bp kerkstraat 36 toelichting
Tekst van het document
Conclusie
De Omgevingsdient Achterhoek heeft het verkennde en nader bodemonderzoek beoordeeld en aangegeven: dat het bodemonderzoek voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. De bodemkwaliteit is geschikt voor een gebruik als ‘wonen’. Het uitvoeren van nader bodemonderzoek is niet nodig. Aan de vergunning hoeven geen bodemspecifieke voorschriften te worden verbonden. Het aspect bodem is in het kader van de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan voldoende onderzocht.
4.3
Water
4.3.1
Wettelijk kader
Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het thema watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden-Bergen-Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft het waterschap naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd. De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen.
Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. In de stroomgebiedsvisie (Provincie Gelderland in nauwe samenwerking met de waterschappen en de Directie Oost-Nederland van Rijkswaterstaat) staan zowel bestaand beleid als suggesties voor nieuw waterbeleid, waarbij de nadruk ligt op de ruimtelijke aspecten van dit waterbeleid. De stroomgebiedsvisie geeft inzicht in de aard en omvang van de wateropgaven die relevant zijn. Het accent in de wateropgaven voor de Achterhoek en Liemers ligt op het voorkomen van wateroverlast en herstel c.q. BJZ.nu Bestemmingsplannen
24
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
bescherming ecologisch waardevolle wateren en natte landnatuur. Ter voorkoming van huidige en toekomstige wateroverlast is in en langs bestaande waterlopen naar oplossingen gezocht (verbreden, verondiepen, hermeanderen). Het beleid gaat uit van: een goede kwaliteit van het water (grond- en oppervlaktewater); water meer ruimte geven; versterken van de ecologische waarden; creëren van een vitaal watersysteem Specifiek voor het stedelijk gebied is het volgende van belang: De waterketen moet worden geoptimaliseerd (meer afkoppelen en infiltreren). In het GRP wordt hiertoe een aanzet gegeven; Kwaliteit oppervlaktewater en waterbodem: Saneren overstorten en afkoppeling en ontlasting van het riool; Wateroverlast in stedelijk gebied: reguleren van de piekafvoeren door middel van het vasthouden van het water bovenstrooms, actief stuwbeheer, extra retentie en herverdeling van het water. 4.3.2
Situatie plangebied
In de bestaande situatie is er ter plaatse van het plangebied een zalencentrum aanwezig en zijn er parkeerplaatsen gesitueerd. Het bouwplan voorziet in de bouw van 8 woningen. In de Kerkstraat is een gemengd rioolstelsel aanwezig. Door Civicon is een watertoets uitgevoerd, met bijbehorende rapportage, welke is opgenomen in Bijlage 6. Hierin wordt ingegaan op de waterthema's en de bijbehorende waterparagraaf. 4.3.3
Conclusie
Het Waterschap Rijn en IJssel heeft de watertoets en waterparagraaf beoordeelt en geeft aan dat de beschreven watertoets en de resultaten ervan, voldoen aan het beleid van het waterschap, om het water zoveel mogelijk vast te houden. Over de conclusie en aanbevelingen, aan het eind van de toets, wil het Waterschap bij de laatst genoemde zin over de definitieve keuze omtrent het toe te passen hemelwatersysteem en de verdere uitwerking ervan, het volgende adviseren: Als oplossing voor het infiltreren van hemelwater, wordt genoemd dat het hemelwater zal worden geborgen in de onderbouw van een wandelpad, dat wordt voorzien van een waterbergende fundatie, bijvoorbeeld Aquaflow met 40 % poriënvolume. Dit is een goede oplossing. Mocht dit echter niet lukken, dan wordt alsnog in overleg met de gemeente en waterschap, op een andere wijze voorzien in het infiltreren, bergen en vertraagd afvoeren van 9,4 m3 hemelwater. Het aspect water vormt op voorhand geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.4
Geluid
4.4.1
Wettelijk kader
In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) is bij de wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai. Dit geldt alleen voor (geplande) geluidsgevoelige bestemmingen die binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein liggen. Naast het wettelijk kader van de Wet geluidhinder moet ook een afweging gemaakt worden of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe 'Geluidbeleid Oost Gelre' vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van BJZ.nu Bestemmingsplannen
25
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
de geluidsnormen. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Het Activiteitenbesluit kent wat betreft geluidnormering maar twee gebiedstypes (bedrijventerrein en al het overige) met twee bedrijfstypes (agrarisch en tankstations) als uitzondering. Dit staat in schril contrast met het 'oude' geluidbeleid van Oost Gelre waarin negen verschillende gebiedstypes en vele (streef-, grens- en plafond) waarden werden aangeduid. Het Activiteitenbesluit is nu voor het overgrote deel van de bedrijven van toepassing, zie in deze ook paragraaf 3.4.3. 4.4.2
Situatie plangebied
De geplande woningen worden op basis van de Wgh aangemerkt als een geluidsgevoelige objecten. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai als bedoeld in de Wgh.
Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2). De wegen rondom het plangebied betreffen 30 km/uur wegen waarvoor geen geluidzone geldt. Om te onderzoek of desondanks sprake is van een goede ruimtelijke ordening heeft Adviesburo van der Boom BV een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De volledige onderzoeksrapportage is opgenomen in Bijlage 3. Hieronder worden de onderzoeksresultaten weergegeven. De woningen liggen niet binnen de geluidzone van een gezoneerde weg. Er hoeft voor de woningen geen hogere waarde te worden aangevraagd. De hoogste geluidbelasting van alle (30 km) wegen samen bedraagt 58 dB zonder aftrek in de hoogst geluidbelaste rekenpunten 1 en 2. Bij het toetsen of sprake is van een “goede ruimtelijke ordening” is aangesloten bij het toetsingskader van de gemeente Oost Gelre uit haar “Beleidsregel Hogere geluidsgrenswaarden”. Hierin wordt tevens voor 30 km wegen beschreven onder welke voorwaarden wordt voldaan aan het criterium “goede ruimtelijke ordening”. Dat is het geval indien de ten hoogst toelaatbare waarde niet wordt overschreden. De geluidbelasting op de woningen bedraagt ten hoogste 58 dB zonder aftrek, dat is 53 dB na aftrek van 5 dB ex art 110g Wgh.
De ten hoogst toelaatbare waarde bedraagt 63 dB na aftrek van 5 dB voor woningen binnen de bebouwde kom. Voor het aspect geluid is derhalve sprake van een “goede ruimtelijke ordening”. Geluidwerende voorzieningen zijn mogelijk noodzakelijk voor gevels met een geluidbelasting van meer dan 53 dB zonder aftrek. De geluidbelasting op de woningen bedraagt ten hoogste 58 dB zonder aftrek, er zijn dan aanvullende geluidwerende voorzieningen noodzakelijk. De benodigde karakteristieke geluidwering GAk bedraagt 25 dB. Railverkeerslawaai In de omgeving van het plan bevindt zich geen spoorweg. Het onderdeel railverkeerslawaai van de Wgh is niet van toepassing. Industrielawaai BJZ.nu Bestemmingsplannen
26
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
In de omgeving van het plan bevindt zich geen gezoneerd industrieterrein. Het onderdeel industrielawaai van de Wgh is niet van toepassing. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op (individuele) milieubelastende functies in de omgeving van het plangebied. 4.4.3
Conclusie
De Omgevingsdienst Achterhoek heeft het akoestische onderzoek beoordeeld en geeft aan: 1.
2.
Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is akkoord. De geluidbelasting op de woningen bedraagt 53 dB na aftrek en voldoet aan de hoogst toelaatbare waarde van 63 dB. Voor het aspect geluid is derhalve sprake van een “goede ruimtelijke ordening”. Wel zijn dan aanvullende geluidwerende voorzieningen noodzakelijk. De benodigde karakteristieke geluidwering bedraagt 25 dB. Een hogere waarde is niet nodig omdat de Wet geluidhinder niet van toepassing is. Het akoestisch onderzoek horecalawaai is akkoord. Er zijn maatregelen nodig om te voldoen aan de standaardwaarden van het gemeentelijk geluidbeleid. Na het treffen van maatregelen is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Na het treffen van de maatregelen wordt tevens voldaan aan de boordelingsniveaus van het Activiteitenbesluit en wordt de horecaonderneming niet belemmerd door de nieuwbouwwoningen.
Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling mits de benodigde geluidswerende voorzieningen zoals beschreven in het akoestisch onderzoek worden getroffen.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Wettelijk kader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2 ) en fijn stof (PM10 ). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen BJZ.nu Bestemmingsplannen
27
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.5.2
Situatie plangebied
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een herontwikkeling van het plangebied waarbij 8 nieuwe woningen worden gerealiseerd. Een ontwikkeling met een dergelijke omvang is aan te merken als een project welke “niet in betekenende mate bijdraagt” aan luchtverontreiniging. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Tot slot wordt geconcludeerd dat de nieuwe woningen niet worden aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 4.5.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.6
Ecologie
4.6.1
Inleiding
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming en het Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort. In navolgende paragrafen wordt eerst ingegaan op gebiedsbescherming en vervolgens op soortenbescherming. 4.6.2
Gebiedsbescherming
Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. De locatie ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt ten oosten van het plangebied op circa 8,24 kilometer afstand. Dit betreft het Natura 2000-gebied “Korenburgerveen”. In afbeelding 4.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000 weergegeven.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
28
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
Afbeelding 4.1 Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000 (Bron: AERIUS.nl) Van directe negatieve effecten (bijv. geluid/verlichting) op Natura 2000-gebied is gelet op de onderlinge afstand geen sprake. Naast directe negatieve effecten dient tevens de mogelijke toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden onderzocht te worden. Er is daarom door Natuurbank Overijssel een stikstofdepositieberekening gemaakt met behulp van de AERIUS Calculator 2020. Hierbij is gekeken naar de aanleg- en gebruiksfase uitgaande van een worstcase scenario met maximaal 8 woningen. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 4. Hieronder worden de conclusies weergegeven. Uit de berekeningen is naar voren gekomen dat zowel in de aanleg- als gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. Gelders Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voormalig EHS) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.
De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De provincie Gelderland streeft naar het veiligstellen van de verscheidenheid (biodiversiteit) en kwaliteit van de Gelderse natuur. Hiertoe zet de provincie in op de realisatie van een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden. Dit wil de provincie bereiken door de bestaande natuur in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) te beschermen en de samenhang te versterken door het uitbreiden van natuurgebieden in het GNN en het aanleggen van verbindingszones in de Groene Ontwikkelingszone (GO). Dit vindt plaats in de Omgevingsverordening Gelderland. De GNN en GO kent formeel geen externe werking. De locatie ligt niet binnen het concreet begrensde GNN. Het dichtstbijzijnde natuur die onderdeel uitmaakt van het GNN ligt op ruime afstand buiten de kern Harreveld. De ligging ten opzichte van het NNN wordt in afbeelding 4.2 weergegeven.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
29
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
Afbeelding 4.2 Ligging plangebied ten opzichte van het Gelders Natuurnetwerk (Bron: Provincie Gelderland)
4.6.3
Soortenbescherming
Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. Omdat binnen het plangebied bebouwing wordt gesloopt is door Natuurbank Overijssel een Quickscan natuurtoets voor het plangebied uitgevoerd. Hieronder worden de onderzoeksresultaten weergegeven. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 5. Quickscan natuurtoets De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten of tot functioneel leefgebied van beschermde dieren. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt geen beschermd dier verstoord of gedood en wordt geen rust- of voortplantingsplaats van een beschermd dier verstoord, beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten is niet strijdig met wet- en regelgeving voor beschermde soorten. 4.6.4
Conclusie
Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
30
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
4.7
Bedrijven en milieuzonering
4.7.1
Kader
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 4.7.2
Gebiedstypen
Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied veelal gerekend tot het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het plangebied ligt in een gebied waar naast woonfuncties ook andere functies voorkomen. Het gaat om een café, maatschappelijke voorzieningen en een kerk met een bijbehorende kerkhof/begraafplaats. Daarom wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype 'gemengd gebied'.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
31
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
4.7.3
Situatie plangebied
4.7.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Er wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. 2.
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
4.7.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende activiteit voor de omgeving. Van enige vorm van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden is dan ook geenszins sprake. Daarnaast wordt opgemerkt dat middels voorliggend bestemmingsplan gedeeltelijk de huidige horecabestemming wordt verwijderd, waardoor de bijbehorende milieubelastende activiteiten permanent komen te vervallen. Er is daarmee sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat van omwonenden. 4.7.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe woningen binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Omgekeerd gaat het om de vraag of bestaande functies in de omgeving belemmerd worden in de bedrijfsvoering door de nieuwe milieugevoelige functies. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich locaties waar op basis van het huidige juridisch-planologisch regime milieubelastende functies zijn toegestaan.
Het gaat om de maatschappelijke bestemming (Kerkstraat 38), een detailhandelsbestemming (Kerkstraat 30) en de horecabestemming (café de Boer, Kerkstraat 36). Voor het overige zijn er met name woonfuncties aan alle zijden van het plangebied. Maatschappelijke bestemming Op gronden met de bestemming 'maatschappelijk' zijn op basis van het geldende planologische regime milieubelastende functies toegestaan, waaronder op de Kerkstraat 38 uitsluitend een kerkgebouw ter plaatse van de aanduiding "religie". Op basis van omgevingstype 'gemengd gebied' dient bij een dergelijke toegestane functies een richtafstand van 30 meter te worden aangehouden. In voorliggend geval bedraagt de afstand tussen de dichtstbijzijnde gevel van de nieuw toe te voegen milieugevoelige functies in het plangebied en de bestemmingsvlakken 'maatschappelijk' in alle ten minste 65 meter. Hiermee wordt aan de richtafstand voldaan. BJZ.nu Bestemmingsplannen
32
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
Bestemming 'detailhandel' Op gronden met de bestemming 'detailhandel' zijn milieubelastende functies toegestaan tot en met maximaal milieucategorie 2. Het gaat hierbij aan de Kerkstraat 30 om een schildersbedrijf met verkoop aan huis. Op basis van omgevingstype 'gemengd gebied' dient bij een dergelijke toegestane functies een richtafstand van 10 meter te worden aangehouden. In voorliggend geval bedraagt de afstand tussen de dichtstbijzijnde mogelijke gevel van een milieugevoelige functie in het plangebied en de bestemmingsvlakken in alle ten minste 35 meter. Hiermee wordt aan de richtafstand voldaan. Tenslotte wordt opgemerkt dat ten zuiden van het plangebied een parkeerplaats aanwezig is ten behoeve van de winkels. Voor parkeerterreinen geldt een milieucategorie 2 met een grootste richtafstand van 10 meter voor het aspect 'geluid' op basis van het gemengd gebied. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan (circa 50 meter). Bestemmingen 'horeca' Op gronden met horecabestemming zijn milieubelastende functies toegestaan tot en met maximaal milieucategorie 2. Op basis van omgevingstype 'gemengd gebied' dient bij een dergelijke toegestane functies een richtafstand van 10 meter te worden aangehouden. In voorliggend geval bedraagt de afstand tussen de dichtstbijzijnde mogelijke gevel van een milieugevoelige functie in het plangebied en de bestemmingsvlakken ongeveer 10 meter.
Daarom is er een akoestisch onderzoek ingesteld naar de geluidbelasting van café de Boer op de te realiseren woningen aan de Kerkstraat 36 te Harreveld, opgenomen in bijlage Bijlage 3. Op de locatie worden 8 woningen gerealiseerd. De bestaande feestzaal op de locatie wordt verwijderd. Het bestaande café met snackbar en terras ligt op 10 meter vanaf de woningen. In het café is een bruin café gevestigd. Het zalencentrum met hoge muziekgeluidniveaus wordt gesloopt. Het muziekgeluidniveau in de horecagelegenheid bedraagt ten hoogste ca. 80 dB(A). De geluidbelasting (langtijdgemiddeld) door muziekgeluid uit het café op de nieuw te bouwen woningen ligt op maximaal 28 dB(A) overdag, in de avond, en in de nacht. De grenswaarden worden daarbij, gecorrigeerd voor muziekgeluid, niet overschreden. De geluidbelasting (langtijdgemiddeld) door installaties op de nieuw te bouwen woningen ligt op maximaal 34 dB(A) overdag, 41 dB(A) in de avond, en 32 dB(A) in de nacht. De grenswaarden van 50 ,45 en 40 dB(A) worden daarbij niet overschreden. De geluidbelasting (langtijdgemiddeld) door muziekgeluid en installaties samen op de nieuw te bouwen woningen ligt op maximaal 35 dB(A) overdag, 41 dB(A) in de avond, en 33 dB(A) in de nacht. De voor muziekgeluid gecorrigeerde grenswaarden van 40 ,35 en 30 dB(A) worden daarbij in de avond met 6 dB(A) en in de nacht met 3 dB(A) overschreden.
Het geluid van de installaties is daarbij maatgevend in combinatie met de muziekgeluidcorrectie. De geluidbelasting (langtijdgemiddeld) door stemgeluid op de nieuw te bouwen woningen ligt op maximaal 34 dB(A) overdag en 36 dB(A) in de avond, en voldoet daarmee met marge aan de richtwaarden voor een gemengd gebied. Het terras leidt tot maximale geluidniveaus van hooguit 52 dB(A) overdag en 54 dB in de avond waarmee ruimschoots aan de richtwaarde kan worden voldaan. Met een afscherming op het platte dak met een hoogte van 3 meter (goothoogte) en een breedte van 2,5 m kan de geluidbelasting met ca. 4 - 5 dB(A) worden teruggebracht. Er resteert dan nog een overschrijding van ca. 1 2 dB(A) in de rekenpunten 7 en 9. Deze kan worden opgeheven door de geluidoverdracht via het raam in het zijzaaltje terug te brengen. De meest eenvoudige oplossing daarvoor is het verbeteren van de geluidsisolatie van de deur tussen het zaaltje en het café. Er is na, het treffen van de geschetste maatregelen, bij de bouw van de woningen geen sprake van belemmering van het horecabedrijf omdat kan worden voldaan aan de eisen uit het Activiteitenbesluit. Er is om dezelfde reden sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, ook indien het geluid van het terras wordt mee beschouwd. Tevens wordt daarmee voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid.
Ter plaatse van de woningen is in het kader van milieuzonering sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omgekeerd worden omliggende functies ten gevolge van het plan niet belemmerd.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
33
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
4.7.4
Conclusie
Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.8
Externe veiligheid
4.8.1
Wettelijk kader
Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen.
Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. 4.8.2
Gemeentelijk externe veiligheidsbeleid
De gemeente Oost Gelre heeft in 2008 een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten. Het externe veiligheidsbeleid is samengevat in onderstaand figuur.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
34
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
4.8.3
Situatie plangebied
Door de omgevingsdienst Achterhoek is de situatie omtrent externe veiligheid beoordeeld. De omgevingsdient heeft hierbij getoetst aan de volgende wet- en regelgeving: Voor inrichtingen (bedrijven): besluit Externe veiligheid inrichtingen (BEVI), de bijbehorende regeling en de circulaire effectafstanden LPG-tankstation; Voor transportroutes over weg, water en spoor: het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT); Voor buisleidingen: het Besluit externe veiligheid buisleidingen (BEVB); Het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Oost Gelre. Er wordt is rekening gehouden met een woningbezetting van 2,4 personen per woning, dat zijn voor 8 woningen 20 mensen welke toegevoegd worden aan deze omgeving. Dit is meer dan 10 personen, zodat er sprake kan zijn van een groepsrisico. Met behulp van de signaleringskaart externe veiligheid is gekeken naar de risico's in de omgeving van het planinitiatief. De signaleringskaart externe veiligheid is een door de provincie Gelderland in samenwerking met de Gelderse omgevingsdiensten opgestelde verbeterde versie van de risicokaart Nederland. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de signaleringskaart. Het plangebied is weergegeven met de rode pointer in de blauwe cirkel.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
35
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
Afbeelding 4.3 Uitsnede signaliseringskaart externe veiligheid (Bron: Provincie Gelderland)
Aan de hand van de landelijke risicokaart is een beoordeling uitgevoerd. Uit de inventarisatie blijkt dat de locatie: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het plangebied ligt niet binnen een plaatsgebonden risico van een risicobron. Hiermee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden van het plaatsgebonden risico. 4.8.4
Conclusie
Advies van de veiligheidsregio is niet nodig. Het planinitiatief ligt niet binnen een PR-contour of invloedsgebied van een risicobron, het groepsrisico hoeft niet verantwoord te worden. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.9
Geur
4.9.1
Wettelijk kader
Bij de realisatie van gevoelige bestemmingen, zoals woningen, is het van belang dat er een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd wordt. Daarom moet rekening worden gehouden met geurcontouren van bijvoorbeeld bestaande veehouderijen, maar ook andere geurproducerende industriële bedrijven. Hiervoor bieden het Activiteitenbesluit en de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) een toetsingskader. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het
BJZ.nu Bestemmingsplannen
36
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
verspreidingsmodel V-Stacks vergunning. Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. De Regeling geurhinder en veehouderij is gepubliceerd op 18 december 2006. 4.9.2
Situatie plangebied
De situatie ter plaatse van het plangebied is onderzocht, hierbij is gekeken naar met name het horecabedrijf café de Boer. Direct aangrenzend aan het plangebied bevindt zich dit café. Vanwege de bereiding van etenswaren is sprake van een bepaalde geuremissie. In het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn regels gesteld ter voorkoming van geurhinder. Het bedrijf heeft daarbij de keuze uit de volgende maatregelen: een afvoerpijp met een hoogte van ten minste 2 meter boven de hoogste daklijn van de binnen 25 meter van de uitmonding gelegen bebouwing (inclusief de eigen bebouwing) of een doelmatige ontgeuringsinstallatie. Daarnaast is een doelmatig vetvangend filter vereist. Verder kan het bevoegd gezag bij onaanvaardbare geurhinder maatwerkvoorschriften stellen met betrekking tot zaken als de situering van het emissiepunt en de uitvoering en het onderhoud van een ontgeuringsinstallatie. Vanuit het Activiteitenbesluit gelden geen afstandseisen. Zoals blijkt uit paragraaf 4.7 over bedrijven en milieuzonering, is voor gemengde gebieden en functiemengingsgebieden een gecorrigeerde richtafstand.
Enerzijds is in gemengd gebied een bepaalde mate van geurhinder door de vermenging van functies meer acceptabel te achten en anderzijds bieden de regels van het Activiteitenbesluit milieubeheer voldoende waarborgen om geurhinder te voorkomen of tot een acceptabel niveau van geurhinder te beperken. Agrarische bedrijven Agrarische bedrijven bevinden zich gelet op de ligging van het plangebied in het dorpscentrum van Harreveld niet op korte afstand. Agrarische bedrijven vormen geen belemmering. 4.9.3
Conclusie
Het aspect geur vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.10
Verkeer en parkeren
4.10.1
Inleiding
Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
37
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
4.10.2
Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre
De gemeente Oost Gelre beschikt over een eigen Nota Parkeernormen. De nota ‘Parkeernormen gemeente Oost Gelre’ is een nadere uitwerking van het parkeerbeleid zoals dat is opgenomen in het integraal verkeersprogramma. In deze nota is een eenduidig toepassingskader vastgelegd van de parkeernormen. Tevens zijn in deze nota de toe te passen parkeernormen van de gemeente Oost Gelre vastgelegd. Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwbouw, verbouw, herontwikkeling etc.) kan extra parkeerbehoefte ontstaan. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeer-plaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de initiatiefnemer in principe op eigen terrein in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Op basis van het autobezit in Oost Gelre is ervoor gekozen om de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als uitgangspunt te hanteren.
Bij de toekomstige werkwijze bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt de gemiddelde norm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. De normen zijn opgenomen in de nota. De parkeernormen zijn opgenomen per functie, onderverdeeld naar de stedelijke zones: centrum Groenlo en Lichtenvoorde, schil rond centrum Groenlo en Lichtenvoorde, rest bebouwde kom (overige gebieden binnen de bebouwde kom van Groenlo en Lichtenvoorde evenals de kernen Zieuwent, Mariënvelde, Harreveld, Vragender en Lievelde) en buitengebied. In de normering is rekening gehouden met een aandeel van bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning. In de nota zijn ook richtlijnen gegeven voor bijvoorbeeld maatvoering van de parkeerplaatsen en de locatie van de parkeerplaatsen. Verder is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen. 4.10.3
Uitgangspunten
In voorliggend geval is voor het aspect parkeren aangesloten bij de uitgangspunten van de Nota Parkeernormen Oost Gelre. Voor het aspect verkeersgeneratie is aangesloten bij de meest recente publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd. Verstedelijkingsgraad: Weinig stedelijk (bron Nota Parkeernormen Oost Gelre) Stedelijke zone: Centrum wonen, koop tussen/hoek (8 woningen) 4.10.4
Situatie plangebied
Parkeren In onderstaande tabel is de parkeerbehoefte van de ontwikkeling in beeld gebracht. Woningtype Koop tussen/hoek 12Totaal
Aantal 8 8
Kencijfer Gemiddelde parkeerbehoefte 1,5
Parkeerbehoefte incl. 0.3 pp voor bezoekers 12 12
Wat betreft de nieuw te realiseren 8 woningen worden voor het bewonersparkeren in totaal 16 parkeervakken gerealiseerd ten westen (buiten het plangebied gedeeltelijk) en ten zuidoosten (binnen het plangebied) van het plangebied. De verwachting van initiatiefnemer is dat er 2 parkeerplaatsen per woning zijn benodigd en BJZ.nu Bestemmingsplannen
38
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
dat dit aansluit op de behoefte van de doelgroep van de woningen. In voorliggend geval wordt gebruik gemaakt van de parkeerplaatsen aan de westzijde van het plangebied. Opgemerkt wordt dat deze parkeerplaatsen tevens worden gebruikt door bezoekers van café de Boer, waardoor er sprake is van dubbelgebruik. In afbeelding 2.3 zijn de parkeermogelijkheden in kaart gebracht. In uitzonderlijke gevallen, wanneer de parkeerplaatsen op de naastgelegen parkeervoorzieningen onvoldoende toereikend zijn, bestaat de mogelijkheid om uit te wijken naar overige parkeerplaatsen in de buurt. Wat betreft het aspect 'parkeren' wordt bij deze ontwikkeling maatwerk toegepast, gezien het parkeren aan de westzijde van het plangebied binnen de horecabestemming (ter plaatse van de aanduiding 'verkeer') gaat plaatsvinden. Het algemene uitgangspunt voor parkeren bij de woningen is namelijk parkeren op eigen terrein. Daarnaast zouden er normaliter parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn voor het overblijvende café de Boer, welke de horecabestemming behoudt. Gezien de locatie van het plangebebied en wanneer gekeken wordt naar de huidige planologisch druk van de bestaande functies (café + zalencentrum), dan kan er in de huidige situatie reeds niet voldaan worden aan de geldende parkeernorm. Door sloop van het zalencentrum neemt de (fictieve) planologische druk op het openbaar gebied daarmee af.
De conclusie is hiermee dat het aspect parkeren geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. In het bestemmingsplan is conform het facetbestemmingsplan parkeren uit 2018 een parkeerregeling opgenomen, waarin wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Expliciet is aangegeven dat ook een rechtsopvolger het kader kan vormen. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader.
Verkeersgeneratie en ontsluiting In onderstaande tabel is de verkeersgeneratie van de ontwikkeling in beeld gebracht. Woningtype Koop tussen/hoek Totaal
Aantal 8 8
Kencijfer Gemiddelde verkeersgeneratie 7,2
Verkeersgeneratie 57,6 Afgerond 28
De 8 woningen genereren samen een verkeersgeneratie van afgerond 28 voertuigbewegingen per weekdagetmaal. Per saldo zal de toename van het verkeer minder zijn, omdat de bestaande zalencentrum in het plangebied verdwijnt. Het woongebied wordt voor autoverkeer ontsloten via de Kerkstraat. De capaciteit hiervan is van voldoende omvang om het verwachte aantal verkeersbewegingen veilig en eenvoudig te kunnen afwikkelen. 4.10.5
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat de aspecten parkeren, verkeersgeneratie en ontsluiting geen belemmeringen opleveren als gevolg van voorliggend voornemen.
4.11
Besluit Milieueffectrapportage
4.11.1
Wettelijk kader
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: BJZ.nu Bestemmingsplannen
39
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
1. 2.
3.
Een bestemmingsplan kan m.e.r.-plichtig zijn indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is; Een bestemmingsplan kan m.e.r.-plichtig zijn indien sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit de onderdelen C en D overschrijden en waarbij het bestemmingsplan wordt genoemd in kolom 3 (plannen). Een bestemmingsplan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn indien het bestemmingsplan wordt genoemd in kolom 4 (besluiten) en er sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit onderdeel C en D overschrijden. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel C is in dit geval sprake van een m.e.r.-plicht. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel D is het plan m.e.r.-beoordlingsplichtig.
Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat voor bestemmingsplan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen in onderdeel D en beneden de drempelwaarden vallen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.(-beoordeling) plaatsvinden. 4.11.2
Situatie plangebied
Artikel 2.8 van de Wet Natuurbescherming Het plangebied ligt op enige afstand van Natura 2000-gebied. Uit de stikstofberekening (Bijlage 4) is gebleken dat de ontwikkeling niet leidt tot een toename van stikstofdepositie. Van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied is geen sprake. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming is in verband met deze ontwikkeling dan ook niet noodzakelijk. Er is daarom geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen en vormt daarmee een besluit in het kader van het besluit me.r. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is er mogelijk sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject'. Het voornemen betreft de ontwikkeling van een nieuw woongebied met maximaal 8 woningen in het centrum van Harreveld. Het betreft hier een fysieke ontwikkeling. Er is echter geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als genoemd in onderdeel D 11.2 van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage.
Op grond van jurisprudentie vallen dit soort kleinere woningbouwontwikkelingen niet onder dit begrip. Hierbij zijn de volgende omstandigheden van belang: de woningen worden gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied; de woningen zijn gepland op de plek van bestaande (te slopen) zalencentrum en een bestaande parkeerplaats; op en in de omgeving van de te realiseren woningen is geen sprake van specifieke gebiedskenmerken, die aanleiding geven om te spreken van een verhoogde kwetsbaarheid. Het bestemmingsplan is daarom niet vanuit het spoor van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.- of BJZ.nu Bestemmingsplannen
40
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
m.e.r.-beoordelingsplichtig. Er is op grond hiervan dan ook geen vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. 4.11.3
Conclusie
Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.(beoordelings)-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
41
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
5.2
Opzet van de regels
5.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. 5.2.2
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 5.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in: Bestemmingsomschrijving: BJZ.nu Bestemmingsplannen
42
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels: In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing aan moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd. Afwijken van de bouwregels (indien van toepassing): Op basis van deze regels hebben burgemeester en wethouders de bevoegdheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels in het plan. Nadere eisen (indien van toepassing): In de nadere eisen is bepaald dat burgemeester en wethouders met inachtneming van het elders het betreffende artikel bepaalde, nadere eisen kunnen stellen aan bebouwing. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (indien van toepassing): In deze regels is aangegeven welke werken of werkzaamheden verboden zijn om uit te voeren zonder een omgevingsvergunning. 5.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 6) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich bijvoorbeeld voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 7) In dit artikel worden de algemene bouwregels beschreven inzake ondergronds bouwen, het overschrijden van bouwgrenzen en afwijkingsbevoegdheden. Algemene gebruiksregels (Artikel 8) In dit artikel worden het strijdig en toegestaan gebruik in dit bestemmingsplan geregeld. Algemene afwijkingsregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Onder meer kunnen de bestemmingsgrenzen van de bestemming wonen worden overschreden ten behoeve van een stedenbouwkundig gewenste invulling van de wijk. Algemene wijzigingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om het plan in geringe mate aan te passen. Het gaat hierbij om bestemmings- of bouwgrenzen of het bouwen van gebouwen van openbaar nut.
Parkeerregelgeving (Artikel 11) In dit artikel is regelgeving opgenomen omtrent parkeren conform de nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre, dan wel haar rechtsopvolger.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
43
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
5.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
5.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. 'Horeca' (Artikel 3) Deze bestemming is opgenomen voor de overblijvende horeca binnen het plangebied en het bijbehorende achterterrein, terras en de parkeergelegenheden. Er is een horecagelegenheid toegestaan, gesitueerd binnen het ter plaatse aanwezige bouwvlak waarop tevens een maximum bebouwingspercentage is opgenomen. Ter plaatse van de aanduiding 'verkeer' zijn de gronden expliciet bedoeld voor parkeervoorzieningen ten behoeve van de naastgelegen woonbestemming betreffende de 8 woningen en daarnaast ondermeer voor wegen, straten, pleinen, paden voor verkeer en verblijf.
'Wonen' (Artikel 4) Deze bestemming is opgenomen voor de woningen binnen het plangebied en de bijbehorende achtertuinen. In het plangebied worden maximaal 8 aaneengebouwde woningen toegestaan. Verder zijn binnen deze bestemming paden voor verkeer en verblijf; groenvoorzieningen, ondergrondse afvalcontainers, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, nutsvoorzieningen en straatmeubilair toegestaan. In de bestemming is daarnaast de uitoefening van een aan huis verbonden beroep toegestaan, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en 100% van de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt met een gezamenlijk maximum van 50 m². De activiteit mag niet leiden tot belemmeringen voor de omliggende functies en geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer. Ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. In de bouwregels is onderscheid gemaakt tussen een hoofdgebouw (de woning) en bij het hoofdgebouw behorende bijbehorende bouwwerken. Het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, terwijl bijbehorende bouwwerken zowel binnen als buiten het bouwvlak zijn toegestaan, op minimaal 1 m achter de voorgevel van de woning.
De maximaal toegestane goot- en bouwhoogte van de woning is op de verbeelding aangeduid evenals de toegestane bouwwijze(n) twee-aaneen, of aaneengebouwd. 'Waarde – Archeologische Verwachtingswaarde 2 (Artikel 5) Deze bestemming is overgenomen conform het moederplan. Uit het archeologisch onderzoek is echter gebleken dat geadviseerd wordt het plangebied vrij te geven. Het voorstel is daarom om deze dubbelbestemming van het plangebied te verwijderen. BJZ.nu Bestemmingsplannen
44
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
BJZ.nu Bestemmingsplannen
45
Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Ter voldoening hieraan wordt het concept-ontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan de vooroverlegpartners. Provincie Gelderland De provincie heeft aangegeven dat er geen vooroverleg meer nodig is als de woningbouwontwikkeling niet meer woningen betreft dan maximaal 11. Vooroverleg is in onderhavig geval dan ook niet nodig. Waterschap Rijn en IJssel Het waterschap is betrokken bij het opstellen van de waterparagraaf en de uitgangspunten. De gemaakte opmerkingen zijn hierin verwerkt. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor een termijn van zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Binnen deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend. Het vooroverleg is daarmee positief afgerond. Het voorliggende bestemmingsplan kan daarom wat betreft het aspect 'zienswijzen' ongewijzigd door de gemeenteraad van de gemeente Oost-Gelre worden vastgesteld. Wel wordt er één ambtelijke wijziging binnen de regels van dit bestemmingsplan doorgevoerd, te weten gooten bouwhoogtes.