ROB Windpark Energiepark A59 Ruimtelijke onderbouwing definitief incl. bijlagen v3.0 (1)
Tekst van het document
2.3.1 Energieagenda van Noord-Brabant 2010-2020 Provincie Noord-Brabant heeft in 2010 een Energieagenda opgesteld. De agenda concentreert zich op zeven gebieden. Rond drie gebieden ziet de provincie kansen om Noord-Brabant uit te laten groeien tot een internationale topregio: zon-pv, biobased economy en elektrisch rijden/slimme netwerken. Op vier andere gebieden schept de provincie kansen door het vergroten van mogelijkheden binnen het ruimtelijk instrumentarium, wet- en regelgeving en het wegnemen van drempels. Het gaat om de aandachtsgebieden windenergie, duurzame warmte, energiebesparing in de gebouwde omgeving en de onderliggende decentrale netwerken. In de agenda wordt gesteld dat de toepassing van windenergie direct bijdraagt aan de productie van hernieuwbare energie en aan het naderbij brengen van klimaatdoelstellingen. In de agenda is verwoord dat voor windenergie gemeente en uitvoerders de belangrijkste spelers zijn. Als die partijen er niet uitkomen heeft de provincie de bevoegdheid met vaststelling van een Provinciaal inpassingsplan de realisering van een windturbineproject (alsnog) mogelijk te maken.
De provincie heeft haar ruimtelijk beleid voor de ontwikkeling van windenergie in de provincie Noord-Brabant geformuleerd in de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2010, partiële herziening 2014 en de inmiddels door de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangen Verordening Ruimte. Dit beleid is leidend voor het bereiken van de provinciale doelstelling voor wind op land in de provincie Noord-Brabant: 470,5 MW in 2020. Windpark Energiepark A59 draagt direct bij aan de productie van hernieuwbare energie en aan het naderbij brengen van klimaatdoelstellingen.
2.3.2 Omgevingsvisie Brabant Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving’ vastgesteld door Provinciale Staten om voorbereid te zijn op de komst van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie zoals in de Structuurvisie ruimtelijke ordening.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 17
De Omgevingsvisie ziet als hoofdopgave het ‘werken aan de Brabantse energietransitie’ met de doelstelling dat in 2050 in Brabant 100% duurzame energie en een reductie van 90% van de CO 2-uitstoot ten opzichte van 1990 is gerealiseerd. De provincie stelt dat hiervoor, ook op weg naar 2030, een wezenlijke verandering noodzakelijk is. Hiervoor is de doelstelling gesteld om in 2030 50% van de energieopwekking uit duurzame bronnen te halen en een reductie van 50% in de uitstoot van CO 2 ten opzichte van de uitstoot in 1990. Windpark Energiepark A59 draagt bij aan de Brabantse CO2-reductie.
2.3.3 Structuurvisie ruimtelijke ordening Provinciale Staten hebben in 2014 de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2010, partiële herziening 2014 vastgesteld, waarin wordt beschreven welke ruimtelijke doelen de provincie wil bereiken en op welke manier. Op 19 maart 2014 trad de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking. Dit is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. Het geeft de hoofdlijnen voor het beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De hoofdgedachte in de structuurvisie is ‘samenwerken aan kwaliteit’. Dit doel moet gerealiseerd worden door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, beschermen en stimuleren.
Ruimtelijke structuren De provincie heeft een indeling gemaakt in vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Voor ieder van deze structuren zijn specifieke doelen opgesteld en is aangegeven met welke instrumenten deze doelen behaald dienen te worden. De structuurvisie vertaalt de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant naar het ruimtelijk domein, en is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. In de Agenda van Brabant zijn de opgaven voor de provincie voor de komende jaren en de rol die de provincie daarin neemt beschreven. Het plangebied maakt deel uit van de ‘groenblauwe structuur’ volgens de structurenkaart uit de structuurvisie. Voor de groenblauwe structuur heeft de provincie de volgende doelen gesteld: 1. een positieve ontwikkeling van de biodiversiteit: De achteruitgang in de ontwikkeling van de biodiversiteit wordt omgebogen in een positieve ontwikkeling. De natuur- en watersystemen in de gebieden zijn daarom beschermd en worden verbeterd door deze goed met elkaar te verbinden; 2. Een robuuste en veerkrachtige structuur: Natuur en water moeten toekomstige ontwikkelingen in Noord-Brabant kunnen opvangen of daar tegen bestendig zijn. De provincie wil de groenblauwe structuur daarom vanuit ecologisch oogpunt robuust en veerkrachtig maken. 3.
De natuurlijke basis en landschappelijke contrasten versterken: De gebieden in de groenblauwe structuur versterken de identiteit van de verschillende landschappen in Noord-Brabant. Daarom wil de provincie de natuurlijke basis en de landschappelijke contrasten versterken en ontwikkelen. 4. De gebruikswaarde van natuur en water verbeteren: De gebieden in de groenblauwe structuur zijn ook belangrijk vanuit economische en sociaal–culturele belangen. De provincie wil de samenhang daartussen verbeteren en de mogelijkheden voor gebruik en beleving van deze gebieden verbeteren. Dit biedt ook kansen om het toeristisch-recreatieve product in Noord-Brabant te versterken. Binnen de groenblauwe structuur liggen ook mogelijkheden voor de ontwikkeling van agrarische functies die passen in de groene omgeving.
Duurzame energie Door allerlei ontwikkelingen en wensen gaat de provincie meer dan voorheen duurzaam en zorgvuldig om met de ruimte. Eén van de trends die genoemd wordt in de Structuurvisie is de toenemende behoefte aan
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 18
duurzame energie. Duurzame alternatieven waarop wordt gedoeld zijn onder andere windenergie, warmtekrachtkoppeling, zonne-energie, biomassavergisting en geothermie. Duurzame energie biedt op een veelheid van terreinen kansen, maar vraagt om een goede ruimtelijke visie. De landschappelijke impact van windenergie en windturbines leidt tot het dilemma op welke schaal dit kan plaatsvinden: een beperkt aantal grootschalige locaties, vele kleinschalige oplossingen of een combinatie van beide. De ontwikkeling en opwekking van duurzame energie, zoals uit wind, zon, bodem, biomassa-, (co)vergisting en geothermie wordt door de provincie ondersteund. Windenergie wordt ondersteund onder voorwaarden, zodat het past bij de ruimtelijke visie voor het landschap. Geclusterde opstellingen bij grootschalige bedrijventerreinen in het stedelijk concentratiegebied dragen bij aan het voorkomen van de versnippering van meerdere kleine initiatieven. Clusteropstellingen zijn daarnaast mogelijk in landschappen die daarvoor geschikt zijn qua schaal en maat. In paragraaf 4.4 wordt daar kort ten aanzien van Windpark Energiepark A59 nader op in gegaan, in de uitwerking van het plan wordt dit uitgebreider opgepakt. Daarnaast wordt het belang van sanering na afloop van de gebruiksperiode benadrukt. De provinciale doelstelling is om in 2020 470,5 MW aan vergund vermogen windenergie te hebben opgesteld.
Deze doelstelling is tot stand gekomen in het Interprovinciaal Overleg in 2013, tussen de twaalf provincies en het Rijk. Windpark Energiepark A59 draagt bij aan het realiseren van de provinciale doelstelling.
2.3.4 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (2019) Provinciale Staten hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening (IOV) vastgesteld (geconsolideerde versie 18 december 2020). De Interim omgevingsverordening is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de nieuwe Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte die vanaf 2014 in werking was. In de IOV is het plangebied aangeduid als ‘Landelijk gebied’ en ‘Groenblauwe Mantel’ (zie ook Figuur 2.1). Om sturing te kunnen geven aan de ruimtelijke inpassing en de landschappelijke impact te beperken is in de Interim Omgevingsverordening regelgeving opgesteld voor het plaatsen van windturbines. Het plangebied is gelegen in ‘Landelijk gebied’ waardoor artikel 3.37 van de Interimverordening van toepassing is voor de vestiging van de windturbines. Artikelen 3.9 en 3.32 van de Interimverordening zijn daarbij relevant voor de invulling van de planvorming op het gebied van landschap en kwaliteit.
Hieronder wordt worden de relevante artikelen uit de Interimverordening per lid geciteerd (schuin gedrukt en “tussen aanhalingstekens”) en toegelicht in relatie tot het project.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 19
Figuur 2.1 Uitsnede basiskaart landelijk gebied – Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
“Artikel 3.37 Windturbines in landelijk gebied Lid 1 In Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van windturbines met een bouwhoogte van tenminste 25 meter, gemeten van de bovenkant van de fundering tot aan de wiekenas, als: a. de windturbines inpasbaar zijn in de omgeving; b.
er sprake is van een geclusterde opstelling van minimaal 3 windturbines;
c.
de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder de
d.
mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project; de ontwikkeling op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving.
Lid 2 Er kan uitsluitend toepassing gegeven worden aan het eerste lid met een omgevingsvergunning waarbij door toepassing te geven aan artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 of 3, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van een bestemmingsplan, waarbij aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: a.
de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt;
b.
na het verstrijken van de termijn wordt de vóór de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld en worden de windturbines
c.
verwijderd; voor het gestelde onder b. wordt financiële zekerheid gesteld.
De beoogde windturbines hebben een bouwhoogte van meer dan 25 meter. De windturbines zijn inpasbaar in de omgeving (zie paragraaf 4.4), er is sprake van een geclusterde opstelling van minimaal 3
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 20
windturbines met de bestaande windturbines Weststad III (zie paragraaf 4.2). De ontwikkeling geeft een maatschappelijke meerwaarde (zie paragraaf 4.5 onder ‘Landschappelijke inpassing Energiepark’ en paragraaf 6.2). en voor wat betreft participatie wordt vanuit het project een bijdrage gedaan in een gemeentelijk duurzaamheidsfonds (zie paragraaf 6.2), dit is nader geregeld in de anterieure overeenkomst. De ontwikkeling is op regionaal niveau afgestemd in onder andere de RES (zie paragraaf 2.4) en met de netbeheerder (zie paragraaf 4.2). De aanvraag omgevingsvergunning wordt gedaan voor maximaal 25 jaar en de sanering van de windturbines na deze termijn wordt feitelijk en financieel nader geregeld in de anterieure overeenkomst. Voldaan wordt aan artikel 3.37 Interim omgevingsverordening. Voor de groenblauwe mantel zijn geen specifieke regels meer voor de vestiging van windturbines, zoals dat nog wel was opgenomen in de Verordening Ruimte 2014. Voor de groenblauwe mantel geldt in zijn algemeenheid het volgende:
“Artikel 3.32 landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a.
strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken;
b.
stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied;
c.
borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken.
Lid 2 De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Deze goede ruimtelijke onderbouwing is voorzien van een beschrijving van ecologische en natuurwaarden (zie paragraaf 5.5). In paragraaf 4.4 en paragraaf 4.5 wordt verder in gegaan op het landschappelijk beeld en ruimtelijke kwaliteit. Paragraaf 5.7 is de waterparagraaf met effectbeschrijving op de waterhuishouding. Ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen in Landelijk Gebied is daarnaast artikel 3.9 van toepassing. “Artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 21
Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a.
dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of
b.
de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen.
Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b.
het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie
c.
stad-land; het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen;
d.
het wegnemen van verharding;
e. f.
het slopen van bebouwing; de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones;
g.
het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.
Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken.” Een bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap is verder uitgewerkt in paragraaf 4.5. Voor het windpark wordt een financiële bijdrage beschikbaar gesteld dat is verzekerd via de anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer. In paragraaf 6.2 onder ‘Overleg met instanties’ worden de belangrijkste punten uit de Interimverordening, en hoe daar aan wordt voldaan, ten overvloede op een rij gezet en toegelicht.
2.4 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Oosterhout De Structuurvisie Oosterhout (vastgesteld 22 oktober 2013) geeft richting voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente voor de langere termijn. Het plangebied van deze structuurvisie omvat het gehele grondgebied van de gemeente. Het plangebied is bestaand agrarisch gebied waar geen specifieke ontwikkelingen worden voorzien. Er ligt voor het agrarische gebied wel een uitdaging om een bijdrage te leveren aan de productie van duurzame energie (paragraaf 5.5, Structuurvisie). Als voorbeeld wordt genoemd vergisting en zonne-energie, daarmee wordt de productie van duurzame energie door middel van wind niet uitgesloten.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 22
Toekomstvisie Oosterhout 2030 In de Toekomstvisie Oosterhout 2030 (vastgesteld oktober 2018) staat beschreven dat Oosterhout grote stappen wil maken op het gebied van duurzaamheid. De toekomstvisie schetst het beeld van Oosterhout in 2030. Ten aanzien van zon en wind geeft de toekomstvisie het volgende aan: “De doelstelling voor 2030 was veertig procent kooldioxide-reductie en bijna dertig procent duurzaam energiegebruik. We hebben dit grotendeels weten te bereiken door het plaatsen van tien windturbines in de Oranjepolder en vijf op Vijf Eiken. Op een van de Oosterhoutse bedrijventerreinen worden er nog eens vijf geplaatst. Daarnaast zijn er meerdere hectares aan zonnevelden gelegd op de daken van bedrijven in Oosterhout. In het buitengebied is een aantal zonneweides aangelegd. Dat is niet alleen duurzaam, het biedt ook een nieuw verdienmodel voor agrariërs die vanwege schaalvergroting gedwongen zijn te stoppen met hun bedrijf. Het doel blijft om elk bedrijventerrein in 2040 energieneutraal te maken. We zijn er nog niet, maar het is een uitstekend begin. Bij deze projecten is het concept ‘sociale wind’ toegepast. Alle inwoners van Oosterhout hebben hiermee de kans gekregen zelf ook te investeren in groene energie en dat hebben ze massaal gedaan.”
Ambities voor de energietransitie Oosterhout 2030 In het ambitiedocument “Ambities voor de energietransitie Oosterhout 2030, Vol energie samenwerken aan de toekomst van Oosterhout” zijn enkele belangrijke ambities genoemd op het gebied van de energietransitie. Deze ambities vallen grofweg uiteen in ambities met betrekking tot het besparen van energie en ambities op het gebied van het opwekken van energie. In 2022 is een energiebesparing gerealiseerd van 295 TJ. In datzelfde jaar is het aandeel duurzaam opgewekte energie uitgebreid met 206 TJ. Voor de korte (2022) en middellange termijn (2030) betekent dat de volgende ambities: 2022: •
Energiebesparing: 5% besparing ten opzichte van het energieverbruik van 2017: dat betekent een besparing van 295 TJ.
•
Energieopwekking: het aandeel duurzaam opgewekte energie stellen we op 5% ten opzichte van de verwachte energievraag in 2050 (4.128 TJ), dat wil zeggen 206 TJ extra op te wekken duurzame energie, naast de hernieuwbare energie die we al opwekken (255 TJ).Totaal opgewekte duurzame energie in 2022: 461 TJ
2030: •
Energiebesparing: 10% besparing ten opzichte van het energieverbruik van 2017: dat betekent een besparing van 590 TJ.
•
Energieopwekking: het aandeel extra op te wekken duurzame energie stellen we op 15% ten opzichte van de verwachte energievraag in 2050, dat wil zeggen 619 TJ aan extra duurzame energie in het jaar 2030 (exclusief de opwekking tot 2022: 461 TJ). Totaal opgewekte duurzame energie in 2030: 1080 TJ.
In de Routekaart energietransitie 2019-2022 ‘Vol energie samenwerken aan de toekomst van Oosterhout’ is verder uitgewerkt hoe deze ambities te bereiken.
Routekaart energietransitie 2019-2022 In het document “Ambities voor de energietransitie Oosterhout 2030 ‘Vol energie samenwerken aan de toekomst van Oosterhout” is aangegeven welke ambities de gemeente Oosterhout heeft op het gebied van
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 23
met name de energietransitie. In de periode tot 2030 worden daarvoor diverse stappen richting energieneutraal in 2050 gezet. Welke stappen daarvoor in de huidige collegeperiode worden gezet staat beschreven in deze “Routekaart 2019-2022” (vastgesteld door de gemeenteraad oktober 2019). In deze Routekaart zijn projecten opgenomen die bij de accenten uit het bestuursakkoord aansluiten. Ten aanzien van het opwekken van duurzame energie wordt de volgende ambitie uitgesproken in de routekaart: “In 2022 wekken we jaarlijks 206 TJ extra duurzame energie op (naast de 255 TJ duurzame opwekking die al gerealiseerd is).” Ten aanzien van Energiepark Oranjepolder wordt het volgende aangegeven: “In samenwerking met de grondeigenaren, Shell [red. nu Eneco Solar] en Eneco gaan we langs de A59 3 tot 4 windturbines plaatsen (Oranjepolder). Deze windturbines moeten in 2022 vergund zijn. De windturbines (5 MW) hebben een tiphoogte van 235 meter en leveren 162 TJ op (54 TJ per turbine). Hoewel het uitgangspunt is dat eerst zonnepanelen op daken van bedrijven en woningen worden geplaatst, biedt het plaatsen van ca 29 hectare aan zonnepanelen op deze locatie een unieke mogelijkheid om de ambitie tot 2022 in één keer te realiseren. Door dit op dezelfde locatie te combineren ontstaat er een Energiepark.
Hier zal het aspect ‘sociale wind en zon’ worden toegepast: inwoners van Oosterhout kunnen op deze manier financieel participeren in het project. De doelstelling op te wekken energie tot 2030 is echter nog onverminderd groot. Samen goed voor 252 TJ aan opgewekte duurzame energie: gerekend is met 3 windturbines (162 TJ) en 29 hectare zonneweide (90 TJ)” Realisatie van energiepark Oranjepolder/A59, en in deze de windturbines, maken deel uit van de gemeentelijke duurzame ambities.
Regionale Energiestrategie (RES) 2030 De gemeente Oosterhout maakt onderdeel uit van de RES-regio West-Brabant. De regio West-Brabant bestaat uit 16 gemeenten en grenst aan de mainports van Antwerpen en Rotterdam en de Zeeuwse wateren. In de regionale energiestrategie (RES) geeft een regio aan waar en hoeveel duurzame energie er kan worden opgewekt, hoe de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving er uit gaat zien en wat dat betekent voor de energie-infrastructuur in 2030. De concept RES is vastgesteld door de gemeenteraden in de regio in juni 2020. De stukken zijn vervolgens naar het Nationaal Programma RES en het Planbureau voor de Leefomgeving gegaan. Het Nationaal Programma RES heeft vervolgens een kwalitatieve analyse van alle plannen van de regio’s gemaakt waarop het Rijk heeft gekeken of de voorgestelde strategieën genoeg bijdragen aan het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit op land (35 TWh). Nu, na de beoordeling door het Rijk zijn de energieregio’s verder aan de slag en werken aan de definitieve versie, de RES 1.0. Daarin worden plannen concreet gemaakt. De regio heeft de RES 1.0 op 1 februari 2021 opgeleverd. In maart 2021 start de bestuurlijke procedure. Dat wil zeggen dat de colleges en gemeenteraden zich buigen over de RES 1.0. Als dit gedaan is door alle gemeenten van de regio wordt de RES 1.0 bij het Rijk ingediend.
Een van de belangrijke onderwerpen in de RES 1.0 en ook daarna is de inpassing van zon- en windenergie. Het Windpark Energiepark A59, als onderdeel van het Energiepark A59 met het zonproject van Eneco Solar, is opgenomen als nieuw windproject voor 2030 in de RES 1.0 West-Brabant.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 24
Gemeentelijk beleid ten aanzien van landschap De gemeente sluit in haar (landschappelijk) beleid met betrekking tot windenergie nauw aan bij de provinciale inzichten. Onder meer in het Bestuursakkoord 2018-2022 wordt gesteld dat windenergie als tussenoplossing wordt beschouwd op weg naar nieuwe manieren van duurzame energieopwekking en wel in een strook langs de A59 met 6 tot maximaal 10 turbines. Het plangebied en zijn omgeving ligt binnen de geledingszone tussen Oosterhout en Geertruidenberg. In de gemeentelijke Structuurvisie uit 2013 wordt gesteld dat dit gebied zich kenmerkt door de aanwezigheid van enkele robuuste groenstructuren met natuurwaarden (zoals de waterlopen de Donge en het Kromgat, de zandwinplas, de Domeinweg en de Hillen) in een verder open landbouwgebied. Om de recreatieve uitloopfunctie van dit gebied veilig te stellen wordt in de structuurvisie voor deze geledingszone een gebiedsvisie met uitvoeringsprogramma in het vooruitzicht gesteld, maar deze is tot op heden nog niet verder uitgewerkt.
Figuur 2.2 Uitsnede plankaart Structuurvisie 2013 (plangebied windpark in rode cirkel)
Bron: RHO Adviseurs voor leefruimte (2013)
2.5 Conclusie De ontwikkeling van windenergie in Energiepark A59 is wenselijk vanuit het Rijks- en provinciaal beleid. Realisatie van het windpark, in samenhang met het zonnepark, is ook nodig voor de invulling van de
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 25
gemeentelijke duurzaamheidsambities. De locatie Oranjepolder is in gemeentelijk beleid ook aangewezen als locatie voor de ontwikkeling van windturbines.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 26
3 Huidige situatie 3.1 Functionele structuur Agrarisch gebied Het plangebied bestaat in de huidige situatie vooral uit agrarische percelen die als grasland en voor akkerbouw worden gebruikt. Aan de Hillenweg is een bosje groen gelegen.
Woningen Er zijn geen woningen gesitueerd in of direct om het plangebied. De dichtst bij het plangebied gelegen woning is aan de zuidwestzijde de woning Statendamweg 123 te Oosterhout op bedrijventerrein Statendam, deze is gelegen op een afstand van circa 730 meter tot aan de dichtstbijzijnde geplande windturbine en gelegen binnen een geluidgezoneerde inrichting. Overige woningen liggen op grotere afstand. Ten noordwesten van het plangebied is de woning Schanseind 17 in Made op een afstand van 870 meter tot aan de dichtstbijzijnde windturbine gelegen en aan de oostzijde de woning Beelaertsweg 1 te Geertruidenberg op een afstand van 1060 meter tot de dichtstbijzijnde beoogde windturbinepositie. De Kloosterhoeve aan de Kloosterweg in Raamsdonksveer is op gelijke afstand gelegen. De rand van de woonbebouwing in de kern Oosterhout (woonwijk Dommelbergen) ligt op circa 1350-1500 meter van de windturbines en de rand van de woonbebouwing in Raamsdonksveer op 1330-1500 meter.
Infrastructuur Ten noorden van het plangebied is de snelweg A59 gelegen met afrit Oosterhout via de Statendamweg langs de westrand van het plangebied. In het plangebied liggen enkele lokale wegen. Direct ten westen van het plangebied ligt het Wilhelminakanaal dat de Zuid-Willemsvaart verbindt met de Amer voor binnenscheepvaartverkeer. Langs het Wilhelminakanaal is een waterkering gelegen. Ten oosten van het plangebied ligt de watergang het Kromgat met eveneens een waterkering. Op bedrijventerrein Weststad is een goederenspoor gelegen. Figuur 3.1 Tracé Zuid-West 380 kV Oost
Bron: voorbereidingsbesluit d.d. 8 oktober 2019 voor de 380 kV-verbinding
Direct ten oosten van het plangebied is de 380 kV hoogspanningsverbinding tussen Rilland en Tilburg in voorbereiding (zie Figuur 3.1). Er is daar ook al een bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding aanwezig.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 27
Bedrijvigheid Ten westen van het plangebied (aan de overzijde van het Wilhelminakanaal) is bedrijventerrein Weststad gelegen met grootschalige bedrijvigheid (tot en met milieucategorie 5) maar ook allerlei andere functies. Direct aan de zuidwestzijde van het plangebied is de rioolwaterzuivering (RWZI) Dongemond gelegen. Ten zuiden van de RWZI aan de oostzijde van het Wilhelminakanaal aan de Statendamweg is het bedrijventerrein Statendam gelegen met bedrijven tot en met milieucategorie 4. Voor beide bedrijventerreinen geldt dat er een groot aantal geluidgezoneerde inrichtingen aanwezig zijn.
Overige functies Ten zuiden van de RWZI en ten noorden van de woonwijk Dommelbergen is een groengebied gelegen met onder andere een natuurtuin. Ten noorden van het bedrijventerrein Statendam is nog het clubgebouw gelegen van een motorclub.
Bestaande windturbines Op het nabij gelegen bedrijventerrein Weststad (III)-Statendam te Oosterhout zijn zes windturbines van elk 2,5 MW aanwezig met een ashoogte van 100 meter. en een rotordiameter van 90 meter (de tiphoogte is daarmee 145 meter). Figuur 3.2 Natuurnetwerk Brabant (groen) en ecologische verbindingszone (paars) in de omgeving van het plangebied
Bron: Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Natuur Er zijn geen natuurgebieden gelegen in het plangebied. Er zijn wel wat gebieden behorende tot het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en ecologische verbinding zone in de directe omgeving. Er ligt een stiltegebied op circa 2 kilometer van de rand van het plangebied ten oosten van de Oosterhout en de A27 (zie Figuur 3.4). Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is de Biesbosch op circa 3,5 kilometer (zie Figuur 3.3).
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 28
Figuur 3.3 De ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden
Bron: Figuur 4.1 uit bijlage 4 Natuurtoets Figuur 3.4 Uitsnede Interim omgevingsverordening kaart 4: Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden (rode markering = locatie plangebied en groen omlijnd gebied = stiltegebied)
Bron: Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
3.2 Landschappelijke structuur Directe omgeving plangebied Ten westen van het Wilhelminakanaal ligt industrieterrein Weststad. Dat wordt gekenmerkt door grote bedrijfsloodsen en opslagterreinen. Op dit industrieterrein staan op dit moment zes windturbines met een ashoogte van 100 meter en een rotordiameter van 90 meter (tiphoogte 145 meter).
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 29
Figuur 3.5 Topografische kaarten van het plangebied (1950, 2000 en 2019) [bron: topotijdreis.nl]
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 30
Tussen dit industrieterrein en het plangebied staan meerdere hoge bomenrijen langs het kanaal en de daaraan parallel liggende Statendamweg. De snelweg A59 dateert van eind 70-er, begin 80-jaren van de vorige eeuw. Vanaf de A59 is er zicht op het plangebied. De afrittenlussen van de snelweg zijn aan de binnenzijde beplant met bosschages en aan de noordzijde van de snelweg ligt een bosgebied (de Hillen). Het Kromgat is een voormalige kreek die is ontstaan na de Sint Elisabethsvloed van 1421. Ter hoogte van de A59 komt deze kreek uit in de Donge. De Donge is een natuurlijke laaglandbeek met enkele vertakkingen, die vanuit het zuiden wordt gevoed door de Leij en de Hultense Leij. De Donge stroomt net ten noorden van het plangebied richting Wilhelminakanaal en komt dan via Raamsdonksveer en Geertruidenberg uit in de Bergsche Maas. Het Kromgat zelf is bedijkt. Met name langs de westelijke dijk staan hoge bomenrijen. De dijk is in gebruik als recreatieve route voor fietsers en wandelaars. Dat geldt ook voor de Beelaertsweg en Domeinweg, die door het poldergebied lopen. Beide wegen zijn her en der aangeplant met bomenrijen, boomgroepen en knotbomen. Langs de Domeinweg kronkelt een smalle kreek, met smalle, vrij steile oevers. Aan de Domeinweg ligt een gronddepot. Het terrein van de RWZI is aangeplant met houtsingels en bosschages en oogt vanaf de buitenkant als een bosje.
Ten zuiden van de RWZI ligt IVN Natuurtuin Oranjepolder.
Plangebied Het plangebied zelf is vrijwel leeg van opgaande beplanting, met uitzondering van de hierboven beschreven randen en een oost-west lopende groenstrook even ten noorden van het depot aan de Domeinweg. Het gebied bestaat hoofdzakelijk uit kleigronden, die in twee hoofdrichtingen zijn verkaveld: parallel aan de A59 in het westelijk deel en min of meer haaks tussen het Kromgat en de Domeinweg in het uiterste oostelijke deel. Op dit moment is het plangebied grotendeels in landbouwkundig gebruik (akkerbouw, afgewisseld met grasland). Tenslotte lopen zowel ten oosten van het plangebied en als ten westen van industrieterrein Weststad enkele hoogspanningsleidingen van en naar de energiecentrale ten noorden van Geertruidenberg. Met name de oostelijke leidingen scheren vlak langs het plangebied (op circa 150 meter).
Ontwikkelingsgeschiedenis Het plangebied bestond oorspronkelijk uit meerdere kleinere polders (polder Hillen, Oliepolder Zandpolder, Snellenspolder, Oranjepolder en Klaverpolder. En ook in de omgeving lagen tal van kleine en wat grotere polders. Dit duidt op een bewogen inpolderingsgeschiedenis, waarbij na de Sint-Elisabethvloed het land stukje bij beetje werd terugveroverd op het water. Iedere polder had aanvankelijk zijn eigen verkaveling, maar door ruilverkavelingen in het midden van de 20 e eeuw zijn zowel de kleine polders als kavels samengevoegd tot grotere eenheden respectievelijk grotere percelen. De afgelopen decennia is met name de omgeving van het plangebied volledig getransformeerd (zie de reeks topografische kaarten ter illustratie). Als gevolg van de aanleg van de A59 en de A27 ontstonden er in het open polderlandschap enkele zandwinplassen en bosschages in de overhoeken langs de snelwegen. Het Wilhelminakanaal, de A59 en de A27 trokken nieuwe industriële ontwikkelingen aan en boden houvast voor de ontwikkeling van een grootschalig glastuinbouwgebied (in de Plukmadese Polder) en de stedelijke uitbreidingen van Oosterhout en Raamsdonksveer (industrieterrein Weststad, woongebieden Noord en Dommelbergen aan de zuidkant en Sandoel ten noorden van de A59). Kleinere landschapselementen zoals dijkjes en sloten verdwenen voor een deel. Toch oogt (de omgeving van) het
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 31
plangebied nog redelijk oorspronkelijk. Het zuidelijke deel is wat kleinschaliger, met name door de beplantingen langs de Domeinweg, het noordelijke deel is wat grootschaliger van karakter (zie Figuur 3.6). Figuur 3.6 Panoramafoto’s in en rond het plangebied16
Door de uitsnede van de panoramafoto’s in een beeldhoek die breder dan het menselijk oog in werkelijkheid kan zien is het beeld hier perspectivisch enigszins vertekend. Het voordeel is dat meer van de omgeving getoond kan worden in één beeld en met dat doel zijn de foto’s hier ook gebruikt. Bij de visualisaties van de windturbines in paragraaf 4.4 is een beeldhoek gebruikt die overeenkomt met wat het menselijk oog ziet. 16
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 32
Van boven naar beneden (bron foto’s: OVSL): •
vanaf de kruising Kromgatweg-Beelaertsweg kijkend naar het noorden;
•
vanaf de Beelaertsweg kijkend naar het zuidwesten;
•
vanaf de Domeinweg kijkend naar het noordwesten;
•
vanaf de Hillenweg kijkend naar het zuiden; en
•
vanaf de Domeinweg ter hoogte van de rand van Oosterhout kijkend naar het noorden.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 33
4 Planbeschrijving 4.1 Keuze locatie plangebied en opstelling windpark Keuze locatie plangebied Aan het benoemen van de Oranjepolder als locatie voor de grootschalige opwekking van duurzame energie gaat een lange geschiedenis vooraf. Het Rijk en het Interprovinciaal Overleg (IPO) namens de provincies hebben begin 2013 afspraken gemaakt over het opstellen van 6.000 MW ‘Wind op land 2020’, en de verdeling van deze windopgave over de provincies. De Provincie Noord-Brabant heeft hierin een aandeel van 470,5 MW. In het Nationaal Energieakkoord (september 2013) is deze afspraak overgenomen door alle partijen. Per 1 januari 2015 hebben alle provincies de ruimte voor windenergie op land in ruimtelijke plannen vastgelegd. De provincies richten zich daarna op de gebiedsinpassing en vergunningverlening. Voor Oosterhout is een uitbreiding met 18 MW (3 tot 4 windmolens) van het windpark op Weststad voortgekomen uit het windbod van de regio West- Brabant uit 2011. Daarmee is de opgave windenergie voor Oosterhout onderdeel van de afspraken ‘Wind op land’ die in 2013 tussen provincies en het Rijk gemaakt zijn. Het RVO monitor jaarlijks de voortgang van deze afspraken, zie bijvoorbeeld de laatste versie van de Monitor Wind op Land 2018. Het windbod van 18 MW is overigens nooit door de gemeente Oosterhout bevestigd, het oorspronkelijke windbod was een bod van 2 maal 3 MW uitbreiding.
Dit laatste sluit echter niet meer aan op de huidige markt en realiteit voor wat betreft het opgesteld vermogen van windturbines. Voor het plaatsen van een windpark zijn daarnaast regels en voorwaarden gesteld. Door het Rijk zijn bijvoorbeeld richtlijnen afgegeven voor zoekgebieden voor de productie van energie uit zon en wind. Deze gebieden moeten zoveel mogelijk worden gecombineerd met bestaande infrastructuur. Vanuit de provincie is verordend dat nieuwe locaties voor windenergie tenminste uit een cluster van 3 windmolens moet bestaan om versnippering (solitaire windmolens) te voorkomen. Daarnaast zijn windmolens gebonden aan wettelijke normen voor geluidshinder, radarverstoringen en slagschaduw, en aan overige wet- en regelgeving bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid en natuur(bescherming). Het realiseren van de windmolens dient daarnaast technisch mogelijk te zijn en zijn beschikbare locaties afhankelijk van medewerking door grondeigenaren. Uiteindelijk zijn als mogelijke locatie voor de afspraken met de provincie 2 locaties in beeld geweest; de Oranjepolder (Energiepark A59) en Industrieterrein Vijf Eiken. Deze laatste locatie is in die periode afgevallen vanwege de mogelijke radarverstoringen op het vliegverkeer die de windmolens daar zouden kunnen veroorzaken.
De locatie Oranjepolder is geschikt bevonden omdat op deze locatie kan worden voldaan aan richtlijnen en wet- en regelgeving en een goede ruimtelijke ordening. De windturbines in het Energiepark komen tevens te staan in het verlengde en nabijheid van de al aanwezige windturbines op Weststad en grootschalige bedrijventerreinen, en bij bestaande infrastructuur als de A59.
Keuze opstelling windpark De opstelling van de windturbines in het aangewezen plangebied is tot stand gekomen op basis van een analyse van belemmeringen in en om het plangebied, voldoende onderlinge afstand tussen windturbines
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 34
om daarmee windafvang en inkomstenderving te voorkomen, als ook op basis van beschikbaarheid van gronden. De positionering van de windturbines is bepaald op basis van een windpark van drie windturbines. Een landschappelijke afweging heeft bij de positionering geen rol gespeeld vanwege beperkt beschikbare ruimte voor de [plaatsing van drie windturbines. Op basis van de omgevingsdialoog en om afstand aan te houden tot Dommelbergen is uiteindelijk de meest zuidelijke windturbine komen te vervallen (zie ook Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. en p aragraaf 6.2) om zo meer afstand tot de woonwijk te krijgen. Met het vervallen van de derde windturbine is niet besloten tot herpositionering van de resterende windturbines, er is alleen beperkt ruimte in zuidelijke richting maar daarmee zou de afstand tot de woonwijk Dommelbergen alsnog weer afnemen, maar ook de afstand tot de bestaande windturbines, of de windturbines onderling. Belemmeringenanalyse De posities van de windturbines zijn op basis van een belemmeringenanalyse voor het plangebied tot stand gekomen, zoals ook beschreven bij het principeverzoek 17. Daarbij gelden naast milieutechnische randvoorwaarden zoals opgenomen in de belemmeringenanalyse een aantal andere randvoorwaarden of restricties: •
een windpark bestaat uit een cluster van minimaal drie windturbines volgens de Interim Omgevingsverordening. Met het vervallen van de derde windturbine wordt er van uit gegaan dat het windpark een cluster vormt met de bestaande windturbines Weststad III (zie ook paragraaf 4.2 onder ‘Cluster met bestaande windturbines’);
•
het plangebied is vastomlijnd, waarbij de westelijke, oostelijke en noordelijke begrenzing wordt bepaald door natuurlijke barrières en reeds aanwezige windturbines. De oorspronkelijke zuidelijke begrenzing van het plangebied is door de gemeente bepaald zodat dat er een bufferzone wordt vrijgehouden van windturbines richting de woonwijk in Oosterhout. Met het vervallen van de derde windturbine ligt de plangrens voor het windpark gelijk met dat van het zonnepark;
•
het heersende windklimaat ter plaatse van het plangebied vereist de realisatie van grote windturbines (circa 235 meter tiphoogte overeenkomstig de gemeentelijke routekaart);
•
voor windturbines geldt ook een minimaal aan te houden onderlinge afstand vanuit windafvang en veiligheid waarin de afmeting van de windturbine als ook de heersende windrichting en positionering van windturbines ten opzichte van elkaar de positionering van de windturbines bepalen. Dit zijn geen keiharde maten maar gestreefd is naar een optimum (3-4 maal de rotordiameter afhankelijk van situering ten opzichte van overwegende windrichting is daarvoor een vuistregel).
De milieutechnische randvoorwaarden (vuistregels) die zijn aangehouden voor de belemmeringenanalyse zijn als volgt: •
vuistregel voor inpassing vanuit aspect geluid en slagschaduw: (ruime) zone van 400 meter rond woningen/gevoelige objecten;
“Haalbaarheidsanalyse / ruimtelijke onderbouwing Windpark Oranjepolder Oosterhout”, Pondera Consult, 8 januari 2020. 17
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 35
•
afstand tot rijks(vaar)wegen: 75 meter (halve rotordiameter18) van op basis van de beleidsregels van Rijkswaterstaat19. Voor overige wegen gelden geen aan te houden zones;
•
aan te houden zone voor nieuwe 380-kV hoogspanningsverbinding (en bestaande 150 kVverbinding): 235 meter (maximale tiphoogte windturbine) tot aan geplande 380 kV-verbinding op basis van Handboek risicozonering windturbines20;
•
aan te houden zone voor gasleiding: 235 meter (maximale tiphoogte windturbine) tot aan gasleiding op basis van Handboek risicozonering windturbines;
•
aan te houden zone voor RWZI: 235 meter tiphoogte tot aan de grens RWZI op basis van Handboek risicozonering windturbines (indien er sprake is van opslag gevaarlijke stoffen, en/of de continuïteit van de voorziening te kunnen waarborgen);
•
geen windturbines (of overdraai) binnen Natuurnetwerk Brabant.
Op basis van de belemmeringenanalyse is gekomen tot een opstelling van drie windturbines die de randen van het plangebied opzoeken om voldoende onderlinge afstand te hebben. Er zijn feitelijk geen andere opstellingen van minimaal drie windturbines mogelijk in het plangebied. Figuur 4.1 Analyse belemmeringen plangebied21
De posities als ook de bijbehorende voorzieningen zijn vervolgens afgestemd op een praktische inrichting en uitvoerbaarheid van het zonnepark en bijbehorende landschappelijk inpassing.
18
Vooralsnog is hier uit gegaan van de minimale halve rotordiameter van 75 meter en niet de maximale rotordiameter van 85 meter zoals onderhavig plan. Overdraai van windturbines over rijks(vaar)wegen is wel toegestaan maar vraagt dan een nadere analyse ten aanzien van de effecten. 19 “Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken”, 15 mei 2002/Nr. HKW/R 2002/3641 20 Handboek risicozonering windturbines (2014) 21 De belemmeringenanalyse (en daarmee keuze positionering windturbines) is uitgevoerd voor een windpark van drie windturbines. Eén windturbine is op basis van de omgevingsdialoog (zie hierna en in paragraaf 6.2) komen te vervallen.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 36
Vervallen zuidelijke ‘derde’ windturbine Zoals aangegeven is de zuidelijke windturbine komen te vervallen in onderhavig plan om meer afstand tussen het windpark en de woonwijk Dommelbergen te krijgen. Vanuit de aanwezige belemmeringen is beperkte verschuiving van de windturbines in zuidelijke richting wel mogelijk maar dan neemt de afstand tot Dommelbergen weer af, terwijl dat aanleiding is geweest om de derde turbine te laten vervallen. Vanuit het aspect ‘ruimtelijke kwaliteit’ (landschap) op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening is herpositionering nog even overwogen (zie paragraaf 4.5 onder het kopje ‘Geen kwaliteitsverbetering door herpositionering van de windturbines’). Herpositionering van de windturbines in het kader van kwaliteitsverbetering van het landschap heeft geen overwegend positief effect waardoor dat ook niet verder is overwogen of te overwegen is, zeker omdat er vanuit andere aspecten (belemmeringen) ook eigenlijk geen schuifruimte beschikbaar is. De positionering van de windturbines is dus definitief vastgelegd zoals dat op basis van de belemmeringenanalyse al is bepaald en wordt hierna verder toegelicht en onderbouwd.
4.2 Beschrijving van het plan De windturbines Het windpark bestaat uit twee windturbines met bijbehorende voorzieningen. De maximale hoogte van de windturbines worden bepaald door een maximale tiphoogte van 235 meter, overeenkomstig de gemeentelijke routekaart. De maximale rotordiameter is vastgelegd op 170 meter. De ashoogte is afhankelijk van de maximale tiphoogte en de rotordiameter met een maximale hoogte van 170 meter. Figuur 4.2 Illustratie windturbine maximale afmetingen en begrippen
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 37
Het gezamenlijk vermogen van de windturbines komt naar verwachting op circa 10 MW te liggen, afhankelijk van het uiteindelijk te kiezen windturbinetype (het opgesteld vermogen is vanuit ruimtelijk perspectief niet relevant). Figuur 4.3 is ter illustratie van de maximale afmetingen van de windturbines.
Ruimtelijk/visueel cluster met bestaande windturbines in Weststad III Op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening dient er sprake te zijn van een geclusterde opstelling van minimaal drie windturbines. Windpark Energiepark A59 bestaat uit twee windturbines, maar vormt ruimtelijk/visueel een cluster met de zes bestaande windturbines in windpark Weststad III. De kortste afstand van de westelijke turbine tot dichtstbijzijnde bestaande turbine bedraagt circa 430 meter, de onderlinge afstand tussen beide turbines in windpark Energiepark A59 bedraagt circa 595 meter. Figuur 4.3 Ligging windpark Energiepark A59 ten opzichte van het bestaande windpark Weststad III
In de provinciale Interim omgevingsverordening is geen definitie gegeven van het begrip cluster maar een gemeente heeft daarin haar eigen beoordelingsruimte. De eis van clustervorming in de verordening komt voort uit de wens van de provincie dat de ontwikkeling van windturbines moet aansluiten bij het grootschalige karakter van het landschap, zoals (middel)zware bedrijventerreinen in stedelijk concentratiegebied, hoofdinfrastructuur en het grootschalige open polderlandschap in West-Brabant. De provincie heeft uit oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik in de Interim omgevingsverordening willen regelen dat windturbines worden geconcentreerd in daarvoor geschikte gebieden. Door windturbines vervolgens te clusteren wordt het grootschalige karakter van het landschap benadrukt en wordt versnippering van windturbines tegengegaan. Windpark Energiepark A59 is gelegen nabij een grootschalig landschap in de vorm van een aaneengesloten bedrijventerrein (Weststad - Statendam), RWZI Dongemond en de A59. Gezien de landschappelijke (en visuele) samenhang die tussen de bestaand en nieuwe windturbines bestaat kan worden aangenomen dat er sprake is van een geclusterde opstelling van windturbines en dat hier aan de Interim omgevingsverordening wordt voldaan (zie ook paragraaf 2.3.4). Uit de visualisaties (zie paragraaf
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 38
4.4) blijkt ook dat de windturbines vanuit verschillende gezichtspunten als een samenhangend geheel kunnen worden ervaren ondanks verschil in onderlinge afstand en afmetingen tussen het bestaande en het nieuwe windpark. Windpark Energiepark A59 vormt dus samen met windpark Weststad III een cluster en voldoet daarmee aan de Interim omgevingsverordening.
Kraanopstelplaats en ontsluiting Het plan omvat naast de te plaatsen windturbines ook de bij de windturbines behorende voorzieningen zoals kraanopstelplaatsen voor bouw en onderhoud (zie Figuur 4.4). De kraan wordt gebruikt tijdens de bouw, maar moet ook voor onderhoud aan de windturbines tijdens de exploitatiefase bij de windturbine kunnen komen. De locatie van de windturbines dient voldoende bereikbaar te zijn voor de bouw en voor onderhoud en daarmee dient ook de aanvoerroute van materialen voldoende breed te zijn (uitgegaan wordt van 4-5 meter, uitgezonderd bochten en kruisingen met andere wegen, en maximaal 1 ontsluitingsweg per windturbine). De positionering van de wegen is in afstemming met het ontwerp van het zonnepark A59 gekozen en parallel aan bestaande landschapsstructuren. De weg sluit met een nieuwe aansluiting aan op de Statendamweg zodat werk- en onderhoudsverkeer naar het windpark niet via bestaande wegen langs de woonwijk Dommelbergen hoeft plaats te vinden. Technische uitwerking (waaronder minimale draagkracht) van kraanopstelplaatsen en wegen wordt in een later stadium bepaald tijdens de detailengineering. Figuur 4.4 Illustratie positionering windturbines, ontsluitingsweg en opstelplaatsen
Bron: Eneco (BOP-Pro/Meetbv), bewerking Pondera
Aansluiting ontsluiting op Statendamweg De ontsluitingsweg van de windturbines naar de Statendamweg is zo gesitueerd dat het parallel loopt met de verkavelingsrichtingen oost-west in de Oranjepolder en maximaal efficiënt is ingericht: •
dus optimale situering ten opzichte van de bereikbaarheid van de windturbines (en bijbehorende opstelplaatsen) in (voornamelijk) de bouwfase voor groot materieel, en;
•
zo min mogelijk ten koste gaand van de inrichting van het zonnepark.
Op de Statendamweg zelf geeft de specifieke locatie van de aansluiting de minste verstoring op de landschappelijke structuren (bomenrijen) aan weerszijden van de Statendamweg. Ter plaatse van de aansluiting op de Statendamweg dienen twee bomen permanent te wijken aan de oostzijde van de weg, dit is niet te voorkomen door de aanwezigheid van een bomenrij langs de volledige oostzijde van de weg.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 39
In de uitvoeringsfase is kap van enige bomen in de middenberm van de Statendamweg noodzakelijk voor het groot transport van windturbineonderdelen naar de bouwplaats maar mogelijk kan de bomenrij langs de westzijde van de Statendamweg verder ongemoeid blijven. Eventueel herstel en herplant maakt onderdeel van de toestemmingen die benodigd zijn in de uitvoeringsfase. De toestemmingen en wijze van uitvoering zijn ook mede afhankelijk van het concrete type windturbine dat wordt gerealiseerd.
Aansluiting elektriciteitsnetwerk De windturbines worden met een ondergrondse kabel onderling verbonden en verbonden met het aansluitpunt op het elektriciteitsnetwerk. De exacte ligging van de kabels voor de aansluiting op het openbaar net dient nog bepaald te worden. De aanleg van parkbekabeling en aansluitpunten heeft geen relevante ruimtelijke impact (omdat het geen hoogspanningskabels zijn) waardoor de aanleg van kabels en leidingen ook verder niet specifiek hoeven te worden opgenomen. Volgens recente opgave van Enexis voor het project is er nog ruimte om de windturbines aan te kunnen sluiten op het openbaar net bij transformatorstation Geertruidenberg. Het project wordt niet gerealiseerd in een zogenoemd congestiegebied waardoor de netaansluiting hier geen probleem is. In de turbines (of in de directe nabijheid; vergunningvrij) worden faciliteiten geplaatst voor de eerste transformatie. Er worden vervolgens maximaal twee inkoopstation gebouwd, één voor de netbeheerder en een apart klantstation. Een inkoopstation is een gebouw van geringe afmetingen dat is bedoeld voor het onderbrengen van schakel- en meetapparatuur om de windturbines te verbinden met het landelijke elektriciteitsnet. De exacte locatie, omvang en verdere invulling wordt in een nadere uitwerking gekozen in overleg met de netbeheerder.
Beide inkoopstations worden waar mogelijk gebundeld met de benodigde voorzieningen van het zonnepark binnen Energiepark A59. Beide inkoopstations worden elk maximaal 15 m2 meter en maximaal 3 meter hoog en zijn daarmee vergunningvrij.
Verhardingen Per windturbine wordt rekening gehouden met het grondgebruik van een diameter van maximaal 26 meter (maximaal circa 530 m2 per windturbine) voor de windturbine inclusief fundering. Daarnaast wordt rekening gehouden met een permanente kraanopstelplaats van circa 25 bij 50 meter (circa 1.250 m2 per windturbine, afhankelijk van de eisen voor het specifieke windturbinetype). De opstelplaatsen worden halfverhard met gebroken puin uitgevoerd. Voor de bouw van en het onderhoud aan de windturbine is aanvullende ruimte van circa 4.260 m2 per turbine voor het kunnen wegleggen van mastdelen, bladen en opstelruimte van hulpkranen voor de opbouw van de giek van de hoofdkraan vereist. Dit zijn tijdelijke voorzieningen en hoeven derhalve niet in deze procedure meegenomen te worden. In het ontwerp voor het zonnepark is wel rekening gehouden met deze voorzieningen. Er is daarnaast circa 4.076 m2 aan (half)verharding nodig voor de ontsluitingswegen van circa 4,5 meter breed (1.312 m 2 asfalt verharding en 2.764 m2 puinverharding) voor het windpark. In het ontwerp van het zonnepark Energiepark A59 is rekening gehouden met deze benodigde afmetingen. Voorzieningen als ontsluiting wordt (deels) ook voor het zonnepark gebruikt, maar worden hier wel volledig mee genomen.
Rekening wordt gehouden met een totaal (permanent) grondgebruik van circa 8.136 m2 voor het windpark (waarvan 2.372 m2 verhard en de rest halfverhard). Tijdelijke voorzieningen, zoals opslagruimte bij de opstelplaats of grotere boogstralen, hoeven niet meegenomen te worden in de ruimtelijke procedure.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 40
Obstakelverlichting Voor een windturbine hoger dan 150 meter (tiphoogte) geldt dat de turbine op basis van opgave van de Inspectie Leefomgeving en Transport in het Informatieblad over obstakelverlichting (2020) 22 voorzien dient te worden van obstakelverlichting (zie ook Kader 4.1). Dit geldt dus ook voor de windturbines in Windpark Energiepark A59. Gangbaar wordt voor de aanvang van de bouw van de windturbines een verlichtingsvoorstel uitgewerkt gericht op het zo veel mogelijk beperken van hinder, overeenkomstig het Informatieblad. Mogelijkheden om hinder te beperken zijn bijvoorbeeld toepassen van vastbrandende verlichting, dimmende verlicht naar gelang de zichtbaarheid en toepassen radardetectie zodat verlichting alleen aan gaat wanneer er een vliegtuig overvliegt. Een voorstel voor het aanbrengen van markering en obstakellichten op windturbines en windparken dient voorafgaand aan de realisatie van het windpark ter instemming te worden voorgelegd aan de Inspectie Leefomgeving en Transport. De op dat moment best beschikbare technieken kunnen dus ook in het verlichtingsplan betrokken worden. Kader 4.1 Toepassing obstakel- of markeringsverlichting
Er worden markeringslichten op de windturbine geplaatst onder meer indien windturbines, met een hoogte van 100 meter of meer (tiphoogte) ten opzichte van het maaiveld, binnen een afstand van 120 meter van een snelweg of waterweg zijn gelegen of wanneer er sprake is van een windturbine met een tiphoogte van 150 meter. In mei 2020 is een aanpassing van de richtlijn voor de toepassing van obstakelverlichting gepubliceerd waarin onder meer alternatieve verlichtingsmethoden zijn vastgelegd ter beperking van hinder. Zo mag het rode licht in de nacht vast brandend zijn maar kan ook dat een (wisselende) lichtintensiteit kan worden toegepast, afhankelijk van de zichtbaarheid. Nieuw is dat gebruik gemaakt kan worden van obstakelverlichting op basis van naderingsdetectie. Wanneer obstakelverlichting dient te worden toegepast dienen de volgende windturbines in een windpark te worden voorzien van obstakellichten: a. windturbines op de hoekpunten van het windpark; b. windturbines op de randen van het windpark, tenzij de maximale horizontale afstand tussen twee c.
windturbines voorzien van obstakellichten minder dan 900 meter bedraagt; windturbines welke in hoogte boven de omringende windturbines uitsteken.
Voorstellen voor het aanbrengen van markering en obstakellichten op windturbines en windparken worden ter instemming voorgelegd aan de Inspectie. Overigens veroorzaken deze markeringslichten gezien de afstanden tot woningen geen lichthinder in de gangbare zin, waarbij woonruimtes in woningen door inschijnen worden opgelicht. In dit verband kan eerder worden gesproken van landschappelijke invloed, door het zichtbaar zijn van de windturbinelocatie in de nachtelijke uren.
Er is echter al een (voorlopig) voorstel voor het aanbrengen van markering en obstakellichten op de windturbines van windpark Energiepark A59 ingediend voor instemming bij ILenT. Dit plan gaat uit van de momenteel best beschikbare (en juridisch toe te passen) technieken gericht op het voorkomen van hinder.
22
"Aanduiding van windturbines en windparken op het Nederlandse vasteland - in relatie tot luchtvaartveiligheid", Ministerie van Infrastructuur en Milieu, wijziging informatieblad, IENW/BSK-2020/107085, 24 mei 2020. Geraadpleegd van: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2020-31428.html