CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp kerkstraat 36 toelichting

Raadscommissie 30 november 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Herziening woningbouw Kerkstraat 36 te Harreveld’17.930 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Geldend bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer

3 3 3 4 4 5

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe situatie

6 6 8

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Internationaal niveau 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

11 11 13 15 17

Hoofdstuk 4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Archeologie en Cultuurhistorie 4.2 Bodem 4.3 Water 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Ecologie 4.7 Bedrijven en milieuzonering 4.8 Externe veiligheid 4.9 Geur 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Besluit Milieueffectrapportage

21 21 23 24 25 27 28 31 34 36 37 39

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Inleiding 5.2 Opzet van de regels 5.3 Verantwoording van de regels

42 42 42 44

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid

46 46 46

BJZ.nu Bestemmingsplannen

2

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Aan de Kerkstraat 36 in het centrum van de kern Harreveld bevindt zich de horecalocatie van 'Café de Boer'. Dit betreft een bestaande horecalocatie, met daarop het café en een losstaand zalencomplex. Het voornemen bestaat om de zaalaccommodatie te slopen en het café te behouden. Na deze sloop worden ter plaatse van de zaalaccommodatie 8 woningen (2 rijen van 4) ontwikkeld via Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). De afgelopen tijd zijn de gewenste herontwikkelingsmogelijkheden van het plangebied geanalyseerd en uitgewerkt in een stedenbouwkundige visie en schetsverkavelingen. Concreet voorziet het plan in de sloop van de bestaande bebouwing van het zalencentrum en de nieuwbouw van in totaal 8 grondgebonden woningen. Met dit plan wordt (door middel van CPO) op passende wijze invulling gegeven aan de woningbehoefte in het dorp. Het voornemen is op basis van het geldende bestemmingsplan "Kern Harreveld 2015" niet mogelijk, omdat de locatie is voorzien van een horecabestemming welke het bouwen van reguliere woningen niet toelaat. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is het noodzakelijk om het bestemmingsplan te herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een adequaat juridisch-planologisch kader voor de voorgenomen ontwikkeling.

Hierbij zal worden aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'.

1.2

Ligging en begrenzing

Het plangebied bevindt zich aan de Kerkstraat en wordt omgeven door woonbebouwing en de horecalocatie 'Café de Boer'. Het plangebied bestaat uit het kadastrale perceel welke bekend staat als gemeente Lichtenvoorde, sectie M, nummer 337 (gedeeltelijk). In afbeelding 1.1 is het plangebied ten opzichte van de kern Harreveld en de directe omgeving aangegeven, door middel van de rode ster en de rode belijning. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied in Harreveld en de directe omgeving (Bron: PDOK)

BJZ.nu Bestemmingsplannen

3

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1586.BPHAR902-VG01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld met een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Geldend bestemmingsplan

1.4.1

Algemeen

Het plangebied is onderdeel van het bestemmingsplan “Kern Harreveld 2015”. Dit bestemmingsplan is op 30 mei 2017 door de raad van de gemeente Oost Gelre vastgesteld. Het plangebied heeft de bestemming 'Horeca' met bijbehorend bouwvlak en maatvoeringsaanduidingen. Tevens is er een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingplan opgenomen. Het plangebied is indicatief weergegeven met de rode omlijning.

Afbeelding 1.2 Uitsnede geldend bestemmingsplan “Kern Harreveld 2015” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2

Bestemmingsomschrijving

Horeca De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor horecavoorzieningen in de categorieën I en II. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor de bestaande bedrijfswoningen. BJZ.nu Bestemmingsplannen

4

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

Voor het bouwen van hoofdgebouwen geldt dat deze binnen het bouwvlak dienen te worden gebouwd. Er geldt een maximumbebouwingspercentage van 65% en een maximum bouwhoogte van 8 meter. Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2 De voor 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. 1.4.3

Strijdigheid

Op basis van het geldend bestemmingsplan is de voorgenomen woningbouwontwikkeling niet in overeenstemming met de geldende bouw- en gebruiksregels uit de horecabestemming. Een plaatstelijke herziening van het bestemmingsplan is daarom noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het juridisch planologisch kader op basis waarvan de gewenste ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt.

1.5

Leeswijzer

In Hoofdstuk 1 is de aanleiding en doel van dit bestemmingsplan uiteengezet. In Hoofdstuk 2 van de toelichting wordt de bestaande en toekomstige situatie in het plangebied beschreven. De historie en cultuurhistorie komt aan bod. Ook wordt inzicht gegeven in de opbouw van het plangebied met de daarbij behorende functies. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 3 het beleidskader van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Oost Gelre uiteen gezet. Hoofdstuk 4 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische opzet waarbij de verbeelding en planregels worden besproken. Tot slot volgt in Hoofdstuk 6 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan en de resultaten van overleg en terinzagelegging.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

5

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie

2.1.1

Algemeen

Het dorp Harreveld is gelegen ten zuid-westen van de kern Lichtenvoorde in de zuid-west hoek van de gemeente Oost Gelre. Het silhouet van het dorp wordt met name bepaald door woningen, een horecabedrijf, de basisschool en de Rooms Katholieke Kerk met de daarbij behorende pastorie. Ook het jongerenhuis draagt bij aan het silhouet. Woningbouw overheerst het dorp. De meeste woningen zijn vrijstaande of twee-onder-één kap woningen. Verder komen er ook enkele rijtjeswoningen in deze kern voor. Hoogbouw is niet in dit dorp aanwezig. Ook kent men in dit kerkdorp het fenomeen 'Randschappelijk wonen'. Hierdoor zijn de erven Reinas (gelegen aan westzijde van het dorp) en 't Hag aan de Looweg ontstaan. Ten noorden van laatstgenoemd erf zijn de sportvelden van HMC'17 gekomen. Aan de Kerkstraat is bedrijvigheid aanwezig bestaande uit een horeca-onderneming en (kleinschalige) detailhandel. 2.1.2

Ruimtelijke en functionele structuur

Autoverkeer De Kerkstraat is de belangrijkste verkeersader van het dorp. Tezamen met de Looweg en de Lindeboomweg vormt deze weg de directe verbinding met het omliggende gebied. In de Kerkstraat zijn verkeersremmende maatregelen aangebracht. De maximaal toegestane snelheid is 30 km/uur. Openbaar vervoer Het dorp heeft matige verbindingen door middel van het openbaar vervoer. Het openbaar vervoer, de bus, heeft haar halte aan de N18. Hierdoor zijn diverse bestemmingen te bereiken. Fietsers en voetgangers De afstanden binnen het dorp zijn gering. De inrichting van de wegen is afgestemd op langzaam verkeer zodat men relatief veilig kan fietsen en lopen. Ruimtelijke structuur De bebouwing in het dorp heeft overwegend een goede kwaliteit. De meeste bebouwing bestaat uit 2 lagen met een kap. De kapvormen zijn divers en de bebouwing heeft een statige en verfijnde uitstraling. De bebouwing staat voor een groot deel kort op de straat. In onderstaande luchtfoto is de huidige situatie in en rondom het plangebied in beeld gebracht. In afbeelding 2.2 zijn straatbeelden van de huidige situatie weergegeven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

6

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie omgeving plangebied (bron: Kadastrale kaart)

Afbeelding 2.2 Straatbeelden huidige situatie (bron: Maps Google)

BJZ.nu Bestemmingsplannen

7

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

2.2

Nieuwe situatie

2.2.1

Algemeen

Het voornemen bestaat om de bestaande horecalocatie van 'Café de Boer', aan de Kerkstraat 36 in het centrum van de kern Harreveld, gedeeltelijk om te zetten naar een woonbestemming. Op het perceel bevindt zich het café en een losstaand zalencomplex. Het plan is om de zaalaccommodatie te slopen en het café te behouden. Na sloop worden ter plaatse van de zaalaccommodatie 8 woningen ontwikkeld via CPO, in de vorm van hofwoningen. De woningen zijn geschikt voor diverse doelgroepen (starters, gezinnen, senioren etc.). De kenmerken van de te realiseren woningen zijn gasloos en energiezuinig. De beoogde woningen bestaan uit twee bouwlagen met kap. 2.2.2

Gewenste ontwikkelingen

Ten behoeve van voorliggend plan is een schetsontwerpplan opgesteld. De nieuwe bebouwing kan eenvoudig worden aangesloten op de bestaande omliggende wegenstructuur en middels wegen en fiets- en voetpaden staat deze wegenstructuur in verbinding met omliggende woonstraten. In afbeelding 2.3 is de beoogde stedenbouwkundige verkaveling weergegeven. In afbeelding 2.4 is een stedenbouwkundige impressie opgenomen van de woningen. Het plan is middels CPO vormgegeven aan de hand van vijf hoofdspeerpunten, namelijk: betaalbaar en ruim; groen en duurzaam; jong en oud; beslotenheid en openheid; kwaliteit en bewonersparticipatie. De woningen worden middels CPO ontwikkeld, waardoor de ontwikkel- en bouwkosten betaalbaar blijven voor de toekomstige bewoners. De woningen zijn daarnaast voldoende ruim voor de beoogde doelgroep, zoals starters, gezinnen en senioren. Binnen en langs de randen wordt op diverse plaatsen opgaande beplanting aangelegd om het gewenste groene karakter met bijbehorende ruimtelijke kwaliteit te realiseren. Conform de bestaande woningen in de directe omgeving krijgen de woningen een massa van één laag met kap. Daarmee gaat dit gebied één geheel vormen met de omgeving. De beperkte hoogte, maar ook een rustige kleurstelling moeten zorgen voor een ingetogen beeld waardoor de toekomstige woningen één zijn met het groen en de omgeving.

De woningen zijn gericht op de Kerkstraat en op een gezamenlijke hof die kan worden afgesloten om te zorgen voor een besloten karakter. De levendigheid en het verblijven vindt plaats aan de binnenzijde (hof-zijde).

BJZ.nu Bestemmingsplannen

8

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

Afbeelding 2.3 Stedenbouwkundige verkaveling (bron: Initiatiefnemer)

BJZ.nu Bestemmingsplannen

9

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

Afbeelding 2.4 Stedenbouwkundige impressies (bron: Initiatiefnemer)

2.2.3

Parkeren - maatwerk

Wat betreft de nieuw te realiseren 8 woningen worden voor het bewonersparkeren in totaal 16 parkeervakken gerealiseerd ten westen (buiten het plangebied gedeeltelijk) en ten zuidoosten (binnen het plangebied) van het plangebied. De verwachting van initiatiefnemer is dat er 2 parkeerplaatsen per woning zijn benodigd en dat dit aansluit op de behoefte van de doelgroep van de woningen. In voorliggend geval wordt gebruik gemaakt van de parkeerplaatsen aan de westzijde van het plangebied. Opgemerkt wordt dat deze parkeerplaatsen tevens worden gebruikt door bezoekers van café de Boer, waardoor er sprake is van dubbelgebruik. In afbeelding 2.3 zijn de parkeermogelijkheden in kaart gebracht. In uitzonderlijke gevallen, wanneer de parkeerplaatsen op de naastgelegen parkeervoorzieningen onvoldoende toereikend zijn, bestaat de mogelijkheid om uit te wijken naar overige parkeerplaatsen in de buurt. Wat betreft het aspect 'parkeren' wordt bij deze ontwikkeling maatwerk toegepast, gezien het parkeren aan de westzijde van het plangebied binnen de horecabestemming (voorzien van een 'verkeer'aanduiding) gaat plaatsvinden. Het algemene uitgangspunt voor parkeren bij de woningen is namelijk parkeren op eigen terrein. Daarnaast zouden er normaliter parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn voor het overblijvende café de Boer, welke de horecabestemming behoudt.

Gezien de locatie van het plangebebied en wanneer gekeken wordt naar de huidige planologisch druk van de bestaande functies (café + zalencentrum), dan kan er in de huidige situatie reeds niet voldaan worden aan de geldende parkeernorm. Door sloop van het zalencentrum neemt de (fictieve) planologische druk op het openbaar gebied daarmee af. De conclusie is hiermee dat het aspect parkeren geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

10

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

Hoofdstuk 3

Beleid

Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied.

3.1

Internationaal niveau

3.1.1

Vogelrichtlijn

De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.

Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn. 3.1.2

Habitatrichtlijn

De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

11

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

3.1.3

Het verdrag van Valletta (Malta)

Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen. In paragraaf 4.1 wordt nader ingegaan op de archeologische waarden binnen het plangebied 3.1.4

Kaderrichtlijn water

De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: De vervuiler betaalt De gebruiker betaalt Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water Resultaatsverplichting in 2015 Stroomgebiedsbenadering) Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'.

Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op de waterhuishouding binnen het plangebied.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

12

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

3.2.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.2.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

2.

3.

4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven.

Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

3.2.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen

BJZ.nu Bestemmingsplannen

13

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

2.

3.

functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.

3.2.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 3.2.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

3.2.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.2.2.2 Toetsing aan de Ladder Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro). Ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt opgemerkt dat het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag een belangrijk criterium is voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er wel sprake is van een (geringe) toename van bouwmogelijkheden, dan is doorgaans sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met betrekking tot het realiseren van woningen is onder meer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraken blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro.

In dit geval worden er niet meer dan 11 woningen toegevoegd. Geconcludeerd kan worden dat een verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

14

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

Tevens is er sprake van een concrete en actuele behoefte aan deze 8 woningen. Op 15 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Oost Gelre de 'Woonvisie Kleine kernen' vastgesteld met als titel: 'Ruimtelijke verkenning wonen kleine kernen Oost Gelre'. In deze woonvisie is een duidelijke opgave opgenomen: 'passende woonruimte voor iedereen in de kleine kernen'. Er is een behoorlijke actuele behoefte aan nieuwe woningen. De huidige plancapaciteit is niet voldoende om te voorzien in de behoefte. De ruimtelijke opgave voor de kleine kernen is samengevat om per kern op korte termijn ongeveer 15 woningen toevoegen (0-2 jaar) naast de bestaande plannen. Het exacte getal is niet leidend, maar geeft een richting voor de opgave, de kwaliteit van plannen en de actuele behoefte is leidend. Bij het zoeken van locaties wordt rekening gehouden met de bandbreedte, behoefte en wijzigingen in het aantal vestigers, actuele behoefte blijft daarbij gemonitord om daarop kunnen anticiperen bij lokale ontwikkelingen. Bij nieuwe ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met het kwalitatief beeld, waarbij expliciet wordt ingezet op de betaalbaarheid voor koopwoningen tot 200.000,- euro. Dit kan ook doorstroming op de markt creëren. Geconcludeerd kan worden dat dit plan concreet ziet op behoefte-invulling.

De woningen worden middels CPO ontwikkeld, waardoor de ontwikkel- en bouwkosten betaalbaar blijven voor de toekomstige bewoners. De woningen zijn daarnaast voldoende ruim voor de beoogde doelgroep, zoals starters, gezinnen en senioren. Geconcludeerd kan worden dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de ontwikkeling niet in de weg staat. 3.2.2.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking en dat er een concrete en actuele behoefte is. 3.2.3

Conclusie toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

3.3

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen betreffen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland. 3.3.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

3.3.1.1 Inleiding In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de Omgevingsvisie worden twee provinciale hoofddoelen onderscheiden: een duurzame economische structuur het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Deze hoofddoelen zijn vertaald in provinciale ambities, waarbij per ambitie de aanpak op hoofdlijnen is beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: 'de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel'. In voorliggend geval is met name het beleid ten aanzien van het woon- en leefomgeving van belang.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

15

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

3.3.1.2 Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers en duurzaam Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In de groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt er geïnvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De voorkeur wordt gegeven aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, wordt er uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen.

3.3.1.3 Toetsing van het plan aan de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Het plan voorziet in de realisatie van 8 woningen middels CPO op een inbreidingslocatie in het dorpscentrum van Harreveld. Het plan sluit hiermee zowel kwantitatief als kwalitatief aan bij de woningbehoefte in in het dorp. De ontwikkeling vormt geen belemmering voor overige functies in de omgeving. Het plan voorziet (gezien het middels CPO wordt ontwikkeld) in een concrete behoefte naar nieuwe woningen, welke geschikt zijn voor meerdere doelgroepen. De nieuwe woningen passen zowel vanuit stedenbouwkundig als functioneel oogpunt goed in de omgeving. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar Hoofdstuk 2. Verder is er vanuit het provinciale programma Steengoed Benutten reeds subsidie toegekend voor de uitvoering van het project. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 3.3.2

Omgevingsverordening Gelderland

3.3.2.1 Inleiding Met een omgevingsverordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 3.3.2.2 Relevante artikelen uit de verordening In voorliggend geval is uitsluitend artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) van de omgevingsverordening van toepassing. Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) 1. 2.

Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en; d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

16

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

3.3.2.3 Toetsing van het plan aan de Omgevingsverordening Gelderland In de verordening wordt aangegeven dat een ontwikkeling dient te passen binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragrafen 3.4.5 en 3.2.2 waar het voornemen is getoetst aan de Woonvisie Oost Gelre en Ladder voor duurzame verstedelijking. Hier wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.2 van de Omgevingsverordening Gelderland.

3.4

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is een doorvertaling van rijks-, provinciaal en regionaal beleid en is verwoord in tal van plannen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de voor de ontwikkeling relevante beleidsstukken. 3.4.1

Beleidsvisie Externe veiligheid

3.4.1.1 Inleiding Als gevolg van enkele rampen en incidenten, zoals de vuurwerkramp in Enschede, is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. Deze rampen en incidenten hebben ertoe geleid dat de Rijksoverheid diverse maatregelen heeft genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente allereerst haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.

Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten (bestemmingsplannen / streekplannen, milieuvergunningen en rampenbestrijdingsplannen). In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet. 3.4.1.2 Toetsing van het plan aan de beleidsvisie Externe veiligheid In paragraaf 4.8 wordt nader ingegaan op de externe veiligheidsrisico in relatie tot de woningbouwontwikkeling. 3.4.2

Welstandsbeleid Oost Gelre 2017

3.4.2.1 Inleiding Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder BJZ.nu Bestemmingsplannen

17

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. 3.4.2.2 Toetsing van het plan aan het Welstandsbeleid Bij de verdere uitwerking van het plan zullen de beeldkwaliteitscriteria zoals geldend in Harreveld in acht worden genomen. Opgemerkt wordt dat het schetsplan in het voorjaar van 2021 op hoofdlijnen reeds positief is beoordeeld door de welstandscommissie. 3.4.3

Geluidsbeleid gemeente Oost Gelre

3.4.3.1 Inleiding Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van dit beleidsstuk. Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe 'Geluidbeleid Oost Gelre' vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Het Activiteitenbesluit kent wat betreft geluidnormering maar twee gebiedstypes (bedrijventerrein en al het overige) met twee bedrijfstypes (agrarisch en tankstations) als uitzondering.

Dit staat in schril contrast met het 'oude' geluidbeleid van Oost Gelre waarin negen verschillende gebiedstypes en vele (streef-, grens- en plafond) waarden werden aangeduid. Het Activiteitenbesluit is nu voor het overgrote deel van de bedrijven van toepassing. 3.4.3.2 Toetsing van het plan aan het Geluidsbeleid Oost Gelre In paragraaf 4.4 wordt nader ingegaan op het aspect geluidshinder door weg- en railverkeerslawaai en industrielawaai. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op milieuhinder, waaronder geluid, van omliggende bedrijfsmatige functies.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

18

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

3.4.4

Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024

3.4.4.1 Inleiding Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente Oost Gelre, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen.

Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma. 3.4.4.2 Toetsing van het plan aan het integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024 In voorliggend geval zijn de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling van belang. In paragraaf 4.10 wordt hier nader op ingegaan. 3.4.5

Regionale Woonvisie (2019)

3.4.5.1 Inleiding De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld om in te spelen op de veranderde behoefte. In het najaar van 2019 is de Regionale Woonagenda op onderdelen aangepast. Daarmee wordt vooruit gelopen op de nieuwe Regionale Woonagenda. Het beleidskader is in lijn met de Koers Ruimte voor goed wonen van de provincie en met het provinciale coalitieakkoord. Een aantal passages zijn niet meer van toepassing, zoals: de afspraken over de woningbouw tot 2025 over de netto toevoegingen incl. 10% extra verlaging (pag. 3 en 4 en uit samenvatting pag. 7, 11, 12) en het schema over de bouwopgave (pag. 12) en; hoofdstuk 5, pagina 11 onder kopje 'De gewenste situatie': de passage over de regionale huishoudensgroei in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025 is achterhaald door de nieuwe Primos-prognose, waarbij per gemeente of kern wel verschillen in de bevolkingsontwikkeling kunnen bestaan. Om de kwalitatieve mismatch op te lossen is een regionale set aan kwaliteitscriteria vastgesteld op basis waarvan nieuwe woningbouwplannen worden beoordeeld. Deze zijn vastgesteld in de raad van 17 september 2019. Diverse onderzoeken laten zien dat er kwalitatieve tekorten en overschotten zijn tussen vraag en aanbod van woningen in de regio Achterhoek.

Daarnaast blijkt uit de nieuwste Primosprognose dat het aantal huishoudens in de regio Achterhoek tot 2030 blijft groeien. Er zijn daardoor op regioniveau extra woningen nodig bovenop de bestaande woningbouwafspraken die vastliggen in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

19

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

3.4.5.2 Woonvisie Oost Gelre (2016) De gemeente Oost Gelre heeft een eigen woonvisie vastgesteld voor de periode 2016-2025. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld op 20 september 2016. De woonvisie Oost Gelre is een kernachtige en toegankelijke visie. De visie is vormgegeven op basis van een drietal thema's: kwantiteit & kwaliteit, beschikbaarheid & betaalbaarheid en wonen met zorg en welzijn. Bij ieder thema is aangegeven wat wordt gezien als ontwikkelingen, wat er bereikt moet worden en wat hiervoor moet worden gedaan. Woningbouwbehoefte Oost Gelre (2019) Uit nieuwe bevolkingsprognoses blijkt dat de komende jaren extra woningen moeten worden toegevoegd. Op basis van het onderzoek “Woningbouwbehoefte Oost Gelre” is er een behoefte van 560 woningen (2018-2025) met daarbij een bandbreedte tussen de 460 woningen en 660 woningen. Aan de hand van het besluit van de gemeenteraad van 17 september 2019 wordt dit als nieuwe uitgangspunt genomen voor lokaal beleid en de woningbehoefte voor Oost Gelre. Monitoring Woningbouw (2021) In dat besluit is besloten dat de woningbehoefte kan worden bijgeteld op basis van nieuwe gegevens over de demografische ontwikkeling en/of de woningmarkt. Er is besloten om elk jaar een bijstelling te doen in een vaste cyclus. Op basis van monitoring kan worden bepaald of er een noodzaak is om het beleid bij te stellen.

Met de notitie 'Monitoring Woningbouw' is het huidig beleid geactualiseerd. De monitoring is op 16 februari 2021 vastgesteld door het college, waarin de behoefte voor de periode 2018-2025 is bijgesteld van 560 naar 660 woningen. In de praktijk komt het voor dat plannen uiteindelijk niet doorgaan of niet ontwikkeld worden. Om in de toekomst sneller in te kunnen spelen op de woningmarkt, stuurt men de plancapaciteit op 130% van de behoefte. Daarom is weer extra ruimte voor woningbouw. 3.4.5.3 Ruimtelijke verkenning wonen kleine kernen Oost Gelre (2019) Naast de bestaande projecten die al in de planning zitten was het gewenst om meer woningen te realiseren. Zo heeft de raad ingestemd met de Menukaart Wonen voor Lichtenvoorde en Groenlo, en de Ruimtelijke Verkenning Wonen Kleine Kernen. Voor de kleinen kennen hebben we met de ruimtelijke verkenning zones aangeduid voor mogelijke woningbouwlocaties. In de visie staat een strategie per kern. Daar is gemeente samen met de dorpsbelangenorganisaties en initiatiefnemers mee aan de slag gegaan. Het initiatief is getoetst aan de visie zoals die gehanteerd wordt bij initiatieven voor de kleine kernen en voldoet hieraan. Kwantitatieve behoefte Elk jaar wordt de planningslijst voor de woningbouwprogrammering in Oost Gelre doorgenomen en doorgestuurd naar de provincie Gelderland.

In de planningslijst zijn alle (voorziene) bouwplannen in Oost Gelre opgenomen. De totale plancapaciteit per 1 januari 2021 is 317 woningen. Dit zijn alle plekken in de gemeente waar nog gebouwd kan gaan worden en waar er nog wensen zijn voor nieuwbouw. In de kleine kernen ligt nog een bouwopgave. Het plan aan de Kerkstraat betreft de toevoeging van 8 woningen. Kwalitatieve behoefte Starters die een woning willen kopen, krijgen het steeds moeilijker. Zonder eigen geld of ondersteuning is kopen voor veel starters niet meer mogelijk. Bouwkosten staan onder druk als gevolg van de kwaliteitseisen en duurzaamheidsmaatregelen. Nieuwbouwen voor starters wordt steeds lastiger. Flexibele woonvormen bieden uitkomst om op korte termijn te voorzien in de urgente vraag naar betaalbare woningen. 3.4.5.4 Toetsing van het plan aan de Woonvisie Oost Gelre 2016-2025 Het voorliggende plan voorziet in maximaal 8 woningen binnen het plangebied. Het plan draagt hiermee wezenlijk bij de kwalitatieve behoefte van Harreveld. Tevens past het goed binnen de kwalitatieve behoefte.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

20

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

Hoofdstuk 4

Uitvoeringsaspecten

4.1

Archeologie en Cultuurhistorie

4.1.1

Wettelijk kader

De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2019 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Bij het opstellen en uitvoeren van ruimtelijke plannen wordt rekening gehouden met zowel de bekende als de te verwachten archeologische waarden. De gemeente Oost Gelre heeft een archeologische beleidsadvieskaart.

Op deze kaart is aangegeven welke gebieden archeologisch waardevol zijn en welke gebieden de verwachting hebben archeologisch waardevol te zijn. Het beleid dient direct door te werken in het bestemmingsplan. Bescherming (behoud/conservering) van gebieden met archeologische (verwachtings)waarden is uitgangspunt bij de zorg voor het archeologische erfgoed in het plangebied. Afhankelijk van de verstoring moeten de gebieden eerst nader worden onderzocht, voordat hier bebouwing of grondbewerking (=verstoring) plaatsvindt. Tijdens het onderzoek gevonden archeologische resten, moeten zo mogelijk onaangetast in de grond bewaard blijven of anders op verantwoorde wijze worden opgegraven. De kosten hiervan komen voor degene die de grond wil verstoren. Met behulp van een dubbelbestemming wordt voornoemde bescherming van archeologische waarden dan wel archeologische verwachtingswaarden in het bestemmingsplan geregeld. 4.1.2

Situatie plangebied

4.1.2.1 Archeologie Zoals in paragraaf 1.4 reeds beschreven heeft het plangebied in het geldende bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'. Het betreft een doorvertaling van de archeologische beleidskaart van gemeente Oost Gelre. Hamaland Advies heeft ten behoeve van de ontwikkeling een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd binnen het plangebied. Hieronder worden de resultaten van het bureauonderzoek en booronderzoek weergegeven. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 1. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen sloop (incl. funderingen) van het zalencentrum waarna dit deel van de locatie zal worden herontwikkeld voor woningbouw. Op basis van de schetsplannen kan voorlopig uitgegaan worden van een indicatieve omvang van ca. 350 m² voor de bouwputten van de acht woningen. Hiervan vallen ca. 155-160 m² buiten de contour van de te slopen bebouwing. De ontgravingsdiepte zal naar verwachting ca. 1,0 m -mv bedragen. Het plangebied heeft een omvang van ca. 1.140 m², het te slopen zalengebouw heeft een oppervlakte van ca. 565 m². Volgens het vigerende bestemmingsplan Kern Harreveld 2015 geldt voor het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologische verwachtingswaarde 2'. Archeologisch vooronderzoek is hier BJZ.nu Bestemmingsplannen

21

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

verplicht bij bodemingrepen met een omvang van meer dan 100 m2 en een verstoringsdiepte van meer dan 0,3 m -mv. De toekomstige sloop- en bouwplannen zullen naar verwachting beide vrijstellingsgrenzen overschrijden. Vanwege de verwachte overschrijding van de vrijstellingsgrenzen heeft Hamaland Advies een KNA-conform bureauonderzoek uitgevoerd dat is aangevuld met een veldonderzoek (verkennende fase). Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft laten zien dat het plangebied zich in het pleistocene dekzandlandschap van het Oostnederlands Plateau bevindt (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Geomorfologisch is (na extrapolatie) waarschijnlijk sprake van dekzandwelvingen en/of een dekzandrug, beide met een vrij vlak, laaggelegen reliëf (steilste hellingen) en een lokaal maximaal hoogteverschil van 0,5-1,5 m met op de hogere delen soms een oud-bouwlanddek, bodemkundig is sprake van een hoge zwarte enkeerdgrond van lemig fijn zand. Het plangebied is nog niet eerder archeologisch onderzocht, evenmin zijn in Archis3 vondstmeldingen in het plangebied geregistreerd. Hoewel archeologische resten vanaf het laat-Paleolithicum verwacht kunnen worden zijn deze in het onderzoeksgebied vooralsnog niet aangetoond. De vroegste op dit moment bekende bewoning dateert in de vroege middeleeuwen B.

Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek wordt voor het plangebied uitgegaan van een lage tot middelhoge verwachting op archeologische resten uit de periode laat-Paleolithicum tot en met de Romeinse tijd en een hoge verwachting op resten van nederzettingen en landgebruik vanaf de vroege middeleeuwen tot en met de recente tijd. Volgens de resultaten van het cartografische onderzoek is het plangebied (vanaf) in ieder geval de 19e eeuw tot en met het begin van de 20e eeuw agrarisch gebruikt. Agrarische werkzaamheden kunnen een bodemverstoring tot in de C-horizont hebben veroorzaakt. Vanaf de jaren '20 van de 20e eeuw is het plangebied bebouwd. Over de oudste bebouwing zijn geen verdere gegevens beschikbaar. Voor de meest recente bebouwing is volgens informatie van de opdrachtgever een vlakdekkende bouwput uitgegraven. Hierdoor zal de bodem ter plaatse van het nu te slopen zaalgebouw tot ca. 0,8 à 1,0 m -mv verstoord zijn. Afhankelijk van de dikte van het esdek in het plangebied moet ervan worden uitgegaan dat de verstoring door de meest recente bebouwing tot in de (top van de) C-horizont reikt. Dit is ook aannemelijk, omdat funderingen doorgaans op het dekzand worden gerealiseerd. Buiten de bestaande bebouwing zal het naar verwachting een beschermend effect hebben gehad op eventuele archeologische resten ter plaatse.

Dit zal door middel van bodemonderzoek moeten worden aangetoond. Booronderzoek Er zijn tijdens het uitgevoerde verkennend booronderzoek geen intacte bodems aangetroffen in het plangebied. In het plangebied is in alle boringen sprake van een ophoogpakket met subrecent geroerde lagen met een bijmenging aan gebroken puin. Ter plaatse van boring 3A, 3B en 3C zijn de boringen vastgelopen in de puinlaag een diepte van respectievelijk 40 cm-mv..De natuurlijke ondergrond is aangetroffen op minimaal 70 cm-mv (boring 1) en 95 cm-mv (boring 2) tot maximaal 145 cm-mv (boring 4) en 170 cm-mv (boring 5) en bestaat uit fijn sterk siltig dekzand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Alle laagovergangen zijn scherp. De diepe bodemverstoring is waarschijnlijk ontstaan bij de sloop van de voormalige boerderij en de bouw van het zalencomplex. Selectieadvies Vanwege de grote mate van bodemverstoring waarbij de oorspronkelijke bodemopbouw en de eerdlaag verloren zijn gegaan, is de kans dat met de voorgenomen bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan gering. Daarom adviseert Hamaland om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren en het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. De gemeente Oost Gelre heeft de Omgevingsdienst Achterhoek gevraagt bovenstaande onderzoek te beoordelen.

Deze geeft aan dat het onderzoek met bijbehorende rapportage voldoet aan de hiervoor geldende richtlijn uit de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek voldoet ook aan het archeologiebeleid van de gemeente Oost Gelre. Er zijn verder geen opmerkingen op de rapportage.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

22

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

4.1.2.2 Cultuurhistorie Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke ingrepen. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek. Tot de overige cultuurhistorische waarden worden gerekend: de historisch-geografische waarden (cultuurlandschap, structuren/lijnen en bijzondere punten); de historisch-stedenbouwkundige waarden (stedenbouwkundige opbouw en identiteit); de architectuurhistorische waarden (waardevolle kenmerken van gebouwen). Het voorliggend bestemmingsplan tast de cultuurhistorische waarden niet aan en levert een kwalitatieve bijdrage aan het historische karakter van de Kerkstraat. Ook zijn binnen het plangebied geen monumenten aanwezig. 4.1.3

Conclusie

De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Het plangebied wordt vrijgegeven ten aanzien archeologische verwachtingen.

4.2

Bodem

4.2.1

Wettelijk kader

Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er daardoor gezondheidsrisico's of ecologische risico's zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Op 1 juli 2012 zijn in Oost Gelre de Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart in werking getreden. De Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart zijn bedoeld om de omgang met grond goed te regelen. Op basis van de Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is het in veel gevallen mogelijk om het hergebruik van grond als bodem zonder extra keuringen toe te staan. Grondverzet op basis van Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is mogelijk binnen de volgende gemeenten: Aalten, Bronckhorst, Berkelland, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. De Nota Bodembeheer met bodemkwaliteitskaart vormt de basis van duurzaam bodembeheer binnen de regio Achterhoek. 4.2.2

Situatie plangebied

Door Rouwmaat Groep is een verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek in het plangebied verricht. Hieronder worden de onderzoeksresultaten puntsgewijs weergeven. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 2. Tevens werd op deze locatie een K-waarde onderzoek t.b.v. waterinfiltratie uitgevoerd, minstens twee boringen werden doorgezet tot 5,- m -mv voor inzicht in de laagopbouw. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: Er zijn zintuiglijke bijmengingen van baksteen en puin waargenomen; De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond en in het grondwater vormen vanuit WBB geen belemmering voor het toekomstige gebruik. De hypothese “De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht BJZ.nu Bestemmingsplannen

23

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

worden beschouwd” wordt grotendeels aangenomen. De bodemkwaliteit ter plaatse van boring 02 voldoet niet aan bodemkwaliteitsklasse Wonen, bij herinrichting/ gebruikswijziging dient hier rekening mee te worden gehouden. De in bijlage 3 van het onderzoek is met oranje aangegeven zone (± 215 m2 tot een diepte van 0,5 m) is op basis van het uitgevoerde onderzoek geclassificeerd als industrie. Deze grond zal door middel van sanering geschikt gemaakt dienen te worden. Sanering kan geschieden door afgraven of afdekken van de grond met een leeflaag of aaneengesloten duurzame verharding zoals kunstgras, klinkers, tegels enz. In dit geval is uitgraven het uitgangspunt. Na het uitgraven van de industriegrond dienen ter controle wand- en putmonsters genomen te worden alvorens de locatie met schone grond wordt aangevuld. Voorgaande dient in overleg met bevoegd gezag te gebeuren. In het grond(meng)monster van de bovengrond voldoen de aangetroffen gehalten PFAS aan de normering voor ‘vrije’ toepassing op land. 4.2.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10802429/1