CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 1 november 2023, gemeente Ooststellingwerf24.241 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Van de mensen uit de cohortstudie is iets minder dan de helft uitgestroomd. In 34% van de gevallen was dat naar werk, in 66% van de gevallen was dat om een andere reden. Een positief resultaat in de zin van de Participatiewet is natuurlijk allereerst uitstroom naar betaald werk. Maar ook als mensen niet uitstromen kan er succes zijn: mensen verrichten dan bijvoorbeeld onbetaald werk (leerwerkplek bijvoorbeeld, trede 4 op de

3 Met een cohortstudie wordt een groep mensen door de tijd gevolgd.

9

participatieladder) of hebben betaald werk, maar worden daarbij nog ondersteund met begeleiding of er is sprake van een loonkostensubsidie (trede 5 op de participatieladder). Tenslotte is ook een positief resultaat dat mensen door de inzet van de begeleiding stijgen op de participatieladder en meer meedoen in de samenleving. Hieronder de belangrijkste resultaten per doelgroep, met meer informatie en uitwerking in Factsheet 3. Van inwoners in de groep ‘kansrijk’ wordt uitstroom naar betaald werk binnen 2 jaar verwacht. Ook van doorstromers wordt uitstroom naar betaald werk verwacht, maar dan op langere termijn. Van het cohort is 58% van de kansrijken uitgestroomd naar betaald werk en 28% van de doorstromers. Van de aandachtsgroep is 9% uitgestroomd naar betaald werk. Laatst geregistreer de doelgroep

Doel

Stijging op participatieladd er (als min. één trede bekend is)

Onbetaald werk / betaald werk met ondersteuni ng

Uitgestroo md naar werk (tussen 1-12019 en 111-2022)

Kansrijk

Uitstroom naar werk

67%

12%

58%

Doorstroom

Stijging op de participatiela dder en uitstroom op langere termijn

51%

20%

28%

Aandachtsgroep

Stijging op de participatiela dder en uitstroom op lange termijn

35%

8%

9%

Rijen tellen op tot meer dan 100% omdat iemand kan stijgen op de participatieladder en betaald of onbetaald werk kan vinden.

In de Factsheet 4 is ook te vinden welke resultaten er per traject zijn behaald. Daarin is zichtbaar dat binnen de aandachtsgroep alle trajecten worden ingezet en dat de resultaten per traject verschillen. Bevindingen over de ervaringen van de doelgroep Met 16 inwoners is een telefoongesprek gevoerd om hun ervaringen met de medewerkers en instrumenten te achterhalen. Op basis van de gesprekken kunnen drie verschillende persona’s onderscheiden worden die typerend zijn voor de doelgroep die al langer een uitkering heeft (zie de figuur: de stemmen van Ooststellingwerf). Een deel van de inwoners met een bijstandsuitkering heeft geen perspectief op werk of activering en ondersteuning van de gemeente helpt niet en wordt niet gewaardeerd. Een ander deel heeft ook geen perspectief op werk (bijvoorbeeld bijna toe aan pensioen) en de inzet van de gemeente voelt overbodig, maar ze zijn wel dankbaar voor de ondersteuning die er is. Een laatste deel van de inwoners bestaat uit mensen die de ondersteuning van de gemeente nodig hebben, er blij mee zijn en daardoor ook echt actiever worden. Het contact van de inwoners met de coach bestaat vooral uit het informeren hoe het gaat en het bespreken van het plan of de activiteiten. Af en toe is er ook administratief contact en in een tweetal gevallen is er geen contact geweest. Het merendeel geeft aan regelmatig contact te hebben.

Over het algemeen zijn de inwoners positief over de gebiedsteammedewerker en over de inzet van de gemeente in het algemeen.

10

Tevredenheid

over de medewerker

over de gemeente

Zeer tevreden

5

3

Tevreden

7

7

Ontevreden

1

3

Zeer ontevreden

3

2

Vijf van de ondervraagde inwoners zijn naar eigen zeggen actiever geworden, vier van hen geven aan dat dat (mede) komt door de bemoeienis van de gemeente. Acht inwoners zijn even actief gebleven en drie zijn minder actief geworden. Mensen vonden het ingewikkeld om aan te geven in welk traject ze zitten, bij doorvragen bleek toch de meerderheid van de inwoners dat wel correct te kunnen benoemen en de inwoners zijn ook positief over hoe het traject aansluit bij wat ze nodig hebben.

11

12

Bevindingen over de ervaringen van werkgevers In het totaal hebben 25 werkgevers de enquête ingevuld. Over het algemeen zijn de werkgevers tevreden of zeer tevreden over zowel de instrumenten (loonkostensubsidie, banenafspraak banen, regulieren plekken, leerwerkplekken), hoogte van de vergoedingen, als het proces van aanvragen en de administratieve afhandeling. Een enkeling is minder tevreden. De werkgevers hebben het meeste contact met de jobcoach. Het contact is ook afhankelijk van het soort instrument: soms is er ook contact met de medewerker van de praktijkschool of een loonwaarde-expert. Ook over het contact en de samenwerking zijn de werkgevers over het algemeen tevreden tot zeer tevreden, een enkeling had meer contact willen hebben na de plaatsing. Op de vraag of er constructief wordt samengewerkt is bijna iedereen positief, al is het soms wel complex als er ook nog thuisbegeleiding is. De gemeente valt positief op door de actieve houding en het makkelijke contact. Werkgevers bieden vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid een plek aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Soms is het een expliciet doel van een werkgever, soms wordt het gedaan omdat het voor iedereen meerwaarde heeft of omdat het in het bedrijf goed past. ‘Ik vind het fijn om deze mensen een perspectief te bieden op de arbeidsmarkt’.

Werkgevers zijn realistisch over wat het oplevert: het draagt enigszins bij aan het vervullen van vacatures, maar gemiddeld genomen heeft deze groep veel begeleiding nodig.

6

Conclusies

Het antwoord op de onderzoeksvraag is in het kort: zowel werkgevers als inwoners zijn gemiddeld genomen tevreden over de ondersteuning door de gemeente bij het begeleiden naar werk (betaald/onbetaald). De doelen zijn niet altijd even relevant geformuleerd en daarmee is ook de informatie aan de raad niet

altijd relevant, maar wel in lijn met de gestelde doelen. De wijze van registreren en de administratie maakt het geven van meer relevante informatie wel mogelijk. Hieronder worden de conclusies puntsgewijs opgesomd:  Er is een actuele en consistente visie op de uitvoering van de Participatiewet in het kader van de visie op de samenleving. Het beleid is uitgewerkt in meetbare prestaties waarover in de Monitor Sociaal Domein wordt gerapporteerd aan de raad in de volgorde van de gestelde doelen.  Niet over alle doelen is specifieke en duidelijke informatie beschikbaar. Daardoor kan de raad niet op alle doelen de voortgang volgen. De administratie bevat wel meer relevante gegevens die de raad kunnen helpen bij het sturen op de gewenste effecten.  Er is actueel beleid voor het samenwerken met de werkgevers in de regio. Per ketenpartner verschilt de samenwerking, maar men kan elkaar steeds beter vinden.  De prestaties waarover de medewerkers rapporteren aan de raad zijn geformuleerd op het niveau van de doelgroep. De medewerkers geven daarover aan dat dat geen relevant zicht biedt op de mogelijkheden en variatie binnen de grote aandachtsgroep. De trajecten geven volgens de medewerkers een beter beeld van de mogelijkheden van de inwoners.

 De verschillende programma’s en projecten zijn vrij beschikbaar voor medewerkers om in te zetten bij iedere doelgroep en dat is afdoende en te managen door de medewerkers.  De wijze van registreren van de instrumenten maakt het niet mogelijk om op basis van de administratie uitspraken te doen over het effect van specifieke instrumenten of projecten. Wel is het mogelijk om het resultaat van de ingezette trajecten in beeld te brengen. Van de trajecten kan op basis van de administratie in beeld gebracht worden op

13

7

welke termijn mensen uitstromen of in welke mate mensen stijgen op de participatieladder. De gemeente heeft goed zicht op de doelgroep en onderhoudt contact met hen - de registraties kloppen met de praktijk en laten geregeld contact en aanpassingen in het systeem zien. De werkgevers werken uit maatschappelijke verantwoordelijkheid mee en zijn tevreden over de inzet van de gemeente. Ze hebben realistische verwachtingen van de doelgroep. Als het gaat om de resultaten m.b.t. uitstroom, is de invloed van de gemeente beperkt. De belangrijkste redenen voor instroom/uitstroom zijn niet te beïnvloeden door de gemeente. Maar een klein deel van de uitkeringsgerechtigden kan makkelijk doorstromen naar werk - van de 526 inwoners in het bestand zijn tussen 2019 en 2022 80 inwoners uitgestroomd naar werk. De inzet van de gemeente heeft wel effect, er is uitstroom en iets meer dan een derde van de inwoners stijgt op de participatieladder en doet dus meer mee in de maatschappij.

2. Gebruik de in de administratie beschikbare gegevens op een dusdanige manier dat er meer zicht wordt verkregen op de behaalde resultaten. Wanneer je resultaten van trajecten of verschuiving van trede op de participatieladder bijhoudt is het inzicht in wat je bereikt met de gemeentelijke inzet groter dan wanneer je kijkt naar resultaten per doelgroep. Daarbij raden we aan doelen in termen van percentages per traject, verschuiving van trede op de participatieladder of termijn van uitstroom te formuleren. 3. Geef het college de opdracht om medewerkers in te zetten passend bij de doelen die zijn geformuleerd op het gebied van contact en begeleiding van de inwoners passend bij het traject waarin ze zijn ingedeeld.

Aanbevelingen

De rekenkamercommissie komt op basis van het onderzoek tot de volgende aanbevelingen voor de gemeenteraad: 1. Formuleer realistische doelen, passend bij het idee dat de participatiewet minder over werk en meer over sociale activering gaat. Heroverweeg daarbij de indeling in doelgroepen. Ons inziens is een indeling in trajecten nuttiger en geeft beter inzicht in het participatievermogen van het bestand inwoners met een bijstandsuitkering.

14

Bijlage 1 - Benchmark Ooststellingwerf vs Weststellingwerf

uitstromen naar werk, dan blijf je ook langer in de uitkering dan in Ooststellingwerf.

De vergelijking tussen Ooststellingwerf en Weststellingwerf biedt een aantal interessante inzichten. Ooststellingwerf heeft actueel en samenhangend beleid en een heldere monitoring van de gestelde doelen waar de raad informatie over ontvangt. In Weststellingwerf is het beleid niet meer actueel en zijn er nieuwe doelen gevonden in uitvoeringsdocumenten, de raad ontvangt over de doelen en doelbereiking geen informatie. De uitvoering is wel weer goed doordacht en strak ingeregeld: per profiel zijn er in te kopen instrumenten. Hoewel de beleidskwaliteit in Ooststellingwerf goed is, is de gekozen indeling in doelgroepen minder relevant als het gaat om het meten van resultaten van de doelgroep. In Weststellingwerf is de indeling in profiel wel een goede voorspeller van de te verwachten resultaten. Hoewel de beide gemeenten elkaar op succes niet veel ontlopen, zijn er wel wat verschillen zichtbaar. Ooststellingwerf boekt de meest positieve resultaten bij de aandachtsgroep, Weststellingwerf bij de doelgroep naar werk. Ooststellingwerf heeft een doelgroep die gemiddeld lager scoort op de participatieladder. Vanuit de visie op samenleven zetten de medewerkers in op contact met alle inwoners. Die aandacht betaalt zich uit in resultaat bij de doelgroep die laag op de participatieladder staat.

Bij Weststellingwerf wordt er sterk ingezet op contact met werkgevers en worden veel instrumenten ingezet bij de doelgroep naar werk. Er is een hogere doorstroom: er stromen meer mensen in, maar als ze met ondersteuning kunnen werken zijn ze er sneller weer uit. Kun je niet

15

Gemeente Ooststellingwerf

Gemeente Weststellingwerf

 Recente beleidsdocumenten over participatie met heldere doelen  Heldere lijn van beoogd effect, doelen, inspanning, indicatoren en streefcijfers

 Geen actueel en samenhangend beleid voor participatie  In uitvoeringsdocumenten zijn doelen te vinden, deels voorzien van indicatoren en streefcijfers

 Monitor Sociaal Domein twee keer per jaar  Informatie aan de hand van de doelen  Niet alle doelen zijn meetbaar

 Monitor Sociaal Domein twee keer per jaar  Informatie sluit niet aan op de doelen  Informatie geeft geen zicht op effecten

 Maatwerk door medewerkers  Registratie beperkt aantal instrumenten  Inkoop op basis van wenselijkheid  Indeling in drie doelgroepen: aandachtsgroep, doorstromer, kansrijk  Indeling is geen voorspeller voor inzet of resultaat  Inzet op contact met de hele doelgroep  Uitstroom naar werk is minder hoog  Stijging op de participatieladder bij alle doelgroepen

 Maatwerk door medewerkers  Registratie van veel instrumenten/trajecten  Inkoop strak geregeld, voorziening per profiel  Indeling in vijf profielen: naar werk, op weg naar werk, in beweging (werk), in beweging en actief, beschut werk  Indeling is een goede voorspeller voor inzet en resultaat  Minder registraties en minder contact met een deel van de doelgroep  Positieve resultaten bij de uitstroom naar werk  Stijging op de participatieladder minder sterk 16

Bijlage 2 - Monitor sociaal domein Doelen uit Doe Agenda B 20212024

Monitor SD (eerste helft 2022)

Cohortstudie Parma Groep

B1. We plaatsen jaarlijks minimaal 20 kansrijken, 50 doorstromers en 30 uit de aandachtsgroep (BAB) en creëren minimaal 15 werkervaringsplekken binnen onze eigen organisatie.

Getoond: aantal uitkeringsgerechtigden in de P-wet per jaar, peildatum 30-6-2022: 480.

Op 1-1-2019 waren er 526 uitkeringen met een hoofdkostwinner. 26 hoofdkostwinners daarvan zijn geplaatst in de groep kansrijk, 94 in doorstromer, 345 in aandachtsgroep. Van 61 uitkeringen is geen doelgroep geregistreerd.

Opmerking: De absolute aantallen bijstandsgerechtigden (kansrijk, doorstromers, aandachtsgroep) dat is uitgeplaatst kunnen we op dit moment helaas niet vermelden. Het is namelijk zo dat we (nog) geen onderscheid kunnen maken tussen mensen die een uitkering hebben en kansrijk zijn en mensen die nog in onze systemen zitten die geen uitkering meer hebben maar werken met loonkostensubsidie (LKS). Deze groepen staan allebei op trede 6 en geeft hierdoor een vertekend beeld. Er wordt nog aan gewerkt in dit apart in beeld te krijgen.

80 hoofdkostwinners van de 526 uitkeringen zijn uitgestroomd naar werk in de periode 1-1-2019 tot 1-11-2022 (bijna 4 jaar). 17 hoofdkostwinners zijn uitgestroomd met de reden 'oorzaak bij partner' (wat werk van de partner zou kunnen zijn). De 80 hoofdkostwinners die zijn uitgestroomd naar werk in bijna 4 jaar zijn als volgt ingedeeld: kansrijk (15), doorstromer (26), aandachtsgroep (31) en geen registratie (8).

17

Doelen uit Doe Agenda B 20212024

Monitor SD (eerste helft 2022)

Cohortstudie Parma Groep

B2. In de jaren 2020-2024 is er jaarlijks 10% minder instroom naar de bijstand.

Getoond: aantal inwoners dat instroomt in de P-wet, peildatum 30-6-2022

Geen data over instroom

Instroom is 147 (2019), 133 (2020), 116 (2021) en 43 (eerste helft 2022) Conclusie: We zien in lijn met de landelijke ontwikkelingen dat het aantal uitkeringsgerechtigden (Pwet) weer is gedaald en de instroom in de bijstand is relatief laag door de gunstige arbeidsmarktsituatie. Er zijn nu voor het vierde jaar op rij minder inwoners waaraan we bijstand verstrekken. Dat betekent dat mensen die dat kunnen, deelnemen aan de arbeidsmarkt.

B3. Van de inwoners die uitstromen uit de bijstand – P-wet naar werk blijft 90% minimaal een half jaar uit de bijstand.

Getoond: percentage uitstromers naar werk dat minimaal een half jaar uit de bijstand blijft

B4. Werkgevers weten met één druk op de knop alle arbeid gerelateerde regelingen en voorzieningen te vinden.

De acties om dit doel te bereiken zijn afgerond, dus werkgevers kunnen de regelingen met één druk op de knop vinden. Er is nog geen gestructureerde wijze van tevredenheidsmeting onder werkgevers. Daardoor hebben we hierover op dit moment geen gegevens.

Geen data over herinstroom

90,1% (2019), 92,1% (2020), 96% (2021) n.v.t.

18

Doelen uit Doe Agenda B 20212024

Monitor SD (eerste helft 2022)

Cohortstudie Parma Groep

B5. Alle bijstandsgerechtigden zijn in beeld en we kennen hun positie op de participatieladder.

Getoond: samenstelling van het totale bestand, aantal kansrijken (K), doorstromers (D) en aandachtsgroep (A) t.o.v. de gehele groep.

Van het gehele cohort 2019 (526) isvan 461 uitkeringen (88%) zowel de doelgroep als de trede op de participatieladder geregistreerd.

In de tabel staat verder dat K overeenkomt met trede 5 en 6, D met 3 en 4 en A met 1 en 2

Op 1-11-2022 waren 286 van de 526 uitkeringen nog niet uitgestroomd. Bij 31van deze uitkeringen (11%) is geen trede op de participatieladder geregistreerd.

K 6% D 25% A 69% (2018) K 28% D 34% A 38% (2021) K 36% D 31% A 33% (eerste helft 2022) Conclusie: We zien binnen de groep uitkeringsgerechtigden de gewenste verschuiving op de participatieladder. De aandachtsgroep, trede 1 en 2, daalt gestaag en zit medio 2022 op 36 % (eind 2021 nog 38 %). De groep die naar vermogen participeert groeit. 31 % van de bijstandsgerechtigden neemt deel aan maatschappelijke activiteiten of doet vrijwilligerswerk (doorstromers) en 33 % heeft betaald werk met of zonder begeleiding (kansrijken). In deze laatste groep zitten ook de mensen die gesubsidieerd aan het werk zijn. Die verstrekken we geen uitkering maar wel een loonkostensubsidie. B6. Alle bijstandsgerechtigden hebben een voorziening richting sociale activering en/of werk.

Geen gegevens

Van de kansrijken bevindt 67% zich op trede 5 of 6 Van de doorstromers bevindt 42% zich op trede 3 of 4 Van de aandachtsgroep bevindt 45% zich op trede 1 of 24 De laatst geregistreerde doelgroep van het cohort 2019: K 6% D 20% A 74%

Geen gegevens

4 Het is een wens van de uitvoering om de tredes apart in beeld te kunnen brengen omdat dit recht doet aan hun inzet.

19

Doelen uit Doe Agenda B 20212024

Monitor SD (eerste helft 2022)

Cohortstudie Parma Groep

B7. Alle bijstandsgerechtigden maken, naar vermogen, stappen op de participatieladder.

Getoond: aantal inwoners dat uitstroomt uit de participatiewet (peildatum 30-06-2022) en reden van uitstroom

Van het cohort 2019 is na 3 jaar en 10 maanden de volgende uitstroom gerealiseerd: Uitgestroomd naar werk: 80 Anders uitgestroomd: 160 Niet uitgestroomd: 286

Uitstroom: 135 (2019), 122 (2020), 136 (2021), 49 (eerste helft 2022) Reden uitstroom is arbeid in dienstbetrekking: 39 (2020), 46 (2021), 8 (eerste helft 2022)

Van het cohort 2019 is de volgende beweging op de participatieladder geregistreerd: Geen gegevens of 1 registratie: 173 (33%) Daling op de ladder: 87 (17%) Gelijk op de ladder: 78 (15%) Gestegen op de ladder: 188 (36%)

20

Bijlage 3 - Geraadpleegde documenten Collegeakkoord 2022 Programmabegroting 2021 Programmabegroting 2022 Visie op samenleven 2020-2024 Doelenboom Visie op samenleven 2021-2024 Doe Agenda B Doe Agenda C Visie op Inclusie Iedereen doet Mee 2020-2021 Op weg naar een inclusief Ooststellingwerf 2019 -2021 Beleidsnota nieuwe Wet inburgering OWO 2022-2025 Beleidsnota Re-integratie en Participatie gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf 2015-2018 Verfijning beleidsnota Re-integratie en Participatie gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf 2015-2018 Jaarplan 2022 Arbeidsmarktregio Zuidoost Friesland (januari 2022) Beleidsnotitie en marktbewerkingsplan Werkgeversdienstverlening Ooststellingwerf en Weststellingwerf 2015-2018 Re-integratieverordening Participatiewet Ooststellingwerf 2017 Beleidsregel Jobcoach Participatiewet 2016 Beleidsregel Proefplaatsing Participatiewet 2016 Beleidsregel Werknemersvoorzieningen Participatiewet 2016 Beleidsregel boete sociale zekerheidswetten gemeente Ooststellingwerf 2022 Beleidsregels terugvordering -en invordering gemeente Ooststellingwerf 2022 Beleidsregels Verhaal Beleidswijzer Handboek Grip op Participatiewet Verordening Tegenprestatie 2015 Divosa benchmark 2021 Divosa benchmark 2022 Monitor sociaal domein 2021 Monitor sociaal domein eerste helft 2022

21

Bijlage 4 - Bestuurlijke reactie

22

1. Kenmerken hoofdkostwinners (A) Wanneer een (echt)paar een uitkering ontvangt, dan is er sprake van twee uitkeringsgerechtigden, maar van één uitkering. In het geval van een paar bepaalt bepaalt de wet (deel inkomen) wie van het paar de hoofdkostwinner is. Voor de cohortstudie zijn gegevens over de uitkeringen en over de hoofdkostwinner verstrekt. Op 1 januari 2019 waren er 526 uitkeringen en dus ook 526 hoofdkostwinners (verder genoemd: inwoners). Het gebiedsteam schat in of de inwoner snel kan uitstromen naar betaald werk en deelt deze op basis daarvan in in een doelgroep: aandachtsgroep (uitstroom op lange termijn), doorstromer (uitstroom na een versterkend traject, zoals educatie) of kansrijk (uitstroom binnen 2 jaar). Het gebiedsteam registreert verder op welke trede van de participatieladder de inwoner zich bevindt (huidige situatie) en welk traject passend is voor de inwoner (doel voor de eerste 2 jaar).

Grafiek O1: geslacht

Grafiek O2: leeftijd op 1 januari 2019

Tabel O1: duur uitkering op 1 januari 2019

30%

20%

< 2 jaar

33%

2 tot 5 jaar

30%

5 tot 10 jaar

24%

meer dan 10 jaar

13%

10%

0 >6

-6 51

0

-5 41

0

-4 31

0

-3

t/m

Ongeveer de helft van de inwoners is man en de helft is vrouw.

0

0% 22

51%

21

49%

Op 1 januari 2019 was 69% van de inwoners met een bijstandsuitkering ouder dan 40 jaar. Bijna de helft was ouder dan 50 jaar.

Op 1 januari 2019 had een derde van het cohort korter dan 2 jaar een uitkering.

1. Kenmerken hoofdkostwinners (B) Grafiek O3: laatste registratie doelgroep

Tabel O2: gemiddelde duur uitkering op 1 januari 2019

Kansrijk 6%

Aandachtsgroep

5,7

Doorstromer 20%

Doorstromer

3,7

Kansrijk

2,6

De meeste inwoners zijn ingedeeld in de Aandachtsgroep (74%). De groep Kansrijk is het kleinst (6%). De gemiddelde duur van alle uitkeringen was op 1 januari 2019 5,3 jaar. Voor inwoners in de kansrijke groep is de duur van de uitkering gemiddeld het kortst, maar toch nog meer dan tweeëneenhalf jaar

Aandachtsgroep 74%

Grafiek O4: laatste geregistreerde trede op de participatieladder

Geïsoleerd Sociale contacten buitenshuis Deelname georganiseerde activiteiten Onbetaald werk

Als een inwoner zich ontwikkelt, registreert de gebeidsteammedewerker een nieuwe trede op de participatieladder, een inwoner kan daarom meerdere registraties hebben. Van 88% van de inwoners is minstens één trede op de participatieladder geregistreerd. In grafiek O3 is de laatst geregistreerde trede weergegeven. Geïsoleerd is de laagst participerende groep en Betaald werk de hoogst participerende groep.

Betaald werk met ondersteuning Betaald werk 0%

10% 20% 30% 40%

De meeste inwoners bevinden zich op trede 2 (26%) of trede 3 (31%) van de participatieladder.

2. Participatie per doelgroep Tabel 3 toont op welke trede de inwoners geregistreerd staan binnen elke doelgroep. De verwachting is dat inwoners in de groep Kansrijk hoger op de participatieladder staan dan inwoners in de groep Doorstromers. Doorstromers zouden dan weer hoger op de ladder moeten staan dan inwoners in de Aandachtsgroep. Uit de tabel blijkt dat tweederde van de inwoners in de groep Kansrijk staan op trede 5 of 6, van de Doorstromers is dat 40% en van de Aandachtsgroep 12%. 81% van de Aandachtsgroep bevindt zich op treden 1, 2 of 3 en 42% van de Doorstromers staat op treden 1, 2 of 3. Tabel O3: laatst geregistreerde trede participatieladder per doelgroep Trede

Aandachtsgroep

Doorstromer

Kansrijk

Geïsoleerd

14%

2%

-

Sociale contacten buitenshuis

31%

16%

13%

Deelname georganiseerde activiteiten

36%

24%

17%

Onbetaald werk

7%

18%

4%

Betaald werk met ondersteuning

7%

24%

29%

Betaald werk

5%

16%

38%

Totaal

100%

100%

100%

3. Resultaten (A) We definiëren drie positieve resultaten in de zin van de Participatiewet. Het eerste resultaat is uitstroom uit de bijstand naar betaald werk. Het tweede resultaat is onbetaald werk (trede 4 op de participatieladder) of betaald werk met ondersteuning (trede 5). Het derde positieve resultaat is een stijging op de participatieladder. Uitstroom uit de uitkering Op 1 januari 2019 waren er 526 uitkeringen. Op 9 november 2022 (ruim 3,5 jaar later) was 46% uitgestroomd uit de uitkering. Ruim de helft ontving op 9 november 2022 nog steeds een bijstandsuitkering. Van de 526 uitkeringen is na ruim 3,5 jaar 15% (80 inwoners) uitgestroomd naar werk, dat komt overeen met 34% van de uitgestroomden. 3% van de uitgestroomden (8 inwoners) is uitgestroomd naar een studie. 63% stroomt op een andere manier uit. De gemiddelde duur van de uitkering op het moment van uitstromen is 6,2 jaar. Als een inwoner uitstroomt naar werk is de gemiddelde duur 4,2 jaar.

Tabel O4: gemiddelde leeftijd bij uitstroom

Uitgestroomd naar werk

Anders uitgestroomd

Niet uitgestroomd

42,4

Tabel O5: reden beëindiging uitkering

Werk

34%

Bereiken AOW-gerechtigde leeftijd

20%

Verhuizen naar een andere gemeente

19%

Oorzaak bij partner

7%

Overige categorieën (aanvang studie, etc.)

20%

52,4

52,5

De gemiddelde leeftijd van inwoners die uitstromen naar werk is 10 jaar jonger dan van hen die niet uitstromen of anders uitstromen.

De meeste uitstroom komt door factoren waar de gemeente geen invloed op heeft. Vaak bereiken mensen de AOWgerechtigde leeftijd, verhuizen mensen of komen ze door het aangaan van een relatie uit de uitkering. Jongeren stromen vaker uit naar studie, mensen tussen de 22 en 50 stromen vaker uit naar werk en oudere mensen stromen het vaakst uit naar de AOW.

3. Resultaten (B) Tabel O6: uitgestroomd naar werk, onbetaald werk (trede 4) of betaald werk met ondersteuning (trede 5) per doelgroep

Anders uitgestroomd

Uitgestroomd naar werk

Trede 4 of 5

Niet uitgestroomd

Totaal

Aandachtsgroep

30%

9%

8%

52%

100%

Doorstromer

28%

28%

20%

24%

100%

Kansrijk

23%

58%

12%

7%

100%

Meer dan de helft van de Aandachtsgroep is na ruim 3,5 jaar nog niet uitgestroomd uit de bijstand. De meeste Aandachtsgroepers die uitstromen, stromen uit naar iets anders dan betaald werk. Van de Doorstromers is na ruim 3,5 jaar ongeveer een kwart uitgestroomd naar betaald werk en nog eens ruim een kwart is anders uitgestroomd. 20% van de Doostromers is na ruim 3,5 jaar niet uitgestroomd naar werk, maar doet onbetaald werk (leerwerkplek, stage et cetera) of verricht betaald werk met ondersteuning (meestal loonkostensubsidie en/of jobcoaching). Meer dan de helft van de inwoners in de doelgroep Kansrijk is zoals verwacht uitgestroomd naar werk, bijna een kwart is anders uitgestroomd. 7% van de groep Kansrijk is na ruim 3,5 jaar nog niet uitgestroomd uit de bijstand en verricht ook geen onbetaald werk of betaald werk met ondersteuning.

3. Resultaten (C) Grafiek O4: beweging op de participatieladder

Tabel O7: gemiddelde leeftijd bij beweging op de participatieladder

Geen trede bekend 12% Stijging participatie 36%

Eén trede bekend 21%

Participatie gelijk 15%

Daling

52,3

Gelijk

53,0

Stijging

47,8

Daling participatie 16%

Van 88% van de inwoners is minstens 1 trede op de participatieladder geregistreerd. Van 67% van de inwoners is meer dan één trede geregistreerd. Als meer dan één trede is geregistreerd is er vaker sprake van een stijging op de participatieladder dan van een daling.

Inwoners die stijgen op de participatieladder zijn gemiddeld jonger dan de andere inwoners.

Vergelijking kenmerken gemeenten

Kengetal

Ooststellingwerf

Weststellingwerf

Friesland

Personen met een bijstandsuitkering (per 10.000 inwoners) 2021

340

302

437

Huishoudens met een bijstandsuitkering (% van totaal) 2022

4,1%

3,5%

5,0%

Ooststellingwerf

Weststellingwerf

Nederland

Inwoners met loonkostensubsidie (% van inwoners met bijstand)

15,0% (2021) 16,1% (2022)

16,1% (2021)

6,2% (2021) 6,6% (2022)

Inwoners met part-time werk (% van inwoners met bijstand)

8,8% (2021) 8,3% (2022)

9,2% (2021)

7,2% (2021) 7,3% (2022)

Inwoners met re-integratievoorziening (% van inwoners met BUIG-uitkering)

65%

87%

54%

Bron: waarstaatjegemeente.nl

Kengetal

Bron: Divosa benchmark

Vergelijking kenmerken hoofdkostwinners Hoofdkostwinners op 1 januari 2019

Ooststellingwerf

Weststellingwerf

Geslacht = man

49%

43%

Leeftijd > 40 jaar

69%

67%

Gemiddelde leeftijd

47 jaar

46 jaar

Langer dan 5 jaar bijstand

37%

38%

Gemiddelde duur bijstand

5,3 jaar

5,7 jaar

Laatst geregistreerde trede op de participatieladder Ooststellingwerf

Weststellingwerf

Geïsoleerd / sociale contacten Deelname georganiseerde activiteiten Onbetaald werk Betaald werk met ondersteuning Betaald werk

Bron: Back-office OWO, bewerking door Parma Groep

0

10

20

30

40

Vergelijking resultaten

Ooststellingwerf

Weststellingwerf

uitgestroomd uit de uitkering

46%

50%

uitgestroomd naar werk

15%

19%

gemiddelde leeftijd bij uitstroom naar werk

42 jaar

42 jaar

gemiddelde duur uitkering bij uitstroom naar werk

4,2 jaar

3,7 jaar

gemiddelde duur uitkering als niet uitgestroomd op 1-11-2022

9,5 jaar

10,7 jaar

Resultaten op 1 november 2022

Bron: Back-office OWO, bewerking door Parma Groep

Raadsvoorstel Commissievergadering Titel Onderwerp Portefeuillehouder/Teamleider Extern zaak ID (zaakcode)

: : : : :

Samenleving Onderzoeksrapport RKC uitvoering Participatiewet Onderzoeksrapport RKC uitvoering Participatiewet Presidium/A. Hensen

Voorgesteld besluit 1. De aanbevelingen van de rekenkamercommissie in het onderzoeksrapport ‘Uitvoering Participatiewet Ooststellingwerf’ over te nemen, zijnde; a. realistische doelen te formuleren, passend bij het idee dat de Participatiewet minder over werk en meer over sociale activering gaat; b. de in de administratie beschikbare gegevens op een dusdanige manier te gebruiken dat er meer zicht wordt verkregen op de behaalde resultaten; c. het college de opdracht te geven om medewerkers in te zetten passend bij de doelen die zijn geformuleerd op het gebied van contact en begeleiding van de inwoners passend bij het traject waarin ze zijn ingedeeld.

Openbaar Ja, passief via openbaar verslag

Inleiding De rekenkamercommissie Ooststellingwerf heeft onderzoek gedaan naar de uitvoering van de Participatiewet in Ooststellingwerf. Het doel van de Participatiewet is om zoveel mogelijk mensen naar werk toe te leiden. De beleidsvrijheid van gemeenten in de uitvoering van de wet is beperkt. De raad heeft wel de beleidsvrije keuze welke doelgroepen worden onderscheiden en welke instrumenten per doelgroep worden ingezet. Het college bepaalt hoe dat gebeurt. In tijden van veel werkgelegenheid, bestaat de groep uitkeringsgerechtigden voor een groot deel uit mensen met veel afstand tot de arbeidsmarkt. Bij deze groep is het doel van de wet bereikt als zij meer actief worden in de samenleving, door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk te doen of een beperkt aantal uren betaald werk te verrichten. Dat past ook bij het principe van de Participatiewet - mensen activeren om mee te doen.

Argumenten 1.1 De rekenkamercommissie is een instrument van en voor de raad De gemeenteraad heeft een rekenkamercommissie ingesteld ter ondersteuning van de kaderstellende en controlerende taak. De rekenkamercommissie richt zich op rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid en beheer. De rekenkamercommissie van Ooststellingwerf is een personele unie met de rekenkamercommissies van Weststellingwerf en Opsterland, met een externe voorzitter en externe leden. De rapporten die zij schrijft biedt zij aan het college van burgemeester en wethouders aan voor een bestuurlijke reactie. Deze bestuurlijke reactie wordt integraal opgenomen in het rapport. De uiteindelijke ontvanger van het rapport is de gemeenteraad. Het is aan de gemeenteraad om te bepalen in hoeverre de raad zich kan vinden in het rapport, de conclusies en de aanbevelingen. Het is tevens aan de gemeenteraad om te bepalen welke opdracht aan het college wordt meegegeven.

Vervolg De aanbevelingen worden opgenomen in de voortgangslijst, zodat de raad hier toezicht op kan houden.

De fractievoorzitters van de raad van de gemeente Ooststellingwerf, Henk Dongstra Lisa Edema Bart Polpe Thomas Wiebe Swart Sierd van Weperen Ben Oostra Marcel Moes Berend Leistra Ignas Minnema

Bijlagen 1. 2.

Brief RKC aanbieden onderzoeksrapport uitvoering Participatiewet Uitvoering Participatiewet Ooststellingwerf - eindrapport

Geheime stukken Geen

Extern zaak ID (zaakcode) : De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr.

Besluit 1. De aanbevelingen van de rekenkamercommissie in het onderzoeksrapport ‘Uitvoering Participatiewet Ooststellingwerf’ over te nemen, zijnde; a. realistische doelen te formuleren, passend bij het idee dat de Participatiewet minder over werk en meer over sociale activering gaat; b. de in de administratie beschikbare gegevens op een dusdanige manier te gebruiken dat er meer zicht wordt verkregen op de behaalde resultaten; c. het college de opdracht te geven om medewerkers in te zetten passend bij de doelen die zijn geformuleerd op het gebied van contact en begeleiding van de inwoners, passend bij het traject waarin ze zijn ingedeeld.

Besloten in de openbare vergadering van 31 oktober 2023. , griffier.

, voorzitter.

Raadsvoorstel Commissievergadering Titel Onderwerp Portefeuillehouder/Teamleider Extern zaak ID (zaakcode)

: : : : :

Ruimte Circulaire Uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf Circulaire Uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf Gerben But en Jan van Weperen 0085183290

Datum collegevergadering 19-09-2023

Voorgesteld besluit 1. De Circulaire Uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf vast te stellen

Openbaar Ja, passief via openbaar verslag

Inleiding In de Samenwerkingsagenda 2022 – 2026 is het thema circulaire economie benoemd. In hoofdstuk 4, paragraaf 4.3 is het thema ‘Duurzaamheid: circulaire economie’ benoemt als B-onderwerp. In de Samenwerkingsagenda verzoekt de raad het college om met een strategie te komen voor een circulaire en biobased economie in Ooststellingwerf waarin nadrukkelijk aandacht is voor versnelling van deze ontwikkeling. Ook heeft de gemeenteraad eind juni 2021 heeft het Programma Duurzaam Ooststellingwerf vastgesteld. Eén van de drie centrale thema’s in dit programma is het bevorderen van een circulaire economie. In het Programma Duurzaam Ooststellingwerf is het opstellen van een uitvoeringsstrategie benoemd als actie om focus aan te brengen in de uitvoering op het thema circulaire economie. Op 9 mei 2023 is de concept Circulaire Uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf ter consultatie besproken in de raadscommissie Ruimte. De gemaakte opmerkingen zijn verwerkt in de voorliggende versie van de Circulaire Uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf.

Argumenten 1.1 Opstellen Uitvoeringsstrategie Circulaire Economie is B-dossier in Samenwerkingsagenda 2022 – 2026 Het opstellen van een strategie voor circulaire economie is benoemd als B-dossier in de Samenwerkingsagenda 2022 – 2026. Hierdoor is dit onderwerp van politiek belang en geeft de gemeenteraad aan dat het opstellen van de uitvoeringsstrategie door het college kan worden voorbereid op basis van enkele door de raad meegegeven aandachtspunten. De conceptversie van de uitvoeringsstrategie is op 9 mei 2023 besproken in de raadscommissie Ruimte. Opmerkingen en aandachtpunten uit deze consultatie zijn verwerkt in de laatste versie. 1.2 Opstellen Uitvoeringsstrategie Circulaire Economie is benoemd als actie in het Programma Duurzaam Ooststellingwerf. Eén van de drie centrale thema’s in dit programma is het bevorderen van een circulaire economie. Het opstellen van een strategie voor uitvoering op het thema circulaire economie is benoemd als actie in het Programma Duurzaam Ooststellingwerf.

1.3 Aanbevelingen uit evaluatie Programma Biobased Economy (BBE) zijn meegenomen in uitvoeringsstrategie. Het programma Programma Biobased Economy (BBE) is eind 2020 afgerond en vervolgens geëvalueerd. Deze evaluatie is begin maart 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In deze evaluatie is geconcludeerd dat: • het uitvoeringsprogramma Biobased Economy veel heeft opgeleverd, zoals concrete projectresultaten en nieuwe samenwerkingen; • de gemeente Ooststellingwerf hiermee een beweging in gang heeft gezet voor het verankeren van Biobased Economy binnen de gemeente; • de evaluatie van het uitvoeringsprogramma Biobased Economy voldoende handvatten biedt voor verbetering van onze aanpak in de uitvoering; • voor optimaal rendement van onze investeringen in de afgelopen vier jaren het nodig is om continuïteit te borgen en door te gaan op ingeslagen inhoudelijke koers; • de uitdaging is Biobased Economy meer gemeengoed te maken binnen onze gemeente en hier onze inwoners goed bij te betrekken; De conclusies en aanbevelingen uit de evaluatie van het Programma Biobased Economy (BBE) zijn meegenomen als uitgangspunt voor het opstellen van het concept Uitvoeringsstrategie Circulaire Economie.

1.4 Input van ondernemers en onderwijs & kennisinstellingen Voor het opstellen van de uitvoeringsstrategie zijn we begonnen met het ophalen van input bij (circulaire) ondernemers uit Ooststellingwerf en onderwijs- en kennisinstellingen die nadrukkelijk bezig zijn met onderwijs, onderzoek en innovatie op het gebied van circulaire economie. Voor deze gesprekken hebben we de door de raad meegegeven aandachtspunten en de conclusies en aanbevelingen uit de evaluatie van het Programma Biobased Economy (BBE) als vertrekpunt genomen. De inzichten ondernemers, onderwijs en kennisinstellingen zijn verwerkt in het concept Uitvoeringsstrategie Circulaire Economie. In de raadscommissie Ruimte op 9 mei 2023 is gevraagd ook nog in gesprek te gaan met het Stellingwerf College en het CSG Liudger. Deze gesprekken hebben in juni plaatsgevonden en de opbrengst hiervan is meegenomen in de laatste versie van de Circulaire Uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf. 1.5 Toevoeging vanuit raadscommissie Ruimte op 10 oktober 2023 Tijdens de raadscommissie Ruimte op 10 oktober heeft wethouder Gerben But de volgende 3 adviezen meengenomen en verwerkt in dit voorstel: 1. Het gebruik van een materialenpaspoort bij gemeentelijke bouwprojecten, zoals nieuwbouw of verbouw van vastgoed. 2.

Na vaststelling van de Circulaire Uitvoeringsstrategie pakken we naast de in het plan benoemde acties ten aanzien van communicatie ook de communicatie op over de Circulaire Uitvoeringsstrategie zelf. Dit doen we samen met de Vereniging Circulair Fryslân. Zie ook het kopje ‘Publicatie voor bekendmaking’. 3. Voor de uitleg van de R-ladder hebben we voorbeelden gezocht die dichter bij de belevingswereld van onze inwoners staan, zie hieronder:

R-ladder De R-ladder is een ladder die bestaat uit tien treden die in het Engels allemaal met een ‘R’ beginnen. De tien treden bieden samen een hiërarchische volgorde van circulaire strategieën: R0 is het meest circulair en R9 het minst. Hieronder worden de tien strategieën toegelicht. R0: Refuse  Afwijzen Bij refuse wordt voorkomen of geweigerd dat grondstoffen en producten worden gebruikt. In deze strategie wordt daarom gefocust op het overbodig maken van producten. Met andere woorden: er worden geen producten meer aangeschaft die eigenlijk onnodig of overbodig zijn. Dit kan ‘consuminderen’ worden genoemd. Bijvoorbeeld: in plaats van het bezitten van een auto en daarmee reizen, kan gekozen worden om te reizen met het openbaar vervoer. Of als je kleding koopt, weiger je impulsieve aankopen te doen en kies je ervoor om alleen kleding te kopen die je echt nodig hebt. R1: Rethink  Heroverwegen Bij rethink wordt gefocust op omdenken: zijn er (meer) circulaire alternatieven? Omdenken is van belang in zowel het gebruik als het ontwerp van het product. Productgebruik kan worden geïntensiveerd door bijvoorbeeld producten te delen, maar het product kan ook ontworpen worden voor een langere levensduur of voor multifunctioneel gebruik. Bijvoorbeeld: het gebruik van deelmobiliteit (het delen van auto’s en fietsen).

Of in het geval van kleding heroverweeg je je koopgedrag en denkt na over de impact van fast-fashion op het milieu voordat je beslist om nieuwe kleding te kopen. R2: Reduce  Verminderen Bij reduce wordt gefocust op het verminderen van het grondstofgebruik. Het ‘niet’ gebruiken van grondstoffen en producten is namelijk het meest efficiënt. Daarnaast wordt gefocust op effectiever gebruik van grondstoffen door minder grondstoffen te verbruiken tijdens de productie en het gebruik van een product. Om deze reden is het tevens van belang om te richten op een productontwerp dat efficiënt gebruik maakt van grondstoffen. Bijvoorbeeld: een auto produceren met minder materiaal of een auto die zuiniger rijdt. Of in het geval van kleding koop je minder vaak kleding en concentreert je op het opbouwen van een duurzame en veelzijdige kledingcollectie. R3: Reuse  Hergebruiken Bij reuse worden producten opnieuw gebruikt en ingezet voor dezelfde functie. Producten die niet meer gebruikt worden, kunnen zonder bewerking doorgegeven of verkocht worden aan een nieuwe eigenaar. Een manier om meer hergebruik te stimuleren is door producten aan te bieden op een weggeefhoek of marktplaats om ze een tweede leven te geven bij een nieuwe eigenaar. Bijvoorbeeld: een tweedehands auto aanschaffen.

Of in plaats van nieuwe kleding te kopen, zoek je naar tweedehands kleding in tweedehandswinkels of organiseert kledingruilfeesten om kleding een tweede leven te geven. R4: Repair  Repareren Bij repair worden defecte producten of kapotte onderdelen gerepareerd, zodat men de producten kan blijven gebruiken voor het oorspronkelijke doel. Net als bij reuse gaat een product hierdoor langer mee. Een manier om dit te stimuleren is door middel van een zogenoemd ''repair cafe’’ waar mensen hun kapotte spullen naar toe kunnen brengen om gemaakt te laten worden. Bijvoorbeeld: een onderdeel van de auto repareren in plaats van vervangen. En als één van je favoriete kledingstukken beschadigd raakt, breng je het naar een kleermaker om het te laten repareren in plaats van het weg te gooien. R5: Refurbish  Opknappen Bij refurbish worden bestaande product opgeknapt of gemoderniseerd. In deze strategie wordt een oud product weer tot een nieuw en daarmee hoogwaardiger product gemaakt. Bijvoorbeeld: een auto moderniseren door er een nieuwe motor in te plaatsen zodat de auto elektrisch rijdt. In het geval van kleding knap je oude kledingstukken op door ze te verven, aan te passen of te versieren om ze een frisse uitstraling te geven.

R6: Remanufacture  Reviseren Bij remanufacture worden onderdelen van een afgedankt product gebruikt in een nieuw product met dezelfde functie. In deze strategie worden onderdelen gecheckt en vervangen of gereinigd waar nodig, zodat ze opnieuw gebruikt kunnen worden. Bijvoorbeeld: een afgeschreven auto uit elkaar halen en maximaal inzetten op onderdelen vervangen zodat de auto weer werkt zoals nieuw. Of: je verzamelt oude kledingstukken en geeft ze een nieuw leven door er zelf nieuwe kleding van te maken of een bedrijf verzamelt gebruikte denimkleding, hergebruikt de stof om nieuwe jeans te maken en verkoopt ze als "gereviseerde" jeans. R7: Repurpose  Herbestemmen Bij repurpose wordt de levensduur van producten verlengt. Dit kan door middel van reparatie en onderhoud, door nieuwe producten te maken van (onderdelen van) oude producten en door gebruikte producten opnieuw in te zetten in een andere functie. Herbestemmen staat lager in de R-ladder, omdat er vaak onderdelen verloren gaan of nieuwe grondstoffen moeten worden toegevoegd. Bijvoorbeeld: de interieurbekleding van de auto gebruiken om tassen van te maken. En je gebruikt oude kledingstukken om zelfgemaakte modeaccessoires, zoals tassen of sieraden, te creëren. R8: Recycle  Recyclen Bij recycling worden materialen verwerken tot grondstoffen, zodat daar weer nieuwe producten van gemaakt kunnen worden.

Recyclen staat laag op de R-ladder omdat het veel energie kost en omdat materialen vaak worden verwerkt tot producten met een mindere kwaliteit dan het origineel. Afvalplastic kan bijvoorbeeld niet gerecycled worden tot dezelfde producten, zoals voedselverpakkingen, omdat het gemengd ingezameld wordt. Bijvoorbeeld: de materialen van een afgedankte auto scheiden en versnipperen zodat het omgesmolten kan worden tot grondstoffen voor een nieuwe auto. Wanneer je oude kleding niet meer kan worden gedragen, breng je ze naar een kledingrecyclingcontainer om ervoor te zorgen dat de stoffen worden gerecycled tot vezels en gebruikt om nieuw textiel te produceren. R9: Recover energy  Terugwinnen Bij recovering worden materialen verbrand met energieterugwinning. Terugwinnen is het minst circulair, aangezien de materialen veel waarde verliezen. In een circulaire economie worden materialen zo min mogelijk verbrand. Bijvoorbeeld: de afgedankte auto volledig verbranden en de energie gebruiken om de fabriek van nieuwe auto’s te voorzien van fossielvrije energie. En kleding die niet meer kan worden hergebruikt of gerecycled, wordt verbrand in een afval-energiecentrale om energie op te wekken. Storten (landfill) In het ergste geval worden producten en materialen weggegooid en niet meer opnieuw gebruikt.

Deze methode is niet circulair, omdat de producten en materialen veelal in de aarde verdwijnen en daar vervolgens sporen van verontreiniging achterlaten. Dit kan voorkomen worden door te kiezen voor een methode die in de R-ladder staat, het liefst zo hoog (circulair) mogelijk.

Kanttekeningen 1. Behoud ruimte voor flexibiliteit in uitvoering Een Uitvoeringsstrategie Circulaire Economie geeft focus en houvast om verder te gaan op de koers die jaren geleden is ingezet met het Programma BBE. Focus en houvast zijn nodig om doelen op langere termijn te halen en zicht te houden op de stip aan de horizon. Tegelijkertijd is het verstandig om enige mate van flexibiliteit in de uitvoering te behouden. Omdat we nooit precies kunnen voorspellen welke ontwikkelingen in de toekomst relevant zijn om versnelling te maken op het behalen van onze doelstellingen.

Financiële toelichting De gemeenteraad heeft op 2 maart 2021 besloten om het resterende budget van € 253.150 vanuit het uitvoeringsprogramma Biobased Economy Ooststellingwerf 2016-2020 te gebruiken voor het verder vormgeven van Biobased Economy binnen het nieuwe programma Duurzaamheid 2021 – 2025. Voor de uitvoering van acties uit de Uitvoeringstrategie Circulaire Economie gebruiken we het beschikbare budget.

Publicatie voor bekendmaking Na vaststelling van de Circulaire Uitvoeringsstrategie maken we samen met de Vereniging Circulair Fryslân een persbericht en communiceren we via verschillende (social)media kanalen.

Vervolg Planning & communicatie Nvt. Evaluatie Nvt.

Burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf, , secretaris

Bijlagen 1.

Circulaire Uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf

Geheime stukken 1.

, burgemeester.

Extern zaak ID (zaakcode) : 0085183290 De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 september 2023;

Besluit: 1.

De Circulaire Uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf vast te stellen

Besloten in de openbare vergadering van 31 oktober 2023. , griffier.

, voorzitter.

2023 - 2030

Incl. subdoel: 1.1 -1.2

Ondernemers: Circulair ondernemen bevorderen Incl. subdoel: 2.1 -2.3

Uitvoeringsstrategie Circulair Ooststellingwerf

Kennis& onderwijs instellingen: Kennis ontwikkelen en toepassen

n

Duu rza me

Het goede voorbeeld geven

lo p e

On (S tw D

len doe s Cir g cu lin e la k ire ik ’s) G Overheidsinstanties:

ie om on ec

CIRCULAIRE UITVOERINGSSTRATEGIE OOSTSTELLINGWERF

er

Kr he

Incl. subdoel: 3.1 -3.3

B

GEMEENTE OOSTSTELLINGWERF MAART 2023

sc

La

Inwoners: Bekendheid en actie omtrent circulaire economie bij inwoners vergroten

ni

R-

dd

in g

Incl. subdoel: 4.1 -4.3

is iolo g

ch

e&

c Te

h

Inhoud Model Circulair Ooststellingwerf . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Het Model . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Duurzame Ontwikkelingsdoelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 Circulaire Economie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 Biologische en technische kringlopen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 R-ladder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 Internationale Beleidskaders . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 Nationale Beleidskaders . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 Provinciale Beleidskaders . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 Programma Duurzaam Ooststellingwerf . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 Overheidsinstanties (gemeente) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16 Ondernemers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17 Inwoners . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

18 Kennis- en onderwijsinstellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19 Uitvoeringsthema 1: Het goede voorbeeld geven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20 Uitvoeringsthema 2: Circulair ondernemen bevorderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22 Uitvoeringsthema 3: Bekendheid en actie omtrent circulaire economie bij inwoners vergroten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24 Uitvoeringsthema 4: Kennis ontwikkelen en toepassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27 Monitoring en evaluatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29 Bijlage A – Gesprekken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

31 Bijlage B - Begrippenlijst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32

Circulair Ooststellingwerf In de huidige economie halen we materialen van de aarde, maken we er producten van en gooien we ze uiteindelijk weg als afval. Dit proces is lineair. In een circulaire economie daarentegen worden grondstoffen, materialen en producten zo lang mogelijk gebruikt en bestaat afval dus niet. De circulaire economie helpt daardoor onder andere om klimaatverandering en biodiversiteitsverlies tegen te gaan en om in belangrijke maatschappelijke behoeften te voorzien1. Daarnaast draagt de circulaire economie bij aan een verbeterde leveringszekerheid van grondstoffen, een betere concurrentiepositie en kan het bijdragen aan innovatie, groei en banen2. De gemeente Ooststellingwerf erkent het belang van circulaire economie en daarom is het een van de drie thema’s uit het Programma Duurzaam Ooststellingwerf. Deze uitvoeringsstrategie is een uitwerking van dit specifieke thema, waarin is omschreven hoe een circulaire economie in de gemeente Ooststellingwerf wordt bevorderd. Voor het schrijven van deze uitvoeringsstrategie heeft de gemeente gesproken met verschillende ondernemers, organisaties en kennisinstellingen over dit onderwerp (zie bijlage A – Gesprekken). De opbrengst van deze gesprekken zijn net als de evaluatie van het Programma Biobased Economy 2016 – 2020 meegenomen in het maken van deze uitvoeringsstrategie en het formuleren van de doelstellingen.

Het centrale thema in de uitvoeringsstrategie is de ‘circulaire economie’. Om de transitie van een lineaire naar een circulaire economie te maken, moeten kringlopen worden gesloten. Daar draagt de gemeente Ooststellingwerf graag aan bij. Het hoofddoel van deze uitvoeringsstrategie is daarom: De gemeente Ooststellingwerf sluit voor 2030 zoveel mogelijk biologische en technische kringlopen. Dit doet de gemeente in samenwerking met lokale ondernemers, inwoners, overheidsinstanties en kennis- en onderwijsinstellingen. De gemeente werkt aan dit doel door: 1. Het goede voorbeeld te geven 2. Circulair ondernemen te bevorderen 3. Bekendheid en actie omtrent circulaire economie bij inwoners te vergroten 4. Kennis te ontwikkelen en toe te passen

1 https://ellenmacarthurfoundation.org/topics/circular-economy-introduction/overview 2 https://www.europa-nu.nl/id/vknegugz7hwu/nieuws/circulaire_economie_definitie_belang_en?ctx=vg9pjk198axu&s0e=vhdubxdwqrzw#:~:text=De%20weg%20naar%20een%20meer,580.000%20 banen%20in%20de%20EU)

Model Circulair Ooststellingwerf In deze uitvoeringsstrategie worden de concrete stappen en acties omschreven die bijdragen aan een circulair Ooststellingwerf. Deze stappen en acties zijn vertaald naar een visueel model (zie figuur 1). Dit model wordt als leidraad gebruikt in deze uitvoeringsstrategie. Het model bestaat uit verschillende onderdelen. Op elk onderdeel kan worden geklikt, waarna een nadere toelichting van dat onderdeel verschijnt. In dit model zijn de volgende zaken te vinden: Circulair Ooststellingwerf Het onderdeel circulair Ooststellingwerf verwijst naar de aanleiding en urgentie van deze uitvoeringsstrategie. Naast de overkoepelende titel Circulair Ooststellingwerf wordt ook de beleidsachtergrond weergegeven door middel van de kopjes: • Internationaal, Nationaal, Regionaal en Lokaal Beleid: vanwege de urgentie om efficiënter met materialen om te gaan, is er door diverse overheden beleid ontwikkeld. Dit onderdeel verwijst naar de totstandkoming van circulair beleid en de actuele ontwikkelingen op het gebied van internationaal, nationaal en provinciaal beleid. • Programma Duurzaam Ooststellingwerf: om de achtergrond van de interne beleidsontwikkeling toe te lichten, verwijst dit onderdeeldeel naar de directe aanleiding tot dit rapport: het Programma Duurzaam Ooststellingwerf.

Circulaire economie begrippen In de groene cirkel van het model staan de belangrijkste begrippen op het gebied van circulaire economie. Het geeft een uitleg over wat een circulaire economie precies is en hoe dit samenhangt met andere onderwerpen, zoals economische groei, sociale impact en duurzaamheid. De verschillende termen die uitgelegd worden, zijn: Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s), Circulaire Economie, Biologische en Technische kringlopen, en de R-ladder. De Quadruple helix Bij de ontwikkeling van een lokale, circulaire economie zijn de volgende vier stakeholders voornamelijk van belang: ondernemers, inwoners, overheidsinstanties, en kennis- en onderwijsinstellingen. Deze partijen samen worden ook wel de ‘quadruple helix’ genoemd. Deze stakeholders hebben allemaal een rol in het creëren van een circulaire economie. Een intensieve samenwerking tussen deze partijen is nodig om innovaties en nieuwe ontwikkelingen te laten slagen. In het model worden deze stakeholders daarom ook specifiek benoemd door middel van een dikgedrukt kopje boven de doelstellingen. In deze uitvoeringsstrategie worden bij de onderdelen ondernemers, inwoners, overheidsinstanties en kennis- en onderwijsinstellingen uitgelegd welke belangen, rollen en verantwoordelijkheden deze stakeholders hebben in de transitie naar een circulaire economie.

Circulaire Doelstellingen Onder de stakeholders staat per stakeholder een hoofdthema geformuleerd. Per hoofdthema zijn verschillende doelen ontwikkeld, waarbij is aangegeven welke plannen wanneer worden uitgevoerd.

Circulair Ooststellingwerf Internationaal, Nationaal & Provinciaal Beleid Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021 - 2025

Incl. subdoel: 1.1 -1.2

Ondernemers: Circulair ondernemen bevorderen Incl. subdoel: 2.1 -2.3

Kennis& onderwijs instellingen:

Uitvoeringsstrategie Circulair Ooststellingwerf

Kennis ontwikkelen en toepassen

n

Duu rza me

Het goede voorbeeld geven

lo p e

On (S tw D

ie om on ec

len doe s Cir g cu lin e la k ire ik ’s) G Overheidsinstanties:

er

Kr he

Incl. subdoel: 3.1 -3.3

Biolo

Figuur 1 - Model Circulair Ooststellingwerf

sc

La

Inwoners: Bekendheid en actie omtrent circulaire economie bij inwoners vergroten

ni

R-

dd

in g

Incl. subdoel: 4.1 -4.3

ch gis

e&

c Te

h

Duurzame Ontwikkelingsdoelen Om samen te kunnen genieten van een hoge kwaliteit van leven waarin sociale, economische en ecologische ontwikkelingen in balans zijn, is de transitie naar een duurzame samenleving en de overgang naar een nieuwe economie essentieel. Om deze reden zijn de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (in het Engels Sustainable Development Goals, ofwel SDG’s) opgesteld. Deze SDG’s bestaan uit zeventien internationale doelen die zijn ontwikkeld om de wereld een betere plek te maken voor 2030. Figuur 2 visualiseert de doelen. Deze doelen zijn afgesproken door de landen die zijn aangesloten bij de Verenigde Naties (VN), waaronder Nederland. Samen vormen de doelen een (inter)nationale aanpak voor uitdagingen zoals armoede, de klimaatcrisis en onderwijs. De Duurzame Ontwikkelingsdoelen zijn gestart in 2015 en lopen tot 20303. De gemeente Ooststellingwerf heeft zich in 2022 aangesloten bij deze Duurzame Ontwikkelingsdoelen en is daarom een SDG-gemeente. De acties uit de uitvoeringsstrategie dragen voornamelijk bij aan het twaalfde Duurzame Ontwikkelingsdoel: verantwoorde consumptie en productie. Dit doel richt zich op het transformeren van de huidige “nemen-maken-weggooien” (lineaire) economie naar een circulaire economie, waarin verantwoord wordt omgegaan met grondstoffen en materialen.

Om dit doel te behalen, is het van belang dat de gemeente Ooststellingwerf efficiënt omgaat met grondstoffen en afval zo veel mogelijk beperkt. Het behalen van dit doel kan ook voordelen opleveren voor de andere zestien Duurzame Ontwikkelingsdoelen, zoals doel 9 (industriële ontwikkeling) en 13 (klimaatactie).

Figuur 2 - De zeventien ’Sustainable Development Goals (SDG’s)

Figuur 2 - De zeventien ’Sustainable Development Goals (SDG’s) 3 https://www.sdgnederland.nl/

Circulaire Economie Onze huidige economie is lineair. In een lineaire economie worden grondstoffen van en uit de aarde gehaald en daarvan worden producten gemaakt. De producten worden vervolgens voor een bepaalde tijd gebruikt en daarna worden ze weggegooid als afval. Dit systeem leidt tot schaarste en een hoge CO2-uitstoot, met de opwarming van de aarde als gevolg. Een alternatief op de lineaire economie is de circulaire economie, waarin grondstoffen zoveel mogelijk worden teruggebracht in de economie. In een circulaire economie worden bestaande materialen en producten namelijk continu teruggebracht in de kringloop. Dit kan bijvoorbeeld door te hergebruiken, repareren en op te knappen (R-ladder). Daarnaast worden producten op zo’n manier ontworpen dat ze aan het einde van hun levensduur opnieuw als grondstoffen kunnen worden ingezet. Op die manier wordt de levenscyclus van een product uitgebreid en grondstofverspilling teruggebracht. In een circulaire economie worden grondstoffen, materialen en producten dus zo lang mogelijk en hoogwaardig benut. Dat betekent dat in een volledig circulaire economie, afval niet meer bestaat en de biologische en technische kringlopen gesloten zijn. Dit heeft als voordeel dat grondstoffen voorradig blijven en CO2-uitstoot wordt teruggedrongen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=4b8bb901-d6b8-4423-aa34-93ae36400400