestand (2020-2023) en trend (1992-2023): Resultaten van de monitoring van de effecten van de EU Nitraatrichtlijn actieprogramma’s, 2024, RIVM 10

Hoofdstuk Biodiversiteit, paragraaf wat gaan we daarvoor doen, actie Uitvoeringsplan Biodiversiteit, kolom raakvlakken thema’s

Duurzaam landelijk gebied, Sociale duurzaamheid

Duurzaam landelijk gebied, Sociale duurzaamheid, Klimaatadaptatie

5.2. Ambtelijke wijzigingen Er zijn een aantal ambtelijke wijzigingen. In onderstaande tabel zijn de aanpassingen weergegeven. Aanpassing in hoofdstuk/paragraaf Inleiding, paragraaf context, kopje we scherpen aan waar nodig

Was

Is

Het gaat om de thema’s Biodiversiteit, Duurzaam landelijk gebied en Sociale duurzaamheid. De thema’s Biodiversiteit en Duurzaam landelijk gebied zijn geen nieuwe thema’s: we werken hier nu ook al aan.

Inleiding, paragraaf wettelijke kaders

In de Klimaatwet staat dat we in 2030 minstens 55% van onze uitstoot van broeikasgassen gereduceerd moeten hebben ten opzichte van 1990. De Green Deal kijkt nog breder: hier gaat het onder andere over klimaatactie, circulaire economie, biodiversiteit en duurzame landbouw.

Inleiding, paragraaf relatie programma landelijk gebied

In het eerste kwartaal van 2025 is er voor het Landelijk gebied een programma opgestart.

Hoofdstuk Duurzaam landelijk gebied, inleidende tekst

Naast het programma Duurzaamheid wordt vanuit het programma Landelijk gebied gewerkt aan een toekomstbestendig landelijk gebied.

Volgorde aangepast in aansluiting op opbouw stuk: Het gaat om de thema’s Duurzaam landelijk gebied, Sociale duurzaamheid en Biodiversiteit. De thema’s Duurzaam landelijk gebied en Biodiversiteit zijn geen nieuwe thema’s: we werken hier nu ook al aan. Geactualiseerd: In de Klimaatwet staat dat we in 2030 minstens 55% van onze uitstoot van broeikasgassen gereduceerd moeten hebben ten opzichte van 1990. De Europese Raad heeft in november 2025 ingestemd met een klimaatdoel van 90% emissiereductie in 2040. De Green Deal kijkt nog breder: hier gaat het onder andere over klimaatactie, circulaire economie, biodiversiteit en duurzame landbouw. Geactualiseerd: In het eerste kwartaal van 2025 is er gestart met de oriëntatie op het inrichten van een programma voor het Landelijk gebied. Geactualiseerd: Naast het programma Duurzaamheid wordt vanuit het nog op te stellen programma Landelijk gebied gewerkt aan een toekomstbestendig landelijk gebied. 21

Hoofdstuk Circulaire samenleving, paragraaf onze speerpunten, speerpunt 1, kader met voorbeeld Wat doen we al

Circulariteit: hergebruiken van materialen of afval voorkomen. Bijvoorbeeld het kiezen voor straatstenen die al eerder zijn gebruikt. Klimaatadaptatie: de opdracht draagt bij aan een omgeving die beter om kan gaan met hitte, droogte of extreme regen. Bijvoorbeeld door waterdoorlatende bestrating toe te passen. Sociale waarde: mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt krijgen via de inkoopopdracht een kans op werk of ontwikkeling. Bijvoorbeeld door te eisen dat een leverancier ook mensen in dienst neemt die moeilijker aan werk komen.

Circulaire samenleving: wat gaan we daarvoor doen Kolom tabel: Samenwerking extern Hoofdstuk Energietransitie, paragraaf onze speerpunten, speerpunt 1, kader met voorbeeld Wat doen we al? Hoofdstuk Energietransitie, paragraaf onze speerpunten, speerpunt 3, kader met voorbeeld Wat doen we al?

Kennis- en onderwijsinstellingen, Biosintrum, Omrin, ondernemers, inwoners Eind 2024 waren er 276 aanvragen ingediend.

In 2025 wordt samen met onder meer Liander de inzet van de thuisbatterijen beoordeeld. We kijken of de thuisbatterij balans in het netwerk creëert en of het gebruik van duurzaam opgeslagen energie op momenten dat de zon niet schijnt een positieve meerwaarde geeft aan de inzet van de thuisbatterij.

Hoofdstuk Participatie, tweede alinea

Hoofdstuk Participatie, derde alinea

In mei 2025 is de Adviesraad Sociaal Domein gevraagd om een formeel advies uit te brengen op dit programmaplan. In dezelfde periode is het

Tekstuele aanpassing: Circulariteit: zoveel mogelijk hergebruik van materialen en het voorkomen van afval. Bijvoorbeeld waar mogelijk het kiezen voor straatstenen die al eerder zijn gebruikt. Tekstuele aanpassing Klimaatadaptatie: de opdracht draagt bij aan een omgeving die beter om kan gaan met hitte, droogte of extreme regen. Bijvoorbeeld door op steeds meer plekken te kiezen voor open parkeerplaatsen met graskeien. Tekstuele aanpassing Sociale waarde: mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt krijgen via de inkoopopdracht een kans op werk of ontwikkeling. Bijvoorbeeld door erop te sturen dat een leverancier ook mensen in dienst neemt die moeilijker aan werk komen. Per abuis stond Vereniging Circulair Fryslân hier niet bij: Kennis- en onderwijsinstellingen, Biosintrum, Omrin, Vereniging Circulair Fryslân, ondernemers, inwoners Geactualiseerd: Halverwege november 2025 waren er 833 aanvragen ingediend voor de gemeentelijke subsidie. Geactualiseerd: In 2025 is de inzet van thuisbatterijen, samen met onder meer Liander, beoordeeld. Uit de beoordeling blijkt dat het afgesproken tijdsvenster ervoor zorgt dat de thuisbatterijen pieken niet verergeren. Verder onderzoek is nodig om te bepalen of pieken ook actief verlaagd kunnen worden. Die aanpak staat nog in de kinderschoenen, maar is de richting waarin we willen ontwikkelen.

Zin met verwijzing naar bijlage toegevoegd: Een beschrijving van het proces van totstandkoming van het programmaplan inclusief participatie is opgenomen in de bijlage (link). Geactualiseerd en tekstueel aangescherpt: In mei 2025 is de Adviesraad Sociaal Domein gevraagd om een formeel advies uit te brengen op dit 22

Hoofstuk Monitoring en borging, tweede alinea

programmaplan gedeeld met een aantal samenwerkingsorganisaties. Welzijnsorganisatie Scala, vereniging Kunst & COO, de Friese Milieufederatie, ELAN Zuidoost Friesland, Gebiedscoöperatie Zuidoost Friesland en energiecoöperatie de Eendracht zijn gevraagd om te op het concept programmaplan. ELAN Zuidoost Friesland en energiecoöperatie de Eendracht hebben hier gebruik van gemaakt. Alle reacties zijn verwerkt in de zienswijze- en reactienota die toegevoegd is als bijlage. Na besluitvorming door de gemeenteraad wordt het programmaplan zes weken ter inzage gelegd en kan iedereen een zienswijze indienen op het programmaplan. Dit programmaplan is tot stand gekomen in samenwerking met veel collega’s van verschillende afdelingen en beleidsvelden Per thema hebben we in het programmaplan inzichtelijk gemaakt met welke beleidsvelden we samenwerken in de uitvoering. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van acties is dus over meerdere beleidsvelden en budgetten verdeeld. Een integrale en gezamenlijke aanpak is daarom belangrijk. Dit bewaken we in de planning en control cyclus, specifiek de programmabegroting en de jaarrekening, waarin we de samenwerking met de andere afdelingen opzoeken.

Hoofstuk Financieel kader en risico's, tweede alinea

Daarom hebben we bij de jaarrekening 2024 ook voorgesteld om het resterende incidentele budget van het programma Duurzaamheid toe te voegen aan een reserve programma Duurzaamheid (onderdeel van de algemene reserve). Hier kunnen tijdens de looptijd van het programma kosten uit worden gedekt.

Hoofstuk Financieel kader en risico's, derde alinea

Een groot deel van de personele inzet voor het programma wordt gedekt uit de tijdelijke regeling

programmaplan. In dezelfde periode is het programmaplan gedeeld met een aantal samenwerkingsorganisaties. Deze adviezen en reacties zijn verwerkt in de adviezen en reactienota die toegevoegd is als bijlage. Na besluitvorming door de gemeenteraad is het programmaplan zes weken ter inzage gelegd. Van 30 september 2025 tot en met 10 november 2025 kon iedereen een inspraakreactie indienen op het programmaplan. Er zijn tien inspraakreacties ingediend. Deze zijn verwerkt in een Eindverslag Inspraakreacties. Tekstuele aanpassing Dit programmaplan is tot stand gekomen in samenwerking met veel collega’s van verschillende teams en beleidsvelden Per thema hebben we in het programmaplan inzichtelijk gemaakt met welke beleidsvelden we samenwerken in de uitvoering. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van acties is dus over meerdere beleidsvelden en budgetten verdeeld. Een integrale en gezamenlijke aanpak is daarom belangrijk. Dit bewaken we in de planning en control cyclus, specifiek de programmabegroting en de jaarrekening, waarin we de samenwerking met de andere teams opzoeken. Geactualiseerd: Daarom hebben we bij de jaarrekening 2024 ook voorgesteld om het resterende incidentele budget van het programma Duurzaamheid toe te voegen aan een reserve programma Duurzaamheid (onderdeel van de algemene reserve).

Bij de jaarrekening 2025 gaan we een vergelijkbaar voorstel doen voor het resterende budget het programma Duurzaamheid 2025. Hier kunnen tijdens de looptijd van het programma kosten uit worden gedekt. Geactualiseerd: Een groot deel van de personele inzet voor het programma wordt gedekt uit de tijdelijke regeling 23

Hoofstuk Financieel kader en risico's, kopje vierde alinea

capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). De VNG heeft gemeenten recent geïnformeerd over de uitkomsten overhedenoverleg en voorjaarsnota. Op basis van deze informatie gaan we ervan uit dat het reguliere budget dat we de afgelopen jaren ontvingen (ongeveer € 530.000 per jaar) tot en met 2030 wordt gecontinueerd met een korting van 10%. Deze korting wordt gehanteerd vanwege de overheveling van de specifieke uitkering naar het gemeentefonds. Dit budget wordt niet geïndexeerd en ook niet verhoogd voor de aanvullende taken op het gebied van klimaat en energie, die gemeenten inmiddels hebben gekregen. In de bijlage financieel overzicht is af te lezen dat er voor 2025 € 1.311.000 beschikbaar is. Door te schuiven met budgetten (het budget in jaar x mag benut worden tot en met jaar x+2) verwachten we elk jaar ongeveer € 635.000 beschikbaar te hebben. We zien de laatste maanden een terugloop in het aantal verstrekte duurzaamheidsleningen

Bijlage 2 – Totstandkoming programmaplan

Bijlage 2 – Totstandkoming programmaplan

•

In juni 2025 zijn het advies van de Adviesraad en de inspraakreacties ontvangen en verwerkt in een zienswijze- en reactienota. Eventuele aanpassingen naar aanleiding van de reacties zijn in dit uiteindelijke plan verwerkt.

capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Voor 2025 is € 1.311.000 beschikbaar. In de septembercirculaire 2025 is aangegeven dat ons budget voor 2026 € 935.000 bedraagt en dat voor de jaren daarna tot en met 2030 een vergelijkbaar budget beschikbaar is.

We zien een terugloop in het aantal verstrekte duurzaamheidsleningen Toevoeging: • Tijdens de open dag van de gemeente op 24 mei 2025 is aan inwoners gevraagd welke van de zes thema’s als eerste opgepakt moet worden. In totaal hebben 43 inwoners gestemd en de volgende prioriteit voor de uitvoering aangegeven: Sociale duurzaamheid: 22 stemmen, Biodiversiteit: 7 stemmen, Duurzaam landelijk gebied: 4 stemmen, Klimaatadaptatie: 4 stemmen, Circulaire samenleving: 3 stemmen, Energietransitie: 3 stemmen. Wij hebben deze prioritering meegenomen in de planning van het uitwerken van de uitvoeringsplannen. Tekstuele aanpassing: • In juni 2025 zijn het advies van de Adviesraad en de inspraakreacties ontvangen en verwerkt in een adviezen en reactienota. Eventuele aanpassingen

24

Bijlage 2 – Totstandkoming programmaplan

Bijlage 3 – Wettelijke kaders

Europese Klimaatwet De Europese Klimaatwet stelt dat de Europese Unie (hierna EU) in 2050 klimaatneutraal moet zijn. De Europese Klimaatwet is in juni 2021 officieel aangenomen en in werking getreden. Deze wet bevat bindende (tussen)doelen, zoals het verminderen van de netto-uitstoot van broeikasgassen met minstens 55% in 2030 vergeleken met 1990. De Klimaatwet is verder uitgewerkt in het wetgevingspakket “Fit for 55”, dat ook is vastgesteld.

naar aanleiding van de reacties zijn in dit uiteindelijke plan verwerkt. Toevoeging: • In september 2025 heeft de gemeenteraad besloten het programmaplan vrij te geven voor inspraak. • Van 30 september 2025 tot en met 10 november 2025 lag het programmaplan ter inzage voor inspraak. • In november 2025 zijn de inspraakreacties verwerkt en een aantal wijzigingen doorgevoerd in het definitieve programmaplan. Actualisatie: Europese Klimaatwet De Europese Klimaatwet stelt dat de Europese Unie (hierna EU) in 2050 klimaatneutraal moet zijn. De Europese Klimaatwet is in juni 2021 officieel aangenomen en in werking getreden. Deze wet bevat bindende (tussen)doelen, zoals het verminderen van de netto-uitstoot van broeikasgassen met minstens 55% in 2030 vergeleken met 1990. De Europese Raad heeft begin november 2025 ingestemd met herziening van de klimaatwet met doelen voor 2040: een netto-reductie van 90% van de broeikasgasemissies ten opzichte van 1990. De Klimaatwet is verder uitgewerkt in het wetgevingspakket “Fit for 55”, dat ook is vastgesteld. Bij de toegevoegde zin is een voetnoot toegevoegd: Raad stemt in met nieuw Europees klimaatdoel voor 2040: 90% emissiereductie - Europa decentraal

Bijlage 4 - Beleidskaders

Bijlage 4 – Beleidskaders

Beleidskaders in ontwikkeling: • Accommodatiebeleid (vaststelling verwacht in 2025); • Water- en Rioleringsprogramma (vaststelling verwacht in 2025); • Duurzame mobiliteitsvisie (vaststelling verwacht eind 2025);

Verplaatst naar opsomming bestaand beleid: • Accommodatiebeleid 2025-2050 • Water- en Rioleringsprogramma 2025-2029 •

Mobiliteitsvisie Ooststellingwerf 2026-2031 – Duurzaam op weg (vaststelling verwacht eind 2025); 25

•

Toekomstvisie Ooststellingwerf (vaststelling verwacht eind 2025).

Bijlage 8 – Financieel overzicht Bijlage 9 – Zienswijze en reactienota, titel Bijlage 10 – Toekomstwensen voor de kinderen in Ooststellingwerf

Zienswijze en reactienota

•

Toekomstvisie 2040 Ooststellingwerf (vaststelling verwacht eind 2025). Tabel is geactualiseerd. Tekstuele aanpassing: Adviezen en reactienota Toegevoegd.

26

Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2026-2030

Voorwoord Duurzaamheid is geen keuze meer, het is een noodzaak. In Ooststellingwerf werken we daar al jaren met overtuiging aan. Met dit nieuwe Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2026–2030 zetten we de volgende stap richting een CO₂-neutrale, klimaatbestendige en sociaalrechtvaardige gemeente. We bouwen voort op wat we al hebben bereikt, maar we verbreden ook onze aanpak. Naast circulaire samenleving, energietransitie en klimaatadaptatie, geven we nu ook expliciet ruimte aan duurzaam landelijk gebied, sociale duurzaamheid en biodiversiteit. Want duurzaamheid gaat niet alleen over techniek en beleid, maar vooral ook over mensen, kansen en verbinding. Een mooi voorbeeld daarvan is het programma duurzaamheidseducatie Wortels & Vleugels, waarmee we kinderen op basisscholen meenemen in de wereld van duurzaamheid. Want als we willen bouwen aan een toekomstbestendige samenleving, moeten we beginnen bij de generatie van morgen. Dit plan is dan ook niet alleen een beleidsdocument, maar een uitnodiging aan iedereen in Ooststellingwerf: inwoners, ondernemers, scholen en organisaties. Laten we samen blijven investeren in een gezonde, groene en eerlijke toekomst. Voor onszelf, en voor de generaties die na ons komen.

Leeswijzer

In de inleiding beschrijven we waarom we een nieuw programmaplan vaststellen, de beleids- en wettelijke kaders, de relatie met andere onderwerpen en uitdagingen die op ons af komen. Ook kijken we terug naar wat we in de periode 2021-2025 hebben gerealiseerd. In de themahoofdstukken zijn per thema de ambitie en speerpunten uitgewerkt. De ambitie en speerpunten beschrijven wat we willen bereiken: het gewenste resultaat in 2030. Per speerpunt stellen we meetbare doelen vast. Hiermee geven we aan hoe we meten of we het gewenste resultaat hebben gehaald. Vervolgens beschrijven we in de tabel “wat gaan we doen” op hoofdlijnen de acties per thema. Per thema beschrijven we met welke beleidsvelden en organisatie we samenwerken aan een actie, wanneer we de actie gaan uitvoeren en de raakvlakken tussen de zes thema’s. Na de themahoofdstukken beschrijven we hoe we de participatie vormgeven, de monitoring en borging, het financieel kader en de risico’s.

Navigeren in dit document

In dit document kunt u navigeren via de knoppen, pijlen en/of (hyper)links. Het overzicht op de volgende pagina geeft visueel weer hoe dit programma is opgebouwd. Via deze pagina kunt u verder klikken naar de inhoudelijke hoofdstukken. Blauwe woorden in de tekst verwijzen naar de begrippenlijst.

Ik wens u veel leesplezier!

Lisa Edema

Wethouder Duurzaamheid en Mobiliteit

Ga naar overzicht

Voorwoord

Inleiding

SDG's en uitgangspunten lange termijn

Participatie

Monitoring en borging

Energietransitie

Financieel kader en risico's

Klimaatadaptatie

Circulaire samenleving

Balans

Duurzaam landelijk gebied

Verbinding

Sociale duurzaamheid

Biodiversiteit

Begrippenlijst

Bijlagen

Inleiding Aanleiding

In Ooststellingwerf werken we sinds 2021 aan het programma Duurzaamheid. Hiervoor is een programmaplan opgesteld: Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025. Het huidige programmaplan loopt tot en met 2025. Het onderwerp duurzaamheid is nog niet af. Daarom stellen we een nieuw programmaplan op voor de periode 2026-2030.

Context

Bestaand beleid is vertrekpunt In 2021 is het Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025 vastgesteld. Op basis van dit plan is de afgelopen beleidsperiode gewerkt aan de duurzaamheidsambitie: ‘wij willen in 2030 CO2 neutraal zijn’. Dit is verder vertaald in drie thema’s: Energietransitie, Klimaatadaptatie en Circulaire samenleving1. Voor elk van deze drie thema’s is een doel geformuleerd: Energietransitie: Ooststellingwerf energieneutraal. Klimaatadaptatie: klimaatbestendig Ooststellingwerf. Circulaire samenleving: meer gesloten kringlopen in Ooststellingwerf. Om de ambitie ‘CO2 neutraal in 2030’ te realiseren zijn in de periode 20212025 veel stappen gezet (zie bijlage). Ook is er geïnvesteerd in het neerzetten van een goede structuur om aan de slag te gaan met duurzaamheid. Bijvoorbeeld in de vorm van extra capaciteit voor het programma Duurzaamheid, het vaststellen van uitvoeringsplannen per thema, maar ook in de ondersteuning van inwoners bij verduurzamingsvraagstukken door bijvoorbeeld de inrichting van het OWO-energiebureau. Het nieuwe programmaplan voor de periode 2026-2030 bevat daarom geen volledig nieuwe koers. De komende beleidsperiode 2026-2030 werken we verder aan onze ambitie CO2 neutraal in 2030 en voeren we de vastgestelde uitvoeringsplannen voor de drie thema’s uit.

We scherpen aan waar nodig We voegen drie thema’s toe aan het nieuwe programmaplan. Het gaat om de thema’s Duurzaam landelijk gebied, Sociale duurzaamheid en Biodiversiteit. De thema’s Duurzaam landelijk gebied en Biodiversiteit zijn geen nieuwe thema’s: we werken hier nu ook al aan. We ervaren echter dat deze thema’s op dit moment nog onvoldoende belicht zijn in het huidige programmaplan. Het thema Sociale duurzaamheid, waarbij het gaat over een duurzame samenleving die voor alle inwoners toegankelijk is, voegen we toe. De thema’s in het nieuwe programmaplan 2026-2030 zijn: Duurzaam landelijk gebied Sociale duurzaamheid Biodiversiteit Circulaire samenleving Energietransitie Klimaatadaptatie We verwachten in 2030 op het gebied van energie CO2 neutraal te zijn. Door landbouw, landgebruik en productie van materialen worden broeikasgassen uitgestoten, zoals methaan en CO2. Deze uitstoot van broeikasgassen is niet in het Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025 meegenomen. In dit programmaplan nemen we deze uitstoot wel mee. Hierbij sluiten we aan bij de Europese en landelijke doelstellingen om in 2050 CO2 equivalent-neutraal2 te zijn. De totale uitstoot van CO2-equivalenten in gemeente Ooststellingwerf was 310 kton in 20213. In de tabel in de bijlage is te zien hoeveel uitstoot van CO2-equivalenten uit welke sector komt in 1990 en 2021.

2

1

Van Circulaire economie naar Circulaire samenleving: in het hoofdstuk Circulaire samenleving leggen we uit waarom de naam van dit thema is aangepast.

Binnen een CO2 eqv-neutraal systeem is de uitstoot van broeikasgassen zo ver mogelijk gereduceerd en de restuitstoot wordt gecompenseerd, bijvoorbeeld door het aanplanten van bomen. De uitstoot van broeikasgassen is dus netto nul. Bronnen: fet-kennisdocument-tbv--friese-energievisie.pdf en CO2-equivalenten | CBS 3 CO2 routekaart 2030, Berenschot, september 2024.

4

Een programmaplan op hoofdlijnen Duurzaamheid is een breed onderwerp. Er zijn veel raakvlakken met andere beleidsvelden en ook de zes thema’s staan in verbinding met elkaar. Dit hebben we meegenomen in de ontwikkeling van dit programmaplan. Ook beschrijven we in dit plan per thema met welke beleidsvelden en organisaties we samenwerken aan een actie en welke thema’s een actie raakt. Hiermee maken we de samenhang zichtbaar. Dit programmaplan is een plan op hoofdlijnen. Het geeft kaders voor de komende beleidsperiode. De vertaling naar concrete uitvoeringsplannen (zoals voor de huidige thema’s) volgt nadat dit plan is vastgesteld. De speerpunten per thema zijn breed geformuleerd Dat maakt dat de speerpunten ook toepasbaar zijn voor een langere periode dan de beleidsperiode van dit plan: 2026-2030. Op deze manier houden we de mogelijkheid om na 2030 verder te gaan op dezelfde koers en aan te scherpen. Dit zorgt voor continuïteit in beleidsvoering en geeft duidelijkheid over wat het uiteindelijke doel is waar we naar toe willen werken. In de toelichting per thema werken we onze focus voor de periode 2026-2030 uit. De afgelopen beleidsperiode is er al veel gedaan We gaan verder met wat al goed gaat. Waar het nodig is gaan we meer doen, maken we aanpassingen en/of scherpen we aan. In het plan laten we per thema met een aantal concrete voorbeelden zien wat we al doen.

Een terugblik op wat er de afgelopen beleidsperiode is gedaan, is terug te vinden in de bijlage.

Totstandkoming programmaplan

Duurzaamheid heeft raakvlakken met veel beleidsvelden binnen de gemeente. De collega’s van deze beleidsvelden zijn betrokken bij de totstandkoming van dit plan. Een procesbeschrijving van de totstandkoming van dit programmaplan leest u terug in de bijlage.

Inwonersparticipatie

De Adviesraad Sociaal Domein adviseert de gemeente namens onze inwoners. In maart 2025 heeft de Adviesraad haar input gegeven op het proces. In mei 2025 is de Adviesraad gevraagd om een formeel advies uit te brengen op het programmaplan, specifiek het thema Sociale duurzaamheid. Het advies van de Adviesraad is als bijlage toegevoegd. In het hoofdstuk Participatie beschrijven we hoe we de participatie verder vormgeven.

Wettelijke kaders

Duurzaamheidsbeleid is niet vrijblijvend. Er zijn meerdere wettelijke kaders die vastleggen waar we als gemeente aan moeten voldoen op het gebied van duurzaamheid, zoals bijvoorbeeld de Europese en Nederlandse Klimaatwet en de Europese Green Deal. In de Klimaatwet staat dat we in 2030 minstens 55% van onze uitstoot van broeikasgassen gereduceerd moeten hebben ten opzichte van 1990. De Europese Raad heeft in november 2025 ingestemd met een klimaatdoel van 90% emissiereductie in 2040. De Green Deal kijkt nog breder: hier gaat het onder andere over klimaatactie, circulaire economie, biodiversiteit en duurzame landbouw. Het is dus niet altijd de vraag wat we wensen rondom duurzaamheid, maar vaak ook een kwestie van wettelijke kaders waar we aan moeten voldoen. In de bijlage is een overzicht van de wettelijke kaders met toelichting opgenomen.

Beleidskaders

Het Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2026-2030 is gericht op het verder ontwikkelen, borgen en continueren van de ontwikkelingen die zijn ingezet. Bestaande beleidskaders zijn het vertrekpunt. Een overzicht van bestaande beleidskaders is terug te vinden in de bijlage.

5

Relatie Toekomstvisie

Hoe ziet Ooststellingwerf eruit in 2040? Hoe zorgen we ervoor dat Ooststellingwerf ook in de toekomst een aantrekkelijke plek blijft om te wonen, werken en leven? Met deze vragen wordt gewerkt aan de Toekomstvisie voor de gemeente. De Toekomstvisie voor Ooststellingwerf is dus breder dan alleen duurzaamheid. Vanuit het programma Duurzaamheid haken wij aan bij het proces van de Toekomstvisie en brengen de input vanuit het nieuwe programmaplan in. Zo zorgen we ervoor dat de inhoud op elkaar aansluit en elkaar versterkt. We hebben voor dit nieuwe programmaplan bijvoorbeeld gebruik gemaakt van uitkomsten van de trendverkenning van Planbureau Fryslân over hoe inwoners kijken naar de toekomst, specifiek voor klimaat en natuur. Eind 2025 wordt de Toekomstvisie voorgelegd aan de gemeenteraad.

De Omgevingsvisie gaat uit van de vier milieubeginselen De vier milieubeginselen zijn vastgelegd in de Omgevingswet5 en vloeien voort uit het Europees Verdrag6. Het zijn afspraken over de manier waarop we zorgen voor ons milieu. Er zijn vier regels: 1.Het voorzorgsbeginsel: dit betekent dat we activiteiten voorkomen waarvan we verwachten dat ze negatief zijn voor het milieu. 2.Het beginsel van preventief handelen: we proberen milieuvervuiling zoveel mogelijk te voorkomen. Dit betekent dat we vooraf maatregelen nemen om een negatief gevolg van een activiteit te voorkomen. Denk aan de inzet van de beste technieken zodat er geen luchtvervuiling ontstaat. 3.Het beginsel van bestrijding aan de bron: dit betekent dat we bij een negatief gevolg als eerste kijken of er iets bij of in de directe omgeving van de activiteit zelf kan worden veranderd. Bijvoorbeeld door vuile lucht af te vangen of door geluiddempende maatregelen bij het bedrijf zelf toe te passen. 4.Het beginsel de vervuiler betaalt: dit betekent dat degene die de activiteit uitvoert ook moet betalen voor het voorkomen of opruimen van de negatieve gevolgen. Dat is bijvoorbeeld het opruimen van vervuiling of het aanleggen van een wal die het geluid keert bij een woonwijk.

Relatie Omgevingsvisie

In november 2021 is de Omgevingsvisie Ooststellingwerf4 vastgesteld. De Omgevingsvisie komt voort uit de Omgevingswet en is de visie van de gemeente op onze leefomgeving. De Omgevingswet gaat uit van een dynamisch systeem van plannen maken en werkt met de beleidscyclus, zie figuur hieronder. Deze cyclus zorgt ervoor dat we steeds aansluiten bij de wensen en uitdagingen van dat moment. Met dit nieuwe programmaplan werken we de duurzaamheidsambities uit de Omgevingsvisie verder uit.

De beleidscyclus van de Omgevingswet 5 4

Omgevingsvisie

6

wetten.nl - Regeling - Omgevingswet - BWBR0037885 Artikel 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

6

Relatie programma Landelijk gebied

In het eerste kwartaal van 2025 is er gestart met de oriëntatie op het inrichten van een programma voor het Landelijk gebied. Vanuit het programma Landelijk gebied wordt gewerkt aan een toekomstbestendig landelijk gebied in onze gemeente. Het programma Landelijk gebied en het programma Duurzaamheid hebben raakvlakken met elkaar. Onder het thema Duurzaam landelijk gebied in dit plan beschrijven we de samenhang tussen beide programma’s en welk onderwerp vanuit het programma Duurzaamheid wordt opgepakt.

Relatie accommodatiebeleid

Het gemeentelijke accommodatiebeleid gaat over gebouwen met een maatschappelijke functie, zoals het gemeentehuis, zwembad, dorpshuizen, de meeste sportaccommodaties en schoolgebouwen. Het accommodatiebeleid heeft raakvlakken met het programma Duurzaamheid, omdat we met de verduurzaming van vastgoed het goede voorbeeld geven en het bijdraagt aan onze duurzaamheidsambities.

Relatie woonbeleid

Het gemeentelijk woonbeleid en het programma Duurzaamheid hangen nauw met elkaar samen. In de woon(zorg)visie 2022-2026 is het thema leefbaarheid en duurzaamheid opgenomen, waarin de opgave van het verduurzamen van de huidige woningvoorraad staat beschreven. Vanuit het programma Duurzaamheid vinden wij het belangrijk dat er bij nieuwbouw en herontwikkeling van woonwijken zoveel mogelijk ingezet wordt op duurzaamheid. Hierbij houden we rekening met de doelen over de beschikbaarheid van voldoende betaalbare woningen. Ook voor de verduurzaming van de bestaande woonvoorraad werken we samen, onder andere in de prestatieafspraken met de woningcorporaties. In 2025/2026 wordt het gemeentelijke woonbeleid geactualiseerd. Vanuit het programma Duurzaamheid haken wij aan bij dit proces en zorgen we ervoor dat de plannen op elkaar aansluiten.

Uitdagingen

Voor het traject van de Toekomstvisie heeft Planbureau Fryslân inzichtelijk gemaakt welke uitdagingen er op gemeente Ooststellingwerf af komen richting 2040. Hierbij is, naast demografische cijfers, ook gebruik gemaakt van de uitkomsten van de trendverkenning van het Planbureau Fryslân over hoe inwoners kijken naar de toekomst7. De uitdagingen en ervaringen van inwoners gerelateerd aan duurzaamheid worden hieronder beschreven. Uitdaging: grote opgaven in de gedeelde ruimte Het grootste deel van het grondgebied van gemeente Ooststellingwerf bestaat uit agrarische grond: 72%. Daarnaast is 20% bos en open natuurlijk terrein en 3% bestaat uit woonterrein8. Voor deze gedeelde ruimte liggen er grote opgaven vanuit duurzaamheid om onze gemeente ook voor onze toekomstige generaties leefbaar te houden. Bijvoorbeeld de overgang naar een duurzaam energiesysteem, opgaven in de landbouw, het vergroten van de biodiversiteit en het klimaatbestendig maken van de leefomgeving. Daarnaast liggen er ook vanuit andere beleidsvelden opgaven, bijvoorbeeld voor wonen, verkeer en vervoer, water, riolering, recreatie en toerisme. We hebben dus te maken met een complexe ruimtelijke puzzel met verschillende opgaven die impact hebben op onze ruimte. Hoe gaan we met deze uitdaging om? Deze uitdaging vraagt van ons dat we opgaven integraal bekijken.

Vanuit het programma Duurzaamheid doen we dit door vanaf het begin aan te haken bij nieuwe projecten of ontwikkelingen die onze duurzaamheidsthema’s raken. Zo kunnen we op tijd het gesprek voeren over onze doelstellingen en samen per project of ontwikkeling kijken naar wat haalbaar en te realiseren is. In dit programmaplan maken we daarom bij de geformuleerde acties zichtbaar met welke beleidsvelden wij de samenwerking opzoeken in de uitvoering.

7

Dashboard Planbureau Fryslân: 20250115 Interactief Dashboard Gemeente Ooststellingwerf | Tableau Public 8 Dashboard Planbureau Fryslân, natuur en landschap, bodemgebruik Ooststellingwerf, jaar 2017 (meest recente cijfers).

7

Uitdaging: klimaatverandering gaat door Het veranderende klimaat is zichtbaar in metingen van neerslag, temperatuur en verdamping. We zien een toename in de hoeveelheid neerslag per jaar, maar deze neerslag valt in kortere periodes. De gemiddelde jaartemperatuur (zomer en winter) neemt sinds 1980 fors toe9. De zomers zijn vaker heet en droog. Ernstige neerslagtekorten komen vaker voor. Voor het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf 2025-2030 hebben we inzichtelijk gemaakt wat klimaatverandering voor onze gemeente betekent. Een overzicht hiervan leest u terug in de bijlage. Wat ervaren inwoners? Uit de trendverkenning van Planbureau Fryslân blijkt dat 37% van de inwoners van de regio Zuidoost-Fryslân aangeeft te ervaren dat de ontwikkeling van het Friese landschap in de afgelopen vijf jaar achteruit is gegaan10. 50% van de inwoners ervaart dat de biodiversiteit achteruit gaat11. Inwoners maken zich vooral zorgen over12: Het verdwijnen van bomen, heggen en houtwallen (75%); Het verdwijnen van planten en dieren (72%); De komst van invasieve soorten (bijvoorbeeld de Japanse Duizendknoop, de Nijlgans of watercrassula) (72%); Het verstenen van particuliere tuinen (71%); De verslechterde waterkwaliteit (69%) en het gebruik van bestrijdingsmiddelen (69%).

In 2024 is er een vragenlijst uitgezet onder de inwoners voor het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf 2025-2030. Het inwonerspanel13 is gevraagd naar hun zorgen over klimaatverandering.

9

Bron KNMI, verder uitgewerkt in het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf, pagina 9. Dashboard Planbureau Fryslân, natuur en landschap, inwonersperspectief op ontwikkeling Friese landschap in laatste vijf jaar, regio Zuidoost-Fryslân, 2024: 20250115 Interactief Dashboard Gemeente Ooststellingwerf | Tableau Public 11 Dashboard Planbureau Fryslân, natuur en landschap, ervaren verandering van de biodiversiteit, regio Zuidoost-Fryslân, 2024: 20250115 Interactief Dashboard Gemeente Ooststellingwerf | Tableau Public 12 Dashboard Planbureau Fryslân, natuur en landschap, bezorgdheid over ontwikkelingen in de natuur en het landschap, regio Zuidoost-Fryslân, 2024: 20250115 Interactief Dashboard Gemeente Ooststellingwerf | Tableau Public 13 Klimaatadaptatie – Panelinwoners 10

Daaruit blijkt dat 71% van de inwoners van Ooststellingwerf zich zorgen maken over klimaatverandering in de toekomst. De negatieve effecten van droogte worden het meest ervaren, gevolgd door hitte en daarna wateroverlast. Zo ervaart 52% van de inwoners van Ooststellingwerf droogte in de tuin/bij beplanting, 32% gezondheidsproblemen door de hitte en 26% overlast van regenwater in de tuin. Hoe gaan we met deze uitdaging om? Er zijn twee manieren om met klimaatverandering om te gaan: 1.Klimaatmitigatie: de oorzaak van klimaatverandering aanpakken, dus de uitstoot van broeikasgassen verminderen. Het probleem bij de bron oplossen. 2.Klimaatadaptatie: aanpassen aan het veranderde klimaat en klimaatbestendig worden. De schade proberen te beperken. Vanuit het programma Duurzaamheid ligt onze focus op klimaatmitigatie: de oorzaak van klimaatverandering aanpakken en het probleem bij de bron oplossen. We werken hieraan vanuit de thema’s Biodiversiteit, Duurzaam landelijk gebied, Sociale duurzaamheid, Circulaire samenleving en Energietransitie. Daarbij is ons uitgangspunt voor de lange termijn om een balans te creëren waarbij iedereen genoeg heeft om goed te leven, zonder de grenzen van de planeet te beschadigen. We zetten dus in op systeemverandering en gedragsverandering. Dit doen we in verbinding: we zorgen voor elkaar, maar ook voor onze toekomstige generaties.

Bij acties en beslissingen houden we rekening met de lange termijn gevolgen voor de aarde, de samenleving en onze toekomstige generaties. Vanuit het thema Klimaatadaptatie proberen we de schade veroorzaakt door klimaatverandering te beperken. Hiervoor heeft de gemeenteraad in november 2024 het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf 2025-2030 vastgesteld. We richten ons met dit plan op het klimaatbestendig maken van Ooststellingwerf richting 2030. We voorzien wel dat we ook na 2030 steeds meer maatregelen moeten nemen om klimaatbestendig te zijn, omdat de klimaatverandering verder gaat. 8

Rollen gemeente

Als gemeente hebben we verschillende rollen. Afhankelijk van onze rol hebben we meer of minder invloed op het realiseren van onze ambities. Rollen die we als gemeente hebben zijn: Realiserend: we voeren zelf maatregelen uit in ons eigendom: de openbare ruimte en ons maatschappelijk vastgoed. Regulerend: we stellen regels vast vanuit onze rol als bevoegd gezag. Samenwerkend: we werken samen met inwoners, ondernemers, organisaties en andere overheden aan acties. We maken gebruik van netwerken om thema’s aan te kaarten op provinciaal, landelijk en Europees niveau. Stimulerend: we stimuleren inwoners, ondernemers en organisaties om maatregelen te nemen. Dit doen we door middel van inspireren, kennisdeling, werken aan het vergroten van bewustwording of het beschikbaar stellen van subsidie. Vanuit de rollen realiserend en regulerend staan we zelf aan het roer en hebben we direct invloed. Vanuit de rollen samenwerkend en stimulerend werken we samen of proberen we door middel van inspireren, kennisdeling of subsidies een beweging in gang te zetten. Bij de uitwerking van de thema’s hebben we rekening gehouden met de mate van invloed en rol die wij als gemeente hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=b3c9edb6-9878-4255-b270-a3cbdfd1c799