Agendabundel
Tekst van het document
Artikel III inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking per 23-10-2025 Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van de Gemeente Ooststellingwerf, 23 september 2025 Gemeente Ooststellingwerf,23 september 2025 De Griffier en de Voorzitter
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
1
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
Bijlage A Bijlage bij artikel I A
Concept
Het opschrift van hoofdstuk 2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 2 gereserveerd B Het opschrift van hoofdstuk 3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 3 gereserveerd C Het opschrift van hoofdstuk 4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 4 gereserveerd D Het opschrift van hoofdstuk 5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 5 gereserveerd E Het opschrift van hoofdstuk 6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 6 gereserveerd F Het opschrift van hoofdstuk 7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 7 gereserveerd G Het opschrift van hoofdstuk 8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 8 gereserveerd H Het opschrift van hoofdstuk 9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
2
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
Hoofdstuk 9 gereserveerd I
Concept
Het opschrift van hoofdstuk 10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 10 gereserveerd J Het opschrift van hoofdstuk 11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 11 gereserveerd K Het opschrift van hoofdstuk 12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 12 gereserveerd L Het opschrift van hoofdstuk 13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 13 gereserveerd M Het opschrift van hoofdstuk 14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 14 gereserveerd N Het opschrift van hoofdstuk 15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 15 gereserveerd O Het opschrift van hoofdstuk 16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 16 gereserveerd P Het opschrift van hoofdstuk 17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
3
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
Hoofdstuk 17 gereserveerd Q
Concept
Het opschrift van hoofdstuk 18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 18 gereserveerd R Het opschrift van hoofdstuk 19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 19 gereserveerd S Het opschrift van hoofdstuk 20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 20 gereserveerd T Artikel 21.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 21.1 Toepassingsbereik Hoofdstuk 21 gaat over activiteiten die plaatsvinden in de gemeente Ooststellingwerf tijdens de transitiefase van het omgevingsplan, ter plaatse van: a. H21 woningbouwontwikkeling Bovenweg 8 Donkerbroek ; b. H21 woningbouwontwikkeling Dorpsstraat 12-14 Haule. U Artikel 21.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 21.5 Algemeen gebruiksverbod Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken: a. anders dan overeenkomstig in dit plan aan de locatie toegedeelde functie; b. voor het wonen in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk; c. voor opslag van voer-, vaar- of vliegtuigen, dan wel onderdelen daarvan, alsmede caravans, tenten en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomens; d. voor opslag van schroot, puin, afbraak- en bouwmaterialen, grond- en bodemspecie en al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten; e. ten behoeve van een seksinrichting; f. als standplaats voor kampeermiddelen; g. ten behoeve van risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven; h. ten behoeve van windturbines; . V Artikel 21.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
4
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
Concept
Artikel 21.11 Meetbepalingen Bij de toepassing van de regels in deze afdeling wordt als volgt gemeten: a. de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; b. de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen); c. de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; d. de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk e.
ondergeschikte bouwdelen: bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van de plaatsing van gebouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de voor de plaatsing van gebouwen geldende regeling met niet meer dan 1,00 m wordt overschreden; W Artikel 21.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 21.13 Aanvullende beoordelingsregels 22.29 voor vergunningplichtige bouwactiviteiten De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt in afwijking van artikelen 21.1421.15 tot en met 21.1621.17 ook verleend onder de voorwaarde dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, het milieu, de kwaliteit van bodem en het grond- en oppervlaktewater, de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven, het bebouwingsbeeld, de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden en de verkeersveiligheid, in de volgende gevallen: a. de in het plan gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. het bepaalde in het plan en toestaan dat activiteits- of bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. het bepaalde in het plan voor het bouwen van antennes, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 25 m bedraagt; d. het bepaalde in het plan voor het bouwen van vlaggenmasten en naar de aard daarmee gelijk te stellen andere bouwwerken met een bouwhoogte van niet meer dan 8,00 m; e. het gebruik van bouwwerken en een bouwperceel ten behoeve van zonne-energie, mits het op te stellen vermogen is gericht op de energiebehoefte die samenhangt met de functie van dat perceel; f.
het toestaan dat de afstand van woningen tot deminder bedraagt minder dan de ter plaatse van locatie H21 zijdelingse perceelgrens aangegeven afstand; g. toestaan dat er op een bouwperceel met een grotere oppervlakte dan 3.000 m2 een groter oppervlak aan bijbehorende bouwwerken bij een woning wordt gebouwd, mits: 1. het totale oppervlak aan bijbehorende bouwwerken op het bouwperceel ten hoogste 300 m2 bedraagt; 2. een inrichtingsplan is overlegd, waaruit blijkt dat de processtappen zijn gevolgd zoals opgenomen in het procesboek Ontwikkeling agrarische erven tevens rekening is gehouden met het regionale landschapsbeleidsplan; h. het bepaalde in het plan en toestaan dat lichtmasten uitsluitend ten behoeve van een paardenbak voor hobbymatig gebruik magmogen worden aangebracht, mits: 1. de hoogte van de lichtmasten minimaal 4 m en maximaal 8 m bedraagt; 2. de situering van de lichtmasten binnen 0,5 m aan de rand van de paardenbak plaatsvindt; en 3. de verlichtingstijd is beperkt binnen 07.00 uur en 22.00 uur. X
5
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
Na artikel 21.13 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Concept
Artikel 21.14 Voorwaardelijke verplichtingen en gebodsbepalingen 1.
Voor het bouwen van de woning ter plaatse van de locatie H21 woningbouwontwikkeling Bovenweg 8 Donkerbroek dient de beeldverstorende bebouwing te worden gesloopt overeenkomstig het in bijlage 1 bij de motivering landschappelijk inpassingsplan.
2.
Voor het bouwen van de woning ter plaatse van de locatie H21 woningbouwontwikkeling Bovenweg 8 Donkerbroek dient de grond van het gehele perceel functioneel gesaneerd te zijn tot minimaal bodemkwaliteitsklasse “Industrie” of licht verontreinigde grond met klasse “Niet Toepasbaar” moet afgedekt zijn met een duurzaam aaneengesloten afdeklaag.
3.
ter plaatse van H21 ontwikkellocatie dorpsstraat Haule is het gezamenlijk geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen (artikel 4.103 Bbl) volgens de waarden zoals opgenomen in tabel 1 uit hoofdstuk 7 van het Akoestisch onderzoek Dorpsstraat Haule.
Y Artikel 21.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 21.14 21.15 (Bedrijfs)woningen Voor het bouwen van hoofdgebouwen binnen de functie H21 Wonen gelden in aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 tevens de volgende beoordelingsregels bij de vergunningplicht als bedoeld in artikel 22.26: a. de hoofdgebouwen moeten als woning worden gebouwd; b. het aantal woningen is niet meer dan het ter plaatse van de bouwnorm H21 aantal opgenomen woningen; c. de hoofdgebouwen moeten binnen een gebiedsaanwijzing H21 bouwvlak worden gebouwd; d. de woningen worden ter plaatse van de bouwnorm H21 vrijstaand gebouwd; e. ter plaatse van de gebiedsaanwijzing H21 gevellijn moeten de voorgevels van hoofdgebouwen in de naar de weggekeerde grens van het bouwvlak worden gebouwd, dan wel maximaal 3 meter daar achter; e f. de afstand (van de niet aaneengebouwde zijde) van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt niet minder dan de ter plaatse van de bouwnorm H21 zijdelingse perceelgrens aangegeven afstand; f g. de oppervlakte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 175 m2; en g h. de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mogen niet meer bedragen dan de hoogtes die ter plaatse van de bouwnormen H21 goothoogte respectievelijk H21 bouwhoogte zijn aangegeven. h.
Voor het bouwen van de woning ter plaatse van de locatie H21 woningbouwontwikkeling Bovenweg 8 Donkerbroek dient de beeldverstorende bebouwing te worden gesloopt overeenkomstig het in bijlage 1 bij de motivering landschappelijk inpassingsplan. i. Voor het bouwen van de woning ter plaatse van de locatie H21 woningbouwontwikkeling Bovenweg 8 Donkerbroek dient de grond van het gehele perceel functioneel gesaneerd te zijn tot minimaal bodemkwaliteitsklasse “Industrie” of licht verontreinigde grond met klasse “Niet Toepasbaar” moet afgedekt zijn met een duurzaam aaneengesloten afdeklaag. Z Paragraaf 21.3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 21.3.3 Bijbehorend bouwwerk bij een (bedrijfs)woning Artikel 21.16 Bijbehorende bouwwerken 1.
6
Voor het bouwen van bijbehorend bouwwerken en overkappingen binnen de functie H21 Wonen in aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 ook de volgende beoordelingsregels bij de vergunningplicht als bedoeld in artikel 22.26:
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
a.
Concept
b.
c. 2.
een bijbehorend bouwwerk dient achter de voorgevel van een hoofdgebouw te worden gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan: 1. 100 m2 bij een bouwperceel met een oppervlakte die niet groter is dan 500 m2; 2. 125 m2 bij een bouwperceel met een oppervlakte tussen de 500 m2 en 800 m2; 3. 150 m2 bij een bouwperceel met een oppervlakte tussen de 800 m2 en 1.500 m2; 4. 200 m2 bij een bouwperceel met een oppervlakte die groter is dan 1.500 m2; en de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 m en 6 m.
Binnen de gebiedsaanwijzing H21 Bouwwerken uitgesloten mogen geen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd, met dien verstande dat vergunningvrij bouwen niet is uitgesloten.
Artikel 21.15 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorend bouwwerk en overkappingen binnen de functie H21 Wonen gelden in aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 ook de volgende beoordelingsregels bij de vergunningplicht als bedoeld in artikel 22.26: a. een bijbehorend bouwwerk dient achter de voorgevel van een hoofdgebouw te worden gebouwd, met uitzondering van een bijbehorend bouwwerk ter plaatse van de locatie H21 bijgebouw; b. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan: 1. 100 m2 bij een bouwperceel met een oppervlakte die niet groter is dan 500 m2; 2. 125 m2 bij een bouwperceel met een oppervlakte tussen de 500 m2 en 800 m2; 3. 150 m2 bij een bouwperceel met een oppervlakte tussen de 800 m2 en 1.500 m2; 4. 200 m2 bij een bouwperceel met een oppervlakte die groter is dan 1.500 m2; c. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 m en 6 m. AA Artikel 21.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 21.16 21.17 Bouwwerk, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde 1.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkapping zijnde, binnen de functie H21 Wonen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 1,00 m; b. in afwijking van sub a bedraagt de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer dan 2,00 m: 1. op een erf of perceel waarop al een een hoofdgebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en 2. achter de lijn die loopt langs de voorkant van dat hoofdgebouw en vanaf daar evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen; c. in aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 22.29 geldt dat de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedraagt dan 6,00 m.
2.
De bouwhoogte van omheiningen van paardenbakken bedraagt niet meer dan 1,7 m, met dien verstande dat een omheind oppervlak niet meer bedraagt dan 800 m².
3.
Binnen de gebiedsaanwijzing H21 Bouwwerken uitgesloten mogen geen bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde worden gebouwd, met dien verstande dat vergunningvrij bouwen niet is uitgesloten.
BB Het opschrift van artikel 21.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 21.17 21.18 Overgangsregels Overgangsrecht bouwwerken CC
7
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
Het opschrift van artikel 21.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Concept
Artikel 21.18 21.19 Overgangsrecht gebruik
8
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
DD Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Concept
Bijlage I Overzicht Informatieobjecten
9
H21 aantal
/join/id/regdata/gm0085/2024/b5dddba16251447cb04c99ee32ef289e/nld@202502-25;14193609
H21 bijgebouw
/join/id/regdata/gm0085/2024/916986df19874243a6b0a14ce129d697/nld@202502-25;14193609
H21 bouwhoogte
/join/id/regdata/gm0085/2024/fc0fb87811dc4ea88746d5e218a7fbbf/nld@202502-25;14193609
H21 bouwvlak
/join/id/regdata/gm0085/2024/27805ccbab504e0a91a4b6502f653cf0/nld@2025-02-25;14193609
H21 goothoogte
/join/id/regdata/gm0085/2024/9f344b2b319d4d14960784e01385386c/nld@202502-25;14193609
H21 vrijstaand
/join/id/regdata/gm0085/2024/efa2d90b638c41b3ba22ede4da869ba5/nld@202502-25;14193609
H21 Wonen
/join/id/regdata/gm0085/2024/47fde4031c6e43ea8670274c17c7e19a/nld@202502-25;14193609
H21 woningbouwontwikkeling Bovenweg /join/id/regdaDonkerbroek ta/gm0085/2024/0ee97ab45ada4be1839a1f4a6b42e682/nld@202502-25;14193609 H21 zijdelingse perceelgrens
/join/id/regdata/gm0085/2024/48b5771f09d24d1eb46443ac03e56bed/nld@202502-25;14193609
H21 aantal
/join/id/regdata/gm0085/2024/b5dddba16251447cb04c99ee32ef289e/nld@202506-24;09370884
H21 bouwhoogte
/join/id/regdata/gm0085/2024/fc0fb87811dc4ea88746d5e218a7fbbf/nld@202506-24;09370884
H21 bouwvlak
/join/id/regdata/gm0085/2024/27805ccbab504e0a91a4b6502f653cf0/nld@2025-06-24;09370884
H21 Bouwwerken uitgesloten
/join/id/regdata/gm0085/2025/cbbaef77627b405aa99a5b7bf9950a73/nld@2025-0624;09370884
H21 gevellijn
/join/id/regdata/gm0085/2025/cc03bbeda89e4b2ca0d4a7a5436e084d/nld@2025-06-24;09370884
H21 goothoogte
/join/id/regdata/gm0085/2024/9f344b2b319d4d14960784e01385386c/nld@202506-24;09370884
H21 ontwikkellocatie dorpsstraat Haule
/join/id/regdata/gm0085/2025/d21c5cca2d5941c09ad328dc1eb9be46/nld@202506-24;09370884
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
Concept 10
H21 vrijstaand
/join/id/regdata/gm0085/2024/efa2d90b638c41b3ba22ede4da869ba5/nld@202506-24;09370884
H21 Wonen
/join/id/regdata/gm0085/2024/47fde4031c6e43ea8670274c17c7e19a/nld@202506-24;09370884
H21 woningbouwontwikkeling Bovenweg /join/id/regda8 Donkerbroek ta/gm0085/2025/6a300d1e1bde424c98bdeed0e1689b07/nld@202506-24;09370884 H21 zijdelingse perceelgrens
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
/join/id/regdata/gm0085/2024/48b5771f09d24d1eb46443ac03e56bed/nld@202506-24;09370884
EE Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Concept
Bijlage II BIJ ARTIKEL 1.1, TWEEDE LID, VAN DIT OMGEVINGSPLAN, BEGRIPSBEPALINGEN Voor de toepassing van hoofdstuk 22 wordt verstaan onder: aansluitafstand:
afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt;
Activiteitenbesluit-bedrijventerrein:
cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingenbedrijfsfuncties, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;
AS SIKB 2000:
AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07-02-2014, met wijzigingsblad van 10-02-2018;
bebouwingsgebied:
achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;
BRL SIKB 2000:
BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12-12-2013;
BRL SIKB 7000:
BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19-06-2014, met wijzigingsblad van 12-02-2015;
concentratiegebied geurhinder en veehouderij:
gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;
distributienet voor warmte:
collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;
geurgevoelig object:
a.
b.
11
gebouw: 1. dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en; 2. dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en 3. dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd;
gezoneerd industrieterrein:
industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
ISO 11423-1:
ISO 11423-1:1997: Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997;
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
Concept 12
landbouwhuisdieren met geuremissiefactor:
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a. varkens, kippen, schapen of geiten; en b. als deze worden gehouden voor de vleesproductie: 1. rundvee tot 24 maanden; 2. kalkoenen; 3. eenden; of 4. parelhoenders;
landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor:
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.
NEN 5725:
NEN 5725:2017: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017;
NEN 5740:
NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016;
NEN 6090:
NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017;
NEN 6578:
NEN 6578:2011: Water – Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011;
NEN 6589:
NEN 6589:2005/C1:2010: Water – Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010;
NEN 6600-1:
NEN 6600-1:2019: Water – Monsterneming – Deel 1: Afvalwater, versie 2019;
NEN 6965:
NEN 6965:2005: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005;
NEN 6966:
NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006;
NEN-EN 858-1/A1:
NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004;
NEN-EN 858-2:
NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003;
NEN-EN 872:
NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;
NEN-EN 1825-1:
NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006;
NEN-EN 1825-2:
NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002;
NEN-EN 12566-1:
NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
Concept 13
NEN-EN 12673:
NEN-EN 12673:1999: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999;
NEN-EN 16693:
NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GCMS), versie 2015;
NEN-EN-ISO 2813:
NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen – Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014;
NEN-EN-ISO 5667-3:
NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water – Monsterneming – Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;
NEN-EN-ISO 5815-1:
NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;
NEN-EN-ISO 5815-2:
NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;.
NEN-EN-ISO 9377-2:
NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water – Bepaling van de minerale-olie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;
NEN-EN-ISO 9562:
NEN-EN-ISO 9562:2004: Water – Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;
NEN-EN-ISO 10301:
NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;
NEN-EN-ISO 10523:
NEN-EN-ISO 10523:2012: Water – Bepaling van de pH, versie 2012;
NEN-EN-ISO 11885:
NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;
NEN-EN-ISO 12846:
NEN-EN-ISO 12846:2012: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;
NEN-EN-ISO 14403-1:
NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012;
NEN-EN-ISO 14403-2:
NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012;
NEN-EN-ISO 15587-1:
NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15587-2:
NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15680:
NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
Concept
verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;
14
NEN-EN-ISO 15682:
NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;
NEN-EN-ISO 15913:
NEN-EN-ISO 15913:2003: Water – Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003;
NEN-EN-ISO 17294-2:
NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;
NEN-EN-ISO 17852:
NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;
NEN-EN-ISO 17993:
NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;
NEN-ISO 15705:
NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;
NEN-ISO 15923-1:
NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013;
straatpeil:
a.
b.
warmteplan:
Concept
voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.
(van 24-6-2025 11:42)
FF Bijlage III wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Concept
Bijlage III Bij artikel 1.1, derde lid van dit omgevingsplan (begrippen)
15
aan huis verbonden bedrijf
het beroepsmatig verlenen van diensten, dan wel het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk -niet zijnde een aan huis verbonden beroep- waarvan de omvang in een woning met bijbehorende bouwwerken past en waarbij de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin behouden blijft. Onder een aan huis verbonden bedrijf valt wel internetverkoop, maar geen webwinkel;
aan huis verbonden beroep
het uitoefenen van een beroep of het verlenen van diensten op juridisch, medisch, therapeutisch, administratief, kunstzinnig of daaraan verwant gebied, als ondergeschikt onderdeel in een woning, waarbij de woonfunctie centraal is. Commerciële dienstverlening als bankfilialen, uitzendbureaus en reisbureaus, alsmede detaulhandel en horeca worden niet begrepen onder aan huis verbonden beroep;
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegenaan gebouwd en met de aarde verbonden bouwwerken met een dak;
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
bouwgrens
de grens van een bouwvlak;
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel:
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
brutovloeroppervlakte
de vloeroppervlakte van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten van een gebouw gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie;
bêd & brochje
een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt binnen bestaande gebouwen. Een bêd & brochje is gevestigd in een woonhuis of bijbehorend bouwwerk en wordt gerund door de eigenaren van het betreffende huis;
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
erf
een al dan niet omheind stuk grond, in ruimtelijk opzicht direct behorende bij, in functioneel opzicht ten dienste van en in feitelijk opzicht direct aansluitend aan een woning of een ander gebouw, dat in beginsel behoort tot de kavel(s) waarop de woning of het andere gebouw is geplaatst, zoals dat blijkt uit de kadastrale gegevens;
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
Concept 16
gebouw
elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
gebruiksmogelijkheden
de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende functie te gebruiken;
geluidgevoelig gebouw
een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving
hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is;
huishouden
persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; hieronder niet begrepen bewoning in de vorm van kamerverhuur;
kampeermiddel
een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
milieusituatie
de waarde van een gebied in milieuhygiënische zin die wordt bepaald door de mate van scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies, daarbij in het bijzonder gelet op het voorkomen dan wel beperkien van hinder door geur, stof, geluid, gevaar, licht en/of trilling;
overkapping
elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met niet meer dan één wand;
paardenbak
buitenrijbaan of een paddock ten behoeve van paardrijdactiviteiten en verblijfactiviteiten, voorzien van een andere ondergrond dan gras en al dan niet voorzien van een omheining;
peil a.
b.
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de bouwhoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de bouwhoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
productiegebonden detailhandel detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede erotische-massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
straat- en bebouwingsbeeld
de stedenbouwkundige waarde van een gebied die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing. De mate van samenhang wordt bepaald door de verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, de onderlinge verhouding tussen bebouwing op het gebied van bouwhoogte en -breedte en de wijze waarop bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is zich tot elkaar verhoudt op het vlak van bouwvorm en ligging;
verkeersveiligheid
de waarde van een gebied voor de veiligheid van het verkeer die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers;
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
Concept 17
voorgevel
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt;
wonen
het huisvesten in een woning van één afzonderlijk huishouden;
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden dat indien deze bestaat uit meerdere personen gebruik maakt van voor bewoning gemeenschappelijke voorzieningen, zoals keuken, toilet en douche.
dakturbine
een kleine windturbine zonder mast, geplaatst op het dak van een gebouw;
natuurtoets
Een natuurtoets is een uitgebreide en zorgvuldige ecologische effecten-beoordeling van de impact van windmolen(s) op beschermde soorten en gebieden in het kader van de Wet Natuurbescherming. In het bijzonder het effect op belangrijke foerageerplaatsen, voortplantingslocaties (waaronder weidevogel(herstel)gebieden), rustplaatsen en trekroutes van deze dieren. Een natuurtoets start in de meeste gevallen met een Quick Scan. Dit is een korte toets waaruit blijkt of er risico's bestaan op overtredingen van de Wet natuurbescherming. Indien deze risico's niet kunnen worden uitgesloten, kunnen de plannen worden aangepast, zodat het risico wordt weggenomen of er kan nader onderzoek worden uitgevoerd naar het daadwerkelijke voorkomen en de verwachtte risico's. Ook daaruit kunnen aanpassingen van het plan ontstaan, of ontheffing worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, de provincie Fryslân. Houd er rekening mee dat als ontheffing wordt aangevraagd een onderdeel hiervan altijd compensatie en mitigatie is. Dat betekent dat er aanpassingen aan het plan moeten worden gemaakt, zodat de Gunstige staat van Instandhouding van de betreffende soort(en) niet in het geding komt. Daarnaast wordt de Externe werking van windmolens op de Instandhoudingsdoelen van de Natura 2000gebieden beoordeeld.
Tevens wordt het cumulatieve effect van voortschrijdende windmolenplaatsing op essentiële landschapsecologische relaties ter behoud van dierpopulaties (Gunstige staat van Instandhouding) op regionaal niveau beoordeeld.
windturbine
een installatie c.q. bouwwerk voor het opwekken van elektrisch of thermisch vermogen uit wind;
gewasbeschermingsmiddelen
gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in https://Bijlage I Besluit activiteiten leefomgeving
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
GG Na bijlage III wordt een bijlage ingevoegd, luidende:
Concept
Bijlage IV Overzicht Documentenbijlagen
18
Ontwikkeling agrarische erven
/join/id/regdata/gm0085/2024/645d235f1b4944f0b9a2c8e15c5a16a8/nld@202506-24;09370884
Tabellen nota parkeernormen 2023
/join/id/regdata/gm0085/2024/f844d70154d14bd7846c714a5449e867/nld@202506-24;09370884
Akoestisch onderzoek Dorpsstraat Haule /join/id/regdata/gm0085/2025/bbc4c8a3e18244ee94717bffa0916f9c/nld@2025-06-24;09370884
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
HH Bijlage IV wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Concept
Bijlage IV Overzicht Documentenbijlagen
19
Tabellen nota parkeernormen 2023 /join/id/regdata/gm0085/2024/7211f1cc4c89492db288bf0da120ef44/nld@202502-25;14193609 Ontwikkeling agrarische erven
/join/id/regdata/gm0085/2024/f638392ef6894324863365ca2d71e820/nld@202502-25;14193609
[Vervallen]
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
AERIUS-berekening
/join/id/pubdata/gm0085/2024/587f8fb07f54445eb21a1806d3747820/nld@2025-06-24;09370884
Watertoets
/join/id/pubdata/gm0085/2024/943dbf384a6a40719cf1c26f546afe1e/nld@2025-06-24;09370884
Akoestisch onderzoek
/join/id/pubdata/gm0085/2024/db783976e630483ba6c50918c2aabccb/nld@2025-06-24;09370884
Concept
I Overzicht Documentenbijlagen
Participatieverslag Dorpsstraat
/join/id/pubdata/gm0085/2024/8d7181cd2ed940e695a261f8b491932a/nld@2025-06-24;09370884
Bodemonderzoek
/join/id/pubdata/gm0085/2024/0e1c1c72ef884cd38d368a3ca6dba6f9/nld@2025-06-24;09370884
AERIUS-berekening - rapport rekenbijlage aanleg- en gebruiksfase
/join/id/pubdata/gm0085/2024/cd68e868111c490a8084c141d1e192ae/nld@2025-06-24;09370884
Ecologisch onderzoek - oplegnotitie Omgevingswet
/join/id/pubdata/gm0085/2024/5ee2c84d9c9a405380a4ee343fc6abd0/nld@2025-06-24;09370884
Archeologisch onderzoek
/join/id/pubdata/gm0085/2024/e075fed3f24d489f93e086bb3b3e3abc/nld@2025-06-24;09370884
Ecologische quickscan
/join/id/pubdata/gm0085/2024/69521cdc11c74b5792c7384c9e8c48df/nld@2025-06-24;09370884
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
/join/id/pubdata/gm0085/2025/fffa42357c9a416fae305ac29878fcc1/nld@2025-06-24;09370884
20
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
Motivering 1 Aanleiding en doel
Concept
1.1 Aanleiding Na gezamenlijk overleg tussen de vereniging Dorpsbelangen in Haule, woningcorporatie Actium en gemeente is gebleken dat in het dorp Haule behoefte is aan extra (sociale huur- en starters)woningen. Eveneens is er behoefte aan koopwoningen, zowel vrijstaand als dubbel. Deze behoefte blijkt ook uit de Woonvisie van de gemeente. Voorliggend plan speelt op deze behoefte in. Aan de Dorpsstraat zullen twee vrijstaande koopwoningen worden gebouwd. De locatie is gelegen tussen Dorpsstraat 12 en 14. De woningbouw op de locatie is op basis van de huidige beheersverordening niet toegestaan. Er is nu sprake van een agrarische bestemming. Deze wijziging van het omgevingsplan voorziet in de planologischjuridische basis voor de realisatie van de woningen.
1.2 Grens wijzigingsbesluit De locatie ligt in het dorp Haule, aan het lint van de Dorpsstraat tussen nummers 12 en 14. De locatie bevindt zich aan de westkant van het dorp. Op onderstaande afbeelding is de globale ligging van het plangebied weergegeven. De exacte begrenzing van het wijzigingsbesluit blijkt uit de werkingsgebieden van deze wijziging van het omgevingsplan. Figuur 1.1
Luchtfoto plangebied Bron: PDOK
1.3 Leeswijzer Deze motivering kent zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk komt in hoofdstuk 2 de beschrijving van de ontwikkeling aan de orde. Hoofdstuk 3 bevat het beleidskader. Het daarop volgende hoofdstuk 4 behandelt de aspecten van de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 5 bevat de economische uitvoerbaarheid. Ten slotte gaat hoofdstuk 6 in op de procedure en participatie.
2 Wijziging omgevingsplan 2.1 Huidige situatie Het plangebied bestaat uit een agrarisch, onbebouwd perceel aan het lint Dorpsstraat in het dorp Haule. Het ligt tussen Dorpsstraat nummer 12 en 14. In de wijdere omgeving van het plangebied liggen verspreid kleinere dorpen. Het dorp Oosterwolde is het grootste dorp in de omgeving op ongeveer 4 kilometer afstand. Aan de zuidkant van de nieuwbouwlocatie zijn agrarische gronden gelegen. De Dorpsstraat kent lintbebouwing, waarbij de (voormalige) agrarische boerderijen en de nieuwere woningen losjes langs het lint zijn gesitueerd. Op een paar plekken is een straat haaks op de Dorpsstraat met (woon)bebouwing aanwezig. De woningen staan royaal in het groen, met hier en daar een open plek (weide). Ter plaatse van de bebouwde kom zijn de woningen wat dichter op elkaar geplaatst. Hier zijn op meerdere locaties relatief nieuwe woningen gebouwd en is een menging van meerdere functies (dorpshuis, basisschool, bedrijven) aanwezig.
21
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
2.2 Toekomstige situatie
Concept
In het plangebied is ruimte gereserveerd voor twee vrijstaande (koop)woningen. De woningen staan op ruime kavels, passend in het landelijke dorpslint van Haule. Zowel in de verkavelingsopzet (ruime royale kavels in het groen), als in de bebouwingsstructuur (goot- en bouwhoogte, nokrichting, afwisselende situering van de woningen) is dit herkenbaar. Onderaan is een afbeelding met indicatie van de situering van de nieuwbouw weergegeven. Bebouwing De vrijstaande woningen krijgen de nokrichting haaks op de Dorpsstraat. De woningen zullen maximaal twee bouwlagen met een kap hebben. In de planregels en op de plankaart is een bouwvlak opgenomen waarbinnen gebouwd mag worden. Groen en water De aanwezige sloot voor de woningen blijft in tact, mede in verband met de waterafvoer. De woningen hebben royale tuinen, zowel aan de voor- als achterzijde. Ontsluiting en parkeren De woningen worden op de Dorpsstraat ontsloten via een gezamenlijke oprit voor de twee woningen. Parkeren vindt plaats op eigen erf. Figuur 2.1
Indicatieve situatietekening planlocatie Dorpsstraat bron: Sweco
2.3 Door te voeren wijziging in het omgevingsplan Voor de planlocatie geldt van rechtswege het omgevingsplan. Hierin is voor de locatie Dorpsstraat de beheersverordening 'Overige dorpen 2014', vastgesteld op 20 mei 2014, van toepassing.
22
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
Op grond van de beheersverordening is ter plaatse van het plangebied sprake van een agrarische bestemming zonder bouwvlak. De binnen het verordeningsgebied gelegen gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaand gebruik. In de huidige situatie bestaan de percelen uit (agrarisch) grasland conform de agrarische bestemming. Daarom is de woningbouw niet toegestaan.
Concept
Concluderend houdt het in dat de beheersverordening 'Overige dorpen 2014' geen ruimte biedt voor het voorgenomen gebruik. Voorliggend plan maakt dat gebruik wel mogelijk. Hieronder is een uitsnede van de beheersverordening opgenomen, waarin het plangebied globaal is begrensd.
Figuur 2.2
Uitsnede beheersverordening 'Overige dorpen 2014' bron: ruimtelijkeplannen.nl
Daarnaast geldt de 'Partiële herziening beheersverordening windturbines Ooststellingwerf' (vastgesteld op 25 januari 2022). Hiermee wordt de mogelijkheid geboden om onder voorwaarden windturbines bij agrarische bouwpercelen te realiseren. Omdat het agrarische perceel (zonder bouwvlak) omschakelt naar wonen, is deze regeling niet van toepassing op het onderhavige project. Uit de beschrijving van de nieuwe situatie blijkt dat de volgende zaken zijn gewijzigd (op hoofdlijnen): • wijzigingen in de regels: de agrarische bestemming wordt gewijzigd in de functie wonen; • met de daarbij behorende wijzigingen in de artikelgewijze toelichting; • aanpassingen van bestaande werkingsgebieden van regels: de agrarische gronden worden voorzien van een woonbestemming.
3 Relevante regelgeving en beleid 3.1 Inleiding Bij het wijzigen van het omgevingsplan gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Een omgevingsplan kan alleen worden gewijzigd als er sprake is van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. De volgende beoordelingsregels uit het Bkl gelden: • De instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl; • De instructieregels van de provincie (Provinciale Omgevingsverordening Groningen); • Eventuele instructiebesluiten van Rijk en provincie; • De regels die gelden voor het stellen van maatwerkregels, als het gaat om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een maatwerkregel.
Een nadere uiteenzetting van de instructieregels volgt hierna. Verder wordt in de paragrafen een toets gedaan aan het relevante beleid van rijk, provincie, regio, waterschap en gemeente.
3.2 Instructieregels Rijk
23
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
Concept
3.2.1 Instructieregels
24
In het Bkl is een groot aantal instructieregels opgenomen waarvan het merendeel niet relevant is voor dit planvoornemen. De meest relevante instructieregels betreffen de regels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betreft onder meer het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de waterbelangen, het beschermen van de gezondheid en van het milieu, het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, het behoud van ruimte voor toekomstige functies, het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In onderstaande tabel wordt aangegeven welke thema's uit het Bkl relevant zijn voor voorliggende ontwikkeling en wordt verwezen naar de corresponderende paragraaf in hoofdstuk 4.
Figuur 3.1 Thema
Paragraaf Bkl
Relevant voor besluit?
Verwijzing paragraaf H4
Veiligheid
5.1.2
Ja
Paragraaf 4.8
Waterbelangen
5.1.3
Ja
Paragraaf 4.11
Luchtkwaliteit
5.1.4.1
Ja
Paragraaf 4.6
Geluid door activiteiten
5.1.4.2
Ja
Paragraaf 4.12
Geluid van wegen, spoorwegen en industrieterrein
5.1.4.2a
Ja
Paragraaf 4.7
Slagschaduw van windturbines
5.1.4.4a
Nee
Trillingen
5.1.4.4
Nee
Bodemkwaliteit
5.1.4.5
Ja
Geur
5.1.4.6
Nee
Ladder voor duurzame verstedelijking
5.1.5.4
Ja
Paragraaf 4.14
Cultureel erfgoed en werelderfgoed
5.1.5.5
Ja
Paragraaf 4.9
Behoud ruimte voor autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen
5.1.6.2
Nee
Behoud ruimte voor buisleidingen van nationaal belang
5.1.6.3
Nee
Elektriciteitsvoorziening
5.1.7.3
Nee
Rijksvaarwegen
5.1.7.4
Nee
Toegankelijkheid openbare ruimte
5.1.8
Nee
Voorkomen belemmeringen hoofdspoorweginfrastructuur en rijkwegen
5.2
Nee
Lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool
5.2
Nee
Bebouwingscontour jacht
5.2
Nee
Bebouwingscontour houtkap
5.2
Nee
Geluid rond luchthavens
5.1.4.3
Nee
Vrije horizon kust
5.1.5.2
Nee
Waddenzee en Waddengebied
5.1.5.3
Nee
Landsverdediging
5.1.7.2
Nee
Communicatie burgerluchtvaart
5.1.7.5
Nee
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
Paragraaf 4.10
Landelijke fiets- en wandelroutes
5.2
Nee
Lokale spoorwegen binnen vervoerregio's
5.2
Nee
Concept
Instructieregels Bkl
3.2.2 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht geworden. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. In zijn totaliteit kent de NOVI in totaal 21 nationale belangen en opgaven die het verder uitwerkt. Die opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de NOVI zoekt het Rijk een perspectief om de grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Om die reden worden binnen de NOVI prioriteiten gesteld. De NOVI stelt daarbij een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het Rijk aan de vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en 3. afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de afwegingsprincipes benut worden. Met de NOVI presenteert het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak. De NOVI geeft een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in een, gericht op het realiseren van een gezond, leefbaar, herkenbaar en economische sterk Nederland.
Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling betreft geen ontwikkeling op rijksniveau of ligt niet in een gebied waarvoor de NOVI gerichte belangen of opgaven kent. De ontwikkeling valt daarom buiten de werking en doelstellingen van het rijksbeleid. Het rijksbeleid vormt geen belemmering voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling.
3.3 Instructieregel provincie 3.3.1 Omgevingsvisie Fryslân Op 23 september 2020 is de omgevingsvisie Fryslân "De Romte Diele" vastgesteld. Brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. Dat is de hoofdambitie van de provincie Fryslân voor de Friese leefomgeving. Met de leefomgeving bedoelen we: de gedeelde ruimte waarin de mensen in de provincie samenleven. Fryslân is van alle mensen die er wonen, werken of te gast zijn. In de Omgevingsvisie werkt de provincie de provinciale ambities, opgaven, doelen en werkwijze voor de komende jaren uit. Om de ambities te kunnen realiseren, moet de basis op orde zijn. De Friese ruimte heeft veel kwaliteiten die de provincie wil behouden en versterken. Dat moet op een slimme manier gebeuren: niet door veran-
25
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
Concept
dering tegen te houden, maar door gewenste nieuwe ontwikkelingen te laten aansluiten bij bestaande kwaliteiten. In dialoog met de samenleving zijn vier opgaven benoemd die de provincie actief wil aanpakken: • Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar; • Fryslân zet de energietransitie met kracht voort; • Fryslân wordt klimaat-adaptief ingericht; • Fryslân versterkt de biodiversiteit.
Voor de bestaande kwaliteit zijn doelstellingen geformuleerd, waaronder een samenhangend netwerk van steden en dorpen. Fryslân kent een samenhangend netwerk van steden, grote en kleinere dorpen. Deze steden en dorpen vullen elkaar aan op het gebied van wonen, werken en voorzieningen, ieder vanuit de eigen kwaliteiten. De inzet is om de onderdelen van dit netwerk nog sterker met elkaar te verbinden tot een compleet palet aan woon-, en werkmilieus en voorzieningen. Het netwerk vormt daarmee de basis voor onder andere plezierig wonen in een verscheidenheid aan woonbuurten, waarbij het woningaanbod aansluit op de vraag van inwoners en van mensen die zich in Fryslân willen vestigen. Vanuit de wettelijke verantwoordelijkheid voor zorgvuldig en verantwoord gebruik van de schaarse ruimte, vindt regionale afstemming van plannen voor woningbouw, bedrijventerreinen en kantoorvolume plaats. Tussen provincie en gemeenten in regioverband worden meerjarige programmeringsafspraken over passend aanbod, zowel kwantitatief als ook kwalitatief wanneer dat gewenst is, gemaakt. Van belang hierbij is dat stedelijke functies naar aard en schaal passen bij stad of dorp, en daarop aansluiten. En dat ze goed ontsloten worden, waarbij vervoersknooppunten zoveel mogelijk benut worden.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de verdeling van woningbouw en aanleg van bedrijfslocaties over hun kernen; in hun visies/plannen bepalen ze waar dit gebeurt en in welke kwaliteit. Bij nieuwe inzichten en ontwikkelingen kan van afspraken worden afgeweken. Dit biedt flexibiliteit, ook om in te spelen op kwaliteiten waar aantoonbaar behoefte aan is. Vanuit de eerste opgave, om een vitaal, leefbare en bereikbare leefomgeving te behouden, stimuleert de provincie het grootschalig opknappen van bestaande bebouwing. Het aanbod van woningen en voorzieningen moet worden afgestemd op de bevolking. De bevolking verandert: het aantal ouderen neemt in verhouding tot het aantal jongeren toe (vergrijzing), de beroepsbevolking daalt aanzienlijk, en in sommige plattelandsgebieden neemt het aantal inwoners af. De provincie wil Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden door onder andere het grootschalig opknappen en energiezuinig maken van bestaande bebouwing en het aanbod aan woningen en voorzieningen af te stemmen op de verandering van de bevolking. Toetsing Er wordt gebouwd in afstemming met de veranderende bevolking met bijbehorende woonbehoefte. De woningen worden direct aansluitend aan de bestaande woonbuurt en in het bebouwingslint gerealiseerd. Het project is niet strijdig met de Provinciale Omgevingsvisie en is in lijn met de gemeentelijke Woon(zorg)visie (paragraaf 3.5.2).
3.3.2 Omgevingsverordening Fryslan 2022 De Omgevingsverordening Fryslân 2022 (meest recent gewijzigd op 13 september 2024) bevat regels op het gebied van de fysieke leefomgeving in Fryslân. De omgevingsverordening vervangt ongeveer een tien- tot vijftiental sectorale verordeningen op het gebied van de fysieke leefomgeving in Fryslân. De belangrijkste worden hierna genoemd: Verordening Romte Fryslân, Provinciale milieuverordening Fryslân, Waterverordening provincie Fryslân, Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017, Ontgrondingenverordening Friesland, Wegenverordening provincie Fryslân en delen van de Vaarwegenverordening Fryslân 2014. Navolgend worden de relevante bepalingen uit de verordening behandeld. In artikel 2.1 t/m 2.5 zijn de inhoudelijke principes uit de Omgevingsvisie. Voor zover relevant wordt onderstaand op de principes ingegaan. Ten aanzien van artikel 2.1 (Omgevingskwaliteiten) wordt hierbij verwezen naar paragraaf 4. Hier komt aan de orde hoe rekening wordt gehouden met archeologie, cultuurhistorie en landschap. Het artikel 2.3 (zuinig en meervoudig ruimtegebruik) komt inhoudelijk in paragraaf 4.14 aan bod.
26
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
Ten aanzien van artikel 2.4 (koppelen en verbinden) wordt opgemerkt dat in Haule een transformator wordt geplaatst om de woningbouwontwikkeling mogelijk te maken. Dit draagt bij aan de verbetering van het energienetwerk in Haule. Daarnaast is er een rioleringskwestie in Haule aan de orde. De woningbouwontwikkelingen zijn aanleiding om de waterhuishoudkundige situatie te onderzoeken en verbeteren.
Concept
Voor artikel 2.5 (gezond en veilig) is in hoofdstuk 4 aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met de aspecten ‘gezondheid’ en risico’s die samenhangen met de waterhuishouding.
Artikel 2.6 Bundeling stedelijke functies Het plangebied is onderdeel van gronden buiten bestaand stedelijk gebied. De POV stelt dat in een omgevingsplan op gronden buiten het bestaand stedelijk gebied nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden mogen worden opgenomen voor nieuwe stedelijke functies, indien deze aansluiten op het bestaand stedelijk gebied en wat betreft aard en schaal passen bij de stad of het dorp. In onderhavig geval worden de woningen aan het lint van Haule, aansluitend tussen bestaande bebouwing gebouwd, tussen de woningen Dorpsstraat nr. 12 en 14. In de bebouwde kom is de ruimte voor dit type woning niet beschikbaar, omdat deze ruimte wordt ingenomen door geplande nieuwbouw (sociale huurwoningen). De woningen zijn ingepast in het landschap en sluiten aan bij de bestaande bebouwing, zie hiervoor paragraaf 2.2. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zie hiervoor paragraaf 4.9. Het betreffen twee woningen.
Artikel 2.7 Wonen Een omgevingsplan kan nieuwe woningen bevatten, wanneer deze passen binnen de regionale woningbouwafspraken. De woonbehoefte van de twee nieuwe koopwoningen is passend binnen de Woon(zorg)visie 2022-2026 die door de gemeente is opgesteld. De Woon(zorg)visie gaat ook in op de regionale afspraken en de Woon(zorg)visie sluit hierbij aan. Zie voor een uitwerking paragraaf 3.5.2.
Artikel 3.9 Omgevingswaarden voor kans op overstroming vanuit regionale wateren De planlocatie is onderdeel van 'Overstromingskans grasland'. Voor Overstromingskans grasland is de overstromingskans eens in de 10 jaar, waarbij vijf procent van het oppervlak een grotere overstromingskans mag hebben. Nu de locatie omschakelt van onbebouwd grasland naar woningen, is gekeken naar het aspect water. Het aspect water is uitgewerkt in paragraaf 4.11.
Toetsing Op basis van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat er toepassing is gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik, waarbij eveneens de behoefte is aangetoond. Daarmee is het plan passend in het licht van de eisen van het POV.
3.4 Waterschapsverordening Het Wetterskip Fryslân heeft een waterschapsverordening (laatst gewijzigd 13-2-2024) vastgesteld. De waterschapsverordening is een algemene verordening van het waterschap waarin vrijwel alle regels over de fysieke leefomgeving van het waterschap zijn opgenomen. De waterschapsverordening vervangt de keur en de algemene regels. De grondslag voor deze waterschapsverordening is artikel 56 in combinatie met artikel 78 van de Waterschapswet waarin staat dat het waterschap verordeningen vaststelt die het nodig oordeelt voor de behartiging van de opgedragen taken. De taken die op basis van artikel 1 van de Waterschapswet aan waterschappen worden opgedragen betreffen de zorg voor het watersysteem (inclusief waterkwaliteit) en de zorg voor het zuiveren van afvalwater. Eventueel kunnen nog de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden worden opgedragen, bijvoorbeeld het vaarwegenbeheer. Wetterskip Fryslân heeft er voor gekozen om beleidsluw over te gaan. Dit houdt in dat de waterschapsverordening qua vorm en opzet volledig voldoet aan de uitgangspunten van de Omgevingswet, terwijl de veranderingen ten opzichte van de oude regels inhoudelijk beperkt zijn. Om te voldoen aan de Omge-
27
Concept
(van 24-6-2025 11:42)
vingswet zijn de keur en algemene regels omgezet naar een digitale waterschapsverordening. Deze digitalisering is onderdeel van het landelijke Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), waarin ook de regelgeving van Rijk, provincie, gemeenten en andere waterschappen digitaal ontsloten wordt.
Concept
Behalve de digitalisering zijn er nog drie belangrijke wijzigingen: het opnemen van de algemene regels in de waterschapsverordening, het vervallen van de onderhoudsbepalingen en het opnemen van rijksregels met betrekking tot lozingen.
Algemene regels in de waterschapsverordening Het was in de keur verboden om zonder watervergunning activiteiten uit te voeren op of aan waterstaatswerken. Om te voorkomen dat voor elk kleinigheidje een relatief zware vergunningprocedure moest worden doorlopen zijn in 2010 algemene regels gemaakt. Op basis hiervan kon voor eenvoudige activiteiten met een melding worden volstaan. Ook was het mogelijk dat activiteiten geheel vrij gesteld worden van vergunningplicht en meldingsplicht. In 2013, 2015 en 2018 zijn de algemene regels aangepast en heeft steeds verdere deregulering plaatsgevonden. Deze lijn wordt voortgezet in deze waterschapsverordening, alleen maken de algemene regels nu integraal deel uit van de waterschapsverordening.
Onderhoudsplichten uit de waterschapsverordening Op grond van artikel 2.2 van het Omgevingsbesluit mogen onderhoudsplichten niet in de waterschapsverordening opgenomen worden. Bij de invoering van de waterschapsverordening worden deze onderdelen van de keur daarom opgenomen in een aparte onderhoudsverordening. In de legger worden de onderhoudsplichtigen van de waterstaatswerken aangewezen. In de aparte onderhoudsverordening staat wat ze moeten doen. Dit wordt nog nader toegelicht in de Beleidsregels Integrale legger en Waterschapsverordening van Wetterskip Fryslân.
Beschermingszones uit de legger in de waterschapsverordening Met invoering van de Omgevingswet komen de beschermingszones als onderdeel van de legger te vervallen. Onder de systematiek van de Omgevingswet zijn deze zones beperkingengebieden gaan heten en in de Waterschapsverordening opgenomen. Deze zones naast het waterstaatswerk zijn specifiek aangegeven om daarin regels te stellen voor activiteiten.
Decentralisatie van lozingen: de bruidsschat Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet is het bieden van meer ruimte voor gebiedsgericht maatwerk. Om dit mogelijk te maken, wordt bepaalde regelgeving overgeheveld van het Rijk als centrale overheid naar lokale overheden. Dit wordt ook wel de bruidsschat genoemd. De lokale overheden kunnen deze wetgeving vervolgens naar eigen inzicht aanpassen. Voor waterschappen betreft het regelgeving over lozingen op oppervlaktewateren of een zuiveringtechnisch werk. Wetterskip Fryslân heeft ervoor gekozen om de regels in eerste instantie grotendeels over te nemen. Met name de beperkingengebieden zijn in onderhavig planvoornemen relevant. Het betreft meerdere beperkingsgebieden, welke met name direct naast de wateren (sloten) gelegen zijn. In en nabij deze sloten mag niet zonder meer beplanting worden aangelegd of verwijderd, bouwwerken geplaatst en overige activiteiten worden uitgevoerd die van invloed kunnen zijn op het waterstaatswerk. Het planvoornemen voorziet niet in dergelijke activiteiten.