Jaarverslag Gemeente Ommen 2020 - Versie Raad
Tekst van het document
Het uitvoeringsprogramma voor wat betreft het onderdeel preventie is deels opgenomen in het huidige sport- en preventieakkoord Samen Fitter Verder! In Q1/Q2 wordt het uitvoeringsprogramma preventie 2021 opgesteld, als onderdeel van de verdiepingsslag op het onderdeel preventie van het sport- en preventieakkoord Samen Fitter Verder! Dit is een onderdeel van de Transformatie Agenda 2020 – 2024.
Begroting primitief
Begroting na wijziging
Jaarrekening
Verschil
-
-
-
-
-899 -899
-725 -725
-727 -727
-2 -2
Werkwijze Ommen 4.0 Zelf doen
Beleid en advies.
Samenwerken
Vitaal Vechtdal, gezondheidszorg, Samen Doen, onderwijsinstellingen, kinderdagverblijven, maatschappelijke organisaties
Uitbesteden
GGD
69
Paragrafen
70
3.1 Lokale heffingen Inleiding en wettelijk kader Lokale heffingen hebben tot doel dat de gemeente door het verwerven van eigen middelen dekking vindt voor haar uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen gebeurt door middel van een door de gemeenteraad vast te stellen verordening. De belastingverordeningen 2020 zijn vastgesteld op 28 november 2019. De lokale heffingen kunnen worden ingedeeld in algemene belastingen, bestemmingsbelastingen en retributies. De algemene belastingen komen ten goede aan algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten niet gelabeld zijn maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen kunnen worden ingezet. De gemeenteraad bepaalt waarvoor. Onder de algemene belastingen vallen de onroerende-zaakbelastingen, de precariobelasting, de forensen- en toeristenbelasting en parkeerbelasting. Bestemmingsbelastingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. De rioolheffing en de afvalstoffenheffing zijn bestemmingsbelastingen waarvoor geldt dat de gemeente niet meer mag heffen dan de kosten die zij voor de betreffende taak of voorziening maakt. Ook de reclamebelasting valt onder de bestemmingsbelastingen.
De belastingopbrengst wordt als subsidie uitgekeerd aan een door de ondernemers opgerichte uitvoeringsorganisatie. Retributies worden geheven van personen aan wie de gemeente een specifieke dienst verleent die voor die persoon een individueel voordeel oplevert. De belangrijkste retributies zijn de leges: vergoedingen voor een bij de gemeente aangevraagde dienst als het aanvragen van een paspoort of een vergunning. Net als bij bestemmingsbelastingen mogen de retributies niet meer dan kostendekkend zijn. Hieronder vallen ook de marktgelden en begraafplaatsrechten. De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van gemeenten en zijn daarom een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. De gemeente Ommen haalde in 2020 circa 21% van haar inkomsten uit lokale heffingen. Een overzicht van de lokale heffingen en daarmee meer inzicht is daarom van belang voor de raad. Een aanduiding van de lokale lastendruk is van belang voor de integrale afweging tussen beleid en inkomsten. Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid maakt het beeld van de lokale lasten compleet. Al deze onderdelen zult u daarom tegenkomen in deze paragraaf lokale heffingen. De werkelijke inkomsten In de gemeente Ommen werden in 2020 verschillende belastingen geheven.
In onderstaande tabel treft u van de verschillende belastingen de begrote opbrengst 2020, de begrotingswijzigingen 2020 en de werkelijke opbrengst 2020 aan. Voor een toelichting op eventuele verschillen wordt verwezen naar de diverse onderdelen in de jaarrekening.
71
Soort heffing
Begroting 2020 primitief
Begroting na wijziging
Rekening 2020*
Onroerendezaakbelastingen woningen
2.294.000
2.344.000
2.351.000
Onroerendezaakbelastingen niet-woningen
1.611.000
1.751.000
1.751.000
Afvalstoffenheffing
1.801.000
1.821.000
1.864.000
Rioolheffing
1.681.000
1.744.000
1.750.000
Forensenbelasting
731.000
746.000
788.000
Toeristenbelasting
770.000
900.000
909.000
Marktgelden
29.000
34.000
23.000
Precariobelasting
32.000
31.000
0
Begraafplaatsrechten
312.000
315.000
218.000
Leges
837.000
772.000
796.000
Reclamebelasting Totaal
72.600
72600
72.000
10.170.000
10.530.000
10.558.000
*inclusief oninbare belastingen
Beleid ten aanzien van lokale heffingen Het gemeentelijk beleid is dat de tarieven van de retributies en bestemmingsbelastingen in principe kostendekkend moeten zijn. Met andere woorden: de opbrengsten dekken de gemaakte kosten. Het kaderstellend beleid voor de diverse heffingen is vastgelegd in de door de gemeenteraad vastgestelde gemeentelijke belastingverordeningen en het Belastingplan Ommen 2019-2022. Het beleid met betrekking tot de tarieven van alle heffingen en daarmee de opbrengsten van de verschillende heffingen, is dat deze worden verhoogd met de inflatiecorrectie. Deze bedroeg voor 2020 1,4%. Bij het raadsvoorstel over de belastingverordeningen 2020 is aangeven in welke gevallen en waarom hiervan is afgeweken. Voor 2020 zijn de volgende tarieven vastgesteld: Meest voorkomende tarieven 2020 Onroerendezaakbelasting (eigenaar woningen)
0,1168%
Onroerendezaakbelasting (eigenaar niet-woningen)
0,2066%
Onroerendezaakbelasting (gebruiker niet-woningen)
0,1554%
Vastrecht afvalstoffenheffing Tarief hoogbouw (zonder GFT/PMD)
€ 212 € 194
Aanbieding restafval bij verzamelcontainer Lediging 240 liter container restafval Lediging 240 liter container GFT/PMD
€ 1,80 € 10,60 €0
Lediging 140 liter container restafval Lediging 140 liter container GFT/PMD
€ 6,50 €0
Rioolheffing
€ 207
Grafonderhoudsrecht
€ 75
72
Forensenbelasting vast bedrag (een afzonderlijke WOZ-waarde) WOZ-waarde < 60.000 WOZ-waarde 60.000 - 100.000 WOZ-waarde 100.000 - 140.000 WOZ-waarde > 140.000
€ 201 € 634 € 857 € 1.105 € 1.328
Toeristenbelasting
€ 1,10
Kwaliteit uitvoering Wet WOZ De aanslag onroerende-zaakbelastingen en de forensenbelasting wordt gebaseerd op de WOZ-waarde. De Waarderingskamer controleert of gemeenten de Wet Waardering Onroerende zaken (Wet WOZ) goed uitvoeren. Hiervoor vinden verschillende onderzoeken en inspecties plaats. Het algemene oordeel van de Waarderingskamer over de uitvoering van de Wet WOZ in Ommen is 'Goed'. In 2020 heeft de Waarderingskamer ingestemd met het bekend maken van de WOZ-waarden. De WOZ-beschikkingen zijn vermeld op de gecombineerde aanslag gemeentelijke belastingen, die in de meeste gevallen met dagtekening 29 februari 2020 zijn verzonden.
Overzicht op hoofdlijnen Hierna wordt kort ingegaan op de verschillende algemene belastingen, bestemmingsheffingen en retributies. Algemene belastingen Onroerende-zaakbelastingen De onroerende-zaakbelastingen is conform het Belastingplan Ommen 2019-2022 alleen verhoogd met het inflatiepercentage. Verder werd bij de tarieven rekening gehouden met de waardeontwikkeling van de WOZwaarden. De opbrengst van de OZB woningen is gerealiseerd. Bij de tweede B-rap was al een meeropbrengst gemeld van € 50.000. Bij de jaarrekening laat de OZB woningen nog een kleine meeropbrengst zien van € 6.600. De opbrengst van de OZB niet-woningen is gerealiseerd. Bij de tweede B-rap was al een meeropbrengst gemeld van € 140.000. Hondenbelasting Met ingang van 1 januari 2020 is de hondenbelasting afgeschaft. Precariobelasting Precariobelasting wordt in Ommen geheven voor het hebben van voorwerpen op of boven gemeentegrond. Een voorbeeld hiervan is een horecagelegenheid met een terras op gemeentegrond. Voor het terras moet precariobelasting worden betaald. De eerste anderhalve meter gemeten uit de gevel, voor het hebben van terrassen, uitstallingen en reclame-uitingen op of boven gemeentegrond is overigens vrijgesteld. In verband met Corona is besloten de precariobelasting oninbaar af te boeken. Hierdoor wordt het begrootte bedrag niet gerealiseerd en is er een negatief saldo van € 32.000.
Forensenbelasting De aanslagen forensenbelasting over het jaar 2020 worden na afloop van het belastingjaar, eind januari 2021, opgelegd. Het tarief voor de forensenbelasting 2020 is inflatoir verhoogd. Het hoogste bedrag bedraagt hiermee € 1.328 per jaar.
73
In 2020 zijn er 380 bezwaarschriften ontvangen tegen de forensenbelasting. Dit komt doordat het Gerechtshof onverwacht twee uitspraken van de Rechtbank heeft vernietigd waarin de gemeente in het gelijk was gesteld. Er is cassatie ingediend bij de Hoge Raad der Nederlanden. De uitspraak van de Hoge Raad wordt half juni 2021 verwacht. Om dubbele procedures te voorkomen zijn de bezwaarschriften die in 2020 zijn ontvangen aangehouden. Daarnaast heeft een andere uitspraak van het Gerechtshof geleid tot een aantal verminderingen van voorgaande jaren. Dit betreft een bedrag van € 24.000,-. Doordat er een hogere opbrengst voor 2020 wordt verwacht dan begroot leidt dit niet tot een nadeel. Verwacht wordt dat er voor 2020 € 800.000 opgelegd kan worden. Bij de jaarrekening is hierdoor een incidentele meeropbrengst van € 42.000. Er zijn meer objecten in de forensenbelasting betrokken dan waar vanuit is gegaan bij de begroting. Er lopen nog (hoger)beroepsprocedures en een beroep in cassatie die de opbrengst kunnen beïnvloeden. Toeristenbelasting Het tarief voor 2020 is vastgesteld voor vier jaar vastgesteld op € 1,10 per persoon per overnachting. In de begroting 2020 is uitgegaan van 700.000 overnachtingen. In overleg met de recreatieondernemers is in 2020 is de voorlopige aanslag toeristenbelasting later opgelegd dan gebruikelijk in verband met Corona.
Eind maart 2021 volgt de definitieve aanslag, omdat pas na afloop van het jaar kan worden aangegeven hoeveel overnachtingen er in 2020 zijn geweest. Naar verwachting wordt de geraamde opbrengst, gebaseerd op 700.000 overnachtingen, gerealiseerd. In 2020 is de definitieve aanslag toeristenbelasting 2019 opgelegd. Er zijn in 2019 838.000 overnachten gerealiseerd. In de begroting van 2019 was uitgegaan van 700.000 overnachtingen. Dit heeft geleid tot een meeropbrengst van € 138.000 waarvan € 130.000 is gemeld in de 2e B-rap. De Hoge Raad heeft uitspraak gedaan in de lopende cassatiezaak en heeft de gemeente in het gelijk gesteld. De aanslagen hadden betrekking op de toeristenbelasting 2013 tot en met 2015. Bestemmingsbelastingen Afvalstoffenheffing Met de afvalstoffenheffing bekostigt de gemeente de inzameling van het huishoudelijk afval. De afvalstoffenheffing wordt evenals de wettelijke plicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, geregeld in de Wet milieubeheer. De afvalstoffenheffing bestaat uit twee soorten tarieven. Het vastrecht en een variabel tarief. Of een huishouden afval aanbiedt, is voor de heffing van het vastrecht niet van belang. Voor het variabele tarief is dat wel van belang. Het groente, fruit en tuin (GFT)-afval en plastic, metalen en drankenkartons (PMD)-afval kan gratis worden aangeboden. Voor restafval moet worden betaald per aanbieding.
Na afloop van het belastingjaar wordt dit afgerekend op de gecombineerde aanslag gemeentelijke heffingen. Op dit aanslagbiljet staan bijvoorbeeld ook het vastrecht voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de ozb. De aanslag 2020 voor de variabele afvalstoffenheffing wordt in februari 2021 opgelegd. In de bebouwde kom moet het restafval zelf worden weggebracht naar verzamelcontainers. In de 2e B-rap is een meeropbrengst gemeld voor het vast recht van € 20.000. Bij de jaarrekening laat de totale afvalstoffenheffing een meeropbrengst zien van € 45.000. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een het variabele deel. In 2020 zijn er aanzienlijk meer aanbiedingen geweest dan er begroot is. Wellicht is er in Corona tijd veel opgeruimd en is hierdoor meer afval aangeboden. De meeropbrengst kan toegevoegd worden aan de reserve.
74
Rioolheffing De rioolheffing hangt samen met de wettelijke zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water. Doel van de rioolheffing is om geld vrij te maken voor onder meer de afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater (ook wel hemelwater genoemd) en het beheer van het grondwaterpeil. Omdat het overgrote deel van de investeringen in deze zorgtaken gebruik maakt van het afvoerstelsel, spreekt men over de rioolheffing. In het GRP benoemt de gemeente welke voorzieningen op het gebied van riolering zij bezit, hoe deze voorzieningen functioneren, hoe het rioolstelsel beheerd wordt en hoe dit gefinancierd wordt. In 2017 is er een nieuw GRP vastgesteld, dat de basis vormt voor de komende jaren. In de 1e B-rap is een meeropbrengst van € 30.000 gemeld en bij de tweede B-rap is een meeropbrengst van € 25.000 gemeld. Bij de jaarrekening laat de opbrengst nog een kleine meeropbrengst zien van € 5.600. Reclamebelasting Vanaf 2019 wordt er in het centrum van Ommen reclamebelasting geheven. De opbrengst van de reclamebelasting komt na aftrek van de perceptiekosten ten goede aan het ondernemersfonds. Bij een ondernemersfonds leveren alle ondernemers binnen een bepaald gebied een financiële bijdrage. Het geld wordt ingezet voor activiteiten, evenementen of projecten die bijdragen aan de vitaliteit van het gebied.
In 2020 zijn er, in tegenstelling tot 2019, minder bezwaren ingediend. In 2020 zijn dit er 2 en in 2019 waren dit er 12. In 2020 is er geen beroep ingediend bij de Rechtbank. In 2019 was er 1 keer beroep ingediend. Retributies In 2020 heeft de gemeente de volgende retributies geheven; marktgelden, begraafplaatsrechten en leges. Marktgelden zijn retributies voor het ter beschikking stellen van een standplaats op de markt/jaarmarkt. De begraafplaatsrechten zijn retributies voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats. Naast een retributie voor de uitgifte en het onderhoud van graven en urnen, wordt ook een vergoeding gevraagd voor het gebruik van gemeentelijke diensten in verband met de begraafplaats. Leges zijn retributies voor diensten die door de gemeente worden verleend. Veel van de retributies gaan over het aanvragen van vergunningen of documenten. Te denken valt aan omgevingsvergunningen, paspoorten of een uittreksel uit het bevolkingsregister. Maar ook bijvoorbeeld activiteiten van het gemeentearchief worden in de legesverordening geregeld. Voor een toelichting op de verschillende retributies wordt verwezen naar de diverse onderdelen in de jaarrekening. Er zijn over 2020 verder geen bijzonderheden in deze paragraaf te vermelden met betrekking tot de begraafplaatsrechten, marktgelden en leges.
Lokale lastendruk Onder de woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een meerpersoonshuishouden in de gemeente Ommen betaalt aan OZB, riool- en afvalstoffenheffing. Over het belastingjaar 2020 is dat volgens het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) in de gemeente Ommen een bedrag van € 781. Hiermee staat de gemeente op plaats 165 van de gemeenten met de laagste woonlasten in Nederland (totaal 377 (deel)gemeenten). Het landelijke gemiddelde is een bedrag van € 776. In de Provincie Overijssel is het gemiddeld € 766. (Bron: COELO, atlas van de lokale lasten 2020)
75
Overijsselse gemeenten Woonlasten per huishouden Landelijke rangorde (bedragen x € 1) (aantal (deel)gemeenten 377) Steenwijkerland
666
28
Zwolle
682
35
Dalfsen
694
42
Kampen
697
47
Staphorst
708
63
Raalte
754
116
Hardenberg
764
134
Zwartewaterland
777
156
Twenterand
780
163
Ommen
781
165
Olst-Wijhe
850
273
Hellendoorn
905
327
De COELO geeft aan dat gewerkt wordt met aannames omtrent de aangeboden hoeveelheid afval. Dit doen zij om de verschillende gemeenten goed met elkaar te kunnen vergelijken. In Ommen blijken de werkelijke cijfers echter te verschillen met de gedane aannames door COELO. In 2020 betalen huishoudens aan vastrecht € 212. Daarbij komen de kosten per aanbieding van restafval. Het gemiddeld aantal aanbiedingen bij de verzamelcontainer bedroeg in 2020 gemiddeld 20 aanbiedingen. Dit resulteert in een totale gemiddelde aanslag afvalstoffenheffing van € 248 (212 + 36) in plaats van de € 261 die COELO rekent. De werkelijke gemiddelde woonlasten bedroegen in 2020 in de gemeente Ommen voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde van € 267.970 (bron: COELO) en 20 aanbiedingen bij de verzamelcontainer: Tarief 2020 Onroerende-zaakbelastingen
313
Afvalstoffenheffing (vastrecht en variabel)
248
Rioolheffing
207
Totale gemiddelde aanslag 2020
768
De gemeente Ommen staat op de 264ste plaats als het om de woonlasten gaat voor huurders met een meerpersoonshuishouden. Het verschil in ranking is te verklaren door de rioolheffing. Deze wordt in veel gemeenten (deels) aan de eigenaar opgelegd, waardoor de lasten voor huurders lager zijn. De door COELO berekende woonlasten voor huurders van € 468 liggen ruim boven het gemiddelde van € 389, ook als rekening wordt gehouden met het feit dat de meeste huishoudens in werkelijkheid gemiddeld € 13,- minder aan afvalstoffenheffing betalen. Daarentegen is in Ommen wel volledige kwijtschelding mogelijk van de woonlasten voor huurders. Ontwikkeling 2021 Cijfers zijn een momentopname. Om de ontwikkeling in de tarieven en het landelijk beeld te laten zien, geven wij hieronder een vergelijkend overzicht van de COELO cijfers over 2020 en 2021:
76
2020 Gemeenten Woonlasten per (bedragen x € 1) huishouden
2021
Landelijke rangorde Woonlasten per (aantal huishouden (deel)gemeenten 377)
Gemiddeld Nederland
776
811
Gemiddeld Overijssel
766
796
Ommen
781
165
761
Landelijke rangorde (aantal (deel)gemeenten 374)
94
Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid Voor inwoners die niet in staat zijn bepaalde gemeentelijke belastingen te betalen, is kwijtschelding mogelijk. Dit was in 2020 mogelijk voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de onroerendezaakbelasting. Of kwijtschelding wordt verleend hangt af van de betalingscapaciteit van belastingplichtigen. Bij de bepaling daarvan wordt rekening gehouden met 100% van de kosten van levensonderhoud zoals opgenomen in de landelijke richtlijnen voor het kwijtscheldingsbeleid. Dit om ruimhartige kwijtschelding te kunnen verlenen. In 2020 zijn er 277 kwijtscheldingsverzoeken ontvangen. Hiervan zijn er 225 toegekend. Dit is iets minder dan geraamd.
77
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Korte omschrijving In de paragraaf weerstandsvermogen wordt de financiële robuustheid van de begroting, de jaarrekening en in het bijzonder de stand van zaken met betrekking tot de financiële positie weergeven. De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen bevat ten minste: • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit • een inventarisatie van de risico's • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit Impact Corona Ten aanzien van de corona wordt verwezen naar hoofdstuk 1 Corona.
Het beleid omtrent weerstandscapaciteit en risico's Onze visie ten aanzien van het weerstandsvermogen is: ‘Streven naar een goede beheersing van de risico’s en een goede balans tussen de bestuurlijke ambitie en de daarmee gepaard gaande risico’s. Uitgangspunt hierbij is een positief weerstandsvermogen'. Onze doelstelling is: • het handhaven van een gezonde financiële positie; • het voorkomen dat ingrijpende beleidswijzigingen noodzakelijk worden bij niet afgedekte risico’s. Dit wordt gerealiseerd door middel van beheersing van de risico’s en een positief weerstandsvermogen. De risico’s zijn onderverdeeld naar drie categorieën. De eerste categorie betreft de echte risico’s, namelijk mogelijke financiële tegenvallers die samenhangen met de uitvoering van bepaalde activiteiten. Voorbeelden zijn het ondernemersrisico bij grondexploitaties en het risico op overschrijding van budgetten, dat samenhangt met open einde regelingen. Vanuit de betekenis van het begrip weerstandsvermogen zoals in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is beschreven, is uitsluitend deze categorie van belang voor het weerstandsvermogen. De tweede categorie betreft voorzienbare tekorten op reguliere budgetten. Deze tekorten zijn min of meer duidelijk. Zeker waar de tekorten een structureel karakter hebben, heeft het vanuit bedrijfseconomisch oogpunt de voorkeur dit op te lossen binnen de exploitatie.
Hier is bij de voorbereiding van deze begroting op gestuurd. Om deze reden zien wij geen reden om hiervoor een afzonderlijke buffer aan te houden. De derde categorie betreft mogelijke (ongewenste) schommelingen van budgetten, waardoor behoefte ontstaat in egalisatie van jaarlasten. Riolering en wegen zijn hiervan de belangrijkste voorbeelden. Wij hebben de noodzakelijke onderhoudslasten structureel in de begroting geraamd en het principe van egalisatiereserves voor deze posten gecontinueerd. Onderstaand gaan wij in op de voornaamste risico’s, te weten de grondexploitaties, het sociaal domein en de algemene uitkering.
Risico's Inventarisatie risico's Hieronder volgt een vergelijkend overzicht van de risico's die zijn geïnventariseerd en gekwantificeerd in de begroting 2020 en in de jaarrekening 2020. 78
Risico (x € 1.000) Grondexploitatie (afgerond) Transities Samenwerkingsverbanden Corona Gemeentefonds en overige risico's Extra buffer Totaal
Begroting 1.095 800 P.M. 800 805 3.500
Jaarrekening 1.195 800 P.M. 1.100 800 3.895
Grondexploitaties Voor een aantal projecten zijn kwantitatieve risicoanalyses uitgevoerd. Het betreffen in elk geval de projecten die een zekere mate van risico kennen: • Westflank (Centrumvisie) • Havengebied West • Boerenerven • Bulemansteeg • De Rotbrink • Haven Oost Deze projecten zijn uitgewerkt in het MJP Grondexploitaties 2021 dat u heeft vastgesteld in de raadsvergadering van 12 november 2020t. Kortheidshalve wordt daar naar verwezen. Benodigde risicoreserve per grondexploitatie
Begroting 2020 (MJP 2020)
Jaarrekening 2020 (MJP 2021)
Westflank Havengebied West Boerenerven Bulemansteeg Rotbrink Haven Oost
€ 217.000 € 59.000 € 201.000 € 23.000 € 286.000 € 307.000
€ 93.000 €0 €74.000 € 36.000 € 712.000 € 278.000
€ 1.093.000
€ 1.193.000
Totaal
Op basis van de risicoanalyse komt een risicoprofiel naar voren van € 1.193.000; wij houden daarom binnen de algemene reserves een buffer van afgerond € 1.195.000 aan. Transities Waar mogelijk zijn op de risico’s in de 3D beheersmaatregelen genomen, waarbij er ook nadrukkelijk geïnvesteerd wordt in de sturing en verantwoording. Zo is de monitor sociaal domein sinds 2018 operationeel en deze zal nog verder worden doorontwikkeld. Om meer zicht te hebben op de uitgaven wordt de administratie in de jeugdzorg sinds 1 januari 2018 niet langer door de regio gedaan maar door onze eigen administratie. De transformatie is nog in volle gang en dat maakt het lastig om goede gekwantificeerde voorspellingen te doen. Voor 2020 voorzien wij nog steeds een hoog risico. De reden hiervoor is dat het veelal voor een deel om zogenaamde ‘open-einde-regelingen’. De gemeente houdt de plicht inwoners te
79
ondersteunen opgenoemde terreinen, een overschrijding van het budget is geen reden om deze ondersteuning niet te bieden. Zo heeft de gemeente in het kader van Jeugdzorg de taak om kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering uit te voeren. Dit zijn over het algemeen dure maatregelen. Echter, veelal zal niet de gemeente, maar bijvoorbeeld een rechter bepalen wie onder deze maatregelen vallen. Een ander risico verhogend aspect is dat veruit de meeste verwijzingen in de jeugdzorg worden gedaan door (huis)artsen. Dit is anders dan in de Wmo, waarbij de verwijzingen vooral door "Samen Doen" worden gedaan. Het betekent dat de sturing op deze verwijzingen meer indirect is en dat het risico daarmee hoger is. Binnen 3D is Jeugdzorg het grootste budget. Samenwerkingsverbanden Dat er risico’s verbonden zijn aan de samenwerkingsverbanden zal geen verrassing zijn. De risico's zijn lastig in geld uit te drukken en maken daarom geen deel uit van de berekening van het weerstandsvermogen. Binnen de Algemene Reserve is voldoende ruimte om de risico's op te vangen mochten deze zich voordoen. Algemene uitkering uit het Gemeentefonds De algemene uitkering uit het gemeentefonds was voor 2020 begroot op € 29,4 miljoen. Daarmee is deze rijksbijdrage de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. De raming van de gemeentefondsuitkering is gebaseerd op de september-circulaire 2020.
Er is sprake van economisch herstel, waardoor we verwachten dat de komende jaren geen grote aanvullende rijksbezuinigingen op de gemeenten af zullen komen. Evenwel blijkt de rijksbegroting in toenemende mate afhankelijk te zijn van de ontwikkeling van de Europese-/wereldeconomie. Wel schuilt er een risico in de herverdeling van het Gemeentefonds die aanstaande is. De minister heeft op 2 februari 2021 de adviesaanvraag voor de herijking naar de ROB (Raad voor het Openbaar bestuur) gestuurd. De bestuurlijk consultatie van gemeenten start nog ontvangst advies ROB (start in maart). De effecten van de nieuwe verdeling worden voorzien ingaande 2023, waarschijnlijk zal dit stapsgewijs gebeuren. Overige risico’s Andere risico’s, waar in deze paragraaf niet expliciet op wordt ingegaan, betreffen de uitvoering van overige open einde regelingen (bijvoorbeeld leerlingenvervoer) en ondernemersrisico’s voor bijvoorbeeld de Carrousel. Juridische risico’s zoals schadeclaims, milieuverontreiniging, inbaarheid vorderingen en leningen en risico’s uit hoofde van garantiestellingen, rekenen wij tot de overige risico’s. Wij verwachten geen bijzondere risico’s uit hoofde van garantstellingen of uit juridische procedures. Voor deze risico’s wordt geen weerstandscapaciteit aangehouden. Overigens merken wij hierbij op dat er ook risico's voortvloeien uit de deelnemingen in verbonden partijen.
In de regel is hier sprake van een situatie, dat de verbonden partij zelf een buffer heeft om risico's te kunnen dekken. Bij de begroting 2015 heeft u voor de risico’s m.b.t. de algemene uitkering en de overige risico’s een buffer van € 0,8 miljoen vastgesteld. Wij stellen u voor dit bedrag te handhaven en aanvullend hier € 0,8 miljoen extra te reserveren.
80
Som van de risico's Het totaal van de gekwantificeerde risico's is: Risico
Bedragen x € 1.000
Grondexploitatie (afgerond)
1.195
Transities
800
Samenwerkingsverbanden
P.M
Corona
1.100
Gemeentefonds en overige risico's Totaal
800 3.895
Inventarisatie benodigde weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is in het BBV (artikel 11.1) omschreven als “de middelen en mogelijkheden waarover de organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. De gemeente Ommen rekent de volgende componenten tot de beschikbare weerstandscapaciteit: • De algemene reserve • De ongebruikte belastingcapaciteit • De stille reserves (indien aanwezig) • De ruimte op de structurele begroting • Post onvoorzien De risico’s met financiële gevolgen die de Organisatie loopt, bepalen de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit wordt uitgegaan van de risico’s inclusief beheersmaatregelen (de netto risico’s). Door de maximale gevolgen van de individuele risico’s bij elkaar op te tellen ontstaat een te negatief beeld over het weerstandsvermogen. Het is immers vrijwel zeker dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd voor zullen doen. Daarnaast zal niet ieder risico zich daadwerkelijk in de maximale omvang voordoen. Om deze overschatting van de risico’s te voorkomen wordt gebruik gemaakt van risicosimulatie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de kans op optreden en de gevolgen zoals die per risico zijn aangegeven. Op basis van de risicosimulatie kan worden berekend welk bedrag er nodig is om de geïdentificeerde risico’s in financiële zin af te dekken.
Hierbij wordt gerekend met een zekerheidspercentage van 90%.
Beoordeling weerstandsvermogen Ratio risico's versus algemene reserve. De som van de gekwantificeerde risico's bedraagt € 3,9 miljoen. De algemene reserve per 31 december 2020 (inclusief het resultaat 2020) bedraagt € 19,0 mln. Vergelijking van deze bedragen leidt tot onderstaande uitkomst Weerstandsvermogen (bedragen x € 1.000) Werkelijk 2020 Beschikbare capaciteit (per 31 december) Benodigde capaciteit Ratio weerstandsvermogen
€ 18.969 € 3.895 4,9
Beoordeling weerstandsvermogen Het is van belang te weten of er sprake is van een toereikend weerstandsvermogen. Als het risicoprofiel bekend is kan een relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij
81
benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.
Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen dient te worden vastgesteld welke ratio de gemeente nastreeft. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van onderstaande waarderingstabel.
Waarderingscijfer
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
2,0 < x
Uitstekend
B
1,4 < x < 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 < x < 1,4
Voldoende
D
0,8 < x < 1,0
Matig
E
0,6 < x < 0,8
Onvoldoende
F
x < 0,6
Ruim onvoldoende
De gemeente Ommen kiest ervoor om een financiële buffer aan te houden met het waarderingscijfer C en scoort nu een A. Wij merken hierbij echter wel op dat dit slechts een moment opname is. Verder dient bij deze stand van de reserve ook nog de resultaatbestemming 2020 te worden betrokken.
Kengetallen DEPLA Door de commissie DEPLA is een aantal indicatoren ontwikkeld, die de raad kunnen helpen in het verkrijgen van inzicht in de gemeentefinanciën, namelijk: • de netto schuldquote inclusief de quote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen • solvabiliteitsratio • kengetal grondexploitatie • structurele exploitatieruimte • belastingcapaciteit. Voor onze gemeente is het beeld als volgt: Jaarrekening 2020 Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Verslag
Begroot
Verslag
2019
2020
2020
41% 34% 27% 2% 16% 101%
43% 34% 25% 2% 15% 102%
34% 28% 28% 0% 16% 101%
Hieronder treft u voor de jaarrekening 2019 per genoemd kengetal een uitleg aan.
82
1. Netto schuldquote (gecorrigeerd) Definitie: De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. In het verlengde hiervan kennen we ook de zogenoemde “Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen”. Bij deze specifieke quote wordt er gekeken naar het effect van door de gemeente verstrekte leningen op de schuldenlast van de gemeente. 2. Solvabiliteitsratio Definitie: De mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt uitgedrukt in het percentage Eigen Vermogen ten opzichte van het balanstotaal. In het bedrijfsleven is dit een veelgebruikte ratio en daar wordt een minimum norm gehanteerd tussen 25% en 40% voor een solvabele vermogenspositie. 3. Kengetal grondexploitatie Definitie: De boekwaarde van de voorraden grond zijn van belang, want deze waarden moeten meerjarig worden terugverdiend bij de verkoop. De ratio wordt berekend door de niet in exploitatie gronden op te tellen bij de bouwgrond in exploitatie. Vervolgens wordt dit totaalbedrag gedeeld door de totale baten van de programmabegroting of jaarrekening. 4. Structurele exploitatie ruimte Definitie: Om een flexibele begroting te kunnen bewerkstelligen is het zinvol de structurele baten hoger te laten zijn dan de structurele lasten.
De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. 5. Belastingcapaciteit Definitie: De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert jaarlijks deze gegevens.
83
3.3 Financiering In het Treasurystatuut staan de uitgangspunten en doelstellingen voor het treasurybeleid vermeld. De uitvoering van het treasurybeleid komt in de financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening aan de orde. In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is vastgelegd, welke informatie in de financieringsparagraaf in ieder geval moet worden opgenomen. Het gaat daarbij om de beleidsvoornemens die relevant zijn voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Voor het risicobeheer voeren we als gemeente Ommen een prudent beleid. Treasurybeheer / Liquiditeitsrisicobeheer De gemeente beperkt haar liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een middellange termijnplanning. Dit gebeurt met behulp van een zogenaamde liquiditeitsbegroting, waarin de belangrijkste (grote) geldstromen zijn opgenomen. Renterisicobeheer Renterisico is het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Voor de beheersing van de renterisico’s gelden twee concrete richtlijnen, namelijk de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een wettelijke limiet en bedraag de maximale omvang van de kortgeldpositie in enig jaar. 2020 is de kasgeldlimiet berekend op € 4.208.000 (8,5% van de begrote lasten ad. € 49.513.000).
Wanneer de gemiddelde liquiditeitspositie van 3 achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, dient de gemeente de 3 kwartaalrapportages toe te zenden aan de toezichthouder, zo enigszins mogelijk ruim voorafgaand aan de 3e overschrijding, met daarbij een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet. Hiervan is in 2020 geen sprake geweest. Zie hiervoor de berekening in de bijlagen bij de jaarrekening. Renterisiconorm Met deze norm wordt tot uitdrukking gebracht tot welk bedrag de gemeente renterisico’s mag lopen. Renterisico’s kunnen voortvloeien uit de noodzaak om bijvoorbeeld leningen af te lossen. De renterisiconorm is 20% van het begrotingstotaal en bedraagt € 9.798.000 (20% van € 4.9513.000). In 2020 is de rente risiconorm niet overschreden. Zie hiervoor de berekening in de bijlagen bij de jaarrekening. .
Leningenportefeuille In onderstaand overzicht worden de mutaties van de leningenportefeuille voor het jaar 2020 weergegeven Mutaties in leningenportefeuille (bedragen x € 1.000)
2020
Stand per 1 januari
€ 36.349
Nieuwe leningen
€ 22.793
Reguliere aflossingen
€ 3.279
Vervroegde aflossingen
€ 22.793
Stand per 31 december
€ 33.070
Kaderstellendbeleid en overige relevante wet- en regelgeving • • •
Treasurystatuut Financiële Verordening Gemeente Ommen Wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido)
84
3.4 Grondbeleid Het gemeentelijk grondbeleid staat ten dienste van de uitvoering van de ruimtelijke beleidsopgaven en ambities. In de Nota Grondbeleid van de gemeente Ommen is vastgesteld dat de gemeente in principe kiest voor een faciliterend grondbeleid, tenzij: - een sterke gemeentelijke regie belangrijk is voor het bereiken van de publieke doelen; - er sprake is van ontwikkellocaties die van bijzondere strategische betekenis zijn voor de beleidsagenda; - er sprake is van ontwikkellocaties die een grote winstpotentie bezit. In die gevallen waar de gemeente kiest voor een actief grondbeleid moeten de risico’s op voorhand zijn in te schatten en te beheersen. De gemeente heeft op dit moment al haar grondposities actief in uitvoering. Op dit moment is geen aanleiding om actief gronden te verwerven. Dit zal ook het beeld van de komende jaren zijn.
Meerjarenperspectief (MJP) Grondexploitaties In november 2020 is het Meerjarenperspectief Grondexploitatie 2021 (MJP 2021) door de raad vastgesteld. Daarin is een compleet overzicht geboden van de financiële stand van zaken van de Ommense grondexploitaties. Ook is het verloop van het geïnvesteerd vermogen (boekwaarde) weergegeven. In het MJP 2021 zijn de resultaten van alle geactualiseerde grondexploitaties per 1-1-2020 vermeld en van een toelichting voorzien. Hierbij geldt dat de cijfers uit deze jaarrekening mede de input vormen voor de te plegen actualisatieslag, naast (project-) inhoudelijke voortgang en wijzigingen gedurende het jaar. Uitgezonderd majeure veranderingen, deze zullen proactief aan de raad worden voorgelegd.
Verwachte versus gerealiseerde resultaten van grondexploitaties Om de verwachte resultaten 2020 uit het MJP af te zetten tegen de gerealiseerde resultaten in 2020 zijn alle grondexploitaties voor de jaarrekening 2020 geactualiseerd. Van de geraamde en de werkelijke verkopen in 2020 is het volgende overzicht te geven. In dit overzicht worden de gerealiseerde aantallen vergeleken met de (bijgestelde) fasering uit het MJP 2021. Prognose Werkelijk MJP 2021 2020 Bedrijventerrein (Rotbrink) in m2 6.000 12.859 Woningbouwkavels 49 40 De geprognosticeerde woningbouw en het werkelijk gerealiseerde aantal zijn in onderstaand overzicht verdeeld naar de verschillende grondexploitaties. Uitgesplitst naar complex
Prognose MJP 2021
Werkelijk 2020
Westflank, Ommen
0
0
Boerenerven, Ommen
4
4
De Vlierlanden, Ommen
41
35
Bulemansteeg, Lemele
1
0
Schuurmanstraat, Beerzerveld
1
1
Alteveer Voorzieningengebied, Ommen
0
0
Lemele II, Lemele
2
0
Haven Oost, Ommen
0
0
85
Zoals is te zien zijn de verkopen redelijk in lijn met de verwachtingen. Enkel Bulemansteeg heeft niet de verwachte ene kavel verkocht. Daarnaast zijn er in de Vlierlanden minder kavels verkocht dan geprognosticeerd in het MJP. Naar verwachting worden de laatste 6 kavels voor fase 1c in het eerste half jaar van 2021 verkocht en geleverd. Naast de woningbouwverkopen wordt er bedrijventerrein verkocht op de Rotbrink. Na een aantal goede verkoopjaren stagneerde de verkoop kavels op de Rotbrink in 2019. Een aantal reserveringen in verband met verplaatsing vanwege herontwikkeling zijn in 2019 niet tot transactie gekomen. Herstel is duidelijk waarneembaar in 2020 met een dubbel aantal verkochte m2 dan verwacht in de grondexploitatie Rotbrink. In onderstaand overzicht worden de resultaten van de grondexploitatie uit het MJP 2021 vergeleken met het geactualiseerde resultaat in de jaarrekening 2020. In de derde kolom wordt de huidige stand van de voorzieningen weergegeven. De mutaties op de voorzieningen zijn verwerkt in paragraaf 5. Resultaat grondexploitatie 2020 Westflank, Ommen Boerenerven, Ommen De Vlierlanden, Ommen Bulemansteeg, Lemele Schuurmanstraat, Beerzerveld Alteveer Voorzieningengebied, Ommen Lemele II, Ommen De Rotbrink, Ommen
€ € € € € € € €
MJP 2021 -2.880.000 142.000 1.620.000 -365.000 368.000 158.000 -50.000 -949.000
Haven Oost, Ommen Totaal
€ €
-1.790.000 -3.746.000
€ € € € € € € €
Jaarrekening 2020 -2.895.000 133.000 1.570.000 -353.000 230.000 162.000 -50.000 272.000
€ €
-1.709.000 -2.640.000
€ € € € € € € € €
Voorziening incl. rente 2.895.000
353.000
50.000 1.709.000 5.007.000
Tussentijdse winstneming op basis van de POC-methodiek Op grond van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) zijn tussentijdse winstnemingen uit grondexploitaties te effectueren via de POC-methodiek. POC staat voor Percentage of Completion. De methode houdt concreet in dat tussentijdse winsten uit grondexploitaties te nemen zijn naar rato van de voortgang van gerealiseerde kosten en opbrengsten ten opzichte van de totaalramingen. Bijvoorbeeld: wanneer 25% van de geraamde kosten, en 25% van de geraamde opbrengsten van een grondexploitatie zijn gerealiseerd, dient tot 25% * 25% is 6,25% van het geprognosticeerde NCW-eindsaldo als tussentijdse winst uit het complex worden gehaald. In 2020 is op basis van de POC-methodiek een tussentijdse winstneming berekend van in totaal € 666.000, gespecificeerd als volgt: Tussentijdse winstneming 2020 op basis van POC-methodiek Boerenerven, Ommen
€
118.000
De Vlierlanden, Ommen
€
398.000
Schuurmanstraat, Beerzerveld
€
150.000
Totaal
€
666.000
86
De becijferde tussentijdse winstnemingen worden toegevoegd aan de Algemene Reserve.
Verloop boekwaarde De boekwaarde van het Ommense Grondbedrijf per 1 januari 2021 neemt toe met € 189.000 ten opzichte van voorgaand jaar. Er is goed verkocht op onder andere de Vlierlanden en Rotbrink. Tegenover deze inkomsten staan namelijk uitgaven van € 2,5 mln. (o.a. rente, bouw- en woonrijp maken, plankosten, tussentijdse winstneming). Daarnaast is er ook voor € 1.175.000 aan gronden ingebracht vanuit de MVA voor de grondexploitatie Rotbrink. In onderstaand overzicht wordt het verloop van de boekwaarde weergegeven en vergeleken met 2019. Als basis dient de boekwaarde. Die wordt vermeerderd met de rentekosten over boekwaarde, kosten voor bouw en woonrijp maken, plankosten. Ook worden de opbrengsten (uit grondverkoop en overige opbrengsten) in mindering gebracht. Tot slot is de grondexploitatie Haven West afgesloten, de boekwaarde van € 167.000 wordt daarmee in mindering gebracht. Resteert een bruto boekwaarde per 31 december 2020 van € 15,0 mln. Om de netto boekwaarde te bepalen moet de bruto boekwaarde worden verminderd met de voorzieningen. Hierdoor ontstaat een netto boekwaarde van € 10,0 mln. Uitgesplitst naar complex
Werkelijk 2019
Werkelijk 2020
Boekwaarde per 1 januari
€
15.036.000
€
15.225.000
Af: overboeking naar MVA
€
-
€
-
Af:overboeking naar exploitatieovereenkomst
€
-
€
-
Boekwaarde na overboekingen
€
15.036.000
€
15.225.000
Bij: gronden MVA
€
2.455.000
€
1.175.000
Bij: rente
€
220.000
€
153.000
Bij: overige kosten (brm, wrm, plankosten)
€
1.426.000
€
1.660.000
Bij: tussentijdse winstneming
€
270.000
€
666.000
Af: opbrengsten
€
-4.128.000
€
-4.354.000
Afsluiten GREX Haven West
€
€
-167.000
Boekwaarde per 31 december
€
15.225.000
€
15.046.000
Af: voorzieningen
€
-6.026.000
€
-5.007.000
Netto boekwaarde
€
9.199.000
€
10.039.000
Onderstaand het vergelijk tussen het verloop van 2019 en 2020. Deze tabel laat zien dat de grondexploitaties stappen maken. De boekwaarde per 1-1-2021 loopt verder terug met € 179.000 ten opzichte van vorig jaar. De te realiseren kosten nemen af met € 2,2 mln. en de te realiseren opbrengsten nemen toe met € 0,7 mln. Het resultaat op eindwaarde verbetert met € 1,7 mln. en het resultaat op netto contante waarde verbetert met € 1,5 mln. Uitgesplitst naar complex
Werkelijk 2019
Werkelijk 2020
Bruto boekwaarde
€
-15.225.000
€
-15.046.000
Nog te maken kosten
€
-1.6371.000
€
-14.179.000
Nog te ontvangen bijdragen
€
-
€
-
Nog te realiseren opbrengsten
€
27.150.000
€
26.251.000
Resultaat op eindwaarde
€
-4.446.000
€
-2.704.000
NCW resultaat 31 december
€
-4.167.000
€
-2.640.000
87
De grondexploitaties zijn afzonderlijk beoordeeld op risico’s. Het betekent ook dat voor het overgrote deel van de boekwaarde de risico’s in beeld zijn en dat de overige risico’s beperkt zijn tot een klein deel van de boekwaarde. Het afzonderlijk risicoprofiel per grondexploitatie wordt genoemd onder onderdeel 6 van deze paragraaf.
Voorzieningen en weerstandsvermogen In onderstaand overzicht wordt de stand van de voorzieningen weergegeven. Deze stand is gebaseerd op de geactualiseerde grondexploitaties bij de jaarrekening 2020. Verloop voorzieningen 2020
Stand 1-1-2020
MJP 2021
Jaarrek.
Stand 31-12-2020
Westflank, Ommen
€
2.811.000
€
69.000
€
15.000
€
2.895.000
Bulemansteeg, Ommen
€
415.000
€
-50.000
€
-12.000
€
353.000
Lemele II, Lemele
€
50.000
€
-
€
-
€
50.0000
De Rotbrink, Ommen
€
1.152.000
€
-87.000
€
-1.065.000
€
Haven Oost, Ommen
€
1.598.000
€
192.000
€
-81.000
€
1.709.000
Totaal
€
6.026.000
€
-124.000
€
1.143.000
€
5.007.000
De stand per 1 januari 2020 bedraagt € 6.026.000. De voorzieningen zijn met een bedrag van € 1,0 mln. afgenomen. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de verbetering van grondexploitatie Rotbrink. Het totaal van de voorzieningen bedraagt per 31 december 2019 € 5,0 mln. In het MJP 2021 is een uitgebreide risicoanalyse van de grondexploitaties uitgevoerd. De benodigde totale risicoreserve is berekend op een bedrag van € 789.000. Het risicoprofiel bij de jaarrekening is voor enkele complexen gewijzigd. Voor de Westflank is deze verbeterd vanwege de naderende afronding van het project. Voor Boerenerven is deze verbeterd gezien de verkoop van enkele kavels, wat minder verkooprisico’s betekend. Ook de Rotbrink heeft goede verkopen gehad in 2020, waardoor het risicoprofiel eveneens is verbeterd. Ook de grondexploitatie Rotbrink sterk verbeterd, namelijk van € 949.000 negatief bij MJP2021 naar € 272.000 positief bij jaarrekening 2020. Binnen dit verwachte resultaat, kunnen de nog aanwezige risico’s minder worden afgedekt, waardoor er een hogere risicoreserve benodigd is. Voor Haven Oost blijft het risicoprofiel nagenoeg onveranderd, maar is een hogere risicoreserve benodigd in verband met verbetering van het resultaat. Uitgesplitst naar complex
Werkelijk 2019
Werkelijk 2020
Westflank, Ommen
€
-201.000
€
-93.000
Boerenerven, Ommen
€
-136.000
€
-74.000
De Vlierlanden, Ommen
€
-
€
-
Bulemansteeg, Lemele
€
-24.000
€
-36.000
De Rotbrink, Ommen
€
-231.000
€
-712.000
Haven Oost, Ommen
€
-197.000
€
-278.000
Totaal
€
-789.000
€
-1.193.000
88
Het benodigde weerstandsvermogen voor de grondexploitaties maakt integraal onderdeel uit van de Algemene Reserve. Het is hierbij gewenst de risico’s uit de grondexploitatie afzonderlijke inzichtelijk te houden en te onderkennen. Tevens moet in de Algemene Reserve op een adequate wijze deze risico’s worden afgedekt. Voor een verdere toelichting op het gemeentelijk weerstandsvermogen wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen in de jaarrekening.
89
3.5 Kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn door de gemeente aangekochte en/of tot stand gebrachte objecten waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Deze goederen worden vaak intensief gebruikt en het is belangrijk om ze goed te beheren, zodat ze aan de gestelde eisen kunnen blijven voldoen. Op deze manier dragen we bij aan de bereikbaarheid en leefbaarheid van de gemeente. Het is juist vaak de kwaliteit van de openbare ruimte die door de inwoners intensief wordt beleefd. Goede bereikbaarheid van de gemeente Ommen en instandhouding van voorzieningen zijn voor een toeristische en levendige gemeente als Ommen onmisbaar. Dit betekent onder andere dat de gemeente de komende jaren zich inzet op het behoud en de ontwikkeling van voorzieningen. De gemeente Ommen doet dit, waar dit kan, samen met de inwoners en samenwerkingspartners en doet dit zo kostenefficiënt mogelijk In deze paragraaf zijn de volgende kapitaalgoederen opgenomen: • Beheer openbare ruimte algemeen • Wegen (incl.
fietspaden, trottoirs, zandpaden, e.d.) • Civiele kunstwerken (bruggen en viaducten) • Riolering en water ((druk)riolen, gemalen, kanalen en vijvers) • Groen (plantsoenen, bomen, bossen, vijvers en natuurterreinen) • Gebouwen (in eigendom van de gemeente zoals gemeentehuis, sporthal en gymzalen) • Openbare verlichting (straatverlichting) Achterstanden in het onderhoud kunnen, naast kapitaalvernietiging, in het ergste geval leiden tot onveilige situaties. Het is daarom zinvol om op het gebied van het onderhoud van kapitaalgoederen effectief beleid te voeren. In de hiernavolgende tabel is te zien welke (beleids)kaders voor de diverse kapitaalgoederen zijn vastgesteld. In IBOR (Integraal Beheer Openbare Ruimte) is het beeldkwaliteitsniveau van de onderhoudstoestand van de openbare ruimte vastgelegd. Bij het beheer van de openbare ruimte maakt de gemeente gebruik van een geautomatiseerd, en met de BGT geïntegreerd, beheersysteem. De onderhoudswerkzaamheden van de verschillende disciplines worden in de uitvoering integraal afgestemd, waardoor voordelen in de uitvoering te behalen zijn. Voor de gemeentelijke gebouwen maken wij gebruik van het vastgoedinformatiesysteem O-prognose. Soort kapitaalgoed
Beleidskader
Vastgesteld
Beheer openbare ruimte algemeen
IBOR Ommen
2013
Wegen
Meerjarenprogramma wegenonderhoud 2020 2022
2019
Kunstwerken
Beleidsplan civieltechnische kunstwerken 2018-2032
2017
Verkeersvoorzieningen
Verkeersvisie Ommen
2018
Riolering / water
Verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2018 – 2022 (digitaal) https://ommen.rioolplan.nl
2018
Groen en bossen
Beheerplan Openbaar groen 2014-2018 Beheerplan bermen en sloten 2014-2018 Beheerplan Bossen 2018-2036
2014 2014 2018
Gebouwen
Nota Vastgoedmanagement 2015-2018
2015
Openbare verlichting
LIOR Ommen (digitaal) http://www.ommen.verlichtinginbeeld.nl
2016
90
Toelichting per beheerdiscipline
IBOR Ommen algemeen De onderhoudsvisie die is opgenomen in het IBOR-beleidskader geeft inzicht in hoe de gemeente omgaat met haar kapitaalgoederen. We willen laten zien dat het noodzakelijk onderhoud is geborgd. Dit is grotendeels vastgelegd in allerlei meerjarenplannen, nota’s, visies en regelingen. Het vastgesteld IBOR-beleidskader voor onderhoud aan de openbare ruimte vormt de basis voor de aanpak die is vertaald in beheerplannen per beheerthema.
Wegen, straten en pleinen Elke drie jaar wordt het beheerplan wegen geactualiseerd voor onderhoud aan het wegennetwerk in onze gemeente. Het huidige kader staat beschreven in de nota meerjarig-onderhoudsprogramma wegen 20202022. Het beheergebied van de gemeente Ommen omvat ruim 420 km aan verharde wegen. De gemeente Ommen werkt met een gedifferentieerd kwaliteitsniveau volgens de methodiek van IBOR. Per structuurgebied zijn hier kwaliteitscriteria vastgelegd. De huidige onderhoudsstrategie van de wegverharding is gebaseerd op het kwaliteitsverloop in het verleden, de laatst uitgevoerde kwaliteitsinspectie CROW in 2019 en de verwachtte restlevensduur.
Civiele kunstwerken De gemeente Ommen heeft 67 civieltechnische kunstwerken in beheer. Dit betreft onder andere bruggen, viaducten en tunnels. Begin 2018 heeft de gemeenteraad een beleidsplan kunstwerken vastgesteld. Het beleidsplan geeft een integrale visie met inzicht in de maatregelen en bijbehorende kosten die nodig zijn kunstwerken in stand te houden en, wanneer nodig, te vervangen. In het plan zijn 3 onderhoudsscenario’s uitgewerkt, waarbij het scenario “heel en veilig” het beste bij de Ommense visie op het beheer en onderhoud past. De uitstraling en het comfort zijn gebaseerd op onderhoudsniveau B (basis CROW). De ramingen in de begroting 2018 en 2019 zijn in verband hiermee al incidenteel opgehoogd en de financiële basis gebaseerd op het scenario “Heel” en “veilig” is opgenomen in de begroting 2020. Alle kunstwerken worden gemonitord en een kwaliteitsinspectie onderworpen. Op basis hiervan is het onderhoudsprogramma 2020 – 2022 vastgesteld.
Riolering en water In dit GRP, waarin ook onze zorgplichten voor hemelwater en grondwater zijn meegenomen, staat hoe het rioolstelsel (vrijvervalriool o.a. gemengd en gescheiden rioolstelsel, regenwaterriolering, drukriolering en pompen en gemalen) worden beheerd en onderhouden en welke rioleringen worden vervangen gedurende de GRP-periode 2018-2022. Daarnaast zijn er duurzaamheidsambities uitgewerkt en willen wij ons riolerings- en watersysteem klimaat robuust maken. De kwaliteit van het vrijvervalstelsel is volledig geïnspecteerd. Op basis van deze informatie gaan we ons riool functiegericht beheren. Dit houdt in dat we ons riool op basis van kwaliteit zo lang mogelijk in stand houden, tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten (sober en doelmatig). Functiegericht rioolbeheer is één van de speerpunten van de samenwerking in de waterketen. Alle waterketenpartners hebben afgesproken hun riool in de toekomst functiegericht te gaan beheren. Het rioolstelsel bestaat o.a. uit circa 60 km gemengd stelsel, 39 km gescheiden stelsel en 11 km drukriolering. Daarnaast zijn er kolkaansluitingen (5.760), grote gemalen (47) en pompen en gemalen in het buitengebied (ca. 336). In het GRP 2018-2022 is voor 2018 vastgesteld op € 199 per aansluiting, en stijgt met de inflatie mee.
In 2021 stijgt het rioolrecht met € 15 bovenop de inflatie Deze stijging is nodig om financiële ruimte voor het klimaat robuust maken van ons riolerings- en watersysteem te creëren.
91
Groen en bossen In IBOR (Integraal Beheer Openbare Ruimte) is het beeldkwaliteitsniveau van de onderhoudstoestand van de openbare ruimte vastgelegd. De beheerplannen van groen, van bossen en van de bermen en sloten geven aan hoe we deze beeldkwaliteit ook daadwerkelijk kunnen realiseren. Deze documenten tezamen zijn input voor het onderhoud dat gedaan wordt in Ommen.
Gemeentelijke gebouwen Algemeen De gemeente Ommen is eigenaar van diverse gebouwen en bouwwerken en is verantwoordelijk voor het onderhoud en het beheer daarvan. Het huidige gebouwenbestand bestaat uit: 23 bedrijfsgebouwen (o.a.gemeentehuizen– werf,begraafplaatsen/baarhuisjes,bedrijfspanden/- woningen), 16 maatschappelijke gebouwen, waaronder bijvoorbeeld sporthallen, gymzalen en zwembaden en 31 monumenten. Bij het beheer en onderhoud van deze gebouwen is onderscheid gemaakt in gebouwen die behoren tot de vaste voorraad (61) en gebouwen die behoren tot de semi-permanente (3) en flexibele voorraad (6). In de vastgestelde Nota Vastgoedmanagement 2014-2018 zijn kwaliteitsniveaus van het onderhoud per gebouw(soort) bepaald. Er wordt minimaal conditieniveau 3 (redelijke conditie) aangehouden, wat inhoudt dat plaatselijk zichtbare veroudering aan de orde kan zijn en dat de functievervulling van bouw- en installatiedelen niet in gevaar is. Een nieuwe vastgoednota is nog niet beschikbaar.. De onderhoudswerkzaamheden aan de gebouwen die behoren tot onze vaste en semi-permanente voorraad worden verlaagd tot een acceptabel minimum. Daarnaast is vastgelegd dat voor gebouwen die tot de flexibele voorraad behoren geen groot onderhoud begroot wordt. Dit zal tot een absoluut minimum worden verlaagd (alleen onderhoud op het gebied van veiligheid & gezondheid).
Bij het beheer en onderhoud van onze gebouwen is verduurzaming van het vastgoed een belangrijk doel. Door sturing op de verlaging van de energiebehoefte en door het lokaal opwekken van energie (bijvoorbeeld door PV-panelen, zonneboilers of warmte-terugwin installaties) zijn de kosten voor energie te verlagen. Door de aanwezigheid van slimme meters en een energiemonitoringssysteem zijn de ontwikkelingen en resultaten goed te volgen en te analyseren Voor het voeren van een systematisch (contract) beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen gebruiken we beheerapplicaties. Vastgoednota Wat wilden we in 2020 bereiken: Een geactualiseerde vastgoednota gemeentelijk vastgoed. Wat hebben we daar in 2020 voor gedaan: Gemeente Ommen voert een intern project uit op basis waarvan de toekomstvisie voor het gemeentelijk vastgoed wordt bepaald. Op basis van deze visie, die naar verwachting in kwartaal 1 2021 beschikbaar is, wordt het beleidsplan vastgoed door de gemeente Ommen zelf geactualiseerd. OG Hardenberg levert hierbij ondersteuning naar behoefte. Voorziening groot onderhoud Wat wilden we in 2020 bereiken: Uitvoering van projecten volgens planning.
92
Wat hebben we daar in 2020 voor gedaan: De uitvoering van groot onderhoud is later opgestart dan gepland vanwege onduidelijkheid over beschikbaarheid van budget. Hierdoor loopt de uitvoering achter op planning. Daarnaast zijn een aantal grote vervangingsinvesteringen uitgesteld of vertraagd, waardoor het samenhangende groot onderhoud eveneens is uitgesteld. Het gaat hier bijvoorbeeld om de renovatie van het gemeentehuis (in afwachting visievorming gemeente), Julianaschool (visievorming kindplein west) en renovatie ’t Laer (door wisseling van huurders veel intensievere afstemming huurders). De uitvoering van de projecten zal in 2021 worden voortgezet. Uitvoering beheer en onderhoud Wat wilden we in 2020 bereiken: Het uitvoeren van onze reguliere werkzaamheden zoals het herstellen van storingen, het uitvoeren van onderhoud, de afstemming met onze gebouwgebruikers, het beheren van onze contracten en huurovereenkomsten naar tevredenheid van onze stakeholders. Wat hebben we daar in 2020 voor gedaan: De afhandeling van storingen is beter in de hand. Er is actueel inzicht in openstaande storingen. Het aantal storingen dat niet is afgehandeld is fors verminderd tot circa 40 storingen voor Hardenberg en Ommen totaal. Het systeem waarin huur/pachtovereenkomsten worden geregistreerd en wat de basis vormt voor facturatie en navolging huurafspraken wordt in 2021 vervangen.
De voorbereidingen hiervoor zijn in 2020 opgestart. Verduurzaming gemeentelijk vastgoed Wat wilden we in 2020 bereiken: De verdere verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed en het verminderen van energieverbruik krijgt structureel aandacht. Wat hebben we daar in 2020 voor gedaan: Bij de uitvoering van renovatie en groot onderhoud aan gemeentelijk vastgoed is waar mogelijk rekening gehouden met duurzame, energiezuinige maatregelen. Zo zijn de zonthermie en nieuwe zonnepanelen voor zwembad de Carrousel in gebruik genomen en is de voorbereiding voor de verduurzaming van de verwarmingsinstallatie van zwembad de Carrousel opgestart. Het huidige energiemonitoringsysteem van Erbis is aan vervanging toe. In 2020 is de aanbesteding voorbereid, deze wordt naar verwachting in kwartaal 2 2021 afgerond. We hebben deelgenomen aan een aanbesteding georganiseerd door de Provincie Overijssel waarbij een aantal gemeenten en woningcorporaties samen innovatieve duurzame oplossingen inkopen (‘Start up in Residence’). Hierbij is aan marktpartijen gevraagd om voorstellen te doen voor nieuwe oplossingen op gebied van verduurzaming. Wij hebben met twee projecten geparticipeerd, te weten “Verduurzaming monumenten” en “zelfvoorzienende infrastructuur in het buitengebied”. Voor onze projecten zijn helaas geen vernieuwende oplossingen gevonden.
Wel hebben andere projecten geresulteerd in oplossingen die voor ons wel bruikbaar zijn. De mogelijkheden hiertoe worden momenteel nader verkend. Corona Wat wilden we in 2020 bereiken: Bij het opstellen van de begroting 2020 was het ontstaan van Corona niet voorzien.
93
Wat hebben we daar in 2020 voor gedaan: Corona heeft op meerdere manieren invloed gehad op ons vastgoedbeheer. Extra inzet was nodig voor het aanpassen van de regeling van ventilatiesystemen en het uitzetten van recirculatie van lucht. Ook is onderzoek uitgevoerd naar de noodzaak tot aanpassing van ventilatie van bijvoorbeeld scholen, kinderdagverblijven en binnensportaccommodaties. Geconstateerd is dat in meerdere gevallen niet wordt voldaan aan de eisen die op dit moment aan ventilatie van gebouwen worden gesteld. Deze eisen zijn strenger dan de eisen die van kracht waren ten tijde van de bouw of renovatie van gebouwen. Verwacht wordt dat we ons ook in 2021 extra moeten inzetten voor onderzoek en aanpassing van ventilatiesystemen. Door Corona zijn veel gebouwen tijdelijk niet of veel minder gebruikt. Dit heeft in meerdere gevallen geleid tot lagere kosten voor bijvoorbeeld energie. Tegelijkertijd is vaker een legionellabesmetting geconstateerd, veroorzaakt door een lager waterverbruik. Corona heeft er ook toe geleid dat meerdere huurders van ruimtes in gemeentelijk vastgoed om uitstel van huurbetaling hebben verzocht. Het is nog niet duidelijk of deze op een later moment als geïnd kunnen worden.
Financiële consequenties De kosten per kapitaalgoed zijn in onderstaand diagram in € weergegeven.
94
3.6 Bedrijfsvoering De doorontwikkeling van de bedrijfsvoering die gepland stond voor 2020 is beïnvloed door de gevolgen van de corona-pandemie en de daaraan verbonden maatregelen. De speerpunten om meer focus aan te brengen in werkprocessen en -methoden maar ook vooral het meer in contact komen met de samenleving zijn in ernstige mate belemmerd. Ook de in gang gezette ontwikkeling van de fysieke dienstverlening in de vorm moest gestaakt worden. De coronapandemie en het maatregelpakket hebben ook een forse extra werklast bij de gemeente neergelegd, Uitvoering van TOZO-regelingen, toezicht en handhaving, communicatie waren bijvoorbeeld onvoorziene werkzaamheden die boven het “reguliere werk” geprioriteerd zijn. Naast de extra werkzaamheden heeft dit ook in de uitvoering van de reguliere werkzaamheden effecten gehad. Voor een deel is dit gecompenseerd in tijd omdat er ook werkzaamheden niet uitgevoerd konden worden maar per saldo heeft dit ook voor extra werk gezorgd. Bij de start van deze pandemie was het de verwachting dat de tijdsduur redelijk kort zou zijn maar na de zomer is duidelijk geworden dat dit niet het geval was. Dit alles vanuit een situatie waarin ook de ambtelijke organisatie voor een groot deel vanuit huis heeft moeten werken.
Het voordeel van een kleine organisatie is dat we snel kunnen schakelen, we veel reguliere werkzaamheden bij derden hebben belegd zodat er per saldo veel zaken weliswaar ad-hoc toch zijn gerealiseerd. Dit is echter wel ten koste gegaan van de ontwikkeling van de organisatie en de impact op medewerkers is groot nu er meer dan een jaar in een crisisorganisatie is gewerkt.
Uitbestede werkzaamheden Voor wat betreft werkzaamheden die we via dienstverleningsovereenkomsten uitbesteden zijn deze voor een belangrijk deel nog bij de gemeente Hardenberg belegd. Voor het uitvoeringsjaar 2020 zijn deze voor het eerst via het overeengekomen ABC (Activity Based Costing) vormgegeven. Hierin ontstaat ook meer ruimte om over te gaan tot vraaggerichte dienstverlening. Met het opstellen van de Activity based costing is zowel voor Ommen, maar ook voor Hardenberg meer duidelijkheid in de kostenstructuur per product ontstaan waarop ook de monitoring en verantwoording aan kwaliteit zal toenemen. De voortgang wordt gemonitord via kwartaalrapportages. De werkzaamheden zijn in 2020 uitgevoerd overeenkomstig de gemaakte afspraken en binnen de financiële kaders van de leveringsvoorwaarden. Uitvoering van de werkzaamheden op het gebied van omgevinsgvergunningen bouw zijn in 2020 overeenkomstig planning middels een overeenkomst ondergebracht bij de omgevingsdienst IJsselland (ODIJ). Toezichthoudende taken op het gebied van de aspecten bouw- en ruimtelijke ordening zijn door ons ingehuurde externe medewerkers uitgevoerd en deze zijn per 01-01-2021 ondergebracht bij de ODIJ.