CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

ab vergadering regio achterhoek dd 10-03-2021

Raadscommissie 30 maart 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Informatie m.b.t. bestuurlijke aangelegenheden van de Regio Achterhoek37.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

In het tweede lid van artikel 4 wordt een nadere invulling aan deze wettelijke verplichtingen gegeven door de omvang van het bedrag voor onvoorzien vast te leggen. Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten Artikel 5 van de financiële verordening bevat nadere regels voor de autorisatie van de baten en lasten in de begroting en van de investeringskredieten. Autorisatie van de baten en de lasten vindt plaats op programmaniveau (eerste lid). Naast lopende uitgaven doet een organisatie investeringen. Ook uitgaven voor investeringen moeten worden geautoriseerd. Voor de autorisatie van deze investeringskredieten is gekozen deze bij de begrotingsbehandeling mee te nemen (tweede lid). Wel kan het algemeen bestuur bij de begrotingsbehandeling aangeven welke investeringskredieten hij op een later tijdstip wenst te autoriseren. Zo kan het algemeen bestuur de autorisatie van belangrijke investeringen combineren met de behandeling van de inhoudelijke kant van het investeringsvoorstel. Het bedrag voor een dergelijke investering blijft wel op de begroting staan als voorziene uitgaaf, maar het algemeen bestuur autoriseert de uitgaaf nog niet. Het dagelijks bestuur is nog niet bevoegd verplichtingen voor de investering aan te gaan.

Het dagelijks bestuur dient dreigende overschrijdingen van geautoriseerde lasten op programmaniveau en investeringskredieten en dreigende onderschrijdingen van geautoriseerde baten op programmaniveau bij het bekend worden aan het algemeen bestuur te melden, zodat het algemeen bestuur kan besluiten of het budget moet worden gewijzigd of dat het beleid moet worden bijgesteld. Voor het behandelen van de daadwerkelijke begrotingswijzigingen en bijstellingen van beleid is er voor gekozen deze mee te nemen bij de behandeling van de tussenrapportages (vierde lid). Meestal komen gedurende het begrotingsjaar nieuwe investeringsvoornemens op tafel die bij het opstellen van de begroting niet waren voorzien. Het vijfde lid van het artikel regelt de autorisatie van de investeringskredieten anders dan bij vaststelling van de begroting. Dus ook voor investeringen die pas in de loop van het begrotingsjaar worden voorzien. Daarbij draagt dit lid aan het dagelijks bestuur op bij grote investeringen aan te geven wat het effect is op de schuldpositie van de Regio. Artikel 6. Tussentijdse rapportage Een belangrijk onderdeel van de planning- en controlcyclus voor het algemeen bestuur zijn de tussenrapportages. Op basis van tussenrapportages wordt het algemeen bestuur geïnformeerd over de uitputting van budgetten en investeringskredieten en de voortgang van de uitvoering van het beleid.

Het tweede lid bevat bepalingen over de minimale inhoud van de rapportage.

Het derde lid bepaalt welke afwijkingen ten opzichte van de begroting het dagelijks bestuur in de tussenrapportages moet toelichten (> € 2.000). Artikel 7. Informatieplicht In artikel 7 van de financiële verordening is een nadere invulling van de informatieplicht van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur opgenomen. Het betreft een uitwerking van het vierde lid van artikel 169 Gemeentewet. Dat artikel verplicht het dagelijks bestuur vooraf aan het aangaan van bepaalde verplichtingen het algemeen bestuur inlichtingen te verstrekken indien het algemeen bestuur daar om verzoekt of indien de uitoefening van deze bevoegdheden van het dagelijks bestuur ingrijpende gevolgen heeft voor de gemeente. In artikel 7 verzoekt het algemeen bestuur het dagelijks bestuur om informatie vooraf aan het aangaan van de opgesomde rechtshandelingen met een financieel gevolg, indien het aangaan van deze verplichtingen de in het artikel genoemde bedragen overschrijden. De bepalingen uit het artikel ontslaan het dagelijks bestuur niet van de informatieplicht in andere gevallen. Ook moeten besluiten van het dagelijks bestuur voor het doen van privaatrechtelijke rechtshandelingen passen binnen de kaders van het beleid dat door het algemeen bestuur is uiteengezet.

Het artikel schept slechts duidelijkheid tussen het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur over wanneer het algemeen bestuur in elk geval vóóraf wenst te worden geïnformeerd en in de gelegenheid wil worden gesteld zijn wensen en bedenkingen aan het dagelijks bestuur kenbaar te maken. Artikel 8. EMU-saldo Het EMU saldo is van toepassing voor alle decentrale overheden, dus ook voor de Regio. Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinanciën vastgelegd dat ze aandeel hebben in plafond voor het totale EMU-tekort van Nederland. Wordt dit gemeentelijk aandeel in het EMU-tekort door de gezamenlijke gemeenten overschreden dan kan dat tot een correctieve maatregel van het Rijk leiden of tot een boete uit Europa die naar gemeenten wordt doorvertaald. Maar het kan ook zijn dat de overschrijding niet erg is. Gemeenten krijgen in het voorjaar van het Rijk bericht of het gemeentelijk aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de lopende begroting dreigt te worden overschreden. Ook wordt dan duidelijk of daarop actie van gemeenten is gewenst. Pas als dit laatste het geval is, moeten gemeenten met een individueel EMU-saldo hoger dan gemeentelijke EMUreferentiewaarde hun begroting neerwaarts bijstellen om de overschrijding van het collectieve aandeel ongedaan te maken.

In het artikel is opgenomen dat het dagelijks bestuur het algemeen bestuur informeert bij een overschrijding van het toegestane EMU-tekort voor alle gemeenten. Als daarop actie nodig is van de gemeente, doet het dagelijks bestuur een voorstel voor het wijzigen van de begroting. Artikel 9. Waardering & afschrijving vaste activa In het tweede lid, onder a, van artikel 212 Gemeentewet is opgenomen dat de financiële verordening in elk geval de regels voor waardering en afschrijving van activa bevat. Hieraan is in artikel 9 invulling gegeven. Gekozen is voor de systematiek van een maximale afschrijvingstermijn, omdat van een maximale afschrijvingstermijn kan naar beneden kan worden afgeweken. Reden hiervoor is dat de economische levensduur van bijvoorbeeld nieuwe riolering langer is dan die van oude riolering. Door het opnemen van de maximale afschrijvingstermijn kan voor oude riolering een korte afschrijvingstermijn worden toegepast zonder hiervoor in de verordening een aparte bepaling op te nemen. Het BBV laat een aanzienlijke beleidsvrijheid aan gemeenten voor het zelf vaststellen van de eigen afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen. Natuurlijk geldt hierbij wel het criterium dat gemeenten de afschrijvingsmethodiek en afschrijvingstermijn van een actief moeten afstemmen

op de verwachte levensduur. Indien dit wordt nagelaten, wordt het getrouwe beeld van de jaarrekening aangetast. Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen Voor de oninbaarheid van vorderingen moet de Regio een voorziening vormen. Vorderingen worden individueel beoordeeld op oninbaarheid. Op zich zijn de bepalingen van artikel 10 niet noodzakelijk. De accountant controleert bij zijn controle van het getrouwe beeld van de jaarrekening sowieso de hoogte van deze voorziening. Artikel 11. Reserves en voorzieningen Dit artikel bepaalt dat het dagelijks bestuur eens in vier jaar een nota over de reserves en voorzieningen aan het algemeen bestuur aanbiedt. Met het vaststellen van deze nota stelt het algemeen bestuur de kaders vast voor de vorming van reserves en voorzieningen. Artikel 12. Prijzen economische activiteiten Als de Regio diensten levert aan overheidsbedrijven of derden dan mag zij deze activiteiten niet bevoordelen als het economische activiteiten betreft. Economische activiteiten zijn hier activiteiten waarmee de Regio in concurrentie met ander ondernemingen treedt. Het bevoordelingsverbod houdt feitelijk in dat tenminste een integrale kostprijs voor de levering van diensten en het verstrekken van leningen garanties en kapitaal in rekening moet worden gebracht.

Van deze verplichting kan worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid in het kader van het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat in een AB-besluit het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Het AB-besluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene strekking. Het besluit moet worden bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad en moet open staan voor bezwaar en beroep. Belanghebbenden kunnen dan binnen uiterlijk zes weken na bekendmaking van het besluit een bezwaarschrift indienen bij de Regio (Artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht). De Regio moet binnen zes weken een besluit nemen over het bezwaarschrift of – indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht is ingesteld – binnen twaalf weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Bij afwijzing van de bezwaren kan de belanghebbende beroep instellen bij de bestuursrechter. Voor het verplicht in rekening brengen van minimaal een integrale kostprijs voor de levering van diensten of voor het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal gelden een aantal uitzonderingen. Deze uitzonderingen worden in het vierde lid opgesomd. Artikel 13.

Financieringsfunctie Artikel 212 Gemeentewet bevat de bepaling dat de financiële verordening in elk geval regels voor de algemene doelstelling en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie bevat. Artikel 14 geeft invulling aan deze plicht. Het artikel bevat kaders voor het financieringsbeleid. De kaders voor de financiële organisatie van de financieringsfunctie staan in artikel 21. In aanvulling op de regels uit de wet Financiering decentrale overheden en daaruit volgende besluiten en regelingen stelt het eerste lid een aantal aanvullende kaders. Zo mag geen gebruik worden gemaakt van financiële derivaten. Het tweede lid bepaalt dat het dagelijks bestuur het algemeen bestuur informeert als de kasgeldlimiet of de renterisiconorm dreigt te worden overschreden. Artikel 4 respectievelijk 6 van de Wet financiering decentrale overheden (hierna: Wet Fido) geeft aan dat de toezichthouder (provincie) wordt geïnformeerd als de Regio voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet respectievelijk renterisiconorm overschrijdt en dat de Regio aan de toezichthouder een plan voorlegt om weer binnen deze limiet te komen. Dit plan dient door de provincie goedgekeurd te worden. Indien hier niet aan wordt voldaan, kan de toezichthouder correctieve maatregelen treffen.

Gemeenten en Regio mogen alleen leningen en garanties verstrekken en financiële participaties aangaan voor het behartigen van een publiek belang (artikel 2 Wet Fido). Daarbij bepaalt het tweede lid van artikel 160 Gemeentewet dat een besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen niet eerder wordt genomen dan nadat het algemeen bestuur een ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het dagelijks bestuur heeft kunnen brengen. Het derde lid draagt het dagelijks bestuur op bij het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal zo mogelijk zekerheden te bedingen om zo het financiële risico waaraan de Regio bloot komt te staan te verminderen. Dit is zeker als het om grote bedragen gaat, iets om op te letten. Als instellingen bij de Regio aankloppen voor een lening of garantiestelling dan hebben de banken er in de regel niet al te veel vertrouwen meer in. Het vierde lid bepaalt dat voor het verlenen van garanties een voorziening wordt gevormd voor het risico dat de Regio loopt. Daarmee komt de verlening van garanties expliciet onder het budgetrecht van het algemeen bestuur te vallen en is voor ook de verlening van garanties tegen marktconforme tarieven instemming van het algemeen bestuur vereist.

Paragrafen Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten geeft in de artikelen 9 tot en met 16 aan wat er in de paragrafen lokale heffingen, weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering, verbonden partijen en grondbeleid ten minste moet staan. In de financiële verordening kan het algemeen bestuur bepalen dat hij ook over aanvullende zaken in de paragrafen wil worden geïnformeerd Artikel 14. Financiering In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in artikel 13 welke informatie de paragraaf financiering in elk geval moet bevatten. In dit artikel wordt de aanvullende informatievraag van het algemeen bestuur gedefinieerd. Er is opgenomen dat het algemeen bestuur in de paragraaf financiering ook wordt geïnformeerd over de opbouw van de korte en lange schuldpositie, de liquiditeitsplanning en de rentevisie voor de komende jaren. Artikel 15. Weerstandsvermogen & risicobeheersing In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in artikel 11 welke informatie de paragraaf weerstandsvermogen in elk geval moet bevatten. Het kan zijn dat het algemeen bestuur aanvullende wensen heeft. Dit model heeft daarom een artikel waarin deze aanvullende informatievraag van het algemeen bestuur wordt gedefinieerd.

Er is opgenomen dat het algemeen bestuur voor het vormen van een oordeel van de weerstandscapaciteit in deze paragraaf ook wordt geïnformeerd over de solvabiliteitsratio, , de ontwikkeling van de netto schuldquote en de ontwikkeling van de uitleenquote en de structurele exploitatieruimte. In het tweede lid wordt aangegeven op welke wijze in beeld moet worden gebracht of de weerstandscapaciteit voldoende is. Artikel 16. Onderhoud kapitaalgoederen In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in artikel 12 welke informatie de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen in elk geval moet bevatten. Het kan zijn dat het algemeen bestuur aanvullende wensen heeft voor de informatie in deze paragraaf. Dit model heeft daarom een artikel waarin deze aanvullende informatievraag van het algemeen bestuur wordt gedefinieerd. Er is opgenomen dat het algemeen bestuur in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ook wordt geïnformeerd over de voortgang van het geplande onderhoud en de omvang van het achterstallig onderhoud. De navolgende leden bevatten de bepaling dat het dagelijks bestuur tenminste eens in een nader bepaald aantal jaar het algemeen bestuur onderhoudsplannen aanbiedt over het onderhoud

openbare ruimte, het onderhoud riolering en het onderhoud gebouwen. Hiermee kan het algemeen bestuur de kaders voor het toekomstig onderhoudsniveau vaststellen. Artikel 17. Bedrijfsvoering In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in artikel 14 welke informatie de paragraaf bedrijfsvoering in elk geval moet bevatten. Het kan zijn dat het algemeen bestuur aanvullende wensen heeft voor de informatie in deze paragraaf. Dit model heeft daarom een artikel waarin deze aanvullende informatievraag van het algemeen bestuur wordt gedefinieerd. Er is opgenomen dat het algemeen bestuur in de paragraaf bedrijfsvoering ook wordt geïnformeerd over de kosten, de opbouw en het verloop van het personeelsbestand, de kosten inhuur derden, de huisvestingskosten, de automatiseringskosten en de budgetten voor het algemeen bestuur en de accountant. Artikel 18. Administratie Onder artikel 19 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de administratie van de organisatie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens en de vastlegging er van moeten voldoen. Artikel 19. Financiële organisatie Artikel 20 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie en draagt het dagelijks bestuur op hiervoor zorg te dragen.

Het dagelijks bestuur is op grond van artikel 160 Gemeentewet bevoegd regels te stellen over de ambtelijke organisatie. Deze bevoegdheid betreft ook het stellen van regels voor de financiële organisatie, blijkt uit het advies van het algemeen bestuur van Raad van State en het nader rapport uit 2003 over de wijziging van artikel 212 Gemeentewet. Artikel 20 geeft een opsomming op welke terreinen van de financiële organisatie het dagelijks bestuur beleid en interne regels moet stellen. Om hier invulling aan te geven ligt het voor de hand dat het dagelijks bestuur een organisatiebesluit en een treasurystatuut vaststelt en dat het dagelijks bestuur de volmachten en mandaten vastlegt. Bij het beleid en interne regels voor de inkoop en aanbesteding kan gedacht worden aan een inkoopreglement en ook aan inkoopvoorwaarden. Bij het beleid en interne regels voor steunverlening en subsidieverstrekking gaat het om procedures die naleving van de Europese staatssteunregels en regels voor diensten van algemeen economisch belang, de Algemene wet bestuursrecht en de subsidieverordening van de Regio waarborgen. In geval van misbruik en oneigenlijk gebruik gaat het om bijvoorbeeld het treffen van voldoende verificatiemaatregelen vooraf van de antecedenten van een aanvrager van een subsidie, zodat subsidies wel daadwerkelijk worden verstrekt aan rechthebbenden.

De uitgangspunten voor de financiële organisatie zijn nodig om voor het financieel beheer en beleid aan de eisen voor rechtmatigheid, controle en verantwoording te voldoen. Ze creëren de randvoorwaarden waarop de interne controle en de accountantscontrole kan steunen bij het onderzoek naar de rechtmatigheid van de beheershandelingen en getrouwheid van de jaarrekening. Artikel 20. Interne controle De accountant toetst jaarlijks of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de financiën en of de (financiële) beheershandelingen die eraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Artikel 21 draagt het dagelijks bestuur op maatregelen te treffen opdat gedurende het jaar of vooraf aan de accountantscontrole de Regio zelf nagaat of de cijfers in de administraties een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten, de lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn) verlopen. Het bestuur neemt een rechtmatigheidsverantwoording over het boekjaar op in de jaarrekening waarmee verantwoording

wordt afgeleverd over de naleving van de regels, die relevant zijn voor het financiële reilen en zeilen van Regio Achterhoek. In verband met nieuwe regelgeving is een intern controleplan opgesteld waarin wordt weergegeven welke interne controles worden uitgevoerd op welke momenten. Het tweede lid bepaalt dat jaarlijks wordt gecontroleerd of de administratie van waardepapieren e.d. overeenkomen met hetgeen de Regio daadwerkelijk bezit. Het lid gebiedt daarbij dat eens in een nader aantal te bepalen jaar wordt gecontroleerd of de administratie van registergoederen en bedrijfsmiddelen overeenkomt met het daadwerkelijke bezit. Advies is om deze laatste controle eens in de vier of vijf jaar uit te voeren. Artikel 21. Intrekken oude verordening en overgangsrecht Bij het inwerkingtreden van de nieuwe verordening moet de oude worden ingetrokken. Volgens de Gemeentewet is een begrotingsjaar gelijk aan een kalenderjaar. In begrotingsjaar t worden de jaarstukken uit het begrotingsjaar t-1 vastgesteld, wordt uitvoering gegeven aan de begroting voor het jaar t en wordt tot slot de begroting voor het jaar t+1 vastgesteld. De nieuwe verordening is van toepassing op alle stukken die betrekking hebben op het begrotingsjaar t+1 en later. De oude verordening is ondanks het intrekken nog wel van toepassing op de jaarstukken van het begrotingsjaar t-1 en de begroting en jaarstukken van het jaar t.

Hiervoor is in artikel 26 een overgangsbepaling opgenomen. Artikel 22. Inwerkingtreding en citeertitel Het verdient de voorkeur de nieuwe verordening in werking te laten treden op een datum voor het vaststellen van de voorjaarsnota en anders voor het vaststellen van de begroting van het jaar t+1. Anders moet artikel 23 worden uitgebreid met een bepaling die voorziet in terugwerkende kracht, zodat de bepalingen uit de nieuwe verordening ook gelden voor de begroting voor het jaar t+1. Vaststelling Uitgaande stukken van het algemeen bestuur moeten door de voorzitter worden ondertekend. De secretaris moet de uitgaande stukken van het algemeen bestuur medeondertekenen. Binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur moet het dagelijks bestuur de verordening aan gedeputeerde staten zenden (artikel 214 Gemeentewet). Gedeputeerde staten kunnen te allen tijde een onderzoek instellen naar het beheer en de inrichting van de financiële organisatie en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet (artikel 215 Gemeentewet).

1 Controleverordening 2021.doc

Controleverordening 2021 Regio Achterhoek Het algemeen bestuur van de Regio Achterhoek besluit, gelet op artikel 213 Gemeentewet en het Besluit Accountantscontrole decentrale overheden (BADO), vast te stellen: de verordening voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële administratie van de Regio Achterhoek Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. accountant: een door het algemeen bestuur benoemde: - registeraccountant of - accountant-administratieconsulent met een aantekening in het inschrijvingenregister als bedoeld in het derde lid van artikel 36, Wet op de Accountant-Administratieconsulenten of - organisatie waarin voor de accountantscontrole bevoegde accountants samenwerken, belast met de controle van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening. b.

accountantscontrole: de controle van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening uitgevoerd door de door het algemeen bestuur benoemde accountant van: - het getrouwe beeld van de in de jaarrekening gepresenteerde baten en lasten en de grootte en samenstelling van het vermogen; - het in overeenstemming zijn van de door het dagelijks bestuur opgestelde jaarrekening met de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels bedoeld in artikel 186 Gemeentewet; - De inrichting van het financieel beheer en de financiële organisatie gericht op de vraag of deze een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken. waarbij de nadere regels die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden gesteld op grond van het zesde lid van artikel 213 Gemeentewet, in acht worden genomen. c. rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole: het overeenstemmen van het tot stand komen van de financiële beheersbehandelingen en de vastlegging daarvan met de relevante wet- en regelgeving zoals bedoeld in het Besluit Accountantscontrole Provincies en Gemeenten. Artikel 2. Opdrachtverlening accountantscontrole 1. De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door het algemeen bestuur te benoemen accountant. De benoeming van de accountant geschiedt voor een periode van 4 jaar. 2.

Het dagelijks bestuur bereidt in overleg met het algemeen bestuur de aanbesteding van de accountantscontrole voor.

1

3. Het algemeen bestuur stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het programma van eisen vast. In het programma van eisen wordt voor de jaarlijkse accountantscontrole opgenomen: a. de toe te passen goedkeuringstoleranties (en afwijkende rapporteringstoleranties) bij de controle van de jaarrekening; b. de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe te passen omvangbases en goedkeuringstoleranties (en afwijkende rapporteringstoleranties); c. de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen; d. de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse controles; e. de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportering; en voor ieder afzonderlijk te controleren begrotingsjaar: f. de posten van de jaarrekening en deelverantwoordingen met bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden; g. de regionale producten en of afdelingen met bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden. 4.

In afwijking van het gestelde in lid 3, letters f en g kan het algemeen bestuur in het programma van eisen opnemen, dat het algemeen bestuur jaarlijks voorafgaand aan de accountantscontrole in overleg met de accountant vaststelt de posten van jaarrekening, de posten van de deelverantwoordingen, de producten van de organisatie en de afdelingen, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden en welke rapporteringstoleranties hij daarbij dient te hanteren. Artikel 3. Informatieverstrekking door het dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de samenstelling van de jaarrekening conform de geldende interne- en externe wet- en regelgeving en overlegt deze aan de accountant voor controle. 2. Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat alle aan de jaarrekening ten grondslag liggende verordeningen, nota’s, besluiten, deelverantwoordingen, administraties, plannen, overeenkomsten, berekeningen e.d. voor de accountant ter inzage liggen en goed toegankelijk zijn. 3. Bij de jaarrekening bevestigt het dagelijks bestuur schriftelijk aan de accountant, dat alle hem bekende informatie van belang voor de oordeelsvorming van de accountant is verstrekt. 4. Bij de jaarrekening stelt het dagelijks bestuur de rechtmatigheid vast en legt hier verantwoording over aan het algemeen bestuur. 5.

Het dagelijks bestuur overlegt de gecontroleerde jaarrekening samen met de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen voor 1 augustus aan het algemeen bestuur. 6. Alle informatie die na afgifte van de accountantsverklaring en voor behandeling van de jaarrekening in het algemeen bestuur beschikbaar komt en die van invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft, wordt voor vaststelling van de jaarrekening door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur en de accountant gemeld. Artikel 4. Inrichting accountantscontrole 1. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, evenals de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden. 2. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren. 3. Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek overleg plaats tussen de accountant en de portefeuillehouder financiën (vertegenwoordiger uit het AB), de secretaris en de financieel adviseur. Artikel 5. Toegang tot informatie 1. De accountant is bevoegd tot inzage in het financiële systeem en alle documenten, waarvan hij inzage voor de accountantscontrole nodig oordeelt.

Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat de accountant voor de uitvoering van zijn controlewerkzaamheden een onbelemmerde toegang heeft tot het kantoor van de Regio Achterhoek.

2

2. De accountant is bevoegd om van alle ambtenaren mondelinge en schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen die hij voor de uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor, dat de desbetreffende ambtenaren hieraan hun medewerking verlenen. 3. Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor, dat alle medewerkers van de Regio Achterhoek zijn gehouden de accountant alle informatie te verstrekken, opdat de accountant zich een juist en volledig oordeel kan vormen over de rechtmatige totstandkoming van baten, lasten, balansmutaties en het gevoerde beheer en over de getrouwheid van de daarover verstrekte informatie. Artikel 6. Overige controles en opdrachten 1. Het dagelijks bestuur kan de door het algemeen bestuur benoemde accountant opdracht geven tot het uitvoeren van specifieke werkzaamheden met betrekking tot de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid voorzover de onafhankelijkheid van de accountant daarmee niet in het geding komt. Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur vooraf over deze aan de accountant te verstrekken opdrachten. 2. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de uitvoering van het beleid betreffende de specifieke uitkeringen volgens de eisen van rechtmatigheid van de ministeries.

Het dagelijks bestuur is voor de controle van de rechtmatige besteding van specifieke uitkeringen bevoegd de opdracht te verlenen aan een andere dan de door het algemeen bestuur benoemde accountant, indien dit in het belang van de Regio Achterhoek is. 3. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de verantwoording aan derden (Belastingdienst, CBS, e.a.) en neemt hierbij de gestelde controle-eisen in acht. Indien een deel van deze vereisten moet worden uitgevoerd door een accountant, is het dagelijks bestuur bevoegd hiervoor de opdracht te verlenen aan een andere dan de door het algemeen bestuur benoemde accountant, indien dit in het belang is van de Regio Achterhoek. Artikel 7. Rapportering 1. Indien de accountant bij een controle afwijkingen constateert die leiden tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt hij deze terstond schriftelijk aan het algemeen bestuur en zendt een afschrift hiervan aan het dagelijks bestuur. 2. In aanvulling op het in de wet voorgeschreven verslag van bevindingen brengt de accountant over de door hem uitgevoerde (deel)controles verslag uit over zijn bevindingen van niet bestuurlijk belang aan de ambtenaar van wie van het geldelijk beheer, het vermogensbeheer, de administratie en de beheersdaden zijn gecontroleerd, de secretaris, de financieel adviseur dan wel andere daarvoor in aanmerking komende ambtenaren. 3.

De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen worden voor verzending aan het algemeen bestuur door de accountant aan het dagelijks bestuur voorgelegd met de mogelijkheid voor het dagelijks bestuur om op deze stukken te reageren. 4. De accountant bespreekt voorafgaand aan de behandeling van de jaarstukken door het algemeen bestuur het verslag van de bevindingen met de voor dit doel door het algemeen bestuur ingestelde vertegenwoordiging van het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 4 lid 3. Artikel 8. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van het begrotingsjaar 2021 en van toepassing is op de accountantscontrole van de jaarrekening (en deelverantwoordingen) van het verslagjaar 2021 en later. 2. Deze verordening treedt in de plaats van de “Controleverordening Regio Achterhoek” vastgesteld door het algemeen bestuur op 18 december 2006. Artikel 9. Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als ‘’Controleverordening 2021 Regio Achterhoek’’. Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur 10 maart 2021. Voorzitter

Secretaris

3

Toelichting op de artikelen Artikel 1. Definities In de Wet gemeenschappelijke regelingen is in artikel 68 lid 6 bepaald dat de artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet (GW) van toepassing zijn op gemeenschappelijke regelingen. Op grond hiervan wordt in deze verordening bij het begrip accountantscontrole aangehaakt bij de artikelen 186 GW (besluiten van hogere overheden zoals Besluit Begroting en Verantwoording), 197 GW (vereisten aanbieding jaarrekening door dagelijks bestuur) en 213 GW (aanwijzing accountant door algemeen bestuur). Artikel 2. Opdrachtverlening accountantscontrole In de eerste en tweede lid van dit artikel is de opdrachtverlening van de accountantscontrole van de regionale jaarrekening geregeld. Na afloop van ieder begrotingsjaar moet het dagelijks bestuur verantwoording afleggen aan het algemeen bestuur over het gevoerde bestuur door overlegging de jaarrekening en het jaarverslag vaststellen (artikel 197 GW). Voor het vaststellen van deze stukken door het algemeen bestuur moet de jaarrekening door een bevoegd accountant zijn gecontroleerd, die de jaarrekening controleert in opdracht van het algemeen bestuur. Het is dan ook het algemeen bestuur, die de accountant aanwijst (artikel 213, lid 2 GW). Hoewel in theorie de mogelijkheid bestaat jaarlijks te wisselen van accountant wordt dit niet wenselijk geacht.

In aansluiting op de zittingsperiode van het algemeen bestuur wordt voorgesteld eens in de vier jaar het proces van opdrachtverlening aan de accountant te doorlopen. Overigens betekent dat niet dat per definitie iedere vier jaar een nieuwe accountant opdracht verleend moet worden. In het tweede lid van dit artikel wordt vastgelegd dat het dagelijks bestuur de voorbereiding doet voor de aanbesteding van de controle. Voor de accountantscontrole geldt het Besluit Accountantscontrole decentrale overheden (BADO). Dit Besluit bevat onder andere regels voor de omvangsbasis en goedkeuringstoleranties voor de accountantsverklaring en de rapporteringstolerantie voor het verslag van bevindingen. Een goedkeuringstolerantie is een tolerantie voor fouten in de jaarrekening of onzekerheden in de controle in de vorm van een percentage van de totale lasten van de organisatie (de omvangsbasis). De rapporteringstolerantie is het bedrag dat voortvloeit uit de goedkeuringstolerantie en dient als norm voor rapportage in het verslag van bevindingen. Op grond van het BADO geldt de goedkeuringstoleranties 1% voor fouten in posten van de jaarrekening en eventuele specifiek door het algemeen bestuur benoemde deelverantwoordingen en 3% voor onzekerheden in de controle. Het algemeen bestuur kan deze normen aanscherpen (lager dan resp. 1% en 3%), maar niet afzwakken (hoger dan resp. 1% en 3%).

De toleranties moeten al bij de aanbesteding van de accountantscontrole worden bepaald en zodoende worden opgenomen in het programma van eisen. In principe gelden de criteria, genoemd in het in lid 3 van dit artikel genoemde programma van eisen, voor een periode van vier jaar. In het vierde lid is bepaald dat het algemeen bestuur jaarlijks specifieke aandachtspunten en aangepaste normen daarvoor kan vaststellen. Dit moet dan zijn opgenomen in het programma van eisen bij de aanbesteding en opdrachtverlening. De jaarlijks specifieke aandachtspunten worden door het algemeen bestuur vastgelegd in een jaarlijks controleprotocol. In het controleprotocol gaat de Regio Achterhoek uit van een goedkeuringstolerantie van 1% van de lasten voor fouten en 3% van de lasten voor onderzekerheden. Dit kan dus jaarlijks fluctueren. De rapporteringstoleratie is een vast bedrag van € 5.000, omdat dit als bedrag binnen een organisatie als de huidige Regio Achterhoek een redelijk bedrag betekend. Artikel 3. Informatieverstrekking door dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de samenstelling van de jaarrekening en het jaarverslag en verantwoordelijk voor de samenstelling van eventuele door het algemeen bestuur geëiste deelverantwoordingen.

Het eerste en tweede lid van dit artikel regelt de verplichtingen van het dagelijks bestuur voor de samenstelling van de jaarrekening en de verstrekking van de achterliggende informatie aan de accountant, die achterliggende bescheiden onderzoekt voor de controle van de jaarrekening.

4

In het derde lid is bepaald dat het dagelijks bestuur een verklaring afgeeft aan de accountant, waarin het dagelijks bestuur verklaart geen informatie die van belang is voor de beoordeling van de jaarrekening, te hebben achtergehouden. De verklaring wordt ook wel een LOR (Letter Of Representation) genoemd. Het is geen wettelijke verplichting, maar geeft gevolg aan een door de accountant gestelde eis dat het dagelijks bestuur een dergelijke verklaring verstrekt. In het vierde lid is opgenomen dat het bestuur een rechtmatigheidsverantwoording opneemt in de jaarrekening vanaf het verslagjaar 2021. Hiermee wordt verantwoording afgelegd over de naleving van de regels, die relevant zijn voor het financiële reilen en zeilen van de Regio. Het bestuur is al staatsrechtelijk en bestuurlijk verantwoordelijk voor de rechtmatigheid. Maar nu is het nog de accountant die hierover verslag uitbrengt en het gesprek voert met het algemeen bestuur. De reden van de wetswijziging is dat de overheid van mening is dat de kwaliteit van de bedrijfsvoering hiermee een impuls krijgt, daarnaast zal het gesprek over rechtmatigheid veel meer gaan plaatsvinden tussen het DB en het AB. In het vijfde lid wordt een uiterlijke datum aan het dagelijks bestuur gesteld voor de overlegging van de gecontroleerde jaarrekening aan het algemeen bestuur.

De jaarrekening moet namelijk binnen twee weken na vaststelling, maar in elk geval voor 1 augustus, aan Gedeputeerde Staten (artikel 34 Wet Gemeenschappelijke Regelingen) worden toegezonden. Het vijfde lid van het artikel verplicht het dagelijks bestuur alle informatie die van invloed is op het beeld van de jaarrekening en die pas na de afgifte van de accountantsverklaring, maar voor de vaststelling van de jaarrekening door het algemeen bestuur, aan het dagelijks bestuur bekend is geworden, voor vaststelling van de jaarrekening te melden aan de het algemeen bestuur en de accountant. Het sluit verrassingen tijdens de vergadering van het algemeen bestuur. Artikel 4. Uitvoering controle Dit artikel regelt de bevoegdheidsverdeling tussen de accountant en het dagelijks bestuur ten aanzien van de inrichting van de accountantscontrole. De accountant is leidend ten aanzien van de inrichting van de accountantscontrole en mag zelfs onaangekondigd controles uitvoeren. Het dagelijks bestuur is hierin volgend. Wel moet er ter bevordering van een soepele accountantscontrole periodiek overleg worden gevoerd tussen de accountant en de verschillende vertegenwoordigers van de Regio Achterhoek. Ook is uitwisseling van informatie mogelijk over specifieke aandachtsgebieden bij de accountantscontrole. In het vierde lid zijn de deelnemers aan het periodieke overleg benoemd. Artikel 5.

Toegang tot informatie Om een goede controle uit te kunnen voeren moet de accountant ook onbelemmerd onderzoek kunnen doen. Dit artikel voorziet daarin. Dit natuurlijk met in achtneming van de afspraken met het algemeen bestuur, zoals neergelegd in het programma van eisen. Het artikel legt aan het dagelijks bestuur de plicht op zorg te dragen voor een onbelemmerde toegang tot alle werkruimten van de Regio en dat de regioambtenaren volledig meewerken aan de accountantscontrole. Artikel 6. Overige controles en opdrachten Naast de controle van de jaarrekening zijn er meer werkzaamheden binnen de Regio die de inzet van een accountant (kunnen) vereisen. De bevoegdheid voor overige controles en opdrachten ligt bij het dagelijks bestuur. Hierbij moet gedacht worden aan controles in het kader van een specifieke uitkering, subsidievoorwaarden derden of een eigen onderzoek. Deze specifieke controles kunnen aan de door het algemeen bestuur benoemde accountant worden opgedragen (lid 1), maar kunnen ook aan een andere accountant kunnen worden uitbesteed (lid 2 en 3). Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur vooraf over deze opdrachten. Voor zover mogelijk zullen dergelijke opdrachten genoemd worden in het controleprotocol. Artikel 7.

Rapportering Het derde en vierde lid van artikel 213 Gemeentewet regelt de rapportering en de inhoud daarvan van de accountant aan de algemeen en dagelijks bestuur. Aanvullend daarop kan het algemeen bestuur in het programma van eisen aanvullende inhoudelijke eisen stellen, maar ook aanvullende 5

rapporteringen van de accountant verlangen (artikel 6). Artikel 3 regelt aanvullende zaken aangaande de rapportering op grond van de door de accountant uitgevoerde controles. Zaken die dan wel in het programma van eisen moeten worden geregeld. Het eerste lid van dit artikel regelt, dat het algemeen en dagelijks bestuur in geval van geconstateerde afwijkingen door de accountant die leiden tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening, hierover direct een schriftelijke mededeling krijgen van de accountant. Dit opdat het dagelijks bestuur (in overleg met het algemeen bestuur en de accountant) mogelijk nog tijdig maatregelen tot herstel kan treffen. Het tweede lid van dit artikel regelt, dat het management een rapportage krijgt van de uitgevoerde (deel)controles. In deze rapportage worden kleine afwijkingen en tekortkomingen, van niet bestuurlijk belang, meegedeeld. Gedacht kan worden aan opmerkingen over rubriceringfouten en (kleine) onvolkomenheden in de administratieve organisatie, die eenvoudig in onderling overleg met het management kunnen worden opgelost. Het management kan op grond van de rapportage actie ondernemen voor herstel van de afwijkingen en onvolkomenheden.

In het derde lid van dit artikel is bepaald dat het dagelijks bestuur,voorafgaand aan verzending van de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen aan het algemeen bestuur, kanttekeningen kan plaatsen bij de constateringen in het (concept-)verslag van bevindingen. Tot slot is in het vierde lid van dit artikel opgenomen, dat de accountant zijn verslag van bevindingen bespreekt met de vertegenwoordiging van de Regio, zoals genoemd in artikel 4 lid 3. Artikel 8. Inwerkingtreding De verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van artikel 213 Gemeentewet ingestelde verordening. Het artikel bepaalt dat de verordening van toepassing is op alle stukken van het genoemde begrotingsjaar en latere jaren. De jaarstukken van het vorige begrotingsjaar moeten nog voldoen aan de bepalingen uit de oude verordening. Artikel 9. Citeertitel Artikel geeft de naam, waarmee in de regionale stukken naar deze verordening moet worden verwezen.

6

3 Lobby 1 Memo Lobby 10 maart 2021.docx

ALGEMEEN BESTUUR Vergadering d.d.

: 10 maart 2021

Agendapunt

:3

Onderwerp

: Lobby

Portefeuillehouder

: De heer O. van Dijk

Voorstel:  Kennis nemen van onderstaande lobby gerelateerde zaken en activiteiten. Toelichting: Digitaal werkbezoek Landbouw en Natuur (Nederland Slim Benutten) 19 februari 2021 organiseerde 8RHK ambassadeurs in het kader van de campagne Nederland Slim Benutten een digitaal werkbezoek voor (kandidaat-)Kamerleden uit Oost-Nederland bij agroinnovatiecentrum De Marke. Het werkbezoek werd gemodereerd door Joram van Donk. De focus van dit werkbezoek lag op de thema’s landbouw en natuur. Er is onder andere gesproken over de urgentie om droogte en stikstof aan te pakken. Daarnaast kwam het belang van innovaties in de landbouwsector aan bod. Aanwezige (kandidaat-)Kamerleden waren: Hilde Palland (CDA), Romano Boshove (GroenLinks), Laurence Groot Bruinderink (VVD), Tobias Holtman (ChristenUnie), Janet Mensink (BoerBurgerBeweging), Marleen van der Meulen (D66), Lisanne Spanbroek (CDA) en Charlotte Brand (PvdA). Achterhoekse inbreng kwam onder andere van Zwier van der Vegte (agro-innovatiecentrum De Marke) en Arjan Prinsen (Groot Zevert Vergisting). Gedeputeerde Peter van ’t Hoog had een belangrijke rol in een filmpje over droogte dat tijdens het digitale werkbezoek werd getoond. Strategische Innovatie Investerings Agenda (SIIA) De provincies Gelderland en Overijssel en Oost NL hebben het initiatief genomen om een gezamenlijke investeringsagenda op te stellen: de SIIA.

Met de SIIA willen de initiatiefnemers beter in kunnen spelen op de kansen en uitdagingen die op Oost-Nederland afkomen de komende jaren, zoals de verschillende fondsen op nationaal en Europees niveau. We hebben vanuit 8RHK ambassadeurs een tweetal reacties gegeven op de conceptversie van de SIIA. 12 februari 2021 hebben we een reactie gegeven op de algemene storyline en de vijf thematische speerpunten (zie bijlage 1). Vervolgens hebben we op 22 februari 2021 in een tweede reactie vijftien projecten vanuit de regio Achterhoek aangeleverd als aanvulling op de SIIA groslijst met projecten (zie bijlagen 2 en 3). De lijst met vijftien projecten is opgesteld in samenwerking met de programmaregisseurs van de verschillende Thematafels en afgestemd met Otwin van Dijk (portefeuillehouder lobby) en Willem Buunk (Achterhoek Board). De SIIA wordt ook besproken in het overleg van het algemeen bestuur met de Achterhoek Board op 4 maart 2021. Op 25 februari licht Oost NL de SIIA verder toe tijdens een overleg met alle Economic Boards van Oost-Nederland. Hierbij is Saar Veneman aanwezig en mogelijk ook Otwin van Dijk. In de vergadering zal hierover mondeling worden teruggekoppeld. Omgevingsagenda Oost-Nederland Rond de zomer is de Omgevingsagenda Oost-Nederland vastgesteld. De Achterhoek heeft toen aangegeven het jammer te vinden dat ze hierin nauwelijks voorkomt.

Met de provincie en het Rijk is toen afgesproken om samen te verkennen hoe de Achterhoek een volwaardige plek kon krijgen in de in de Omgevingsagenda. In een werkgroep bestaande uit 8RHK ambassadeurs, het Rijk (ministeries BZK en LNV), Provincie Gelderland, Waterschap Rijn en IJssel en een vertegenwoordiging van gemeenten in de Achterhoek, is de opgave van de Achterhoek verkend en in kaart gebracht welke aanvullende afspraken er in het kader van de omgevingsagenda

gemaakt kunnen worden. Het resultaat hiervan is beschreven in het ‘Addendum Omgevingsagenda-Oost: opgaven Achterhoek’ (zie bijlage 4). Dit addendum is in feite een aanvulling op en aanpassing van de huidige Omgevingsagenda Oost-Nederland. Het addendum wordt in maart besproken in een breed directeuren overleg ter voorbereiding op het Beleids Overleg Leefomgeving Oost-nl (BOL-Oost), Webcast Kracht van Oost 2.0 4 maart 2021 Op 4 maart 2021 organiseert Provincie Gelderland een webcast (online talkshow) rondom Kracht van Oost 2.0. Het programma is nog in ontwikkeling. Aanvankelijk waren er tien pitches voorzien. Uiteindelijk krijgen nu vier pitches een plek in het programma. De door de Achterhoek voorgestelde pitch over verbinding en vernieuwing met als voorbeeld het Grensland College zit hier niet bij. De Achterhoek (Otwin van Dijk of Willem Buunk) zal nu in de digitale studio plaatsnemen om mee te praten rondom het thema verbinden, internationalisering en arbeidsmarkt. Hier zal ook de brochure Kracht van Oost 2.0 (zie bijlage 5), die vanuit 8RHK ambassadeurs is opgesteld, alvast toegelicht worden. Lentediner: digitaal in plaats van fysiek Er is besloten om dit jaar wederom geen fysiek Lentediner te organiseren, maar in te zetten op een digitale variant.

Onder de noemer “nieuwe recepten voor samenwerking” gaat een projectteam de komende maanden aan de slag om dit digitale Lentediner mogelijk te maken. Het projectteam bestaat vooralsnog uit Joram van Donk, Amy van der Werff, Nikki Dijkstra, Jord Knuiman (allen 8RHK ambassadeurs), Birkitta Kortes (8RHK ambassadeurs/gemeente Oude IJsselstreek) en Colin Rijmers (gemeente Bronckhorst). De definitieve datum voor het digitale Lentediner volgt, maar zal na het meireces van de Tweede Kamer zijn. Digitaal werkbezoek VVD-fractie Provinciale Staten 24 maart 2021 Op 24 maart 2021 organiseert 8RHK ambassadeurs een digitaal werkbezoek voor de VVD-fractie in Provinciale Staten. Dit werkbezoek wordt samen met Willem Buunk en de VVD-fractie in Provinciale Staten voorbereid. Werkbezoek Gedeputeerde Staten 29 juni 2021 Op 29 juni 2021 bezoekt Gedeputeerde Staten van Gelderland de Achterhoek. Vooralsnog zal dit werkbezoek digitaal zijn. Het definitieve programma volgt. Het is de bedoeling om tijdens het werkbezoek een intentieverklaring te tekenen met Gedeputeerde Staten, waarbij de eerder genoemde brochure Kracht van Oost 2.0 (zie bijlage 5) als basis dient. Met de intentieverklaring wordt commitment gevraagd van Gedeputeerde Staten op de opgaven waaraan we in de Achterhoek werken.

Lobbymomenten  4 maart 2021: Webcast Kracht van Oost 2.0  24 maart 2021: Digitaal werkbezoek VVD-fractie Provinciale Staten  Mei 2021 (na meireces, datum volgt): Digitaal Lentediner  29 juni 2021: Werkbezoek Gedeputeerde Staten Bijlagen Bijlage 1: Reactie SIIA 12 februari 2021 Bijlage 2: Reactie SIIA projectenlijst 22 februari 2021 Bijlage 3: Projectenlijst Achterhoek SIIA Bijlage 4: Opgaven Omgevingsagenda-Oost Bijlage 5: Brochure Kracht van Oost 2.0 Vervolgactie: communicatie: Mededeling beslissing aan: Nadere informatie bij: Jord Knuiman / Joram van Donk

Bijlagen: Meegezonden: Ter inzage: Plaats van inzage:

Consequenties: Financieel: Personeel:

Tel.nr.: (0314) 32 12 17

1 Bijlage 1 - Reactie SIIA.pdf

Reactie 8RHK Ambassadeurs op concept SIIA

12 februari 2021 Bijgaand treft u een eerste reactie van 8RHK ambassadeurs op de storyline en vijf thematische uitwerkingen van de concept SIIA. Wij waarderen de indeling in de vijf genoemde thema’s en de vorming van deze agenda ten zeerste. Deze sluit goed aan bij de visie van de Achterhoek en onze vertaling van Kracht van Oost 2.0. Het geheel overziend valt ons wel op dat de focus tot nu toe meer op Overijssel dan op Gelderland ligt in zowel teksten als projecten en de Achterhoek in onze ogen nog te veel ontbreekt. Proces Met betrekking tot de gevraagde reactie op zowel de teksten als de projectenlijst is het procesmatig een uitdaging om in zo’n korte tijd met reactie te komen. Wij zouden hier graag meer tijd voor krijgen, maar hebben wel een eerste korte reactie op de teksten voor u opgesteld. Voor de lijst met projecten zullen wij een aanvulling vanuit de Achterhoek aanleveren voor de deadline van 22 februari. Daarbij willen we opmerken dat we als 8RHK ambassadeurs graag meer tijd en ruimte zouden willen inrichten om tot meer gezamenlijke regio-overstijgende projecten te komen, vanuit een open regio benadering. Graag zien we daarom meer tijd ingeruimd om actief verbinding met andere regio’s en partners te zoeken om vraag en aanbod sterker op elkaar af te stemmen.

Opmerkingen teksten: Voor de teksten met betrekking tot de storyline en vijf thema’s hebben wij ons beperkt tot een aantal noodzakelijke punten vanuit de Achterhoek die we op dit moment echt missen in het verhaal.

Algemene storyline: Onder de kop unieke kennis en kunde mist wat ons betreft een blik op de Achterhoek. We zien we vanuit 8RHK Ambassadeurs graag het volgende toegevoegd: •

Oost-Nederland loopt voorop op het gebied van op het verkorten van de supply chain: digital shoring/remote business voorziet in processen en technieken om op afstand producten en diensten te leveren enerzijds en het verleggen van het productieproces zodat deze dicht bij de klant plaats vindt anderzijds. Denk aan predictive maintenaince, AI en Digital twins. De Achterhoek is de 3D Metalprint Valley van Europa en dat biedt volop kansen voor verdere verduurzaming en digitalisering.

Thema Prevention en Medtech Onder de noemer preventie missen wij de netwerkaanpak waarmee de Achterhoek het kavelmodel in de zorg gaat toepassen. Focussen op gezondheid, sport en preventie kan helpen onze zorg toegankelijk te houden. Dit samenwerkingsverband tussen zorgorganisaties, zorgverzekeraars, overheden en ondernemers zet zich in om de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van onze zorg te waarborgen, onder meer door ontschotting van wetten. Het Kavelmodel in de Achterhoek is een initiatief van HealthKIC en krijgt steun van Menzis, de Noaber Foundation, PGGM, Alles is Gezondheid en het ministerie van VWS.

Thema Slim en duurzaam voedsel Bij dit thema missen we meer nadruk op de kracht van samenwerking tussen onze regio’s, zoals tussen de Foodvalley en de Achterhoek op gebied van voedingstechnologie, en de ‘proeftuin’ of experimenteerruimte die Oost-Nederland biedt. Oost-Nederland is sterk in het 1

tot stand brengen van crossovers. Dit gebeurt al e tussen Agro, zorg en industrie op verschillende plekken in de Achterhoek, zoals bij het CIVON in Ulft (samen met de HAN) en de Marke (samen met Wageningen Universiteit). Daarnaast missen we focus op kringlooplandbouw. De Achterhoek is nadrukkelijk betrokken bij deze transitie. De Achterhoek is voorbeeldregio met de bloeiende vereniging Vruchtbare Kringloop Achterhoek, het project Kunstmestvrije Achterhoek en het agro-innovatiecentrum De Marke (een samenwerking met Wageningen University & Research). De Achterhoek loopt voorop in innovatie van de sector en kringlooplandbouw, zoals met de kunstmestvrije Achterhoek en duurzame eiwitproductie. De huidige ombouw naar kringlooplandbouw gebeurt in samenhang met de grote energieopwekkingsopgaven, de stikstofproblematiek, de droogte en de biodiversiteit. Bij dit thema missen we ook dat de regio Achterhoek een zeer innovatieve voedselindustrie kent, dankzij de specifieke kennis en toepassing van robotisering en productie van complexe materialen. Zoals Kaak, Bronckhorst, Pas Reform, Ottevanger. Zeker in combinatie met kringlooplandbouw biedt dit volop kansen. Neem het productieproces van Kaak, dat het traditionele ambacht van broodbakken verbindt met geavanceerde industriële bakkerijtechnologie.

Met de steeds verdere ontwikkeling van de 3D print technologie kan het wereldwijd brood op de plank bewerkstelligen, circulair zonder afvalstromen. Door dichtbij de klant te produceren en remote business-technologieën creëren we zowel lokale productie hier als lokale productie daar.

Thema Digital Economy & Industry: Bij dit thema missen we op gebied van arbeidsmarkt de behoefte in de grensregio aan personeel in de maakindustrie, techniek en zorg. Hiervoor is onder meer het Grensland College opgericht, waar onderwijsinstellingen en regionale werkgevers, in samenwerking met Duitsland werken aan een grensoverschrijdend onderwijsaanbod gericht op deze behoeften.

Thema Clean & Circulair: Hier missen we aandacht voor het Circles netwerk van VNO-NCW Midden en stichting Kiemt. Er is een bodem gelegd voor circulaire economie in de Achterhoek door oprichting van Cirkelregio Achterhoek. Vervolg We hopen met deze bijdrage uit de Achterhoek een goede bijdrage en toevoeging te bieden aan het verhaal (de storyline) van de agenda Oost-Nederland en de uitwerking hiervan in vijf thema’s. Wij zullen ons nu toespitsen op het verder aanvullen van de projectenlijst en onderzoeken hoe we ook hier met andere regio’s verbindingen kunnen leggen. Wij houden ons ten zeerste aanbevolen voor alle vervolgstappen in dit proces en blijven graag nauw betrokken bij alle ontwikkelingen. Saar Veneman, Secretaris-directeur 8RHK ambassadeurs Joram van Donk, Adviseur public affairs en lobby, 8RHK ambassadeurs

2

1 Bijlage 2 - Reactie SIIA projectenlijst.pdf

Betreft: Reactie 8RHK Ambassadeurs op SIIA

22 februari 2021

Bijlagen: -eerste reactie 12 februari -projectenlijst 8RHK Ambassadeurs

Als vervolg op onze eerdere reactie van 12 februari treft u bijgaand een lijst met 15 projecten vanuit de regio Achterhoek om aan de SIIA groslijst toe te voegen. Gekoppeld aan nieuwe economische inzichten en de steeds belangrijkere rol die brede welvaart, verduurzaming en digitale technologie spelen zijn de bijdragen uit de Achterhoek in onze ogen een waardevolle en noodzakelijke toevoeging voor de projectenlijst en het verhaal van de agenda OostNederland. De Achterhoek levert een prominente bijdrage als het gaat om innovaties in de maakindustrie, landbouw en gezondheidszorg. En in samenhang daarmee in de noodzakelijke ontwikkelingen op het gebied van wonen, onderwijs en bereikbaarheid. In de Achterhoek koppelen we deze inzichten en uitdagingen voor Oost-Nederland onder meer aan onze innovatieve maakindustrie en smart werken. Als de 3D-metal print valley van Europa zetten we de komende jaren verder in op 3D metaal printen en andere innovatieve technologieën, zoals remote business, robotica en AI. (projecten 1 t/m 3) Daarnaast is de Achterhoek is koploper in kringlooplandbouw, voedseltechnologie en circulariteit.

De Achterhoek bouwt voort op de nu al lopende projecten met betrekking tot de Vruchtbare Kringloop Achterhoek en Kunstmestvrije Achterhoek en zoeken naar nieuwe verdienmodellen voor de omvorming naar kringlooplandbouw, waarvoor we als enige regio het predicaat ‘experimenteerregio’ dragen. De Marke (reeds op de SIIA lijst aanwezig) speelt een belangrijke rol in de transitie in de landbouw, deze willen we herontwikkelen tot een toonaangevend agro-innovatiecentrum. (projecten 4 t/m 8) De Achterhoek is bij uitstek een regio waar zorginnovaties toegepast en beproefd kunnen worden. Onder andere via een revolutionaire verbetering van samenwerking tussen zorgpartijen door middel van populatiebekosting via het kavelmodel. Ook het begrip brede welvaart krijgt steeds meer waarde in Nederland. We zien dat terug in de effecten van de coronacrisis, maar ook aan de inzet van verschillende Rijksadviesorganen in Nederland. Met een aantrekkelijk woonklimaat en inzet op onderwijs speelt de Achterhoek hier als regio van brede welvaart en kwalitatieve groei voor OostNederland optimaal op in. (projecten 9 t/m 12) Tot slot kan deze economische ontwikkeling van kwalitatieve groei en brede welvaart niet zonder goede bereikbaarheid. Inzet voor een beter bereik over de weg (zoals de A18, A12 en A15), het spoor en fijnmazige bereikbaarheid binnen de regio zelf zijn hard nodig (projecten 13 t/m 15).

Aanvullende projecten Achterhoek (zie bijlage voor omschrijvingen): 1. 3D-metal print valley 2. Remote business 3. AI in productieprocessen maakindustrie 4. Innovatieagenda kringlooplandbouw 5. Achterhoekse coöperatie voor reststromen 6. Circulaire proeftuinen op toekomstbestendige bedrijventerreinen 7. Cirkelregio Achterhoek 8. Herontwikkeling De Marke 9. Achterhoek Gezond – kavelmodel 1

10. Grensland College 11. Achterhoeks Fonds voor Talentontwikkeling 12. Wonen - Baanbrekende aanpak 13. Achterhoekse coöperatie deelvervoer 14. N18/A18 15. RegioExpres Zoals in onze eerste reactie reeds aangegeven is het voor zowel de teksten als de projectenlijst een uitdaging om in zo’n korte tijd met reactie te komen. Het is in onze ogen dan ook goed dat de agenda als een levend document wordt gezien. Wij zien we de komende tijd graag initiatieven om actief verbinding met andere regio’s en partners te zoeken om vraag en aanbod sterker op elkaar af te stemmen. Wij hopen dat u mede dankzij de bijdragen van de Achterhoek erin slaagt om meer balans in de verdeling van projecten over alle regio’s te bewerkstelligen en een goede verdeling tussen Overijssel en Gelderland te bewerkstelligen. Wij houden ons ten zeerste aanbevolen voor alle vervolgstappen in dit proces en blijven graag nauw betrokken bij alle ontwikkelingen. Namens de board van 8RHK Ambassadeurs, Mark Boumans Voorzitter Achterhoek Board

2

1 Bijlage 3 - Projectenlijst Achterhoek SIIA.docx

Projectenlijst SIIA 8RHK ambassadeurs Versie 22 februari 2021 1

3D-metal print valley Koppeling van verschillende bedrijven en kennisinstellingen rond 3D-metaalprinten. Er zijn verschillende technieken op het gebied van 3D-metaal printen die ontwikkeld worden in de regio. Dit plan ziet er toe deze initiatieven te clusteren om de business case te versnellen, de ontwikkelingen op elkaar aan te laten sluiten en kennis te vergroten. Hiervoor is tevens een shared facility nodig om experimenteerruimte te creëren. Voor dit plan zal worden aangesloten bij andere regionale trajecten en een landelijke aanvraag voor het Nationaal Groeifonds.

2

Remote business Duurzamere en minder kostbare productie, levering en service vraagt ontwikkelingen op vele vlakken; techniek, competenties en kennis. In de Achterhoek zijn veel exporterende productie bedrijven die hier vol op in zetten. Her verklein van de footprint gaat gepaard met produceren en service dichterbij de klant. Een verkorte supply chain, AI, ICT, samenwerking op export en veel andere expertises zijn hiervoor van doorslaggevend belang. In de Achterhoek wordt hiervoor een samenwerking opgezet zodat deze partijen elkaar versterken en het proces rond business doen op afstand wordt versneld.Hier is eerder al over gesproken met OostNL en toen de term reshoring gebezigd. Mede hierom is vanuit OostNL onderzoek gedaan naar reshoring en de plek van OostNL. De Achterhoek kan hier een sleutelrol in pakken.

3

AI in productieprocessen maakindustrie Sensoren worden steeds goedkoper en steeds meer toegepast. Hieruit worden veel data gehaald en er is kunstmatige intelligentie technologie (AI) voor nodig om functionaliteiten te kunnen verbeteren, efficiëntie van (productie)processen te verbeteren en voorspellend onderhoud te faciliteren. De kunstmatige intelligentie technologie wordt steeds verder ontwikkeld en toegepast.

4

Innovatieagenda kringlooplandbouw Vanuit diverse achtergronden is behoefte aan een samenhangende, regio brede onderzoeksagenda voor kringlooplandbouw / natuur inclusieve landbouw. zo’n agenda geen eindpunt is, maar de start voor een gezamenlijk te ontwikkelen Achterhoekse route en wordt de komende maanden gevuld met korte-middellange en lange termijn acties en projecten. De agenda is een bottom-up samenwerking vanuit de agrarische sector, met gemeenten, regio, provincie, waterschap en rijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9898577/1