Agendabundel
Tekst van het document
gemeentelijk bouwterrein.
Nieuwbouw,
particulier bouwterrein.
(toelichting z.o.z.)
Nieuwe aansluiting bij bestaand pand. Veranderen aansluiting bij bestaand pand.
Datum:
Handtekening aanvrager:
Dit formulier zenden naar bovenstaand adres. NIET DOOR AANVRAGER INVULLEN Registratienummer Opdracht verstrekt d.d.
Nota uit d.d.
Postbus 38, 8430 AA Oosterwolde, bezoekadres: ’t Oost 11, telefoon 14 0516, email: gemeente@ooststellingwerf.nl
-2TOELICHTING In welk stadium aanvragen? Bij nieuwbouw is het gewenst, om vertraging te voorkomen, dat de aanvraag vóór het uitzetten van de bouw in het bezit is bij de afdeling Openbare Ruimte van de gemeente Ooststellingwerf Tekening Bij dit aanvraagformulier moet u een tekening indienen waarop is aangegeven: Een plattegrond van de woning met de geprojecteerde huisriolering, schaal 1:100. Aanvang van de werkzaamheden De werkzaamheden zullen door de Buitendienst worden uitgevoerd binnen twee weken nadat de aanvrager van de aansluittoestemming heeft aangegeven dat de rioolaansluiting op eigen terrein gereed is. AANSLUITKOSTEN m.i.v. 1 januari 2026 (excl. BTW, BTW wordt niet bij u in rekening gebracht) Nieuwbouw, bouwterrein gekocht van de gemeente Kosteloos, aansluitkosten zijn inbegrepen bij de kavelprijs. Nieuwbouw, particuliere kavel Aansluitkosten per meter *): - bij open verharding (bestrating, puin of zand) in de weg: € 547,= voor de eerste meter; € 151,= voor de overige meters. - bij gesloten verharding (asfalt of beton) in de weg: € 668,= voor de eerste meter; € 272,= voor de overige meters. Bestaande bouw (bijv. aanpassen bestaande aansluiting, tweede aansluiting) Aansluitkosten per meter *): - bij open verharding (bestrating, puin of zand) in de weg: € 547,= voor de eerste meter; € 151,= voor de overige meters.
- bij gesloten verharding (asfalt of beton) in de weg: € 668,= voor de eerste meter; € 272,= voor de overige meters. Nieuwe aansluitingen in het buitengebied - Er wordt door de gemeente een prijsopgave gedaan. De aanvrager betaalt een éénmalige bijdrage van € 4.022,= Wanneer de totale kosten van de aansluiting hoger zijn dan de kosten van het drempelbedrag van de Provincie, wordt ook het verschil hiertussen in rekening gebracht. Overige gevallen - Er wordt door de gemeente een prijsopgave gedaan. Het op de prijsopgave genoemde bedrag zijn de kosten voor het maken van de aansluiting op de riolering. Er vindt achteraf geen verrekening plaats. Nadat de prijsopgave is uitgebracht, wachten wij op uw bericht om aan te geven dat de aansluiting op uw perceel gereed is. Daarna legt de gemeente het gemeentelijk deel van de aansluiting aan. De prijsopgave heeft een geldigheid van 3 maanden.
*) Aansluitkosten per meter, dit is gerekend vanaf de erfscheiding tot het hart van het gemeentelijke riool.
2026
Raadsvoorstel Commissievergadering Titel Onderwerp Portefeuillehouder/Teamleider Extern zaak ID (zaakcode)
: : : : :
P&C Riolering – Verordening rioolheffing 2026 Riolering – Verordening rioolheffing 2026 Lisa Edema/Jan van Weperen/Jeroen Sikkens
0085252318
Datum collegevergadering 18 november 2025
Voorgesteld besluit 1. De Verordening rioolheffing 2026 vast te stellen.
Openbaar Ja, passief via openbaar verslag
Inleiding De gemeenteraad heeft 23 september 2025 het Water- en rioleringsprogramma 2025 – 2029 vastgesteld. In dit Wrp, incl. kostendekkingsplan, staat het beleid omschreven dat de gemeente voert aangaande de invulling van de afvalwater-, hemelwater- en grondwaterzorgplicht. Om aan deze zorgplichten invulling te geven, worden maatregelen (in de breedste zin van het woord) uitgevoerd. Deze maatregelen kosten geld. Deze kosten worden gedekt vanuit de inkomsten van de rioolheffing. Hiertoe wordt jaarlijks de Verordening rioolheffing vastgesteld door de Raad.
Argumenten 1.1 Het is in lijn met het door de raad vastgestelde Wrp 2025 - 2029 Met het laten vaststellen van de Verordening rioolheffing 2026 wordt uitvoering gegeven aan een eerder genomen besluit van de Raad. De verordening is opgesteld op basis van de huidige geldende beleidsuitgangspunten. 1.2 Het tarief moet kostendekkend zijn Met het laten vaststellen van de Verordening rioolheffing 2026 ontstaat een tarief dat kostendekkend is, volgens het door de Raad vastgestelde kostendekkingsplan. In het kostendekkingsplan is een indicatie gegeven van de hoogte van de rioolheffing. De tarieven voor 2026 worden volgens de beleidsuitgangspunten vanuit het Wrp en het kostendekkingsplan verhoogd met de inflatiecorrectie (dit jaar van 2,6%), plus een jaarlijkse stijging van 3,5%.
Kanttekeningen Geen
Financiële toelichting Hieronder staat een tabel met de verschillende tarieven in verloop van de tijd. De vetgedrukte tarieven in de meest rechter kolom zijn de tarieven die in de Verordening rioolheffing 2026 zijn opgenomen. Deze tarieven zijn berekend op basis van de inflatiecorrectie en de stijging vanuit het Wrp en daarna herverdeeld vanwege veranderingen in het aantal en de samenstelling van de aansluitingen en de huishoudens.
Eigenarendeel - Alle objecten Gebruikersdeel Woningen - Eénpersoonshuishouden - Tweepersoonshuishouden - Drie- of meerpersoonshuishouden - Recreatiewoningen Gebruikersdeel niet-Woningen - 0 tot en met 200 m³ waterverbruik per jaar - 201 tot en met 1.000 m³ waterverbruik per jaar - 1.001 tot en met 2.000 m³ waterverbruik per jaar - 2.001 tot en met 5.000 m³ waterverbruik per jaar - 5.001 tot en met 10.000 m³ waterverbruik per jaar - 10.001 tot en met 50.000 m³ waterverbruik per jaar - ≥ 50.001 m³ waterverbruik per jaar
Tarief 2024 GRP 2020 - 2024
Tarief 2025 GRP 2020 - 2024
Tarief 2026 Wrp 2025 - 2029
€ 107,00
€ 110,00
€ 114,00
€ 63,85 € 126,00 € 189,30 € 70,25
€ 65,65 € 129,55 € 194,55 € 72,20
€ 69,65 € 137,45 € 206,40 € 76,60
€ 1,41 per m3 € 1,19 per m3 € 1,00 per m3 € 0,70 per m3 € 0,43 per m3 € 0,24 per m3 € 0,11 per m3
€ 1,45 per m3 € 1,23 per m3 € 1,03 per m3 € 0,72 per m3 € 0,45 per m3 € 0,24 per m3 € 0,12 per m3
€ 1,54 per m3 € 1,31 per m3 € 1,09 per m3 € 0,76 per m3 € 0,48 per m3 € 0,25 per m3 € 0,13 per m3
Sustainable Development Goals (SDG’s) De Verordening rioolheffing draagt bij aan de onderstaande SDG’s:
De verordening draagt op meerdere manieren bij aan de realisatie van: • SDG 3 (Gezondheid en Welzijn): Door de inzameling en zuivering van afvalwater te financieren, helpt de rioolheffing om de verspreiding van ziekten te voorkomen en de volksgezondheid te verbeteren; • SDG 6 (Schoon Water en Sanitaire Voorzieningen): De rioolheffing ondersteunt de infrastructuur voor het stedelijk waterbeheer. Dit draagt bij aan het verminderen van watervervuiling en het verbeteren van de waterkwaliteit; • SDG 11 (Duurzame Steden en Gemeenschappen): Door te investeren in rioleringssystemen, draagt de rioolheffing bij aan het creëren van duurzame en veerkrachtige steden; • SDG 14 (Leven in het Water). Door de juiste afvoer en behandeling van afvalwater te financieren, helpt de rioolheffing om de vervuiling van waterlichamen te verminderen.
Inwonersparticipatie Bij het opstellen van deze verordening heeft geen vorm van inwonersparticipatie plaats gevonden vanwege meerdere redenen: • Technische complexiteit. Het opstellen van een verordening vergt specifieke technische en juridische kennis. • Belangentegenstellingen. Bewoners kunnen uiteenlopende en soms tegenstrijdige belangen hebben. Dit maakt het moeilijk om tot een consensus te komen, wat het besluitvormingsproces kan vertragen en compliceren.
Vervolg Planning & communicatie Na vaststelling van de verordening in de Raad wordt de verordening gepubliceerd via https://www.officielebekendmakingen.nl/. Op 1 januari 2026 treedt de verordening in werking. Evaluatie n.v.t. Burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf, , secretaris
Bijlagen geen
Geheime stukken geen
, burgemeester.
Extern zaak ID (zaakcode) : 0085252318 De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 november 2025; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2026 Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; b. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; c. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater; e. recreatiewoning: een woning die niet tot hoofdverblijf dient; f. niet-woning: een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht; g. garagebox: een overdekte stallingsruimte voor een auto, deel uitmakende van een complex van dergelijke stallingen. Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a.
de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven: a. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een bebouwd perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; b. van de gebruiker van een bebouwd perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel. 2. Voor het eigenarendeel wordt, als het bebouwde perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3. Voor het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt: a.
degene die naar de omstandigheden beoordeeld het bebouwde perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; b. ingeval een gedeelte van een bebouwd perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. Artikel 4 Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel 5 Maatstaf van heffing 1. Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per bebouwd perceel. 2. Het gebruikersdeel voor niet-woningen en voor woningen als bedoeld in lid 3 van dit artikel wordt geheven naar het aantal kubieke meters geloosd water op de riolering. De hoeveelheid water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater dat op de waterafrekening staat vermeld die is ontvangen in het voorgaande belastingjaar. Deze hoeveelheid wordt, in voorkomende gevallen, verhoogd met het aantal kubieke meters opgepompt grondwater. Wanneer de verbruiksperiode niet gelijk is aan
een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsbelang bepaald. Bij de herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 3. Het gebruikersdeel wordt eveneens geheven zoals omschreven in lid 2 van dit artikel voor de volgende specifieke woonobjecten: a. verpleegtehuizen; b. gezinsvervangende tehuizen; c. tehuizen voor personen met een lichamelijke of verstandelijke beperking; d. verzorgingstehuizen; e. bejaardentehuizen; 4. Het gebruikersdeel van woningen, met uitzondering van de woningen bedoeld in lid 3 van dit artikel, wordt geheven naar een vast bedrag voor een éénpersoonshuishouden, een vast bedrag voor een tweepersoonshuishouden, een vast bedrag voor een drie- of meer persoonshuishouden en een vast bedrag voor recreatiewoningen. 5. Wanneer gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest, kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 6.
De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. 7. Indien voor de in artikel 3, eerste lid, onderdeel b bedoelde percelen in verband met het ontbreken van afzonderlijke watermeters, danwel de verbruiksperiode als bedoeld in lid 2 niet aanwezig zijn, de hoeveelheid afvalwater niet kan worden vastgesteld zoals hiervoor is omschreven, zal de hoeveelheid afvalwater voor niet tot woning dienende eigendommen op het aantal kubieke meters afgevoerd afvalwater, dat in het belastingtijdvak of gedurende de verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of is opgepompt, worden gesteld. 8. Voor de vaststelling van de omstandigheden als bedoeld in lid 7, is de toestand aan het begin van het belastingjaar of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht bepalend. Artikel 5a Vrijstelling De belasting wordt niet geheven van garageboxen die als zelfstandig gedeelte kunnen worden aangemerkt. Artikel 6 Belastingtarieven 1. Het recht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, (eigenarendeel) bedraagt per eigendom: € 114,00 2. Het recht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, (gebruikersdeel) bedraagt voor woningen: a. voor een éénpersoonshuishouden € 69,65 b. voor een tweepersoonshuishouden € 137,45 c. voor een drie- of meerpersoonshuishouden € 206,40 d.
voor recreatiewoningen € 76,60 3. Het recht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, (gebruikersdeel) bedraagt voor niet-woningen: per volle eenheid kubieke meter afvalwater: a. € 1,54 per eenheid van 0 tot en met 200 m³; b. € 1,31 per eenheid van 201 m³ tot en met 1.000 m³; c. € 1,09 per eenheid van 1.001 m³ tot en met 2.000 m³; d. € 0,76 per eenheid van 2.001 m³ tot en met 5.000 m³; e. € 0,48 per eenheid van 5.001 m³ tot en met 10.000 m³; f. € 0,25 per eenheid van 10.001 m³ tot en met 50.000 m³; g. € 0,13 per eenheid boven de 50.000 m³. De verschuldigde belasting als bedoeld in het tweede en derde lid wordt op een veelvoud van € 0,05 naar beneden afgerond. Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar
verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en derde lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander gebouwd perceel in gebruik neemt. Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in één termijn, vervallende op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening is vermeld. 2. In afwijking van het eerste lid geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de rioolheffing of van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing en andere heffingen meer dan € 75,00 bedraagt deze moet worden betaald in twee termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening is vermeld en de volgende termijn op de laatste dag van de maand drie maanden na de dagtekening. 3.
Indien voor de betaling van de verschuldigde belastingen een machtiging voor automatische incasso is afgegeven, dienen voor de in het tweede lid genoemde twee termijnen tien gelijke termijnen te worden gelezen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening is vermeld en de volgende termijnen steeds één maand later. 4. De machtiging voor automatische incasso zoals genoemd in het derde lid, wordt geacht niet te zijn verleend indien gedurende de looptijd van de automatische incasso twee termijnen worden gestorneerd, ofwel indien de incassomachtiging door de belastingschuldige of de rekeninghouder wordt ingetrokken. De termijnen genoemd in het eerste lid worden in dat geval direct van toepassing. 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11 Kwijtschelding Kwijtschelding van de belasting wordt niet verleend voor het eigenaarsdeel. Kwijtschelding van de belasting kan worden verleend voor het gebruikersdeel. Artikel 12 Overgangsrecht De "Verordening rioolheffing 2025", vastgesteld bij besluit van 17 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13 genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten welke zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 Artikel 14 Citeertitel De verordening wordt aangehaald als: "Verordening rioolheffing 2026". Besloten in de openbare vergadering van 16 december 2025.
, griffier.
, voorzitter.
Raadsvoorstel Commissievergadering Titel Portefeuillehouder/Teamleider Extern zaak ID (zaakcode)
: : : :
P&C Begrotingswijziging septembercirculaire 2025 Jan van Weperen 0085251363
Datum collegevergadering 18 november 2025
Voorgesteld besluit De gevolgen van de septembercirculaire 2025, via onderstaande begrotingswijziging vast te stellen: bedragen x € 1.000
Taakveld 0.7 Alg uitkering
Omschrijving Algemene uitkering Wet integrale 7.1 Gezondheidsbeleid suïcidepreventie 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Toezicht gastouderopvang Overheidsbrede 5.6 Media Dienstverlening 6.3 Inkomensregelingen Participatie (IU) 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Spreidingswet Capaciteit decentrale overheden klimaat- en 7.4 Milieubeheer energiebeleid (CDOKE) 0.11 Res van de rekening van baten en lasten Resultaat
2025 2.263
2026 1.156
2027 123
2028 36
2029 -10
2030 77
-
-11
-11
-11
-11
-11
-
-2
-3
-3
-3
-3
-37
-22 -37
-22 -40
-22 -
-22 -
-22 -
-32
-
-
-
-
-
-
-935
-
-
-
-
2.194
149
47
0
-46
41
Openbaar Ja, passief via openbaar verslag
Inleiding Via Mededeling aan de Raad #2007 (bijlage 1) is de raad op de hoogte gesteld van de gevolgen van de septembercirculaire 2025. In de Mededeling aan de Raad is aangegeven dat de gevolgen via een aparte begrotingswijziging zal worden aangeboden aan de raad. In de MadR staat voor het jaar 2025 een ander financieel gevolg vermeld, dat is het structurele gevolg. Nu hier in de begrotingswijziging staat het totale gevolg (inclusief de incidentele baten) vermeld. Hieronder het nieuwe begrotingsperspectief 2026-2029 na verwerking van de septemberciculaire 2025, zoals ook opgenomen in bijgaande MadR.
Begrotingsperspectief 2026-2029 Het bijgestelde begrotingsperspectief 2026-2029 na het verwerken van de septembercirculaire 2025 is:
a b
bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Structureel begrotingsperspectief Primitief begroting 20262029
1.592
2.573
1.654
1.761
184
83
36
-10
-35
-36
-36
-36
1.741
2.620
1.654
1.715
Structureel gevolg baten septembercirculaire Structureel gevolg lasten compensaties
c
Structureel perspectief na septembercirculaire 2025
Publicatie voor bekendmaking De raad heeft de begrotingswijziging volgend uit de septembercirculaire 2025 vastgesteld.
Burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf, , secretaris
, burgemeester.
Bijlagen 1. 2. 3.
Mededeling aan de Raad over de gevolgen septembercirculaire 2025 Bijlage bij de MadR gevolgen septembercirculaire 2025 Septembercirculaire 2025
Geheime stukken 1.
n.v.t.
Extern zaak ID (zaakcode) : De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2025; gelet op artikel 189 tot en met artikel 195 van de Gemeentewet;
Besluit De gevolgen van de septembercirculaire 2025, via onderstaande begrotingswijziging vast te stellen: bedragen x € 1.000
Taakveld 0.7 Alg uitkering
Omschrijving Algemene uitkering Wet integrale 7.1 Gezondheidsbeleid suïcidepreventie 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Toezicht gastouderopvang Overheidsbrede 5.6 Media Dienstverlening 6.3 Inkomensregelingen Participatie (IU) 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Spreidingswet Capaciteit decentrale overheden klimaat- en 7.4 Milieubeheer energiebeleid (CDOKE) 0.11 Res van de rekening van baten en lasten Resultaat
2025 2.263
2026 1.156
2027 123
2028 36
2029 -10
2030 77
-
-11
-11
-11
-11
-11
-
-2
-3
-3
-3
-3
-37
-22 -37
-22 -40
-22 -
-22 -
-22 -
-32
-
-
-
-
-
-
-935
-
-
-
-
2.194
149
47
0
-46
41
Besloten in de openbare vergadering van 16 december 2025. , griffier.
, voorzitter.
Mededeling aan de raad Van Datum B&W Onderwerp Portefeuillehouder Domein
: : : : :
Burgemeester en wethouders 7 oktober 2025 Septembercirculaire 2025 Jan van Weperen Planning & Control
Kennis te nemen van de gevolgen van de septembercirculaire 2025 (bijlage A, verschenen op Prinsjesdag) voor het jaar 2025 en de Programmabegroting 2026-2029. Dit kunt u betrekken bij de behandeling van de najaarsrapportage 2025 en de programmabegroting 2026-2029 in de raadsvergadering van 4 november 2025.
Kernboodschap Het jaar 2025 Het budgettair gevolg van de septembercirculaire 2025 voor het jaar 2025 is € 2.109.000 positief. Dit is vooral het gevolg de compensatie van het Rijk voor de tekorten Jeugd over de jaren 2023 en 2024 en het berekende voorschot over het jaar 2025 van BTW compensatiefonds (BCF). De prognose van het resultaat over het jaar 2025 na verwerking van de meicirculaire 2025 en de najaarsrapportage 2025 is € 1.040.000 positief. Rekening houdende met de gevolgen van de septembercirculaire 2025 wordt nu de prognose van het resultaat over 2025 € 3.149.000 positief. Begrotingsperspectief 2026-2029 Het bijgestelde begrotingsperspectief 2026-2029 na het verwerken van de septembercirculaire 2025 is:
a b c
bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Structureel begrotingsperspectief Primitief begroting 20262029
1.592
2.573
1.654
1.761
184
83
36
-10
-35
-36
-36
-36
1.741
2.620
1.654
1.715
Structureel gevolg baten septembercirculaire Structureel gevolg lasten compensaties Structureel perspectief na septembercirculaire 2025
a. Primitief begroting 2026-2029 Dit is het gepresenteerde structurele begrotingsperspectief van de primitieve programmabegroting 2026-2029. b. Structureel gevolg baten septembercirculaire Dit is het resultaat van de berekening van de septembercirculaire 2025 afgezet tegen de berekening van de meicirculaire 2025 (zie tabel 1 bijlage B MadR). Het structureel gevolg van de septembercirculaire 2025 is voor het eerste twee jaren licht positief en vanaf 2028 licht negatief. In bijlage B worden de verschillen toegelicht. c. Structureel gevolg lasten compensaties Sommige ontvangen middelen bij de septembercirculaire 2025 leidt tot uitgaven, zie tabel 3 bijlage B MadR.
Na verwerking van de cijfers van de septembercirculaire 2025 is het structureel begrotingsperspectief 20262029 nauwelijks veranderd. Tot slot De gepresenteerde programmabegroting 2026-2029 is structureel sluitend. De gevolgen van de septembercirculaire 2025 zijn minimaal voor het perspectief 2026-2029. Onze boodschap over onze financiële positie in de programmabegroting 2026-2029 veranderd niet na het verschijnen van de septembercirculaire 2025. De gevolgen van de septembercirculaire 2025 voor de jaren 2025-2029 worden verwerkt in een begrotingswijziging
Bijlagen A. B.
Septembercirculaire 2025 Bijlage B bij de mededeling aan de raad septembercirculaire 2025
Bijlage B. Uitleg verschillen vanuit de Septembercirculaire 2025 1. Toelichting structurele effecten septembercirculaire 2025
2025
2026
2027
2028
2029
65.071 67.334 2.263
66.580 67.736 1.156
66.687 66.810 123
65.460 65.496 36
66.342 66.332 -10
Correctie incidentele baten AU
-154
-972
-40
-
-
Structureel gevolg baten AU
2.109
184
83
36
-10
Analyse structurele baten LPO en volume accres BCF Jeugd Wet integrale suïcidepreventie Toezicht gastouderopvang Overheidsbrede Dienstverlening Implementatie Participatiewet in balans Overige en hoeveelheidsverschillen
638 1.161 55 255
-53 11 2 22 24 178
-145 11 3 22 6 186
-203 11 3 22 2 201
-259 11 3 22 2 211
2.109
184
83
36
-10
bedragen x € 1.000
Meicirculaire 2025 Septembercirculaire 2025
a b c d e f g h
De toelichting van de incidentele baten bij de septembercirculaire 2025 staan verderop (punt 2). 1a. Loon- en prijsontwikkeling (inclusief volume-accres) Vanaf 2024 is het accres gekoppeld aan de bbp-normeringssystematiek. Uitgangspunt is dat de fondsen meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De normering wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. Het LPO accres wordt gebaseerd op de prijs bruto binnenlands product (pbbp). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar. Voor de jaren 2026 en verder is de raming voor de prijs bbp omlaag bijgesteld. Ook is er een nieuwe raming voor het volume-accres 2026 en verder opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB; MEV 2026). Het volume accres wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. De aanpassing van beide delen van het accres betekent een afname van € 78 miljoen in 2026 oplopend naar € 185 miljoen in 2029. Voor Ooststellingwerf betekent dit een nadeel van € 53.000 in 2026 oplopend naar € 259.000 in 2029. 1b. BTW compensatiefonds (BCF) Gemeenten kunnen de btw die ze moeten betalen declareren bij het Rijk via het BTW compensatiefonds. Dit fonds kent een plafond.
Declareren de gezamenlijke gemeenten méér dan er in het BTW compensatiefonds beschikbaar is, dan moet het gemeentefonds bijpassen. Blijft er geld over, dan vloeit dit terug naar het gemeentefonds. Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een voorschot verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. In de meicirculaire van het volgende jaar volgt dan de afrekening. In deze circulaire bedraagt het voorschot voor het jaar 2025 € 428 miljoen, voor Ooststellingwerf is dit dan € 638.000.
1
Bij de kaderbrief 2026-2029 is besloten om met ingang van 2026 de ruimte onder het plafond structureel te ramen. Dit betekent dat in de primitieve begroting 2026-2029 een bedrag van € 480.000 vanaf 2026 als bate is meegenomen. Volgend jaar, bij de meicirculaire 2026, volgt de afrekening van het voorschot over 2025. Dan wordt ook duidelijk wat de aanpassing van de extra bate is. 1c. Jeugd Bij de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk zijn extra middelen ter compensatie voor het ravijnjaar en voor de jeugdhulplasten opgenomen. Dit is verwerkt in de meicirculaire 2025 en nu ook meegenomen in de cijfers van de begroting 2026-2029. Wat nog miste is de compensatie van de tekorten op de jeugdzorg over de jaren 2023 en 2024. Nu heeft het demissionair kabinet ook daartoe besloten en dit is verwerkt in de septembercirculaire 2025. Voor Ooststellingwerf is dit € 1.161.000. 1d. Wet integrale suïcidepreventie Op 1 januari 2026 treedt de Wet integrale suïcidespreventie in werking. Gemeenten worden op grond van deze wet geacht suïcidepreventie in hun gezondheidsbeleid op te nemen en uit te voeren. Hiertoe wordt vanaf 2026 jaarlijks € 10 miljoen beschikbaar gesteld. Voor Ooststellingwerf komt dat uit op € 11.000 structureel. In samenwerking met de Friese gemeenten verkennen we hoe het suïcidepreventiebeleid kan worden vormgeven en hoe bijvoorbeeld de GGD hierin een rol kan spelen.
We stellen voor om dit bedrag aan de lastenzijde van de begroting te verwerken, zie onderdeel 3 compensaties. 1e. Toezicht gastouderopvang De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel om de kwaliteit van gastouderopvang beter te waarborgen. De nieuwe kwaliteitseisen gaan gelden vanaf 1 juli 2026 (naast enkele kleinere wijzigingen die ingaan per 1 januari 2026). De wetswijziging leidt tot meerkosten voor toezicht en handhaving op de gastouderopvang. In de Voorjaarsnota 2024 zijn hiervoor financiële middelen gereserveerd. Deze middelen worden nu toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds en kunnen worden aangewend voor het aanpassen van het toezicht en handhaving in voorbereiding op de nieuwe kwaliteitseisen, bijvoorbeeld voor training/scholing van inspecteurs. Ook kunnen de middelen worden ingezet voor structurele uitbreiding van de duur van een inspectie bij een voorziening voor gastouderopvang en bij een gastouderbureau. Het toezicht wordt voor ons uitgevoerd door de GGD. Hier zal dus een uitbreiding van taken gaan plaatsvinden. We stellen voor om de ontvangen middelen (€ 2.000 in 2026 en vanaf 2027 € 3.000) ook op te nemen aan de lastenzijde van de begroting. Zie ook onderdeel 3 compensaties. 1f.
Overheidsbrede dienstverlening De SPUK Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) wordt vanaf 2026 omgezet naar de decentralisatie -uitkering Overheidsbrede Dienstverlening. Via deze uitkering worden gemeenten gefaciliteerd om laagdrempelige en empathische ondersteuning te bieden bij regelzaken met de (digitale) overheid en om hun regierol in het lokale netwerk in te vullen. Hiervoor is vanaf 2026 een structurele bijdrage van € 15,4 miljoen beschikbaar. Dit is na de verwerking van de 10% korting van het Rijk. De ontvangen SPUK 2025 en de daartoe behorende lasten zijn in 2025 gebruikt voor het inrichten van de digitale informatiepunten bij de openbare bibliotheek (zie ook najaarsrapportage 2025). Nu stellen wij dan ook voor de middelen (€ 22.000) mee te nemen in de begroting, zie onderdeel 3 Compensaties.
2
1g. Implementatie Participatiewet in balans Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een initiatief om de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren, met name door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijkere aanpak. In totaal wordt er € 58,1 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. Er wordt € 55,5 miljoen beschikbaar gesteld in de periode 2025-2030 ten behoeve van de implementatie van deze wet. Deze € 55,5 miljoen is inclusief een bijdrage voor de regeling Verrekenen. De bijdrage voor de regeling Verrekenen start in 2026 met € 500.000. Vanaf 2027 gaat het om een structurele bijdrage van € 1 miljoen per jaar. Voor Ooststellingwerf komt dit uit op € 55.000 in 2025, € 24.000 in 2026, € 6.000 in 2027 en vanaf 2028 € 2.000. De uitvoering van de implementatie gebeurt binnen de reguliere beschikbare formatie en leidt dus niet tot een last. 1h. Overige- en hoeveelheidsverschillen De maatstaven zijn geactualiseerd naar de laatst bekende gegevens. Dit leidt dan tot hoeveelheidsverschillen. En daarnaast zijn er kleine overige verschillen. Het grootste verschil zit in de WOZ-waarden. De voorlopige belastingcapaciteit 2025 was bij het verwerken van de meicirculaire 2025 nog niet bekend. Nu heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dit onlangs gepubliceerd en dit is nu verwerkt bij de septembercirculaire 2025.
De voorlopige belastingcapaciteit 2025 is lager dan waar we bij de meicirculaire 2025 vanuit waren gegaan. Dit leidt tot een lagere korting op de algemene uitkering, voordeel van € 126.000. 2. Toelichting incidentele baten septembercirculaire 2025 bedragen x € 1.000
a b c d
2025
2026
Incidentele baten Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen 85 Participatie (IU) 37 37 Spreidingswet 32 Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid 935 (CDOKE) 154
972
2027
2028
2029
40 -
-
-
40
-
-
2a. Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen Het kabinet stelt eenmalig € 60 miljoen beschikbaar aan gemeenten voor de organisatie van de vervroegde Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober. Het kabinet heeft dit besloten na overleg met de VNG. Deze vergoeding is aanvullend op de vergoeding die gemeenten jaarlijks via het gemeentefonds krijgen voor de uitvoering van hun wettelijke taken bij het organiseren van verkiezingen. In de gemeentelijke begroting is een structureel budget opgenomen voor de kosten van verkiezingen (we houden rekening met een verkiezing elk jaar). En dit budget is voldoende om de Tweede Kamerverkiezingen te organiseren. Het is dus niet nodig om de ontvangen middelen ad € 85.000 ook aan de lastenzijde van de begroting op te nemen. 2b. Participatie In de periode 2025-2027 wordt in totaal ruim € 110 miljoen beschikbaar gesteld om de werking van loonkostensubsidie (LKS) bij het beschut werk te verbeteren. Voor werknemers met een indicatie beschut werk zal een forfaitaire LKS (vaste vergoeding voor gemiste loonkosten) worden ingevoerd. Deze maatregel vergt een wetswijziging die naar verwachting in 2028 in werking zal treden. Tot het moment dat de wetswijziging is gerealiseerd worden de extra middelen toegevoegd aan de Rijksbijdrage Beschut Werk (IU Participatie). Ooststellingwerf ontvangt € 37.000 in 2025 en 2026 en in 2027 € 40.000.
3
We stellen u voor om dit mee te nemen in de begroting, zie onderdeel 3 Compensaties. 2c. Spreidingswet Vanuit de Spreidingswet hebben gemeenten een nieuwe taak gekregen in het zoeken naar opvangplekken. Wij ontvangen hiervoor middelen vanuit het gemeentefonds. Voor gemeenten is er een bijdrage van in totaal € 15,3 miljoen beschikbaar. Elke gemeente ontvangt een vast bedrag van € 20.000. Het resterende bedrag wordt verdeeld op basis van de verdeling van het aantal opvangplaatsen per gemeente. We stellen u voor om de € 32.000 mee te nemen in de begroting, zie onderdeel 3 Compensaties. 2d. Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) De afgelopen jaren ontvingen wij via een specifieke uitkering CDOKE middelen. In 2026 krijgen we dit in de vorm van een decentralisatie uitkering (onderdeel van de algemene uitkering). Het geld is, net als toen het nog een specifieke uitkering was, bedoeld voor het vergroten van capaciteit (bemensing) voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Een groot deel van onze huidige personele inzet voor het programma Duurzaamheid wordt bekostigd uit deze middelen. Voor 2026 is € 666 miljoen beschikbaar. Voor onze gemeente is dit € 935.000. Het bedrag is vergelijkbaar met de bedragen die we anders via de specifieke uitkering hadden gekregen.
We stellen u voor om dit ook aan de lastenkant van de begroting te verwerken, zie onderdeel 3 compensaties. In de begroting 2026 is al een voorschot op de middelen opgenomen. De middelen zijn ook beschikbaar voor de periode 2027 t/m 2030, maar de uitkeringsvorm na 2026 is nog niet bepaald. 3. Voorgestelde compensatie septembercirculaire 2025
2027
2028
2029
Compensaties Wet integrale suïcidepreventie -11 -11 Toezicht gastouderopvang -2 -3 Overheidsbrede Dienstverlening -22 -22 Participatie (IU) -37 -37 -40 Spreidingswet -32 Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid -935 (CDOKE) -
-11 -3 -22 -
-11 -3 -22 -
bedragen x € 1.000
a b c d e f
Uitgesplitst naar structureel en incidenteel Compensatie structureel Compensatie incidenteel
2025
2026
-69
-1.007
-76
-36
-36
0 -69 -69
-35 -972 -1.007
-36 -40 -76
-36 -36
-36 -36
3a. Wet integrale suïcidepreventie Zie het gestelde onder 1d. 3b. Toezicht gastouderopvang Zie het gestelde onder 1e. 3c. Overheidsbrede Dienstverlening Zie het gestelde onder 1f.
4
3d. Participatie (IU) Zie het gestelde onder 2b. 3e. Spreidingswet Zie het gestelde onder 2c. 3f. Capaciteit decentrale overheden klimaat-en energiebeleid (CDOKE) Zie het gestelde onder 2d.
5
Gemeentefonds
Septembercirculaire 2025
de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W
DGOBDR/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 16 september 2025 Kenmerk 2025-0000554447
Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires
Ingangsdatum Geldig tot
septembercirculaire gemeentefonds 2025 bekendmaking van beleid en het geven van informatie meicirculaire 2024 (2024-0000287430); septembercirculaire 2024 (2024-0000752157); decembercirculaire 2024 (2024-0000953334); meicirculaire 2025 (2025-0000332806) 16 september 2025 1 juli 2026
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
Voorwoord Voor u ligt de septembercirculaire Gemeentefonds 2025. Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De septembercirculaire 2025 informeert u over de gemeentefondsuitkeringen voor 2025 en verder, gebaseerd op de Miljoenennota 2026 en de bijbehorende ontwerpbegroting van het gemeentefonds. In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich vooral op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken Mede namens de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
F. Rijkaart
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
1
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
2
Inhoudsopgave 1
2
Hoofdpunten ....................................................................................................... 6 1.1
Inleiding...................................................................................................... 6
1.2
Algemene uitkering....................................................................................... 6
1.3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ........................................................ 7
Algemene uitkering .............................................................................................. 8 2.1
Inleiding...................................................................................................... 8
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ....................................... 8
1.
Bijstelling accres-tranches ............................................................................. 9
2.
Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025 .................................................... 11
3.
Afrekening Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten ..................................... 11
4.
Implementatie Participatiewet in balans ........................................................ 12
5.
Hervormingsagenda Jeugd .......................................................................... 12
5a. Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 ........................................................ 12 5b. Hervormingsagenda Jeugd (uitvoeringskosten en budget voor centrale investeringen) ................................................................................................... 12
3
6.
Loon- en prijsbijstelling middelen op de AP jeugdhulp 2023 ............................. 13
7.
Toezicht gastouderopvang ........................................................................... 13
8.
Kinderopvang pleegouders .......................................................................... 13
9.
Rijksvaccinatieprogramma ........................................................................... 14
10.
Wet integrale suïcidepreventie ..................................................................... 14
11.
Indexatie Wmo demografie .......................................................................... 14
12.
Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen ....................................................... 14
13.
Kiezers buiten Nederland............................................................................. 14
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering...........................................................15
2.4
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen ...........15
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen...............................................................20 3.1
Inleiding.....................................................................................................20
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen.........................20
1.
Uitvoering Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe ................................. 22
2.
Spreidingswet ............................................................................................ 22
3.
Pilot dakloze EU-burgers ............................................................................. 22
4.
Pilot wijkgerichte vaccinatieaanpak ............................................................... 22
5.
Voorbereiding bouw kerncentrales ................................................................ 23
6.
Versterking omgevingsveiligheidsdiensten ..................................................... 23
7.
Aanpak overlast asielzoekers ....................................................................... 24
8.
Nationaal Programma Vitale regio's (NPVR) ................................................... 24
9.
Impulsbudget sociale infrastructuur .............................................................. 24
10.
Register Externe Veiligheid (REV) ................................................................. 24
11.
Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit ........................................................ 25
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
3
12.
Work in NL ................................................................................................ 25
12a. Work in NL Betrekken zelforganisaties en sleutelpersonen................................ 25 12b. Work in NL (Dienstverlening arbeidsmarktregio) ............................................. 25 13.
Aanpak ondermijning zeehavens .................................................................. 25
14.
Aanpak van criminele machtsstructuren ........................................................ 25
15.
Actieagenda mkb-dienstverlening ................................................................. 26
16.
Pilot denormalisering drugs bij evenementen ................................................. 26
17.
Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE)................. 26
18.
Overheidsbrede Dienstverlening ................................................................... 27
19.
Regeling heroïnebehandeling ....................................................................... 27
20.
Vrouwenopvang ......................................................................................... 27
21.
Bureau regioburgemeesters ......................................................................... 27
22.
Erfgoedregistratie ....................................................................................... 28
23.
Digitale tweeling ........................................................................................ 28
24.
Versterking arbeidsmarktregio’s ................................................................... 28
25.
Volume-indexatie 2026 Beschermd Wonen (IU) .............................................. 28
26.
Rijksbijdrage Beschut Werk (IU) ................................................................... 28
3.3.
Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen .............................................................................................29
3.3.1. Beschermd wonen .......................................................................................29 3.3.2. Maatschappelijke opvang..............................................................................29 3.3.3. Vrouwenopvang ..........................................................................................30 3.3.4. Aanpak laaggeletterdheid .............................................................................30 4
Overige mededelingen .........................................................................................31 4.1
Inleiding.....................................................................................................31
4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen.................31
4.3
Individuele referentiewaarden EMU-saldo medeoverheden 2026 ........................32
4.4
Stand van zaken onderzoeksagenda verdeelmodel algemene uitkering ...............33
4.5
‘Weeffout’ Jeugdzorg....................................................................................33
4.6
Landelijke Vreemdelingen Voorziening ...........................................................33
4.7
Wegenbeheer..............................................................................................34
4.8
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ......................................................34
4.9
Jaarlijkse weging decentralisatie- en integratie-uitkeringen...............................34
4.10
Cijfers belastingcapaciteit .............................................................................35
Bijlagen...................................................................................................................36 Bijlage 2.1.1
Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2025 ....................................37
Bijlage 2.1.2
Bedragen per eenheid 2025 per cluster ...............................................39
Bijlage 2.1.3
Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2026 ....................................41
Bijlage 2.1.4
Bedragen per eenheid 2026 per cluster ...............................................43
Bijlage 2.2.1
Opbouw algemene uitkeringen 2025-2030 ...........................................45
Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf Woonruimten .........................46 Bijlage 2.4.2 Volumina maatstaven 2025-2030 ..........................................................54
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
4
Bijlage 3.2-2 Spreidingswet .....................................................................................57 Bijlage 3.2-3 Pilot dakloze EU-burgers ......................................................................61 Bijlage 3.2-6 Versterking omgevingsveiligheidsdiensten ..............................................62 Bijlage 3.2-7 Aanpak overlast asielzoekers ................................................................70 Bijlage 3.2-8 Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR) ............................................71 Bijlage 3.2-9 Impulsbudget sociale infrastructuur .......................................................72 Bijlage 3.2-12a Work in NL Betrekken zelforganisaties en sleutelpersonen .....................75 Bijlage 3.2-18 Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) ........76 Bijlage 3.2-19 Overheidsbrede Dienstverlening ..........................................................80 Bijlage 3.2-20 Regeling heroïnebehandeling...............................................................88 Bijlage 3.2-25 Versterking arbeidsmarktregio’s ..........................................................89 Bijlage 3.3.2 Maatschappelijke opvang ......................................................................90 Bijlage 3.3.4 Aanpak laaggeletterdheid .....................................................................91 Bijlage 4.3
Referentiewaarden EMU-saldo 2026 gemeenten .........................................92
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
5
1 1.1
Hoofdpunten Inleiding
Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als specifieke uitkeringen, belastingopbrengsten, gemeentelijke heffingen, gemeentelijke rentebaten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. In deze circulaire vindt de verwerking plaats van de mutaties uit de Miljoenennota 2026 en de bijbehorende ontwerpbegroting van het gemeentefonds. De informatie is steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. Dit hoofdstuk bevat een beknopte weergave van de belangrijkste mutaties uit de circulaire. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. 1.2
Algemene uitkering
Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 Naar aanleiding van de eerdere afspraken in het voorjaar met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft het kabinet besloten tot compensatie van de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Gemeenten ontvangen in totaal € 728 miljoen van het Rijk die ze kunnen inzetten ter ondersteuning van de transformatie van de Jeugdhulp conform de afspraken in de Hervormingsagenda. Het gaat dan om het versterken van de sociale basis en stevige lokale teams, met tevens aandacht voor het verbeteren van kind- en gezinsbescherming en de bredere integrale aanpak sociaal domein. Implementatie Participatiewet in balans Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een initiatief om de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren, met name door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijkere aanpak. In totaal wordt er € 58,1 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. Er wordt € 55,5 miljoen beschikbaar gesteld in de periode 2025-2030 ten behoeve van de implementatie van deze wet. Deze € 55,5 miljoen is inclusief een bijdrage voor de regeling Verrekenen. De bijdrage voor de regeling Verrekenen start in 2026 met € 500.000. Vanaf 2027 gaat het om een structurele bijdrage van € 1 miljoen per jaar.
Er wordt € 600.000 beschikbaar gesteld in 2025 en € 1 miljoen in 2026 en 2027 ten behoeve van het verstrekken van de premie arbeidsinschakeling voor jongeren.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
6
1.3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
De circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2025 en verder ook een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat om de aanpassing van bestaande uitkeringen, omzetting van specifieke uitkeringen naar decentralisatie-uitkeringen en om nieuwe uitkeringen. De belangrijkste wijzigingen die in deze circulaire verwerkt zijn betreffen:
-
De decentralisatie-uitkering Uitvoering Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe. Voor de uitvoering van de Sociale Agenda, aangekondigd in Nij Begun, wordt € 28,2 miljoen in 2025 en € 61,7 miljoen in 2026 beschikbaar gesteld aan de gemeente Groningen. In de Sociale Agenda zijn 16 maatregelen opgenomen die in de regio door afzonderlijke partijen worden uitgevoerd.
-
De decentralisatie-uitkering Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Deze decentralisatie-uitkering vervangt de specifieke uitkering (SPUK) CDOKE. Met deze uitkering wordt in 2026 een totaalbedrag van € 666 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid.
-
De integratie-uitkering Rijksbijdrage Beschut Werk. In de periode 2025-2027 wordt in totaal ruim € 110 miljoen beschikbaar gesteld om de werking van loonkostensubsidie (LKS) bij beschut werk te verbeteren. Voor werknemers met een indicatie beschut werk zal een forfaitaire LKS (vaste vergoeding voor gemiste loonkosten) worden ingevoerd. Deze maatregel vergt een wetswijziging die naar verwachting in 2028 in werking zal treden. Tot het moment dat de wetswijziging is gerealiseerd worden de extra middelen toegevoegd aan de Rijksbijdrage Beschut Werk (IU Participatie).
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
7
2
Algemene uitkering
2.1
Inleiding
Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. Paragraaf 2.4 bevat overige mededelingen over de algemene uitkering. Paragraaf 2.5 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer.
Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. 2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering
Tabel 2.2.1 bevat de mutaties in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2025 tot en met 2030 ten opzichte van de meicirculaire 2025. Wijziging in de omvang van de algemene uitkering kunnen het gevolg zijn van: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. Met de clusterindeling wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
8
Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2025 en verder en worden onder de tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar.
Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de meicirculaire 2025 (in duizenden euro's)
stand meircirculaire 2025 1) 2) 3)
algemene mutaties Bijstelling accres-tranches Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025 Afrekening Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten
2025
2026
2027
2028
2029
2030
40.898.452
41.889.943
43.374.270
43.785.630
45.719.390
47.904.210
-78.420
-136.328
-144.642
-185.005
-310.361
428.279 1.450
taakmutaties 4)
cluster Participatie Implementatie Participatiewet in balans
36.325
15.204
3.561
1.000
1.000
1.000
5) 5a) 5b) 6) 7) 8)
cluster Individuele voorzieningen Jeugd Hervormingsagenda Jeugd Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 728.000 Hervormingsagenda Jeugd (uitvoeringskosten en budget voor centrale investeringen) Loon- en prijsbijstelling middelen op de AP jeugdhulp 2023 Toezicht gastouderopvang Kinderopvang pleegouders -10.700
-23.000 23.492 1.400 -10.700
-24.000 19.196 2.200 -10.700
-22.000 19.201 2.200 -600
-22.000 18.987 1.800 -600
-22.000 18.987 1.700 -600
9) 10)
Cluster Sociale basisvoorzieningen Rijksvaccinatieprogramma Wet integrale suïcidepreventie
10.000
10.000
10.000
10.000
300 10.000
11)
cluster Individuele voorzieningen Wmo Indexatie Wmo demografie
12) 13)
cluster Bestuur en ondersteuning Vervroegde Tweede Kamerverkiezingen Kiezers buiten Nederland
stand deze circulaire
2.300
75.000
60.000 1.120
42.145.226
41.827.919
43.238.199
43.650.789
45.543.572
47.678.236
Toelichting algemene uitkering 1.
Bijstelling accres-tranches
Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. De jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds en het provinciefonds wordt het accres genoemd. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor de jaren 2026 en verder. Vanaf 2024 is het accres gekoppeld aan de bbp-normeringssystematiek. Uitgangspunt is dat de fondsen meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De normering wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt. Het prijsdeel volgt de prijsontwikkeling van het bbp van het lopende jaar. Conform rijksbrede systematiek wordt de index in het voorjaar van het lopende jaar definitief. Het betreft een generieke normering die naar eigen inzicht van een individuele gemeente kan worden ingezet. In de Miljoenennota is het accres voor het jaar 2026 en verder geactualiseerd op basis van de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB) Macro Economische Verkenning (MEV) 2026. In de onderstaande tabel zijn de actuele cijfers opgenomen.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
9
Tabel 2.2.2 Indices CPB Indices CPB bbp MEV 2026 Volume bbp (8-jaars gemiddelde) Prijs bbp Gecombineerde bbp index
2026
2027
2028
2029
2030
1,9% 2,5% 4,4%
1,8% 2,5% 4,3%
1,7% 2,7% 4,4%
1,5% 2,5% 4,1%
2,2% 2,4% 4,6%
Indices CPB bbp CEP 2025 Volume bbp (8-jaars gemiddelde) Prijs bbp Gecombineerde bbp index
1,9% 2,6% 4,5%
1,8% 2,5% 4,3%
1,7% 2,7% 4,3%
1,5% 2,5% 4,1%
2,2% 2,4% 4,6%
Verschil (nieuw-oud) Volume bbp (8-jaars gemiddelde) Prijs bbp Gecombineerde bbp index
0,0% -0,1% -0,1%
0,0% 0,0% 0,0%
0,0% 0,0% 0,0%
0,0% 0,0% 0,0%
0,0% 0,0% 0,0%
Tabel 2.2.3 bevat de grondslag en de huidige accresraming zoals opgenomen in de Miljoenennota 2026 op basis van de bbp-cijfers uit de MEV 2026. Tabel 2.2.4 bevat de accresraming zoals deze opgenomen staat in de Voorjaarsnota 2025. Tabel 2.2.5 presenteert de mutatie in de accresraming tussen Voorjaarsnota 2025 en Miljoenennota 2026. Tabel 2.2.3 Grondslag en accres Gemeentefonds Miljoenennota 2026 In miljoenen euro 2026 2027 2028 Grondslag Gemeentefonds 41.770 40.506 39.098 Accres Gemeentefonds tranche 2026 volume bbp tranche 2026 prijs bbp tranche 2027 volume bbp tranche 2027 prijs bbp tranche 2028 volume bbp tranche 2028 prijs bbp tranche 2029 volume bbp tranche 2029 prijs bbp tranche 2030 volume bbp tranche 2030 prijs bbp Totaal accres
2029 39.059
2030 39.012
745 990 717 1.049 706 1.145 683 1.122 1.002 1.113 9.272
798 1.060
774 1.028 745 1.089
747 992 719 1.051 707 1.148
746 991 718 1.050 707 1.147 684 1.123
1.858
3.635
5.364
7.166
Tabel 2.2.4 Accres Gemeentefonds Voorjaarsnota 2025 In miljoenen euro 2026 tranche 2026 volume bbp 791 tranche 2026 prijs bbp 1.145 tranche 2027 volume bbp tranche 2027 prijs bbp tranche 2028 volume bbp tranche 2028 prijs bbp tranche 2029 volume bbp tranche 2029 prijs bbp tranche 2030 volume bbp tranche 2030 prijs bbp Totaal accres 1.936