CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Jaarstukken GBLT 2025

Gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente OmmenBij agendapunt: Jaarstukken 2025, 1e begrotingswijziging 2026, kadernotitie en ontwerpbegroting 2027 GBLT24.457 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

25

Datalekken In totaal werden er 72 datalekken gemeld via de interne meldprocedure.

Da ta le kke n

Q1

2021

Q2 10

Q3

Q4

T ota a l

8

8

6

32

2022

4

3

3

9

19

2023

21

11

8

6

46

2024

30

6

9

19

64

2025

34

20

9

9

72

73% van de via de interne meldprocedure gemelde datalekken had te maken met fysiek verstuurde poststukken die in handen kwamen van iemand anders. In de meeste gevallen informeerde degene die de persoonsgegevens in handen kreeg ons hierover. In totaal zijn er 793 poststukken geopend retour gekomen. Dit omvat poststukken voor zowel natuurlijke als niet-natuurlijke personen. In 2025 verstuurde GBLT iets minder dan twee miljoen fysieke poststukken. Het aantal geopend retour gekomen poststukken is daarmee 0,04% van het totaal aantal fysiek verstuurde poststukken. Dat poststukken geopend retour kwamen had verschillende oorzaken. Het betrof menselijke fouten, onjuiste adressen in de subjectadministratie of basisregistratie, maar ook adreswijzigingen van belanghebbenden binnen het onvermijdelijke tijdverloop tussen het vaststellen en versturen van een belastingaanslag. Er zijn geen datalekken gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens of de betrokkenen, omdat het niet waarschijnlijk was dat de inbreuken in verband met de persoonsgegevens een (hoog) risico inhielden voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen.

Baseline Informatiebeveiliging Overheid Self Assessment (BIO-SA) De implementatie van ons nieuw kwaliteitsmanagementsysteem Key2Control zorgt ervoor dat we nog beter inzicht hebben gekregen in de navolging van de acties die voortkomen uit de Baseline informatiebeveiliging (BIO). Het tactische informatiebeveiligingsbeleid van GBLT overeenkomstig met het normenkader BIO is in Q3 2025 vastgesteld. Op basis van de BIO 2.0 en de inwerkingtreding van de CBW/NIS2 zal dit in de toekomst verder geactualiseerd worden. NIS2 is momenteel nog niet van toepassing in Nederland, omdat de implementatie via de Nederlandse Cyberbeveiligingswet (Cbw) nog niet is voltooid. De richtlijn treedt in Nederland naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 in werking. Er is een nieuw BIO-assessment uitgevoerd. Het resultaat hiervan is positief met een stijging naar een score 4 (voorspelbaar) op het BIO-volwassenheidsniveau. Op basis van dit resultaat kunnen we verdere maatregelen prioriteren.

Crisismanagementteam (CMT) In 2025 hebben we twee simulatiegames gehouden met het team. De focus lag vooral op zaken die met cybersecurity te maken hebben, op dat vlak liggen voor GBLT de meeste risico’s. Op basis van de simulaties is onze IT-afdeling bezig met het opstellen van een aantal scenario’s die op ons van toepassing kunnen zijn, zodat we goed voorbereid zijn op een crisis en daardoor sneller kunnen schakelen. Mocht het daadwerkelijk tot een cyberaanval komen dan is het crisismanagementteam voldoende geëquipeerd om snel tot actie over te gaan, daarbij ondersteund door onze ICT-leverancier en de IBD. 26

Klantcontacten In de volgende tabel is een vergelijking gemaakt tussen 2024 en 2025 voor de door GBLT ontvangen en beantwoorde telefoongesprekken en de telefonische bereikbaarheid. Daaronder is een overzicht opgenomen van de digitale contacten die ook zijn vergeleken met 2024. T e le fonie

2025

2024

inkomende telefoontjes

178.715

173.090

beantwoorde telefoontjes

163.459

161.414

91%

93%

servicelevel bereikbaarheid

Het aantal inkomende telefoontjes is gestegen met 3% ten opzichte van 2024. De afgesproken bereikbaarheid van minimaal 90% is gehaald (91%). De lichte stijging in klantrespons heeft de volgende oorzaken: •

Door de aansluiting van drie nieuwe gemeenten hebben we uit deze gemeenten dit jaar naast vragen over de waterschapsbelastingen ook vragen over de gemeentelijke belastingen ontvangen. Ook kregen wij vragen over de aansluiting en wat dit betekende voor de inwoners van de drie gemeenten;

•

Storingen datanetwerk; we hebben te maken gehad met forse storingen in het datanetwerk in Nederland. Hierdoor waren wij op enkele momenten niet goed bereikbaar en belden mensen meerdere malen voor zij contact met ons kregen.

Digita le ka na le n

2025

2024

aantal bezoekers website GBLT

730.220

735.766

Berichtenbox van Mijn Overheid

951.080

987.190

Mijn Loket

195.275

182.129

T ota a l

1 .8 7 6 .5 7 5 1 .9 0 5 .0 8 5

Het gebruik van al onze digitale kanalen is licht gedaald (1,5%). Het websitebezoek is licht gedaald met 0,8%. In 2025 scoorden wij gemiddeld een 7,7 op het gebied van klanttevredenheid en een 2,3 op het gebied van klantgemak. De klanttevredenheid is gedaald ten opzichte van 2024. De oorzaak hiervan is onder andere een aantal forse storingen in het datanetwerk en wijziging van het coulancebeleid voor het (telefonisch) afboeken van kosten. Tevens zien wij de landelijk dalende trend voor tevredenheid bij klantenservices (verharding van de maatschappij). De oorzaken van de daling worden de komende periode verder geanalyseerd. Bij de score van het klantgemak (customer effort score) geldt: hoe lager de score, hoe hoger het klantgemak.

27

Invordering In onderstaande tabel is het verloop weergegeven van de verstuurde invorderdocumenten van januari tot en met december 2025 ten opzichte van dezelfde periode in 2024. In 2025 zijn er minder herinneringen verzonden die aan de voorwaarde van de drie jaar schoon betaalverleden voldoen. Het gevolg hiervan is dat er meer aanmaningen en dwangbevelen zijn verstuurd. Invord e rd ocume nte n

2025

2024

Herinneringen

76.095

86.148

Aanmaningen

147.856

144.868

Dwangbevelen

89.611

83.790

Hernieuwde bevelen (betekend)

14.326

15.463

3 2 7 .8 8 8

3 3 0 .2 6 9

T ota a l

Het aantal betekende hernieuwde bevelen is lager dan in 2024. Dit wordt verklaard door een extra aanlevering eind 2023 aan de externe deurwaarder. De betekening van deze dossiers vond plaats in 2024. Door proactief mee te denken met de klant proberen we dwanginvordering te voorkomen. In 2025 zijn we gestart met het persoonlijk benaderen van klanten die aangemerkt zijn als KOTA-gedupeerden en waar nog een openstaande vordering(en) is. Dit levert nuttige informatie op, waardoor wij weer een stap verder kunnen zetten richting passend invorderen. Vanaf 1 januari 2025 is het beleid vernietigen invorderingskosten aangescherpt en het coulancebeleid Berichtenbox afgeschaft. Het bedrag aan afgeboekte invorderkosten liep jaarlijks op én de reden van afboeking was vaak niet eenduidig en duidelijk. Dit aangepaste beleid heeft ervoor gezorgd dat er in 2025 26% minder invorderkosten zijn afgeboekt ten opzichte van het jaar daarvoor. Vanaf 1 januari 2026 krijgt iedereen bij niet tijdige betaling van de belastingaanslag eerst een kosteloze herinnering. Een gevolg hiervan zal zijn dat er minder aanmaningen en dwangbevelen verzonden gaan worden. Het verloop zal nauwkeurig gemonitord worden. Kwijtschelding In onderstaande tabel is het verloop van de werkvoorraad kwijtscheldingsverzoeken en -beroepen weergegeven voor 2025 van de waterschappen en gemeenten afzonderlijk.

Ter vergelijking zijn ook de aantallen van 2024 opgenomen.

Wa terscha p p en

Ond erha nd en werk eind vorig j a a r

Verzoeken 2025

2.108

95.376

97.484

94.342

3.142

Verzoeken 2024

2.074

94.792

96.866

94.758

2.108

Beroepen 2025

178

2.376

2.554

2.146

408

Beroepen 2024

239

2.019

2.258

2.080

178

Ontva ngen lop end j a a r

28

T ota a l te verwerken

Verwerkt

Ond erha nd en werk

Gemeenten

Ond erha nd en werk eind vorig j a a r

Ontva ngen lop end j a a r

T ota a l te verwerken

Verwerkt

Ond erha nd en werk

Verzoeken 2025

226

15.493

15.719

15.224

495

Verzoeken 2024

275

9.321

9.596

9.370

226

Beroepen 2025

43

636

679

540

139

Beroepen 2024

45

324

369

326

43

Het aantal kwijtscheldingsverzoeken bij de waterschappen is iets gestegen. Het aantal kwijtscheldingsverzoeken bij de gemeenten is meer gestegen. De stijging bij de gemeenten wordt grotendeels veroorzaakt door de drie nieuwe deelnemers (Veenendaal, Woudenberg en Renswoude). Dit zorgt voor een toename van meer dan 4900 kwijtscheldingsverzoeken. Ook het aantal beroepschriften kwijtschelding is in 2025 gestegen, zowel bij de gemeenten als de waterschappen. Dit wordt mede veroorzaakt door toetreding van de drie nieuwe deelnemers. Overige oorzaken zijn: •

Een nieuwe werkwijze voor de waardebepaling van de auto. Hierdoor worden veel afwijzingen gedaan op basis van de auto. Dit zorgt voor een toename in de ingediende beroepschriften kwijtschelding;

•

Door KWS 3.0 zijn ondernemers nu beter in beeld. Hierdoor is een groei ontstaan in

kwijtscheldingsverzoeken bij ondernemers. Ook dit zorgt voor een toename in beroepschriften kwijtschelding. Er heeft ook een positieve verschuiving plaatsgevonden in automatische kwijtschelding, er zijn weer meer kwijtscheldingsverzoeken in de automatische kwijtschelding gekomen. In 2025 is Kwijtschelding 3.0 volledig geïmplementeerd binnen GBLT. Bezwaren en beroepen In onderstaande tabellen geven we inzicht in het aantal ontvangen en verwerkte bezwaren en beroepen. In de tabellen wordt onderscheid gemaakt tussen heffings- en invorderingsbezwaren en -beroepen en WOZbezwaren en -beroepen. Daarnaast wordt de vergelijking gemaakt met 2024 om zo een beeld te geven van de ontwikkeling van het aantal bezwaren en beroepen en de verwerking ervan. Be zwa a rschrifte n 2 0 2 5

ontva nge n

ve rwe rkt

b e zwa re n p e r

toe ge ke nd

a fge we ze n

ond e rha nd e n

%

%

we rk

he ffingsj a a r heffingsbezwaren

15.826

14.960

66

34

866

invorderingsbezwaren

2.515

2.198

10

90

317

WOZ-bezwaren*, waarvan:

7.822

7.521

27

73

301

- WOZ-bezwaren NCNP

4.815

4.598

14

86

217

* aantal objecten

29

Be zwa a rschrifte n 2 0 2 4

ontva nge n

ve rwe rkt

b e zwa re n p e r

toe ge ke nd

a fge we ze n

ond e rha nd e n

%

%

we rk

he ffingsj a a r heffingsbezwaren

15.492

14.677

65

35

815

invorderingsbezwaren

1.209

1.183

6

94

26

WOZ-bezwaren*, waarvan:

7.149

6.925

30

70

224

- WOZ-bezwaren NCNP

4.275

4.116

20

80

159

* aantal objecten Heffings- en invorderingsbezwaren Bij de heffingsbezwaren zien we in 2025 een stijging ten opzichte van 2024 van 2%. Dit betreft zowel de bezwaren als de ambtshalve verminderingen na bijvoorbeeld controles of telefonisch contact. Bij de afhandeling zien we dat het percentage gegronde bezwaren op nagenoeg gelijk niveau ligt in 2025 ten opzichte van 2024. In het eerste kwartaal van 2026 wordt de jaarlijkse evaluatie gedaan over de ontvangen bezwaren en met name de gegronde bezwaren. Uit deze evaluatie zal moeten blijken wat de oorzaken zijn van de gegronde bezwaren en waar we verbeteringen kunnen doorvoeren om het aantal bezwaren terug te dringen. Het aantal invorderingsbezwaren is ruim verdubbeld ten opzichte van 2024. De voornaamste reden hiervan is dat het coulancebeleid voor het (telefonisch) afboeken van kosten gewijzigd is. Aan het afboeken van kosten zijn strengere voorwaarden gekoppeld. Dit leidde ertoe dat we in 2025 meer kostenbezwaren hebben ontvangen. Bij de afhandeling van de bezwaren blijkt uit een steekproef dat we in 2025 meer bezwaren gegrond verklaren dan in 2024 (10% ten opzichte van 6%). Wel wordt het merendeel van de bezwaren ongegrond verklaard. WOZ-bezwaren Bij de WOZ-bezwaren zien we een stijging van 9% van het aantal ontvangen bezwaarschriften ten opzichte van 2024.

Als we dat afzetten tegen een toename van 26% van het aantal objecten waar we, vanwege de toetreding van Renswoude, Veenendaal en Woudenberg, een WOZ-beschikking voor vaststellen, dan is het aantal bezwaren minder dan verwacht. Zonder de bezwaren van deze drie gemeenten is er sprake van een daling van het aantal bezwaren met 14%. Het aandeel NCNP-bezwaren is iets toegenomen ten opzichte van 2024, toen was het 60% van het aantal WOZ-bezwaren en in 2025 is het 62%. Het aandeel gegrond verklaarde WOZ-bezwaren is iets gedaald, 27% van de bezwaren is gegrond verklaard, in 2024 was dat 30%. Als we specifiek naar de NCNP-bezwaren kijken, dan zien we dat daar het percentage toegekende bezwaren (14%) lager ligt. Dit is aanmerkelijk lager dan de 20% toekenning in 2024. De afhandeling van de bezwaren ligt op schema, 96% van de bezwaren is op 31 december afgehandeld. De overige 4% is verdaagd met zes weken en wordt in de eerste zes weken van 2026 afgehandeld.

30

Proceskostenvergoeding In 2025 is een bedrag aan proceskosten uitgekeerd over de WOZ-bezwaren en -beroepen van 2025 van afgerond € 113.000. Dit bedrag is aanmerkelijk lager dan het vooraf begrote bedrag van € 440.000 en ook lager dan het berekende bedrag van € 280.000 waar in de tweede bestuursrapportage van uit werd gegaan. De twee belangrijkste redenen voor de daling: •

bij ruim 95% van de uitbetaalde proceskostenvergoedingen is de factor 0,125 voor NCNP-bureaus toegepast op het te vergoeden bedrag aan proceskosten van € 647;

•

op basis van recente jurisprudentie is bij geautomatiseerd vervaardigde taxatierapporten de lagere vergoeding van € 10,69 uitgekeerd in plaats van € 128,26.

Daarnaast is voor oude jaren een bedrag aan proceskosten uitgekeerd van € 60.000. Hiervoor was een voorziening getroffen van € 181.000. Beroepen Onderstaande tabellen geven een overzicht van de beroepsprocedures. Daarbij is een onderverdeling gemaakt in de ontvangen heffings- en invorderingsberoepen en de ontvangen WOZ-beroepen.

he ffe n e n invord e re n

Ond e rha nd e n

Ontva nge n

we rk e ind

lop e nd j a a r

T ota a l

vorig j a a r

Ve rwe rkt

Ond e rha nd e n

te

(uitsp ra a k/

we rk

ve rwe rke n

inge trokke n)

Beroepen

57

60

117

48

69

Hoger beroepen

2

6

8

0

8

Cassatie

2

0

2

1

1

T ota a l

61

66

127

49

78

WOZ (a a nta l ob j e cte n)

Ond e rha nd e n

Ontva nge n

T ota a l

Ve rwe rkt

Ond e rha nd e n

we rk e ind

lop e nd j a a r

te

(uitsp ra a k/

we rk

ve rwe rke n

inge trokke n)

vorig j a a r Beroepen

188

362

550

194

356

Hoger beroepen

5

24

29

6

23

Cassatie

0

0

0

0

0

T ota a l

193

386

579

200

379

Ten opzichte van het ‘Onderhanden werk eind vorig jaar’ is het aantal openstaande beroepen voor heffen en invorderen iets toegenomen. De voornaamste oorzaak is de beperkte capaciteit bij de rechtbank voor het inplannen van zittingen waardoor een uitspraak langer op zich laat wachten. Het aantal ontvangen WOZ-beroepen is fors toegenomen. Dit door een toename van het aantal beroepen tegen de proceskostenvergoeding voor taxatieverslagen. Dit jaar zijn voor het belastingjaar 2023 in totaal 25 (hoger) beroepen ingediend bij de rechtbank, voor 2024 in totaal 29 beroepen en voor 2025 in totaal 330 beroepen. Voor 2025 gaat dit aantal in ieder geval nog stijgen, omdat voor een aantal uitspraken op bezwaarschriften de termijn voor het indienen van een beroep bij de rechtbank nog niet is verstreken.

31

Hieronder zijn vier procedures van het afgelopen jaar nader toegelicht:

Beroepsprocedure watersysteemheffing rijkswateren Een landelijke natuurorganisatie heeft beroep ingesteld tegen aanslagen watersysteemheffing 2024 voor ongebouwde onroerende zaken gelegen in rijkswateren. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet is er volgens de waterschappen vanaf heffingsjaar 2024 een gegronde reden om de percelen in de belastingheffing te betrekken, vanwege de beheerstaak muskus- en beverrattenbestrijding in rijkswateren. De gronden van beroep zijn nog niet ingediend, maar vermoedelijk blijft de natuurorganisatie van mening dat er niet geheven mag worden voor ongebouwde onroerende zaken die ook rijkswater zijn. De gronden van beroep en daarmee ook de omvang van het geschil zijn op dit moment dus nog niet 100% zeker.

Beroep tegen beschikking hoedanigheidscorrectie Twee belanghebbenden hebben beroep ingesteld tegen de zogeheten beschikking T-correctie (ook wel hoedanigheidscorrectie). In deze beschikking staan voorschriften hoe belanghebbende de uitkomst van de methode tot bepaling van het chemisch zuurstofverbruik mag corrigeren als dit in belangrijke mate is beïnvloed door biologisch niet of nagenoeg niet afbreekbare stoffen. De hoedanigheidscorrectie leidt voor heffingplichtigen tot een lagere heffing. De voorschriften in de beschikking T-correctie zijn daarom medebepalend voor de hoogte van de belastingaanslag. Er is op dit moment geen datum bekend waarop het onderzoek ter zitting plaatsvindt.

WOZ-beroepen tegen de vergoeding voor taxatietapporten Binnen de WOZ is er momenteel landelijk veel te doen over de vergoeding van de taxatierapporten. Voorheen zat GBLT op een vergoeding van € 128,26 per rapport. Op grond van jurisprudentie is GBLT dit jaar op een vergoeding gaan zitten van € 10,69. Een vergoeding die door de Hoge Raad werd bevestigd. Binnen de jurisprudentie is er echter geen eensluidend oordeel als het gaat om deze vergoedingen. De diversiteit heeft een dusdanige vlucht genomen dat de gerechtshoven afgelopen december zelfs de richtlijn voor de vergoeding van taxatierapporten hebben ingetrokken. Deze intrekking zal naar verwachting voor de toekomst tot nog meer zaken leiden die over de vergoeding gaan, omdat met deze intrekking vraagstukken over de te vergoeden tijd maar ook het deskundigenuurloon vol ter discussie zullen komen te staan. Eind december 2025 waren er iets meer dan 200 WOZ-zaken tegen alleen de vergoeding van de taxatierapporten. Dit zorgt ook voor een bovengemiddeld aantal beroepszaken WOZ ten opzichte van andere jaren. Met de intrekking van de richtlijn is het echter niet zeker of dit een incident zal zijn of een trendmatige ontwikkeling. Momenteel loopt er een vergelijkbare zaak van een ander belastingkantoor bij het Hof Arnhem–Leeuwarden over een vergoeding van € 36,60. Afgelopen 9 december 2025 is hiervan zitting geweest.

De uitkomst daarvan kan van belang zijn voor onze zaken, daar wij bij hetzelfde hof zitten.

Beroep tegen juistheid registratie aantal ledigingen Diftar Bij de rechtbank is beroep ingesteld door een inwoner inzake de juistheid van de registratie van het aantal ledigingen in een ondergrondse afvalcontainer. Het gaat hier om de belastingsoort Diftar. Voor het schrijven van het verweer werkt GBLT samen met de afvalverwerker. De afvalverwerker is nauw betrokken bij deze beroepsprocedure en verleent technische ondersteuning voor de onderbouwing van het verweer door GBLT.

32

Klachten Jaar

Aantal ontvangen

Informeel

Formeel

Formeel afgehand eld - gegrond

afgehand eld afgehand eld b ejege-

klachten

ongegrond

ning

b ereik- communib aarheid

catie

kwijt-

In

b ezwaar

overig

b ehand eling

scheld ing

2025

149

120

9

0

0

9

2

1

0

8

2024

161

138

12

0

2

2

0

0

3

4

De dalende trend in het aantal ontvangen klachten van afgelopen jaren heeft zich voortgezet in 2025. Het aantal ontvangen klachten in 2025 is met 7% gedaald ten opzichte van 2024. Van de 149 ontvangen klachten zijn we bij het merendeel (81%) op informele wijze tot een oplossing gekomen. In totaal hebben we 21 klachten formeel afgehandeld. Daarvan zijn 9 klachten ongegrond verklaard en 12 klachten gegrond. Alle klachten zijn binnen de wettelijke termijn afgehandeld. Op 31 december zijn nog 8 klachten uit 2025 in behandeling. De belangrijkste reden voor klagen is de afhandeling van het kwijtscheldingsverzoek, ook dit jaar is dat weer het geval. Bij veel van die klachten komen we op informele wijze tot een oplossing, in twee gevallen heeft het geleid tot een formele klachtafhandeling. Bij de formele klachtafhandeling is met name onvoldoende, onduidelijke, onjuiste of te late communicatie een terugkerend thema bij bijvoorbeeld de bezwaarafhandeling of betalingen. Sinds 2025 publiceren we de formeel afgehandelde klachten met onze bevindingen op de website van GBLT. Hiermee voldoen we alvast aan de komende wijzigingen in de Wet open overheid en geven we inzicht in de klachtafhandeling. De Nationale Ombudsman heeft in 2025 29 klachten over GBLT ontvangen. Daarmee zet de dalende lijn van afgelopen jaren zich voort. In 2024 waren het 32 klachten en in 2023 42 klachten.

Van de 29 klachten zijn er 21 niet in behandeling genomen. De overige klachten zijn door bemiddeling, interventie of onderzoek afgerond door de Nationale Ombudsman. De klachten hebben niet geleid tot aanbevelingen voor GBLT. Kwijtschelding is het meest voorkomende onderwerp voor klagen, in totaal bij 12 klachten.

33

Overige ontwikkelingen Nieuw belastingstelsel waterschappen Het nieuwe belastingstelsel voor de waterschappen treedt op 1 januari 2026 in werking. GBLT heeft in 2024 en 2025 de voorbereidingen uitgevoerd, waarbij onderstaande (gewijzigde) planning is gehanteerd. In de planning is de status van de werkzaamheden weergegeven. Be tre ft

P la nning / ge re e d

Sta tus

1. Aanpassing digitale aangifte zuiveringsheffing bedrijven

Q3 2025 - Q1 2026 testen en in productie.

2. Aanpassing uitgaande documenten GBLT 3. Belastingverordeningen voor de waterschappen

Q2 2025 - Q4 2025

Planning loopt uit door afhankelijkheid update Portal. Digitale aangifte in Q3 2026 in productie. Kunnen voor aangifte 2025 nog gebruik maken van het huidige aangiftebiljet. Documenten meetbedrijven gereed en zijn verzonden aan bedrijven.

Uiterlijk 1 september 2025 aanlevering aan de waterschappen in concept. Gereed 4. Beleidsregels aanpassen op het Vaststellen in november 2025 in het nieuwe belastingstelsel dagelijks bestuur van GBLT Gereed 5. Heffingsplicht beëindigen van November 2025 op basis van Gereed. Voor zover doorgegeven separate lozers aangeleverde objecten door de door de waterschappen zijn waterschappen separate lozer vrijgesteld / verminderd en verwerkt in de belastingapplicatie. 6. Belastingpakket GBLT aanpassen Testen vanaf oktober 2025, op nieuwe belastingstelsel installatie in productie december 2025. Een en ander op basis van uitlevering door leverancier Gereed. Update naar nieuwe belastingpakket. release heeft plaatsgevonden. 7. Communicatie richting specifieke Meetbedrijven zuiveringsheffing Gereed. Communicatie richting doelgroepen bedrijven september 2025. meetbedrijven is verzonden. Als bijlage bij de belastingaanslag Overleg is gevoerd met in overleg met de waterschappen communicatie-adviseurs van de voor watersysteemheffing gebouwd waterschappen over de (woningen / niet-woningen) communicatie algemeen. Website GBLT aangepast. 8. Waterschappen hebben nieuwe Uiterlijk 16 januari 2026 KTD- verordeningen zijn kostentoedelingsverordening vastgesteld door de vastgesteld. Aanlevering nieuwe waterschappen.

TDK kaarten zijn in tarief differentatie kaarten (TDK) opdracht van de waterschappen door waterschappen. uitgeleverd. Gereed. Interne sessies zijn 9. Diverse informatie en juni 2025 - december 2025 uitgevoerd. Kennissessie met de opleidingssessies (intern en extern) heffingstechnologen van de waterschappen is uitgevoerd

34

2.

Exploitatie

GBLT gaf in 2025 € 28,3 miljoen uit aan exploitatielasten voor de heffing en inning van belastinggelden en de ondersteuning van dat proces. De kosten worden voor een belangrijk deel (€ 18,5 miljoen) gedragen door de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling. De inkomsten van GBLT bestaan voor ongeveer € 8,4 miljoen uit in rekening gebrachte (wettelijke) invorderkosten. Deze kosten komen voort uit het niet op tijd betalen van belastingaanslagen. We hebben de plicht om overtollige middelen bij de schatkist te stallen. Over deze middelen hebben we € 0,3 miljoen aan rente ontvangen. Daarnaast hebben we € 0,7 miljoen onttrokken aan voorzieningen en de overige € 0,4 miljoen zijn baten van derden. De jaarrekening sluit af met een positief resultaat van ongeveer € 3,4 miljoen. Dit resultaat verrekenen we met de reeds betaalde deelnemersbijdrage van 2025 en wordt aan de deelnemers overgemaakt. De herberekening van de bijdragen is in de volgende tabel weergegeven. De e lne me r

waterschap Drents Overijsselse Delta waterschap Rijn en IJssel waterschap Vallei en Veluwe waterschap Vechtstromen waterschap Zuiderzeeland gemeente Bunschoten gemeente Dalfsen gemeente Dronten gemeente Leusden gemeente Nijkerk gemeente Ommen gemeente Renswoude gemeente Veenendaal gemeente Woudenberg gemeente Zwolle To taal

Vastg e ste lde bijdrag e n 2025 2.630.132 2.741.550 4.418.796 3.287.505 1.803.747 339.746 494.220 721.968 525.369 740.082 353.969 89.065 1.205.235 224.578 2.367.426 21.943.388

Bijdrag e o p basis van Jaarre ke ning 2025 2.155.762 2.247.085 3.621.823 2.694.572 1.478.424 300.962 440.767 639.552 468.900 659.593 315.335 79.554 1.079.052 200.360 2.113.803 18.495.544

Na vastste lling jaarre ke ning 2025 o ve rg e maakt / ve rre ke nd 474.370 494.465 796.973 592.933 325.323 38.784 53.453 82.416 56.469 80.489 38.634 9.511 126.183 24.218 253.623 3.447.844

Voor de gemeenten geldt dat zij de btw op de dienstverlening kunnen compenseren. De toelichting hierop treft u aan in deel II Jaarrekening.

35

3.

Paragrafen

3.1 Ontwikkelingen in het vorige begrotingsjaar GBLT heeft de ambities beschreven in de Begroting 2025 grotendeels gerealiseerd. Dit is terug te lezen in de Programmaverantwoording. Voor het heffingsjaar 2025 zijn de waterschaps- en gemeentelijke belastingen bijna volledig opgelegd. Hiermee ligt de procentuele realisatie in lijn met dezelfde periode vorig jaar. De waardering van de onroerende zaken voor de tien aangesloten gemeenten verliep volgens de afgesproken tijdslijn. De Waarderingskamer heeft naar aanleiding van een breed onderzoek in 2025 GBLT de hoogst haalbare score toegekend aan de kwaliteit van onze WOZ-waarderingen: 5 sterren. Een beoordeling waaruit blijkt dat wij met hoge kwaliteit de wet WOZ uitvoeren. In overleg met het bestuur is begin 2025 een begrotingswijziging vastgesteld. De begrotingswijziging is ingediend vanwege de nieuwe cao, structurele kostenbesparingen en toename in de kosten, aanpassing van de wet op de proceskostenvergoeding en hogere invorderbaten. In de toelichting op de verschillen in de jaarrekening gaan we in op afwijkingen met de bedragen uit deze begrotingswijziging. Na het vaststellen van de begrotingswijziging 2025 hebben zich wijzigingen voorgedaan waardoor de lasten en baten autonoom zijn gestegen. In de begrotingswijziging 2025 is op basis van gewijzigde wetgeving de proceskostenvergoeding naar beneden bijgesteld.

Het lagere toekenningspercentage NCNPbezwaren in 2025 (14% t.o.v. 20% in 2024) zorgt er echter voor dat de financiële gevolgen aanzienlijk lager zijn. De stijging van de baten wordt onder meer veroorzaakt door de stijging van de rente op schatkistbankieren en hogere invorderopbrengsten door een hoger gemiddeld bedrag per invorderdocument, een lagere oninbaarheid en aanscherping van het coulance beleid. Eventuele structurele opbrengsten worden meegenomen in toekomstige begrotingen en meerjarenramingen.

3.2 Uitgangspunten en normen Het jaarverslag en de jaarrekening zijn opgesteld aan de hand van de (gewijzigde) Begroting 2025. Deze begroting bevat uitgangspunten en normen over de te hanteren loon- en prijsstijgingen. Deze uitgangspunten zijn per saldo toereikend gebleken, mede vanwege enkele besparingen.

3.3 Incidentele baten en lasten In deze paragraaf wordt uiteengezet hoe de bepaling van de incidentele (en structurele) aard van de baten en lasten tot stand komt. Op hoofdlijnen wordt toegelicht waar deze in 2025 uit bestaan. In deze jaarrekening zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

incidentele baten en lasten doen zich niet langer dan 4 begrotingsjaren voor;

•

alle overige baten en lasten worden als structureel aangemerkt.

36

Op grond van deze uitgangspunten zijn incidentele baten opgenomen voor een eenmalig ontvangen subsidie voor het medewerkerstevredenheidsonderzoek 2025. Daarnaast zijn incidentele lasten opgenomen voor het uitbetalen van transitievergoedingen.

3.4 Kostentoerekening Voor informatie over de kostentoerekening verwijzen wij naar deel II Jaarrekening, 4.3 Exploitatierekening naar kostendragers.

3.5 Onttrekkingen overige bestemmingsreserves en voorzieningen GBLT kent geen bestemmingsreserves, maar wel voorzieningen. Voorzieningen zijn bedragen die worden gevormd om: •

verplichtingen, verliezen en risico's op te kunnen vangen waarvan de omvang per balansdatum onzeker is, maar wel redelijkerwijs zijn in te schatten;

•

bepaalde jaaroverstijgende uitgaven gelijkmatig te kunnen verdelen over verschillende begrotingsjaren.

Bij de jaarrekening 2020 is door GBLT een voorziening Arbeidsgerelateerde verplichting voor toekomstige ambtsjubilea getroffen. Deze voorziening is bedoeld om aan alle uitkeringsverplichtingen voor jubilea te kunnen voldoen. Deze verplichtingen vloeien voort uit opgebouwde rechten uit hoofde van de geldende arbeidsvoorwaarden van werknemers van GBLT. De voorziening geldt voor de huidige werknemers en bestuurders en bij de berekening is rekening gehouden met de 'blijfkans'. In 2025 is voor € 33.000 aan deze voorziening onttrokken en voor € 26.000 gedoteerd. GBLT is eigenrisicodrager voor WW-uitkeringen en we hebben op grond van de cao tevens de verplichting om aanvullende uitkeringen te verstrekken. Voor de hieruit voortvloeiende verplichtingen richting voormalig personeel is een voorziening opgenomen. Elke jaar worden nieuwe verplichtingen aan de voorziening toegevoegd. De daadwerkelijk uitbetaalde WW- en aanvullende uitkeringen worden in het betreffende jaar ten laste van de voorziening gebracht. De voorziening heeft ultimo 2025 betrekking op een vijftal medewerkers. Er is sprake van een onzekerheid indien een medewerker in de periode vervangend werk vindt. In 2025 is voor € 174.000 aan deze voorziening gedoteerd. Daarnaast kennen we een voorziening voor proceskosten, waarvan de procedure is gestart in 2025, maar de financiële vertaling daarvan pas in 2026 plaatsvindt.

In 2025 is voor € 182.000 aan deze voorziening onttrokken en voor € 127.000 gedoteerd. De tabellen met betrekking tot de voorzieningen zijn opgenomen in deel II Jaarrekening, 4.1 Balans onder Toelichting op de passiva.

3.6 Waterschaps- en gemeentebelastingen De deelnemers beschrijven in hun begrotingen de soorten waterschaps- en gemeentebelastingen en het kwijtscheldingsbeleid. Daarbij gaan zij in op de kostendekkendheid van de tarieven. De belastingopbrengsten verantwoorden wij in aparte voortgangsrapportages en jaarrapportages aan de 37

deelnemers. Hieronder volgt een overzicht van de belastingopbrengsten over 2025, onderverdeeld in totalen voor de waterschappen en voor de gemeenten. Waterschappen In onderstaande tabel is voor de waterschappen de realisatie tot en met 31 december 2025 van de opgelegde belastingaanslagen voor belastingjaar 2025 weergegeven. Ook geven we in de tabel een prognose van de nog op te leggen belastingaanslagen voor het belastingjaar 2025 af. De verschillen tussen de kerncijfers voor de begroting en de prognose einde belastingjaar verklaren we in de jaarrapportages van de individuele deelnemers van GBLT. Be d ra ge n in € x 1 .0 0 0

Ke rncij fe rs b e groting 2025

R e a lisa tie

Nog op te

P rognose

tot e n me t le gge n / te e ind e 3 1 -1 2 -2 0 2 5 ve rmind e re n b e la stingj a a r

Afwij king va n d e b e groting

Zuive ringshe ffing woonruimten

280.622

279.661

413

280.074

-548

bedrijfsruimten

110.622

109.021

3.213

112.234

1.612

3 9 1 .2 4 4

3 8 8 .6 8 2

3 .6 2 6

3 9 2 .3 0 8

1 .0 6 4

T ota a l zuive ringshe ffing Wa te rsyste e mhe ffing verontreinigingsheffing woonruimten

846

849

2

851

5

verontreinigingsheffing bedrijfsruimten

2.412

2.137

507

2.644

232

ingezetenen

144.887

144.781

64

144.845

-42

gebouwd

227.218

230.542

377

230.919

3.701

ongebouwd

51.029

51.073

95

51.168

139

2.499

2.511

5

2.516

17

T ota a l wa te rsyste e mhe ffing

4 2 8 .8 9 1

4 3 1 .8 9 3

1 .0 5 0

4 3 2 .9 4 3

4 .0 5 2

T ota le b e la stingop b re ngst

8 2 0 .1 3 5

8 2 0 .5 7 5

4 .6 7 6

8 2 5 .2 5 1

5 .1 1 6

ongebouwd natuurterreinen

Voor belastingjaar 2025 is voor de waterschappen 100,1% opgelegd ten opzichte van de totale (gewijzigde) begroting. De prognose einde belastingjaar komt circa € 5,1 miljoen hoger uit dan verwacht op basis van de kerncijfers voor de begroting van 2025. De meeropbrengst is hoofdzakelijk het gevolg van hogere WOZ-waarden die een positief resultaat genereren bij de watersysteemheffing gebouwd. De lagere opbrengst voor de zuiveringsheffing woonruimten komt voornamelijk doordat de groei van het aantal woonruimten (areaaluitbreiding) lager uitkomt dan het aantal waarmee is gerekend bij het opstellen van de kerncijfers. Dit beeld komt overeen met de landelijke berichten over het achterblijven van het bouwvolume. In de jaarrapportage 2024 is een bedrag van € 3,3 mln. opgenomen aan nog op te leggen aanslagen in 2025. Eind 2025 is hiervan € 4,0 mln. gerealiseerd. De totale prognose van de opbrengst bij de zuiveringsheffing is in lijn met de begroting. Hierbij dient opgemerkt te worden dat bij een beperkt aantal industriële lozers van afvalwater fluctuaties zijn in de geloosde hoeveelheden vervuilingseenheden die in de jaarrapportages van de deelnemers bij de heffingstechnologische bedrijven nader worden toegelicht. In de jaarrapportages van 2024 was voor de oudere heffingsjaren (2021 tot en met 2023) een inschatting gemaakt van nog op te leggen aanslagen van in totaal € 844.000.

Eind 2024 is een opbrengst van 38

€ 2,78 miljoen gerealiseerd. In de individuele jaarrapportages voor de deelnemers worden de verschillen nader toegelicht. De voornaamste oorzaak is een hogere realisatie bij de opbrengsten zuiveringsheffing bedrijfsruimten. De definitieve aanslagen zijn hoger dan de voorlopige aanslagen. De producties van de aanslagoplegging in 2025 voor de verschillende belastingsoorten zijn volgens planning opgelegd zonder verstoringen. Gemeenten In onderstaande tabel is voor de gemeenten de realisatie tot en met 31 december 2025 van de opgelegde belastingaanslagen voor belastingjaar 2025 weergegeven. Ook geven we in de tabel een prognose van de nog op te leggen belastingaanslagen voor het belastingjaar 2025 af. De verschillen tussen de kerncijfers voor de begroting en de prognose einde belastingjaar verklaren we in de jaarrapportages van de individuele deelnemers van GBLT. Be d ra ge n in € x 1 .0 0 0

Ke rncij fe rs b e groting 2025

R e a lisa tie

Nog op te

P rognose

tot e n me t le gge n / te e ind e 3 1 -1 2 -2 0 2 5 ve rmind e re n b e la stingj a a r

Afwij king va n d e b e groting

Onroe re nd e za a kb e la sting eigenaar woningen

70.150

69.791

1

69.792

eigenaar niet-woningen

42.543

43.316

147

43.463

920

gebruiker niet-woningen

29.381

30.173

430

30.603

1.222

1 4 2 .0 7 4

1 4 3 .2 8 0

578

1 4 3 .8 5 8

1 .7 8 4

rioolheffing

31.131

31.060

-11

31.049

-82

afvalstoffenheffing/reinigingsheffing

45.364

45.699

74

45.773

409

diftar

7.476

0

7.428

7.428

-48

toeristenbelasting

4.890

4.152

1.064

5.216

326

forensenbelasting

1.295

1.470

-51

1.419

124

T ota a l onroe re nd e za a kb e la sting

-358

Ove rige b e la stinge n

2.805

2.892

21

2.913

108

T ota a l ove rige b e la stinge n

9 2 .9 6 1

8 5 .2 7 3

8 .5 2 5

9 3 .7 9 8

837

T ota le b e la stingop b re ngst

2 3 5 .0 3 5

2 2 8 .5 5 3

9 .1 0 3

2 3 7 .6 5 6

2 .6 2 1

overige heffingen

Voor de gemeentelijke heffingen 2025 is op 31 december 2025 ten opzichte van de totale begroting 97,2% opgelegd. De prognose einde belastingjaar komt circa € 2,6 miljoen hoger uit dan verwacht op basis van de kerncijfers voor de begroting van 2025. De meeropbrengst is voor een belangrijk deel het gevolg van hogere WOZ-waarden en minder verminderingen naar aanleiding van bezwaar dan waarmee ten opzichte van de begroting rekening gehouden is. Het totaalbedrag aan nog op te leggen aanslagen voor belastingjaar 2025 bedraagt € 9,1 miljoen en bestaat voor het grootste deel uit aanslagen diftar en nog definitief te maken belastingaanslagen toeristenbelasting. De belastingaanslagen diftar 2025 worden in februari 2026 opgelegd op basis van het daadwerkelijk aantal ledigingen dat wordt ontvangen van de verschillende huisvuilinzamelaars. Het merendeel van de definitieve aanslagen toeristenbelasting 2025 wordt in maart/april 2026 opgelegd op basis van de ontvangen aangiften.

39

Voor de voorgaande heffingsjaren was bij de jaarrapportages 2024 een schatting opgenomen van € 6,3 miljoen aan nog op te leggen aanslagen. Op 31 december 2025 is € 6,8 miljoen gerealiseerd. In de individuele jaarrapportages voor de deelnemers worden de verschillen nader toegelicht. De producties van de aanslagoplegging in 2025 voor de verschillende belastingsoorten zijn volgens planning opgelegd zonder verstoringen. Verantwoording invorderkosten In de exploitatierekening verantwoorden wij de gerealiseerde opbrengst aan in rekening gebrachte invorderkosten. Deze opbrengst ontstaat doordat we aan belastingschuldigen, wanneer belastingaanslagen niet tijdig zijn voldaan, kosten in rekening brengen voor het verzenden van aanmaningen, dwangbevelen, hernieuwde bevelen en andere invorderingsmaatregelen. De in rekening te brengen kosten zijn wettelijk vastgelegd in de Kostenwet invordering rijksbelastingen, die geldt voor de invordering van waterschaps- en gemeentebelastingen. Het invorderbeleid is erop gericht de opgelegde aanslagen zo snel mogelijk te innen door tijdig betalen te stimuleren en dat zo gemakkelijk mogelijk te maken door effectief, efficiënt en menselijk onze taak uit te voeren.

3.7 Weerstandvermogen en risicobeheersing Bij het uitvoeren van onze taken staan wij bloot aan diverse financiële risico’s. Een risico definiëren wij als de mogelijkheid van een onverwachte en onzekere gebeurtenis die financiële consequenties kan hebben, waarvan de omvang nog niet definitief is vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn fraude, claims van derden, juridische geschillen en onzekerheden in investeringen. Wij blijven waakzaam en voeren doelgerichte (verbijzonderde) interne controles en audits uit om deze risico’s tijdig te signaleren en te beheersen. Onze aanpak richt zich niet alleen op het identificeren van risico’s, maar ook op het versterken van de procesbeheersing binnen werkprocessen zoals waarderen, heffen, innen en klantenservice. Hierdoor verbinden wij operationele risico’s aan organisatiedoelstellingen en werken wij met een geïntegreerde benadering van risicobeheersing. Weerstandsvermogen Omdat de organisatie niet beschikt over eigen vermogen en reserves, is het berekenen van een weerstandsvermogen niet mogelijk. Wel is binnen de exploitatie een begrotingspost onvoorzien opgenomen als buffer voor financiële tegenvallers. Indien deze post onvoldoende blijkt, worden de financiële gevolgen verrekend via de bijdragen van de deelnemers. Deze systematiek borgt de financiële continuïteit van de organisatie.

Risicomanagement Om risico’s beter te beheersen, besteden wij extra aandacht aan het kwantificeren en prioriteren van risico’s. Dit komt tot uitdrukking in:

• • •

een verbeterde rapportagestructuur; een verfijnde risicokwalificatieschaal (1–5 voor zowel kans als impact); een expliciete prioritering van risico’s, waarbij focus wordt gelegd op risico’s met een hoge kans en/of impact;

•

het gericht inzetten van beheersmaatregelen en opvolging op basis van deze prioritering.

40

Deze aanpak versterkt de besluitvorming en zorgt voor een transparante en consistente beoordeling van risico’s binnen de organisatie. De risicokwalificatie biedt inzicht in zowel de onderlinge weging van risico’s als de prioriteit van bijbehorende beheersmaatregelen en aanbevelingen. Voor een efficiënte en effectieve inrichting van het risicomanagementproces werken wij met een dynamische risicomatrix. Hierin zijn de geïdentificeerde risico’s opgenomen en geclassificeerd naar kans en impact. Voor elk risico zijn beheersmaatregelen vastgesteld die periodiek worden geëvalueerd, zodat deze actueel blijven en aansluiten op veranderende omstandigheden. Naast technische en procesmatige beheersmaatregelen is er nadrukkelijk aandacht voor cultuur en bewustwording. Het stimuleren van risicobewust gedrag en transparante communicatie draagt bij aan een robuust systeem waarin risico’s tijdig worden herkend en beheerst. Voor de beoordeling van de effectiviteit van onze aanpak hanteren wij het Three Lines of Defence-model. Dit model ondersteunt het beheersbaar houden van risico’s door een duidelijke rolverdeling tussen uitvoering, toezicht en onafhankelijke toetsing. Op basis van de uitgevoerde controles concluderen wij dat deze aanpak effectief is: de geïdentificeerde risico’s worden beheerst en waar nodig teruggebracht tot een aanvaardbaar niveau.

De resultaten van controles en de opvolging van aanbevelingen worden vastgelegd in de periodieke risicomanagementrapportages. Onze medewerkers zetten zich dagelijks in om de geplande werkzaamheden zorgvuldig en tijdig uit te voeren, ondanks de omvang en complexiteit van de werkzaamheden. Het Bedrijfsinformatieplan (BIP) 2024–2026 ondersteunt hierbij door richting te geven aan strategie, benodigde systemen en acties. Dit stelt ons in staat prioriteiten scherp te stellen en knelpunten effectief aan te pakken. Rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording is voor dit verslagjaar 2025 voor het eerst daadwerkelijk aan de orde. De verantwoordelijkheid voor het afgeven van een rechtmatigheidsoordeel over de jaarrekening ligt bij het dagelijks bestuur. Dit vraagt om een zorgvuldige inrichting van risicomanagement, interne beheersing en interne controles. De organisatie heeft zich hier de afgelopen jaren op voorbereid en beschikt inmiddels over een ingerichte en werkende structuur. Processen, werkwijzen en verantwoordelijkheden zijn aangescherpt en geborgd, waarmee een stevige basis is gelegd voor het afleggen van de rechtmatigheidsverantwoording.

Door de samenhang tussen risicomanagement, interne controles, de inzet van de auditpool en bestuurlijke betrokkenheid is de organisatie in staat om op een transparante en navolgbare wijze verantwoording af te leggen over de rechtmatigheid van het financieel beheer. De resultaten van uitgevoerde controles en de opvolging van aanbevelingen worden gemonitord en gerapporteerd ter verdere versterking van de rechtmatigheidsverantwoording.

41

3.8 Financiering Bedrijfsfinanciering GBLT trekt alleen geld aan voor activiteiten die door het bestuur zijn goedgekeurd. Bij het eventueel aantrekken van vreemd vermogen toetsen we aan de financieringsvoorschriften zoals die zijn vastgesteld in de Wet financiering decentrale overheden (wet Fido). Daarvoor staan twee instrumenten ter beschikking: •

de kasgeldlimiet om het renterisico te beperken bij financiering met kort geld (< 1 jaar);

•

de renterisiconorm om het renterisico te beperken bij financiering met lang geld (> 1 jaar).

Kasgeldlimiet De wettelijke kasgeldlimiet bepaalt hoeveel maximaal met 'kort geld' gefinancierd mag worden. De norm daarvoor is uitgedrukt in een percentage van het begrotingstotaal aan het begin van het begrotingsjaar (8,2% voor gemeenschappelijke regelingen). De kasgeldlimiet voor GBLT bedroeg in 2025 € 2,5 miljoen (8,2% van € 30,1 miljoen). In 2025 werd geen kort geld aangetrokken. Renterisiconorm De renterisiconorm zorgt ervoor dat een zodanige opbouw van de leningenportefeuille tot stand komt dat het renterisico voor renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate is beperkt. Voor een GR is de renterisiconorm bepaald op 20% van het begrotingstotaal van 2025. De norm voor GBLT bedraagt daardoor € 6,0 miljoen. Omdat GBLT geen langlopende leningen heeft, is het renterisico nihil. Herfinanciering GBLT heeft de mogelijkheid tot een kredietfaciliteit bij de huisbankier meegenomen in de aanbesteding voor het betalingsverkeer. Liquiditeitspositie We hebben de plicht tussentijdse overschotten bij de schatkist te stallen. Het saldo dat moest worden gestort in de schatkist schommelde rond de € 15,3 miljoen met een enkele uitschieter tot € 82,6 miljoen. Dit zijn gelden die benodigd zijn voor de exploitatie van GBLT en ontvangen belastinggelden (verwerkingstijd twee tot drie dagen).

De door de deelnemers te betalen bijdragen, ten behoeve van de exploitatiekosten van GBLT, verrekenen wij maandelijks met de voor de deelnemers ontvangen en doorbetaalde belastinggelden. Risicobeheer Er vindt geen uitzetting van gelden plaats en GBLT maakt geen gebruik van financiële instrumenten zoals derivaten en opties. Het risicobeleid is erop gericht toekomstige risico's inzichtelijk te maken, te beheersen, te verminderen of te spreiden.

42

3.9 Verbonden partijen GBLT participeert in één verbonden partij. Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin GBLT een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Vereniging werken voor waterschappen De Vereniging werken voor waterschappen is eind 2018 opgericht en heeft tot doel om te werken aan moderne werknemersvoorwaarden (cao) voor waterschappen en gelieerde organisaties en neemt daarmee de werkgeverstaken over van de Unie van Waterschappen. Vanaf 2019 is GBLT aangesloten bij de werkgeversvereniging. GBLT heeft stemrecht en betaalt een bijdrage als vergoeding van de kosten. Het financieel belang van GBLT in 2025 bedraagt € 5.610 wat gelijk staat aan een deelname van 1,26% op het begrotingstotaal van € 445.709,00. We onderkennen twee kleine risico's: •

dat de onderhandelingen van een nieuwe cao niet op tijd klaar zijn voordat de huidige cao afloopt. Als dat het geval is zal de huidige cao nog verder doorlopen;

•

dat de vereniging een cao sluit die ons niet past. We zijn als werkgever gebonden aan de besluiten die de vereniging als werkgeversvereniging neemt.

3.10 Bedrijfsvoering Rechtmatigheidsverantwoording In de rechtmatigheidsverantwoording over verslagjaar 2025 is sprake van een begrotingsonrechtmatigheid als gevolg van een overschrijding van de investeringsbegroting. Deze overschrijding wordt conform de geldende regelgeving expliciet gemeld in de rechtmatigheidsverantwoording. Gezien de beperkte omvang van de overschrijding en het feit dat het binnen de vastgestelde verantwoordingsgrens blijft, leidt deze onrechtmatigheid niet tot een onrechtmatigheidsoordeel. Op basis van de uitgevoerde interne controles en de foutenevaluatie is vastgesteld dat de overige financiële handelingen rechtmatig tot stand zijn gekomen en binnen de geldende wet- en regelgeving en interne kaders zijn uitgevoerd. Begrotingscriterium Uit deel II van deze jaarstukken blijkt dat over verslagjaar 2025 sprake is van een onderuitputting, als gevolg van een onderschrijding van de lasten. Er is daarom geen sprake van een overschrijding van de lasten. Wel is de investeringsbegroting, zoals opgenomen in de begrotingswijziging 2025, licht overschreden met circa 12.000. Dit betreft een onrechtmatigheid, die is gemeld aan het algemeen bestuur in de 2e bestuursrapportage en daarmee als acceptabel wordt aangemerkt. Per saldo blijft GBLT ruim binnen de geldende verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten (circa € 566.000).

De overschrijding van de baten en de onderschrijding van de lasten komen boven de verantwoordingsgrens uit. Deze afwijkingen worden echter expliciet toegelicht en gemeld in de jaarrekening en het jaarverslag aan het bestuur. Conform de geldende regelgeving (zie Financiële 43

Verordening GBLT 2025 artikel 13.5) leidt deze tijdige en transparante verantwoording ertoe dat we deze afwijkingen niet kwalificeren als onrechtmatigheden in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording. Voorwaardencriterium Ten aanzien van het voorwaardencriterium zijn op basis van de uitgevoerde gegevensgerichte controles geen bijzonderheden geconstateerd. Dit geldt voor alle onderzochte financiële processen, waaronder de personeels- en salarisadministratie en het financieel beheer (inclusief betalingen, memoriaalboekingen en transitorische posten). De financiële handelingen voldoen aan de relevante externe wet- en regelgeving en interne kaders met betrekking tot recht, hoogte en duur.

Aanbestedings- en inkoopaspecten Uit de uitgevoerde interne controles blijkt dat binnen de organisatie geen bijzonderheden zijn geconstateerd ten aanzien van de naleving van het inkoop- en aanbestedingsbeleid. Daarbij is vastgesteld dat: •

er geen gevallen zijn geconstateerd waarin inkopen Europees aanbesteed hadden moeten worden;

•

het inkoopstartformulier in alle gevallen wordt ingevuld en afgestemd met de inkoopadviseur;

•

aanbestedingsprocedures zoals vastgelegd in het inkoopbeleid volledig zijn gevolgd.

De uitgevoerde controles hebben niet geleid tot materiële financiële onrechtmatigheden en overschrijden de verantwoordingsgrens niet. De rechtmatigheid van de financiële handelingen is daarmee niet in het geding. De bestaande werkwijze, waaronder de vastlegging en monitoring van contracten binnen AFAS en de beschikbaarheid van onderliggende documentatie bij spendanalyses, wordt voortgezet en waar nodig verder geborgd binnen de reguliere interne beheersingscyclus. Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O-criterium) Het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) speelt bij gemeenschappelijke regelingen over het algemeen een minder prominente rol dan bij gemeenten of provincies. Binnen GBLT is het M&O-criterium met name relevant voor financiële stromen die samenhangen met inkopen en aanbestedingen, personeels- en salariskosten, invorderingsopbrengsten, bijdragen van deelnemers en overige lasten. Van misbruik is sprake indien doelbewust en in strijd met wet- en regelgeving wordt gehandeld met als doel zich onrechtmatig overheidsgelden toe te eigenen; dergelijk handelen is per definitie onrechtmatig. Bij oneigenlijk gebruik wordt formeel gehandeld in overeenstemming met wet- en regelgeving, maar in strijd met het doel en de strekking daarvan.

Oneigenlijk gebruik leidt niet automatisch tot een onrechtmatigheid, maar kan wel aanleiding geven tot het treffen of aanscherpen van aanvullende beheersmaatregelen. Voor de operationalisering van het M&O-criterium is een risicoanalyse uitgevoerd, waarbij per relevante financiële stroom de belangrijkste M&O-risico’s, bijbehorende beheersmaatregelen en het restrisico zijn vastgesteld. Deze risicoanalyse is uitgewerkt in het kader van de verbijzonderde interne controle (VIC) en vormt de basis voor de prioritering en uitvoering van controlewerkzaamheden. Op basis van deze risicoanalyse en de uitgevoerde gegevensgerichte controles en procesmatige toetsingen zijn geen signalen

44

van misbruik of oneigenlijk gebruik geconstateerd. Er zijn geen onrechtmatigheden vastgesteld die moeten worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Eventuele aandachtspunten zijn van administratieve aard en maken onderdeel uit van de reguliere interne beheersingscyclus. De uitkomsten van de toetsing aan het M&O-criterium zijn betrokken bij de rechtmatigheidsverantwoording over verslagjaar 2025 en worden in samenhang met de overige rechtmatigheidscriteria bestuurlijk verantwoord. Bedrijfsvoering GBLT Wij verzorgen het hele lokale belastingproces voor onze deelnemende waterschappen en gemeenten. Dat doen we met aandacht voor de maatschappelijke vraagstukken. En met een zo hoog mogelijke service voor onze klanten. Wij maken ons sterk voor goede uitvoering van lokale belastingen: eenvoudig als het kan, persoonlijk als het nodig is. Dat doen we voor de klanten en de deelnemers van onze organisatie. De deelnemers participeren in het bestuur van onze organisatie en jaarlijks formuleren zij onze opdracht met een meerjarig kader en een begroting. We hebben onze doelen als volgt benoemd: •

de wendbaarheid van onze organisatie vergroten;

•

datakwaliteit aantoonbaar maken;

•

het vergroten van de klantdienstverlening;

•

het verbeteren van de informatiepositie en dienstverlening aan opdrachtgevers;

•

het toepassen van een sociaal gezicht in onze klantbenadering en in ons werkgeverschap;

•

het ontwikkelen van medewerkers in een lerende organisatie.

Als grote verwerker van informatie van en over burgers en bedrijven willen wij een positieve bijdrage leveren aan de veilige informatiehuishouding van de overheid en de daarmee verbonden maatschappelijke kosten. Dat is een zich steeds ontwikkelende context, waarin we als organisatie en als medewerkers meebewegen en meegroeien. Onze ontwikkelstrategie is: wij leveren goede producten en diensten aan belastingplichtigen en aan de opdrachtgevende waterschappen en gemeenten. Het voorkomen van fouten is daarbij de meest effectieve manier om die kwaliteit te leveren. Door faalkosten te vermijden, realiseren we volledige belastingopbrengsten en tegen lage kosten bovendien. Wij blijven werken vanuit de gedachte dat daling van maatschappelijke kosten het gevolg is van goede kwaliteit en dus ook in die volgorde wordt behartigd. Als de kwaliteit en de toegankelijkheid van de producten toeneemt, neemt bij de klanten het vertrouwen toe en de inspanning af. Om de ontwikkelstrategie te realiseren onderkennen we vijf succesfactoren: •

vakbekwame medewerkers;

•

foutloze data;

•

klantgerichte processen;

•

betrouwbare systemen;

•

gelijkgestemde partners.

Het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur vergaderden in 2024 beide vier keer. Hiermee is voldaan aan de eis uit de gemeenschappelijke regeling om minimaal viermaal per jaar een vergadering te organiseren.

45

3.11 EMU-saldo Het EMU-saldo geeft weer wat het saldo van de inkomsten en uitgaven in een bepaalde periode was. In onderstaande tabel is het EMU-saldo voor GBLT weergegeven.

Be drag e n x € 1.000 1 Exploitatiesaldo voor bestemming van reserves

3.448

2 Invloed Investeringen - bruto investeringsuitgaven + verkoop materiële en immateriële vaste activa + afschrijvingen

-224 330

3 Invloed voorzieningen + toevoegingen aan voorzieningen t.l.v. exploitatie - onttrekkingen aan voorzieningen t.b.v. exploitatie - onttrekkingen rechtstreeks uit voorziening

509 -632 -93

4 Invloed reserves + toevoegingen aan reserves t.l.v. exploitatie - onttrekkingen aan reserves t.b.v. exploitatie - onttrekkingen rechtstreeks uit reserves

-

5 Deelnemingen en aandelen - boekwinst + boekverlies

-

EMU-sald o

3.338

3.12 Wet Normering Topinkomens De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) stelt regels aan de openbaarheid en aan de hoogte van deze inkomens. Voor GBLT worden de leden van het algemeen en dagelijks bestuur en de directeur als topfunctionarissen beschouwd, zodat de openbaarheid daarop van toepassing is. De verplichte rapportage in het kader van de WNT is opgenomen in deel II Jaarrekening.

46

3.13 Wet open overheid Volgens de Wet open overheid (Woo) dient GBLT informatie van de Woo-categorieën die voor GBLT van belang zijn verplicht en actief openbaar te maken en te publiceren op de website van GBLT. Door middel van registratie van de internetlocaties bij het Register van Overheidsorganisaties (ROO), wordt de informatie die GBLT zelf actief publiceert voor iedereen vindbaar gemaakt via de Woo-index. In 2025 zijn vijf Woo-verzoeken ontvangen. Deze verzoeken gingen over: •

de forensenbelasting gemeente Ommen;

•

het opvragen van taxatieverslagen WOZ en secundaire objectkenmerken;

•

de gemeenschappelijke regeling, tariefbesluit en interne analyse belastingstelsel;

•

het niet meer versturen van gebruikersbeschikkingen voor de WOZ aan gebruikers van woningen;

•

het gebruik van de Berichtenbox door GBLT.

De Woo-verzoeken en de beslissingen op de Woo-verzoeken zijn gepubliceerd op de website van GBLT. Het Woo-verzoek over het gebruik van de Berichtenbox door GBLT is nog in behandeling en derhalve nog niet gepubliceerd.

47

Deel II Jaarrekening

48

4.

Jaarrekening

4.1 Balans De balans voor resultaatbestemming van GBLT per 31 december 2025 ziet er in vergelijking met de balans per 31 december 2024 als volgt uit:

Be drag e n x € 1.000

31-12-2025

31-12-2024

609 609

715 715

Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar Kortlopende vorderingen Liquide middelen To taal vlo tte nd e activa

2.777 4.239 1 7.017

4.327 3.348 1 7.676

To taal activa

7.626

8.391

31-12-2025

31-12-2024

Activa

Vaste activa

Materiële vaste activa To taal vaste activa

Vlo tte nde activa

Be drag e n x € 1.000 P assiva

Vaste passiva

Eigen vermogen Bestemmingsreserves Nog te bestemmen resultaat lopend boekjaar Voorzieningen Ambtsjubilea Uitkering aan voormalig personeel Proceskosten To taal vaste p assiva

3.448

2.281

185 174 127 3.934

192 182 2.655

Netto vlottende schulden met een looptijd korter dan een jaar Overlopende passiva To taal vlo tte nd e p assiva

3.003 689 3.692

5.214 522 5.736

To taal p assiva

7.626

8.391

Vlo tte nde passiva

Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is in overeenstemming met de Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen, hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit, artikel 108 van de Waterschapswet, artikel 68 lid 7 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, artikel 212 van de Gemeentewet en de Financiële verordening GBLT 2025. In deze verordening heeft het algemeen bestuur (d.d. 13 november 2024) de uitgangspunten voor het financieel beleid vastgesteld, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie.

49

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten, tenzij in de verdere grondslagen anders is vermeld. De in de jaarrekening toegepaste grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling dat GBLT haar activiteiten in de toekomst zal voortzetten. Algemene grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders uit de financiële verordening en de Kadernota Rechtmatigheid 2025. Dit houdt in dat: De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op de financiële rechtmatigheid van: •

baten en lasten

•

balansmutaties

De financiële rechtmatigheid omvat het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium (M&O-criterium): •

Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 9 april 2025 door het algemeen bestuur is vastgesteld.

•

Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten als onrechtmatig worden beschouwd. In de financiële verordening zijn enkele situaties beschreven waarin dergelijke overschrijdingen toch acceptabel kunnen zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en investeringskredieten geldt dat deze onrechtmatig zijn indien zij niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld.

•

Ten aanzien van het M&O criterium vormt het M&O-beleid van GBLT het kader voor het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Alleen bij daadwerkelijke gevallen van misbruik is sprake van onrechtmatigheid. Dergelijke gevallen worden, voor zover zij in combinatie met andere fouten en onduidelijkheden de verantwoordingsgrens overschrijden, opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld conform de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV en de Financiële verordening GBLT 2025. Daarbij geldt: •

Een verantwoordingsgrens van 2% (zijnde circa € 566.000), waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen.

•

Een rapporteringstolerantie van € 25.000 waarboven fouten en onduidelijkheden worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.

Activa Voor zover niet anders is vermeld, zijn de activa opgenomen tegen nominale waarden. Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa en worden niet geactiveerd als de verkrijgingsprijs minder bedraagt dan € 50.000. Voor dienstauto’s, laptops, mobiele telefoons en automatiseringsapparatuur en – infrastructuur bedraagt dit € 5.000. Voor de investeringen gelden de maximale afschrijvingstermijnen zoals opgenomen in de Financiële verordening GBLT 2025, zie onderstaande tabel.

50

Activa

Ma xima le te rmij n in j a re n

Gebouwen en verbouwingskosten

10

Inventaris

10

Hardware

5

Infrastructuur

5

Laptops en mobiele telefoons

3

Aanschaf- en implementatiekosten Belastingsysteem

5

Software, licenties en dergelijke

5

Dienstauto's

6

Onderzoek en ontwikkeling

5

Overige immateriële vaste activa tenzij gemotiveerd wordt

4 tot 5

dat een andere periode passender is.

De afschrijving vindt lineair plaats vanaf het moment van ingebruikname. Ook hanteert GBLT het uitgangspunt dat pas na ingebruikname van de investering, de exploitatie wordt belast voor rente en afschrijving. De materiële vaste activa wordt gewaardeerd tegen historische kostprijs onder aftrek van afschrijvingen, gebaseerd op de verwachte economische levensduur en duurzame waardeverminderingen. Wanneer een vast actief buiten gebruik wordt gesteld, wordt de boekwaarde op dat moment verlaagd naar de lagere restwaarde. Vlottende activa Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de uitzettingen met een kortere looptijd dan een jaar, de overige kortlopende vorderingen en de overlopende activa. Deze posten zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De liquide middelen betreffen direct opeisbare tegoeden en zijn eveneens gewaardeerd tegen nominale waarde. Passiva Voor zover niet anders is vermeld, zijn de passiva opgenomen tegen nominale waarden. Voorzieningen De voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, behalve de voorziening Arbeidsgerelateerde verplichting ten behoeve van de ambtsjubilea. Deze voorziening is opgenomen tegen de contante waarde. De gebruikte disconteringsvoet is 2%.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16911194/1