bp bmx baan bijlage 2 toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Geldend bestemmingsplan 1.5 Strijdigheid 1.6 Leeswijzer
6 6 6 6 7 8 9
Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe situatie
10 10 11
Hoofdstuk3 Beleid 3.1 Internationaal niveau 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
15 15 16 19 21
Hoofdstuk4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Archeologie en Cultuurhistorie 4.2 Bodem 4.3 Water 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Ecologie 4.7 Bedrijven en milieuzonering 4.8 Externe veiligheid 4.9 Geur 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Licht 4.12 Besluit Milieueffectrapportage
26 26 27 29 32 32 34 36 39 43 44 46 47
Hoofdstuk5 Juridische toelichting 5.1 Inleiding 5.2 Opzet van de regels 5.3 Verantwoording van de regels
49 49 49 51
Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid
53 53 54
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de herontwikkeling van de locatie van het voormalige openluchtzwembad, naast Kerkhoflaan 5, en omgeving te Lichtenvoorde. Het gaat om een deel van het Eschpark. De wens bestaat om op deze locatie een BMX-baan te realiseren voor de Fietscross Club Lichtenvoorde (FCCL). Naast de BMX-baan wordt hierbij een verenigingsgebouw van de fietscrossclub gerealiseerd. Het zwembad Meekenesch wordt eveneens in het plangebied betrokken omdat het wenselijk is de gehele sportlocatie te voorzien van een actueel planologisch kader. Voor wat betreft het zwembad vinden er echter geen wijzigingen plaats ten opzichte van het huidige planologische regime. De voorgenomen ontwikkeling is op basis van het geldende bestemmingsplan "Woonwijken Lichtenvoorde” niet mogelijk, omdat de ontwikkeling deels is voorzien binnen een groenbestemming. Deze bestemming staat het realiseren en gebruiken van BMX-baan niet toe. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een adequaat juridisch-planologisch kader voor de voorgenomen ontwikkeling. Hierbij zal worden aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'.
1.2
Ligging en begrenzing
Het plangebied bevindt zich in de omgeving van de Kerkhoflaan 5-7 te Lichtenvoorde en heeft betrekking op een deel van het Eschpark. Het plangebied staat kadastraal bekend als percelen gemeente Lichtenvoorde, sectie I, nummers 1702, 5038 tot en met 5040, 5042, 5527 (deels) en 5540 tot en met 5543. In afbeelding 1.1 is het plangebied in Lichtenvoorde en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven door middel van de rode ster en de rode belijning. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied in Lichtenvoorde en de directe omgeving (Bron: PDOK)
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)” bestaat uit de volgende stukken:
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.) verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1586.BPLIC211-VG01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld met een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Geldend bestemmingsplan
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Woonwijken Lichtenvoorde”. Dit bestemmingsplan is op 8 oktober 2013 door de raad van de gemeente Oost Gelre vastgesteld. Tevens geldt voor het plangebied het facetbestemmingsplan “Parkeren" (vastgesteld op 5 juni 2018). Het laatst genoemde plan is relevant ten aanzien van de parkeeraspecten. De gronden in het plangebied zijn voorzien van enkelbestemmingen 'Groen', 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Sport' met een bouwvlak. Verder geldt voor het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde Archeologische Verwachtingswaarde 2'. Opgemerkt wordt dat in februari 2022 het "Parapluplan Archeologie" wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Dat parapluplan voorziet in een aangepast vergunningstelsel ten aanzien van het archeologiebeleid en vervangt de archeologische dubbelbestemmingen uit het bestemmingsplan “Woonwijken Lichtenvoorde”. Binnen het parapluplan hebben de gronden de bestemming 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2'. In 1.4.2 wordt nader ingegaan op de geldende bestemmingen. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingplan “Woonwijken Lichtenvoorde” opgenomen. Het plangebied is indicatief weergegeven met de rode omlijning.
Afbeelding 1.2 Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan ““Woonwijken Lichtenvoorde” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
1.4.2
Bestemmingsomschrijving
Groen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor groenvoorzieningen, behoud van landschappelijke waarden, voet- en fietspaden waterlopen, waterberging en waterinfiltratievoorzieningen, geluidswallen en geluidschermen. Op de gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Sport De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor sportvelden, zwembaden, duivensport een crossbaan een sportschool en een fitnesscentrum. Gebouwen dienen te worden gebouwd binnen het bouwvlak. De bouwhoogte van de hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' is aangegeven. Verkeer - Verblijfsgebied De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor wegen, straten en pleinen voor verkeer en verblijf, parkeervoorzieningen en fietsenstallingen. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en straatmeubilair geldt dat de bouwhoogte maximaal 3 meter mag bedragen. De maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 25 m². Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2 De voor 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming van aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden. Voor de gronden geldt een archeologische onderzoekplicht voor projecten groter dan 100 m².
Op dit moment ligt er een ontwerp papaplubestemmingsplan ter inzage voor wat betreft het meest recente archeologiebeleid in de gemeente. De onderzoeksplicht is in dat parapluplan aangepast naar de grens van 250 m2. Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2 (o.b.v. het ontwerp parapluplan) De voor 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren dieper dan 40 cm onder het maaiveld én een oppervlakte van 250 m2.
1.5
Strijdigheid
De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het geldende planologisch regime, aangezien de benodigde bouw- en gebruiksmogelijkheden om het voornemen mogelijk te maken ontbreken. De BMX-baan is deels beoogd binnen de bestemming 'Groen'. Verder ontbreken de gewenste bouw- en/of gebruiksmogelijkheden voor het beoogde clubgebouw en de parkeervoorzieningen.
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
1.6
Leeswijzer
In Hoofdstuk 1 is de aanleiding en doel van dit bestemmingsplan uiteengezet. In Hoofdstuk 2 van de toelichting wordt de bestaande en toekomstige situatie in het plangebied beschreven. De historie en cultuurhistorie komt aan bod. Ook wordt inzicht gegeven in de opbouw van het plangebied met de daarbij behorende functies. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 3 het beleidskader van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Oost Gelre uiteen gezet. Hoofdstuk 4 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische opzet waarbij de verbeelding en planregels worden besproken. Tot slot volgt in Hoofdstuk 6 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan en de resultaten van overleg en terinzagelegging.
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
In 1.1 is reeds aangegeven dat dit plan betrekking heeft op de locatie van het voormalige openluchtzwembad, naast Kerkhoflaan 5, en omgeving in Lichtenvoorde. Het gaat om een deel van het Eschpark. De locatie ligt aan de noordelijke rand van de kern, ten noorden van het centrum. Ten noorden van het plangebied bevinden zich maatschappelijke functies en kantoren. Daarachter ligt de N18. Ten oosten van het plangebied liggen enkele woonpercelen en agrarische cultuurgrond. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan het woonperceel Kerkhoflaan 7 en aan de Kerkhoflaan. Op verdere afstand ligt een woonwijk. Ten westen van het plangebied ligt een busstation, met op de hoek Twenteroute-Richterslaan een nog te ontwikkelen kavel. Aan de overzijde van de Richterslaan ligt een sportcomplex met onder andere tennisbanen en voetbalvelden. Het plangebied zelf heeft in beginsel betrekking op de onbebouwde gronden in het zuidoostelijke deel van het Eschpark. Verder maakt het zwembad onderdeel uit van het plangebied, om het geheel van een actueel planologisch kader te voorzien. Naast de bebouwing van het zwembad bestaat het plangebied in de huidige situatie hoofzakelijk uit grasvelden, opgaand groen en bomen. Verder is in het plangebied een waterpartij aanwezig. De locatie wordt via het Eschpark ontsloten op de Richterslaan.
In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie in en rondom het plangebied weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met de rode omlijningen. In afbeelding 2.2 en afbeelding 2.3 is middels straatbeeldfoto's de huidige situatie op het maaiveld in beeld gebracht.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied en omgeving (Bron: PDOK)
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
Afbeelding 2.2: Straatbeeld plangebied (Bron: Google streetview)
Afbeelding 2.3: Straatbeeld plangebied (Bron: Google streetview)
2.2
Nieuwe situatie
2.2.1
Algemeen
Met de Sportvisie Oost Gelre wil de gemeente streven naar bereikbare, goede en kwalitatieve sportaccommodaties, die de basis zijn voor een vitale samenleving. De gemeente faciliteert waar nodig bij renovatie, verplaatsing en/of realisatie van (buiten)accommodaties. In dit perspectief is Fiets Cross Club Lichtenvoorde op zoek naar een geschikte locatie. De huidige baan elders in Lichtenvoorde is te klein en voldoet niet meer aan de minimale vereisten. De locatie van het plangebied is een geschikte locatie voor het realiseren van een geschikte BMX-baan. De BMX-baan wordt zodanig gesitueerd dat er ruimte is voor de lengte van de baan en de afstand tot de woonbuurt het grootst is. Daarnaast wordt voorzien in een nieuw verenigingsgebouw (FCCL gebouw). Dit gebouw voorziet onder andere in een kantine, opslag, secretariaat en een verhoogd “parc fermé”. Dit is de plek waar de crossers wachten en kijken op de baan. In de zuidwesthoek van het BMX-terrein wordt de startheuvel gesitueerd. Het buitenterrein van het zwembad wordt met het huidige ontwerp ongemoeid gelaten. De startheuvel is direct achter de kantine van het zwembad gesitueerd. Aan de noordwestkant van de baan is voldoende ruimte voor een uitloop voor de renners. Door de baan zo te situeren, hebben
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.) toeschouwers (die ter hoogte van de weg en bij het clubgebouw kunnen staan) zicht over de hele baan. De bebouwing kan op deze manier ook zo compact mogelijk blijven. Op deze manier is de baan goed in te passen. Aan de oostzijde is een grondwal beoogd. Vanwege efficiënt ruimtegebruik is gekozen om het parkeren op te lossen aan de bestaande Eschpark-straat. Dit is ontsluiting met aangrenzend parkeren. De straat krijgt een profiel met clusters van 3 á 4 parkeerplaatsen afgewisseld met een plantvak voor kleurrijk groen. Aan het einde van de straat is ruimte gereserveerd voor een overloop gebied. Dit gebied kan ingezet worden als overloopparkeren voor het gehele gebied Eschpark, voor extra parkeren en bijvoorbeeld bij een evenement. Ook zou overloopterrein multifunctioneel bij wedstrijden gebruik kunnen voor extra publieksruimte. Naast de parkeervakken wordt een trottoir aangelegd dat zorgt voor de verbinding met het trottoir aan de Richterslaan en tevens zicht op de nieuwe BMX-baan biedt. In paragraaf 4.10 wordt nader ingegaan op de verkeers- en parkeeraspecten. In afbeelding 2.4 is het voorlopig ontwerp van de indeling van de BMX-baan weergegeven. Afbeeldingen 2.5 en 2.6 toont een indicatieve 3D-impressie van de gewenste situatie.
Afbeelding 2.4: Indeling BMX-baan, voorlopig ontwerp (Bron: Witstaart)
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
Afbeelding 2.5: 3D-impressie BMX-baan, indicatief (Bron: Witstaart)
Afbeelding 2.6: 3D-impressie BMX-baan, indicatief (Bron: Witstaart)
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
2.2.2
Groenstructuren
De BMX-baan wordt ingepast door behoud en versterking van de groenstructuur. Er zullen enkele bomen op het binnenterrein moeten worden gekapt. Daar waar mogelijk worden de bomen binnen de baan gehandhaafd. De bestaande houtsingels aan de buitenranden aan oost- en zuidzijde blijven behouden en worden op enkele plekken verder versterkt. De oostzijde van de baan wordt ingepast door het talud van de bochten in de baan te combineren met een groene (geluids-)wal met daarbovenop een hek in het groen en een onderhoudspad. Ten noorden van het plangebied wordt een nieuwe retentievijver aangelegd die in de plaats komt van de huidige vijver binnen het plangebied. Voor het tijdelijk in het plangebied gesitueerde hondenlosloopveldje wordt gezocht naar een vervangende locatie in de omgeving.
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
Hoofdstuk 3
Beleid
Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied.
3.1
Internationaal niveau
3.1.1
Vogelrichtlijn
De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.
Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn. 3.1.2
Habitatrichtlijn
De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn. 3.1.3
Het verdrag van Valletta (Malta)
Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen.
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
In paragraaf 4.1 wordt nader ingegaan op de archeologische waarden binnen het plangebied 3.1.4
Kaderrichtlijn water
De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: De vervuiler betaalt De gebruiker betaalt Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water Resultaatsverplichting in 2015 Stroomgebiedsbenadering) Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'.
Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op de waterhuishouding binnen het plangebied.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie
3.2.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.2.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.) ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid.
Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 3.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het voornemen betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.2.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
De laddertoets die is opgenomen in artikel 3.1.6 lid van het Bro is een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes en zo nodig wordt onderzoek gedaan naar behoefte aan de in het bestemmingsplan voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van dit toetsingskader nadrukkelijk in de plantoelichting wordt gemotiveerd en afgewogen. Deze bepaling schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling (uitspraken van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421 (Hengelo) en van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579 (Eindhoven).
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Dit betekent dat bij een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied een nadrukkelijke motivering nodig is, dat wil zeggen in aanvulling op de algemene vereisten van artikel 3.1.6, eerste lid, van het Bro, waarom niet in het bestaand stedelijk gebied in de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen. Een stedelijke ontwikkeling is in artikel 1.1.1 lid 1 onder i van het Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Bestaand stedelijk gebied is in artikel 1.1.1 lid 1 onder h van het Bro gedefinieerd als: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt, is artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing. Dit neemt niet weg dat aan de eisen van het eerste lid van artikel 3.1.6 van het Bro dient te worden voldaan. Bij de toets of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening dient onder meer beoordeeld te worden of de in het plan voorziene bestemmingen passende bestemmingen zijn (ABRvS 25 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2294 (Weert) en of de mogelijk gemaakte ontwikkeling voorziet in een behoefte (ABRvS 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:943 (Ermelo)). De behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling dient met het oog op de uitvoerbaarheid van het plan te zijn onderbouwd (ABRvS 18 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2471 (Weststellingwerf)). 3.2.2.1 Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Zoals aangegeven wordt onder stedelijke ontwikkeling verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.
Onder een 'overige stedelijke voorziening' vallen in ieder geval accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Op basis van het bovenstaande en op basis van de 'Handreiking Ladder voor Duurzame Verstedelijking' moet worden geconcludeerd dat een sportpark zonder indoor-sportvoorzieningen niet wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling. Hieronder valt ook de beoogde BMX-baan (het parcours). Voor wat betreft de nieuwe bebouwing (clubgebouw, overkraging, buitenterrassen e.d.) is onder andere de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2 er in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling en er getoetst moet worden aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking. In voorliggend geval wordt een clubgebouw opgericht van 250 m2. Verder wordt er een overkraging over de baan, een buitenterras en trappen gerealiseerd (zie afbeeldingen 2.5 en 2.6). De bebouwde oppervlakte bedraagt gezamenlijk in totaal 750 m2. Verder kan in theorie onder de startheuvel opslag worden mogelijk gemaakt. Gelet op het vorenstaande voorziet voorliggend bestemmingsplan in principe dan ook in een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Hierna wordt ingegaan op de behoefte en de ligging in het stedelijk gebied. Behoefte De Fiets Cross Club Lichtenvoorde (FCCL) is al jaren op zoek naar een nieuwe locatie. De huidige baan elders in Lichtenvoorde is te klein en voldoet niet meer aan de minimale vereisten. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt voorzien in een passende en moderne BMX-baan met voldoende ruimte voor
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.) wenselijke trainingsmogelijkheden en het organiseren van wedstrijden. Dit draagt bij aan de toekomstbestendigheid van de FCCL en het sportaanbod in Oost-Gelre. Gelet op het vorenstaande wordt gesteld dat er voldoende behoefte is aan de realisatie van een BMX-baan in het plangebied. In de toetsing van het initiatief aan het gemeentelijke beleid wordt bovendien aangetoond dat in Oost-Gelre behoefte is aan dergelijke sportvoorzieningen (zie 3.4). De ontwikkeling leidt niet tot een onaanvaardbare situatie uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied De ruimtevraag moet bij voorkeur worden opgevangen in het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied past binnen de genoemde definitie van ‘bestaand stedelijk gebied’. Het plangebied ligt immers binnen de bebouwde kom van Lichtenvoorde en wordt omringd door stedelijke functies (zwembad, busstation, maatschappelijke functies, kantoren en de bijbehorende groen- en verkeersvoorzieningen). Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de ruimtevraag binnen het bestaande stedelijk gebied opgevangen en is er sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Geconcludeerd wordt dat de ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering vormt voor uitvoering van het bestemmingsplan.
3.2.2.2 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.2.3
Conclusie
De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is niet in strijd met de relevante nationale beleidskaders.
3.3
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen betreffen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland. 3.3.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
3.3.1.1 Inleiding In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de Omgevingsvisie worden twee provinciale hoofddoelen onderscheiden: een duurzame economische structuur het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Deze hoofddoelen zijn vertaald in provinciale ambities, waarbij per ambitie de aanpak op hoofdlijnen is beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: 'de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel'. In voorliggend geval is met name het beleid ten aanzien van het woon- en leefomgeving van belang.
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
3.3.1.2 Verscheidenheid en verbondenheid De Kracht van Gelderland zit er ook in dat de verscheidenheid van de verschillende streken geen belemmering vormt om samen te werken. Integendeel. Eenheid en verscheidenheid: dat is wat de Gelderse cultuur kenmerkt en wat leidt tot creativiteit en vernieuwing. Samen optrekken en samenwerken aan en in de Gelderse gebieden. Natuur en water, de inrichting van het landschap, handel en onderwijs, cultuurhistorie, kunst, cultuur en sport, eenheid en verscheidenheid. Het beste van veel werelden komt hier samen. Dit maakt Gelderland aantrekkelijk om in te wonen, te werken, te leren en te recreëren. 3.3.1.3 Een krachtige economie: leefbare groei! Een economie in balans met haar sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving: dat is waar het om gaat. Nieuwe verdienmodellen en nieuwe technologieën doen hun intrede. De internationale concurrentie neemt toe en mensen en bedrijven verhuizen sneller als het elders beter is. De maakindustrie beleeft in Nederland een her- en opwaardering. De kwaliteit van het vestigingsklimaat, een kwalitatief en kwantitatief sterke arbeidsmarkt, vakmanschap en kennisinfrastructuur worden in dit licht steeds belangrijker. Bij uitstek kan Gelderland garen spinnen bij deze nieuwe industriële revolutie. Gelderland heeft immers sterke troeven voor een internationaal onderscheidende en concurrerende positie.
Zo kent Gelderland sterke clusters van economische activiteiten, een uitstekende bereikbaarheid en logistieke kracht, sociaal ondernemerschap, arbeidsmarkt, kennis en onderwijs, veel ruimte en een strategische ligging. Een goed vestigingsklimaat vereist ook een aantrekkelijk woon- en leefklimaat. Ook op dit vlak heeft Gelderland een goede uitgangspositie. De fraaie natuur, de mooie landschappen, de vele mogelijkheden op het vlak van cultuur, recreatie en toerisme en sport. Gelderland heeft economische dynamiek én ruimte voor ontspanning in het groen en is daarmee aantrekkelijk voor burgers, bedrijven én bezoekers. 3.3.1.4 Toetsing van het plan aan de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Het plan voorziet in de realisatie van een BMX-baan. De ontwikkeling draagt bij aan de leefbaarheid van de samenleving en leefbare groei van de economie. Met de ontwikkeling wordt het sportaanbod in de provincie naar een hoger niveau getild. Dat draagt bij aan een aantrekkelijk Gelderland. Geconcludeerd wordt dat deze ontwikkeling past binnen de beleidskaders van de omgevingsvisie. 3.3.2
Omgevingsverordening Gelderland
Met een omgevingsverordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan op deze regels afstemmen. In de verordening kent geen specifieke relevante artikelen die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Opgemerkt wordt dat er initiatief voldoet aan het beleid met betrekking tot duurzame verstedelijking (zie 3.2.2). Daarnaast past het initiatief binnen het provinciale en gemeentelijke beleid. Hier wordt geconcludeerd dat het voornemen niet in strijd is met de Omgevingsverordening Gelderland. 3.3.3
Conclusie
De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is niet in strijd met de relevante provinciale beleidskaders
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
3.4
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is een doorvertaling van rijks-, provinciaal en regionaal beleid en is verwoord in tal van plannen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de voor de ontwikkeling relevante beleidsstukken. 3.4.1
Sportvisie Oost Gelre 2015-2025
3.4.1.1 Inleiding De gemeente Oost Gelre heeft haar sportbeleid voor de komende jaren vervat in de Sportvisie Oost Gelre 2015-2025. Een belangrijk aspect en ‘de basis’ van de visie is het verbinden van lokale partijen zoals sportverenigingen, welzijnsorganisaties en onderwijs. Meer samenwerking biedt creativiteit, een fijnmazig sport- en beweegnetwerk en nieuwe mogelijkheden met bestaande middelen. Bestaande Rijksregelingen in het kader van sporten en bewegen in de buurt (bijvoorbeeld de buurtsportcoach) en multifunctionele accommodaties (samenwerking onder een dak) geven extra mogelijkheden aan het slim en innovatief verhogen van sport- en beweegbeleid en daarmee de leefbaarheid. Sport en bewegen, ingezet en bezien als middel, levert een bijdrage aan het welzijn en de gezondheid van burgers. Sporten en bewegen verbindt verschillende beleidsterreinen, waardoor we schaalvoordelen en kostenbesparingen realiseren. Deze sportvisie schetst de kaders voor de komende jaren, maar geeft ook een aantal richtingen voor de uitvoering. Verbinding is hierbij uitgangspunt. Het belangrijkste instrument bij de uitvoering is de ‘meetlat’ van de sportvisie. Deze ‘meetlat’ is gebaseerd op de uitgangspunten van de visie en helpt (beleids)initiatieven, projecten en investeringsaanvragen te beoordelen op meerwaarde.
3.4.1.2 De basis: Accommodaties, sportstimulering en verenigingsondersteuning De sterke basis voor de sportvisie vormen de sportaccommodaties, sportstimulering en de ondersteuning van sportverenigingen. Van hier uit zetten we sport in als aanjager om de vitale samenleving verder te ontwikkelen. Bereikbare en multifunctionele sportvoorzieningen zijn uitgangspunt. Zonder accommodaties geen sport. Het spreiden van de verschillende accommodaties over de kernen is verbonden met de keuze om daar de leefbaarheid te bevorderen. Dat geldt vooral voor de gemeentelijke accommodaties zoals kunstgrasvelden en sporthallen. Waar mogelijk draagt de gemeente de verantwoordelijkheid van beheer en exploitatie over aan gebruikers of private partijen (publiek-private samenwerking). Het borgen van kwaliteit en een toekomstbestendige exploitatie van de accommodaties is van belang, zowel bij gemeentelijke beheer als bij beheer op afstand. Niet elke accommodatie hoeft geschikt te zijn voor topsport. De aanleg en spreiding van topsportaccommodaties moeten we in regionaal verband bekijken. Niet iedere sport hoeft op het hoogste niveau in Oost Gelre te worden aangeboden. De gemeente streeft naar het creëren en faciliteren van een basis om topsport te bedrijven. 3.4.1.3 Regionale recreatie en evenementen De gemeente beschikt over een aantal sportevenementen met lokale of regionale uitstraling.
Door een verbinding te leggen tussen het sportbeleid en het beleid op het gebied van recreatie, evenementen en economie ontstaan nieuwe mogelijkheden om door sport en bewegen Oost Gelre op de kaart te zetten. Maar ook om (sport)evenementen te versterken en een maatschappelijke en/of economische spin-off te realiseren.
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
3.4.1.4 Toetsing van het plan aan de Sportvisie Oost Gelre 2015-2025 Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van een BMX-baan. Hiermee wordt voor FCCL een duurzame en toekomstbestendige accommodatie mogelijk gemaakt op een locatie waar meerdere sportaccommodaties aanwezig zijn. Op deze manier wordt een bereikbare en multifunctionele sportvoorziening gerealiseerd. Met een dergelijke BMX-baan wordt mogelijkheden gecreëerd om de sport op het hoogste niveau uit te oefenen. Daarnaast is de accommodatie geschikt voor BMX-sportevenementen en draagt het bij aan het feit dat Oost Gelre een evenementen-gemeente is. Geconcludeerd wordt dat het voornemen naadloos aansluit bij de uitgangspunten uit de sportvisie. 3.4.2
Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre
3.4.2.1 Inleiding De gemeente Oost Gelre heeft een Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre opgesteld voor de kernen en buitengebied. Dit inspiratiedocument biedt een visie voor de toekomst van Oost Gelre door middel van het weergeven van de kwaliteiten. Het vormt een leidraad voor ruimtelijke ontwikkelingen. Lichtenvoorde heeft een goede mix van winkels, horeca wonen en sport- en maatschappelijke voorzieningen. Het bruisende dorpshart van Lichtenvoorde met goede voorzieningen wordt als bijzonder benoemd. In het inspiratiedocument wordt het plan genoemd om dit te versterken. Er wordt ingezet op het stimuleren van herbestemming van winkelpanden in het centrum Lichtenvoorde. 3.4.2.2 Maatschappelijke- en sportvoorzieningen Op het gebied van 'sport' wordt aangesloten bij de gemeentelijke sportvisie. De belangrijkste sportvoorzieningen zijn aangegeven op de visiekaart. Zwembad Meekenesch op locatie Eschpark blijft de komende 20 jaar behouden. De gemeenteraad heeft ingestemd met het voorstel om de exploitatieovereenkomst met 20 jaar te verlengen. De noodzakelijke renovatie en modernisering wordt door Stichting Exploitatie Meekenesch vorm gegeven. 3.4.2.2.1 Visie de Richterspoort Lichtenvoorde, onderdeel van ontwikkelgebied Eschpark, juni 2021 Op dit moment worden de mogelijkheden voor herontwikkeling van de locatie Lichtenvoorde Eschpark opnieuw onderzocht.
Relevant hierbij is de eerdere nota ‘Wonen en werken in Lichtenvoorde 2015’ (2002). In deze nota was reeds een eerste visie opgenomen met betrekking tot de invulling van de locatie Lichtenvoorde Midden. De locatie werd benoemd als een multifunctionele knoop met sport en recreatievoorzieningen en een combinatie van wonen, kantoren en leisure. Vanuit de oorspronkelijke visie voor het gebied zouden er onder andere drie markante gebouwen aan de N18 gerealiseerd worden. Daarvan zijn er twee gerealiseerd. De gemeenteraad heeft inmiddels Visie De Richterspoort Lichtenvoorde vastgesteld. Het derde beoogde gebouw, De Richterspoort, is de mogelijke afronding van deze entree van Lichtenvoorde. Er is een kavelpaspoort vastgesteld wat richting biedt voor marktpartijen om plannen te maken. Op de begane grond zal een publieksfunctie moeten komen (in lijn met de andere twee gerealiseerde panden). Op de verdiepingen zijn appartementen denkbaar. 3.4.2.3 Toetsing van het plan aan het inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre Voorliggend plan sluit aan bij dit inspiratiedocument. Er wordt voorzien in een moderne BMX-baan. Er wordt bijgedragen aan een clustering van sportvoorzieningen in Lichtenvoorde. Het plan past binnen het inspiratiedocument.
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
3.4.3
Beleidsvisie Externe veiligheid
3.4.3.1 Inleiding Als gevolg van enkele rampen en incidenten, zoals de vuurwerkramp in Enschede, is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. Deze rampen en incidenten hebben ertoe geleid dat de Rijksoverheid diverse maatregelen heeft genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente allereerst haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.
Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten (bestemmingsplannen / streekplannen, milieuvergunningen en rampenbestrijdingsplannen). In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet. 3.4.3.2 Toetsing van het plan aan de beleidsvisie Externe veiligheid In paragraaf 4.8 wordt nader ingegaan op de externe veiligheidsrisico in relatie tot de woningbouwontwikkeling. 3.4.4
Welstandsbeleid Oost Gelre 2017
3.4.4.1 Inleiding Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
3.4.4.2 Toetsing van het plan aan het Welstandsbeleid Het bouwplan van de FCCL wordt te zijner tijd beoordeeld door de welstandscommissie.
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
3.4.5
Geluidsbeleid gemeente Oost Gelre
3.4.5.1 Inleiding Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van dit beleidsstuk. Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe 'Geluidbeleid Oost Gelre' vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Het Activiteitenbesluit kent wat betreft geluidnormering maar twee gebiedstypes (bedrijventerrein en al het overige) met twee bedrijfstypes (agrarisch en tankstations) als uitzondering.
Dit staat in schril contrast met het 'oude' geluidbeleid van Oost Gelre waarin negen verschillende gebiedstypes en vele (streef-, grens- en plafond) waarden werden aangeduid. Het Activiteitenbesluit is nu voor het overgrote deel van de bedrijven van toepassing. 3.4.5.2 Toetsing van het plan aan het Geluidsbeleid Oost Gelre In paragraaf 4.4 wordt nader ingegaan op het aspect geluidshinder door weg- en railverkeerslawaai en industrielawaai. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op milieuhinder, waaronder geluid, van omliggende bedrijfsmatige functies. 3.4.6
Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024
3.4.6.1 Inleiding Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente Oost Gelre, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen.
Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma. 3.4.6.2 Toetsing van het plan aan het integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024 In voorliggend geval zijn de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling van belang. In paragraaf 4.10 wordt hier nader op ingegaan.
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
3.4.7
Conclusie
De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is in overeenstemming met de relevante gemeentelijke beleidskaders.
Toelichting (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
Hoofdstuk 4
Uitvoeringsaspecten
4.1
Archeologie en Cultuurhistorie
4.1.1
Wettelijk kader
De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2022 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Bij het opstellen en uitvoeren van ruimtelijke plannen wordt rekening gehouden met zowel de bekende als de te verwachten archeologische waarden. De gemeente Oost Gelre heeft een archeologische beleidsadvieskaart.
Op deze kaart is aangegeven welke gebieden archeologisch waardevol zijn en welke gebieden de verwachting hebben archeologisch waardevol te zijn. Het beleid dient direct door te werken in het bestemmingsplan. Bescherming (behoud/conservering) van gebieden met archeologische (verwachtings)waarden is uitgangspunt bij de zorg voor het archeologische erfgoed in het plangebied. Afhankelijk van de verstoring moeten de gebieden eerst nader worden onderzocht, voordat hier bebouwing of grondbewerking (=verstoring) plaatsvindt. Tijdens het onderzoek gevonden archeologische resten, moeten zo mogelijk onaangetast in de grond bewaard blijven of anders op verantwoorde wijze worden opgegraven. De kosten hiervan komen voor degene die de grond wil verstoren. Met behulp van een dubbelbestemming wordt voornoemde bescherming van archeologische waarden dan wel archeologische verwachtingswaarden in het bestemmingsplan geregeld. 4.1.2
Situatie plangebied
4.1.2.1 Archeologie Zoals in paragraaf 1.4 is vermeld heeft het plangebied in het geldende bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'. Het betreft een doorvertaling van de archeologische beleidskaart van gemeente Oost Gelre. Opgemerkt wordt dat in februari 2022 het Parapluplan Archeologie wordt vastgesteld door de gemeenteraad van Oost Gelre. Het parapluplan voorziet in een aangepast vergunningstelsel ten aanzien van het archeologiebeleid en vervangt de archeologische dubbelbestemmingen uit het bestemmingsplan “Woonwijken Lichtenvoorde”. Binnen het parapluplan hebben de gronden in het plangebied de bestemming 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2'. De voor 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren dieper dan 40 centimeter onder het maaiveld én een oppervlakte van 250 m2. In dit geval mag worden aangenomen dat de gronden in het plangebied reeds geroerd zijn. In 2000 is een aanvullende archeologische inventarisatie (AAI) uitgevoerd voor de locatie van het voormalige buitenzwembad.
26
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar Bijlage 1 bij de toelichting. Het gebied Eschpark (incl. het overgrote deel van onderhavig plangebied) is daarin meegenomen. Uit het onderzoek blijkt dat de bodemopbouw en geomorfologie van het voormalige zwembadterrein over een groot oppervlakte verstoord is als gevolg van bodemingrepen die samenhangen met de voormalige functie van het gebied als openluchtzwembad. Destijds was er geen sprake van enige aanbeveling voor enig vervolgonderzoek. Het onderzoek kan als voldoende representatief worden beschouwd aangezien in tussentijd geen archeologische waarden, gelet op het gebruik, in het plangebied zijn aangebracht of versterkt. Geconcludeerd wordt dat voldoende is aangetoond dat er geen archeologische waarden meer aanwezig zijn in het plangebied. In dit geval wordt middels dit bestemmingsplan de archeologische dubbelbestemming verwijderd. 4.1.2.2 Cultuurhistorie Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke ingrepen.
Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek. Tot de overige cultuurhistorische waarden worden gerekend: de historisch-geografische waarden (cultuurlandschap, structuren/lijnen en bijzondere punten); de historisch-stedenbouwkundige waarden (stedenbouwkundige opbouw en identiteit); de architectuurhistorische waarden (waardevolle kenmerken van gebouwen). Het voorliggend bestemmingsplan tast de cultuurhistorische waarden niet aan. Ook zijn binnen het plangebied geen monumenten aanwezig. 4.1.3
Conclusie
De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. De gronden zijn voor het overgrote deel van het plangebied reeds geroerd. De archeologische wordt verwijderd. De aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan.
4.2
Bodem
4.2.1
Wettelijk kader
Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er daardoor gezondheidsrisico's of ecologische risico's zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Op 1 juli 2012 zijn in Oost Gelre de Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart in werking getreden. De Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart zijn bedoeld om de omgang met grond goed te regelen. Op basis van de Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is het in veel gevallen mogelijk om het hergebruik van grond als bodem zonder extra keuringen toe te staan. Grondverzet op basis van Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is mogelijk binnen de volgende gemeenten: Aalten, Bronckhorst, Berkelland, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. De Nota Bodembeheer met bodemkwaliteitskaart vormt de basis van duurzaam bodembeheer binnen de regio Achterhoek.
Toelichting (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)
4.2.2
Situatie plangebied
Door Dumea is een verkennend (water) bodemonderzoek uitgevoerd. In 4.2.2.1 worden de onderzoeksresultaten puntsgewijs weergeven. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 2 van deze toelichting. 4.2.2.1 Onderzoeksresultaten De onderzoekslocatie is in het kader van de NEN5740 als onverdacht beschouwd, waarbij er ter plaatse van de voormalige woontorens en voormalige zwembaden extra diepe boringen en analyses zijn uitgevoerd. Eind 2005 heeft op de locatie (net buiten onderhavige onderzoekslocatie) een calamiteit plaatsgevonden. Tijdens het lossen van natronloog en chloorbleekloog, ten behoeve van het zwembad, is de slang van de vrachtwagen losgeraakt. Hierbij is een hoeveelheid chloorbleekloog vrijgekomen, waarop direct de brandweer is ingeschakeld. De brandweer heeft het vrijgekomen product met water weggespoeld. Naar aanleiding van deze calamiteit heeft Rouwmaat in 2006 een bodemonderzoek (kenmerk: GW.26196) ter plekke van de calamiteit uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek werd niet verwacht dat de bodem significant verontreinigd is geraakt. De huidige vijver en een deel van de sloot langs de N18 is als waterbodem conform NEN5720 strategie ON (overig water, normale onderzoeksinspanning) onderzocht. In verband met het voornemen om een HWA stelsel binnen de onderzoekslocatie te realiseren zijn er drie boringen doorgezet tot 4m-mv.