1.3 nota Zienswijzen Bijlage 3 paragraaf 3.3 individuele beantwoording zienswijzen
Tekst van het document
Reclamant
Thema
Inhoud zienswijze
Beantwoording
Reclamant 11
Alternatief
Reclamant 11
Horizonvervuiling
Reclamant 11
Privaatrechtelijke belemmering
Reclamant 11
Zorgvuldigheidsbeginsel
Reclamant 11
Waardevermindering woning
Reclamant 11
Zorgvuldigheidsbeginsel
Reclamanten menen dat er te veel focus is op wind op land, vooral in de gemeente Hierop wordt ingegaan bij de paragraaf 3.2.2 Algemeen beleid duurzame energie en paragraaf 3.2.6 Geluid en Oosterhout. Een schorsing c.q. staking of opschorting en zelf standstill van de gezondheid. gemeente is daarom op zijn minst, mede gelet op de te verwachten onderzoeken omtrent gezondheid van het RIVM, vereist om daarna nader te onderzoeken op welke Aardwarmte is een energiebron die geschikt is voor het verwarmen van de huizen. Deze bron zal zeker gebruikt wijze en in hoeverre Oosterhout op een minder ingrijpende wijze kan bijdragen aan de worden om omwonenden van het gas af te krijgen. Aardwarmte kan echter geen alternatief bieden voor energietransitie. Reclamanten menen dat aardwarmte ook een geschikt alternatief is. elektriciteit. Windenergie is daarom naast zonenergie op dit moment de enige bewezen techniek om duurzame energie grootschalig op te wekken en dus onze doelstelling op dat gebied te realiseren. Reclamanten menen dat het materiaal en de kleursamenstelling van de windturbines Omdat een flexibele omgevingsvergunning is aangevraagd, is een indicatieve kleurstelling en materiaalgebruik vooraf dient te worden vastgesteld. aangevraagd. De exacte kleurstelling van de windturbines en materiaalgebruik wordt bekend gemaakt bij de selectie van windturbinetypes.
Zodra de definitieve turbinetypes bekend zijn, worden de RAL-kleurnummers en overige definitieve bouwgerelateerde eigenschappen gemeld aan het bevoegd gezag. De windturbines krijgen hoe dan ook, onafhankelijk van het definitieve type windturbine, een tint (licht)grijs en het materiaal van de mast is beton, staal of een combinatie, zoals de aanvraag ook aangeeft. Op dit moment is geen onderzoek geweest naar de zakelijke rechten op de gronden Er is geen sprake van evidente zakelijke beperking. Met de grondeigenaren is overeenstemming voor realisatie (plangebied) aldaar. Zonder nader onderzoek kan dus worden vastgesteld dat de van het windpark. vergunning niet kan worden uitgevoerd, nu bij gebrek aan wetenschap daaromtrent, reclamanten geen zekerheid hebben over de civielrechtelijke situatie in het plangebied. Hierbij wordt onder meer verwezen uitspraak van de ABRvS 17 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:BY0377. Reclamanten vragen zich af in hoeverre - betwisten bij gebrek aan wetenschap De gekozen worst case windturbine is een realistische (voor de locatie en in relatie tot wat er op de markt is en daaromtrent - de onderzoeken van Pondera sprake is van een worst-case benadering komt voor zo ver bekend) worst case windturbine. Dat betekent een windturbine met een hoog bronvermogen nu de keuze van de voorbeeldturbine niet wordt onderbouwd.
qua geluid en maatgevend voor de maximale effecten die windturbines in het plangebied zullen veroorzaken. De keuze is toegelicht in het akoestisch rapport. De definitieve keuze windturbines dient uiteindelijk binnen de maximale belasting te passen zoals nu onderzocht en waar een melding bij de gemeente voor is gedaan. Reclamanten vrezen de gevolgen voor hun financiële positie door de mogelijke komst Hierop wordt ingegaan in paragraaf 3.2.10.2 Waardedaling huizen en planschade. van de windturbines, Het is algemeen bekend dat woningwaarden dalen als in de nabijheid windturbines worden geplaatst. Volgens reclamanten is de Het zonnepark zal naar verwachting niet tot een daling van de woningwaarde leiden, gezien de afstand tot de nadeelcompensatieregeling van artikel 6.1 Wro niet afdoende. Zij vinden het voorts woningen en de (on)zichtbaarheid daarvan. opmerkelijk dat het zonnepark als een apart project wordt vergund, waardoor planschade per project wordt beoordeeld in plaats van als geheel. Volgens reclamanten is in de ontwerp-omgevingsvergunning voor het windpark geen De aanvraag omgevingsvergunning is ingediend voor een bandbreedte voor wat betreft de afmetingen van bandbreedte vastgelegd. Reclamanten eisen dat de ontwerp-omgevingsvergunning windturbines.
Voor de bijbehorende (milieu)onderzoeken is uitgegaan van de maximale effecten uitgaande van een bandbreedte vaststelt zodat een redelijke inschatting kan worden gemaakt ter deze bandbreedte. Zo is er inzicht in de maximale effecten als gevolg van het windpark zodat ook een redelijke realistische benadering c.q. beoordeling. inschatting gemaakt kan worden van de realistisch optredende effecten: dit is namelijk gelijk of minder dan worst case wanneer de definitieve keuze voor de windturbine is gemaakt. De aanvraag maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunning zoals ook in de ontwerp-omgevingsvergunning staat vermeld.
Reclamant 11
Water
Reclamanten maken zich zorgen over de bodem van het gebied. Zij schrijven dat het Vooralsnog zal het verlagen van de grondwaterstand mogelijk alleen nodig zijn tijdens de aanleg van het waterschap benadrukt in de watertoets dat voldoende drooglegging nodig is om windpark. Na afsluiting van het bouwproces wordt de normale grondwaterstand hersteld, waardoor negatieve grondwateroverlast te doen voorkomen. Reclamanten verlangen dit nader onderzoek. effecten op de kwantiteit en kwaliteit van het grondwater niet aan de orde zijn. Voor eventuele grondwateronttrekking is een watervergunning nodig op basis van de Keur voor start van de bouwwerkzaamheden (en dus uitvoeren grondwaterontrekkingen) zoals de watertoets beschrijft. Het waterschap vraagt in haar reactie nu ook niet om nader onderzoek.
Reclamant
Thema
Inhoud zienswijze
Reclamant 11
Geluid
Reclamant 11
Slagschaduw
Reclamant 11
Zorgvuldigheidsbeginsel
Reclamant 11
Externe veiligheid
Reclamanten maken zich ten aanzien van de leefbaarheid zorgen om o.a. geluid. Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.5 Geluid en 3.2.6 Geluid en gezondheid. Volgens reclamanten voldoen de norm én het onderzoek naar (laagfrequent) geluid niet aan artikel 1.11 Activiteitenbesluit milieubeheer jo. artikel 3.14a tot en met e en Op verzoek van de gemeenteraad is door TNO een second opinion uitgevoerd naar het onderdeel laagfrequent bijlage 4 activiteitenregeling milieubeheer. Een goed woon- en leefklimaat kan en geluid uit de ruimtelijke onderbouwing bij de vergunningaanvraag. Het eindrapport wordt bij de beantwoording wordt niet gegarandeerd. Ook al voldoet het windpark materiaal aan de wettelijke van de zienswijzen toegevoegd. meet- en rekenvoorschriften, formeel is dat niet het geval. Reclamanten vinden het ongebrijpelijk dat de gemeente Oosterhout moedwillig haar burger in gevaar brengt door deze windturbines toe te laten. Hierbij wordt verwezen naar onderzoeken vanuit het RIVM. Reclamanten maken zich ten aanzien van de leefbaarheid zorgen om o.a. Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.4.2 Ruimtelijk aanvaardbare normen voor Windpark A59 en 3.2.7.3 slagschaduw. Eneco hanteert het beleid om maximaal 30 minuten slagschaduw per Hinder door slagschaduw.
jaar op woningen toe te voegen met het windpark, echter dit beleid is niet handhaafbaar nu de voorschriften van de ontwerp-omgevingsvergunning verwijzen naar de norm van de Activiteitenregeling. Reclamanten vragen om de norm ex artikel 3.12 Activiteitenregeling niet toe te passen omdat toepassing van de norm in de concrete gevalsomstandigheid onredelijk uitwerkt, niet garandeert dat initiatiefnemers aan wettelijke plicht tot bescherming van de goede ruimtelijke ordening gaat voldoen zodat niet gesteld kan worden dat in redelijkheid aansluiting bij de norm kan worden gezocht. Daarnaast dient de Activiteitenregeling niet te worden toegepast nu deze in strijd is met de SMB-richtlijn op grond van het recente arrest van het HvJ van de EU. Reclamanten betwisten op basis van de nodige nadere onderzoeken van het RIVM over gezondheidseffecten, onderzoek naar laagfrequente trillingen en woningwaardedaling de totstandkoming en inhoud van het rapport omtrent slagschaduw van 6 oktober 2020. Reclamanten maken zich ten aanzien van de leefbaarheid zorgen om o.a. visuele Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.3.3 Cluster met windpark Weststad en 3.2.1.5 Zorgvuldigheidsbeginsel interferentie. Zij achten het onbegrijpelijk dat Windpark Energiepark A59 als een cluster wordt gezien in combinatie met Windpark Weststad III.
Naar mening van Dat de gemeente haar eigen beoordelingsruimte heeft wordt ook bevestigd door de uitspraak van de Raad van reclamanten handelt het bevoegd gezag hiermee in strijd met het verbod op willekeur State inzake Windpark De Rietvelden voor wat betreft clustervorming. (ABRvS, ECLI:NL:RVS:2019:2720) van artikel 3:3 Awb nu anders strijd zou bestaan met de IOV als het windpark niet als cluster beschouwd wordt. Het bevoegd gezag kiest er moedwillig voor om de definities zo uit te leggen dat het windpark 'passend' is binnen de wet- en regelgeving, en nadere onderzoeken worden achterwege gelaten. Dit perkt de rechtsbescherming van reclamanten ontoelaat in, hetgeen in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel. Ter illustratie verwijzen reclamanten naar p. 46 in de onderbouwing. Reclamanten maken zich ten aanzien van de leefbaarheid zorgen om o.a. ijsafzetting. De omstandigheden waarbij ijsvorming optreedt komen maar enkele keren per jaar voor, namelijk tijdens de Reclamanten zijn van mening dat een ijsdetectiesysteem noodzakelijk is. Reclamanten winterperiode. Dit is buiten het seizoen waarin normaal gesproken op agrarische percelen nabij de betwisten dat het windpark veilig is om in gebruik te nemen en aan te leggen. Het is windturbines werkzaamheden plaatsvinden.
Bij dit plan zijn er daarnaast geen ijsafwerping-gevoelige objecten van evident belang op minstens de risico's te onderzoeken naar ijsafzetting t.a.v. de in de directe nabijheid. De windturbine draaien ook niet over een openbare weg waardoor een risico voor uiterwaarden, dijken, leidingen in de bodem, verzakkingen in de grond en instabiele passanten kan ontstaan. Het risico op ongevallen door ijsafwerping is daardoor dusdanig klein dat niet bodem door grondwater. gesproken kan worden van onaanvaardbare gevolgen voor de veiligheid. Ijsafzetting levert geen risico op voor dijken, leidingen in de bodem, verzakkingen in de grond en instabiele bodem door grondwater.
Reclamant 11
Geluid
Beantwoording
Voor de volledigheid wordt hiervoor een regel opgenomen in de vergunning: een windturbine dient te worden voorzien van een ijsdetectiesysteem, tenzij de veiligheid ten aanzien van ijsafworp op andere wijze aantoonbaar geborgd kan worden. Het rapport van Pondera vermeldt eveneens de effecten van andere geluidsbronnen. Gezien de geringe hoeveel treinen op het tracé op industrieterrein Weststad (circa 250 treinen per jaar op Hieruit blijkt dat niet alle andere geluidsbronnen zijn meegenomen, zoals het basis van gegevens ProRail) is cumulatie met spoorweglawaai niet beschouwd. Spoorweggeluid draagt niet spoorwegverkeer. Dit is volgens reclamanten onbegrijpelijk, zulks in strijd met het relevant bij aan de cumulatieve geluidbelasting. zorgvuldigheidsbeginsel.
Reclamant
Thema
Inhoud zienswijze
Beantwoording
Reclamant 11
Procedure
Reclamanten vinden het opmerkelijk dat de watervergunning niet is opgenomen in Het toepassen van de coördinatieregeling verplicht niet tot het coördineren van álle vergunningen. De deze coördinatieregeling. Volgens reclamanten te meer nu deze volgens de toelichting gemeentelijk coördinatieregeling biedt alleen maar de mogelijkheid gemeentelijke vergunningen te vereist is om te kunnen spreken van een goede ruimtelijke ordening. Reclamanten Coördineren, waardoor de watervergunning op basis van de gemeentelijke regelgeving ook niet betwisten dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening, minstens op het aspect meegecoördineerd kan worden. De benodigde watervergunning voor overdraai over een a-watergang en 'water'. overige waterkering is reeds aangevraagd en verleend door het waterschap op 7 juni 2021. Er is geen enkele grond aan te nemen dat er geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening op dit punt.
Reclamant 11
Natuur
Reclamanten betwisten dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening op natuur nu De ontheffing soortenebescherming hoeft niet te worden toegevoegd aan het ontwerp ter voldoening aan een de ontheffing soortenbescherming niet is toegevoegd aan het ontwerp. goede ruimtelijke ordening. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient aannemelijk te worden gemaakt dat de ontheffing kan worden verleend en dat is het geval.
Reclamant 11
Externe veiligheid
Binnen de identificatieafstand bevindt zich een risicovolle installatie, een biogasopslag. Het zou, juist gelet op de aard van de opslag, passend zijn een aanvullende risicoanalyse te laten plaatsvinden.
Reclamant 11
Lichthinder
De WNB ontheffing is op 10 augustus 2021 verleend en is reeds onherroepelijk. Er bevindt zich inderdaad een biogasopslag binnen de iddentificatieafstand. In de externe veiligheidsanalyse zijn daarom ook de effecten op deze opslag inzichtelijk gemaakt. De trefkans van de biogasinstallatie is 2,7 x 1008 per jaar. Dit is een dergelijke kleine trefkans (2,7% van 1x10-06) dat de risicotoevoeging van de windturbine als verwaarloosbaar klein kan worden gezien. Er hoeft geen aanvullende risicoanalyse van de biogasopslag te worden uitgevoerd. Reclamanten maken zich ten aanzien van de leefbaarheid zorgen om o.a. Het toepassen van verlichting is verplicht in het kader van de luchtvaartveiligheid. Verlichting wordt uitgevoerd obstakelverlichting. Een voorstel voor het aanbrengen markering en obstakellichten conform de vereisten uit het Informatieblad “Aanduiding van windturbines en windparken op het Nederlandse op windturbines en windparken dient voorafgaand aan de realisatie van het windpark vasteland, In relatie tot luchtvaartveiligheid" van de Inspectie voor Luchtvaart en Transport. Dit informatieblad ter instemming te worden voorgelegd aan de inspectie Leefomgeving en Transport. biedt de mogelijkheid de lichtsterkte te verminderen bij goed zicht en de lichten vastbrandend uit te voeren. Het verlichtingsplan kan derhalve niet voorafgaand de plannen door reclamanten worden beoordeeld.
Dit leidt volgens reclamanten tot een onzorgvuldig genomen Voor de windturbine(s) wordt voor de aanvang van de bouw inderdaad een verlichtingsvoorstel uitgewerkt besluit. Zij verzoeken om, mede ingevolge het evenredigheidsbeginsel en de op dat gericht op (voor zo ver ook noodzakelijk en mogelijk) het zo veel mogelijk beperken van hinder, moment best beschikbare technieken, tot aanbrengen van verlichting op de minst overeenkomstig het Informatieblad en de dán best beschikbare technieken kunnen dan worden meegenomen. bezwarende wijze door alleen obstakelverlichting aan te brengen en niet brandt door Het toepassen van radardetectie is weliswaar al opgenomen in het Informatieblad als optie maar deze is nu nog middel van radar gestuurde signalen, radardetectie. Hier wordt verwezen naar het niet juridische verankerd in landelijke regelgeving, dus alsnog niet formeel worden toegepast. Informatieblad van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 24 mei 2020, 'Aanduiding van windturbines en windparken op het Nederlandse vasteland - in relatie Markeringslichten veroorzaken gezien de afstanden tot woningen geen lichthinder in die zin dat de lichtbundel tot luchtvaartveiligheid'. in woonruimte en op percelen schijnt. De verlichting is bedoeld voor de luchtvaartveiligheid en is derhalve naar boven schijnend.
hiervoor wordt het volgende opgenomen in de vergunning: Alvorens een windturbine voor energieproductie in gebruik genomen en gehouden mag worden, dient de obstakelverlichting op de turbine gerealiseerd te zijn conform een door Inspectie Leefomgeving en Transport goedgekeurd verlichtingsplan, dat voldoet aan de volgende eisen: 1) het verlichtingsplan is gericht op het zoveel mogelijk beperken van hinder voor de omgeving, 2) waarbij de veiligheid van het luchtverkeer niet in gevaar wordt gebracht. Terzijde wordt opgemerkt dat de ILenT het verlichtingsplan reeds heeft goedgekeurd. Zie ook paragraaf 3.2.7.4 visuele hinder door (obstakel)verlichting
Reclamant
Thema
Inhoud zienswijze
Beantwoording
Reclamant 11
Milieu
De voorliggende besluiten zien niet op het toepassen van PFAS houdende grond en betreft eveneens niet de aan- of afvoer van grond. Indien ten behoeve van het project grond wordt afgevoerd dient dit te voldoen aan het wettelijke kader voor grond, inclusief hetgeen geldt voor PFAS.
Reclamant 11
Externe veiligheid
Reclamanten maken zich ten aanzien van de leefbaarheid zorgen om o.a. PFAS. Volgens reclamanten met zekerheid is vast te stellen dat er mogelijk sprake is van PFAS gronden en daarmee een onzekerheid voor reclamanten. Nu er geen bodemonderzoek en geen onderzoek naar PFAS is gedaan, kan het mogelijk de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staan. Het blijft onduidelijk of wordt voldaan aan het tijdelijk handelingskader voor het gebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie d.d. 28 november 2019. Reclamanten verzoeken daarom nadere informatie en relevante onderzoeken. Reclamanten maken zich ten aanzien van de leefbaarheid zorgen om o.a. externe veiligheid. Reclamanten betwisten dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening op externe veiligheid. Zij betwisten dat er geen kwetsbare objecten risico's zijn in het Windpark Energiepark A59. Op 280 m ligt namelijk een gebouw van een omwonende.
Reclamant 11
communicatie en participatie
Reclamant 11
Zorgvuldigheidsbeginsel
Reclamant 11
Horizonvervuiling
Reclamant 11
Landschap
Reclamant 11
effect op toerisme en landschap
De plaatsgebonden risicocontouren liggen volgens de vuistregels uit het Handboek Risicozonering windturbines nooit verder dan de volgende afstanden: (1) De PR10-05 contour ligt maximaal op een afstand van een halve rotordiameter (hier: 85 meter) en (2) de PR10-06 contour ligt maximaal op de grootste afstand van of de tiphoogte (235 meter) of de werpafstand bij nominaal toerental (186 meter). Het dichtbijzijnde gebouw ligt op 280 meter, dus buiten beide contouren, waardoor er geen sprake is van een risico. Het gaat hierbij om een gebouw bij de RWZI, dit gebouw is niet aan te merken als een kwetsbaar object. Hierop wordt ingegaan bij de paragraaf 3.2.1 procedure en participatie en 3.2.2. algemeen beleid duurzame energie.
Reclamanten menen dat de gemeente Oosterhout en initiatiefnemer onvoldoende inspanning hebben geleverd om de inwoners inspraak te leveren. Gemeente Oosterhout zou het goede voorbeeld kunnen geven door de ontwerp-vergunning in te trekken en ten minste totdat meer onderzoeken omtrent participatie en gezondheid Het college heeft gewacht met het verder in procedure brengen van de stukken tot alle aanvullende bekend zijn. Reclamanten verlangen nu staking en stopzetting. onderzoeken zijn uitgevoerd. Reclamanten vinden het volstrekt onbegrijpelijk dat de ruimtelijke onderbouwing drie De ruimtelijke onderbouwing gaat uit van twee windturbines en niet van drie zoals indiener aangeeft. Enkele windturbines bezigt, zo ook in hoofdstuk 4 van de planbeschrijving. Hierbij is het keuzes in het plan zijn wel gemaakt nog uitgaande van een plan van drie windturbines. De ruimtelijke rechtens onjuist om geen landschappelijke afweging bij de positionering te maken. onderbouwing motiveert juist dat een herpositionering vanuit landschap met het vervallen van de derde Het betreffen windturbines van 235 m hoog, hetgeen op zijn minst een objectieve, windturbine niet tot kwaliteitsverbetering van het plan leidt.
Er is dus wel degelijk een gemotiveerde onafhankelijke (andere deskundige dan Pondera) landschappelijke afweging heroverweging geweest zoals te lezen is in paragraaf 4.5 van de ruimtelijke onderbouwing. De landschappelijke rechtvaardigt. Volgens reclamanten komt de bemoeienis van Pondera er op neer dat onderbouwing voor het windpark is overigens door een extern deskundige landschapsarchitect van Oog voor beperkingen worden afgezwakt en onderzoek zo belicht wordt dat deze niet een Schoonheid Landschapsarchitectuur opgesteld, zoals ook in de ruimtelijke onderbouwing is te lezen in belemmering voor plaatsing windturbines vormen. paragraaf 4.4. Reclamanten betwisten dat Windpark Energiepark A59 voldoet aan de IOV. Het Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.3.3 Cluster met windpark Weststad. windpark is namelijk in strijd met artikel 3.37 IOV, nu het niet inpasbaar is in de omgeving en er geen sprake is van een cluster van minimaal drie windturbines. Hieruit kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met artikel 3.2 en 3.4 van de Awb. Windpark Weststad III is op een industrieterrein gesitueerd in een andere opstelling en er zijn andere type en soort windturbines toegepast. Ook qua tiphoogte en obstakelverlichting zijn de windturbines anders dan op Weststad III. Vanwege het ontbreken van de definitie cluster is sprake van strijd met artikel 3:2 jo. 3:4 Awb.
De toelichting maakt gebruik van enkele visualisaties, genomen op vijf fotopunten ver De landschappelijk beoordeling is opgesteld vanuit standpunten waar de meeste waarnemingen plaatsvinden verwijderd van het plangebied. Deze visualisaties doen volgens reclamanten geen en dat is vooral vanuit omliggende woonwijken. De visualisaties die gebruikt zijn voor de beoordeling zijn dan recht aan de werkelijkheid. Een visualisatie vanuit het poldergebied ontbreekt in het ook vooral vanuit die gezichtspunten gemaakt. Figuur 4.7 in de ruimtelijke onderbouwing laat de fotopunten geheel. De gekozen fotopunten zijn derhalve niet zorgvuldig gekozen en doen geen van de visualisaties zien. Aanvullend zijn er overigens in overleg met Wijkraad Raamsdonkveer nog enkele recht toe aan de daadwerkelijke vervuiling van het landschap. visualisatie gemaakt die te vinden zijn op de projectwebsite via de link: https://www.windvisualisaties.nl/VIS/wpenergieparka59/index.html. Reclamanten, afkomstig uit het plangebied en dooromheen, maken zich zorgen over Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.8 Ruimtelijke kwaliteit. de effecten van de windturbines op het landschap en stadsgezicht.
Zij maken zich daarbij ook zorgen dat wegens de toenemende windparken in hun omgeving de lokale Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de uitbreiding van het bestaande windpark op Weststad met 2 economie eronder zal zuchten. Reclamanten vrezen dat toeristen het gebied eerder windturbines (in de Oranjepolder) gevolgen zal hebben voor de lokale economie. Het is nu geen gebied dat zullen gaan kwalificeren als een (industrie)veld van windturbines in plaats van een dagjestoeristen uitnodigt om te recreeeren. Ook zijn hiertoe geen voorzieningen in de buurt van het plek voor een dagje uit. De windturbines hebben volgens reclamanten een negatief plangebied. het recreatief medegebruik van de polder betreft nu vooral omwonenden en/of passanten. Dit zal effect op het beleid om toerisme te laten floreren. met de komst van de twee windturbines niet veranderen.
Reclamant
Thema
Inhoud zienswijze
Beantwoording
Reclamant 11
inkomsten voor eigen bewoners
Reclamant 11
Milieu
Reclamant 11
capaciteit energienet
Reclamant 11
Financiën
Reclamant 11
Procedure
Reclamant 11
Opeenstapeling plannen
Reclamanten vrezen de gevolgen voor hun financiële positie door de mogelijke komst De gemeente Oosterhout is geen eigenaar van de windmolens en heeft daarmee geen zeggenschap over de van de windturbines. Reclamanten verlangen dat de opgewekte energie niet wordt contracten die Eneco sluit voor de levering van de stroom. Lokale grootafnemers zijn van harte uitgenodigd geëxporteerd aan de grote datacentra en anderen. De energie dient te worden gebruik te maken van de op te wekken stroom. Overigens wordt het stroom geleverd aan het net, waarbij afgevoerd naar de regio Oosterhout en dat de inwoners daadwerkelijk kunnen verbruik van stroom vaak bij de productielocatie plaatsvindt. Immers, transport van stroom betekent verlies. participeren in het energiepark. De stroom zal dus altijd in de regio verbruikt worden. Inwoners kunnen een contract voor de energieafname bij Eneco afsluiten. De wens tot participatie en lokaal eigenaarschap is overigens geen onderdeel van de beoordeling of een omgevingsvergunning kan worden verleend. Reclamanten vinden het onbegrijpelijk dat geen nader onderzoek is verricht op lokale De lokale weg in het plangebied is de Hillenweg en deze is doodlopend, waardoor er geen sprake kan zijn van wegen in het plangebied. Als het windpark volgens de opvatting van initiatiefnemer en grote verkeersintensiteiten.
De eerste openbaar toegankelijke lokale wegen zijn gelegen buiten het windpark de gemeente een verrijking is voor het landschap volgen er stopmomenten. zijn de snelweg A59, de Domeinweg en de Kromgatweg zoals ook beschreven de ruimtelijke onderbouwing. Dit Reclamanten betwisten de conclusie van de verkeersexpertise dat er maar beperkt zijn lokale wegen waar geen significante hoeveelheden verkeer wordt verwacht. Er gelden ook geen verkeer zal passeren. De verkeersveiligheid zal volgens reclamanten ernstig in het veiligheidseisen voor deze wegen. Voor de volledigheid is het individueel passantenrisico (IPR) en het geding komen. maatschappelijk risico (MR) uitgerekend voor een fietsende passant op de minimale afstand van 26 meter (Domeinweg bijvoorbeeld) volgens de vereisten voor rijkswegen. Het IPR bedraagt 2,9x10-08 bij 500 passages van een individu per jaar en zelfs bij 1.000 fietsers per dag is het MR nog 2,1 x10-05. Ook voor lokale wegen kan er ruim worden voldaan aan de eisen die Rijkswaterstaat stelt voor passanten waardoor er geen aanleiding is aan te nemen dat de verkeersveiligheid in het geding is.
Deze veronderstlling wordt verder ook niet Daarnaast betwisten reclamanten dat, en zo ja in hoeverre het energienet de extra Eneco heeft een contract met de netbeheerder Enexis afgesloten voor de ontsluiting van de opgewekte energie gegeneerde stroom kan verwerken, ook evenzo dat de stroom wordt geleverd en ten en Enexis heeft reeds ruimte op het net gereserveerd voor het windpark A59. Enexis zorgt ervoor en heeft de goede komt aan de regio. Bij gebrek aan wetenschap betwisten reclamanten dat het plicht dat de capaciteit van haar netwerk afdoende is om deze ontwikkeling mogelijk te maken. netwerk deze wijze van stroom niet kan transporteren (waar de gemeente begrijpt dat "kan transporten"wordt bedoeld). Precair is dat wordt verwezen naar het verdeelstation op het grondgebied van de gemeente Geertruidenberg, die ernstige bezwaren heeft jegens Windpark Energiepark A59. Bij reclamanten overheerst het gevoel dat Windpark Energiepark A59 vooral een Dat het project economisch rendabel is blijkt uit het feit dat een partij als Eneco deze ontwikkeling realiseert. geldkwestie is. De extra inkomsten die het windpark doet generen is de Het onderzoek van Topwind dat in opdracht van de gemeente Oosterhout is uitgevoerd laat tevens zien dat er hoofdoverweging om de windturbines op deze locatie te realiseren.
Er is bovendien sprake is van een rendabele businesscase, welke blijft binnen de gangbare verdiennormeringen vanuit geen goede gezonde, laat staan sterke, business case. Om deze verlieslatende situatie economisch perspectief. is de vorige initiatiefnemer al afgehaakt. De onderbouwing van de economische uitvoerbaarheid is voorts zeer summier. Hierdoor is geenszins inzichtelijk in hoeverre het Windpark uitvoerbaar is. Reclamanten betwisten bij gebrek aan wetenschap dat het project economisch en financieel haalbaar is, mede gelet op de onduidelijkheid over de nog toe te wijzen SDE++ subsidies. Reclamanten betwisten dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening vanuit de Bij de vaststelling van een ruimtelijke plan voor de ontwikkeling van een windpark dient rekening gehouden te aspecten vliegverkeer en radar. Het bevoegd gezag, het Ministerie van Defensie heeft worden met de regels die het Barro stelt in Titel 2.6 Defensie ten aanzien van militaire radarstations, en over nimmer haar goedkeuring verleend, hetgeen volgens reclamanten noodzakelijk is op beperkingen rondom een radarstation en de beoordeling van gevolgen van bouwwerken, als ook beperkingen basis van het Barro. in verband met militaire laagvliegroutes jacht- en transportvliegtuigen.
Over de resultaten van het radarverstoringsonderzoek is op basis van het Barro goedkeuring van het ministerie van Defensie noodzakelijk. Op 24 juni 2020 heeft het Rijksvastgoedbedrijf van het Ministerie van Binnenlandse Zaken deze verklaring van geen bezwaar voor windpark Energiepark A59 met drie windturbines afgegeven. Per e-mail d.d. 12 augustus 2020 is bevestigd dat deze verklaring van geen bezwaar ook geldt voor een windpark met twee windturbines (zie ook bijlage 5 bij de ruimtelijke onderbouwing). Reclamanten maken zich ten aanzien van de leefbaarheid zorgen om o.a. cumulatie. Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.5.4 Cumulatief geluid en 3.2.8.4 Cumulatie van projecten. Met de cumulerende effecten van de Rijksweg, het treinspoor en omliggende parken, Windpark Weststad III, wordt niet en/of onvoldoende rekening gehouden. Aanvullend hierop kan worden gesteld dat de gebruikte etmaalintensiteiten opgehoogd zijn met de toename Reclamanten verwachten dat de aanpassingen van knooppunt Hooipolder en het door het tracebesluit A27 en representatief is voor deze situatie. vervallen van afrit 34 Raamsdonkveer het verkeer zal worden afgehandeld via afrit 33, Oosterhout. De A59 wordt volgens hen drukker in de toekomst. Reclamanten betwisten derhalve dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving, waardoor een goede ruimtelijke ordening niet meer geldt.
Reclamant
Thema
Inhoud zienswijze
Beantwoording
Reclamant 11
Natuur
Zonder onderzoek naar reductie van vogelsterfte kan volgens reclamanten niet worden geconcludeerd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.9 Natuur (Flora en Fauna).
Reclamant 11
MER
Reclamant 11
Zorgvuldigheidsbeginsel
Reclamant 11
Europees recht
Reclamanten betwisten de aanname dat in de zin van het Besluit m.e.r. geen sprake is Er is sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht wanneer er sprake is van een windpark van 3 windturbines of van een windpark en stellen dat, mede in het licht van de europese regelgeving en de meer. Het gaat in de aanvraag om twee windturbines. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 1.4 Juridisch clustervorming Windpark Weststad III, minstens een m.e.r. beoordelingsplicht geldt. kader van de ruimtelijke onderbouwing voor wat betreft de onderbouwing dat het bestaande windpark en Het bevoegd gezag dient hierover te besluiten. Een impliciet besluit, zoals i.c. windpark Eneriepark A59 gezamenlijk niet één inrichting vormen. Dat betekent automatisch dat er geen m.e.r.opnemen van een beoordeling in de ruimtelijke onderbouwing, is geen beoordelingsplicht aan de orde is voor dit windpark. m.e.r.boordelingsbesluit. Voorgaande is in strijd met artikelen 7.17, 7.19 jo. 7.20a Wm. Ook strookt de conclusie van de gemeente Oosterhout om geen MER op te stellen niet met Europese regelgeving (SMB-richtlijn). Reclamanten voelen zich gesterkt door de uitspraak van het Hof van Justitie van de EU d.d. 25 juni 2020, ECLI:EU:C:2020:503. Door de ABRvS is overwogen dat voor windparken een m.e.r.beoordelingsplicht geldt, ook als deze de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. niet overschrijden.
Reclamanten menen dat deze beoordelingsplicht voor dit windpark geldt. Door het achterwege laten van een m.e.r. beoordelingsbesluit voldoet het besteden besluit niet aan de wettelijke regels van de Wm en de vaste jurisprudentie. Reclamanten menen dat de ruimtelijke onderbouwing geen gebruik mag maken van In de vergunningsaanvraag en de daarbij behorende stukken is uitgegaan van de meest recente beleidsstukken. verouderde beleidsstukken. De Energieagenda van Noord-Brabant 2010-2020 wordt Er is een nieuwe energieagenda 2019-2030. Ook toetsing aan dit beleidsstuk van de provincie Noord-Brabant gebezigd. Echter is het ontwerp omgevingsvergunning in april 2021 ter inzage gelegd. laat zien dat de ontwikkeling passend is in dit beleid. Hierdoor ontbreekt een deugdelijke motivering; in strijd met artikel 3:2 jo 3:4 Awb. Ditzelfde geldt voor verouderde toetsing aan de Structuurvisie ruimtelijke ordening. Volgens reclamanten handelt gemeente Oosterhout in strijd met Unierecht ter Reclamant geeft aan dat de gemeente in strijd met het aanbestedings- en/of mededingingsrecht zou hebben bescherming van mededingen en het verbod misbruik te maken van de machtspositie, gehandeld. Specifiek geeft reclamant aan dat de omgevingsvergunning en SDE++-subsidie niet verleend had de wet vrijheid van vestiging en het vrij verkeer van dienstverlening, respectievelijk mogen worden.
Ten aanzien van de omgevingsvergunning geldt dat geen sprake is van ongelijke behandeling. artikel 49 VWEU en artikel 56 VWEU en beginselen zoals gelijke behandeling, nonIedere aanvrager die een aanvraag voor een omgevingsvergunning indient, zal die omgevingsvergunning discriminatie, evenredigheid en transparantie. Daarmee wordt in strijd gehandeld met krijgen, indien de aanvraag voldoet aan de daarvoor in de wet gestelde voorwaarden. Ten aanzien van een de Aanbestedingsrechtlijn en Dienstenrichtlijn, als geïmplementeerd in het omgevingsvergunning is het aanbestedingsrecht niet van toepassing. Het aanbestedingsrecht ziet immers op Nederlands recht, namelijk Aanbestedingswet 2012 en de Mededingingswet. Immers, het inkopen van producten en diensten door de overheid. Op grond van artikel 1.4 moet het gaan om het er is hier sprake van schaarse publieke rechten, zoals de SDE++ subsidies en aangaan van een overeenkomst onder bezwarende titel. Daar is bij vergunningverlening geen sprake van. betreffende vergunningen. Onderhands mag het bestuur de subsidie en vergunning niet zomaar aan een bepaalde aanvrager verlenen. Het is voor reclamanten De gemeente is niet de subsidieverlenende instantie. Ten aanzien van de SDE++-subsidie geldt dat deze aan onduidelijk waarom Eneco is bevoordeeld. regels omtrent mededinging en staatssteun gebonden is.
Indien reclamant van mening zou zijn dat deze subsidie onrechtmatig verleend is, dient hij zich te wenden tot de subsidieverstrekker, namelijk het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
Reclamant 11
Procedure
Reclamant 11
Externe veiligheid
De ontwerp-omgevingsvergunning is niet duidelijk over de verwijderingsplicht (artikel 1 van de ontwerp-omgevingsvergunning) . Er wordt geen woord gerept over de bijbehorende voorzieningen van het windpark. Reclamanten betwisten derhalve dat er sprake is van een verwijderingsplicht, vereist volgens vaste rechtspraak in de omgevingsvergunning van windparken. Reclamanten betwisten dat er sprake is van een verwaarloosbaar risico voor wat betreft de vaarweg op circa 260 m. Dit valt namelijk pas te concluderen na nader onderzoek. Opmerkelijk is dat de waterwegen zich wel degelijk binnen de identificatieafstand bevinden en dus onderzoek behoeven.
Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.10.3 Realisatie en verwijdering.
De vaarweg bevind zich inderdaad binnen de identificatieafstand van het blad waardoor in de externe veiligheidsanalyse een nadere beschouwing van effecten op de vaarweg zijn opgenomen. Geconcludeerd wordt dat schepen in het Wilhelminakanaal enkel geraakt kunnen worden in het faalscenario bladworp (het afvallen van een blad) bij overtoeren wat maakt dat de risicotoevoeging verwaarloosbaar wordt geacht.
Reclamant
Thema
Inhoud zienswijze
Reclamant 11
Geluid
Eén van de reclamanten beheert een dierenpension nabij het windpark Energiepark Op basis van vaste rechtspraak zijn bedrijven, waaronder ook een dierenpension, geen geluidgevoelig object in A59. Het is algemeen bekend dat dieren gevoeliger zijn voor geluid, ook laagfrquent de zin van de Wet geluidhinder. Dieren zijn ook niet wettelijk beschermd tegen geluid van windturbines. Er is geluid. Een dergelijke toetsing ontbreekt in de ontwerpbesluiten en bij de dus geen aanleiding om dieren strenger te beschermen dan mensen tegen geluid van windturbines, en specifiek besluitvorming zal dit in strijd zijn met het zorgvuldigheids-, preventie- en laagfrequent geluid. voorzorgsbeginsel op grond van artikel 3:2 en 3:46 Awb en artikel 191 van het Verdrag betreffende de werking van de EU. Het betreffende dierenpension is bovendien al gesitueerd nabij de bestaande windturbines Weststad II. De windturbines in Energiepark A59 komen op grotere afstand te staan. Het dierenpension is daarnaast gelegen op een geluidgezoneerd bedrijventerrein waardoor er sprake is van een toegelaten hogere geluidbelasting, de windturbines doen daar niets aan af.
Reclamant 11
communicatie en participatie
Reclamant 11
Zorgvuldigheidsbeginsel
Reclamant 12 Reclamant 12
Horizonvervuiling Groene energie
Reclamant 12
Milieu
Reclamant 12
Flora en fauna
Reclamant 12
Alternatief
Reclamant 12
Kostbare grond
Reclamant 12
Flora en fauna
Beantwoording
Er is geen wetenschappelijk onderzoek beschikbaar dat bewijst dat dieren hinder ondervinden van het geluid van windturbines. In praktijk zijn er tot op heden geen effecten gebleken. Voor het bestemmingsplan "windmolenpark Elzenburg - De Geer" in Oss is een praktijkonderzoek uitgevoerd naar het effect van windmolens op dierenopvancentra en hondenpensions. Uit gesprekken met eigenaren en medewerkers van hondenpensions en dierenopvangcentra blijkt niet dat windturbines in de nabijheid van de inrichtingen invloed hebben op het gedrag van honden. Geen van de ondervraagden gaf aan dat de honden afwijkend gedrag vertonen. Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 2.3 vooroverleg.
Op basis van artikel 3.1.1. Bro dient overleg plaats te vinden. Er bestaat onduidelijkheid over de wijze waarop de provincie de bevoegdheid heeft gedelegeerd, evemin is de reactie van de provincie bekend. Reclamanten betwisten bij gebrek aan wetenschap, mede in het licht van het inmiddels demissionaire provinciebestuur, dat met de provincie deugdelijk (voor)overleg heeft plaatsgevonden in gezonde coördinatie althans ambtelijke afstemming. Ditzelfde geldt voor de andere gezagen waaronder waterschap, ILT, wegenverkeersleiding, Ministerie van Defensie en anderen. Pondera Consult stelt in paragraaf 3.1 van de ruimtelijke onderbouwing dat er geen In paragraaf 3.1 van de ruimtelijke onderbouwing staat wel degelijk beschreven dat de dichtsbijzijnde woningen woningen zijn gesitueerd in of direct om het plangebied. Reclamanten stellen dat er zijn gelegen op een afstand van circa 730 meter en 870 meter. Het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel lijkt wél woningen gesitueerd in of direct om het plangebied zijn op circa 730 en 870 m. hier niet op zijn plaats. Reclamanten illustreren dit aan de hand van een direct omwonendenfonds welke een 1000 m contour hanteert. Nu deze overweging klaarblijkelijk is nagelaten is de onderbouwing in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:4 Awb. Reclamant stelt dat windmolens horizonvervuiling met zich meebrengt.
Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.7 Visuele hinder. Reclamant stelt dat groene energie goed klinkt, maar dat het vaak minder groen is dan Deze reactie nemen wij voor kennisgeving aan. gedacht wordt. Reclamant stelt dat een zonnepark het milieu geen goed doet. Het zonnepark maakt geen onderdeel uit van onderhavig plan en doorloopt haar eigen afweging en besluitvorming. De biodiversiteit zal volgens reclamant afnemen als gevolg van het plan. Reclamant Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.9 Natuur (flora en fauna). stelt dat er zeker soorten zijn die er niet van zullen profiteren. Reclamant stelt voor om de daken vol te leggen met zonnepanelen, te investeren in Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.2 Algemeen beleid duurzame energie. windmolens op zee en mee te bouwen aan de toekomst van kernenergie. Het ontwikkelen van windmolens op zee en kernenergie is geen onderdeel van de opgave van de gemeente Oosterhout. Reclamant stelt dat een zonnepark ruimte inneemt op kostbare grond. Het zonnepark maakt geen onderdeel uit van onderhavig plan en doorloopt haar eigen afweging en besluitvorming. Reclamant stelt dat een zonnepark de natuur geen goed doet. Het zonnepark maakt geen onderdeel uit van onderhavig plan en doorloopt een separate procedure (aparte aanvraag voor een omgevingsvergunning, aparte besluitvorming).
Reclamant
Thema
Inhoud zienswijze
Reclamant 12
Kostbare grond
Reclamant stelt dat de grond die de gemeente wil gebruiken voor de windmolens en Het zonnepark maakt geen onderdeel uit van onderhavig plan en doorloopt een separate procedure (aparte het zonnepark gedurende tientallen jaren verloren zal gaan. De kostbare grond kan op aanvraag voor een omgevingsvergunning, aparte besluitvorming). veel betere manieren benut worden, al dan niet door het terug te geven aan de natuur. De vergunningaanvraag voor de twee windmolens ligt nu voor. De huidige bestemming van deze grond is overwegend agrarisch. De 2 windmolens en de onderhoudsweg nemen slechts een klein deel van de Oranjepolder weg. Indien er geen zonnepark wordt gerealiseerd kunnen de grondeigenaren de grond blijven gebruiken voor hun agrarische activiteiten. Wanneer het zonnepark er wel komt, zal de grond niet verloren zijn, maar tijdelijk (25 jaar) op een andere wijze worden gebruikt. De opwek van duurzame energie is net als het telen van gewassen noodzakelijk. Wij zien de grond daarmee niet als verloren voor 25 jaar.
Reclamant 12
Kostbare grond
Reclamant 12
Gezondheid
Reclamant 13
Communicatie en participatie
Reclamant 13
Communicatie en participatie
Reclamant 14
Geluid en gezondheid
Reclamant 14
Landschap
Beantwoording
De gronden waar het zonnepark en de windmolens op worden gerealiseerd zijn niet in eigendom van de gemeente. Het nu 'teruggeven' van de gronden aan de natuur is niet zomaar mogelijk. Reclamant is van mening dat, gezien de grote hoeveelheid ruimte die benodigd is om Het zonnepark maakt geen onderdeel uit van onderhavig plan en doorloopt haar eigen afweging en energie op te wekken met zonnepanelen, de kostbare grond op veel betere manieren besluitvorming. benut kan worden. Al dan niet door het terug te geven aan de natuur. De grond in het plangebied in eigendom van enkele personen. Het is, op een klein deel na, geen gemeentegrond. Het herbestemmen van deze gronden tot natuur is daarmee niet zomaar mogelijk. Immers de grondeigenaren hebben het recht te bepalen wat zij met hun grond willen doen. Reclamant stelt dat windmolens gezondheidsklachten met zich meebrengt. Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.5 Geluid en 3.2.6 Geluid en gezondheid. Reclamant maakt uit het ontwerpbesluit en de raadsstukken bij de conceptverklaring De wens tot participatie en lokaal eigenaarschap is geen onderdeel van de beoordeling of een van geen bedenkingen op dat de invulling van het lokaal eigenaarschap (sociale omgevingsvergunning kan worden verleend. Het project windernergie A16 is een voorbeeld dat moeilijk participatie) beperkt is.
Reclamant adviseert de mogelijkheden hiertoe met de vergelijkbaar is gezien de enorme omvang van dit project en de financiele mogelijkheden voor participatie die ontwikkelende partij nogmaals te bezien. Hierbij wordt verwezen naar het voorbeeld daar als gevolg van ontstaan. Het duurzaamheidsfonds dat wordt opgericht na vergunningverlening voor het van Windenergie A16. Op basis van de constatering dat woningen in Drimmelen het windpark A59 wordt voorbereid door een werkgroep. Het duurzaamheidsfonds richt zich op het mogelijk dichtstbij liggen en de hoogte geluidsbelasting en slagschaduwhinder hebben, vraagt maken van duurzame en maatschappelijke projecten in de omgeving van het windpark A59. Omwonenden uit reclamant deze woningen in de uitwerking van het lokaal eigenaarschap te betrekken Geertruidenberg en/of Drimmelen zijn van harte uitgenodigd mee te werken aan het voorstel voor dit op een wijze dat niet alleen de grootste lasten bij deze woningen terecht komen maar duurzaamheidsfonds. Dit voorstel wordt uiteindelijk bekrachtigd door de gemeenteraad van Oosterhout. ook de lusten. De gemeente Drimmelen vraagt op welke wijze het ontwerpbesluit aan de inwoners Hierop wordt ingegaan bij de paragraaf 3.2.1 procedure en participatie. van Drimmelen bekend is gemaakt. De gemeente Oosterhout heeft hiervoor de wettelijk voorgeschreven en noodzakelijke publicaties gedaan.
Reclamant verzoekt het college van B&W alvorens de definitieve verklaring van geen Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.5 Geluid en 3.2.6 Geluid en gezondheid. bedenkingen voor te leggen aan de gemeenteraad, onafhankelijk onderzoek te laten plaatsvinden naar de werking van laagfrequent geluid en trillingen van windturbines Op verzoek van de gemeenteraad is door TNO een second opinion uitgevoerd naar het onderdeel laagfrequent met een tiphoogte van 235 m in relatie tot gezondheid van omwonenden en de geluid uit de ruimtelijke onderbouwing bij de vergunningaanvraag. Het eindrapport wordt bij de beantwoording impact op inwoners van de gemeente Geertruidenberg daarin expliciet mee te van de zienswijzen toegevoegd. De geplande locaties van de turbines zijn zowel ruimtelijk, als visueel niet in lijn met De lijn van de opstelling wijkt inderdaad in zeer lichte mate af van de richting die de lijnopstellingen binnen het de bestaande turbines op Weststad III. In plaats daarvan staan de molens dichterbij bestaande windpark Weststad III hebben, in die zin dat de richting van beide lijnen enkele procenten afwijken de grens met gemeente Geertruidenberg, wat een grotere impact betekent voor de qua richting. Dit staat ook alszodanig beschreven in de ruimtelijke onderbouwing. inwoners van deze gemeente.
Geconstateerd is op basis van een landschappelijke beoordeling en visualisaties dat dat niet onaavaardbaar is. Beschouwd is ook of herpositionering van de windturbines in het kader van ruimtelijke kwaliteitsverbetering op basis de provinciale verordening een positief effect kan hebben door plaatsing in lijn met de bestaande windturbines. Geconstateerd is dat dat niet een overwegend positief effect heeft. Vanuit belemmeringen in de directe omgeving is er ook eigenlijk geen schuifruimte beschikbaar om dat te doen. De windmolens staan gepland op ongeveer gelijke afstand van de woonwijken in de gemeente Geertruidenberg als in de gemeente Oosterhout.
Reclamant
Thema
Inhoud zienswijze
Beantwoording
Reclamant 14
Horizonvervuiling
De komst van de windturbines in de Oranjepolder betekent een forse visuele impact op de inwoners van Geertruidenberg. De geplande turbines staan net over de grens van de Geertruidenbergs grondgebied. Deze visuele last kom dan alsnog ten laste van deze inwoners, ondanks dat de gemeente geen windmolens op Geertruidenbergs grondgebied wilde.
Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.7 Visuele hinder en 3.2.8 Ruimtelijke kwaliteit.
Reclamant 14
Financiën
Reclamant 14
Trillingen
Reclamant 14
Geluid
De politieke keuze geen windmolens te plaatsen op het eigen grondgebied van de gemeente Geertruidenberg kan niet beperkend werken voor de buurgemeenten. Wij werken met elkaar samen in de regionale energiestrategie. Daarin hebben we als geheel en als afzonderlijke gemeenten doelstellingen te behalen en afgesproken. De keuze hoe deze in te vullen en welke locatie daarvoor wordt gekozen is aan de gemeentes zelf. Reclamant vraagt de gemeente de te ontvangen financiële afdrachten voor landschap In de anterieure overeenkomts tussen Eneco en de gemeente Oosterhout is een een bijdrage afgesproken aan en sociale participatie evenredig te verdelen over de gemeenten Oosterhout en een nog op te zetten duurzaamheidsfonds van €0,50 per opgewekt MWh. De opbrengst uit dit fonds zal ten Geertruidenberg of te investeren in natuurontwikkeling in de Oranjepolder. Zo wordt goede komen aan projecten in de omgeving van het plangebied. De gemeentegrens is hier niet beperkend in. recht gedaan aan een eerlijke verdeling van de lasten en de lusten van de windmolens Inwoners van Raamsdonksveer kunnen dus ter zijner tijd ook voorstellen voor projecten indienen. Een op energiepark A59. Dit komt volgens reclamant uiteindelijk ten goede van het werkgroep onder leiding van de lokale Energiecoorperatie ONE zal een voorstel voor het omgevingsfonds maatschappelijk draagvlak voor het project. opstellen.
Deze zal starten zodra duidelijk is of de vergunning voor het windpark kan worden verleend. Reclamant verzoekt het college van B&W alvorens de definitieve verklaring van geen Op grond van ervaringen op land blijkt dat fundaties van windturbines geen hinderlijke trillingen doorgeven aan bedenkingen voor te leggen aan de gemeenteraad, onafhankelijk onderzoek te laten de ondergrond en de omgeving. De Staatssecretaris van IenM heeft in een brief (vergaderjaar 2013-2014, plaatsvinden naar trillingen van windturbines met een tiphoogte van 235 m in relatie 33612, nr. 22) aan de TK laten weten: "de bewering in enkele literatuurbronnen dat ook overdracht door de tot gezondheid van omwonenden en de impact op inwoners van de gemeente grond plaatsvindt is ongegrond, hetgeen blijkt uit nauwkeurige metingen van trillingsniveaus in de bodem Geertruidenberg daarin expliciet mee te nemen. rondom windturbines." Naast hinder van laagfrequent geluid laat het akoestische onderzoek volgens Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.5 Geluid en 3.2.6 Geluid en gezondheid. reclamant zien dat er met het plaatsen van de windturbines een toename van de geluidsbelasting verwacht wordt op de locatie Kloosterweg.
Reclamant constateert Op verzoek van de gemeenteraad is door TNO een second opinion uitgevoerd naar het onderdeel laagfrequent dat de cumulatie van het geluid van de windmolens en het bestaande geluid uit de ruimtelijke onderbouwing bij de vergunningaanvraag. Het eindrapport wordt bij de beantwoording omgevingsgeluid zorgt voor een geluidsbelasting van ver boven de voorkeurswaarde van de zienswijzen toegevoegd. van de Rijksoverheid van 50 dB en in sommige gevallen zelfs boven het absolute maximum van 65 dB. Reclamant acht dit niet verantwoord en het effect hiervan op de Voor alle representatieve toetspunten geldt dat er (voor worst-case windturbine) wordt voldaan aan de voor volksgezondheid onacceptabel. deze ontwikkeling ruimtelijk eaanvaardbaar geachte geluidnormen van Lden 47 dB en Lnight 41dB. De geluidbelasting van sec de windmolens op de gevel van de Kloosterhoeve (toetspunt 10) bedraagt Lden 41 dB en Lnight 35 dB. Dit is ruimschoots onder de normen van Lden 47 dB en Lnight 41 dB. Cumulatief met andere geluidbronnen is de huidige situatie een niveau van Lcum 56 dB en gaat dit met de windmolens erbij naar 57 dB. Het geluid van windturbine wordt zwaarder meegewogen dan bijvoorbeeld geluid van wegverkeer en industrie in de cumulatieve geluidsbelasting, dus deze is in werkelijkheid lager.
De cumulatieve geluidbelasting zorgt niet voor een onaanvaardbare verandering van het woon- en leefklimaat en is derhalve acceptabel. Andere toetspunten in deze gemeente Geertruidenberg zijn: Toetspunt 1: Lcum is en blijft 58 dB. Het akoestisch klimaat blijft hetzelfde. Toetspunt 8: Lcum is en blijft 73 dB. Het akoestisch klimaat blijft hetzelfde. Toetspunt 9: Lcum is en blijft 67 dB. Het akoestisch klimaat blijft hetzelfde Toetspunt 14: Lcum van 56 naar 57 dB (onafgerond een toename van 0,28 dB). Het akoestisch klimaat blijft hetzelfde. De genoemde voorkeurswaarde is niet relevant voor windturbinegeluid. Windturbinegeluid kent helemaal geen voorkeursgrenswaarde en bijbehorende maximale ontheffingswaarde, maar moet ten allen tijde aan de norm van Lden 47 dB en Lnight 41 dB voldoen. Voor cumulatieve geluidbelasting geldt geen normstelling alleen een goede ruimtelijke ordering.
Reclamant
Thema
Inhoud zienswijze
Beantwoording
Reclamant 14
Slagschaduw
Reclamant 15
Alternatief
Reclamant 15
Alternatief
Reclamant 15
Alternatief
Reclamant 15
Financiën
Reclamant 15
Alternatief
Reclamant 15
Kostbare grond
Reclamant 15
Grondgebruik
Reclamant 15
Tijdelijkheid vergunning
Uit het slagschaduw onderzoek wordt geconstateerd dat op vijf van de zes Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.7.3 Hinder door slagschaduw. onderzochte locaties binnen de gemeente Geertruidenberg slagschaduw kan optreden. Op dit moment heeft geen van de locaties binnen onze gemeente slagschaduw van andere molens. Ondanks de automatische standstillvoorziening kan niet worden voorkomen dat inwoners tijdelijk last hebben van slagschaduw. En ook al worden de molens stilgezet, hebben zij ten opzichte van de huidige situatie nog altijd last van normale schaduw op hun woningen. Voordat besluiten genomen worden op het vlak van ruimtelijke ordening dienen eerst Hierop wordt ingegaan bij de paragraaf 3.2.2 algemeen beleid duurzame energie. de 'niet grond vergunde mogelijkheden' beter onderzocht en benut te worden. De grote hoeveelheid platte daken in Oosterhout hebben potentieel meer dan Hierop wordt ingegaan bij de paragraaf 3.2.2 algemeen beleid duurzame energie. voldoende oppervlak om de windmolens niet nodig te maken. Ook zou Thuisvester kunnen inventariseren hoeveel zonnepanelen op haar platte daken kunnen. Dat kan allemaal zonder daarvoor grond te gebruiken. Uitgaande dat de energie van de twee windmolens gelijkstaat aan de opgewekte Hierop wordt ingegaan bij de paragraaf 3.2.2 algemeen beleid duurzame energie.
energie van 100.000 zonnepanelen, stelt reclamant dat Oosterhout voor die zonnepanelen meer dan voldoende extra daken beschikbaar heeft. Er is geen profijt voor de burger voor Oosterhout, aangezien hij/zij een De inwoners van Oosterhout profiteren op diverse manieren van het windpark. Allereerst omdat op deze marktconforme prijs blijft betalen, met of zonder windmolenpark. manier invulling wordt gegeven aan de duurzaamheidsambities van de gemeente. Daarnaast draagt de initietiefnemer bij aan het duurzaamheidsfonds dat zal worden opgericht om duurzame projecten in de omgeving mogelijk te maken. Ook is initiatiefnemer jaarlijks OZB verschuldigd, waarmee ook de gemeente Oosterhout inkomsten genereert voor het algemeen nut. Als laatste bestaat de mogelijkheid voor grootafnemers van stroom om langlopende contracten met Eneco aan te gaan en worden lokale ondernemers zoveel als mogelijk betrokken bij bouw, beheer en onderhoud van het windpark. Reclamant beweert dat op het dak van LG en het dak van het nog te bouwen Hierop wordt ingegaan bij de paragraaf 3.2.2 algemeen beleid duurzame energie. distributiecentrum Vijf Eikenweg al 65.000 zonnepanelen gelegd kunnen worden. Alleen al met die panelen kan 2/3 van de energie worden opgewekt van de twee Als deze daken volgelegd worden met zonnepanelen ontstaat er een goede bijdrage aan de energietransitie. Dit windmolens.
wordt door ons zeker niet bestreden. Echter wij hebben (nog) geen (wettelijke) instrumenten om bij bestaande gebouwen het neerleggen van zonnepanelen op de daken af te dwingen. Wij zijn dan ook volledig afhankelijk van de bereidwilligheid van een eigenaar van een pand met een groot dakoppervlak. Dit staat ook nog los van het feit dat ook de constructie van bestaande panden niet altijd voldoende stevig is om de zonnepanelen te kunnen dragen. Eneco gaat uit van 'upgrading' en de bouw van twee nieuwe windmolens. Reclamant Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.2. Algemeen beleid duurzame energie. is van mening dat Eneco moet beginnen met upgrading. Dit vergt vanzelf enkele jaren waarin de bestaande windmolens gebruikt kunnen worden conform wens Eneco en De repowering van de bestaande windturbines is onderdeel van de doelstelling van de gemeente om 192 GWh vergt geen kostbare schaarse Oosterhoutse grond. duurzame energie opgewekt te hebben in 2030. Het is aan de eigenaar (Eneco) van deze molens te bepalen of en wanneer upgrading plaatsvindt. De bestaande windmolens zijn nnog niet aan het einde van de technische en economische levensduur. Nu repoweren zou daarmee kapitaalvernietiging betekenen. Ook de twee extra windmolens in de Oranjepolder zijn noodzakelijk om de duurzaamheidsdoelstelling te bereiken. De noodzaak van verduurzaming wordt wel door iedereen onderschreven.
Het gaat Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.3 Locatiekeuze windpark A59. om de wijze waarop en hoe. Het gaat ook om de wijze hoe het gebruik van schaarse grond binnen Oosterhout wordt ingevuld. Bij de kwestie elektriciteitsopwekking gaat het om duurzame vastlegging van schaarse grond. De Oranjepolder langs de A59 dient gereserveerd te worden voor industriële activiteit. De ligging daartoe is perfect. De gevraagde vergunning geldt formeel voor 25 jaren. Met het voorbeeld van De Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.10.3 Realisatie en verwijdering. Eiffel elektriciteitsmasten, die al 100 jaar aanwezig zijn, stelt reclamant dat de tijdsduurbeperking voor de windmolens niet realistisch is. Dit is alleen realistisch indien de vergunning is gekoppeld aan een publiek-/privaatrechtelijke kosteloze verplichting tot ontmanteling na ommekomst van de 25 jaar, inclusief de voorwaarden van de ontmanteling. Bij de visualiteitsbeelden is een en ander treffend
Reclamant
Thema
Inhoud zienswijze
Beantwoording
Reclamant 15
Horizonvervuiling
Blijkbaar is de hoogte (235 meter) dusdanig dat de windmolens niet dichterbij het militair vliegveld Gilze Rijen mogen staan. Reclamant stelt dat de windmolens dus te hoog zijn voor vliegtuigen. Dat geldt toch zeker voor burgers? Reclamant stelt dat de hoogte leidt tot een onaanvaardbare horizonvervuiling, jarenlang.
Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.3 Locatiekeuze windpark A59.
Reclamant 15
Financiën
Reclamant 15
Waardevermindering woning
Reclamant 15
Geluid
Reclamant 16
Gezondheid
Reclamant 16
Gezondheid
Reclamant 16
flora en fauna
De hoogte van de windmolens is niet het probleem voor vliegbasis Gilze Rijen. Het betreft de mogelijkheid van radarverstoringen door windmolens, ongeacht de hoogte, die ervoor zorgen dat andere locaties in Oosterhout zijn uitgesloten. De realisatie van windmolens is afhankelijk van subsidie. Reclamant wil expliciet en De gemeente is niet de subsidieverstrekker voor wind en zonne-energie en kan dus ook geen inhoudelijk onomwonden voorgerekend zien om hoeveel netto subsidie het gaat per zonnepaneel antwoord geven op deze vraag. De desbetreffende subsidie is de zogenoemde SDE++ subsidie van het en per kWh. Met welk bedrag kan de kostprijs van zonnepanelen verminderd worden ministerie van economische zaken en klimaat. Voor deze specifieke vraag verwijzen wij u dan ook door naar de als er geen subsidie verleend wordt voor de bouw van de windmolens. Daarbij ook instantie die deze subsidie beheert, namelijk Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.RVO.nl) expliciet verdisconteerd de fiscale voordelen die een bedrijf bij investeren heeft en een burger niet ontvangt. De vraag is dus welk bedrag de burger gegeven kan worden bij een zonnepaneel investering leidend tot evenveel energie in zijn totaliteit als nu de windmolens beogen op te wekken.
Reclamant stelt dat volgens vaste jurisprudentie de WOZ van woningen / gebouwen Hierop wordt ingegaan in paragraaf 3.2.10.2 Waardedaling huizen en planschade. tot aan een afstand van 2500m negatief wordt beïnvloed. In de jurisprudentie ligt dit percentage tussen de 15 en zelfs 40%. Ook op een afstand van 800m tot de Jaarlijks wordt bij de begroting een raming gemaakt van de opbrengsten uit de WOZ. Een mogelijke windmolens. Reclamant stelt dat dit een waardevermindering van tientallen panden in waardedaling wordt hierin mits deze optreedt te zijner tijd verdisconteerd. Ook de toevoeging van de OZB Oosterhout Noord betekent, evenals schade voor de gemeente indien er om die opbrengst van de windmolens van indicatief 20.000 euro wordt hierin verwerkt. reden WOZ ontvangsten worden gemist. Is dit begroot? Reclamant is van mening dat de windmolens voor de inwoners van Raamsdonksveer Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.5 Geluid en paragraaf 3.2.8.4 Cumulatie van projecten. een onaanvaardbaar lawaai zullen opleveren, temeer nu de A59 steeds overvoller worden met verkeer en daaruit voortvloeiende geluidsbelasting. Reclamant vreest voor significante gezondheidsrisico's (onder andere chronische Hierop wordt ingegaan bij paragraaf 3.2.5 Geluid en 3.2.6 Geluid en gezondheid.