Agendabundel
Tekst van het document
2027 781 1.131 772 1.088
2028 754 1.091 745 1.050 735 1.134
2029 753 1.090 744 1.049 734 1.133 717 1.131
3.772
5.509
7.351
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
2030 752 1.089 743 1.047 733 1.131 716 1.130 1.056 1.185 9.583
10
Tabel 2.2.5 Mutatie accres Gemeentefonds sinds Voorjaarsnota 2025 In miljoenen euro 2026 2027 tranche 2026 volume bbp 7 -8 tranche 2026 prijs bbp -85 -103 tranche 2027 volume bbp -27 tranche 2027 prijs bbp 1 tranche 2028 volume bbp tranche 2028 prijs bbp tranche 2029 volume bbp tranche 2029 prijs bbp tranche 2030 volume bbp tranche 2030 prijs bbp Totale mutatie -78 -136
2.
2028 -7 -99 -26 1 -27 14 -145
2029 -7 -99 -26 2 -27 14 -33 -8 -185
2030 -7 -99 -26 2 -27 14 -33 -8 -54 -71 -310
Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025
Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. Hierdoor zijn het BCF en het gemeente- en provinciefonds communicerende vaten. In deze circulaire is een geactualiseerde raming voor de jaren 2025 tot en met 2030 opgenomen. De ruimte onder het plafond voor gemeentes is voor 2025 geraamd op € 428 miljoen. De ontwikkeling van de uitgaven wordt vlak doorgetrokken. Hierbij is rekening gehouden met de jaarlijkse toevoegingen (taakmutaties) aan het BCF. Bij deze aanname blijft voor alle jaren sprake van ruimte onder het BCF-plafond. Tabel 2.2.6 Geraamd plafond BCF (bedragen in miljoenen euro) Geraamd plafond BCF BCF Plafond totaal Plafond aandeel gemeenten VJN25 Taakmutaties Toevoeging accres sinds voorjaarsnota Plafond aandeel gemeenten MN26 Uitputting gemeenten Ruimte onder plafond gemeenten
3.
2025
2026
2027
2028
2029
2030
5.052
5.295
5.484
5.722
5.943
6.390
4.469 2
4.671 19
4.865 0
5.078 0
5.281 0
5.627 1
0
-12
-17
-20
-27
23
4.470
4.678
4.848
5.059
5.254
5.651
4.042
4.042
4.042
4.042
4.042
4.042
428
636
806
1.017
1.212
1.609
Afrekening Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten
In de periode 2021 tot en met 2024 is een bedrag van € 908.000 per jaar aan de algemene uitkering onttrokken in verband met de oprichting van het landelijke kenniscentrum voor gemeenten die te maken hebben met ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog (zie ook paragraaf 2.2.5 van de meicirculaire 2021).
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
11
De gemaakte kosten in de jaren 2021-2025 zijn lager dan het bedrag dat is onttrokken uit de algemene uitkering. Derhalve vindt er een afrekening plaats. Het gaat om een totaalbedrag van € 1,5 miljoen dat aan de algemene uitkering wordt toegevoegd. 4.
Implementatie Participatiewet in balans
Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een initiatief om de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren, met name door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijkere aanpak. In totaal wordt er € 58,1 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. Er wordt € 55,5 miljoen beschikbaar gesteld in de periode 2025-2030 ten behoeve van de implementatie van deze wet. Deze € 55,5 miljoen is inclusief een bijdrage voor de regeling Verrekenen. De bijdrage voor de regeling Verrekenen start in 2026 met € 500.000. Vanaf 2027 gaat het om een structurele bijdrage van € 1 miljoen per jaar. Er wordt € 600.000 beschikbaar gesteld in 2025 en € 1 miljoen in 2026 en 2027 ten behoeve van het verstrekken van de premie arbeidsinschakeling voor jongeren. De middelen worden verdeeld via het cluster Participatie. 5.
Hervormingsagenda Jeugd
5a. Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 Naar aanleiding van de eerdere afspraken in het voorjaar met de VNG heeft het kabinet besloten tot compensatie van de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Gemeenten ontvangen in totaal € 728 miljoen van het Rijk die ze kunnen inzetten ter ondersteuning van de transformatie van de Jeugdhulp conform de afspraken in de Hervormingsagenda. Het gaat dan om het versterken van de sociale basis en stevige lokale teams, met tevens aandacht voor het verbeteren van kind- en gezinsbescherming en de bredere integrale aanpak sociaal domein. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Jeugd. 5b. Hervormingsagenda Jeugd (uitvoeringskosten en budget voor centrale investeringen) Bij Voorjaarsnota 2025 is ten behoeve van de Hervormingsagenda jeugd een reeks middelen overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds, zie paragraaf 2.2.5 van de meicirculaire 2025. Zoals in de meicirculaire aangegeven vond toen nog het gesprek plaats over de verdeling van een deel van de middelen en deze zijn daarom toen nog niet verdeeld. Inmiddels is besloten dat deze Hervormingsagenda-middelen worden ingezet via de VWS-begroting (betreft uitvoeringskosten en budget voor centrale investeringen) en daarom worden deze middelen nu weer onttrokken aan het gemeentefonds.
Het gaat om € 23 miljoen in 2026, € 24 miljoen in 2027 en jaarlijks € 22 miljoen vanaf 2028.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
12
6.
Loon- en prijsbijstelling middelen op de AP jeugdhulp 2023
Dit betreft op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor loon- en prijsbijstelling die samenhangen met de voor Jeugdzorg gereserveerde middelen uit het Coalitieakkoord Rutte IV. De middelen voor de jaren 2024 en 2025 zijn reeds in de meicirculaire 2023 aan de algemene uitkering toegevoegd, zie paragraaf 2.2.8 van de meicirculaire 2023. Nu worden de middelen voor de jaren 2026 en verder overgeheveld naar de algemene uitkering. Het gaat om € 23,5 miljoen in 2026, € 19,2 miljoen in 2027 en 2028 en € 19 miljoen vanaf 2029. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Jeugd. 7.
Toezicht gastouderopvang
De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel om de kwaliteit van gastouderopvang beter te waarborgen. De nieuwe kwaliteitseisen gaan gelden vanaf 1 juli 2026 (naast enkele kleinere wijzigingen die ingaan per 1 januari 2026). De wetswijziging leidt tot meerkosten voor toezicht en handhaving op de gastouderopvang. In de Voorjaarsnota 2024 zijn hiervoor financiële middelen gereserveerd. Deze middelen worden nu toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds en kunnen worden aangewend voor het aanpassen van het toezicht en handhaving in voorbereiding op de nieuwe kwaliteitseisen, bijvoorbeeld voor training/scholing van inspecteurs. Ook kunnen de middelen worden ingezet voor structurele uitbreiding van de duur van een inspectie bij een voorziening voor gastouderopvang en bij een gastouderbureau. Het gaat om € 1,4 miljoen in 2026, € 2,2 miljoen in 2027 en 2028 en daarna aflopend naar € 1,8 miljoen in 2029 en structureel € 1,7 miljoen vanaf 2030. De reeks kent een incidentele component die is bedoeld voor de uitbreiding van de duur van het eerste inspectiebezoek na invoering van de nieuwe kwaliteitseisen. De bedragen zijn tot stand gekomen in overleg tussen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), VNG en Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Nederland.
De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Jeugd. 8.
Kinderopvang pleegouders
Bij Voorjaarnota 2025 is ten behoeve van de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen een reeks middelen overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds, zie paragraaf 2.2.6 van de meicirculaire 2025. Deze middelen zijn toen nog niet verdeeld. Inmiddels is besloten deze middelen niet via het gemeentefonds voor dit doel in te zetten, maar via de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Deze middelen worden daarom nu weer onttrokken aan het gemeentefonds. Dit betreft een overboeking naar de VWS-begroting voor de jaren 2025 tot en met 2027 van € 10,7 miljoen per jaar en € 600.000 per jaar structureel vanaf 2028.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
13
9.
Rijksvaccinatieprogramma
Per 1 januari 2025 worden er op advies van de Gezondheidsraad verschillende wijzigingen aangebracht in het vaccinatieschema van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Dit betekent dat sommige vaccinaties op een andere leeftijd aangeboden worden en dat er voor bepaalde leeftijdscohorten inhaalcampagnes nodig zijn. Deze veranderingen in het RVP schema hebben daarmee ook gevolgen voor de taken van gemeenten vanwege hun verantwoordelijkheid voor de uitvoering en financiering van het RVP. De budgettaire impact van de wijzigingen in het vaccinatieschema van het RVP verschilt in de periode 2025 t/m 2029 per jaar. De kosten voor gemeenten stijgen in de gehele periode 2025 tot en met 2029 in totaal met € 2,3 miljoen. Dit bedrag wordt voor de hele periode in één keer in 2025 aan de algemene uitkering toegevoegd. Vanaf 2030 gaat het jaarlijks om € 300.000. De middelen worden verdeeld via het cluster Sociale basisvoorzieningen. 10.
Wet integrale suïcidepreventie
Op 1 januari 2026 treedt de Wet integrale suïcidespreventie in werking. Gemeenten worden op grond van deze wet geacht suïcidepreventie in hun gezondheidsbeleid op te nemen en uit te voeren. Hiertoe wordt vanaf 2026 jaarlijks € 10 miljoen beschikbaar gesteld. De middelen worden verdeeld via het cluster Sociale basisvoorzieningen. 11.
Indexatie Wmo demografie
In verband met een nog uit te werken alternatieve financieringsvorm van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die beter rekening houdt met de kostenontwikkeling in de Wmo en demografische ontwikkelingen/ vergrijzing, is bij Voorjaarsnota 2024 vanaf 2026 een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen aan de algemene uitkering van het gemeentefonds toegevoegd oplopend tot € 300 miljoen in 2029 (zie paragraaf 2.2.10 van de septembercirculaire 2024). Bij Voorjaarsnota 2025 is een extra tranche van € 75 miljoen vanaf 2030 aan de reeks toegevoegd, waarmee de structurele reeks vanaf dat jaar uitkomt op € 375 miljoen. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 12.
Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen
Het kabinet stelt eenmalig € 60 miljoen beschikbaar aan gemeenten voor de organisatie van de vervroegde Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober. Het kabinet heeft hierover besloten na overleg met de VNG. Deze vergoeding is aanvullend op de vergoeding die gemeenten jaarlijks via het gemeentefonds krijgen voor de uitvoering van hun wettelijke taken bij het organiseren van verkiezingen. De middelen worden verdeeld via het cluster Bestuur en ondersteuning, maatstaf inwoners. 13.
Kiezers buiten Nederland
De gemeente Den Haag is verantwoordelijk voor de uitvoering van de vervroegde verkiezingen voor kiezers buiten Nederland. Aan de gemeente Den Haag is daarom eenmalig € 1,1 miljoen beschikbaar gesteld voor de vervroegde Tweede Kamerverkiezing op
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
14
29 oktober. Het kabinet heeft hierover besloten na overleg met de VNG. Deze vergoeding is aanvullend op de vergoeding die de gemeente Den Haag jaarlijks via het gemeentefonds krijgt voor de uitvoering van hun wettelijke taken bij het organiseren van verkiezingen voor kiezers buiten Nederland. De middelen worden verdeeld via het cluster Bestuur en ondersteuning, maatstaf Verkiezingen Den Haag. 2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering
De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.
2.4
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen
De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor (zie uitleg verderop). De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
15
Maatstaven Voor uitkeringsjaar 2025 is geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2025 1. Woonruimten De actuele gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn ontvangen over twee onderdelen van de maatstaf woonruimten, te weten het aantal uitwonende studenten en het aantal personen in zorginstellingen (onderdeel van het aantal personen in institutionele huishoudens). Deze zijn opgenomen in bijlage 2.4.1 en zullen voor uitkeringsjaren 2024 en 2025 worden toegepast. Het aantal uitwonende studenten blijft voor 2025 een voorlopig cijfer, het aantal personen in zorginstellingen is definitief en wijzigt niet meer. Gewicht per maatstaf De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt. Hierdoor zijn een aantal bedragen per eenheid (bpe) voor 2025-2030 ten opzichte van de meicirculaire 2025 gewijzigd. Bijlagen 2.1.1 en 2.1.3 bevatten het overzicht van de bpe’s voor 2025 en 2026. Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de Onroerendezaakbelasting (OZB)maatstaven en de overige uitkeringsonderdelen te delen door de uitkeringsbasis.
De – landelijke – uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar. De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang: •
De informatie uit de tabellen 2.2.1 met betrekking tot de algemene mutaties
•
De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de taakmutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties.
•
De ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van geactualiseerde volumina. Bijlage 2.4.2 bevat informatie over de (raming van de) volumina van de maatstaven en of deze (raming van de) volumina voor deze circulaire zijn geactualiseerd.
•
1
De belastingcapaciteit.
Toelichting op de berekening van de uitkeringen uit het gemeentefonds, Rijksoverheid.nl
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
16
Ten opzichte van de meicirculaire 2025 is de uitkeringsfactor voor het jaar 2023 ongewijzigd. De uitkeringsfactor voor uitkeringsjaar 2024 daalt ten opzichte van de meicirculaire 2024 met 1 punt van 1,418 naar 1,417. Deze daling wordt veroorzaakt door de herziene actualisatie van de maatstaf Bijstandontvangers. De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2025-2030 is vermeld in tabel 2.4.1. Tabel 2.4.1 Uitkeringsfactor 2025-2030
Uitkeringsfactor één punt uitkeringsfactor (in miljoenen)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
1,486 31.170
1,490 31.017
1,534 31.086
1,577 30.524
1,623 30.870
1,675 31.216
De uitkeringsfactoren in tabel 2.4.1 zijn in lopende prijzen 2. Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt. Op basis van het CPB zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook, als service, de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het CPB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen. Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikkeling van de uitkeringsfactoren volgt hieronder de tabel, waarin voor ieder afzonderlijk jaar de ontwikkeling is opgenomen ten opzichte van de meicirculaire 2025 (verticale toelichting). Verticale toelichting ontwikkeling uitkeringsfactor Tabel 2.4.2 laat de ontwikkeling van de uitkeringsfactor zien ten opzichte van de stand meicirculaire 2025. Tabel 2.4.2 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2025-2030 2025 2026
2027
2028
2029
2030
stand meicirculaire 2025 mutaties deze circulaire
1,472
1,493
1,539
1,583
1,630
1,687
Volume-effect gelijkblijvend GF Effect algemene mutaties Effect taakmutaties OZB Suppletie
-0,002 0,014 0,000 0,002 0,000
-0,003 -0,002 0,000 0,002 0,000
-0,003 -0,004 0,000 0,002 0,000
-0,003 -0,005 0,000 0,002 0,000
-0,003 -0,006 0,000 0,002 0,000
-0,004 -0,010 0,000 0,002 0,000
uitkeringsfactor stand deze circulaire
1,486
1,490
1,534
1,577
1,623
1,675
De algemene uitkering wordt geïndexeerd op basis van de bbp-ontwikkeling. Daarmee is de algemene uitkering uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen. 2
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
17
De uitkeringsfactoren voor de jaren 2025 tot en met 2030 wijzigen ten opzichte van de meicirculaire 2025. Voor 2025 is er sprake van een stijging van de uitkeringsfactor ten opzichte van de meicirculaire 2025 van 14 punten. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door de verwerking van de actualisatie van de geraamde ruimte onder het plafond van het BTWcompensatiefonds (€ 428 miljoen). Voor 2026 en verder is te zien dat de uitkeringsfactor voor elk uitkeringsjaar neerwaarts wordt bijgesteld ten opzichte van de stand meicirculaire 2025. Dit is het gevolg van de neerwaartse bijstelling van de accresraming voor de betreffende jaren wat een effect heeft dat oploopt naar -10 punten in 2030. Daarnaast draagt ook de actualisatie van de prognoses van de volumina van de maatstaven voor de komende jaren bij aan de neerwaartse bijstelling van de uitkeringsfactoren. Dit effect loopt op naar -4 punten in 2030. De actualisatie van de belastingcapaciteit via de OZB-maatstaven op de uitkeringsfactor heeft een opwaarts effect op de uitkeringsfactoren van 2 punten in de gehele periode 20252030. Verwerking van de taakmutaties beïnvloedt de uitkeringsfactor zowel via de omvang van de algemene uitkering, als via de wijziging van de uitkeringsbasis als gevolg van de gewijzigde gewichten (bpe’s).
Het effect van de mutatie van de omvang van de algemene uitkering als gevolg van de taakmutaties en de wijziging van de uitkeringsbasis zijn ongeveer met elkaar in evenwicht, waardoor het gecombineerde effect op de uitkeringsfactor minimaal is. Op basis van de MEV 2026 zijn de prognoses van het aantal bijstandsontvangers in deze circulaire geactualiseerd. Hieronder staat in tabel 2.4.3 een overzicht van de ramingen van de maatstaf bijstandsontvangers stand meicirculaire 2025 en de stand van deze circulaire. Tabel 2.4.3 Bijstandsontvangers Stand meicirculaire 2025 Stand septembercirculaire 2025
2025 375.451 375.451
2026 378.588 378.634
2027 381.786 381.612
2028 386.491 385.600
2029 392.672 390.583
2030 399.581 397.892
Overige uitkeringsonderdelen Onder de algemene uitkering vallen ook de volgende uitkeringsonderdelen, die niet de vorm hebben van maatstafaantallen die met een bedrag per eenheid worden vermenigvuldigd: •
Een beperkt aantal gemeenten ontvangt middelen op grond van de maatstaf herindeling of ontvangt een artikel 12-uitkering.
•
Een beperkt aantal gemeenten ontvangt een suppletie-uitkering Bommenregeling vanwege de kosten die zij hebben gemaakt met betrekking tot het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
18
•
Een beperkt aantal gemeenten (Amsterdam, Rotterdam en den Haag) ontvangt een suppletie-uitkering vanwege het ingroeipad als gevolg van de actualisatie van de maatstaf Huishoudens met een laag inkomen van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang naar de maatstaf van het nieuwe verdeelmodel (zie paragraaf 2.4.2 van de septembercirculaire 2024).
•
Vanaf 2023 geldt voor gemeenten een ingroeipad als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering. Dit ingroeipad wordt zoals gebruikelijk verwerkt in een suppletie‐uitkering (zie paragraaf 2.5.2 van de meicirculaire 2022). Voor 2026 gelden de bedragen van 2025. Per 1 januari 2027 zal een volgende stap worden gezet met betrekking tot het ingroeipad, zoals aangekondigd in de brief over Vervolgtraject verdeelmodel gemeentefonds 3.
3
Kamerstukken II, 2024-2025 36 600, B, nr. 24
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
19
3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratieuitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de meicirculaire 2025 over de periode 2025 tot en met 2030. De mutaties hebben betrekking op 2025 en verder en worden onder de tabel toegelicht.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
20
Tabel 3.2.2 bevat het complete overzicht van de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en de daarmee gemoeide bedragen over de periode 2025 tot en met 2030. Tabel 3.2.2 Decentralisatie-en integratie-uitkeringen 2025-2030 (in duizenden euro's)* 2028
2029
2030
- IU Participatie 2.124.797 2.049.850 1.983.904 1.876.909 - IU Beschermd wonen 1.833.044 1.848.649 1.848.649 1.848.649 - IU Voogdij/18+ - Maatschappelijke opvang 385.057 385.057 385.057 385.057 - Vrouwenopvang 230.621 222.748 222.894 222.894 - Armoedebestrijding kinderen 85.000 85.000 85.000 85.000 - Uitvoeringskosten Omgevingswet 80.679 - Openbare bibliotheken 59.282 59.282 - Nationaal Actieplan Dakloosheid 55.000 55.000 55.000 55.000 - Vergunningverlening, toezicht en handhaving 46.700 46.700 46.700 46.700 - Impulsbudget arbeidsmarktregio's 35.233 28.959 39.094 45.201 - Impulsbudget sociale infrastructuur 36.706 33.035 33.035 33.035 - Voorschoolse voorziening peuters 30.000 30.000 30.000 30.000 - Uitvoering Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe 28.172 61.700 - Alleenverdienersproblematiek 27.468 - Versterking arbeidsmarktregio's 23.440 23.440 23.440 23.440 - Wet betaalbare huur 19.256 16.406 9.150 7.352 - Spreidingswet 15.300 - Begeleiding jongeren naar werk 14.895 - Beeldende kunst en vormgeving 13.500 13.500 13.500 13.500 - Extra capaciteit BOA's 13.000 13.000 13.000 13.000 - Faciliteitenbesluit opvangcentra 12.267 - Toekomstbestendig maken energiebeleid 10.375 - Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties 10.282 - Wet kwaliteitsborging bouw 10.076 10.000 g gg p - gedrag 10.000 10.000 10.000 - RES regio's 8.781 8.781 8.781 8.781 - Bodembescherming 8.636 8.636
8.636 8.636 - BRP: centralisering inschrijving vergunninghouders 7.856 7.856 7.856 7.856 - Natuur bij Energieprojecten 7.828 - Veiligheidshuizen 7.699 7.699 7.699 7.699 - Pilot dakloze EU-burgers 7.000 - Aanpak laaggeletterdheid 6.500 5.000 5.000 5.000 - Uitstapprogramma prostituees 6.000 6.000 6.000 6.000 - Work in NL (Dienstverlening arbeidsmarktregio) 6.012 6.709 6.709 - Pilot wijkgerichte vaccinatieaanpak 5.044 - Jeugdhulp aan kinderen in een AZC 5.100 5.100 5.100 5.100 - Regionale doelgroepen specifieke aanpak 4.784 4.784 - Voorbereiding bouw kerncentrales 4.182 - Knelpunten verdeelproblematiek 4.140 4.235 4.332 4.432 - Versterking omgevingsveiligheidsdiensten 3.925 4.851 4.851 3.825 - Aanpak overlast asielzoekers 3.435 - Nationaal Programma Vitale Regio's (NPVR) 3.257 3.257 3.257 - Landelijke aanpak adreskwaliteit 2.856 - Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen 2.500 2.500 - Veilig wonen 2.415 2.415 - Natuurbrandpreventie en -mitigatie 2.279 - Behoud sociale voorzieningen Groningen 1.506 - LHBTI beleid Regenboogsteden 1.232 1.232 - Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit 1.181 1.181 681 - Einde lening inburgeringsplichtig 1.000 - Register Externe Veiligheidrisico's (REV) 850 850 - Veilige steden 825 825 - Work in NL Betrekken zelforganisaties en sleutelpersonen 405 - Aanpak ondermijning zeehavens 365 - Aanpak van criminele machtsstructuren 360 385 -
Slavernijverleden 327 - Maatschappelijke begeleiding 263 - Actieagenda mkb-dienstverlening 203 - Aanpak flakka problematiek 200 - Verkeersveiligheid 95 95 95 95 - Realisatie energietransitie 80 - Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit 35 - Pilot denormalisering drugs bij evenementen 33 67 - Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) 666.340 - Overheidsbrede Dienstverlening 15.414 15.414 15.414 - Regeling heroïnebehandeling 13.347 - Bureau regioburgemeesters 880 880 880 - Erfgoedregistratie 150 - Digitale tweeling 108 108 63 Totaal 5.329.339 5.771.023 4.883.822 4.759.518 * Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft
Uitkeringsjaar
2025
2026
2027
1.809.237 1.848.649
1.743.422 1.848.649
385.057 222.894 85.000
385.057 222.894 85.000
55.000 46.700
55.000 46.700
33.035 30.000
33.035 30.000
23.440 6.500
23.440 6.500
13.500 13.000
13.500 13.000
8.781 8.636 7.856
8.781 8.636 7.856
7.699
7.699
6.000
6.000
5.100
5.100
4.534
4.638
95
95
15.414
15.414
880
880
4.637.007
4.571.296
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
Vindplaats september 2025, § 3.2-27 september 2025, § 3.2-26 mei 2024, § 3.2-20 t/m 21 december 2022, § 3.2-21 en 23 september 2025, § 3.2-21 mei 2020, § 3.3.8 mei 2025, § 3.2-1 september 2024, § 3.2-13 mei 2024, § 3.2-2a mei 2017, § 4.2 mei 2025, § 3.2-2 september 2025, § 3.2-9 september 2022, § 3.2-4 september 2025, § 3.2-1 mei 2025, § 3.2-4 september 2025, § 3.2-24 december 2024, § 3.2-12 september 2025, § 3.2-2 mei 2025, § 3.2-5 september 2015, § 4.2-1 mei 2022, § 3.2-11 mei 2025, § 3.2-6 mei 2025, § 3.2-19 mei 2025, § 3.2-7 september 2022, § 3.2-3 mei 2023, § 3.2-19 september 2023, § 3.2-6 mei 2024, § 3.2-4 mei 2025, § 3.2-12 mei 2025, § 3.2-9 juni 2012, § 6.11 september 2025, § 3.2-3 mei 2025, § 3.2-10 september 2022, § 3.2-6 september 2025, § 3.2-16 september 2025, § 3.2-4 december 2019, § 3.3.1 mei 2024, § 3.2-5 september 2025, § 3.2-5 mei 2024, § 3.2-27 september 2025, § 3.2-6 september 2025, § 3.2-7 september 2025, § 3.2-8 mei 2025, § 3.2-13 mei 2025, § 3.2-14 september 2023, § 3.2-9 mei 2025, § 3.2-15 mei 2025, § 3.2-16 mei 2025, § 3.2-26 september 2025, § 3.2-11 mei 2025, § 3.2-17 september 2025, § 3.2-10 mei 2025, § 3.2-23 september 2025, § 3.2-12 september 2025, § 3.2-13 september 2025, § 3.2-14 mei 2025, § 3.2-20 mei 2025, § 3.2-21 september 2025, § 3.2-15 mei 2025, § 3.2-22 september 2023, § 3.2-13 mei 2025, § 3.2-24 mei 2025, § 3.2-25 september 2025, § 3.2-17
september 2025, § 3.2-18 september 2025, § 3.2-19 september 2025, § 3.2-20 september 2025, § 3.2-22 september 2025, § 3.2-23 september 2025, § 3.2-24
21
Toelichting decentralisatie-uitkeringen 1.
Uitvoering Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe
Voor de uitvoering van de Sociale Agenda, aangekondigd in Nij Begun 4, wordt € 28,2 miljoen in 2025 en € 61,7 miljoen in 2026 beschikbaar gesteld aan de gemeente Groningen. In de Sociale Agenda zijn 16 maatregelen opgenomen die in de regio door afzonderlijke partijen worden uitgevoerd. De gemeente Groningen is als budgethouder verantwoordelijk voor de verdeling van de middelen. 2.
Spreidingswet
Vanuit de Spreidingswet hebben gemeenten een nieuwe taak gekregen in het zoeken naar opvangplekken (zie ook paragraaf 3.2.3 van de decembercirculaire 2024). Zij ontvangen hiervoor middelen vanuit het gemeentefonds. Voor gemeenten is er een bijdrage van in totaal € 15,3 miljoen beschikbaar. Elke gemeente ontvangt een vast bedrag van € 20.000. Het resterende bedrag wordt verdeeld op basis van de verdeling van het aantal opvangplaatsen per gemeente. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-2. 3.
Pilot dakloze EU-burgers
In 2025 wordt € 7 miljoen beschikbaar gesteld voor de specifieke aanpak voor dakloze Europese Unie (EU)-burgers, conform het Plan van Aanpak kwetsbare dakloze EU-burgers. Dit betreft een voortzetting van de pilot dakloze EU-burgers (zie paragraaf 3.2.2b van de meicirculaire 2024). Dit bedrag wordt beschikbaar gesteld aan de 6 pilotgemeenten: Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Rotterdam, Utrecht en Venlo. Het bedrag wordt via het objectieve verdeelmodel van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang (DUMO) over de 6 gemeenten verdeeld. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-3. 4.
Pilot wijkgerichte vaccinatieaanpak
De G4-gemeenten ontvangen een bijdrage van € 5 miljoen voor de uitvoering van een pilot gericht op het uitbreiden en intensiveren van de wijkgerichte vaccinatieaanpak. Het doel van de pilot is om in de praktijk te leren op welke wijze het meest doelmatig kan worden ingezet op het verhogen van de vaccinatiegraden in wijken waar de deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma achterblijft. Geleerde lessen uit de pilot worden landelijk gedeeld, zodat alle gebieden met een lage vaccinatiegraad deze kunnen benutten.
4
Sociale agenda voor Groningen en Noord-Drenthe gepresenteerd | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
22
Op basis van de plannen van de gemeenten is de verdeling per pilotgemeente als volgt: Amsterdam: € 1.500.000, Den Haag: € 1.536.000, Rotterdam: € 1.278.000 en Utrecht: € 730.000. 5.
Voorbereiding bouw kerncentrales
Kernenergie is belangrijk voor het bredere energiesysteem dat dit kabinet voor ogen heeft waarbij kernenergie een betrouwbare CO2-arme energiebron is. Het kabinet zet in op de realisatie van nieuwe kerncentrales 5. Voor twee kerncentrales heeft de toenmalige Minister voor Klimaat en Energie in 2022 locatie Borssele in de provincie Zeeland aangewezen als voorkeurslocatie. De gemeente Borsele krijgt financiële ondersteuning waarmee de gemeente bijvoorbeeld extra personele capaciteit kan bewerkstelligen. Vanuit de projectprocedure worden andere mogelijke locaties onderzocht op geschiktheid in de provincies Groningen en Zuid-Holland. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) vindt het belangrijk dat voor een zorgvuldige procedure de belangen en zorgen van stakeholders en inwoners van deze locaties hierin een plek krijgen. Het ministerie van KGG wil derhalve gemeenten en provincies financieel ondersteunen om lokale en regionale kennis op te bouwen / in te brengen ten behoeve van samenwerking met het Rijk. In totaal is er een bedrag van € 4,2 miljoen voor gemeenten beschikbaar. De verdeling is als volgt: Borsele: € 2.290.000, Het Hogeland: € 473.000, Rotterdam: € 473.000, Terneuzen € 473.000, Vlissingen: € 473.000. 6.
Versterking omgevingsveiligheidsdiensten
De VNG, namens de gemeenten, en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zijn overeengekomen (in het bestuurlijk omgevingsberaad van 24 oktober 2024) dat bepaalde taken van het vervolg op de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid (MVO) door gemeenten worden uitgevoerd. Het gaat om wettelijke taken op het terrein van de omgevingsveiligheid. Het gaat om een bedrag van € 3,9 miljoen in 2025, € 4,9 miljoen in 2026 en in 2027 en € 3,8 miljoen in 2028. De verdeling is gebaseerd op de gemeentelijke verdeelsleutel Externe Veiligheid (gebaseerd op aantal risicobronnen en inwonersdichtheid). Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-6.
5
Kamerstukken II, 2024-2025, 32 645, nr. 132
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
23
7.
Aanpak overlast asielzoekers
Overlast en crimineel gedrag van asielzoekers heeft grote impact op de betrokkenen, de omgeving en het draagvlak voor opvang. Aanvullend op de nationale aanpak is lokaal maatwerk cruciaal omdat overlast binnen de gemeentegrenzen wordt ervaren. Om deze lokale aanpak binnen de gemeenten te ondersteunen wordt € 3,4 miljoen beschikbaar gesteld in 2025. Gemeenten konden hiervoor een aanvraag doen. Bij de verdeling van het budget is rekening gehouden met het aantal opvangplekken in de gemeente. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-7. 8.
Nationaal Programma Vitale regio's (NPVR)
In het NPVR werken het Rijk en 11 regio’s langjarig samen aan het vergroten van de brede welvaart. In de periode 2025-2027 worden procesmiddelen beschikbaar gesteld voor de 11 regio’s binnen het NPVR. Elke regio krijgt een vaste jaarlijkse bijdrage voor de totstandkoming van de regioplannen en uitvoeringsagenda's die bijdrage aan de agenda van het NPVR. Er is jaarlijks € 3,3 miljoen beschikbaar voor gemeenten. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-8. 9.
Impulsbudget sociale infrastructuur
Door de toekenning van de loon- en prijsontwikkeling (LPO) wijzigt de omvang van de decentralisatie-uitkering ‘Impulsbudget sociale infrastructuur’. Ook is de verdeling vanaf 2026 bijgewerkt op basis van veranderingen in samenwerkingsverbanden en de nieuwste gegevens voor de verdeelmaatstaf. Deze decentralisatie-uitkering loopt van 2025 tot en met 2034 (zie ook paragraaf 3.2.3 van de meicirculaire 2025). In 2025 gaat het om € 1,7 miljoen en vanaf 2026 tot en met 2034 om € 1,5 miljoen. Een overzicht met de ten opzichte van de meicirculaire 2025 bijgewerkte bedragen per gemeente, is opgenomen in bijlage 3.2-9. 10. Register Externe Veiligheid (REV) Het ministerie van IenW is met medeoverheden verantwoordelijk voor het beheer van het REV (zie ook paragraaf 3.2.8 van de decembercirculaire 2024). Gemeenten ontvangen via deze decentralisatie-uitkering een bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het inregelen van de beheerwerkzaamheden voor de Kwetsbare gebouwen en locaties (KGL)module binnen het REV. De bijdrage is bedoeld voor het inregelen en het mee uitwerken van een efficiënte beheeraanpak, waarbij optimaal gebruik gemaakt wordt van bestaande (basis)registraties. Het gaat om een jaarlijks bedrag van € 850.000 voor de jaren 2025 en 2026. De middelen worden evenredig over alle gemeenten verdeeld.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
24
11. Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) stelt een bijdrage ter beschikking voor de preventie aanpak van jeugdcriminaliteit ten behoeve van het voorkomen van jonge aanwas en doorgroeiers in de ondermijnende en georganiseerde criminaliteit (zie ook paragraaf 3.2.18 van de meicirculaire 2025). De gemeente Velsen ontvangt in de periode 2025-2027 een jaarlijkse bijdrage van € 181.000. De gemeente Tiel ontvangt in 2025 en 2026 een jaarlijkse bijdrage van € 500.000. 12. Work in NL Met het project Work in Nederland (WIN) wordt goede informatievoorziening, hulp en dienstverlening aan EU-arbeidsmigranten gerealiseerd. 12a. Work in NL Betrekken zelforganisaties en sleutelpersonen Om arbeidsmigranten goed te kunnen bereiken is het noodzakelijk dat zelforganisaties (organisaties ontstaan vanuit de doelgroep) en sleutelpersonen nauw betrokken worden. Om deze aanpak te ondersteunen is een bedrag van € 405.000 beschikbaar. Het bedrag wordt evenredig verdeeld over de deelnemende arbeidsmarktregio’s en verstrekt aan de centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s. De regio’s konden hiervoor een aanvraag doen. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-12a. 12b.
Work in NL (Dienstverlening arbeidsmarktregio) Om goede informatievoorziening, hulp en dienstverlening aan EU-arbeidsmigranten te bieden worden middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van de verschillende arbeidsmarktregio’s (zie ook paragraaf 3.2.11 van de meicirculaire 2025). De gemeente Ede, centrumgemeente van de arbeidsmarktregio Foodvalley, ontvangt in 2025 een bijdrage van € 85.000 en in 2026 en 2027 een jaarlijkse bijdrage van € 84.000. 13. Aanpak ondermijning zeehavens Het ministerie van JenV zet zich in om drugssmokkel via de kleine havens tegen te gaan. Hiervoor is in totaal € 365.000 beschikbaar voor de havens van Scheveningen en Harlingen. De gemeente Den Haag ontvangt een bijdrage van € 300.000 en de gemeente Harlingen van € 65.000. 14. Aanpak van criminele machtsstructuren De gemeente Utrecht ontvangt een bijdrage voor een project om een regionale samenwerking tot stand te brengen, gericht op het aanpakken van criminele machtsstructuren. Het project is een samenwerking van Openbaar Ministerie (OM), Politie, Gemeente Utrecht, Reclassering en Zorg en Veiligheidshuis Regio Utrecht. De gemeente Utrecht ontvangt hiervoor een bijdrage van € 360.000 in 2025 en € 385.000 in 2026.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
25
15. Actieagenda mkb-dienstverlening De Actieagenda mkb-dienstverlening 2024-2026 is opgesteld om overheden en andere partijen beter te laten samenwerken en zo de dienstverlening aan het brede mkb effectiever en toegankelijker te maken 6. Met de actieagenda wordt beoogd 100.000 mkbondernemers te bereiken en te ondersteunen bij het toekomstbestendig maken van hun bedrijf (tot 2028). De gemeente Sittard-Geleen is betrokken bij het leerprogramma van de actieagenda en ontvangt hiervoor een bijdrage van € 203.000. 16. Pilot denormalisering drugs bij evenementen Binnen het project ‘Skip die trip’ (SKIP) hebben in Oost-Brabant 32 gemeenten, de GGD, Hart voor Brabant en Novadic-Kentron in 2021 hun krachten gebundeld. SKIP draait om het realiseren van een nieuwe norm over drugsgebruik en heeft als doel om de toenemende normalisering van drugsgebruik onder jongvolwassenen tegen te gaan. Het ministerie van JenV stelt aan de regio Oost-Brabant, via de gemeente Meierijstad, een bijdrage ter beschikking voor de pilot: ‘implementatie Leidraad denormalisering drugs bij evenementen’ in de 32 samenwerkende gemeenten. De gemeente Meierijstad ontvangt hiervoor een bijdrage van € 33.000 in 2025 en € 67.000 in 2026. 17. Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) De decentralisatie-uitkering CDOKE vervangt de SPUK CDOKE.
In 2026 wordt een totaalbedrag van ruim € 666 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid 7. Hiervan wordt € 30,5 miljoen in een volgende circulaire verdeeld op basis van een in overleg met de VNG nog vast te stellen verdeelsleutel. De middelen zijn ook beschikbaar voor de periode 2027 t/m 2030, maar de uitkeringsvorm na 2026 is nog niet bepaald. Deze decentralisatie-uitkering bestaat uit basisfinanciering en planfinanciering. Alle gemeenten ontvangen basisfinanciering ten behoeve van de vergroting van hun capaciteit (bemensing) voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Daarnaast zijn aanvullend middelen beschikbaar voor gemeenten die in 2024 of 2025 planfinanciering hebben aangevraagd voor bijvoorbeeld het instellen van een zero emissie-zone, het aanleggen van zonneweiden of windparken en het aardgasvrij maken van woningen. Gemeenten aan wie in 2024 of 2025 planfinanciering is toegezegd, kunnen op deze middelen rekenen tot het plan is afgerond (mits dit voor 2030 is) of de maximale termijn voor de planfinanciering is bereikt (tot 2030). Na afronding van deze plannen (mits dit voor 2030 is) worden deze planfinancieringsmiddelen herverdeeld over gemeenten zodat aanvullende plannen gefinancierd kunnen worden.
6
Actieagenda mkb-dienstverlening 2024-2026 | Rapport | Rijksoverheid.nl
7 De middelen die via deze regeling beschikbaar worden gesteld zijn bedoeld voor de uitvoering van
taken zoals benoemd in het Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB)-advies ‘Koersen op Klimaatneutraal’, het onderliggende artikel 2-onderzoek en de Bestuurlijke Afspraken Klimaat en Energie.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
26
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-18. 18. Overheidsbrede Dienstverlening De SPUK Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) wordt vanaf 2026 omgezet naar de decentralisatie-uitkering Overheidsbrede Dienstverlening. Via deze decentralisatie-uitkering worden gemeenten gefaciliteerd om laagdrempelige en empathische ondersteuning te bieden bij regelzaken met de (digitale) overheid en om hun regierol in het lokale netwerk in te vullen. Hiervoor is vanaf 2026 een structurele bijdrage van € 15,4 miljoen beschikbaar. Met deze decentralisatie-uitkering kunnen gemeenten, vanuit hun regiorol, lokaal bepalen waar en welke vorm van ondersteuning het meest passend is. De verdeling van de middelen over gemeenten is gebaseerd op het aantal inwoners en het aantal lager opgeleiden in gemeenten. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-19. 19. Regeling heroïnebehandeling De SPUK Regeling heroïnebehandeling wordt met ingang van 2026 omgezet in een decentralisatie-uitkering. Zestien gemeenten ontvangen een bijdrage voor de behandeling van langdurig opiaatverslaafden, voor wie behandeling met methadon onvoldoende resultaat biedt, met medische heroïne. De regeling richt zich op het helpen van verslaafden, zowel op lichamelijk als geestelijk gebied.
Voor deze decentralisatie-uitkering is in 2026 een bedrag van € 13,3 miljoen beschikbaar. De verdeling is gebaseerd op de door de gemeenten aangeleverde verwachte bezettingscijfers van de behandeleenheden. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-20. 20. Vrouwenopvang Vanaf 2026 wordt structureel € 12 miljoen toegevoegd aan de decentralisatie uitkering Vrouwenopvang ten behoeve van extra opvangplekken. Over de nadere afspraken en verdeling van deze middelen vindt nog gesprek plaats tussen Rijk en gemeenten. Deze middelen worden nu dan ook nog niet verdeeld. 21. Bureau regioburgemeesters De gemeente Den Haag ontvangt middelen voor de ondersteuning van de regioburgemeesters bij de uitvoering van wettelijke taken op grond van de Politiewet 2012. Bureau regioburgemeesters is ondergebracht bij de gemeente Den Haag. Het gaat hierbij onder andere om de ondersteuning bij het overleg dat tenminste vier maal per jaar wordt gevoerd met de minister van JenV, de voorzitter van het College van procureurs-generaal en de korpschef over de taakuitvoering door en het beheer ten aanzien van de politie. Het gaat om een structurele bijdrage van € 880.000 vanaf 2026.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
27
22. Erfgoedregistratie De SPUK Erfgoedregistratie die aan de gemeente Amsterdam wordt verstrekt ten behoeve van de Federatie Grote Monumentengemeenten wordt per 2026 omgezet in een decentralisatie-uitkering. Het gaat om een bedrag van € 150.000 voor de gemeente Amsterdam in 2026. Met deze middelen kan de Landelijke Erfgoedregistratie worden bestendigd en verder worden uitgebouwd (zie ook paragraaf 4.2.13 van de septembercirculaire 2018). Daarmee wordt het mogelijk dat vanuit het Digitaal Stelsel Omgevingswet erfgoedgegevens beschikbaar komen voor iedereen. Dit geeft invulling aan de gedachte van de Omgevingswet: gemeenten hebben de plicht om informatie met betrekking tot de omgeving eenduidig beschikbaar te stellen aan zowel ambtenaren als burgers. 23. Digitale tweeling De gemeente Almere ontvangt een bijdrage van in totaal € 279.000 in de periode 20262028 voor het participeren in Digital Twin as a Service. In 2026 en 2027 ontvangt de gemeente Almere een bedrag van € 108.000 en in 2028 € 63.000. De doelstelling van Digital Twin as a service is het ontwikkelen van standaarden en afspraken om het instrument Digitale Tweeling in te kunnen zetten voor het verkrijgen van inzichten en versnellen van de realisatie van de maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving, waaronder de woningbouwopgave. 24.
Versterking arbeidsmarktregio’s In de meicirculaire 2025 zijn de middelen voor de verhoging voor de jaren 2025-2028 opgenomen (zie paragraaf 3.2.8 van de meicirculaire 2025). Nu wordt vanaf 2029 een structurele bijdrage van € 8,8 miljoen per jaar aan het gemeentefonds toegevoegd. Voor wat betreft de verdeling wordt dezelfde verdeelsleutel gehanteerd als voor de eerdere jaren. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-25. Toelichting integratie-uitkeringen (IU) 25. Volume-indexatie 2026 Beschermd Wonen (IU) Ten behoeve van de volume indexatie 2026 wordt er structureel € 14,9 miljoen toegevoegd aan de Integratie Uitkering Beschermd wonen. Hiermee wordt voor de volume indexatie beschermd wonen aangesloten bij de groei van het accres. Dit bedrag wordt over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van de huidige verdeling van deze uitkering. 26. Rijksbijdrage Beschut Werk (IU) In de periode 2025-2027 wordt in totaal ruim € 110 miljoen beschikbaar gesteld om de werking van loonkostensubsidie (LKS) bij beschut werk te verbeteren. Uit onderzoek blijkt dat de loonwaardesystematiek die hier nu voor wordt gebruikt, veelal leidt tot een
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
28
overschatting van de loonwaarde en daarmee tot een te lage vaststelling van de LKS. In de Tweede Kamerbrief ‘Voortgang sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk’ is aangekondigd dat voor werknemers met een indicatie beschut werk een forfaitaire loonkostensubsidie (vaste vergoeding voor gemiste loonkosten) zal worden ingevoerd. De hoogte van de forfaitaire LKS wordt vastgesteld op 68%. Dit is zo’n 11%-punt hoger dan het huidige gemiddelde LKS-percentage. Het kabinet heeft hiertoe bij Voorjaarsnota 2025 € 34,3 miljoen (2025) oplopend naar € 90,1 miljoen structureel (vanaf 2048) vrij gemaakt. De oploop is het gevolg van de geraamde toename van het aantal beschut werkers. Deze maatregel vergt een wetswijziging die naar verwachting in 2028 in werking zal treden. Tot het moment dat de wetswijziging is gerealiseerd worden de extra middelen toegevoegd aan de Rijksbijdrage beschut werk via de IU Participatie. Na de inwerkingtreding van de wijziging zullen de extra middelen onderdeel worden van het budget voor de bijstand en loonkostensubsidies.
3.3.
Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen
Deze paragraaf licht de wijzigingen in de decentralisatie-en integratie-uitkeringen toe die niet gepaard gaan met een wijziging in het macrobudget van de betreffende uitkering. Daarnaast bevat de paragraaf overige mededelingen die betrekking hebben op de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 3.3.1. Beschermd wonen De gemeente Bergen op Zoom ontvangt in 2026 net als in de periode 2018 tot en met 2025 een maximale aanvullende bijdrage van € 4,24 miljoen (zie voor meer informatie paragraaf 3.3.2 van de decembercirculaire 2018 en paragraaf 3.3.1 van de septembercirculaire 2024). In paragraaf 3.3.1. van de septembercirculaire 2024 is aan de gemeente Bergen op Zoom eerder een maximale aanvullende bijdrage van € 4,24 miljoen toegekend voor 2025. Op basis van de jaarrekeningcijfers over 2024 is deze bijdrage voor 2025 definitief vastgesteld op € 0. De gewijzigde verdeling over de gemeenten voor de integratie-uitkering Beschermd wonen is gepubliceerd in de gemeentefondsrubriek op internet. 3.3.2. Maatschappelijke opvang De verdeling van de middelen van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang ten opzichte van de meicirculaire 2025 is voor uitkeringsjaar 2025 veranderd als gevolg van het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstaven. De verdeling over de gemeenten is opgenomen in bijlage 3.3.2.
De achterliggende berekeningswijze en bedragen treft u aan in de gemeentefondsrubriek op internet.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
29
3.3.3. Vrouwenopvang De verdeling van de middelen van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is vanaf uitkeringsjaar 2025 veranderd als gevolg van het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstaven: woonruimten, migratieachtergrond en eenouderhuishoudens en omgevingsadressendichtheid. De achterliggende berekeningswijze en bedragen treft u aan in de gemeentefondsrubriek op internet. 3.3.4. Aanpak laaggeletterdheid De verdeling van de decentralisatie-uitkering Aanpak laaggeletterdheid is voor 2025 veranderd als gevolg van het gebruik van actuelere CBS-gegevens (zie ook paragraaf 3.2.10 van de meicirculaire 2025). In bijlage 3.3.4 is de verdeling voor de decentralisatieuitkering Aanpak laaggeletterdheid opgenomen voor 2025.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
30
4
Overige mededelingen
4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat diverse mededelingen over de gemeentefinanciën. Paragraaf 4.2 bevat mededelingen over het gemeentefonds die zowel betrekking hebben op de algemene uitkering als op de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Vervolgd wordt met mededelingen op het terrein van de gemeentefinanciën. 4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen
Gemeentefondstotalen Tabel 4.2.1 bevat een overzicht van de gemeentefondstotalen 2025-2030. In de tabel zijn de bedragen uit de hoofdstukken 2 en 3 bij elkaar gebracht. Tabel 4.2.1 Gemeentefondstotalen 2025-2030 (in duizenden euro's) Algemene uitkering
2025
2026
2027
2028
2029
2030
42.145.226
41.827.919
43.238.199
43.650.789
45.543.572
47.678.236
DU/IU
5.329.339
5.771.023
4.883.822
4.759.518
4.637.007
4.571.296
Totaal
47.474.565
47.598.942
48.122.021
48.410.307
50.180.579
52.249.532
Bevoorschotting De bedragen 2025 uit de tabel zullen worden verwerkt in de bevoorschotting vanaf 7 oktober 2025. Op 7 oktober 2025 zullen ook eventuele verrekeningen plaatsvinden als er eerder dit jaar te veel of juist te weinig voorschot is verstrekt. Verrekeningen over voorgaande uitkeringsjaren worden eveneens in oktober uitgevoerd. De voorschotbetalingen op de algemene uitkering over 2026 zullen in beginsel gebaseerd worden op de uitkeringsfactor en de bedragen per eenheid die in deze circulaire zijn vermeld. Daarnaast worden de meeste basisgegevens overgenomen van het jaar 2025. Gemeenten worden over de voorschotbetalingen geïnformeerd via de maandelijkse specificatieoverzichten. Voor de volledigheid: aan de berekening van de voorschotten kunnen geen rechten worden ontleend voor de definitieve vaststelling van de uitkeringen. Nominale ontwikkelingen Het accres is gebaseerd op de grondslag algemene uitkering plus decentralisatieuitkeringen en wordt toegevoegd aan de algemene uitkering. Daarmee is de algemene uitkering in de meerjarenraming uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen. De decentralisatie-uitkeringen betreffen nominale bedragen. De integratie-uitkeringen worden wel ieder jaar opnieuw geïndexeerd volgens de voor dat jaar van toepassing zijn de loon- en prijsontwikkeling (constante prijzen).
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
31
Het is van belang dat gemeenten in hun ramingen rekening houden met de loon- en prijsontwikkelingen. Om gemeenten, die niet beschikken over eigen loon- en prijsindexen, te faciliteren bij het omgaan met nominale ontwikkelingen is tabel 4.2.2 opgenomen. De tabel bevat een aantal loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt voor de overheidssector. De cijfers zijn ontleend aan de meest recente publicaties van het CPB. Voor nadere informatie verwijzen wij naar de regelmatig bijgestelde prognoses op de website van het CPB, met name de rubriek Centraal Economisch Plan (CEP) 2025 en de MEV 2026.
4.3
Individuele referentiewaarden EMU-saldo medeoverheden 2026
In de regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake het Economische en Monetaire Unie (EMU)-saldo is het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo voor de jaren 2024 tot en met 2026 bepaald alsmede de uitsplitsing daarvan per bestuurslaag 8. Om provincies en gemeenten tijdig een beeld te geven wat dit voor hen betekent, publiceert het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) in lijn met de Wet Hof individuele EMU-referentiewaarden. De referentiewaarden voor gemeenten zijn in bijlage 4.3 opgenomen en tot stand gekomen door het totaalbedrag uit de tabel hieronder op basis van de begrotingstotalen over de gemeenten te verdelen. Tabel 4.3.1: macronorm per bestuurslaag 2026
Geraamde bbp 2026 (x € 1000)= 1.234.000.000 9 Een individuele EMU-referentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. De Wet Hof bepaalt dat de individuele referentiewaarde voor het EMU-saldo van de individuele overheden naast het eigen aandeel ook het aandeel in openbare lichamen betreft. Het aandeel in openbare lichamen is het deel van het EMU-saldo van de gemeenschappelijke regelingen dat aan de 8 9
Staatscourant 2024-3979
Deze berekening is gebaseerd op de raming van het bbp 2026 uit de MEV en op de begrotingstotalen 2025 van gemeenten en provincies.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
32
betreffende deelnemende individuele decentrale overheid wordt toegerekend. Een deel van het EMU-saldo van de gemeenschappelijke regelingen maakt dus onderdeel uit van het EMU-saldo van de deelnemende decentrale overheden. 4.4
Stand van zaken onderzoeksagenda verdeelmodel algemene uitkering
Op 7 februari jl. zijn beide Kamers geïnformeerd over de inmiddels afgeronde onderzoeken met betrekking tot het verdeelmodel en hoe het vervolgtraject verder vorm te geven 10. Bij de verdere analyses zal aandacht zijn voor, zonder uitputtend te zijn, specifieke groepen van gemeenten zoals grote en kleine gemeenten (G4, 100.000 plus, kleine gemeenten), mate van stedelijkheid/bebouwingsdichtheid, groei- en krimpgemeenten, instellingsgemeenten, toeristengemeenten, universiteitssteden en industriesteden, structuurkenmerken (gemeenten met veel jongeren of ouderen, gemeenten met veel lage of hoge inkomens, gemeenten met veel laag of hoog opgeleiden, gemeenten met veel of weinig werkenden. Verder is in deze brief ingegaan op het ingroeipad, waarbij expliciet aandacht zal zijn voor gemeenten met een beperkte financiële draagkracht en met een relatief hoog aantal inwoners met een lage sociaal economische status. 4.5
‘Weeffout’ Jeugdzorg
Bij de decentralisatie van de jeugdzorg is de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg overgegaan van de provincies naar de gemeenten. In het bestuursakkoord 2011-2015 11 is vastgelegd dat er € 90 miljoen van het provinciefonds werd overgeheveld naar het gemeentefonds. De uitname was gebaseerd op het aantal jongeren op dat moment. Bij de berekening van de bedragen is geen rekening gehouden met het feit dat de steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag zelf al verantwoordelijk waren voor de jeugdzorg. Hierdoor is er destijds € 10 miljoen structureel teveel overgeheveld van het provinciefonds naar het gemeentefonds. Deze ‘weeffout’ zal bij de eerstvolgende budgettaire gelegenheid meerjarig worden hersteld. In ieder geval wordt bij Najaarsnota de boeking voor het jaar 2025 verwerkt. Uiterlijk bij Voorjaarsnota 2026 zal de boeking voor het jaar 2026 en verder worden gedaan. Uiterlijk bij Voorjaarsnota 2026 zal de boeking voor het jaar 2026 en verder worden gedaan. 4.6
Landelijke Vreemdelingen Voorziening
Het pilot-programma voor de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) had oorspronkelijk een looptijd van 2019 tot en met 2021. In overleg met gemeenten en de VNG is besloten de pilot te verlengen tot en met 31 december 2024. Het kabinet heeft besloten de Rijksbijdrage, waarvan een gedeelte ten laste kwam van de algemene uitkering van het gemeentefonds, aan de LVV, stop te zetten vanaf 2025 12. In deze brief is tevens opgemerkt dat gemeenten de mogelijkheid hebben om onderdak voor niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen zelfstandig te financieren.
Kamerstukken II, 2024-2025, 36 600, B, nr. 24 Kamerstukken II 2010-2011, 32749, nr. 1 12 Kamerstukken II, 2024-2025, 19637, nr. 3326 10 11
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
33
Naar aanleiding van deze brief heeft de VNG, met instemming van haar leden, de fondsbeheerders verzocht om voor het jaar 2025 nog eenmaal het bedrag van circa € 9 miljoen hiervoor uit de algemene uitkering van het gemeentefonds te nemen en middels een decentralisatie-uitkering aan de desbetreffende vijf gemeenten te verstrekken. Dit met het oog op de leefbaarheid en een ordentelijke afbouw van de pilots. Gezien de mogelijkheid die aan gemeenten is gegeven om onderdak voor niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen zelfstandig te financieren en dat middelen in het gemeentefonds beleids- en bestedingsvrij zijn, zal dit verzoek in de decembercirculaire 2025 worden verwerkt. De verdeling van de middelen zal in overleg met de VNG worden bepaald. 4.7
Wegenbeheer
Het groeipercentage voor de bijdragen van gemeenten aan het beheer van gemeentelijke wegen door waterschappen bedraagt voor de jaren 2025 en 2026 respectievelijk 4,20% en 2,77%. Sinds 1993 dient een aantal gemeenten op grond van de artikelen 22 en 24 van de Wet herverdeling wegenbeheer (WHW) een uitkering te verstrekken aan een waterschap voor het beheer van wegen. De hoogte van de uitkering is vastgelegd in het Besluit bijdrage vergoeding wegenzorg. Jaarlijks wordt zij bijgesteld op basis van gegevens van het CPB. Voor het jaar 2025 wordt het groeipercentage definitief vastgesteld op 3,0% (niet afgerond: 2,99%). Dit is het saldo van de raming voor 2025 (naar huidig inzicht 4,20%) en de nacalculatie over 2024 (-1,21%). Voor het jaar 2026 wordt het groeipercentage voorlopig vastgesteld op 2,77%. Dit komt overeen met de huidige raming van de prijsstijging van de overheidsconsumptie in het jaar 2025. 4.8
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl
De gegevens in de online database met informatie over de financiën van decentrale overheden (www.findo.nl) worden op regelmatige basis geactualiseerd. De Iv3-data, zoals die door gemeenten en provincies zijn aangeleverd bij het CBS, zijn bijgewerkt tot en met de begroting van 2025 en de jaarrekeningen van 2024. Door deze informatie en openbare documenten op één plaats beschikbaar te stellen, wil het ministerie van BZK bijdragen aan de transparantie en openbaarheid van de financiën van decentrale overheden. De gegevens uit deze circulaire zullen zo spoedig mogelijk worden verwerkt, zodat u de meest actuele stand kunt raadplegen. 4.9
Jaarlijkse weging decentralisatie- en integratie-uitkeringen
In artikel 13, lid 5, van de Financiële-verhoudingswet wordt bepaald dat jaarlijks, in overleg met de ministers die het aangaat, wordt bezien of een decentralisatie- en/of integratieuitkering (DU/IU) kan worden overgeheveld naar de algemene uitkering. Het gemeentefonds kent nog enkele integratie-uitkeringen.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
34
De invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe objectieve verdeelmodel beschermd wonen (BW), eerder voorzien voor 1 januari 2026, is uitgesteld (zie paragraaf 4.4 van de septembercirculaire 2024). Van de IU participatie blijven de onderdelen Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en Nieuw begeleiding beschut werk vooralsnog bestaan. In overleg met het ministerie van SZW zal worden gekeken hoe hiermee in de toekomst om te gaan. Voor de decentralisatie-uitkeringen is in tabel 3.2.2 te zien dat de meeste niet structureel zijn. Omzetting naar integratie-uitkering of algemene uitkering is voor die uitkeringen dan ook niet aan de orde. Voor de overige (structurele) decentralisatie-uitkeringen geldt dat deze niet aan alle gemeenten worden uitgekeerd en/of nu nog niet kunnen worden verdeeld via de maatstaven van de algemene uitkering. Van de nog niet eerder in een begroting opgenomen decentralisatie-uitkeringen wordt bij ontwerpbegroting 2027 bezien of ze kunnen worden omgezet naar een integratie-uitkering of algemene uitkering. 4.10