02. Ontwerpbestemmingsplan
Tekst van het document
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
wonen van ouderen. Ten slotte worden er maatschappelijke voorzieningen gerealiseerd op de begane grond van het gebouw, wat bijdraagt aan de leefbaarheid van de locatie. Dagelijkse voorzieningen zoals een supermarkt, bakker en slager zijn aanwezig op loopafstand in Winkelcentrum Zuiderhout. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de Woonvisie 2016-2021 en de Woningbouwstrategie Oosterhout 2030.
3.4.5
Groen Toetsingskader Het groene karakter van Oosterhout wordt zowel door het groen in de openbare ruimte als het groen in de particuliere tuinen gevormd. De tuinen zijn groene ruimten in de stad, waarbij vooral voortuinen van grote invloed zijn op de sfeer van de stedelijke buitenruimte. Bescherming van het aanwezige groen in de stad gaat vooraf aan compensatie. Compensatie is immers het herstellen van of goedmaken voor iets dat verloren is gegaan. Met betrekking tot het particuliere groen heeft de gemeente beperkte beschermings- en sturingsmogelijkheden. In het openbaar gebied heeft de gemeente daarentegen maximale mogelijkheden tot instandhouding en ontwikkeling. Er geldt een vergunningsplicht voor het vellen van een houtopstand op gemeentegrond dan wel een boom (bomen) die op de lijst van monumentale bomen is (zijn) opgenomen. Grotere bomen (dikker dan Ø 0,20m) in het openbare gebied worden beschermd op basis van de velvergunningsprocedure in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Monumentale bomen genieten een zwaardere bescherming en krijgen in bestemmingsplannen tevens een beschermende dubbelbestemming op basis van de monumentale-bomenlijst, ook als deze op particulier terrein staan.
In de openbare ruimte heeft de gemeente dus voldoende mogelijkheden tot instandhouding en uitbouw van het groene karakter van Oosterhout, op particulier terrein zijn alleen monumentale bomen beschermd. Toetsing In het plangebied bevinden zich geen monumentale bomen. Daarnaast wordt de groenstrook aan de noordzijde van het plangebied deels behouden. Daarentegen worden er wel meerdere bomen in deze groenstrook gekapt om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. De beschermde bomen in de APV worden gecompenseerd, waarbij gestreefd wordt om bomen te compenseren in de omgeving van het plangebied. Momenteel is de compensatielocatie nog niet bekend. Voor deze ontwikkeling geldt dat het belang van het realiseren van woningen zwaarder weegt dan het behoud van de twee boomgroepen. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling grotendeels aansluit bij het groenbeleid van de gemeente Oosterhout. Er worden bomen gekapt. De bomen die op basis van de APV beschermd zijn zullen worden gecompenseerd. Voor deze ontwikkeling is een belangenafweging gemaakt. Het belang van het realiseren van woningen weegt in dit geval zwaarder dan het behoud van de twee boomgroepen.
3.4.6
Ambities voor de energietransitie Oosterhout 2030 Toetsingskader
blad 31 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
De gemeente werkt aan de duurzame toekomst van Oosterhout. De ambities hiervoor en de manier waarop de gemeente deze wil bereiken zijn op 22 oktober 2019 aangenomen door de gemeenteraad. Tot 2030 ligt de focus op het verlagen van energieverbruik en het opwekken van duurzame energie, vooral met wind en zon. De gemeente kan de ambities alleen samen met haar inwoners, bedrijven en partners realiseren. Het belangrijkste afwegingskader voor duurzaamheid is, naast wet- en regelgeving, de in 2019 door de gemeenteraad vastgestelde documenten ''Ambities voor de energietransitie Oosterhout 2030" en de "Routekaart energietransitie 2019-2022". Duurzaamheid bestaat voor de gemeente Oosterhout uit drie speerpunten: energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie. Energietransitie De huidige samenleving zorgt voor uitputting van de huidige energiebronnen (fossiel). Met de energietransitie werken we aan een samenleving waar sprake is van duurzaam opgewekte hernieuwbare energie. Deze transitie is essentieel om de nationale doelstellingen op het gebied van CO2 -reductie te behalen. De Klimaatwet zegt ons dat we 49% CO2 moeten reduceren in 2030 ten opzichte van onze uitstoot in 1990. Ook Oosterhout moet voldoen aan de landelijke doelstellingen. Naast het gebruik van duurzame energie, draagt het verminderen van energieverbruik (isoleren) ook bij aan het reduceren van CO2 uitstoot.
De gemeente beoordeelt (ver-)bouwplannen op hun bijdrage aan de lokale, regionale of nationale duurzaamheidsdoelstellingen. Deze doelstellingen zijn verwoord in het ambitie document Energietransitie Oosterhout 2030 en de RES West-Brabant. Het absolute minimum staat beschreven in het Bouwbesluit, waarin eisen ten aanzien van de EPC en geluidisolatie zijn opgenomen. Sinds januari 2021 is de BENG-eis ingevoerd (Bijna Energie Neutraal Gebouw). De gemeente Oosterhout heeft de ambitie om op het gebied van duurzaamheid een extra inspanning boven op het bouwbesluit te stimuleren. De energietransitie van de gemeente Oosterhout wordt uitgewerkt in de Transitievisie Warmte, welke uiterlijk eind 2021 beschikbaar is. Circulariteit We streven als gemeente naar het bundelen van onze lokale kennis, technologie en innovaties om zo een meer circulaire lokale economie te krijgen. Een circulaire economie draagt bij aan het hergebruik van materialen, producten en diensten in plaats van de vernietiging daarvan. Het gebruik van biobased producten, gemaakt van hernieuwbare grondstoffen, draagt bij aan circulariteit en een duurzame samenleving, en wordt daarom gestimuleerd door de gemeente Oosterhout. Klimaatadaptatie Een veranderd klimaat heeft gevolgen voor de samenleving.
Wateroverlast, droogte, hitte en bodemdaling komen in meer of mindere mate regelmatig voor en dat neemt de komende jaren verder toe. Vanuit de landelijke overheid is bepaald dat Nederland in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig moet zijn ingericht. In de 'Nationale Klimaatadaptatiestrategie 2016' (NAS), het Uitvoeringsprogramma NAS en in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) wordt klimaatadaptatie verder uitgelegd. Ook wij streven naar een klimaatbestendig Oosterhout in 2050. Dit betekent dat onze woningen en de ruimtelijke inrichting aangepast moeten worden zodat ze bestand zijn tegen o.a. hitte, droogte en wateroverlast. Bovendien moet dit ervoor zorgen dat de kwaliteit van de leefomgeving wordt vergroot. De gemeente stelt momenteel beleid op waarin de gevolgen van klimaatverandering inzichtelijk worden gemaakt op ons grondgebied. Dit beleid dient ook als ruimtelijke onderbouwing voor het stellen van toekomstige planregels in het bestemmingsplan. Hierbij ziet de gemeente Oosterhout het programma van eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen en het Manifest Bouwen voor Natuur, beide van de provincie Zuid-Holland, als richtinggevend. Voor nu verwacht de gemeente Oosterhout dat bij nieuwe ontwikkelingen de uitkomsten van de stresstesten worden meegenomen bij de ontwikkeling van plannen. De blad 32 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
nieuwe ontwikkeling mag de situatie in het plangebied en omliggende gebied voor de thema's hitte, droogte en wateroverlast niet verergeren t.o.v. de bestaande situatie, en draagt het liefst bij aan het verminderen daarvan. De initiatiefnemer moet in het bestemmingsplan aangeven welke maatregelen genomen worden om het project klimaatbestendig te maken. Specifiek voor het thema Water (berging, afvoer, etc.) gelden de bestaande normen. Zie het gemeentelijk rioleringsplan in paragraaf 4.2. Toetsing Door de nieuwbouw is het mogelijk de woningen en de maatschappelijke voorzieningen energiezuinig te realiseren. De volledige ontwikkeling is gasloos. Dit wordt vervangen door het gebruik van een warmtepomp. De ontwikkeling voldoet aan de BENG-eisen. Daarnaast worden er zonnepanelen geplaatst op het dakvlak van de hoogbouw. Op de laagbouw wordt het dak ingericht als een groen dak. De beoogde ontwikkeling draagt hiermee bij aan de ambities voor de energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie van de gemeente Oosterhout. Conclusie De ontwikkeling draagt bij aan de ambities van de energietransitie Oosterhout 2030.
3.4.7
Welstandsnota Toetsingskader Per 1 oktober 2015 geldt er in Oosterhout bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen geen welstandstoets meer. Wel kan er achteraf, via een zogenaamde excessenregeling, worden opgetreden tegen bouwwerken die in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. De afschaffing van welstandsbeoordeling van bouwplannen geldt niet voor beschermde monumenten en voor bebouwing binnen de beschermde stadsen dorpsgezichten, omdat hier van rechtswege en/of uit oogpunt van cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit extra eisen worden gesteld aan de op te richten bebouwing. Toetsing De beoogde ontwikkeling valt buiten de drie beschermde stadsgezichten in de gemeente Oosterhout, zijnde de kern Heuvel-Slotlaan-Ridderstraat, de Heilige Driehoek en Den Hout. Conclusie De Welstandsnota staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
blad 33 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
blad 34 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
Hoofdstuk 4
Randvoorwaarden
4.1
Milieuaspecten
4.1.1
Verkeer en parkeren Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel dient in het kader van het bestemmingsplan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en dat een eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Ook is er relevant beleid, wat hier verder uiteen is gezet: Mobiliteitsvisie 'Oosterhout Vooruit' Het verkeers- en vervoerbeleid van de gemeente Oosterhout ligt vast in de mobiliteitsvisie 'Oosterhout Vooruit'. Deze visie is op 21 mei 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. De mobiliteitsvisie geeft een beschrijving van de huidige situatie en schetst een toekomstbeeld voor 2030. Daarbij worden de ambities voortvloeiend uit de toekomstvisie en het bestuursakkoord belicht, alsmede lokale en regionale ontwikkelingen en autonome trends die van invloed (kunnen) zijn op de mobiliteit in Oosterhout. Op basis daarvan wordt in het toekomstbeeld geschetst welke uitdagingen er op het gebied van verkeer en vervoer in en rond Oosterhout liggen in 2030.
Het beleid in de mobiliteitsvisie is verwoord in de vorm van doelstellingen op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid, verkeersveiligheid én duurzaamheid en gezondheid. Deze vier thema's vormen gezamenlijk de pijlers van de visie. Tevens is besloten om, in lijn met de nieuwe Omgevingswet, een gebiedsgewijze benadering toe te passen, die erop neerkomt dat niet alleen op het niveau van de hele gemeente, inclusief de kerkdorpen, wordt gekeken, maar dat binnen de gemeente ook een aantal typen gebieden wordt onderscheiden met hun eigen profiel, doelstellingen en opgaves. Immers voor een bedrijventerrein zijn andere zaken van belang dan voor de schoolomgeving. Dit resulteert in een beeld met een groot aantal opgaven. Gezien de hoeveelheid opgaven zullen keuzes moeten worden gemaakt. Zo heeft de gemeente Oosterhout gesteld dat bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en duurzaamheid & gezondheid prioriteit hebben De focus van het verkeers- en vervoerbeleid voor de periode tot en met 2030 komt te liggen op deze onderwerpen. Stilstaan in de toekomst Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de nota 'Stilstaan in de toekomst, Parkeerbeleid op de middellange termijn (2020)'. Deze nota is in december 2009 door de gemeenteraad vastgesteld en in 2013 heeft een tussentijdse evaluatie plaatsgevonden.
Met het parkeerbeleid worden doelen nagestreefd op het gebied van leefbaarheid, het economische functioneren van de binnenstad en bereikbaarheid. In de nota zijn parkeernormen opgenomen waaraan bij de ontwikkeling van nieuwe functies dient te worden voldaan. Uitgangspunt hierbij is dat het parkeren zoveel mogelijk op eigen terrein wordt opgelost. Parkeernormen 2019 In mei 2019 heeft de gemeenteraad besloten de parkeernormen te actualiseren. Het is geen actualisatie van beleid, maar van de parkeernormen. Deze normen zijn van toepassing bij nieuwbouw en verbouw van bestaande locaties. Naast normen voor auto's zijn er ook normen voor fietsers opgenomen.
blad 35 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
Toetsing Verkeer Er is door Antea Group in 2021 een verkeersonderzoek uitgevoerd. Het rapport is bijgevoegd als Bijlage 1. Onderstaand is het resultaat uiteengezet. De verkeersanalyse geeft antwoord op de vraag of de verkeersgeneratie, die ontstaat door de bouw van de nieuwe woningen, zonder knelpunten kan worden afgewikkeld op de bestaande wegenstructuur. Voor de beantwoording van de vraag wordt de inpassing van het bouwplan in de bestaande wegenstructuur beschreven. Hierbij wordt de nieuwe verkeersgeneratie berekend, de doorstroming van de bestaande kruispunten doorgerekend en de mogelijke ontsluitingsroutes tegen elkaar afgewogen. De extra verwachte verkeersgeneratie door de voorgenomen ontwikkeling aan Bunthoef is zeer beperkt, maximaal 300 voertuigbewegingen per etmaal. De overcapaciteit van de Zuiderhout en de Burg. Holtroplaan in combinatie met de beperkte toename door de ontwikkeling leidt ertoe dat er geen knelpunten te verwachten zijn op het gebied van doorstroming voor gemotoriseerd verkeer. De ontsluiting van de ontwikkeling bevindt zich aan de westzijde van het gebouw. Autoparkeren In de ontwikkeling is een gebouwde parkeervoorziening (stallingsgarage) beoogd voor de bewoners en wordt bezoekersparkeren voorzien in het openbaar gebied.
Voor de parkeerbehoefte van de Bunthoef geldt dat medewerkers en bezoekers gebruik maken van het openbare parkeerterrein van het winkelcentrum (zoals dit nu ook gebeurt). Er worden tevens tien tot twaalf parkeerplaatsen in de openbare ruimte gerealiseerd voor bezoekers van bewoners van het gebouw. In de onderhavige ontwikkeling wordt afgeweken van de gemeentelijke parkeernorm zoals die geldt voor het soort woningen die ontwikkeld worden. In plaats daarvan wordt een lagere parkeernorm gehanteerd. Zo is de parkeernorm voor het onderhavige project bijgesteld van 1,7 parkeerplek per woning naar 1,0 parkeerplek per woning. In Bijlage 2 wordt hier een nadere toelichting op gegeven. Deze aangepaste parkeernorm wordt aangehouden omdat 70% van de appartementen een huurprijs zal krijgen onder de eerste aftoppingsgrens (€ 633,25 in 2021), gericht op huishoudens uit de primaire doelgroep. Van de appartementen heeft 30% een huurprijs tussen de eerste aftoppingsgrens en de liberalisatiegrens, gericht op huishoudens behorende tot de secundaire doelgroep. Het inkomen van de huishoudens uit de primaire doelgroep kan in 2021 variëren van een bijstandsinkomen (ca. 15.000 euro) tot ca. 22.000 (voor 1-persoonshuishoudens) en 30.000 (voor 2-persoonshuishoudens). Gezien de hoge kosten die gemoeid gaan met het hebben van een auto is de inschatting dat deze huishoudens maximaal 1 auto hebben.
Er is bijvoorbeeld becijferd dat in Nederland het autobezit onder de laagste 20% inkomens (tot ca. 20.000 euro) 38% is. Rekening houdende met het beoogde autobezit van de toekomstige bewoners van de Bunthoef en met parkeren voor bezoekers is een parkeernorm van 1,0 (opgebouwd uit 0,8 voor bewoners en 0,2 voor bezoekers) realistisch voor dit appartementencomplex. Fietsparkeren Ook fietsparkeren en overig parkeren speelt een rol in de beoogde ontwikkeling. Vanuit de doelgroep senioren is scootmobielgebruik op deze locatie te verwachten. Om scootmobielgebruik eenvoudig te faciliteren is stalling van de scootmobiel dichtbij de woning in een berging gewenst. In de uitwerking van het project worden mogelijk bergingen op de verdieping bij de woningen gesitueerd waardoor in een gezamenlijke fietsenstalling voorzien moet worden op maaiveldniveau. blad 36 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
In het parkeerbeleid wordt een fietsparkeernorm voorgeschreven van 3 fietsparkeerplaatsen per appartement. Gezien de doelgroep 1- en 2- persoonshuishoudens is, waarbij de grootste groep zal bestaan uit 1- persoonshuishoudens in de ontwikkeling is het voorstel om een lagere fietsparkeernorm van 2 fietsparkeerplekken per appartement aan te houden. Conclusie De aangehouden parkeernormen voor zowel auto's als fietsen zijn in lijn met de kengetallen van het CROW. De aangehouden parkeernorm van 1 parkeerplek per woning voor autoparkeren en 2 parkeerplekken per woning voor fietsparkeren wijken daarentegen af van het gemeentelijk beleid. Gezien deze afwijking voldoende onderbouwd is vormt het aspect parkeren geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Gezien er geen knelpunten te verwachten zijn op het gebied van doorstroming voor gemotoriseerd verkeer vormt het aspect verkeer ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.1.2
Externe veiligheid Toetsingskader De gemeente Oosterhout heeft op 5 september 2017 een Beleidsvisie Externe Veiligheid vastgesteld, waarin zij aangeeft welke risico’s op het gebied van externe veiligheid de raad acceptabel vindt en op welke manier zij deze risico’s wil beheersen. Hierin zijn wettelijke veiligheidsafstanden opgenomen, waardoor er een minimale ruimtelijke scheiding ontstaat. De Beleidsvisie externe veiligheid is gemaakt om een verdergaande ruimtelijke scheiding tussen risicovolle activiteiten en te beschermen objecten te waarborgen. Ook stelt deze visie dat, om ruimtelijke scheiding tussen Bevi-inrichtingen en de te beschermen objecten te stimuleren. De volgende twee gebiedstypen zijn gekozen: 1.
Gebied A waar nieuwe Bevi-inrichtingen zijn toegestaan en inrichting(en) met een opslag van maximaal 10 ton vuurwerk; 2. Gebied B waar Bevi-inrichtingen en inrichting(en) met opslag van vuurwerk niet zijn toegestaan, met uitzondering van de bestaande situaties. De gemeente Oosterhout heeft in haar beleid vastgelegd dat externe veiligheid erop is gericht om risico's voor haar burgers en de bedrijven te voorkomen. Indien er risico's zijn toegelaten worden die zoveel mogelijk beperkt en moeten die beheersbaar zijn. Tenslotte moeten de mogelijkheden voor de evacuatie van personen en de voorbereiding op de bestrijding van een ramp voldoende zijn. Risicobronnen zijn niet toegelaten buiten aangewezen risicogebieden, zoals industrieterreinen. Echter kunnen op bestaande (spoor) wegen en vaarwegen risico's niet worden uitgesloten. Het beleid houdt ook in dat minder zelfredzame personen binnen het invloedsgebied van een risicobron beter moet worden beschermd. Toetsing Het plangebied bevind zich op ruime afstand van enige installaties en andere factoren die de externe veiligheid beinvloeden. Ook worden in het plangebied, welke in gebied B zoals uiteengezet in de Beleidsvisie Externe Veiligheid ligt, geen nieuwe Bevi-inrichtingen of vuurwerkopslagen geconstrueerd. Het plangebied is niet gelegen binnen een contour voor het plaatsgebonden risico of plasbrandaandachtsgebied.
Wel is het nog net gelegen in het invloedsgebied vanwege de Rijksweg A27 (circa 800 m). Op figuur 4.1 is dit zichtbaar. Aangezien een nieuwe woning aan de eisen van luchtdichtheid van het Bouwbesluit moet voldoen zijn er geen blad 37 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
verdergaande belemmeringen.
Figuur 4.1: Ligging plangebied (blauwe cirkel) ten opzichte van A27 Standaard Advies VeiligheidsRegio Brabant Zuidoost Op basis van het standaardadvies (mei 2017), opgenomen als Bijlage 3, worden de volgende adviespunten meegegeven: Communiceer actief met de nieuwe bewoners in het plangebied over de risico’s van de gevaarlijke stoffen. Geef daarbij aan wat bewoners moeten doen bij een incident, namelijk vluchten van risicobron af. Dit bevordert de zelfredzaamheid van bewoners. Dit advies geldt ook voor bedrijfshulpverleningsorganisaties. Pas de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening van VRBZO toe. Wanneer een beoogde invulling aan de beleidsregels voldoet, wordt een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate bluswatervoorziening gerealiseerd. In een nieuw op te richten gebouw waar mechanische ventilatie wordt toegepast moet de ventilatie op eenvoudige wijze uitgezet kunnen worden. De externe veiligheidssituatie is gelet op het voorgaande aanvaardbaar. Conclusie Op basis van kwalitatief onderzoek kan worden geconcludeerd dat het milieuaspect Externe Veiligheid geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.
4.1.3
Geluid Toetsingskader Ten gevolge van artikel 74 van de Wet geluidhinder zijn in principe alle wegen in Nederland gezoneerd. Uitzondering op deze regel zijn wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 kilometer per uur geldt en woonerven. Als een geluidzone geheel of gedeeltelijk binnen het plangebied valt, moet bij de voorbereiding van een bestemmingsplan akoestisch onderzoek worden verricht naar de geluidsbelasting op nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, waaronder woningen. Dit geldt eveneens indien het bestemmingsplan de aanleg van een
blad 38 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
nieuwe gezoneerde weg mogelijk maakt. De hoogst toelaatbare geluidsbelasting (voorkeursgrenswaarde) voor de geluidsbelasting afkomstig van het wegverkeer voor nieuwe woningen bedraagt 48 dB. In bepaalde gevallen kunnen door het bevoegd gezag hogere waarden vastgesteld worden. De maximaal toegestane hogere waarde bedraagt 63 dB voor binnenstedelijke situaties. Toetsing In het kader van de herontwikkeling van de Bunthoef in Oosterhout is door Antea Group een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege omliggende wegen op het plangebied (zie Bijlage 4). Onderstaand zijn de resultaten uit het onderzoek beschreven per geluidbron. Er is tevens ingegaan op de cumulatie van geluid. Europaweg De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt als gevolg van wegverkeer op de Europaweg op verschillende beoordelingspunten en hoogtes overschreden. De hoogst berekende geluidbelasting inclusief 5 dB aftrek is 52 dB op de 'hoge massa'. Op de lage massa is de hoogst berekende geluidbelasting 50 dB inclusief 5 dB aftrek. De ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 63 dB wordt niet overschreden. Burgemeester Holtroplaan De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt als gevolg van wegverkeer op de Burgemeester Holtroplaan op verschillende beoordelingspunten en hoogtes overschreden. De hoogst berekende geluidbelasting inclusief 5 dB aftrek is 57 dB op de 'hoge massa'.
Op de lage massa is de hoogst berekende geluidbelasting 53 dB inclusief 5 dB aftrek. De ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 63 dB wordt niet overschreden. Eikdijk De geluidbelasting van het wegverkeer op de Eikdijk op de te beoordelen gevels inclusief 5 dB aftrek ingevolge artikel 110g Wet geluidhinder is ten hoogste 39 dB en overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB derhalve niet. Cumulatie wegverkeerslawaai De ten hoogste cumulatieve geluidbelasting op de gevels van de te realiseren woning ten gevolge van alle hierboven genoemde wegen bedraagt 62 dB, excl. aftrek ex artikel 110g Wgh. Maatregelen Conform de Regeling Doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder is het toepassen van Dunne deklagen A en Dunne deklagen B doelmatig. De gemeente Oosterhout dient zelf een besluit te nemen over het wel/niet toepassen van Dunne deklagen A/B op de Burgemeester Holtroplaan en de Europaweg. Hogere waarden Vanwege de overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde als gevolg van de Burgemeester Holtroplaan en de Europaweg dient het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout hogere waarden vast te stellen.
blad 39 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
Conclusie Er dienen hogere grenswaarden vastgesteld te worden voor de ontwikkeling. De hoogst toelaatbare geluidbelasting wordt niet overschreden. Het aspect akoestiek vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voornemen.
4.1.4
Bodem Toetsingskader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) regelt zaken rond bodembescherming en bodemsanering. Vertrekpunt van de Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht saneren. De wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; het wegnemen van actuele risico's.
Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. Het is niet nodig de hele locatie aan te pakken. Toetsing Voor de uitvoerbaarheid van een ontwikkeling is het van belang inzicht te hebben in de kwaliteit van de bodem. De kwaliteit van de bodem is ingedeeld in functieklassen. De functieklasse van een bepaald perceel dient, bij de herontwikkeling van een perceel, geschikt te zijn voor de beoogde functie. De gemeente Oosterhout beschikt over een bodemkwaliteitskaart. Hierop is af te lezen tot welke functieklasse de bodemkwaliteit binnen de gemeente behoort. Ter plaatse van het plangebied is de bodemfunctieklasse aangewezen als functieklasse 'Wonen'(zie figuur 4.2). Dit wil zeggen dat de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de functie wonen. Het gebied is niet verdacht op bodemverontreinigingen. Hiermee is de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling aangetoond. In het kader van de
blad 40 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen zal nader bodemonderzoek uitgevoerd dienen te worden. Er is sprake van een grondwaterbeschermingsgebied. In paragraaf 4.2 wordt hier nader op ingegaan.
Figuur 4.2: bodemfunctieklasse. Bron: Bodemkwaliteitskaart Midden- & West Brabant Bekende bodemverontreinigingen Ten noordoosten van het plangebied bevindt zich een grondwaterverontreiniging. Ondanks dat het plangebied op ruime afstand van deze verontreinigde grond gelegen is dient rekening gehouden te worden met deze verontreiniging indien bemaling noodzakelijk is voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Dit ter voorkoming van de verspreiding van de verontreiniging. De verontreiniging wordt gesaneerd. Conclusie Op basis van kwalitatief onderzoek kan worden geconcludeerd dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. Echter dient de bodemsituatie in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen nader onderzocht te worden.
4.1.5
Luchtkwaliteit Toetsingskader Ten aanzien van de luchtkwaliteit dient voldaan te worden aan de grenswaarden zoals weergegeven in de Wet tot wijziging van de Wet Milieubeheer (luchtkwaliteitseisen, Stb. 2007,141). Ook moet de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbeteren of ten minste gelijk blijven en moet het plan niet 'in betekenende mate’ bijdragen aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht.
blad 41 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
Toetsing Er is volgens de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen' in de Wet Milieubeheer geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’. Met dit bestemmingsplan worden veel minder woningen mogelijk gemaakt, namelijk maximaal 75. Hierdoor kan een onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit achterwege blijven. Conclusie Het milieuaspect luchtkwaliteit in het plangebied vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.1.6
Windhinder Toetsingskader De beoordeling van het windklimaat met betrekking tot windhinder en windgevaar, is in Nederland vastgelegd in de norm NEN 8100. Om te bepalen of windhinder en/of windgevaar te verwachten is, kan in eerste instantie gebruik worden gemaakt van het beslismodel in de NEN 8100. Hierin wordt onder meer beschreven in welke situaties windklimaatonderzoek nodig is. Voor gebouwen met een hoogte vanaf 30 meter wordt nader onderzoek met CFDof windtunnelsimulatie noodzakelijk geacht. Gezien de geplande bouwhoogte van maximaal 43 meter, wordt het uitvoeren van een windklimaatonderzoek als noodzakelijk beschouwd. Toetsing Er is door Peutz een windhinder en windgevaar onderzoek uitgevoerd. Het rapport is opgenomen als Bijlage 5 bij deze toelichting. Onderstaand zijn de resultaten uit het onderzoek beschreven. Uit de resultaten blijkt dat op het maaiveld rond de planlocatie op de meeste plaatsen een lage hinderkans te verwachten is, waarmee het windklimaat voor het criterium doorlopen als goed beoordeeld kan worden. Met name bij de gebouwhoeken is plaatselijk sprake van een matig windklimaat voor het criterium doorlopen. Aangezien deze gebieden samenvallen met voetpaden en parkeergelegenheid wordt hier een goede terreininrichting geadviseerd om het windklimaat te verbeteren.
Voor het plaatsen van gebouwentrees dient gestreefd te worden naar een hinderkans van lager dan 5% hetgeen overeenkomt met een beoordeling goed voor het criterium slenteren. Indien een gebouwentree wordt geplaatst op een positie waar een hogere hinderkans is vastgesteld dienen lokale windafschermende maatregelen te worden toegepast, zoals schermen of het verdiepen van de entree in de gevel. Gezien het plaatselijk matige windklimaat met het bestemmingsplanvolume wordt geadviseerd bij de verdere uitwerking van het ontwerp een vervolgonderzoek uit te voeren. Dit is echter niet noodzakelijk voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Conclusie Het windklimaat is matig tot goed. Er is geadviseerd bij de verdere planuitwerking een vervolgonderzoek uit te voeren. Er is geen sprake van een belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voornemen.
blad 42 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
4.1.7
Flora en fauna Toetsingskader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Op grond van deze wet zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. Daarnaast regelt de Wet natuurbescherming de bescherming van planten- en dierensoorten. In deze wet zijn de EU-richtlijnen voor de bescherming van soorten opgenomen (Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn). Nationaal beschermde soorten vallen ook onder deze wet. De doelstelling is de bescherming en behoud van in het wild levende planten en dieren. Het uitgangspunt van de wet is 'nee, tenzij'. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten zonder ontheffing verboden zijn. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen vooraf de effecten op Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Brabant beoordeeld te worden. Ook dient vooraf onderzocht te worden of en welke beschermde dier- en plantensoorten voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voortbestaan van de gevonden soorten. Toetsing In het kader van de herontwikkeling van de Bunthoef en haar omgeving is er in 2020 een natuurtoets uitgevoerd. In Bijlage 6 is het volledige rapport opgenomen. Onderstaand zijn de belangrijkste resultaten uit de natuurtoets beschreven. Natura2000 Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos ligt op circa 8,4 kilometer afstand van het plangebied.
Het Natura 2000-gebied ligt buiten het invloedsgebied van het plan wat betreft verdroging of geluid- en lichtverstoring. Vanwege de afstand, de geringe omvang van de ontwikkeling in het plangebied en door de afscherming worden geen effecten op soorten, habitats van soorten of habitattypen in het Natura 2000-gebied verwacht. Er is door Antea Group in 2021 een stikstofdepositieberekening uitgevoerd (zie Bijlage 7) voor de gebruiksfase. Hieruit is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling een bijdrage van niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar op een stikstofgevoelig habitat veroorzaakt. Er is geen sprake van een significant negatief milieugevolg.
Figuur 4.3: Ligging van het plangebied (rood omlijnd bij de rode punt) ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland / Natuurnetwerk Brabant blad 43 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
In het plangebied is geen NNB-gebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNB-gebied is op circa 315 meter ten noorden van het plangebied gelegen. Voor wat betreft het NNB is bij directe en indirecte aantasting sprake van vervolgstappen, waaronder compensatie. Er bevindt zich geen NNB binnen het plangebied. Er is van directe aantasting van het NNB dan ook geen sprake. In de omgeving van het plangebied liggen wel NNB-gebieden. Ook significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB in de nabijheid van het plan kunnen worden uitgesloten. Dit is beschreven in de natuurtoets. De ontwikkeling in het plangebied heeft geen effect op de directe omgeving van het plangebied. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNB geen belemmeringen. Het NNB-beleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
Figuur 4.4: Ligging van het plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: 1. 2. 3.
Algemene broedvogels (zeer waarschijnlijk nestplaatsen); Vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (mogelijk nestplaats); Vleermuizen (mogelijk verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes).
1. Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde. Zo kunnen in het plangebied nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten met name in opgaande vegetatie). Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. 2. Vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest Er is een aantal vogelsoorten waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en bij blad 44 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
verwijdering van de broedplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Ten oosten van 'De Bunthoef' is een nest waargenomen dat gezien de afmetingen mogelijk een jaarrond beschermd nest is. Mogelijk is dit een nest van een ransuil. Om de functie van het waargenomen vogelnest en tevens het effect van de plannen op dit eventueel aanwezige jaarrond beschermde nest te kunnen bepalen, is er een nader onderzoek uitgevoerd naar het potentiële jaarrond beschermde nest (zie bijlage 8). Tijdens het onderzoek naar ransuil binnen het onderzoeksgebied zijn geen ransuilen waargenomen. Tevens zijn er geen braakballen of veren van de ransuil gevonden. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat binnen het onderzoeksgebied geen nestlocatie aanwezig is. Er zijn derhalve geen vervolgstappen nodig. 3. Vleermuizen Tijdens het terreinbezoek wat in het kader van de natuurtoets is uitgevoerd zijn geen vleermuizen waargenomen. Echter kan op basis van het terreinbezoek niet worden uitgesloten dat zich gebouwbewonende vleermuizen bevinden in het gebouw van activiteitencentrum de Bunthoef. Door de toekomstige sloop van de bebouwing is daarom mogelijk sprake van het verstoren en aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. Indien daadwerkelijk verblijfplaatsen aanwezig, dan zijn soortspecifieke maatregelen noodzakelijk en verplicht.
Er is een nader onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen in het plangebied. Tijdens het onderzoek naar vleermuizen binnen het onderzoeksgebied zijn verschillende vleermuissoorten waargenomen. Dit betrof ruige- en gewone dwergvleermuizen, rosse vleermuis en gewone grootoorvleermuis. In het onderzoeksgebied zijn twee baltsende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Echter, zijn er tijdens de veldbezoeken geen (paar)verblijfplaatsen waargenomen in het onderzoeksgebied. Daarbij zijn er tijdens de terreinbezoeken geen vliegroutes in het onderzoeksgebied waargenomen. Er zijn derhalve geen vervolgstappen nodig. Conclusie In het plangebied is geen NNB-gebied of Natura 2000-gebied aanwezig. Er komen ook geen beschermde gebieden (NNB of N2000-gebieden) voor binnen de invloedsfeer van het plangebied. Uit het nader onderzoek naar de ransuil en vleermuizen is gebleken dat er geen sprake is van verblijfsplaatsen van deze beschermde soorten. Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.
4.1.8
Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies enerzijds, en het wonen anderzijds, noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. De richtafstanden zijn afhankelijk van het omgevingstype waarbinnen de milieugevoelige bestemming is gelegen. De VNG publicatie kent twee verschillende omgevingstypes: ‘rustige woonwijk/rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’ uit. Een ‘rustige woonwijk/rustig buitengebied’ kan aangemerkt worden als een gebied zonder functiemenging en een minimale invloed van wegverkeer. Bij een ‘gemengd gebied’ is sprake van een functiemenging tussen wonen en milieubelastende activiteiten, van wonen langs drukke gebiedsontsluitingswegen, of bij lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid.
blad 45 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
In bepaalde situaties kan, vanwege de bijzondere kenmerken van gebieden met enige vorm van functiemenging, niet worden gewerkt met een systematiek van richtafstanden: vanwege de zeer korte afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies is een dergelijke systematiek niet geschikt voor functiemengingsgebieden. De Staat van Bedrijfsactiviteiten (SvB) 'functiemenging' hanteert vier categorieën :A, B1, B2 en C met specifieke criteria voor de toelaatbaarheid. Aan de hand van deze criteria zijn in dit bestemmingsplan de categorieën bepaald die binnen de bestemmingen zijn toegestaan. De criteria zijn hieronder uiteen gezet: Categorie A Bedrijfsactiviteiten die direct naast of beneden woningen/andere gevoelige functies zijn toegestaan, desgewenst in daarvoor omschreven zones binnen rustige woongebieden. De activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Categorie B1 Bedrijfsactiviteiten die direct naast of beneden woningen/andere gevoelige functies in een daarvoor omschreven gebied met functiemenging zijn toegestaan . De activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Categorie B2 Bedrijfsactiviteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter bouwkundig afgescheiden van woningen/andere gevoelige functies.
Bouwkundig afgescheiden betekent dat de panden los van elkaar dienen te staan of dat er andere bouwkundige voorzieningen getroffen zijn waardoor milieubelasting voorkomen wordt op vergelijkbare wijze als bij bouwkundige afscheiding. Uitzondering hierop vormen binnenterreinen omringd door voornamelijk woningen: ook al zijn bedrijven bouwkundig afgescheiden van woningen, op deze locaties zijn hooguit categorie B1 bedrijven toegestaan. Categorie C Activiteiten zoals genoemd onder categorie B2, waarbij vanwege relatief grote verkeersaantrekkende werking een directe ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. Toetsing De omgeving van het plangebied kent een functiemenging tussen wonen, detailhandel en maatschappelijke functies. Door de sterke mate van functiemenging in de omgeving van het plangebied kan het plangebied aangemerkt worden als een 'gemengd gebied'. Binnen het plangebied worden gevoelige functies (woningen) naast maatschappelijke voorzieningen beoogd. Onderstaand is een overzicht gemaakt van de beoogde voorzieningen. Hierbij is aangegeven binnen welke categorie de voorzieningen vallen: Detailhandel (niet supermarkten): categorie A Activiteitencentrum/ Buurtcentrum: categorie B2 Deze bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan naast of beneden woningen/andere gevoelige functies desgewenst in daarvoor omschreven zones binnen rustige woongebieden.
De activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Daarentegen geld voor het activiteitencentrum ook dat er een vorm van bouwkundige voorzieningen getroffen moeten zijn waardoor milieubelasting voorkomen wordt op vergelijkbare wijze als bij bouwkundige afscheiding. Hierbij kan gedacht worden aan geluidsdichte afscheidingen tussen het activiteitencentrum en de woningen.
blad 46 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
Rondom het plangebied bevinden zich verdere bedrijfsacitiviteiten die een milieuzonering kennen. Bij deze bedrijvigheid die niet binnen het plangebied valt kan worden gewerkt met richtafstanden zoals genoemd in de richtafstandenlijst van de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009). In figuur 4.5 zijn de bedrijven in de omgeving van het plangebied weergegeven, met de bijbehorende contour. Op basis van toetsing van deze richtafstanden kan worden geconcludeerd dat er aan de richtafstanden wordt voldaan. Er zijn geen rakende contouren tussen de overlastcontouren van de omliggende bedrijven en de beoogde herontwikkeling van de Bunthoef. De herontwikkeling van de Bunthoef ondervindt derhalve geen nadelige invloed op het woon- en leefklimaat door omliggende bedrijven.
Figuur 4.5: Contouren bedrijven en milieuzonering Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Daarentegen moeten er wel bouwkundige maatregelen worden genomen om overlast van het activiteitencentrum op de te ontwikkelen woningen te voorkomen.
blad 47 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
4.1.9
Besluit milieueffectrapportage Toetsingskader Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is in bijlage C vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.-beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die - ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling.
Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.beoordeling’ gehanteerd. In 2017 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd. De wetswijziging heeft voor vorm-vrije m.e.r-beoordelingen geen inhoudelijke gevolgen, maar heeft wel een procedurele verandering tot gevolg. Het bevoegd gezag dient op grond van de wetswijziging namelijk voorafgaand aan de terinzagelegging van een ontwerpbesluit of ontwerpbestemmingsplan – net als bij ‘formele’ m.e.r.-beoordelingen - te besluiten of al dan niet een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Indien sprake is van een particuliere initiatiefnemer, dient deze een aanmeldnotitie in te dienen op basis waarvan het bevoegd gezag kan besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Toetsing Het planvoornemen om maximaal 1200 m2 en maximaal 75 woningen te ontwikkelingen valt onder de in D gestelde drempelwaarde, daarom dient een vormvrije m.e.r-beoordeling uitgevoerd te worden.
Er is in 2021 door Antea Group een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Het volledige rapport is opgenomen als Bijlage 10. Uit de effecten die in de vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn beschreven, kan geconcludeerd worden dat als gevolg van de voorgestelde ontwikkeling van het plangebied met maximaal 75 nieuwe woningen en 1200 m2 geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is daarom geen noodzaak tot het opstellen van een milieueffectrapport. Conclusie Er is geen noodzaak tot het opstellen van een milieueffectrapport. De ontwikkeling veroorzaakt geen belangrijke nadelige milieugevolgen. blad 48 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
4.2
Water Toetsingskader Provincie Noord-Brabant Het plangebied ligt in een grondwaterbeschermingsgebied (de 25-jaarszone). De provincie heeft voor werken in deze gebieden regels vastgelegd in een interim omgevingsverorderning. Het uitdragen en controleren van deze regels heeft de provincie uitbesteed aan de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). Het is betreffende het afstromen van verharding in een grondwaterbeschermingsgebied verboden om: IBC-bouwstoffen te gebruiken; Voor uitlogende materialen geldt geen verbod maar zijn regels als het afstromend hemelwater in of op de bodem terecht komt; afstromend hemelwater van gebouwen of wegen op of in de bodem te lozen, mits: 1. er sprake is van gecontroleerd infiltreren met een voldoende zuiverende voorziening, of 2. als het water afstroomt via een watergang zonder infiltrerende werking permanente parkeerplaatsen in te richten, tenzij: 1. er sprake is van gecontroleerd infiltreren met een voldoende zuiverende voorziening, of 2. als het water afstroomt via een watergang zonder infiltrerende werking. Vanuit de Interim omgevingsverordening Noord Brabant komen daarnaast de volgende randvoorwaarden: Het is in een grondwaterbeschermingsgebied verboden grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben op een diepte van drie meter of meer onder het maaiveld. Dit geldt voor alle werkzaamheden in de bodem.
Tevens dient de maximale boordiepte zoals opgenomen in de kaart van de Interim Omgevingsverordening in acht genomen te worden. Het in het gestelde verbod geldt niet indien grond wordt verwijderd en het bodemprofiel wordt aangevuld tot tenminste drie meter onder het maaiveld zoals dat aanwezig was voorafgaand aan de werkzaamheden, en aansluitend op eventueel aangelegde kunstwerken. Voor het inbrengen van palen dient uitsluitend gebruik gemaakt te worden van: grondverdringende gladde geprefabriceerde palen zonder verbrede voet; in de grond gevormde palen waarbij een hulpbuis wordt gebruikt die niet plaatselijk verbreed is, grondverdringend wordt ingebracht en niet wordt getrokken, of schroefpalen. Waterschap Brabantse Delta Waterschap Brabantse Delta is binnen zijn beheergebied verantwoordelijk voor het waterbeheer op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, het watersysteembeheer, het beheer van dijken en het beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer - waaronder grondwater - heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het Waterbeheerplan 2016-2021, dat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. In paragraaf 3.3 wordt nader ingegaan op het beleid van Waterschap Brabantse Delta.
Gemeente Oosterhout In het gemeentelijk water- en rioleringsplan (2017 – 2021) staan beleidsregels die betrekking hebben op het plangebied. Voor de hemelwaterafvoer gelden de onderstaande
blad 49 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
uitgangspunten. Bij nieuwbouw geldt: gescheiden afvoer van regenwater van alle verharde oppervlakken waar dit mogelijk is. Voorkeursvolgorde aanhouden: infiltratie – berging – afvoer. Zoveel als mogelijk bovengrondse afvoer (ook daken), water blijft zichtbaar. Voordeel: minder vervuilingsrisico en waterbeleving van burger. De gemeente Oosterhout kent eigen compensatie - eisen. De afstroom van alle verharding in een gebied, ook als de totale verharding gelijk blijft, dient bij wijziging gecompenseerd te worden. Hiervoor gelden de volgende normen: Bij gebruik van een gesloten berging (bijvoorbeeld infiltratiekratten) 40 mm per m2 verharding; Bij gebruik van een open berging (bijvoorbeeld een wadi) 70 mm per m2 verharding; De afstroom van groene daken en groen hoeft niet gecompenseerd te worden. Bij nieuwbouw geldt dat het regenwater in principe niet mag worden afgevoerd op de gemeentelijke riolering, tenzij de aanwezige regenwaterriolering hiervoor is aangelegd. Het regenwater zal dus of in de bodem geïnfiltreerd moeten worden of op oppervlaktewater geloosd. Hiervoor geldt een doelmatigheidsafweging binnen vastgestelde normen. Toetsing In het kader van dit bestemmingsplan is een watertoets uitgevoerd, zie Bijlage 9. Onderstaand zijn de belangrijkste bevindingen hieruit beschreven.
Huidige situatie Maaiveldhoogte Uit het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN) blijkt dat het maaiveld in het plangebied tussen NAP +5,7 m en NAP +6,5 m ligt. Bodemopbouw Om de bodemopbouw ter plaatse van het plangebied te analyseren is het GEOTOP-model van DINOloket geraadpleegd. Uit deze data blijkt dat de bodem uit verschillende zandpakketten bestaat. Het eerste watervoerend pakket loopt tot -15m t.o.v. maaiveld en bestaat uit verschillende zandlagen (fijn tot grof). Grondwater Om de grondwaterstand in het plangebied te kunnen analyseren zijn grondwatermetingen van de gemeente Oosterhout geraadpleegd. De peilbuizen zijn niet direct gelegen in het plangebied. Uit de gegevens blijkt dat het grondwaterstad op 4,4 m NAP ligt, dit komt overeen met 1,3 m -mv. Grondwateronttrekkingen In het plangebied zijn geen grondwateronttrekkingen. Rondom het plangebied zijn ook geen grondwateronttrekkingen weergegeven. Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied is gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Dit betekent dat de provincie Noord-Brabant aanvullende wet- en regelgeving heeft ten aanzien van infiltratie van het hemelwater. Watersysteem Volgens de leggerkaart van waterschap Brabantse Delta zijn er geen watergangen en andere oppervlaktewateren aanwezig in het plangebied. Circa 150 meter ten oosten van het plangebied is een A-watergang (primaire watergang) gelegen. blad 50 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
Vuil- en hemelwater In de huidige situatie ligt een gemengd rioleringssysteem. Het hemelwater wordt in de huidige situatie niet geïnfiltreerd maar afgevoerd via het rioleringssysteem. Waterveiligheid Uit de legger van waterschap Brabantse Delta blijkt dat het plangebied niet in een kern- of beschermingszone van een waterkering ligt. Om deze reden worden er geen negatieve effecten op de waterveiligheid verwacht. Toekomstige situatie Grondwater Het plangebied is gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Dit betekent dat de provincie aanvullende eisen heeft voor het infiltreren van hemelwater in de bodem. De provincie eist een voldoende zuiverende voorziening. Indien wadi's of andere (ondergrondse) infiltratievoorzieningen worden aangelegd dient de ondergrond hiervoor geschikt gemaakt te worden. Waterbergingsopgave Door de realisatie van verharding is bij het nieuwe ontwerp een compensatie-eis van 210 m3 of 120 m3 aanwezig. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid gesloten en open berging. Uitgangspunt bij de compensatie is dat een groot gedeelte van het dak van de laagbouw ingericht wordt als groen dak. Voor de overige compensatieopgave is geadviseerd gebruik te maken van de 'Lidl-bak' (infiltratievoorziening) die reeds aanwezig is in de omgeving van het plangebied.
Met behulp van het groene dak wordt de benodigde berging teruggebracht naar 198 m3 aan open- of 113 m3 gesloten berging. Dit water kan verwerkt worden in de ondergrondse waterbergingsbak bij de Lidl. Middels een leiding van 120 m wordt de Bunthoef gekoppeld aan het stelsel verbonden met de Lidl bak. Vuil- en hemelwater Uit het gemeentelijk rioleringsplan van gemeente Oosterhout blijkt dat de gemeente een voorkeur heeft voor een gescheiden hemelwaterafvoer bij nieuwbouwprojecten. De voorkeur volgorde is eerst infiltreren, daarna bergen en vervolgens afvoeren. Zoals aangegeven is het niet mogelijk het hemelwater in zijn geheel binnen het plangebied te infiltreren of te bergen. Het water kan echter wel afstromen op een ondergrondse waterberging in de omgeving ('Lidl-bak'). Op deze manier wordt getracht de voorkeur volgorde van het gemeentelijke beleid aan te houden. In het voorgenomen ontwerp dient een nieuwe leiding van 120 m aangelegd te worden om de Bunthoef aan te sluiten op de ondergrondse waterberging. Hierbij kan bij 210/l/s/ha, het volledige Bunthoef oppervlak en 65% van het parkeerterrein (7.500m2) afstromen op de Lidl bak. Grondwaterbeschermingsgebied De ontwikkeling wordt gerealiseerd in een grondwaterbeschermingsgebied. Hiervoor gelden nadere eisen ten aanzien van het afvoeren/infiltreren van water.
Het is niet toegestaan om 'vuil water' in de bodem te laten infiltreren. Er dient sprake te zijn van gecontroleerd infiltreren van het afstromend hemelwater op of in de bodem met een voldoende zuiverende voorziening of het hemelwater stroomt af via een watergang zonder infiltrerende werking. Bij de plaatsing van de ondergrondse waterberging ('Lidl-bak') is een zuiveringssysteem toegepast. Er dient een melding gedaan te worden voor het extra afstromende hemelwater.
blad 51 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
Voor de half verdiept gelegen parkeergarage dient voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden op basis van Artikel 2.14 van de Interim Omgevingsverordening een melding gedaan te worden voor het oprichten van permanente parkeervoorziening in een Grondwaterbeschermingsgebied. Hierin dient tevens aangegeven te worden hoe het hemelwater afgevoerd wordt. Bij de realisatie van de parkeergarage worden geen uitlogende materialen gebruikt. In de regels van het bestemmingsplan is een maximale verticale bouwdiepte van 3 meter ten opzichte van het maaiveld opgenomen. Hierdoor past de halfverdiepte parkeergarage binnen het beleid van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Waterveiligheid Uit de legger van waterschap Brabantse Delta blijkt dat het plangebied niet in een kern- of beschermingszone van een waterkering ligt. Om deze reden zijn er geen negatieve effecten op de waterveiligheid. Conclusie Middels de watertoets kan gesteld worden dat voor de beoogde ontwikkeling een watercompensatie moet worden toegepast van 210 m3 of 120, afhankelijk van hoeveelheid gesloten en open berging. Het voorgenomen ontwerp heeft geen negatieve impact op het omliggende watersysteem of grondwaterbeschermingsgebied en voldoet aan de gestelde eisen.
4.3
Kabels en leidingen Toetsingskader Kabels, leidingen en straalpaden dienen te worden beschermd tegen ingrepen die de werking ervan kunnen bedreigen. Aan de andere kant dient de omgeving te worden beschermd tegen het gevaar dat van bestaande en toekomstige leidingen, kabels en hoogspanningslijnen kan uitgaan. Toetsing Er bevinden zich binnen het plangebied geen kabels en leidingen die planologisch beschermd dienen te worden. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.
4.4
Archeologie en cultuurhistorie
4.4.1
Archeologie Toetsingskader Erfgoedwet In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. De uitgangspunten van dit verdrag dienen te worden vertaald in nationale wetgeving. In Nederland heeft deze vertaling plaatsgevonden in de Erfgoedwet, die in werking is getreden
blad 52 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
voorontwerp bestemmingsplan Locatie Bunthoef Gemeente Oosterhout Projectnummer 0464195.100
op 1 juli 2016. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van archeologische waarden in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe 'de verstoorder betaalt' voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Besluit ruimtelijke ordening Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting van elk bestemmingsplan een beschrijving te worden gegeven van de aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden van het plangebied. Beleidsnota Cultuurhistorie, Monumenten en Archeologie In de beleidsnota Cultuurhistorie, Monumenten en Archeologie, die op 20 januari 2009 is vastgesteld, is het gemeentelijk beleid op het gebied van cultuurhistorie vastgelegd.