CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 Ontwerp bestemmingsplan

Raadsvergadering 21 december 2021, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Bespreekstuk Raadsvoorstel ZN317013 Vaststelling bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 (Keiweg 57)25.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Externe veiligheid Wettelijk kader Externe veiligheid is van belang indien relevante invloeden vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen, de risicobron, mogelijk zijn op te beschermen objecten of terreinen. De laatste worden als (geprojecteerd) (beperkt) kwetsbare objecten aangeduid. Voor de risicobeoordeling zijn vier begrippen vooral van belang: het plaatsgebonden risico, het plasbrandaandachtsgebied, het groepsrisico en het invloedsgebied. De wet- en regelgeving en het beleid zijn gericht op het voorkomen en beheersen van risicovolle activiteiten en de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Deze wetgeving is grotendeels gebaseerd op de Wet milieubeheer, de Wet ruimtelijke ordening en de Wet op de Veiligheidsregio’s. De relevante wet- en regelgeving voor dit plan betreft: a. b. c.

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en bijbehorende Regeling; Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en bijbehorende Regeling Basisnet; Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en bijbehorende Regeling.

Daarnaast geldt het door de raad vastgestelde Beleid externe veiligheid van Oosterhout 2017. De gemeente Oosterhout heeft in haar beleid vastgelegd dat externe veiligheid erop is gericht om de risico's voor haar burgers en de bedrijven te voorkomen. Indien er risico’s zijn toegelaten worden die zoveel mogelijk beperkt en moeten die beheersbaar zijn. Tenslotte moeten de mogelijkheden voor de evacuatie van personen en de voorbereiding op de bestrijding van een ramp voldoende zijn. Risicobronnen zijn niet toegelaten buiten aangewezen risicogebieden zoals een industrieterrein. Echter kunnen op bestaande (spoor) wegen en vaarwegen risico's niet worden uitgesloten. Het beleid houdt ook in dat minder zelfredzame personen binnen het invloedsgebied van een risicobron beter moet worden beschermd. Begrippen Bij alle regelingen komt het begrip plaatsgebonden risico, groepsrisico aan de orde. Het begrip plasbrandaandachtsgebied (gebied waar bij het realiseren van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten rekening dient te worden gehouden met de mogelijke gevolgen van een ongeval met brandbare vloeistoffen) wordt alleen bij de (spoor)wegen toegepast. Het plaatsgebonden risico is: Het PR geeft de kans per jaar aan dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt, als rechtstreeks gevolg van een calamiteit, veroorzaakt door een ongeval met gevaarlijke stoffen of een ongeval met een vliegtuig.

Het plaatsgebonden risico bedraagt standaard maximaal 10-6. Het wordt vaak weergegeven als een afstand behorende bij die norm. Het plasbrandaandachtsgebied is: Het PAG geeft het gebied aan dat een persoon, onbeschermd, als gevolg van de stralingswarmte overlijdt. Deze wordt uitgedrukt in een afstand. blad 29 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

Het groepsrisico is: Het groepsrisico (GR) is de kans per jaar dat een groep personen van een bepaalde grootte (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting die ontstaat door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Deze wordt uitgedrukt in een afstand. Het is meestal gelijk aan de afstand waar nog 1% van de personen als gevolg van een calamiteit overlijden Onderzoek Binnen het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen toegestaan. Het plan ligt niet in het invloedsgebied van een bedrijf waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen of geproduceerd. Ook ligt het niet in een invloedsgebied van een weg, spoorlijn, waterweg of buisleiding die wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen. Het plangebied is daarnaast ook buiten het invloedsgebied vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op de A27 gelegen. Er is geen uitgebreid onderzoek en advies van de Veiligheidsregio MWB en geen verdere verantwoording vereist. Conclusie Gelet op het voorgaande kan gesteld worden dan het aspect externe veiligheid geen belemmering is voor het realiseren van het plan.

4.1.2

Geluid Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt het wettelijk kader voor de toegestane geluidsbelasting vanwege een weg bij geluidsgevoelige bestemmingen, waaronder woningen. De Wet geluidhinder heeft betrekking op wegen met een zone (met uitzondering van wegen met 30 km/uur regime). De hoogst toelaatbare geluidsbelasting (voorkeursgrenswaarde) voor de geluidsbelasting afkomstig van het wegverkeer voor nieuwe woningen bedraagt 48 dB. In bepaalde gevallen kunnen door het bevoegd gezag hogere waarden vastgesteld worden. De maximaal toegestane hogere waarde bedraagt 63 dB voor binnenstedelijke situaties. Onderzoek Effecten omliggende wegen Het nieuw te bouwen appartementencomplex ligt binnen de geluidzone van de Keiweg, Ridderstraat, De Doelen, De Braak en Mathildastraat. Dit zijn wege n van twee rijstroken in het stedelijk gebied en hebben in de zin van de Wet geluidhinder een zonebreedte van 200 meter. Op de bovengenoemde wegen geldt een maximumsnelheid van 50 km/u. Op de Kloosterstraat en De Burcht geldt een maximumsnelheid van 30 km/u. Deze wegen hebben in de zin van de Wet geluidhinder geen geluidzone. Desondanks is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang om de geluidsbelasting van deze wegen op het nieuw te bouwen appartementencomplex mee te nemen in het akoestisch onderzoek.

Gelet op de ligging van het plangebied is een akoestisch onderzoek (Bijlage 1) uitgevoerd naar de geluidbelasting op de gevels van de nieuw te bouwen woonappartementen. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Keiweg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden op de gevel(s) van 11

blad 30 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

appartementen in het nieuw te bouwen appartementencomplex. De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 63 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh en overschrijdt daarmee niet de maximaal toelaatbare hogere waarde. Als gevolg van de overige wegen wordt de voorkeursgrenswaarde op de gevels van de nieuw te bouwen appartementen niet overschreden. Hogere waarden Maatregelen om de geluidbelasting ter plaatse van het plangebied terug te brengen, zijn gelet op hetgeen is beschreven in paragraaf 4.3 uit het geluidonderzoek mogelijk en doelmatig. Op basis van de DMC-regeling wordt een bronmaatregel van 70 meter in lengte voorgesteld. De bestaande verharding op de Keiweg wordt over deze lengte vervangen met stille elementenverharding. In verband met aanwezige leidingen die onder de weg lopen, is het niet wenselijk om een gesloten wegdek te realiseren. Met deze bronmaatregel wordt, op ieder punt waar de grenswaarde van 48 dB wordt overschreden, een afname in geluidbelasting behaald variërend van 2 tot en met 3 dB. De uitvoering van de bronmaatregel aan de Keiweg is in dit plan geborgd in een voorwaardelijke verplichting (zie artikel 4.4.4 van de regels). Het bevoegd gezag dient daarnaast hogere waarden vast te stellen voor de woningen waar de voorkeursgrenswaarde - ondanks de maatregel - wordt overschreden. In tabel 4.1 zijn de hogere waarden (zonder maatregelen) per appartement weergegeven.

In tabel 4.2 zijn de hogere waarden (met maatregelen) per appartement weergegeven.

Tabel 4.1 Vast te stellen hogere waarden (zonder maatregelen)

blad 31 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

Tabel 4.2 Vast te stellen hogere waarden (met maatregelen) Cumulatie Indien een geluidgevoelige bestemming waarvoor een hogere grenswaarde wordt vastgesteld in de zone van meerdere geluidbronnen is gelegen, dient inzichtelijk gemaakt te worden hoe hoog de gecumuleerde geluidbelasting is. Het bevoegd gezag dient een oordeel te vellen over de hoogte van deze geluidbelasting. Een wettelijke toets aan een grenswaarde is niet aan de orde. Voor de beoordeling van de aanvaardbaarheid van de gecumuleerde geluidbelasting kan het advies uit het Reken- en meetvoorschrift als leidraad worden gehanteerd. Hierin is opgenomen dat voor een eerste indruk van de aanvaardbaarheid van de geluidsituatie, de gecumuleerde geluidbelasting kan worden vergeleken met de voor die bronsoort van toepassing zijnde normering. De grenswaarden conform de Wgh zijn op het gecumuleerde geluidniveau echter formeel niet van toepassing. De gecumuleerde geluidbelasting (incl. maatregelen) voor de appartementen waarvoor een hogere waarde dient te worden aangevraagd bedraagt ten hoogste 66 dB exclusief aftrek ex artikel 110g Wgh. Voor nieuw te realiseren woningen geldt dat de maximaal toelaatbare hogere waarde 63 dB bedraagt. Hierbij moet bovendien worden bedacht dat bij de bepaling van de gecumuleerde geluidbelasting geen rekening wordt gehouden met de aftrek ex artikel 110g Wgh.

Wanneer de aftrek ex artikel 110g Wgh ook wordt toegepast op de berekende gecumuleerde geluidbelastingen komen de geluidniveaus niet boven de ten hoogste toelaatbare hogere grenswaarden op grond van de Wet geluidhinder. Een overzicht van de cumulatieve geluidbelastingen per toetspunt is opgenomen in de bijlage bij het geluidonderzoek. In tabel 4.2 is de cumulatieve geluidbelasting als gevolg van alle wegen inzichtelijk gemaakt. Hierbij is geen aftrek gehanteerd. In de tabel is per appartement uitgegaan van het toetspunt met de hoogste cumulatieve geluidbelasting. Uit de beoordeling van de rekenresultaten blijkt dat de MKM Lden bij de appartementen varieert tussen goed en tamelijk slecht aan de geluidbelaste zijde en tussen goed en tamelijk slecht aan de geluidluwe zijde. Effecten bouwplan op omgeving Met de ontwikkeling van het plangebied van braakliggend terrein tot woongebied is sprake van een toename van verkeersintensiteiten. Het gaat om circa 176 verkeersbewegingen. De verwachting is dat 75% van de verkeersbewegingen richting de meest nabijgelegen ontsluitingsweg beweegt, in dit geval de Ridderstraat. De andere 25% beweegt in de richting van het centrum. Gelet op de nabije ligging van het centrum (loopafstand) worden minder verkeersbewegingen richting het centrum verwacht.

Door middel van een akoestische berekening is berekend of de nieuwe ontwikkeling geluidhinder veroorzaakt op de bestaande bebouwing. Tevens is berekend welke gevolgen de reflectie op het nieuw te bouwen appartementencomplex heeft. Gelet op de ligging van de omliggende bebouwing is een rekenpunt gesitueerd op de hoek van het appartementencomplex De Doelen en op de zijgevel van het appartementencomplex De Burcht. Uit de resultaten van de berekening blijkt dat er sprake is van een minimale verhoging van de geluidbelasting, namelijk met 0,26 dB. Een dergelijke verhoging is met het menselijke oor niet hoorbaar. Geconcludeerd kan worden dat de effecten van de ontwikkeling op de omgeving minimaal zijn en niet lijden tot geluidsoverlast. Voor de woningen aan de Kloosterstraat en De Burcht ontstaat door het bouwplan een verbetering van de situatie. Het nieuwe appartementencomplex wordt namelijk tussen de blad 32 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

achterzijden van de woningen en de Keiweg en Ridderstraat geprojecteerd. Het appartementencomplex heeft hiermee een positieve belemmerende werking. Indirecte hinder Aan de oostzijde van het projectgebied zijn circa 20 nieuwe parkeerplaatsen beoogd. Dit aantal is dermate laag en de verkeersbewegingen duren dermate kort, dat de geluidbelasting, uitgedrukt in equivalent geluidniveau over tijd, vanwege de verkeersbewegingen niet relevant zullen zijn op de omliggende woningen. Het dichtslaan van autoportieren en de bijbehorende piekgeluiden zijn echter wel onderzocht. De LAmax is ten hoogste 65 dB(A) op Kloosterstraat 29, 31 en 33 op 5 meter hoogte. Uitgaande van een gevelgeluidwering van minimaal 20 dB wordt voldaan aan een binnenniveau van ten hoogst 45 dB(A). Conclusie Met inachtneming van bovenstaande staat het aspect wegverkeerslawaai onderhavig bestemmingsplan niet in de weg. Parallel aan de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan wordt het ontwerpbesluit Hogere Waarden terinzage gelegd. Voorafgaand aan de vaststelling van dit bestemmingsplan dient een besluit Hogere Waarden worden vastgesteld door het college.

4.1.3

Bodem Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) regelt zaken rond bodembescherming en bodemsanering. Vertrekpunt van de Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht saneren. De wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; het wegnemen van actuele risico's.

Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. Het is niet nodig de hele locatie aan te pakken. Onderzoek Door Wematech bodem Adviseurs B.V. is in 2014 een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is de bodemkwaliteit vast te leggen

blad 33 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

in het kader van de voorgenomen realisatie van het appartementencomplex. Het complete onderzoek is als Bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. De locatie betreft een voormalig bedrijfsterrein in het centrum van Oosterhout. Op het bedrijfsterrein is een garagebedrijf annex bezinepompinstallatie met ondergrondse brandstoftanks aanwezig geweest. In 1995 zijn de ondergrondse brandstoftanks en het leidingwerk verwijderd. Terrein Geconcludeerd wordt dat de bovengrond, met sporen grind en baksteen niet verontreinigd is. De bodemlaag met antropogende bijmengingen (het vermoedelijke oorspronkelijke maaiveld op een diepte van circa 0,5 m-mv) blijkt na uitsplitsing van de mengmonsters, aan de oostzijde sterk verontreinigd te zijn met lood. Op het westelijke terreindeel (waar in het verleden het pand van het garagebedrijf was gesitueerd) is deze laag maximaal matig verontreinigd met lood. Verder is deze bodemlaag voor het gehele terrein plaatselijk licht verontreinigd met koper, kwik, zink en minerale olie. Op basis van de resultaten van de uitsplitsing zal over een oppervlakte van circa 900 vierkante meter in een laag van 0,5-1,0 meter de grond sterk verontreinigd zijn met lood. Derhalve is een volume van tenminste 450 kubieke meterk grond sterk verontreinigd. Er is derhalve sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het grondwater is op deze deellocaties niet verontreinigd.

Voormalig pompeiland Geconcludeerd wordt dat de grond nabij het pompeiland niet verontreinigd is met olieproducten. Verder kan geconcludeerd worden dat het grondwater licht verontreinigd is met ethylbenzeen, naftaleen, en minerale olie en sterk verontreinigd is met benzeen en som xylenen. Het grondwater is in de inkaderende peilbuizen licht verontreinigd met benzeen, naftaleen, som xylenen en minerale olie. Naar verwachting is hier sprake van een sterke grondwaterverontreiniging over een oppervlakte van circa 15 m2 in een laag van 1,0-1,5 meter. Derhalve is een volume van 15-25 m3 grondwater sterk verontreinigd. Er lijkt geen overlap met de restverontreiniging, ten zuiden van het pompeiland, te zijn. De oorzaak van de sterke verontreiniging met benzeen en som xylenen in het grondwater zal vermoedelijk lekverliezen van de pompen of het leidingwerk en/of morsverliezen bij het tank zijn. Opvallend is dat de grond niet verontreinigd is. Restverontreiniging Geconcludeerd kan worden dat de ondergrond plaatstelijk (nabij boring C02) sterk verontreinigd is met ethylbenzeen en som xylenen en matig verontreinigd met benzeen. Verder is de grond licht verontreinigd met tolueen en minerale olie. Bij boring 104H is een lichte olieverontreiniging aangetrokken in het traject van 0,7 - 0,9 meter - maaiveld.

Naar verwachting is hier sprake van een grondverontreiniging over een oppervlakte van circa 30 m2 in een laag van 1 m. Derhalve is een volume van 30 m3 grond licht tot sterk verontreinigd, waarbij een bodemvolume van circa 10 m3 (rondom boring C02) sterk verontreinigd is met ethylbenzeen en som xylenen. De verontreiniging wordt, met uitzondering van de beperkte olieverontreiniging nabij boring 104H, pas aangetroffen vanaf circa 2 m-mv. blad 34 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

Verder kan geconcludeerd worden dat het grondater licht verontreinigd is met ethylbenzeen, naftaleen en minerale olie en sterk verontreinigd is met benzeen en som xylenen. Het grondwater ter plaatse van de inkaderende peilbuizen is licht verontreidnigd met benzeen, naftaleen, som xylenen en minerale olie. In vertalicale zin is het grondwater licht verontreinigd met naftaleen. Naar verwachting is hier sprake van een sterke grondwaterverontreiniging over een oppervlakte van circa 35 m2 in een laag van 1,5 - 2,0 meter. Derhalve is op de onderzoekslocatie een volume van 50-70 m3 grondwater sterk verontreinigd. Aangezien aan de zuidzijde van de onderzoekslocatie een appartementencomplex is gesitueerd is de verontreiniging in zuidelijke richting niet volledig ingekaderd. Er lijkt geen overlap met de verontreiniging afkomstig van het voormalige pompeiland te zijn. De oorzaak van de sterke bodemverontreiniging zal de ondergrondse opslag van benzineproducten zijn geweest. Conclusie In het kader van de bestemmingswijziging dienen aanvullende saneringsmaatregelen te worden uitgevoerd. Aangezien voor de (historische) loodverontreiniging sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging zal voor de aanpak van deze verontreiniging een BUS-melding of saneringsplan ingediend moeten worden, en dient op basis daarvan de bodem geschikt te worden gemaakt voor het beoogde gebruik (wonen).

4.1.4

Luchtkwaliteit Wettelijk kader Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer, titel 5.2 van hoofdstuk 5. In dit hoofdstuk zijn onder andere de kaders vastgelegd voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, voor projectsaldering, voor het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit en voor het toetsen aan grenswaarden. Het luchtkwaliteitonderzoek dient als basis voor het gebruik van één van deze wettelijke onderdelen (indien het programma overeenkomt met hetgeen is aangegeven in het NSL is geen onderzoek noodzakelijk). Indien het programma wel afwijkt zal dit nader bekeken moeten worden. Het luchtkwaliteitonderzoek moet uitgevoerd zijn voor de vaststelling van een bestemmingsplan. In het Besluit Niet In Betekenende Mate (NIBM) en de daarop gebaseerde Regeling Niet In Betekenende Mate (luchtkwaliteitseisen) is geregeld welke projecten niet meer getoetst hoeven te worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Projecten, die maximaal 3% van de grenswaarde (= 1,2 µg/m³ voor zowel NO2 als PM1 0) bijdragen aan de lokale luchtkwaliteit vallen onder de definitie van NIBM en hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. De grens voor woningbouwplannen ligt bij 3% op 1.500 woningen.

Als er twee ontsluitingswegen zijn, mag een grens van 3.000 woningen worden gehanteerd. Onderzoek Binnen het plangebied wordt een appartementengebouw met 22 woningen gerealiseerd. Op basis van de CROW-rekentool voor verkeersgeneratie mag worden uitgegaan van een ritproductie van 8 ritten per woning (gemiddelde weekdag). Dit betekent een ritproductie vanwege het plan van ongeveer 176 ritten per etmaal.

blad 35 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

NIBM-Tool Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het toenmalige Ministerie van VROM in samenwerking met InfoMil een specifieke rekentool ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt (NIBM) aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. Het grote voordeel van deze NIBM rekentool is dat slechts een beperkt aantal invoergegevens nodig is. Alleen het extra aantal voertuigbewegingen en het aandeel vrachtverkeer worden ingevoerd. Voor de overige invoergegevens is in de tool uitgegaan van worst-case. Met beperkte invoergegevens kan dus worden vastgesteld of een plan NIBM is. De onderzoekslasten voor een gemeente kunnen daardoor bij kleinere plannen zeer beperkt blijven. Het doel van deze tool is: Eenvoudig en snel bepalen of een plan in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof in de buitenlucht; Het beperken van de onderzoekslast bij kleinere projecten; Het vaststellen van grenzen voor het aantal extra voertuigbewegingen dat niet zal leiden tot een concentratietoename die groter is dan de grens voor niet in betekenende mate. Uit de berekeningen met de NIBM-tool blijkt dat het plan de grens van 3% (een toename van 1,2 µg/m3 NO2 of PM1 0) niet overschrijdt. Het project kan op basis hiervan worden beschouwd als een NIBM-project.

Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan achterwege blijven. Het plan voldoet hiermee aan de gestelde eisen in de Wet milieubeheer.

Figuur 4.1 Berekening NIBM-tool Het is ook zinvol om de heersende achtergrondconcentraties van de luchtkwaliteit in ogenschouw te nemen. Het RIVM stelt deze concentraties beschikbaar via haar geodatasite met de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN). Voor de huidige situatie is uitgegaan van metingen uit het jaar 2018 (geodata.rivm.nl/gcn). Voor de belangrijkste stoffen NO2, PM2,5 en PM1 0 zijn de achtergrondwaarden in Oosterhout respectievelijk 17,10 µg/m3 voor Stikstofdioxide (NO2 ), 11,93 µg/m3 voor Fijnstof (PM2,5) en 19,55 µg/m3 voor Fijnstof (PM1 0). Deze achtergrondconcentraties voldoen ruimschoots aan de drempelwaarden uit de Wet luchtkwaliteit van 40 µg/m3 voor Stikstofdioxide (NO2 ), 25 µg/m3 voor Fijnstof (PM2,5) en 40 µg/m3 voor Fijnstof (PM1 0).

blad 36 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.

4.1.5

Flora en fauna Wettelijk kader Per 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De nieuwe Wet natuurbescherming (Natuurwet) voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, in decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en in een goede aansluiting op het omgevingsrecht. Er wordt beter aangesloten op de Europese regelgeving en er wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen soorten die Europees beschermd zijn en Nationaal beschermde soorten. Met de Wet natuurbescherming komt de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen in principe bij de provincies te liggen. De Wet natuurbescherming is gericht op zowel de soortenbescherming als de gebiedsbescherming. Onderzoek Door Antea Group is een natuurtoets uitgevoerd (Bijlage 3). Het onderzoek is opgedeeld in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Soortenbescherming Voor beschermde soorten zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat en het ontbreken van sporen niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000.

De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden, de Brabantse Biesbosch, en het Natura-2000 gebied de Langstraat, bevinden zich beiden op circa 8 kilometer afstand ten noorden en noordoosten van de onderzoekslocatie. Ten behoeve van dit plan heeft Antea Group onderzoek (Bijlage 4) verricht naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. Voor de voorgenomen ontwikkeling blijkt dat AERIUS Calculator voor beide fasen (de realisatiefase en de gebruiksfase) geen bijdragen hoger dan 0,00 mol per ha per jaar toont. Op basis van dit resultaat kan de geplande woningbouwontwikkeling doorgang vinden voor wat betreft het aspect stikstof; de Wet Natuurbescherming staat besluitvorming niet in de weg. Gelet op de afstand, het tussengelegen gebied en de aard van de ontwikkeling zijn er geen andere verstoringsfactoren voor de Natura 2000-gebieden te verwachten. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. De onderzoekslocatie ligt ook niet in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 1000 meter ten zuiden van de onderzoekslocatie. Het betreft bestaande natuur in het Natuurnetwerk Brabant. Door de voorgenomen bouwplannen in combinatie met de afstand, zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland derhalve niet worden aangetast.

Vervolgonderzoek in het kader van het Natuurnetwerk Nederland wordt niet noodzakelijk geacht. Conclusie

blad 37 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.1.6

Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader De VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) (hierna: VNG-brochure) geeft handreikingen voor een verantwoorde inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving en voor de inpassing van gevoelige bestemmingen nabij bedrijven. Het is geen wet, maar een gangbare manier om milieuzonering toe te passen. In de VNG-brochure worden per bedrijfssoort en per milieuaspect indicatieve afstanden gegeven (hierna: VNG-afstanden) tot gevoelige objecten. Deze milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van milieubelastende activiteiten gesitueerd worden. Indien aan de VNG-afstand wordt voldaan, kan gesteld worden dat hinder niet te verwachten is. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De VNG-publicatie legt niet vast wat wel en niet is toegestaan.

Een gemeente beslist zelf of ze op een bepaalde locatie bedrijven of woningen mogelijk wil maken (gemeentelijke beleidsvrijheid). De gemeente dient dit wel op een zorgvuldige wijze af te wegen en te verantwoorden. De handreiking is een hulpmiddel om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen concreet voor een locatie in te vullen. Het toetsingskader voor ontheffingen, projectbesluiten en planherzieningen is er op gericht om onoverkomelijke problemen bij de latere milieuvergunningverlening te voorkomen. Dit impliceert een toetsing op hoofdlijnen. Richtafstanden en omgevingstypen In de VNG-publicatie is een richtafstandenlijst opgenomen. Deze richtafstandenlijst geeft voor een scala aan typen van bedrijvigheid de richtafstanden tot gevoelige bestemmingen. Daarbij worden indicatieve richtafstanden gegeven voor de milieuaspecten geluid, stof, geur en veiligheid. Het aspect geluid heeft hierbij de maatgevende (grootste) afstand. Voor het aspect geluid zijn specifieke richtafstanden benoemd. De richtafstanden en index gelden voor een gemiddeld nieuw bedrijf binnen het betreffende type bedrijvigheid. De richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De VNG-publicatie is niet bedoeld voor het beoordelen van bestaande situaties.

De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk (of rustig buitengebied), ingericht volgens het principe van functiescheiding. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kan (gemotiveerd) worden uitgegaan van gemengd gebied. Dit zijn gebieden waar bewust verschillende functies (wonen en bedrijvigheid) met elkaar worden gemengd, zoals (winkel)centra. Voor deze gebieden wordt een hogere milieubelasting aanvaardbaar geacht. Hierbij is vanwege de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al sprake van een hogere milieubelasting. In gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden

blad 38 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Onderzoek In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich, naast wonen, diverse functies. Het gaat hierbij om bedrijven, detailhandel dienstverlening, maatschappelijke bestemming, wonen en de bestemming centrum (binnen deze bestemming is detailhandel toegestaan met hierbij woningen op de tweede en hogere bouwlagen van de gebouwen). Daarnaast bevinden zich rondom het plangebied 50 km/u wegen. Volgens de VNG-brochure behoren gebieden met een matige tot sterke functiemenging tot het omgevingstype 'gemengd gebied'. Gelet op de (directe) omgeving rondom het plangebied wordt ook voor deze locatie het omgevingstype 'gemengd gebied' gehanteerd. Voor deze gebieden wordt een hogere milieubelasting aanvaardbaar geacht. Hierbij is vanwege de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al sprake van een hogere milieubelasting. In gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandstap worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. In een straal van 50 meter zijn geen bedrijven gevestigd waarbij milieuzonering in acht genomen dient te worden. Direct aangrenzend aan het plangebied is al woningbouw aanwezig (en toegestaan).

Deze woningen zijn bepalend voor de aanwezige functies, waardoor toevoeging van woningbouw in het plangebied geen belemmering oplevert voor omliggende functies. Voor het planvoornemen zijn geen belemmeringen met betrekking tot bedrijven en milieuzonering. Conclusie Er worden geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het plan verwacht.

4.1.7

Besluit milieueffectrapportage Wettelijk kader Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.-beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht.

Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die - ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’

blad 39 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

gehanteerd. In 2017 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd. De wetswijziging heeft voor vorm-vrije m.e.r-beoordelingen geen inhoudelijke gevolgen, maar heeft wel een procedurele verande-ring tot gevolg. Het bevoegd gezag dient op grond van de wetswijziging namelijk voorafgaand aan de terinzagelegging van een ontwerpbesluit of ontwerpbestemmingsplan – net als bij ‘formele’ m.e.r.-beoordelingen - te besluiten of al dan niet een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Indien sprake is van een particuliere initiatiefnemer, dient deze een aanmeldnotitie in te dienen op basis waarvan het bevoegd gezag kan besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Activiteit en drempelwaarden In artikel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie 'stedelijk ontwikkelingsproject' (D11.2) opgenomen. De aanleg van nieuwe woningbouwlocaties van enige omvang valt onder dit begrip. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor de 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1° een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2° een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3° een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Dit bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 22 woningen mogelijk en het plangebied heeft een omvang van circa 0,3 hectare. De voorgenomen activiteit blijft dus ruimschoots onder de drempel van 2.000 woningen en/of 100 hectare zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.-beoordelingsplichting. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Onderzoek In Bijlage 5 bij de toelichting is een Aanmeldnotitie opgenomen, waarin de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project uitgebreid beschreven zijn. Kortheidshalve wordt in de Aanmeldnotitie geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige milieugevolgen'. Conclusie In het kader van het bestemmingsplan is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de ontwikkelingen. Er is geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.- beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure.

4.2

Water Wettelijke kader Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit.

blad 40 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 2016-2021, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema's gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de Legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie.

Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'. Onderzoek Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied ligt buiten de grenzen van het grondwaterbeschermingsgebied. Waterberging De beoogde ontwikkeling heeft als gevolg dat het verhard oppervlak met circa 1.800 m² toeneemt (1.200 m² in de oude situatie - 3.000 m² in de nieuwe situatie). In de hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater hanteert het waterschap Brabantse Delta een ondergrens van 2.000 m3 . Hiermee is er vanuit het waterschap geen compensatieverplichting. Conform het beleid van de gemeente Oosterhout dient echter een compensatie plaats te vinden van het totaal toekomstig verhard oppervlak, te weten 3.000 m². Bij de berekeningen van nieuwe stelsels en nieuwe gebieden wordt daarbij gerekend met intensievere regenbuien om rekening te houden met de effecten van klimaatsverandering.

Het doel vanuit het gemeentelijk beleid is om geen 'water op straat'-situatie voor te laten komen bij een regenbui L10 uit de Leidraad Riolering + 10% (ca. 40 mm in één uur). Vanuit het beleid van de gemeente Oosterhout geldt dat er bij een bui 100 (ca. 70 mm in één uur) vanuit openwaterberging (o.a. wadi's) of watergangen niet mag inunderen. Dit leidt tot een totale bergingsopgave van circa 210 m³ (3.000 m² x 0,07 m). Het hemelwater dat terechtkomt op de bebouwing en de openbare verharding wordt beschouwd als schoon wanneer geen uitlogende bouwmaterialen (zoals lood, koper, zink en zacht PVC) gebruikt worden. Ten behoeve van de bergingsopgave kan het schone hemelwater op verschillende manieren worden afgevoerd: 1.

blad 41 van 79

het schone hemelwater kan gescheiden van het vuilwater afgevoerd worden en kan direct worden afgevoerd naar een nabijgelegen infiltratie- of bergingsvoorziening op eigen terrein; Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

2.

het schone hemelwater infiltreren in de bodem. Op basis van het beleid van de gemeente Oosterhout is infiltratie mogelijk bij een doorlatendheid (K-waarde) van 0,5 m per dag of groter. Op basis van de beschikbare gegevens in DINOloket bestaan de eerste meters van de bodem uit zand afwisselend van fijn tot grof. Dit betekent een K-waarde van 1 tot mogelijk 50 m/dag. De GHG uit een beschikbare nabijgelegen peilbuis langs de Zandheuvel blijkt ca. 1,5 tot 1,8 m -mv. Met deze doorlatendheid en grondwaterstand is infiltratie mogelijk. Infiltratie in verhard gebied kan middels waterpaserende verharding en/of infiltratiekratten op eigen terrein. Indien gekozen wordt voor infiltratie, zijn infiltratieproeven aangeraden om de lokale situatie in beeld te brengen en de infiltratievoorzieningen te dimensioneren.

Voor de hemelwaterafvoer gelden, naast de bovengenoemde uitgangspunten, de onderstaande uitgangspunten van de gemeente Oosterhout: Bij nieuwbouw geldt: gescheiden afvoer van regenwater van alle verhard oppervlakken waar dit mogelijk is; Voorkeursvolgorde aanhouden: infiltratie – berging – afvoer; Zoveel als mogelijk bovengrondse afvoer (ook daken), water blijft zichtbaar. Voordeel: minder vervuilingsrisico en waterbeleving van burger; PVC uitvoeren in de kleur grijs als er aangesloten wordt op een regenwaterriolering en uitvoeren in de kleur groen als aangesloten op een infiltrerende voorziening; In verband met terugdringen onderhoudskosten alleen kolken toepassen als geen andere afvoer mogelijk is. Het onderhavig bestemmingsplan biedt de planologische kaders voor een nadere uitwerking van het stedenbouwkundig plan. De exacte ruimtelijke inpassing van een waterberging- of infiltratievoorziening wordt in een later stadium bepaald en valt buiten de reikwijdte van deze watertoets. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de bouwwerkzaamheden vindt de concrete uitwerking van de waterbergingsopgave, in samenspraak met de gemeente Oosterhout, plaats.

De aanleg van verharding is alleen toegestaan indien is aangetoond dat op eigen terrein wordt voorzien in de verwerking van het hemelwater door middel van hergebruik, bodeminfiltratie, (tijdelijke) waterberging of alternatieve voorziening waarbij de capaciteit van de voorziening ten minste 7m3 regenwater per 100 m2 afvoerend verhard oppervlak in één uur kan verwerken. De compenserende waterberging dient in stand te worden gehouden. Ter borging hiervan wordt in de regels van dit bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Waterkwaliteit De gemeente heeft ten behoeve van het plan een regenwaterriool aangelegd in de Keiweg. Het dakoppervlak (inclusief de bergingen) mag hierop geloosd worden. Het schone regenwater wordt afgevoerd en geborgen in park Brakenstein. Het regenwater op de verharding moet geïnfiltreerd worden zonder gebruik te maken van kolken. Het vervuilingsrisico door gebruik, zeker op parkeerterrein, is vrij groot en dat wordt beperkt door voorzieningen zonder kolken (bijvoorbeeld door waterdoorlatende verharding). Dit betekent een aanzienlijk kleinere infiltratiebergingsvoorziening. Het afvalwater wordt aangesloten op het gemengd riool. Ten behoeve van de waterkwaliteit wordt uitsluitend gebruik gemaakt van milieuvriendelijke bouwmaterialen.

Uitloogbare materialen, zoals lood, koper, zink en zacht OVC worden niet toegepast zodat uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater wordt voorkomen. blad 42 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

Watertoets Onderdeel van het rijksbeleid is de watertoets. De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht en vastgelegd. De watertoets dient te worden toegepast op nieuwe ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen, structuurplannen en ook ruimtelijke onderbouwingen. Als een gemeente een ruimtelijk plan wil opstellen, stelt zij de waterbeheerder vroegtijdig op de hoogte van dit voornemen. De waterbeheerders stellen dan een zogenaamd wateradvies op. Het ruimtelijk plan geeft in de waterparagraaf aan hoe is omgegaan met dit wateradvies. Advies waterbeheerder Een concept van de watertoets is tijdens het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan Waterschap. Het waterschap stemt in met de watertoets. In Bijlage 12 is de reactie vanuit het vooroverleg opgenomen. Conclusie Er bestaan naar verwachting geen knelpunten tussen grondgebruik, bestemmingen of waterhuishoudkundige functies in relatie tot waterbeheer. Ten opzichte van de toenmalige situatie vindt een toename van het verhard oppervlak plaats. Negatieve consequenties ten aanzien van de waterhuishouding zijn echter niet te verwachten.

4.3

Kabels en leidingen Kabels, leidingen en straalpaden dienen te worden beschermd tegen ingrepen die de werking ervan kunnen bedreigen. Aan de andere kant dient de omgeving te worden beschermd tegen het gevaar dat van bestaande en toekomstige leidingen, kabels en hoogspanningslijnen kan uitgaan. Uit inventarisatie is gebleken dat er zich binnen of in de directe omgeving van het plangebied geen relevante kabels, leidingen of straalpaden bevinden, waarvoor een planologische regeling moet worden opgenomen. Er liggen in het plan loze kabels en leidingen maar ook in bedrijf zijnde kabels. In de verdere planvorming wordt hiermee rekening gehouden.

4.4

Archeologie en cultuurhistorie

4.4.1

Archeologie Op 25 januari 2012 heeft de gemeenteraad de Erfgoedkaart Oosterhout vastgesteld. Deze kaart geeft de archeologische verwachtingen en archeologische en cultuurhistorische waarden in Oosterhout weer waardoor deze als volwaardig belang in ruimtelijke planvorming mee kunnen worden gewogen. Tevens worden op deze kaart de voorschriften vastgesteld voor de omgang met archeologische bodemschatten in de ruimtelijke inrichting en in bouwprojecten. Op basis van deze kaart geldt voor het plangebied de volgende archeologische waarden: terrein met hoge archeologische waarde; Het gebied ten westen van het plangebied aan de Keiweg kent de volgende archeologische waarden: terrein met hoge archeologische verwachtingszone; historisch lint .

blad 43 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

Ingevolge het gemeentelijk archeologie beleid uit de Erfgoedverordening geldt dat voor gebieden met een hoge archeologische verwachting bodemingrepen die het bodemarchief zouden kunnen aantasten, niet zijn toegestaan. Indien een ingreep dieper gaat dan 0,5 meter onder maaiveld en de ingreep een oppervlak heeft van 100 m² of meer, dan moet ingevolge deze verordening middels een archeologisch onderzoek worden aangetoond of er waarden zijn te verwachten en zo ja, hoe daar mee bij het realiseren van het plan rekening wordt gehouden. Voor het planvoornemen worden ingrepen uitgevoerd dieper dan 0,5 meter onder maaiveld en ingrepen met groter oppervlak dan 100 m², waardoor het nodig is dat een archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd.

Figuur 4.2 - Uitsnede gemeentelijke erfgoedkaart – kaartlaag Archeologische beleidskaart Onderzoek Door Antea Group is een Programma van Eisen opgesteld ten behoeve van het uitvoeren van een archeologisch proefsleuvenonderzoek. Dit Programma van Eisen is bijgevoegd als Bijlage 6 bij de toelichting en kan gezien worden als een bureauonderzoek waaruit voldoende inhoudelijke aanleiding is om een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Doordat de locatie echter een vastgestelde milieu hygiënische bodemverontreiniging bevat die een adequate dekkingsgraad van de proefsleuven onmogelijk maakt, is besloten eerst de mate van intactheid van de bodemopbouw en de aan- dan wel afwezigheid van de oorspronkelijke top van de C-Horizont vast te stellen. Daartoe is een Inventariserend veldonderzoek door middel van boringen en proefputjes uitgevoerd (Bijlage 7). De aangetroffen bodemopbouw laat zich verklaren als een ophogingslaag op een menglaag van resten van de A-Horizont en C-Horizont waarbij niet met zekerheid kon worden vastgesteld of het zand van deze bodemhorizonten ook daadwerkelijk uit het plangebied afkomstig zijn. De oorspronkelijk top van de C-Horizont is dan ook met zekerheid niet meer in het plangebied aanwezig.

Eerder lijkt het er op dat er in het verleden tot tenminste 1,45 meter is afgegraven en dat de bodemopbouw daarna met grond van elders is aangevuld tot het huidige maaiveld. Het advies luidt daarom om de voorgenomen plannen toe te staan zonder verder blad 44 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

archeologisch onderzoek uit te voeren. De gemeente Oosterhout neemt het advies over om in het plangebied geen vervolgonderzoek uit te laten voeren (zie selectiebesluit in Bijlage 10). Vanuit de gemeente wordt dan ook geadviseerd om de Archeologische Monumentenzorg af te ronden en het plangebied vrij te geven voor de geplande bouwactiviteiten. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' zoals aanwezig in het vigerende bestemmingsplan kan voor het plangebied verwijderd worden. Conclusie Er worden vanuit het aspect archeologie geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het plan verwacht.

4.4.2

Cultuurhistorie Voor het vaststellen van de cultuurhistorische waarde van het plangebied is de Erfgoedkaart van de gemeente Oosterhout beoordeeld. Bij bestudering van de Waardenkaart voor historische geografie, welke onderdeel is van de Erfgoedkaart, is gebleken dat de Keiweg een historische ontsluitingsroute van Oosterhout is. Deze weg heeft een redelijk hoge cultuurhistorische waarde. Het plangebied zorgt niet voor een aanpassing van het tracé van de weg. De voorgevel van de nieuwbouw wordt gesitueerd in de voorgevellijn van de naastgelegen percelen. Daarmee doet het plan geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarde van deze weg. Binnen het onderhavige plangebied dan wel in de directe omgeving zijn geen cultuurhistorische objecten of monumenten aanwezig.

4.5

Verkeer en parkeren Verkeer De locatie is op korte afstand tot de kruising Keiweg - Ridderstraat gelegen. Gelet op de hoge intensiteiten (zie tabel 3.1 van Bijlage 1) op deze wegen en de korte afstand tot de kruising (met verkeerlichten) is het niet wenselijk gemotoriseerd verkeer te ontsluiten op de Keiweg. Wel wordt een nieuwe aansluiting voor langzaam verkeer gerealiseerd aan de Keiweg. Ook aan De Burcht wordt voorzien in een langzaam verkeer ontsluiting. De woningen en de bijbehorende parkeervoorzieningen zijn voor gemotoriseerd verkeer te bereiken via de Ridderstraat/ De Burcht. Op De Burcht is sprake van een zeer lage verkeersintensiteit. De Ridderstraat kan hierbij in de twee richtingen worden gebruikt. De straat Burcht (aan de achterzijde van de drive-in woningen aan de Ridderstaat) dient, gelet op de beperkte breedte, eenrichtingsverkeer te worden. Op korte afstand wordt aangesloten op de Ridderstraat (gebiedsontsluitingsweg). Hierna is de verkeersontsluiting te verduidelijking weergegeven.

blad 45 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

Figuur 4.3 Verkeersontsluiting Door de ontsluiting van het gemotoriseerd verkeer via de Ridderstraat / De Burcht te voorzien ontstaan optimale mogelijkheden voor uitwisselbaarheid in gebruik van parkeerplaatsen. De betreffende wegen zijn geschikt om de (beperkte) verkeersbewegingen van en naar het appartementengebouw op te vangen. Door de herinrichting van het gebied ontstaat een overzichtelijke ontsluiting binnen een 30km/uur-zone. Dit bevordert de verkeersveiligheid en sociale veiligheid. Door het planvoornemen zal de verkeersgeneratie op de omliggende wegen toenemen. Met het plan worden maximaal 176 verkeersbewegingen per etmaal verwacht op basis van 8 motorvoertuigbewegingen per woning per dag. Deze verkeersgeneratie kan binnen de capaciteit van de omliggende wegen worden opgevangen. Parkeren De gemeente Oosterhout heeft op 21 mei 2019 de ‘Nota Parkeernormen 2019’ vastgesteld. De gemeente wil de vraag naar parkeergelegenheid goed blijven faciliteren, maar wel op een zodanige wijze dat de bereikbaarheid en leefbaarheid van de stad in zijn geheel als van de verschillende delen daarvan (het centrum, de woonwijken, de bedrijventerreinen e.d.) kan worden gewaarborgd en de kwaliteit van de openbare ruimte behouden blijft. Tegelijkertijd bestaat er bij de gemeente de behoefte om te kunnen experimenteren met nieuwe mobiliteitsconcepten (zoals bijvoorbeeld deelauto’s).

Parkeeronderzoek openbare ruimte In oktober 2019 heeft DTV Consultants een parkeeronderzoek uitgevoerd voor het gehele centrumgebied. Tijdens dit onderzoek is op vier verschillende dagen, op verschillende tijdstippen de bezettingsgraad gemeten. De hoogst geconstateerde bezettingsgraad van het parkeerterrein aan De Burcht was (slechts) 55%. Bij een bezetting tot 80% is sprake van een wenselijk bezettingsgraad. Het huidige parkeerterrein aan de achterzijde van de drive-inwoningen aan de Ridderstraat (De Burcht) kent twee regimes: parkeervergunningplicht (ten behoeve van omwonenden) en betaald parkeren (ten behoeve van winkelend publiek). Voor het beeld van de blad 46 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

bezettingsgraad voor het gedeelte betaald parkeren (23 parkeerplaatsen) op de koopavond is het onderzoek niet representatief, aangezien de koopavond geen deel uitmaakt van het onderzoek. De conclusie van het onderzoek is dat in de directe omgeving van het plangebied geen capaciteitsproblemen aanwezig zijn en er gedurende de onderzochte dagdelen sprake is van een aanzienlijke overcapaciteit. Gelet op de overcapaciteit bestaat de mogelijkheid de bestaande situatie te reconstrueren / optimaliseren en daarmee de ruimtelijke kwaliteit te vergroten. Beoogde parkeersituatie Met dit plan worden 22 appartementen gerealiseerd (variërend in grootte namelijk 1x circa 60m2 , 19 x circa 70m2 en 2x circa 85m2 ). Gelet op de omvang zijn de appartementen te verdelen in de categorie 'koop/huur, goedkoop'. Volgens het parkeerbeleid geldt voor woningen in deze categorie een parkeernorm van 1,1 parkeerplaats per woning (waarvan 0,2 voor bezoekers). De totale parkeerbehoefte bedraagt (22 x 1,1) 24 parkeerplaatsen. Tevens geldt een parkeernorm voor fietsparkeerplaatsen van 3,0 plaatsen per woning. Binnen het plangebied worden 18 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Op basis van het parkeerdrukonderzoek kan voor de resterende 6 parkeerplaatsen gebruik worden gemaakt van de bestaande parkeervoorzieningen.

Opgemerkt wordt dat de bergingen van de appartementen mede voorzien in voldoende fietsparkeerplaatsen. Conclusie Voor de realisatie van het appartementengebouw, de bijbehorende parkeervoorzieningen en de ontsluiting daarvan zijn in verkeerskundig opzicht geen belemmeringen. In art. 9.2 van de regels is een regeling opgenomen dat voldaan moet worden aan de parkeernormering.

4.6

Privacy en schaduwwerking

4.6.1

Privacystudie In het kader van dit plan is een privacy studie uitgevoerd om te bepalen of door de nieuwbouw sprake is van een aantasting van privacy in vergelijking tot de huidige (planologische) situatie. In deze paragraaf wordt ingegaan op de resultaten. De privacy studie is opgenomen als (Bijlage 8). Met de privacy studie is inzichtelijk gemaakt welke wijzigingen op het gebied van privacy plaatsvinden. Ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan vinden wijzigingen plaats in de situering van het bouwvlak en ter plekke van de voorgevel aan de Keiweg neemt tevens de maximale bouwhoogte toe. Gelet hierop is met de privacystudie onderzocht of onevenredige aantasting kan plaatsvinden door zicht vanuit het plangebied op bestaande woonpercelen. In dit geval is de wijziging in beeld gebracht voor de grondgebonden woningen aan de Kloosterstraat. Aan de zuidzijde is het appartementencomplex aan De Burcht aanwezig. Aangezien de buitenruimtes van deze appartementen aan de zuidzijde van het gebouw zijn gesitueerd en aan de noordzijde van het gebouw galerijen en overige verkeersruimten aanwezig zijn, is het appartementencomplex De Burcht niet nader betrokken in de privacystudie. Uitgangspunten vigerend bestemmingsplan Op basis van het vigerend bestemmingsplan is een bedrijfsgebouw met een maximale

blad 47 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Centrum Oosterhout 2017, herziening 1 Keiweg 5 7

Gemeente Oosterhout Projectnummer 433527

bouwhoogte van 7 meter toegestaan tot op de perceelsgrens. Uitgegaan is van een bedrijfspand met 2 bouwlagen. In de privacystudie is het mogelijke bedrijfsgebouw op 2 meter afstand van de perceelsgrens gesitueerd in verband met burenrecht (artikel 5:50 lid 1 BW). De wet bepaalt namelijk dat het niet geoorloofd is binnen twee meter van de erfgrens vensters of andere muuropeningen dan wel balkons of soortgelijke werken te hebben, voor zover deze op dit erf uitzicht geven. Uitgangspunten nieuw bestemmingsplan Op basis van het nieuwe bestemmingsplan is ter plekke van het langgerekte deel van het appartementencompmlex (achterterrein) een maximale bouwhoogte van 7 meter toegestaan. Ter plekke van de voorgevel aan de Keiweg is een maximale bouwhoogte van 10 meter mogelijk. Resultaat Ter plaatse van het langgerekte deel van het nieuwe appartementencomplex (max. bouwhoogte 7 meter) is het zicht op percelen aan de Kloosterstraat minder fors, vergeleken met de vigerende situatie, op basis van het vigerend bestemmingsplan.

Ter plaatse van het langgerekte deel van het nieuwe appartementencomplex is namelijk zicht op een deel van de begane grond en de verdiepingen daarboven van de Kloosterstraat, terwijl in de vigerende situatie (Vigerend bestemmingsplan) een groot deel van de achtertuin, de gehele begane grond en de verdiepingen daarboven van de woningen aan de Kloosterstraat zichtbaar zijn vanuit deze plek in het nieuwe appartementencomplex. De bergingen die op het terrein van het nieuwe appartemencomplex worden gerealiseerd (max. 3 meter, zie artikel 4.2.2 regels) en de mogelijkheid tot realisatie van een schutting op de percelen aan de Kloosterstraat (max. 2 meter hoog) zorgen voor deze verkleining van het zicht op de Kloosterstraat. Zodoende is sprake van een verbetering van de situatie ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan daar waar het gaat om het langgerekte deel van het nieuwe appartementencomplex van maximaal 7 meter hoog. Voor de schuttingen op de percelen van de Kloosterstraat is uitgegaan van een maximale bouwhoogte van 2 meter, conform de bepaling in artikel 16.2.5 lid b van het vigerende bestemmingsplan 'Centrum 2017': de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m. Ter plaatse van de voorgevel van het nieuwe appartementencomplex, langs de Keiweg (max. bouwhoogte 10 meter) zijn geen bergingen voor de nieuwe appartementen voorzien.

Bij het realiseren van een schutting op de percelen van de Kloosterstraat (max. 2 meter hoog) ontstaat er qua zicht een vergelijkbaar beeld als in de vigerende situatie op basis van het vigerend bestemmingsplan. Er is namelijk zicht in de achtertuin, op de begane grond en op de verdiepingen daarboven van de woningen aan de Kloosterstraat. Dit geldt ook voor de vigerende situatie op basis van het vigerend bestemmingsplan. Zodoende is sprake van een genoeg gelijkblijvende situatie wat betreft de privacystudie daar waar het gaat om het deel van het appartementencomplex van maximaal 10 meter hoog. Bij de vergelijking tussen de maximale mogelijkheden op basis van het vigerende en nieuwe bestemmingsplan, wordt geconcludeerd dat sprake is van een genoeg gelijkblijvende situatie daar waar het appartementencomplex maximaal 10 meter hoog is en van een verbeterde situatie daar waar het appartementencomplex maximaal 7 meter hoog is voor de grondgebonden woningen aan de Kloosterstraat ten opzichte van het vigerende blad 48 van 79

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=db446648-e3ba-44f6-b336-1980bb64e072