bijlage 2 toelichting
Tekst van het document
1
1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied?
Nee Nee Nee
2 2 1
Nee
1
Verdroging
1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied?
Nee
1
Recreatie
1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief Nee medegebruik mogelijk wordt?
2
Volksgezondheid
Natte natuur
Cultuurhistorie
1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?
Nee
1
1
Wateroverlast Met dit plan wordt in beperkte mate nieuwbouw mogelijk gemaakt (sanitairgebouw voor de camping, mogelijke herbouw van de 'koepel'). De ondernemer onderzoekt of er mogelijkheden om de bestaande bebouwing af te koppelen en het hemelwater te infiltreren. Nieuwe bebouwing wordt voor wat betreft het afvoeren van hemelwater niet meer aangesloten op de riolering en geïnfiltreerd in de bodem. Ook het hemelwater afkomstig van de parkeerterreinen wordt geïnfiltreerd in de bodem. Inrichting en beheer Langs de zuidzijde van het plangebied ligt een watergang van het waterschap. Er vinden geen ingrepen aan de watergang plaats. Wel wordt de huidige rij knotwilgen ten noorden van de watergang vervangen door een elzensingel. Dit zal geen negatieve gevolgen hebben voor de watergang. Als er binnen 5 meter
Toelichting (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij van de watergang werkzaamheden plaatsvinden neemt de initiatiefnemer contact op met het waterschap over het verlenen van een watervergunning.
4.4
Geluid
Wettelijk kader In het kader van de Wet geluidhinder is bij de herziening van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai. Dit geldt alleen voor (geplande) geluidsgevoelige bestemmingen die binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein/bedrijf liggen. Naast het wettelijk kader van de Wet geluidhinder moet ook een afweging gemaakt worden of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Gemeente Oost Gelre heeft in februari 2020 geluidsbeleid vastgesteld om richting te geven aan het geluidsaspect in bestemmingsplannen, vergunningen en dergelijke. Bij nieuwe activiteiten dient de geluidsbelasting te voldoen aan de waarden uit het geluidsbeleid. Het gemeentelijk geluidbeleid sluit aan bij de normen uit het Activiteitenbesluit. Daaruit moet blijken of de activiteiten vergunbaar zijn. Daarnaast moet blijken dat er bij het realiseren van de nieuwe activiteiten sprake blijft van een goed woon- en leefklimaat voor omwonenden. Situatie plangebied Dit bestemmingsplan maakt enkele ontwikkelingen mogelijk die effect kunnen hebben op de omgeving. Daarom is gekeken naar het onderwerp Milieuzonering om te controleren of er voldaan kan worden aan alle richtafstanden zoals die zijn opgenomen in de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering'.
Voor wat betreft het aspect geluid, kent de VNG brochure een stappenplan: 1. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing in beginsel achterwege blijven. Buitenplanse inpassing is mogelijk; 2. Indien stap 1 niet toereikend is, dient middels een geluidonderzoek (vanaf deze stap noodzakelijk) aangetoond te worden dat voldaan wordt aan: a. bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk van maximaal: - 45 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau; - 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden); - 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking. b. bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: - 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau; - 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden); - 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking. c. conclusie: indien voldaan wordt, is buitenplanse inpassing mogelijk; 3. Indien stap 2 niet toereikend is dient middels een geluidonderzoek aangetoond te worden dat voldaan wordt aan: a. bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk van maximaal: - 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau; - 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden); - 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking. b.
bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype
30
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij gemengd gebied van maximaal: - 55 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau; - 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden) exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer; - 65 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking. c. conclusie: indien voldaan wordt, is buitenplanse inpassing mogelijk met dien verstande dat het bevoegd gezag moet motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht. 4. Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal buitenplanse inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. De hierboven genoemde normen zijn etmaalwaarden. Dit houdt in dat deze als volgt uitgesplitst kunnen worden in de volgende waarden; die voor de dagperiode (is gelijk aan de etmaalwaarde), die voor de avondperiode (etmaalwaarde - 5 dB(A)) en die voor de nachtperiode (etmaalwaarde -10 dB(A)). Een etmaalwaarde van 50 dB(A) is dan ook een waarde van 50 dB(A) overdag, 45 dB(A) in de avond en 40 dB(A) in de nacht. In paragraaf 4.7 is de toets van het initiatief aan de richtafstanden toegelicht.
Daaruit vloeit voort dat aan de richtafstanden wordt voldaan. In beginsel zou daarmee verdere toetsing achterwege kunnen blijven. Het gaat hier echter om een ontwikkeling die een substantieel verkeersaantrekkende werking tot gevolg heeft; het zogeheten inrichting gebonden verkeer. Daarnaast kunnen de evenementen divers van karakter zijn, met mogelijk diverse geluidbelasting. Daarom is een aanvullend akoestisch onderzoek uitgevoerd door adviesbureau Cauberg Huygen. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 2 Akoestisch onderzoek behorende bij de toelichting van voorliggend bestemmingsplan.
Beoordelingskader Circulaire indirecte hinder Het inrichting gebonden verkeer op de openbare weg buiten het terrein van de inrichting wordt gezien als indirecte hinder. Deze vorm van hinder wordt beoordeeld volgens de 'Circulaire inzake geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting' (29 februari 1996). De Circulaire kent de volgende normen voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus: •
voorkeursgrenswaarde: 50 dB(A) etmaalwaarde;
•
ontheffingsmogelijkheid tot 65 dB(A) etmaalwaarde.
Als niet aan de voorkeur waarde kan worden voldaan geeft de circulaire hierover onder punt 1 het volgende aan: Voorts acht ik het onder bepaalde voorwaarden acceptabel wanneer u bij vergunningverlening gebruik maakt van de bandbreedte tussen de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) en de maximale grenswaarde van 65 dB(A) op de gevels van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen. Ik geef u hierbij in overweging om geen overschrijding van de voorkeursgrenswaarde toe te staan indien een dergelijke overschrijding kan worden voorkomen door het treffen van bronmaatregelen of door (op kosten van de vergunningaanvrager te treffen) geluidwerende maatregelen in de overdrachtsweg. Wanneer het bevoegd gezag toch een hogere grenswaarde overweegt, kan rekening worden gehouden met de bestaande situatie, de mogelijkheden om geluidsgevoelige ruimten van betrokken woningen door gevelmaatregelen voldoende te beschermen en met de geldende grenswaarden uit de Wet geluidhinder. In deze tekst wordt aangegeven dat deze van toepassing is bij vergunningverlening. Activiteitenbesluit In de geluidparagraaf van het Activiteitenbesluit is de term 'indirecte hinder' niet terug te vinden. Ook is
Toelichting (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij daarin niets geregeld over indirecte geluidhinder ten gevolge van verkeer aantrekkende werking. Wel is in artikel 2.1 een zorgplicht geregeld. Met in name lid 2 onder k. van dit artikel wordt ingegaan op het beperken van nadelige gevolgen voor het milieu door verkeersbewegingen. In het kader van dit artikel heeft het bevoegd gezag wel de bevoegdheid maatwerkvoorschriften te stellen voor zover een aspect bij of krachtens het Activiteitenbesluit niet uitputtend is geregeld. Dit houdt in dat in het kader van het Activiteitenbesluit maatwerkvoorschriften kunnen worden opgelegd omtrent de verkeer aantrekkende werking. Anderzijds is het de vraag wat er met maatwerkvoorschriften geregeld kan worden. In de circulaire is namelijk het volgende aangegeven. Volgens de jurisprudentie is het overigens niet toegestaan om in de milieuvergunning voorschriften op te nemen waarvan de vergunninghouder de naleving niet in zijn macht heeft. Derhalve kan niet worden voorgeschreven dat de vergunninghouder verplicht is om aan omliggende woningen zo nodig geluidwerende voorzieningen aan te brengen. In het overleg voorafgaand aan de vergunningaanvraag kunnen hierover echter wel afspraken worden gemaakt tussen betrokken partijen.
Hierbij kan worden betrokken de mogelijkheid om bij omliggende woningen gevelisolatiemaatregelen aan te brengen. Wanneer het in het kader van een noodzakelijk geachte hogere waarde wenselijk wordt geacht gevelisolatiemaatregelen aan te brengen, lijkt het redelijk om de kosten welke hieraan zijn verbonden ten laste van de vergunningaanvrager te brengen. Ik merk daarbij op dat situaties zich kunnen voordoen waarbij door de eigenaar of de bewoner van een woning of de gebruiker van een gebouw geen toestemming wordt gegeven voor het aanbrengen van deze isolatiemaatregelen. In die gevallen kan het bevoegd gezag bij de afweging om een hogere grenswaarde toe te staan naast de hierboven genoemde aspecten laten meewegen of de vergunningaanvrager terzake een redelijk isolatieaanbod heeft gedaan. Dit impliceert dat ook bij maatwerkvoorschriften geen zaken mogen worden opgenomen waarvan de vergunninghouder de naleving niet in zijn macht heeft. Hoewel aannemelijk, staat niet in Activiteitenbesluit dat de circulaire hiervoor moet worden gevolgd. VNG-brochure Conform de VNG brochure moet eveneens worden gekeken naar de verkeer aantrekkende werking van een ontwikkeling. Dit is echter pas bij de stappen 2 en 3 van het stappenplan aan de orde. Bij Stap 1 wordt gekeken naar de richtafstanden, als daar aan voldaan wordt behoeven de verdere stappen niet te worden behandeld.
Als de stappen 2 en 3 wel worden getoetst zal ook de verkeer aantrekkende werking moeten worden getoetst. Hiervoor geldt net als voor het Activiteitenbesluit dat niet direct wordt verwezen naar de Circulaire. Toch wordt in de brochure wel van dezelfde waarden uitgegaan. Blijft de geluidsbelasting van het verkeer onder de 50 dB(A) dan wordt voldaan aan stap 2. Is de geluidsbelasting hoger dan 50 dB(A), dan dient er bij stap 3 gekeken worden naar het type gebied. Betreft het een gebied dat is te karakteriseren als rustige woonwijk dan blijft de norm 50 dB(A). Kan het echter worden gezien als gemengd gebied, dan kan er na afweging en onderbouwing tot 65 dB(A) worden toegestaan.
Resultaten onderzoek In deze paragraaf worden de resultaten van het akoestisch onderzoek samengevat dat als bijlage 2 bij de toelichting is gevoegd. Representatieve bedrijfssituatie Onder de representatieve bedrijfssituatie (RBS) worden de normale agrarische activiteiten geschaard (behalve het inkuilen van veevoer), aangevuld met de winkel, de stokerij, kaasmakerij, het kleinschalige kampeerterrein, de dagrecreatieve activiteiten, de horeca en het Springkussenfestival. Een deel van deze activiteiten heeft geen akoestische gevolgen. Uit het onderzoek blijkt dat in de representatieve bedrijfssituatie het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ter plaatse van woningen van derden ten hoogste 43 dB(A) bedraagt in de dagperiode, 42 dB(A) in de avondperiode en 30 dB(A) in de nachtperiode. Tevens blijkt dat in de
32
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij representatieve bedrijfssituatie het maximaal geluidniveau ter plaatse van woningen van derden ten hoogste 62 dB(A) bedraagt in de dagperiode, 65 dB(A) in de avondperiode en 54 dB(A) in de nachtperiode. Regelmatig afwijkende bedrijfssituatie De regelmatig afwijkende bedrijfssituatie (RABS) ziet op het inkuilen van ruwvoer. Uit het onderzoek blijkt dat bij de regelmatig afwijkende bedrijfssituatie het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ter plaatse van woningen van derden ten hoogste 42 dB(A) bedraagt in de dagperiode. Tevens blijkt dat bij de regelmatig afwijkende bedrijfssituatie het maximaal geluidniveau veroorzaakt door de extra geluidbronnen (ten behoeve van inkuilen voer) ter plaatse van woningen van derden ten hoogste 49 dB(A) bedraagt in de dagperiode. Incidentele bedrijfssituatie Onder de incidentele bedrijfssituatie worden feesten en partijen verstaan die ten hoogste gedurende 12 dagen per jaar plaatsvinden. Daarbij wordt luider muziekgeluid ten gehore gebracht. Uit het onderzoek blijkt dat bij de incidentele bedrijfssituatie het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ter plaatse van woningen van derden ten hoogste 41 dB(A) bedraagt in de dagperiode, 39 dB(A) in de avondperiode en 35 dB(A) in de nachtperiode, mits ramen en deuren maar gesloten blijven.
Evenementen Bij de inrichting vindt ook een beperkt aantal evenementen plaats. Uit het onderzoek blijkt dat bij een groot evenement het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ter plaatse van woningen van derden ten hoogste 45 dB(A) bedraagt in de dagperiode en 44 dB(A) in de avondperiode. Tevens blijkt dat in de representatieve bedrijfssituatie inclusief groot evenement het maximaal geluidniveau ter plaatse van woningen van derden ten hoogste 62 dB(A) bedraagt in de dagperiode en 65 dB(A) in de avondperiode. Inrichtingsgebonden verkeer / indirecte hinder Uit het akoestisch onderzoek volgt dat voor de RBS de geluidbelasting als gevolg van indirecte hinder resulteert in een etmaalwaarde van 53 dB(A) (46 dB(A) in de dagperiode, 47 dB(A) in de avondperiode en 43 dB(A) in de nachtperiode). Voor de RABS is een etmaalwaarde van 53 dB(A) berekend (53 dB(A) in de dagperiode, 47 dB(A) in de avondperiode en 42 dB(A) in de nachtperiode. Voor evenementen is een geluidbelasting van 60 dB(A) in de dagperiode en 58 dB(A) in de avondperiode berekend en een etmaalwaarde van 62,6 dB(A). Er is geen nachtperiode, want de evenementen duren tot 20:00. De incidentele bedrijfssituatie is voor wat betreft indirecte hinder al opgenomen in de RBS.
Indien een evenement gelijktijdig valt met de RBS, is er sprake van een berekende equivalente geluidbelasting van ten hoogste 60 dB(A) in de dagperiode en 58 dB(A) in de avondperiode en 43 dB(A) in de nachtperiode.
Beoordeling Beoordeling en toetsing geluidbelasting In principe kan gesteld worden dat voldaan wordt aan de richtafstanden van de VNG brochure en dat daarmee gesteld kan worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening met een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Desondanks wordt toch nader ingegaan op het akoestisch onderzoek. De uitkomsten van het onderzoek zelf zijn dan ook getoetst aan de normen van het stappenplan de VNG-brochure (als toegelicht in de paragraaf inzake het beoordelingskader). De normen zijn die van stap 2 met tussen haakjes de norm van stap 3. Beide normen gelden voor gemengd gebied. In de directe omgeving van de inrichting liggen namelijk (agrarische) bedrijven en horeca, die afgewisseld worden door woningen van derden. Er is dan ook geen sprake van een rustige woonwijk. Geluidsbelasting in d(B) Dagperiode (7-19 uur)
Avondperiode (19-23 uur)
Nachtperiode (23-7 uur)
Gemengd gebied
Toelichting (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
50(55)
45(50)
40(45)
maximaal geluidsniveau (piekbelasting)
70(70) (exclusief bijdrage door af- en aanrijdend verkeer)
65(65)
60(60)
Ten gevolge van verkeersaantrekkende werking.
50(65)
45(60)
40(55)
De resultaten van het onderzoek ten aanzien van de representatieve bedrijfssituatie (RBS) voldoen ruimschoots aan de normen van stap 2. Dit geldt ook voor wat betreft de regelmatig afwijkende bedrijfssituatie (RABS) en de incidentele bedrijfssituatie. Hieruit vloeit voort dat bij deze activiteiten sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de omliggende geluidgevoelige functies.
Ten aanzien van de evenementen geldt dat de resultaten (45 dB(A) in de dagperiode (piek van 62 dB(A) en 44 dB(A) in de avondperiode (piek van 65 dB(A)) ook voldoen aan de normen uit stap 2. Omdat hierbij sprake zal zijn van herkenbaar muziekgeluid ter plaatse van de omliggende woningen, moet deze berekende geluidsbelasting (langtijdgemiddelde) worden verhoogd met 10 dB(A). Deze geluidsbelasting komt dan uit op 55 dB(A) in de dagperiode en 54 dB(A) in de avondperiode. Dit voldoet niet aan de normen uit het Activiteitenbesluit en de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. De norm voor stap 2 voor de dagperiode wordt met slechts 2 dB(A) overschreden en die van de avondperiode met 7 dB(A). Evenementen voldoen gedurende de dagperiode aan de normen van stap 3. In de avondperiode is de overschrijding echter 4 dB(A). De avondperiode duurt van 19:00 tot 23:00. Aangezien de evenementen slechts tot 20:00 duren, is daarbij slechts sprake van een overschrijding gedurende een beperkt deel van de periode. In totaal gaat het daarbij om 10 evenementen die samen maximaal 13 dagen duren. Het gaat dus om 13 dagen waarop de geluidsnormen mogelijk worden overschreden. Tevens zijn de berekende waarden gebaseerd op de grote evenementen, die in totaal maximaal 3 keer per jaar gedurende 2 dagen mogen worden gehouden.
Het is aannemelijk dat de kleine evenementen een lagere geluidbelasting tot gevolg hebben, aangezien er daarbij sprake is van een bezoekerspiek die 10% bedraagt van de piek bij de grote evenementen. De overschrijding van de normen is dan ook dermate incidenteel dat de geluidbelasting als aanvaardbaar wordt geoordeeld. Daarnaast is uit de praktijk bekend dat woningen over het algemeen een geluidsisolatie hebben tussen 18 en 24 dB(A), waarbij ervan uit mag worden gegaan dat een normaal goed onderhouden woning een isolatiewaarde heeft van tenminste 20 dB(A). Dat wil zeggen dat bij een geluidsbelasting op de gevel tot 55 dB(A) etmaalwaarde nog net kan worden voldaan aan het binnen niveau. De geluidbelasting als gevolg van evenementen heeft dan ook geen negatieve gevolgen voor het binnenniveau van de omliggende woningen.
Ten aanzien van het aspect Inrichtingsgebonden verkeer / indirecte hinder geldt dat deze als gevolg van de RBS de voorkeurswaarden van stap 2 in de avond- en nachtperiode met 3 dB(A) overschrijden. Deze waarden voldoen echter wel aan de normen uit stap 3. Als gevolg van de RABS wordt de voorkeurswaarde uit stap 2 met 3 dB(A) overschreden. Ook deze geluidbelasting voldoet aan de normen uit stap 3. Voor de beide situaties geldt dat daarbij sprake is van verkeer als gevolg van een reguliere agrarische activiteit die inherent is aan het buitengebied. Daarmee wordt de hinder als aanvaardbaar geoordeeld. Bij evenementen geldt eveneens een overschrijding van 10 dB(A) gedurende de dag en 13 dB(A) in de avondperiode. Deze waarden zijn hetzelfde indien er sprake is van de situatie waarbij een evenement gelijktijdig plaatsvindt met de RBS. Ook deze voldoen niet aan de normen uit stap 2, maar wel uit die van stap 3. Daarbij geldt voor de indirecte hinder als gevolg van een evenement dezelfde afweging als bij de geluidbelasting van de evenementen zelf. De berekening is gebaseerd op de grote evenementen (worst case scenario). Deze kunnen gedurende maximaal 6 dagen per jaar plaatsvinden. De kleine evenementen zullen met een piek van slechts 10% van de grote evenementen (500 in plaats van 5000 bezoekers) een substantieel lagere indirecte hinder tot gevolg hebben.
Daardoor is het zeer aannemelijk dat de hinder gedurende een beperktere periode plaatsvindt dan de maximaal 13 dagen dat
34
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij er evenementen (groot of klein) plaatsvinden. Gedurende de grote evenementen zal er mogelijk sprake zijn van een overschrijding van het wettelijk binnenniveau. Dit geldt dan voor de dagperiode, en een beperkt deel van de avondperiode. De evenementen duren namelijk tot maximaal 20:00. Aangezien deze overschrijding beperkt is, wordt deze als aanvaardbaar beoordeeld. Temeer omdat het hierbij gaat om activiteiten die al gedurende een aantal jaren plaatsvinden bij het bedrijf. In de avondperiode is de overschrijding echter 4 dB(A). De avondperiode duurt van 19:00 tot 23:00. Aangezien de evenementen slechts tot 20:00 duren, is daarbij slechts sprake van een overschrijding gedurende een beperkt deel van de periode. In totaal gaat het daarbij om 10 evenementen die samen maximaal 13 dagen duren. Het gaat dus om 13 dagen waarop de geluidsnormen vanwege verkeer worden overschreden of mogelijk worden overschreden. Tevens zijn de berekende waarden gebaseerd op de grote evenementen, die in totaal maximaal 3 keer per jaar gedurende 2 dagen mogen worden gehouden. Het is aannemelijk dat de kleine evenementen een lagere geluidbelasting tot gevolg hebben, aangezien er daarbij sprake is van een bezoekerspiek die 10% bedraagt van de piek bij de grote evenementen.
De overschrijding van de normen is dan ook dermate incidenteel dat de geluidbelasting vanwege verkeer als aanvaardbaar wordt geoordeeld. Temeer omdat het hierbij gaat om activiteiten die al gedurende een aantal jaren plaatsvinden bij het bedrijf.
Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Een aantal uitgangspunten waarmee gerekend is in het akoestisch rapport is doorvertaald in de planregels van dit bestemmingsplan. Dit is gedaan om te garanderen dat er niet meer geluidbelasting ontstaat dan waarmee gerekend is en waarmee de activiteiten die dit bestemmingplan mogelijk maakt zijn getoetst. Het gaat om de volgende punten: In de planregels is een eindtijd voor de horeca opgenomen. In het akoestisch onderzoek is gerekend met een eindtijd van 02:00 in de nacht. In de regels is een sluitingstijd van 01:00 uur opgenomen, dit betekent dat er na 01:00 gelegenheid is voor de gasten om te vertrekken, zodat het pand en terrein om 02:00 leeg zijn; De terrassen mogen tot maximaal 23:00 in de avond gebruikt worden en er mag geen sprake zijn van muziekgeluid op de terrassen; De evenementen moeten om maximaal 20:00 eindigen. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt.
4.5
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m³, NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Situatie plangebied Voor de ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt is een NIBM-berekening uitgevoerd. Hierin zijn de vervoersbewegingen opgenomen van een 'normale' dag en een dag met evenementen gemiddeld. Uitkomst van de berekening (d.d. 27 mei 2022) is dat ruimschoots wordt voldaan aan de NIBM-norm. Met het plan is de maximale bijdrage van het extra verkeer als gevolg van het plan 0,22
Toelichting (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij NO2 in µg/m3 en 0,05 PM10 in µg/m3. De grens voor "Niet in betekenende Mate" ligt op 1,2 µg/m3. De resultaten van de berekening aan de hand van de NIBM-tool zijn bijgevoegd in bijlage 3 NIBM-resultaten behorende bij de toelichting van voorliggend bestemmingsplan. De voorgenomen ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Er is geen sprake van een gevoelige bestemming. De locatie ligt bovendien op voldoende afstand van rijks- en provinciale wegen. Er is geen sprake van feitelijke of dreigende overschrijding van grenswaarden.
Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.6
Flora en fauna
Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wnb. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort. Gebiedsbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde 'lijst met vrijstellingen' opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voormalig EHS) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN.
De provincie Gelderland streeft naar het veiligstellen van de verscheidenheid (biodiversiteit) en kwaliteit van de Gelderse natuur. Hiertoe zet de provincie in op de realisatie van een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden. Dit wil de provincie bereiken door de bestaande natuur in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) te beschermen en de samenhang te versterken door het uitbreiden van natuurgebieden in het GNN en het aanleggen van verbindingszones in de Groene Ontwikkelingszone (GO). Dit vindt plaats in de Omgevingsverordening Gelderland. De GNN en GO kent formeel geen externe werking. Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn door de Europese Unie (EU) aangewezen op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Binnen deze gebieden mogen geen significant negatieve effecten optreden vanwege nieuwe ontwikkelingen.
36
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij
Afbeelding 10: ligging Natura 2000-gebieden binnen de gemeente en in de omgeving, bron http://natura2000.eea.europa.eu/
Soortenbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4) dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9); nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11). Situatie plangebied Dit bestemmingsplan maakt enkel de gebruikswijziging van een aantal panden en aantal gronden mogelijk. Het gebruik van de panden wijzigt niet ten opzichte van de bestaande situatie. Er worden geen panden gesloopt of gewijzigd. Het deel van de gronden dat wordt aangewezen als evenemententerrein en bijbehorend parkeerterrein mag slechts enkele dagen per jaar gebruikt worden. Het gaat om gronden direct grenzend aan het agrarisch bouwvlak. Het zijn gronden die al jaren in intensief agrarisch gebruik zijn en ook al voor evenementen gebruikt worden. Dit bestemmingsplan legt het bestaande gebruik vast. Een onderzoek naar de effecten op flora en fauna is daarom ook niet noodzakelijk.
Toelichting (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij
Uitgangspunten voor het bestemmingsplan: flora en fauna Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De algemene zorgplicht uit de Wet natuurbescherming blijft altijd gelden. Zo moeten bijvoorbeeld de werkzaamheden ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het erf en de omgeving buiten het broedseizoen plaatsvinden. Bij ontwikkelingen die mogelijk schade kunnen veroorzaken moet daarom alsnog onderzoek plaatsvinden. Dit kan het geval zijn als alsnog gebouwen worden gesloopt of andere werkzaamheden aan de gebouwen plaatsvinden. Uitgangspunten voor het bestemmingsplan: stikstof De emissie van stikstofverbindingen vanuit een inrichting of tijdens de aanlegfase van een bouwontwikkeling kunnen leiden tot een stikstofdepositie op nabij gelegen natuurgebieden. De ontwikkeling die het voorliggende bestemmingsplan mogelijk maakt, houdt in dat aan de Eimersweg een agrarische bestemming wordt geactualiseerd aan de hand van een aantal feitelijk al plaatsvindende nevenactiviteiten. Om een rekenkundig inzicht te krijgen in de daarmee gepaard gaande gevolgen voor de stikstofdepositie, is de nieuwe situatie zoals het bestemmingsplan die beoogd te regelen in AERIUS doorgerekend. Dit is een worst-case scenario waarbij zowel de wijzigingen in gebruik alsmede het verkeer als gevolg daarvan gelijktijdig zijn doorberekend.
In bijlage 4 AERIUS-berekening van de toelichting van het voorliggende bestemmingsplan wordt inzicht geboden in de voor het plan uitgevoerde AERIUS-berekeningen. De AERIUS-berekening is uitgevoerd op basis van de vergunde situatie, namelijk een vergunning Natuurbeschermingswet 1998 (nu Wet Natuurbescherming) vergund op 1 oktober 2012. In de toelichting van de AERIUS-berekening is uitvoerig ingegaan op de emissiebronnen van de vergunde situatie. Met het plan wordt de omvang van de winkel/horeca vergroot, een camping gerealiseerd en worden daarnaast enkele evenementen georganiseerd. Voor deze gewenste situatie zijn in het AERIUS-model 2022 de volgende bronnen ingevoerd: veebezetting: ongewijzigd t.o.v. vergunde situatie; verwarming: ongewijzigd t.o.v. vergunde situatie; mobiele bronnen: tractoren gewijzigd en aggregaat (generator) toegevoegd; vervoersbewegingen: daggemiddelde toename van 174 auto's per etmaal, gebaseerd op; - vervoersbewegingen melkrundveehouderij / kaasmakerij: ongewijzigd t.o.v.
vergunde situatie; - vervoersbewegingen winkel, horeca, stokerij en horecagedeelte: toename, 60 auto's per etmaal; - vervoersbewegingen camping: toename, 25 auto's per etmaal; - vervoersbewegingen evenementen: toename, 32.500 per jaar Conclusie stikstof Uit de berekening volgt dat er in de gewenste situatie, ondanks een toename van het aantal vervoersbewegingen, geen effect is op de stikstofdepositie op een Natura2000-gebied van hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is dan ook geen sprake van een significant nadelig effect. Er behoeft geen nieuwe vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming te worden aangevraagd. De stikstofdepositie ten gevolge van de activiteiten zoals hiervoor omschreven vormen geen belemmering voor het uitvoeren van het gewenste plan. Conclusie De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor de te verlenen omgevingsvergunning.
38
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij
4.7
Bedrijven en milieuzonering
Kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan wij het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt veelal de VNG-uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is (dit is niet altijd de werkelijke gevel, maar de plek waar de gevel van de woning volgens het bestemmingsplan inclusief vergunningvrij bouwen mogelijk is). De in deze uitgave voor bedrijven opgenomen richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. De richtafstanden zijn voor drukkere gebieden (gemengd gebied) naar beneden bij te stellen. Aanvullend milieuonderzoek kan uitwijzen dat kleinere afstanden dan de richtafstanden mogelijk zijn. Verder hebben wettelijke afstanden voorrang op de richtafstanden.
Situatie plangebied Het plan is getoetst aan de richtlijnafstanden voor restaurants en kampeerterreinen. Aan de richtlijnafstanden kan ruimschoots worden voldaan. Voor het evenementerrein geldt dat rekening moet worden gehouden met een richtlijnafstand van 300 meter. Binnen deze afstand liggen wel enkele woningen van derden. Omdat evenementen erg van karakter kunnen verschillen is een nader akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de effecten van dit plan, waaronder de akoestische effecten van het evenemententerrein. Zie ook paragraaf 4.4 Geluid.
Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.8
Externe veiligheid
Wettelijk kader Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen.
Toelichting (vastgesteld)
39
bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen.
Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Daarom is de risicokaart geraadpleegd. Gemeentelijk externe veiligheidsbeleid De gemeente Oost Gelre heeft in 2008 een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente.
Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten. Het beleid betreffende externe veiligheid is samengevat in onderstaand figuur.
40
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij
Afbeelding 11: overzicht beleid externe veiligheid
Situatie plangebied Volgens de website www.risicokaart.nl bevinden zich in de omgeving van het perceel geen wegen, leidingen of installaties die een gevaar kunnen vormen voor de bezoekers van het perceel. Risicobronnen Het plan is niet gelegen binnen een plaatsgebonden risicocontour of een invloedsgebied van een risicobron. Dit betekent dat (beperkte) verantwoording van het groepsrisico niet nodig is. Advies van de veiligheidsregio hoeft niet te worden gevraagd. Evenementen Met het plan wordt mogelijkheid gecreëerd voor het organiseren van grote en kleine evenementen. Grote evenementen kennen maximaal 7.500 totaal aantal bezoekers per dag, waarvan ten hoogste 5.000 tegelijkertijd aanwezig (piekaantal). Een groot evenement duurt maximaal 2 dagen en mag plaatsvinden tussen 07:00 en 20:00 uur op die dagen. Per jaar vinden er maximaal 3 grote evenementen plaats, met een totale op- en afbouwtijd per evenement van maximaal 5 dagen. Kleine evenementen kennen maximaal 2.500 totaal aantal bezoekers per dag, waarvan ten hoogste 500 tegelijkertijd aanwezig (piekaantal). Een klein evenement duurt maximaal 1 dag en mag plaatsvinden tussen 07:00 en 20:00 uur op die dag. Per jaar vinden er maximaal 7 kleine evenementen plaats, met een totale op- en afbouwtijd per evenement van maximaal 3 dagen.
Conclusie: aangezien het plangebied niet in een plaatsgebonden risicocontour of een invloedsgebied van een risicobron ligt, zijn er vanuit externe veiligheid geen belemmeringen op dit onderdeel. Stokerij (PGS15) In het plangebied is een stokerij met destilleerketel (100 liter) aanwezig. Het betreft een activiteit van
Toelichting (vastgesteld)
41
bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij een relatief kleinschalig karakter. De alcohol die uit de destilleerketel komt heeft een alcoholpercentage rond de 50%. Deze alcohol wordt opgeslagen in houten vaatjes om te rijpen. Of wordt direct weer aan vruchten toegevoegd om fruitlikeur van te maken (alcoholpercentage 15%). Gelet op het alcoholpercentage van tussen de 24% en de 70% gaat het hier om een brandbare stof met verpakkingsgroep III. PGS15 is niet van toepassing op ‘Alcoholhoudende dranken in consumentenverpakking’, echter wordt de alcohol (>30%) onder ander opgeslagen in houten vaten en niet in consumentenverpakking. Er is dus sprake van (beperkte) opslag van gevaarlijke stoffen. De opslag van gevaarlijke stoffen valt onder het activiteitenbesluit (paragraaf Opslaan van gevaarlijke stoffen, CMR -stoffen of bodembedreigende stoffen in verpakking, niet zijnde vuurwerk, pyrotechnische artikelen voor theatergebruik […]). Er dient dan voldaan te worden aan artikel 4.1 uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. In artikel 4.1, lid 1 wordt beschreven dat ten minste voldaan moet worden aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen. Met andere woorden, er moet voldaan worden aan de voorschriften die hiervoor zijn opgenomen in de activiteitenregeling Milieubeheer.
De Activiteitenregeling Milieubeheer, artikel 4.3, lid 1 geeft het volgende: “Gevaarlijke stoffen in verpakking en CMR stoffen in verpakking worden opgeslagen in een opslagvoorziening die is uitgevoerd en wordt gebruikt overeenkomstig de volgende onderdelen van de PGS15.” Vervolgens worden een aantal paragrafen en voorschriften uit de PGS 15 (2016, versie 1.0) opgesomd. Het gaat hier om algemene voorschriften/eisen waaraan voldaan moet worden. In de activiteitenregeling zijn geen concrete interne of externe veiligheidsafstanden opgenomen. De PGS 15 geeft ook geen veiligheidsafstanden ten opzichte van externe objecten. De toegevoegde activiteit voor de stokerij heeft, gezien het kleinschalige karakter, geen gevolgen voor het onderwerp externe veiligheid. Ten aanzien van de (beperkte) opslag van gevaarlijke stoffen in de destilleerketel (100 liter) betreft dat voldaan moet worden aan de voorschriften uit de PGS15 (2016, versie 1.0). Ten aanzien hiervan ontbreken concrete veiligheidsafstanden (zoals in het geval van plaatsgebonden risicocontour of een invloedsgebied van een risicobron), en daarom kan simpelweg met het voldoen aan de voorschriften uit de PGS15 volstaan worden op dit punt. Conclusie: er zijn op dit onderdeel geen belemmeringen ten aanzien van externe veiligheid.
Camping Voor het exploiteren van een kleine camping geldt dat in dit geval de planlocatie niet zodanig in de directe nabijheid van een risicobron ligt dat het bepalen van het groepsrisico noodzakelijk is. De activiteiten die binnen dit plangebied plaatsvinden zijn kleinschalig van karakter en het betreffen geen risicovolle activiteiten; althans in die mate dat ze voor externe veiligheid niet relevant zijn. Zo wordt er ten behoeve van de kleinschalige camping geen propaantank geplaatst. In plaats daarvan wordt gebruik gemaakt van een klein aantal gasflessen (25 liter per stuk). Dat betekent dat er geen advies van de veiligheidsregio of brandweer nodig is en er geen verantwoording van het groepsrisico nodig is. Conclusie: er zijn op dit onderdeel geen belemmeringen ten aanzien van externe veiligheid. Veiligheidsregio Ter volledigheid is ten tijde van planvorming advies opgevraagd bij Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Het advies is als bijlage 5 Advies veiligheidsregio van de toelichting van het voorliggende bestemmingsplan toegevoegd. De VNOG heeft in dit advies aangegeven dat goed is geconcludeerd dat verder geen advies van de Veiligheidsregio nodig is. Het plan past binnen de normen van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).
De VNOG geeft in de brief algemeen advies waarmee, wanneer opgevolgd, de kans op calamiteiten kan worden verkleind, of - als er zich toch een ongeluk voordoet - de gevolgen worden beperkt. In de brief wordt geadviseerd (1) een ontruimingsplan op te (laten) stellen, (2) in overleg met de brandweer een betere bluswatervoorziening te realiseren in de vorm van een geboorde put met een capaciteit van 90 m³ water per uur, en (3) bewoners en bezoekers in het plangebied te wijzen op de verschillende middelen waarmee zelfredzaamheid (verder) wordt vergroot.
42
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij
Dit algemeen advies van de VNOG is neergelegd bij initiatiefnemer.
Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.9
Geur
Wettelijk kader Bij de realisatie van gevoelige bestemmingen, zoals woningen, is het van belang dat er een goed woonen leefklimaat gewaarborgd wordt. Daarom moet rekening worden gehouden met geurcontouren van bijvoorbeeld bestaande veehouderijen. Hiervoor bieden het Activiteitenbesluit en de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) een toetsingskader.
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning. Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. De Regeling geurhinder en veehouderij is gepubliceerd op 18 december 2006. Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oost Gelre 2008 De raad heeft bij besluit van 12 maart 2008 de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oost Gelre 2008 vastgesteld. Deze verordening is op 28 maart 2008 in werking getreden. Daarbij zijn de bebouwde kommen van Groenlo, Lievelde en Vragender aangewezen als gedeelte van het gemeentelijk grondgebied waarvoor een andere geurnorm van toepassing is.
Op grond van de verordening gelden de volgende waarden als maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij: bebouwde kom van Groenlo: 5 odour units per kubieke meter lucht; bebouwde kom van Lievelde: 7 odour units per kubieke meter lucht; bebouwde kom van Vragender: 7 odour units per kubieke meter lucht. Situatie plangebied Dit bestemmingsplan maakt een aantal neventakken bij een bestaand agrarisch bedrijf mogelijk. Een deel van deze neventakken is bestaand en in het geldende bestemmingsplan vastgelegd. Een ander deel van de neventakken is nieuw of vormt een uitbreiding van de bestaande neventakken. De ontwikkelingen hangen samen met de bestaande kaasboerderij. Ondanks het voornemen om zelfstandige feesten en partijen te kunnen geven is sprake van een zodanige binding tussen de verschillende bestaande en beoogde onderdelen van het bedrijf dat sprake is van één inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer. Voor zover al sprake is van geurgevoelige objecten, gaat het hier om geurgevoelige objecten die onderdeel uitmaken van een veehouderij. Het is daarom voldoende om ten opzichte van omliggende veehouderijen een minimumafstand van 50 meter aan te houden. Meting van de afstand vindt plaats vanuit de rand van omliggende agrarische bouwvlakken. Het perceel Eimersweg 3 bevindt zich buiten die minimumafstand.
Overigens is in de directe omgeving enkel sprake van melkrundveehouderijen waarvoor sowieso een minimumafstand van 50 meter geldt. Verdere berekening van de voor- en achtergrondbelasting is daarom niet nodig. Ter plaatse van de aangevraagde ontwikkeling is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Toelichting (vastgesteld)
43
bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij
4.10
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Eimersweg. De Eimersweg en overige wegen in de omgeving beschikken over voldoende capaciteit om de extra verkeersbewegingen als gevolg van de plannen aan te kunnen. Bij grote evenementen worden verkeersregelaars ingezet om de verkeersafwikkeling in goede banen te leiden. Parkeren Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre De nota ‘Parkeernormen gemeente Oost Gelre’ is een nadere uitwerking van het parkeerbeleid zoals dat is opgenomen in het integraal verkeersprogramma. In deze nota is een eenduidig toepassingskader vastgelegd van de parkeernormen. Tevens zijn in deze nota de toe te passen parkeernormen van de gemeente Oost Gelre vastgelegd. Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwbouw, verbouw, herontwikkeling etc.) kan extra parkeerbehoefte ontstaan. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeer-plaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de initiatiefnemer in principe op eigen terrein in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen.
De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Op basis van het autobezit in Oost Gelre is ervoor gekozen om de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als uitgangspunt te hanteren. Bij de toekomstige werkwijze bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt de gemiddelde norm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. De normen zijn opgenomen in de nota. De parkeernormen zijn opgenomen per functie, onderverdeeld naar de stedelijke zones: centrum Groenlo en Lichtenvoorde, schil rond centrum Groenlo en Lichtenvoorde, rest bebouwde kom (overige gebieden binnen de bebouwde kom van Groenlo en Lichtenvoorde evenals de kernen Zieuwent, Mariënvelde, Harreveld, Vragender en Lievelde) en buitengebied. In de normering is rekening gehouden met een aandeel van bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning. In de nota zijn ook richtlijnen gegeven voor bijvoorbeeld maatvoering van de parkeerplaatsen en de locatie van de parkeerplaatsen. Verder is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen.
Situatie plangebied Het plangebied beschikt nu al over een aantal parkeerplaatsen. Als onderdeel van de ontwikkeling zullen in totaal 91 parkeerplaatsen structureel worden gerealiseerd. Bij evenementen zal een weiland worden ingericht als parkeerterrein zodat in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien. Het bestemmingsplan voorziet hiervoor in een aanduiding 'parkeerterrein' van ruim 15.000 m2. Bij de grote evenementen wordt incidenteel ruimte op aangrenzende gronden bijgehuurd.
Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Het ingediende plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid.
44
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij
4.11
Laagvliegroute, kabels en leidingen
Deze paragraaf gaat in op de boven- en ondergrondse planologisch relevante technische infrastructuur.
Situatie plangebied Er zijn binnen het plangebied geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Binnen het plangebied ligt een deel van een militaire laagvliegroute, Linkroute 10a geheten. Op deze route mag door militaire vliegtuigen worden gevlogen op een hoogte van minimaal 75 m. Op grond van het gestelde in artikel 2.6.10 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, gelden onder de route beperkingen voor de bouw van obstakels (zoals telecommunicatiemasten, windturbines en dergelijke). Bouwwerken met een hoogte van meer dan 40 m zijn niet toelaatbaar onder de laagvliegroute. De zone waarvoor de beperking geldt, is weergegeven op onderstaande afbeelding. Omdat het bestemmingsplan geen mogelijkheden biedt voor bouwwerken tot 40 m hoogte, is dit niet verwerkt in de regels van dit bestemmingsplan. Daarnaast heeft de staatssecretaris van Defensie in haar brief d.d. 29 mei 2020 aangegeven besloten te hebben om deze laagvliegroute op te heffen. De exacte datum hiervoor zal nog nader worden bepaald. Op grond van het voorgaande heeft deze laagvliegroute geen consequenties voor de regels van het voorliggende bestemmingsplan.
Afbeelding 12: weergave laagvliegroute
Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Dit aspect vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.
Toelichting (vastgesteld)
45
bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij
Hoofdstuk 5
Plantoetsing
Dit hoofdstuk gaat in op de mogelijkheden die dit bestemmingsplan biedt, waarom deze mogelijkheden zijn geboden en op welke manier en hoe deze mogelijkheden in het bestemmingsplan zijn vastgelegd. Het gaat om een combinatie van nieuwe ontwikkelingen, legalisering van een aantal bestaande activiteiten en het verduidelijken van een aantal regelingen uit het geldende bestemmingsplan. In hoofdzaak een agrarisch bedrijf met een kaas- en zuivelmakerij Kaasboerderij Weenink is in hoofdzaak een agrarisch bedrijf met circa 100 melkkoeien en bijbehorend jongvee. Een aantal jaren geleden zijn de stallen en kuilvoerplaten voor het bedrijf nog geheel vernieuwd. Omdat het bedrijf in hoofdzaak een agrarisch bedrijf is en blijft, is in dit bestemmingsplan het huidige agrarisch bouwvlak van 1,5 hectare weer bestemd. Op het perceel is een grondgebonden veehouderij mogelijk. Er is een aanduiding opgenomen ten behoeve en ter plekke van de bestaande buiten het bouwvlak gelegen, eerder vergunde, kuilvoerplaten. Bij het agrarisch bedrijf is een kaas- en zuivelmakerij aanwezig. De melk van het eigen bedrijf wordt hier verwerkt in kaas en andere zuivelproducten. Deze producten worden in de bijbehorende landwinkel verkocht. In het bestemmingsplan is zowel het gebruik als de maximale toegestane oppervlakte voor de kaas- en zuivelmakerij vastgelegd.
Een nieuwe ontwikkeling is dat ook melk van andere agrarische bedrijven (bijvoorbeeld van een geitenhouderij of een biologische melkveehouder) verwerkt mag worden tot kaas en zuivel. De huidige verwerkingscapaciteit (in liters melk) mag daarbij niet toenemen. Op deze manier kan een grotere diversiteit aan producten gemaakt worden zonder dat hiervoor een uitbreiding van de bebouwing nodig is. Omzetten ondergeschikte horeca naar volwaardige horeca Het horeca-onderdeel bij het bedrijf is in het verleden mogelijk gemaakt als ondersteunende activiteit bij de kaasmakerij, dus als onderdeel van de agrarische bedrijfsvoering met kaasmakerij. Een hapje en een drankje na een activiteit waren dus toegestaan, maar zelfstandige feesten en partijen waren (via de definitie van ondergeschikte horeca) uitgesloten. In de loop der jaren is deze horecatak uitgegroeid tot een zelfstandige horecatak waar naast de toegestane activiteiten ook zelfstandige feesten en partijen worden georganiseerd en waar bijvoorbeeld ook geluncht kan worden. Bij de horecazaal zijn ook enkele terrassen aanwezig. De 'koepel' wordt ook gebruikt voor de ontvangst van gasten maar voldoet niet aan de bouwkundige eisen. Met dit bestemmingsplan wordt de ondergeschikte horeca omgezet naar zelfstandige horeca, waarmee het bestaande gebruik gelegaliseerd wordt. Zelfstandige feesten en partijen worden hier mee toegestaan.
Daarnaast is een uitbreiding in oppervlakte mogelijk gemaakt, waardoor de huidige koepel vervangen kan worden door een gebouw dat aan bouwkundige en stedebouwkundige eisen voldoet. De toegestane oppervlakte bebouwing voor de horeca neemt daarmee toe van 118 m2 naar 245 m2. Doordat de horecafunctie nog wel geschaard wordt onder de nevenactiviteiten zal deze alleen uitgeoefend kunnen worden zolang de agrarische hoofdactiviteit op het perceel wordt uitgeoefend. Omdat deze horecagelegenheid in het verleden is ontstaan als een ondergeschikte nevenfunctie en de locatie in het buitengebied ligt is in het bestemmingsplan een sluitingstijd van 01:00 uur opgenomen. Het terrein is dan ook uiterlijk om 02:00 leeg. Deze eindtijd sluit ook aan bij de praktijk en de uitgangspunten uit het akoestisch onderzoek. Nachthoreca, zoals gebruikelijk in de centrumgebieden, is hier dan ook niet toegestaan. In de regels is de toegestane horecacategorie vastgelegd en is in aanvulling daarop bepaald dat een gebruik als café en/of hotel niet is toegestaan. Zo blijft het gebruik beperkt tot het huidige gebruik dat met dit bestemmingsplan wordt gelegaliseerd. De omzetting naar zelfstandige horeca is mogelijk gemaakt omdat het gebruik al jaren plaatsvindt en niet tot overlast heeft geleid.
Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt ook dat het gebruik niet leidt tot een overschrijding van de geluidsnormen. De oppervlakte van de horecagelegenheid is en blijft beperkt. Het gebruik blijft relatief extensief, nachthoreca is bijvoorbeeld niet toegestaan.Daarnaast is de openingstijd beperkt tot maximaal 1 uur 's nachts.
46
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij
Gebruik van de terrassen De regeling uit het geldende bestemmingsplan voor terrassen is overgenomen. Dit houdt in dat de locaties van de terrassen zijn aangeduid en de maximale oppervlakte van 200 m2 is vastgelegd.Op het terras mag ook gebruik gemaakt worden van barbecues, foodtrucks en dergelijke om eten te bereiden. Uitgangspunt bij de akoestische berekening is geweest dat er vanaf 23:00 uur geen stemgeluid meer van de terrassen meer komt. De bestemmingsplanregeling sluit hierbij aan doordat bepaald is dat de terrassen tot uiterlijk 23:00 geopend mogen zijn. Na dat tijdstip mag het terras wel gebruikt worden als opslag voor het benodigde meubilair of andere benodigdheden. Recreatieve nevenactiviteiten en kleinschalig kampeerterrein Op het perceel vinden meerdere recreatieve nevenactiviteiten plaats. Deze zijn als nevenactiviteit meebestemd. Het gaat om rondleidingen, sportieve buitenactiviteiten en behendigheidsspellen op het erf. Vaak vinden deze activiteiten plaats in combinatie met gebruik van de horeca (arrangementen). Daarnaast is een kleinschalig kampeerterrein mogelijk gemaakt. Deze voldoet aan de voorwaarden die aan kleinschalige kampeerterreinen worden gesteld en ook zonder deze bestemmingsplanherziening vergund had kunnen worden. Met de aanduiding 'kampeerterrein' is de locatie voor dit kleinschalig kampeerterrein aangewezen.
Binen de agrarische bestemming (dus ook buiten het bouwvlak) is extensieve dagrecreatie toegestaan. Naast wandelen, fietsen en daarmee te vergelijken activiteiten valt daar in dit bestemmingsplan ook de activiteit boerengolf onder. Een andere nevenactiviteit is de intensieve dagrecreatie in de vorm van het springkussenfestival. Voor dit festival zijn het maximaal aantal festivaldagen en het aantal op- en afbouwdagen, alsmede bezoekersaantallen, maar ook de maximale geluidbelasting op de omliggende eerstelijnsgevels van gevoelige functies opgenomen. Uitbreiding van de landwinkel (ondersteunende detailhandel) Met dit bestemmingsplan wordt de uitbreiding van de landwinkel mogelijk gemaakt. De uitbreiding van de winkel is aangevraagd om meer ruimte te maken voor het kunnen verkopen van een breder en diverser aanbod van streekproducten. De uitbreiding kan inpandig op de begane grond plaatsvinden, er vindt geen uitbreiding van de bebouwing plaats. In de planregels is de verkoopvloeroppervlakte vastgelegd. Daarnaast is een regeling opgenomen dat minimaal 50% van de omzet van deze ondersteunende detailhandel moet worden verkregen uit de verkoop van de op dit bedrijf geproduceerde melk en melkproducten. Stokerij en slijterij In de hooiberg is een stokerij van sterke drank gevestigd. Hier wordt onder meer likeur van fruit uit de regio gestookt.