Agendabundel
Tekst van het document
Biologische en technische kringlopen De Ellen MacArthur Foundation houdt zich constant bezig met het ontwikkelen en promoten van ideeën gerelateerd aan de circulaire economie. De stichting heeft de circulaire economie gevisualiseerd in een zogeheten vlinderdiagram, zoals weergeven in figuur 3. Dit diagram illustreert de circulaire economie en daarmee de continue stroom van materialen. Er zijn twee kringlopen: de biologische kringloop (links, in groen) en de technische kringloop (rechts, in blauw)4.
Figuur 3 – Vlinderdiagram (gebaseerd op het Vlinderdiagram van de Ellen MacArthur Foundation en OverCirculair5)
Biologische kringloop De biologische kringloop is voor natuurlijke materialen die biologisch worden afgebroken en daarmee veilig kunnen terugkeren naar de aarde. Het gaat hier vooral om producten die geconsumeerd worden, zoals voedsel. De biologische kringloop beschrijft de processen die voedingsstoffen terugbrengen naar de bodem en helpen de natuur te regenereren. Regeneratie is de kern van de biologische kringloop. Dit houdt in dat mensen niet alleen focussen op minder schade toebrengen aan het milieu, maar ook op hoe we de aarde kunnen verbeteren6. Technische kringloop De technische kringloop is voor producten die worden gebruikt in plaats van geconsumeerd. De technische kringloop richt zich voornamelijk op het zo lang mogelijk in gebruik houden van deze producten, zodat deze niet verspild worden. Het vlinderdiagram laat meerdere manieren zien voor het hoogwaardig in gebruik houden van producten: onderhouden, hergebruiken, herdistribueren, herstellen, componenten hergebruiken of recyclen. Hoe kleiner de lus, hoe meer waarde het product behoudt en hoe efficiënter het proces. De binnenste lussen krijgen daarom prioriteit boven de buitenste lussen7. De R-ladder gaat hier uitgebreider op in.
4 https://ellenmacarthurfoundation.org/circular-economy-diagram 5 https://aboutcircular.nl/2019/11/21/het-vlindermodel/ 6 https://ellenmacarthurfoundation.org/articles/the-biological-cycle-of-the-butterfly-diagram 7 https://ellenmacarthurfoundation.org/articles/the-technical-cycle-of-the-butterfly-diagram
R-ladder De R-ladder (zie figuur 4) is een ladder die bestaat uit tien treden die in het Engels allemaal met een ‘R’ beginnen. De tien treden bieden samen een hiërarchische volgorde van circulaire strategieën: R0 is het meest circulair en R9 het minst. De verschillende quadruple helix partijen (ondernemers, inwoners, overheidsinstanties, en kennis- en onderwijsinstellingen) moeten door middel van de doelstellingen in deze uitvoeringstraditie worden gestimuleerd om circulaire strategieën toe te passen die zo hoog mogelijk op de R-ladder staan. Hieronder worden de tien strategieën toegelicht. R0: Refuse → Afwijzen Bij refuse wordt voorkomen of geweigerd dat grondstoffen en producten worden gebruikt. In deze strategie wordt daarom gefocust op het overbodig maken van producten. Met andere woorden: er worden geen producten meer aangeschaft die eigenlijk onnodig of overbodig zijn. Dit kan ‘consuminderen’ worden genoemd. Bijvoorbeeld: in plaats van het bezitten van een auto en daarmee reizen, kan gekozen worden om te reizen met het openbaar vervoer. R1: Rethink → Heroverwegen Bij rethink wordt gefocust op omdenken: zijn er (meer) circulaire alternatieven? Omdenken is van belang in zowel het gebruik als het ontwerp van het product.
Productgebruik kan worden geïntensiveerd door bijvoorbeeld producten te delen, maar het product kan ook ontworpen worden voor een langere levensduur of voor multifunctioneel gebruik. Bijvoorbeeld: het gebruik van deelmobiliteit (het delen van auto’s en fietsen). R2: Reduce → Verminderen Bij reduce wordt gefocust op het verminderen van het grondstofgebruik. Het ‘niet’ gebruiken van grondstoffen en producten is namelijk het meest efficiënt. Daarnaast wordt gefocust op effectiever gebruik van grondstoffen door minder grondstoffen te verbruiken tijdens de productie en het gebruik van een product. Om deze reden is het tevens van belang om te richten op een productontwerp dat efficiënt gebruik maakt van grondstoffen. Bijvoorbeeld: een auto produceren met minder materiaal of een auto die zuiniger rijdt. R3: Reuse → Hergebruiken Bij reuse worden producten opnieuw gebruikt en ingezet voor dezelfde functie. Producten die niet meer gebruikt worden, kunnen zonder bewerking doorgegeven of verkocht worden aan een nieuwe eigenaar. Een manier om meer hergebruik te stimuleren is door producten aan te bieden op een weggeefhoek of marktplaats om ze een tweede leven te geven bij een nieuwe eigenaar. Bijvoorbeeld: een tweedehands auto aanschaffen.
R4: Repair → Repareren Bij repair worden defecte producten of kapotte onderdelen gerepareerd, zodat men de producten kan blijven gebruiken voor het oorspronkelijke doel. Net als bij reuse gaat een product hierdoor langer mee. Een manier om dit te stimuleren is door middel van een zogenoemd ‘’repair cafe’’ waar mensen hun kapotte spullen naar toe kunnen brengen om gemaakt te laten worden. Bijvoorbeeld: een onderdeel van de auto repareren in plaats van vervangen. R5: Refurbish → Opknappen Bij refurbish worden bestaande product opgeknapt of gemoderniseerd. In deze strategie wordt een oud product weer tot een nieuw en daarmee hoogwaardiger product gemaakt. Bijvoorbeeld: een auto moderniseren door er een nieuwe motor in te plaatsen zodat de auto elektrisch rijdt. R6: Remanufacture → Reviseren Bij remanufacture worden onderdelen van een afgedankt product gebruikt in een nieuw product met dezelfde functie. In deze strategie worden onderdelen gecheckt en vervangen of gereinigd waar nodig, zodat ze opnieuw gebruikt kunnen worden. Bijvoorbeeld: een afgeschreven auto uit elkaar halen en maximaal inzetten op onderdelen vervangen zodat de auto weer werkt zoals nieuw. R7: Repurpose → Herbestemmen Bij repurpose wordt de levensduur van producten verlengt.
Dit kan door middel van reparatie en onderhoud, door nieuwe producten te maken van (onderdelen van) oude producten en door gebruikte producten opnieuw in te zetten in een andere functie. Herbestemmen staat lager in de R-ladder, omdat er vaak onderdelen verloren gaan of nieuwe grondstoffen moeten worden toegevoegd. Bijvoorbeeld: de interieurbekleding van de auto gebruiken om tassen van te maken. R8: Recycle → Recyclen Bij recycling worden materialen verwerken tot grondstoffen, zodat daar weer nieuwe producten van gemaakt kunnen worden. Recyclen staat laag op de R-ladder omdat het veel energie kost en omdat materialen vaak worden verwerkt tot producten met een mindere kwaliteit dan het origineel8. Afvalplastic kan bijvoorbeeld niet gerecycled worden tot dezelfde producten, zoals voedselverpakkingen, omdat het gemengd ingezameld wordt9. Bijvoorbeeld: de materialen van een afgedankte auto scheiden en versnipperen zodat het omgesmolten kan worden tot grondstoffen voor een nieuwe auto.
8 Meer milieuwinst met recycling #hoe dan? (cpb.nl) 9 Plastic Recycling Is Niet De Oplossing - Plastic Soup Foundation
R9: Recover energy → Terugwinnen Bij recovering worden materialen verbrand met energieterugwinning. Terugwinnen is het minst circulair, aangezien de materialen veel waarde verliezen. In een circulaire economie worden materialen zo min mogelijk verbrand. Bijvoorbeeld: de afgedankte auto volledig verbranden en de energie gebruiken om de fabriek van nieuwe auto’s te voorzien van fossielvrije energie. Storten (landfill) In het ergste geval worden producten en materialen weggegooid en niet meer opnieuw gebruikt. Deze methode is niet circulair, omdat de producten en materialen veelal in de aarde verdwijnen en daar vervolgens sporen van verontreiniging achterlaten. Dit kan voorkomen worden door te kiezen voor een methode die in de R-ladder staat, het liefst zo hoog (circulair) mogelijk.
Figuur 4 - R-ladder (gebaseerd op de R-ladder van PBL10)
10 https://www.pbl.nl/publicaties/achtergrondrapport-circulaire-economie-in-kaart
Internationale Beleidskaders De Europese Unie (EU) wil klimaatneutraal zijn in 2050. Om dit te bereiken, is de Europese Green Deal in het leven geroepen. Uitbreiding van de circulaire economie heeft hierin een belangrijke rol, omdat de verandering van een lineaire naar een circulaire economie veel CO2 bespaart. Het “actieplan voor een circulaire economie” vanuit de Europese Commissie is daarom een van de bouwstenen van de Europese Green Deal. Het actieplan dient als toekomstgerichte agenda voor Europa. Met dit actieplan wil de Europese Commissie de standaard veranderen naar duurzame producten, diensten en bedrijfsmodellen en consumptiepatronen op zo’n manier beïnvloeden zodat er minder afval wordt geproduceerd. In het actieplan voor een circulaire economie wordt het beleid voor duurzame producten omschreven. Producten moeten duurzaam gemaakt worden, gebruikers en overheidsinkopers moeten een grotere rol krijgen, en er moet meer nagedacht worden over circulariteit tijdens het maken van producten. Daarnaast richt het actieplan zich op minder afval en meer waarde. Er moet minder afval gemaakt worden en de hoeveelheid niet-gerecycled stedelijk (rest)afval moet tegen 2030 de helft zijn.
Hiervoor is het volgende nodig: • een versterkt afvalbeleid; • meer vertrouwen in het gebruik van tweedehands grondstoffen; • een goed werkende markt voor tweedehands grondstoffen; • minder uitvoer van afval uit de EU. Ook beschrijft het actieplan drie sector overschrijdende acties: • Circulariteit moet als voorwaarde worden gezien voor klimaatneutraliteit. • Er moeten maatregelen worden genomen om de financiering te sturen naar duurzamere productie- en consumptiepatronen. • Onderzoek, innovatie en digitalisering moeten de overgang naar een circulaire economie aanmoedigen11. Al met al richt het actieplan zich vooral op duurzame producten, diensten en bedrijfsmodellen en op het verminderen van afval. Voor gemeenten ligt hier een kans om dit lokaal te bevorderen.
11 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:52020DC0098&from=EN
Nationale Beleidskaders Nederland wil in 2050 een circulaire economie hebben. Als tussendoel wil Nederland 50% minder primaire grondstoffen (mineralen, metalen en fossiel) gebruiken in 203012. In het Rijksbrede programma Circulaire Economie wordt omschreven hoe Nederland de doelstelling ‘Nederland circulair in 2050’ gaat behalen. Het programma omschrijft drie strategische doelen: 1. Grondstoffen in bestaande ketens worden zo goed mogelijk gebruikt, zodat er minder grondstoffen nodig zijn. 2. Wanneer nieuwe grondstoffen nodig zijn, worden niet-duurzame grondstoffen vervangen door duurzame grondstoffen. 3. Er worden nieuwe manieren ontwikkeld om producten te maken, nieuwe producten worden circulair ontworpen en gebieden worden anders ingericht. Ook worden nieuwe manieren van consumeren aangemoedigd. Van overheden, waaronder provincies en gemeenten, wordt verwacht dat zij niet alleen toezicht houden, maar ook richting geven en samenwerken met verschillende partijen. Overheden kunnen meehelpen door eisen te stellen aan de circulariteit van producten en diensten bij overheidsinkopen en door de totale levenscyclus en kosten mee te nemen in aanbestedingen.
Gemeenten kunnen extra meehelpen door te zorgen voor een groter aanbod van nieuwe reparatie- en kringloopideeën, circulair en biobased bouwen een plek te geven in projecten en in samenwerking met producenten, en afval- en recyclingbedrijven te werken aan minder afval13.
12 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/circulaire-economie/nederland-circulair-in-2050 13 Rijksbreed Programma Circulaire Economie ‘Nederland Circulair in 2050’
Provinciale Beleidskaders De provincie Fryslân werkt hard aan de transitie naar een circulaire economie. Voor de provincie Fryslân is een circulaire economie meer dan alleen het recyclen van materialen. Het gaat ook over duurzame energie, watergebruik, biodiversiteit, gezondheid en sociale inclusie. De provincie heeft de volgende doelen op het gebied van circulaire economie: • In 2025 koopt de provincie Fryslân maximaal circulair in. • In 2025 is er in het onderwijs een doorlopende leerlijn over circulaire economie. • In 2025 behoort Friesland tot de top drie van ontwikkelregio’s in Europa. • In 2025 is Friesland de meest gunstige ontwikkelregio op het gebied van circulaire economie van Nederland.14 Alle gemeenten, kennisinstellingen en een groeiend aantal (maatschappelijke) organisaties zijn verenigd in Vereniging Circulair Friesland en werken samen met de provincie Fryslân aan het waar maken van een circulaire economie. Vereniging Circulair Friesland is een samenwerking van gemeenten, kennisinstellingen en (maatschappelijke) organisaties. De gemeente Ooststellingwerf is ook lid van de vereniging en heeft zich gecommitteerd tot een tweetal documenten, namelijk het Ambitiedocument en het Biobased-initiatief. De doelstellingen uit het Ambitiedocument zijn: • “In 2020 kopen wij tenminste 10% van de fysieke producten circulair in.
• Wij kiezen alleen nog voor circulair geproduceerd straatmeubilair. • Bij vervanging binnen het wagenpark zetten wij in op voertuigen op basis van niet-fossiele brandstoffen.” 15 De afspraken uit het biobased-initiatief zijn: • “Wij ondersteunen het biobased isolatie initiatief. • Wij willen een start maken met de toepassing van biobased isolatiemateriaal. • Ingeval wij opdrachtgever zijn, willen wij het gebruik van deze materialen uitvragen. • Bij nieuwe bouwinitiatieven willen wij het gebruik met bouwer en/of opdrachtgever bespreken. • Wij gaan als gemeenten in samenwerking met Vereniging Circulair Friesland stappen zetten om een uitvoeringsplan hiervoor te ontwikkelen om de toepassing te bevorderen.” 16
14 https://www.fryslan.frl/_flysystem/media/Uitwerking%20Beleidsbrief%20Circulaire%20Economie.pdf 15 https://circulairfriesland.frl/case/ambitiedocument-circulaire-economie/ 16 https://circulairfriesland.frl/tientallen-friese-partijen-zetten-handtekening-onder-biobased-initiatief/
Programma Duurzaam Ooststellingwerf De gemeente Ooststellingwerf wil CO2-neutraal wil zijn in 2030. Om dit te behalen, zet te gemeente zich in op een drietal thema’s, namelijk: energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie17. De gemeente heeft deze thema’s verder uitgewerkt in het Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025. Het thema ‘circulaire economie’ is opgedeeld in drie opgaven: 1. Biobased produceren: een biobased Economy (BBE) is een belangrijke pijler van een circulaire economie. In BBE worden natuurlijke grondstoffen zoals gewassen en reststromen uit de landbouw en voedingsmiddelenindustrie ingezet voor niet-voedseltoepassingen, bijvoorbeeld maisafval en algen als grondstof voor de productie van bioplastics. De gemeente benut graag samen met ondernemers het onderscheidend vermogen van Ooststellingwerf door middel van het Ecomunitypark, Biosintrum en vele andere projecten en initiatieven. Daarnaast sluit de gemeente Ooststellingwerf aan op de kernkwaliteiten van Ooststellingwerf: een sterke toeristische recreatiesector, een innoverende sector op gebied van circulaire bouwmaterialen en een grote agrarische sector. 2. Afvalstoffen en grondstoffen: voor afvalstoffen en grondstoffen sluit de gemeente aan bij de lopende projecten in het kader van VANG (Van Afval Naar Grondstof), Diftar+ en de aanpak van zwerfafval.
In het programma koppelt de gemeente zoveel mogelijk opgaven aan elkaar. 3. Kringlooplandbouw en voedsel: landbouw kan significant bijdragen aan het sluiten van kringlopen, bijvoorbeeld door biomassa binnen agrarische bedrijven te hergebruiken, de kringloop van voedselproductie te verkleinen en voedselconsumptie te verminderen. De gemeente benut graag de innovatiekracht van de boeren in Ooststellingwerf om te onderzoeken hoe de kringlooplandbouw meer vorm kan krijgen in de gemeente. Gezien het belang van biobased produceren en het ontwikkelen van een biobased economy voor het bevorderen van een circulaire economie, wordt in deze uitvoeringsstrategie extra gefocust op de opgave ‘biobased produceren’. Er wordt minder ingegaan op de andere twee opgaven, omdat de gemeente hieraan al invulling geeft op andere manieren.
17 https://www.omgevingsvisie-ooststellingwerf.nl/omgevingsvisie-ooststellingwerf1/onze-ambities-en-opgaven
Overheidsinstanties (gemeente) De gemeente Ooststellingwerf wil toe naar een duurzamer en gezondere maatschappij en economie; een economie waar producten grotendeels lokaal worden gemaakt en waar grondstoffen worden hergebruikt. Om dit bereiken is samenwerking met andere partijen essentieel. In de transitie naar een circulaire economie heeft de gemeente Ooststellingwerf meerdere rollen en verantwoordelijkheden. Het is van belang dat de gemeente verbindt en faciliteert, initiatieven stimuleert en focust op kansen in plaats van bedreigingen. Concreet betekent dit dat de gemeente inwoners, ondernemers en kennis- en onderwijsinstellingen informeert over circulariteit en de ambitie van de gemeente hierin, betrekt in de plannen rondom circulariteit en dat de gemeente met hen samenwerkt aan de uitvoering. Daarnaast is er vanuit ondernemers behoefte aan een gemeente die proactief meedenkt, flexibel is tegenover hun circulaire initiatieven en ideeën, motiveert en ondersteunt. Deze uitvoeringsstrategie geeft invulling aan de rollen en verantwoordelijkheden van de gemeente.
Ondernemers In de gemeente Ooststellingwerf zit een grote verscheidenheid aan ondernemers: van landbouw tot horeca, van recreatie tot zakelijke dienstverlening. Ondernemers zijn onder andere gebaat bij een gezond economisch klimaat, een goede infrastructuur, relevante kennisontwikkeling en vaardige werknemers. Ook zijn zij (indirect) gebaat bij een schoon milieu en een groene, natuurrijke omgeving. Een schoon milieu zorgt voor schoon en voldoende water en een vruchtbare bodem. Tevens bevordert een groene omgeving de gezondheid van mensen. Ondernemers hebben een belangrijke en cruciale rol in het circulair inrichten van producten, diensten en bedrijfsprocessen. Ondernemers kunnen hier zelf al een start in maken, door kritisch te kijken naar de grondstoffen die ze gebruiken en het afval dat ze creëren. Hiermee wordt inzichtelijk welke mogelijkheden er zijn om te kiezen voor duurzame alternatieven of om grondstoffen en afval te verminderen. Op die manier kunnen de ondernemers een besparing aan grondstoffen en CO2 realiseren en daarmee kosten reduceren, terwijl ze tegelijkertijd de inwoners en overheden helpen om duurzamere keuzes te maken. Hierdoor ontstaan nieuwe verdienmodellen en ondernemerskansen. De keuze om circulair te ondernemen kan dus ook economisch gedreven zijn. Ondernemers kunnen de R-ladder en het model van Ellen MacArthur goed gebruikt worden.
Daarnaast kunnen de ondernemers de kennis van Vereniging Circulair Friesland en het Versnellingshuis gebruiken of subsidies aanvragen voor circulair ondernemen via bijvoorbeeld Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Hiervoor is het echter wel van belang dat ondernemers gemotiveerd zijn om hun producten en diensten circulair te (her)ontwerpen. Deze motivatie kan financieel (minder kosten of meer opbrengsten) of intrinsiek zijn (een persoonlijke wens om een circulair product of dienst te maken). Uit gesprekken met meerdere ondernemers is gebleken dat het vaak gaat om een combinatie van financiële en intrinsieke motivatie, omdat de financiële voordelen niet altijd genoeg zijn. De gemeente heeft vooral de verantwoordelijkheid om deze motivatie bij ondernemers te vergroten.
Inwoners Inwoners zijn gebaat bij een veilige, gezonde en groene leefomgeving. De gemeente heeft een grote rol in het creëren en behouden hiervan. Inwoners hebben hierin echter zelf ook een actieve rol. Inwoners kunnen een circulaire economie namelijk stimuleren door de strategieën vanuit de R-ladder toe te passen. Bijvoorbeeld het repareren van onderdelen van een auto is goedkoper dan het nieuw aanschaffen van een auto. Circulair denken kan de inwoners een kostenbesparing opleveren en een motivatie zijn om circulair te handelen. Om dit te kunnen doen, is het van belang dat inwoners weten wat een circulaire economie is, waarom het belangrijk is en hoe zij kunnen bijdragen. De gemeente Ooststellingwerf erkent dit belang en wil daarom ook de verantwoordelijkheden nemen. Echter, het is niet alleen de verantwoordelijkheid van de gemeente om de inwoners te informeren. Ook kennis- en onderwijsinstellingen (zoals universiteiten en scholen) en andere overheidsorganen (zoals de rijksoverheid) spelen hierin een belangrijke rol. Tevens is het enorm waardevol als ook bedrijven hun verantwoordelijkheid pakken om circulaire economie gerelateerde kennis te delen. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van hun eigen ervaringen of door inwoners eerlijk te informeren over hoe circulair hun producten of services eigenlijk zijn. Tot slot is het van belang dat inwoners onderling hun kennis delen.
Op die manier kunnen ze elkaar informeren en stimuleren tot circulair gedrag. Met meer kennis en informatie tot hun beschikking, kunnen inwoners steeds meer zelf de verantwoordelijkheid nemen.
Kennis- en onderwijsinstellingen In de gemeente Ooststellingwerf zitten verschillende kennis- en onderwijsinstellingen. Zij hebben baat bij een omgeving waarin men kan leren en onderzoeken. De rol van kennis- en onderwijsinstellingen is het opleiden van toekomstige werknemers, experts en onderzoekers. Door deze rol hebben ze tevens de verantwoordelijkheid om kennis te ontwikkelen rondom duurzame thema’s zoals een circulaire economie. Deze kennis kan vervolgens gebruikt worden om de transitie naar een circulaire economie te versnellen. Uit gesprekken met enkele kennisinstellingen in Ooststellingwerf en omgeving, blijkt dat zij volop bezig zijn met het thema circulaire economie. Veel van de studenten doen onderzoek naar technische oplossingen voor het ontwikkelen van circulaire producten of het meer circulair maken van systemen en processen. Ook kijken ze naar het gedrag van mensen en welke invloed dit heeft op systemen en processen. Veel van hen doen dit in samenwerking met bedrijven uit de omgeving, die hen vaak benaderen met praktische onderzoeksvragen. Er wordt dus zeker al onderzoek gedaan naar dit thema. Echter, het concept “circulaire economie” is relatief jong en daarom is er nog veel onderzoek nodig. Bijvoorbeeld naar nieuwe materiaaltoepassingen en bedrijfsmodellen. Deze kennis helpt bedrijven en de overheid weer verder in de transitie.
Uitvoeringsthema 1: Het goede voorbeeld geven Thema 1 richt zich op de circulaire economie binnen de gemeentelijke organisatie. De gemeente wil bijdragen aan de transitie naar een circulaire economie en tegelijkertijd anderen inspireren om hetzelfde te doen. Daarvoor is het van belang dat de gemeente het goede voorbeeld geeft. Daarom zijn de volgende (sub)doelen geformuleerd.
Doel thema 1: In 2030 is de gemeentelijke organisatie 100% circulair Subdoel 1.1: Vanaf 2024 dragen de medewerkers van de gemeente actief bij aan een circulaire gemeente.
Wat
Voor wie
Waarom
Wanneer
De gemeente stelt een intern communicatieplan op om circulair denken en handelen zoveel mogelijk te stimuleren. Het doel is dat dit interne communicatieplan een gedragsverandering teweeg brengt.
Gemeentelijke organisatie
Informeren, stimuleren, activeren
2023-2024
Nulsituatie vaststellen: de gemeente gaat verder met verduurzaming van grondstofstromen door een grondstofstromenanalyse op te stellen van de gemeentelijke organisatie. Hiermee wordt inzichtelijk wat de grotere grondstofstromen zijn en waar impact te behalen valt. Hieruit volgen de concrete acties voor de gemeente. In deze concrete acties wordt een onderscheid gemaakt tussen de korte en de lange termijn acties. De gemeente publiceert de grondstofstromenanalyse intern en communiceert hierover om medewerkers bewust te maken van de impact van deze grondstofstromen. De gemeente inventariseert de mogelijkheden tot het uitvoeren van grondstofstromenanalyses voor inwoners en ondernemers, in samenwerking met organisaties uit de omgeving zoals Noordelijk Innovatielab Circulaire Economie (NICE) en ondernemers. De gemeente voert de grondstofstromenanalyse iedere twee jaar uit.
Gemeentelijke organisatie
Nulsituatie vaststellen
2023
Gemeentelijke organisatie
Bewustwording vergroten 2024
Gemeentelijke organisatie
Monitoren en evalueren
De gemeente deelt regelmatig resultaten van de interne circulaire aanpak en reflecteert hierop. Daarnaast blijft de gemeente circulaire initiatieven positief benaderen, zodat er een gezamenlijke beweging ontstaat om de gemeente circulair te maken.
Gemeentelijke organisatie
Informeren, kennis delen, >2024 monitoren en evalueren, activeren
Gemeentelijke organisatie, Nulsituatie vaststellen, 2024 inwoners, ondernemers bewustwording vergroten
2024-2030
Subdoel 1.2: In 2030 koopt de gemeente 100% circulair, CO2-neutraal en energieneutraal in. Het tussendoel in 2025 is dat 25% van de inkopen van de gemeente circulair, CO2-neutraal en energieneutraal is.
Wat De gemeente implementeert de afspraken conform Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) in het inkoopbeleid en volgt het actieplan dat is opgesteld vanuit de OWO-gemeenten (Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland). • De gemeente laat zich certificeren op de CO2-prestatieladder, minimaal trede 3. • De gemeente verzamelt data over de eigen inkoop via de MVI zelfevaluatietool en creëert daarmee inzage in hoe duurzaam er wordt ingekocht. • De gemeente draagt bij het inkopen bewust en meetbaar bij aan het realiseren van haar duurzame doelstellingen. • De gemeente maakt alle grond-, weg-, en waterbouw (GWW) aanbestedingstrajecten inzichtelijk. • De gemeente werkt 5 van deze GWW aanbestedingstrajecten verder uit tot een project, waarbij de ambitie wordt verhoogd naar niveau 3 van het ambitieweb. • De gemeente past in minimaal 1 van deze 5 projecten een aanbestedingsprocedure toe die verdere innovatie mogelijk maakt.
Voor wie
Waarom
Wanneer
Gemeentelijke organisatie
Nulsituatie vaststellen, monitoren en evalueren Nulsituatie vaststellen, monitoren en evalueren
>2023
Kennis delen, bewustwording vergroten Kansen signaleren en realiseren
Continu
Kennis ontwikkelen, kansen signaleren en realiseren, activeren
>2023
Gemeentelijke organisatie Gemeentelijke organisatie Gemeentelijke organisatie
De gemeente inventariseert het gebruik van een platform om (bouw) Gemeentelijke organisatie materialen uit de openbare ruimte en het vastgoed circulair in te zetten en in te kopen (o.a. in samenwerking met Vereniging Circulair Friesland). Indien de resultaten succesvol zijn, maakt de gemeente voor 2025 actief gebruik van een platform.
>2023
2023-2025
Uitvoeringsthema 2: Circulair ondernemen bevorderen Thema 2 richt zich op het bevorderen van circulair ondernemen. Denk hierbij aan een stabielere materiaaltoevoer, een verbeterde leveringszekerheid van grondstoffen en een betere concurrentiepositie. Daarnaast heeft het veel maatschappelijke voordelen. Door als ondernemers kennis en informatie met elkaar uit te wisselen en als overheid innovatie te stimuleren, kunnen er veel waardevolle circulaire ontwikkelingen ontstaan. Daarom zijn de volgende (sub)doelen geformuleerd:
Doel thema 2: In 2030 werken ondernemers samen aan het zo circulair mogelijk inzetten van grondstoffen en materialen Subdoel 2.1: In 2024 weten ondernemers in de gemeente wat circulair ondernemen is en welke middelen er beschikbaar zijn.
Wat
Voor wie
Waarom
Wanneer
De gemeente inventariseert de beschikbare middelen (innovatiebudget- Ondernemers ten via gemeente en provincie, CIRCO-tracks, RVO subsidies, netwerk subdoel 4.1, etc.) en werkt deze uit in een overzicht. De gemeente stimuleert de ondernemers om gebruik te maken van deze middelen, door het overzicht actief met hen te delen.
Kennis ontwikkelen, informeren, stimuleren
2023-2024
De gemeente weet waar de circulaire kansen van verschillende sectoren Ondernemers in de gemeente liggen.
Kennis ontwikkelen, kansen signaleren en realiseren
2023-2024
De gemeente brengt relevante ondernemersnetwerken onder de aandacht en stimuleert ondernemers om lid te worden van netwerken zoals Vereniging Circulair Friesland.
Ondernemers
Kennis delen, stimuleren
>2023
De gemeente stelt een communicatieplan op voor informatieverstrekking richting ondernemers.
Ondernemers
Informeren, kennis delen
2023-2024
Subdoel 2.2: In 2024 en 2025 stelt de gemeente een innovatiebudget beschikbaar voor circulaire innovaties en ontwikkelingen.
Wat
Voor wie
Waarom
Wanneer
De gemeente opent een innovatiebudget en communiceert actief over dit Ondernemers innovatiebudget vanuit de in het communicatieplan beschreven middelen.
Informeren, activeren
2024-2025
De gemeente evalueert na het toekennen van de subsidies hoe de subsidie de ondernemer geholpen heeft.
Monitoren en evalueren
2024-2026
Ondernemers
Subdoel 2.3: In 2030 wisselen ondernemers kennis, (gebruikte) grondstoffen en materialen met elkaar uit.
Wat
Voor wie
Waarom
Wanneer
De gemeente sluit zich aan bij de ondernemersvereniging en is aanweOndernemers zig bij de bijeenkomsten om circulair ondernemen te bevorderen en waar mogelijk te bemiddelen.
Informeren, kennis delen
>2023
De gemeente deelt resultaten die voortgekomen zijn uit de gebruikte middelen (bijv. gevolgde CIRCO-tracks of benutte innovatiebudgetten). Er wordt gereflecteerd op de resultaten, waarna wordt bepaald hoe de middelen worden voortgezet en/of uitgebreid.
Ondernemers
Kennis delen, monitoren en evalueren
>2024
De gemeente zet de circulaire hub (zie subdoel 3.3) in als middel voor ondernemers om kennis, (gebruikte) grondstoffen en materialen met elkaar uit te wisselen.
Ondernemers
Kennis delen, kennis ontwik- 2030 kelen, kennis toepassen
Uitvoeringsthema 3: Bekendheid en actie omtrent circulaire economie bij inwoners vergroten Thema 3 richt zich op het creëren van bekendheid omtrent het thema circulaire economie, aangezien het concept ‘circulaire economie’ bij veel inwoners nog onbekend is. Binnen dit thema wordt ingezet op het creëren van bewustwording en in gang zetten van circulaire economie gerelateerde acties. Het belang van inwonersparticipatie wordt met deze doelstellingen benadrukt. Daarom zijn de volgende (sub)doelen geformuleerd:
Doel thema 3: In 2030 weten inwoners wat een circulaire economie inhoudt en hoe zij hieraan kunnen bijdragen Subdoel 3.1: In 2025 heeft de gemeente de VANG-doelstelling van 30 kg restafval per inwoner per jaar behaald. De gemeente onderneemt de volgende acties aan de hand van het Van Afval Naar Grondstof (VANG) beleid:
Wat
Voor wie
Waarom
Wanneer
De gemeente continueert in samenwerking met Omrin en de VANG werkgroep bestaande acties op het gebied van afvalpreventie, het verbeteren van afvalscheiding (door middel van Diftar+) en het sluiten van kringlopen. Dit wordt waar mogelijk verder uitgebreid.
Inwoners
Kennis delen, Bewustwording vergroten, stimuleren
>2023
De gemeente continueert de bestaande projecten uit het beleids- en uitvoeringsprogramma aanpak zwerfafval 2014-2022 en breidt dit waar mogelijk verder uit.
Inwoners
Bewustwording vergroten, stimuleren, activeren
>2023
De gemeente maakt gebruik van de Friese communicatiecampagne ‘Samen Halen We Alles Eruit’.
Inwoners
Bewustwording vergroten, stimuleren, activeren
Continu
De gemeente onderzoekt welke instrumenten ingezet kunnen worden om afvalpreventie en hergebruik verder te stimuleren. Aan de hand van de onderzoeksresultaten wordt bepaald welke acties worden ondernomen.
Inwoners
Kennis ontwikkelen, stimuleren
>2023
Vervolg Subdoel 3.1
Wat
Voor wie
Waarom
Wanneer
De gemeente onderzoekt welke mogelijkheden er zijn om de hoeveelheid grof huishoudelijk afval en bouw- en sloopafval te verminderen en hoe deze afvalsoort beter gescheiden kan worden. Aan de hand van de onderzoeksresultaten wordt bepaald welke acties worden ondernomen.
Inwoners
Kennis ontwikkelen
>2023
De gemeente maakt effectief gebruik van de resultaten van het monitoren van zwerfafval in verschillende winkelgebieden. Daarnaast worden opruimacties georganiseerd in samenwerking met ondernemers, inwoners en Nederland Schoon.
Inwoners, ondernemers
Kennis toepassen, stimule- >2023 ren, activeren
Subdoel 3.2: Vanaf 2024 communiceert de gemeente actief over het thema ‘circulaire economie’.
Wat
Voor wie
Waarom
Wanneer
De gemeente stelt een Communicatieplan Circulaire Economie op voor 2024-2030, om bekendheid te creëren onder inwoners over de circulaire economie en over de bijdrage die inwoners kunnen leveren. Dit is ter aanvulling op de communicatiecampagne van VANG.
Inwoners
Kennis toepassen, stimule- >2023 ren, activeren
De gemeente zoekt voor het communicatieplan waar mogelijk de verbinding met communicatiestudenten, om te onderzoeken welke kansen er zijn om het thema ‘circulaire economie’ creatief te communiceren.
Inwoners, kennis- en onderwijsinstellingen
Kennis ontwikkelen, kansen signaleren en realiseren
2023-2024
De gemeente organiseert en faciliteert elk jaar ‘de week van de circulaire economie’ waarbij lokale overheidsinstanties, ondernemers, inwoners en kennis- en onderwijsinstellingen samenkomen. De gemeente pakt een rol in het vergroten van de zichtbaarheid.
Inwoners, lokale overheden, ondernemers, kennis- en onderwijsinstellingen
Bewustwording vergroten, kennis delen, activeren
>2024
De gemeente ondersteunt jaarlijks initiatieven die bekendheid en bewustwording omtrent circulariteit stimuleren.
Inwoners
Stimuleren, activeren
>2023
Subdoel 3.3: In 2030 beschikt de gemeente Ooststellingwerf over een Circulaire Hub.
Wat
Voor wie
Waarom
Wanneer
De gemeente zoekt naar een geschikte plek voor de start van een Circulaire Hub, waar maximaal wordt ingezet op het hergebruiken, repareren, opknappen, reviseren, herbestemmen en recyclen van producten en materialen (zie R-ladder). In de Circulaire Hub worden afvalstromen aan nieuwe en hoogwaardigere toepassingen gelinkt (bijv. textiel dat ingeleverd wordt bij de kringloop zichtbaar verbinden aan Weefcollectief Friesland).
Inwoners, ondernemers
Stimuleren, activeren, kennis delen
2023-2025
De gemeente werkt de ontwikkeling van een Circulair Hub uit in een routekaart.
Inwoners, ondernemers
Informeren
2025
De gemeente richt zich met de Circulaire Hub ook op sociale activering (bijv. onderwijs en educatie) en werkgelegenheid (bijv. (re)integratie).
Inwoners, lokale overheden, ondernemers, kennis- en onderwijsinstellingen
Kansen signaleren en realiseren, kennis delen, stimuleren
>2025
De gemeente ondersteunt jaarlijks initiatieven die bekendheid en bewustwording omtrent circulariteit stimuleren.
Inwoners
Stimuleren, activeren
>2023
De gemeente onderzoekt de mogelijkheden tot verdere uitbreiding van het Repair Café en de Estafette Recyclewinkel en initieert een samenwerking met de Circulaire Hub.
Inwoners, ondernemers
Kansen signaleren en reali- >2025 seren, kennis delen
Uitvoeringsthema 4: Kennis ontwikkelen en toepassen Thema 4 richt zich op de ontwikkeling en toepassing van kennis over de circulaire economie in de gemeente. Er wordt binnen de gemeente vanuit verschillende hoeken kennis opgedaan over de circulaire economie. Om stappen te maken richting een circulaire economie, is het van belang dat deze kennis daadwerkelijk in de gemeente wordt toegepast. Daarom zijn de volgende (sub)doelen geformuleerd:
Doel thema 4: In 2030 wordt de ontwikkelde kennis over de circulaire economie toegepast binnen de gemeente en worden kennis- en onderwijsinstellingen ingezet bij lokale uitdagingen Subdoel 4.1: In 2024 is geïnventariseerd welke circulaire ontwikkelingen en uitdagingen er bij kennis- en onderwijsinstellingen en ondernemers leven.
Wat
Voor wie
Waarom
De gemeente stelt een ambassadeur aan die verbindingen legt tussen kennis- en onderwijsinstellingen en ondernemers.
Kennis- en onderwijsin- Stimuleren, activeren, stellingen, ondernemers kansen signaleren en realiseren
Wanneer 2023
De gemeente onderzoekt wat kennis- en onderwijsinstellingen momenKennis- en onderwijsinteel doen met het thema ‘circulaire economie’, waar ze naar toe kunnen stellingen werken en hoe de gemeente hen daarbij kan ondersteunen. De gemeente maakt op basis van dit onderzoek een plan voor de ondersteuning.
Kennis ontwikkelen, kansen signaleren en realiseren, stimuleren
2023-2024
De gemeente inventariseert de laatste ontwikkelingen en uitdagingen op het gebied van de circulaire economie bij ondernemers en houdt dit actief bij.
Kennis ontwikkelen, Kansen signaleren en realiseren
>2023
Ondernemers
Subdoel 4.2: Vanaf 2025 wordt de denkkracht van kennis- en onderwijsinstellingen ingezet op de lokale ontwikkelingen en uitdagingen.
Wat
Voor wie
Waarom
Wanneer
De gemeente zet een netwerk op, of maakt gebruik van een bestaand netwerk, met kennis- en onderwijsinstellingen, ondernemers. In dit netwerk worden onderwijs en onderzoek verbonden aan de lokale ontwikkelingen en uitdagingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de lopende initiatieven en netwerken zoals SPARK the Movement en het Biosintrum. De gemeente focust op het actief delen van circulaire praktijkvoorbeelden om meer bekendheid te geven aan circulariteit en het netwerk. Het lisdodde-project voor veenweidegebieden kan worden gebruikt als voorbeeld, zodat er kan worden geleerd van deze succesvolle aanpak waarbij denkkracht van onderwijs werd ingezet.
Kennis- en onderwijsin- Kennis delen, activeren, stellingen, ondernemers kansen signaleren en realiseren
2024-2025
Kennis- en onderwijsin- Kennis delen, stimuleren stellingen, ondernemers
>2025
Monitoring en evaluatie Om een goed beeld te geven van hoe ver de gemeente is met de impact per uitvoeringsthema’s zal het proces uitgebreid gemonitord worden. Bij het monitoren wordt er in de gaten gehouden of de uitvoeringthema’s en de bijhorende doelen op het goede spoor zijn en of er eventueel moet worden bijgestuurd. De monitoring wordt via meetmomenten gedaan en geëvalueerd zodat er ieder jaar kan worden teruggekoppeld hoe ver ieder thema is en wat er aan impact bereikt is. Het jaar 2024 is hierbij de nulsituatie, zodat effecten van de acties die uit dit rapport voortkomen gemeten kunnen worden. Aan de hand van de Plan-Do-Check-Act cyclus wordt het plan jaarlijks verbeterd en aangescherpt waardoor het als levend plan kan worden beschouwd. Monitoring en evaluatie zijn allebei belangrijk voor een sluitende Plan-Do-Check-Act cyclus (PDCA-cyclus). Deze PDCA-cyclus is een waardevolle methode aangezien het ervoor kan zorgen dat er continu sprake is van verbeteringen en aanscherping van het plan. Door de plannen voor te bereiden (Plan), uit te voeren (Do), te evalueren (Check) en te verbeteren (Act) kan de gemeente zo effectief mogelijk naar een circulaire gemeente toewerken. Landelijk zijn er veel ontwikkelingen op het vlak van monitoring van de circulaire economie.
Het Planbureau voor de Leefomgeving monitort samen met 8 andere kennisinstellingen de transitie naar een circulaire economie en monitort daarbij ook de voortgang ten aanzien van het tussendoel in 2030. Ieder jaar brengen deze instituten meerdere rapporten uit, zodat het beleid kan worden geëvalueerd en de overheid met nieuwe kennis en inzichten het bestaande beleid bij kan sturen18. Hoewel deze kennis veelal gericht is op landelijke monitoring, is er ook veel inzicht in regionale ontwikkelingen. De gemeente ontsluit deze kennis en inzichten door jaarlijks de gepubliceerde rapporten te bestuderen, zodat deze uitvoeringsstrategie ook waar nodig bijgestuurd kan worden met de nieuwste kennis en inzichten. Uitvoeringsthema 1: Het goede voorbeeld geven Wat betreft de gemeentelijke bedrijfsvoering wordt er gestart met het vaststellen van de nulsituatie door middel van de grondstofstromen analyse. Deze grondstofstromen analyse wordt iedere twee jaar opnieuw uitgevoerd zodat bepaalde stromen gemonitord worden met als doel deze te verkleinen en meer circulair te verwerken. De acties vanuit de grondstofstromen analyse en het daaruit volgende interne communicatieplan worden gedeeld in de organisatie. Dit gebeurt jaarlijks. De aanpak en monitoring hiervan zal in het te ontwikkelen interne communicatieplan staan.
Het inkoopbeleid heeft vanuit deze uitvoeringsstrategie een meetbaar doel waarbij de monitoring plaatsvindt vanuit het inkoopbeleid. De MVI zelfevaluatietool wordt ingezet voor de benodigde datamonitoring van eigen inkoop. Zelf ingekochte materialen vanuit de bouw wordt via de grondstofstromen analyse zichtbaar en daarmee ook gemonitord.
18 Werkprogramma monitoring en sturing circulaire economie | PBL Planbureau voor de Leefomgeving
Uitvoeringsthema 2: Circulair ondernemen bevorderen Aan de hand van het aangevraagde innovatiebudget en het aantal projecten dat opgezet wordt, wordt gemonitord of dit doel behaald is. De genoemde maatregelen vormen als het ware een actielijst voor de gemeente om de doelen te behalen. In 2025 zijn alle maatregelen van subdoel 2.1 en 2.2 opgestart zodat doorgestart kan worden met de maatregelen uit subdoel 2.3. Door eind 2024 een steekproef uit te voeren, kan er worden geïnventariseerd of inderdaad alle ondernemers op de hoogte zijn van de beschikbare middelen en opgestarte projecten aan de hand van de subsidies. Door deze resultaten te delen (subdoel 2.3) en te reflecteren wordt de PDCA-cyclus nageleefd en wordt geacteerd voor de daarop volgende jaren. Uitvoeringsthema 3: Bekendheid en actie omtrent circulaire economie bij inwoners vergroten De genoemde maatregelen en acties binnen dit thema vormen prestatie-indicatoren voor de bekendheid en actie. De impact hiervan zal in de loop der jaren zichtbaar worden in aantallen restafval. Door dit zoveel mogelijk te gescheiden in te zamelen, kan er steeds meer worden gerecycled. De monitoring vindt daarom plaats via het meten van de aantal kg restafval per inwoner per jaar.
Uitvoeringsthema 4: Kennis ontwikkelen en toepassen De genoemde doelen binnen dit thema zijn gebaseerd op de gesprekken die gevoerd zijn met kennis- en onderwijsinstellingen. Vanuit de nulsituatie bleek dat er momenteel een te kleine koppeling is vanuit kennis- en onderwijsinstellingen naar ondernemers en overheden. Omdat die wens er wel is, én omdat het veel potentie heeft, is dit opgenomen in het beleid. Voor de monitoring geldt dat dit soort gesprekken met alle partijen belangrijk zijn om te evalueren of de doelen effect hebben gehad. Daarom wordt er in 2025 wederom een gespreksronde georganiseerd met alle partijen vanuit het netwerk van subdoel 4.2.
Bijlage A - Gesprekken Naam
Categorie
Datum gesprek
LIMM Recycling Hogeschool Van Hall Larenstein Oerlemans Packaging Oosterwolde Plastic Industrie (OPI) Wageningen Universiteit Biosintrum Machandel Iedema Projectstoffeerders Panelen Holland Aeres Hogeschool Recyclewinkel Oosterwolde Circulair Friesland Aeres MBO Leeuwarden - MBO life science Stellingwerf College CSG Liudger Milieustraat Oosterwolde, Omrin
Ondernemers Onderwijsinstelling Ondernemers Ondernemers Onderwijsinstelling Kennisinstelling Ondernemers Ondernemers Ondernemers Onderwijsinstelling Ondernemers Vereniging Onderwijsinstelling Onderwijsinstelling Onderwijsinstelling Ondernemers
11-08-2022 25-08-2022 25-08-2022 25-08-2022 30-08-2022 31-08-2022 31-08-2022 02-09-2022 02-09-2022 28-10-2022 21-09-2022 26-08-2022 06-10-2022 06-06-2023 23-06-2023 Tussen augustus en oktober 2023
Bijlage B - Begrippenlijst In deze uitvoeringsstrategie worden de onderstaande definities gehanteerd. Materiaal dat afkomstig is van biomassa, oftewel plantaardig of dierlijk materiaal16. De verscheidenheid aan leven op aarde, in allerlei vormen zoals verschillende soorten planten, dieren, schimmels en meer17. CO2-neutraal Een evenwicht tussen de uitstoot van CO2 en de opname van CO2. Circulaire Economie Een economie waarin grondstoffen steeds worden teruggewonnen en opnieuw worden gebruikt. Afval bestaat niet in een circulaire economie. Consumptie Het verbruik en gebruik van producten, levensmiddelen en diensten. Duurzame Ontwikkeling Ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder daarbij de mogelijkheden van toekomstige generaties om ook in hun behoeften te voorzien in gevaar te brengen18. Energieneutraal Er wordt net zoveel energie opgewekt als dat er wordt verbruikt19. Energietransitie De omschakeling van fossiele energie naar energie uit hernieuwbare bronnen20. Grondstoffen Grondstoffen worden uit de aarde gehaald en gebruikt om halffabrikaten en/of eindproducten van te maken. Voorbeelden van grondstoffen zijn olie, gas en water. Kennisinstellingen De verzamelnaam voor alle universiteiten, hogescholen, onderzoeksinstellingen en academische ziekenhuizen21.
Klimaatadaptatie Aanpassing/bestendigheid van menselijke en natuurlijke systemen aan het veranderende klimaat en daarmee het beperken van huidige en te verwachten (schadelijke) gevolgen22. Levensduur De tijd waarin een product of materiaal gebruikt kan worden of een organisme of individu leeft. Lineaire Economie Een economie waarin grondstoffen worden gewonnen, gebruikt en uiteindelijk worden weggegooid als afval. Materialen Materialen worden gemaakt van grondstoffen en verwerkt tot producten of dienen als benodigdheden voor een dienst of activiteit. Voorbeelden van materialen zijn metaal, glas en textiel. Onderwijsinstellingen De verzamelnaam voor alle instellingen waar onderwijs gegeven wordt. Producten Alles wat kan worden aangeboden op de markt om aan een wens of behoefte van een klant te voldoen23. Productie Het maken van producten en diensten met als doel ze te verkopen. Sociale Inclusie Iedereen doet mee en hoort erbij. Niemand wordt buitengesloten. Biobased Biodiversiteit
16 https://www.milieucentraal.nl/klimaat-en-aarde/energiebronnen/biomassa/ 17 https://www.europarl.europa.eu/news/nl/headlines/society/20200109STO69929/verlies-aan-biodiversiteit-waarom-is-dit-een-probleem-en-wat-zijn-de-oorzaken 18 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=LEGISSUM:sustainable_development 19 https://anteagroup.nl/duurzaamheid-encyclopedie 20 https://www.cbs.nl/nl-nl/economie/industrie-en-energie/energietransitie 21 https://www.mkbservicedesk.nl/groeien/innoveren/kennisinstellingen-wat-zijn-dat 22 https://anteagroup.nl/duurzaamheid-encyclopedie 23 Kotler, P., Armstrong, G., Brown, L., and Adam, S. (2006) Marketing, 7th Ed. Pearson Education Australia/Prentice Hall
Aanpassingen in de Circulaire Uitvoeringsstrategie Ook geel gearceerd in de bijlage. Pag. 9 – 11: R-ladder - In de inleiding is tekst over de quadruple helix toegevoegd. - Bij elke stap in de R-ladder is een voorbeeld toegevoegd. Pag. 17: Ondernemers - De twee alinea is aangevuld. Pag. 20: Uitvoeringsthema 1 - Het opstellen van een intern communicatieplan is nu als eerste actie benoemd, na de actie om met een grondstofstromenanalyse de nulsituatie vast te stellen. - Nulsituatie vaststellen: het starten van een grondstofstromenanalyse is nu op 2023 gezet i.p.v. 2024 zoals eerder beschreven. - In de 4e actie toegevoegd dat we voor het uitvoeren van een grondstofstromenanalyse samenwerken met organisaties uit de omgeving zoals Noordelijk Innovatielab Circulaire Economie (NICE) en ondernemers.
Pag. 24: Uitvoeringsthema 3 - Diftar+ is toegevoegd als aanpak voor het verbeteren van afvalscheiding. - Het twee keer benoemen van de aanpak zwerfafval is aangepast naar het eenmaal benoemen. Pag. 25: Subdoel 3.2 - In de 3e actie is benoemd dat de gemeente een rol pakt in het vergroten van de zichtbaarheid. In plaats van de eerdere bewoording dat de gemeente deze rol pakt waar mogelijk. Pag. 29 – 30. - Monitoring en evaluatie toegevoegd. Pag. 31: Bijlage A - Er zijn aanvullende gesprekken gevoerd met de onderwijsinstellingen binnen de gemeente en toegevoegd in het schema van bijlage A.
2023 - 2030
Incl. subdoel: 1.1 -1.2
Ondernemers: Circulair ondernemen bevorderen Incl. subdoel: 2.1 -2.3
Uitvoeringsstrategie Circulair Ooststellingwerf
Kennis& onderwijs instellingen: Kennis ontwikkelen en toepassen
n
Duu rza me
Het goede voorbeeld geven
lo p e
On (S tw D
len doe s Cir g cu lin e la k ire ik ’s) G Overheidsinstanties:
ie om on ec
CIRCULAIRE UITVOERINGSSTRATEGIE OOSTSTELLINGWERF
er
Kr he
Incl. subdoel: 3.1 -3.3
B
GEMEENTE OOSTSTELLINGWERF MAART 2023
sc
La
Inwoners: Bekendheid en actie omtrent circulaire economie bij inwoners vergroten
ni
R-
dd
in g
Incl. subdoel: 4.1 -4.3
is iolo g
ch
e&
c Te
h