CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 3 maart 2026, gemeente Ooststellingwerf27.472 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

14/390

Figuur 1.2 luchtfoto plangebied bestemmingsplan

2.3

Huidige situatie

Sinds 2019 pacht het natuurinclusieve landbouwbedrijf 'Boeren in het Bos' de hoeve en het achterliggende land. De voormalige bedrijfswoning, vroeger behorende bij het agrarische bedrijf dat gevestigd was aan huisnummer de Bovenweg nr. 25, wordt gebruikt als (tweede) woning door de eigenaar van het landgoed en de agrarische cultuurgronden zijn op natuurinclusieve wijze in gebruik. Naast het verbouwen van voedsel is ook nu al sprake van de verwerking en verkoop daarvan. Daarnaast worden educatieve evenementen en rondleidingen georganiseerd. De educatieve evenementen (workshops) en rondleidingen zijn kleinschalig van opzet. Op het erf is voldoende parkeergelegenheid. De educatieve evenementen (workshops) en rondleidingen zullen ook in de toekomstige situatie deel uit maken van de bedrijfsvoering van 'Boeren in het Bos'. Tot een aantal jaar geleden was de boerderij in gebruik door een melkveehouder. Veel van de bebouwing is daarop nog gericht. De bebouwing in het plangebied bestaat in eerste instantie uit de gelede boerderij. Deze vormt de kern van dit project. De gelede boerderij bestaat aaneengeschakeld uit een dwars voorhuis,

15/390

tussenschuur (het gelede deel, oorspronkelijk koeienstal) in de lengte en een dwarse hooischuur (of grote stal). De gelede boerderij is omringd door diverse bouwwerken, schuren en stallen die hier in de loop der jaren veelal lukraak en zonder besef van de landschapswaarde zijn gebouwd. Het gaat om: een berging, loods, aangebouwde ligboxenstal aan de hooischuur, werktuigenberging, open stal en een mestbassin. Dit mestbassin is al enige tijd ingericht als vijver (waterberging), zie ook paragraaf 4.8 Water. De interne renovatie van de woning (1), de renovatie (2) en sloop (3) van de tussenschuren zijn in 2023 afgerond. De interne renovatie van de grote schuur (4) is ook in 2023 afgerond. De renovatie van het dak van de grote schuur (4) is nog niet ingepland. In onderstaande figuur is een afbeelding opgenomen van de (bestaande) bebouwing.

Figuur: overzicht bestaande bebouwing

2.4

Voorgenomen ontwikkeling

Op hoofdlijnen voorziet dit bestemmingsplan in een passende regeling voor de volgende onderdelen: 1. het realiseren van twee woningen ten zuidwesten van de woning aan de Bovenweg nr. 25, in de geest van de provinciale (en gemeentelijke) 'ruimte-voor-ruimte' regeling en in combinatie met het omzetten van de agrarische bedrijfswoning op nr. 25 naar een 'gewone' woonbestemming; 2. het (planologisch) mogelijk maken van de huidige wijze van duurzame en natuurinclusieve landbouw die wordt gevoerd door 'Boeren in het Bos' alsmede het (planologisch) mogelijk maken van een bredere bedrijfsvoering.

16/390

Hieronder worden de onderdelen van het voornemen puntsgewijs toegelicht.

2.4.1 Ruimte-voor-Ruimte Nieuwe woningen ten zuidwesten van Bovenweg nr. 25 In de Omgevingsverordening Fryslân is in artikel 2.27 Ruimte-voor-ruimte sloop beeldverstorende bebouwing het volgende opgenomen; 1. Buiten het bestaand stedelijk gebied kan maximaal één nieuwe woning op een bestaand voormalig agrarisch bouwperceel of een voormalig niet-agrarisch bouwperceel, in een omgevingsplan worden opgenomen, wanneer: a. sprake is van sloop van 1000 m² aan beeldverstorende bebouwing op het voormalig agrarisch bouwperceel of voormalig niet-agrarisch bedrijfsperceel, en b. de omgevingskwaliteiten op het perceel aanzienlijk verbeteren, en c. de omvang van de woning is afgestemd op aard en schaal van de omgeving. 2. Er kunnen maximaal twee nieuwe woningen op een bestaand voormalig agrarisch bouwperceel of een voormalig niet-agrarisch bouwperceel in een omgevingsplan worden opgenomen, wanneer sprake is van sloop van 3000 m² of meer van beeldverstorende bebouwing. 3. Sloop is niet noodzakelijk, wanneer sprake is van verplaatsing van het agrarisch bedrijf om redenen van groot openbaar belang en de bestaande financieringsmogelijkheden voor verplaatsing ontbreken of ontoereikend zijn. 4. Een nieuwe woning kan aansluitend op het bestaande bouwperceel worden gerealiseerd, wanneer: a. het plaatsen op het bouwperceel vanuit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit een minder goede keuze is, en b.

de nieuwe woning aansluit op het voormalig agrarische bouwperceel of het voormalig niet-agrarische bouwperceel, en c. een deel van het bestaande bouwperceel wordt geschrapt, zodat per saldo het oppervlak aan bouwperceel niet groter wordt. Omdat dit beleid pas vanaf 1-1-2024 van toepassing is, heeft de gemeente een ontheffing aangevraagd bij de provincie om dit beleid nu al toe te mogen passen. De ontheffing is opgenomen als bijlage bij de toelichting. De gemeente Ooststellingwerf heeft in het vigerend bestemmingsplan in de algemene wijzigingsregels een ruimte-voor-ruimte-regeling opgenomen die het mogelijk maakt om in plaats van beeldverstorende voormalige agrarische bedrijfsbebouwing of kassen een nieuwe woning te bouwen. Deze wijzigingsbevoegdheid opgenomen in artikel 49 onder c. Als voorwaarde daarbij is gesteld dat de woning wordt toegevoegd op het betreffende perceel. Omdat er in onderhavige situatie twee woningen worden gerealiseerd kan van de wijzigingsbevoegdheid voor het voornemen dus geen gebruik worden gemaakt. Dit onderdeel van het voornemen is echter wel in lijn met het gemeentelijke beleid. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 3.3. In de geest van de 'ruimte-voor-ruimte regeling' worden aldus twee nieuwe woningen gerealiseerd aan de Bovenweg, ten zuidwesten van Bovenweg nr. 25. Dit in ruil voor het beëindigen van de agrarische bestemming op nr.

25 en het slopen van minimaal 3.000 m2 beeldverstorende bebouwing.

17/390

Landschappelijk inpassingsplan en beeldkwaliteitsplan Voor de nieuwe woningen is een landschappelijk inpassingsplan en een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Zie hiervoor paragraaf 4.6.2 Landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit. Hierin wordt een schetsmatige invulling voor de nieuwe percelen gegeven. Duurzaamheid De twee nieuwe woningen zullen duurzaam worden gebouwd, waar mogelijk zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke producten, bijvoorbeeld hout uit eigen bos. Dit sluit aan bij de visie van de gemeente om het gebruik van bijvoorbeeld biobased bouwmaterialen te stimuleren. Sloop beeldverstorende bebouwing Behorend bij het voormalige agrarische bedrijf aan Bovenweg nr. 25 staat in de huidige situatie nog een voormalige stal/schuur en een berging. Deze worden vanwege het karakter van de bedrijfsvoering van 'Boeren in Bos' niet meer gebruikt en zullen worden gesloopt. Ook de stal behorend bij de gelede boerderij op nr. 23 zal worden gesloopt. De ligboxenstal (7) is reeds gesloopt en de niet oorspronkelijke tussenstal (3) wordt gesloopt. Op het achtererf zal de open stal (9) worden vervangen voor een nieuwe open stal/potstal gericht op de natuurinclusieve landbouw. Het rechthoekige waterreservoir, dat oorspronkelijk is gebouwd als mestbassin, zuidoostelijk van de boerderij is inmiddels vervangen door een (meer natuurlijke) vijver.

Door de sloop van de diverse opstallen bij Bovenweg nr. 23 komt de oorspronkelijke gelede boerderij vrij te liggen. Hieronder is een overzicht opgenomen van de 'sloopmeters. Bijgaand kaartje is opgenomen ter illustratie van de in dit overzicht genoemde sloopmeters. Bovenweg 25 Stal 1.031 m2 Sleufsilo 621 m2 Sleufsilo 259 m2 Sleufsilo 587 m2 Totaal 2.498 m2 Bovenweg 23 Stal 500 m2 Tussenschuur 239 m2 Schuur 48 m2 Totaal 787 m2 Totaal beide erven: 3.285 m2 Aan de Bovenweg nr. 23 en nr. 25 zal in totaal circa 3.000 m2 beeldverstorende agrarische bedrijfsbebouwing worden gesloopt. Hiermee wordt voldaan aan het vereiste in de 'ruimte-voor ruimte' regeling (minimaal 1.000 m2). In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van de slopen oppervlakte aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op nr. 23 en nr. 25. De sloop is hiermee als nadrukkelijke voorwaarde

18/390

voor de bouw van de nieuwe woningen geborgd in dit bestemmingsplan.

Figuur: Sloopmeters Bovenweg nr. 23 en nr. 25 Boerenplein en nieuwe stal De te slopen gebouwen worden op Bovenweg nr. 23 vervangen door één nieuwe multifunctionele stal. Omdat 'Boeren in het Bos' zelfvoorzienend wil worden qua energievoorziening worden op het dak van de nieuwe stal een groot aantal zonnepanelen geplaatst. De nieuwe stal is zo gesitueerd dat de zichtlijnen naar het achterliggende landschap zo min mogelijk worden verstoord. Een boerenplein scheidt dit nieuwe gebouw van de gelede boerderij waardoor de laatste vrijer komt te staan dan nu en het geen afbreuk doet aan het karakter van de gelede boerderij. De nieuw te bouwen schuur is ook veel beperkter van omvang dan het totaal van de bestaande te slopen schuren en wordt logischer ingepast achter op het bestaande boerenerf. Bovenstaande past in de ontwerpuitgangspunten uit het 'Procesboek Ontwikkeling (agrarische) erven Ooststellingwerf) voor de woudontginningen. Meestal wordt een stal in de lengterichting van de verkaveling geplaatst, maar hier is het door de kaprichting van de hooischuur (achterste deel van de gelede boerderij) mogelijk om daarachter ook een kap parallel te plaatsen (met daartussen het besloten boerenplein). De stal past bij de bedrijfsvoering van 'Boeren in het Bos'. Het gaat om een open schuur met vlakke vloer. Deze kan dienst doen als potstal en als opslagplaats voor hooibalen.

Daarnaast is het mogelijk om machines onder het dak te zetten. Bij de bouw van de nieuwe stal worden de bestaande materialen van de te slopen gebouwen gebruikt. De vrijgekomen gronden op het erf worden groen ingericht met boomgaarden, tuinen en moestuinen. Workshops en rondleidingen De educatieve evenementen (workshops) en rondleidingen zullen ook in de toekomstige situatie deel uit maken van de bedrijfsvoering van 'Boeren in het Bos'. De workshops en rondleidingen zijn kleinschalig van opzet (circa 10 à 15 personen). Op het erf is voldoende parkeergelegenheid. De workshops en cursussen worden in een ruimte op de begane grond gegeven. De rondleidingen zijn voornamelijk buiten.

19/390

Bovenweg nr. 25: agrarische bedrijfswoning wordt een 'gewone' woning De Bovenweg nr. 25 is in de huidige situatie bestemd als agrarisch met bijbehorend bouwvlak. De woning op Bovenweg nr. 25 is nu nog planologisch geregeld als een 'agrarische bedrijfswoning'. Hier wordt de agrarische bedrijfsactiviteit beëindigd. De stal wordt thans gebruikt door de pachter van Bovenweg nr. 23. In de voorgenomen situatie wordt dit perceel herbestemd. De bestaande woning, met bijbehorende tuin krijgt de bestemming 'wonen' en het agrarisch bouwvlak wordt volledig verwijderd. De agrarische activiteiten worden bovendien met de sloop zoals hierboven beschreven binnen het bouwvlak van Bovenweg nr. 25 in z'n geheel beëindigd. Het planvoornemen voorziet dan ook in het laten vervallen van het agrarisch bouwvlak en deze om te zetten in een 'gewone' woonbestemming. De regeling in dit bestemmingsplan is afgestemd op dit voornemen. 2.4.2 Natuurinclusieve landbouw en verbreding bedrijfsactiviteiten Zowel de eigenaren als de pachters van het landgoed willen een gebruik van de beschikbare grond die meer in lijn is met de natuur, en diervriendelijker en duurzamer is. Met de komst van 'Boeren in het Bos' is de bedrijfsvoering inmiddels ingrijpend gewijzigd, in een mate waardoor niet meer van een regulier agrarisch bedrijf kan worden gesproken.

Zo moet de gewenste bedrijfsvoering ruimte bieden voor opgaande beplanting ten behoeve van een boomgaard en een voedselbos alsmede voor waterberging. Het natuurinclusieve landbouwbedrijf zal worden gehuisvest op de locatie Bovenweg nr. 23, waarbij de historische boerderij wordt gerenoveerd en in het kader van de gewenste bedrijfsmatige verbreding geschikt gemaakt voor de nieuwe agrarische bedrijfsfuncties. Voedselbos, boomgaard en moestuinen Het aanplanten van een voedselbos is onderdeel van het voornemen. Een voedselbos is opgebouwd uit eetbare planten, bomen en struiken en gericht op duurzame voedselproductie. De biodiversiteit van dit natuurlijk bossysteem is hoog. De grootte van een voedselbos kan in principe variëren van een kleine achtertuin tot een hectaren groot geheel. Het voedselbos op de Boschhoeve is direct achter het erf van de boerderij op nr. 23 gesitueerd. Aansluitend aan het erf, aan de oostzijde van de boerderij, wordt ook een boomgaard gerealiseerd. Moestuinen maken eveneens deel uit van de verbrede bedrijfsvoering gericht op kleinschalige voedselproductieactiviteiten. Het bewerken en beheren van het voedselbos gebeurt door de pachters zelf. Dit geldt ook voor het oogsten en verwerken van de opbrengst van het bos. Het voedselbos leidt dus niet tot een verkeersaantrekkende werking van bezoekers.

Omdat zowel de boomgaard als het voedselbos tot 'opgaande beplanting' wordt gerekend, is voor beide onderdelen een specifieke regeling opgenomen in dit bestemmingsplan. Herindelen van de gelede boerderij Onderdeel van de voorgenomen ontwikkeling is ook de uitbreiding van (de mogelijkheden voor) de bedrijfsvoering van 'Boeren in het Bos'. In verband met het uitvoeren van deze activiteiten wordt de gelede boerderij heringedeeld. In de heringedeelde gedeelten van de gelede boerderij zal de voedselverwerking plaats gaan vinden. Daarnaast komt er ruimte voor een boerderijwinkel en ruimten ten behoeve van het geven van cursussen, workshops en rondleidingen. De herindeling voorziet in de volgende ruimten: ruimte voor voedselverwerking (nat); ruimte voor voedselverwerking (droog);

20/390

ruimte voor vriezers; kantine voor personeel; ruimte voor workshops; toiletruimten; ruimte voor hooiopslag en machineberging. Daarnaast wordt op het erf voorzien in een boerenplein en parkeerplaatsen voor bezoekers van de boerderij. De voormalige knechtenkamer in de gelede boerderij zal worden ingericht voor gebruik als bed & brochje. Hieronder is een uitsnede van de bestektekening van de toekomstige indeling van de gelede boerderij opgenomen.

Figuur: uitsnede bestektekening gelede boerderij Nieuwe open schuur Ten behoeve van de bedrijfsvoering zal een nieuwe open schuur met vlakke vloer worden geplaatst. Deze kan dienst gaan doen als potstal en als opslagplaats voor hooibalen. Daarnaast is het mogelijk om machines onder het dak te zetten. Deze nieuwbouw is noodzakelijk vanwege de sloop van de bestaande grote schuur en andere gebouwen. De nieuw te bouwen schuur is beperkter van omvang en wordt logischer ingepast achter op het bestaande boerenerf. Daardoor doet deze schuur geen afbreuk aan het karakter van de gelede boerderij.

21/390

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale omgevingsvisie De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook 1 Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) naar de Tweede Kamer gestuurd. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. Dit betreft onder meer: de bouw van ongeveer 1 miljoen nieuwe woningen; meer duurzame energie gebruiken; aanpassen aan klimaatverandering; de ontwikkeling van een circulaire economie; omschakeling naar kringlooplandbouw. Bij de opgaven wordt altijd rekening gehouden met een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De Nationale Omgevingsvisie schets een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Op het niveau van dit bestemmingsplan biedt de NOVI geen concrete aandachtspunten.

3.1.2 Ladderonderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Ieder bestemmingsplan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een verantwoording bevatten van de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte worden beschreven. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden voorzien. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. De ontwikkelingen die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt worden niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is derhalve niet van toepassing. Conclusie:

22/390

De voorgestane ontwikkelingen die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt zijn niet in strijd met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciale beleid is uiteengezet in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. De belangrijkste uitgangspunten uit het provinciale beleid zijn in de regelgeving vastgelegd in de Verordening Romte Fryslân. De nieuwe omgevingsverordening is nog niet vastgesteld.

3.2.1 Omgevingsvisie Provincie Fryslân 'De romte diele' De hoofdambitie van de provincie voor de Friese leefomgeving is brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. In de Omgevingsvisie werkt de provincie de provinciale ambities, opgaven, doelen en werkwijze voor de komende jaren uit. De werkwijze is gestoeld op negen principes: Inhoudelijke principes 1. zuinig ruimtegebruik; 2. omgevingskwaliteit als ontwerpbasis; 3. koppelen van ambities; 4. gezondheid en veilig; Samenwerkingsprincipes 1. rolbewust; 2. decentraal wat kan; 3. ja, mits; 4. aansluiting zoeken; 5. sturen op proces, ruimer op inhoud. Dit is vertaald naar vier urgente opgaven die de provincie wil aanpakken: 1. Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar; 2. Fryslân zet de energietransitie met kracht voort; 3. Fryslân wordt klimaatadaptief ingericht; 4. Fryslân versterkt de biodiversiteit. Toetsing omgevingsvisie Het voornemen ziet op de volgende provinciale belangen en/of doelen uit de omgevingsvisie: de gezondheid, de vitaliteit en leefbaarheid van de leefomgeving. Het voornemen is in lijn met de provinciale doelen rond de energietransitie en in het bijzonder in lijn met de opgaven klimaat-adaptatie en biodiversiteit. Het voornemen heeft een positieve uitwerking op al deze aspecten.

23/390

3.2.2 Verordening Romte Fryslân In de verordening Romte Fryslân 2014 (geconsolideerde versie oktober 2018) is het provinciaal beleid, vertaald naar regels voor ruimtelijke plannen. Het voornemen raakt op een aantal vlakken aan de provinciale ambities en/of het provinciale beleid. Van belang voor voorliggend bestemmingsplan zijn met name regels over (1) 'ruimte-voor-ruimte', (2) hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing, en (3) nevenactiviteiten cq. verbreding van de landbouw. 1. Ruimte-voor-ruimte De ruimte-voor-ruimte regeling is vervat in de artikelen 1.6 en 1.7 uit de provinciale verordening. Van belang voor dit initiatief is de regeling vervat in artikel 1.6. Dit betreft de regeling die van toepassing is bij sloop van beeldverstorende bebouwing bij voormalige agrarische bedrijven. De bepaling komt erop naar dat een nieuwe woning kan worden toegestaan door de gemeente in het buitengebied wanneer aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Onder meer de eisen dat tenminste 1.000 m2 aan beeldverstorende bebouwing wordt gesloopt. Blijkens de artikelsgewijze toelichting op de regeling geeft de provincie ook de mogelijkheid de nieuw te bouwen woning mogelijk te maken in, of aansluiten op een bestaand bebouwingslint. In onderhavig voornemen wordt een oppervlakte van circa 3.000 m2 voormalige bedrijfsbebouwing gesloopt.

Deze bebouwing is in grote mate beeldverstorend en bemoeilijkt het vrije zicht op de historische, gelede boerderij. Ook gezien het karakter van het landgoed als opengesteld binnen de natuurschoonwet maakt deze bebouwing beeldverstorend. Voor een verdere toetsing aan het beleid ten aanzien van 'ruimte-voor ruimte' zie paragraaf 2.4.1 Ruimte-voor-Ruimte. 2. Hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing Nieuwe stedelijke functies in landelijk gebied kunnen worden toegestaan indien sprake is van hergebruik, verbouw of vervanging van vrijkomende gebouwen. Het 'omzetten' van een voormalige agrarische bedrijfswoning naar een gewone' woning is aldus niet strijdig met het provinciaal beleid. 3. Nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven (verbreding) In artikel 6.2.1 wordt ingegaan op nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven. Bij agrarische bedrijven kunnen onder voorwaarden de volgende bedrijfsactiviteiten worden toegestaan: mestverwerking, mestbewerking, mestvergisting; verbranding, vergisting of vergassing van biomassa; verwerking of bewerking van eigen agrarische producten.

De volgende nevenactiviteiten worden onder voorwaarden toegestaan: detailhandel in streekeigen producten; zorgactiviteiten; natuur- en landschapsbeheer; bedrijfsactiviteiten behorende tot de milieucategorieën 1 en 2 of naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbare bedrijfsactiviteiten, alsmede agrarische hulpactiviteiten; het africhten, onderbrengen en verzorgen van dieren;

24/390

kleinschalige horeca, dagrecreatie, of verblijfsrecreatie met inachtneming van artikel 5.5.1. De genoemde bedrijfsactiviteiten kunnen worden toegestaan wanneer deze ten dienste staan van of verband houden met de bedrijfseigen agrarische activiteiten en deze worden gerealiseerd op het agrarisch bouwperceel. Tevens moeten er aan het gebruik en de bebouwing zodanige regels worden gesteld dat deze ondergeschikt zijn aan de agrarische activiteiten en een zorgvuldige inpassing in de omgeving gewaarborgd is. 3.2.3 Omgevingsverordening Fryslân Met ingang van 1 januari 2024 is de Omgevingsverordening Fryslân van kracht. Hierin is in artikel 2.27 het volgende opgenomen over 'Ruimte-voor-ruimte sloop beeldverstorende bebouwing': 1. In afwijking van artikel 2.6 kan buiten het bestaand stedelijk gebied maximaal één nieuwe woning op een bestaand voormalig agrarisch bouwperceel of een voormalig niet-agrarisch bouwperceel, in een omgevingsplan worden opgenomen, wanneer: a. sprake is van sloop van 1000 m² aan beeldverstorende bebouwing op het voormalig agrarisch bouwperceel of voormalig niet-agrarisch bedrijfsperceel, en b. de omgevingskwaliteiten op het perceel aanzienlijk verbeteren, en c. de omvang van de woning is afgestemd op aard en schaal van de omgeving. 2.

In afwijking van het eerste lid kunnen maximaal twee nieuwe woningen op een bestaand voormalig agrarisch bouwperceel of een voormalig niet-agrarisch bouwperceel in een omgevingsplan worden opgenomen, wanneer sprake is van sloop van 3000 m² of meer van beeldverstorende bebouwing. 3. In afwijking van het eerste en het tweede lid, is sloop niet noodzakelijk, wanneer sprake is van verplaatsing van het agrarisch bedrijf om redenen van groot openbaar belang en de bestaande financieringsmogelijkheden voor verplaatsing ontbreken of ontoereikend zijn. 4. In afwijking van het eerste en tweede lid kan een nieuwe woning aansluitend op het bestaande bouwperceel worden gerealiseerd, wanneer: a. het plaatsen op het bouwperceel vanuit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit een minder goede keuze is, en b. de nieuwe woning aansluit op het voormalig agrarische bouwperceel of het voormalig niet-agrarische bouwperceel, en c. een deel van het bestaande bouwperceel wordt geschrapt, zodat per saldo het oppervlak aan bouwperceel niet groter wordt. Omdat dit beleid pas vanaf 1-1-2024 van toepassing is geworden, heeft de gemeente een ontheffing bij de provincie aangevraagd om dit beleid eerder al toe te mogen passen.

3.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Ooststellingwerf Op 23 november 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Ooststellingwerf vastgesteld. De Omgevingsvisie is de visie van de gemeente op de leefomgeving en vervangt de gemeentelijke structuurvisie. Voor het gebied Nijeberkoop, waar het plangebied zich bevindt, zet de gemeente in op de volgende ambities: Ambitie 1 - Uniek Ooststellingwerf

25/390

Beschermen van de (cultuur)historische, natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten en in het bijzonder het beschermd dorpsgezicht van Oldeberkoop; Voor nieuwe functies waar mogelijk ruimte zoeken binnen bestaande structuren; Een nog gevarieerder landschap waar landbouw en natuur samen doorgroeien; Een optimaal ontsloten gebied voor recreanten en toeristen, als verlengde van het gebied rond Appelscha; Versterken van de (recreatieve) koppelingen met de regio ZO-Fryslân en richting de Weerribben en Wieden. Ambitie 2 - Vitaal Ooststellingwerf Ruimte geven voor nieuwe woningen binnen de dorpen of door functieverandering in de oude dorpslinten; Stimuleren van lokale initiatieven voor woningbouw voor jongeren en ouderen; Breder inzetten van bestaande buitensportfaciliteiten. Ambitie 3 - Bruisend Ooststellingwerf Een goede balans tussen agrarische activiteiten en natuur in het landelijk gebied met ruimte voor experimenten; Behoud van Oldeberkoop als lokaal koopcentrum; Meer verblijfsrecreatie passend bij de aard van het gebied; Ruimte voor de groei van bedrijven binnen de maat en schaal van hun omgeving. Ambitie 4 - Bereikbaar Ooststellingwerf Veilige fietsverbindingen naar de sportcomplexen en (middelbare) scholen in Oosterwolde; Goede ontsluiting met het openbaar vervoer.

Ambitie 5 - Toekomstbestendig Ooststellingwerf Meer biodiversiteit en ruimte voor nieuwe teelten door gecombineerde vormen van natuur en landbouw. Toetsing Omgevingsvisie Ooststellingwerf De voorgestane ontwikkeling van landgoed Boschhoeve voorziet in: De versterking en bescherming van (cultuur)historie en landschap. Nieuwe functies binnen bestaande structuren. Natuurinclusieve agrarische bedrijfsvoering waarin landbouw en natuur gaan. Een hogere biodiversiteit en ruimte voor nieuwe teelten door de natuurinclusieve agrarische bedrijfsvoering. Geconcludeerd kan dan ook worden dat de voorgestane ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt past binnen het gemeentelijk beleid, zoals weergegeven in de Omgevingsvisie Ooststellingwerf.

26/390

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

In onderstaande paragrafen wordt een overzicht gegeven van de voor het nieuw op te stellen bestemmingsplan relevante milieuaspecten. Milieuaspecten zijn een belangrijk onderdeel van de belangenafweging die ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan. Eventuele milieuaspecten kunnen, voor zover mogelijk en noodzakelijk, vertaald worden in de regeling van dit bestemmingsplan.

4.1

Mer-beoordeling

Beleid en normstelling In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek Binnen dit bestemmingsplan worden een aantal functies mogelijk gemaakt zoals de realisatie van twee nieuwe woningen, het omvormen van een bedrijfswoning naar een burgerwoning, nevenactiviteiten ter educatie en verkoop van zelf geproduceerd voedsel en worden een aantal huidige stallen vervangen door een nieuwe stal. Veehouderij In bijlage D van het Besluit m.e.r (D14) is de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren opgenomen. Per dier categorie zijn drempelwaarde opgenomen. voor pluimvee geldt een drempelwaarde van 40.000 stuks, zeugen 750 stuks, melk-,kalf,- of zoogkoeien 200 stuks en voor schapen of geiten 2000 stuks.

Het bestemmingsplan maakt het niet mogelijk om dieren toe te voegen buiten de vergunde aantallen. Deze vergunde aantallen vallen ruim onder de drempelwaarden waardoor een volwaardige m.e.r.- procedure niet aan de orde is. Stedelijke ontwikkeling In bijlage D van het Besluit m.e.r. (D11.2 is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. De drempelwaarden hiervoor zijn vastgesteld op 100 hectare, 2.000 woningen of meer en 200.000 m2 aan bedrijvigheid. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om 2 woningen toe te voegen en 1 voormalige bedrijfswoning om te vormen naar een burgerwoning. Dit aantal valt ruim onder de drempelwaarden. Een volwaardige m.e.r.-procedure

27/390

is daarom niet aan de orde. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Hierin is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerder genoemde omstandigheden. Dit is een vormvrije mer. Kenmerken van het project Dit bestemmingsplan maakt de feitelijk bestaande alsmede de gewenste ontwikkelingen juridisch-planologisch mogelijk door een nieuwe bestemming te leggen op de agrarische gronden die in gebruik zijn door 'Boeren in het Bos', op een dergelijke wijze, dat deze bestemming recht doet aan de duurzame en natuurinclusieve bedrijfsvoering en de gewenste verbreding van de bedrijfsvoering. Het bestemmingsplan voorziet tevens in een passende regeling voor de bestaande voormalige agrarische bedrijfswoning op nr. 25 en twee nieuwe woningen ten zuidwesten van Bovenweg nr. 25. De omvang van het project is relatief klein en het betreft perceelsgebonden ontwikkelingen. De kenmerken van het project rechtvaardigt geen volledige mer. Plaats van het project Het plangebied bestaat uit de percelen Bovenweg nr. 23 en nr.

25 en de bijbehorende weidepercelen alsmede de gronden die in de geest van de 'ruimte-voor-ruimte regeling' een woonbestemming krijgen. Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. De bospercelen in de directe omgeving van het plangebied maken deel uit van het 'NatuurNetwerk Nederland' (NNN), dan wel behoren tot 'Natuur buiten de NNN'. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen mogelijk die negatieve gevolgen hebben voor Natura 2000- gebieden in de omgeving. De plaats van het project rechtvaardigt geen volledige mer. Kenmerken potentiële effecten De voorgenomen onwikkeling heeft geen belangrijke uitstraling van milieueffecten naar de omgeving. Het plangebied valt niet valt onder Natura 2000, weidevogelgebieden of ganzenfoerageergebieden aangesteld door de provincie Fryslân. Daarnaast blijven de gebieden die wel onder NNN/EHS vallen buiten de beoogde werkzaamheden. Met betrekking tot het onderdeel 'stikstofgevoeligheid' geldt dat de stikstofemissie tijdens de gebruiksfase van de nieuwe situatie evenveel of niet veel hoger zijn dan in de huidige situatie. Daarnaast zal gezien de kleine schaal van het planvoornemen en de relatief grote afstand tot het Natura 2000-gebied de minimale stikstofemissie niet direct bijdragen aan het verder overschrijden van de kritische depositiewaarden (KDW's) binnen de stikstofgevoelige habitattypen.

Verder zullen met het planvoornemen bomen en waterlichamen ongemoeid blijven. Het plan voorziet in een regeling die tegemoet komt aan een duurzame en natuurinclusieve bedrijfsvoering op het perceel Bovenweg nr. 23. Het voornemen voorziet in de bouw van twee extra woningen. Daar tegenover staat de sloop van stallen /schuren op nr. 23 en 25 en het vervallen van de agrarische bestemming op Bovenweg nr. 25. Gezien het perceelsgebonden karakter er de aard van de voorgenomen ontwikkelingen zijn significante effecten op het milieu uitgesloten. In de navolgende paragrafen wordt nader ingegaan op de effecten van de ontwikkeling op de omgeving en andersom. De kenmerken van de effecten van het project rechtvaardigen geen volledige mer.

28/390

4.2

Milieuzonering

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Onderzoek De beoogde ontwikkeling betreft zowel een milieuhinderlijke als een milieugevoelige functie. Gezien de ligging in het buitengebied, langs een doorgaande weg en op korte afstand agrarische bedrijven, kan het gebied getypeerd worden als gemengd gebied.

De agrarische functies binnen het plangebied kunnen geschaald worden onder 'Akker-en/of tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren (niet intensief)' met de bijbehorende richtafstand van 50 meter voor geur in gemengd gebied. Dit staat gelijk aan milieucategorie 3.2. De afstand van de om te vormen bedrijfswoning naar burgerwoning op nr. 25 tot de agrarische functies op nr. 23 bedraagt circa 50 meter. De afstand tussen de geplande nieuwe woningen en de agrarische functies op nr. 23 bedraagt meer dan 50 meter. Aan de genoemde richtafstand wordt dan ook voldaan. De afstand tussen de geplande nieuwe woningen ten zuidwesten van Bovenweg nr. 25 en het agrarische bedrijf op nr. 27 (melkvee bedrijf) bedraagt minimaal 70 meter. Ook hier wordt voldaan aan de genoemde richtafstand. Het aspect milieuhinder staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de omliggende woningen ook in de toekomstige situatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De herbestemming naar drie woningen op nr. 25 zal geen belemmering opleveren voor de bedrijfsvoering van de omliggende agrarische bedrijven. Het aspect 'milieuhinder' staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.3

Geur

Beleid en Normstelling Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningaplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt:

29/390

voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv))) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object; voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en niet-concentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, deze zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 4.1 Overzicht geurnormen Wgv binnen diercategorieën Rgv bebouwde kom andere diercategorieën buiten diercategorieën Rgv bebouwde kom andere diercategorieën

concentratiegebied max. 3 ouE/m³

niet-concentratiegebied max. 2 ouE/m³

min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object max. 14 ouE/m³

min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object max. 8 ouE/m³

min. 50 m t.o.v. geurgevoelig min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object object

Voor geurgevoelige objecten die onderdeel uitmaken van een andere veehouderij gelden niet de maximale geurbelastingen, maar de minimale afstanden van 100 meter binnen de bebouwde kom en 50 meter buiten de bebouwde kom. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop: de geurbelasting wordt bepaald; de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). Onderzoek De beoogde ontwikkeling betreft een milieugevoelige functie. Ten gevolge van de omliggende bedrijfsactiviteiten kan de woning hinder ondervinden. Daarnaast kan de realisatie van een woning omliggende

30/390

(agrarische) bedrijven beperken in hun bedrijfsvoering. Op beide aspecten wordt getoetst. Het plangebied is gelegen buiten de bebouwde kom. Het betreft hier een natuurinclusieve bedrijfsvoering: de runderen, varkens, kippen, schapen, ganzen en geiten lopen buiten en komen in principe alleen in de wintermaanden in de stal (al is de doelstelling om ook dat in de toekomst zoveel mogelijk te minimaliseren). 'Boeren in het Bos' rijdt geen mest uit en houdt op een extensieve manier dieren in de buitenlucht. Hierdoor is er sprake van schonere lucht en minder stankoverlast in vergelijking met een 'reguliere' agrarische bedrijfsvoering. Zoals in paragraaf 4.2 Milieuzonering is aangegeven, is de richtafstand tussen geurgevoelige en geurproducerende activiteit voldoende. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de omliggende woningen ook in de toekomstige situatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect 'geurhinder' staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.4

Ecologie

4.4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Dit is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europese regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Ten behoeve van de ontwikkeling wordt een ecologisch quickscan uitgevoerd. Het plangebied is getoetst aan de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Ten slotte is op basis van de Wnb altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving. Concreet betekent dit dat bij (ruimtelijke) ingrepen gezorgd moet worden dat dieren niet verstoord of gedood worden en dat planten niet zomaar verplant worden.

Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld broedende vogels, de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het rijksbeleid voor de Natuur Netwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologisch Hoofdstructuur). Wat betreft de gebiedsbescherming, maakt het plangebied geen deel uit van een Natura 2000-gebied. De

31/390

bospercelen in de directe omgeving van het plangebied maken deel uit van het 'NatuurNetwerk Nederland' (NNN), dan wel behoren tot 'Natuur buiten de NNN'. Soortenbescherming Voor de uitvoering van de herontwikkeling zijn ingrepen nodig die mogelijk gevolgen hebben voor beschermde soorten. Het gaat in dit kader met name om het slopen van stallen. Daarom is een ecologisch onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd waarbij alle (potenties voor) beschermde plant- en diersoorten in beeld zijn gebracht. 4.4.2 Onderzoek en conclusies Op landgoed Boschhoeve te Nijeberkoop zullen enkele gebouwen worden gesloopt dan wel intern verbouwd. Daarnaast zullen er ten zuidwesten van Bovenweg nr. 25 twee woningen worden gerealiseerd. Met het planvoornemen zullen bomen en waterlichamen ongemoeid blijven. Omdat de bovenstaande maatregelen een ruimtelijke ingreep betreffen, dient een toetsing te worden uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze toetsing heeft eerst plaatsgevonden in de vorm van een quickscan gebaseerd op het onderdeel soortbescherming. Gebiedsbescherming Met betrekking tot het onderdeel 'gebiedsbescherming' wordt in de quickscan geconcludeerd dat het plangebied niet valt onder Natura 2000, weidevogelgebieden of ganzenfoerageergebieden aangesteld door de provincie Fryslân.

Daarnaast blijven de gebieden die wel onder NNN/EHS vallen buiten de beoogde werkzaamheden. Een toetsing naar een mogelijk conflict tussen gebiedsbescherming en het initiatief is niet van toepassing. Met betrekking tot het onderdeel 'stikstofgevoeligheid' wordt in de quickscan geconcludeerd dat een AERIUS-berekening niet benodigd is. De stikstofemissie zal tijdens de gebruiksfase van de nieuwe situatie namelijk evenveel of niet veel hoger zijn dan in de huidige situatie. Daarnaast zal gezien de kleine schaal van het planvoornemen en de relatief grote afstand tot het Natura 2000-gebied de minimale stikstofemissie niet direct bijdragen aan het verder overschrijden van de kritische depositiewaarden (KDW's) binnen de stikstofgevoelige habitattypen. Soortenbescherming Met betrekking tot het onderdeel 'soortenbescherming' worden de volgende aanbevelingen gedaan: 1. Algemeen voorkomende broedvogels Het plangebied biedt mogelijkheden voor vogels om te broeden; in de bomen, bosschages, bebouwing en oevers binnen of grenzend aan het plangebied. Het gaat hier om soorten waarvan nesten alleen beschermd zijn tijdens het broedseizoen. geadviseerd wordt daarom om de werkzaamheden buiten de broedtijd uit te voeren. Indien de werkzaamheden niet buiten het broedseizoen uitgevoerd kunnen worden, wordt geadviseerd de werkzaamheden onder begeleiding van een ecoloog uit te voeren. 2.

Jaarrond beschermde nesten (huismus) De bebouwing biedt broedmogelijkheden voor huismus en de omgeving biedt daarnaast voldoende foerageerplekken om het plangebied als geschikt functioneel leefgebied voor de huismus te beoordelen. Alleen bij de werktuigenberging zijn indicaties van huismus nestplaatsen aangetroffen, maar alle bebouwing aan de gelede boerderij biedt broedmogelijkheden voor de soort, onder de dakpannen. Huismusverblijfplaatsen zijn

32/390

jaarrond beschermd en gaan door de sloopwerkzaamheden mogelijk verloren. Geadviseerd wordt nader onderzoek uit te laten voeren om de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismussen vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Wanneer er jaarrond beschermde nesten van huismussen binnen het plangebied worden vastgesteld, dient er een ontheffing te worden aangevraagd voor deze soort. Deze wordt in de regel afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd. 3. Jaarrond beschermde nesten (gierzwaluw) De bebouwing grenzend aan de gelede boerderij biedt broedmogelijkheden voor gierzwaluw. Eventuele nestplaatsen genieten jaarronde beschermingen en kunnen als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden verloren gaan. Dit heeft met name betrekking op de te slopen stal. Geadviseerd wordt daarom nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid hiervan vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Wanneer er jaarrond beschermde nesten van gierzwaluwen binnen het plangebied worden vastgesteld, dient er voor deze soort een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, de provincie Fryslân. Deze wordt in de regel afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd. 4.

Jaarrond beschermde nesten (kerkuil) In één van de stallen is een vaste rust-, verblijf- en nestplaats aangetroffen van een paartje kerkuilen die jaarronde bescherming geniet. Met de beoogde werkzaamheden zal deze nestplaats verloren gaan. Er dient in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor wat betreft de voortgang van het project omtrent kerkuil een ontheffing te worden aangevraagd bij de provincie Fryslân. Deze wordt in de regel afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd. 5. Vleermuizen (verblijfplaatsen) De bebouwing grenzend aan de gelede boerderij is geschikt voor vleermuizen om in te verblijven, vanwege ruimtes bij de dakpannen en toegankelijkheid van de hooischuur. Gezien de werkzaamheden onder andere sloop en interne verbouwing betreffen, kunnen mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen verloren gaan. Geadviseerd wordt daarom nader onderzoek te doen naar de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen van gebouw bewonende soorten: baardvleermuis, gewone en ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en meervleermuis.

Indien er verblijfplaatsen van vleermuizen worden vastgesteld binnen het plangebied, dient er voor de desbetreffende soort(en) een ontheffing te worden aangevraagd, welke in de regel wordt afgegeven onder de voorwaarde dat er compenserende en mitigerende maatregelen worden uitgevoerd. 6. Vrijgestelde- en niet beschermde soorten: de zorgplicht Er komen in het plangebied naar alle waarschijnlijkheid niet beschermde of vrijgestelde soorten voor, zoals verschillende soorten zoogdieren en amfibieën. Voor schade aan deze soorten geldt in principe een vrijstelling. De zorgplicht van de Wet natuurbescherming schrijft echter voor dat men verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is, te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen. Met inachtneming van bovenstaande aanbevelingen en maatregelen kan het project doorgang vinden binnen het kader van de Wet natuurbescherming. De quickscan Wnb is als bijlage 1 opgenomen bij de toelichting. Werkwijze kleine initiatieven

33/390

Gelet op de aard en omvang van het project, heeft de provincie Fryslân de 'werkwijze kleine initiatieven' van toepassing verklaard. In het kader van deze werkwijze is het activiteitenplan 'Renovatie gelede boerderij landgoed Boschhoeve' opgesteld. 4.4.3 Nader onderzoek Wnb Het nader onderzoek naar jaarrond beschermde nesten van huismus, gierzwaluw en verblijfplaatsen van vleermuizen, is uitgevoerd in 2022. De rapportage van dit nader onderzoek is opgenomen als bijlage 2 bij de toelichting. op basis van dit nader onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: Tijdens het nader onderzoek naar verblijfplaatsen van huismus zijn zes huismus nestlocaties aangetroffen die door de werkzaamheden verstoord worden/verloren gaan. Voor de voortgang van het project omtrent huismus zal er een ontheffing Wnb soorten moeten worden aangevraagd bij de provincie Fryslân. Tijdens het nader onderzoek naar gierzwaluwen zijn geen gierzwaluw nestlocaties aangetroffen die door de werkzaamheden verstoord worden/verloren gaan. Er is geen ontheffing nodig voor de gierzwaluw. Tijdens het nader onderzoek zijn nesten van spreeuw, boerenzwaluw, huiszwaluw, (pimpel)mees en winterkoning aangetroffen die door de werkzaamheden verstoord worden/verloren gaan. De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Tijdens de quickscan en het nader onderzoek is één nestplaats van kerkuil vastgesteld.

Voor de voortgang van het project omtrent kerkuil zal er een ontheffing Wnb soorten moeten worden aangevraagd bij de provincie Fryslân. Tijdens het nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Om te voldoen aan de werkwijze kleine initiatieven zijn er nog wel mitigerende en compenserende maatregelen benodigd. Hiervoor dient contact op te worden genomen met de provincie Fryslân. Gelet op de aard en omvang van het project, heeft de provincie Fryslân de 'werkwijze kleine initiatieven' van toepassing verklaard. In het kader van deze werkwijze is het activiteitenplan 'Renovatie gelede boerderij landgoed Boschhoeve' opgesteld.

4.4.4

Stikstofdepositie

AERIUS-berekening Met betrekking tot de uitvoering van een ruimtelijk plan is het van belang om na te gaan of stikstofdepositie een knelpunt kan vormen voor de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden. Om te kunnen bepalen of stikstofdepositie een knelpunt vormt dient met AERIUS Calculator een berekening te worden gemaakt van de stikstofdepositie als gevolg van de ontwikkeling in de aanleg of realisatiefase en de gebruiksfase. Er is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor het uitvoeren van de sloop- en aanlegwerkzaamheden, en de wijziging in gebruik van het plangebied. De AERIUS-calculator geeft als uitkomst van de berekening dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Voor beschreven project ligt de emissie dan ook niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. Als gevolg van de berekende emissie vindt er dan ook géén meetbare verhoging van de depositie NOx plaats in Natura 2000-gebieden als gevolg van de bouw en gebruik van de beoogde ontwikkeling. De ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit van Natura 2000- gebieden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden. De AERIUS Calculator biedt voldoende inzicht in het effect van de

34/390

voorgenomen activiteit op Natura 2000-gebieden voor het aspect stikstof. De uitkomsten van de berekeningen met de AERIUS Calculator zijn geldig en toepasbaar voor ruimtelijke plannen. Het aspect stikstof vormt geen belemmering bij de realisatie van het voorgenomen initiatief en het aanvragen van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk. De memo 'AERIUS Calculator Stikstofberekening, vervolgwerkzaamheden bestemmingsplan Landgoed Boschhoeve' (d.d. 13 juni 2024) is als bijlage 3 opgenomen bij de toelichting. Onderdeel van deze bijlage vormen de (geactualiseerde) berekeningen met de AERIUS- calculator d.d. 17 december 2025. De geactualiseerde berekeningen hebben niet tot een andere conclusie geleid. Nb-vergunning In het kader van de bedrijfsactiviteiten van het huidige agrarisch bedrijf is een vergunning verleend op basis van artikel 19d van de Nb-wet 1998, op 27 oktober 2015. Op basis van deze vergunning geldt voor de bedrijfslocatie aan de Bovenweg 23 een maximale ammoniakemissie va 2.180,0 kg NH3 per jaar. Deze depositie geldt uitsluitend voor de destijds in de aanvraag genoemde veehouderij,of dienst rechtsopvolger(s), op dezelfde locatie. Het te ontwikkelen agrarisch landgoed op deze locatie is daarmee gebonden aan deze maximale depositie.

Dit is juridisch geborgd in de regels van dit bestemmingsplan, door in artikel 3 onder het strijdig gebruik een bepaling op te nemen die erop toe ziet dat een hogere ammoniakemissie dan benoemd in een onherroepelijke natuurtoestemming niet is toegestaan.

4.5

Archeologie

4.5.1 Algemeen In de Erfgoedwet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Op de archeologische kaart van Fryslân (FAMKE) wordt onderscheid gemaakt tussen twee verschillende onderzoeksperioden. Voor de onderzoeksperiode steentijd-bronstijd gelden voor het plangebied het adviezen om bij ingrepen van meer dan 500m² een karterend (boor)onderzoek uit te laten voeren (bruine vlakken op onderstaand figuur), dan wel om bij ingrepen van meer dan 5000m² een quickscan te verrichten (lichtpaarse vlakken op onderstaand figuur). Voor de onderzoeksperiode ijzertijd-middeleeuwen geldt voor het plangebied het advies aan om bij ingrepen van meer 5000m² een historisch en karterend onderzoek te verrichten. Ten behoeve van de herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2016 heeft de gemeente Ooststellingwerf de ‘Nota Archeologie’ en de ‘Archeologische verwachtingskaart en beleidsadvieskaart’ (beleidsadvieskaart) laten opstellen. De ‘Archeologische verwachtingskaart en beleidsadvieskaart’ wordt beschouwd als een verdieping van de FAMKE.

De beleidsadvieskaart geeft net als de FAMKE per locatie of gebied aan waar de bekende als ook de te verwachten waarden aanwezig zijn. In de Nota Archeologie wordt een overzicht gegeven van de bekende archeologische waarden, de cultuurhistorische en cultuurlandschappelijke waarden met een archeologische component en de archeologische verwachtingswaarden. Aan deze bekende waarden en verwachtingswaarden zijn onderzoeksadviezen gekoppeld die voor een groot deel overeenkomen

35/390

met de adviezen in de FAMKE. In het bestemmingsplan is vervolgens de noodzakelijke verbinding met de - in het archeologisch basisonderzoek opgenomen- onderzoeksadviezen opgenomen door het toekennen van verschillende dubbelbestemmingen 'Waarde- Archeologie'. Voor het plangebied van dit bestemmingsplan zijn van toepassing de dubbelbestemmingen 'Waarde- Archeologie 3, 4 en 5'. Ten behoeve van de bescherming van deze waarden zijn in dit bestemmingsplan de dubbelbestemmingen 'Waarde - archeologie 3, 4 en 5' opgenomen.

Figuur: fragment Archeologische kaart (FAMKE) steentijd-bronstijd

4.5.2 Onderzoek en conclusies Voor archeologisch onderzoek moet uitgegaan worden van de bestemmingswijzigingen (en) en niet (enkel) van de feitelijke ingrepen. Een deel van het plangebied wijzigt van een agrarische bestemming naar een woonbestemming. Daarnaast worden binnen de agrarische bestemming nieuwe functies toegestaan, zoals een boomgaard en een voedselbos. Er wordt bebouwing gesloopt. Volgens de gemeentelijke beleidsnota archeologie zijn gebieden met een lage archeologische waarde of gebieden waarvan bekend is dat de bodem verstoord is, vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Dit zou betekenen dat de bestaande erven (nummer 23 en nummer 25) inclusief de locatie van de twee nieuw te bouwen woningen (achter nr. 25) mogelijk vrijgesteld zijn van onderzoek. De nieuwe woningen achter nummer 25 komen immers op bestaand

36/390

erf. Er is hier weliswaar sprake van een wijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming, maar de bodem is hier al verstoord. Woning 1 komt ter hoogte van de ligboxenstal en woning 2 ter hoogte van de voormalige sleufsilo's. Vanwege de al verstoorde bodem zou op grond van de gemeentelijke beleidsnota geen onderzoek nodig zijn. Ten aanzien van het onderdeel archeologie is er overleg geweest tussen de gemeente en de provincie. De provincie heeft aangegeven dat het onderzoeksgebied voor archeologie verkleind kan worden. Ter hoogte van de nieuwe woningen is de bodem dusdanig beroerd dat de trefkans op informatierijke vindplaatsen zeer laag is. Er hoeft geen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd voor de locaties voor de nieuwe woningen achter nr 25. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is vervolgens een bureauonderzoek en verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek heeft alleen betrekking op de locaties voor een boomgaard. Werkzaamheden dieper dan 30 cm zijn aldaar namelijk strijdig. De fruitbomen hebben een plantgat dieper dan 30 centimeter. De dubbelbestemming archeologie 3 (diepte 30 cm/oppervlakte 100 m2) valt over een betrekkelijk klein deel van het voedselbos. Overige delen vallen onder archeologe 4 of 5 en hebben lichter regiem.

Bij het voedselbos gaat het echter om voornamelijk om kleine (fruit)bomen en struiken waarbij geen sprake is van een plantgat dieper dan 30 cm. Archeologisch onderzoek voor het voedselbos is niet nodig. Het archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fase) heeft betrekking op de voorgenomen realisatie van een boomgaard op twee plekken in het plangebied. Het onderzoek (d.d. 25 oktober 2024) is opgenomen als bijlage 4 bij de toelichting. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt de kans op archeologische waarden in het plangebied laag geacht. In de boringen zijn geen archeologische indicatoren gevonden die wijzen op de (voormalige) aanwezigheid van archeologische grondsporen. Hierdoor is er een lage kans op archeologische resten. De bodem in het plangebied is in het verleden al vergraven geraakt. Deze bodemingrepen hebben de bodemopbouw geroerd en hiermee ook de kans op archeologische waarden in het plangebied. Een archeologisch vooronderzoek voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden is derhalve niet noodzakelijk. Mochten tijdens de werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, dan dient dit op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet te worden gemeld aan de Minister (in de praktijk de gemeente Ooststellingwerf als bevoegd gezag).

4.6

Landschap en cultuurhistorie

4.6.1 Algemeen In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. In het midden van het landgoed ligt de Boschhoeve, een gelede boerderij (woondeel 1913 en werkdeel 1930) met grote cultuurhistorische en monumentale waarde volgens recent bouwhistorisch onderzoek. Herstel, restauratie, vervanging en terugbrengen van bijzondere cultuurhistorische waarden van het gebouw is één van

37/390

de onderdelen van de planontwikkeling op landgoed Boschhoeve. Een Bouwhistorische verkenning 2021 (uitgevoerd door F.J. Van der Waard van BDM) toont zich onder de indruk van de Boschhoeve als gelede boerderij en daardoor historisch fenomeen. In de contextuele waardestelling en waardering krijgt De Boschhoeve een hoge algemene cultuurhistorische waarde. In navolging van de Boerderijstichting beveelt BDM aan dit onderdeel van het landgoed en de overgebleven unieke elementen zo goed mogelijk in stand te houden. Door tijdig uitvoeren van herstelwerkzaamheden wordt verder verval van de gelede boerderij tegengegaan. De boerderij wordt zoveel mogelijk in oude luister hersteld. De voorgenomen planontwikkeling gaat verder gepaard met een opwaardering van natuur, landschap en cultuurhistorie. Met gerichte ingrepen wordt de cultuurhistorische-, landschappelijke- en gebruikshistorische waarde verhoogd en de beleving daarvan verbeterd. De Bouwhistorische verkenning stelt dat de hoge cultuurhistorische waarde van de Boschhoeve ook is te danken aan ‘de landschappelijke waarde als gelede boerderij gelegen aan de Bovenweg in een structuur van een streekdorp met opstrekkende heerden’. Door een aantal gebouwen zonder cultuurhistorische waarde te verwijderen, wordt het boerenerf meer open gemaakt en lopen boerderij en erf veel beter over in het omliggende landschap.

Dat vergroot de cultuurhistorische waarden van zowel gebouw als landschap. De erfinrichting keert zo veel mogelijk terug naar de oorspronkelijke vormen. Dit verbetert de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit.

4.6.2

Landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit

Erfinrichting Landgoed Boschhoeve In het voorjaar van 2022 is door Het Oversticht in opdracht van het Boerderijenfonds een advies opgesteld voor de erfinrichting van landgoed Boschhoeve. Het advies heeft betrekking op nr. 23 en nr. 25. Het advies is als bijlage 1 opgenomen bij de regels. In het advies wordt het volgende geconstateerd: "De cultuurhistorische betekenis van het erf in zijn omgeving is groot. De boerderij, bestaande uit de woning en de grote kappen daarachter, heeft een bijzondere ruimtelijke betekenis, vooral in samenhang met de lange (klinker)laan die er vanuit het noorden op afkomt en de villa aan de zuidzijde die wat architectuur betreft aansluit op het dwarshuis. Die ruimtelijke samenhang moet bij de toekomstige ontwikkelingen niet over het hoofd worden gezien. De wensen van de initiatiefnemers hebben duidelijke ruimtelijke consequenties, die aansluiten op hoe erven in het algemeen en dit erf in het bijzonder altijd hebben gefunctioneerd. Er is duidelijk sprake van een voor- en achterkant en de scheiding tussen wonen en werken is zichtbaar. Nieuwe wensen zijn een betere afbakening van privé ten opzichte van openbaar en van klanten ten opzichte van cursisten/ workshopdeelnemers. Belangrijk voor de indeling op het erf is dus de combinatie van functies; in hoeverre zijn ze te scheiden en waar worden ze gemengd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=bc480bc1-f901-437f-9981-f8b3c9dd868c