bp hof aan de dijkstraat
Tekst van het document
4.10
Verkeer en parkeren
4.10.1 Inleiding Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd. 4.10.2 Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre De gemeente Oost Gelre beschikt over een eigen Nota Parkeernormen. De nota ‘Parkeernormen gemeente Oost Gelre’ is een nadere uitwerking van het parkeerbeleid zoals dat is opgenomen in het integraal verkeersprogramma. In deze nota is een eenduidig toepassingskader vastgelegd van de parkeernormen.
Tevens zijn in deze nota de toe te passen parkeernormen van de gemeente Oost Gelre vastgelegd. Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwbouw, verbouw, herontwikkeling etc.) kan extra parkeerbehoefte ontstaan. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeer-plaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de initiatiefnemer in principe op eigen terrein in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Op basis van het autobezit in Oost Gelre is ervoor gekozen om de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als uitgangspunt te hanteren. Bij de toekomstige werkwijze bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt de gemiddelde norm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. De normen zijn opgenomen in de nota. De parkeernormen zijn opgenomen per functie,
Toelichting (vastgesteld)
47
bestemmingsplan Dorpskern Lichtenvoorde, herziening Hof aan de Dijkstraat onderverdeeld naar de stedelijke zones: centrum Groenlo en Lichtenvoorde, schil rond centrum Groenlo en Lichtenvoorde, rest bebouwde kom (overige gebieden binnen de bebouwde kom van Groenlo en Lichtenvoorde evenals de kernen Zieuwent, Mariënvelde, Harreveld, Vragender en Lievelde) en buitengebied. In de normering is rekening gehouden met een aandeel van bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning. In de nota zijn ook richtlijnen gegeven voor bijvoorbeeld maatvoering van de parkeerplaatsen en de locatie van de parkeerplaatsen. Verder is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen. 4.10.3 Uitgangspunten In voorliggend geval is voor het aspect parkeren aangesloten bij de uitgangspunten van de Nota Parkeernormen Oost Gelre. Voor het aspect verkeersgeneratie is aangesloten bij de meest recente publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd. Verstedelijkingsgraad: Weinig stedelijk (bron Nota Parkeernormen Oost Gelre) Stedelijke zone: Centrum wonen, koop 2^1 kap (2 woningen) wonen, koop tussen/hoek (3 woningen) wonen, sociale huur/koop (20 woningen) 4.10.4 Situatie plangebied Parkeren In onderstaande tabel is de parkeerbehoefte van de ontwikkeling in beeld gebracht. Woningtype
Aantal
Kencijfer Gemiddelde parkeerbehoefte
Parkeerbehoefte incl. 0.3 pp voor bezoekers
Koop 2^1 kap
2
1,7
3,4
Koop tussen/hoek
3
1,5
4,5
Wonen, sociale huur/koop
20
1,3
26
Totaal
25
33,9
De 25 woningen genereren samen een parkeerbehoefte van afgerond 34 parkeerplaatsen. Zoals blijkt uit de stedenbouwkundige verkaveling zoals opgenomen in afbeelding 2.4 worden binnen het gebied in totaal 38 parkeerplaatsen aangelegd. Achter de koopwoningen aan de Koemstraat worden 14 haaksparkeervakken aangelegd. De twee buitenste hoekwoningen aan de Koemstraat krijgen verder ieder een eigen parkeerplaats. Aan de oostrand van het plangebied wordt eveneens een strook met 22 haaksparkeervakken gerealiseerd. Binnen het plangebied is op deze wijze voldoende parkeergelegenheid aanwezig. Door de ontwikkeling verdwijnt er openbare parkeergelegenheid voor het dorpscentrum van Lichtenvoorde. De parkeerbehoefte kan echter worden opgevangen door de parkeervoorziening bij de Hamalandhal. In het bestemmingsplan is conform het facetbestemmingsplan parkeren uit 2018 een parkeerregeling opgenomen, waarin wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Expliciet is aangegeven dat ook een rechtsopvolger het kader kan vormen. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader.
Verkeersgeneratie en ontsluiting In onderstaande tabel is de verkeersgeneratie van de ontwikkeling in beeld gebracht.
48
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dorpskern Lichtenvoorde, herziening Hof aan de Dijkstraat
Woningtype
Aantal
Kencijfer Gemiddelde verkeersgeneratie
Verkeersgeneratie
Koop 2^1 kap
2
7,6
15,2
Koop tussen/hoek
3
7,2
21,6
Wonen, sociale huur/koop
20
5,2
104
Totaal
25
140,8
De 25 woningen genereren samen een verkeersgeneratie van afgerond 141 voertuigbewegingen per weekdagetmaal. Per saldo zal de toename van het verkeer minder zijn, omdat de bestaande centrumfuncties in het plangebied verdwijnen. Het woongebied wordt voor autoverkeer ontsloten via een nieuwe ontsluitingsweg op de Koemstraat. De capaciteit van de in- en uitrit en de Koemstraat is van voldoende omvang om het verwachte aantal verkeersbewegingen veilig en eenvoudig te kunnen afwikkelen. Fietsers en voetgangers kunnen het plangebied via een verbinding naar de Dijkstraat (noordzijde) en de Koemstraat (zuidzijde) benaderen. 4.10.5 Conclusie Geconcludeerd wordt dat de aspecten parkeren, verkeersgeneratie en ontsluiting geen belemmeringen opleveren als gevolg van voorliggend voornemen.
4.11
Besluit Milieueffectrapportage
4.11.1 Wettelijk kader De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: 1. Een bestemmingsplan kan m.e.r.-plichtig zijn indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is; 2. Een bestemmingsplan kan m.e.r.-plichtig zijn indien sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit de onderdelen C en D overschrijden en waarbij het bestemmingsplan wordt genoemd in kolom 3 (plannen). 3. Een bestemmingsplan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn indien het bestemmingsplan wordt genoemd in kolom 4 (besluiten) en er sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit onderdeel C en D overschrijden. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel C is in dit geval sprake van een m.e.r.-plicht. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel D is het plan m.e.r.-beoordlingsplichtig. Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat voor bestemmingsplan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen in onderdeel D en beneden de drempelwaarden vallen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.(-beoordeling)
Toelichting (vastgesteld)
49
bestemmingsplan Dorpskern Lichtenvoorde, herziening Hof aan de Dijkstraat plaatsvinden. 4.11.2 Situatie plangebied Artikel 2.8 van de Wet Natuurbescherming Het plangebied ligt op enige afstand van Natura 2000-gebied (ca. 4,3 kilometer). Uit de stikstofberekening (Bijlage 5) is gebleken dat de ontwikkeling niet leidt tot een toename van stikstofdepositie. Van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied is geen sprake. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming is in verband met deze ontwikkeling dan ook niet noodzakelijk. Er is daarom geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen en vormt daarmee een besluit in het kader van het besluit me.r. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is er mogelijk sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject'. Het voornemen betreft de ontwikkeling van een nieuw woongebied met maximaal 25 woningen in het centrum van Lichtenvoorde. Het betreft hier een fysieke ontwikkeling.
Er is echter geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als genoemd in onderdeel D 11.2 van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Op grond van jurisprudentie vallen dit soort kleinere woningbouwontwikkelingen niet onder dit begrip. Hierbij zijn de volgende omstandigheden van belang: de woningen worden gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied; de woningen zijn gepland op de plek van bestaande (te slopen) winkelpanden en een bestaande parkeerplaats; het totale bebouwingsoppervlak neemt af als gevolg van deze ontwikkeling; op en in de omgeving van de te realiseren woningen is geen sprake van specifieke gebiedskenmerken, die aanleiding geven om te spreken van een verhoogde kwetsbaarheid. Het bestemmingsplan is daarom niet vanuit het spoor van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsplichtig. Er is op grond hiervan dan ook geen vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. 4.11.3 Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.(beoordelings)-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
50
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dorpskern Lichtenvoorde, herziening Hof aan de Dijkstraat
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
5.2
Opzet van de regels
5.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. 5.2.2
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 5.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in:
Toelichting (vastgesteld)
51
bestemmingsplan Dorpskern Lichtenvoorde, herziening Hof aan de Dijkstraat
Bestemmingsomschrijving: Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels: In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing aan moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd. Afwijken van de bouwregels (indien van toepassing): Op basis van deze regels hebben burgemeester en wethouders de bevoegdheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels in het plan. Nadere eisen (indien van toepassing): In de nadere eisen is bepaald dat burgemeester en wethouders met inachtneming van het elders het betreffende artikel bepaalde, nadere eisen kunnen stellen aan bebouwing. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (indien van toepassing): In deze regels is aangegeven welke werken of werkzaamheden verboden zijn om uit te voeren zonder een omgevingsvergunning. 5.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 8) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich bijvoorbeeld voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene bouwregels beschreven inzake ondergronds bouwen, het overschrijden van bouwgrenzen en afwijkingsbevoegdheden. Algemene gebruiksregels (Artikel 10) In dit artikel worden het strijdig en toegestaan gebruik in dit bestemmingsplan geregeld. Algemene afwijkingsregels (Artikel 11) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Onder meer kunnen de bestemmingsgrenzen van de bestemming wonen worden overschreden ten behoeve van een stedenbouwkundig gewenste invulling van de wijk. Algemene wijzigingsregels (Artikel 12) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om het plan in geringe mate aan te passen. Het gaat hierbij om bestemmings- of bouwgrenzen of het bouwen van gebouwen van openbaar nut.
Parkeerregelgeving (Artikel 13) In dit artikel is regelgeving opgenomen omtrent parkeren conform de nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre, dan wel haar rechtsopvolger.
52
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dorpskern Lichtenvoorde, herziening Hof aan de Dijkstraat
5.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
5.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. 'Groen' (Artikel 3) Deze bestemming is toegekend aan het groen in het middelgebied van het plangebied. De bestemming betreft gronden waarop uitsluitend groenvoorzieningen, paden, sport- en spelvoorzieningen, water e.d. zijn toegestaan. Deze gronden dienen een structureel groen karakter te hebben en behouden. 'Tuin' (Artikel 4) De gronden aan de voorzijde van de woningen hebben de bestemming 'Tuin' gekregen.
Hier is tuin en erf behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen woningen toegestaan met inbegrip van daarbij horende in- en uitritten en paden. Daarnaast zijn onder voorwaarden uitbouwen (erkers) aan de voorzijde toegestaan. 'Verkeer' (Artikel 5) De ontsluitingsweg en een groot deel van de paden in het plangebied hebben deze bestemming gekregen. Een deel van de achterpad is bij de bestemming 'Wonen' opgenomen. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, straten, pleinen, paden voor verkeer en verblijf; parkeervoorzieningen en fietsenstallingen; groenvoorzieningen; ondergrondse afvalcontainers; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; geluidswerende voorzieningen; nutsvoorzieningen en straatmeubilair; met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en verhardingen.
'Wonen' (Artikel 6) Deze bestemming is opgenomen voor de woningen binnen het plangebied en de bijbehorende achtertuinen. Voor de woningen aan de Dijkstraat, het middengebied en aan de Koemstraat zijn bouwvlakken opgenomen met onderling afwijkende bouwregels. Het gaat hierbij om aantallen woningen per bouwvlak en de bouw- en goothoogte. Aan de Dijkstraat worden aaneengebouwde huurwoningen toegestaan met een bouw- en goothoogte die overeenkomt met de bouw- en goothoogte die reeds geldt in de Dijkstraat. Via de aanduiding 'specifieke
Toelichting (vastgesteld)
53
bestemmingsplan Dorpskern Lichtenvoorde, herziening Hof aan de Dijkstraat vorm van wonen - sociale huurwoningen', gekoppeld aan de begripsomschrijving 'sociale huurwoning' is juridisch gewaarborgd dat hier sociale huurwoningen gebouwd worden. In het middengebied worden eveneens aaneengebouwde woningen toegestaan, maar hier geldt dat een lagere goot- en bouwhoogte van ten hoogste 3,5 respectievelijk 7,5 meter is opgenomen. Op deze wijze kunnen hier de gewenste seniorenwoningen worden gebouwd. Dit komt overeen met de visie Hof aan de Dijkstraat. Aan de Koemstraat worden zowel 2^1 kapwoningen als aaneengebouwde woningen (3^1 kap) toegestaan. Hier wordt aangesloten op de bouw- en goothoogte die reeds geldt voor andere bebouwing aan de Koemstraat. Verder is vastgelegd dat binnen het plangebied minimaal 12 sociale huurwoningen (huur onder de huurtoeslaggrens) worden gebouwd. Dit komt overeen met 60% van de woningen. Verder zijn binnen deze bestemming paden voor verkeer en verblijf; groenvoorzieningen, ondergrondse afvalcontainers, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, nutsvoorzieningen en straatmeubilair toegestaan.
In de bestemming is daarnaast de uitoefening van een aan huis verbonden beroep toegestaan, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en 100% van de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt met een gezamenlijk maximum van 50 m². De activiteit mag niet leiden tot belemmeringen voor de omliggende functies en geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer. Ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. In de bouwregels is onderscheid gemaakt tussen een hoofdgebouw (de woning) en bij het hoofdgebouw behorende bijbehorende bouwwerken. Het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, terwijl bijbehorende bouwwerken zowel binnen als buiten het bouwvlak zijn toegestaan, op minimaal 1 m achter de voorgevel van de woning. De maximaal toegestane goot- en bouwhoogte van de woning is op de verbeelding aangeduid evenals de toegestane bouwwijze(n) twee-aaneen, of aaneengebouwd.
'Waarde – Archeologische Verwachtingswaarde 2 (Artikel 7) Deze bestemming is opgenomen voor de strook daar de voormalige beek heeft gelegen. Uit het archeologisch onderzoek is gebleken dat de top van de beekvulling begint op 86 cm-mv. De opgenomen dubbelbestemming regelt dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen waarbij sprake is van het verrichten van bodemingrepen dieper dan 30 cm-mv de aanvrager een vervolgonderzoek dient uit te voeren, indien dat nog nodig mocht zijn. Voorafgaand aan gravend onderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat getoetst wordt door het bevoegd gezag en diens archeologisch adviseur.
54
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dorpskern Lichtenvoorde, herziening Hof aan de Dijkstraat
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Ter voldoening hieraan wordt het concept-ontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan de vooroverlegpartners. Hieronder worden de reacties uit het vooroverleg weergegeven. Provincie Gelderland De Hof aan de Dijkstraat is een inbreidingslocatie waar een ruimtelijk knelpunt wordt opgelost met dit woningbouwplan. En gebouwd wordt voor de doelgroepen. Dit plan is al jarenlang opgenomen in de gemeentelijke planningslijst. De provincie heeft inmiddels een subsidie Steengoed Benutten voor dit plan toegekend en geeft daarmee te kennen in te stemmen met het plan. Waterschap Rijn en IJssel Het waterschap is betrokken bij het opstellen van de waterparagraaf en de uitgangspunten. De gemaakte opmerkingen zijn hierin verwerkt. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 12 februari 2021 voor een termijn van zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen binnengekomen.
Ambtshalve aanpassing In het ontwerpbestemmingsplan is een ten aanzien van het benodigde aanvullende bodemonderzoek en de sanering van de bodem een aanpassing gedaan. De voorwaardelijke verplichting (artikel 6.4) voor het aanvullende bodemonderzoek en de sanering is minder specifiek gemaakt en verwijst nu naar een door bevoegd gezag voor sanering van de bodem goedgekeurd saneringsplan. Een directe verwijzing naar het uitgevoerde bodemonderzoek is komen te vervallen en daarom is ook het bodemonderzoek uit de bijlagen bij de regels verwijderd. Gelet op deze wijziging is er sprake van een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval zijn afspraken omtrent het kostenverhaal (waaronder planschade) vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen de gemeente Oost Gelre en WWW Ontwikkeling B.V. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van het plan verzekerd.
Toelichting (vastgesteld)
55
bestemmingsplan Dorpskern Lichtenvoorde, herziening Hof aan de Dijkstraat
56
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dorpskern Lichtenvoorde, herziening Hof aan de Dijkstraat
Bijlagen bij de toelichting
Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)
57
bestemmingsplan Dorpskern Lichtenvoorde, herziening Hof aan de Dijkstraat
Bijlage 1 Archeologisch onderzoek
58
Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde, Gemeente Oost Gelre
Opdrachtgever
Projectnummer
Kenmerk
Eindredactie/kwaliteitscontrole
Paraaf
l
Datum
05-09-2020
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
Colofon Opdrachtgever
WAM & VanDuren
Project
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde
Projectnummer
Titel
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde, Gemeente Oost Gelre
Datum en versie
05-09-2020 versie 1.2 (concept)
Auteurs
Kwaliteitscontrole Afbeelding voorzijde:
Luchtfoto (Archis)
2 van 41
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
Inhoud Samenvatting................................................................................................................................... 4 1.
2
3
4
Inleiding.................................................................................................................................... 6 1.1
Inleiding en onderzoekskader ......................................................................................... 6
1.2
Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek ............................................................ 7
1.3
Werkwijze Bureauonderzoek .......................................................................................... 7
1.4
Beleidskaders ................................................................................................................. 7
1.5
Administratieve gegevens ............................................................................................. 10
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel .............................................................................. 11 2.1
Landschapsgenese ....................................................................................................... 11
2.2
Historische ontwikkeling van het plangebied ................................................................ 16
2.3
Archeologische waarden .............................................................................................. 21
2.4
Archeologisch verwachtingsmodel ............................................................................... 23
Booronderzoek....................................................................................................................... 26 3.1
Werkwijze Booronderzoek ............................................................................................ 26
3.2
Resultaten ..................................................................................................................... 26
Conclusie en aanbeveling ...................................................................................................... 29 4.1
Conclusie ...................................................................................................................... 29
4.2
Selectieadvies ............................................................................................................... 29
4.3
Voorbehoud .................................................................................................................. 30
Gebruikte literatuur ........................................................................................................................ 31 Rapporten .................................................................................................................................. 31 Geraadpleegde websites ........................................................................................................... 31 BIJLAGEN ..................................................................................................................................... 32
3 van 41
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
Samenvatting Hamaland Advies heeft in opdracht WAM & VanDuren ten behoeve van de ontwikkeling een woonwijk aan de Dijkstraat een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op dit moment bevindt zich binnen het plangebied leegstaande bebouwing en een parkeerplaats. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 5.200 m2. De nieuwe ontwikkeling geeft een nog onbekende bodemverstoring. Maar verwacht mag worden dat de funderingen een vorstvrije diepte hebben tot in de natuurlijke ondergrond en daarmee zal de bodem verstoord worden. Op basis van de archeologische beleidskaart van gemeente Oost Gelre 1, blijkt dat het plangebied in twee verschillende verwachtingsgebieden ligt. Het grootste deel van het plangebied ligt in een gebied met AWV categorie 6 (geomorfologische eenheden met een plaggendek, gebieden met een hoge archeologische verwachting) en de zuidelijke en oostelijke rand van het plangebied ligt in een gebied met AWV categorie 10 (gebieden met een lage archeologische verwachting, verhoogde kans op archeologische off-site resten mogelijk goed geconserveerd; beekdalen). Aangezien het gebied met een lage verwachting grenst aan een gebied met een hoge verwachting kan het gezien worden als een hoge verwachting, aangezien de kans groot is dat er off-site resten van de hooggelegen delen aanwezig kunnen zijn.
Het plangebied heeft dus een hoge verwachting en er geldt daarom een verplichting voor onderzoek als de 100 m² en de diepte van 30 cm-mv voor bodemingrepen wordt overschreden.2 Daarnaast dient getoetst te worden of in het plangebied sprake is van de oude aanvoer van de Hofgracht (Verlengde van de Hofstraat.). Op basis van historische kaarten kon dit niet in voldoende mate vastgesteld worden. Bureauonderzoek Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied deels op een dekzandrug of -kop ligt en deels in een beekdal. Deze landschapsdelen worden respectievelijk bedekt met enkeerdgronden en beekeerdgronden. Op de enkeerdgronden is waarschijnlijk een esdek aanwezig wat dikker is dan 50 cm. Voor het deel van het plangebied op het dekzand geldt een hoge verwachting voor alle archeologische periodes en voor de delen in het beekdal geldt in principe een lage verwachting, maar aangezien het grenst aan een gebied met een hoge verwachting kan het gezien worden als een hoge verwachting, aangezien de kans groot is dat er off-site resten van de hooggelegen delen aanwezig kunnen zijn. Voor het hele plangebied geldt dus een hoge verwachting voor archeologische resten uit alle periodes, met de focus op off-site activiteiten voor de oostelijke en zuidelijk rand van het plangebied. Zie tabel 2 voor een gedetailleerde archeologische verwachting.
Uit het cartografische onderzoek blijkt dat het plangebied vanaf de 17de eeuw bebouwd is geweest en dat de huidige gebouwen onderkelderd zijn. Dit betekend dat het deel van het plangebied wat bebouwd is volledig verstoord is. De rest van het plangebied is nooit bebouwd geweest dus de kans is aanwezig dat er nog archeologische resten aanwezig zijn binnen dat deel van het plangebied. Onderzocht moet worden of de bodem in dit deel van het plangebied inderdaad nog intact is. Booronderzoek Uit de resultaten van het verkennend booronderzoek blijkt dat de basis van het bodemprofiel bestaat uit fijn dekzand van de Formatie van Boxtel (Laagpakket van Wierden). De top van het dekzand is aangetroffen op een diepte variërend van 75 cm-mv (boring 9) tot 90 cm-mv (boring 13). Op basis van eerdere onderzoeken en de resultaten van het bureauonderzoek werd de intacte top van het dekzand op 50 cm-mv verwacht. Dit betekend dat circa 40 cm van het oorspronkelijke dekzandpakket verdwenen is, vermoedelijk bij de aanleg van het parkeerterrein. Het dekzandpakket wordt afgedekt door een 75 cm tot 90 cm dik pakket grof zand met kiezels, grind en soms wat modern bouwpuin. Het plangebied is verhard met betonklinkers. Ter plaatse van boring 1 t/m 8 is onder de subrecente grove zandophoging sprake van de oude beekloop die in het verleden de Hofgracht gevoed heeft.
De beekvulling is aangetroffen vanaf een diepte van 86 cm-mv (boring 8) tot een maximale diepte van 205 cm-mv (boring 2) De vulling van de beek bestaat uit grijs/gele gevlekte sterk zandige en lemige klei (Formatie van Singraven) met brokken zwart veraard veen. In boring 2 bestaat de vulling van de voormalige beek (tussen 145 1 2
Boshoven en Keunen 2016. Boshoven en Keunen 2016.
©
4 van 41
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
cm-mv en 205 cm-mv) volledig uit bruin iets veraard veen met wat puinspikkels. Dit duidt erop dat de beek op een gegeven moment ‘verland’ is. De beekvulling is in de gehele boorraai (1 t/m 8) aanwezig. De randen van de beek konden niet onderzocht worden, doordat de boringen gezet zijn tot aan de wegvakken, waarin kabels en leidingen aanwezig zijn. Selectieadvies Alleen ter plaatse van de voormalige beekloop (zie bijlage 3) is vervolgonderzoek noodzakelijk, indien de bodemingrepen dieper reiken dan de top van de beekvulling (86 cm-mv). In dat geval adviseren wij om de geplande bodemingrepen archeologisch te laten begeleiden. Voorafgaand aan gravend onderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat getoetst wordt door het bevoegd gezag en diens archeologisch adviseur. Indien er ter plaatse van de voormalige beek geen bodemingrepen dieper dan 86 cm-mv plaatsvinden is geen vervolgonderzoek noodzakelijk, aangezien de vindplaats dan in situ behouden kan worden. Voor het overige deel van het plangebied dat buiten de beekloop gelegen is, adviseren wij volledige vrijgave. De bodem is hier reeds verstoord tot in de top van het onderliggende dekzand. Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden.
Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. De geplande bodemingrepen kunnen niet plaatsvinden, voordat het rapport is getoetst door het bevoegd gezag (gemeente Oost Gelre, en diens archeologisch adviseur(ODA). Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Oost Gelre (e-mail: hiervan per direct in kennis te stellen.
©
5 van 41
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
1.
Inleiding
1.1
Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht WAM & VanDuren ten behoeve van de ontwikkeling een woonwijk aan de Dijkstraat een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op dit moment bevindt zich binnen het plangebied leegstaande bebouwing en een parkeerplaats. Het plangebied heeft en oppervlakte van ca. 5.200 m2. De nieuwe ontwikkeling geeft een nog onbekende bodemverstoring. Maar verwacht mag worden dat de funderingen een vorstvrije diepte hebben tot in de natuurlijke ondergrond en daarmee zal de bodem verstoord worden. Op basis van de archeologische beleidskaart van gemeente Oost Gelre3, blijkt dat het plangebied in twee verschillende verwachtingsgebieden ligt. Het grootste deel van het plangebied ligt in een gebied met AWV categorie 6 (geomorfologische eenheden met een plaggendek, gebieden met een hoge archeologische verwachting) en de zuidelijke en oostelijke rand van het plangebied ligt in een gebied met AWV categorie 10 (gebieden met een lage archeologische verwachting, verhoogde kans op archeologische off-site resten mogelijk goed geconserveerd; beekdalen). Aangezien het gebied met een lage verwachting grenst aan een gebied met een hoge verwachting kan het gezien worden als een hoge verwachting, aangezien de kans groot is dat er off-site resten van de hooggelegen delen aanwezig kunnen zijn.
Het plangebied heeft dus een hoge verwachting en er geldt daarom een verplichting voor onderzoek als de 100 m² en de diepte van 30 cm-mv voor bodemingrepen wordt overschreden.4 Vanwege de overschrijding van de vrijstellingsgrens is door Hamaland Advies een bureauonderzoek conform de BRL 4002 en een booronderzoek conform de BRL 4003 uitgevoerd. Het bevoegd gezag, Gemeente Oost Gelre en de toetser namens de gemeente, de Omgevingsdienst Achterhoek, zullen de resultaten van het onderzoek toetsen.
Afbeelding 1: Uitsnede uit de topografische kaart met het plangebied in het rode kader (Pdok).
3 4
Boshoven en Keunen 2016. Boshoven en Keunen 2016.
©
6 van 41
Project Kenmerk
1.2
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Op basis van de verworven informatie wordt een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld.
1.3
Werkwijze Bureauonderzoek Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.1) en bestaat uit de volgende onderdelen: • Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01) • beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); • beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3); • beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijk kenmerken (KNA LSO4); • het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LSO5); • het opstellen van een standaardrapport (KNA LS06). Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. De gegevens voor het bureauonderzoek zijn in zijn algemeenheid ontleend aan: • • • • • • •
Archis3, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland; Geomorfologisch, geologische, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; Beschikbare lucht- en satellietfoto’s; Bodemkwaliteitsgegevens; Archeologische beleidskaart gemeente Oost Gelre5; Archeologische rapporten en publicaties van onderzoeken uit de omgeving; Archeologie met beleid, Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek;
Wij zijn de heer zeer erkentelijk voor de aangedragen aanvullende historische informatie over de beek die de voormalige Hofgracht gevoed heeft.
1.4
Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valetta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen 5
Roode, De, 2008.
©
7 van 41
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats. Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO-K).
Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van toepassing. De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: duiding van erfgoed in de Erfgoedwet, omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet.
Provinciaal Beleid Het provinciaal beleid van Gelderland t.a.v. cultuurhistorie en archeologische monumentenzorg is vastgelegd in het Cultuur- en erfgoedprogramma.6 Zij wil bewerkstelligen: • Versterken van de functionaliteit van erfgoed • Verbeteren van de uitvoeringskwaliteit door samenwerking in het erfgoednetwerk • Stimuleren van innovatie en nieuwe ontwikkelingen • Verankeren van de geschiedenis van Gelderland in de identiteit van de Gelderse regio’s • Versterken van de maatschappelijke rol van musea • Versterken van de presentatie van collecties beeldende kunst die verbonden zijn met onze provincie, de ‘Gelderse school’ • Stimuleren van kwalitatief hoogwaardig cultuuronderwijs op basisscholen.
Cultuureducatie heeft een vaste plek in het lesaanbod binnen het basisonderwijs • Stimuleren van cultuur- en erfgoedparticipatie In de programmaperiode 2017-2020 gaat de provincie aan de slag met: • Klimaat en duurzaamheid met betrekking tot onderhoud van erfgoed in de provincie; • Samenwerking met kennis- en onderwijsinstellingen zoals Universiteiten en Hogescholen over instandhoudingstechnologie (innovaties van materialen, methoden en technieken) • Archeologische en cultuurhistorische Waardenkaarten van gemeenten toegankelijk maken voor een breder publiek; • Actualisatie Kennisagenda Archeologie van Gelderland en samen met gemeenten implementatie van de Erfgoedwet; • Het actief omgaan met nieuwe opgaven zoals het (laten) verrichten van onderzoek leegstand van monumentaal vastgoed; • Inventarisaties groen, haalbaarheidsonderzoeken of strategische beheervisies, gemeentelijke visies; • Bescherming erfgoedwaarden door inzet deskundigheid en maatwerk in de regelgeving. Voor de Limes voorbereiding van de aanwijzing als Werelderfgoed; • Instandhouding en beleefbaar maken door afsprakenkaders met gemeenten, restauratie fysieke projecten, functieverandering en duurzaamheidsbevordering; • Programmatische samenwerking door een netwerk van alle relevante partijen;
6 www.gelderland.nl
©
8 van 41
Project Kenmerk
•
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
De uitvoering van projecten als de Vliegende startprojecten, Kennisagenda archeologie, Landgoederen en buitenplaatsen, Landgoed Sevenaer.
De archeoregio laat zich op het regionale niveau van Oost-Gelderland onderverdelen in vijf subgebieden op basis van de geomorfologische gesteldheid:7 • het plateau van Winterswijk (subregio 1) • het stuwwallandschap van Montferland (subregio 2) • het vlakke midden, het centrale dekzandlandschap (subregio 3) • het stuwwal- en dekzandlandschap van het stroomgebied van de Berkel (subregio 4) • het rivierenlandschap van de Oer-Rijn, de Oude IJssel en IJssel (subregio 5) Het plangebied ligt binnen subregio 1, zodat de provincie eventueel sturing geeft in het beleid. Het archeologisch beleidskader deelt Gelderland op in drie soorten archeologische gebieden: • A-gebieden: de Gelderse parels; • B-gebieden: de ruwe diamanten • C-gebieden: de rest van Gelderland. In de A-gebieden stuurt de provincie via onderhandeling en indien mogelijk via samenwerking, actief op bescherming, behoud door ontwikkeling en verantwoord onderzoek. In de B-gebieden laat de provincie de verantwoordelijkheid voor bescherming, behoud door ontwikkeling en verantwoord onderzoek in principe over aan de gemeente. De provincie neemt daarbij een stimulerende, faciliterende en adviserende rol in. In de C-gebieden ligt de verantwoordelijkheid voor de archeologie volledig bij de gemeente.
Het plangebied ligt in gebied A18, het gebied van de steilrand van het Winterwijk plateau zodat de provincie mede verantwoordelijkheid heeft voor het behoud van archeologisch waardevolle resten.
Gemeentelijk beleid Gemeente Oost Gelre beschikt over eigen archeologiebeleid. Er is een vastgestelde archeologische beleidskaart uit 20088 die gebruikt is als toetsingskader voor de archeologische verwachting. De gegevens van de kaarten van dit rapport zijn gebruikt in deze rapportage. In 2012 is er in opdracht van de gemeente in de Regio Achterhoek een nieuw afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek opgesteld. De richtlijnen van dit beleid zijn in het bij het opstellen van onderhavig onderzoek toegepast. Vanuit de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) zijn de Regio Archeologen van de Achterhoek ) betrokken bij de archeologische advisering.
7 http://www.gelderland.nl/4/Home/Kennisagenda-archeologieOostGelderland.html 8
Roode, de, 2008
©
9 van 41
Project Kenmerk
1.5
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied Opdrachtgever
WAM & VanDuren
Uitvoerder, Beheer en plaats documentatie
Hamaland Advies,
Bevoegd gezag
Gemeente Oost Gelre
Provincie, Gemeente, Plaats
Gelderland, Oost Gelre, Lichtenvoorde
Toponiem / Adres
D jkstraat
Kaartbladnummer 1:25000
41B
RD-coördinaten X,Y NO NW ZO ZW Centrumcoördinaat
©
236.277 444.967 236.205 444.953 236.291 444.890 236.234 444.883 236.251 444.925
Hoogte plangebied
Tussen 19,70 tot 20,00 m+NAP
Kadastrale gegevens
Lichtenvoorde, Sectie I perceel 5714 (deels), 759, 2244, 2243, 323, 760 en 761.
Onderzoekmeldingsnr.
4888873100
Oppervlakte plangebied
ca. 5.200 m2
Huidig grondgebru k
Parkeerplaats en bebouwing
Toekomstig grondgebruik
Bebouwing
Geomorfologie
Dekzandruggen -koppen en beekdalen
Bodemtype
Enkeerdgronden en beekeerdgronden
Grondwatertrap
VIb en IIIb
Geologie
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Periode
Laat-Paleolithicum t/m Nieuwe Tijd
10 van 41
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
2
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel
2.1
Landschapsgenese Geologie Het onderzoeksterrein is onderdeel van het oostelijk zandgebied9. In de laatste ijstijd, het Weichselien (120.000-11.700 jaar geleden) bereikte het landijs Nederland niet. Het landschap veranderde in een open taiga-achtig landschap met geïsoleerde bosopstanden, dwergstruiken, heide en kruiden. Gedurende het Weichselien raakten de diverse dalsystemen voor een belangrijk deel opgevuld met smeltwaterafzettingen, veen en klei. Tussen 32.500 en 19.000 jaar geleden werd het steeds droger en kouder. In uitgestrekte delen van de Achterhoek werd een dikke zwakgolvende deken van fijn stuifzand afgezet. Tussen 13.000 jaar en 11.500 jaar geleden werden veel dalen opgevuld met stuifzand. Dit werden later de belangrijkste woongebieden. Na de laatste IJstijd ontstond het huidige landschap, aanvankelijk bestaande uit heidevelden, broekgebieden en woeste gronden die vanaf de Vroege Middeleeuwen geleidelijk ontgonnen werden. Vanaf de late Middeleeuwen ontstonden hierop de plaggendekken. Er wordt gesproken van een enkeerdgrond wanneer het esdek dikker is dan 50 cm. Het plangebied bevindt zich in het dekzandlandschap dat tot het Oost-Nederlandse Plateau wordt gerekend.
Op de geologische kaart bestaat het plangebied uit het Pleistocene dekzandlandschap van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden (Bx5) en eventueel met fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6)10
Geomorfologie en bodem Op de Geomorfologische kaart van Archis311 is het plangebied niet gekarteerd omdat het buiten de bebouwde kom is gelegen (Afbeelding 2). Extrapolatie van de gegevens laat zien dat het plangebied in een gebied ligt met (gordel)dekzandwelvingen en dekzandruggen. De Landschappenkaart van Gemeente Oost-Gelre geeft een gedetailleerder beeld van het plangebied (Afbeelding 3). Deze kaart laat zien dat het grootste deel van het plangebied op dekzandruggen of -koppen ligt, afgedekt door en plaggendek wat dikker is dan 50 cm. De zuidelijke en oostelijke rand van het plangebied ligt volgens de kaart op een beekdalbodem zonder veen. Het plangebied is op de bodemkaart niet gekarteerd aangezien het binnen de bebouwde kom ligt (Afbeelding 4). Extrapolatie van de gegevens toont aan dat er veel verschillende bodemtypes rondom Lichtenvoorde aanwezig zijn. De twee types die het meest aanwezig zijn, zijn veldpodzolgronden (Hn21) en beekeerdgronden (pZg23). Uit de Landschappenkaart blijkt dat op de delen met dekzand van het plangebied enkeerdgronden aanwezig zijn en in de beekdalbodems beekeerdgronden.12
9
Berendsen, 2005. Berendsen, 2008. 11 Archis3 geomorfologie 2008. 12 Boshoven en Keunen 2016. 10
©
11 van 41
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
Afbeelding 2: Uitsnede uit de geomorfologische kaart met het plangebied in het rode kader (Archis3).
Afbeelding 3 Landschappenkaart van de Gemeente Oost-Gelre met het plangebied in het rode kader (Boshoven en Keunen 2016).
©
12 van 41
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
Afbeelding 4: Uitsnede uit de Bodemkaart met het plangebied in het rode kader (Archis3).
Grondwater De grondwatertrap is niet gekarteerd aangezien het plangebied binnen de bebouwde kom ligt. Ten noorden van het plangebied is sprake van grondwatertrap Vb wat betekend dat er een gemiddeld hoogste grondwaterstand (winter) tussen 25 en 40 cm-mv is en een gemiddeld laagste grondwaterstand (zomer) groter dan 120 cm-mv is. Ten zuiden van het plangebied is sprake van grondwatertrap IIIb wat betekend dat er een gemiddeld hoogste grondwaterstand (winter) tussen 25 en 40 cm-mv is en een gemiddeld laagste grondwaterstand (zomer) tussen 80 en 120 cm-mv is.
Hoogte Op het Actueel Hoogtebestand Nederland 13 is de NAP hoogte op het onbebouwde deel van het plangebied tussen de 19,70 meter +NAP en 20,00 meter +NAP (Afbeelding 4).
Afbeelding 5 AHN met het plangebied in het rode kader (ahn.nl).
13
©
Archis3.
13 van 41
Project Kenmerk
2.2
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
Historische ontwikkeling van het plangebied Het plangebied is op verschillende historische kaarten afgebeeld. Op de Hottingerkaart bevindt het plangebied zich net onder de historische kern van Lichtenvoorde tegen de uitvalsweg aan (Afbeelding 7). Op de kadastrale minuut van 1811-1832 ligt het plangebied op de percelen 596, 592, 593, welke in gebruik zijn als tuin en op perceel 587 wat in gebruik was als weiland. Daarbij kan toegevoegd worden dat een deel van het westelijke plangebied op het grondgebied van de Gereformeerde Pastorie ligt. Op de topografische kaart van 1886 is te zien dat het noorden van het plangebied bebouwd is (Afbeelding 9). Op de volgende historische kaarten veranderd er binnen het plangebied niet veel, maar de omgeving van het plangebied wordt langzaam volgebouwd (Afbeelding 10 t/m 12). Vanaf 1970 is te zien dat de huidige bebouwing geleidelijk vorm krijgt tot in 1988 wanneer de huidige bebouwing te zien is (Afbeelding 13 t/m 15). Uit gegevens van de Gemeente Oost-Gelre blijkt dat de huidige bebouwing onderkelderd is.
Afbeelding 7 Hottingerkaart van Lichtenvoorde het de locatie van het plangebied bij benadering in de rode cirkel (Versefelt 2003).
Afbeelding 8: Uitsnede uit het minuutplan 1811-1832 met de globale locatie van het plangebied in het rode kader (minuutplan Lichtenvoorde, Gelderland, sectie G, blad 02 (MIN05105G02)).
©
16 van 41
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
Afbeelding 9: Uitsnede uit het Bonneblad van 1886 met het plangebied in het rode kader (www.topotijdreis.nl).
Afbeelding 10: Uitsnede uit het Bonneblad van 1929 met het plangebied in het rode kader (www.topotijdreis.nl).
©
17 van 41
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
Afbeelding 11: Uitsnede uit het Bonneblad van 1937 met het plangebied in het rode kader (www.topotijdreis.nl).
Afbeelding 122: Uitsnede uit het Bonneblad van 1828 van de historische kern van Lichtenvoorde ten noorden van het plangebied, waarop nog een deel van het oorspronkelijke grachtensysteem van Het Hof zichtbaar is. (www.woonomgeving.nl). Het plangebied zelf is niet afgebeeld.
©
18 van 41
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
Afbeelding 133: Uitsnede uit het Bonneblad van 1955 met het plangebied in het rode kader (www.topotijdreis.nl).
Afbeelding 144 Uitsnede uit het Bonneblad van 1970 met het plangebied in het rode kader (www.topotijdreis.nl).
©
19 van 41
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
Afbeelding 15; Uitsnede uit het Bonneblad van 1975 met het plangebied in het rode kader (www.topotijdreis.nl).
Afbeelding 156; Uitsnede uit het Bonneblad van 1988 met het plangebied in het rode kader (www.topotijdreis.nl).
©
20 van 41
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
Tweede Wereldoorlog Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed15 is geen informatie aangegeven voor het plangebied. Er is daarom een lage verwachting op archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog.
2.3
Archeologische waarden In een straal van 200 meter om het plangebied zijn een aantal archeologische onderzoeken uitgevoerd (Afbeelding 17). Deze onderzoeken en vondstmeldingen uit de omgeving worden hieronder omschreven. Onderzoeken 2220974100 Dit onderzoek betreft een bureau- en booronderzoek door RAAP uit 2008. Uit het bureauonderzoek blijkt dat de bodem uit dekzandruggen of verspoelde dekzandvlaktes bestaat waar enkeerdgronden of beekeerdgronden op zijn afgezet. Voor het plangebied geldt een lage tot middelhoge verwachting. Uit het booronderzoek blijkt dat de bodem verstoord is en er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Vervolgonderzoek wordt dan ook niet aanbevolen.16 2117059100 Dit onderzoek is een niet-rapportplichtig bureauonderzoek door Synthegra en er is daarom geen rapport beschikbaar. 4614257100 Dit onderzoek betreft een bureau- en booronderzoek door KSP Archeologie uit 2018. Uit het bureauonderzoek blijkt dat de bodem van het plangebied bestaat uit dekzandwelvingen met daarop een esdek. Voor het plangebied geldt een lage verwachting tot de Nieuwe Tijd, waar een hoge verwachting voor geldt. Uit het booronderzoek blijkt dat er beekeerdgronden voorkomen binnen het plangebied en dat het plangebied grotendeels verstoord is.
Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen, maar voor het deel wat in de kern van Lichtenvoorde ligt worden er resten van historische gebouwen verwacht. Archeologische begeleiding voor dat deel van het plangebied wordt dan ook geadviseerd.17 2064652100 Dit onderzoek betreft een bureau- en booronderzoek uit 2005 door ADC Archeoprojecten. Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied een middelhoge verwachting heeft. Uit het booronderzoek blijkt echter dat de bodem tot 1,50 m-mv verstoord is en er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Vervolgonderzoek wordt dan ook niet aangeraden.18 2167588100 Dit onderzoek betreft een proefsleuvenonderzoek uit 2007 door Synthegra. Er is onderzoek gedaan naar het verloop van de stadsgracht. Deze is tijdens het onderzoek aangetroffen en aan de hand van het aardewerk gedateerd als 16de of 17de-eeuws.19 2208905100 Dit onderzoek betreft een archeologische begeleiding uit 2008 door ADC Archeoprojecten. Tijdens de begeleiding werden oude funderingen van een kosterij verwijderd en funderingssleuven uitgevragen. De bodem bleek uit dekzand te bestaan met daarboven een verrommeld esdek. 15
http://www.ikme.nl. Flokstra 2008. 17 Schorn 2018. 18 Sophie 2005. 19 Smole 2007. 16
©
21 van 41
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie Plangebied Dijkstraat te Lichtenvoorde :
Tijdens het onderzoek zijn een aantal inhumaties aangetroffen van een grafveld uit de Nieuwe Tijd en een gracht. Ook is een schedel aangetroffen met een kogelgat, aardwerk uit de Nieuwe Tijd en doodskistnagels.20 2124965100 Dit onderzoek betreft een bureauonderzoek uit 2006 door ADC Archeoprojecten. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het noordelijke deel van het plangebied op een oud kasteel terrein ligt, maar dit wordt niet bedreigd door de geplande verstoringen. Voor de rest van het gebied wordt een verkennend booronderzoek aangeraden.21 Vondstmeldingen 2813813100 Deze vondstmelding is gedaan in 1991 na een opgraving van de AWN. Tijdens deze opgraving is de stadsgracht aangetroffen met een onbekend aantal stukken aardewerk uit de Late Middeleeuwen B en de Nieuwe Tijd Vroeg en een bronzen grape uit de Nieuwe Tijd Vroeg aangetroffen.22 2898962100 Deze vondstmelding is gedaan in 1997 bij de stadsgracht. Er is een onbekend aantal stukken aardewerk aangetroffen uit de Late Middeleeuwen B en Nieuwe Tijd Midden waaronder een beker van industrieel wit. Daarnaast zijn er een Majolica bord en twee glazen uit de Nieuwe Tijd Midden aangetroffen. Ook is er een ijzeren mes uit de Nieuwe Tijd Vroeg aangetroffen.23