CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp bmx baan bijlage 2 toelichting

Gemeenteraad 22 november 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)’21.132 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De wegen zijn van voldoende omvang om deze verkeersbewegingen als gevolg van de trainingen en de wedstrijden op verkeersveilige wijze af te wikkelen. Het plangebied is daarnaast goed te bereiken en te verlaten voor fietsverkeer. 4.10.5 Conclusie Geconcludeerd wordt dat de aspecten parkeren, verkeersgeneratie en ontsluiting geen belemmeringen opleveren als gevolg van voorliggend voornemen.

4.11

Licht

De BMX-baan wordt verlicht door kunstverlichting. Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van gedimde LED verlichting. Bij de BMX-sport is het wenselijk dat de lampen niet te fel schijnen zodat de BMX'ers schaduw blijven zien en daarmee de diepte van de baan kunnen inschatten. De hoogte van de LED-verlichting is doorgaans benduidend lager anders dan bij bijvoorbeeld een voetbalveld (met een hoge lichtsterkte en masten van minimaal 15 meter). In de regels van dit bestemmingsplan mag de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde ter plaatse van de BMX-baan niet hoger zijn dan 7,5 m. Opgemerkt wordt dat LED verlichting bij een BMX-baan doorgaans circa 5 tot 6 meter hoog is.In het Activiteitenbesluit is opgenomen dat de verlichting bij sportterreinen in de buitenlicht moet zijn uitgeschakeld tussen 23:00 uur en 07:00 uur, als er geen sport wordt beoefend en als er geen onderhoud plaatsvindt. Hier wordt aan voldaan. Zoals in de quickscan natuurtoets (Bijlage 6) wordt genoemd moet lichthinder voor de fauna voorkomen worden door de bosschages aan de zuidkant niet te kappen en zo niet teveel licht in de laanbomen Kerkhoflaan te krijgen. Deze bosschages worden in stand gehouden. De lichten zijn uit als er geen sport wordt beoefend.

Door de relatief beperkte hoogte van lichtmasten en de type verlichting wordt verstrooiing van kunstlicht op aangrenzende groenstructuren, en dus mogelijke negatieve effecten op de in de omgeving aanwezige foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen, voorkomen. Op basis van de Wet natuurbescherming geldt voor alle soorten flora en fauna een algemene zorgplicht. Hiervoor geldt dat negatieve effecten op flora en fauna zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Dit door het nemen van specifieke maatregelen en bij uitvoering/gebruik rekening te houden met flora en fauna. Zodoende kunnen schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) worden voorkomen. De conclusie van de quickscan natuurtoets (Bijlage 6) en het nader onderzoek natuurwaarden (Bijlage 7) is dat de bepalingen van de Wet natuurbescherming geen belemmering vormen voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Wel zullen bij de feitelijke aanleg van de BMX-baan en het gebruik van de baan de nodige maatregelen getroffen moeten worden. In dit geval wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld. In dit document staan de te nemen maatregelen om negatieve effecten op overige soorten te voorkomen of te verzachten.

46

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)

4.12

Besluit Milieueffectrapportage

4.12.1 Wettelijk kader De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: 1. Een bestemmingsplan kan m.e.r.-plichtig zijn indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is; 2. Een bestemmingsplan kan m.e.r.-plichtig zijn indien sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit de onderdelen C en D overschrijden en waarbij het bestemmingsplan wordt genoemd in kolom 3 (plannen). 3. Een bestemmingsplan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn indien het bestemmingsplan wordt genoemd in kolom 4 (besluiten) en er sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit onderdeel C en D overschrijden. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel C is in dit geval sprake van een m.e.r.-plicht. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel D is het plan m.e.r.-beoordelingsplichtig. Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.

Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat voor bestemmingsplan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen in onderdeel D en beneden de drempelwaarden vallen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.(-beoordeling) plaatsvinden. 4.12.2 Situatie plangebied Artikel 2.8 van de Wet Natuurbescherming Het plangebied ligt op enige afstand van Natura 2000-gebied (ca. 4,8 kilometer). Uit de stikstofberekening (Bijlage 5) is gebleken dat de ontwikkeling niet leidt tot een toename van stikstofdepositie. Van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied is geen sprake. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming is in verband met deze ontwikkeling dan ook niet noodzakelijk.

Er is daarom geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. Drempelwaarden Besluit m.e.r. Dit bestemmingsplan voorziet in het toevoegen van nieuwe functies binnen bestaand stedelijk gebied ten behoeve van de realisatie van een BMX-baan. Het plan voldoet daarmee aan de definitie van 'een besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Voor de beoogde ontwikkelingen is onderstaande activiteit uit de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage relevant, namelijk 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De drempelwaarden van de betreffende categorie worden niet overschreden of zijn niet van toepassing Toelichting (vastgesteld)

47

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.) (oppervlakte van 100 ha of meer, 2.000 of meer woningen en bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer). Dit betekent dat er geen sprake is van een directe m.e.r. plicht. In voorliggend geval is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Deze is als Bijlage 10 bijgevoegd. Het doorlopen van een m.e.r.-procedure is niet nodig. 4.12.3 Conclusie De aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er vanwege het ontbreken van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, geen milieueffectrapport hoeft worden opgesteld.

48

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

5.2

Opzet van de regels

5.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. 5.2.2

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 5.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in:

Toelichting (vastgesteld)

49

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)

Bestemmingsomschrijving: Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels: In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing aan moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd. Afwijken van de bouwregels (indien van toepassing): Op basis van deze regels hebben burgemeester en wethouders de bevoegdheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels in het plan. Nadere eisen (indien van toepassing): In de nadere eisen is bepaald dat burgemeester en wethouders met inachtneming van het elders het betreffende artikel bepaalde, nadere eisen kunnen stellen aan bebouwing. 5.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 6) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich bijvoorbeeld voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 7) In dit artikel worden de algemene bouwregels beschreven inzake ondergronds bouwen, het overschrijden van bouwgrenzen en afwijkingsbevoegdheden. Algemene gebruiksregels (Artikel 8) In dit artikel worden het verboden gebruik in dit bestemmingsplan geregeld. Algemene afwijkingsregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene wijzigingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om het plan in geringe mate aan te passen. Het gaat hierbij om bestemmings- of bouwgrenzen of het bouwen van gebouwen van openbaar nut. Parkeerregelgeving (Artikel 11) In dit artikel is regelgeving opgenomen omtrent parkeren conform de nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre, dan wel haar rechtsopvolger. 5.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

50

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)

5.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. 'Groen' (Artikel 3) Deze bestemming is toegekend aan het groen aan de zuidoostrand en de noordwesthoek van het plangebied. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor groenvoorzieningen, waterlopen, waterberging en waterinfiltratievoorzieningen. Verder zijn de gronden bestemd voor een geluidswal, een geluidscherm en/of grondwal en taluds ten behoeve van het gebruik van een fietscrossterrein in de bestemming 'Sport' De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 2 m bedragen.

In het geval dat er sprake is van het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, op een grondwal wordt de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gemeten vanaf het hoogste punt van de grondwal.

'Sport' (Artikel 4) Aan het overgrote deel van het plangebied is de bestemming 'Sport' toegekend. Het gaat om de gronden van het zwembad en gronden van de beoogde BMX-baan. De gronden van het zwembad zijn in beginsel conserverend bestemd. De gronden die mogen worden gebruik ten behoeve van de BMX-baan en de bijbehorende voorzieningen zijn binnen deze bestemming aangeduid met de aanduiding 'specifieke vorm van sport - fietscrossterrein'. Een terras bij het fietscrossterrein is uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van sport - terras fietscrossterrein' toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - startheuvel' mag de startheuvel van de BMX-baan worden gebouwd. Verder zijn de gronden bestemd voor een geluidschermen, grondwallen en taluds ten behoeve van het gebruik van een fietscrossterrein. Het een en ander met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, groenvoorzieningen en verhardingen alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. Gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 2 m bedragen.

In afwijking daarvan mag de bouwhoogte van trappen, oversteken, bruggen, vlaggen-, verlichtingsmasten, ballenvangers en vergelijkbare andere bouwwerken, alsmede speeltoestellen maximaal 10 m bedragen. In het geval dat er sprake is van het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, op een grondwal wordt de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gemeten vanaf het hoogste punt van de grondwal. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - startheuvel' mag de bouwhoogte van een startheuvel inclusief overkapping en/of geluidsscherm maximaal 10 m bedragen. Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van sport - terras fietscrossterrein' mag de bouwhoogte maximaal 7,5 m bedragen.

Toelichting (vastgesteld)

51

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)

In de bestemming zijn specifieke gebruiksregels opgenomen die het gebruik van de gronden en gebouwen nader specificeren. Het fietscrossterrein, met uitzondering van gebouwen, mag uitsluitend worden gebruikt tot het tijdstip van 23:00 uur. Op het terras van het fietscrossterrein mag geen versterkte muziek ten gehore worden gebracht. Onder de startheuvel mogen geen verblijfsruimtes worden gerealiseerd. Tot slot zijn er specifieke regels opgenomen ten aanzien van de geluidbelasting. De geluidbelasting in de dagperiode (7:00 uur - 19:00 uur) veroorzaakt door het fietscrossterrein, mag niet meer bedragen dan een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 50 dB(A) en maximaal piekniveau van 70 dB(A) op de gevels van de woningen Kerkhoflaan 7 en 9 te Lichtenvoorde en een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 45 dB(A) en maximaal piekniveau van 65 dB(A) op de gevels van overige woningen. Maximaal 12 dagen per jaar kan hiervan worden afgeweken voor een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van maximaal 70 dB(A) tijdens de dagperiode.

De geluidbelasting in de avondperiode (19:00 uur - 23:00 uur) veroorzaakt door het fietscrossterrein, mag niet meer bedragen dan een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 45 dB(A) en maximaal piekniveau van 65 dB(A) op de gevels van de woningen Kerkhoflaan 7 en 9 te Lichtenvoorde en een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 40 dB(A) en maximaal piekniveau van 60 dB(A) op de gevels van overige woningen.

'Verkeer - Verblijfsgebied' (Artikel 5) De ontsluitingsweg en parkeervoorzieningen aan de noordzijde van het plangebied hebben deze bestemming gekregen. De aangewezen gronden zijn bestemd voor hoofdzakelijk wegen, straten en pleinen voor verkeer en verblijf, parkeervoorzieningen en fietsenstallingen.

52

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1.1

Algemeen

Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Ter voldoening hieraan wordt het concept-ontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan de vooroverlegpartners. Hieronder worden de reacties uit het vooroverleg weergegeven. 6.1.2

Provincie Gelderland

In dit geval gaat het om een ontwikkeling met lokaal belang. Het bestemmingsplan hoeft daarom niet aan de provincie te worden voorgelegd. In paragraaf 3.3 is reeds aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling geen provinciale belangen schaadt. 6.1.3

Waterschap Rijn en IJssel

Het waterschap Rijn en IJssel is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording hiervan heeft er toe geleid dat de zogenaamde 'normale procedure' van toepassing is. Op basis van de locatie en gegeven antwoorden blijkt dat waterschapsbelangen worden geraakt. De bij het plan behorende watertoetsresultaat is opgenomen in Bijlage 3 bij deze toelichting. De plannen zijn nadien besproken met het waterschap. In dit geval is specifiek voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling een uitgebreide waterparagraaf opgesteld waarin nadrukkelijk wordt ingegaan op de wateraspecten. Voor het de volledige waterparagraaf wordt verwezen naar Bijlage 4 bij de toelichting. 6.1.4

Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

In het kader van het vooroverleg is het ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. In paragraaf 4.8 is hier reeds op ingegaan. Het advies van de veiligheidsregio is opgenomen in Bijlage 9 van dit bestemmingsplan. 6.1.5

Inspraak

Omwonenden zijn in een vroeg stadium bij de planvorming betrokken. In de zomer en in het najaar van 2020 zijn omwonenden, bedrijven en zwembad ’t Meekenesch als stakeholders van de locatie Eschpark geïnformeerd over de locatiestudie. De locatie Eschpark wordt verder onderzocht op de haalbaarheid van realisatie van een BMX-baan. Alle stakeholders hebben belangrijke thema’s benoemd die in de uitwerking aandacht vragen. Medio december 2020 is een brief van de buurtbewoners naar de gemeenteraad gestuurd. Op basis hiervan heeft het college van B&W besloten de gemeenteraad voor te stellen een besluit te nemen over de haalbaarheid van een fietscrossbaan op de locatie Eschpark. Op 17 en 28 januari is een digitale informatieavond gehouden voor de omwonenden.

Toelichting (vastgesteld)

53

bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)

6.1.6

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende de periode van 25 februari 2022 tot en met 7 april 2022 voor eenieder ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn enkele zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen hebben aanleiding gegeven om het bestemmingsplan te wijzigen. Voor de samenvatting van de zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording hiervan wordt verwezen naar de zienswijzennota in Bijlage 11 bij deze toelichting. Daarnaast is sprake van enkele ambtshalve wijzigingen. Ook daarvoor wordt verwezen naar Bijlage 11. Het bestemmingsplan wordt gewijzigd vastgesteld.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan met onderzoeken vallen onder het voorbereidingsbudget voor dit plan. Voor de realisatie van de BMX baan is een bedrag opgenomen in de gemeentelijke begroting 2023. Voor de aanpassingen in de openbare ruimte is krediet beschikbaar.

54

Toelichting (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12031072/1