CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcriptverslag van de vergadering van 23 april 2024 vastgesteld in de vergadering van 29 mei 2024

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Notulen van deze vergadering25.741 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Maar op dit moment, wij gaan geen routes bepalen. Er wordt nu naar gevraagd vanuit u, maar we gaan geen route bepalen. In dit wijkverbeterplan gaan we geen routes vastleggen voor vrachtwagens. De voorzitter: wethouder, vervolgt u uw betoog. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Dan ga ik even door. Fietsstraten is aangegeven. Of het mogelijk is om meer fietsstraten aan te leggen, daardoor ook meer groen. Dat is wellicht een suggestie. Ik moet eerlijk zeggen dat als ik hem iets eerder had geweten, had ik die vraag al even uit kunnen zetten en kunnen vragen of dat een interessante is. Wil ik meenemen. Zou eventueel in de verdere uitwerking -18-

kunnen komen. Als blijkt dat dat helemaal niet mogelijk is, dan geef ik het ook terug. Maar is wellicht een interessante. Dan werd er gesproken over het verwijderen van gasleidingen. Of dat we dan wel goed met bewoners moeten overleggen. Vooralsnog is dat echt niet aan de orde. We gaan ons voorbereiden op het maak van een all-electric wijk. Maar de gasleidingen blijven nog zitten zolang dat nog nodig is en zolang we nog geen keuze hebben gemaakt wat het daadwerkelijk wordt. Echt het voorbereiden op. We gaan niet iets al weghalen. Dan het spelen in de wijk. In principe hanteren wij wel het huidige beleid. We hebben beleid op de speeltuinen en die hanteren we. Het kan wel zo zijn dat we soms iets gaan herindelen. Als we zien dat het op bepaalde plekken toch interessanter is om een speeltuin aan te leggen, dat we dan iets gaan hergroeperen in de wijk. Maar vooralsnog is het echt het beleid wat we daarop hebben. De voorzitter: Moment. Een interruptie van de heer Van der Waal. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik begrijp helemaal wat de wethouder zegt. Maar impliciet in wat zij zegt, betekent dat speelplaatsen geld kosten, omdat er ijzer en hout en weet ik veel, ingewikkelde, mooie toestellen moeten komen. Dat is voor een speelplaats helemaal niet nodig. Een kind heeft minimale zaken nodig om goed te kunnen spelen, zijn eigen fantasie los te kunnen maken.

Goedkope speelplaatsen zou een optie zijn in deze. Hoe kijkt de wethouder daartegenaan? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Zinkweg-Ankone: In het speeltuinenbeleid, het speelplaatsenbeleid staat aangegeven hoe wij daarnaar kijken. En natuurlijk kan ieder kind op een grasveldje zich ook vast heel goed vermaken. Maar als we wat meer voorzieningen willen voor het spelen, dan doen we dat zoals we dat hebben vastgelegd in het beleid. Juist die kleine speeltuintjes is iets waarvan u ook als raad heeft gezegd dat we daar niet meer voor gaan. We gaan voor de wat grotere speeltuinen met meer faciliteiten voor ook de verschillende leeftijdsgroepen. Als u het anders wil, dan is het denk ik goed om nog eens een keer dat beleid weer eens even tegen het licht te houden. Maar dan kan het ook zijn dat dat weer gepaard gaat met extra kosten. Want het was destijds ook een financiële reden waarom we hiervoor hebben gekozen. Ik wil dat u wel meegeven, dat het dan wellicht ook weer consequenties heeft. De voorzitter: De heer Van der Waal, tot slot. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik geef net aan dat er een optie is om speelplekken goedkoop aan te leggen. Bovendien blijkt uit participatie en de inwonersinbreng dat er behoefte is aan speelplaatsjes op korte afstand. Wordt daar aandacht aan gegeven? De voorzitter: De wethouder.

Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ik blijf volgens mij op deze manier in herhaling vallen. Wij hanteren ons speeltuinenbeleid. Als u denkt dat wij daar anders mee om moeten gaan, dan hoor ik dat graag. De voorzitter: Gaat u verder, wethouder. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Dan ga ik verder met participatie over de elektriciteitshuisjes. Daar heb ik vanmorgen ook even een terugkoppeling gegeven op de vragen die er zijn gesteld vanuit het Forum. En daar werd gevraagd, is het niet mogelijk om daar wat meer participatie op toe te passen? In ieder geval op het moment dat de netbeheerder een bepaalde plaats kiest en de bewoners denken, dit is het absoluut niet, wij zien het liever daar, dat we dan keuzemogelijkheden voorleggen. Die zijn er. En volgens mij heeft mevrouw Berger dat goed verwoord. Wij krijgen een locatiekeuze van de -19-

netbeheerder. Op het moment dat wij denken, die is misschien niet zo handig, ook als we horen vanuit de buurtbewoners, dat is niet zo wenselijk, dat we dan een optie B checken bij de netbeheerder. Als zij zeggen, dit is ook mogelijk, dan voor hen maakt het niet uit waar die gaat komen. Dan is het aan de buurt, aan de straat. En dat zal dan echt wel de directe omgeving zijn van zo'n huisje en niet de hele wijk. Die zal dan doorslaggevend zijn, die keuze. En dat zullen we dan met de netbeheerder afstemmen. Dat is hoe we erover denken. En ook wel hierbij teruggevend, participatie is een heel groot goed en is heel erg mooi. Maar dat is niet op alles de oplossing. Soms is het gewoon lastig. Soms vinden echt mensen het niet leuk. En dan is ook participatie... Dan krijg je straks nog burenruzies, als we dat bij buurten zelf gaan neerleggen. Soms is het ook goed als we misschien wel op basis van keuzes, maar dat op een gegeven moment ergens een klap op wordt gegeven en dat wij daarmee doorgaan. Wat nog wel belangrijk is, die uiterlijke kenmerken van die huisjes, daar mogen de buurtbewoners wel in meedenken. Dat staat ook bij uitgangspunt 5.3. Daar gaan we zeker met de buurtbewoners dan over in gesprek. Dan het parkeren, is ook aangedragen een aantal keren. En vooral één auto. Eén auto waarbij we uitgaan van één auto per huishouden en dan nog iets voor bezoekers.

Hoe kunnen we er nu voor zorgen dat daar zeker ruimte voor is? Ik denk wel dat het goed is om te stellen dat het niet altijd misschien een auto is direct voor je huis. Een straat is natuurlijk van meer mensen. En als je in tweerijwoningen zit, dan kan het zomaar zijn dat die net ietsjes verder weg staat. Maar we willen in ieder geval in die straat de ruimte hebben voor die auto's. En dan is het inderdaad zo dat een tweede auto of een derde auto iets verder weg komt te staan. Maar nog steeds is het wel de intentie dat hij aan de rand van een straat of op een wat grotere parkeervoorziening in de wijk komt te staan. Dat is de intentie wat we hiermee bedoelen. Dan vraag over evenementen. Gaan we ook wel met organisatoren van evenementen kijken? Kijken we daar ook wel naar? Er zijn een aantal evenementen die in deze wijk plaatsvinden. Daar zijn we ons van bewust. We hebben ook een evenementenkalender. Op het moment dat er iets plaats gaat vinden, dan is het voor ons ook belangrijk dat wij contact zoeken met die organisator. En dat zullen we dan ook doen. Daarbij trouwens vind ik het wel goed om ook weer mee te geven, we zijn van mening dat het de mening van de buurtbewoner, van de straatbewoners zwaarder weegt dan de evenementenorganisator. Want de buurtbewoner heeft daar natuurlijk dagelijks zicht op. Dat is wel even goed om nog te melden.

Dan eerder door de raad vastgestelde plannen. Wat doet dat daarmee, dit wijkplan? U noemde onder andere de waterberging. Die kan wel gewoon doorgang vinden. Maar zojuist noemde ik het ook, we gaan wel uit van de bestaande plannen. Ook bestaand beleid, zoals wat ik zei net het speeltuinenbeleid. Maar als het gaat om de waterberging, dan is dat zeker nog een mooie kans zelfs om deze wijk wat verder te vergroenen. Dan Primulastraat werd nog even aangereikt. Dat gaat over, we hebben daar twee voorstellen op dit moment voorliggen en inderdaad daar hebben we het omgekeerd ontwerpen toegepast. En we kunnen zelfs dit plan nog groener maken, want zoals het nu voorligt, is dat vooral op basis van de GHP-gelden, de rioleringsplangelden. Maar als wij nog extra budget beschikbaar kunnen stellen, en dat is er, dan kan dat nog groener worden. Dat is wel mooi om te weten. We gaan dat dan vervolgens voorleggen, die twee opties middels de stem van Oldenzaal. En daar kan dan ook die keuze worden gemaakt vanuit de wijk en vanuit de buurtbewoners wat voor hen het beste ontwerp is. En daar moet ik zeggen, daar hebben ook al een gesprek over gehad met buurtbewoners. Hebben we ook al wat reacties weer teruggekregen. Dat is ook mooi, dat je merkt dat er echt wel input van die buurt komt van, hoe kan het nog beter en mooier? En de zorgen worden daar dan soms ook gedeeld die de mensen hebben.

Die proberen we dan ook mee te nemen. Extra kosten. Er wordt gevraagd om toch nog weer het totale project, het totale plan als een afzonderlijk stuk te presenteren en daar alle financiële gevolgen van mee te nemen. Dat is niet de insteek, zoals wij dat hebben. Wij vinden het belangrijk dat u een integrale beoordeling kan doen van al het nieuwe beleid. En dat kan volgens mij alleen maar als we dit meenemen bij de Kadernota. En dan is het aan u om te bepalen of u hier extra middelen beschikbaar voor wil stellen, de komende jaren. Wij gaan inwoners zeker blijven betrekken bij -20-

wijzigingen, als die komende jaren plaatsvinden. Mijnheer Maartens had daar vragen over. En dan de laatste, dat is denk ik de motie waar ik nog even op moet reageren. Flexcity. Ik kwam het zelf ook tegen in het magazine Binnenlands Bestuur. Daar stond een mooi artikel in inderdaad wat ze daar in Amsterdam aan het doen zijn. En wij willen zeker contact opnemen met de gemeente Amsterdam om te kijken wat hun ervaringen zijn. Het is natuurlijk een pilot. Dat zal nog wel even tijd kosten om te zien wat echt de resultaten zijn. En wij willen die zeker ook delen met netbeheerders die hier in Oldenzaal actief zijn, Enexis en Coteq. En dan gaat het niet alleen maar om de wijk van GlindeHooiland, maar om heel Oldenzaal wat ons betreft. Dat werd net al aangedragen. Volgens mij is dat goed. En als er andere gemeenten zijn, mooi dat dat werd benoemd, dan horen we dat natuurlijk ook graag. We willen graag leren van anderen die al iets hebben geprobeerd. Dat scheelt weer voor ons dat we daarmee bezig moeten met pilots. Volgens mij een mooie motie. Dat doen we graag. En of daar per se een motie voor nodig is, dat is aan u. Volgens mij is het een mooie oproep. Zo zitten we er op dit moment in als college. Volgens mij heb ik dan alle vragen beantwoord. De voorzitter: Mooi. Dank u wel, wethouder. Dan kijk ik rond of er nog behoefte is aan een tweede termijn bij de raad.

Ik zie in ieder geval de heer Maartens. Mag vanaf uw plek. De heer Maartens, begin ik bij u. De heer Maartens: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk nog een vraag. Toch weer Bentinckstraat-Dokter Kuyperstraat, ooit eenrichtingsverkeer. Ik heb nog gevraagd, de Bentinckstraat gaat naar, uit mijn hoofd, de zuidkant en de Dokter Kuyperstraat naar de westkant. En ik had gevraagd, A, ga je daar ook nog met bewoners samen naar kijken of dat wel de meest optimale oplossing is? En waarom? Omdat wij de indruk hebben dat de andere oplossing met precies de tegenovergestelde richting misschien weleens beter zou kunnen zijn. En een tweede vraag schoot mij net nog te binnen, het afsluiten van straten, een knip in straten. Ben ik wel benieuwd hoe de hulpdiensten daartegenaan kijken. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik het rijtje langs. Ik kijk even. De heer Liebrand. En volgens mij had ik u ook genoteerd staan. De heer Liebrand. De heer Liebrand: Dank u, voorzitter. Een korte opmerking en een vraag. Allereerst de Primulastraat. Mooi dat daar de bewoners mogen kiezen uit beide ontwerpen, want volgens mij stond in de krant dat de raad daar nog een besluit over moest nemen. Maar het is mooi dat echt het proces en ook de keuze aan de bewoners wordt overgelaten. En als tweede, we hadden ook die vraag over het parkeren.

Als een straat eenrichtingsverkeer wordt ingericht, wordt dan ook gekeken naar schuin parkeren, omdat dat dan meer parkeerplaatsen oplevert en wellicht ook veiliger is? De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, dank u wel. Een aantal vragen nog. De uitgangspunten waar de portefeuillehouder aan refereert, in hoeverre zijn die zwart-wit of zit er nog een aantal tinten grijs tussen? Stel iets voldoet niet aan de uitgangspunten, is er dan nog ruimte om daar niet de letter der uitgangspunten, maar ook de gedachten der uitgangspunten mee te nemen? Ik had nog een semivraag doorgeleid van de heer Bouwman met betrekking tot de termijn waarop een reactie op de motie zou kunnen plaatsvinden. Hij vroeg zelf naar de Kadernota. De vraag is namelijk, is dat mogelijk? En de laatste, dat is een beetje meer een zorg, dat gaat over die gemiddeld één auto per huishouden. Stel ik woon met twee personen in huis, mijn buren doen dat ook, de buren hebben twee auto's. Wij gaan allebei naar het werk en komen terug en de buren hebben allebei hun auto's in de straat geparkeerd, met als gevolg dat wij ergens anders de auto zouden moeten parkeren. Puur -21-

hypothetische situatie, moet ik overigens zeggen. Mijn buren hebben maar één auto. Stel in die situatie, dan nog gemiddeld één auto wordt er in de buurt van het huis geparkeerd. In hoeverre zijn daar nog mogelijkheden om daar iets in te reguleren, afdwingen, die daarbij van dwang zijn? De voorzitter: Dank u wel. Ik zag nog de heer Van der Waal. Die wil ik natuurlijk graag de gelegenheid nog geven. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u, voorzitter. Drie ronden, drie zaakjes. Een hele korte reactie op de bezwaren tegen de knip, althans de mogelijke bezwaren. Ik deel die. Althans deel in zoverre, de veiligheidsdiensten moeten daarmee akkoord gaan wat betreft de veiligheid. Ik wijs in dit geval wel op de, ik noem het maar even, hofjes op De Essen, die ook kronkelend zijn, doodlopend. En als je daar de weg niet weet, dan is het daar ook lastig navigeren. Daarmee wat vergelijkbaar. Wat betreft speelplaatsen, ik blijf er toch op terugkomen, er wordt heel duidelijk gesproken van, de wijk heeft volledig inspraak op alles. Maar een speelplaatsje, desnoods zonder speeltoestellen, valt niet binnen het beleid. Hoe gaan we dan met inspraak om? Dan even het laatste, parkeren voor de deur. Een begrijpelijke zorg. Ik ken in Oldenzaal op dit moment zo voor de geest minstens twee situaties waar de auto gewoon om fysieke redenen niet voor de deur kan.

De mensen wonen daar toch heel gelukkig. Ik ken een locatie op De Thij, achter Albert Heijn hier vandaan gezien. En een andere, ik weet niet hoe die wijk heet, maar richting het Carmel College. Dat hoeft geen bezwaar te zijn. Een klein beetje lopen, dat hoeft geen honderden meters te zijn, als dat het goede doel dient, zij het zo. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar het college. Mevrouw Zinkweg. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Dank u wel. Nog even weer terugkomend op Bentinckstraat-Dokter Kuyperstraat zuid, west of misschien ook nog weer andersom, wat wordt voorgesteld. Ik denk dat het goed is om te melden dat op het moment dat wij een dergelijke maatregel doorvoeren, dat daar wel eerst een goed verkeersplan wordt gemaakt. En dat doen we zeker ook samen met de omwonenden. Daar zullen we met de bewoners van de Bentinckstraat en de Dokter Kuyperstraat over spreken. En dan ook kijken wat de best mogelijke oplossing zal zijn. Knip in de straat en wat vinden hulpdiensten daarvan? Volgens mij is het ook wel een beetje zoals de heer Van der Waal aangeeft, dat is niet altijd het meest wenselijk. Daar moeten mensen ook aan wennen. Maar we kunnen er ook nog rekening mee houden. We kunnen ook met de hulpdiensten in gesprek gaan en vragen hoe zij daarnaar kijken en of daar eventueel andere mogelijkheden zijn, waardoor zij er wel langs kunnen.

Dat is echt al wel een uitwerking hiervan. En de vraag is, in hoeverre die knippen in de straat er gaan komen. Maar goed om daar in ieder geval wel oog voor te hebben. Dan werd nog even aangegeven, het eenrichtingsverkeer, is het ook mogelijk om daar schuin parkeren toe te voegen? Wellicht dat dat wat meer ruimte biedt. Dat biedt niet heel veel meer ruimte, wat ik door krijg. En het is wordt vaak gezien als iets gevaarlijker, maar ook, weet je, dat soort dingen nemen we wel mee op het moment dat we de plannen per straat gaan maken en wat er dan mogelijk is en wat buurtbewoners daar dan ook vinden. Uitgangspunten zijn zeker niet altijd zwart-wit. Zoals ik al aangaf, het zijn uitgangspunten. Dat is de start waarmee we een plan maken. Maar het kan best zijn dat we soms van een uitgangspunt bewust gaan afwijken met een goede reden. Hoeft niet altijd zwart-wit te zijn. Het kan soms ook een tint grijs zijn. Even kijken. En dan werd er ook nog aangegeven, het reguleren. Dat werd ook gevraagd van, hoe gaan we om als de buren al wel er twee auto's hebben staan en anderen niet? U noemde ook al eerder, gedragsverandering is best lastig.

Op het moment dat wij met straten in gesprek gaan over, hoe zou uw straat eruit komen te zien, dan zijn dat volgens mij ook mooie punten om met elkaar het gesprek aan te gaan, hoe gaan we daar met elkaar mee om? En juist om die gedragsverandering dan ook vorm te geven. Dat is wel iets, dat moeten we ook gaan leren en gaan -22-

kijken hoe dat met elkaar gaat. Dat is ook nieuw voor ons. En dan werd er nog aangegeven, er zijn ook gelukkige inwoners zonder auto voor de deur. Dat is ook zeker zo. Maar we weten ook dat op het moment dat je gewend bent om die auto wel voor de deur te zetten, dat het dan moeilijker is om daarvan af te stappen. Met elkaar moeten we volgens mij wel soms wat toe gaan geven, om uiteindelijk dit resultaat te krijgen. En dan krijgen we allemaal een mooie wijk Glinde-Hooiland. De voorzitter: Mooi. Dank u wel. Dan wil ik de beraadslagingen beëindigen en overgaan tot stemming. Is er behoefte aan een stemverklaring? De heer Van der Waal. De voorzitter: Ik vraag even een punt van orde. De motie heeft de VVD gezegd aan te willen passen door dat wat breder te trekken naar meer gemeenten, meer projecten. Hoe komt de VVD daarop in? De voorzitter: Dat is een goede. Ik wilde eerst het voorstel en dan komt meestal de motie. En dan wilde ik ook naar de VVD kijken of zij het punt nog wilden aanpassen. Als u dat goed vindt, dan wil ik het op deze manier doen. Dan kan de VVD ook nog even nadenken of ze mee willen gaan met de suggesties die gedaan zijn rondom haar eigen motie. Maar ik breng eerst het voorstel in stemming. Is er behoefte aan een stemverklaring? Dat is er niet. Wie is tegen dit voorstel? Dat is niet het geval. Dat betekent dat het unaniem is aangenomen.

Dan de motie naar voren gebracht door de VVD. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Het is natuurlijk enerzijds lastig, want in de motie roepen wij het college op om de ervaringen met Flexcity te delen en op te halen. Dit geldt natuurlijk niet voor andere gemeenten, want die geven daar andere namen aan. Maar als de portefeuillehouder toe kan zeggen dat ze hem breder gaat interpreteren, dan laten we hem zo staan en is hij goed, wat ons betreft. De voorzitter: Dat betekent dat u uw motie niet aanpast, maar wel in stemming brengt. De heer Mekelenkamp: Jazeker. En ik had nog een kleine vraag openstaan voor... Ik zie de heer Bouwman. Maar zijn er met betrekking tot punt 3, de termijn, bij de Kadernota mogelijk is of richting einde jaar? De voorzitter: Als de wethouder daar nog op wil reageren. Wethouder. Mevrouw Zinkweg-Ankone: De Kadernota, ik bedoel, we zitten inmiddels op 23 april. Kadernota hebben we begin juli hier in de raad. Kunnen we natuurlijk zeggen, daar hebben we nog wel wat tijd voor. Maar volgens mij moeten we daar gewoon een zorgvuldigheid nemen. Wij gaan in gesprek met de gemeente Amsterdam. Die zijn nog bezig met die pilot. En het is ook niet iets wat per se bij de Kadernota meegenomen hoeft te worden, want dit is iets wat de netbeheerder aangaat. Wat mij betreft pakken we hier wel even de tijd en komen we terug daar aan het eind van het jaar.

Dat heeft dan wel de voorkeur van het college. De voorzitter: De heer Mekelenkamp als indiener. De heer Mekelenkamp: Dan laten wij hem zo staan, in de huidige vorm. De voorzitter: In de huidige vorm. En ten aanzien van de gemeente Amsterdam, ik begrijp dat u daar graag wilt zien dat dat te maken heeft met ook andere relevante gemeenten, indien gewenst. Dan zullen we die aanpassing nog in de motie doen. Dan breng ik de motie in stemming. Is er nog behoefte aan een stemverklaring bij deze motie? De heer Van der Waal.

-23-

De heer Van der Waal: Voorzitter, ik begrijp niet helemaal meer of de motie letterlijk zo in stemming wordt gebracht of dat er ook een verwijzing komt naar vergelijkbare projecten in den lande. De voorzitter: De heer Mekelenkamp moet maar aangeven of ik het goed heb verwoord. Maar volgens mij is er net afgesproken dat bij punt 1 onder roept het college op, in contact te treden met de gemeente Amsterdam en andere relevante gemeenten, om daar ervaringen met bijvoorbeeld Flexcity op te doen en deze resultaten te delen met de netbeheerder en andere relevante partijen. Volgens mij heb ik dan de voldoende breedte en doe ik recht aan de bijdragen die vanuit de raad zijn geleverd ten aanzien van deze motie. Ik kijk even of dat het geval is. Ik zie de heer Mekelenkamp instemmend knikken. Dan breng ik deze motie in stemming. Geen behoefte aan een stemverklaring? Wie is tegen deze motie? Dat is niet het geval. Dan is die met unanieme stemmen aangenomen. Mooi. Dank u wel. 7. Besluitvorming samenwerking Oldenzaal – Noaberkracht De voorzitter: Dat betekent dat wij naar het volgende agendapunt kunnen gaan. En dat betreft de besluitvorming. Verkenning samenwerking Oldenzaal Noaberkracht. En ik zou graag de voorzittershamer figuurlijk willen overdragen aan de vicevoorzitter van de raad. En dat is de heer Lulofs. Maar ik zie dat mevrouw Oude Engberink nog een punt van orde wil maken.

Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Ik zie dat er mensen op de publieke tribune behoefte hebben om even weg gaan. Wellicht dat we even een minuutje kunnen schorsen om die mensen daartoe de gelegenheid te geven. De voorzitter: Ik vind dat prima. Dan schors ik even voor een minuutje. En ik heb inmiddels begrepen dat niet de heer Lulofs voorzit, maar de heer Winkelhuis. Volgens mij is de minuut inmiddels voorbij. Geachte raadsleden, mag ik u weer uitnodigen om zitting te nemen op uw zetel. En mag ik Forumleden en anderen uitnodigen om vooral op de publieke tribune zitting te nemen. Ik kijk even. Ik mis nog wel een aantal leden van het CDA en de Partij van de Arbeid. Ik hoop dat degene die er nog niet is, snel deze kant op komt. Dan kan ik de vergadering heropenen en vervolgens het stokje overdragen, de voorzittershamer, aan de heer Winkelhuis. Ik wacht nog kort. De heer Winkelhuis, aan u de eer. De heer Winkelhuis neemt de voorzittershamer van mij over. De heer Winkelhuis. De plaatsvervangend voorzitter: Voorzitter, dank u wel. Dan gaan we over tot het voorstel ter besluitvorming over de verkenning samenwerkingsmogelijkheden Oldenzaal en Noaberkracht. Wie mag ik daarvoor het woord geven? Dat zijn meerdere partijen. Dan ga ik aan de rechterkant beginnen bij de VVD. Het woord is aan de heer Visscher.

De heer Visscher: Dank u wel, stand-in voorzitter. Het heeft wat voeten in de aarde gehad om deze bespreking vanavond te hebben. Wat ons betreft, en wat de hele raad betreft, hadden we die graag al heel wat maanden eerder gehad. Maar misschien is dat wel typerend voor het voorstel wat wij vanavond bespreken. Samenwerking, het is een onderwerp wat in alle gemeenten altijd speelt. En het is typisch zo’n onderwerp wat vaak bij nieuwjaarstoespraken van burgemeesters de revue passeert. En ik heb dat in dit huis ook een aantal keer meegemaakt, waarvan de ene burgemeester zei, wij kunnen het mooi allemaal zelf. En waarbij de volgende burgemeester zegt, wij moeten toch vooral samenwerken met andere mensen. En dat is wel grappig, want in 2018 hebben wij natuurlijk een nieuwe burgemeester gekregen. Hij zit er al een tijdje. Hij is niet meer nieuw. Maar toen was hij nog wel nieuw. En in de profielschets voor de nieuwe burgemeester hebben wij opgenomen dat deze -24-

burgemeester de samenwerking met Noordoost-Twente moet gaan verkennen. En dat is natuurlijk een belangrijke stap geweest in dat verhaal. Zit er muziek in die samenwerking? En zo ja, hoeveel muziek zit er in die samenwerking? En zo geschiede. Want onder aanvoering van onze burgemeester Welman en de toenmalige gemeentesecretaris zijn de gesprekken opgestart. De colleges, helaas al wel snel zonder de gemeente Losser, organiseerden diverse sessies met ambtenaren, met gemeenteraden. En uiteindelijk zijn er... Sorry, ik ben even een stukje... Dit loopt niet helemaal lekker. Sessies met ambtenaren. En ook de raden hebben elkaar tweemaal ontmoet, om de voortgang aan te horen en om ook met elkaar in allerlei break-out sessies te praten over die mogelijke samenwerking. En ik moet eerlijk zeggen dat ik dat twee prettige bijeenkomsten heb gevonden, die wij gehad hebben met elkaar. Er is veel interactie geweest met de raadsleden van de andere gemeenten. En ik moet ook heel eerlijk zeggen dat natuurlijk zijn er verschillen van opvatting, maar het F-woord, en dan bedoel ik in dit geval niet het nare woord, maar het positieve woord, werd ook door diverse partijen in de mond genomen. En hoe je het ook ziet, er was overduidelijk sprake, en dat is een beetje misschien een subjectief gevoel van een positieve vibe in dit proces. Zowel bij college, raad als ambtenaar.

En het blijft ook een beetje subjectief wat ik vertel, want we hebben heel veel dingen niet feitelijk op papier gekregen. Want op een gegeven moment komt de klad in deze positieve vibe. En dat zijn, wat ik al zei, zaken die niet op papier aangereikt zijn, maar die in de wandelgangen en tussen regels door te horen en te voelen zijn. En het onderlinge contact wordt ineens wat stroever. Zowel op collegeniveau, ambtelijk niveau, maar ook op raadsniveau ontstaan lange stiltes. Zou het college ons mee kunnen nemen in het totale proces wat wij gelopen hebben en ons aan kunnen geven waar, wat hem betreft, mogelijk de schoen van dit proces wringt? Heeft het proces misschien simpelweg te lang geduurd of is het zo dat het proces na de verkiezingen drastisch veranderd is? Als wij als Oldenzaalse VVD niet zouden geloven in samenwerking, dan had ik deze vraag niet gesteld. Dan zou het wel prima zijn geweest. Onderzoek gedaan, te weinig draagvlak, schluss. Maar wij geloven zeer in samenwerking, en zeker ook in die met Noordoost-Twente. Ik ben zelf ooit betrokken geweest bij een voorfase van een fusie tussen twee andere gemeenten. Gemeenten die helemaal niets met elkaar gemeen hadden en waar de inwoners ook niets met elkaar gemeen hadden. Die is toch wel succesvol doorgegaan.

Maar hoe anders is dat in NoordoostTwente? Natuurlijk, we hebben drie gemeenten die verschillend van elkaar zijn, die andere ideeën hebben, maar uiteindelijk hebben wij heel veel met elkaar gemeen. En samen zouden wij, in welke vorm dan ook, zeg ik er nadrukkelijk bij, een prachtige combinatie kunnen vormen. Om daarmee, en dat is natuurlijk een van de belangrijke punten van deze samenwerking, onszelf ook krachtiger te kunnen vertegenwoordigen in Twente en in Overijssel. En laten we ook één ding niet vergeten. De meeste politieke partijen in Noordoost-Twente zijn allemaal al op Noordoost-Twentse schaal georganiseerd. En dat zegt toch wel iets over de binding die wij met elkaar hebben. Voor ons, voorzitter, is de uitkomst van dit proces enorm teleurstellend. Wij hadden daar echt heel veel meer van verwacht. En misschien wel het meest teleurstellende van alles is dat tijdens het proces ook nog eens een kansrijke samenwerking is gestopt door Noaberkracht. Backoffice participatie was een prachtig voorbeeld om samen beleid te kunnen maken, maar helaas is het idee halverwege het proces gesneuveld. En wij vragen ons ook af of het college ons kan meenemen in dat besluit en de vermoedelijke achtergronden die daarachter schuilen.

En ik wilde nu zeggen dat er nog een nieuwe samenwerk gesneuveld is, nu de inkt van het rapport nog nat is, maar dat is natuurlijk niet zo, want het rapport ligt al enige tijd klaar. En dat heeft ook aardig lang geduurd voordat het eindrapport geproduceerd is. Maar de vraag is ook, wat ons betreft, wat het college zelf eigenlijk vindt van het rapport wat er nu ligt. Leidt dit tot iets of is het een rapport dat morgen in de kast verdwijnt of in de diepe lade van de bureaula? Naar aanleiding van deze vraag is ook het rapport van Sportbedrijf Noordoost-Twente. Want dat is één van de onderwerpen die ook in het voorstel benoemd worden, waar samenwerking wellicht nog gloort aan de horizon. En inmiddels is duidelijk dat er niet één Sportbedrijf Noordoost-Twente komt. En dat terwijl er voor de drie gemeenten een positief advies is -25-

uitgebracht door het onderzoeksbureau. En vreemd genoeg, in de stukken van Dinkelland en Tubbergen kunnen we dat niet terugvinden. Daarom ook een vraag aan het college. Hoe kan het dat deze samenwerking er niet komt, ondanks dat positieve advies? En dan ook de vraag of er nog kansen liggen op de overgebleven vier terreinen? Want we hebben er nu nog maar vier. En als ik dan die backoffice er ook nog afhaal, dan zijn we al van zes naar vier gegaan. Zijn dit vier serieuze opties of is dit alleen vermeld om het eindverslag wat positiever te laten lijken? En om die reden dienen wij samen met het CDA en WG een motie in, die het college twee opdrachten geeft. De eerste opdracht betreft om ons voor het zomerreces aan te geven of samenwerken op de overige terreinen kansrijk is. En de tweede opdracht is bedoeld voor onze eigen toekomst. Want één ding is wel duidelijk aan dit proces, een hele intensieve samenwerking zal er waarschijnlijk wel niet komen. Daarom de opdracht aan het college om voor het einde van 2024 helderheid te geven over de mogelijkheden voor Oldenzaal om met andere gemeenten in Twente samen te werken. Tot slot, voorzitter, moet mij toch iets van het hart. Want dit hele proces, maar ook mijn bijdrage, staat bol van aannames. En vermoedelijk vraag ik ook naar aannames en krijg ik daar ook geen scherp antwoord op. En ik heb één ding eigenlijk gemist in dit hele verhaal.

En laat ik maar gewoon zeggen hoe ik denk dat het is. En dat is de waarheid. Want waarom komt er geen echte samenwerking? Waarom hebben de verschillende partijen zich niet gewoon uitgesproken over wat ze eigenlijk wel of niet willen? Zijn wij misschien te arrogant als Oldenzaal? Zijn de cultuurverschillen te groot? Zijn wij te stedelijk? Is onze werkwijze in het stadhuis te afwijkend? Ik wil eigenlijk hier, van deze plek, alle partijen die betrokken zijn bij dit proces alsnog oproepen om zich uit te spreken. Wat wil je wel, wat wil je niet en waarom wil je dat wel en waarom wil je dat niet? En die oproep geldt voor colleges, ambtelijke organisaties en ook ons als gemeenteraad. En wellicht levert dat nog iets op. Wellicht forceert dat nog een doorbraak. Want heel eerlijk, beste raadsleden en best college, als wij niet serieus in NoordoostTwente met elkaar gaan samenwerken, dan is dat een enorme gemiste kans. En ik herhaal mijn laatste vier woorden, een enorme gemiste kans. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Visscher, we hebben nog een interruptie van mevrouw Berger. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Excuses, ik keek even naar de andere voorzitter. De heer Visscher, wat is uw meest favoriete vorm van samenwerking? Er zijn een aantal samenwerkingsverbanden genoemd in het bestand.

En ik ben benieuwd welke u dan aan ons zou willen adviseren? De plaatsvervangend voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Nou is de vraag natuurlijk, stelt u die vraag aan mij persoonlijk of aan mij als fractievoorzitter van mijn partij? Als ik daar persoonlijk naar kijk, dan is voor mij een fusie de meest ideale vorm. Als ik naar de partij kijk, dit voorstel, deze samenwerking is nooit gegaan over een fusie. Die is altijd gegaan over een ambtelijke samenwerking, een ambtelijke fusie. En daar gaat dit voorstel over. Ik denk dat ik in dit geval niet verder kan zeggen dan de ambtelijke fusie. De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Berger. Mijnheer Visscher, dank u wel. Geef ik het woord aan mevrouw Oude Engberink, namens WG Oldenzaal. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Voor ons ligt het voorstel om te kiezen voor een vorm van samenwerking met de gemeente Dinkelland en Tubbergen, ook wel Noaberkracht. En dan in de vorm van opgavegerichte samenwerking. Een samenwerking waarbij op onderwerpen wordt verkend hoe en of en met wie wordt samengewerkt. En uit het verkennend onderzoek blijkt dat dit op dit moment de hoogst haalbare vorm van samenwerking is. WG Oldenzaal -26-

ziet al jaren het belang van samenwerking met andere gemeenten. En is er dan ook een groot voorstander van dat ons college zich hier goed op oriënteert. Maar ook dat het college, daar waar er zich nieuwe mogelijkheden voordoen, die serieus overweegt en ons als raad daarover voorstellen doet. Door nauwer samen te werken met andere gemeenten, werken we aan risicospreiding, schaalvergroting, zijn we als gemeente in de meest gevallen minder kwetsbaar en mogen we ervan uitgaan dat we ook betere dienstverlening kunnen leveren aan onze inwoners en ondernemers. En dat stelt onze fractie uiteindelijk als hoogste doel, een hoogwaardige vorm van dienstverlening die ook in de toekomst betaalbaar is. En wij denken dat samenwerken met andere gemeenten daartoe een middel is wat kan worden ingezet. Daarnaast kan het delen van kennis en ervaring ook leiden tot slimme oplossingen voor regionale problemen. Dat is waarom we moeten blijven streven naar meer samenwerken met andere buur- en andere Twentse gemeenten. Daarbij past het verkennende onderzoek en de doorlopen stappen met de gemeente Tubbergen en Dinkelland, met als resultaat het raadsbesluit wat nu voorligt. Daar kan onze fractie volledig mee instemmen. Wel trekken we onze wenkbrauwen op als wij de door het college voorstelde opgaves inhoudelijk gaan bekijken.

In het voorstel, de heer Visscher noemde het net al, worden vijf voorbeelden van opgaves expliciet genoemd. Helaas is twee weken geleden door de gemeente Dinkelland en Tubbergen al gecommuniceerd dat zij zich op het onderwerp binnensportaccommodaties hebben teruggetrokken. Al eerder is in samenwerking met deze gemeenten een ander onderwerp al gestrand. Het onderwerp backofficeparticipatie sociaal domein. Hoewel we uitgaan van een positieve grondhouding van alle drie de colleges en ambtelijke apparaten die betrokken zijn bij voorliggend voorstel, willen we toch een kritische kanttekening plaatsen. Hoe realistisch en haalbaar is de samenwerking met Dinkelland en Tubbergen op de vier onderwerpen die nu nog overblijven? Zien de partners daar samen nog wel een toegevoegde waarde in? Wij gaan ervan uit dat die toegevoegde waarde zeker wel gevonden kan worden, maar wij zoeken daar nog wel een bevestiging in van ons college. Daarom roepen wij het college op om de vier overgebleven onderwerpen nog eens goed tegen het licht te houden en ons voor het zomerreces te informeren of op die onderwerpen wel kansen gevonden kunnen worden. Wat ons betreft mag de Oldenzaalse verkenning van samenwerkingsmogelijkheden niet ophouden bij slechtst de gemeenten Dinkelland en Tubbergen. Wij vermoeden dat er nog vele kansen meer liggen in Twente, met de andere overgebleven elf.

En we zijn erg benieuwd hoe het college daar tegenaan kijkt. Daarom hebben wij zojuist ook, zoals de heer Visscher heeft aangegeven, samen met het CDA een motie ingediend om hiertoe het college oproep te doen. Zoals gezegd, wij kunnen instemmen met voorliggend besluit, maar vragen het college ons op korte termijn te informeren hoe realistisch het is dat wij daadwerkelijk gaan samenwerken op de overgebleven vier onderwerpen. Daarnaast zijn wij van mening dat wij verder onze vleugels uit mogen slaan als het gaat om gemeentelijke samenwerking. En roepen het college op daar nog dit jaar een visie voor op te stellen. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Per interruptie, mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Bedankt voor uw inbreng, mevrouw, Oude Engberink. Even een vraagje. Want of ik heb het niet goed begrepen, maar ik hoor u in uw speech vertellen dat u het college wil oproepen om op zoek te gaan naar samenwerking met de overgebleven Twentse gemeenten. Of ik heb het verkeerd... De onderwerpen, toch? Excuses, dan heb ik het verkeer begrepen. Excuus. De plaatsvervangend voorzitter: En verder geen interruptie. Mevrouw, Oude Engberink, dank u wel. Gaan we over naar de Partij van de Arbeid, naar de heer Lulofs. De heer Lulofs: Voorzitter, ik kan aansluiten bij de inleiding van de heer Visscher van de VVD. Het had voor ons veel eerder gemogen.

En ik kan hier vanavond toch wel redelijk kort zijn. Oldenzaal -27-

heeft in de jaren 90 een grote mogelijkheid gemist om te groeien bij de toen uitgevoerde gemeentelijke herindeling. Wij zijn klein gebleven, niet in daden, maar in oppervlak en hebben groeipotentieel gemist. Ons oppervlak bestaat voor een groot gedeelte uit bebouwde kom. Hierdoor hebben wij weinig groeimogelijkheden. Dit beperkt ons ook in ambtelijke capaciteit. Met steeds meer taken en verantwoordelijkheden op ons bordje gaan we het als zelfstandige gemeente zonder verdergaande samenwerking niet redden. Onze kernafdelingen in het stadhuis zijn beperkt bemenst. En we moeten als kleine gemeente voor ambtelijke capaciteit vissen in dezelfde vijver als de grote gemeenten. Die hebben echter wel mooiere hengels en beter aas. Onze inwoners verwachten echter niet minder van ons dan de inwoners van deze grotere steden van hun gemeente. Ons blijft niets anders dan op een slimme manier samen te werken, ambtelijke capaciteit bundelen, om zo ook kwaliteit te leveren. Ik weet dat het dan nog een hele opgave wordt om aan deze verwachtingen te voldoen, maar feitelijk hebben we geen andere keus. We zijn nu te kwetsbaar. Voor de fractie van de PvdA is het wel duidelijk, samenwerking zouden we het liefst willen doen op basis van gelijkwaardigheid met de directe buren, Dinkelland en Losser. Losser heeft al aangegeven zich zeer goed te voelen in de samenwerking met de gemeente Enschede.

En heeft derhalve geen enkel belang bij een andere partner. Dinkelland heeft een partner. En zij gaven aan samen met deze partner, de gemeente Tubbergen, wel te willen samenwerken met ons. Sterker nog, zij namen hier samen het initiatief voor en hebben ons uitgenodigd om hierover na te denken. De hele voortgang die daarna is geweest en de traagheid daarvan is voor ons ook zeer diffuus. Mijn fractie kan ook wel tientallen bedenkingen opwerpen om geen samenwerking aan te gaan. Maar als je met elkaar ziet dat er onderaan de streep voordelen overblijven, dan is de keuze snel gemaakt. Laten we ons uitspreken om zonder al te veel voorwaarden te gaan onderhandelen en te kijken of we echt hetzelfde DNA hebben. We willen allemaal het beste voor onze eigen gemeente en hun inwoners. Laten we als raad inzetten op een positieve verkenning. Tot zover mijn bijdrage in eerste termijn. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. U begon uw betoog dat we kwetsbaar zijn als ambtelijke organisatie, dat we uit een andere vijver moeten vissen. In het verleden, de specialisten die zijn op een gegeven moment naar de Omgevingsdienst Twente gegaan. Dat is natuurlijk een vorm van samenwerken. Maar we zien nu dat de specialist in Almelo zit en niet in Oldenzaal.

Hoe kijkt u eigenlijk aan tegen het vehicle de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst? Vindt u dat een positieve ontwikkeling of had u liever deskundigen hier in huis gehad, zoals u in uw betoog opriep? De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Lulofs, als u tenminste hierop wilt antwoorden. Want ik weet niet of het echt vandaag bij dit onderwerp van toepassing is. Maar gaat uw gang. De heer Lulofs: Idealiter heb je natuurlijk een fantastisch ambtelijk apparaat, die voor elke vraag die onze richting opkomt passende antwoorden bij kan bedenken. De wereld is anders. En we zijn gewoon overgeleverd aan samenwerking. En daarvoor hebben we gewoon goede partners nodig. En dan heb je gewoon te accepteren dat je met een Omgevingsdienst Twente dit soort problemen moet gaan oplossen. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Mijnheer Lulofs, u had in het begin van uw praatje een opmerking dat we vroeger gemeentelijk heringedeeld zijn en dat we toen te weinig grond hebben geclaimd. Ik zag dat haakje nergens terug in uw verhaal. Kunt u daar wat meer duiding aangeven?

-28-

De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Lulofs. De heer Lulofs: Nee, dat ga ik nu niet doen. Daar wil ik best wel een keer met u van gedachten wisselen. Maar het is echt wel een beetje buiten de discussie van vanavond. En dan wordt het toch weer een hele late. Ik wil graag daar een keer met u over van gedachten wisselen. De plaatsvervangend voorzitter: Dat is een mooi aanbod, de heer Lulofs. En ik neem aan dat mijnheer Van der Waal daarop in zal gaan. Dank u wel. De heer Van der Waal: Zeker, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Ik zie verder geen interruptie. Dan gaan we over naar het CDA. De heer Maartens. De heer Maartens: Dank u wel, voorzitter. Voor de verandering begin ik bij ons eigen verkiezingsprogramma 2022-2026. Daarin hebben wij geschreven dat we gaan voor een in alle opzichten toekomstbestendige stad Oldenzaal. En een van onze uitwerkingen was dat voor deze stad samenwerking in Noordoost-Twente en met andere gemeenten in Twente voor een sterke regio vanzelfsprekend is. Om dat goed te doen, moet er een visie zijn op hoe Oldenzaal wil samenwerken met anderen en moet daarvoor het fundament zijn. Daar kom ik straks nog even op terug.

Eind 2021 hebben we vanuit Oldenzaal met een raadsinfobrief en vanuit Tubbergen en Dinkelland met een raadsbesluit het onderzoek in gang gezet om te bekijken op welke wijze de samenwerking naar de toekomst verder ingevuld kon worden. Omdat we als CDA samenwerken belangrijk vinden, heb ik net genoemd, waren we positief over het initiatief en vol vertrouwen dat dit een heel mooi resultaat op zou kunnen leveren. Daarbij dachten we aan een intensieve ambtelijke samenwerking, mogelijk leidend tot een ambtelijke fusie. En sloten we voor de toekomst verdergaande stappen niet uit. Het uiteindelijk voorgestelde besluit is te kiezen voor een opgavegerichte samenwerking, waarbij een aantal samenwerkingsonderwerpen worden genoemd. Eigenlijk, als je wat tussen de regels doorleest, wordt daarmee gezegd, we blijven doorgaan met wat we nu al doen en we zien wel hoever we komen. Wat ons betreft ronduit teleurstellend. Wat is er dan misgegaan? Het begint volgens ons al bij de start. Er is een aanzienlijk verschil tussen het starten met een raadsinfobrief en een raadsbesluit. Achteraf hadden alle raden, en dat mogen wij ook onszelf aanrekenen, een eensluidend besluit moeten nemen met een duidelijk punt op de horizon binnen een bepaalde tijd te bereiken. Eigenlijk heet zoiets gewoon een project.

Als de raden het daarover niet eens zouden zijn geworden, was er in ieder geval snel al duidelijkheid geweest. Die valse start heeft invloed gehad op het hele proces en heeft de voortgang van het proces, wat ons betreft, negatief beïnvloed. Het heeft vreselijk lang geduurd voordat de ambtelijke verkenning, die in juli 2022 al beschikbaar was, al bekend was, ook voor de raad beschikbaar kwam. Ondanks herhaalde vragen in ieder geval hier in het presidium in Oldenzaal. Toen voor de zomer 2023 een voorstel van het college geagendeerd werd voor een Politiek Forum, heeft de raad meerdere keren gevraagd om een gelijktijdige behandeling in de drie betrokken gemeenten. Dat is bestuurlijk om onze onbekende redenen helaas niet gelukt. Er was een vergadering van de drie presidia voor nodig om op dat punt tot een afspraak te komen, zodat het voorstel vanavond behandeld kan worden. En natuurlijk vinden we een blijvende samenwerking op zoveel mogelijk onderdelen in Noordoost-Twente belangrijk. En als dat moet met de nu voorgestelde opgavegerichte samenwerking, dan moet dat maar. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. Dat Oldenzaal voor de toekomst andere samenwerkingsvormen nodig heeft om goede antwoorden te kunnen geven wat de samenleving nodig heeft, staat voor ons als een paal boven water.

Ik zei het al eerder, om toe te werken naar een in alle opzichten toekomstbestendige stad is samenwerken een absolute noodzaak. Om ervoor te zorgen dat dat in de toekomst -29-

gestructureerd gebeurt, dienen we in Oldenzaal een heldere en duidelijke visie te hebben op gemeentelijke samenwerking, als fundament voor een nieuw proces. Alleen dan kunnen we als Oldenzaal een goede opdracht geven en een betrouwbare partner zijn voor het opzetten van samenwerkingsvormen. Daarom dienen wij inderdaad ook samen met VVD en WG de eerder genoemde motie in. En wij vinden het echt van groot belang dat van de visie goed en helder opdrachtgeverschap onderdeel uitmaakt. Tot zover, voorzitter. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Maartens, dank u wel. Ik zie verder geen vragen. Dan gaan we naar D66. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Tijdens de inbrengen van de andere partijen heb ik een paar dingetjes verzonnen. Men had graag willen trouwen, maar het werd niet eens een samenwonen, het wordt een latrelatie. D66 is voor elke manier van samenwerken, waarbij de inwoners van Oldenzaal met grote waarschijnlijkheid voordeel hebben. Wat ons betreft ziet het voorstel er voorlopig goed uit. En het lijkt voorlopig het hoogst haalbare. We kijken hiermee heel voorzichtig over grensjes heen. Wat ons betreft is het voorstel, zoals het nu voorligt, genoeg. Toch heb ik, zoals gebruikelijk, weer wat vragen en suggesties.

In het voorstel wordt aangegeven dat bij elke intensievere samenwerking met andere gemeenten het ICT-systeem zal moeten worden geharmoniseerd. Handig om met dezelfde software te werken. In bijlage 4 is aangegeven dat data liggen opgesloten in applicaties. Bijlage was overigens bijlage 1 in het Forum, maar dat terzijde. Dat die data opgesloten liggen in de applicaties, lijkt een detail, maar dat verontrust D66. Het zou niet zo moeten zijn dat opgeslagen gegevens afhankelijk zijn van de applicatie, maar de applicaties moeten gebouwd zijn op basis van een goed beschreven manier van opgeslagen data. Deze dataopslag mag niet afhankelijk zijn van de applicatie. Alleen zo is de gemeente Oldenzaal, elke gemeente, werkelijk eigenaar van de opgeslagen gegevens en is zij vrij in de keuze van de producent en leverancier van de bovenliggende software. De vraag is, kan het college zich hierin vinden? En op welke termijn komt het college met een globaal plan, de opslag van gegevens en toegankelijkheid, met software uiteraard, ervan zo te regelen dat de gegevens onafhankelijk worden van de leverancier van de bovenliggende software? Het zou goed zijn bij opslag van gegevens van een mogelijk te ontwikkelen nationale standaard gebruik te maken. Niet slechts een regionale standaard, samen met andere gemeenten.

Kan het college toezeggen bij elk komend softwareproject de op te slagen gegevens onafhankelijk te maken van de bovenliggende software? Uiteraard in overleg met de andere gemeenten en wellicht via de VNG, zodat steeds in de toekomst een vrijheid van keuze van leverancier van software bestaat. Bovendien ook vrijheid van keuze van samenwerkende gemeenten. Het tweede onderwerp heb ik tijdens het Forum ook al genoemd. Ik zal het nu anders formuleren. Dat gaat over de kwaliteit van samenwerking. Tubbergen en Dinkelland werken al sterk samen in een gezamenlijke organisatie met de naam Noaberkracht. Hierin werkende ambtenaren zijn gewend aan twee gemeentes loyaal te zijn. Wanneer nu opgavegericht gaat worden samengewerkt met iemand vanuit Oldenzaal, gewend aan loyaliteit aan één gemeente, namelijk Oldenzaal, gaat samenwerken... Even kijken hoor. Dit loopt al niet zo erg. Maar mensen zijn loyaal. De ene partij, ene groep, om het niet partij te noemen, aan twee gemeenten. In Oldenzaal is men gewend loyaal te zijn aan één gemeente. Dat zou spanningen en tenminste gewenning kunnen oproepen. Kan het college toezeggen dat hieraan de nodige aandacht zal worden gegeven? We hebben er allemaal baat bij dat de in het voorstel opgenomen samenwerking tenminste goed zal verlopen. Voorzitter, tot zover. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Van der Waal, dank u wel.

Zijn er verder geen vragen? Dan geef ik het woord aan de portefeuillehouder. Solidair Oldenzaal, uitstekend natuurlijk. Mevrouw Berger. Gaat uw gang. Excuses.

-30-

Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Geeft niks. We moeten ze niet in onze kaart laten kijken. Dat was het antwoord dat ik kreeg van een Oldenzaals raadslid toen ik vroeg waarom deze vergaderingen op exact dezelfde data moesten plaatsvinden. Voorzitter, vond ik bijzonder. Als er bij alle drie gemeenten een goede wil is om samen te werken, waarom zetten wij ons beste beentje dan niet voor en laten wij onze welwillendheid tonen en alvast besluiten. Want we weten dat het college erg graag een ambtelijke fusie van de drie gemeenten wil. In dit besluit kunnen we dat ook herleiden bij punt 6. Dat wij hier anders over denken, is dan ook geen geheim. Want onze gemeente, een gemeente met een gezicht volgens het raadsprogramma, krijgt straks, als het allemaal doorgang vindt, één ambtelijke organisatie met één identiteit. En dat is dan niet per se de Oldenzaalse. Begrijp ons niet verkeerd. Wij zijn niet tegen samenwerken, zeker niet in de regio. Sterker nog, dat is nodig om bepaalde kwesties een goede positie in te nemen tegen Den Haag. Samen sta je sterk. Maar ons samen ziet er anders uit dan dat het college hier aan ons voorstelt. De reden van de vergaande formele samenwerking is dan ook iets wat ons enorme zorgen baart.

In november 2022 schreven wij een document met een aanklacht tegen de steeds grotere invloed van internationale organisaties, internationale verdragen en ondemocratische agenda's op de lokale besluitvorming. De gemeenten zijn namelijk een sluitstuk voor deze beleidsvisies. Voor ons een bevestiging dat de ambtelijke verkenning een onheilzaam pad is. Er wordt namelijk een samenwerking opgetuigd om doelstellingen vanuit de agenda 2030 beter te kunnen faciliteren. Ook in dit stuk blijkt de subsidies die vanuit Europa enkel ter beschikking komen bij de fusie zijn erg aantrekkelijk. Wij zien liever een zo klein mogelijke overheid. De plaatsvervangend voorzitter: We hebben een interruptie van de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Bij mijn beste weten gaat deze samenwerking over ambtelijke samenwerking, doelgericht, met volledige autonomie, blijvende autonomie van de afzonderlijke gemeenten. Hoe kunt u hier internationale verdragen bij halen? Daar komt bij dat als alle drie de gemeenten afzonderlijk iets met het klimaat willen doen op uw manier of op onze manier, zou ik het even zeggen, waarom ziet u dan niet het nut van samenwerken om dat uit te voeren? De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Even kijken of ik het goed scherp heb.

Ik heb internationale samenwerking, sorry, internationale organisaties erbij gehaald, omdat in dit stuk wordt ons geopperd dat een voordeel van samenwerken de Europese subsidies zijn. Dat zijn toch internationale subsidies. En als u mij nog een keer uw laatste vraag zou willen herhalen, want die heb ik niet geheel scherp, dan hoop ik daar ook goed antwoord op te kunnen geven. De plaatsvervangend voorzitter: Ik zie mijnheer Van der Waal diep nadenken. De heer Van der Waal: Mijn geheugen laat mij af en toe even in de steek. Maar volgens mij gaat het over de doelstelling van de samenwerking. De gemeentes zijn autonoom, bepalen hun eigen beleid, stellen hun eigen kaders. En als de ene gemeente aan de samenwerkende ambtenaren zegt, wij willen veel ijs in de sloot en de ander zegt, wij willen kokend water in de sloot, dan gaan de ambtenaren keurig aan het werk om daar een bijbehorend beleidsstuk te maken, afzonderlijk per gemeente. Is dat een verkeerde visie of vergis ik mij? De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Berger.

-31-

Mevrouw Berger: Dank u wel voor het herhalen. Ik begrijp de vraag nou. Ik denk dat wij daarin van mening verschillen. Ik kom daar in mijn verdere speech nog op terug, want in het besluitstuk staat namelijk ook dat, en dan moet ik even kijken waar ik dat heb gezet in mijn speech, op bepaalde onderwerpen is een gedeelde visie nodig. Zoals ik zei, ik kom daar zo... Een gedeelde visie. Dan heb je minder autonomie, als je dat moet delen met de rest. Maar daar kom ik zo nog op terug. Als u mij daartoe gunt. Dank u. De voorzitter: Dan hebben we nog een interruptie van de heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Berger stelt, wij hebben liever een kleinere overheid. Maar als ik dan naar dit voorstel kijk, en dan denk ik aan twee ambtelijke organisaties die op dit moment het vaak hetzelfde beleid schrijven voor dezelfde onderwerpen die we allemaal gemeenschappelijk hebben, dan lijkt mij als je dat combineert dat je de wens voor een kleinere overheid gestand doet. Ik snap eigenlijk niet waarom mevrouw Berger dat stelt. De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Ik vind het dan heel typerend dat er twee verschillende ambtelijke apparaten precies hetzelfde beleid schrijven. Dat betekent toch dat de oppositie ook veel minder sterk in die gemeente bezig kan zijn.

Want je kan daar toch heel moeilijk dan tegen, vechten wil ik het niet noemen, oppositie innemen. Dat betekent in uw ogen, als ik het goed begrijp, dat bij alle drie de gemeenten exact hetzelfde beleid geschreven wordt. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Nee, dat zei ik ook niet. Misschien zei ik het verkeerd. Zou kunnen. Ik bedoelde in ieder geval dat de drie of in ieder geval de twee ambtelijke organisaties schrijven nu beleid voor dezelfde onderwerpen. Als het gaat om sociaal domein, om duurzaamheid, noem het allemaal maar op. Allemaal hebben we dezelfde opgave ongeveer op die terreinen. En dan ga je gewoon efficiënter met je beleid maken om. Dat heeft ook niks met de oppositie te maken, want er blijven nog steeds drie gemeenteraden. Er blijft evenveel oppositie als nu. Mevrouw Berger: Dank u wel. Dan weerleg ik dat graag met de vraag, waarom kiezen we dan enkel alleen Noaberkracht en nemen we dan niet gelijk heel Twente mee? Want in heel Twente hebben wij last, of last, hebben wij te maken met de energietransitie. Wordt daar beleid op geschreven. Hebben we te maken met migratie. Misschien kunnen we wel gebruikmaken van het zwembad van Enschede. Zijn we ook gelijk van dat probleem af. Waarom gaan we dan eigenlijk met maar drie gemeenten en niet alle elf? De plaatsvervangend voorzitter: Ik zie dat de heer Visscher nog wil reageren.

En daarna wil graag... Zodat u verder kunt gaan. De heer Visscher: Het gaat natuurlijk ook deels om beleidsvrijheid. En ik denk niet dat Solidair Oldenzaal bij een van de bijeenkomsten geweest is. In de samenwerking met Noaberkracht hebben beide gemeenten een bepaalde beleidsvrijheid. Dat zou ook gaan gelden voor Oldenzaal, in dat geval. Als je met heel Twente, met veertien gemeenten dat zou willen gaan doen, wordt het wel heel erg ingewikkeld. En dan praat je over heel verschillende opgaven. Maar met Noordoost-Twente hebben we vrij veel dingen hetzelfde. De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Berger. -32-

Mevrouw Berger: Dank u wel. Geef me even dat ik weet waar ik ben. Ik heb het jongens, sorry, excuses. De ambtelijke fusie, daar had ik het net over, in onze ogen is het een verslechtering van de toegankelijkheid van de gemeente. Ook al bij het opgavegericht samenwerken vinden wij dat wij scherp moeten zijn. Klaarblijkelijk dien je namelijk een formele samenwerking in gemeenten te hebben, wilt u relevant zijn in de provincie. In het beleidsstuk staat, het maakt verschil of je namens 20.000 inwoners spreekt of namens 70.000 inwoners. Dat kan ik begrijpen. Maar ik hoop dat de wethouder hier een antwoord op kan geven. Want in mijn opinie hebben wij... Of is hij er niet? Sorry. Want in mijn opinie hebben wij een woordvoerder voor bijvoorbeeld onderwerpen zoals spoor. Daar fuseren wij ook niet met de gemeenten, maar zij spreekt wel namelijk meerdere inwoners. En in mijn ogen kan dat gewoon. Voor ik een besluit had willen nemen, wil ik een stukje aanhalen uit dit beleid, want het heeft betrekking op het onderdeel focus. En dat was me niet geheel duidelijk. In een soort analyse is dit een bedreiging. In Alblasserwaard, Vijfherenlanden is hoe meer focus hoe beter. En dit document geeft ons het volgende voorbeeld. Niet duizend bloemen bloeien, maar een gericht en beperkt aantal inhoudelijke opgaven. Ik keek daar net zo verward bij als u nu allemaal naar mij kijkt.

Daar hoop ik dan heel graag een antwoord op te krijgen. Ik ben het wel eens met de motie van de VVD. Wij gaan daar dan ook in mee. Want ik ben benieuwd naar welke onderwerpen wij dan nog de visie delen? Want die gedeelde visie is nodig voor het aanpakken van opgaven. Maar ik heb hier, en dat bedoel ik even als antwoord wellicht nog op de heer Visscher, toch wel een beetje mijn twijfels bij, omdat je dan niet alleen je eigen raden, maar ook de andere raden en de volksvertegenwoordigers, andere gemeenten samen dezelfde kant op moet krijgen. Hoe denkt het college dat dit voor meer vertrouwen in de politiek gaat zorgen? Want daar zijn wij als fractie wel heel benieuwd naar. Even kijken. Nog één vraag, voorzitter, en daarna rond ik af. Als deze nieuwe constructie haar doorgang vindt, betekent dit dan dat wij voortaan bepaalde raadsvoorstellen enkel en alleen gelijktijdig met de andere raden in stemming mogen laten brengen. Zoals wat wij hier vanavond hebben, zou dit vaker moeten gaan gebeuren en op welke onderwerpen? Dat hoor ik graag. Dank u wel, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Berger, dank u wel voor uw bijdrage. Dan geef ik nu wel het woord aan de portefeuillehouder. De heer Welman. De heer Welman: Dank u, voorzitter. Als u mij toestaat pak ik nog even snel de iPad er ook nog bij.

Volgens mij heb ik dan alle ingrediënten om antwoord te geven en een reactie te geven op wat er naar voren is gebracht. Ik begrijp in ieder geval wel dat er een misverstand is over wat nu voorligt. Wat voorligt is de uitkomst van een verkenning. Niet meer en niet minder. Er ligt geen voorstel voor om tot een ambtelijke fusie te komen. Die is er ook nooit, wat het college betreft, geweest, omdat als uitgangspunt van dit onderzoek te doen. Wat wij hebben gedaan, is met elkaar een proces doorlopen om te kijken of het interessant is om een vorm van samenwerking, met Noaberkracht in dit geval, inhoud te geven. En de heer Van der Waal maakte de metafoor met een huwelijk. Wat mij betreft en wat het college betreft gaat die niet op, omdat er helemaal niet sprake was van een huwelijkspartner. Dat was nog helemaal niet aan de orde. Het enige wat wij hebben gepoogd te doen, is te kijken of Noaberkracht een huwelijkspartner zou kunnen zijn. En dat betekent niet dat de uitkomst een huwelijk zou moeten zijn. Dat was vooral bedoeld om te kijken. Vandaar ook de term verkenning, om te kijken of we een gezamenlijk DNA, een gezamenlijke cultuur, gezamenlijke uitgangspunten hebben die maken dat je een volgende stap zou kunnen zetten. En daar heeft de heer Visscher net ook al iets over gezegd, dat wat hem betreft de uitkomst teleurstellend is. En, voorzitter, dat begrijp ik.

Zeker als je met een ander vertrekpunt met dit proces gestart bent. In de profielschets, dat klopt, van ondergetekende stond ook om de samenwerking te verkennen. Dat heb ik ook getracht zo goed mogelijk invulling te geven vanuit het Oldenzaalse. Ik had hetzelfde, moet ik u zeggen. Zeker in het begin echt een positieve vibe om die verkenning samen invulling te geven. En op een gegeven moment merkte je, merkte ook het college dat er wat andere versnellingen gingen ontstaan en ook -33-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14279924/2