ROB Windpark Energiepark A59 Ruimtelijke onderbouwing definitief incl. bijlagen v3.0 (1)
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 63
Ref. situatie
Toekomstige situatie
L* VL (= L VL)
L SV
L* SV
L IL
L* IL
L WT
L* WT
L cum
L WT
L* WT
L cum
Schanseind 17
61
36
35
55
56
44
52
62
47
57
63
8 **
Centraleweg 13
50
33
32
72
73
34
36
73
40
45
73
9
Gasthuiswaard 1
49
26
24
66
67
31
31
67
38
42
67
10
Kloosterweg 1a-235
55
23
22
48
49
32
33
56
42
49
57
11
Landonk 24
54
22
20
46
47
31
30
55
39
44
55
12 *
Koopvaardijweg 46
51
30
29
66
67
44
53
67
45
55
67
13
Heemraadsdam 25
51
29
28
48
49
36
39
54
40
46
54
14
Parklaan 66
56
21
20
45
46
31
31
56
39
45
57
Toets punt
Adres
7
*: De woning is gelegen op een gezoneerd industrieterrein en is derhalve niet beschermd tegen windturbinegeluid, de effecten worden wel inzichtelijk gemaakt **: In tegenstelling tot wat in het akoestisch rapport staat is deze woning niet op geluidgezoneerde industrieterrein gelegen (maar alleen binnen de geluidszone van een geluidgezoneerd industrieterrein). De woning is daardoor wel beschermd tegen (windturbine)geluid.
In de bestaande situatie, zonder windpark Energiepark A59, wordt de akoestische omgeving ter plaatse van de geselecteerde toetspunten bepaald door het wegverkeer (VL) en industriegeluid (IL) en op het bedrijventerrein ook mede door de bestaande windturbines (WT) een rol in de cumulatieve geluidbelasting. De akoestische kwaliteit van de omgeving varieert van redelijk (≤ 55 dB) tot zeer slecht (> 70 dB). In de toekomstige situatie met het windpark wordt de akoestische kwaliteit van de omgeving ter plaatse van de geselecteerde toetspunten nog veelal bepaald door wegverkeer en industriegeluid en varieert de akoestische kwaliteit van de omgeving nog steeds van redelijk (≤ 55 dB) tot zeer slecht (> 70 dB). Er vindt ‘worst-case’ op twee punten een cumulatieve verslechtering op de schaal van Miedema plaats. Ter plaatse van Keizersdam 61 is dit van redelijk naar matig en op het adres Statendamweg 123 van tamelijk slecht naar slecht. In beide gevallen is dit slechts een cumulatieve verslechtering van 1 dB. De cumulatieve toename ligt op alle toetspunten op maximaal 1 dB, uitgaande van een worst-case windturbine voor geluid en waarbij in ogenschouw genomen moet worden dat windturbinegeluid in de cumulatieve geluidsbelasting zwaarder mee telt vanwege grotere hinderlijkheid dan bijvoorbeeld wegverkeersgeluid en industriegeluid.
Het werkelijke aandeel van geluid van de nieuwe windturbines in de cumulatieve geluidsbelasting (L WT in Tabel 5.3) ligt dus lager. Bekend is dat een toename van geluidbelasting van 1-2 dB door het menselijk oor niet tot nauwelijks waarneembaar is. Uit het geluidonderzoek blijkt dat bij zes referentiewoningen de geluidbelasting met maximaal 1 dB toeneemt als gevolg van het toevoegen van twee windturbines. Bij die woningen varieert de gecumuleerde geluidbelasting maximaal van 55-66 dB. In alle gevallen zijn de andere geluidbronnen, dan de windturbines, daarvoor bepalend. Gelet op het beperkte aantal woningen, het belang om de energiedoelstelling te bereiken en het geluidniveau wordt dat aanvaardbaar geacht.
Stiltegebied De geluidbelasting ten gevolge van windpark Energiepark A59 is in beeld gebracht door middel van de geluidscontour Lden 47 dB (zie Figuur 5.1) en de geluidbelasting op toetspunten (zie Tabel 5.1). De woning
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 64
Beelaertsweg 1 is het meest representatieve toetspunt in geluidsonderzoek voor het stiltegebied omdat deze in de richting van het stiltegebied is gelegen, maar weliswaar nog maar halverwege het windpark en het stiltegebied. De geluidbelasting op de woning Beelaertsweg 1 is 34 dB L night. Bekend is dan dat het maximale geluidniveau maximaal circa 15 dB hoger ligt dan de Lnight, dus op circa 49 dB(A). De woning Beelaertsweg 1 is nog zeker een kilometer verwijderd van het stiltegebied dus de maximale geluidbelasting op het stiltegebied ligt daarmee nog aanzienlijk lager dan 49 dB(A). Zoals beschreven in paragraaf 5.2.1 geldt er een streefwaarde van maximaal 50 dB(A) L Aeq,24u op de grens van het stiltegebied. De maximale geluidbelasting op de rand van het stiltegebied zal gezien de afstand tot de woning Beelaertsweg 1 (met circa een maximale geluidbelasting van 49 dB(A)), en daarmee het windpark, aanzienlijk lager zijn. Geconcludeerd kan dus worden dat gezien de aanzienlijke afstand van ruim 2 kilometer er voor wat betreft de geluidbelasting op het stiltegebied ruimschoots wordt voldaan aan de streefwaarde uit de Interimverordening. Er is geen sprake van verstoring door het windpark op het stiltegebied.
5.2.3 Conclusie Er kan op woningen van derden ruimschoots worden voldaan aan de (ruimtelijk aanvaardbare) geluidnorm Lden 47 dB en Lnight 41 dB met een worst case windturbine. In de omgevingsvergunning dient hiervoor een voorschrift opgenomen te worden. Cumulatief met andere geluidbronnen is er ook geen sprake van een verslechtering van de akoestische kwaliteit van de omgeving. Woningen in de omgeving van het plangebied zijn al op ruime afstand gelegen. De geluidhinder door de windturbines in Energiepark A59, waaronder ook laagfrequent geluid, is aanvaardbaar. Het windpark heeft geen negatief effect op het op ruim 2 kilometer verder gelegen stiltegebied. Voor het aspect geluid is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
5.3 Slagschaduw 5.3.1 Toetsingskader De draaiende rotoren van windturbines kunnen een bewegende schaduw op hun omgeving werpen. Deze 'slagschaduw' kan als hinderlijk worden ervaren. De maximale flikkerfrequentie, het contrast en de tijdsduur van blootstelling zijn van invloed op de mate van hinder die ondervonden kan worden. Slagschaduw met flikkerfrequenties vanaf 2,5 Hz wordt als extra hinderlijk ervaren en kan schadelijk zijn (dit komt bij gangbare turbines echter vrijwel nooit voor). De frequenties van de lichtflikkeringen van de voorbeeldwindturbines liggen, gezien hun afmetingen, tussen de 0,24 en 0,95 Hz en worden daarmee niet als extra hinderlijk ervaren en zijn niet schadelijk. De afstand van de blootgestelde locatie tot de windturbine, de stand van de zon, de weersomstandigheden en het al dan niet draaien van de windturbine zijn bepalende aspecten voor het optreden en de duur van de periode waarin slagschaduw plaatsvindt (slagschaduwduur). De Activiteitenregeling milieubeheer stelt dat windturbines voorzien moeten worden van een automatische stilstandvoorziening indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten, waaronder woningen van derden en kwetsbare locaties zoals scholen en ziekenhuizen worden verstaan, voor zover: •
de afstand tot woningen of andere gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt;
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 65
•
en gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kan optreden.
Kader 5.2 Ruimtelijke aanvaardbaarheid toetsnorm maximaal 6 uur slagschaduw per jaar
De (ruimtelijke) aanvaardbaarheid van de slagschaduwnorm dat maximaal 17 dagen per jaar de hinderduur van slagschaduw meer dan 20 minuten mag bedragen is bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) aan de orde geweest in het kader van het inpassingsplan voor windpark De Drentse Monden-Oostermoer (ECLI:NL:RVS:2018:616, overweging 132): “Voorts volgt, zo staat in het verweerschrift, uit onderzoek dat in 1999 in Duitsland is verricht, dat omwonenden van windturbines die een netto slagschaduwduur van meer dan 15 uur per jaar ervaren een hogere mate van dagelijkse hinder ervaren in hun leefomgeving. Naar aanleiding van dat onderzoek is in 2000 laboratoriumonderzoek verricht. Volgens dat laboratoriumonderzoek kan in de eerste 20 minuten dat harde slagschaduw optreedt een fysieke reactie worden veroorzaakt, die bij langere blootstelling daarna door het lichaam wordt gecompenseerd. De onderzoekers hebben aanbevolen de slagschaduwduur te beperken om effecten op langere termijn te voorkomen vanwege de energie die deze compensatie kost, zo is in het verweerschrift toegelicht.
(…) Volgens de ministers worden, gelet op de conclusies uit deze onderzoeken, met de norm waarbij slagschaduw is beperkt tot maximaal 17 dagen gedurende maximaal 20 minuten per dag binnen een afstand van 12 maal de rotordiameter, gezondheidsklachten voorkomen en wordt de hinder in voldoende mate beperkt” . De conclusies uit de wetenschappelijke onderzoeken over de gevolgen van hinder door slagschaduw die door de ministers zijn genoemd, zijn niet gemotiveerd betwist. Aangenomen mag dat op basis van het aangehaalde onderzoek de norm uit het Activiteitenbesluit op zich ruimtelijk aanvaardbaar is. Maximaal 6 uur slagschaduw door een windpark op woningen van derden, binnen een afstand van 12 maal de rotordiameter, is een (beproefde) benadering van de norm door het beoordelen van een waarde van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. Dit is een strengere beoordeling dan volgens de Activiteitenregeling. Vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt ook dat het hanteren van een slagschaduwnorm van 6 uur per jaar ten gevolge van een windpark aanvaardbaar is. De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) geeft in haar deskundigenadvies in het kader van Windpark De Drentse Monden-Oostermoer (d.d.
17 februari 2017, kenmerk StAB -40218) aan dat “de streefwaarde van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar voorziet in (veel) geringere aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden dan de normering in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Ten eerste tellen nu ook de dagen mee waarop de slagschaduw minder is dan 20 minuten. Ten tweede worden alle minuten meer dan 20 minuten ook meegeteld.”
In het slagschaduwonderzoek is de norm uit de Activiteitenregeling milieubeheer vertaald naar een (beproefde) benadering van de norm door het beoordelen van een waarde van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. Dit is een strengere beoordeling dan volgens het Activiteitenregeling milieubeheer omdat volgens de norm op 17 dagen per jaar de hinderduur van zonsopgang tot zonsondergang meer dan 20 minuten mag bedragen en op alle overige dagen in het jaar de hinderduur door slagschaduw minder dan 20 minuten mag bedragen. Opgeteld kan de norm uit het Activiteitenregeling milieubeheer dus een langere slagschaduwduur opleveren dan 6 uur per jaar.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 66
Voor onderhavig plan wordt getoetst aan maximaal 6 uur slagschaduw per jaar als beproefde vertaling van de norm uit het Activiteiten besluit en de Activiteitenregeling, en daarmee ook ruimtelijk aanvaardbare norm voor slagschaduw (zie ook Kader 5.2).
5.3.2 Onderzoek Ten behoeve van de windturbines is een slagschaduwonderzoek uitgevoerd om enerzijds te toetsen aan de normen uit het Activiteitenbesluit en anderzijds de effecten op de omgeving in beeld te brengen (zie bijlage 2). Ter bepaling van de maximale slagschaduweffecten is in het slagschaduwonderzoek voor het plan uitgegaan van turbines met een maximale rotordiameter (170 meter) en maximale tiphoogte (235 meter), en daarom met een ashoogte van 150 meter. Voor de slagschaduwberekeningen zijn enkel de eerste twee geometrische eigenschappen van belang. De grens waarbinnen slagschaduwduur van 6 uur wordt overschreden kan met een contour op een kaart aangegeven worden. In Figuur 5.2 is met een groene, rode en grijze isolijn aangegeven waar de totale jaarlijkse verwachte hinderduur respectievelijk 0, 5 of 15 uur bedraagt. Overschrijding van de norm voor de jaarlijkse hinderduur kan optreden bij de woningen binnen de rode 5-uurscontour. Bij woningen buiten de rode 5-uurscontour wordt met zekerheid aan de norm voor de maximale hinderduur voldaan. Voor een uitleg over het hanteren van een 5-uurscontour voor de 6-uurs streefwaarde als benadering van de norm uit de Activiteitenregeling milieubeheer wordt verwezen naar Kader 5.3. Figuur 5.2 Slagschaduwcontour windpark Energiepark A59, zonder mitigatie
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 67
Kader 5.3 Toelichting weergave slagschaduwcontouren op kaart
Voor de weergave van contouren op kaart wordt door het rekenprogramma uitgegaan van een te definiëren rekenraster (fijnmazig tot grof) waarop per rasterpunt de schaduwduur wordt berekend op een beperkt oppervlak. Daardoor kan het voorkomen dat het lijkt dat een woning welke net binnen de 6 uurscontour is gelegen, toch zal voldoen aan de voorgestelde streefwaarde van 6 uur slagschaduwduur per jaar. Immers, voor de berekeningen op de toetspunten wordt uitgegaan van een groter belast verticaal oppervlak van 8,0 x 4,5 meter. Daarom wordt op kaart de 5 uurscontour gebruikt om met zekerheid te kunnen zeggen dat woningen binnen deze contour niet meer dan de voorgestelde streefwaarde van 6 uur slagschaduwduur ontvangen. Er wordt tevens een 15 uurscontour gepresenteerd om een indruk te verkrijgen van het belaste gebied of toetspunten dichterbij de turbine(s).
De resultaten van de berekeningen op basis van de voorbeeldwindturbines zijn weergegeven in Tabel 5.4. Hierin is de verwachte hinderduur voor slagschaduw per jaar gegeven. Voor woningen die niet in onderstaande tabel staan is de duur van slagschaduw gelijk of lager dan de resultaten gegeven in de tabel op representatieve toetspunten. In het kader van onderhavig plan kan volstaan worden met (beperkte) mitigerende maatregelen om te voldoen aan de Activiteitenregeling milieubeheer en aan de ruimtelijk aanvaardbare norm van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. Tabel 5.4 Slagschaduwduur windpark Energiepark A59 [uu:mm per jaar] Toetspunt
Adres
Verwachte slagschaduw per jaar [uu:mm]
1
Beelaertsweg 1, Raamsdonksveer
7:07
2
Keizersdam 95, Oosterhout
--
3
Keizersdam 61, Oosterhout
--
4*
Statendamweg 105a, Oosterhout
--
5*
Statendamweg 123, Oosterhout
--
6*
Innovatiepark 15c, Oosterhout
4:09
7
Schanseind 17, Made
8:54
8
Centraleweg 13, Geertruidenberg
2:04
9
Gasthuiswaard 1, Geertruidenberg
--
10
Kloosterweg 1a-235, Raamsdonksveer
3:49
11
Landonk 24, Raamsdonksveer
2:07
12 *
Koopvaardijweg 46, Oosterhout
--
13
Heemraadsdam 25, Oosterhout
--
14
Parklaan 66,
5:23
*: Deze woning is gelegen op het geluidgezoneerd industrieterrein Weststad / Statendam en is derhalve niet beschermd tegen windturbinegeluid, echter wel tegen slagschaduw --: geen slagschaduw
Bij de woningen waarvan de verwachte hinderduur vetgedrukt is, treedt jaarlijks meer dan de voorgestelde grens van 6 uur slagschaduwhinder op. Deze overschrijding is zeer beperkt omdat de woonwijken in
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 68
Oosterhout en Raamsdonksveer buiten de contour van 6 uur slagschaduw per jaar vallen waardoor er slechts een zeer beperkte slagschaduw optreedt op individuele woningen. De windturbines die voor normoverschrijding zorgen dienen te worden uitgerust met een stilstandvoorziening om te voldoen aan de wettelijke norm en tevens ruimtelijk aanvaardbare norm van maximaal 6 uur schaduw per jaar. In de turbinebesturing worden hiervoor dagen en tijden geprogrammeerd waarbinnen de rotor wordt gestopt omdat er dan slagschaduw valt op woningen die bijdragen aan een overschrijding van de norm. Een dergelijke voorziening leidt tot zeer beperkte stilstand (circa 10 uur op jaarbasis volgens Tabel 5.4) en productieverlies. Het treffen van een voorziening is verplicht op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer waardoor er geen vergunningvoorschrift nodig is. Echter, in het besluit omgevingsvergunning/de beschikking (vaststellingsbesluit) dient te worden bepaald dat er vanuit een goede ruimtelijke ordening wordt getoetst aan de slagschaduwnorm van 6 uur per jaar.
Beleid Eneco maximaal 30 minuten slagschaduw per jaar Eneco hanteert het beleid om maximaal 30 minuten slagschaduw per jaar op woningen toe te voegen met het windpark. Dit eigen beleid is nog een stuk strenger dan de (ruimtelijk aanvaardbare) norm. De windturbines worden dus voorzien van een extra stilstandvoorziening waardoor er maximaal 30 minuten slagschaduw per jaar op treedt op woningen, ook daar waar aan de norm wordt voldaan zonder maatregelen. Omdat op vrijwel alle toetspunten al voldaan wordt aan de norm zorgt deze extra maatregelen voor relatief weinig extra benodigde stilstand (circa 30 uur per jaar op basis van Tabel 5.4) en productieverlies waardoor ook de uitvoerbaarheid van het plan niet in het geding is. Om te borgen dat een slagschaduwduur van maximaal 30 minuten per jaar wordt gehanteerd voor dit specifieke project wordt een voorschrift opgenomen in de omgevingsvergunning.
Cumulatie slagschaduw De cumulatieve hinderduur voor slagschaduw van windpark Energiepark A59 met het bestaande windturbines Weststad III wordt gegeven in Tabel 5.9 en Figuur 5.2. Omdat de gegevens van de bestaande windturbines niet beschikbaar zijn gesteld zijn deze opnieuw berekend in het rekenmodel voor windpark Energiepark A59 (kolom referentiesituatie in Tabel 5.9). De werkelijke ingeregelde stilstand van de bestaande windturbines is ook niet beschikbaar waardoor deze niet in Tabel 5.9 is gegeven.
Tabel 5.5 Slagschaduwduur windpark Energiepark A59 cumulatief [uu:mm per jaar] Toetspunt
Adres
Referentie situatie
WP Energiepark A59
Cumulatief
1
Beelaertsweg 1, Raamsdonksveer
--
7:07
7:07
2
Keizersdam 95, Oosterhout
--
--
--
3
Keizersdam 61, Oosterhout
--
--
--
4*
Statendamweg 105a, Oosterhout
3:32
--
3:32
5*
Statendamweg 123, Oosterhout
29:23
--
29:23
6*
Innovatiepark 15c, Oosterhout
48:54
4:09
50:05
7
Schanseind 17, Made
2:53
8:54
11:52
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 69
Toetspunt
Adres
Referentie situatie
WP Energiepark A59
Cumulatief
8
Centraleweg 13, Geertruidenberg
--
2:04
2:04
9
Gasthuiswaard 1, Geertruidenberg
--
--
--
10
Kloosterweg 1a-235, Raamsdonksveer
--
3:49
3:49
11
Landonk 24, Raamsdonksveer
--
2:07
2:07
12 *
Koopvaardijweg 46, Oosterhout
--
--
--
13
Heemraadsdam 25
--
--
--
14
Parklaan 66
--
5:23
5:23
*: Deze woning is gelegen op het gezoneerde industrieterrein Weststad / Statendam en is derhalve niet beschermd tegen windturbinegeluid, echter wel tegen slagschaduw --: geen slagschaduw
Figuur 5.3 Cumulatieve slagschaduwcontour windpark Energiepark A59 met windpark Weststad III, zonder mitigatie
In de huidige situatie met de bestaande windturbines is er (zonder rekening te houden met de stilstandvoorziening) sprake van slagschaduwhinder op een tweetal toetspunten (Statendamweg 123 en Innovatiepark 15c: zie onder referentiesituatie Tabel 5.5). Omdat ook deze windturbines moeten voldoen aan het Activiteitenbesluit en -regeling zijn deze windturbines in praktijk voorzien van een stilstandregeling om te voldoen aan deze norm. De windturbines van windpark Energiepark A59 dragen op toetspunt Statendamweg 123 geen extra slagschaduw bij en op de toetspunten Innovatiepark 15c en Schanseind 17 maar beperkt aan extra slagschaduw. Gezien het beleid dat Eneco maximaal 30 minuten slagschaduw per jaar wil toevoegen op woningen wordt de cumulatieve bijdrage aan slagschaduw door windpark Energiepark A59 volledig weggenomen. Daardoor is er zonder meer een aanvaardbaar woon- en leefklimaat .
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 70
5.3.3 Conclusie Aan de normen voor slagschaduw kan worden voldaan door het windpark Energiepark A59 door middel van een zeer beperkte stilstandvoorziening. In de omgevingsvergunning wordt een voorschrift opgenomen voor toetsing aan de slagschaduwnorm voor specifiek onderhavig windpark van maximaal 30 minuten slagschaduw per jaar op woningen. De te treffen voorziening voor maximaal 30 minuten slagschaduw per jaar wordt vervolgens via de stilstandkalender voor de definitief te kiezen windturbines in geprogrammeerd. De windturbines dragen daarmee ook cumulatief niet bij aan een de overschrijding van de (niet-cumulatieve) norm. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Vanuit schaduwhinder op woningen is het plan ruimtelijke inpasbaar en haalbaar. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
5.4 Veiligheid 5.4.1 Toetsingskader Voor de ruimtelijke inpassing van een windturbine speelt veiligheid een belangrijke rol. Hoewel het risico laag is, kunnen windturbines omvallen of kunnen er onderdelen afbreken. Het effect van de windturbines op de omgeving is beoordeeld aan de hand van een aantal criteria, die zijn afgeleid uit wet- en regelgeving en adviezen voor toetsing van beheerders van infrastructurele werken. Deze toetsingscriteria hebben zowel betrekking op externe veiligheid als op leveringszekerheid. Daarnaast bestaat ook nog de interne veiligheid van windturbines. De interne veiligheid van windturbines is geregeld via de certificering van het ontwerp en de productie van windturbines. In Nederland mogen alleen windturbines worden geplaatst die gecertificeerd zijn volgens de veiligheidsnormen ten behoeve van het voorkomen van risico's voor de omgeving. Interne veiligheid is verder niet ruimtelijk relevant en derhalve niet meegenomen in deze ruimtelijke onderbouwing. In het Activiteitenbesluit milieubeheer is onder andere geregeld hoe vaak een windturbine moet worden gecontroleerd en wanneer een windturbine wel of niet in werking mag zijn. Zo mag bijvoorbeeld een windturbine niet in werking worden gesteld indien een zodanige ijslaag is afgezet op de rotorbladen dat dit een risico vormt voor de veiligheid van de directe omgeving.
Bij moderne windturbines kan door middel van ijsdetectiesystemen de windturbine automatisch stilgezet worden. Daarnaast is gezien de aard en functie van het terrein (agrarische percelen) waar de turbines geplaatst worden de kans dat een persoon aanwezig is precies onder de locatie van het rotorblad tijdens de specifieke weersomstandigheden waarbij gevaarlijke hoeveelheden ijsafglijding op kan treden, zodanig klein dat het risico voor personen (passanten) verwaarloosbaar is. Voor externe veiligheid is per 1 januari 2011 het Besluit wijziging milieuregels windturbines 44 in werking getreden. Daarin wordt onder meer geregeld dat met betrekking tot veiligheidsafstanden in grote lijnen wordt aangesloten op het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)45 en dat zich geen kwetsbare objecten mogen bevinden binnen de PR 10-6-contour en geen beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-5-contour. PR staat voor het Plaatsgebonden Risico. Dit is de kans per jaar dat iemand overlijdt als gevolg van een ongeval van een falende windturbine, als deze persoon permanent en onbeschermd op 44
Besluit van 14 oktober 2010 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en het Besluit omgevingsrecht (wijziging milieuregels windturbines). 45 Besluit externe veiligheid Inrichtingen, Geldend op 21-05-2018.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 71
een bepaalde afstand tot de turbine aanwezig zou zijn. Een PR-norm van 10-5 betekent een maximale kans van maximaal 1 op 100.000 en PR 10-6 een kans van 1 op 1.000.000. Voor de bepaling van deze contouren wordt verwezen naar het De 'Handreiking Risicozonering Windturbines' (v1.1, 20 mei 2020) en 'Handleiding Risicoberekeningen Windturbines' (versie oktober 2019) (hierna: Handboek risicozonering), als vervanger van het 'Handboek Risicozonering Windturbines' (2014). Ook wordt voor de bepaling van de effecten op infrastructuren en objecten aansluiting gezocht bij het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)46. Daarnaast hebben beheerders van infrastructurele werken randvoorwaarden voor situaties van uitval van belangrijke infrastructurele werken zoals grote gasleidingen en elektriciteitsvoorzieningen. Om hier rekening mee te houden is gekeken naar de invloed van plaatsing van windturbines op de leveringszekerheid en betrouwbaarheid van de nabije infrastructurele werken. In het Handboek wordt ook verwezen naar de beleidsregel van Rijkswaterstaat (2002) 47 voor de beoordeling van effecten op (vaar)wegen. Deze beleidsregel geldt enkel voor rijks(vaar)wegen, voor provinciale en lokale wegen gelden geen (beleids)regels.
In de beleidsregel “Windturbines langs auto-, spoor-, en vaarwegen: beoordeling van veiligheidsrisico’s”48 staan de richtlijnen gegeven ten aanzien van de beoordeling van het individueel passentenrisico (IPR) en het maatschappelijk risico (MR) om het effect op overige wegen te beoordelen. In Tabel 5.6 staat het beoordelingskader voor veiligheid samengevat. Tabel 5.6 Beoordelingskader veiligheid49 Beoordelingscriterium
Effectbeoordeling
Bebouwing – Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten
Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten binnen de maximale ligging van de plaatsgebonden risicocontour
Toetswaarde van risico
Vergunningsafstand
max. PR 10-6 en max. PR 10-5
Afkomstig uit
Activiteitenbesluit
Verkeer – (Water)wegen
Rijkswegen binnen toetsafstanden
max IPR = 10-6 & max MR = 2x10-3 en invloed op gevaarlijke stoffen
Bij plaatsing op of boven gronden van Rijkswaterstaat
Beleidsregels van Rijkswaterstaat
Verkeer – Spoorwegen
Rijkswegen binnen toetsafstanden
max. IPR = 10-6 & max MR = 2x10-3 en invloed op gevaarlijke stoffen
11 meter vanaf het hart van het spoor
Beleidsregels beheerder (ProRail)
Industrie en risicovolle inrichtingen
Risico-inrichtingen en installaties binnen toetsafstanden en 10% toets voor significantie van effect
10%verwaarloosbaar toets en kwalitatieve effectbeoordeling
n.v.t
Onder- en bovengrondse transportleidingen
Toetsing aan effect op buisleiding en bijbehorend risico voor omgeving
Risicotoevoeging voor omgeving en trefkans van buisleiding
Adviesafstand uit de handleiding en handreiking risicozonering windturbines 2020)
46
Besluit van 24 juli 2010, houdende milieukwaliteitseisen externe veiligheid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen (Besluit externe veiligheid buisleidingen) en aanvulling tot d.d. 01-05-2016. 47 “Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken”, 15 mei 2002/Nr. HKW/R 2002/3641 48 P.H. de Joode, S. Onnink, B.A. van den Horn, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Bouwdienst (RWS, BD), NS Railinfrabeheer, 1999 49 Voor een toelichting over specifieke veiligheidsafstanden wordt verwezen naar de tekst in hoofdstuk 12 van bijlage 1.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 72
Beoordelingscriterium
Hoogspanningslijnen
Dijklichamen en waterkeringen
Effectbeoordeling
Toetswaarde van risico
Toetsing aan effect op hoogspanning
Trefkans van hoogspanningsnetwerk
Toetsing aan effect op waterkering
Trefkans van waterkeringen
Vergunningsafstand
Afkomstig uit Adviesafstand uit de handleiding en handreiking risicozonering windturbines 2020)
Bij plaatsing op of boven gronden van Rijkswaterstaat of Waterschap
Waterschap / Rijkswaterstaat
* RD = Rotordiameter
5.4.2 Onderzoek Het Handboek risicozonering adviseert een identificatieafstand waarbinnen het veiligheidsrisico voor objecten en infrastructuren onderzocht dient te worden. Deze afstand is gebaseerd op de maximale generieke werpafstand die plaatsvindt als windturbines tweemaal het nominale toerental draaien (ook wel 'overtoeren'). Objecten buiten deze afstand ondervinden geen risico en worden verder buiten beschouwing gelaten. De identificatieafstand van het windpark is specifiek berekend voor de maatgevende windturbines binnen de bandbreedte van afmetingen voor windturbines van windpark Energiepark A59 en betreft 463 meter. Ook voor de overig gehanteerde afstanden is een specifieke berekening uitgevoerd voor een worstcase windturbine op basis van de methoden uit het Handboek risicozonering. Voor de achterliggende berekeningen bij de hier genoemde afstanden wordt verwezen naar de externe veiligheidsanalyse in bijlage 3.
Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten Windturbines vallen qua toetsing van externe veiligheid onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Hierin is naast algemene regels over onderhoud, inspectie en veiligheid in artikel 3.15a opgenomen dat het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen kwetsbaar object, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, niet hoger is dan 10-06 per jaar en dat het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen beperkt kwetsbaar object, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, niet hoger is dan 10 -05 per jaar. De plaatsgebonden risicocontouren liggen conform de vuistregels uit het Handboek Risicozonering nooit verder dan de volgende afstanden: •
De PR10-05 contour ligt maximaal op een afstand van een halve rotordiameter (hier: 85 meter) en;
•
de PR10-06 contour ligt maximaal op de grootste afstand van of de tiphoogte (235 meter) of de werpafstand bij nominaal toerental (186 meter).
Voor windturbines binnen de bandbreedte is de PR10-06 volgens de vuistregel nooit verder gelegen dan 235 meter. Voor specifieke windturbines kan de werkelijke specifieke PR10 -06 contour kleiner zijn. Er zijn geen kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten aanwezig binnen de maximale PR10 -05 contour van 85 meter. Er zijn geen kwetsbare objecten aanwezig binnen de maximale PR 10-06 contour van 235 meter. Het eerste gebouw (object) van derden is gelegen op een minimale afstand van circa 280 meter. Er kan met zekerheid worden voldaan aan artikel 3.15a lid 1 en lid 2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 73
Figuur 5.4 Weergave windturbineposities en identificatieafstand
Bron: Figuur 1.1 uit bijlage 3 Externe Veiligheid Figuur 5.5 Weergave maximale ligging PR-contouren uit vuistregels HRW
Bron: Figuur 1.2 uit bijlage 3 Externe veiligheid
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 74
Bestemmingsplanmogelijkheden Naast invloed op bestaande objecten kunnen windturbines een invloed hebben op de mogelijkheden van bestemmingen in het geldende bestemmingsplan “Buitengebied herziening 2016” in de nabije omgeving. Voor de dubbelbestemmingen of relevante aanduidingen in het bestemmingsplan geldt dat er geen aanduidingen of dubbelbestemmingen zijn geïdentificeerd die de bouw van beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten mogelijk maakt. De windturbines veroorzaken door hun komst geen additionele belemmering voor geprojecteerde objecten. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet50 dient ook rekening te worden gehouden met de definities voor beperkt kwetsbare gebouwen, beperkt kwetsbare locaties, kwetsbare gebouwen, kwetsbare locaties en zeer kwetsbare gebouwen uit bijlage VI het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) 51. De huidige bestemmingen geven geen aanleiding om een verandering van de analyse te verwachten. Wel dienen er binnen de maximale maat van de PR10-05 contour naast beperkt kwetsbare objecten ook geen beperkt kwetsbare gebouwen en geen beperkt kwetsbare locaties mogelijk te zijn. De plaatsing van kwetsbare gebouwen, zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties is niet mogelijk in de huidige bestemmingsplanmogelijkheden.
Wegen (Rijks)wegen Het Handboek risicozonering stelt dat Rijkswaterstaat een vergunning afgeeft indien windturbines worden geplaatst op, in of over rijkswaterstaatwerken. Voor het verlenen van de vergunning hanteert Rijkswaterstaat een afstandseis van ten minste 30 meter of een halve rotordiameter. Ook dient bij plaatsing binnen een afstand van de werpafstand bij nominaal toerental (186 meter) het individueel passanten risico (IPR) en het maatschappelijk risico (MR) te worden berekend. Windturbine 1 is gelegen op een afstand van 81 meter vanaf de grens van percelen (perceel 1055), die onderdeel uitmaken van het beheergebied van Rijkswaterstaat waardoor een vergunning Wet beheer rijkswaterstaatwerken (Wbr) noodzakelijk is. Deze vergunning is op 25 juni 2021 verleend en inmiddels onherroepelijk geworden. De afstand tot de rand van de verharding van de snelweg is 95 meter waardoor een IPR en MR berekening benodigd is. Windturbine 2 bevindt zich op grotere afstanden, voor deze windturbines is geen analyse benodigd. De trefkans voor een passerend voertuig bedraagt 2,8 x 10-11 per passage. Dit leidt tot een IPR van 1,4 x 10-08. Dit is ruim beneden de normstelling van Rijkswaterstaat van maximaal IPR van 1 x 10 -06 per jaar. Het Maatschappelijk Risico (MR) is bepaald op 8,4 x 10-05 per jaar. Ook dit is ruim beneden de normstelling van Rijkswaterstaat van maximaal MR van 2 x 10-03.
De jaarlijkse verkeersintensiteit op de snelweg zou moeten toenemen van 1,9 miljoen voertuigen tot 44,5 miljoen voertuigen voordat het MR overschreden zou worden. Van deze groei is met zekerheid geen sprake op dit tracé. Voor overige lokale wegen zijn geen algemene externe veiligheidsnormen van toepassing. De eerste openbaar toegankelijke lokale wegen zijn gelegen buiten de eigen inrichting zijn de Domeinweg en de
50
Volgens planning op 1 juli 2023 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is een ministeriële regeling bij de nieuwe Omgevingswet, die volgens planning op 1 januari 2022 in werking treedt. Het Bkl stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. . 51
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 75
Kromgatweg. Dit zijn lokale wegen waar geen significante hoeveelheden verkeer wordt verwacht. Er zijn geen logische stopmomenten aanwezig langs deze wegen waarmee er geen langdurige verblijfstijd op deze wegen wordt verwacht. Gezien de zeer beperkte hoeveelheid verkeersbewegingen en de korte verblijfstijd nabij de windturbines zullen de risico’s voor passanten minimaal zijn en is nadere analyse van deze lokale wegen niet benodigd. Ter informatie is het IPR en het MR uitgerekend voor een fietsende passant op de minimale afstand van 26 meter (Domeinweg bijvoorbeeld). Het IPR bedraagt 2,9x10-08 bij 500 passages van een individu per jaar en zelfs bij 1.000 fietsers per dag is het MR nog 2,1 x10 -05. Ook voor lokale wegen kan er ruim worden voldaan aan de eisen die Rijkswaterstaat stelt voor passanten. Gevaarlijke transporten De snelweg A59 kan ook gebruikt worden voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. De risico’s die dit vervoer met zich meebrengt zouden kunnen worden verhoogd door de aanwezigheid van een windturbine. Om te analyseren of hier sprake van is wordt het huidige risico van het vervoer van gevaarlijke stoffen vergeleken met het additionele risico wat de windturbine veroorzaakt. Het risico van de windturbine voor een vrachtwagen per passage circa 2,8 x 10-11 bedraagt over een weglengte van 306 meter (binnen tiphoogteafstand).
Conform de Handleiding risicoanalyse transport (HART) v1-2 is de huidige ongevalsfrequentie van een tankwagen onder druk op een snelweg gelijk aan 4,3 x 10-09. Dit betekent dat het extra risico van de windturbine +0,7% bedraagt. Een dergelijke risicotoevoeging ruim onder de 10% kan als verwaarloosbaar worden gezien ten opzichte van het aanwezige risico. Dit toegevoegde risico is zodanig klein dat er geen nieuwe risicoanalyse van de transporten op de snelweg hoeft plaats te vinden. Waterwegen Voor waterwegen geldt dat er enkel algemene beleidsregels beschikbaar zijn voor rijkswaterwegen. Voor overige waterwegen zijn geen algemene externe veiligheidsnormen van toepassing. Het hart van de waterweg Wilhelminakanaal ligt op circa 260 meter van de westelijke windturbinepositie, de kade op 235 meter. Schepen in het Wilhelminakanaal zouden dus enkel geraakt kunnen worden in het faalscenario bladworp bij overtoeren. Gezien het feit dat enkel bladworp bij overtoeren voor een effect kan zorgen, wordt de risicotoevoeging verwaarloosbaar geacht. Spoorwegen Op het industrieterrein Weststad is een spoorlijn gesitueerd waar circa 250 goederentreinen per jaar rijden52. Het tracé is niet bestemd voor vervoer van gevaarlijke stoffen.
De minimale afstand vanaf de dichtstbij gelegen windturbine tot aan de spoorlijn bedraagt 320 meter en kan dus alleen worden geraakt door bladgewicht in het faalscenario bladworp bij overtoeren (zie Figuur 5.6). Gezien de geringe hoeveelheid treinen en personen per jaar die gebruik maken van de spoorlijn en het feit dat enkel bladworp bij overtoeren voor een effect kan zorgen, wordt de risicotoevoeging verwaarloosbaar geacht.
52
Prorail, Ontwikkeling spoorgoederenverkeer in Nederland, https://www.prorail.nl/sites/default/files/pr_jaarrapport_ontwikkeling_spoorgoederenverkeer_in_nederland_2018_lr_0.pdf , geraadpleegd op 12 juni 2020
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 76
Figuur 5.6 Ligging spoorlijn ten opzichte van risico-afstanden
Bron: Figuur 3.1 uit bijlage 3 Externe veiligheid
Risicovolle inrichtingen en installatie Er is volgens de risicokaart53 één risicovolle installatie aanwezig binnen de maximale identificatieafstand van 463 meter. Het betreft een opslag voor biogas van 600 m3. Trefkans biogasopslag Om de trefkans van de biogasopslag inzichtelijk te maken wordt de kans op het landen van gewichten van windturbineonderdelen berekend. Gezien de grote afstand tot de biogasopslag (ruim 430 meter) kan de opslag alleen worden geraakt door het bladgewicht in het faalscenario bladworp bij overtoeren. Voor bladworp bij overtoeren wordt gekeken naar de kans op het landen van het zwaartepunt van het bladgewicht binnen de zone van 1/3e bladlengte rondom de biogasopslag. Door de kans op de werphoek te vermenigvuldigen met de kans op het werpen van het zwaartepunt tussen de minimale tot de maximale afstand van deze zone kan de trefkans van bladworp bij overtoeren worden berekend. De trefzone ligt tussen een afstand van 408 meter en 463 meter (maximale werpafstand bij overtoeren). De kans op bladworp binnen deze zone bedraagt 21,7%. Dit scenario kan optreden bij een werphoek van 9 graden. De trefkans wordt daardoor 21,7% x 9 / 360 x 5,0 x 10 -06 = 2,7 x 10-08 per jaar. Dit is een dergelijke kleine trefkans (2,7% van 1x10-06) dat de risicotoevoeging van de windturbine als verwaarloosbaar klein kan worden gezien.
Er hoeft geen aanvullende risicoanalyse van de biogasopslag te worden uitgevoerd.
53
risicokaart.nl, geraadpleegd op 29 april 2020
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 77
Figuur 5.7 Weergave maximale effectafstand ten aanzien van risicovolle installatie op terrein RWZI
Bron: Figuur 4.1 uit bijlage 3 Externe veiligheid
Ondergrondse buisleidingen en bovengronds gasnetwerk Er is volgens de risicokaart geen gasnetwerk behorende onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) aanwezig in de nabijheid van het beoogde windpark. De afstand is meer dan 770 meter tot het eerste gasnetwerk.
Hoogspanningsinfrastructuren Er is een netwerk behorende bij de hoogspanningsinfrastructuur aanwezig in de nabijheid van het plangebied van het beoogde windpark. Naast het bestaande netwerk is er tevens een extra tracé in ontwikkeling. Bestaande hoogspanningsinfrastructuur Het bestaande netwerk bevindt zich binnen de identificatieafstand van de meest oostelijk geplande windturbine. De afstand vanaf het hart van de windturbine tot het hart van het tracé bedraagt minstens 318 meter. Deze afstand is ruimschoots groter dan de tiphoogte-afstand en de werpafstand bij nominaal toerental. De afstand tot aan de dichtstbij gesitueerde kabels van het tracé bedraagt minimaal 305 meter. Ook deze afstand is ruimschoots groter dan tiphoogte-afstand en de werpafstand bij nominaal toerental.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 78
Figuur 5.8 Ligging windturbines ten opzichte van bestaande hoogspanningsinfrastructuur (roze lijnen in zuidoostelijke richting)
Bron: Figuur 6.1 uit bijlage 3 Externe veiligheid
Figuur 5.9 Ligging Zuid-West 380kV Oost ten opzichte van de oostelijke windturbine (tiphoogte)
Bron: Figuur 6.2 uit bijlage 3 Externe veiligheid
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 79
Toekomstige uitbreiding hoogspanningsinfrastructuur In het voorbereidingsbesluit Zuid-West 380 kV Oost (Rilland-Tilburg) is een zone aangegeven waarin de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg zal worden gerealiseerd. Er zijn delen van deze zone die binnen tiphoogte afstand van de oostelijke windturbine is gelegen. Door TenneT is de voorlopige ligging van de hartlijn van het tracé aangeleverd. De hartlijn ligt op minimaal 275 meter afstand van de oostelijke windturbine. In Figuur 5.9 is de ligging van de hartlijn (blauw), een zone van 32,5 meter aan weerszijden van de hartlijn (rood) en de maximale tiphoogteafstand (oranje) weergegeven. Omdat de hoogspanningsverbinding buiten tiphoogteafstand ligt en buiten de maximale werpafstand bij nominaal toerental, kan de hoogspanningsverbinding alleen worden geraakt in het faalscenario bladworp bij overtoeren. Dit betekent dat er ook bij uitvoering van de uitbreiding zoals is voorzien door TenneT er nog steeds kan worden voldaan aan de aangegeven toetsafstanden. De situatie is daarmee volgens het beleid van TenneT acceptabel.
Waterkeringen Dijkbeheerders in Nederland moeten ervoor zorgen dat primaire waterkeringen voldoen aan de veiligheidseisen die hieraan worden gesteld. Dit betekent dat elke waterkering in Nederland dient te voldoen aan een bepaalde norm waarmee de kans op economische schade zo klein mogelijk wordt gehouden. In het Nationaal Basisbestand Primaire Waterkeringen zijn de normen te vinden waaraan elk dijktraject dient te voldoen. Dit bestaat uit een signaleringswaarde en een maximaal toelaatbare faalkans voor een waterkering. Door de trefkans van een windturbine te vergelijken met deze waarden kan inzicht worden verleend in wat de additionele faalkans is van een dijklichaam in relatie tot het risico wat de aanwezigheid van de windturbines hieraan toevoegt. Figuur 5.10 Dijktrajecten primaire waterkering binnen identificatieafstand
Bron: Figuur 7.1 uit bijlage 3 Externe veiligheid
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 80
De signaleringswaarde voor een dijktraject is, samen met de ondergrens, als norm in de wet opgenomen. De waarde betreft een overstromingskans. Alle primaire waterkeringen in Nederland hebben een signaleringsnorm gekregen tussen de 1:300 en de 1:1.000.000. Binnen de identificatieafstand van windpark Energiepark A59 liggen twee dijktrajecten, zie Figuur 5.10. Voor het dijktrajecten 35-2 is de signaleringswaarde gelijk aan 1:3.000 jaar en de ondergrens is 1:1.000 jaar. Voor dijktraject 34-1 is de signaleringswaarde gelijk aan 1:1.000 jaar en de ondergrens is 1:300 jaar. Naast de voorgenoemde dijktrajecten zijn er tevens in het Bestemmingsplan buitengebied54 stroken langs het Kromgat (waterloop nabij de oostelijke windturbine), de Donge en het Wilhelminakanaal die de dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering hebben, zie onderstaand Figuur 5.11. Er is onderzocht of de primaire waterkeringen (dijktrajecten in Figuur 5.11) kunnen worden geraakt en of er sprake is van rotoroverdraai met de gebieden die de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ hebben (zie ook Figuur 5.11).
Figuur 5.11 Dijktrajecten en Dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering rondom plangebied
Bron: Figuur 7.2 uit bijlage 3 Externe veiligheid
Een windturbine kan op verschillende manieren een effect veroorzaken aan de functionele werking van een waterkering welke grofweg is onder te verdelen in twee categorieën: •
Bovengrondse effecten; o
Effecten afkomstig van de kans op schade doordat windturbineonderdelen tijdens het falen van een windturbine op of tegen een waterkering aan vallen en daarmee een gat slaan in de waterkering. Dit zijn effecten die tijdens exploitatie optreden.
54
NL.IMRO.0826.BSPbuitengeb2013-VA01
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 81
•
Ondergrondse effecten. o
Effecten afkomstig van ondergrondse effecten zoals trillingen, lokale en interne erosie, zetting, afschuiven of zettingsvloeiing. Dit zijn effecten die zowel deels tijdens exploitatie of voornamelijk tijdens de bouw (trillingen) kunnen optreden.
De nadere analyse beschouwt enkel de mogelijke bovengrondse effecten volgens het Handboek risicozonering. Rijkswaterstaat dient een vergunning af te geven voor de bouw van windturbines indien de windturbines op of boven gronden van Rijkswaterstaat wordt geplaatst. Dit betekent dat indien de rotor draait over een dijk of waterkering in eigendom van Rijkswaterstaat dat er een vergunning benodigd is. De betrokken terreinen van de dijktrajecten 34-1 en 35-2 zijn in eigendom van het Waterschap Brabantse Delta. Ook de overige gebieden bestemd als waterkering zijn in het eigendom van het Waterschap Brabantse Delta. Er is daarmee geen vergunning benodigd voor de bouw van de windturbines voor overdraai over de waterkering van Rijkswaterstaat55. Er kan wel sprake zijn van rotoroverdraai van de oostelijke windturbine met een gebied met de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Volgens de legger van het waterschap is er langs het Kromgat geen waterkerende functie, maar sprake van een A-watergang waardoor er in het kader van waterveiligheid niet nader naar gekeken hoeft te worden. Figuur 5.12 Rotoroverdraai van de oostelijke windturbine
Bron: Figuur 7.3 uit bijlage 3 Externe veiligheid
55
Er is wel een vergunning nodig van Rijkswaterstaat voor het zeer beperkt overdraaien (enkele meters uitgaande van de maximale afmeting van de windturbine) over het beheergebied van Rijkswaterstaat nabij de op- en afrit van de A59. Dit doorloopt zijn eigen traject en is niet van invloed op de goede ruimtelijke ordening.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 82
Trefkans dijklichaam Wilhelminakanaal Om de trefkans van het dijklichaam inzichtelijk te maken wordt de kans op het landen van gewichten van windturbineonderdelen op de primaire waterkering inzichtelijk gemaakt. Hiervoor wordt gekeken naar de zone uit het bestemmingsplan met de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ rondom dijktraject 35-2, omdat deze waterkering het dichtst bij een windturbinelocatie van windpark Energiepark A59 is gelegen. De voorgenoemde zone geeft een goede weergave van de trefkans van zowel de kruin van de dijk als een beperkte zone eromheen waar nog significante schade aan de functionele werking van de dijk zou kunnen plaatsvinden als daar een gat in wordt geslagen. Er worden twee faalscenario’s van de windturbine onderzocht: •
Mastfalen; o
•
De windturbine faalt vanaf de voet van het fundament en valt in zijn geheel om.
Bladworp bij nominaal toerental. o
Een enkel blad wordt tijdens nominaal toerental in zijn geheel weggeworpen.
Figuur 5.13 Ligging waterkering ten opzichte van westelijke windturbine windpark Energiepark A59
Bron: Figuur 7.4 uit bijlage 3 Externe veiligheid
De maximale afstand waarop in het scenario mastfalen het gondelgewicht kan vallen is 170 meter. De afstand waarop het zwaartepunt van het blad terecht kan komen bedraagt maximaal (170 + 130 / 6 = 192 meter), wanneer er windturbines met een ashoogte van 170 meter en de daarbij behorende maximale rotordiameter van 130 meter worden gerealiseerd56. De maximale afstand waarop het zwaartepunt van
56
Bij windturbines met een grotere rotordiameter en lagere ashoogte wordt deze afstand kleiner, 192m is worst case
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 83
een blad kan terechtkomen als gevolg van bladworp bij nominaal toerental bedraagt 186 meter. Deze afstanden zijn hieronder weergegeven in Figuur 5.13. In Figuur 5.13 is daarbij de hoogtekaart (AHN3) als ondergrond gebruikt, om inzicht te krijgen in waar de kruin van de waterkering zich bevindt. Volgens de hoogtekaart lijkt de dijk uit twee delen te bestaan; het primaire deel langs het water, waar ook het fietspad is gelegen, en het secundaire deel, waar de Statendamweg is gesitueerd. De grootste afstand, waarbij het zwaartepunt van het blad terechtkomt bij het scenario mastfalen, bedraagt 192 meter. De binnenteen van het primaire deel van de dijk (kruinhoogte 3,9m +NAP) is op minimaal 214 meter gelegen van de westelijke windturbine en kan dus niet worden geraakt door mast-, gondel- of bladgewicht in de faalscenario’s mastfalen, gondelfalen of bladworp bij nominaal toerental. De binnenteen van het secundaire deel van de dijk (kruinhoogte 3,3 meter +NAP) is op minimaal 163 meter gelegen en kan dus wel worden geraakt door diverse gewichten en in diverse faalscenario’s. Mocht dit deel van de dijk onderdeel zijn van de primaire waterkering, dan kan een vervolganalyse inzicht geven in de trefkansen en gevolgschade door treffen. Trefkans dijklichaam Donge Dezelfde analyse is gebruikt voor de oostelijke windturbine (dijktraject 35-2) en de afstanden zijn weergegeven in Figuur 5.14.
Figuur 5.14 Primaire waterkering nabij de oostelijke windturbine
Bron: Figuur 7.5 uit bijlage 3 Externe veiligheid
De primaire waterkering nabij de oostelijke windturbine kan enkel worden geraakt in het faalscenario bladworp bij overtoeren (vol bladgewicht). Voor de overige scenario’s zijn de afstanden te groot. Voor dijktraject 35-2 zal de oostelijke windturbine geen kans op schade veroorzaken.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 84
Afstemming waterschap In overleg met het waterschap is vastgesteld wat het beoordelingskader is voor de beoordeling van de veiligheid van de waterkering en de effecten van de windturbines op de functionele werking van de waterkering. De verdere beoordeling is vooral relevant in het kader van de benodigde watervergunning maar brengt de ruimtelijke uitvoerbaar van het plan niet in gevaar. De analyse in deze paragraaf geeft een eerste inschatting van de mogelijke effecten en risicoinschattingsmethodiek voor bovengrondse effecten. De windturbines liggen op zodanige afstand vanaf de dijklichamen (>170 meter) van de primaire waterkeringen dat de ondergrondse effecten op de functionaliteit van de primaire waterkeringen verwaarloosbaar klein worden geacht. Een watervergunning voor bouwen nabij een waterkering en overdraai over een waterkering is op 7 juni 2021 verleend en inmiddels onherroepelijk. Er is op dit punt sprake van een aanvaardbare situatie en daarmee een goede ruimtelijke ordening.
5.4.3 Conclusie De veiligheidsrisico's zijn onderzocht. Er zijn vanuit externe veiligheid geen belemmeringen voor de ontwikkeling van het windpark. De windturbines brengen weliswaar een beperkt (extra) risico met zich mee, maar dat voldoet aan de richtlijnen. De risico’s worden mede gelet op de ligging van het windpark aanvaardbaar. Er is voor het aspect externe veiligheid sprake van een goede ruimtelijke ordening.
5.5 Natuur 5.5.1 Toetsingskader De Wet natuurbescherming is in werking getreden op 1 januari 201757. De Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) bundelt de gebiedsbescherming van nationaal begrensde natuurgebieden en de bescherming van flora en faunasoorten. In de wet zijn ook de bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt.
Natura 2000-gebieden Gebiedsbescherming is in de Wnb beschreven in ‘Hoofdstuk 2. Natura 2000-gebieden’. Het plangebied ligt in de omgeving van meerdere Natura 2000-gebieden, waaronder Biesbosch en Hollands Diep. Als de bouw of het gebruik van de windturbines negatieve effecten heeft op het behalen van instandhoudingsdoelstellingen (kortweg: IHD’s) van deze gebieden, is een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (kortweg: Wnb) vereist. Ook kunnen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen nodig zijn. Het plangebied van windpark Energiepark A59 maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Wel liggen er enkele Natura 2000-gebieden in de ruime omgeving van het plangebied (zie Figuur 3.3). Een tweetal van deze gebieden zijn zowel Habitat- als Vogelrichtlijngebied, namelijk Natura 2000-gebieden Biesbosch en Hollands Diep. Deze gebieden liggen op respectievelijk ca. 3,5 kilometer en 15 kilometer van het plangebied. Daarnaast liggen er nog enkele Habitatrichtlijngebieden in de ruime omgeving van het
57
Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming), BWBR0037552.
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 85
plangebied, namelijk het Natura 2000-gebied Langstraat (op circa 8 kilometer afstand) en Natura 2000gebied Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem (op circa 10 kilometer). Kader 5.4 Gunstige staat van instandhouding en 1%-mortaliteitsnorm
In het kader van de Wnb moet beoordeeld worden of de realisatie van Windpark Energiepark A59, op zichzelf of in samenhang met andere plannen en projecten in de omgeving, (significant) negatieve effecten kan hebben op het behalen van de IHD’s van de nabijgelegen Natura 2000-gebieden (in het kader van Wnb gebiedenbescherming) en/of sprake kan zijn van een effect op de gunstige staat van instandhouding (GSI) (in het kader van de Wnb soortenbescherming). De basis hiervoor wordt gevormd door het 1%-criterium (verder 1%-mortaliteitsnorm) van het Ornis Comité. Volgens dit criterium kan iedere tol van minder dan 1% van de totale jaarlijkse sterfte van de betrokken populatie (gemiddelde waarde) als kleine hoeveelheid worden beschouwd (zie kader hieronder). Wanneer de voorspelde sterfte onder deze 1%-mortaliteitsnorm blijft kan een effect op het behalen van de IHD’s in Natura 2000-gebieden of de GSI van de betrokken populatie met zekerheid uitgesloten worden. Bij de beoordeling is tevens rekening gehouden met de huidige staat van instandhouding van deze populaties. Alle vier de Natura 2000-gebieden kwalificeren vanwege beschermde habitattypen. Omdat de windturbines buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden worden gebouwd, is met zekerheid geen sprake van verlies aan areaal van de beschermde habitattypen door ruimtebeslag.
Wel kan sprake zijn van emissie van stikstof gedurende de aanlegfase van het windpark. Verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats in voornoemde Natura 2000-gebieden als gevolg van de aanleg en het gebruik van Windpark Energiepark A59 zijn daarom niet op voorhand met zekerheid uit te sluiten. Alle vier de Natura 2000-gebieden kwalificeren vanwege soorten van bijlage II van de Habitatrichtlijn. Het plangebied ligt (ruim) buiten de begrenzing van deze vier Natura 2000-gebieden. Het Natura 2000-gebied Biesbosch kwalificeert vanwege de meervleermuis. De meervleermuis is een gebouwbewonende soort die met name boven water, maar ook boven land foerageert. Hierbij worden afstanden tot 10 kilometer overbrugd, waarbij gebruik wordt gemaakt van houtwallen, waterwegen en andere structuren. Binnen het plangebied bevinden zich geen gebouwen of andere bouwwerken. Wel zijn kraamkolonies bekend in de omgeving van het plangebied. Meervleermuizen kunnen vanuit de Biesbosch tot in het plangebied komen en de soort wordt in de Natuurtoets meer in detail beschreven. Voor de overige gekwalificeerde soorten geldt dat en effect van de bouw en het gebruik van de twee windturbines is op voorhand uit te sluiten. Deze soorten worden verder buiten beschouwing gelaten. Alle Natura 2000-gebieden kwalificeren vanwege een aantal broedvogelsoorten.
Voor al deze gekwalificeerde soorten geldt dat (significant) verstorende effecten (inclusief sterfte) van de aanleg en het gebruik van Windpark Energiepark A59 op het behalen van de IHD van de broedvogelsoort de kluut in het Natura 2000-gebied Hollands Diep op voorhand met zekerheid zijn uit te sluiten. Deze soorten worden verder buiten beschouwing gelaten. Alleen de Natura 2000-gebieden Biesbosch en Hollands Diep kwalificeren vanwege een aantal niet-broedvogelsoorten. Voor de Biesbosch geldt voor niet-broedvogelsoorten aalscholver, grote zilverreiger, lepelaar, kleine zwaan, kolgans, grauwe gans, brandgans, smient, krakeend, wintertaling, wilde eend, tafeleend, kuifeend, nonnetje, grote zaagbek, zeearend, visarend en grutto allen een
Ruimtelijke onderbouwingWindpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente OosterhoutRuimtelijke onderbouwing 719109 719109| Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | Definitief v3.0 | 7-12-2022 Pagina 86
actieradius hebben die groter is dan de afstand tussen Natura 2000-gebied Biesbosch en het plangebied, waardoor deze soorten vanuit het Natura 2000-gebied Biesbosch in theorie tot in het plangebied kunnen komen (Van der Vliet et al. 2011). Voor Hollands Diep geldt voor de niet-broedvogelsoorten kolgans, grauwe gans, brandgans en wilde eend, dat allen een actieradius hebben die groter is dan de afstand tussen Natura 2000-gebied Hollands Diep en het plangebied, waardoor deze soorten vanuit het Natura 2000-gebied Hollands Diep in theorie tot in het plangebied kunnen komen (Van der Vliet et al. 2011). Het gebiedsgebruik en vliegbewegingen van deze soorten in het Natura 2000-gebieden Biesbosch en Hollandse Diep en de potentiële relatie met het plangebied worden in de Natuurtoets nader beschreven en effecten van het windpark hierop worden beoordeeld. In paragraaf 5.5.2 wordt op de resultaten in gegaan.