CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp bmx baan bijlage 2 toelichting

Gemeenteraad 22 november 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)’21.132 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

en is de waterdoorlatendheid (K-Waarde) op twee punten bepaald. Verkennend bodemonderzoek NEN5740 In het bovengrondmengmonster BM4 is een lichte verhoging PAK 10 VROM aangetroffen. In de overige boven- en ondergrondmengmonsters zijn geen verhogingen aangetroffen. Ter plaatse van de voormalige woontorens en voormalige zwembaden zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster Pb28wm1 is een lichte verhoging barium aangetroffen. In het grondwatermonster Pb18wm1 zijn matige verhogingen kobalt en barium aangetroffen, alsmede een sterke verhoging nikkel. Naar aanleiding van deze verhogingen is Pb18 opnieuw bemonsterd. Uit het analysecertificaat van het her-monster (Pb18wm2) blijkt dat er wederom matige verhogingen kobalt en barium zijn aangetroffen, alsmede een sterke verhoging nikkel. Formeel dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden om de omvang van de matige en sterke verontreiniging met kobalt, nikkel en barium in het grondwater te bepalen. Er zijn een aantal redenen om af te zien van een nader onderzoek: De onderzoekslocatie is niet verdacht voor de aanwezigheid van kobalt, nikkel en barium en er is geen aanwijsbare bron voor de sterke verhoging; In de boven- en ondergrond zijn geen verhogingen kobalt, nikkel en barium aangetroffen. De verhogingen kobalt, nikkel en barium in het grondwater zijn waarschijnlijk van nature aanwezig zijn op deze locatie.

Zware metalen kunnen tevens sterk in concentratie fluctueren. Binnen onderhavige onderzoekslocatie bevindt zich een bestaande peilbuis gesitueerd naast de chloor/natronloog opslag. De bestaande peilbuis hiervan is bemonsterd en geanalyseerd op de parameter chloride. In Pbbestaand wm1 is een concentratie chloride aangetroffen van 200 mg/l. In het onderzoek van Rouwmaat uit 2006 is een gehalte van 310 mg/l in het grondwater aangetroffen. Voor de parameter chloor is enkel een streefwaarde gedefinieerd (100 mg/l). Om een indicatieve achtergrondwaarde van chloride in dit gebeid vast te stellen is Pb28 bemonsterd en geanalyseerd op chloride. In pb28 is een concentratie van 24 mg/l chloride aangetroffen. Op basis van de genomen grondwatermonsters kan gesteld worden dat het chloride gehalte ter plaatse van de chlooropslagen enkele malen hoger is dan de indicatieve achtergrondwaarde (24 mg/ l van pb28)

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.) Tevens is de aangetroffen concentratie hoger dan de gestelde streefwaarde. De oorzaak van de verhoogde concentratie chloride kan waarschijnlijk gezocht worden in de calamiteit uit 2005 en/of de aanwezig chloor/natronloog opslag. De verhoogde concentratie chloride in het grondwater is niet significant verhoogd ten opzichte van de streefwaarde. Er worden geen nadelige effecten door deze verhoging verwacht. De grond wordt dus geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Waterbodemonderzoek NEN5720 De onderzoekslocatie bestaat uit twee deellocaties. Het betreft een relatief jonge vijver met oppervlaktewater en een gedeelte van de sloot langs de N18. De vijver is conform strategie ON onderzocht. Het gedeelte van de sloot conform strategie LN. In de vijver zijn 6 slibsteken uitgevoerd die samen zijn gevoegd in 1 mengmonster. De baggerspecie van onderzoekstraject SM1 is verspreidbaar op aangrenzende percelen. De baggerspecie is altijd toepasbaar op of in de land- en waterbodem en heeft de klasse 'schoon'. In de sloot zijn 10 slibsteken uitgevoerd die samen zijn gevoegd in 1 mengmonster. De baggerspecie van onderzoekstraject SM2 is verspreidbaar op aangrenzende percelen. De baggerspecie is altijd toepasbaar op of in de land- en waterbodem en heeft de klasse 'schoon'.

K-Waarde Uit de k-waarde bepalingen van de verschillende peilbuizen blijkt dat de waterdoorlatendheid ter plaatse van de meetpunten 28 en 31 geclassificeerd kan worden als goed. De keuze voor het juiste infiltratiesysteem en de dimensionering hiervan vallen buiten de scope van dit onderzoek. Ten behoeve van een goede infiltratiecapaciteit dient de waterdoorlatendheid minimaal 1m/etm te bedragen. Ter plaatse van meetpunt 28 en 31 is de k-waarde voldoende om infiltratie toe te passen. Funderingslaag NEN 5897 Tijdens het veldwerk is een funderingslaag aangetroffen. Deze funderingslaag bevindt zich ten oosten van de huidige vijver. Zintuiglijk is in deze funderingslaag geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De funderingslaag is in de tweede fase van het onderzoek onderzocht. Ter plaatse van de funderingslaag zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. In de mengmonsters is analytisch geen asbest aangetoond. 4.2.3

Conclusie

Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek binnen de kaders van NEN5720, NEN5740 en NEN5897 voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.3

Water

4.3.1

Wettelijk kader

Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het thema watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden-Bergen-Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.) uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft het waterschap naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd. De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen. Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.

In de stroomgebiedsvisie (Provincie Gelderland in nauwe samenwerking met de waterschappen en de Directie Oost-Nederland van Rijkswaterstaat) staan zowel bestaand beleid als suggesties voor nieuw waterbeleid, waarbij de nadruk ligt op de ruimtelijke aspecten van dit waterbeleid. De stroomgebiedsvisie geeft inzicht in de aard en omvang van de wateropgaven die relevant zijn. Het accent in de wateropgaven voor de Achterhoek en Liemers ligt op het voorkomen van wateroverlast en herstel c.q. bescherming ecologisch waardevolle wateren en natte landnatuur. Ter voorkoming van huidige en toekomstige wateroverlast is in en langs bestaande waterlopen naar oplossingen gezocht (verbreden, verondiepen, hermeanderen). Het beleid gaat uit van: een goede kwaliteit van het water (grond- en oppervlaktewater); water meer ruimte geven; versterken van de ecologische waarden; creëren van een vitaal watersysteem Specifiek voor het stedelijk gebied is het volgende van belang: De waterketen moet worden geoptimaliseerd (meer afkoppelen en infiltreren). In het GRP wordt hiertoe een aanzet gegeven; Kwaliteit oppervlaktewater en waterbodem: Saneren overstorten en afkoppeling en ontlasting van het riool; Wateroverlast in stedelijk gebied: reguleren van de piekafvoeren door middel van het vasthouden van het water bovenstrooms, actief stuwbeheer, extra retentie en herverdeling van het water. 4.3.2

Waterparagraaf

4.3.2.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 4.3.2.2 Situatie plangebied Het waterschap Rijn en IJssel is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording hiervan heeft er toe geleid dat de zogenaamde 'normale procedure' van toepassing is. Op basis van de locatie en gegeven antwoorden blijkt dat waterschapsbelangen worden geraakt. De bij het plan behorende watertoetsresultaat is opgenomen in Bijlage 3 bij deze toelichting.

De plannen zijn voor advies naar het waterschap toegestuurd en reeds besproken. In dit geval is door

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.) Civicon specifiek voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling een waterparagraaf opgesteld waarin nadrukkelijk wordt ingegaan op de wateraspecten in relatie tot het plangebied. Hierna wordt kort ingegaan op de belangrijkste aspecten. Voor het de volledige waterparagraaf wordt verwezen naar Bijlage 4 bij de toelichting. Wateraspecten Riolering en Afvalwaterketen In en nabij het plangebied is geen persleiding van het waterschap gelegen. Binnen het plangebied is echter wel een warmteleiding aanwezig. De leiding loopt van de rioolzuivering Lichtenvoorde naar het zwembad Meekenesch (en retour). Wateroverlast (oppervlaktewater) Door de ontwikkelingen in het plangebied neemt het verhard oppervlak toe met ongeveer 1.400 m2. Om wateroverlast te voorkomen wordt het hemelwater niet afgevoerd naar het rioolstelsel maar volgens de trits vasthouden - bergen – afvoeren behandeld. Het hemelwater van de parkeerplaatsen en voetpaden wordt ter plaatse geïnfiltreerd en geborgen in de halfverharding. Bij heftige regenval stroom het water af naar de bermen. Een klein deel van de halfverharding, ongeveer 300 m2, kan niet afstromen naar de bermen en voert via de kolken van het hemelwaterriool af naar de retentie. Op deze manier wordt het hemelwater zoveel als mogelijk vastgehouden daar waar het valt.

De bestaande retentie wordt gedempt. Ter compensatie wordt er een nieuwe retentie aangelegd aan de zijde van de N18. De waterspiegel van de nieuwe retentie is ongeveer gelijk aan de waterspiegel van de bestaande retentie. De nieuwe retentie krijgt een geknepen afvoer naar de bestaande sloot langs de N18. Het hemelwater, op het terrein, van de nieuwe fietscrossbaan wordt geborgen op eigen terrein. Oppervlaktewaterkwaliteit Vanuit het plangebied wordt hemelwater via een hemelwaterriool geloosd op de nieuwe retentie (zie ook wateroverlast). Het plan maakt geen functies mogelijk die tot verslechtering van de waterkwaliteit leiden. Grondwateroverlast In het plangebied bevinden zich slecht doorlatende lagen. Om grondwateroverlast in de toekomstige situatie te voorkomen, wordt aanbevolen om slecht doorlatende lagen te doorbreken met bijvoorbeeld verticale zandsleuven. Bij de uitwerking van de plannen wordt de bestaande (grond)wateroverlast bij de Eschpark 5 verder onderzocht. Om grondwateroverlast door het dempen van de waterlopen te voorkomen zijn de volgende maatregelen genomen. De te dempen bestaande retentie wordt gecompenseerd. De waterspiegel van de nieuwe retentie is ongeveer gelijk aan de waterspiegel van de bestaande retentie. De nieuwe retentie krijgt een geknepen afvoer op de bestaande sloot langs de N18.

Inrichting en beheer De voorgenomen ontwikkelingen zijn geen belemmering voor het reguliere beheer en onderhoud van de retentie. De inrichting van- of aanpassingen aan de retentie worden in overleg met het waterschap bepaald. Het oppervlaktewaterpeil wordt binnen gewenste of vastgestelde marges gehandhaafd. De nieuwe retentie wordt voorzien van voldoende brede onderhoudsstroken. Volksgezondheid Delen van de nieuwe retentie, waar een continue waterspiegel gewenst is, moeten dusdanig ingericht worden dat er ten tijde van droogte voldoende waterdiepte aanwezig is om de waterkwaliteit te waarborgen. Om het risico op verdrinking te beperken, worden er zeer flauwe taluds aangebracht. 4.3.3

Conclusie

Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)

4.4

Geluid

4.4.1

Kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidsgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 4.4.2

Situatie plangebied

Voorliggende ontwikkeling voorziet niet in de realisatie van geluidgevoelige objecten. Nadere toetsing van het initiatief aan de Wet geluidhinder kan achterwege blijven. Daarnaast wordt opgemerkt dat er sprake is van gebouw waar geen sprake is van permanent langdurig verblijf. Voor wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe functie (en omgekeerd) wordt verwezen naar de paragraaf 4.7, waar nader op het aspect milieuzonering wordt ingegaan. 4.4.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoering van het voorgenomen plan.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Wettelijk kader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); 4.5.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.) betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.5.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.5.2

Situatie plangebied

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een herontwikkeling van het plangebied waarbij een BMX-baan wordt gerealiseerd. Via de NIBM-tool berekening is onderzocht of de ontwikkeling wel of niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In deze berekening zijn 160 vervoersbewegingen per weekdag ingevoerd (meer dan verwacht, er is immers niet iedere weekdag sprake van 160 verkeersbewegingen). De berekening laat het volgende beeld zien:

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)

De ontwikkeling is aan te merken als een project dat “niet in betekenende mate bijdraagt” aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat de nieuwe functies in het plangebied niet worden aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 4.5.3

Conclusie

Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.6

Ecologie

4.6.1

Inleiding

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming en het Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort. In navolgende paragrafen wordt eerst ingegaan op gebiedsbescherming en vervolgens op soortenbescherming. 4.6.2

Gebiedsbescherming

4.6.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. De locatie ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt ten oosten van het plangebied op circa 4,8 kilometer afstand. Dit betreft het Natura 2000-gebied “Korenburgerveen”. Van directe negatieve effecten (bijv. geluid/verlichting) op Natura 2000-gebied is gelet op de onderlinge afstand geen sprake. Naast directe negatieve effecten dient tevens de mogelijke toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden onderzocht te worden. Er is daarom door BJZ.nu een stikstofdepositieberekening gemaakt met behulp van de AERIUS Calculator. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 5. Hieronder worden de conclusies weergegeven. Uit de AERIUS-berekening blijkt ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling er geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden.

Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 4.6.2.2 Gelders Natuurnetwerk De gebieden van het Natuurnetwerk Nederland worden in de provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk genoemd. In het Gelders Natuurnetwerk komen twee natuurcategorieën voor: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Gelderse Groene Ontwikkelingszone (GO). Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het GNN bestaat uit alle bestaande natuur en een zoekgebied voor nog te realiseren nieuwe natuur. In het GNN geldt: in de basis hier geen nieuwe initiatieven. Er zijn enkele uitzonderingen mogelijk. Dat zijn ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor - overtuigend gemotiveerd – 34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.) geen alternatieven bestaan. Voor dergelijke uitzonderingen gelden specifieke spelregels die garanderen dat het Gelders Natuurnetwerk in stand blijft (het nee, tenzij principe). Dat betekent dat hier geen ruimte is voor nieuwe projecten die de aanwezige en potentiële natuurwaarden significant aantasten. Groene Ontwikkelzones (GO) De GO is een gebied waar partners en partijen worden uitgenodigd om actief 'groene' doelen mee te helpen realiseren. Er is in dit gebied ruimte voor de verdere ontwikkeling van bestaande en bij het gebied behorende bedrijvigheid of bewoning. Afhankelijk van het type en de schaal van de ontwikkeling vraagt de provincie om een (extra) bijdrage te leveren aan de GO. Het plangebied ligt niet in het GNN of in een GO. Op enige afstand van het plangebied (vanaf ruim 600 meter) bevindt zich het landgoed De Voshutten en diverse bospercelen aan de Voshuttedijk welke zijn aangewezen als bestaande natuur binnen het GNN. Verschillende agrarische percelen en houtige lijnvormige elementen rondom Lichtenvoorde zijn aangewezen als ecologische verbindingszone in de vorm van GO's. 4.6.3

Soortenbescherming

Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. In dit geval is door Staring advies een Quickscan natuurtoets en een aanvullend onderzoek naar natuurwaarden voor het plangebied uitgevoerd. Hieronder worden de onderzoeksresultaten weergegeven. De volledige rapportages zijn opgenomen in Bijlage 6 en Bijlage 7. 4.6.3.1 Quickscan natuurtoets Aanvullend onderzoek is noodzakelijk voor de volgende soorten: Kleine marterachtigen Vleermuizen (foerageergebied en vliegroute) Poelkikker Knoflookpad Er dient verder rekening te worden gehouden met overige broedvogels. Activiteiten dienen bij voorkeur buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart worden, waarbij voorkomen wordt dat broedvogels zich vestigen in het plangebied. Werkzaamheden mogen in het broedseizoen plaatsvinden, zo lang er maar geen broedvogels verstoord worden.

4.6.3.2 Aanvullend onderzoek natuurwaarden Uit het aanvullend onderzoek is gebleken dat er zich geen vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van kleine marterachtigen, (essentieel) foerageergebied en vliegroute van vleermuizen en voortplantingswateren voor knoflookpad en poelkikker in het plangebied bevinden. Tevens maakt het plangebied geen deel uit van het functioneel leefgebied van kleine marterachtigen, poelkikker en knoflookpad. De geplande werkzaamheden zullen geen verblijfplaatsen of functionele leefgebieden van deze soort(groep)en aantasten. Het aanvragen van een ontheffing en/of het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen is daarom niet noodzakelijk ten aanzien van deze soort(groep)en. Men dient wel rekening te houden met nabijgelegen essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen, in de vorm van een essentieel foerageergebied en een vliegroute van de gewone dwergvleermuis en de aanwezige paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis. Er dient daarnaast ook rekening te worden houden met aangetroffen algemene grondgebonden zoogdieren, amfibieën en broedvogels. Verstorende werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen (globaal van 15 maart tot 15 juli) te worden uitgevoerd.

Om eventuele aantasting van de essentiële onderdelen van vleermuizen in de omgeving te voorkomen en verstoring / doden van individuen van aangetroffen algemene grondgebonden zoogdieren, amfibieën en broedvogels wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld. In dit document staan de te nemen

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.) maatregelen voorgesteld om negatieve effecten op overige soorten te voorkomen of te verzachten. 4.6.4

Conclusie

Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.7

Bedrijven en milieuzonering

4.7.1

Kader

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met afstemming tussen gevoelige functies en milieuhinderlijke functies. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe en bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de afstemming tussen functies kunnen de richtlijnen in de VNG-handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) gehanteerd worden om de afstand te bepalen tussen woningen en de verschillende bedrijfscategorieën. Deze afstemming beperkt zich tot de volgende milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. 4.7.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' wordt een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het omgevingstype 'gemengd gebied' wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Het plangebied ligt in een gebied waar sprake is van functiemenging. Er zijn onder meer kantoren, maatschappelijke functies, een zwembad, een busstation, sportvelden, doorgaande wegen en woonfuncties aanwezig. Daarnaast ligt ten noorden van het plangebied de N18, die wordt aangemerkt als hoofdinfrastructuur. In het bestemmingsplan is bepaald in hoeverre de nieuwe voorziening het woon- en leefklimaat van omliggende woningen onevenredig nadelig beïnvloed. Om dit te bepalen is van belang in welk gebiedstype de woningen liggen. Gemengd gebied De woningen aan de Kerkhoflaan 7 en 9 liggen in een gemengd gebied. Direct naast of op korte afstand zijn andere functies gelegen en daarnaast geldt voor deze woningen dat ze binnen de invloedssfeer van de N18 zijn gelegen.

De N18 kent een etmaalintensiteit van circa 16.260 motorvoertuigbewegingen per etmaal (peiljaar 2026) en is daarmee hoofdinfrastructuur als bedoeld in de VNG-Brochure 'Bedrijven en milieuzonering'' . Uit een akoestisch onderzoek d.d. 21 november 2015, wat is uitgevoerd voor de Kerkhoflaan 11, blijkt dat de geluidsbelasting inclusief aftrek 53 dB is. Hieruit blijkt dat ook voor de Kerkhoflaan 9, hoewel deze woning op grotere afstand is gelegen van de N18 een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde (48 dB) te verwachten valt en daarmee dus een verhoogde milieubelasting kent, die de toepassing van gemengd gebied rechtvaardigt. Rustige woonwijk De woningen ten zuiden van de Kerkhoflaan liggen een gebied, waar de woonfunctie dominant aanwezig is. In deze woonwijk komen geen andere functies voor. Voor de woningen in deze woonwijk wordt in het kader van de toetsing uitgegaan van het gebiedstype 'rustige woonwijk'. Hierna zijn de richtafstanden behorende bij de gebiedstypen aangegeven.

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)

4.7.3

Situatie plangebied

4.7.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). 4.7.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. In dit geval wordt een BMX-baan toegevoegd. Een dergelijke functie wordt niet genoemd in de basiszoneringslijst uit de VNG-uitgave. Daarom is aangesloten bij de omschrijving die het meest passend is, namelijk een veldsportcomplex (milieucategorie 3.1). Voor deze functie geldt een richtafstand van 50 meter op basis van het omgevingstype 'rustige woonwijk' voor het aspect 'geluid'. Voor gemengd gebied mag de afstand van geluid conform de systematiek van de VNG Brochure gereduceerd worden tot 30 meter. Voor de overige aspecten (geur, stof en gevaar) gelden geen richtafstanden. Kerkhoflaan 7 en 9 Omdat het in dit geval gaat om het omgevingstype 'gemengd gebied' mag de richtafstand worden gereduceerd naar 30 meter.

In dit geval bedraagt de afstand van de bestemmingsgrens 'Sport', die in onderhavig bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt, tot de woningen aan de Kerkhoflaan 7 en 9 respectievelijk 31 en 50 meter. Hiermee wordt voldaan aan de (gereduceerde) richtafstand. Hiermee wordt conform VNG-Brochure voldaan aan het principe van een goede ruimtelijke ordening. Overige woningen Voor deze woningen geldt een richtafstand van 50 meter van de bestemmingsgrens 'Sport' tot de gevel van woningen. De grens van de bestemming 'Sport' is op alle punten op 50 meter of meer gelegen van omliggende woningen ten zuiden van de Kerkhoflaan. Aan de richtafstand wordt dus voldaan, hetgeen in beginsel uitwijst dat aan het principe van een goede ruimtelijke ordening wordt voldaan. Akoestisch onderzoek Omdat de BMX-baan echter niet 1 op 1 vergelijkbaar is met ieder veldsportcomplex is volledigheidshalve vanuit een goede ruimtelijke ordening door Van der Boom adviesbureau een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hierin is de geluidsbelasting als gevolg van de BMX-baan op de omliggende woningen in beeld gebracht. Hierna wordt nader ingegaan op de belangrijkste uitkomsten uit het onderzoek. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar Bijlage 8 bij deze toelichting. Onderzoeksresultaten Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.) Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT ten gevolge van alle activiteiten bij de fietscrossbaan bedraagt tijdens trainingen in de immissiepunten 1-8 bij de woningen en het gezondheidscentrum hooguit 32 dB(A) overdag en 41 dB(A) in de avond. Daarmee worden de richtwaarden uit de VNG-uitgave niet overschreden. Er is dus sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Tijdens wedstrijden (circa 8x per jaar) ligt de geluidbelasting op 59 dB(A) overdag, waarbij de muziek maatgevend zal zijn. Maximale geluidniveaus De maximale geluidniveaus LAmax ten gevolge van de fietsers en het starthek bedragen in de immissiepunten bij de woningen en het gezondheidscentrum hooguit 59 dB(A) overdag en 59 dB(A) in de avond. Daarmee worden de richtwaarden uit de VNG-uitgave niet overschreden. Ruimtelijke toets De richtwaarden voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus worden bij de woningen tijdens trainingen niet overschreden. Er is dus sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De wedstrijden leiden tot hogere geluidbelastingen dan de richtwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT ten gevolge van de omroep/muziekinstallatie, maar deze wedstrijden komen sporadisch voor.

In regels van het bestemmingsplan is het volgende opgenomen: De geluidbelasting in de dagperiode (7:00 uur - 19:00 uur) veroorzaakt door het fietscrossterrein, mag niet meer mag bedragen dan een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 50 dB(A) en een maximaal piekniveau van 70 dB(A) op de gevels van de woningen Kerkhoflaan 7 en 9 en een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 45 dB(A) en maximaal piekniveau van 65 dB(A) op de gevels van overige woningen. De geluidbelasting in de avondperiode (19:00 uur - 23:00 uur) veroorzaakt door het fietscrossterrein, mag niet meer bedragen dan een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 45 dB(A) en maximaal piekniveau van 65 dB(A) op de gevels van de woningen Kerkhoflaan 7 en 9 te Lichtenvoorde en een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 40 dB(A) en maximaal piekniveau van 60 dB(A) op de gevels van overige woningen. Tijdens de wedstrijden overschrijdt het berekende langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ter plaatse van enkele toetspunten (hoogstens 59 dB(A)) de richtwaarden uit de VNG-uitgave. Volgens jurisprudentie is het toelaatbaar dat maximaal 12 keer per jaar, en maximaal één etmaal per keer wordt afgeweken van de representatieve bedrijfssituatie (RBS). Dit heet het 12 dagen-criterium.

Dit criterium biedt de mogelijkheid om maximaal 12 keer per jaar activiteiten uit te voeren die meer geluid veroorzaken dan de activiteiten uit de RBS. Dit zijn incidentele bedrijfssituaties. In de regels van dit bestemmingsplan is hiertoe opgenomen dat maximaal 12 dagen per jaar een hoger langtijdgemiddeld beoordelingsniveau tot maximaal 70 dB(A) in de dagperiode is toegestaan. Door een geluidsniveau tot 70 dB(A) op te nemen, is er geborgd dat er ook tijdens de incidentele bedrijfssituatie geen onevenredige hinder plaatsvindt naar de omgeving. Uit het akoestisch onderzoek naar de effecten van de omroep/muziekinstallatie bij de BMX-baan blijkt dat er sprake is van een aanzienlijk lagere geluidsbelasting dan 70 dB(A). Maatregelen terras / afscherming Door geen muziek toe te staan op het terras en een afscherming te plaatsen bij het starthek is de geluidbelasting op de omgeving al fors beperkt. Een grondwal aan de zuidzijde is ook onderzocht, maar kent een relatief beperkt effect, waarbij nog niet wordt voldaan aan de richtwaarden voor de wedstrijden. Aangezien deze wedstrijden een beperkt aantal keer per jaar plaatsvinden, is een maatregel in de vorm van een grondwal aan de zuidzijde buitenproportioneel voor een beperkt resultaat. Verkeersaantrekkende werking De 50-dB(A)-contour ten gevolge van verkeer van en naar de inrichting ligt tijdens trainingen op 4 meter van de wegas.

De geluidbelasting op de woningen langs de weg - binnen de invloedssfeer van de BMX-baan - ligt onder de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Gezien de bouwkundige staat van de woningen kan worden uitgegaan van een geluidwering van de gevels van minimaal 20 dB(A), waarmee de binnenniveaus van de woningen aan de wettelijke eis van 35 dB(A) kunnen voldoen.

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)

Conclusie Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan tijdens trainingen worden gegarandeerd. De muziekgeluidniveaus tijdens wedstrijden voldoen niet maar vinden incidenteel plaats. Deze geluidniveaus kunnen worden beperkt door richtingsgevoelige luidsprekers aan de zuidzijde te plaatsen (die noordwaarts zenden) en deze op het middenterrein te plaatsen. In de regels van het bestemmingsplan wordt opgenomen dat moet worden voldaan aan de richtwaarden uit de VNG-uitgave. Maximaal 12 dagen per jaar kan hiervan worden afgeweken voor een LAr,LT tot maximaal 70 dB(A) tijdens de dagperiode. 4.7.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande milieubelastende functies in de omgeving of dat de ontwikkeling leidt tot belemmeringen in de bedrijfsvoering van de bestaande functies. In dit geval wordt niet voorzien in het toevoegen van nieuwe (milieu)gevoelige functies als bedoeld in de VNG Brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Het voornemen leidt dus niet tot aantasting en/of belemmering van de bedrijfsvoering van omliggende milieubelastende functies. 4.7.4

Conclusie

De woningen aan de Kerkhoflaan 7 en 9 liggen in een gemengd gebied, de overige woningen vallen onder een rustige woonwijk. Een BMX-baan wordt vergelijkbaar geacht met een veldsportcomplex, milieucategorie 3.1. Aan de richtafstanden, behorende bij zowel rustige woonwijk als gemengd gebied, wordt voldaan. Dit is een eerste indicatie dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Volledigheidshalve is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat tijdens trainingen aan de richtwaarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT wordt voldaan en dat ook de maximale geluidsniveaus voldoen. Tijdens wedstrijden voldoet het langtijdgemiddelde niveau niet, waarbij de muziek maatgevend is. De maximale geluidsniveaus tijdens wedstrijden voldoen wel. Omdat de wedstrijden een incidentele bedrijfssituatie omvatten (hoogstens dan 12x per jaar), wordt dit geluidsniveau aanvaardbaar geacht. Het aspect milieuzonering vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.8

Externe veiligheid

4.8.1

Wettelijk kader

Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen.

Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.) jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. 4.8.2

Gemeentelijk externe veiligheidsbeleid

De gemeente Oost Gelre heeft in 2008 een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten. 4.8.3

Situatie plangebied

Door de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) is de situatie omtrent externe veiligheid beoordeeld. De omgevingsdienst heeft hierbij getoetst aan de volgende wet- en regelgeving: Voor inrichtingen (bedrijven): besluit Externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de bijbehorende regeling en de circulaire effectafstanden LPG-tankstation; Voor transportroutes over weg, water en spoor: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); Voor buisleidingen: het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); Het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Oost Gelre. De BMX-baan wordt beschouwd als een beperkt kwetsbaar object als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. In dit geval wordt er vanuit gegaan dat er sprake is van zelfredzame mensen in het plangebied. Omdat er gemiddeld meer dan 10 personen verblijven in het plangebied, is sprake van een groepsrisico. Met behulp van de Signaleringskaart externe veiligheid is gekeken naar de risico's in de omgeving van het planinitiatief. De signaleringskaart externe veiligheid is een door de provincie Gelderland in samenwerking met de Gelderse omgevingsdiensten opgestelde verbeterde versie van de risicokaart. Afbeelding 4.1 geeft een uitsnede van de signaleringskaart. Op deze kaart zijn de aanwezige risicobronnen weergegeven met de bijbehorende contouren en afstanden tot het plangebied (rode marker).

Het plangebied ligt in de nabijheid van één risicobron, te weten de N18.

40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)

Afbeelding 4.1: Uitsnede signaleringskaart externe veiligheid (Bron: ODA) De provinciale weg N18 (Besluit en Regeling externe veiligheid transportrisico’s) Het plangebied ligt op een afstand van circa 120 meter van de provinciale weg N18. Conform de Regeling Basisnet rijden over de N18 1.000 transporten met gevaarlijke stoffen in gasfase (GF3). De N18 heeft geen PR 10-6 contour en geen plasbrandaandachtsgebied. Conform de Handleiding Risico Analyse Transport heeft de provinciale weg een maximale effectafstand van 355 meter. Omdat de nieuwe activiteit binnen de 200 meter zone ligt, is conform artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. In artikel 8, lid 2 van het Bevt, zijn voorwaarden opgenomen in welke gevallen een beperkte verantwoording kan worden toegepast. Dit is het geval indien sprake is van een groepsrisico dat lager is dan 0,1 x OW. De Handleiding Risico Analyse Transport geeft vuistregels wanneer de waarde van 0,1 x OW wordt overschreden.

Voor een weg buiten de bebouwde kom, waarbij sprake is van hoofdzakelijk eenzijdige bebouwing en een afstand van 30 meter tot de as van de weg, dient bij 1.000 transporten met gevaarlijke stoffen sprake te zijn van een langdurige aanwezigheid met een personendichtheid van > 90 personen per hectare, wil sprake zijn van een groepsrisico dat hoger ligt dan 0,1 x OW (bron: Handleiding Risico Analyse Transport, bijlagen tabel 1-6). Conform de handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico, ligt deze bevolkingsdichtheid tussen een drukke woonwijk (70 personen/ha) en stadsbebouwing met hoogbouw (120 personen/ha) in. Deze gemiddelde dichtheid zal in het plangebied met omgeving jaarrond niet gehaald worden. Er is derhalve sprake van een groepsrisico dat lager is dan 0,1 x OW. Bovendien zal op de BMX-baan gemiddeld een beperkt aantal personen aanwezig zijn: 1x per jaar wordt rekening gehouden met circa 250 aanwezigen en 7x per jaar met circa 100 aanwezigen. Tijdens de trainingen zijn gedurende maximaal 2 uur circa 20 rijders aanwezig. Hierdoor zal het groepsrisico niet noemenswaardig toenemen ten opzichte van de heersende waarde als gevolg van de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Op basis van artikel 8, lid 2 van het Bevt, kan dus volstaan worden met een beperkte verantwoording.

Toelichting (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)

Deze beperkte verantwoording is opgenomen in paragraaf 4.8.4. De veiligheidsregio is hierbij om advies gevraagd. Het advies is als Bijlage 9 bij dit bestemmingsplan gevoegd. 4.8.4

Beperkte verantwoording groepsrisico

Het plangebied valt binnen het effectgebied van een warme BLEVE bij een incident met een tankwagen LPG op de N18. Een warme BLEVE kan worden veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de LPG-tank doet oplopen. Door de brand loopt de temperatuur op en daarmee neemt ook de druk in de tank toe. Binnen ongeveer 20 minuten bezwijkt de tank, de LPG komt vrij en wordt ontstoken. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. Als er op de tank een hittewerende coating aanwezig is en deze intact is, bezwijkt de tank pas na zo'n 75 minuten. De effecten van een warme BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Het slachtofferbeeld buiten wordt voornamelijk bepaald door de warmtestraling en niet door de overdruk. Gebouwen kunnen bescherming bieden tegen de warmtestraling, maar moeten dan wel bestand zijn tegen de overdruk. Een beginnende brand is zichtbaar voor de aanwezigen. Informatievoorziening helpt voor waarschuwing en het tijdig vluchten van aanwezigen. De volgende locatie-specifieke aspecten zijn daarbij van belang: opkomsttijd, dekking waarschuwingsinstallatie en nabijheid bluswatervoorzieningen. Deze worden hierna onderbouwd. Opkomsttijd: De brandweer dient binnen tien minuten ter plaatse te zijn bij een sportfunctie.

In voorliggend geval kan de brandweer in theorie binnen tien minuten ter plaatse zijn. De dichtstbijzijnde brandweerpost bevindt zich namelijk aan de Vragenderweg 5 in Lichtenvoorde, op een afstand van 1,5 kilometer van het plangebied; Dekking waarschuwingsinstallatie: In geval van calamiteiten worden de aanwezige personen in bedreigd gebied gewaarschuwd middels NL-Alert. Dit is bijvoorbeeld het geval als er gevaarlijke stoffen vrijkomen bij een brand of ongeval. In het bericht wordt tevens het handelingsperspectief vermeld, zodat de personen die in het bedreigde gebied bevinden weten hoe te handelen. Daarnaast adviseert de Veiligheidsregio om zorg te dragen voor een goede informatievoorziening aan de aanwezige personen, opdat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit, bijvoorbeeld middels een publieke voorlichtingscampagnes als 'Denk vooruit'/ 'Wees Voorbereid'; Nabijheid bluswatervoorziening: Er zijn in en rondom het plangebied voldoende mogelijkheden voor bluswatervoorzieningen aanwezig. Eveneens dient in voorliggend geval aan de ontwikkelingsspecifieke aspecten te worden getoetst. Dit betreffen de volgende aspecten: bereikbaarheid van hulpdiensten ter plaatse, vluchtmogelijkheden en (zelf)redzaamheid van de aanwezige personen.

Hierna worden de voorgenoemde aspecten nader onderbouwd: Bereikbaarheid: is dat een gebied/object via minimaal twee ontsluitingswegen toegankelijk is. Daarnaast dient er in de directe omgeving voldoende ruimte te zijn om materiaal op te stellen. Het plangebied is in de huidige situatie vanwege haar ligging goed bereikbaar. Daarnaast is er in de directe omgeving voldoende ruimte beschikbaar voor het opstellen van het materieel van hulpdiensten; Ontvluchten van het gebied: Het plangebied is via het Eschpark en de Richterslaan goed te ontvluchten in de richting van de risicobron af; Zelfredzaamheid; (Zelf)redzaamheid houdt in dat personen zichzelf en eventueel anderen, binnen een bepaald tijdsbestek, kunnen veiligstellen (bijv. schuilen of vluchten) bij dreigend gevaar. Hierbij wordt van de persoon zelf uitgegaan zonder de hulp van hulpverleningsdiensten. De BMX-baan is bedoeld voor sporters en publiek. Verwacht wordt dat de in het plangebied aanwezige personen zelfredzaam zijn. Het plangebied is daarnaast relatief eenvoudig te ontvluchten.

42

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)

4.8.5

Conclusie

In de omgeving van het plangebied ligt één risicobron, te weten de N18 waarover het vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De N18 heeft geen PR 10-6 contour en geen plasbrandaandachtsgebied. De BMX-baan is wel gelegen binnen het invloedsgebied van deze weg. Een beperkte verantwoording is gegeven, omdat er sprake is van een groepsrisico dat lager is dan 0,1 x OW. De BMX-baan kent bovendien een beperkte (jaarrond) aanwezigheid van personen, zodat geen sprake is van een relevante toename van het groepsrisico. De Veiligheidsregio is in de gelegenheid gebracht om een advies uit te brengen. Dit advies is bij het bestemmingsplan gevoegd. De Veiligheidsregio adviseert om zorg te dragen voor een goede informatievoorziening aan de aanwezige personen, opdat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit, bijvoorbeeld middels een publieke voorlichtingscampagnes als 'Denk vooruit'/ 'Wees Voorbereid'. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.9

Geur

4.9.1

Wettelijk kader

Bij de realisatie van gevoelige bestemmingen, zoals woningen, is het van belang dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd wordt. Daarom moet rekening worden gehouden met geurcontouren van bijvoorbeeld bestaande veehouderijen, maar ook andere geurproducerende industriële bedrijven. Hiervoor bieden het Activiteitenbesluit en de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) een toetsingskader. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning. Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. De Regeling geurhinder en veehouderij is gepubliceerd op 18 december 2006. Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oost Gelre 2008 De gemeenteraad van Oost Gelre heeft bij besluit van 12 maart 2008 de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oost Gelre 2008 vastgesteld. Deze verordening is op 28 maart 2008 in werking getreden.

Daarbij zijn de bebouwde kommen van Groenlo, Lievelde en Vragender aangewezen als gedeelte van het gemeentelijk grondgebied waarvoor een andere geurnorm van toepassing is. Op grond van de verordening gelden de volgende waarden als maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij: bebouwde kom van Groenlo: 5 odour units per kubieke meter lucht; bebouwde kom van Lievelde: 7 odour units per kubieke meter lucht; bebouwde kom van Vragender: 7 odour units per kubieke meter lucht 4.9.2

Situatie plangebied

Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Lichtenvoorde. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich geen bedrijfsmatige veehouderijen of industriële geurbronnen. Bovendien is er geen sprake van het toevoegen van een geurgevoelige functie. Het verenigingsgebouw is in beginsel niet bestemd voor langdurig verblijf.

Toelichting (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)

4.9.3

Conclusie

Het aspect geur vormt daarmee geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.

4.10

Verkeer en parkeren

4.10.1 Inleiding Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd. Zo ook in dit geval. 4.10.2 Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre De gemeente Oost Gelre beschikt over een eigen Nota Parkeernormen. De nota ‘Parkeernormen gemeente Oost Gelre’ is een nadere uitwerking van het parkeerbeleid zoals dat is opgenomen in het integraal verkeersprogramma. In deze nota is een eenduidig toepassingskader vastgelegd van de parkeernormen.

Tevens zijn in deze nota de toe te passen parkeernormen van de gemeente Oost Gelre vastgelegd. Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwbouw, verbouw, herontwikkeling etc.) kan extra parkeerbehoefte ontstaan. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de initiatiefnemer in principe op eigen terrein in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Op basis van het autobezit in Oost Gelre is ervoor gekozen om de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als uitgangspunt te hanteren. Bij de toekomstige werkwijze bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt de gemiddelde norm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. De normen zijn opgenomen in de nota.

De parkeernormen zijn opgenomen per functie, onderverdeeld naar de stedelijke zones: centrum Groenlo en Lichtenvoorde, schil rond centrum Groenlo en Lichtenvoorde, rest bebouwde kom (overige gebieden binnen de bebouwde kom van Groenlo en Lichtenvoorde evenals de kernen Zieuwent, Mariënvelde, Harreveld, Vragender en Lievelde) en buitengebied. In de normering is rekening gehouden met een aandeel van bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning. In de nota zijn ook richtlijnen gegeven voor bijvoorbeeld maatvoering van de parkeerplaatsen en de locatie van de parkeerplaatsen. Verder is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen. 4.10.3 Uitgangspunten In voorliggend geval is voor het aspect parkeren aangesloten bij de uitgangspunten van de Nota Parkeernormen Oost Gelre. Voor het aspect verkeersgeneratie is aangesloten bij de meest recente publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW.

44

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)

De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd. Verstedelijkingsgraad: Weinig stedelijk (bron Nota Parkeernormen Oost Gelre); Stedelijke zone: Rest bebouwde kom; Functie: Sportveld (per hectare netto terrein). Een BMX-baan wordt niet expliciet genoemd in de CROW-publicatie. Daarom wordt aangesloten bij een meest vergelijkbare functie, een sportveld. De gemiddelde parkeernorm is 20 parkeerplaatsen per hectare. De trainingen vinden plaats op maandag t/m vrijdag en op zondagochtend. Clubwestrijden vinden 6 à 7 keer plaats per jaar op een zaterdag of een zondag. Een keer per jaar vindt en regiowedstrijd plaats. 4.10.4 Situatie plangebied 4.10.4.1

Parkeren

De wedstrijdbaan (inclusief bijbehorend gebouw, paden, verlichting etc.) heeft een lengte van ongeveer 120 meter en een breedte van 60 meter. De totale oppervlakte blijft daarmee onder de grens van 1 hectare. Op basis van de bovenstaande uitgangspunten genereert de BMX-baan op basis van de CROW-publicatie een gemiddelde parkeerbehoefte van 20 parkeerplaatsen. In het bestemmingsplan is conform het facetbestemmingsplan parkeren uit 2018 een parkeerregeling opgenomen, waarin wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Expliciet is aangegeven dat ook een rechtsopvolger het kader kan vormen. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader. In dit geval wordt voor FCCL rekening gehouden met een behoefte van hoogstens 40 parkeerplaatsen tijdens trainingen. Er worden 42 parkeermogelijkheden gerealiseerd aan het Eschpark. Vanwege efficiënt ruimtegebruik is gekozen om het parkeren op te lossen aan de bestaande Eschpark straat. De straat krijgt een profiel met clusters van 3 a 4 parkeerplaatsen (zie ook afbeelding 2.4). Dit zijn voldoende parkeerplaatsen om de parkeerbehoefte als gevolg van de trainingen op te vangen. Het reguliere wedstrijdseizoen duurt van half maart t/m begin november, met daarin 6 à 7 keer een clubwedstrijd voor de eigen leden.

Bij clubwedstrijden is er doorgaans sprake van 50 rijders en 75 bezoekers. Aan het einde van het Eschpark (oostzijde, ten noordoosten van de BMX-baan) is ruimte gereserveerd voor een overloopgebied. Dit gebied kan worden ingezet voor circa 18 parkeerplaatsen ten behoeve van extra parkeren bij wedstrijden. In totaal zijn er daarmee 60 parkeerplaatsen beschikbaar aan het Eschpark. De 60 parkeerplaatsen zijn voldoende om te voorzien in de parkeerbehoefte die ontstaat als gevolg van de clubwedstrijden. Het is gebruikelijk dat voor het overgrote deel van de aanwezigen de rijders met de bezoekers in één auto arriveren. Een deel van de leden is onder de 18 jaar en beschikt niet over eigen vervoer. Incidenteel wordt naast de clubwestrijden een regiowedstrijd georganiseerd (doorgaans 1x per jaar). Voor een regiowedstrijd wordt altijd evenementenvergunningen aangevraagd. Ten aanzien van het parkeren wordt bij een regionale wedstrijd uitgeweken naar omliggende parkeerterreinen op het Eschpark of in de directe omgeving. Daar zijn voldoende parkeerplaatsen aanwezig. Bij een regionale wedstrijd worden via de evenementenvergunning regels omtrent het parkeren opgelegd door de gemeente Oost-Gelre. Dit bestemmingsplan is wat betreft het parkeeraspect uitvoerbaar. 4.10.4.2

Verkeersgeneratie en ontsluiting

De nieuwe BMX-baan wordt ontsloten via het Eschpark en de Richterslaan. Op deze weg kan het verkeer de locatie verlaten via de N18 (richting de buitenwegen) en de Kerkhoflaan (richting het centrum). Trainingen De trainingen vinden plaats op maandag t/m vrijdag en op zondagochtend. Verondersteld is dat tijdens de trainingen doordeweeks hooguit 20 auto’s komen (brengen) en dat deze na de training opnieuw

Toelichting (vastgesteld)

45

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.) komen om de rijders op te halen. Dat wil zeggen: 2 x 20 auto’s heen en terug (= 80 verkeersbewegingen per etmaal). Op zondag (overdag) gaat het om 40 auto’s heen en terug (zowel bij brengen en ophalen = 160 verkeersbewegingen per etmaal). Wedstrijden Bij clubwedstrijden is zoals in 4.10.4.1 is weergegeven doorgaans sprake van 50 rijders en 75 bezoekers. Bij regiowedstrijden is sprake van meer verkeersbewegingen. Bij een regiowedstrijd worden via de evenementenmelding of -vergunning regels omtrent verkeer opgelegd door de gemeente Oost-Gelre. De FCCL zet verkeersregelaars en toezicht in. Bij de huidige FCCL-baan is bij de incidentele regiowedstrijd doorgaans sprake 250 aanwezigen (rijders en bezoekers samen). Opgemerkt wordt dat in het kader van een worst-case scenario in het akoestisch onderzoek (Bijlage 8) is uitgegaan van maximaal 250 rijders en maximaal 250 bezoekers tijdens regiowedstrijden (2x zoveel). Dat is een uiterst worst-case scenario. Daarnaast is het gebruikelijk dat voor het overgrote deel de rijders met de bezoekers in één auto arriveren. Een deel van de deelnemers van de wedstrijd is onder de 18 jaar en beschikt niet over eigen vervoer. In voorliggend geval wordt het plangebied ontsloten via het Eschpark naar de N18 (de kern uit) en de Kerkhoflaan (richting de kern).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12031072/1