res 1.0 achterhoek
Tekst van het document
RES 1.0 Achterhoek Door: Programmateam RES Status: Finale versie Datum: 23 juni 2021 -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Voorwoord PM Door bestuurlijk trekker RES Achterhoek Frans Langeveld Opmerking voor de lezers Dit document bevat de finale inhoud van de RES 1.0 Achterhoek. Dit stuk doorloopt nog een controle op taalgebruik door een tekstschrijver. Dit verandert de inhoud niet. Het stuk wordt nog omgezet naar een drukversie waardoor de lay out nog verandert.
1
Inhoudsopgave 0
Samenvatting RES 1.0
1
Inleiding 1.1 RES 1.0 Achterhoek 1.2 Waarom een regionale energiestrategie? 1.3 Van wie is de RES? 1.4 Totstandkoming RES 1.0 1.5 Het traject na de RES 1.0
2
Aanleiding RES 1.0 2.1 Klimaatsverandering tegengaan 2.2 Snelheid geboden 2.3 Nationaal kader voor regionale energiestrategieën
3
Duurzame energie in de Achterhoek 3.1 Uitgangssituatie Achterhoek 3.2 Inhoud bestaand beleid 3.3 Huidige productieniveaus van duurzame energie
4
De keuze van de RES-partners 4.1 Waar staan we voor? 4.2 Het voorstel voor de productie van duurzame energie 4.3 Hoe gaan we om met de Achterhoekse ruimte? 4.4 De Achterhoek aan zet 4.5 Ruimtelijke keuzes 4.6 Verdere samenwerking bij de realisatie van het voorgestelde productieniveau
5
Naar een regionale energiestrategie 5.1 Wat is de opgave? 5.2 Achterhoekse ambitie 5.3 Zoektocht naar de ruimte
6
Systeemefficiëntie en energiemix 6.1 Het Achterhoekse elektriciteitsnetwerk 6.2 Netwerkproblematiek 6.3 Systeemefficiëntie 6.4 Opgave en energiemix
7
Zoektocht naar de ruimte 7.1 Zon op dak 7.2 Windenergie 7.3 Zon op land
8
Netwerkimpactanalyse 8.1 Ruimtelijke alternatieven productie duurzame energie verkend 8.2 Beschouwing door de netbeheerder
9
Financiële participatie en lokaal eigendom 9.1 Lasten en lusten
2
9.2 Wat betekenen lokaal eigendom en financiële participatie in de praktijk? 9.3 Hoe hier te komen? Alternatieve aanpakken 9.4 Plan van aanpak lokaal eigendom 10
Warmte 10.1 De regionale structuur warmte 10.2 Energie besparen 10.3 Aardgasvrije bebouwde omgeving 10.4 Warmtevraag en warmteaanbod in de Achterhoek 10.5 Warmtekansen in de Achterhoek 10.6 Strategie: in stappen naar aardgasvrij
11
Participatie en communicatie RES 1.0 Achterhoek 11.1 Informatievoorziening en dialoog 11.2 Visies, meningen, opinies 11.3 Begrip, acceptatie, draagvlak
12
Hoe verder? 12.1 Naar een RES 2.0 en verder 12.2 Verdere participatie 12.3 Programmatische regionale aanpak
Begrippenlijst Colofon Bijlage 1: Totaaloverzicht zoekgebieden
3
0
Samenvatting RES 1.0
Strategische verkenning Deze RES 1.0 is een strategische verkenning naar de toekomstige productie van duurzame energie in de Achterhoek. De verkenning behandelt ruimte voor zonne-energie, op daken of op land, en voor windturbines en de mogelijke en wenselijk verdeling van de energieproductie over windturbines en zonnepanelen. Ook de gevolgen van keuzes rond locaties en de energiemix op het bestaande energiedistributienetwerk zijn onderzocht. De verkenning neemt daarnaast gemeentelijke en provinciale beleidsmatige kaders, kansen en belemmeringen op juridisch – planologisch vlak, in ogenschouw, alsmede bestaand ruimtegebruik en opvattingen van inwoners en organisaties. Deze RES 1.0 is geen juridisch bindend document maar geeft de koers voor de toekomstige energiestrategie in de Achterhoek aan. De opname van de inhoud van de RES 1.0 in planfiguren die juridische doorwerken naar overheden, organisaties en inwoners, omgevingsvisies of -programma’s, resulteert in een juridisch kader waaraan initiatieven voor duurzame energie kunnen worden getoetst en beoordeeld. Ten tijde van de opstelling van de RES 1.0 beschikten de gemeenten al over beleid voor de productie van duurzame energie dat zonneparken en windparken toestaat en waren er al lopende initiatieven daarvoor.
Deze RES 1.0 heeft geen invloed op deze lopende initiatieven; deze worden beoordeeld en getoetst aan het bestaande beleid. Klimaatakkoord De RES vult het klimaatakkoord in voor de onderwerpen ‘elektriciteit’ (productie van duurzame energie) en ‘gebouwde omgeving’. Het klimaatakkoord heeft de ambitie dat de ”meer grootschalige (>15kW) elektriciteitsproductie op land tenminste 35 TWh productie bedraagt in 2030”. De focus ligt op een snelle toename van de productie van duurzame energie waarmee de blik nu is gericht op productiemethoden en bronnen van duurzame energie die nu voorhanden zijn en die snel een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de energieproductie. Dat zijn nu windenergie en zonneenergie. Qua warmte zijn onder meer benutting van industriële restwarmte, en warmte uit oppervlaktewater of afvalwater of geothermie aan de orde. De klimaatverandering verloopt sneller dan verwacht en voorspeld in het klimaatakkoord in Parijs en de doorvertaling naar het Nederlandse klimaatakkoord waarop het RES-beleidskader is gebaseerd. De uitstoot van CO2 dient daarom met spoed te worden gereduceerd. De EU sorteert daar al op voor met een aanscherping van de eerder overeengekomen doelstelling.
Nationale handreiking en afwegingskader Het nationaal programma regionale energiestrategie (npRES), de werkorganisatie die de totstandkoming van de dertig energiestrategieën begeleidt, hanteert een handreiking en afwegingskader die handvatten geeft hoe de RES 1.0 is op te stellen en voor de invulling ervan. De handreiking is niet juridisch bindend. Hij is een logische invulling van de afspraken in het klimaatakkoord. Deze RES 1.0 is gebaseerd op de nationale handreiking. Energietransitie in beweging De energietransitie is constant in beweging; keuzes nu zijn niet voor de eeuwigheid. Op de langere termijn wordt energieproductie of winning gebaseerd op technische innovaties van groter belang, evenals opslag van energie. Ook de productie van waterstof met behulp van duurzame energie krijgt naar verwachting een belangrijke positie.
4
Vandaar dat in het RES-traject wordt gesproken van een RES 2.0 en 3.0. In de komende tientallen jaren gaat de aandacht uit naar de inzet van allerhande innovaties die het mogelijk maken om duurzame energie te produceren, op te slaan en te distribueren. Totstandkoming RES 1.0 Deze RES 1.0 is resultaat van samenwerking tussen de Achterhoekse gemeenten (waarbij inbegrepen de gemeente Montferland), de provincie Gelderland het Waterschap Rijn en IJsel en Liander. In diverse ambtelijke werkgroepen is de RES 1.0 inhoudelijk vormgegeven. De stuurgroep RES, waarin overheden en organisaties deelnemen, heeft mede richting gegeven aan de ambtelijke werkzaamheden. Deze samenwerking is ondersteund door een projectorganisatie RES. De regionale samenwerking draagt bij aan het benutten van de kwaliteiten van de Achterhoek als geheel en een zo efficiënt mogelijke benutting van het elektriciteitsnetwerk. Bij de productie van deelresultaten en tussendocumenten voor de RES 1.0 zijn diverse informatie en dialoogsessies gehouden met inwoners, raden en organisaties. Deze sessies zijn voor het merendeel online gehouden vanwege het COVID-19 virus. Vroegtijdige ambitie heeft tot resultaat geleid Sinds 2009 staat klimaat en duurzaamheid op de agenda in de Achterhoek en zetten de gemeenten stappen om de energietransitie vorm te geven.
De ambitie in de Achterhoek heeft als resultaat dat gemeenten ruimtelijk beleid hebben om de productie van duurzame energie door zonnepanelen en windturbines te faciliteren. Binnen een stelsel van aangewezen gebieden en beoordelingscriteria ontwikkelt de markt initiatieven voor zonne- of windparken. Gemeenten hebben hun ruimtelijke plannen met bewoners en andere stakeholders besproken om begrip en acceptatie te krijgen voor de opwekking van duurzame energie op hun grondgebied. In de Achterhoek zijn inmiddels diverse wind- en zonneparken aangelegd. Ook zijn een aantal projecten gerealiseerd voor grootschalige (>15 KW piek) opstellingen van zonnepanelen op daken. De bijgevoegde tabel toont de productie van duurzame energie naar methode – zon op dak, zonneparken op land en windturbines – verdeeld over de gemeenten. Tabel a: Huidige opwekking van duurzame energie (TWh) in de Achterhoek (Bron SDE + omgevingsvergunningen peildatum 1 januari 2021)
Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Montferland Oost Gelre Oude IJsselstr. Winterswijk Totalen
Grootschalig zon op dak GereaInclusief liseerd harde pijplijn1 0,007 0,010 0,010 0,019 0,008 0,013 0,006 0,011 0,007 0,009 0,009 0,013 0,010 0,016 0,006 0,010 0,064 0,102
Zonneparken op land GereaInclusief liseerd harde pijplijn 0,002 0,002 0,000 0,080 0,002 0,004 0,000 0,000 0,004 0,004 0,002 0,018 0,004 0,030 0,0003 0,059 0,015 0,198
Windturbines GerealInclusief iseerd harde pijplijn 0,040 0,040 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,012 0,012 0,000 0,000 0,025 0,120 0,000 0,000 0,077 0,172
Totalen GerealInclusief iseerd harde pijplijn 0,050 0,053 0,010 0,099 0,010 0,017 0,006 0,011 0,023 0,025 0,011 0,032 0,039 0,166 0,007 0,070 0,155 0,471
1 Voor de harde pijplijn zijn de volgende slagingspercentages gebruikt: wind: 100%, zon op land: 75% en zon op dak: 25% (vanwege netcongestie).
5
Ruimte voor opwekking van duurzame energie Het nationale RES-proces betekent voor de Achterhoek aanpassing en waar mogelijk verbetering van het bestaande beleid zoals: • Koppeling van opwekking van duurzame energie aan andere ruimtelijke thema’s; • Een afstemming van de zoekgebieden voor de opwekking van duurzame energie op de kansen en mogelijkheden van het elektriciteitsnetwerk; • Het expliciteren van de mogelijke inzet van warmte ten behoeve van ruimteverwarming. Een geleidelijke transformatie dus naar een betere benadering van de productie van duurzame energie; ‘voortbouwen op’; ‘Verrijken van bestaand beleid’. Door het RES-proces kwam de vraag hernieuwd op tafel hoeveel ruimte in de Achterhoek beschikbaar is voor de productie van duurzame energie via wind en zon, hoe die ruimte kan worden ingezet en wat een redelijke bijdrage is aan het nationale streven van 35 TWh op land. De ruimte in de Achterhoek, aan te geven op basis van wettelijke normen voor de plaatsing van windturbines, planologisch-juridische belemmeringen en provinciale en gemeentelijke beleidskaders voor de inpassing van windturbines en zonneparken, is relatief groot. In de Achterhoek kan bij benadering voor 2,42 TWh aan windenergie worden bijgeplaatst en 2,77 TWh aan zonne-energie2 worden geproduceerd.
Een strikt ruimtelijke benadering doet geen recht aan de vele factoren die het ruimtegebruik in de Achterhoek beïnvloeden; de Achterhoek heeft wat te kiezen. Kortom, er kan veel, maar wat wil de Achterhoek? Hoe de ruimte voor de productie van duurzame energie te benutten? DE ACHTERHOEKSE KEUZE MET DEZE RES 1.0 Productie van duurzame energie De bijdrage aan de productie van duurzame energie in de Achterhoek is bepaald aan de hand van uiteenlopende afspraken en ontwikkelingen zoals: • De afspraak in het klimaatakkoord om tenminste 35 TWh op land verdeeld over de RES-regio’s te produceren: • De CO2 emissiereductieafspraak in het Gelders Energie Akkoord; • Mondiale, Europese en nationale ontwikkelingen die er alle op duiden dat inspanningen om klimaatverandering tegen te gaan moeten worden geïntensiveerd en dat er meer duurzame energie noodzakelijk is; • Het kabinetsbesluit om geen gas meer te gaan inzetten voor ruimteverwarming die een toenemende elektriciteitsvraag, zeker in de Achterhoek, tot gevolg heeft; • De toename van elektrisch rijden dat een vergelijkbaar effect zal hebben; • Het ambitieniveau in de Uitvoeringsagenda Energie 2016. Tegen deze achtergrond heeft de stuurgroep RES Achterhoek besloten vast te houden aan de Achterhoekse doelstelling.
Samenvatting voorgestelde bijdrage duurzame energie De RES-partners stellen voor om 1,35 TWh productie van duurzame energie in te brengen als bijdrage aan het klimaatakkoord. De voorwaarde aan deze bijdrage is dat 0,35 TWh wordt geproduceerd door grootschalige opstelling van zonnepanelen op bedrijfsdaken en agrarische bebouwing. Hiermee wordt dus maximaal 1 TWh op land geproduceerd door windturbines en zonneparken.
2
Bron: Ruimtelijke check op concept-RES Achterhoek, HNS, 28 mei 2020
6
De realisatie van deze voorgestelde productiehoeveelheid moet in ieder geval deels met zon-op dak worden gerealiseerd. Voorgesteld wordt om 0,248 TWh extra aan duurzame energie via grootschalige opstellingen van zonnepanelen op dak te realiseren zodat het totale niveau op 0,35 TWh komt. De bijdrage aan windenergie die de gemeenten in het kader van deze RES 1.0 bieden bedraagt 0,546 TWh. Met deze bijdrage is gestreefd om een zo goed mogelijke verhouding wind – zon te realiseren. De resterende energieproductie om tot de bijdrage aan het Klimaatakkoord van 1,35 TWh te komen kan worden opgevuld met zonne-energie. Vanwege netwerkefficiëntie en kosten voor de Achterhoeker is het zinvol om ook extra windenergie toe te voegen en niet uitsluitend zonne-energie.
Deze bijdrage omvat de nu al geproduceerde energie door windturbines en zonnepanelen. In de Achterhoek wordt al 0,471 TWh duurzame energie geproduceerd (ca. 35% van de bijdrage van 1,35 TWh). Dit betekent dat ruimte is gezocht voor de productie van 0,879 TWh extra in uiterlijk 2030. In de verkenning van de mogelijkheden om de bijdrage zo goed mogelijk in te passen in de Achterhoek is aandacht geschonken aan diverse onderwerpen. Dit waren onder meer de beschikbaarheid van geschikte ruimte voor windenergie, de wijze waarop zon op dak met kracht kan worden bevorderd, de mogelijkheden om zonne-energie en wind op het elektriciteitsnetwerk aan te sluiten tegen acceptabele koste en binnen een acceptabel termijn, de verhouding tussen windenergie en zonne-energie die daarvoor wenselijk is. Voorkeur voor zon op dak De Achterhoek heeft de voorkeur voor grootschalige (meer dan 15 kW piek) opstellingen van zonnepanelen op daken De energieproductie hiervan betekent optimaal gebruik van de ruimte. Zo hoeven minder zonne- en windparken landschappelijk te worden ingepast en is het verlies aan biodiversiteit en natuur en landbouwgrond kleiner. De Achterhoek heeft een hoge doelstelling voor het realiseren van zon-op-dak. Minimaal 0,35 TWh duurzame energie moet via grootschalige opstellingen van zon op dak worden geproduceerd.
Dit streven naar maximale benutten van de potentie voor de opwekking van zonne-energie op daken is reëel maar niet eenvoudig. Bedrijfsdaken en daken van agrarische bebouwing bieden genoeg oppervlakte maar kunnen niet overal worden aangesloten op de middenspannings-infrastructuur. Liander heeft een inpassingsladder voor zon op bedrijfsdaken opgesteld die de kans op realisatie zo groot mogelijk maken. Het plan van aanpak zon op dak in deze RES 1.0, om zon op dak met kracht te stimuleren de komende jaren, is mede op die inpassingsladder gebaseerd. Windenergie Windenergie is van groot belang in de energiemix en het beperken van de maatschappelijke kosten van de energietransitie. Tegelijkertijd hebben windturbines visuele impact op hun omgeving, produceren ze geluid en vrezen sommigen dat laagfrequent geluid tot gezondheidsschade leidt. In deze RES 1.0 is daarom bijzondere aandacht besteed aan de selectie van zoekgebieden voor windturbines. In de Achterhoek zijn de vele factoren relevant voor de plaatsing van windturbines in beeld gebracht en systematisch gewogen met een overzicht van grotere en kleinere zoekgebieden voor windturbines als resultaat. Voor alle Achterhoekse gemeenten geldt wel dat op grond van een integrale ruimtelijke belangenafweging, onder meer in het kader van de opstelling van omgevingsvisies, sommige zoekgebieden uiteindelijk toch anders worden ingezet.
De mogelijkheid om zoekgebieden voor windturbines anders te benutten is in de Achterhoek aanwezig omdat het aandeel windenergie ruimschoots in de Achterhoek kan worden geproduceerd. Er is ‘schuifruimte’. Zoekgebieden voor windturbines zijn in twee categorieën verdeeld
7
• •
Gebieden voor ‘grote’ clusters: windparken van meer dan 5 turbines van 5,5 MW (tiphoogte 240 meter). In enkele gebieden in de Achterhoek kan zo’n relatief groot cluster worden geplaatst. Gebieden voor ‘kleine’ clusters in agrarisch gebied en kleine clusters bij bedrijventerreinen; windparken van 3 of 4 turbines van 3,5 MW (tiphoogte 175 meter). Voor kleine clusters is op diverse plaatsen in de Achterhoek de ruimte.
Een ruimtelijke analyse heeft geleid tot een overzicht van zoekgebieden waar meerdere grote windturbines kunnen worden geplaatst, zoekgebieden voor kleinere turbines nabij bedrijventerreinen en zoekgebieden voor kleinere turbines in het buitengebied. Zie hiervoor bijlage 1. Zon op land De ruimte voor zon op land is binnen de Achterhoek ruim voldoende om de bijdrage vanuit zon aan de 1,35 TWh te realiseren. De Achterhoekse gemeenten hebben alle bestaand beleid dat voorziet in de toelating van zonneparken. De opgave voor zonneparken kan binnen deze kaders worden gerealiseerd. Een selectieve omgang met de keuze van locaties van zonneparken, de kwaliteit van de initiatieven en de koppeling aan zoekgebieden voor windturbines, niet alleen bij toekomstige maar ook bestaande turbines, is zinvol. Dit bespaart enerzijds waardevolle ruimte en drukt anderzijds de kosten van aansluiting op het netwerk. Netwerkproblematiek Het elektriciteitsnetwerk raakt vol door de groei in aantal zonnepanelen op daken, zonneweides en windmolenparken die elektriciteit aan het net leveren. Uitbreiding van industrieterreinen, woonwijken en trends als elektrisch rijden verhogen de elektriciteitsvraag, wat het net toenemend belast. Het netwerk in de Achterhoek kent al knelpunten in geval van piekbelastingen. De keuzemogelijkheden voor zoekgebieden voor zonneparken en windparken worden hiermee ingeperkt.
Niet overal kan zonder meer een windpark of zonnepark worden aangesloten. De ligging van zoekgebieden voor een wind- of zonnepark, of een grootschalige opstelling van zonnepanelen op daken, houdt verband met de ligging en capaciteit van dit elektriciteitsnetwerk. Deze ligging bepaalt ook de hoogte van de kosten van aansluiting op het netwerk en de realisatieduur van die aansluiting. Systeemefficiëntie en energiemix De locatie bepaalt ook of de aansluiting binnen een acceptabele termijn kan worden gerealiseerd. Met een afgewogen keuze van zoekgebieden kan een systeemefficiënt en kosteneffectief netwerk in stand worden gehouden. Dit is belangrijk om kostenstijgingen voor de consument te beperken. Een evenwichtige energieproductie met zon en wind, een juiste energiemix, zorgt voor een systeemefficiënt en kosteneffectief elektriciteitsnet. Wind en zon zijn vrijwel complementair; als de zon schijnt, waait het meestal niet hard en als het hard waait, schijnt de zon meestal niet. De leveringsonzekerheid neemt daardoor af. Windturbines hebben daarbij een bijna vier keer hogere bedrijfstijd dan zon. Tegen dezelfde kosten voor infrastructuur kan dus vier maal zoveel energie worden opgewekt. Ofwel: louter zon kost wat infrastructuur betreft bijna vier keer zoveel als louter wind.
Door een adequate energiemix kan veel meer duurzaam opgewekte energie worden aangesloten tegen dezelfde kosten, in dezelfde ruimte en tijd. Een adequate energiemix betekent dat met enige marge een verhouding van zon en wind van 1 op 1 in opgesteld vermogen moet worden nagestreefd. Via de bedrijfstijd vertaalt zich dat tot een gewenste zon/wind verhouding van 1 op 3 in energie op het niveau van onderstations. Wanneer de Achterhoekse bijdrage van 1,35 TWh aan het klimaatakkoord wordt verminderd met de projecten die zijn gerealiseerd of met zekerheid gerealiseerd gaan worden, ontstaat de onderstaande restopgave: • Zon op dak: 0,248 TWh • Zon op land: 0,013 TWh • Wind: 0,618 TWh
8
Deze restopgave en de verdeling over zon op dak, zon op land en wind op land, afgeleid van een wenselijke energiemix, was het vertrekpunt bij het zoeken naar de ruimte voor realisatie van het bod in de Achterhoek. Netwerkimpactanalyse In de aanloop naar de RES 1.0 zijn drie alternatieve vormen van ruimtegebruik voor de productie van duurzame energie verkend met een netwerkimpactanalyse. Dit waren: • Een alternatief zoekgebieden voor de productie van duurzame energie zoveel mogelijk aansluitend bij het bestaande ruimtelijke beleid daarvoor; • Een alternatief waarin zoveel mogelijk wordt uitgegaan van grotere opstellingen van (grotere) windturbines en zonnepanelen (clustering); • Een alternatief waarin productielocaties gespreid zijn over de Achterhoek en is uitgegaan van kleinere turbines. Elk van de alternatieven bestond uit een combinatie van windturbines en zonneparken (een energiemix) die samen tot 1,35 TWh duurzame energie leiden. In elk alternatief is een productie door zonnepanelen via grootschalige opstellingen op daken van 0,35 TWh opgenomen. De conclusie van de netwerkimpactanalyse is dat met een adequate zon-wind verhouding in de Achterhoek zowel het clusteralternatief als het spreidingsalternatief mogelijk zijn. Deze conclusie is verwerkt in deze RES 1.0. Het is wel van belang dat de hoeveelheid opwek per onderstation wordt geborgd.
De netbeheerder staat regionale regie voor op de realisatie van duurzame energie en stelt een uitvoeringsprogramma daarvoor voor. Zoekgebieden voor windturbines Op basis van het zoekproces naar de ruimte en bestuurlijke voorkeuren stelt de stuurgroep RES Achterhoek zoekgebieden voor windturbines voor: Een selectie uit het bredere palet van mogelijke zoekgebieden. Er is restrictief omgegaan met potentiele zoekgebieden om het karakteristieke, gesloten landschapsbeeld van de Achterhoek zo min mogelijk te beïnvloeden. De gemeenten en de provincie hebben zich meer gericht op concentratie van windturbines binnen een beperkt aantal zoekgebieden. Diverse gemeenten hebben daarvoor eigen beleidskaders opgesteld die doorklinken in dit regionale kaartbeeld.
9
Regionale benadering; gemeentelijke beslisruimte De regionale benadering in deze RES 1.0 houdt ook in dat gemeenten zelf de mogelijkheid hebben om nog keuzes te maken. Er is gemeentelijke beslisruimte binnen de overkoepelde RES Achterhoek. Op weg naar de RES 2.0 voeren de gemeenten zelf de dialoog met inwoners en organisaties over de concrete invulling van de zoekgebieden voor windturbines en zonneparken. Zo kan met de direct betrokkenen worden uitgewerkt hoe zorgen over gezondheid kunnen worden weggenomen, en tot een concrete inpassing van windturbines kan worden gekomen die op zo min mogelijk bezwaren stuit. Dit doet recht aan de roep voor meer participatie van inwoners en organisaties in het besluitvormingsproces. Gemeenteraden blijven zo nadrukkelijk aan het stuur. Lusten naast de lasten in de regio Windparken en zonneparken moeten leiden tot voordeel door omwonenden en andere betrokken organisaties. De lusten van energieproductie, in de vorm van revenuen of andere maatschappelijke lokale voordelen moeten landen in de Achterhoek! Om dit te bevorderen bevat deze RES 1.0 een plan van aanpak lokaal (collectief) eigendom van energieproductie. Met dit plan van aanpak wordt een traject uitgezet richting de RES 2.0 waarmee onder meer omwonenden, inwoners en energiecorporaties mede aan het stuur zitten bij de realisatie
10
van zonne- en windparken en de financiële vruchten van productie van duurzame energie kunnen proeven. Innovatie Deze RES 1.0 vult in hoe de Achterhoek voor 2030 een bijdrage kan leveren om de klimaatverandering tegen te gaan door de productie van duurzame energie. Deze bijdrage is urgent. Op dit moment zijn vooral wind- en ook zonne-energie de productiemethoden die substantiële hoeveelheden energie kunnen produceren. Vandaar dat hierop nu de focus ligt. De tijd staat echter niet stil en innovaties in energieproductie, transport en opslag zijn op de middellange en lange termijn te verwachten. Nieuwe, verbeterde batterijtechnieken zijn de komende jaren maar niet binnenkort te verwachten. De inzetmogelijkheden van duurzaam geproduceerde waterstof in bedrijven, voor transport en ook voor verwarming van vastgoed wordt momenteel verkend in studies maar ook al in concrete (demonstratie)projecten aangetoond. Op weg naar de RES 2.0 worden daarom technische ontwikkelingen op de voet gevolgd en wordt waar mogelijk ingespeeld op mogelijkheden om deze in de Achterhoek in te zetten, Samen d’r an Voor de realisatie van wind- en zonne-energie zijn de gemeenten het erover eens om als uitgangspunt ‘Samen d’r an’ te gebruiken. Samen d’r an als motto houdt in dat iedere gemeente bijdraagt. In goed Nederlands vertaald; iedereen doet wat.
Samenwerking in dit traject naar de RES 2.0 betekent het afgewogen invullen van de rollen van de RES-partners is essentieel voor het verdere succes. Liander levert een belangrijke bijdrage in het begin van het traject naar de RES 2.0 door het totaalbeeld van de voorgestelde energieproductie en de verdeling daarvan over wind en zon en het bijbehorende ruimtegebruik in detail te bekijken. Deze tweede netwerkimpactanalyse maakt duidelijk hoe voorgenomen netwerkinvesteringen adequaat kunnen worden benut en onnodige congestie op het netwerk en kosten voor infrastructuur worden vermeden. Ook draagt Liander bij aan het uitrollen van het plan van aanpak zon op dak, zodat een belangrijke Achterhoekse ambitie succesvol kan worden ingevuld. De gemeenten pakken hun rol op in het nader onderzoeken van de concrete benutting van de zoekgebieden voor windenergie. Zij gaan daarvoor het verdere gesprek aan met direct betrokken stakeholders, sturen nader onderzoek rond de concrete benutting van de zoekgebieden aan en zetten de nodige stappen om deze op te nemen in ruimtelijke plannen. Daarmee wordt een juridische basis gelegd voor de finale besluitvorming over windenergieprojecten. Ook dragen zij bij aan de stimulering van collectief, lokaal eigendom van de energieproductiemiddelen.
Waar zoekgebieden over gemeentegrenzen liggen werken de gemeenten samen om tot afstemming te komen over de wijze van benutting van deze gebieden. Een adequaat participatietraject met alle omwonenden en andere stakeholders past hierbij. De provincie vervult hierbij desgewenst een facilitaire rol. Vanuit cumulatie van milieueffecten kan afstemming op regionaal en zelfs bovenregionaal niveau noodzakelijk blijken. De rol van de provincie heeft nog een ander dimensie. De provincie heeft de bevoegdheid om een windpark van meer dan 5 MW en kleiner dan 100 MW ruimtelijk in te passen via een provinciaal inpassingsplan. De provincie is daarbij verplicht deze bevoegdheid toe te passen als een initiatiefnemer een afwijzing heeft ontvangen van de gemeente. De provincie moet voor het betreffende project dan wel van mening zijn dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening, zoals dat op grond van de Wro moet worden aangetoond. Deze RES 1.0 is een belangrijk onderdeel bij deze afweging.
11
Warmte De Regionale Structuur Warmte in deze RES 1.0 geeft de vraag en het aanbod van warmte op basis van bestaande bronnen op kaart weer. Op de kaart zijn de kansen voor een collectief warmtenet aangeduid. De warmtekaart is een momentopname en zegt nog niet of een alternatief warmtesysteem realiseerbaar is. Hij zal waarschijnlijk naar aanleiding van nieuwe inzichten uit voortgaand onderzoek worden aangepast. Op basis van de warmtekaart kunnen een aantal conclusies worden getrokken. Er is een lage warmtevraagdichtheid in de Achterhoek. Ook is er een beperkt aanbod van warmtebronnen. Hierdoor zijn er niet veel kansen voor grote collectieve warmteoplossingen in de Achterhoek. De Achterhoek kent maar zeven warmteclusters waarbij er een warmtevraag is van meer dan 1500 w.e. (warmte-eenheden) of 60.000 GJ. Het betreft: Groenlo, Winterswijk, Aalten, Ulft, Doetinchem, Didam en ’s-Heerenberg. De warmtekaart geeft voor de zeven grote warmteclusters aan welke warmtebronnen er aanwezig zijn Daarnaast zijn er een twintigtal potentiële kleine warmteclusters (minder dan 1500 w.e.).
12
1
Inleiding
1.1
RES 1.0 Achterhoek
De RES 1.0 die voor u ligt is het resultaat van een strategische verkenning naar de toekomstige productie van duurzame energie in de Achterhoek. In deze verkenning is de aandacht uitgegaan naar vragen als waar ruimte is voor zonne-energie, op daken of op land, en waar ruimte is voor de plaatsing van windturbines. Ook is nagegaan wat een mogelijke en wenselijk verdeling is van de energieproductie over windturbines en zonnepanelen. Rond zonnepanelen is daarbij zoveel mogelijk rekening gehouden met de uitgangspunten van de zonneladder. Ook zijn de effecten van keuzes rond locaties en de energiemix op het bestaande energiedistributienetwerk onderzocht. Waar is ruimte voor energie terug levering op het net? Waar zijn daarvoor aanvullende investeringen in het netwerk noodzakelijk? In deze verkenning is daarnaast gekeken naar gemeentelijke en provinciale beleidsmatige kaders, kansen en belemmeringen op juridisch – planologisch vlak, aansluiting van energieproductie op andere Achterhoekse thema’s en bestaand ruimtegebruik, opvattingen van inwoners en organisaties. Kortom, er is grote aandacht besteed aan beantwoording van de vraag hoe de energietransitie, waar het de productie van duurzame energie betreft, vorm kan krijgen in de Achterhoek. Figuur 1 illustreert het denkmodel op basis waarvan de RES 1.0 is opgesteld. Figuur 1: Denkmodel RES 1.0
1.2 Status van dit document De RES 1.0, het resultaat van de verkenning, is geen juridisch bindend document. Het document geeft een koers aan voor de toekomstige energiestrategie in de Achterhoek. Deze koers wordt alleen werkelijkheid als deze wordt overgenomen in planfiguren die wel juridische doorwerking hebben naar overheden, organisaties en inwoners. In omgevingsvisies of -programma’s. Pas dan vormt de inhoud van deze RES 1.0 een juridisch kader waaraan initiatieven voor duurzame energie kunnen worden getoetst en beoordeeld. Het traject van opstelling van de RES 1.0 vindt plaats tegen een achtergrond waarin al gemeentelijk beleid voor de productie van duurzame energie bestaat. Op grond van dit beleid zijn al diverse zonneparken en windparken gerealiseerd en bestaan er diverse initiatieven voor wind en zon in
13
verschillende ontwikkelingsstadia. De RES heeft geen invloed op deze lopende initiatieven. Deze initiatieven worden beoordeeld en getoetst aan het bestaande beleid. 1.3
Waarom een regionale energiestrategie?
De RES is een uitvoeringsinstrument van het klimaatakkoord, meer specifiek de overlegtafels ‘elektriciteit’ (productie van duurzame energie) en ‘gebouwde omgeving’ (besparing). Het klimaatakkoord spreekt van het streven naar “een rijk geschakeerd, overwegend decentraal, hernieuwbaar elektriciteitssysteem in 2050 met richting 2030 vooraleerst Wind op land en Zon-PV”. De ambitie is daarbij dat de ”meer grootschalige (>15kW) elektriciteitsproductie op land tenminste 35TWh productie bedraagt in 2030”. De regionale insteek, anders dan een aanpak door individuele gemeenten, draagt bij aan het benutten van de kwaliteiten van de Achterhoek als geheel en het zeker stellen van een zo efficiënt mogelijke benutting van het elektriciteitsnetwerk en het uitbreiden daarvan. De RES 1.0 is een tussenstap op weg naar een verdergaande energietransitie. Met een tijdshorizon tot aan 2030 focust de RES zich op een snelle toename van de productie van duurzame energie. Dit is urgent om de opwarming van de aarde binnen de perken te houden. De blik is daarbij gericht op productiemethoden en bronnen van duurzame energie die nu voorhanden zijn en een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de energieproductie. Dat zijn nu windenergie en zonne-energie. Qua warmte zijn in principe onderwerpen als benutting van industriële restwarmte, en warmte uit oppervlaktewater of afvalwater of geothermie aan de orde.
In de Achterhoek zijn deze bronnen maar in beperkte mate aanwezig of bruikbaar. Op de langere termijn zal de aandacht kunnen verschuiven naar energieproductie of winningstechnieken die voortkomen uit technische innovaties. Opslag van energie wordt ongetwijfeld van toenemend belang. Ook de productie van waterstof met behulp van duurzame energie, waarvoor nu al de eerste initiatieven zich aandienen, zal zich naar verwachting meer en meer een positie verwerven. Dit zal bijvoorbeeld kunnen gaan doorwerken naar bedrijventerreinen die qua energie zelfvoorzienend zijn, die ‘off-grid’ zijn. De energietransitie is dus constant in beweging; keuzes die nu gemaakt worden zijn niet voor de eeuwigheid. Vandaar dat in het RES-traject wordt gesproken van een RES 2.0 en 3.0. In de komende jaren gaat de aandacht uit naar de inzet van allerhande innovaties die het mogelijk maken om duurzame energie te produceren, op te slaan en te distribueren. De navolgende figuur illustreert dit.
14
Figuur 2: Het verdere tijdspad van de regionale energiestrategie
In deze RES 1.0 geeft de RES-regio Achterhoek haar bijdrage aan voor de opwek van duurzame elektriciteit in 2030, en heeft het haar bronnen voor duurzame warmte in kaart gebracht. 1.4
Van wie is de RES?
Voor het opstellen van de RES is Nederland opgesteld in dertig regio’s. De regio’s worden in het Klimaatakkoord uitgedaagd om een RES te ontwikkelen met een hogere ambitie voor elektriciteit dan wat optelt tot tenminste 35 TWh. Het wordt aan de regio’s over gelaten om zelf de hoogte van het bod te bepalen. Daarnaast moeten de regio’s een regionale structuurvisie warmte opstellen. De acht Achterhoekse gemeenten Bronckhorst, Winterswijk, Oost Gelre, Doetinchem, Aalten, Montferland, Oude IJsselstreek en Berkelland vormen samen met de provincie Gelderland, het waterschap Rijn en IJssel en Liander de RES-regio Achterhoek3. Deze partners zijn samen eigenaar van de RES 1.0. ‘De RES’ is dus geen zelfstandig orgaan maar een hulpinstrument voor regionale samenwerking. De energietransitie en de grote maatschappelijke inspanning die dit vergt, vraagt om gezamenlijk optrekken van de overheden en om betrokkenheid van de samenleving. De samenwerkende overheden nemen het voortouw in het RES-proces en de verankering van de RES-plannen in hun omgevingsbeleid (omgevingsvisie, omgevingsplan, omgevingsverordening). De
3 Wanneer er in deze Regionale Energiestrategie wordt gesproken over ‘de Achterhoekse gemeenten’ dan worden daarmee de gemeenten van de RES-regio Achterhoek bedoeld.
15
interbestuurlijke samenwerking vindt plaats vanuit de één-overheid gedachte, op basis van vertrouwen en gelijkwaardigheid. Het Rijk handelt als actieve partner in het proces, ondersteunend, meewerkend en borgend vanuit de nationale publieke belangen en nationale afspraken. Daartoe is ook het npRES, het nationaal programma RES en de bij behorende programmaorganisatie ingericht. Uitgangspunten binnen de samenwerking zijn subsidiariteit en bestuurlijke instrumenten (het goede gesprek) boven juridische instrumenten. Kernwaarden RES Achterhoek We doen het samen: ‘Samen d’ran’ De partners van de RES Achterhoek slaan de handen ineen en betrekken stakeholders en inwoners om samen tot een geaccepteerde en gedragen RES te komen. Saamhorigheid voert de boventoon: eensgezindheid over gemeenschappelijke belangen, onderlinge verbondenheid, rechtvaardige verdeling, respect voor verscheidenheid en ruimte voor couleur locale. Samen d’ran is ons motto! We gaan resultaatgericht, realistisch en zorgvuldig te werk Zowel de lokale, regionale als landelijke ambities zijn bekend. Daar handelen we naar. En dat doen we naar eer en geweten. We zijn zorgvuldig met feiten en cijfers en zorgvuldig in de omgang met belanghebbenden. We geven realistische adviezen en analyses en zijn (pro)actief om concrete resultaten te behalen.
Met een integrale aanpak benutten we koppelkansen met overige duurzame en maatschappelijke thema’s. We willen win-win situaties creëren Alles wat we adviseren, doen en realiseren moet voor zoveel mogelijk partijen, stakeholders en inwoners voordelen hebben. Het mes snijdt steeds aan twee kanten, de gezamenlijke belangen staan voorop. Dat zal niet altijd lukken, want we zijn realistisch. Maar met die intentie gaan we te werk. We houden rekening met de gemeenschappelijke Achterhoekse belangen op gebied van natuur, landschap, milieu, cultuur en leefbaarheid.
16
1.5 Totstandkoming RES 1.0 Deze RES 1.0 is geproduceerd in een intensieve samenwerking tussen de medewerkers en bestuurders van de Achterhoekse gemeenten, de provincie Gelderland het Waterschap Rijn en IJsel en Liander. In diverse ambtelijke werkgroepen is de RES 1.0 inhoudelijk vormgegeven. De stuurgroep RES, waarin overheden en organisaties deelnemen, heeft mede richting gegeven aan de ambtelijke werkzaamheden. Bij de productie van deelresultaten en tussendocumenten voor de RES 1.0 zijn diverse informatie en dialoogsessies gehouden met inwoners, raden en organisaties. Deze sessies zijn voor het merendeel online gehouden vanwege het COVID 19 virus. In de aanloop naar de RES 1.0 is gekozen voor participatie op regionaal niveau. De RES richt zich niet op lopende projecten op lokaal, gemeentelijk niveau. Enerzijds omdat lokale (inwoners)participatie reeds heeft plaatsgevonden bij de gemeenten voor het opstellen van hun beleidskaders duurzame energie in relatie tot ruimtelijke ordening. En anderzijds omdat er regionale, dus gemeentegrens overstijgende opgaven liggen voor de RES 1.0. De participatie op regionaal niveau is tijdens het proces RES 1.0 georganiseerd door de projectorganisatie RES Achterhoek. 1.6
Het traject na de RES 1.0
Toeval of niet, figuur 2 geeft een kronkelige weg aan richting het uiteindelijke doel van het nationale RES-proces, de realisatie van tenminste 35 TWh duurzame energieproductie via zonnepanelen en windturbines op Nederlands grondgebied. Die weg zal ook ongetwijfeld kronkelig zijn. In recht toe recht aan bewoordingen zijn de volgende stappen, die naar de RES 2.0: • Het nader uitwerken van concrete energieprojecten; dit in participatietrajecten waarin projectontwikkelaars, energiecorporaties, inwoners, bedrijven en organisaties de dialoog aangaan om te komen tot gedragen energieprojecten; • Het schenken van bijzondere aandacht aan het realiseren van zonnepanelen op daken; • Het zeker stellen dat meer en meer mensen en organisaties in de Achterhoek de financiële vruchten plukken van de energieproductie in de regio; het “geld” blijft daardoor in de regio en daarmee wordt de Achterhoekse duurzame economie versterkt. • Het opnemen van de inhoud van deze RES 1.0 in ruimtelijke plannen zodat de realisatie een juridische basis krijgt; • Het verlenen van vergunningen die het toelaten dat projecten kunnen worden gerealiseerd; dit na onder meer nader (milieu)-onderzoek om daarmee een optimale inpassing van een wind- of zonnepark in de omgeving te realiseren.
In werkelijkheid zal het proces nog de nodige discussie opleveren, zullen successen worden afgewisseld met teleurstellingen, zullen beelden moeten worden bijgesteld of gecompleteerd. Kortom, een weg zal worden doorlopen die steeds richting de stip op de horizon leidt maar niet via de kortste lijn. Het zal ook een weg zijn waarop overheidsregie een vereiste is en regionale samenwerking een waardevolle bijdrage aan het uiteindelijke succes zal leveren.
17
2
Aanleiding RES 1.0
2.1
Klimaatsverandering tegengaan
Klimaatconferentie Parijs en het Nederlandse klimaatakkoord Op de klimaatconferentie in 2015 in Parijs hebben 196 landen overeenstemming bereikt over reductie van CO2 en het verduurzamen van de energievoorziening, met als doel om klimaatverandering tegen te gaan. De vertaling van dit akkoord naar doelstellingen en maatregelen voor Nederland, is gedaan in het klimaatakkoord, die in juli 2019 gepresenteerd is. Één van de maatregelen uit het klimaatakkoord is het opstellen van dertig regionale energiestrategieën waarin de mogelijkheden voor opwek van duurzame energie en warmte in kaart zijn gebracht en zijn doorgerekend. In de RES doet elke regio een bod aan het Rijk over hoeveel duurzame elektriciteit en warmte het in 2030 gaat opwekken. Met de RES-systematiek wordt invulling gegeven aan de doelstellingen en afspraken die gemaakt zijn aan de overlegtafels ‘elektriciteit’ en ‘gebouwde omgeving’ die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van het klimaatakkoord. Concreet is in het klimaatakkoord afgesproken om in 2030 84 TWh hernieuwbare elektriciteit te produceren uit wind en zon. Ca 60% (49 TWh) daarvan komt op zee en ongeveer 40% op land (35 TWh). De afspraak van tenminste 35 TWh is niet verder uitgesplitst in wind of zon. Ook is er geen verdeling afgesproken tussen de regio’s. Die keuzes zijn aan de provincies, gemeenten en waterschappen uit de dertig RES-regio’s.
Wel is afgesproken dat elke regio bijdraagt aan de benodigde verduurzaming, daartoe een aanbod doet op basis van redelijkheid en daarbij een afweging maakt tussen draagvlak, ruimte, milieu, systeem- en kostenefficiëntie. Tevens is afgesproken om te streven naar ‘over-programmering’. Er blijven immers nog de nodige afwegingen te maken, denk aan de netcapaciteit, betrokkenheid bewoners en impact op de natuur. Onderzoeken die uiteindelijk bij concrete zoekgebieden gedaan moeten worden, kunnen leiden tot andere uitkomsten en afwegingen. 2.2
Snelheid geboden
Om de opwarming van de aarde binnen de perken te houden is snel handelen geboden. Recente inzichten die na de totstandkoming van het klimaatakkoord zijn verkregen zijn onder meer: • De 1.5 tot 2 graden opwarming van de aarde wordt binnen vijf jaar al bereikt; • Op grote schaal smelten van ijs op de Noordpool én de Zuidpool, oceanen die nog nooit zo warm waren; • Enorme bosbranden in Australië en Siberië en Amerika; • De CO2-uitstoot stijgt ondanks de COVID-crisis door (dec 2020); • De groei van de elektriciteitsvraag gaat harder dan voorspeld; de warmtevraag van industrie moet van fossiel gedreven naar (duurzame) elektriciteit gedreven levert een enorme extra inspanning op voor de opwekking van duurzame elektriciteit; • Het realisatietempo blijft ook in Nederland achter. De klimaatverandering gaat veel harder dan verwacht4 en voorspeld tijdens het afsluiten van het klimaatakkoord in Parijs en de doorvertaling naar het Nederlandse klimaatakkoord waarop het RESbeleidskader is gebaseerd. De EU sorteert daar al op voor met een aanscherping van de eerder afgesproken doelstelling.
4
WMO statement on the state of the global climate in 2019, World Meteorological Organization, WMO nr-1248.
18
De uitstoot van CO2 dient daarom met spoed te worden gereduceerd. De RES-aanpak richt zich daarom op het realiseren van de productie van tenminste 35 TWh duurzame energie in 2030. Dit verklaart de focus van de RES-aanpak op productietechnieken die direct een bewezen en significante bijdrage kunnen leveren aan deze productie. Dit zijn momenteel zonne-energie en windenergie. Andere productietechnieken, zoals kernenergie, kunnen zeker niet voor 2030 relevante bijdragen leveren in de energieproductie in Nederland. Opslagtechnieken voor elektriciteit, de inzet van waterstof et cetera zijn innovaties die nog in ontwikkeling zijn maar in de toekomst naar verwachting een belangrijke rol gaan spelen. Opslag is bijvoorbeeld zinvol om afschakeling van bedrijven van het net bij piekbelasting te voorkomen. Verhoging CO2-reductiedoel in de EU De verhoging van het CO2-reductiedoel in de EU leidt mogelijk tot een hoger Europees doel voor hernieuwbare energie. Dit kan ook leiden tot een hogere bijdrage van Nederland. Dit is echter nog onzeker en afhankelijk van Europese besluitvorming. In het rapport Bestemming Parijs is berekend dat de bijdrage van Nederland uit zou komen op 31-33% (huidig: 26%) als de doelstelling uit de richtlijn Hernieuwbare Energie (REDII) op 38-40% zou uitkomen.
Bij de doorrekening van het Klimaatakkoord heeft PBL berekend dat bij volledige uitvoering van het Klimaatakkoord Nederland op 30-32% kan uitkomen. De huidige inzet, waaronder die op vergroting van het aanbod hernieuwbare elektriciteit op zee en land, levert dus een grote bijdrage maar is niet genoeg. Duidelijk is dat richting 2050 het duurzame energie-aanbod in Nederland verder moet stijgen, mede door de opwek van hernieuwbare elektriciteit. Via de RESsen wordt nu gestuurd op de realisatie van tenminste 35 TWh duurzame energie. De Stuurgroep Extra Opgave heeft een inschatting gemaakt van de elektrificatiebehoefte van de industrie (en datacenters) in 2030 aanvullend op het Klimaatakkoord. Het gaat hierbij om 15 tot 45 TWh aan elektriciteit. De Stuurgroep voorziet de hiervoor benodigde opwek op zee (tot 10 GW). Deze zou daarmee geen rol spelen in het RES-proces. Een aanvullende opgave voor de RES voor 2030 in TWh is geen vanzelfsprekendheid.
2.3
Nationaal kader voor regionale energiestrategieën
Nationale handreiking en afwegingskader De inhoud van deze RES 1.0 is niet willekeurig gekozen. Op nationaal niveau het nationaal programma RES, het npRES, een handreiking en afwegingskader opgesteld. De handreiking geeft handvatten hoe de RES 1.0 is op te stellen; het afwegingskader geeft de onderwerpen aan die idealiter in de RES 1.0 worden opgenomen en geeft criteria voor de nadere invulling daarvan. De handreiking is niet juridisch bindend. De handreiking is een logische invulling van de afspraken die in het klimaatakkoord tussen partijen zijn gemaakt. De inhoud van de handreiking en het afwegingskader zijn te vinden op de website van de RES Achterhoek via deze link.
19
Samen werken aan duurzame energie De gezamenlijke ‘lagere’ overheden, provincies, gemeenten en waterschappen, hebben in het kader van het klimaatakkoord aangeboden om gezamenlijk tenminste 35 TWh duurzame energieproductie met behulp van windturbines en/of zonnepanelen te produceren. Zij geven aan welke energieproductie zij willen leveren binnen de eigen regio. Ook geven zij aan hoeveel warmte er binnen de regio inzetbaar is. Het gaat hier dan over bijvoorbeeld industriële restwarmte, geothermie, warmte uit wateren et cetera. Een belangrijke gedachte hierbij is die van solidariteit; “Iedereen doet wat”. Deze gedachte sluit naadloos aan bij de al lopende samenwerking in de Achterhoek op duurzaamheids- en energievlak. Iedere regio bepaal zelf de hoogte van de bijdrage aan het klimaatakkoord. Voor de hoogte van die bijdrage is geen norm gesteld vanuit het nationaal programma RES. Waar richt de RES zich op? Deze RES is erop gericht de toekomstige duurzame energievoorziening in de Achterhoek mede vorm te geven.
Tegen de achtergrond van een toenemende vraag naar duurzame energie, de noodzaak om de op dit moment bruikbare productiemethoden voor duurzame energie (windturbines en zonnepanelen) een plek te geven, een brede maatschappelijk discussie hoe dit kan gebeuren en gemeentelijke energie-opgaven en bestaand beleid geeft de RES een koers aan hoe de regionale energievoorziening kan worden ingevuld en geïnnoveerd. Deze RES is geen ‘dichtgetimmerd’ geheel, het is immers een strategische verkenning. Uitgaande van de vertreksituatie van een divers gemeentelijk en provinciaal beleid, uiteenlopende opvattingen van (gemeente)raden, verschillende gemeentelijke spanningsvelden tussen energieopgave en ruimtelijke mogelijkheden deze te realiseren, is deze RES veeleer een vingerwijzing hoe in gezamenlijkheid de regionale opgave kan worden ingevuld. De RES 1.0 is in het gehele traject daarmee geen sluitstuk, maar een begin. Een belangrijke en noodzakelijke eerste stap om verder te kunnen richting realisatie van voldoende opwek van duurzame energie in de regio.
20
3
Duurzame energie in de Achterhoek
3.1
Uitgangssituatie Achterhoek
Vroegtijdige ambitie In 2009 is klimaat en duurzaamheid op de politieke agenda in de Achterhoek gezet. Vanaf dat moment tonen de Achterhoekse gemeenten een grote ambitie om stappen te zetten en de energietransitie vorm te geven. Uiteenlopende projecten worden op poten gezet, zoals de oprichting van de Achterhoekse Groene Energie Maatschappij (Agem) en de stichting Achterhoek Duurzaam Verbouwen. Eind 2013 ondertekenden Achterhoekse gemeenten het Akkoord van Groenlo 2013. Dit akkoord is door alle gemeenten ondertekend. AKKOORD VAN GROENLO 2013 Tijdens de conferentie op 27 november 2013, 4 jaar na het 1e akkoord van Groenlo in 2009, verklaren de acht gemeenten van de Regio Achterhoek: · Vastbesloten te zijn zich te blijven inzetten voor de realisatie van de duurzaamheidsdoelstelling uit de Achterhoek Agenda 2020; · Een duidelijke visie te hebben over duurzaamheid waarin de energietransitie een belangrijke impuls is voor de economische ontwikkeling van de Achterhoek; · Te streven naar een energie-neutrale Achterhoek in 2030 door inzet op grootschalige energiebesparing en productie van hernieuwbare energie · De rol van gemeenten is: · Bestaande initiatieven blijvend ondersteunen en succesvol maken, zoals: o De Achterhoekse Groene Energie Maatschappij voor de levering van duurzame energie, de ontwikkeling en exploitatie van lokale groene energieproductie en energiebesparing; o
Stichting Achterhoek Duurzaam Verbouwen voor de hulp aan woningeigenaren, huurders en ondernemers om gebouwen te verduurzamen; · Faciliteren en verbinden van nieuwe duurzame initiatieven uit de samenleving (burgers, bedrijven, organisaties); · Op lokaal niveau duurzame projecten uitvoeren en de samenwerking zoeken met bedrijven, burgers en organisaties; · Monitoren van duurzaamheidsdoelstellingen.
Met het akkoord is het vooral een taak van de acht individuele Achterhoekse gemeenten geworden om bij te dragen aan de gezamenlijke doelstellingen: Samen d’r an avant la lettre. De in 2016 geactualiseerde Regionale uitvoeringsagenda duurzame energie Achterhoek gaat ervan uit dat in 2030 naar verwachting voldoende elektriciteit in de Achterhoek op duurzame wijze kan worden opgewekt om aan de vraag vanuit de gebouwde omgeving te voldoen, uitgaande van een besparing van 20%. Hiervoor diende dan volgens de agenda wel de volgende ambitieuze opgave gerealiseerd te worden: “124 windmolens, 958 zonnestroominstallaties op bedrijfsdaken, 355 zonneparken (veldopstellingen, waarvan 300 Zon op Erf projecten, met een totaal grondoppervlak van 415 ha), 69 biomassacentrales en 36 biovergistingsinstallaties”5. Hierbij is vanwege onzekere gegevens geen rekening gehouden met de behoefte vanuit elektrificatie van verkeer en groei van de elektriciteitsbehoefte door een toename van bedrijvigheid.
5 Inmiddels zijn deze aantallen sterk gewijzigd. Zo zal het aantal benodigde windturbines dat bijgeplaatst zou moeten worden ergens tussen de dertig en vijfendertig ligt (uitgaande van 5.5 MW per windturbine).
21
Duidelijk was toen al wel dat tussen het aantal windmolens en het aantal zonnestroominstallaties geschoven kan worden: “Er kan bijvoorbeeld ook voor gekozen worden om het aantal zonnestroominstallaties te verminderen en het aantal windmolens te vergroten, als dat wenselijk is”. De verhouding en wijze waarop dit gerealiseerd wordt is ook afhankelijk van de investeringsbereidheid en investeringskeuzes van particulieren, energiecoöperaties, bedrijven en investeerders. Opwekking van zon en wind is uitwisselbaar, maar van belang is hier voldoende spreiding tussen te houden. Dit omdat ze complementair aan elkaar zijn, denk daarbij aan dag en nacht, maar ook zomer en winter, aldus de agenda. Stappen gezet De ambitie in de Achterhoek heeft tot resultaat geleid. Alle gemeenten zijn aan de slag gegaan om een ruimtelijk beleid in te richten dat mogelijk maakt om bewust om te gaan met initiatieven voor de productie van duurzame energie door zonnepanelen en ook met behulp van windturbines. De gemeenten gaan daarbij veelal uit van de zogenaamde uitnodigingsplanologie. Dit houdt in dat bepaalde gebieden in de gemeente zijn opengesteld voor zonneparken en/of windturbines. Voor de beoordeling van initiatieven is daarnaast een separaat kader opgesteld dat diverse criteria bevat voor de inpassing van zonneparken of windturbines.
Binnen dit stelsel van aangewezen gebieden en beoordelingscriteria wordt het aan de markt overgelaten om initiatieven voor zonne- of windparken te ontwikkelen. Participatie bij opstelling gemeentelijke kaders Gemeenten hebben bij de opstelling van hun ruimtelijke kaders voor de omgang met duurzame energie op uiteenlopende wijzen met bewoners van hun gemeenten en andere stakeholders gecommuniceerd. Veelal zijn stakeholders, onder mee via werkbijeenkomsten, betrokken bij de opstelling van de kaders. Daarmee hebben de gemeenten intensief gewerkt aan het krijgen van een zo groot mogelijk draagvlak voor de opwekking van duurzame energie op hun grondgebied. Met deze participatie is een stevige grondslag gelegd voor een participatie van inwoners en organisaties in de realisatiefase van de RES 1.0. 3.2
Inhoud bestaand beleid
Welk beleid hebben gemeenten al voor zonne-energie? In het Koersdocument Duurzame Energie Achterhoek hebben Achterhoekse gemeenten de randvoorwaarden voor het realiseren van zonnevelden vastgelegd. Hierin wordt een verschil gemaakt tussen zon op erf en zonnevelden buiten het erf. Er zijn minder planologische voorwaarden aan zonnepanelen binnen erfgrenzen. Voor zonnepanelen buiten het erf hebben de gemeenten in hun ruimtelijk beleid de landschappelijke kaders geborgd. Per gemeente zijn er accentverschillen, maar de basis is gelijk. Uitgangspunt is daarbij dat initiatiefnemers worden uitgenodigd om met projecten te komen die passen binnen de ruimtelijke structuur en voldoen aan de ruimtelijke voorwaarden. Daarbij is de inpassing van zonnevelden in het landschap afhankelijk van het landschapstype en de omvang van het project. Extra aandacht is er in het beleid voor braakliggende terreinen en VAB-locaties. Hier liggen kansen voor al dan niet tijdelijke opstelling van zonnepanelen. De Achterhoekse gemeenten hanteren in hun ruimtelijk beleid een aantal inpassings- en ontwikkelingsprincipes, waaronder: • We zijn zuinig op het landschap.
We sparen locaties met een hoge landschappelijke kwaliteit; • Hoogproductieve agrarische gronden worden zoveel mogelijk gespaard; • We zetten in op dubbel ruimtegebruik, waarbij we speciale aandacht hebben voor koppeling van zonnevelden met agrarische functies; • We geven de voorkeur aan locaties die vanuit net- en kostenefficiëntie eenvoudig op het elektriciteitsnet aangesloten kunnen worden;
22
•
Participatie en medezeggenschap in de projecten is van groot belang voor de gemeenten met het oog op behoud van geld en werkgelegenheid in de Achterhoek en met het oog op eerlijke verdeling van zowel de lusten als de lasten.
Welk beleid hebben gemeenten al voor windenergie? De Achterhoekse gemeenten hebben in hun beleid al kaders gesteld voor windenergie. In het uitnodigingsbeleid wijzen de meeste gemeenten geen specifieke ontwikkelgebieden aan maar laten initiatieven van onderop ontstaan. Het beleid stelt voorwaarden op basis van landschapstype, afstand tot woongebied en afstand tot beschermde dorps- en stadsgezichten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen kleine, middelgrote en grote windturbines. Voor alle typen geldt dat ze niet toegestaan zijn in woongebieden of in gebieden die zijn aangemerkt als Gelders Natuurnetwerk (GNN). 3.3 Provinciaal beleid Het gemeentelijk beleid is uiteraard te bezien in combinatie met het provinciale beleid. Beiden werken door naar concretisering van initiatieven voor windturbines en zonneparken. Het provinciale omgevingsbeleid, de Omgevingsverordening Gelderland, speelt daarbij een voorname rol. Daarin neemt bijvoorbeeld het natuurbeleid een belangrijke positie in. Relevante onderdelen van dat beleid zijn: • Het Gelders natuurnetwerk (GNN); • Groene ontwikkelingszone (GO); • Ganzenrustgebieden; • Weidevogelgebieden; • Natura 2000 gebieden. Bij de uitwerking van zoekgebieden voor windturbines in de fase van de RES 2.0 wordt duidelijk hoe de zoekgebieden uiteindelijk kunnen worden ingericht. 3.4
Huidige productieniveaus van duurzame energie
De Achterhoekse ambitie en het daartoe eerder opgestelde beleid heeft tot resultaat geleid. In de Achterhoek zijn inmiddels diverse wind- en zonneparken aangelegd. Ook zijn een aantal projecten gerealiseerd voor grootschalige (>15 KW piek) opstellingen van zonnepanelen op daken. De bijgevoegde tabel toont de productie van duurzame energie naar methode – zon op dak, zonneparken op land en windturbines – verdeeld over de gemeenten. Tabel 1: Huidige opwekking van duurzame energie (TWh) in de Achterhoek (Bron SDE + omgevingsvergunningen peildatum 1 januari 2021)
Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Montferland Oost Gelre Oude IJsselstr. Winterswijk Totalen
Grootschalig zon op dak GereaInclusief liseerd harde pijplijn6 0,007 0,010 0,010 0,019 0,008 0,013 0,006 0,011 0,007 0,009 0,009 0,013 0,010 0,016 0,006 0,010 0,064 0,102
Zonneparken op land GereaInclusief liseerd harde pijplijn 0,002 0,002 0,000 0,080 0,002 0,004 0,000 0,000 0,004 0,004 0,002 0,018 0,004 0,030 0,0003 0,059 0,015 0,198
Windturbines GerealInclusief iseerd harde pijplijn 0,040 0,040 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,012 0,012 0,000 0,000 0,025 0,120 0,000 0,000 0,077 0,172
Totalen GerealInclusief iseerd harde pijplijn 0,050 0,053 0,010 0,099 0,010 0,017 0,006 0,011 0,023 0,025 0,011 0,032 0,039 0,166 0,007 0,070 0,155 0,471
6 Voor de ‘harde’ pijplijn zijn de volgende slagingspercentages gebruikt: wind: 100%, zon op land: 75% en zon op dak: 25% (vanwege netcongestie).
23
De cijfers laten zien dat, in vergelijking met de cijfers uit 2019 die zijn opgenomen in de concept-RES, met name de groei in zonneparken op land aanmerkelijk is. Ook de plaatsing van zonnepanelen op daken is toegenomen. Ten opzichte van de concept-RES is er geen toename in de productie van windenergie. Schets maatschappelijk krachtenveld Landschap en windturbines De Achterhoek heeft vooral een kleinschalig coulisse(n)landschap. We verrichten veel inspanningen om dit type landschap te behouden en op sommige plekken zelfs te versterken of terug te halen. Willen we opwekking van duurzame energie inpassen, dan moeten we één landschappelijk verhaal hanteren. Duidelijke ruimtelijke keuzes zijn wenselijk zodat het landschap herkenbaar blijft en verrommeling wordt voorkomen. Daarvoor is overheidsregie nodig is, geven stakeholders aan. Belangrijk hierbij dat de afweging rond landschap ook juridisch en beleidsmatig wordt geborgd, zodat de bescherming ervan wordt gegarandeerd. Vanuit deze optiek geven belanghebbenden aan dat koppeling van windturbineparken aan bedrijventerreinen) of aan infrastructuur te overwegen is; bundeling van bebouwing en infrastructuur dus, wat de invloed op de omgeving beperkt. Denk ook aan aansluiting van windturbines bij één van de locaties waar direct over de Duitse grens al wind is gerealiseerd. Deze hebben al (visuele) impact in Nederland.
Om de (visuele) impact te beperken spreken belanghebbenden zich uit voor clustering van windturbines: De opwekking van windenergie op enkele plekken in de Achterhoek beperkt dan de impact. Wind is niet landschappelijk in te passen vinden diverse betrokkenen; het betekent een transformatie van het landschap. Plaats grotere clusters van windturbines daarom in het grootschalige, rationeel verkaveld landschap. Zonneparken op land Over het algemeen zijn stakeholders van mening dat zon-op-land beter landschappelijk is in te passen dan windenergie. De visies hierop lopen uiteen. Een aantal stakeholders geeft aan dat de locatie van een zonnepark niet uitmaakt, mits deze met landschapselementen in de omgeving wordt ingepast. Anderen geven aan alleen zon-op-land aansluitend op bebouwd gebied wenselijk te vinden. Hierdoor worden de ‘groene’ buitengebieden ontzien. Natuur Wat is de relatie tussen het opwekken van duurzame energie en natuur? Willen we natuurwaarden zoveel mogelijk beschermen tegen de impact van energieopwekking? Of zorgt duurzame energieopwekking juist dat de natuur kan floreren? Natuurorganisaties geven aan dat beiden van belang zijn. Aangegeven is dat het opwekken van duurzame energie in natuurgebieden niet strookt met de natuurdoelstellingen.
Het Gelders Natuurnetwerk, Natura2000-gebieden, vogelgebieden zouden om die reden moeten worden uitgesloten van duurzame energieopwekking. Voor windenergie geldt dat ook de omliggende zones uitgesloten zouden moeten worden. Natuurgebieden zijn de leefgebieden van (beschermde) vogel- en vleermuissoorten. Deze kunnen in de wieken van de windturbines vliegen. Daarom is het bij het plaatsen belangrijk om een gedegen vogelonderzoek te doen. Belanghebbende organisaties geven aan dat de ruimtelijke strategie ‘clustering’ het beste rekening houdt met natuurwaarden. Zo wordt het aantal locaties voor wind beperkt en blijft de totale impact beperkt. Voor zonne-energie zien belanghebbenden meer kansen in relatie met natuur. Er is geopperd om zonneparken rondom natuurgebieden te realiseren waardoor het een bufferzone wordt tussen natuur en stikstof-intensieve landbouw. Ook ziet men kansen voor zonne-energie in groene ontwikkelzones in combinatie met natuurontwikkeling. Leefbaarheid en draagvlak Belanghebbenden zijn zich grotendeels bewust van de klimaatverandering en maken zich daar zorgen over. Maar het overwegende geluid is: “We zijn voor groene energie, maar…”. Er zijn vooral veel zorgen over de mogelijke gezondheidseffecten van (grote) windmolens en de zichtbare hinder die het welzijn en woongenot kunnen verminderen.