programmabegroting 2026-2029
Tekst van het document
Bovenal: een breder perspectief op de gemeente Het belang van participatie reikt verder dan alleen ons gemeentelijk beleid. In een tijd waarin het vertrouwen in de politiek onder druk staat, is participatie een manier om de lokale democratie te versterken. Een goed doorlopen participatietraject draagt eraan bij dat bruggen gebouwd worden tussen inwoners en bestuur, maar ook tussen inwoners onderling. Hierdoor ontstaat er meer begrip, samenwerking en betrokkenheid. Wanneer onze inwoners ervaren dat hun mening daadwerkelijk wordt meegenomen in de besluitvorming, leidt dit tot een positievere houding ten opzichte van de gemeente. Zij voelen zich serieus genomen en gaan met een constructieve blik naar de lokale overheid kijken. Dit versterkt het imago van de gemeente als een betrouwbare, transparante en toegankelijke partner. Financieel gezond
Ambitie Oost Gelre staat er financieel gezond en stabiel voor, en we hebben de ambitie om dit zo te behouden. Dat is echter geen vanzelfsprekendheid. De onzekerheden van wijzigingen in het gemeentefonds kunnen een risico vormen voor onze financiële positie. Dat dwingt de gemeente om kritisch te blijven ten aanzien van bestaande en nieuwe plannen, van investeringen en om te onderzoeken waar er externe financieringsmogelijkheden zijn. Bezuinigingen zijn onwenselijk, maar kunnen niet geheel uitgesloten worden. We willen daarom transparant zijn in de plannen, duidelijk communiceren over de inkomsten en uitgaven, en zo een eerlijke overheid zijn richting onze inwoners en ondernemers.
Ontwikkelingen We zijn transparant over de uitgaven en inkomsten van onze gemeente. Zowel voor bestuurders als voor onze inwoners, bedrijven, instellingen en verenigingen moet duidelijk zijn waar wij de gemeentelijke middelen aan besteden. Door gebruik te maken van bijvoorbeeld Pepperflow is online de voortgang van zowel de beleidsmatige als financiële ontwikkelingen te volgen. We zijn terughoudend met de aankoop van grond en vastgoed. Aankoop vindt alleen uit strategische motieven plaats. Het beleid is voornamelijk gericht op het afstoten van grond en vastgoed.
72
Doelstellingen Een financieel gezonde gemeente zijn en blijven We hanteren daarbij de volgende uitgangspunten: •
we zijn transparant over onze plannen en communiceren duidelijk over inkomsten en uitgaven;
•
we zetten ons in om financiële middelen te verweren door o.a. gebruik te maken van subsidiemogelijkheden;
•
we zetten in op preventie en zijn 'streng aan de poort' om de kosten van Jeugdhulp en Wmo beheersbaar te houden.
Integrale veiligheid en ondermijning
Ambitie De gemeente Oost Gelre gaat voor een veilige woon- en leefomgeving waar je prettig kunt wonen, werken en recreëren. Dit kan de gemeente niet alleen, veiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid. Samen met inwoners, ondernemers, (veiligheids)partners en maatschappelijke organisaties proberen we ongewenste situaties te voorkomen of pakken we dit aan door dit vroegtijdig te signaleren. Daarnaast krijgt ondermijning geen voet aan de grond in Oost Gelre door onder andere het creëren van een veilig buitengebied, industrieterreinen en recreatieparken, het weerbaar maken van inwoners, bedrijven en verenigingen en aanpakken van misstanden. Tot slot zorgen we ervoor dat we voorbereid zijn op crisissen en onverwachte gebeurtenissen zodat we niet verrast worden en onze inwoners, bedrijven en verenigingen op ons kunnen rekenen.
Ontwikkelingen De gemeente Oost Gelre gaat voor een veilige woon- en leefomgeving waar je prettig kunt wonen, werken en recreëren. Op het gebied van integrale veiligheid en ondermijning spelen een aantal ontwikkelingen waarop ingezet wordt om deze ambitie te kunnen waarmaken. Deze ontwikkelingen zijn: • Alcohol- drugs Zowel vanuit preventie als repressie zetten we in op (overmatig) drank- en drugsgebruik, voornamelijk door jongeren. Dit doen we door uitvoering te geven aan het horecaconvenant en preventie- en handhavingsplan alcohol en drugs. Dit thema gaan we bespreken met de lokale horeca, organisatoren van evenementen en sportverenigingen. Enerzijds om bewustwording te creëren over het middelengebruik en anderzijds handvaten te geven over welke maatregelen zij kunnen treffen om het middelengebruik zo goed mogelijk te voorkomen/signaleren. Aanvullend pakken we drugsgebruik, -handel en -productie aan binnen de mogelijkheden die er zijn. Middelen die we inzetten: het (tijdelijk) sluiten van woningen/lokaliteiten, last onder dwangsom voor drugsgebruik- of -handel (gebruikers en dealers) in de openbare ruimte. Daarnaast pakken de boa’s in samenwerking met de politie overlastsituaties door middelengebruik aan. Hiermee wordt ook uitvoering gegeven aan de motie 'Drugs d'r uut' die unaniem is aangenomen door de gemeenteraad.
• Ondermijnende criminaliteit Er wordt ingezet op het voorkomen- en aanpakken van ondermijning. We creëren een weerbare gemeente (bestuur, interne organisatie, inwoners, bedrijven en verenigingen) door het vergroten van de bewustwording, het herkennen van signalen en het melden van vermoedens. Ook zetten we in op het versterken van de gemeentelijke informatiepositie en datagestuurd werken. Hiervoor worden o.a. gebieds- en/of themagerichte analyses uitgevoerd zodat er gerichte (preventieve) controles uitgevoerd kunnen worden. Vermoedens van ondermijning worden uitgezocht en pakken (signalen van) ondermijnende criminaliteit aan door het inzetten van bestuursrechtelijke maatregelen of ervoor te zorgen dat strafrechtelijke onderzoeken prioriteit krijgen.
73
• Digitale veiligheid en weerbaarheid Een ontwikkeling dat aandacht gaat krijgen is digitale veiligheid, een vorm van criminaliteit dat aan het toenemen is. Hierbij wordt de focus gelegd op bewustwording en digitale weerbaarheid van de interne organisatie, maar ook inwoners, bedrijven en instellingen. • Jeugd en veiligheid Het veroorzaken van overlastgevende activiteiten of criminele handelingen door jongeren kunnen een slechte invloed uitoefenen op het woongenot en daarmee de veilige woon- en leefomgeving. We zetten in op het voorkomen- en beperken van jeugdoverlast door onder andere het inrichten van jongerenontmoetingsplekken, extra toezicht en een integrale (groeps-) aanpak jeugd. Het is van belang dat er zowel preventieve als repressieve interventies worden ingezet om overlast te voorkomen. • Crisisbeheersing en maatschappelijke weerbaarheid De afgelopen jaren is met zowel de coronacrisis als de vluchtelingencrisis gebleken dat een goed functionerende crisisstructuur een voorwaarde is om dergelijke crisissen aan te kunnen. Met het oog op toekomstige crisissen zorgen we, in samenwerking met de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland, ervoor dat we voorbereid zijn op crisissen met een goed opgeleide en getrainde crisisorganisatie. Onze veiligheid en vrijheid is in tijden niet zo kwetsbaar geweest en de militaire en hybride dreiging voor Nederland neemt toe.
Veiligheidsdiensten zien dat Nederland nu al doelwit is van hybride aanvallen, zoals cyberoperaties, spionage en sabotage. Juist nu er nog geen sprake is van een acute dreiging, is voorbereiding op onzekere tijden essentieel. Onderdeel van deze voorbereiding is het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid. Gemeente gaat zich met verschillende netwerkpartners dan ook inzetten voor een parate en veerkrachtige samenleving. • Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland (VNOG) Vanaf 2025 tot en met 2028 is er een nieuw Regionaal Beleidsplan, Regionaal Risicoprofiel en Regionaal Dekkingsplan van kracht. De VNOG werkt, op basis van deze documenten, aan de volgende Opgaven: 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises (maatschappelijke opdracht); 1. Zelfredzaam & risicobewust; 2. Vakbekwaam & deskundig; 3. Sterke informatiepositie; 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde). De volgende ontwikkelingen spelen er binnen de hierboven geformuleerde opdrachten: •
Landelijke en wereldwijde omstandigheden hebben invloed op de uitvoering van taken, zoals gestegen prijzen door schaarste (en daardoor meerkosten), het onderzoek naar de toekomst van de inrichting van het vrijwillige brandweerbestel en crisisbeheersing in de zorg die in beweging is.
•
Een van deze ontwikkelingen is een toenemende druk op de zorg door een vergrijzende bevolking en noodzakelijke veranderingen in het toekomstig zorglandschap door een toenemende disbalans tussen zorgvraag en zorgaanbod.
•
Ontwikkelingen op duurzaamheid en de energietransitie in de samenleving is in volle gang. Zonneparken worden aangelegd, er vinden pilots plaats met nieuwe energiedragers (waterstof, buurtaccu’s), etc. Dit beïnvloedt het werk van de VNOG. Dan gaat het zowel om de adviserende rol van de VNOG ten aanzien van voornemens, als de bestrijdende rol van de VNOG als zich bij de nieuwe middelen calamiteiten voordoen en de wijze waarop de VNOG zich hierop voorbereid.
•
Technologische ontwikkelingen en technologische innovaties bieden kansen, zoals gebruik van business intelligence en AI. De afhankelijkheid van technologie is echter evenzeer een risico (storing of crimineel gebruik).
•
Er zijn huisvestingsafspraken gemaakt over het beheer en onderhoud van de repressieve huisvesting. De aankomende jaren moet blijken wat de financiële consequentie voor de gemeente is, aangezien deze kosten de aankomende jaren 1 op 1 verrekend wordt met de gemeente.
74
We werken integraal samen aan een veilige en leefbare woon- en werkomgeving. Samen met inwoners, ondernemers, (veiligheids)partners en maatschappelijke organisaties voorkomen en signaleren we ongewenste situaties en indien nodig pakken we dit aan.
Wij zijn samen met de ondernemers, verenigingen en inwoners weerbaarder tegen ondermijning Wij zijn samen met de ondernemers, verenigingen en inwoners weerbaarder tegen ondermijning, waarbij misstanden worden voorkomen of gestopt doordat deze vroegtijdig worden gesignaleerd.
De gemeente beschikt over een adequate crisisstructuur De gemeente beschikt over een adequate crisisstructuur die onder andere voldoende opgeleid, getraind en beoefend is om toekomstige crisis aan te kunnen. Daarnaast zet de gemeente zich in op het het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid (parate en veerkrachtige samenleving). Beleidsindicatoren
Beleidsindicatoren Taakveld
Naam indicator
Eenheid
Bron
Oost Gelre
Gemeentegrootte 25.000-50.000 inw.
Jaar
Veiligheid
Verwijzingen Halt
aantal per 1.000 jongeren
Bureau Halt
8
9
2024
Veiligheid
Winkeldiefstallen
aantal per 1.000 inwoners
CBS
0,2
1,3
2024
Veiligheid
Gewelds- en seksuele misdrijven
aantal per 1.000 inwoners
CBS
2,7
3,1
2024
Veiligheid
Diefstallen uit woning
aantal per 1.000 inwoners
CBS
1,0
1,1
2024
Veiligheid
Vernielingen en misdrijven tegen de openbare orde
aantal per 10.000 inwoners
CBS
4,0
4,1
2024
Vhrosv
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden
in euro’s
COELO
799
957
2025
Vhrosv
Gemeentelijke woonlasten
in euro’s
COELO
910
1.046
2025
75
Taakveld
Naam indicator
Eenheid
Bron
Oost Gelre
Gemeentegrootte 25.000-50.000 inw.
Jaar
meerpersoonshuishouden Bron: waarstaatjegemeente.nl, cijfers worden regelmatig geactualiseerd en kunnen afwijken
Taakveld
Naam indicator
Eenheid
Bron
Oost Gelre
Oost Gelre
2026
2025
Bestuur en ondersteuning
Formatie
fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
7,00
6,60
Bestuur en ondersteuning
Bezetting
fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
6,62
6,54
Bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten
kosten per inwoner
Eigen begroting
€ 882
€ 811
Bestuur en ondersteuning
Externe inhuur
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
Eigen begroting
0,14%
0,14%
Bestuur en ondersteuning
Overhead
% van totale lasten
Eigen begroting
13,99%
13,59%
Middelen: wat mag het kosten? x € 1.000 Meerjarenbegroting 2025
2026
2027
2028
2029
-7.621
-7.909
-7.909
-7.909
-7.909
Lasten Ongewijzigd beleid
76
Meerjarenbegroting 2025
2026
2027
2028
2029
-7.621
-7.909
-7.909
-7.909
-7.909
786
1.024
1.024
1.024
1.024
786
1.024
1.024
1.024
1.024
-6.835
-6.884
-6.884
-6.884
-6.884
Voorstel nieuw beleid structureel
-240
-248
-248
-473
Voorstel nieuw beleid incidenteel
-439
-364
-269
0
Dekking reserve
439
364
269
0
Saldo nieuw beleid
-240
-248
-248
-473
-7.125
-7.132
-7.065
-7.357
Structurele wijziging Incidentele wijziging Nieuwe raming lasten
Baten Ongewijzigd beleid Structurele wijziging Incidentele wijziging Nieuwe raming baten
Saldo
Totaal saldo programma 4
-6.804
77
Samenstelling van de ramingen van het jaar 2026 op taakniveau Bedragen x €1.000 Exploitatie
Primitieve begroting 2026
Lasten TV0.1
0.1 Bestuur
2.354
TV0.2
0.2 Burgerzaken
1.475
TV0.3
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
TV0.8
0.8 Overige baten en lasten
TV1.1
1.1 Crisisbeheersing en brandweer
TV1.2
1.2 Openbare orde en veiligheid
948
TV7.5
7.5 Begraafplaatsen en crematoria
2
611 68 2.400
Totaal Lasten
7.859
Baten TV0.2
0.2 Burgerzaken
-526
TV0.3
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
-293
TV1.1
1.1 Crisisbeheersing en brandweer
-53
TV1.2
1.2 Openbare orde en veiligheid
-153
Totaal Baten
-1.024
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
6.834
Stortingen TV0.1
0.1 Bestuur
-50
Gerealiseerd resultaat
6.884
Voorstellen voor nieuw beleid voor het jaar 2026 x € 1.000 Omschrijving
Investeringen
Dekking uit reserves
Budgettaire lasten
P4 Kadernota 2026: Accesswitches
120
-15
Toenemende taken op het gebied van integrale veiligheid
-75
Voldoen aan wettelijke verplichtingen digitale dienstverlening voor onze inwoners en ondernemers (zie toelichting hierboven)
150
Doorontwikkeling participatie/uitdaagrecht
95
Externe adviezen
10
Versterken (regionale) samenwerking
109
-150
78
Omschrijving
Investeringen
Optimaliseren processen bedrijfsvoering Totaal
Dekking uit reserves
Budgettaire lasten
75 120
439
-240
79
Algemene dekkingsmiddelen, overhead, heffing VPB en onvoorzien Overzicht algemene dekkingsmiddelen Overzicht algemene dekkingsmiddelen Het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente bevat de volgende onderdelen: treasury, belastingen OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het bedrag voor treasury bestaat uit dividenden, ontvangen en bespaarde rente. Bij de overige belastingen zijn toeristenbelasting, hondenbelasting en precariobelasting opgenomen. In cijfers komen wij tot de volgende begrote algemene dekkingsmiddelen (x € 1.000): Overzicht algemene dekkingsmiddelen
Begroting 2025
Begroting 2026
Dividend
496
510
Saldo financieringsfunctie
65
1.080
Ozb woningen
4.882
5.050
Ozb niet-woningen
2.592
2.461
Hondenbelasting
115
118
Precariobelasting
16
20
Reclamebelasting
59
61
Algemene uitkering
59.008
61.942
313
427
Integratie-uitkering sociaal domein
6.273
6.516
Overige algemene dekkingsmiddelen
2.067
799
Totaal algemene dekkingsmiddelen
75.390
78.984
Decentralisatie-uitkering
80
Overhead, ondersteuning en organisatie (taakveld 0.4) Overhead zijn alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Onderstaand overzicht geeft u meer inzicht in deze kosten (x € 1.000).
Omschrijving
Baten
Lasten
Saldo
Overhead, ondersteuning organisatie
0
-9.708
-9.708
Algemene beheerkosten
0
-284
-284
Automatisering
2
-2.130
-2.128
Facilitaire kosten
0
-186
-186
Huisvesting gemeentehuizen
88
-1.058
-970
Organisatie / afdelingen
114
-986
-872
Overhead, ondersteuning en organisatie
204
-14.352
-14.148
Heffing vennootschapsbelasting Voor de heffing van de vennootschapsbelasting hebben wij een stelpost van € 10.000 geraamd.
Bedrag onvoorzien Als structureel onvoorzien hanteren wij jaarlijks € 2,25 per inwoner. Op basis van 30.000 inwoners is dit € 67.500.
81
Paragrafen Inleiding De voorschriften (Besluit begroting en verantwoording) stellen een aantal paragrafen verplicht, die we zowel in de begroting als in het jaarverslag moeten opnemen. 1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2. Verbonden partijen 3. Bedrijfsvoering 4. Financiering 5. Onderhoud kapitaalgoederen 6. Grondbeleid 7. Lokale heffingen 8. Wet open overheid
82
Paragraaf 1: Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Wij leggen een relatie tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. Dat geeft inzicht in de robuustheid van onze rekening. Het weerstandsvermogen is de verhouding van de beschikbare weerstandscapaciteit en alle gekwantificeerde risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover wij kunnen beschikken om niet-begrote kosten op te vangen.
Beleid weerstandsvermogen Het beleid over integraal risicomanagement en het aan te houden weerstandsvermogen hebben wij uitgewerkt in de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen. Op basis van informatie uit de risicoinventarisatie doen we een uitspraak over de mogelijke financiële gevolgen van de gedefinieerde risico’s. De kans en financiële impact van alle individuele en gezamenlijke risico’s is hiermee bepaald, zodat we een uitspraak kunnen doen over de te verwachten schadelast. De gewenste omvang van het weerstandsvermogen ontstaat op basis van inzicht in de risico’s, de financiële consequenties en de mogelijkheden om deze risico’s te beheersen of af te dekken. Het is noodzakelijk om risico’s te onderkennen maar niet mogelijk om alle financiële risico’s volledig af te dekken.
Beschikbare weerstandscapaciteit (incidenteel en structureel)
Incidentele weerstandscapaciteit (in €)
Rekeningresultaat
131.000
Algemene reserve (vrij besteedbaar)
5.813.000
Totaal
5.944.000
Tabel 2.1 incidentele weerstandscapaciteit
Structurele weerstandscapaciteit (in €) Onbenutte belastingcapaciteit voor gemeentelijke belastingen en heffingen
1.300.000
83
Rentebaten algemene reserve (vrij besteedbaar)
116.250
Totaal
1.557.000
Tabel 2.2 structurele weerstandscapaciteit
Benodigde weerstandscapaciteit volgens risico simulatie De benodigde weerstandscapaciteit berekenen we jaarlijks bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening op basis van de op dat moment gewaardeerde risico’s. Op basis van ons risicoprofiel hebben wij een berekening gemaakt van de benodigde weerstandscapaciteit. We hebben ruim 30 risico’s beschreven en gekwantificeerd. De berekende gemiddelde schadelast bedraagt € 1.637.5000 en de maximale schadelast is becijferd op € 2.690.000. De uiteindelijke beoordeling van het weerstandsvermogen wordt via een ratio berekend: Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit/benodigde weerstandscapaciteit De ratio van het weerstandsvermogen geeft aan hoe het weerstandsvermogen gewaardeerd wordt. Bij het bepalen van de ratio’s gaan we uit van de gemiddelde schadelast. Dit resulteert in de weerstandsratio in tabel 2.3. Weerstandsratio = Ratio weerstandsvermogen
Weerstandsratio
Ratio
Waardering
Totaal weerstandsvermogen
4.49
Uitstekend
Tabel 2.3 Weerstandsratio Wij streven een waardering na die minimaal als voldoende wordt omschreven. Dit komt erop neer dat sprake is van voldoende weerstandsvermogen als de beschikbare weerstandscapaciteit hoger of gelijk is dan de benodigde weerstandscapaciteit (dus ≥1,0). Uiteindelijk kunnen we concluderen dat onze weerstandscapaciteit uitstekend is. Risico-inventarisatie gemeente Oost Gelre De voor de bepaling van onze weerstandscapaciteit relevante risico’s staan in onderstaande risicoinventarisatie. Voor elk risico hebben wij: •
Oorzaak en gevolg in beeld gebracht;
•
De beheersmaatregelen ter voorkoming en ter beheersing genoemd;
•
Het risico gewaardeerd (kans en financieel gevolg ingeschat).
84
Verkorte beschrijving van de belangrijkste financiële risico's In onderstaande tabel treft u een verkorte beschrijving van de belangrijkste financiële risico’s aan: Projecten en Investeringen Bij de grondexploitaties gaat het om prognoses van opbrengsten en kosten. De feitelijke kosten en opbrengsten kunnen bij realisatie afwijken van wat gepland is. Bouwgrondexploitatie
Maatregel: Dekking van eventuele verliezen door aanwending van de reserve bouwgrondexploitatie. Jaarlijkse herziening en beoordeling van de Grex om tijdig te kunnen bijsturen.
Regionaal bedrijventerrein De Laarberg
Bij de exploitatie van bedrijventerreinen gaat het om prognoses van opbrengsten en kosten. De feitelijke kosten en opbrengsten kunnen bij realisatie afwijken van wat gepland is. Maatregel: Jaarlijkse herziening en beoordeling van de Grex om tijdig te kunnen bijsturen. Mogelijke afwaardering van boekwaarde gemeentelijk vastgoed.
Gemeentelijk vastgoed
Maatregel: Herbestemming van gemeentelijk onroerend goed. Verzoek om bijdrage in de bekostiging van nieuwbouw en/of renovatie van schoolgebouwen.
Onderwijshuisvesting
Maatregel: Opstellen van een (meerjaren) onderwijshuisvestingsplan (nieuwbouw en vervangende nieuwbouw).
Open einde regelingen Overschrijding budget door groter beroep op deze voorziening. Leerlingenvervoer
Maatregel: Sturen op schoolkeuze (school in woonplaats). Structureel onvoldoende budget om de taken op grond van de WMO te kunnen bekostigen.
Wmo
Maatregel: Contract- en leveranciersmanagement (CLM) - w.o. monitoring.
85
Projecten en Investeringen Aanscherping van het WMO beleid Structureel onvoldoende budget om de taken op grond van de Jeugdwet te kunnen bekostigen Jeugdwet
Maatregel: Contract- en leveranciersmanagement (CLM) - w.o. monitoring. Aanscherping van het Jeugdbeleid Structureel onvoldoende budget om de taken op grond van de Participatiewet te kunnen bekostigen.
Participatiewet
Maatregel: Bij een tekort een beroep doen op de vangnetuitkering. Onder voorwaarden komt de gemeente hiervoor in aanmerking Overschrijding budget minimabeleid.
Minimabeleid
Maatregel: Aanpassing van het minimabeleid
Aansprakelijkheid Risico op schadeclaims en/of mislopen aanbestedingsvoordelen. Inkoop- en contractmanagement
Vergunningverlening, handhaving en toezicht
Maatregel: Inrichten van een contractmanagementsysteem en betrekken van inkoopadviseur bij aanbestedingstrajecten. Aansprakelijkheid van gemeente voor schade tijdens een evenement als gevolg van toezicht falen. Aansprakelijkheid van gemeente voor schade na afgifte van een bouwvergunning. Maatregel: Risicoaansprakelijkheidsverzekering.
Ketenbeheer Misbruik en/of oneigenlijk gebruik van subsidies, niet voldoen aan prestatieafspraken. Gesubsidieerde instellingen
Maatregel: Periodiek contact tussen beleidsmedewerker en gesubsidieerde instelling.
86
Projecten en Investeringen
Discontinuïteit zorg aan inwoners
Risico dat zorgaanbieders zich terugtrekken uit de markt of failliet gaan en de zorg duurder moet worden ingekocht. Maatregel: Periodiek contact tussen CLM en zorgaanbieder.
Verbonden partijen en deelnemingen De inkomsten uit detachering van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is lager dan geraamd. Fijnder
Maatregel: Focus op governance, actief managen van risico's, monitoren ontwikkelingen. Dividend is lager dan verwacht.
BNG (Bank Nederlandse Gemeenten)
Maatregel: Niet van toepassing Financieel tekort kan niet worden opgevangen binnen eigen begroting of weerstandsvermogen.
VNOG
Maatregel: Focus op governance, actief managen van risico's, monitoren ontwikkelingen. Risico dat door de gemeente verstrekte geldleningen niet (volledig) worden terugbetaald en/of aangesproken wordt op afgegeven garantstellingen.
Garantstellingen en gewaarborgde geldleningen
Maatregel: Leningen en garanties worden enkel verstrekt aan door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen met uitzondering van de achtervangovereenkomst met WSW (Waarborgfonds Sociale Woningbouw)
Middelenmanagement Risico op lagere inkomsten uit bouwleges dan geraamd. Bouwleges
Maatregel: Niet van toepassing
87
Verbonden partijen en deelnemingen Niet realiseren van taakstellende bezuinigingen. Taakstellende bezuinigingen
Maatregel: Bewaken voortgang en sturen op realisatie via reguliere tussentijdse rapportages.
Algemene Uitkering uit het Gemeenfonds
Risico is dat de inkomsten uit het Gemeentefonds afwijken van wat in de begroting geraamd is door: Ontwikkelingen in het accres (ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven); ontwikkelingen in de verdeelmaatstaven (bijvoorbeeld aantal inwoners/woonruimten); effecten van taakmutaties (bijvoorbeeld bij nieuwe taken voor gemeenten); effecten van onder- en overschrijdingen van het plafond van het BTW compensatiefonds; de mogelijkheid van een eenzijdige korting door een nieuw kabinet. Maatregel: Op de voet volgen van ontwikkelingen en tijdig vertalen van de circulaires naar de begroting.
Bundeling Uitkering Inkomensvoorziening Gemeenten (BUIG)
Met ingang van budgetjaar 2025 of 2026 gaat de eigenrisicodrempel voor het vangnet Participatiewet (BUIG) onder aanvullende voorwaarden omlaag. Daarmee worden de grootste financiële risico’s die gemeenten lopen op de BUIG verder gedempt. Het maximaal eigen risico dat een gemeente moet dragen voor de BUIG gaat van 10% in de huidige situatie naar 7,5% en mogelijk 5% wanneer het meerjarig tekort langer aanhoudt. Maatregel: Aanvraag vangnetuitkering. Het financierings- en renterisico is afhankelijk van de rentebeslissingen door de ECB (Europese Centrale Bank). De ECB heeft onder meer als taak de prijsstabiliteit te handhaven en zij streeft naar een inflatiepercentage van 2 % op de middellange termijn. Hierbij is rentepolitiek een van de mogelijkheden die de ECB voor handen heeft.
Financiering en rente risico
Maatregel: Door een spreiding in de looptijden van de leningenportefeuille aan te brengen beheersen we het renterisico op de vaste schuld. Door onze langlopende financiering te realiseren binnen de kaders van de renterisiconorm wordt het renterisico van de langlopende schuld op verantwoorde wijze beheerst.
Bedrijfsvoering
88
Bedrijfsvoering
Toename wachtgeld- en/of pensioenverplichtingen door (politieke) ontwikkelingen. Maatregel: Niet van toepassing Werving en ontslag van personeel.
Tekort aan gekwalificeerd personeel. Maatregel: •
Stimuleren van het overdragen van kennis tussen collega's
•
Goede (secundaire) arbeidsvoorwaarden om daarmee een aantrekkelijke werkgever te blijven.
Verschil tussen aanwezige en gewenste competenties . Beschikbaarheid gekwalificeerd personeel
Maatregel: We zetten het instrument strategische personeelsplanning in. We brengen in beeld welke formatie nu en in de toekomst nodig is. Daarnaast stellen we vast over welke competenties onze medewerkers moeten beschikken.
Cybersecurity en privacy
Informatiebeveiliging
Gemeenten beschikken over een enorme hoeveelheid aan informatie. Deze informatie zegt vaak veel over de persoonlijke levenssfeer van mensen: hun gezinssituatie, hun werk en inkomen, eventuele schulden, opleiding, gezondheid etc. Het is informatie die we in de meeste gevallen van onze inwoners zelf hebben gekregen in het vertrouwen dat de gemeente de informatie nodig heeft voor ons werk, dat we er zorgvuldig mee omgaan en dat gegevens niet gedeeld worden met anderen of zo maar op straat komen te liggen. De informatie is voor onze dienstverlening zo belangrijk dat we er zuinig op moeten zijn. In tijden waarin de overheid steeds meer gevoelige informatie van, over en voor inwoners verwerkt, is het ook van groot belang dat diezelfde overheid deze informatie ook goed dient te beschermen. Het gaat dan niet alleen over gegevens over die inwoners, maar ook andere gevoelige gegevens, zoals financiële informatie en gegevens over besluitvorming binnen de gemeentelijke organisatie. Maatregel:
89
Bedrijfsvoering
Het normenkader voor informatiebeveiliging: de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), huidig (vanaf 2024) geïmplementeerde versie is BIO1.04, is de basis waarop het informatieveiligheidsbeleid voor de gemeente Oost Gelre is vastgesteld. Dit beleid beschrijft de strategische en tactische uitgangpunten voor de jaren 2024 tot 2026 in onze gemeente. Wij bouwen voort op de stappen die in voorgaande jaren gezet zijn. Het is een set maatregelen die tezamen voor de basisbeveiliging van de gemeentelijke informatie zorgt. Het beleid en uitvoering wordt jaarlijks getoetst conform de ENSIA-systematiek. Op dit moment bereiden wij ons voor op de wettelijke invoering van NIS2. Het informatiebeveiligingsbeleid 2026 tot en met 2028 wordt hierop gebaseerd en in de loop van 2025 worden vastgesteld en tot uitvoering worden gebracht in de komende jaren.
Wet- en regelgeving
Niet voldoen aan fiscale bepalingen met naheffing en boetes tot gevolg. Maatregel: Fiscale regels
Omgevingswet
Permanente educatie medewerkers financiën en periodieke scholing van budgethouders. Overleg met Belastingdienst en indien noodzakelijk inschakelen van een fiscalist.
Om de financiële impact van de invoering van de Omgevingswet te kunnen bepalen zou er naast het Dialoogmodel ook een landelijk Effectenmodel verschijnen om de financiële effecten in de exploitatiefase in beeld te kunnen brengen. Dit model komt er niet, maar wel een zogenaamde Werkwijze structurele effecten Omgevingswet. Maatregel: Actief managen op de risico's en monitoren van de ontwikkelingen zowel landelijk, regionaal als lokaal om de financiële impact in beeld te brengen.
Nadere toelichting van de belangrijkste financiële risico's Btw-compensatiefonds De ontwikkeling van het BTW-compensatiefonds (BCF) en het bijbehorende plafond leiden conform het Financieel Akkoord Rijk/VNG tot een toename of afname van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Bij overschrijding van dit maximum worden gemeenten gekort op hun algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Bij een onderschrijding wordt het toegevoegd aan de algemene uitkering. Sedert enkele jaren is sprake van een forse onderschrijding van het plafond. Bij Miljoenennota 2025 werd de ruimte onder
90
het plafond voor 2024 voor de gemeenten geraamd op € 447 miljoen. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn afgenomen met € 115 miljoen. De totale ruimte onder het plafond van 2024 is € 332 miljoen. Het is dan ook vandaar dat in de begroting 2025 op basis van de ruimte onder het plafond van het jaar 2024 van € 332 miljoen een structurele stelpost wordt opgenomen. De provinciaal toezichthouder gebruikt dit ook als richtlijn bij het beoordelen van de (meerjaren)begroting. Ontwikkeling van de algemene uitkering Ten opzichte van de begroting 2025 stijgt de algemene uitkering in 2026 sterk met bijna € 2,6 miljoen waarbij zij opgemerkt dat naast de extra middelen voor de jeugd de stijging voortvloeit uit de hogere bijstelling van het accres. Verder is sprake van een stijging van de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het meest opvallende in de ontwikkeling van de algemene uitkering is de verschuiving van de daling van de algemene uitkering in het jaar 2026 naar het jaar 2028 (het nieuwe ravijnjaar). Door de verschuiving van de rijksbezuinigingen, in het bijzonder op het gebied van het sociaal domein (jeugd en WMO), van het jaar 2026 naar het jaar 2028 wordt het probleem door het rijk doorgeschoven naar de toekomst.
Andere wezenlijke ontwikkelingen zijn de Hervormingsagenda jeugd welke in totaliteit leidt tot een verlaging van de algemene uitkering met € 641 miljoen in 2028 en de voorgestelde invoering eigen bijdrage jeugd (2028) en vervanging van het abonnementstarief WMO (2027) moet leiden tot een forse besparing op de rijksbegroting van circa € 500 miljoen. Daar staat tegenover dat de gemeente moet overgaan tot invoering van eigen bijdragen en verhoging van het abonnementstarief om de maatregel budgettair te kunnen opvangen. Grofweg komt dit voor Oost Gelre neer op een bedrag van +/- € 750.000. Opschalingskorting De opschalingskorting is een aantal jaren opgenomen als drukmiddel om te komen tot grotere gemeenten (100.000+) Eindelijk is er duidelijkheid verschaft en is de opschalingskorting definitief geschrapt.
Openeinderegelingen Minimabeleid, schuldhulpverlening en leerlingenvervoer zijn zogenoemde open einderegelingen waarbij vooral de afgelopen jaren het beroep op de schuldhulpverlening aanzienlijk is toegenomen. Ook binnen de regeling leerlingenvervoer kunnen door omstandigheden de kosten aanzienlijk oplopen. Wmo De afgelopen jaren zien we de vraag naar professionele ondersteuning stijgen. Wat we al verwachtten, gebeurt: als mensen (vaak 75+) nu professionele ondersteuning nodig hebben, nadat ze eerst van het voorliggende veld gebruik hebben gemaakt, is er sprake van een zwaardere en complexere ondersteuningsvraag. Ook begint het aantal 80 plussers, de groep met een grote zorgvraag te stijgen. Het is ook deze groep die, zoals het Rijk wilde, nu langer zelfstandig blijft wonen. Wij betalen daarvoor de rekening (o.a. door woningaanpassingen en hulp bij het huishouden). Naast de toename van de hulpvraag hebben we ook te maken met de gevolgen van het Rijksbeleid. De toegenomen vraag als gevolg van het verlagen van de eigen bijdrage door het rijk heeft tot een structureel hogere vraag geleid. Dit beleid wordt na verwachting aangepast naar een inkomensafhankelijke bijdrage. Echter deze zal waarschijnlijk zo gemaximeerd worden dat het de vraag waarschijnlijk niet zal dempen. Ook is nog onduidelijk hoeveel geld ter compensatie uit het gemeentefonds zal worden gehaald.
Nieuwe aanbesteding van ondersteuning en hulpmiddelen va 2026 zullen tot hogere uitgaven leiden. Hoeveel is nu nog niet exact duidelijk. Bij ondersteuning zal waarschijnlijk de gemeente beschermd thuis zelf gaan financieren in plaats van de regiogemeente Doetinchem. Ook is de verwachting dat het toepassen van de AmvB reële prijzen weer tot verhoging van de uitgaven zal leiden. De markt van hulpmiddelen is een beperkte markt. Dit maakt dat de kans op hogere uitgaven zeer groot is. Er is door het rijk in 2021 gewerkt aan een nieuwe verdeelsystematiek voor beschermd wonen vanaf 2024. Deze wet was controversieel verklaard. De verwachting is dat het huidige kabinet deze weer oppakt. Nog onduidelijk is welke financiële gevolgen dat voor Oost Gelre heeft. Dit mede omdat het samengaat met de doordecentralisatie en op/afbouw van regionale en lokale financieringsstromen. Jeugdzorg Als gemeente zijn we niet de enige verwijzer op grond van de jeugdwet maar wel verantwoordelijk voor alle kosten. Ook gecertificeerde instellingen (GI’s), huisartsen en kinderartsen kunnen ook doorverwijzen. Als 91
gemeente hebben wij dus beperkte invloed op de doorverwijzingen naar alle hulp vanuit de Jeugdwet en dit vormt een risico. We zetten vol in op preventie en verdere samenwerking met de huisartsen (middels de Praktijkondersteuners Huisartsen). Doel is om te normaliseren en dure verwijzing naar tweedelijns zorg te voorkomen. De samenwerking met de huisartsen is inmiddels structureel waarbij zorgverzekeraar Menzis al co-financier functioneert. Met de GI’s zijn afspraken gemaakt op Gelders niveau die zijn vastgelegd in Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming. Doel is de dienstverlening aan de meest kwetsbare jeugdigen te verbeteren, waarbij ook de samenwerking (het samen optrekken) tussen gemeentelijke teams en de GI’s een belangrijk speerpunt is. Op verwijzingen binnen naar hulp vanuit de Jeugdwet hebben we dus niet altijd invloed. Daarnaast zijn er zeer intensieve vormen van jeugdhulp die ook kostbaar zijn, zoals Jeugdzorg Plus en kleinschalige woonvormen. We zijn en blijven verantwoordelijk voor jeugdigen uit onze eigen gemeente die in deze JeugdzorgPlus of kleinschalige woonvormen verblijven. Ook deze (financiële) risico’s kunnen substantieel zijn, met daarbij hogere tarieven voor kleinschalige woonvormen met bijbehorende landelijke CAO stijgingen.
De tarieven voor jeugdzorg blijven in een aantal gevallen onder druk staan en kunnen voor een aantal zorgaanbieders zelfs ontoereikend zijn. Dit vormt mogelijk een risico voor de kwaliteit van de geleverde zorg en zorgcontinuïteit. Tevens neemt het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van hulp uit de Jeugdwet nog altijd licht toe en daarin is de gemeente Oost Gelre in vergelijking met andere gemeenten helaas geen uitzondering. Tot slot is er in onze regio Achterhoek bijna geheel een nieuw inkooptraject voor jeugdhulp afgerond en is het nog moeilijk in te schatten wat hiervan vanaf 2026 mogelijke financiële risico's zijn. Een voorzichtig positieve inschatting is dat we middels het afrekenen op daadwerkelijk gedane inzet (in plaats van bevoorschotting) meer grip verkrijgen op met name de duur van de ingezette jeugdhulp. Participatiewet We willen bereiken dat zoveel mogelijk mensen deelnemen aan het arbeidsproces en in de samenleving. Wij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. Deze uitvoering (zoals het verstrekken van uitkeringen en het zoveel mogelijk regulier aan het werk helpen van werkzoekenden) hebben wij bij de (GR) Werkleerbedrijf belegd. Wij dragen echter de financiële risico’s. De inflatie en hogere prijzen kunnen leiden tot verslechterde economische omstandigheden waardoor er mogelijk meer mensen een beroep op bijstand doen.
We zien in het uitkeringsbestand een toename van het aantal statushouders en inwoners met een arbeidsbeperking. Onzeker is of de bijdrage van het rijk om de uitkeringen te financieren (BUIG) zal stijgen indien onze lasten stijgen. Inwoners met een arbeidsbeperking We verwachten nog niet dat de hele groep inwoners met een arbeidsmarktbeperking die onder de participatiewet valt snel zal uitstromen richting regulier werk. Voor deze groep inwoners hebben we loonkostensubsidie beschikbaar om de beperkte loonwaarde te compenseren. En daarnaast kunnen we een voorziening beschut werk toekennen. Een steeds grotere groep slaagt er op deze manier in om werk te vinden. De loonkostensubsidie en de kosten voor beschut werk moeten echter wel gefinancierd worden uit het BUIG budget. Dus ook succesvolle plaatsingen met loonkostensubsidie houden een financieel risico in voor de gemeente. Gebundelde uitkering (BUIG) Wij ontvangen een gebundelde uitkering (de BUIG) om daarmee de uitkeringen in het kader van de Participatiewet te bekostigen. De Participatiewet kent een budgetteringsystematiek. Dit is een financieringssystematiek die zo is ingericht dat het gemeenten moet prikkelen om zoveel mogelijk mensen uit de uitkering en aan het werk te helpen en te houden. De gebundelde uitkering is een ongeoormerkt budget.
Wij mogen een overschot op het budget vrij besteden, maar moeten een tekort op het budget in beginsel zelf opvangen. Gemeenten die tekorten hebben op hun budget op grond van de Wwb/PW moeten deze tekorten in beginsel opvangen uit eigen middelen. Gemeenten die een omvangrijk tekort hebben, kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor een aanvullend budget, de zogenaamde vangnetregeling. Uitvoering Wsw De uitvoering van de Wsw is belegd bij de GR Fijnder. De beschut binnen populatie wordt begeleid vanuit een werklocatie in Groenlo. De werknemers in detachering worden begeleid door consulenten van Fijnder, dit betreft ongeveer 65% van de Sw’ers. Wel zijn er op lange termijn zorgen over het subsidieresultaat binnen de
92
Wsw. Het subsidieresultaat is de som van de loonkosten enerzijds en de Wsw-subsidie anderzijds. Voor iedere sw-medewerker kan het subsidieresultaat worden vastgesteld. Bij het invoeren van de participatiewet is uitgegaan van een daling met ongeveer € 500 per SE per jaar. De bijdrage is gecorrigeerd voor loon- en prijsstijgingen. Schuldhulp Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de schuldhulpverlening. Hierin werken we samen met de Stadsbank Oost Nederland en de vrijwilligers van Schuldhulp Op Maat. Een andere wettelijke taak is vroegsignalering waarbij het doel is om onoplosbare schulden te voorkomen en zo snel mogelijk perspectief te bieden aan onze inwoners. Door de hoge inflatie zijn de kosten van levensonderhoud enorm gestegen. Hierdoor kan het beroep op Schuldhulp stijgen. Statushouders Een steeds groter deel van ons uitkeringsbestand bestaat uit statushouders. Deze groep heeft vaak een grote afstand tot de arbeidsmarkt vanwege allerlei oorzaken (taal, relevante opleiding, trauma etc.). Uiteraard bieden we deze inwoners taal en integratietrajecten aan. Desondanks lopen we het risico dat deze groep langdurig een beroep moet doen op een uitkering. Hierdoor kan er en tekort ontstaan op het BUIG budget. Wet Inburgering Met de invoering van de nieuwe wet inburgering op 1 januari 2022 is de regie op de inburgering weer bij de gemeenten komen te liggen.
Een deel van de nieuwe inburgering is lokaal belegd. Daarbij kan gedacht worden aan het Participatieverklaringstraject en het financieel ontzorgen. De drie nieuwe leerroutes zijn gezamenlijk ingekocht door de regio Achterhoek bij vier aanbieders: Toptaal en Interbeek verzorgen de B1leerroute en de Zelfredzaamheidsroute. Het Graafschap College en de HAN/Universiteit Nijmegen verzorgen de Onderwijsroute (MBO en HBO). Bij de inkoop is rekening gehouden met een verdeling tussen de verschillende leerroutes zoals die door het Rijk is geprognotiseerd. Het kan zijn dat die verdeling niet klopt en dat er meer mensen in de duurdere route instromen dan door het Rijk is geprognotiseerd; dus meer mensen in de onderwijsroute en de Z-route.
Bouwgrondexploitatie Vanuit strategisch en financieel oogpunt is het noodzakelijk om minimaal 1 keer per jaar de ontwikkeling en verkoop van woningen en bedrijventerreinen herzien. De afgelopen periode zijn diverse bouwkavels en bedrijfskavels verkocht. De financiële gevolgen brengen we bij de vaststelling van de bestemmingsplannen met bijbehorende exploitatieopzetten in beeld. Ook houden we al bij nieuwe bestemmingsplannen rekening met de uitspraak van de Raad van State over stikstof. De nota grondbeleid is door u vastgesteld. Uitgangspunt voor bouwgrondexploitatie blijft een sluitende exploitatieopzet. Jaarlijks actualiseren we de exploitatieopzetten. Als hieruit blijkt dat een tekort ontstaat, verwerken we het verlies in de jaarrekening. Wij verwachten dat de exploitatie van zowel woningbouw als bedrijventerreinen minimaal kostendekkend is. In de nota grondbeleid gaan we nader in op de exploitaties en de maatregelen die nodig zijn om financiële risico’s te beheersen. Bij de waardering van de gronden houden we rekening met invoering van de vennootschapsbelastingplicht en kiezen we voor de fiscaal meest gunstige optie. Regionaal bedrijvenpark Laarberg In de huidige economische situatie zijn er financiële risico’s verbonden aan de bouwgrondexploitatie van Laarberg. De risico’s en onzekerheden kunnen we moeilijk inschatten.
De financiële risico’s hebben we verdisconteerd in het benodigde weerstandsvermogen. Hierbij hebben we rekening gehouden met de lange looptijd van de exploitatie en het te verwachten exploitatieresultaat bij verschillende scenario’s. Planschadevergoeding Bij bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen met projectafwijking sluiten we een afwentelingsovereenkomst planschade af. Zo vergoedt de initiatiefnemer eventuele planschadekosten. Een tegemoetkoming in planschade als gevolg van de toekomstige ontwikkeling van bouwgrond die we als gemeente zelf in ontwikkeling brengen, bekostigen we binnen de exploitatieopzet van het plan. Implementatie Omgevingswet 93
Met de invoering van de Omgevingswet krijgt de gemeente meer decentrale ruimte om eigen beleidskeuzes te maken. Deze beleidsvrijheid zorgt voor een relatief grote kennisonzekerheid: We weten nog niet welke keuzes gemaakt worden en dus ook niet welke effecten die keuzes zullen hebben. Het effect van de keuzes kan zowel een financieel gunstig dan wel een financieel minder gunstig effect hebben voor burgers en bedrijven als ook voor de gemeente. Voor het berekenen van de kosten in de exploitatiefase gaan we gebruik maken van het landelijk ontwikkelde model “Werkwijze structurele effecten Omgevingswet”. De uitkomsten van deze berekening kunnen aanleiding zijn om ramingen bij te stellen. Wet Kwaliteitsborging Bouw De invoering van de Wet kwaliteitsborging (Wkb) leidt vanaf 2026 tot structurele financiële risico’s voor de gemeente. Door verschuiving van bouwtoezicht naar private kwaliteitsborgers dalen de legesinkomsten, terwijl de gemeentelijk handhavingsverantwoordelijkheid blijft. Daarnaast zijn er extra kosten voor procesaanpassing, ICT, opleiding en juridische bijstand. Hiervoor is in de programmabegroting een raming van € 150.000 opgenomen. Fiscale risico’sWij hebben geïnventariseerd welke activiteiten belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting en de fiscale openingsbalans is opgesteld.
De vennootschapsbelasting kan ook een last in de begroting met zich meebrengen, over de fiscale winst moeten we vennootschapsbelasting betalen. De prognose is dat wij verliezen kunnen verrekenen zodat er geen vennootschapsbelasting verschuldigd is. Naar aanleiding van de negatieve uitspraak door de Belastingdienst op het door ons aangetekende bezwaar 2016 d.d. 5 januari 2024 hebben wij op 1 februari 2024 een beroepschrift ingediend inzake de toepassing van het zogenoemde “schoolkostenmodel” op de verbouwing van de scholengemeenschap het Marianum. Tot op heden hebben wij niets meer vernomen. Vooralsnog ziet het er niet naar uit dat de rechtszaak in 2025 zal worden behandeld. Wij verwachten dat de behandeling in 2026 zal plaatsvinden. Verzekeringsrisico’s Voor zowel materiële (gebouwen/kunstvoorwerpen e.d.) als immateriële zaken (aansprakelijkheid, fraudeverzekering en bestuurdersaansprakelijkheid e.d.) hebben we met verzekeringspolissen de risico’s afgedekt. Jaarlijks heroverwegen we de verzekeringspolissen. Momenteel onderzoekt de VNG de mogelijkheid om een Risicobeheerfonds op te richten. Dit voornemen sluit aan bij de Verenigingsstrategie 2030 om door samenwerking en kennisdneling de bestuurskrachten van gemeenten te versterken. Het Risicobeheerfonds ontzorgt gemeenten door risico’s te verminderen en de behandeling van schades over te nemen.
Ook kunnen mogelijk forse premiebesparingen worden gerealiseerd en zijn aanbesteding van verzekeringsproducten niet meer nodig. Een eigen verzekeringsmaatschappij maakt deel uit van het Risicobeheerfonds. Dit voorjaar zijn gemeenten uitgenodigd een bestuurlijke intentieverklaring af te geven waarmee te kennen wordt gegeven dat het initiatief tot het oprichten van een Risicobeheerfonds wordt ondersteund. Wanneer voldoende gemeenten gaan deelnemen (vertegenwoordigen minimaal 30% van het inwonertal) gaat het Risicobeheefonds per 1 januari 2027 van start. Financiële risico's De financiële risico’s maken we door middel van een jaarlijkse update van het kwaliteitsniveau van de gebouwen en de financiële vertaling daarvan zowel op het niveau van groot onderhoud als op niveau van klachtenonderhoud inzichtelijk. De omvang van de bestemmingsreserve groot onderhoud gebouwen is op dit moment voldoende. Een belangrijk financieel risico betreft de mogelijke waardedaling van het gemeentelijk vastgoed. Het gaat hierbij om vastgoed waarbij de gemeente voornemens is wijzigingen door te voeren zoals een bestemmingsplanwijziging, verkoop of sloop. Jaarlijks kijken we of er sprake is van een wijziging bij een van de gemeentelijke gebouwen. Als sprake is van een waardedaling corrigeren we dat bij de jaarrekening.
Het financieel effect hiervan kan van redelijk grote omvang zijn en een fors negatief effect hebben op het rekeningresultaat en daarmee op de vrij besteedbare reserve. Toereikende bestemmingsreserves voor onderhoudsvoorzieningen Op basis van de beschikbare beheerprogramma’s zijn de bestemmingsreserves op niveau. Onvoorziene omstandigheden daargelaten zijn de financiële risico’s voldoende afgedekt.
94
Financiële kengetallen Onderstaande kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte onze gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen afdekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid.
Jaarrek. 2024
Begrot. 2025
Begrot. 2026
Netto schuldquote
69%
68%
89%
<90%
90-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
57%
57%
78%
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
36%
35%
27%
>50%
20-50%
<20%
Grondexploitatie (waarde van de grond t.o.v. geraamde baten)
3%
0,1%
0,1%
<20%
20-35%
>35%
5,63%
1,58%
0,12%
Begr. en MJR >0%
Begr. of MJR >0%
Begr. en MJR < 0%
69%
74%
71%
<95%
95-105%
>105%
1349%
292%
449%
>100%
80-100%
<80%
begroting 2029
categorie A
Categorie B
Categorie C
Kengetallen
Structurele exploitatieruimte Begroting Gemeentelijke belastingcapaciteit Weerstandsvermogen
Kengetallen
Netto schuldquote
begroting 2027
begroting 2028
Cat. A
Cat. B
Cat. C
89%
89%
87%
<90%
90-130%
>130%
78%
77%
76%
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsrisico
26%
26%
26%
>50%
20-50%
<20%
Grondexploitatie (waarde
0,1%
0,1%
0,1%
<20%
20-35%
>35%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
95
van de grond t.o.v. de geraamde baten)
Structurele exploitatieruimte
Gemeentelijke belastingcapaciteit Weerstandsvermogen
0,12 %
0,12 %
0,12 %
Begr. en
Begr. of
MJR >0%
MJR >0%
Begr. en MJR <0%
72%
73%
73%
<95%
95-105%
>105%
321%
284%
324%
>100%
80-100%
<80%
96
Paragraaf 2: Verbonden partijen en participaties Verbonden partijen en participaties Verbonden partijen zijn derde rechtspersonen waarmee Oost Gelre een bestuurlijke en financiële band heeft, zoals deelnemingen (vennootschappen), gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en verenigingen. Het is niet onze bedoeling te rapporteren over alle partijen waarmee een verbintenis bestaat. We beperken ons tot de partijen waarin wij een bestuurlijk en/of financieel belang hebben. Wat voor ons de verbonden partijen vaak ingewikkeld maakt, is dat we zowel bestuurder als klant zijn. Bovendien zijn er vaak meerdere deelnemers aan de verbonden partij. Wij zijn dan niet de enige bestuurder en niet de enige klant en moeten dus onze bestuurlijke doelen en ‘klantwensen’ afstemmen met die van andere deelnemers. Dit alles maakt de aansturing van verbonden partijen complex. Centraal staat daarom de vraag hoe wij meer grip krijgen op het beleid, de financiën en het product van onze Wet gemeenschappelijke regelingen verbanden (Wgr). De sturing op en verantwoording van verbonden partijen versterken we door: •
De planning- en control-cyclus van gemeenten en WGR-verband beter op elkaar af te stemmen’; het gaat daarbij om afstemmen van de onderlinge informatievoorziening via begroting, tussentijdse rapportages en jaarrekening;
•
De overlegstructuren tussen gemeenten en WGR-verband verder te optimaliseren;
•
Meer invloed uit te oefenen aan de voorkant van het beleidsproces; meedenken over visie, ambities en de vertaling daarvan naar kaders is effectiever dan achteraf uitkomsten toetsen;
•
De begrotingsrichtlijnen tussen deelnemende gemeenten onderling af te stemmen en eenduidig te communiceren naar de verbonden partijen.
Verbonden partijen met bijzondere ontwikkelingen De volgende verbonden partijen kennen ontwikkelingen die belangrijk zijn.
Veiligheidsregio Noord en Oost Nederland (VNOG) De VNOG bestaat uit 22 gemeenten. Het bestuur van de VNOG, het Algemeen Bestuur, bestaat uit de 22 burgemeesters van de gemeenten. De VNOG zal in 2026 in ieder geval haar wettelijke taken gaan uitvoeren: rampenbestrijding, brandweerzorg, risico- en crisisbeheersing, bevolkingszorg en geneeskundige hulpverlening. En de VNOG zal alle voorbereidende en administratieve taken die daarbij horen doen. Daarbij zal de VNOG, indachtig haar missie (“Samen werken aan veiligheid”), de samenwerking met de vele partners opzoeken. Eind 2024 is het nieuwe regionale beleidsplan 2025 - 2028 van VNOG vastgesteld. De basis voor het beleidsplan - en daarmee ook voor de programmabegroting 2026 - zijn de vijf Opgaven van VNOG. De vijf Opgaven zijn: 1. Incidentbestrijding en crisisorganisatie 2. Zelfredzaam en risicobewust 3. Vakbekwaam en deskundig 4. Sterke informatiepositie en 5. Gezonde bedrijfsvoering (mensen en middelen). Binnen de vijf Opgaven zijn in het beleidsplan een aantal speerpunten geformuleerd. Dit zijn onderwerpen die de komende tijd extra aandacht vragen, naast de reguliere taken op de Opgaven. De VNOG heeft oog voor de (financiële) uitdagingen van gemeenten en is daarom terughoudend met nieuw beleid.
Tot slot heeft eind 2024 het thema “weerbare en veerkrachtige samenleving” landelijk een hoge vlucht genomen, gelet op de mondiale militaire en hybride dreiging. Het gaat om de weerbaarheid van de overheid, 97
economie en samenleving (civiele weerbaarheid, o.a. bewustwordingscampagnes) en een communicatieaanpak hierbij, samen met andere overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Ook werkt de Rijksoverheid aan de nieuwe ‘Wet weerbaarheid kritieke entiteiten’. De VNOG is bezig met onderwerpen/initiatieven die de eigen weerbaarheid/veerkracht van VNOG zelf versterken, alsook de weerbaarheid/veerkracht van de inwoners. Om zicht te houden op alle landelijke, interregionale en regionale initiatieven en ze met elkaar in verband te brengen, is er in 2025 een VNOG projectgroep opgestart. Welke formele rol de veiligheidsregio’s vanuit het Rijk uiteindelijk bij dit thema gaan krijgen (en de financiering daarvan), zal in de loop van 2025 duidelijk worden. VNOG monitort wat de ontwikkelingen voor het werk van de veiligheidsregio’s en haar partners gaan betekenen. Risico's - Het is onduidelijk wat de inhoudelijke- en financiele gevolgen zijn van het nieuwe thema weerbare en veerkrachtige samenleving. - Repressieve huisvesting (brandweerkazernes): de brandweerkazernes zijn in eigendom van ons als gemeente. Op dit moment zijn er definitieve afspraken gemaakt over de demarcatie en heeft het college de regeling demarcatie vastgesteld. Op dit momenteel is nog niet duidelijk hoe de kosten voor het beheer en onderhoud van de repressieve huisvesting zich gaan ontwikkelen.
- Prijsstijgingen (boven reguliere aanpassing) en vooral m,b.t. brandweermaterieel en materiaal. Wereldwijde ontwikkelingen van een toenemende vraag in samenhang met schaarste van aanbod doen de (grondstof)prijzen waaronder die van energie en katoen, stijgen. stijgen. Daarnaast brengen voortschrijdende ICT-ontwikkelingen, waarbij investeringen worden vervangen door jaarlijkse kosten, mogelijk extra (licentie) kosten met zich mee. Hogere kosten blijven hierbij voor VNOG, omdat er geen mogelijkheid is van nacalculatie. De prijsstijgingen kunnen worden versterkt door een gebrekkige marktwerking voor (specifiek) brandweermaterieel en -materiaal. Tot slot is een overzicht van alle risico's opgenomen in de programmabegroting 2026- 2029 van de VNOG.
Fijnder Fijnder heeft als doel inwoners van Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk die op zoek zijn naar werk en ontwikkelmogelijkheden een sluitende aanpak te bieden. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt krijgen begeleiding op weg naar werk, een opleiding of een zinvolle dagbesteding. Het minimabeleid is in de drie samenwerkende gemeenten voor een deel lokaal vormgegeven maar wordt uitgevoerd door Fijnder. Fijnder kent twee uitvoeringsprogramma's a. Programma Werk en Activering: Het re-integreren van werkzoekenden met een gemeentelijke uitkering (inclusief nieuw Beschut), maar ook van niet-uitkeringsontvangers en daarnaast het matchen en detacheren van Wsw-medewerkers. Het activeren van cliënten voor wie de stap naar betaald werk vooralsnog niet mogelijk is. Het inzetten van reintegratieinstrumenten om cliënten stappen te laten zetten in hun ontwikkeling; b. Programma Bestaanszekerheid: De voormalige programma’s Inkomen en Ondersteuning zijn met ingang van 2026 samengevoegd tot het nieuwe programma Bestaanszekerheid. Het verlenen van bijstand of leefgeld voor levensonderhoud aan cliënten die niet zelfstandig in hun bestaan kunnen voorzien. De inzet van Fijnder is tevens gericht op het voorkomen dat personen die een uitkering aanvragen deze ten onrechte krijgen (poortwachtersfunctie).
Daarnaast wordt binnen dit programma voorzien in een financieel vangnet voor inwoners die onvoorziene kosten hebben en door buitengewone omstandigheden in financiële problemen dreigen te raken of zijn geraakt of willen participeren in de samenleving. Daarnaast is er nog een afgeleid programma dat vanwege de specifieke aard niet onder de hoofdprogramma’s is gebracht: c. Programma Overhead en algemene kosten: Hier worden de algemene bedrijfsvoeringskosten, treasury en de incidentele baten en lasten geraamd. Fijnder kent twee uitvoeringsprogramma's:
98
We zien de volgende trends en ontwikkelingen voor 2026: Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten Het wetsvoorstel voor de vereenvoudiging van de banenafspraak en de quotumregeling voor mensen met een arbeidsbeperking is op 17 oktober 2023 ingediend bij de Tweede Kamer. Het doel van dit wetsvoorstel is om het voor werkgevers eenvoudiger en aantrekkelijker te maken om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Het wetsvoorstel is in behandeling en zal na goedkeuring worden voorgelegd aan de Eerste Kamer voor verdere behandeling. Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven Sociaal ontwikkelbedrijven spelen een belangrijke rol om mensen mee te laten doen. Mede door hun inzet krijgen mensen die niet, of niet zondermeer bij reguliere werkgevers aan de slag kunnen, een kans op de arbeidsmarkt. Het kabinet wil dat sociaal ontwikkelbedrijven ook in de toekomst banen kunnen blijven bieden aan mensen voor wie werk niet vanzelfsprekend is. Daarom is er een groot pakket van maatregelen gepresenteerd waarmee beschutte banen verder worden gestimuleerd en gemeenten worden geholpen om de lokale infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven toekomstbestendig in te richten. Voor deze toekomstbestendige inrichting ontvangen gemeenten een impulsbudget van € 35 miljoen in 2025. Dit budget loopt door tot 2034 en loopt af naar € 19,8 miljoen.
Daarnaast wordt een structurele infrastructurele opslag ingevoerd. Hierdoor krijgen sociaal ontwikkelbedrijven meer ruimte om banen te realiseren voor mensen voor wie het hebben van werk niet vanzelfsprekend is. Deze basisfinanciering bedraagt in 2025 € 19,8 miljoen en loopt op naar structureel € 35,9 miljoen. De hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur / regionaal werkcentrum Achterhoek Het kabinet wil de arbeidsmarktdienstverlening structureel verbeteren door hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. De hervorming richt zich op het structureel versterken van de publiek-private samenwerking en dienstverlening aan werkenden, werkzoekenden en werkgevers in de 35 arbeidsmarktregio’s. Ook wordt ingezet op het beter toegankelijk maken van deze dienstverlening door de vorming van 35 Werkcentra in de arbeidsmarktregio’s. De hervorming wordt gefinancierd met structurele middelen en tijdelijke middelen die aflopen tot 2034. Deze structurele middelen worden ingezet voor de basisinrichting van het Werkcentrum en de publiek-private samenwerking. De tijdelijke middelen geven een impuls aan de arbeidsmarktdienstverlening in de regio en aan de van-werk-naar-werk dienstverlening
Stadsbank Oost Nederland (SON) De Stadsbank Oost Nederland is een samenwerkingsverband van 21 gemeenten in de Achterhoek en Twente. De SON beschikt over kennis en ervaring als financieel schulddienstverlener en verstrekker van sociale kredieten. De strategie van Stadsbank; ‘Samen lossen we schulden op’, wordt vertaald naar de verdere omvorming naar een dynamische organisatie. Het profiel van de Stadsbank is een klant- en resultaatgerichte expertise-organisatie in optimale verbinding met en faciliterend naar gemeenten en hun regie op het sociaal domein. Samen met de inzet vanuit het sociaal team wordt daarmee de impact van de dienstverlening van de Stadsbank in het gemeentelijk sociaal domein vergroot. De vernieuwde strategie is vertaald in een meer klant- en resultaatgerichte dienstverlening (klantreis), die vanaf 2023 is ingezet. De Stadsbank werkt als expertisepartner aan het creëren van directe financiële rust voor onze inwoners en het bereiken van duurzame financiële stabiliteit en optimale redzaamheid. Schulden komen (bijna) nooit alleen. De dienstverlening is klant- en resultaatgericht en in optimale verbinding met en faciliterend naar de gemeente en de regie op het sociaal domein. Dat is tweeledig: • De financiële dienstverlening van de Stadsbank draagt bij aan een goede gemeentelijke schuldhulp (beleidsverantwoordelijkheid bij gemeenten).
• De financiële dienstverlening van de Stadsbank, samen met de klant werken aan een nieuwe en financieel gezonde toekomst, sluit zoveel mogelijk aan bij de overige maatschappelijke ondersteuning van de klant.
99
Ontwikkelingen en ambities 2026 Klant voorop! Doorbouwen aan een klant- en resultaatgerichte dienstverlening De maatschappelijke blik op schulden en de aanpak daarvan verandert. Van financieel technische dienstverlening naar het goede gesprek en het duurzaam oplossen van onderliggende financiële problematiek. Samen met gemeenten is vanaf 2023 een doorontwikkeling ingezet van proces- en productgericht werken naar klant- en resultaatgericht werken; de Klantreis '23. Waarin we met de menselijke maat werken aan een nieuwe en financieel gezonde toekomst voor onze inwoners. HOE ZIT DAT VOOR 2026? Doorontwikkeling basisdienstverlening En tegelijkertijd dat er mee TEKST LOOPT NIET DOOR, GRAAG AANVULLEN Er is een toenemende behoefte aan begeleiding en intensievere dienstverlening om onze inwoners (weer) meer grip op hun geld te laten krijgen. De basisdienstverlening vraagt ook dat begeleiding naar redzaamheid duurzaam wordt ingevuld. De basisdienstverlening is ontwikkeld door het Ministerie van SZW, VNG, Divosa en NVVK om de schuldhulpverlening in Nederland, ten aanzien van het bereik en de kwaliteit en de wijze waarop begeleiding en nazorg wordt vormgegeven, te verbeteren en de verschillen tussen gemeenten te verkleinen. In 2025 en 2026 wordt financiële begeleiding verder ontwikkeld en in de praktijk gebracht samen met gemeenten.