ROB Windpark Energiepark A59 Ruimtelijke onderbouwing definitief incl. bijlagen v3.0 (1)
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 41
ILenT heeft op 30 mei 2022 instemming verleend over toe te passen verlichtingsplan. Er is derhalve al een goedgekeurd verlichtingsplan voor windpark Energiepark A59. Bij definitieve windturbinekeuze wordt door initiatiefnemer beoordeeld of het verlichtingsplan een update vraagt op basis van de dán best beschikbare technieken om hinder te voorkomen (zoals bijvoorbeeld een mogelijke verplichting tot het toepassen van naderingsdetectie).
4.3 Samenhang met het zonnepark De windturbines maken samen met een grondgebonden zonnepark, dat door Eneco Solar wordt ontwikkeld, deel uit van het Energiepark A59. Twee windturbines zijn gepland in het zonnepark. Om de ontwikkeling van zon en wind succesvol te laten verlopen binnen het Energiepark A59, heeft gedegen wederzijdse afstemming plaats gevonden tussen beide ontwikkelaars.
Autonome ontwikkeling Binnen het plangebied zelf wordt behalve het voorgenomen windinitiatief ook de ontwikkeling van een zonnepark voorzien. Zonder deze beide ontwikkelingen is (mede gebaseerd op de gemeentelijke Structuurvisie) de verwachting dat het gebied min of meer onveranderd zal blijven en als agrarisch en recreatief uitloopgebied zal blijven functioneren. De RWZI en het gronddepot liggen als min of meer industriële activiteiten áán dat agrarische gebied. Bestaande landschapsstructuren en recreatieve routes zullen behouden blijven, dan wel versterkt worden. De nieuwe energieontwikkelingen zullen leiden tot een transformatie van het noordelijke deel van het gebied tussen de A59 en Oosterhout. De geplande zonnevelden en windturbines zijn wat betreft hun schaal en maatvoering groot te noemen ten opzichte van de binnen het gebied heersende schaal en maatvoering. De vormgeving van het beoogde zonnepark is op de huidige verkaveling georiënteerd en speelt al in op de komst van de windturbines (zie Figuur 4.5). Figuur 4.5 Ter illustratie: vogelvluchtvisualisatie van het Energiepark A59
Bron: Landschappelijk ontwerp en inpassingsplan Zonnepark Energiepark A59 Oosterhout, Smartland Landschapsarchitecten (zie bijlage 1 (voorlopig) Ontwerp zonnepark)
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 42
Samenhang en afstemming Leidend voor het totaal afgestemde ontwerp van het Energiepark A59 is als gezegd de positionering van de windturbines geweest. Voor windturbines geldt meer dan voor een zonnepark dat rekening gehouden moet worden met belemmeringen in de omgeving (zoals onder meer woningen, snelweg, waterweg, hoogspanningsverbinding en buisleidingen; zie ook paragraaf 4.1 onder ‘Keuze opstelling windpark’). Daarnaast dienen windturbines een minimale onderlinge afstand te hebben om windafvang en daarmee productieverlies te voorkomen. Een minimale onderlinge afstand van 3 maal de rotordiameter in de overwegende windrichting23 is daarbij ideaal (zie ook paragraaf 4.1). Het plangebied is daarnaast zodanig beperkt qua omvang dat bij plaatsing van twee windturbines in het plangebied van het zonnepark er weinig keuzemogelijkheden overblijven voor de opstelling van het windpark. Variaties zijn in de marge, dat wil zeggen dat een verschuiving van windturbines met een afstand van zeg 10-50 meter in praktijk feitelijk niet zichtbaar is gezien de grote schaal van de windturbines zelf. Een landschappelijke afweging voor de positionering van de windturbines heeft derhalve geen substantiële rol gespeeld op het niveau van landschappelijke elementen in het veld en het niveau waarop het zonnepark landschappelijk wordt ingepast.
Eventuele beperkte verschuivingen op de schaal van het windturbinepark als nieuwe laag in het landschap zijn dan ook vrijwel niet zichtbaar. De windturbines staan landschappelijk wel globaal in lijn met de bestaande windturbines op bedrijventerrein Weststad III, verwezen wordt hiervoor ook naar paragraaf 4.4. Voor volledige plaatsing in lijn is gezien de belemmeringen en de omvang van het plangebied geen ruimte, bovendien is er dan ook sprake van verschuiving richting de woonwijk Dommelbergen (zie ook paragraaf 4.1 onder kopje ‘vervallen zuidelijke ‘derde windturbine). Plaatsing van de windturbines dichter naar Dommelbergen wordt onwenselijk geacht. Figuur 4.6 Ter illustratie: (voorlopig) ontwerp en inrichtingsplan zonnepark met inpassing definitief plan windturbines
Bron: Landschappelijk ontwerp en inpassingsplan Zonnepark Energiepark A59 Oosterhout, Smartland Landschapsarchitecten (zie bijlage 1 (voorlopig) Ontwerp zonnepark ) 23
Uit de overwegende windrichting is een onderlinge afstand van 4 maal de rotordiameter meer ideaal.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 43
Het zonnepark is ontworpen waarbij rekening wordt gehouden met ruimte voor de geplande windturbines binnen de plangrenzen (zie ook Figuur 4.6). Met de situering van de panelen in oost-westopstelling worden de bestaande percelen en watergangen gerespecteerd, en wordt de richting van het landschap gehandhaafd en benadrukt. De positionering van de windturbines past in deze structuur en is daarmee ook opgenomen in het ontwerp.
4.4 Landschappelijk beeld van het windpark Het windpark is door Oog voor Schoonheid Landschapsarchitectuur (OVSL) beoordeeld op het effect dat het heeft op het landschap. Deze beoordeling is opgenomen in deze paragraaf, de analyse van de huidige situatie is opgenomen in paragraaf 3.2.
Kader De maat en schaal van moderne windturbines zijn zodanig groot dat feitelijk niet gesproken kan worden van een landschappelijke inpassing, maar eerder van een landschappelijk beeld. Door het landschap overstijgende karakter van grote windturbines en de grote zichtbaarheid vanuit de omgeving heeft de wijze waarop windturbines in het landschap geplaatst worden (de opstelling) invloed op de landschapsbeleving. Een heldere en leesbare opstelling levert een rustiger landschapsbeeld op. Het landschappelijk beeld van een windpark speelt zich dan ook af op een heel ander schaalniveau dan dat van het zonnepark, daar gaat het wel meer om details en landschappelijke inpassing. De voorgenomen opstelling betreft twee turbines, die qua maatvoering nadrukkelijk groter en qua verhoudingen anders zijn dan de al bestaande turbines op industrieterrein Weststad. De turbines worden voorgesteld in een lijn parallel langs de A59 en in het verlengde van het bestaande windpark en liggen in lijn met de verkaveling van het plangebied. Hun onderlinge afstand is wel wat groter dan die in het bestaande windpark. Op het eerste gezicht sluit de opstelling aan bij de beleidsuitgangspunten betreffende de aansluiting van windturbines bij (grootschalige) infrastructurele lijnen en industrieterreinen. Figuur 4.7 Fotopunten visualisaties
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 44
Onderscheid wordt gemaakt in de beoordeling van het landschap in zijn ruimere omgeving (2 tot 5 kilometer vanaf de windturbines), in zijn directe omgeving (0 tot 2 kilometer vanaf de windturbines) en in het plaatsingsgebied zelf (directe nabijheid van de windturbines). De afstanden zijn mede gebaseerd op de werking van het menselijk oog en op de afstand waarop men nog in staat is landschappelijke elementen te herkennen en te onderscheiden van hun omgeving. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van visualisaties op verschillende gezichtspunten (zie Figuur 4.7)24. Effect door het windpark op het landschap is op de volgende criteria weergeven: 1. aansluiting op de landschappelijke structuur: 2. herkenbaarheid van de opstelling (als geheel); 3. interferentie (van de opstelling) met andere windinitiatieven of andere hoge elementen; 4. invloed op de (visuele) rust; 5. invloed op de openheid; 6. zichtbaarheid.
Het plangebied in zijn ruimere omgeving (2 tot 5 kilometer vanaf plangebied) Aansluiting op landschappelijke structuur Door hun grote afmetingen ontstijgen moderne windturbines de schaal van andere landschapselementen. De mate waarin windopstellingen herkenbaar aansluiten op de landschappelijke structuur is op dit schaalniveau vooral af te lezen aan de samenhang met landschappelijke hoofdstructuren. Hier zouden dat de A59, de afrit van de snelweg, de dijk langs het Kromgat of het Wilhelminakanaal kunnen zijn. Op grotere afstand is deze aansluiting echter niet goed waarneembaar. Vanaf de A59 is te zien dat de turbines min of meer ‘aan de snelweg’ liggen. Maar verder wordt de samenhang tussen de opstelling en de landschappelijke hoofdstructuren ter plekke eerder vermoed dan daadwerkelijk waargenomen. De samenhang met kleinere landschapselementen of bijvoorbeeld voorkomende verkavelingsrichtingen is op het hoogste schaalniveau geheel niet waarneembaar. Herkenbaarheid van de opstelling (als geheel) Op grotere afstand is de opstelling Energiepark A59 niet direct als zelfstandige, samenhangende opstelling herkenbaar. De turbines staan weliswaar voldoende dicht bij elkaar, maar ook op relatief korte afstand van de al bestaande turbines op industrieterrein Weststad. De verschillen tussen de toegepaste turbinetypen zijn op dit schaalniveau niet altijd goed waarneembaar.
Afhankelijk van de positie van de waarnemer én van het toe te passen type turbine zal duidelijk, dan wel minder duidelijk waarneembaar zijn dat het om twee zelfstandige opstellingen gaat. Zeker vanaf wat grotere afstand oogt het geheel als één cluster van meerdere windturbines. Interferentie (van de opstelling) met andere windinitiatieven of andere hoge elementen In de omgeving van plan staan nu zes bestaande windturbines (op minder dan 1 kilometer afstand). Ook zijn een aantal hoogspanningsleidingen aanwezig.
Ten behoeve van deze visualisaties zijn allereerst 360 graden bolfoto’s gemaakt op de geduide fotopunten. In deze foto’s zijn waarheidsgetrouw en in de juiste verhoudingen de nieuw te realiseren turbines opgenomen. Als referentieturbine is een Vestas V162 5.6 MW turbine gehanteerd met een rotordiameter van 162 meter, ashoogte van 154 meter en daarmee een tiphoogte van 235 meter. Hieruit zijn vervolgens uitsneden gemaakt met een beeldhoek van 60 graden. Voor een ‘realistische’ weergave moet de afstand van kijker tot presentatie van de (beeldvullende) foto’s op een beeldscherm even groot zijn als de horizontale (breedte) van het scherm. 24
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 45
Ten oosten van het plangebied is een 380 kV hoogspanningsleiding gepland en ligt een bestaande 150 kV hoogspanningsleiding. Ten westen van het plangebied ligt, op wat grotere afstand, nog een 150 kV leiding. Op grotere afstand treedt er geringe interferentie op van het initiatief met deze hoge objecten (zie ter illustratie Figuur 4.8). Invloed op de (visuele) rust Door toevoeging van een beperkt aantal turbines is op dit schaalniveau sprake van een geringe toename van het effect op de visuele rust, door het draaien van meer rotoren dan in de huidige situatie. ’s Nachts zullen de nieuwe turbines obstakelverlichting moeten voeren. Invloed op de openheid Voor dit criterium geldt dat op dit schaalniveau het effect nog gering is, mede omdat op deze afstand en in deze landschappelijke context de turbines alleen bij helder weer goed zichtbaar zijn. Ook is de verticaliteit van de turbines op deze afstand relatief nog klein. Gezien het aantal al aanwezige hoge elementen betekent de toename daarvan met twee extra turbines een geringe toename van de aantasting van de openheid.
Figuur 4.8 Visualisatie vanaf Raamsdonksveer, Kloosterweg, in zuidwestelijke richting (fotopunt 1)
Bron: Pondera
Zichtbaarheid Vanaf dit schaalniveau is met name door de grote hoogte van de windturbines vanaf veel punten de opstelling zichtbaar. Dat geldt vanaf de A59 en in minder mate de A27, maar ook vanaf bebouwingsconcentraties, met name vanaf de noordrand van de A59 (Geertruidenberg en Raamsdonksveer) en in mindere mate vanuit de noordelijke woonwijken van Oosterhout (onder meer door de hoge bomenrijen langs de grens van de bebouwing aldaar). Maar ook daar is direct buiten de randbeplanting het initiatief goed zichtbaar. Zie wat dit laatste betreft de verschillen tussen de visualisatie in Figuur 4.9.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 46
Figuur 4.9 Visualisaties vanaf fotopunt 4: rand bebouwde kom Oosterhout (Dommelbergen), Keizersdam
Bron: Pondera
Figuur 4.10 Visualisatie vanaf fotopunt 3: rand bebouwde kom Oosterhout (Dommelbergen), kruising Lage weg Elskensweg
Bron: Pondera
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 47
Het plangebied en zijn directe omgeving (0 tot 2 kilometer vanaf plaatsingsgebied) Aansluiting op landschappelijke structuur De samenhang tussen de opstelling en de (grotere) landschappelijke structuren wordt op dit schaalniveau vanaf sommige standpunten iets duidelijker (zie Figuur 4.11 en Figuur 4.12, waar de samenhang met de A59 waarneembaar is). Ook het vermoeden van samenhang met dergelijke grote structuren wordt vanaf meerdere standpunten groter.
Herkenbaarheid van de opstelling (als geheel) Op dit schaalniveau is de herkenbaarheid van de opstelling als samenhangend geheel toegenomen in vergelijking met die op het hoogste schaalniveau. De herkenbaarheid van de onderlinge verschillen tussen de bestaande en de nieuwe turbines ook iets toe (zie Figuur 4.8 en Figuur 4.11). Als de bestaande en nieuwe turbines verschillend zijn is de herkenbaarheid van de nieuwe opstelling als zelfstandig geheel ten opzichte van de bestaande opstelling ook wat beter waarneembaar. Figuur 4.11 Visualisatie vanaf fotopunt 2, kruising Beelaertsweg - Oosterhoutseweg
Bron: Pondera
Interferentie (van de opstelling) met andere windinitiatieven of andere hoge elementen Door de kortere afstand tussen de waarnemer en de opstelling kunnen landschapselementen op de voorgrond op dit schaalniveau ‘groter’ lijken dan ze in werkelijkheid zijn (ten opzichte van de hoogte van de turbines) en daarmee interfereren met de opstelling. Uit de visualisaties kan worden opgemaakt dat ten opzichte van het hoogste niveau de interferentie toeneemt. Invloed op de (visuele) rust De beweging van de rotoren zal op dit schaalniveau waarneembaar toenemen. Dat geldt in de dagsituatie. In de nachtsituatie zal de obstakelverlichting op dit schaalniveau een groter effect hebben dan op het hogere schaalniveau.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 48
Invloed op de openheid Wat betreft het criterium openheid wordt op een lager schaalniveau het effect op de openheid iets groter (zie de visualisaties in Figuur 4.11). Over het algemeen ogen de rotoren groter en vullen zij het beeld van de waarnemer meer dan op het hoogste schaalniveau. Zichtbaarheid De zichtbaarheid van het initiatief neemt op dit schaalniveau toe. Hier is er niet alleen vanaf de snelweg maar ook vanuit de omliggende woonwijken (met name vanuit het noorden) en de recreatieve routes in de omgeving van het plangebied duidelijk zicht op de opstelling.
Figuur 4.12 Visualisatie vanaf fotopunt 5, Domeinweg, rand bebouwde kom
Bron: Pondera
Het plangebied zelf Aansluiting op landschappelijke structuur De twee turbines staan in één lijn met de verkavelingsrichting van het plangebied, parallel aan de A59. Deze samenhang met kleinere structuren is op het laagste schaalniveau soms waarneembaar. Herkenbaarheid van de opstelling (als geheel) De opstelling als geheel is nog enigszins herkenbaar, maar de onderlinge afstand tussen de twee turbines leidt ertoe dat de herkenbaarheid als cluster op het laagste schaalniveau toch minder herkenbaar is dan op het middelste schaalniveau. Interferentie (van de opstelling) met andere windinitiatieven of andere hoge elementen Op dit schaalniveau neemt de interferentie met de andere windturbines en met de hoogspanningsleidingen weer iets af. Dat komt omdat op dit schaalniveau de afstand daartoe voor de waarnemer groter lijkt geworden. Invloed op de (visuele) rust Door de kortere afstand tussen de waarnemer en de opstelling op dit schaalniveau neemt de invloed op de visuele rust opnieuw toe (negatief effect).
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 49
Invloed op de openheid Met betrekking tot het criterium openheid blijft op het laagste schaalniveau het effect op de openheid min of meer gelijk. De rotoren worden voor het oog van de waarnemer weliswaar groter, maar dat geldt ook voor de onderlinge afstanden tussen de turbines. Zichtbaarheid De zichtbaarheid van het initiatief neemt opnieuw toe. Binnen het gehele plangebied zijn steeds beide turbines zichtbaar, vaak in één oogopslag.
Conclusie Windturbines voegen door hun grote maat en schaal in vergelijking met andere objecten een nieuwe laag toe aan het landschap. Door hun grote afmetingen ontstijgen moderne windturbines de schaal van andere landschapselementen, dat is iets wat niet te ontkennen valt. De invloed van de windturbines, en dus de beperking van de vrije horizon, is beperkt en wordt derhalve ook aanvaardbaar geacht zeker omdat er in aansluiting op provinciaal beleid ook sprake is van een cluster met de bestaande windturbines Weststad III. De windturbines tasten ter plaatse aanwezige landschappelijke structuren in het plangebied niet direct aan. De realisatie van twee grote windturbines in windpark Energiepark A59 zijn landschappelijk aanvaardbaar en inpasbaar, zeker gezien de clustering met bestaande windturbines, bundeling met grootschalig bedrijventerrein en nabij grootschalige infrastructuur.
4.5 Kwaliteitsverbetering landschap Inleiding Voor het bereiken van de ruimtelijke kwaliteitsverbetering, zoals beschreven in paragraaf 2.3, op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening is een inrichtingsplan voor Energiepark A59 opgesteld (zie bijlage 1). Tegenover elke ruimtelijke ontwikkeling in het landschap dient op basis van de provinciale Interimverordening een kwaliteitsverbetering van het landschap te staan (zie ook paragraaf 2.3.4). Dit geldt ook voor het plaatsen van windturbines, in deze ook in relatie tot het zonnepark in Energiepark A59.
Geen kwaliteitsverbetering door herpositionering van de windturbines Op basis van de beschrijving van het effect van de windturbines op het landschappelijk beeld in de vorige paragraaf wordt hier overwogen of een geringe herpositionering van de turbines te overwegen is om een kwaliteitsverbetering van het landschap te bereiken, zoals bedoeld in de Interim omgevingsverordening. In paragraaf 4.1 komt dit onder ‘Keuze opstelling windpark’ in het kader van de onderbouwing van de turbineposities ook al aan de orde, in deze paragraaf wordt het vanuit ruimtelijke kwaliteitsverbetering in gestoken. Het effect van herpositionering lijkt vanuit landschappelijke perspectief, zoals beschreven in de vorige paragraaf, twee kanten te hebben, een licht positief en een licht negatief effect. De opstelling van het windpark staat parallel aan de A59 en de in het plangebied voorkomende verkavelingsrichting. De lijn van de opstelling wijkt in zeer lichte mate af van de richting die de lijnopstellingen binnen het bestaande windpark Weststad III hebben, in die zin dat de richting van beide lijnen enkele procenten afwijken qua richting.
Het (exact) in lijn brengen qua richting van de beide turbines van Energiepark A59 met de bestaande turbines zal op de hoogste schaal van de landschappelijke beoordeling in paragraaf 4.4 een licht positief effect sorteren, doordat er een nog iets samenhangender cluster van acht turbines (bestaand en nieuw) zal ontstaan. Op de lagere schaalniveaus is het effect van deze verschuiving naar verwachting eerder licht negatief. Dit komt omdat er dan licht wordt afgeweken van de verkavelingsrichting ter plekke in
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 50
het plangebied en van de richting van de zonne-opstellingen die ook op deze verkavelingsrichting zijn geënt. Hierdoor neemt de samenhang van de windopstelling met het zonnepark iets af. Het zodanig verschuiven van de windturbines in zuidelijke richting dat ze in één lijn komen te staan met de meest noordelijke lijn van het bestaande windpark is hoe dan ook geen optie vanwege belemmeringen in en rond het plangebied, de begrenzing van het plangebied en benodigde onderlinge afstand tussen de windturbines en de afstand tot aan de woonwijk Dommelbergen (zie ook paragraaf 4,1 onder ‘Keuze opstelling windpark’). Herpositionering van de windturbines in het kader van kwaliteitsverbetering van het landschap heeft geen overwegend positief effect waardoor dat ook niet verder is overwogen of te overwegen is, zeker omdat er vanuit andere aspecten (belemmeringen) ook eigenlijk geen schuifruimte beschikbaar is. De verplichte ruimtelijke kwaliteitsverbetering voor het windpark op basis van de Interim omgevingsverordening dient op een ander manier gerealiseerd te worden.
Inrichtingsplan verbetering ruimtelijke kwaliteit Voor het bereiken van de ruimtelijke kwaliteitsverbetering op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening, zoals beschreven in paragraaf 2.3.4, is een inrichtingsplan voor Energiepark A59 opgesteld (zie bijlage 1 en hieronder onder ‘landschappelijke inpassing van Energiepark A59’). Tegenover elke ruimtelijke ontwikkeling in het landschap dient op basis van de provinciale Interimverordening een kwaliteitsverbetering van het landschap te staan. Dit geldt ook voor het plaatsen van windturbines in Energiepark A59. De financiële middelen die beschikbaar komen voor de kwaliteitsverbetering, worden betaald door de ontwikkelende partijen. De windontwikkelaar levert een bijdrage van 10.000 euro per opgestelde megawatt bij oplevering van de windturbines. De bijdrage aan ruimtelijke kwaliteitsverbetering vanuit het windpark is een financiële bijdrage die wordt vastgelegd en geborgd in de anterieure overeenkomst die tussen gemeente en initiatiefnemer wordt gesloten voor definitieve besluitvorming over het plan. Deze financiële bijdrage wordt in eerste instantie zo mogelijk ingezet voor extra ruimtelijke kwaliteitsverbetering aan de landschappelijke inpassing van het zonnepark en daarmee de uitvoering van het landschappelijke inrichtingsplan van het Energiepark A59.
De bijdrage vanuit het windpark dient dus een ‘plus’ te kunnen leveren aan het inpassingsplan Energiepark A59. De concrete maatregelen ter bevordering van ruimtelijke kwaliteit maken deel uit van de aparte planologische procedure voor realisatie van het zonnepark. Mocht de bijdrage ruimtelijke kwaliteitsverbetering van het windpark niet (volledig) besteedt kunnen worden aan een extra kwaliteitsverbetering in het inpassingsplan Energiepark A59 of mocht onverhoopt het zonnepark in Energiepark A59 niet tot realisatie komen dan komt de financiële bijdrage voor de ruimtelijke kwaliteit vanuit het windpark in een apart gemeentelijk fonds (groenfonds) voor verbetering ruimtelijke kwaliteit vanuit windpark Energiepark A59. Vervolgens wordt door de gemeente in afstemming met de omgeving beschouwd hoe met besteding van de gelden in het fonds er op een andere wijze invulling gegeven kan worden aan verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Dit kan bijvoorbeeld door de randen van de wijken te voorzien van versterking van de afschermende beplanting, een verbetering van landschapsstructuren in en om het plangebied of versterking van landschappelijk recreatieve structuren. Inpassing van windturbines is gezien hun omvang niet mogelijk waardoor de verbetering van ruimtelijke kwaliteit in dat geval in de omgeving moet worden gezocht.
Landschappelijke inpassing van Energiepark A59 Het ontwerp en inpassingsplan van het zonnepark in Energiepark A59 wordt beschreven in bijlage 1. Het ontwerp voor het Energiepark A59 is primair opgesteld als inrichtingsplan voor het zonnepark (vanwege
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 51
twee zelfstandige aanvragen voor zon en wind), waar vervolgens het windpark in ingepast en onderbouwd is. Dat laatste zorgt niet voor een veranderde planonderbouwing voor het inpassingsplan. De landschappelijk inpassing is nog in verdere uitwerking en afstemming met de gemeente. In principe heeft dat geen consequenties voor het plan voor het windpark omdat de bijdrage voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering als gevolg van het windpark financieel geborgd is in de anterieure overeenkomst en de voorzieningen voor het windpark verder qua positie vastliggen. Voor de landschappelijke inpassing van Energiepark A59 liggen er kansen een maatschappelijk meerwaarde te creëren op het vlak van biodiversiteit, waterhuishouding en ruimtelijke kwaliteit. Op alle drie de aspecten wordt ingegaan waarbij het aspect ruimtelijke kwaliteit het meest relevant is in relatie tot de Interim omgevingsverordening. Ruimtelijke kwaliteit De panelen in het zonnepark krijgen een iets geroteerde oost-west opstelling, waarmee de bestaande percelen en watergangen in het plangebied gerespecteerd worden, en de richting van het landschap wordt gehandhaafd en benadrukt. Met de opzet van het totale gebied wordt de waaierstructuur die oorspronkelijk in het krekenlandschap aanwezig was versterkt. De centraal gelegen oude Hillenweg krijgt een nieuwe betekenis als centrale ontsluiting.
De windturbines zijn ook in het zonnepark geplaatst rekening houdend met deze landschappelijke structuren. Ruimtelijke kwaliteit beschreven schreven aan de hand van drie aspecten 1) economisch: een heldere vitale functie in het landschap; 2) ecologisch: een bijdrage aan biodiversiteit en koppeling aan ecologische netwerken; en 3)esthetisch: een inrichting die is ontworpen vanuit eigen kwaliteit, beleefbaarheid, en balans met de grotere landschappelijke structuur. Economisch vitaal betekent een sterk en zelfverzekerd landschap, met een heldere koppeling van windpark en zonnepark aan stedelijke functies of hoogspanningsinfrastructuur. De positionering van de windturbines is in hoofdzaak functioneel bepaald, op basis van de in kaart gebrachte belemmeringen, met daarnaast een minimale onderlinge afstand die de windturbines dienen te hebben om windafvang en daarmee productieverlies te voorkomen. De opstelling van de windturbines zal dus niet veranderen bij combinatie met het zonnepark. Het zonnepark is zo ontworpen dat rekening kan worden gehouden met de geplande windturbines, kraanopstelplaatsen en aanvoerwegen binnen de plangrenzen. Ecologisch waardevol betekent inzet op biodiversiteit en aansluiting bij het Natuurnetwerk. Indien beide projecten in het Energiepark A59 tot realisatie komen, valt het windpark binnen het zonnepark, en als een geheel worden omheind.
De verschillende groenzones worden ontwikkeld, zoals ook gepland voor alleen het zonnepark. Er wordt geen cumulatieve impact op de bestaande natuurwaarden verwacht. Esthetisch verantwoord betekent zorgvuldig omgaan met het bestaande landschap, in de zin dat essentiële structuren en karakteristieken geaccentueerd worden, ieder op hun geëigende schaalniveau. De plaatsing van de panelen en windturbines zelf is technisch efficiënt, maar reageert met name ook op het zicht vanuit recreatieve routes met een lage ligging en lage snelheid. De vormgeving van het Energiepark met windturbines, grote panelenvelden met beheerpaden, open zones, en toegevoegde beplantingsstructuren reageert met name op het zicht vanuit de hooggelegen infrastructuur, en speelt in op het schaalniveau van de bestaande landschapsstructuur. In Energiepark A59 wordt de
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 52
landschappelijke structuur vooral bepaald door de waaier van kreken. Deze worden vanaf de hooggelegen A59 door middel van een aantal zichtlijnen en groenelementen geaccentueerd. Figuur 4.13 Ter illustratie: themakaart ruimtelijke kwaliteit (boven) en inpassingsplan met windturbines (onder)
Bron: Landschappelijk ontwerp en inpassingsplan Zonnepark Energiepark A59 Oosterhout, Smartland Landschapsarchitecten (zie bijlage 1 (voorlopig) Ontwerp zonnepark)
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 53
Op een lager schaalniveau accentueren de beheerpaden/onderhoudswegen en poldersloten de langgerekte kavelstructuur in de polders, met name vanaf de westelijke Statendamweg. Hier verzacht een struweelhaag het zicht op panelen, veiligheidshek en voet van de windturbines, maar de weg ligt zo hoog dat het Energiepark duidelijk zichtbaar zal zijn, wat past bij een belangrijk en vitaal element in het landelijk gebied. De oostrand van het Energiepark behoeft een meer gedetailleerde aanpak. Hier loopt een belangrijk recreatief fietspad tussen Geertruidenberg en Oosterhout, langs het Kromgat, onderdeel van een uitgebreid padennetwerk. Het fietspad ligt soms op de waterkering, soms er buiten en soms er binnen (feitelijk in de polder). Vanaf de hogere posities op de waterkering is een transparante groenzone voldoende, maar waar het pad laag in de polder ligt is enige afstand en een natuurrijke groene inrichting essentieel. Waar het pad buitendijks langs het water loopt is het Energiepark gevoelsmatig ver weg en is afscherming niet noodzakelijk. Sterker nog, het park mag vanaf hier gezien worden, schone energie als essentieel deel van onze duurzame samenleving (zie ook Figuur 4.14). Figuur 4.14 Ter illustratie: aanzicht Energiepark A59 vanaf het fietspad langs het Kromgat
Bron: Landschappelijk ontwerp en inpassingsplan Zonnepark Energiepark A59 Oosterhout, Smartland Landschapsarchitecten (zie bijlage 1 (voorlopig) Ontwerp zonnepark)
De schaalniveaus van de twee duurzame initiatieven zijn verschillend van karakter. Dit uit zich voornamelijk in zichtbaarheid en beleving. Essentiële structuren en karakteristieken van het landschap worden geaccentueerd, ieder op hun geëigende schaalniveau. Waterhuishouding Het inrichtingsplan respecteert de huidige waterhuishoudkundige situatie. De afwatering loopt naar het zuidoosten toe, via de bestaande A-watergangen langs de Hillenweg. Beheerstroken voor deze watergangen zijn in het plan opgenomen als vrijgehouden beheerzones. Er liggen kansen voor aanpassing (verhoging) van het polderpeil maar dat is nog niet uitgewerkt. Biodiversiteit Voor wat betreft het aspect biodiversiteit liggen er in het Energiepark A59 de volgende mogelijkheden:
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 54
•
schaduwvegetatie van rijke loofbossen in combinatie met inpassen van houtwallen levert biodiversiteit van bosranden;
•
inpassen en hooilandbeheer van stroken open vochtig grasland levert biodiversiteit van hooilanden;
•
toepassen van dood hout onder de panelen levert biodiversiteit van oude bossen.
In de vorm van een Werkgroep Biodiversiteit wordt de concrete invulling van het groen met de lokale belangstellenden bediscussiëren en bepalen.
Conclusie ruimtelijke kwaliteitsverbetering Herpositionering van de windturbines draagt niet bij aan verbetering van ruimtelijke kwaliteit voor het windpark. Het inrichtingsplan voor het zonnepark geeft invulling aan ruimtelijke kwaliteit voor het gehele Energiepark A59 door de wijze waarop de plannen op elkaar zijn afgestemd en de windturbines zijn ingepast in het zonnepark, met respect voor bestaande landschappelijke structuren. De maatregelen ter bevordering van ruimtelijke kwaliteit maken daarmee deel uit van de aparte planologische procedure voor realisatie van het zonnepark. De bijdrage voor ruimtelijke kwaliteit als gevolg van het windpark is een financiële bijdrage zoals vastgelegd in de anterieure overeenkomst. Met (een deel van) deze bijdrage wordt gestreefd naar een ‘plus’ in het inpassingsplan. Mocht financiële bijdrage uit het windpark overblijven of onverhoopt het zonnepark in Energiepark A59 niet tot realisatie komen en het windpark wel dan komt de financiële bijdrage voor de ruimtelijke kwaliteit vanuit het windpark Energiepark A59 in een apart gemeentelijk fonds (groenfonds) voor verbetering ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 55
5 Onderzoek 5.1 Uitgangspunten 5.1.1 Voorbeeldwindturbine Voor het bepalen van milieueffecten wordt gebruik gemaakt van een voorbeeldturbine, omdat de keuze voor een specifieke windturbine met bijbehorende specificaties pas in een later stadium plaats vindt. Voor alle omgevingsaspecten worden berekeningen of beschrijvingen uitgevoerd voor een worst-case windturbinetype. Voor het aspect geluid wordt uitgegaan van een worst-case windturbine, waarbij het maximale bronvermogen en de maximale tiphoogte bepalend zijn voor de maximale geluidbelasting binnen de bandbreedte van afmetingen (zie paragraaf 4.2). Voor de overige omgevingsaspecten geldt dat een windturbine met maximale afmetingen de worst-case situatie is, de onderzoekconclusies zijn dan ook geldig voor kleinere en lagere windturbinetypes dan de voorbeeldwindturbine, ongeacht hun afmetingen binnen de bandbreedte van afmetingen. Als voorbeeldturbine is in deze analyse uitgegaan van een windturbine met een tiphoogte van maximaal 235 meter een maximale rotordiameter van 170 meter.
5.1.2 Tussenuitspraak Raad van State over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding Voor het project windpark Energiepark A59 zijn voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid de normen uit het Activiteitenbesluit en -regeling (de windturbinebepalingen) nog steeds toepasbaar, ondanks de uitspraak inzake windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding. Hieronder wordt dat nader toegelicht. Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding en het ‘Nevele-arrest’. Deze uitspraak heeft gevolgen voor geluid-, slagschaduw- en externe veiligheidsnormen van windparken die nog niet onherroepelijk zijn. De bepalingen in het Activiteitenbesluit en -regeling (de uitspraak spreekt over ‘windturbinebepalingen’; dit zijn de bepalingen uit de paragrafen 3.2.3 Activiteitenbesluit en 3.2.3 Activiteitenregeling voor het in werking hebben van een windturbine of een combinatie van windturbines) zijn niet vernietigd door de ‘uitspraak Delfzijl’, deze bestaan nog steeds. Voor de windturbinebepalingen had echter een milieubeoordeling moeten worden gemaakt, omdat zij kaderstellend zijn voor de toekenning van toekomstige vergunningen. Het Rijk moet dus nu alsnog een plan-m.e.r. doorlopen voor de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en -regeling.
Dit gaat dus onder meer op voor de normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid. Op basis van dat plan-m.e.r. kunnen vervolgens nieuwe normen worden vastgesteld. Die kunnen gelijk zijn aan de ‘huidige’, maar ook hoger of lager worden. Voor één of twee windturbines, zoals in onderhavig project, zijn de windturbineregels uit het Activiteitenbesluit en -regeling nog steeds van toepassing, zo gaf de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat aan in haar Kamerbrief over de ‘uitspraak Delfzijl’ van 7 juli 2021.25 Dit wordt tevens bevestigt door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat in haar Kamerbrief van 16 mei 202226,
25
Tweede Kamer, 33 612, nr. 76, Gevolgen van de uitspraak van de Raad van State over de milieubeoordeling voor windturbinenormen 26 Tweede Kamer, 33 612, nr. 81, Structuurvisie Windenergie op land
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 56
door de Nota van toelichting behorende bij de tijdelijke overbruggingsregeling windturbineparken 27 en blijkt ook nu uit het Activiteitenbesluit en -regeling zelf.28 De uitspraak gaat er namelijk van uit dat het Activiteitenbesluit niet meer toepasbaar is vanwege een onjuiste implementatie van de Europese SMBrichtlijn. De SMB-richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in het Besluit m.e.r. Het Besluit m.e.r. is alleen van toepassing op: “De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark”. Een windturbinepark is volgens de begripsbepaling van het Besluit m.e.r. een “park bestaande uit ten minste drie windturbines”. Het Besluit m.e.r. is dus niet van toepassing op één of twee windturbines en dus reikt de uitspraak niet tot projecten van één en twee windturbines. Voor windpark Energiepark A59 wordt derhalve voor de milieuaspecten geluid, slagschaduw en externe veiligheid nog steeds getoetst aan de normen zoals deze in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling zijn opgenomen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt voor de volledigheid wel kort op de ruimtelijke aanvaardbaarheid van deze normen in gegaan in de individuele paragrafen.
5.2 Geluid 5.2.1 Toetsingskader Net als alle andere mechanische installaties produceren windturbines geluid. Dit geluid wordt deels veroorzaakt door de bewegende onderdelen in de gondel, maar is voornamelijk afkomstig van de bladen die door de wind ‘zoeven’. Het besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (het Activiteitenbesluit) is het kader voor de toetsing van geluid door windturbines. Specifiek voor windturbines geldt dus een afzonderlijke normstelling, die onafhankelijk van ander optredend geluid (industrielawaai, verkeer, etc.) wordt beoordeeld. In het Activiteitenbesluit wordt voor de normstelling van geluid van windturbines getoetst aan de waarden Lden= 47 dB en Lnight= 41 dB. Deze normen gelden voor geluidgevoelige objecten, waaronder woningen van derden29 en gevoelige locaties zoals scholen en ziekenhuizen. De Lden (Engels: Level day-evening-night) is een maat om de geluidbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. Hierbij wordt de geluidbelasting die optreedt gedurende de nacht en de avond zwaarder meegewogen dan geluid overdag. In Nederland wordt tevens getoetst aan L night om de verstoring van nachtrust te voorkomen. Voor onderhavig plan wordt getoetst aan de geluidsnorm Lden 47 dB en Lnight 41 dB als norm uit het Activiteitenbesluit.
Deze norm is tevens een ruimtelijk aanvaardbare norm voor geluid (zie ook Kader 5.1 en “Reactienota zienswijzen ontwerp omgevingsvergunning en VVGB Windpark Energiepark A59”). Kader 5.1 Ruimtelijke aanvaardbaarheid Lden 47 dB en Lnight 41 dB
27
Staatsblad 2022, 181: Op 13 mei 2022, is het besluit van 3 mei 2022 tot wijziging van het Activiteitenbesluit milieubeheer en enkele besluiten op grond van de Omgevingswet in verband met jurisprudentie over windturbineparken (tijdelijke overbruggingsregeling windturbineparken) bekend gemaakt. Deze overbruggingsregeling bevat tijdelijke milieuregels voor bestaande windparken (vergund voor 30 juni 2021) naar aanleiding van de uitspraak windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding. 28 Met toevoeging van de tijdelijke overbruggingsregeling windturbineparken (nieuwe paragraaf 3.2.3a) aan Activiteitenbesluit en -regeling is in de bestaande paragraaf 3.2.3, artikel 3.13 (artikel 3.11 in regeling) gewijzigd naar: “Deze paragraaf is van toepassing op het in werking hebben van een windturbine die geen deel uitmaakt van een windturbinepark”. Windturbinepark wordt in het Activiteitenbesluit gedefinieerd als “inrichting, bestaande uit ten minste drie windturbines” 29 Woningen van derden zijn niet bij het initiatief van het windpark betrokken. Op deze woningen dient voor geluid, slagschaduw en veiligheid voldaan te worden aan het Activiteitenbesluit.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 57
De geluidsnorm van Lden 47 dB en Lnight 41 dB op de gevel van gevoelige gebouwen en bij gevoelige terreinen op de grens van dit terrein, is een op zichzelf staande, algemeen toepasselijke norm, die gericht is op herhaalde toepassing op niet van te voren te bepalen locaties en niet van te voren te bepalen inrichtingen. Het zijn normen die voor iedere windturbine tijd- en plaatsonafhankelijk gelden. De geluidnormering voor windturbines is door een transparante regelgevingsprocedure, met inspraak, tot stand gekomen op basis van een afweging tussen het te verwachten percentage hinder en de noodzaak om meer duurzame energie op te wekken. Uit het TNO rapport "Hinder door windturbines, nr. 2008-D-R1051/b" uit oktober 2008 blijkt dat bij de gekozen norm van 47 dB Lden en 41 Lnight circa 8% ernstige hinder mag worden verwacht. De omvang van dit aanvaardbare percentage ernstige hinder komt overeen met hetgeen bij de normering voor wegverkeer, railverkeer en industrielawaai als maximaal toelaatbaar wordt beschouwd. Het hanteren van een geluidsnorm van L den 47 dB en Lnight 41 dB wordt daarmee ruimtelijk aanvaardbaar geacht, een beperkt percentage potentieel ernstig gehinderden is gezien het belang van de ontwikkeling acceptabel. Vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt ook dat de
Cumulatie met andere bronsoorten
geluidsnorm 47bronnen dB en Lnight dB aanvaardbaar zijn voor de blootstelling toetsing van aan windturbinegeluid. Cumulatie met Lden andere wordt41 beschouwd als er sprake is van meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines (Activiteitenregeling milieubeheer30 Bijlage 4). In het geval van dit project zijn dat wegverkeer, industrielawaai en een ander windpark. De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Er zijn geen normen voor de cumulatie van geluid.
Laagfrequent geluid Daarnaast wordt ingegaan op laagfrequent geluid. Onder hoorbaar laagfrequent geluid worden geluiden met een frequentie tussen circa 20 en 100 Hertz (Hz) verstaan. In het besluit 'wijziging milieuregels windturbines' (2010)31 is voor windturbines de norm voor de geluidbelasting buiten aan de gevel gesteld op Lden= 47 dB. Bij deze normen is uitgegaan van windturbinegeluid en de mate van hinderlijkheid die wordt ervaren op basis van empirisch onderzoek. Daarbij is ook rekening gehouden met het optreden van laagfrequent geluid, dat altijd een onderdeel van het geluidspectrum van windturbinegeluid is.
Stiltegebieden Volgens de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (2019) geldt voor geluidbronnen gelegen buiten, en op meer dan 50 meter vanaf de grens van, het stiltegebied een streefwaarde van de geluidbelasting op de grens van het stiltegebied van 50 dB(A) LAeq, 24u32. De geluidbelasting dient op een hoogte van 1,5 meter boven het maaiveld te worden bepaald.
5.2.2 Onderzoek Ter bepaling van de maximale akoestische effecten is in het akoestisch onderzoek voor de omgevingsvergunning (zie bijlage 2) uitgegaan van een representatieve luide (realistische worst-case) windturbine Nordex N163 5.x MW windturbine met een rotordiameter van 163 meter op een (fictieve)
30
Activiteitenregeling milieubeheer, 19 oktober 2007, nr.07.00113, Staatsblad 2007/415. Reken- en meetvoorschrift windturbines, Staatscourant nr 19592, 23 december 2010 (dit betreft tevens bijlage 4 bij de Activiteitenregeling milieubeheer). 32 Equivalente geluidmaat die wordt gebruikt bij de beoordeling van stiltegebieden. In deze geluidmaat worden alle geluidniveaus over de periode van een etmaal gemiddeld. De niveaus tijdens de avond- en nachtperiode tellen even zwaar als tijdens de dag.. 31
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 58
ashoogte van 154 meter, uitgaande van een maximale tiphoogte van 235 meter. De resultaten zijn in Tabel 5.1 weergegeven In het akoestische model zijn 14 referentietoetspunten met geluidgevoelige objecten (woningen) opgenomen, waaronder woningen op het geluidgezoneerde bedrijventerrein Weststad/Statendam. Voor woningen op een geluidgezoneerd bedrijventerrein geldt dat ze niet beschermd zijn tegen windturbinegeluid, maar de effecten worden wel inzichtelijk gemaakt. Per toetspunt zijn de jaargemiddelde geluidniveaus Lden en Lnight berekend. De Lden is het tijdgewogen gemiddelde van: •
Het jaargemiddelde geluidniveau in de dag Lday;
•
Het jaargemiddelde geluidniveau in de avond Leven vermeerderd met 5 dB;
•
Het jaargemiddelde geluidniveau in de nacht Lnight vermeerderd met 10 dB.
Tabel 5.1 geeft de geluidbelasting Lden 47 dB en Lnight 41 dB weer van windpark Energiepark A59 op de toetspunten, in Figuur 5.1 is de contour Lden 47 dB opgenomen. Tabel 5.1 Rekenresultaten Windpark Energiepark A59 [dB(A)] Toetspunt
Adres
Lnight
Lden
1
Beelaertsweg 1, Raamsdonksveer
34
41
2
Keizersdam 95, Oosterhout
33
39
3
Keizersdam 61, Oosterhout
33
40
4*
Statendamweg 105a, Oosterhout
37
44
5*
Statendamweg 123, Oosterhout
40
46
6*
Innovatiepark 15c, Oosterhout
35
41
7
Schanseind 17, Made
38
44
8 **
Centraleweg 13, Geertruidenberg
32
38
9
Gasthuiswaard 1, Geertruidenberg
31
37
10
Kloosterweg 1a-235, Raamsdonksveer
35
41
11
Landonk 24, Raamsdonksveer
32
38
12 *
Koopvaardijweg 46, Oosterhout
32
38
13
Heemraadsdam 25, Oosterhout
32
38
14
Parklaan 66, Raamsdonksveer
32
39
*: De woning is gelegen op een gezoneerd industrieterrein en is derhalve niet beschermd tegen windturbinegeluid, de effecten worden wel inzichtelijk gemaakt **: In tegenstelling tot wat in het akoestisch rapport staat is deze woning niet op geluidgezoneerde industrieterrein gelegen (maar alleen binnen de geluidszone van een geluidgezoneerd industrieterrein). De woning is daardoor wel beschermd tegen (windturbine)geluid.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 59
Figuur 5.1 Geluidcontour Lden 47 dB (worst-case) windpark Energiepark A59 (rekening houdend met komst zonnepark)
Bij alle geluidgevoelige objecten (dus ook bij woningen op het gezoneerde industrieterrein die eigenlijk niet getoetst hoeven te worden) wordt (ruimschoots) voldaan aan de wettelijke geluidnorm uit het Activiteitenbesluit Lden=47 dB en Lnight=41 dB. Er wordt hier echter (ook) getoetst aan de ruimtelijk aanvaardbare geluidnorm van Lden 47 dB en Lnight 41 dB. In het besluit omgevingsvergunning/de beschikking (vaststellingsbesluit) dient derhalve te worden bepaald dat er vanuit een goede ruimtelijke ordening wordt getoetst aan de geluidsnorm Lden 47 dB en Lnight 41 dB. Hiervoor dient een voorschrift opgenomen te worden in de omgevingsvergunning. Dit voorschrift is ook bindend.
Laagfrequent geluid Er is geen algemeen geaccepteerd normstelsel voorhanden waarmee laagfrequente geluidhinder kan worden geobjectiveerd. Laagfrequent geluid (LFG) is geluid in het voor mensen laagst hoorbare frequentiegebied, onder 200 Hz. Windturbines produceren, net als de meeste andere geluidbronnen, ook laagfrequent geluid. Het RIVM heeft op verzoek van de GGD-en de invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden door windturbines onderzocht (2013)33. Hierin wordt gesteld dat windturbines weliswaar laagfrequent geluid produceren maar dat er geen bewijs bestaat dat dit een factor van belang is voor de hinderbeleving. Er is geen aparte beoordeling nodig bovenop de bescherming die de zogenoemde A-gewogen normstelling op basis van dosis-effectrelatie reeds biedt. De mate van bescherming en de normering worden eveneens beschouwd in een literatuuronderzoek naar laagfrequent geluid van windturbines van
33
"Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden", GGD Informatieblad medische milieukunde Update 2013; RIVM rapport 200000001/2013. Geraadpleegd van: http://www.rivm.nl/
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 60
Agentschap NL (2013)34. Ook hier zijn geen aanwijzingen dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt. Door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, mede namens de minister van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu over het onderwerp laagfrequent geluid van windturbines een brief aan de Tweede Kamer gestuurd (2014)35. Op grond van de brief van de staatssecretaris en het rapport van het RIVM kan worden gesteld dat toetsing aan de standaard Nederlandse geluidnormen tevens voldoende bescherming biedt tegen laagfrequent geluid. In 2017 heeft de GGD Amsterdam in samenwerking met het RIVM nog een literatuurstudie uitgevoerd naar de relatie tussen blootstelling aan windturbinegeluid, waaronder laagfrequent geluid, en gezondheid36. Tweeëndertig (peer reviewed37) wetenschappelijke onderzoeken tussen 2009 en 2017 zijn daarbij onderzocht in de literatuurstudie. Deze literatuurstudie bevestigt nogmaals dat een windturbine geen directe effecten heeft op de gezondheid van omwonenden heeft. Dit onderzoek heeft in oktober 2020 een update gekregen38 met een literatuuronderzoek waarbij onderzoeken tussen 2017 en medio 2020 op een rij zijn gezet over het effect van geluid van windturbines op de gezondheid van omwonenden.
Uit de update literatuurstudie blijkt dat hinder optreedt als gevolg van geluid: hoe sterker het geluid (in dB) van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Uit de literatuur bleek niet dat het zogeheten 'laagfrequent geluid' (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt tot die gerelateerd aan "gewoon" geluid. Voor andere gezondheidseffecten zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder. Deze resultaten onderbouwen de eerdere conclusies van literatuurstudie van drie jaar eerder. Vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt ook dat windinitiatieven zich basis van bovenstaande studies in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het plan niet zal leiden tot onaanvaardbare hinder door laagfrequent geluid (zie o.a. ABRvS 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1228 (Windpark Wieringermeer), 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616 (Windpark De Drentse Monden Oostermoer), 7 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2720 (Windpark De Rietvelden) en recentelijk 16 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2226 (Windplan Groen). Het is dan ook niet noodzakelijk verder onderzoek uit te voeren naar laagfrequent geluid voor het Windpark Energiepark A59.
Met naleving van de geluidsnormering is ook ten aanzien van laagfrequent geluid sprake van een aanvaardbare situatie.
Cumulatie met andere geluidbronnen Cumulatie met andere geluidbronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines. Voor de cumulatieve geluidbelasting zijn geen wettelijke normen van kracht. Met de cumulatieve rekenmethode uit 34
"Literatuuronderzoek laagfrequent geluid windturbines", LBP Sight in opdracht van Agentschap NL (tegenwoordig Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; RVO), projectnummer DENB 138006 september 2013. Geraadpleegd van: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-311813.pdf 35 Kamerbrief over "Laagfrequent geluid van windturbines", Ministerie van Infrastructuur en Milieu, kenmerk IENM/BSK2014/44564, 31 maart 2014. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2014/04/01/laagfrequent-geluid-van-windturbines 36 “Health effects related to wind turbine sound, including low-frequency sound and infrasound”, RIVM and GGD Amsterdam, 2018. 37 Peer reviewed betekent een evaluatie van wetenschappelijk of professioneel onderzoek door medewerkers binnen het desbetreffende werkveld. 38 “Health effects related to wind turbine sound: an update”, oktober 2020, RIVM rapport 2020-0150. Geraadpleegd van: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2020-0150.pdf
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 61
het Reken- en meetvoorschrift windturbines is de gecumuleerde geluidbelasting berekend. Daarbij wordt rekening gehouden met de verschillende mate van hinderlijkheid van de diverse geluidbronnen: •
Windturbine L*WT = 1,65 * L WT - 20,05 dB
•
Wegverkeer L*VL = 1,00 * L VL + 0,00 dB = LVL
•
Industrie L*IL = 1,00 * L IL + 1,00 dB
•
Scheepvaart39 L*SV = 0,975 * LSV – 0,7 dB
De cumulatieve geluidbelasting wordt bepaald door de afzonderlijke waarden L* bij elkaar op te tellen (zogenoemde energetische sommatie). De geluidbelasting (grootheid L) wordt uitgedrukt in L den, met uitzondering van industrielawaai waarvoor de etmaalwaarde geldt. Windturbines Ondanks dat er voor toetsing aan de norm uit het Activiteitenbesluit cumulatie met windturbines van voor 2011 niet wordt beschouwd, dragen deze wel bij in de cumulatieve geluidbelasting. In de referentiesituatie zijn er enkel windturbines op het bedrijventerrein Weststad (Windpark Weststad III). Wegverkeer De geluidbelasting als gevolg van de rijksweg A59 is gebaseerd op het Geluidregister Wegverkeer. Deze is geraadpleegd op 19 maart 2019 en hiermee is een indicatie van de te verwachten geluidbelasting gegeven voor de referentietoetspunten. Op basis van verkeersgegevens van gemeente Oosterhout is ook de geluidbelasting als gevolg van de Statendamweg berekend. De verkeersgegevens van de Statendamweg zijn gebaseerd tellingen in 2018 en zijn gegeven voor een weekdag. Een geplande aanpassing aan de A27 zorgt volgens het deelrapport verkeer bij het Tracébesluit voor een toename van 16% extra verkeer over de Statendamweg in Oosterhout. De etmaalintensiteiten van de tellingen van 2018 zijn daarom verhoogd met 16%.
Industrie Het nabijgelegen industrieterrein ‘Weststad-Statendam’ en ‘Gasthuiswaard’ zijn zogeheten gezoneerde industrieterreinen. Woningen die hierop zijn gelegen worden volgens het Activiteitenbesluit niet beschermd tegen windturbinegeluid (evenals het geluid van het industrieterrein waarop zij zijn gelegen). Verder zijn er rondom de industrieterreinen geluidzones bestemd, daarbuiten mag de geluidbelasting als gevolg van alle bedrijven op het industrieterrein niet hoger zijn dan 50 dB(A) Letmaal. Op basis van de geluidzones zoals aangegeven in de bestemmingsplannen en een generieke spectrale verdeling voor industrielawaai zijn de geluidbelastingen als gevolg van industrielawaai geschat op de referentiewoningen. Scheepvaart Voor het scheepvaartlawaai is een berekening gedaan, conform methode II.8 uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999, zoals opgenomen in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Varende schepen zijn beschouwd als ‘mobiele bron’ met een afstand van 100 meter tussen de bronpunten. De bronhoogte is 4 meter en voor de gemiddelde vaarsnelheid is uitgegaan van 9 km/u 40. Voor het bronvermogen van de varende schepen is uitgegaan van een gemiddeld bronvermogen van 110,4 dB(A)41. Volgens de website Binnenvaartcijfers passeren er circa 5000 vrachtschepen per jaar het
Schatting: Gemiddelde van spoorweglawaai en verkeerslawaai, zie Geluideffecten scheepvaartlawaai – metingen, literatuurstudie en ontwikkeling rekentool, PV.W3629.R01, december 2004 40 MER Dordtse Kil IV, Deelrapport Akoestisch onderzoek, T&PBC5561-108-100R001F01, HaskoningDHV, 4 oktober 2016 41 Geluideffecten scheepvaartlawaai – metingen, literatuurstudie en ontwikkeling rekentool, PV.W3629.R01, december 2004 39
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 62
Wilhelminakanaal42. Voor de etmaalverdeling is uitgegaan van een 80%/10%/10%-verdeling van de vaarbewegingen voor de dag, avond en nacht. Spoorwegverkeer Gezien de geringe hoeveel treinen op het tracé op industrieterrein Weststad (circa 250 treinen per jaar 43) is cumulatie met spoorweglawaai niet beschouwd. Laagvliegroute VO Gezien het zeer beperkte aantal vliegbewegingen per jaar is het effect van de Laagvliegroute VO op de cumulatieve geluidbelasting is verwaarloosbaar en derhalve niet beschouwd.
Cumulatie Voor de referentietoetspunten is inzichtelijk gemaakt wat de realisatie van windpark Energiepark A59 betekent voor de cumulatieve geluidbelasting. Een gangbare en geaccepteerd methodiek om cumulatieve geluideffecten te beoordelen is met gebruik van de 'Methode Miedema'. In deze methode wordt de akoestische kwaliteit van de omgeving bepaald voor en ná toevoeging van een nieuwe geluidbron. Hiermee kan de leefomgeving objectief worden beoordeeld (zie ook Tabel 5.2). De cumulatieve geluidbelasting van alle geluidbronnen is berekend voor de referentietoetspunten (zie Tabel 5.3).
Tabel 5.2 Waardering kwaliteit akoestische omgeving volgens Methode Miedema Kwaliteit van de akoestische omgeving
Geluidklasse (cumulatieve geluidbelasting)
Toegepaste kleurcode
Goed
≤ 50 dB Lden
Donker groen
Redelijk
≤ 55 dB Lden
Licht groen
Matig
≤ 60 dB Lden
Geel
Tamelijk slecht
≤ 65 dB Lden
Oranje
Slecht
≤ 70 dB Lden
Roze
Zeer slecht
> 70 dB Lden
Paars
Tabel 5.3 Cumulatieve geluidbelasting referentiesituatie en toekomstige situatie [dB(A)] Ref. situatie
Toekomstige situatie
L* VL (= L VL)
L SV
L* SV
L IL
L* IL
L WT
L* WT
L cum
L WT
L* WT
L cum
Beelaertsweg 1
58
22
21
43
44
32
33
58
41
48
58
2
Keizersdam 95
52
31
29
50
51
37
41
54
41
48
55
3
Keizersdam 61
52
32
30
50
51
38
43
55
42
49
56
4*
Statendamweg 105a
57
41
39
61
62
44
53
64
47
57
64
5*
Statendamweg 123
63
44
42
58
59
47
57
65
49
61
66
6*
Innovatiepark 15C
57
29
28
68
69
52
66
71
53
67
71
Toets punt
Adres
1
_jaarrapport_ontwikkeling_spoorgoederenverkeer_in_nederland_2018_lr_0.pdf"https://www.prorail.nl/sites/default/files/ pr_jaarrapport_ontwikkeling_spoorgoederenverkeer_in_nederland_2018_lr_0.pdf, geraadpleegd op 12 juni 2020 43 Prorail, Ontwikkeling spoorgoederenverkeer in Nederland, https://www.prorail.nl/sites/default/files/pr_jaarrapport_ontwikkeling_spoorgoederenverkeer_in_nederland_2018_lr_0.pdf , geraadpleegd op 12 juni 2020