bijlage 3 regels en toelichting ontwerpbestemmingsplan Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)
Tekst van het document
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
Bij het planvoornemen wordt de bestaande verharding verwijderd waarna nieuwbouw met een groene invulling aangelegd wordt. Conform het waterschapsbeleid is gezien de bestaande verharde situatie geen watercompensatie vereist. Vanuit het gemeentelijk beleid dient de nieuwbouw echter geheel op eigen terrein verwerkt te worden, bij voorkeur middels infiltratie en zijn hogere bergingseisen van toepassing dan vanuit het waterschap vereist zijn bij afkoppelprojecten. Uit het uitgevoerde infiltratie onderzoek blijkt dat infiltratie toepasbaar is (1-2 m/dag verticaal en 3,5 m/dag horizontaal). Derhalve dient en zal het verzamelde hemelwater op eigen terrein verwerkt te worden. Hiervoor worden voorzieningen aangelegd waarbij ook rekening gehouden zal worden met de geplande fasering van de ontwikkeling. Door het toekomstig gebruik (wonen) en het voldoen aan de milieu hygiënische randvoorwaarden is geen tot geringe emissie door de lokale infiltratie te verwachten. Door de ligging in een grondwaterbeschermingsgebied zijn aanvullende randvoorwaarden van toepassing om verontreiniging te voorkomen. Deze staan opgenomen in de interim omgevingsverordening Noord-Brabant en beschikbaar gestelde fact-sheets. Het hemelwater van het noordelijke parkeerterrein van +100 stuks (113 gepland) dient via een zuiverende voorziening te stromen gezien de omvang en mogelijke vervuiling op dit oppervlak.
Op basis van de grondanalyses uit het ter plaatse uitgevoerd verkennend bodemonderzoek kan de aanwezige humeuze bodemlaag plaatselijk zonder aanvullende maatregelen gebruikt worden als bodemfilter. Plaatselijk wordt een grondverbetering geadviseerd zodat deze bodemlaag als bodemfilter met voldoende doorlatendheid kan fungeren.
Voorafgaand is diverse malen overleg geweest over de hemelwaterverwerking. Vanuit het gemeentelijk beleid mag er geen water op straat ontstaan bij een bui van 40 mm. Bij een open waterberging mag 70 mm geen inundatie opleveren. Huidige insteek voor de hemelwaterverwerking is de aanleg van drie wadi’s. Op basis van het inrichtingsprogramma is de toekomstige verharding bepaald, zie tabel hierna.
Uit de tabel is te concluderen dat het verhard oppervlak in de toekomstige situatie afneemt ten opzichte van de huidige situatie (inbreiding) en dat met de geplande 908 m3 waterberging in de drie wadi’s
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
47
ruimschoots de benodigde hemelwaterberging voor een buineerslag van T=100 van 850,0 m3 aangelegd wordt. Bij een boven normatieve neerslaghoeveelheid kan het hemelwater oppervlakkig afstromen naar het bestaande groen en de bestaande watergang van de gemeente Oosterhout (oppervlakkige overloop weg van de panden). Met deze noodoverloop wordt bij de toekomstige noordelijke ontwikkeling rekening gehouden. Ter verdere verduurzaming zijn nog algemene maatregelen toepasbaar zoals inpassing van meer groen, opvang en hergebruik in een pand of de aanleg van meer groendak (wordt gezien als onverhard oppervlak). Bovengenoemde hemelwaterverwerkingswijze voor de onderzoekslocatie met de stromingswijze is reeds concreter uitgewerkt. Door de aanleg van een gescheiden stelsel, de hemelwaterverwerking op het eigen terrein voor een bui T=100, de goede doorlatendheid van de bodem en een noodoverloop naar de gemeentelijke watergang wordt hydrologisch gezien positief/klimaatbestendig ontwikkeld. Doordat hiermee rekening gehouden is, is geen verhoogd risico op wateroverlast of verontreiniging door het planvoornemen te verwachten. Bij de verdere planinrichting worden de uiteindelijke hemel- en afvalwatervoorzieningen en de maaiveldprofilering waar nodig nog concreter uitgewerkt in een inrichtingsplan. De voorgenomen ontwikkeling dient tevens gemeld te worden bij het bevoegd gezag (en o.a.
omgevingsdienst i.v.m. ligging in het grondwaterbeschermingsgebied). De aanleg van de benodigde waterberging voor de toekomstige ontwikkeling is tevens opgenomen in de regels behorend bij het bestemmingsplan. Eventueel benodigde vergunningen worden niet middels deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Dit kan o.a. middels het Omgevingsloket plaatsvinden.
4.10
Kabels en leidingen
Ter plaatse van het plangebied lopen geen planologisch relevanten kabels of leidingen. Aardgasleidingen in de omgeving zijn behandeld in paragraaf 4.2. Hoogspanningslijnen liggen op voldoende afstand. Dit onderdeel zorgt niet voor belemmeringen. Eventuele lokale kabels of leidingen worden verlegd. Daarnaast worden de woningen gasloos opgericht, waardoor een aansluiting op het gasnet niet nodig en er dus geen nieuwe gasleidingen gerealiseerd worden.
4.11
Archeologie
De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet die in 2022 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de tussenperiode een overgangsregeling opgenomen. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. Doorwerking plangebied Er is voor het plangebied een archeologisch onderzoek uitgevoerd door Aeres Milieu. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 11 van deze toelichting. Hier wordt dan ook naar verwezen. De belangrijkste
48
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
resultaten en conclusies zijn hieronder beschreven. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat in een groot deel van het plangebied kamppodzolgronden, zoals beschreven in het bureauonderzoek, aanwezig is. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzandafzettingen van het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Het dekzand bestaat uit zwak siltig matig fijn, goed gesorteerd zand. De natuurlijke ondergrond bevindt zich op een diepte van circa 50 tot 130 centimeter onder maaiveld. Dit komt neer op een gemiddelde diepte van circa 5,05 tot 5,65 meter +NAP. Ter plaatse van Type I boringen zijn (deels) intacte bodems aangetroffen. In deze boringen is veelal een Bh en/of Bsen BC-horizont aanwezig. Het podzolprofiel is dus afgetopt maar de aanwezigheid van de Bof BC-horizont blijft de archeologische verwachting gehandhaafd (middelhoog – laat-paleolithicum – vroege middeleeuwen en laag – late middeleeuwen – nieuwe tijd). Er is tijdens het veldonderzoek ook vastgesteld dat de bodem in meer of mindere mate verstoord is. Ter plaatse van de Type II-boringen is er sprake van een verstoord bodemprofiel. Ter plaatse van boring 4 is een omgezet pakket aangetroffen waarbij de A-horizont is omgezet met een B- en/of E-horizont.
Doordat er geen afdekkend pakket aanwezig was (zoals bijvoorbeeld bij een kamppodzolbodem) heeft de bewerking van het land ervoor gezorgd dat de top van de oorspronkelijke bodem is opgenomen in het bovenliggende pakket. Daar waar ploegactiviteiten minder diep zijn gegaan, is onder de ploeglaag een gemengd pakket aangetroffen van A- E- en B-horizont. Deze horizonten zijn niet meer intact, maar zijn nog niet gehomogeniseerd en opgenomen in het bovenliggende pakket. Uitgaande van het aangetroffen bodemprofiel kan gesteld worden dat bodem ter plaatse van boring 4 licht geroerd is. De afwezigheid van een (A-), E- en B-horizont ter plaatse boringen 2, 6 en 7 duidt op een recentere bewerking van de bodem (zoals egalisatie en/of door opname in het bovenliggend dek middels ploegen van de akker). Boring 7 is direct langs de voormalige bebouwing gezet. Dit betekent dat de top van het potentieel archeologisch niveau voor de periode jagers-verzamelaars ter plaatse niet meer intact is. Deze vindplaatsen zijn immers erg kwetsbaar en zullen, indien deze aanwezig zijn geweest, alleen nog ex-situ kunnen worden aangetroffen. Op basis hiervan wordt de verwachting, ter plaatse van Type II-boringen, voor de periode jager-verzamelaars bijgesteld van middelhoog naar laag.
Voor de daaropvolgende periode van meer sedentaire bewoningsvormen met robuustere sporen kan worden gesteld dat deze naar verwachting nog goed aangetroffen kunnen worden. De verwachtingen uit het bureauonderzoek voor de periode neolithicum – nieuwe tijd blijven derhalve ook gehandhaafd. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de humushoudende bovengrond (0-50 centimeter beneden maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn. Op basis hiervan wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd indien de bodemingrepen dieper dan 20 centimeter onder maaiveld reiken. Hierbij is rekening gehouden met een buffer van 30 centimeter. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Oosterhout). De ondergrondse sloop van de huidige bebouwing mag niet plaatsvinden voor het geadviseerde vervolgonderzoek.
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
49
4.12
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in het plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Het beleid van de provincie Noord-Brabant sluit aan op het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal. Doorwerking plangebied De cultuurhistorische waarden binnen Noord-Brabant zijn afgebeeld op de de 'Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant' (CHW-kaart). Hieronder is een uitsnede van deze kaart weergegeven. Op de afbeelding is te zien dat binnen het plangebied geen cultuurhistorische waarden voorkomen.
Het groen binnen en rondom het plangebied is niet aangeduid als 'historisch groen'. Het plangebied ligt daarnaast niet binnen een waardevol landschap of gebied. Binnen en rondom het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. De Warandelaan wordt wel aangegeven als 'historisch waardevolle lijnstructuur'. De waardering van de lijnen wordt gezien de gele aanduiding gezien als 'redelijk hoog' en niet als 'hoog' of 'zeer hoog'. De bestaande locatie van de ontsluiting op de Warandelaan blijft behouden. Er hoeven hier geen bomen gekapt te worden. Er is geen sprake van doorbreking van de lijnstructuur. Met dit plan blijft deze historische waarde dus behouden. Om deze reden heeft het plan geen invloed op de cultuurhistorische waarden binnen Oosterhout. Dit onderdeel zorgt dan ook niet voor belemmeringen voor het plan.
50
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
Figuur 4.2: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Noord-Brabant (gele lijnen = historische lijnstructuren, groene stippen = monumentale bomen, zwarte lijn = plangebied)
4.13
Niet-gesprongen explosieven
Er is in de gemeente Oosterhout een vooronderzoek naar niet-gesprongen explosieven uitgevoerd. Het gaat hierbij om een gemeentebreed onderzoek waarin allerlei afwerpmunities en verdachte locaties in beeld zijn gebracht. Dit is vastgelegd op een kaart. Hieronder is een uitsnede van de kaart weergegeven ter plaatse van het plangebied. Geconcludeerd wordt dat het plangebied niet in een aandachtsgebied of verdacht gebied ligt. Een nader onderzoek naar explosieven is niet noodzakelijk.
Figuur 4.3: CE-bodembelastingkaart Gemeente Oosterhout
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
51
4.14
Besluit m.e.r.
Een plan moet voldoen aan de Wet natuurbescherming, Interim-omgevingsverordening Noord-Brabant, de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage om te beoordelen of voorafgaand aan het plan een milieueffectrapport (verder: m.e.r) moet worden opgesteld. Dat is vooral bedoeld om grotere (gecumuleerde) effecten voor de leefomgeving te beoordelen en alternatieven te onderzoeken. Uit een berekening van de stikstofdepositie is gebleken dat het plan geen significante gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Dat betekent dat er geen passende beoordeling Wet natuurbescherming is vereist. Dan is er ook geen m.e.r vereist. In de Interim-omgevingsverordening Noord-Brabant is geen aanwijzing tot het opstellen van een m.e.r. opgenomen. In de Wet milieubeheer in samenhang met het Besluit milieueffectrapportage is gebleken dat er geen sprake is van een activiteit in onderdeel C van de bijlage bij de Besluit milieueffectrapportage. Tevens is er geen sprake van een activiteit in onderdeel D van een zogenaamd kaderstellend plan voor een activiteit waarvoor nog een omgevingsvergunning nodig is en waarvoor een uitgebreide procedure is vereist. (art. 3:4 Algemene wet bestuursrecht). Gelet daarop bestaat er geen directe verplichting tot het opstellen van een m.e.r..
In het Besluit milieueffectrapportage aangewezen gevallen moet het bevoegd gezag beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden waarvoor alsnog een m.e.r moet worden opgesteld. Dat is het geval indien een activiteit in onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage voor komt en het daarin genoemde “geval” (drempelwaarde) zich voor doet. De planactiviteit valt onder D 11.2 “stedelijk ontwikkelingsproject”. De drempelwaarde wordt echter niet overschreden. In art. 2, vijfde lid, Besluit milieueffectrapportage is echter bepaald dat alsnog een milieueffectbeoordeling moet worden uitgevoerd indien een activiteit in onderdeel D zich voor doet. Dat is het geval (D 11.2) om dat voor dit artikel daarvoor de drempelwaarde niet van belang is. De bouw van 5 hoge appartementgebouwen met parkeerterreinen hebben een groter ruimtelijk effect dan in de huidige situatie. Daarom is een milieueffectbeoordeling uitgevoerd om te beoordelen of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden vanwege het plan. Daarbij gaat het om de optelsom van de milieueffecten van de activiteiten in de omgeving samen met die van het plan op het plangebied en (vooral) daarbuiten. De aanmeldingsnotie (bijlage 12) dient als onderbouwing van de beslissing op de mer-beoordeling van het college.
Die is getoetst aan de Wet milieubeheer en bijlage III van de Europese m.e.r-richtlijn. Geconcludeerd is dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de k enmerken van het potentiële effect; de gecumuleerde effecten geen aanleiding geven tot het laten opstellen van een m.e.r. Daarbij is mede van belang dat het plan zelf aan de vereiste wet- en regelgeving zal voldoen. De potentiële toename van de effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Daarom heeft het college besloten om geen milieueffectrapport op te laten stellen.
52
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
4.15
Windhinder
Er heeft een windhinderonderzoek plaatsgevonden om de eventuele hinder vanwege wind ter plaatse van het plangebied te bepalen. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 13. Hierna worden de belangrijkste bevindingen beschreven. Het windklimaat ter plaatse van de geplande ontwikkeling wordt bepaald door een aantal zaken. Allereerst speelt de statistiek van de windsnelheid op de locatie een rol. Daarnaast kan de geometrie van de geplande en van de omringende bebouwing de windsnelheid in positieve of negatieve richting beïnvloeden. De norm NEN 8100 verwijst voor de statistische windgegevens naar de NPR 6097 Toepassing van de statistiek van de uurgemiddelde windsnelheden voor Nederland. Met behulp van door het KNMI ontwikkelde software, behorende bij de NPR 6097, kan de windstatistiek op een hoogte van 60 m op de planlocatie worden bepaald. Hierbij wordt gebruik gemaakt van data van een groot aantal meteostations en gegevens omtrent terreinruwheden tot 6 km afstand van de planlocatie. Uit de gegevens blijkt dat op de planlocatie zuidwest de dominante windrichting is. Bij deze windrichting treden het vaakst hoge windsnelheden op. Aangezien de zuidwestelijke wind het meest voorkomt, is met name de bebouwingssituatie ten zuidwesten van het plan van belang.
Ten zuidwesten van de planlocatie is sprake van een relatief open situatie, waarbij de zuidwestenwind voornamelijk vrij over sportvelden aanstroomt. Daarnaast zijn hier bomen met een hoogte van maximaal circa 20 meter aanwezig, welke voor enige afscherming zorgen. Door de relatief open ligging is windhinder op voorhand echter niet uit te sluiten. In figuur 4.4 is een kaart weergegeven met een indicatie van de locaties van mogelijke windhinder. Aan de noordzijde van het plangebied (met name nabij de gebouwhoeken van de geplande bebouwing, en in de doorgang tussen de twee gebouwen) is sprake van een verhoogde kans op windhinder. Op deze locaties is mogelijk een matig tot plaatselijk zeer matig windklimaat te verwachten. Aan de zuidzijde van het plangebied is ook sprake van een verhoogde kans op windhinder nabij de bouwhoeken, zij het in mindere mate gezien de lagere bouwhoogte. In de doorgang tussen de zuidwestelijke gebouwen is tevens sprake van een verhoogde hinderkans. Door de zeer open ligging in combinatie met de interactie tussen deze gebouwen is hier mogelijk sprake van een matig tot zeer matig windklimaat. De verwachting is dat de geplande nieuwbouw geen significant effect heeft op het windklimaat rond de bestaande omgevingsbebouwing. Opgemerkt wordt dat de geplande parkachtige inrichting van het plangebied een positief effect zal hebben op het windklimaat.
Geadviseerd wordt met name in de gebieden waar een hogere hinderkans te verwachten is het windklimaat te verbeteren met behulp van begroeiing in de vorm van bomen en heesters. Er is een nadere eisen-regeling in de planregels opgenomen om te borgen dat er geen slecht windklimaat op verblijfsniveau zal ontstaan voor de van toepassing zijnde activiteitenklasse (NEN 8100). In een later stadium van de planontwikkeling, als ook de locaties van windgevoelige functies bekend zijn, kan op basis van een beoordeling van het uitgewerkte planontwerp worden afgewogen of nader onderzoek met de windtunnel of CFD noodzakelijk is om het voorkomen van een slecht windklimaat voor de van toepassing zijnde activiteitenklasse te borgen. Dit onderzoek wordt toegevoegd bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen.
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
53
Figuur 4.4: Indicatie locaties mogelijke windhinder (bron: PEUTZ)
54
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische uitvoerbaarheid
Het juridische plan
Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden en gebouwen binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Daarnaast is aangesloten bij het gemeentelijke 'Handboek (digitale) bestemmingsplannen'. Voor onderhavig bestemmingsplan is de versie van december 2020 gehanteerd. Het handboek bevat een set regels die voor alle nieuwe bestemmingsplannen binnen de gemeente Oosterhout wordt gehanteerd, waardoor sprake is van uniforme regelingen in de diverse plannen. In het Handboek is gestreefd naar standaardisering van bestemmingen en regels zoals aangegeven in de Standaard Vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het onderhavige bestemmingsplan wijkt op de volgende punten af van het handboek: a. omdat er enkel gestapelde woningen mogelijk gemaakt worden, is de bebouwingstypologie hierop afgestemd. Daarnaast komt de bestemmingsgrens overeen met de bouwgrens, waardoor er geen bouwwerken buiten het bouwvlak mogelijk zijn, uitgezonderd hetgeen onder b opgenomen is; b.
er is een aparte regeling met aanduiding op de verbeelding opgenomen voor overkappingen buiten het bouwvlak (zowel met als zonder afwijkingsprocedure); c. binnen alle bouwvlakken zijn (al dan niet ondergrondse) parkeervoorzieningen mogelijk, dit is dus algemeen toegestaan en gereguleerd binnen de algemene bouwregels in artikel 9; d. enkele niet relevante c.q. niet wenselijke functies binnen de bestemming Verkeer zijn niet opgenomen (zoals evenementen, terrassen en jongerenontmoetingsplaatsen); e. voor 'zorgwoning' is een alternatieve begripsomschrijving opgenomen; f. enkele niet relevante bepalingen zijn geschrapt; g. ondergronds bouwen (waaronder parkeergarages) zijn algemeen toegestaan onder gebouwen (zie artikel 9.1) en zijn niet met een specifieke aanduiding op de verbeelding opgenomen. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer globaal tot gedetailleerd. Het onderhavige bestemmingsplan beschrijft meer dan alleen de hoofdlijnen van het beleid, doch treedt niet al te zeer in details. Uitgangspunt van het bestemmingsplan is het bieden van een flexibele, juridische regeling, zonder dat hierdoor de rechtszekerheid van de burger wordt geschaad. In de volgende paragraaf wordt inhoudelijk ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen binnen het onderhavige bestemmingsplan.
5.2
Bestemmingen
5.2.1
Opzet regels
De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende regels); De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels); Algemene regels (Hoofdstuk 3 Algemene regels); Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels). Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
55
opgebouwd (voor zover relevant): Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen regeling; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid. De afwijkingsbevoegdheden, wijzigingsbevoegdheden en het omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en onnodig verwijzen naar andere artikelen voorkomen. Deze werkwijze bevordert de toegankelijkheid van het bestemmingsplan. 5.2.2
Flexibiliteitsregels
Aan het bestemmingsplan kan flexibiliteit worden toegevoegd door regels op te nemen over de bevoegdheid tot het verlenen van een (binnenplanse) omgevingsvergunning ter afwijking van het bestemmingsplan of een wijzigingsbevoegdheid. Voor het opnemen van flexibiliteitsregels geldt als uitgangspunt dat flexibiliteitregels alleen worden gebruikt als van een wezenlijke belangenafweging sprake kan zijn. Ontwikkelingen die niet in de regels mogelijk zijn gemaakt, zijn uitsluitend mogelijk via een buitenplanse procedure. 5.2.3
Bepalen goothoogte
Er is wel eens sprake van misverstanden over de wijze waarop de goothoogte of bouw- c.q. nokhoogte van een gebouw moet worden geïnterpreteerd. De goothoogte wordt bepaald vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, lichtkoepels, dakkapellen, lucht- en liftkokers, zonnepanelen, andere technische ruimten en/of technische constructies, hekwerken en antennes. 5.2.4
Toelichting bestemmingen
Hieronder worden de meest voorkomende bestemmingen kort toegelicht. Groen De tot 'Groen' bestemde gronden zijn bedoeld voor groenvoorzieningen, bermen en beplantingen, voorzieningen voor langzaam verkeer, inritten, speelvoorzieningen, calamiteitenroutes, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, straatmeubilair, kunstobjecten en nutsvoorzieningen. Ter plaatse van de aanduiding 'waterberging' zijn de gronden mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van een waterberging Maatschappelijk De tot 'Maatschappelijk' bestemde gronden zijn bedoeld voor maatschappelijke voorzieningen in de vorm van zorgwoningen. Daarnaast zijn bijbehorende voorzieningen toegestaan, zoals voorzieningen voor verkeer en verblijf, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, tuinen, erven en verhardingen, groen- en nutsvoorzieningen, en voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
56
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
Op de verbeelding zijn bouwvlakken aangegeven, waarbinnen de gebouwen moeten worden gerealiseerd. De maximale goot- en bouwhoogte zijn op de verbeelding aangegeven. Er zijn nadere regels opgenomen voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Verkeer De tot 'Verkeer' bestemde gronden zijn bedoeld voor voorzieningen voor verkeer en verblijf, parkeervoorzieningen, groen-, nuts- en speelvoorzieningen, kunstobjecten, straatmeubilair, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Wel is er een specifieke regeling opgenomen voor overkappingen, ter plaatse van de aanduiding op de verbeelding. Deze zijn - afhankelijk van de betreffende aanduiding - rechtstreeks of onder voorwaarden via een afwijkingsprocedure toegestaan. Er zijn nadere regels opgenomen voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Wonen De tot 'Wonen' bestemde gronden zijn bedoeld voor wonen, aan huis verbonden beroepen of aan huis verbonden bedrijven en verhardingen, groen- en nutsvoorzieningen, ondergeschikte voorzieningen voor verkeer en verblijf en voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op de verbeelding zijn bouwvlakken opgenomen, waarbinnen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan zijn. De maximaal toegestane bouwhoogte is op de verbeelding opgenomen.
Er zijn regels opgenomen voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Om windhinder te voorkomen is een regeling opgenomen waarmee het onder voorwaarden mogelijk is om op dit punt nadere eisen aan de omgevingsvergunning voor bouwen te stellen. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van een aantal bouw- en gebruiksregels. Er zijn gebruiksregels opgenomen voor het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep of bedrijf. Waarde – Archeologie De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Voor werkzaamheden waarbij de grond wordt geroerd tot meer dan 0,50 cm onder maaiveld en dit over een oppervlakte is van meer dan 100 m², dan moet hiervoor een vergunning voor zijn afgegeven. Deze wordt afgegeven indien uit een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport blijkt dat het archeologisch bodemarchief niet wordt verstoord. Al dan niet na het treffen van maatregelen.
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
57
Hoofdstuk 6
Handhaafbaarheid
Handhaving vormt een belangrijk onderdeel van een beleidscyclus. Regels worden gesteld met als doel het beschermen van een bepaald belang. Zonder toezicht op naleving van deze regels bestaat het risico dat dit doel onvoldoende bereikt wordt. Tevens komt de gemeente ongeloofwaardig over als gestelde regels niet worden gehandhaafd. Handhaafbaarheid, draagvlak en naleefgedrag Een eerste voorwaarde voor handhaving is een duidelijk en handhaafbaar beleid en regelgeving. Om die reden worden nieuwe versies van digitale handboeken en die onderdelen van bestemmingsplannen die afwijken van het digitale handboek, door de afdeling die belast is met vergunningverlening en handhaving, gecontroleerd op uitvoerbaarheid. Ook voor dit bestemmingsplan heeft deze toets plaats gevonden. Naast handhaafbare regels dient er ook het nodige draagvlak voor het nieuwe beleid en de daaruit voortvloeiende regels te zijn. Immers zal een plan met weinig draagvlak op weinig naleefgedrag kunnen rekenen. Het creëren van draagvlak is onder andere bewerkstelligd door in de verschillende fasen van het planproces burgers, belangenorganisaties en andere belanghebbenden te betrekken, al dan niet via wettelijk bepaalde inspraakmomenten.
Preventieve en repressieve handhaving Naast repressie (handhavend optreden op het moment dat er sprake is van een overtreding) heeft preventie een belangrijke functie in de gemeentelijke handhavingsstrategie (de gemeente hanteert de landelijke handhavingsstrategie). Bij preventief handhaven spelen vooral dialoog, voorlichting en advisering een belangrijke rol. Zo voorziet het handhavingsbeleid van de gemeente Oosterhout in meer aandacht voor voorlichting en communicatie, onder andere door het uitgeven van voorlichtingsbrochures. Qua repressie voorziet het gemeentelijk handhavingsbeleid en het daarop gebaseerde integrale uitvoeringsprogramma in het continu opsporen van overtredingen van het bestemmingsplan. Ook worden er gezamenlijk met andere overheden (brandweer, politie, belastingdienst) multidisciplinaire handhavingsacties georganiseerd. Binnen dergelijke acties is er ook aandacht voor overtredingen van het bestemmingsplan. Indien een overtreding wordt geconstateerd, zal als eerste stap in het handhavingstraject telkens worden bezien of het illegale gebruik of bouwwerk op grond van het bestemmingsplan of afwijking daarvan, alsnog gelegaliseerd kan worden. Is dat niet het geval dan wordt het handhavingstraject doorgezet.
Al deze aspecten zijn vastgelegd in het beleidsplan Fysieke Leefomgeving en de daarin opgenomen handhavingsstrategie en dienen als leidraad voor de alledaagse handhavingspraktijk binnen de gemeente Oosterhout. IJkmoment, overgangsrecht en monitoring beleid De totstandkoming van dit bestemmingsplan is een ijkmoment voor de handhaving. Indien bebouwing of gebruik afwijkt van het bestemmingsplan, zal hier tegen handhavend worden opgetreden. Voor zowel bouwen als gebruik is het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan de peildatum. Tegen bebouwing en gebruik dat onder het overgangsrecht valt, kan niet handhavend worden opgetreden.
58
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
Hoofdstuk 7 7.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Dit bestemmingsplan is een ontwikkelingsgericht bestemmingsplan, gericht op het mogelijk maken van gestapelde woningbouw. Met de initiatiefnemers is een anterieure overeenkomst gesloten teneinde het kostenverhaal te borgen. Het plan wordt door initiatiefnemers gerealiseerd en er zijn verder geen kosten aan verbonden voor de gemeente. Geconcludeerd kan worden dat voorliggend bestemmingsplan financieel uitvoerbaar is.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Omgevingsdialoog Op 17 juni 2019 is er in het kader van de omgevingsdialoog door initiatiefnemers een inloopavond georganiseerd waarin de omwonenden geïnformeerd zijn over de plannen aan de Warandelaan 6 en het braakliggende terrein richting Wilhelminakanaal Zuid. Naar aanleiding van die avond zijn 16 reacties ontvangen. De meest gehoorde reactie op het plan is de ontsluiting op de Warandelaan (zorg om de verkeersafwikkeling). Daarnaast zijn er enkele reacties ontvangen inzake het woningbouwprogramma (hoogbouw en uitstraling hiervan), de groenvoorziening (sparen van het groen) en de zorg (eventuele zorgmogelijkheden spreken aan). De reacties uit de omgeving zijn teruggekoppeld aan de gemeente. Overwogen is om een extra ontsluiting aan het Wilhelminakanaal Zuid te realiseren. Daar is echter niet voor gekozen omdat: het vanuit het beleid duurzaam veilig de wens is het aantal aansluitingen op een weg met een ontsluitingsfunctie te beperken. Vanuit dit oogpunt en vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid heeft een ontsluiting van de nieuwe woonlocatie op de Warandelaan (30 km-zone) een duidelijke voorkeur.
men het groen tussen het Wilhelminakanaal en de nieuwe appartementen wil behouden; men extra verharding en extra bomenkap door tweede ontsluiting ongewenst vindt; de verkeersafwikkeling van het plan in voldoende mate kan plaatsvinden middels één ontsluiting; het toevoegen van extra ontsluiting geen garantie biedt met betrekking tot spreiding van het verkeer. Een andere optie die verkend is, is of de voorgestelde ontsluiting aan de Warandelaan verplaatst kan worden. Hier is niet voor gekozen omdat er dan extra bomen gekapt moeten worden aan de Warandelaan. Vooroverleg en inspraak In het kader van het voorgeschreven vooroverleg is de kennisgeving van het voorontwerp-bestemmingsplan toegezonden aan de Provincie Noord-Brabant, het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, het Waterschap Brabantse Delta en de uitvoeringsinstantie namens de provincie (Grondwaterbeschermingsgebied) de Omgevingsdienst Zuid Oost Brabant. Het voorontwerp-bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017 herziening 3 (Parck Warande)" heeft conform de Algemene Inspraakverordening Oosterhout 2006 met ingang van 24 juni 2021 tot en met 21 juli 2021 ter inzage gelegen. Publicatie hiervan heeft plaatsgevonden d.d. 23 juni 2021 in het huis-aan-huis weekblad "Oosterhout" en op de gemeentelijke website. Het voorontwerpbestemmingsplan was tevens op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl in te zien.
Gedurende deze termijn bestond de gelegenheid om schriftelijk en mondeling op het plan te reageren door de indiening van een inspraakreactie. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt door 21 instanties c.q. personen. Tevens vond op 1 juli 2021 een inspraakbijeenkomst plaats. In de bijlagen is een reactienota inspraak en vooroverleg opgenomen ten aanzien van vooroverleg en
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
59
inspraak.
7.3
Vaststellingsprocedure
De procedure van artikel 3.8 en verder van de Wet ruimtelijke ordening wordt doorlopen. Eventuele binnengekomen zienswijzen worden verwerkt in de 'Reactienota zienswijzen inzake ontwerp-bestemmingsplan Oosterhout Zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande) ' welke als bijlage bij het vastgestelde bestemmingsplan gevoegd zal worden. In het vast te stellen bestemmingsplan worden voor zover nodig wijzigingen en aanvullingen aangebracht die in de reactienota zijn opgenomen.
60
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
REGELS
Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 13
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
15
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Groen Maatschappelijk Verkeer Wonen Waarde - Archeologie
15 17 19 20 22
Hoofdstuk 3
Algemene regels
25
Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
25 26 27 28 29 30
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
31
Artikel 14 Artikel 15
Overgangsrecht Slotregel
31 32
2
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
Regels
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan 'Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)' met identificatienummer NL.IMRO.0826.BSPhz3oosterhz2017-ON01 van de gemeente Oosterhout. 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en de daarbij behorende bijlagen). 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijf:
de uitoefening van een beroep op zakelijk, administratief, juridisch, financieel, therapeutisch, (para-)medisch, cosmetisch, ontwerptechnisch of hieraan gelijk te stellen gebied, dan wel de uitoefening van ambachtelijke bedrijfsactiviteiten geheel of overwegend door middel van handwerk, voor zover deze behoren tot de milieucategorie 1 of 2, zoals bepaald in de Staat van bedrijfsactiviteiten, of een daarmee qua aard en invloed op de omgeving vergelijkbare activiteit, waarbij de activiteit in of bij een woning wordt uitgeoefend. 1.6
achtererfgebied:
erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw. 1.7
achtergevellijn:
de lijn waarin de achtergevel van een woning is gelegen, alsmede het verlengde daarvan. 1.8
achtergevelrooilijn:
de van de weg, waarop het belangrijkste gebouw op een bouwperceel is georiënteerd, afgekeerde grens van een bouwvlak. 1.9
archeologische waarden:
waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk daarin bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde.
4
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
1.10
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.11
bed & breakfast:
een voorziening in een (bedrijfs)woning, die als doel heeft het verstrekken van logies en ontbijt aan steeds wisselend publiek, dat voor een korte periode, namelijk één tot enkele nachten, ter plaatse met een recreatieve doelstelling verblijft; onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke, seizoensgebonden of permanente werkzaamheden en/of arbeid. 1.12
bedrijf:
een inrichting gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren, herstellen en/of vervoeren van goederen. 1.13
begane grond:
de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau. 1.14
bestaand(e situatie):
a. ten aanzien van bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig of in uitvoering op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel bebouwing, die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning. b. ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en/of opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.15
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak. 1.16
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.17
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.18
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.19
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak.
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
5
1.20
bouwlaag:
doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd. 1.21
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.22
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel. 1.23
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.24
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.25
dak:
iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.26
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop) het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met dien verstande dat postorderbedrijven en daarmee vergelijkbare internetwinkels niet worden aangemerkt als detailhandel, tenzij ter plaatse sprake is van fysiek klantcontact. 1.27
dienstverlening:
bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder zijn begrepen kapperszaak, schoonheidsinstituut, fotostudio, bank, postkantoor, reisbureau en naar aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en instellingen, met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting. 1.28
erf:
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw.
6
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
1.29
escortbedrijf:
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bij het bedrijf horende bedrijfsruimte wordt uitgeoefend (escortservices, bemiddelingsbureaus e.d.). 1.30
functie:
doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.31
gastouderschap:
kinderopvang op het woonadres van een gastouder of de ouder(s) die tot stand komt door bemiddeling van een gastouderbureau en die betrekking heeft op ten hoogste 6 kinderen, naast eventuele eigen kinderen van de gastouder. 1.32
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.33
gestapelde woning:
een woning in een gebouw waarin zich meerdere boven elkaar gelegen zelfstandige woningen en/of bijzondere woonruimten bevinden. 1.34
gevel:
bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak. 1.35
gevelvlak:
het verticale vlak waarin de hoofdvlakken van een gevel zich bevinden. 1.36
grondgebonden woning:
een woning die rechtstreeks contact heeft met het aangrenzende terrein. 1.37
grondwaterbeschermingsgebied:
gebied waarbinnen het grondwater, afhankelijk van de kwetsbaarheid van het gebied, een periode van 25 of 100 jaar nodig heeft om de pompputten voor waterwinning te bereiken. 1.38
hoofdfunctie:
de belangrijkste functie waarvoor een gebouw mag worden gebruikt.
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
7
1.39
hoofdgebouw:
een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel, en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkste is. 1.40
horeca(bedrijf):
het bedrijfsmatig verschaffen c.q. verstrekken van logies, dranken, maaltijden en kleine eetwaren, zoals een hotel, restaurant, café, cafetaria of een combinatie van twee of meer van deze bedrijven, waaronder eveneens wordt begrepen het exploiteren van zaalaccommodatie, doch met uitzondering van een seksinrichting. 1.41
huishouden:
de leefvorm of samenlevingsvorm van één of meer personen die in vast verband samenleven, en waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. 1.42
huisvesting in verband met mantelzorg:
huisvesting in of bij een woning van één huishouden, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning. 1.43
kamerverhuur:
het bedrijfsmatig verhuren of het aanbieden van kamers voor bewoning. 1.44
kunstobject:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde dat wordt aangemerkt als uiting van beeldende kunst. 1.45
kunstwerk:
bouwwerken, geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijken. 1.46
maatschappelijke voorzieningen:
voorzieningen inzake welzijn, openbare dienstverlening, volksgezondheid (medisch en paramedisch), zorginstellingen, cultuur, religie, verenigingsleven, onderwijs, openbare orde en veiligheid, kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang en peuterspeelzalen en daarmee gelijk te stellen bedrijven of instellingen, al dan niet met ondergeschikte horeca en detailhandel. 1.47
maatvoeringsvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor de toegestane bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt.
8
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
1.48
mantelzorg:
intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. 1.49
normaal onderhoud, gebruik en beheer:
een gebruik, gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten, dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt. 1.50
nutsvoorzieningen:
gebouwde voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van water, elektriciteit, gas e.d., zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor (tele)communicatie. 1.51
omgevingsvergunning:
vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 1.52
ondergeschikte voorzieningen voor verkeer en verblijf:
voorzieningen voor verkeer en verblijf die ondergeschikt en gelieerd zijn aan de functies die ingevolge de geldende bestemming ter plaatse zijn toegestaan, zoals in- en uitritten, voorzieningen en paden voor calamitaitenverkeer en afvalafhandeling, langzaam verkeerspaden, onverharde paden, trottoirs en brandgangen. Hieronder worden in ieder geval geen wegen en parkeervoorzieningen voor gemotoriseerd verkeer begrepen. 1.53
onderkomens:
voor verblijf geschikte - al dan niet aan de bestemming onttrokken - voer- en vaartuigen, arken, caravans en stacaravans voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken, als ook tenten. 1.54
overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bestaande uit een vrijstaande dakconstructie met maximaal één wand. 1.55
parkeergarage:
al dan niet ondergrondse, gebouwde parkeervoorziening voor het parkeren van meerdere voertuigen. 1.56
peil:
a. voor een op een perceel aanwezig bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een op een perceel aanwezig bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het aansluitende terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
9
bouw; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerk terrein. 1.57
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het tegen betaling verrichten van seksuele diensten aan anderen. 1.58
raamprostitutie:
een seksinrichting bestemd voor of in gebruik voor het zich vanaf het openbaar toegankelijke gebied zichtbaar ter beschikking stellen tot het tegen betaling verrichten van seksuele diensten aan anderen. 1.59
scheidingslijn:
lijn die de grens dan wel scheiding tussen verschillende aanduidingen vormt. 1.60
seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch /pornografische aard plaatsvinden, waaronder in elk geval worden verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet gecombineerd met elkaar. 1.61
speelvoorziening:
openbaar toegankelijke voorziening in de open lucht bestemd voor sport, spel, vermaak of ontspanning, niet zijnde een sportvoorziening waar georganiseerde sportbeoefening plaatsvindt, waaronder in ieder geval speeltuinen en trapveldjes worden verstaan. 1.62
sportvoorziening:
voorziening ten behoeve van de uitoefening van binnen- en/of buitensport (met uitzondering van maneges). 1.63
stedenbouwkundig beeld:
het beeld dat wordt bepaald door de situering, de bouwmassa's, de dakvormen en de dakrichtingen van de bebouwing in relatie tot de omgeving. 1.64
straatprostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het tegen betaling verrichten van seksuele diensten aan anderen, één en ander door passanten hiertoe te bewegen of uit te nodigen door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze. 1.65
uitvoeren:
uitvoeren, het doen uitvoeren, het laten uitvoeren of in uitvoering geven.
10
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
1.66
vloeroppervlak(te):
de totale oppervlakte van alle ruimten die voor een functie wordt gebruikt. 1.67
voorgevel:
de naar de weg of naar het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft van meer dan één naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel, de gevel die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.68
voorgevelrooilijn:
de grens van het bouwvlak die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd. 1.69
voorzieningen voor verkeer en verblijf:
voorzieningen die verband houden met de afwikkeling van het verkeer en/of met het verblijfskarakter van de openbare ruimte, zoals wegen, straten, pleinen, langzaam verkeerspaden, inclusief daarbij behorende inrichtingselementen. 1.70
waterhuishoudkundige voorzieningen:
voorzieningen die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang, alsmede voorzieningen voor waterafvoer, waterinfiltratie en waterberging, inclusief bijbehorende voorzieningen zoals bermen, paden en beschoeiingen. 1.71
windturbine:
bouwwerk, bestaande uit een mast met bijbehorende fundering en de rotor, bedoeld voor het opwekken van electriciteit door middel van windenergie. 1.72
wonen:
het bewonen van een woning van een woning, door niet meer dan één huishouden. 1.73
woning:
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. 1.74
woningsplitsing:
het opdelen van een woning in meerdere wooneenheden; 1.75
woonwagen:
voor bewoning bestemd gebouw, dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst.
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
11
1.76
zelfstandige woonruimte:
een woning met een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, waarbij de wasgelegenheid, kookgelegenheid en het toilet niet worden gedeeld met andere bewoners. 1.77
zijdelingse perceelsgrens:
de grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt. 1.78
zijstrook:
de strook grond gelegen tussen de zijdelingse perceelsgrens en de denkbeeldige lijn op 3 meter afstand vanaf de zijdelingse perceelsgrens, over de volledige diepte van het bouwperceel. 1.79
zorgwonen:
het bewonen van zorgwoningen, al dan niet in combinatie met gemeenschappelijke (zorg)voorzieningen. 1.80
zorgwoning:
al dan niet zelfstandige, huisvesting van personen die, vanwege hun beperkte zelfredzaamheid, op basis van een ter zake van overheidswege gehanteerd systeem, zijn geïndiceerd voor 24-uurs zorg, eventueel in combinatie met gemeenschappelijke (zorg- en) andere voorzieningen.
12
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstanden:
van bouwwerken tot andere bouwwerken, bebouwingsgrenzen en perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2
bebouwingspercentage:
het oppervlak dat met bouwwerken mag worden bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. 2.3
bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4
dakhelling:
de hoek gemeten langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5
diepte van een gebouw: horizontale diepte: de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel; verticale diepte: de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de bovenzijde van de (afgewerkte) begane grondvloer.
2.6
goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7
inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken. Ondergronds bouwdelen en dakkapellen worden niet meegerekend voor het bepalen van de inhoud van een bouwwerk. 2.8
oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
13
2.9
ondergeschikte bouwonderdelen:
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, luchtkokers, wolfseinden, dakkapellen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken, ook indien gelegen buiten het aangegeven bestemmingsvlak, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
14
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
groenvoorzieningen; bermen en beplantingen; inritten; voorzieningen voor langzaam verkeer; calamiteitenroutes; speelvoorzieningen; straatmeubilair; kunstobjecten; nutsvoorzieningen (met uitzondering van risicovolle inrichtingen); water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
alsmede voor: k. de instandhouding en bescherming van een waterberging ter plaatse van de aanduiding 'waterberging' (wb). 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen en overkappingen
a. Op deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd, uitgezonderd het bepaalde in 3.2.1 onder b; b. gebouwen voor nutsvoorzieningen zijn toegestaan en hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m; 2. de maximale oppervlakte mag niet meer bedragen dan 15 m2. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. De bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleidingen, beveiliging en regeling voor verkeer mag niet meer bedragen dan 15 m. b. De bouwhoogte van kunstobjecten mag niet meer bedragen dan 4 m. c. De bouwhoogte van kunstwerken mag niet meer bedragen dan 15 m. d. De bouwhoogte van vlaggenmasten en antennes mag niet meer bedragen dan 6 m. e. De bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m. 3.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 voor het bouwen van kunstobjecten met een bouwhoogte van maximaal 8 m, mits: a. dit passend is binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en het plaatselijk straatbeeld; b. hiertegen geen bezwaren zijn vanuit oogpunt van verkeersveiligheid.
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
15
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik ten behoeve van evenementen. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.1 voor het aanleggen van parkeervoorzieningen en overige voorzieningen voor verkeer en verblijf, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. het stedenbouwkundig beeld wordt niet in onevenredige mate geschaad; b. het aanleggen van parkeervoorzieningen is noodzakelijk is vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid en bereikbaarheid; c. de aanleg van de parkeervoorzieningen heeft geen zodanige invloed op de aanwezige groenvoorziening, dat deze groenstructuur daardoor onevenredige schade wordt toegebracht en de gebruiksmogelijkheden ervan in overwegende mate wordt beperkt; d. er wordt rekening gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit).
16
Bestemmingsplan "Oosterhout zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)" (ontwerp)
Artikel 4 4.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen, waarbij uitsluitend zorgwoningen toegestaan zijn, ter plaatse van de aanduiding 'zorgwoning' (zw); b. tuinen, erven en verhardingen; c. groenvoorzieningen; d. ondergeschikte voorzieningen voor verkeer en verblijf; e. parkeervoorzieningen (waaronder ondergrondse parkeervoorzieningen); f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Voor het bouwen in het algemeen gelden de volgende bepalingen: a. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. b. Ter plaatse van het aanduidingsvlak 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal zorgwoningen niet meer bedragen dan ter plaatse is aangegeven. 4.2.2
Gebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen: a. Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd. b. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven. 4.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m. b. De bouwhoogte van vlaggenmasten en antennes mag niet meer bedragen dan 6 m. c. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m. 4.3