res 1.0 achterhoek
Tekst van het document
Deze argumenten voerden in elke (online) participatiebijeenkomst de boventoon. Er is vooral behoefte aan duidelijkheid over de afstand van windmolens ten opzichte van woonkernen en aan recente, Nederlandse onderzoeken over de gezondheidseffecten. Zolang dat er niet is, is er nauwelijks draagvlak. Daarnaast hebben belanghebbenden voorkeur voor clustering van windmolens langs grote wegen en op industrieterreinen, zo ver mogelijk weg bij woonkernen. En zonnepanelen zoveel mogelijk op daken van
24
bedrijven en langs snelwegen. Het mogelijke financiële voordeel, zoals lokaal eigendom, is in deze fase van de energietransitie van minder belang. Inwoners willen hun huizen wel energiezuinig(er) maken, energie besparen en duurzamer leven, mits dat voor hen op korte termijn voordelen oplevert. Zoals een goed gevoel door zelf direct een bijdrage te leveren aan de klimaatdoelstellingen en lagere energierekening. Daarnaast zijn er twijfels van belanghebbenden over de invloed die zij hebben op over de voorwaarden en locaties van windmolens en zonnepanelen. Een aantal gemeenten hanteert momenteel een zogenaamde uitnodigingsplanologie, waarbij het projectontwikkelaars worden uitgenodigd om initiatieven voor zonneparken of windparken te ontwikkelen op locaties die zij kansrijk achten. Veel belanghebbenden maken zich zorgen dat deze in hun woon- en leefgebied een plek vinden zonder dat zij betrokken worden. Landbouw Achterhoekers zijn van mening dat duurzame energie vooral opgewekt moet worden met zonnepanelen op daken of in openbare ruimte. En pas in de laatste plaats via zonnevelden op landbouwgrond, waar ook LTO voor pleit. LTO vreest onder meer het prijs-opdrijvend effect op agrarische grond en de afname van beschikbare grond voor met name de melkveehouderij, die voor verduurzaming juist méér grond nodig heeft.
Anderzijds zoeken veel individuele agrariërs door de huidige situatie in de landbouw (onder andere de stikstofcrisis) naar oplossingen om hun bedrijf te kunnen voortzetten, en soms ook financieel gunstig te kunnen beëindigen. Het beschikbaar stellen of verkopen van (landbouw)grond voor de aanleg van zonneparken wordt genoemd als één van de opties. De weerstand van omwonenden kan een reden zijn hiervan af te zien om te voorkomen dat ze in een impasse komen en maatschappelijk buitengesloten worden. Veel agrariërs en Achterhoekers zijn van mening dat landbouwgrond niet voor andere doeleinden gebruikt moet worden als hierdoor het landschap te veel wordt aangetast en de biodiversiteit afneemt. Dit laatste is afhankelijk van de bodemgesteldheid en de inrichting van het zonnepark en zal per initiatief apart onderzocht en bekeken moeten worden. Agrariërs geven aan dat ze positief staan ten opzichte van ‘zon op agrarisch dak’ en dat hier ook maatschappelijk draagvlak voor is. Het is in sommige gebieden echter lastig te realiseren vanwege het huidige fijnmazig vertakte netwerk in het buitengebied. Het energienetwerk uitbreiden vergt behoorlijke investeringen en een lang tijdspad
25
4
De keuze van de RES-partners
4.1
Waar staan we voor?
Gegeven het vertrekpunt van de Achterhoek waarin al een koers naar energiebesparing en opwekking van duurzame energie is ingezet, waarin een duidelijke ambitie is geformuleerd die richting geeft aan de mate van inspanningen die de Achterhoek wil leveren, en waarin al concrete resultaten op het vlak van de productie van duurzame energie zijn bereikt, was het de vraag voor de RES-partners hoe in te spelen op de afspraken uit het klimaatakkoord en hoe om te gaan met de afspraken om een regionale energiestrategie te gaan ontwikkelen. Ondanks de wereldwijde dynamiek van een groeiende zorg over klimaatverandering, een tegelijkertijd groeiend elektriciteitsverbruik en de daaruit voortvloeiende noodzaak tot de productie van duurzame energie, kiezen de RES-partners ervoor om de huidige Achterhoekse doelstelling voor de productie van duurzame energie te handhaven. Uit de eigen Achterhoekse doelstelling spreekt afdoende ambitie; er is geen noodzaak om in het kader van de RES een hoger productieniveau van duurzame energie na te streven. Met deze RES 1.0 geeft de Achterhoek een logisch vervolg op de eigen ingeslagen weg naar een duurzame toekomst.
Deze RES 1.0 geeft een impuls aan de realisatie van de productie van duurzame energie waarbij een balans wordt nagestreefd in ruimtegebruik, behoud van Achterhoekse karakteristieken, een stabiele en tijdige productie van duurzame energie tegen acceptabele kosten en een eerlijke verdeling van lusten en lasten. De Achterhoek en de Achterhoeker moet mee kunnen profiteren van de revenuen van de energie die in hun regio wordt opgewekt. 4.2
Het voorstel voor de productie van duurzame energie
De gezamenlijke bestuurders van gemeenten, provincie en waterschap kiezen ervoor om 1,35 TWh aan duurzame energie, te produceren met zonnepanelen en windturbines, bij te dragen aan de nationale afspraken in het kader van het nationale klimaatakkoord. De voorwaarde aan deze bijdrage is dat 0,35 TWh wordt geproduceerd door grootschalige opstelling van zonnepanelen op bedrijfsdaken en agrarische bebouwing. Hiermee wordt dus maximaal 1 TWh op land geproduceerd door windturbines en zonneparken. Het navolgende tekstkader toont de verdeling van dit productieniveau over zon op dak, windturbines en zonnepanelen op land. De argumentatie van deze verdeling is in de navolgende hoofdstukken uiteengezet. Daar is de relatie uiteengezet tussen beschikbare ruimte, de rol van het elektriciteitsnetwerk en het belang van een goede energiemix, de verhouding tussen wind- en zonne-energie die op het netwerk wordt aangesloten. Samenvatting voorgestelde bijdrage duurzame energie De RES-partners stellen voor om 1,35 TWh productie van duurzame energie in te brengen als bijdrage aan het klimaatakkoord. De voorwaarde aan deze bijdrage is dat 0,35 TWh wordt geproduceerd door grootschalige opstelling van zonnepanelen op bedrijfsdaken en agrarische bebouwing. Hiermee wordt dus maximaal 1 TWh op land geproduceerd door windturbines en zonneparken.
De realisatie van deze voorgestelde productiehoeveelheid moet in ieder geval deels met zon-op dak worden gerealiseerd. Voorgesteld wordt om 0,248 TWh extra aan duurzame energie via grootschalige opstellingen van zonnepanelen op dak te realiseren zodat het totale niveau op 0,35 TWh komt.
26
De bijdrage aan windenergie die de gemeenten in het kader van deze RES 1.0 bieden bedraagt 0,546 TWh. Met deze bijdrage is gestreefd om een zo goed mogelijke verhouding wind – zon te realiseren. De resterende energieproductie om tot de bijdrage aan het Klimaatakkoord van 1,35 TWh te komen kan worden opgevuld met zonne-energie. Vanwege netwerkefficiëntie en kosten voor de Achterhoeker is het zinvol om ook extra windenergie toe te voegen en niet uitsluitend zonne-energie.
4.3
Hoe gaan we om met de Achterhoekse ruimte?
De realisatie van het gewenste productieniveau vindt op een afgewogen wijze plaats. In de latere hoofdstukken in deze RES 1.0 wordt uitvoerig uiteengezet wat de achterliggende redenen zijn voor het gekozen productieniveau en de wijze waarop dit is te realiseren. Deze paragraaf schetst de hoofdlijnen. Zon op dak Bij de realisatie van deze energieproductie wordt de grootste zorg besteed aan het behouden van de Achterhoekse karakteristiek en identiteit. Daarom wordt 0,35 TWh energieproductie op daken van bedrijven en agrarische bebouwing gerealiseerd. Dit bespaart ruimte, voorkomt onttrekking van landbouwgrond in het buitengebied en verlies aan biodiversiteit en leidt tot productie van energie nabij verbruik wat de netwerkkosten, en daarmee de kosten voor de consument zo laag mogelijk houdt. Met het plan van aanpak zon op dak wordt op weg naar de RES 2.0 het realiseren van grootschalige zonnepaneelopstellingen op daken met kracht gestimuleerd. Windenergie De RES-partners onderkennen de noodzaak om het aandeel windenergie in de totale productie op peil te brengen. Het potentieel daarvoor is ruim voorhanden. Hiermee wordt voorkomen dat de kosten van de energietransitie stijgen en wordt ook de benutting van landbouwgrond voor zon op land zoveel mogelijk beperkt. Met betrekking tot de plaatsing van windturbines kiest men ervoor het aantal zoekgebieden beperkt te houden.
Daarmee wordt het Achterhoekse landschap maximaal ontzien. De voorgestane upgrading van een aantal bestaande windparken, wat niet tot extra ruimtebeslag leidt, en het aansluiten bij ontwikkelingen van al bestaande parken onderstreept dit voornemen. Zon op land Om de relatief beperkte resterende productieniveau voor zon op land in te vullen wordt in eerste instantie gekeken naar de beschikbaarheid van openbare ruimtes en de mogelijkheden deze in te zetten. Overdekken van parkeerplaatsen en busstations, het benutten van overhoeken bij industrieterreinen, overheidsterreinen en infrastructuur draagt bij aan het ontzien van het buitengebied. Daarnaast wordt de voorkeur gegeven aan kwalitatief hoogwaardige voorstellen voor zonneparken waarin natuur-inclusieve inrichting van het park of agrarische nevengebruik en andere innovatieve aanpakken in doorklinken. Daarnaast kan zon op land gecombineerd worden met de te ontwikkelen windparken. Door de kabel te delen ontstaat een substantiële (maatschappelijke) kostenbesparing. Door deze aanpak van meervoudig ruimtegebruik wordt de inzet van landbouwgrond voor zonnepanelen beperkt. Innovatie Met deze RES 1.0 wordt een invulling gegeven aan de wijze waarop de Achterhoek voor 2030 een bijdrage kan leveren om de klimaatverandering tegen te gaan door de productie van duurzame energie. Deze bijdrage is urgent.
Op dit moment zijn vooral wind- en ook zonne-energie de productiemethoden die substantiële hoeveelheden energie kunnen produceren. Vandaar dat hierop nu de focus ligt. De tijd staat echter niet stil en innovaties in energieproductie, transport en opslag zijn op de middellange en lange termijn te verwachten. Nieuwe, verbeterde batterijtechnieken zijn de komende
27
jaren te verwachten. De inzetmogelijkheden van duurzaam geproduceerde waterstof in bedrijven, voor transport en ook voor verwarming van vastgoed wordt momenteel verkend in studies maar ook al in concrete (demonstratie)projecten aangetoond. De eerste commercieel, als serieproduct verkrijgbare auto die op waterstof rijdt is al enige tijd een feit. Op weg naar de RES 2.0 worden daarom technische ontwikkelingen op de voet gevolgd en wordt waar mogelijk ingespeeld op mogelijkheden om deze in de Achterhoek in te zetten.
4.4
De Achterhoek aan zet
Regionale benadering; gemeentelijke beslisruimte De regionale benadering in deze RES 1.0 houdt ook in dat gemeenten zelf de mogelijkheid hebben om nog keuzes te maken. Er is gemeentelijke beslisruimte binnen de overkoepelde RES Achterhoek. Tijdens de uitvoeringsfase, op weg naar de RES 2.0, intensiveren de gemeenten zelf de dialoog met inwoners en organisaties met betrekking tot de concrete invulling van de zoekgebieden voor windturbines en zonneparken. Op deze wijze kan met de direct betrokkenen worden nagegaan hoe zorgen over bijvoorbeeld gezondheid kunnen worden weggenomen. Ook kan tot een concrete inpassing van windturbines worden gekomen die op zo min mogelijk bezwaren stuit. Dit doet recht aan de roep voor meer participatie van inwoners en organisaties in het besluitvormingsproces. Gemeenteraden blijven zo nadrukkelijk aan het stuur. Lusten naast de lasten in de regio Windparken en zonneparken moeten leiden tot voordeel voor omwonenden en andere betrokken organisaties. De lusten van energieproductie, in de vorm van revenuen of andere maatschappelijke lokale voordelen moeten landen in de Achterhoek! Om dit te bevorderen bevat deze RES 1.0 een plan van aanpak lokaal (collectief) eigendom van energieproductie.
Met dit plan van aanpak wordt een traject uitgezet richting de RES 2.0 waarmee onder meer omwonenden, inwoners en energiecorporaties mede aan het stuur zitten bij de realisatie van zonne- en windparken en de financiële vruchten van productie van duurzame energie kunnen proeven. Samen d’r an Voor de realisatie van wind- en zonne-energie zijn de gemeenten het erover eens om als uitgangspunt ‘Samen d’r an’ te gebruiken. Samen d’r an als motto houdt in dat iedere gemeente bijdraagt. In goed Nederlands vertaald; iedereen doet wat. 4.5
Ruimtelijke keuzes
Windenergie Aan het identificeren van ruimte voor windenergie ligt een afgewogen zoekproces ten grondslag. Daarnaast hebben bestuurlijke inzichten een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van het voorstel voor de zoekgebieden voor windenergie in de Achterhoek. Figuur 3 toont de zoekgebieden voor windenergie die worden voorgesteld. Duidelijk is dat de Achterhoek met dit voorstel keuzes maakt. Uit het brede palet van mogelijke zoekgebieden voor windturbines is een duidelijke selectie gemaakt; niet alles wat kan qua plaatsing van windturbines wordt ook benut. Er is restrictief omgegaan met potentiele zoekgebieden om uiteindelijk het karakteristieke, gesloten landschapsbeeld van de Achterhoek zo min mogelijk te beïnvloeden. De gemeenten hebben zich meer gericht op concentratie van windturbines binnen een beperkt aantal zoekgebieden. Diverse gemeenten hebben daarvoor eigen beleidskaders opgesteld die doorklinken in dit kaartbeeld.
28
Figuur 3:
Zoekgebieden windturbines
* Zoekgebied B raakt aan de 8 km-zone rondom de Veluwe (Wespendief). Voor de omvang met windturbines binnen deze zone zijn boven-regionale afspraken gemaakt tussen de Gelderse RES-regio’s. ** Voor gebied K geldt dat het Ministerie van Defensie actief de daar gelegen laagvliegroute moet intrekken. Inmiddels is al wel bekend dat het Ministerie geen bezwaar gaat maken tegen windturbines gelegen in de laagvliegzone.
De principemogelijkheid bestaat dat de daadwerkelijke realisatie van projecten afwijkt van de zoekgebieden zoals op de kaart staan aangegeven. Zoals ook uit bijlage 1 blijkt zijn er meer gebieden geschikt voor de plaatsing van windturbines. Het is mogelijk dat projectontwikkelaars een locatie willen ontwikkelen buiten de zoekgebieden en daartoe op juridische gronden de ruimte voor (moeten) krijgen.
29
Bovenregionale afspraken Wind Veluwe De Wet Natuurbescherming (Wnb) richt zich onder meer op soortenbescherming. Via de soortenbescherming beschermt de provincie plant- en diersoorten die in het wild voorkomen. Soortbescherming geldt overal, dus niet alleen binnen N2000 gebieden. Een van de beschermde soorten is de wespendief. Om windenergie op en rondom de Veluwe niet te laten conflicteren met de instandhoudingsdoelstellingen van de wespendief is vervolgonderzoek nodig. Zoekgebied B valt deels binnen de 8km zone voor de wespendief van N2000 Veluwe. De Achterhoek is daarmee gehouden aan en betrokken bij de bovenregionale bestuurlijke afspraken over windenergie op en rondom de Veluwe. Op 17 februari 2021 hebben provincies Gelderland, Flevoland, Overijsel, de zes Gelderse RES-regio’ en RESregio’s Flevoland en West-Overijssel bovenregionale afspraken gemaakt over windenergie op en rondom de Veluwe inclusief een vervolgproces. In het invloedgebied rondom de Veluwe (een zone van circa 1 tot 8 km die alle zes RES-regio’s in Gelderland raakt –zijn volgens de verkenning de mogelijkheden voor windenergie beperkter dan gedacht bij het opstellen van de concept RES’en. De kans op een vogelslachtoffer door een windmolen wordt wel snel kleiner naarmate de afstand tot de Veluwe toeneemt.
Ook hier tellen effecten van verschillende initiatieven op het leefgebied van de Wespendief met elkaar mee. Daarom is het belangrijk dat in deze zone de verkenning naar mogelijke zoekzones voor windenergie zorgvuldig en in samenhang gebeurt. Dit heeft draagvlak bij alle RES-regio’s. Er wordt een bovenregionaal afwegingskader ontwikkeld om de energetische ruimte voor wind rondom de Veluwe (invloedzone 1-8 km) te benutten. De afspraken zijn relevant voor het meest westelijke deel van de Achterhoek en een (klein) gedeelte van het zoekgebied Wind B ten oosten van Doetinchem.
Tabel 2 toont de bijdragen aan de productie van windenergie die de gemeenten leveren binnen deze zoekgebieden. Tabel 2: De bijdragen windenergie (TWh) van de gemeenten Zoekgebied Bijdrage Gebied G 0,088 Aalten Gebied K 0,071 Berkelland Gebied B 0,054 Bronckhorst Gebied B 0,060 Doetinchem Gebied A 0,095 Montferland Gebied K** en I 0,058 Oost Gelre Gebied A 0,120 Oude IJsselstreek Gebied N1 0,000* Winterswijk 0,546 Totalen * De gemeente Winterswijk heeft geen bod gedaan vanwege een moratorium voor wind tot 2023. De windenergie-opbrengst uit gebied N1 die mogelijk op de middellange termijn (maar voor 2030) kan worden geleverd bedraagt 0,049TWh. ** Voor gebied K geldt dat het Ministerie van Defensie actief de daar gelegen laagvliegroute moet intrekken. Inmiddels is al wel bekend dat het Ministerie geen bezwaar gaat maken tegen windturbines gelegen in de laagvliegzone.
De resterende energieproductie om tot de bijdrage aan het Klimaatakkoord van 1,35 TWh te komen kan worden opgevuld met zonne-energie. Vanwege netwerkefficiëntie en kosten voor de Achterhoeker is het zinvol om ook extra windenergie toe te voegen en niet uitsluitend zonne-energie. De wijze van invulling van de gemeentelijke bijdragen is een genuanceerd geheel, waarin strevend naar een regionaal samenhangende strategie, gemeentelijk en provinciale inzichten en ook de voorkeuren van raden en provinciale staten doorklinken. De balans in gemeentelijke bedragen is niet alleen te meten in termen van hier en nu. In diverse gemeenten zijn nog stappen te zetten om het bod en de gemeentelijke bijdrage daarin waar te kunnen maken. Van belang is dat de gemeenten en andere RES-partners een helder commitment hebben afgegeven wat het vertrouwen geeft dat de bijdragen worden waargemaakt.
30
De voorkeuren van gemeenten met betrekking tot de zoekgebieden staan navolgende vermeld. De gemeente Bronckhorst brengt een zoekgebied ten noorden van de Oude IJssel in. Het gemeentelijke beleidskader verbindt aan dit zoekgebied de randvoorwaarde dat de tiphoogte van turbines niet boven de 150 meter mag uitkomen. De gemeente Aalten kiest nadrukkelijk voor het upgraden van het bestaande windpark Hagewind. Met de modernisering van het park kan met minder, hogere turbines binnen een gelijkblijvend ruimtebeslag driemaal zoveel duurzame energie worden geproduceerd. De gemeente Oost Gelre kiest bewust voor twee zoekgebieden voor windturbines op het gemeentelijke grondgebied uit de meerdere zoekgebieden die binnen de gemeente bestaan. De gemeente ziet deze gebieden gezien de omvang, het landschap en het huidige gebruik als het meest kansrijk. Op dit moment loopt er in de gemeente een traject dat kan leiden tot een bijstelling van de gemeentelijke kaders voor windturbines. De uitkomst van dit traject zal (mede) de ruimte bepalen voor windturbineprojecten binnen de zoekgebieden. De twee zoekgebieden grenzen aan of overschrijden de gemeentegrenzen. Dit betekent dat afstemming met buurgemeenten noodzakelijk is om tot een invulling te komen.
De gemeente Oude IJsselstreek kiest voor ontwikkeling van windenenergie uitsluitend op de zuidflank van de gemeente waar nu al windturbines zijn geplaatst. De gemeente Montferland kiest ervoor om alleen in de zuidoosthoek van de gemeente windturbines te plaatsen. Dit in het daarvoor vastgestelde ontwikkelgebied voor windenergie, conform de gestelde voorwaarden in het gemeentelijke afwegingskader. De gemeenteraad van Winterswijk heeft in het verleden tot een moratorium op windturbines besloten. Tot in 2022 zet de raad de mogelijke plaatsing van windturbines in de gemeente niet op de agenda. Wel is de opwekking van duurzame energie in de gemeente met behulp van alleen zonneparken onderwerp van gesprek. Op termijn is een onderzoek naar de haalbaarheid van windturbines wellicht te overwegen. De gemeente Berkelland kiest voor een concentratie van grotere windmolens. Deze concentratie vindt bij voorkeur plaats in het grensgebied met een andere gemeente. Het meest voor de hand liggende zoekgebied met de minste impact op inwoners en landschap is de zuidoostelijke hoek van de gemeente. De gemeente Doetinchem ziet ruimte voor wind ten westen van Doetinchem langs de Oude IJssel.
In het gebied B voor zover dat op Doetinchem’s grondgebied ligt De locaties voor windenergie zullen in de RES 2.0 nader worden bekeken zodat de locaties zo concreet worden dat ze uitvoerbaar zijn in 2030 en windturbines vergunbaar zijn in 2025. Ruimtelijke keuzes zon op land De opgave voor extra zonneparken op land in de Achterhoek in het kader van de RES relatief gering. De in beginsel beschikbare ruimte in de Achterhoek is meer dan genoeg om de opgave te realiseren. Dit laat toe dat selectief wordt omgegaan met potentiele locaties voor zonneparken. Het toelaten van nieuwe zonneparken moet in het licht staan van de consequenties daarvan op de aansluitmogelijkheden van windparken op de onderstations in het netwerk van Liander. De prioriteit ligt bij windenergie; voorkomen moet worden dat nieuwe zonneparken de aansluiting van windparken blokkeren of vertragen.
31
De Achterhoek kan zich volop richten op het kiezen voor kwalitatief hoogwaardige voorstellen voor zonneparken waarin natuur-inclusieve inrichting van het park of agrarische nevengebruik en andere innovatieve aanpakken in doorklinken. Een ander aandachtspunt bij het toelaten van zonneparken is de gecombineerde invloed van meerdere parken in onderlinge nabijheid op het Gelders Natuur Netwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelzones. Parken die dicht bij elkaar liggen kunnen de ecologische verbindingszones negatief beïnvloeden terwijl de individuele parken dit niet doen. Ditzelfde cumulatieve effect van zonneparken kan zich ook in landschappelijke zin voordoen. Het is daarom uiterst zinvol dat gemeenten in overleg treden met de provincie om zo vanuit een meer regionale insteek de mogelijke vergunningverlening van zonne-initiatieven te beoordelen. In het realisatie traject in het kader van de RES 2.0 is nadrukkelijk aandacht te besteden aan een programmatische aanpak om realisatie van het gewenste productieniveau van zonne-energie op een kwalitatief hoogwaardige wijze qua locatiekeuze en inrichting van zonneparken te bevorderen. 4.6
Verdere samenwerking bij de realisatie van het voorgestelde productieniveau
Deze Achterhoekse RES 1.0 schetst vanuit een regionale invalshoek op welke wijze de Achterhoek de eigen energieambitie invult. Met deze RES 1.0 kan vanuit de huidige situatie gestructureerd worden toegewerkt naar invulling van de toekomstige energiestrategie. Dit traject van ‘toewerken naar’ is essentieel om recht te doen aan bestaand gemeentelijk en provinciaal beleid, opinies in gemeenteraden, eerdere besluiten over duurzame energie en uiteindelijk de ruimtelijke mogelijkheden die gemeenten hebben om de ambitie voor duurzame energie te realiseren. Samenwerking in dit traject en het afgewogen invullen van de rollen van de RES-partners is essentieel voor het verdere succes. Zo levert Liander een belangrijke bijdrage direct in het begin van het traject naar de RES 2.0 door het totaalbeeld van de voorgestelde energieproductie en de verdeling daarvan over wind en zon en het bijbehorende ruimtegebruik onder de loep te nemen wat betreft de consequenties voor het elektriciteitsnetwerk. Deze tweede netwerkimpactanalyse levert een inzicht in de betekenis van het aansluiten van de voorgestelde windenergie en zonne-energie op het netwerk. Dit mondt uit in een advies over de ruimtelijke programmering van de wenselijke productie van zonne-energie.
Daarmee wordt duidelijk hoe voorgenomen netwerkinvesteringen adequaat kunnen worden benut en kunnen onnodige congestie op het netwerk en kosten voor infrastructuur worden vermeden. Ook draagt Liander bij aan het uitrollen van het plan van aanpak zon op dak zodat een belangrijke Achterhoekse ambitie succesvol kan worden ingevuld. De gemeenten pakken hun rol op in het nader onderzoeken van de concrete benutting van de zoekgebieden voor windenergie. Zij gaan daarvoor het verdere gesprek aan met direct betrokken stakeholders, sturen nader onderzoek rond de concrete benutting van de zoekgebieden aan en zetten de nodige stappen om deze op te nemen in ruimtelijke plannen. Daarmee wordt een juridische basis gelegd voor de finale besluitvorming over windenergieprojecten. Daar waar de zoekgebieden op en over gemeentegrenzen liggen werken de gemeenten nauw samen om tot afstemming te komen over de wijze van benutting van deze gebieden en een adequaat participatietraject met alle omwonenden en andere stakeholders te komen. De provincie kan desgewenst een facilitaire rol vervullen bij de nadere invulling van de gemeentegrens overschrijdende zoekgebieden.
32
De rol van de provincie heeft nog een ander dimensie. Op grond van de elektriciteitswet heeft de provincie de rol van bevoegd gezag voor windparken met een opgesteld vermogen van meer dan 5 MW en kleiner dan 100 MW. Met het vermogen van de huidig gangbare turbines is de provincie daarmee al snel het bevoegde gezag om over de omgevingsvergunning voor een windpark te besluiten7. De provincie heeft daarmee de bevoegdheid om een windpark ruimtelijk in te passen via een provinciaal inpassingsplan. De provincie is daarbij verplicht deze bevoegdheid toe te passen als een initiatiefnemer een afwijzing heeft ontvangen van de gemeente. De provincie moet voor het betreffende project dan wel van mening zijn dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening, zoals dat op grond van de Wro moet worden aangetoond. Deze RES 1.0 is een belangrijk onderdeel bij deze afweging.
7 Deze bevoegdheid vloeit voort uit artikel 9f tweede lid Chw (Crisis- en Herstelwet) en betekent een afwijking van de standaard bevoegdheidsverdeling op grond van de Wabo. Daarnaast coördineert de provincie de overige vergunningen die nodig zijn voor de ontwikkeling van een windpark (artikel 9f lid 1 van de Elektriciteitswet).
33
5
Naar een regionale energiestrategie
5.1
Wat is de opgave?
Vanuit de bestaande, gunstige uitgangssituatie in de Achterhoek is het zaak om de RES-systematiek gericht op een stimulans voor de productie van duurzame energie soepel te laten aansluiten bij bestaande doelstellingen en daartoe geformuleerd beleid. Het nationale RES-proces leidt in de Achterhoek dus niet zozeer tot beleidsinitiatie maar tot aanpassing en waar mogelijk verbetering van het bestaande beleid. Die aanpassingen focussen zich op: • Koppeling van opwekking van duurzame energie aan andere ruimtelijke thema’s; • Een afstemming van de zoekgebieden voor de opwekking van duurzame energie op de kansen en mogelijkheden van het elektriciteitsnetwerk; • Het expliciteren van de mogelijke inzet van warmte ten behoeve van ruimteverwarming. Voor de Achterhoek betekent het RES-proces een geleidelijke transformatie naar een gezamenlijke benadering van de productie van duurzame energie. Vandaar ook het motto van ‘voortbouwen op’; ‘Verrijken van bestaand beleid’. Door het RES-proces kwam de vraag hernieuwd op tafel hoeveel ruimte in de Achterhoek beschikbaar is voor de productie van duurzame energie via wind en zon, hoe die ruimte kan worden ingezet en wat een redelijke bijdrage is aan het nationale streven van 35 TWh op land.
Beginnend bij de beschikbare ruimte in de Achterhoek, aan te geven op basis van wettelijke normen voor de plaatsing van windturbines, planologisch-juridische belemmeringen en provinciale en gemeentelijke beleidskaders voor de inpassing van windturbines en zonneparken, kan worden geconstateerd dat de Achterhoek in beginsel veel ruimte beschikbaar heeft. Zo kan in de Achterhoek bij benadering voor 2,42 TWh aan extra windenergie en 2,77 TWh aan zonne-energie8 worden geproduceerd. Er kan veel. Doelstelling van het Gelders Energie Akkoord (GEA) De Gelderse gemeenten hebben afgesproken dat met de RES ook wordt gekeken naar de uitvoering van het Gelders Energie Akkoord (GEA). Door in 2030 1,35 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken en daarnaast in te zetten op energiebesparing en productie van duurzame warmte9 realiseert de Achterhoek een CO2besparing van 63%. Hiermee voldoet de Achterhoek ruimschoots aan de doelstelling van het Gelders Energie Akkoord, dat als doel heeft gesteld om 55% CO2-emissiereductie in 2030 te bereiken ten opzichte van de jaarlijkse uitstoot in 1990 (Bron: Overmorgen Tussenrapportage, mei 2020)
5.2
Achterhoekse ambitie
Duidelijk is dat deze puur ruimtelijke benadering geen recht doet aan de realiteit waarin vele andere factoren het ruimtegebruik in de Achterhoek beïnvloeden. Ook wordt duidelijk dat de Achterhoek wat te kiezen heeft. De vraag hoe de ruimte voor de productie van duurzame energie in te zetten ligt prominent op tafel: Concreet binnen welke gebieden wil de Achterhoek duurzame energie produceren, en hoe is die energie op te wekken? Met windturbines of met zonnepanelen? Kortom, er kan veel, maar wat wil de Achterhoek? En hoe past dit in de planologische kaders van gemeenten en de provincie?
8
Bron: Ruimtelijke check op concept-RES Achterhoek, HNS, 28 mei 2020
9
Zie hoofdstuk Warmte
34
Daarnaast is de vraag dus aan de orde hoeveel duurzame energie de Achterhoek wil produceren als bijdrage aan het nationale programma RES. Bij de beantwoording hiervan kan gekeken worden naar de afspraak in het klimaatakkoord, tenminste 35TWh op land verdeeld over de RES-regio’s. Ook kan worden stil gestaan bij mondiale, Europese en nationale ontwikkelingen die er alle op duiden dat inspanningen om klimaatverandering tegen te gaan moeten worden geïntensiveerd en dat er meer duurzame energie noodzakelijk is. Ook kan in beschouwing worden genomen dat het kabinetsbesluit om geen gas meer te gaan gebruiken voor ruimteverwarming een toenemende elektriciteitsvraag, zeker in de Achterhoek, tot gevolg heeft. En dat toenemend elektrisch rijden een vergelijkbaar effect zal hebben Tegen de achtergrond van deze wereldwijde dynamiek heeft het bestuur besloten om de aansluiting met de eigen ambitie, al uitgesproken met het Akkoord van Groenlo, en nader geduid in de regionale uitvoeringsagenda energie in 2016, vast te houden. Besloten is om niet nu al te anticiperen op intensivering van inspanningen voor de productie van duurzame energie maar de eigen Achterhoekse productiedoelstellingen in ere te houden. De regionale bijdrage aan het Klimaatakkoord De Achterhoek draagt 1,35TWh bij aan het Klimaatakkoord met deze RES 1.0.
De hoogte van deze energieproductie is gelijk aan de in 2016 geactualiseerde uitvoeringsagenda Energie Achterhoek, wat een actualisatie was van de afspraken in het akkoord van Groenlo. Het akkoord ging uit van een energieneutrale Achterhoek in 2030 voor de onderwerpen gebouwde omgeving en industrie, dus het energieverbruik van deze sectoren. De ontwikkelingen, zoals elders geschetst in deze RES 1.0, laten zien dat de bijdrage van 1,35 TWh maar deels bijdraagt aan de werkelijke behoefte aan duurzame energie. Elektrisch autorijden, elektrificatie van ruimteverwarming als gevolg van het terugdringen van het gasverbruik, de elektrificatie van de industrie en het meetellen van elektriciteitsverbruik van de landbouw leiden alle tot een aanzienlijk hogere energiebehoefte. Deze aanvullende behoefte aan duurzame energie wordt niet met deze RES 1.0 opgepakt. Deze RES 1.0 is gebaseerd op het nationale kader voor de regionale energiestrategieën en gaat niet daarbuiten. De doelstelling voor de productie van duurzame energie die is af te leiden in de uitvoeringsagenda energie is 1,35 TWh. De gezamenlijke bestuurders van gemeenten, provincie en waterschap kiezen ervoor dit ‘bod’ te doen als bijdrage aan het nationale klimaatakkoord. De voorwaarde aan deze bijdrage is dat 0,35TWh wordt geproduceerd door grootschalige opstelling van zonnepanelen op bedrijfsdaken en agrarische bebouwing.
Hiermee wordt dus maximaal 1 TWh op land geproduceerd door windturbines en zonneparken. Bij dit bod mag rekening worden gehouden met de al geproduceerde energie door windturbines en zonnepanelen. In de Achterhoek wordt al 0,471 TWh duurzame energie geproduceerd. Dit betekent dat ruimte is te zoeken voor de productie van 0,879 TWh extra in uiterlijk 2030.
35
Figuur 4:
5.3
TWh in windmolens en zonneparken
Zoektocht naar de ruimte
Met deze bijdrage op tafel, al eerder neergelegd in de concept RES, verschoof de focus bij opstelling van de RES 1.0 naar de vragen binnen welke gebieden de Achterhoek duurzame energie wil produceren, en hoe die energie is op te wekken? Met windturbines of met zonnepanelen? Beide vragen zijn beantwoord door de uitvoering van een uitgebreide ruimtelijk-functionele analyse en een analyse van de mogelijkheden van aansluiting van duurzaam geproduceerde energie op het elektriciteitsnetwerk in de Achterhoek. In de zogenaamde netwerkimpactanalyse uitgevoerd door Liander, de netbeheerder, is nagegaan hoe de zoekgebieden, voor wind en voor zon, aan te sluiten zijn op het netwerk. Ook is nadrukkelijk gekeken naar de zogenaamde energiemix. Dit is de verhouding tussen windturbines en zonneparken. Deze is van groot belang om de kosten van de elektriciteitsinfrastructuur te beperken en de energieleverantie stabiel te kunnen houden. In de ruimtelijke analyse zijn diverse aspecten van de Achterhoek in ogenschouw genomen die een rol spelen in het zoeken naar de ruimte voor duurzame energie. Deze aspecten zijn systematisch gecategoriseerd en beoordeeld, waarmee een afgewogen ruimtelijk beeld van zoekgebieden voor windturbines en zonneparken tot stad is gekomen. De navolgende hoofdstukken gaan hierop dieper in.
36
6
Systeemefficiëntie en energiemix
6.1
Het Achterhoekse elektriciteitsnetwerk
Figuur 5 geeft het elektriciteitsnet in de Achterhoek schematisch weer alsmede de huidige teruglevercapaciteit. De kaart toont de hoogspanningsnetten (380, 150 en 110 kV) die door TenneT worden beheerd. Figuur 5: Elektriciteitsnet en teruglevercapaciteit op onderstations en regelstations (situatie maart 2020)
Het Achterhoekse netwerk wordt gevoed door het zogenaamde koppelnet vanuit Doetinchem (station Langerak). Dit koppelnet verbindt Nederland met de rest van Europa en heeft een spanning van 380.000 Volt. Het koppelpunt in Doetinchem voedt de Achterhoek via het hoogspanningsnet van 150.000 Volt (de blauwe lijnen). Zowel het koppelnet (rode lijnen) als het hoogspanningsnet (blauwe lijnen) worden beheerd door de landelijke netbeheerder TenneT. Dit net is grotendeels zichtbaar door de hoogspanningsmasten. In de Achterhoek voedt het hoogspanningsnet de regio in een ring. Op deze ring zitten een aantal onderstations waar het fijnmazige, ondergrondse, middenspanningsnet op is aangesloten. Vanuit dit middenspanningsnet worden vrijwel alle huishoudens en bedrijven voorzien van elektriciteit. Zonnepanelen op daken en kleinschalige zonneweides worden aangesloten op het middenspanningsnet. Grootschalige duurzame opwek zoals windmolens en zonneparken van meer dan twee hectare wordt direct op de onderstations aangesloten. Deze infrastructuur is in het verleden ontworpen op basis van verbruik en daarmee levering van energie. Er werd geen rekening gehouden met kleinschalige lokale opwek die een teruglevering op het net betekent. Waar veel verbruik is, is infrastructuur aanwezig. Alle stations bevinden zich dan ook in de directe omgeving van de (grote) kernen in de Achterhoek.
Het hoogspanningsnet is te vergelijken met een snelweg: hier wordt met hoge snelheid gereden (150.000 Volt) en zijn er verschillende afritten (onderstations) richting de N-wegen (het
37
middenspanningsnet). Het middenspanningsnet heeft een lagere spanning van 10.000 Volt, hier wordt langzamer gereden dan op de snelweg. 6.2
Netwerkproblematiek
Het elektriciteitsnetwerk raakt op steeds meer plekken vol. Dat komt onder meer door de snelle groei van het aantal zonnepanelen op daken, zonneweides en windmolenparken die elektriciteit aan het net leveren. Ook aan de vraagzijde dreigt het net tegen zijn grenzen aan te lopen. Uitbreiding van industrieterreinen, woonwijken en trends als elektrisch rijden zorgen voor een grotere elektriciteitsbehoefte. Deze belasten het net in toenemende mate. Het netwerk in de Achterhoek kent op dit moment al een aantal knelpunten in geval van piekbelastingen. De keuzemogelijkheden voor locaties voor zonneparken en windparken worden hiermee ingeperkt. Op het elektriciteitsnetwerk in het algemeen en dus ook in de Achterhoek kan niet zonder meer op iedere denkbare locatie een windpark of zonnepark worden aangesloten. De locatiekeuze voor een wind- of zonnepark, of een grootschalige opstelling van zonnepanelen op daken, heeft daarmee een relatie met de ligging en capaciteit van dit elektriciteitsnetwerk. De factor ‘netwerk’ bepaalt dus in toenemende mate waar de productie van duurzame energie nog mogelijk is. Hiermee kunnen locaties die vanuit andere overwegingen in aanmerking komen, niet worden benut.
Toevallige kansen als grond die beschikbaar komt, een agrariër die zijn bedrijf afbouwt, een overhoek langs een weg die in beginsel voor wind- of zonne-energie kan worden ingezet, worden minder bepalend voor de locatiekeuze voor zonneparken of windturbines. 6.3
Systeemefficiëntie
De locatie ten opzichte van het elektriciteitsnet bepaalt of het mogelijk is een wind- of zonnepark zonder veel extra kosten aan te sluiten op het net. De locatie bepaalt ook of de aansluiting binnen een acceptabele termijn kan worden gerealiseerd. Systeemefficiëntie in het netwerk is belangrijk om kostenstijgingen voor de consument binnen de perken te houden en voor de mogelijkheid om productie van duurzame energie tijdig te kunnen uitbreiden. Systeemefficiëntie is erbij gebaat de volgende ontwerpprincipes aan te houden: • Benut bestaande en geplande infra optimaal Niet overal in de Achterhoek is evenveel capaciteit beschikbaar. Door opwek te plannen op locaties waar capaciteit beschikbaar is of in de toekomst komt, worden onnodige capaciteitsuitbreidingen en kosten vermeden • Combineer opwek en verbruik Hoe verder opwek en verbruik uit elkaar liggen, hoe meer infrastructuur nodig is. Door opwek en verbruik geografisch dicht bij elkaar te plannen worden onnodige capaciteitsuitbreidingen vermeden. • Combineer zon en wind Als de wind waait, schijnt de zon meestal niet en vice versa. Door de duurzame opgave in te vullen met zowel wind als zon is in de Achterhoek tot wel vier keer minder infrastructuur benodigd.
• Cluster duurzame opwek projecten Grootschalige projecten (zonneweides groter dan twee ha en windturbines) worden met een eigen kabel direct op het onderstation aangesloten. Het aansluiten van enkele clusters van opwek is vele male efficiënter dan kleinschalige opwekinstallaties verspreid over de hele Achterhoek • Slimme technische oplossingen
38
Slimme oplossingen als het inzetten van de vluchtstrook van het net (‘redundantie loslaten’), het aftoppen van zonnepanelen en of combineren van zon en wind op één kabel (‘cablepooling’) zorgt voor een efficiëntere benutting van het bestaande net. Dat de systeemefficiëntie, en daarmee beperking van de kosten voor de consument, gebaat zijn bij een juiste energiemix laat figuur 6 zien. Figuur 6: De invloed van de energiemix op de kosten van infrastructuur
6.4
Opgave en energiemix
Een evenwichtige energieproductie met zon en wind, een juiste energiemix, zorgt voor een efficiënter gebruik van het elektriciteitsnet. Wind en zon hebben vrijwel complementaire pieken. Met andere woorden, als de zon schijnt, waait het meestal niet hard en als het hard waait, schijnt de zon meestal niet. De leveringsonzekerheid neemt daardoor af. Wind heeft een bijna vier keer hogere bedrijfstijd dan zon. Tegen dezelfde kosten voor infrastructuur kan dus vier maal zoveel energie worden opgewekt. Of louter zon kost wat infrastructuur betreft bijna vier keer zoveel als louter wind. Door zon én wind te combineren op dezelfde kabel (cable pooling) kan nog eens 25% kosten worden bespaard. Door een adequate energiemix kan veel meer duurzaam opgewekte energie worden aangesloten tegen dezelfde kosten, in dezelfde ruimte en tijd. Figuur 7 toont de hoeveelheid elektriciteit die een zonnepark of een windturbine opwekt. Opwek met zonnepanelen is seizoensgebonden, terwijl de opwek door windturbines het gehele jaar doorgaat (maar ook wel fluctueert).
39
Figuur 7: Elektriciteitsproductie met windturbines en zonnepanelen
Een streven naar een adequate energiemix betekent dat met enige marge een verhouding van zon en wind van 1 op 1 in opgesteld vermogen moet worden nagestreefd. Via de bedrijfstijd vertaalt zich dat tot een gewenste zon/wind verhouding van 1 op 3 op het niveau van onderstations.10 In de Achterhoek wordt op dit moment 0,172 TWh met windenergie opgewekt. Om aan de vraag aan duurzame elektriciteit te voldoen is meer windenergie nodig. Er is al relatief veel zonneenergie gerealiseerd en nog (veel) meer grondgebonden zonne-energie brengt de energiemix uit balans. Windturbines zijn dus naast zonnepanelen nodig omdat deze elk jaar zorgen voor een min of meer continue stroom elektriciteit. Ze hebben een hoog rendement, zijn kosteneffectief en vragen minder (directe) ruimte dan zonneparken. Er is wel meer indirecte ruimte nodig voor inpassing van windturbines in verband met hinderzones, laagvliegroutes, trekroutes en zichtbaarheid. Windturbines hebben een grote impact op het landschap en de omgeving en daarom is een zorgvuldige afweging gemaakt om tot geschikte locaties te komen. Een adequate zon-wind verhouding zoals hierboven geschetst betekent dat een aanzienlijk deel van het bod opgewekt moet worden door wind. Het bod is dan op de volgende manier samengesteld: • • •
Zon op dak: 0,35 TWh Zon op land: 0,21 TWh Wind: 0,79 TWh11
Wanneer de opgave wordt verminderd met de projecten die zijn gerealiseerd of met zekerheid gerealiseerd gaan worden, ontstaat de onderstaande ideale verdeling van restopgave van 0,879 TWh: • Zon op dak: 0,248 TWh • Zon op land: 0,013TWh • Wind: 0,618 TWh
10 In de praktijk is het wat ingewikkelder. Van zon op dak op bedrijventerreinen is ervan uitgegaan dat deze wordt weggevangen door de vraag. Het onderstation “ziet” dit zonvermogen niet en behoeft voor de netinpassing op onderstation niveau dus niet te worden meegenomen in de mix. De verhouding mag daardoor dus minder zijn dan 1-op-3. 11 De zon-wind verhouding in de land opties is dan zelfs 1 op 4. Het deel zon op dak dat in het buitengebied ligt trekt dat richting 1 op 3.
40
Deze restopgave en de verdeling over zon op dak, zon op land en wind op land was het vertrekpunt bij het zoeken naar de ruimte voor realisatie van de bijdrage aan het klimaatakkoord van de Achterhoek. Opslag van energie Het is belangrijk de flexibiliteit in energiesystemen te vergroten, zodat het productievermogen maximaal kan worden ingezet. De combinatie van productie en opslag speelt daarin een rol. PBL onderzoekt momenteel in opdracht van EZK de mogelijkheden om batterij-opslag in combinatie met zon- en windprojecten in de SDE++ te ondersteunen. In de voorgenomen Energiewet wordt opgenomen dat netbeheerders als het efficiënt is verplicht zijn om flexibiliteit in te kopen waarmee ook opslag van elektriciteit wordt gestimuleerd. Opslag zal in toenemende mate een relevante rol spelen in de transitie naar een CO2 vrij energiesysteem doordat met bijvoorbeeld een batterij het aanbod van elektriciteit kan worden opgeslagen en afgeleverd op het moment dat er vraag is. In recente onderzoek van de landelijke en regionale netbeheerders en EZK is deze rol ook goed geduid voor het energiesysteem na 2030. In deze RES 1.0 is de rol van opslag nog niet prominent meegenomen. Dat komt onder andere omdat de maatschappelijke kosten van het verzwaren van het net momenteel in veel gevallen lager zijn.
In de RES 2.0 worden de mogelijkheden van opslag om lokale netcongestie tegen te gaan te verkend. De business cases rond opslag zijn op dit moment nog een aandachtpunt. Opslag is vooralsnog vaak niet de meest kosteneffectieve oplossing is.
Innovatie De Achterhoek wil ook zelf bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe technieken. Bijvoorbeeld door ‘launching customer’ te zijn en zo een proeftuin te worden voor nieuwe technieken. Dergelijke innovaties en initiatieven kunnen de regio en hoogwaardige werkgelegenheid een belangrijke impuls geven. De Achterhoekse gemeenten doen dit niet alleen, maar zoeken hiervoor de samenwerking met het bedrijfsleven. Om innovatie in de regio de stimuleren zijn ontmoetingen tussen overheid, ondernemers en onderwijs essentieel. Regionale netwerken en organisaties, zoals Achterhoek Onderneemt Duurzaam, Agem en de Achterhoek Ambassadeurs kunnen hierin een centrale rol spelen.
41
7.
Zoektocht naar de ruimte
7.1
Zon op dak
De grootschalige opstelling van zonnepanelen op daken (meer dan 15 kWp), waarvan de energieproductie meetelt in de RES, heeft de nadrukkelijke voorkeur van de samenwerkende gemeenten, de provincie, en het waterschap. Zij streven immers naar meervoudig ruimtegebruik bij de inpassing van energieopwekking in de omgeving. Bij zon-op-dak wordt optimaal gebruikt gemaakt van de ruimte en hoeven zonneparken niet landschappelijk te worden ingepast. Tevens is het verlies aan biodiversiteit en natuur en landbouwgrond minder groot. Ook kunnen bijvoorbeeld elektrische auto’s dicht bij de bron worden opgeladen wat het elektriciteitsnetwerk zo min mogelijk belast. De zonneladder De zonneladder is een belangrijk afwegingskader bij de RES. De gedachte is voortgekomen uit de maatschappelijke discussie over het benutten van landbouwgrond en natuur voor opwek van duurzame energie, terwijl er daken onbenut blijven. De zonneladder brengt een prioritering aan in opweklocaties voor zonne-energie. Er zijn verschillende versies van de zonneladder, maar algemeen geldt dat zon op dak meer prioriteit krijgt dan zon op land. Ook geldt voor zon op land dat onbenutte bebouwde locaties en locaties langs infrastructuur prioriteit krijgen boven natuur- en landbouwgrond.
Vanwege deze voordelen heeft de Achterhoek een hoge doelstelling voor het realiseren van zon-opdak gesteld en zet de regio maximaal in om dit doel te bereiken. Naast het stimuleren van de gebruikelijke opwekmethode: zonnepanelen op het dak, zet de regio ook in op gebruik van innovatieve plaatsing van de panelen. De regio volgt nauwlettend de ontwikkelingen voor zonnepanelen die zijn gekoppeld aan de gebouwde omgeving, zoals zon op gevels, op ramen en in de openbare ruimte, zoals boven auto- en fietsparkeerplaatsen en parkeerterreinen. De bijdrage in de productie van duurzame energie van de Achterhoek zoals geformuleerd in de concept-RES omvat de opwekking van 0,35 TWh via zonnepanelen op daken. Op dit moment wordt al 0,064 TWh grootschalig op daken opgewekt terwijl er ook projecten in de ‘harde pijplijn’ zitten waarmee de productie op afzienbare termijn groeit naar 0,102 TWh. Het streven naar de maximale benutting van de potentie voor de opwekking van zonne-energie op daken, en daarmee de resterende 0,248 TWh aan duurzame energie op dak op te wekken, is een reële maar geen eenvoudige opgave. Bedrijfsdaken en daken van agrarische bebouwing bieden echter genoeg oppervlakte om deze opgave te realiseren. Een conservatieve schatting van de maximale realistische potentie voor grootschalig zon-op-dak bedraagt 0,49 TWh (Provinciale Basis studie zon, 2021).
Vanwege de aanzienlijke inspanningen die verricht moeten worden om zon op dak te realiseren is besloten om vooralsnog te streven naar in ieder geval 0,35 TWh energieproductie. Blijken innovaties een hoger productieniveau mogelijk te maken, dan zal niet nagelaten worden dit te realiseren. Uit de netimpact analyse van Liander volgt dat de opgave voor zon op dak, zeker in het buitengebied van de Achterhoek, niet zonder meer aangesloten kan worden op de bestaande en reeds geplande middenspanningsinfrastructuur. Het net is verfijnder maar kan ook minder capaciteit verwerken. Om de restopgave van 0,248 TWh voor zon op dak vóór 2030 te realiseren geeft Liander handvatten in de vorm van een systeem efficiëntie ladder zon-op-bedrijfsdaken die de kans op realisatie zo groot mogelijk maken. Deze ladder kan worden gebruikt om een strategie en een plan van aanpak te ontwikkelen. Uiteindelijk moet dit leiden tot een uitvoeringsprogramma voor de realisatie opgave van zon-op-dak.
42
Figuur 8:
De systeem efficiëntie ladder zon-op-bedrijfsdaken
Figuur 9 toont de handreiking voor het slim kiezen van locaties voor zon op dak. Het gaat daarbij primair om daken met een grootverbruikaansluiting (groter dan 3x80A). Het doel is zoveel mogelijk duurzame opwek gerealiseerd te krijgen. Daarbij is de netsituatie als uitgangspunt genomen, omdat dit in veel gevallen een beperkende factor in de realisatie is. De impact op het net neemt per trede toe. Daarmee neemt ook dat kans toe dat er onvoldoende transportcapaciteit is voor teruglevering van elektriciteit. De tredes zijn voorzien van een toelichting en voorbeelden hoe om te gaan met de betreffende situatie. Door het toepassen van de systeem efficiëntie ladder zon-op-bedrijfsdaken is het mogelijk met minimale netaanpassing zo veel mogelijk zon op dak te realiseren. Netbeheer Nederland zal op korte termijn nadere handvatten bieden voor de toepassing van deze ladder. Door de ladder toe te passen is het mogelijk om snel het ‘laaghangende fruit’ te plukken: Het identificeren van de daken die hoog op de ladder staan en waarop zonnepanelen dus relatief eenvoudig kunnen worden geplaatst en snel worden gerealiseerd; Dit zijn bijvoorbeeld daken van bedrijven die het hele jaar door continu stroom gebruiken. Zonne-energie die daar geproduceerd wordt, wordt meteen lokaal gebruikt en heeft dus geen (extra) elektriciteitsnet nodig (trede 1 op de ladder).
43
De systeem-efficiëntie ladder is met name behulpzaam bij het zoeken naar ruimte op bedrijfsdaken. Ook in het buitengebied van de Achterhoek, op agrarische bedrijfsbebouwing bestaat een aanzienlijke potentie om grootschalige opstellingen voor zon op dak te realiseren. Juist in dit gebied zijn de aansluitmogelijkheden voor deze opstellingen momenteel beperkt. Ook het kunnen benutten van de potentie van het middengebied, ruwweg het gebied dat de oostelijke helft van Bronkhorst beslaat, en westelijke delen van Oost Gelre en Berkelland, is vanuit het toekomstperspectief belangrijk. De vraag naar duurzame energie neemt alleen maar toe. Er liggen in de regio ook een aantal zoekgebieden voor windenergie. Hier ligt wellicht een kans om de algehele aansluitsituatie voor dat gebied te verbeteren door middel van een extra netwerkmaatregelen. Dat zou één van de obstakels voor plaatsing van zon-op-dak weg kunnen nemen. Uiteindelijk zullen de noodzaak, kansen en impact in termen van (maatschappelijke) kosten en doorlooptijd van eventuele nieuwe infrastructuur moeten worden meegewogen in het plan van aanpak voor zon op dak. Figuur 9: Inpassingsladder zon op dak
Het is ook zaak te zoeken naar innovaties die nu (nog) buiten het wettelijke kader van de netbeheerder liggen, maar waarmee wel meer zon op dak gerealiseerd kan worden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de opslag van elektriciteit. Dit wordt onderzocht in het programma Zonnige Agrariërs in de Achterhoek (ZAA) in samenspraak met de Provincie Gelderland en Agem. Het onderzoek is nog niet afgerond. Op basis van de handreiking van EnergieSamen (2021) zoekt men het in drie oplossingsrichtingen:
44
1. Het beperken van het aan te sluiten vermogen; hierbij is ook de Oost-west opstelling van panelen nadrukkelijk in beeld. Dit past beter bij het patroon van het elektriciteitsgebruik dan de traditionele Zuidopstelling van panelen; 2. Het delen van de aansluiting; dit kan met zon en wind (cable pooling) maar ook door afstemming van vraag en opwek. 3. Opslag in batterijen tijdens opwekpiek; pilot wordt gestart met 2e hands batterijen. Figuur 10:
Verschil patroon Zuidopstelling en Oost-westopstelling (Een praktische handreiking over systeemintegratie; EnergieSamen, 2021)
Daarnaast is het wenselijk om gerichte acties te starten die toewerken naar de doelstelling voor zon op dak. Het opstellen van een concreet en zeker uitvoeringsprogramma zon op dak is noodzakelijk, zodat Liander doelgericht uitbreidingen aan het elektriciteitsnet kan realiseren. Dit kan neerkomen op investeringen aan zowel de(middenspannings) kabels als andere netinfrastructuur. Aansluiten met zon op dak bij uitbreidingen in het middenspanningsnet die al gepland zijn, is uiteraard sowieso zinvol. Samenvattend is het noodzakelijk om zon op dak met kracht te stimuleren. In de fase van productie van de RES 2.0 wordt daarom het plan van aanpak zon op dak, in het tekstkader gepresenteerd, uitgewerkt en uitgevoerd. Contouren plan van aanpak zon op dak Voor opname in het plan van aanpak zijn al diverse componenten geïdentificeerd. Deze componenten zijn hieronder weergegeven. Visie Als eerste stap is een integrale, bondige visie voor zon op dak in de Achterhoek uit te werken waarin centraal staat hoe het elektriciteitsnetwerk op de middellange termijn beter geschikt is te maken voor duurzame decentrale opwek in het algemeen en zon op het dak in het bijzonder. Dit rekening houdend met technologische ontwikkelingen waaronder opslag van elektriciteit.
Aansluitend op de visie zijn de volgende activiteiten te ontplooien: Inventarisatie van potenties voor zon op dak • Het op basis van de provinciale basisstudie zon (gegevens van elk dak) en de systeem efficiëntie ladder identificeren van daken die zonder netuitbreiding zon op dak kunnen realiseren. Bedrijven worden proactief benaderd door een uitvoeringsorganisatie om zon-op-dak te gaan realiseren.
45
•
• • • •
Inventariseer waar parkeerterreinen en parkeerplaatsen kunnen worden overdekt met zonnepanelen. Combineer daar waar mogelijk met het laadpalen plan voor elektrisch vervoer waardoor het netwerk zo min mogelijk gebruikt hoeft te worden. Toets of dit kan worden ingepast. Over het algemeen liggen deze terreinen binnen de bebouwde kom waar de geproduceerde zonne-energie een grote kans heeft opgenomen te worden door de lokale vraag naar elektriciteit voordat die het onderstation bereikt. Gebruik een uitvoeringsorganisatie om dit te realiseren. Doe dat ook voor geluidschermen, stortplaatsen en waterbassins. Zoek binnen gebieden waar nog geen netcongestie (Liander) is op het middenspanningsniveau naar relatief grote en voldoende sterke boerenschuurdaken, toets deze op inpassing; agrariërs met geschikte daken worden pro-actief benaderd door een uitvoeringsorganisatie. Breng in kaart op welke daken (bedrijfscategorie, gasverbruik, groot dak) een combinatie van zon thermisch en zon PV te plaatsen is. Monitor waar de gasgedreven warmteinstallatie vervangen wordt door een elektrisch gedreven warmte/koel installatie. Toets of plaatsing van zon-op-dak mogelijk is.
Vraagsturing en netwerkverbetering • Maximaliseer vraagsturing op alle bedrijventerreinen met als doel het creëren van extra ruimte voor inpassing van zon-op-dak op die bedrijventerreinen. Vraagsturing is erop gericht om energievraag zoveel mogelijk te sturen naar momenten buiten periodes van piekbelasting van het net. • Maximaliseer deze vraagsturing ook bij particulieren. • Zoek in het bijzonder naar mogelijkheden om upstream vraagsturing te maximaliseren ten behoeve van plaatsing van zon-op-dak in de relatief zwakke middenspanningsstrengen waar mogelijkheden zijn voor zon op dak. Daar heeft de vraagsturing het hoogste positieve effect. • Breng daar waar middenspanningskabels worden verzwaard in het kader van reguliere netwerkverbeteringen in kaart welke extra mogelijkheden er ontstaan voor zon-op-dak. • Onderzoek de haalbaarheid (technisch, financieel en juridisch) van een concept voor het delen van de kabel van wind en zon-op-dak. • Breng de potentie en vraag voor teruglevering in het middengebied van de Achterhoek in kaart. Onderzoek vervolgens samen met Liander hoe dit aan de hand van de systeemefficiëntieladder het meest efficiënt kan worden ingepast. Op basis hiervan kan Liander in kaart brengen welke netuitbreidingen dan nog benodigd zijn. Breng daarbij ook de maatschappelijke kosten en baten in kaart.
Instrumentarium • Zorg voor een adequaat financieel instrumentarium om zon op bedrijfsdaken mogelijk te maken; Geef een OZB-ontheffing of een “groene” heffingskorting op de OZB, daar waar de OZB stijgt ten gevolge van het toepassen van zon-op-dak. Subsidieer kostenverhogende aspecten zoals het versterken van het dak of het maken van draagconstructies boven parkeerterreinen daar waar nodig. • Bij het benaderen van bedrijven voor zon-op-dak dient de besparing van de energievraag voor- of meegekoppeld te worden. • Dwing bij nieuwbouw van bedrijven af dat zon-op-dak in ontwerp en uitvoering wordt gemaximaliseerd. Idem bij ingrijpende renovaties of vervanging van het dak. Verken welk beleids- en juridisch instrumentarium daarvoor het beste ingezet kan worden. • Geef als RES-eigenaren het goede voorbeeld en plaats op alle overheidsgebouwen zonnepanelen. Programmatische aanpak en uitvoeringsorganisatie Werk de contouren van dit plan van aanpak na vaststelling van RES 1.0 in de bestuursorganen uit tot een gedetailleerd plan van aanpak inclusief een uitvoeringsprogramma voor de komende jaren. Leg de uitvoering van dit plan in handen van een (project)uitvoeringsorganisatie. Houdt hierbij rekening met uiteenlopende aan elkaar verbonden of deels overlappende initiatieven en ontwikkelingen en ga na waar deze te integreren zijn om efficiëntie in aanpak te verhogen.
Het is de ambitie om met dit plan van aanpak na vaststelling van de RES 1.0 te komen tot een gezamenlijk uitvoeringsprogramma waarmee wordt geborgd waar, wanneer, hoeveel zonnepanelen in grootschalige opstellingen op daken kunnen worden gerealiseerd.
46
7.2
Windenergie
Zoekgebieden voor windturbines Windenergie in de totale productie van duurzame energie is van groot belang in de energiemix en het beperken van de maatschappelijke kosten van de energietransitie. Tegelijkertijd is duidelijk dat windturbines een niet te ontkennen visuele impact op hun omgeving hebben. Ook zijn ze hoorbaar tot op zekere afstand, wat mensen als hinder kunnen ervaren. Sommige mensen vrezen laagfrequent geluid tot gezondheidsschade leidt. Dit is niet wetenschappelijk vastgesteld12. Wel is duidelijk dat mensen die zich erg storen aan windturbines eerder klachten ervaren dan mensen die de aanwezigheid van windturbines hebben geaccepteerd. Windturbines en afstandsnormen Om het woon- en leefklimaat te beschermen van inwoners die in de buurt van een windturbine wonen, zijn wettelijke normen vastgelegd voor de maximaal toelaatbare geluidbelasting en slagschaduw van windturbines op woningen of andere gevoelige objecten en voor het plaatsgebonden veiligheidsrisico. Deze normen zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit onder de Wet Milieubeheer en worden na inwerkingtreding van de Omgevingswet overgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving. Hier moet elk windpark in Nederland aan voldoen. Nederland kent geen vaste afstandsnorm voor de plaatsing van windturbines.
De afstand wordt bepaald door de maximaal toelaatbare geluidbelasting, de slagschaduw of het plaatsgebonden risico bij een woning. Ook de meeste omringende landen hebben geen afstandsnorm maar een normering voor geluid, die soms strenger en soms ruimer is dan in Nederland. De norm is gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten en het RIVM houdt de bestaande kennis over gezondheid en windturbines up to date. Indien nieuwe wetenschappelijke inzichten aanleiding geven tot het herzien van de norm zal hiernaar worden gekeken door het rijk.
Bij de opstelling van de RES 1.0 is daarom in het bijzonder aandacht besteed aan de selectie van zoekgebieden waar windturbines zouden kunnen worden geplaats. De Achterhoek is nauwkeurig onderzocht; de vele factoren die van belang zijn voor de plaatsing van windturbines zijn in beeld gebracht en vervolgens systematisch gewogen. Dit heeft geleid tot een overzicht van grotere en kleinere zoekgebieden waar windturbines in beginsel kunnen worden geplaatst. Van belang is aan te geven dat die zoekgebieden niet altijd voor de volle honderd procent kunnen worden benut, of dat het wenselijk is ze zo te benutten. Voor alle Achterhoekse gemeente geldt wel dat in het kader van een integrale ruimtelijke belangenafweging, onder meer in het kader van de opstelling van omgevingsvisies, sommige zoekgebieden die in beginsel geschikt zijn voor de plaatsing van windturbines toch anders worden ingezet. De mogelijkheid om zoekgebieden voor windturbines niet daarvoor te benutten is in de Achterhoek aanwezig. Het aandeel windenergie in het totale bod van 1.0 TWh duurzame energie op land kan ruimschoots in de Achterhoek worden geproduceerd. In de Achterhoek is dus de mogelijkheid om de als meest geschikt beoordeelde zoekgebieden voor windturbines te benutten en de andere zoekgebieden open te laten. Anders gezegd; er is ‘schuifruimte’. Een luxepositie die veel andere RESregio’s wellicht niet hebben.