Agendabundel
Tekst van het document
Sustainable Development Goals (SDG’s)
Inwonersparticipatie Op 28 december 2022 is een omgevingsdialoog georganiseerd door de initiatiefnemers. De omgevingsdialoog is bewust laagdrempelig opgezet met de mogelijkheid tot inloop, kennis nemen van de plannen aan de hand van een presentatie en het stellen van vragen of maken van opmerkingen. Voor de dialoog zijn de directe omwonenden uitgenodigd die direct zicht hebben op de nieuw te bouwen stal (C). Daarnaast waren twee adviseurs van Agra-Matic aanwezig. Op 14 februari 2023 heeft een tweede bijeenkomst plaatsgevonden met omwonenden die eerder verhinderd waren. De initiatiefnemer heeft het plan toegelicht. Omwonenden hebben kennisgenomen van het plan en vragen kunnen stellen.
Publicatie voor bekendmaking Op 22 december 2023 heeft de gemeente Ooststellingwerf een aanvraag om een omgevingsvergunning ontvangen voor de bouw en het gebruik van een pluimveestal op het perceel behorende bij Abbendijk 2 Nijeberkoop. Op 16 december 2025 wordt de gemeenteraad het besluit voorgelegd een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de bouw en het gebruik van een pluimveestal op het perceel behorende bij Abbendijk 2 Nijeberkoop. Onder voorwaarde dat de verklaring van geen bedenkingen wordt afgegeven, kan de vergunning worden verleend. De ontwerpvergunning zal voor zes weken ter inzage worden gelegd.
Vervolg Planning & communicatie De ontwerp-omgevingsvergunning en de stukken die daarbij horen zoals de ruimtelijke onderbouwing worden voor zes weken ter inzage gelegd. Vooraf aan deze terinzagelegging wordt een kennisgeving hiervan bekend gemaakt. Evaluatie N.v.t.
Burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf, , secretaris
Bijlagen 1. 2. 3.
Ingediende aanvraag omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing inclusief bijlagen Ontwerp-omgevingsvergunning
Geheime stukken N.v.t.
, burgemeester.
Extern zaak ID (zaakcode) : Z2023-00006764 De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2025; gelet op artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3°, artikel 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 6.5, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht; overwegende dat, 1. Op 18 december 2012 is besloten om categorieën van gevallen aan te wijzen waarin een verklaring van geen bedenkingen van de raad, als bedoeld in artikel 6.5, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht, niet nodig is en in deze categorieën de beslissing aan burgemeester en wethouders te laten. 2. Als categorie van gevallen zoals bedoeld onder 1. is aangewezen die gevallen waarbij “geen zienswijzen tegen een ontwerp omgevingsvergunning/ ontwerp verklaring van geen bedenkingen zijn ingediend. In die gevallen “hoeft de raad geen definitieve verklaring van geen bedenkingen af te geven”. 3. Het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en het besluit is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing.
Besluit 1. Een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de bouw en het gebruik van een pluimveestal op het perceel behorende bij Abbendijk 2 Nijeberkoop.
Besloten in de openbare vergadering van 16 december 2025. , griffier.
, voorzitter.
Publiceerbare aanvraag/melding omgevingsvergunning
Formulierversie 2020.01
Aanvraaggegevens Algemeen Aanvraagnummer
8148533
Aanvraagnaam
Verandering Abbendijk 2
Uw referentiecode
3394 FP de Wâlden
Ingediend op
27-12-2023
Soort procedure
Onbekend
Projectomschrijving
Initiatiefnemer is voornemens de inrichting te wijzigen, hiervoor wordt een vergunning aangevraagd. Fase 1 = Milieu Fase 2 = Bouw en RO
Opmerking
-
Gefaseerd
Ja, fase 2
Gerelateerde aanvraag/melding:
8148365
Blokkerende onderdelen weglaten
Ja
Kosten openbaar maken
Nee
Bijlagen die later komen
-
Bijlagen n.v.t. of al bekend
-
27 december 2023
Geen
Geen
Geen
Bevoegd gezag Naam:
Gemeente Ooststellingwerf
Bezoekadres:
't Oost 11 8431 LE Oosterwolde
Postadres:
Postbus 38 8430 AA Oosterwolde
Telefoonnummer:
14 0516
Faxnummer:
0516566215
E-mailadres:
vergunningen@owo-gemeenten.nl
Website:
www.ooststellingwerf.nl
Bereikbaar op:
Maa t/m don 08:30 tot 16:30 Vrij 08:30 t/m 12:30
Datum aanvraag: 27 december 2023 Aanvraagnummer: 8148533
Bevoegd gezag: Gemeente Ooststellingwerf
Pagina 1 van 8
Overzicht bijgevoegde modulebladen
Aanvraaggegevens Locatie van de werkzaamheden Werkzaamheden en onderdelen Overig bouwwerk bouwen • Bouwen Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening • Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening Bijlagen
Datum aanvraag: 27 december 2023 Aanvraagnummer: 8148533
Bevoegd gezag: Gemeente Ooststellingwerf
Pagina 2 van 8
Locatie 1
Adres
Postcode
8422DL
Huisnummer
2
Huisletter
-
Huisnummertoevoeging
-
Straatnaam
Abbendijk
Plaatsnaam
Nijeberkoop
Geen
Gelden de werkzaamheden in deze aanvraag/melding voor meerdere adressen of percelen?
Datum aanvraag: 27 december 2023 Aanvraagnummer: 8148533
Geen
Ja Nee
Bevoegd gezag: Gemeente Ooststellingwerf
Pagina 3 van 8
Bouwen
Overig bouwwerk bouwen
1
De bouwwerkzaamheden
Wat is er op het bouwwerk van toepassing? Eventuele toelichting
De bestaande pluimveestal wordt gesloopt, een grotere en nieuwe stal wordt in de plaats gerealiseerd.
Hebt u voor deze bouwwerkzaamheden al eerder een vergunning aangevraagd? 2
Ja Nee
Wat is de bruto vloeroppervlakte van het bouwwerk in m2 voor uitvoering van de bouwwerkzaamheden?
759
Wat is de bruto vloeroppervlakte van het bouwwerk in m2 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?
3643
Bruto inhoud bouwwerk
Verandert de bruto inhoud van het bouwwerk door de bouwwerkzaamheden?
5
Terrein
Bruto vloeroppervlakte bouwwerk
Verandert de bruto vloeroppervlakte van het bouwwerk door de bouwwerkzaamheden?
4
Ja Nee
Plaats van het bouwwerk
Waar gaat u bouwen? 3
Het wordt geheel vervangen Het wordt gedeeltelijk vervangen Het wordt nieuw geplaatst
Ja Nee
Wat is de bruto inhoud van het bouwwerk in m3 voor uitvoering van de bouwwerkzaamheden?
1660
Wat is de bruto inhoud van het bouwwerk in m3 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?
14012
Oppervlakte bebouwd terrein
Verandert de bebouwde oppervlakte van het terrein na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?
Datum aanvraag: 27 december 2023 Aanvraagnummer: 8148533
Ja Nee
Bevoegd gezag: Gemeente Ooststellingwerf
Pagina 4 van 8
6
7
Wat is de bebouwde oppervlakte van het terrein in m2 voor uitvoering van de bouwwerkzaamheden?
8906
Wat is de bebouwde oppervlakte van het terrein in m2 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?
11790
Seizoensgebonden en tijdelijke bouwwerken
Gaat het om een seizoensgebonden bouwwerk?
Ja Nee
Gaat het om een tijdelijk bouwwerk?
Ja Nee
Gebruik
Waar gebruikt u het bouwwerk en/ of terrein momenteel voor?
Wonen Overige gebruiksfuncties
Geef aan waar u het bouwwerk en/ of terrein momenteel voor gebruikt.
Het houden van vleeskuikens
Waar gaat u het bouwwerk voor gebruiken? Geef aan waar u het bouwwerk voor gaat gebruiken. 8
Wonen Overige gebruiksfuncties Het houden van vleeskuikens conform de eisen van het Beter Leven 1-ster keurmerk van de Dierenbescherming
Gebruiksfuncties
In onderstaande tabel staan in de eerste kolom mogelijke gebruiksfuncties die in een bouwwerk kunnen voorkomen. Vul voor alle gebruiksfuncties die voor u van toepassing zijn het aantal personen, de totale gebruiksoppervlakte en de totale vloeroppervlakte van het verblijfsgebied in m2 in hele getallen in.
9
Gebruiksfunctie
Aantal personen
Gebruiksoppervlakte (m2)
Verblijfsoppervlakte (m2)
Bijeenkomst
-
-
-
Cel
-
Gezondheidszorg
-
Industrie
-
Kantoor
-
Logies
-
Onderwijs
-
Sport
-
Winkel
-
Overige gebruiksfuncties
-
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
-
Geen
Geen
Geen
-
3643
-
-
-
-
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
-
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
Uiterlijk bouwwerk/welstand
Beschrijf van de onderstaande onderdelen de materialen en kleuren die u voor het bouwwerk gebruikt. U mag het veld leeg laten als u materialen en kleuren in de bijlagen vermeldt
Datum aanvraag: 27 december 2023 Aanvraagnummer: 8148533
Bevoegd gezag: Gemeente Ooststellingwerf
Pagina 5 van 8
Onderdelen
Materiaal
Kleur
Gevels
Prefab beton
Rood (baksteen)
- Plint gebouw
Prefabbeton
Grijs
- Gevelbekleding
Sandwichpaneel
Donkergroen
- Borstweringen
-
-
- Voegwerk
Cement
donkergrijs
Kozijnen
Kunststof
Wit
- Ramen
Glas
Doorzichtig
- Deuren
Sandwich
Donker groen
- Luiken
-
-
Dakgoten en boeidelen
Aluminium
Grijs
Dakbedekking
Vezelcementgolfplaat
Antraciet
Geen
Geen
Vul hier overige onderdelen en bijbehorende materialen en kleuren in.
Geen
Geen
-
Geen
10 Mondeling toelichten
Ik wil mijn bouwplan mondeling toelichten voor de welstandscommissie/ stadsbouwmeester.
Datum aanvraag: 27 december 2023 Aanvraagnummer: 8148533
Ja Nee
Bevoegd gezag: Gemeente Ooststellingwerf
Pagina 6 van 8
Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening 1
Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening
Met welke regels voor ruimtelijke ordening zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd?
Bestemmingsplan Beheersverordening Exploitatieplan Regels op grond van de provinciale verordening Regels op grond van een AMvB Regels van het voorbereidingsbesluit
Beschrijf hoe en in welke mate de voorgenomen werkzaamheden in strijd zijn met de regels voor ruimtelijke ordening.
De nieuwe stal zal deels buiten het bouwvlak gerealiseerd worden, daardoor is het plan in strijd met de bouwregels uit het vigerende bestemmingsplan.
Beschrijf het huidige gebruik van de gronden of het bouwwerk.
De gronden zijn in gebruik als akkerland.
Beschrijf het beoogde gebruik van de gronden of het bouwwerk.
Het houden van vleeskuikens.
Beschrijf de gevolgen van het beoogde gebruik voor de ruimtelijke ordening.
Zie bijgevoegde Ruimtelijke Onderbouwing
Is het beoogde gebruik tijdelijk van aard?
Ja Nee
Hebt u een rapport nodig waarin de archeologische waarde van het terrein dat zal worden verstoord in voldoende mate is vastgelegd?
Ja Nee
Wordt er afgeweken van het exploitatieplan?
Ja Nee
Datum aanvraag: 27 december 2023 Aanvraagnummer: 8148533
Bevoegd gezag: Gemeente Ooststellingwerf
Pagina 7 van 8
Bijlagen Formele bijlagen Naam bijlage
Bestandsnaam
Type
Datum ingediend
20230418_003394-14_FP_de_Walden_Bv-A_pdf
20230418_003394-14_FP_de_Walden_Bv--A.pdf
Plattegronden, doorsneden en detailtekeningen bouwen complexere bouwwerken
27-12-2023
In behandeling
231110_003394-12_FP20231110_00339_de_Walden_Bv-C--E_pdf 4-12_FP_de_Walden_Bv--C-E.pdf
Plattegronden, doorsneden en detailtekeningen bouwen complexere bouwwerken
27-12-2023
In behandeling
ROB_Abbendijk_2_Nijeberkoop
20230523_ROB_Abbendijk_2_Nijeberkoop_inclBijlage.pdf
Bestemmingsplan, beheersverordening en bouwverordening complexere bouwwerken
27-12-2023
In behandeling
20231227_Toelichting_aanvraag_pdf
20231227_Toelichting_aanvraag-.pdf
Anders
27-12-2023
In behandeling
Datum aanvraag: 27 december 2023 Aanvraagnummer: 8148533
Bevoegd gezag: Gemeente Ooststellingwerf
Status document 27 december 2023
27 december 2023
27 december 2023
27 december 2023
Pagina 8 van 8
Ruimtelijke onderbouwing
Abbendijk 2 Nijeberkoop
Ruimtelijke onderbouwing Abbendijk 2, Nijeberkoop
aanvrager
FP de Wâlden Abbendijk 2 8422 DL Nijeberkoop
Agra-Matic B.V.
Postbus 396 6710 BJ Ede
Datum: 8 oktober 2025 Status: DEFINITIEF 2.0
Ruimtelijke onderbouwing Abbendijk 2 Nijeberkoop
INHOUD Inleiding ..................................................................................................................................... 1 Aanleiding ....................................................................................................................... 1 Besluitgebied .................................................................................................................. 1 Leeswijzer ....................................................................................................................... 4
Plan beschrijving ....................................................................................................................... 5 Huidige situatie ............................................................................................................... 5 Gewenste situatie ........................................................................................................... 6
Beleidskader ............................................................................................................................. 9 Nationaal beleid .............................................................................................................. 9 Provinciaal beleid ............................................................................................................ 9 Gemeentelijk planologisch beleid ................................................................................. 12
Omgevingsaspecten ...............................................................................................................21 Milieueffect Rapportage (M.e.r) .................................................................................... 21 Archeologie ................................................................................................................... 22 Bodem........................................................................................................................... 25 Cultuurhistorie ............................................................................................................... 26 Verkeer en parkeren ..................................................................................................... 27 Ecologie ........................................................................................................................ 27 Waterparagraaf ............................................................................................................. 32 Luchtkwaliteit ................................................................................................................ 37 Geur ..............................................................................................................................
38 Geluid............................................................................................................................ 39 Externe veiligheid ......................................................................................................... 40 Dier- en volksGezondheid ............................................................................................ 41 Duurzaamheid .............................................................................................................. 43
Uitvoerbaarheid .......................................................................................................................44 Economische uitvoerbaarheid ...................................................................................... 44 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................ 44
Conclusie ................................................................................................................................46
Bijlagenbundel ...................................................................................................................................47
Bijlage 1 milieutekening Gewenste situatie .......................................................................................48
Bijlage 2 diertabel ..............................................................................................................................49
Bijlage 3 mer-beoordelingsnotitie ......................................................................................................50
Bijlage 4 Advies Hûs en Hiem ...........................................................................................................51
Bijlage 5 landschappelijk inpassingsplan ..........................................................................................52
Bijlage 6 watertoets ...........................................................................................................................53
Bijlage 7 Memo toets bbl aanbouw stal A .........................................................................................54
Bijlage 8 Verslagen omgevingsdialoog .............................................................................................55
INLEIDING AANLEIDING FP de Wâlden (hierna: ook aangeduid als ‘initiatiefnemer’) exploiteert aan de Abbendijk 2 in Nijeberkoop een pluimveebedrijf waar vleeskuikens worden gehouden. Als gevolg van ontwikkelingen in de maatschappij en markt heeft de initiatiefnemer besloten te gaan werken volgens het ‘Beter Leven 1 ster’-concept van de Dierenbescherming. De grote retailers in Nederland gaan vanaf 1 januari 2023 alleen nog pluimveevlees als versproduct verkopen dat volgens het ‘Beter Leven 1 ster’-concept is geproduceerd. Om te kunnen voldoen aan de eisen die gesteld worden om in aanmerking te komen voor het ‘Beter Leven 1-ster Keurmerk’ is de initiatiefnemer voornemens om aan de bestaande stallen (A, B en D) overdekte uitlopen realiseren. Daarnaast wordt stal A verlengd. Dit is toegestaan binnen de bouwregels van het vigerende bestemmingsplan. Stal C zal worden gesloopt en worden vervangen door nieuwbouw. Met dit plan krijgen de dieren meer leefruimte tot hun beschikking. Daarnaast krijgen ze de beschikking over daglicht en buitenlucht. Deze stal komt deels buiten het bouwvlak en is daardoor in strijd met de bouwregels uit het vigerende bestemmingsplan. Deze onderbouwing ziet op het initiatief voor de sloop en nieuwbouw van stal C/E. Op 6 oktober 2022 heeft een gesprek plaatsgevonden met de gemeente over het initiatief.
Tijdens dit overleg is geconstateerd dat de voorgestelde plannen de meest logische oplossing zijn voor de voorgenomen bedrijfsontwikkeling. Daarbij is door de gemeente de kanttekening gemaakt dat de gemeente nog niet instemt met de hoofdopzet. Daartoe moet het plan eerst nader uitgewerkt en onderbouwd worden. Onderhavig document dient ter onderbouwing van het plan. Daarnaast adviseert de gemeente om een omgevingsdialoog te voeren. De uitkomsten hiervan zijn verwerkt in deze onderbouwing. Deze planontwikkeling kan niet gerealiseerd worden binnen het bestaand bebouwd gebied (bouwvlak). Deze ruimtelijke procedure, in de vorm van een buitenplanse omgevingsvergunning op basis van artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo, voorziet in het afwijken van het bestemmingsplan. In deze ruimtelijke onderbouwing worden alle ruimtelijke aspecten beschouwd op basis waarvan het bevoegde gezag, in dit geval het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf, een besluit kan nemen. Tevens is deze ruimtelijke onderbouwing bedoeld voor omwonenden en andere belanghebbenden om kennis te nemen van de ruimtelijke aspecten van het plan. Voor de milieu aspecten zal aangesloten worden bij de informatie in de los opgestelde merbeoordelingsnotitie.
BESLUITGEBIED Het besluitgebied is gelegen aan de Abbendijk 2 in Nijeberkoop ten zuidwesten van de kern Makkinga in het buitengebied van de gemeente Ooststellingwerf in de provincie Friesland. In de volgende figuur is de locatie van het plangebied aangegeven.
1
Figuur 1-1 Topografische kaart. Rode pijl is het besluitgebied (Bron: Ruimtelijkeplannen)
Het besluitgebied staat kadastraal bekend onder gemeente Oldeberkoop, Sectie D nummer 367. Het plangebied is gelegen in het buitengebied op circa 5 kilometer van de provinciegrens met de provincie Drenthe. De luchtfoto in figuur 1-2 toont de ligging van het plangebied. Het grondgebruik is hoofdzakelijk grasland. Het besluitgebied is in gebruik als agrarisch erf en als agrarische gronden. Het besluitgebied wordt aan de voorzijde ontsloten via de Abbendijk.
Figuur 1-2 Luchtfoto omgeving. Besluitgebied aangeven met blauwe lijn (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
2
De volgende afbeeldingen geven het zicht op het besluitgebied vanuit verschillende richtingen weer. In figuur 1-3 is zicht op het besluitgebied kijkende in noordwestelijke richting en vervolgens is in figuur 1-4 zicht op het besluitgebied kijkende in zuidwestelijke richting en figuur 1-5 kijkende in zuidelijke richting. Figuur 1-6 geeft het zicht op het besluitgebied weer vanaf de Grindweg kijkend in zuidoostelijke richting. Uit deze figuren blijkt dat het besluitgebied in de huidige situatie goed landschappelijk is ingepast. Stallen zijn haaks op de weg gepositioneerd.
Figuur 1-3 Aanzicht huidige situatie bedrijf kijkend in noordwestelijke richting (bron: www.googlestreetview.nl)
Figuur 1-4 Aanzicht huidige situatie bedrijf kijkend in zuidwestelijke richting (bron: www.googlestreetview.nl)
Figuur 1-5 Aanzicht huidige situatie bedrijf kijkend in zuidelijke richting (bron: www.googlestreetview.nl)
3
Figuur 1-6 Aanzicht huidige www.googlestreetview.nl)
situatie
bedrijf
kijkend
in
zuidoostelijke
richting
vanaf
de
Grindweg
(bron:
LEESWIJZER De ruimtelijke onderbouwing bevat naast dit hoofdstuk, 5 andere hoofdstukken. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en de gewenste situatie. In hoofdstuk 3 komt het relevante beleid aan bod. Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van de relevante omgevingsaspecten en worden de uitgevoerde onderzoeken behandeld, dit hoofdstuk vormt de kern van de ruimtelijke onderbouwing. In hoofdstuk 5 komen de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid aan de orde, waaronder inspraak en de omgevingsdialoog. Hoofdstuk 6 bevat de conclusie ten aanzien van de vraag of er in het plan sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
4
PLAN BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE
In de bestaande situatie zijn op de locatie vier pluimveestallen aanwezig. Daarnaast zijn er een loods/opslag en een bedrijfswoning aanwezig. Aan één van de stallen (stal A) is een ruimte aangebouwd waarin zich een kantine, computerruimte en voerruimte bevindt. Verder zijn er voersilo’s aanwezig bij de stallen en is het terrein deels verhard ten behoeve van de toegang tot het bedrijf en manoeuvreerruimte. Binnen de inrichting worden vleeskuikens gehouden. Figuur 2-1 geeft de bestaande situatie weer.
Figuur 2-1 Uitsnede luchtfoto besluitgebied Abbendijk 2 in Nijeberkoop (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
De woning bestaat uit één bouwlaag die afgedekt is met een zadeldak. De ruimte direct naast en voor de woning is in gebruik als tuin. De stallen zijn langgerekte gebouwen, bestaande uit één bouwlaag met een kap. Aan de voorzijde van de bebouwing is verharding aanwezig. Het perceel wordt ontsloten door twee inritten aan de noordoostzijde van het erf. De werkzaamheden op het bedrijf bestaan uit het voederen en verzorgen van de dieren, het reinigen van de stallen en het bijhouden van de administratie. De verzorging wordt gedaan door de ondernemer zelf. Tijdens piekmomenten huurt de initiatiefnemer personeel in.
5
GEWENSTE SITUATIE De initiatiefnemer wil voor de Nederlandse markt blijven produceren. Daarom wil de initiatiefnemer het bedrijf verduurzamen en investeren in dierenwelzijn en daarmee volgens het ‘beter leven één ster’ keurmerk van de dierenbescherming te gaan produceren. Daartoe worden de stallen A, B en D voorzien van een overdekte uitloop en stal A wordt verlengd. Daarnaast is de initiatiefnemer voornemens om stal C en de loods/opslag te slopen en daarvoor in de plaats een nieuwe stal te bouwen. Deze stal zal grotendeels in gebruik worden genomen voor het houden van vleeskuikens volgens het ‘beter leven één ster’ keurmerk van de dierenbescherming. Het voorste deel van deze stal zal deels worden ingericht als opslag, hygiënesluis en technische ruimte. Ook komt hier ruimte om een shovel te stallen. De initiatiefnemer wil dus extra investeren in dierenwelzijn en verduurzaming van de bedrijfsvoering, zonder toename van het aantal vleeskuikens (maximaal 130.900 stuks). Het voornemen is om stal C en de loods/opslag te vervangen door een nieuwe stal C/E. Figuur 2-2 geeft de beoogde nieuwe situatie weer. De milieutekening van de nieuwe beoogde situatie is als bijlage bijgevoegd. Deze ruimtelijke onderbouwing ziet op de verlening van stal A en de bouw van stal C en E.
Figuur 2-2 Gewenste indeling plangebied, met de nieuw te bouwen stallen
6
Duurzaamheid en dierenwelzijn Zoals in de mer-beoordelingsnotie is beschreven heeft de bouw van de overdekte uitlopen en de nieuwe stal een aantal grote voordelen op het gebied van duurzaamheid en dierenwelzijn: ► Alle vleeskuikens op het bedrijf krijgen meer leefoppervlakte. In de bestaande situatie worden gemiddeld 20,6 vleeskuikens per vierkante meter gehouden. In de gewenste situatie worden gemiddeld 12 kuikens per vierkante meter gehouden. Met de bouw van de drie overdekte uitlopen en de nieuwe stal wordt het stalvloeroppervlak vergroot van 6.709m2 naar 10.860m2. Het leefoppervlak van de kuikens wordt hiermee met 62% vergroot doordat ook in de bestaande stallen de dierbezetting per m2 omlaag gaat. ► De initiatiefnemer gaat langzaam groeiende rassen houden waarmee de dieren een langere groeiperiode hebben. Omdat het aantal dierplaatsen op het bedrijf gelijk blijft en de dieren langer op het bedrijf blijven, worden er op jaarbasis minder dieren gehouden. ► De gewijzigde bedrijfsvoering leidt tot een verlaging van de bedrijfsemissie van ammoniak, fijnstof en geur. Stedenbouwkundige opzet en landschappelijke inpassing De uitbreiding van de bestaande stallen en het oprichten van een nieuwe stal is noodzakelijk om te kunnen voldoen aan het ‘beter leven één ster’ bij een gelijk aantal te houden dieren. De overdekte uitlopen worden aan de bestaande stallen gebouwd.
De uitbreiding van stal A vindt plaats in het verlengde van de bestaande stal. Daarmee wordt voortgeborduurd op de bestaande stedenbouwkundige structuur. De nieuw op te richten stal komt deels op de plek van bestaande bebouwing. Ook met deze stal wordt aangesloten op de bestaande stedenbouwkundige structuur. Deze stal wordt in dezelfde richting gebouwd naast de bestaande stallen. De bestaande landschappelijke inpassing zal (deels) voor deze stal moeten wijken. Er wordt voorzien in een nieuwe landschappelijke inpassing. Daartoe is een landschappelijk inpassingsplan gemaakt. Deze is als bijlage bijgevoegd. Het landschappelijk inpassingsplan maakt een analyse van de historische- en landschappelijke context van het plangebied. Dit vormt de basis voor het ontwerp van de landschappelijke inpassing. De bestaande beplanting wordt grotendeels behouden. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing wordt nieuw groen aangeplant op het voorerf en op het zij-erf aan de zuidoostzijde van het plangebied. Op het voorerf worden hagen, hoogstamfruitbomen en een aantal solitaire bomen aangeplant. Op het zij-erf wordt een singel van bomen aangeplant met daaronder struikgewas. Ook komt hier de infiltratiesloot. In het landschappelijk inpassingsplan is het ontwerp en de aan te planten soorten nader gespecificeerd. Het initiatief wordt zowel stedenbouwkundig als landschappelijk goed ingepast.
Het inpassingsplan is door een deskundig adviseur opgesteld. Daarnaast is het plan in samenspraak met Hûs en Hiem ontworpen.
7
Figuur 2-3 Landschappelijke inpassing (Bron: Guido Paumen Tuin & Landschapsarchitect)
8
BELEIDSKADER Het plan moet in overeenstemming zijn en getoetst worden aan het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Deze toetsing vindt plaats in dit hoofdstuk. NATIONAAL BELEID Het rijksbeleid dat van toepassing is op de oprichting van de stallen is door provincie en gemeente verder uitgewerkt in provinciaal en gemeentelijk beleid. Het rijksbeleid is daarom niet verder uitgewerkt. PROVINCIAAL BELEID 3.2.1
Omgevingsvisie Fryslân – De romte diele
Provinciale Staten van de provincie Friesland hebben op 23 september 2020 de “Omgevingsvisie Fryslân – De romte diele” vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de integrale lange termijnvisie van de provincie op de fysieke leefomgeving. De provincie ziet de diversiteit aan agrarische bedrijven als kracht. Verschillende bedrijven kunnen kennis en ervaring uitwisselen. Bedrijven maken eigen keuzes ten aanzien van hun bedrijfsvoering. Dit kan schaalvergroting zijn, maar ook schaalverkleining, biologisch, extensivering, verbreding en verdieping. De omgevingskwaliteiten in een gebied bepalen mede de agrarische ontwikkelingsmogelijkheden. Dit kan per locatie verschillend zijn. De provincie stimuleert de landbouwsector om de omslag te maken naar een duurzame, natuurinclusieve en grondgebonden kringlooplandbouw. Een duurzame landbouw is één van de pijlers van een vitaal en aantrekkelijk platteland. Het ontwikkelen van nieuwe, houdbare verdienmodellen voor de landbouw is essentieel. In 2025 moet de Friese landbouw duurzaam en circulair zijn, zowel ecologisch als economisch. Een vitale een duurzame landbouw is belangrijk vanwege de bijdrage die deze sector levert aan de sociaal-economische vitaliteit van het platteland. Extra inspanningen voor biodiversiteit, (leef)milieu of duurzaamheid worden gestimuleerd. Met dit initiatief wordt de bedrijfsvoering van het bedrijf geëxtensiveerd.
Hiermee verduurzaamd het bedrijf. Door te gaan produceren volgens het ‘Beter leven één ster’ keurmerk van de dierenbescherming kan het bedrijf voor de Nederlandse markt blijven produceren. Dit komt de economische duurzaamheid van het bedrijf ten goede. Hiermee wordt een houdbaar verdienmodel gerealiseerd voor de lange termijn. Met deze ontwikkeling wordt het bedrijf zowel ecologisch als economisch duurzamer. Het initiatief past dan ook binnen de uitgangspunten van de “Omgevingsvisie Fryslân – De romte diele”. 3.2.2
Grutsk op ‘e Romte
Op 1 april 2014 is Grutsk op 'e Romte vastgesteld door Provinciale Staten van Friesland als structuurvisie. Het is een thematische structuurvisie (over landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang) en een kader dat gebruikt wordt bij ruimtelijke afwegingen van de
9
provincie. Het doel van de provincie met deze visie is het in stand houden en verder ontwikkelen van de belangrijke landschappelijke kwaliteiten en waarden in de provincie. Het plangebied maakt deel uit van het deelgebied ‘Zuidelijk Wouden’ van de structuurvisie. De visie beschrijft voor dit gebied de belangrijkste landschappelijke en cultuurhistorische structuren. Het besluitgebied ligt tussen de beekdalen van de Tjonger en de Lende. Provinciale belangen die hier relevant zijn: ► De langgerechte, lintvormige structuren van vaarten en wegen met en zonder bebouwing met haaks hierop de planmatig aangelegde verkaveling in de hoogveenontginningen (4); ► de robuuste groenstructuur van singels, houtwallen, grotere en kleinere boscomplexen, boombeplanting langs wegen en de hoge dichtheid aan groene tuinen en erfafscheidingen (7). Ten aanzien van deze provinciale belangen adviseert de provincie onder meer om het contract tussen het open landbouwgebied en de gesloten bospercelen te behouden en om de planmatige structuur van het landschap de te behouden (4). Daarnaast adviseert de provincie om houtwallen, singels, boscomplexen, boombeplanting langs wegen en groene erven, groene tuinen en groene erfafscheidingen te behouden en te versterken (7). Met dit initiatief worden geen wijzigingen aangebracht in de bestaande landschappelijke structuur.
De kenmerkende landschappelijke en cultuurhistorische structuren blijven behouden. Rondom het besluitgebied zijn singels aanwezig en ook langs de weg is boombeplanting aanwezig. De bestaande landschappelijke inpassing zal (deels) verwijderd moeten worden. Maar deze wordt vervangen door een nieuwe (groene) landschappelijke inpassing. Met dit initiatief wordt geen afbreuk gedaan aan de provinciale belangen ten aanzien van landschap en cultuurhistorie. De uitgangspunten die zijn beschreven in Grutsk op 'e Romte’ vormen geen belemmering voor het initiatief.
3.2.3
Omgevingsverordening Fryslân 2022
Op 1 januari 2024 is de Omgevingsverordening Fryslân (OvF) in werking getreden. De laatste wijziging is op 28 maart 2025 in werking getreden. Op grond van artikel 2.6 Omgevingswet stellen provinciale staten één omgevingsverordening vast waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De OvF is gebaseerd op de beleidsdoelen en provinciale belangen die zijn geformuleerd in de Omgevingsvisie en de daarin beschreven nieuwe wijze van werken. Daarnaast vormen instructieregels van het Rijk een basis. Met de regels in de OvF wil de provincie vooraf duidelijkheid scheppen over de provinciale belangen waarmee de gemeente bij het opstellen van een omgevingsplan of het beoordelen van een aanvraag om omgevingsvergunning rekening moet houden. Buiten bestaand stedelijk gebied Het besluitgebied ligt in een gebied dat is aangewezen als ‘Buiten bestaand stedelijk gebied’. Een initiatief voor een ontwikkeling in dit gebied bevat een motivering waaruit blijkt dat rekening is gehouden met landschappelijke- en cultuurhistorische kernkwaliteiten zoals omschreven in Grutsk op ‘e Romte (art. 2.1 lid 2). Met het initiatief moeten de kernkwaliteiten worden behouden of versterkt. Onder 3.2.2 is omschreven hoe hier met dit initiatief rekening mee wordt gehouden.
10
Daarnaast moet het initiatief een onderbouwing bevatten waaruit blijkt hoe het plan de omgevingskwaliteiten benut als ontwerpbasis (art. 2.1 lid 3). Met het plan is voortgeborduurd op de bestaande bebouwingsstructuur binnen het besluitgebied. Daarnaast vormen de bestaande omgevingskwaliteiten de basis voor et landschappelijk inpassingsplan. Een initiatief moet worden voorzien van een onderbouwing waaruit blijkt dat aan het principe van zuinig- en meervoudig ruimtegebruik wordt voldaan (art. 2.3 lid 1). Hieruit moet blijken dat de functie voorziet in een behoefte. Ook moet worden onderbouwd dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om gebruik te maken van het bestaande bouwperceel. De noodzaak van dit initiatief waarmee geïnvesteerd wordt in het dierenwelzijn binnen het bedrijf is met deze onderbouwing aangetoond. De uitbreiding van het staloppervlak vindt deel binnen en deels buiten het bestaande bebouwde gebied plaats. De uitbreiding van het bebouwde oppervlak biedt de mogelijkheid voor het plaatsen van zonnepanelen en daarmee voor meervoudig ruimtegebruik. Dit maakt echter geen onderdeel uit van het initiatief, maar het behoort tot de mogelijkheden.
Een initiatief dat voorziet in de uitbreiding van bestaande functies buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat voor die functies een onderbouwing van de wijze waarop nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden in het plan bijdragen aan één of meerdere opgaven voor de leefomgeving, zoals energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, werkgelegenheid of het versterken van de biodiversiteit, door het maken van slimme combinaties en het benutten van koppelkansen (art. 2.4). Met dit initiatief wordt middel het graven van de infiltratiesloot bijgedragen aan de klimaatadaptatie. Hierdoor kan meer hemelwater worden opgevangen binnen het besluitgebied. Ook wordt bijgedragen aan een circulaire economie door te investeren in dierenwelzijn binnen het bedrijf. Door het bedrijf hiermee toekomstbestendig te maken wordt ook bijgedragen aan het behoud van werkgelegenheid. Met het landschappelijk inpassingsplan wordt bijgedragen aan de biodiversiteit binnen het besluitgebied. Landbouw Op grond van artikel 2.20 lid 1 onder c kan een bestaand niet-grondgebonden agrarisch bedrijf uitbreiden. Het initiatief betreft de uitbreiding van het stalvloeroppervlak van een niet grondgebonden agrarisch bedrijf. Het aantal dieren blijft gelijk. Het bouwperceel van een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf mag maximaal 2ha omvatten (art. 2.20 lid 2 onder b). In de bestaande situatie omvat het bouwperceel ca.
1,5ha. In de beoogde situatie wordt dat dat ca. 1,7ha. Dat is ruim onder de maximale omvang van 2,0ha. Ontgronding Ten behoeve van de afvoer van hemelwater wordt een infiltratiesloot gegraven. Deze moet een capaciteit hebben van 120m3. Op grond van artikel 4.1 lid 1 sub c van de Omgevingsverordening Fryslân 2022 is geen ontgrondingsvergunning vereist voor deze activiteit. Conclusie Het initiatief voldoet aan de regels die de OvF stelt aan het ruimtelijke plan ten behoeve van de ontwikkeling en verduurzaming van het bedrijf aan de Abbendijk 2 in Nijeberkoop. De OvF vormt geen belemmering voor het initiatief.
11
GEMEENTELIJK PLANOLOGISCH BELEID 3.3.1
Omgevingsvisie Ooststellingwerf
In de Omgevingsvisie heeft de gemeente Ooststellingwerf haar visie beschreven op de leefomgeving. De Omgevingsvisie laat zien wat het toekomstbeeld is. Daarbij kijkt men circa 15 jaar vooruit. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende gebieden binnen de gemeente. Voor ieder gebied is een gebiedskompas uitgewerkt met voor ieder gebied een eigen koers voor de komen 5 tot 10 jaar. De gemeente Ooststellingwerf is een groene gemeente in het noorden van Nederland. Verduurzaming wordt heel belangrijk gevonden. Er is oog voor een duurzame en groene toekomst. De gemeente wil samen met haar inwoners werken aan een mooie, schone, veilige en gezonde leefomgeving. Om dit te bereiken gaat de gemeente uit van vier milieubeginselen: ► Het voorzorgsbeginsel; ► Het beginsel van preventief handelen; ► Het beginsel van bestrijding bij de bron; ► Het beginsel de vervuiler betaald. In de Omgevingsvisie worden verschillende onderdelen van milieukwaliteit genoemd. Dit zijn: geluid, geur, licht, trillingen, luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid, bodem en ondergrond en water. In hoofdstuk 4 wordt aan de relevante onderdelen van milieukwaliteit aandacht besteed en onderbouwd dat deze aspecten geen belemmering vormen voor het initiatief. De gemeente Ooststellingwerf is heel divers.
Daarom is voor de Omgevingsvisie gekozen om de gemeente in vier deelgebieden te verdelen, namelijk: Het Friese Ooststellingwerf, Het Drentse Ooststellingwerf, Het westelijke Ooststellingwerf en Het hart van Ooststellingwerf. Het besluitgebied ligt in deelgebied ‘Het westelijke Ooststellingwerf’.
Figuur 3-3 Deelgebied ‘Het westelijke Ooststellingwerf’ (Bron: Omgevingsvisie Ooststellingwerf)
Belangrijke waarden die in dit deelgebied voorkomen zijn: ► De structuur van zandruggen met houtsingels en beekdalen daartussen; ► Variatie in beslotenheid van de linten en open gebieden daartussen; ► Grote afwisseling tussen natuur- en cultuurgronden; ► Oldeberkoop met haar historische- en beschermd dorpsgezicht;
12
► Rijk verenigingsleven en sterke sociale samenhang; ► Veel cultuurhistorische waarden, zoals: • Verschillende zuivelfabrieken; • Relatief veel rijksmonumenten; • States en buitenplaatsen; • Klokkestoelen; • Molens en Tjaskers De dorpen in dit deelgebied zijn allemaal lintdorpen die op de lange zandruggen van Oldeberkoop en Nijeberkoop tot aan Makkinga en Langedijke liggen. Aan weerszijden van de zandruggen liggen de beekdalen van de Tjonger en de Linde. De belangrijkste, doorgaande wegen volgen ook de zandruggen. Haaks erop liggen de kavels, van elkaar gescheiden door houtsingels en bosstroken. Doorzichten vanuit het dorp naar het landelijk gebied zorgen voor een sterke relatie tussen het dorp en de omgeving. In Elsloo is de nabijheid van het Drents-Friese Wold merkbaar en zichtbaar. Er is grote afwisseling tussen bebouwde kavels, bosgebiedjes en open kavels en weides. Het westelijke Ooststellingwerf staat vooral op cultureel vlak op de kaart. Het is ook een gebied met veel cultuurhistorische waarden in een gevarieerd landschap. Natuur en landbouw, bosgebieden en dorpen wisselen elkaar af op de zandruggen. De weidse beekdalen vormen een contrast met de beslotenheid van de zandruggen. In de beekdalen worden functies als waterberging en –afvoer, natuur en landbouw gecombineerd. De dorpen zijn de levendige centra in het gebied.
Oldeberkoop is het grootste dorp met de meeste voorzieningen. Makkinga en Elsloo onderscheiden zich als lommerrijke woondorpen waar verschillende functies nog te vinden zijn. In Langedijke en Nijeberkoop staat het landelijk wonen voorop. Het toekomstbeeld voor de vier deelgebieden is beschreven aan de hand van vijf ambities, namelijk: ► Uniek Ooststellingwerf ► Vitaal Ooststellingwerf ► Bruisend Ooststellingwerf ► Bereikbaar Ooststellingwerf ► Toekomstbestendig Ooststellingwerf Uniek Ooststellingwerf De gemeente Ooststellingwerf zet in op het bescherming van (cultuur)historische, natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten met in het bijzonder het beschermd dorpsgezicht van Oldeberkoop. Voor nieuwe functies wordt waar mogelijk naar ruimte gezocht binnen bestaande structuren. Ook wordt ingezet op een nog gevarieerder landschap waar landbouw en natuur samen doorgroeien. Verder wordt gestreefd naar het optimaal ontsluiten van het gebied voor recreanten en toeristen. Tot slot zet de gemeente in op het versterken van de (recreatieve) koppelingen met de regio Zuidoost Friesland en richting de Weeribben en Wieden. De ambities ten aanzien van het beschermen van de (cultuur)historische, natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten en het gevarieerde landschap met ruimte voor groei van zowel de landbouw als natuur zijn voor dit initiatief relevant.
Het beschermen van de (cultuur)historische, natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten wil de gemeente Ooststellingwerf realiseren door bij nieuwe (gebouwde) ontwikkelingen verder te bouwen
13
aan de structuur van linten. Deze ontwikkelingen moeten een positieve bijdrage leveren aan het landschaps- of straatbeeld. Het mag niet zo zijn dat door nieuwbouw dorpslinten aan elkaar groeien. De kenmerkende verweving van dorpslint en landschap moet behouden blijven. Het deelgebied kenmerkt zich door veel landschappelijke afwisseling. Deze afwisseling wil de gemeente versterken. Dit moet bereikt worden door natuur en landbouw samen op te ontwikkelen. De afwisseling van kleine stukken natuur, bosstroken, houtsingels, weilanden en bouwlanden wordt vergroot. Ontwikkelingen moeten worden ingepast in de landschappelijke opzet van het gebied. Het versterken van het landschap zal ook een positief effect kunnen hebben ten aanzien van de belevingswaarde voor recreanten. Met het initiatief wordt bijgedragen aan de ambitie ‘Uniek Oostellingwerf’ door het bedrijf op duurzame wijze te ontwikkelen met aandacht voor natuur en de bestaande landschappelijke kwaliteiten. Met het landschappelijk inpassingsplan is hier invulling aan gegeven. Vitaal Ooststellingwerf Met deze ambitie zet de gemeente Ooststellingwerf in op het geven van ruimte voor nieuwe woningen binnen de dorpen of door functieverandering in de oude dorpslinten. Daarnaast worden lokale initiatieven voor woningbouw voor jongeren en ouderen gestimuleerd. En buitensport faciliteiten worden breder ingezet.
Deze ambitie heeft geen rechtstreekse betrekking op het initiatief. Het initiatief draagt wel bij aan een vitaal landelijk gebied. Door te investeren in dierenwelzijn realiseert de initiatiefnemer een toekomstbestendige bedrijfsvoering. Dat betekent dat er voor de lange termijn perspectief is voor het bedrijf. De bedrijfsactiviteiten kunnen worden voortgezet wat de vitaliteit van het landelijk gebied ten goede komt. Maar dit is geen speerpunt ten aanzien van de ambitie om te streven aan een vitaal Ooststellingwerf. Bruisend Ooststellingwerf Met deze ambitie zet de gemeente Ooststellingwerf in op een goede balans tussen agrarische activiteiten en natuur in het landelijk gebied met ruimte voor experimenten. Daarnaast wordt ingezet op het behoud van Oldeberkoop als lokaal koopcentrum. Er wordt gestreefd naar meer verblijfsrecreatie passend bij de aard van het gebied. Er wordt ruimte geboden aan de groei van bedrijven binnen de maat en schaal van hun omgeving. De ambitie met betrekking tot de balans tussen agrarische activiteiten en natuur heeft betrekking op het initiatief. De overige aspecten van deze ambitie zijn voor het initiatief niet relevant. In het landelijk gebied wisselen natuur en landbouw elkaar af, steeds op korte afstand van elkaar. De gemeente Ooststellingwerf zet in op een goede toekomstbestendige balans tussen agrarische activiteiten en natuur.
Beide zijn essentieel voor de landschappelijke kwaliteiten van het gebied en de recreatieve aantrekkelijkheid daarvan. Er wordt in het gebied ruimte gezien om te experimenteren met gecombineerde vormen van landbouw en natuur. Er wordt gezocht naar kansen om natuur en landbouw te verbinden, bijvoorbeeld door nieuwe vormen van landbouw of natuurontwikkeling. Met het initiatief wordt niet beoogd een nieuwe vorm van landbouw of natuurontwikkeling te realiseren. Maar het initiatief heeft geen negatief effect op de natuur. De emissies van milieubelastende stoffen neemt af in de beoogde situatie. Met het landschappelijk inpassingsplan wordt het initiatief ingepast in de landschappelijke structuur en wordt een bijdrage geleverd aan de
14
natuurlijke kwaliteiten in het gebied. Met het initiatief vindt de ontwikkeling van een agrarische activiteit plaats naast natuurontwikkeling. Deze ambitie van de gemeente Ooststellingwerf vormt geen belemmering voor het initiatief. Bereikbaar Ooststellingwerf Met deze ambitie zet de gemeente Ooststellingwerf in op veilige fietsverbindingen naar de sportcomplexen en (middelbare) scholen in Oosterwolde. Daarnaast wordt een goede ontsluiting met openbaar vervoer nagestreefd. Deze ambitie is niet direct relevant voor het initiatief. Het initiatief heeft geen negatieve invloed op het realiseren van deze ambitie. Omdat het aantal dieren gelijk blijft en er per jaar een ronde minder dieren wordt gehouden zal het aantal verkeersbewegingen van zwaar verkeer naar verwachting afnemen. Dit heeft een positief effect op de verkeersveiligheid. Maar op het totale verkeer in het gebied zal de invloed nihil zijn. Deze ambitie vormt geen belemmering voor het initiatief. Toekomstbestendig Ooststellingwerf Met deze ambitie zet de gemeente Ooststellingwerf in op meer biodiversiteit en ruimte voor nieuwe teelten door gecombineerde vormen van natuur en landbouw. De gemeente wil dit bereiken door samen aan een duurzame toekomst te werken voor de gemeente.
Het gebied leent zich goed om biodiversiteit te vergoten door nieuwe gecombineerde vormen van natuurinclusieve landbouw of landbouwinclusieve natuur. Met het initiatief wordt geen natuurinclusieve landbouw of landbouwinclusieve natuur beoogd. Wel wordt beoogd de bedrijfsvoering toekomstbestendig te maken door te investeren in dierenwelzijn. Hiermee wordt invulling gegeven aan een brede maatschappelijke ontwikkeling van de vraag naar duurzaam geproduceerd voedsel. Daarnaast wordt voorzien in een landschappelijke inpassing wat de natuur ten goede komt. Het initiatief betreft geen gecombineerde vorm van landbouw en natuur maar deze twee maken naast elkaar een ontwikkeling door met dit plan. De ambitie van de gemeente Ooststellingwerf ten aanzien van een toekomstbestendig Ooststellingwerf vormt geen belemmering voor het initiatief. Conclusie Met het initiatief wordt voor een deel invulling gegeven aan de ambities van de gemeente Ooststellingwerf zoals die in de Omgevingsvisie zijn weergegeven. De ambities uit de Omgevingsvisie vormen geen belemmering voor het initiatief.
15
3.3.2
Woon(zorg)visie 2022-2026
De gemeente Ooststellingwerf wil een fijne plek zijn voor iedereen om te zijn en om te blijven. Dat brengt verschillende opgaven met zich mee. De gemeente Ooststellingwerf wil deze opgaven aanpakken. Hiertoe heeft zij een woon(zorg)visie uitgewerkt. In deze visie worden ambities benoemt rond het wonen in de kernen van Ooststellingwerf, evenals op het onderwerp wonen en zorg. Deze visie is een uitwerking en verdieping van de Omgevingsvisie. De visie op wonen (en zorg) is uitgewerkt aan de hand van vier thema’s: ► Thema 1: Inzetten op een passend groeiscenario; ► Thema 2: Mismatch tussen vraag en aanbod; ► Thema 3: Organiseren van wonen en zorg; ► Thema 4: Werken aan leefbaarheid en duurzaamheid De Woon(zorg)visie ziet met name op de ontwikkeling van het woningaanbod binnen de gemeente Ooststellingwerf. Het initiatief heeft wel een raakvlak met thema 4. Het initiatief draagt bij aan de leefbaarheid in de omgeving van het plangebied. Met het nieuwe stalsysteem wordt de uitstoot van fijnstof verlaagd. Daarnaast zal door een herverdeling van dieren en de wijziging van emissiepunten de minder geur worden waargenomen bij woningen in de omgeving van het bedrijf. Doordat het bedrijf toekomstbestendig wordt met deze ontwikkeling, wordt ook werkgelegenheid behouden. Dit komt de leefbaarheid in de omgeving van het bedrijf ten goede.
Daarnaast is er sprake van een verduurzaming van de de bedrijfsvoering. Dit heeft geen betrekking op de verduurzaming van de woningvoorraad binnen de gemeente, maar raakt wel aan het thema duurzamheid.
3.3.3
Welstandsnota 2009
Het welstandsbeleid van de gemeente Ooststellingwerf is vastgelegd in de welstandsnota 2009 en diverse beeldkwaliteitsplannen voor specifieke locaties of gebieden. Op het besluitgebied zijn de regels voor het ‘buitengebied verspreide bebouwing’ uit de Welstandsnota van toepassing. De algemene beleidsambitie is dat er extra aandacht moet zijn voor ruimtelijke kwaliteit. Bij de beoordeling op het aspect welstand wordt de nadruk gelegd op het handhaven en respecteren van bestaande kwaliteiten. Onderstaand fragment uit de welstandsnota geeft de gebiedskenmerken en criteria weer.
16
Figuur 3-4 Gebiedskenmerken en criteria “Buitengebied, verspreide bebouwing” (Bron: Welstandsnota 2009 Ooststellingwerf)
Gebouwen zijn overwegend haaks op de weg gesitueerd. De hoofdvorm van gebouwen is bijna altijd één laag met een kap. De hoofdopzet van gebouwen is veelal symmetrisch. De massa-opbouw is overwegend enkelvoudig en de omvang van gebouwen bij boerderijen is veelal groot tot zeer groot. De compositie van de gevels is overwegend traditioneel. Agrarische gebouwen wijken daarin soms af door de toepassing van damwandprofielplaten. De meeste panden zijn opgetrokken in metselwerk en met een pannen, golfplaten of soms riet gedekt. Ook komen houten wanden voor en wanden van damwandprofielplaten. Het metselwerk is overwegen rood en de dakbedekking veelal rood of antraciet. Bij nieuwbouw wordt aandacht gevraagd erfbeplanting en de nieuwbouw moet passen bij de aard, schaal en het karakter van het gebied. Met dit initiatief wordt beoogd een nieuwe stal te bouwen. Deze wordt net als de bestaande bebouwing haaks op de weg geplaatst. Daarmee wordt voortgeborduurd op de bestaande stedenbouwkundige situatie. De beoogde stal bestaat uit één bouwlaag met een zadeldak. De massaopbouw is enkelvoudig en qua omvang sluit het plan aan bij de omvang van de bestaande bebouwing. Er is nog geen definitief ontwerp gemaakt voor de stal. Maar de gevels zullen bestaan uit metselwerk al dan niet in combinatie met damwand / sandwichpanelen en windbreekgaas. De dakbedekking zal bestaan uit (sandwich) golfplaten.
Hiermee wordt qua ontwerp aangesloten op de bestaande bebouwing en op wat gebruikelijk is in het buitengebied voor agrarische bedrijfsgebouwen. Ook de kleuren worden afgestemd op de bestande bebouwing. Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarmee de vereiste aandacht aan erfbeplanting is gegeven. Het betreft een agrarisch bedrijfsgebouw. Het plan past qua aard in het gebied en op de locatie waar meer agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig zijn. Qua schaal sluit het plan goed aan bij de bestaande bebouwing en het karakter van het plangebied en de omgeving daarvan. Met het
17
initiatief wordt voldaan aan de criteria zoals die beschreven zijn in de Welstandsnota 2009. De Welstandsnota 2009 vormt geen belemmering voor het initiatief. Advies Hûs en Hiem Het initiatief is voorgelegd aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Ooststellingwerf, Hûs en Hiem. Op 28 februari 2024 hebben zij een advies uitgebracht over het plan. Het advies luidt: ‘Voldoet mits’. Door de plaatsing van de nieuwe stal, oogt deze onvoldoende ondergeschikt. Daarnaast oogt de verlening van de bestaande stal en met name de luchtwasser, door de lichte kleur van de betonnen buitenwanden nog te nadrukkelijk in het bebouwings- en omgevingsbeeld. Naar aanleiding van het advies van Hûs en Hiem is het plan aangepast. De nieuwe stal is wordt korter waardoor deze meer achter de voorgevel van de bedrijfswoning komt en ondergeschikter oogt. Verder wordt de stuwbak van de luchtwasser voorzien van donkergroene damwand. Hierdoor is de uitbreiding van de bestaande stal minder nadrukkelijk aanwezig in het bebouwings- en omgevingsbeeld. Met deze aanpassingen is tegemoetgekomen aan de “mits” uit het advies van Hûs en Hiem. Met de e-mail van 23 juli 2024 is door de gemeente bevestigd dat door Hûs en Hiem een positief advies is gegeven over dit initiatief. Daaraan is de voorwaarde verbonden dat het achterste platte deel wordt uitgevoerd in donkere beplating.
Dit kan als voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden worden. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het initiatief voldoet aan redelijke eisen van welstand en dat er sprake zal zijn van een goede omgevingskwaliteit. Het advies van Hûs en Hiem en de mail van 23 juli 2024 zijn als bijlage bijgevoegd.
3.3.4
Vigerend bestemmingsplan Buitengebied (geconsolideerde versie 2020)
De gemeenteraad van de gemeente Ooststellingwerf heeft op 26 maart 2019 het bestemmingsplan “Buitengebied 2016, Veegplan 2018” gewijzigd vastgesteld. Dit bestemmingsplan is verwerkt in het bestemmingsplan “Buitengebied 2016” tot een geconsolideerde versie. Aan het besluitgebied is de enkelbestemming ‘Agrarisch’ toegekend. Daarnaast ligt het besluitgebied in een gebied waar de dubbelbestemmingen ‘Waarde-Archeologie 5’ en ‘Waarde-Cultuurhistorie 1’ aan zijn toegekend. Ten behoeve van het agrarisch bedrijf is aan de locatie een bouwvlak toegekend. Dit bouwvlak heeft een oppervlakte van circa 1,4 hectare en is voorzien van de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. Onderstaande figuur geeft de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan ter plaatse van het besluitgebied weer.
18
Figuur 3-5 Verbeelding ‘Bestemmingsplan Buitengebied (geconsolideerde versie 2020)
Op basis van het vigerende bestemmingsplan moeten bouwwerken binnen een aaneengesloten vlak van 1,5 ha worden gebouwd gerekend vanuit het bouwvlak. Een overschrijding van het bouwvlak is niet toegestaan aan de naar de weg gekeerde zijde van het bouwvlak. De breedte van het aaneengesloten oppervlak gemeten langs de weg bedraagt maximaal 100 meter en de diepte maximaal 200 meter. Het bestemmingsplan kent een afwijkingsbevoegdheid waarmee afgeweken kan worden van de maximale aaneengesloten oppervlakte van 1,5 ha. Dit kan mits: 1. wordt gebouwd binnen een aaneengesloten oppervlak van 2 ha; 2. de overschrijding direct aansluit aan het aaneengesloten oppervlak van 1,5 ha en niet plaatsvindt aan de naar de weg gekeerde zijde van het bouwvlak; 3. de overschrijding niet plaatsvindt aan de naar de weg gekeerde zijde van het bouwvlak; 4. de overschrijding niet wordt toegepast ter plaatse van de aanduidingen ‘specifieke vorm van agrarisch - nevenberoepsbedrijf’, ‘intensieve veehouderij’ en ‘overige zone - handhaven openheid’; 5. de breedte van het aaneengesloten oppervlak langs de weg gemeten ten hoogste 150 m bedraagt, terwijl de diepte daarvan ten hoogste 250 m bedraagt; 6.
een inrichtingsplan is overlegd waaruit blijkt dat de processtappen zijn gevolgd zoals opgenomen in het procesboek ‘Ontwikkeling agrarische erven’, dat als bijlage 7 aan de regels van het bestemmingsplan “Buitengebied (geconsolideerde versie 2020)” is
19
toegevoegd, en waarbij landschapsbeleidsplan;
tevens
rekening
is
gehouden
met
het
regionale
Beoordeeld moet worden of aan de voorwaarden wordt voldaan om van deze afwijkingsmogelijkheid gebruik te kunnen maken. 1. Met de uitbreiding van de bebouwing ontstaat een aaneengesloten bebouwd oppervlak van ca. 1,45ha. Daarmee blijft de uitbreiding onder de 2ha en voldoet het initiatief aan deze voorwaarde. 2. De nieuwe stal A komt deels binnen en deels buiten het bouwvlak. De uitbreiding van het bebouwde oppervlak. De nieuwe stal wordt naast de bestaande stal A gebouwd. De uitbreiding van het aaneengesloten bebouwde oppervlak vindt direct aansluitend aan het bestaande bebouwde oppervlak plaats. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. 3. De uitbreiding van het aaneengesloten bebouwde oppervlak vindt plaats aan de zuidoostzijde van het huidige bouwvlak. Dit is niet aan de wegzijde. Het initiatief voldoet aan deze voorwaarde. 4. Het bouwvlak is voorzien van de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. Dat zo betekenen dat de afwijkingsbevoegdheid niet kan worden toegepast. Het aantal te houden dieren neemt met de voorgenomen wijziging niet toe. De intensieve veehouderij extensiveert door het zelfde aantal dieren op een groter oppervlak te gaan houden. In die zin is er geen sprake van een uitbreiding van het intensief houden van vleeskuikens. Maar strikt genomen wordt aan deze voorwaarde niet voldaan. 5.
De breedte van het aaneengesloten bebouwde oppervlak wordt met dit initiatief 113,8 meter. Dit is minder dan 150 meter. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. 6. Ten behoeve van het initaitief is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het procesboek ‘Ontwikkeling van agrarische erven’ is hiervoor de basis geweest. Het initiatief wordt landschappelijk goed ingepast. Aan deze voorwaarde wordt voldaan.
Conclusie Aan bijna alle voorwaarden om gebruik te kunnen maken van de afwijkingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan wordt voldaan. Maar omdat het initiatief een intensieve veehouderij betreft, wordt niet voldaan aan de voorwaarden om gebruik te kunnen maken van de afwijkingsbevoegdheid. Een herziening van het bestemmingsplan of een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 is noodzakelijk om het initaitief toe te staan. Er is gekozen voor een aanvraag om omgevingsvergunning. Daartoe moet aangetoond worden dat met het initiatief sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In hoofdstuk 4 wordt hier op ingegaan.
20
OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste omgevingsaspecten op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu beschouwd. Ten aanzien van de milieugevolgen van het voornemen en mogelijke alternatieven hiervoor, is in de procedure een bepalende plek voor het Milieueffectrapport. Waar mogelijk zal daar ook naar worden verwezen in de andere paragrafen. Daarom wordt gestart met de toelichting van het Milieueffectrapport en bijbehorende procedure. MILIEUEFFECT RAPPORTAGE (M.E.R) 4.1.1
Inleiding
In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage is beschreven welke activiteiten m.e.r.plichtig zijn, waarvoor dus de procedure van de milieueffectrapportage moet worden gevolgd. De m.e.r.-plicht geldt voor activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Deze activiteiten zijn beschreven in een bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Voor sommige activiteiten geldt een m.e.r.-plicht (onderdeel C van de bijlage), voor veel andere activiteiten geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D). Het bevoegd gezag moet bij een m.e.r.-beoordeling eerst beoordelen of gezien de aard en omvang van de activiteit en de plaats waar deze wordt uitgevoerd, een MER moet worden opgesteld. 4.1.2
Toetsing
Ten behoeve van de beoogde activiteit kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.beoordelingsnotitie. Het initiatief omvat het oprichten van een dierenverblijf voor minder dan 40.000 stuks pluimvee, namelijk voor 34.600 stuks. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage van 1994 is een m.e.r-beoordelingsprocedure verplicht. Er kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r beoordelingsnotitie. Op basis van deze rapportage besluit het bevoegd gezag of een volledige m.e.r.procedure noodzakelijk is. Op 29 april 2019 is voor het bedrijf een aanmeldnotitie m.e.r. beoordeling bij gemeente Ooststellingwerf ingediend. Deze betrof het oprichten van een nieuwe stal (gebouw C/E) voor het houden van 35.400 dieren én het uitbreiden van het aantal dieren op het bedrijf. Op 1 december 2020 heeft gemeente Ooststellingwerf besloten dat voor dat plan geen milieueffectrapport hoeft te worden gemaakt. Inmiddels is de marktsituatie veranderd en vraagt de maatschappij naar verduurzaming i.p.v. groei, en kan de bedrijfsopzet hieraan worden aangepast. In de m.e.r-beoordelingsnotiatie zijn alle relevante milieuaspecten van het initaitief uitgewerkt. Het initiatief omvat het wijzigen van de pluimveehouderij. Daartoe wordt een nieuwe stal C/E gebouwd en een stal A verlengd. Door de dieren meer leefruimte te bieden kan het bedrijf produceren volgens het Beter Leven concept van de Dierenbescherming.