CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcriptverslag van de vergadering van 23 april 2024 vastgesteld in de vergadering van 29 mei 2024

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Notulen van deze vergadering25.741 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

een ander gevoel, een andere emotie en ook een ander tempo als gevolg daarvan. Waar dat aan ligt, want daar vroeg de heer Visscher naar, dat vind ik heel moeilijk om daar antwoord op te geven. Ik kan niet, en het college kan ook niet kijken in de motor van, in dit geval, Noaberkracht of van Dinkelland of van Tubbergen. We kunnen alleen maar naar onszelf kijken. En ik denk, en dat staat ook wel in het stuk benoemd, dat het vooral te maken heeft gehad met dat er wel enige urgentie gevoeld werd, maar dat het nooit acuut is geweest. De druk om echt die samenwerking inhoud en vorm te geven, dat was er niet. En ik denk dat dat wel de belangrijkste oorzaak is van dat dit proces zo verlopen is. Naast ik denk ook wel een aantal andere factoren, bijvoorbeeld de verkiezingen. Dan niet door de uitkomst, maar meer dat dat toch enige vertraging tot gevolg heeft gehad. Waarbij ook partners vroegen, geef ons wat tijd om daar nog met elkaar ook onderling over van gedachten te wisselen. Kortom, ik denk niet dat je één ding kunt aanwijzen wat de oorzaak is dat het proces langer heeft geduurd dan wij vooraf dachten. Maar ik denk wel dat een belangrijke aanleiding is geweest dat gevoel van urgentie. Dat dat er eigenlijk wel een klein beetje was, maar niet in de zin van dat je dat kunt vertalen naar acuut. Even kijken.

De heer Visscher geeft ook aan dat hij nog steeds, en dat doen trouwens ook een aantal anderen, gelooft in samenwerking. En daar schaart het college zich meteen achter. Ook het college gelooft in samenwerking. En vandaar ook dat wij begin dit jaar met u in gesprek zijn gegaan, volgens mij de heer Maartens refereerde daar ook al aan, om te komen tot een fusie voor regionale samenwerking. Daar hebben we toen een eerste stap samen met u in gezet. U heeft toen ook aangegeven nog de behoefte te hebben aan een tussenstap. En op zeer korte termijn, ik hoop nog deze week, zult u van het college uit een procesvoorstel krijgen om daar verder inhoud aan te geven. En het kan best zijn, maar daar zijn we samen voor aan zet, dat dat nog voor het eind van het jaar, want dat was volgens mij de termijn die mevrouw Oude Engberink noemde en die ook volgens mij in de motie staat, om daaraan tegemoet te komen. Daar zijn we natuurlijk samen bij. Maar ik denk dat we een heel eind moeten gaan komen om gezamenlijk een beeld te krijgen hoe wij regionale samenwerking als Oldenzaal in willen vullen en wat voor ons als Oldenzaal in dat kader belangrijk is. En nogmaals, hebben we daar al eerder een stap in gezet. En volgens mij hebben we nu een procesvoorstel gemaakt dat binnenkort naar u toekomt om daar verder inhoud en vorm aan te geven.

Er wordt al gerefereerd, ook naar de punten die in het besluit staan, waar eigenlijk al een wijziging op plaats moet vinden. Denk bijvoorbeeld aan het Sportbedrijf. Dat klopt. Desondanks zijn er toch een aantal, en die noemt u volgens mij ook zelf in uw motie, punten waar het college van mening is dat het echt wel de moeite waard is om samen met Noaberkracht te kijken waar we nog meer die samenwerking invulling kunnen geven. En als ik dan als portefeuillehouder openbare orde en veiligheid mag spreken, dan zou ik daar ook heel graag Losser bij willen betrekken, omdat we zien dat we al een natuurlijke samenwerking hebben in het basisteam van de politie in de regionale gezagsdriehoek, waar ook Losser nadrukkelijk aan tafel zit. En we willen komen, nou kom ik tot een afronding bij dit punt, voorzitter, tot een integraal veiligheidsbeleidsplan voor de vier gemeenten. De plaatsvervangend voorzitter: Zoals u altijd zelf zo mooi zegt, ik hoor een punt. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat het college nog steeds gelooft in samenwerking. En dat die vier punten die er nog over zijn de moeite waard zijn. Wij vonden participatie backoffice ook de moeite waard. Wij vonden het Sportbedrijf ook de moeite waard. Beide voorstellen zijn niet door Oldenzaal in de ijskast gezet, maar zijn door Noaberkracht in de ijskast gezet.

In hoeverre kan het college zeggen dat bij de andere gemeenten dit ook nog steeds onderwerpen zijn die de moeite waard zijn. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Welman.

-34-

De heer Welman: Dank u, voorzitter. Het bewijs daarvan moet natuurlijk vanavond geleverd worden, als de andere twee raden met dit voorstel gaan instemmen. En als dat het geval is, dan haal ik daar in ieder geval uit dat de betreffende gemeenten, samen met Oldenzaal, uiteraard ervan uitgaande dat u hier vanavond mee instemt, ook die overtuiging hebben dat dit onderwerpen zijn om daar samen in op te trekken. We hebben natuurlijk al een aantal stappen gezet, ook rondom de energietransitie, met de NV NOT. Ik weet dat ook collega Christenhusz op het gebied van integratie en asiel altijd weer de samenwerking zoekt met Losser, Dinkelland in Tubbergen. Want Losser is wel belangrijk om die in dit kader ook te noemen. We zien daar zeker nog mogelijkheden. Maar dat hebben we ook in dit proces gemerkt, samenwerking gaat niet altijd over rozen. Dat betekent ook af en toe dat je het gevoel hebt dat je weer een aantal stappen terugzet. Maar, en dat proef ik ook wel in de bijdrage van u, op de lange termijn is samenwerking ook voor Oldenzaal echt wel winstgevend, mits je de onderwerpen vindt die daar een bijdrage aan leveren. En we hebben gemerkt dat zeker ICT een hele belangrijke, eigenlijk een soort belangrijk uitgangspunt is, een basis om die samenwerking verder vorm te geven. Vandaar ook dat dat in het beslispunt 5 is opgenomen.

Daarmee heb ik volgens mij ook al een klein beetje een reactie gegeven op een aantal andere fracties, die vragen of de vier overgebleven onderwerpen realistisch zijn? Antwoord daarop is ja. En het college zal ook nadrukkelijk, op het moment dat andere maatschappelijke opgaven voorbijkomen die nu niet genoemd zijn, maar waar we wel echt samen in op kunnen trekken, de gesprekken weer openen. En het liefst doen we dat vanuit die visie die we nog gezamenlijk op moeten stellen en waar ook de motie aan refereert. Even kijken. Over de gemeentelijke herindeling, wat de heer Lulofs naar voren bracht, daar doe ik maar geen uitspraak over. Wat ik wel een hele mooie vind, en ik denk dat dat helemaal waar is, dat je echt moet kijken waar je slim invulling kunt geven aan samenwerking. Wat past goed bij ons? Wat kunnen wij ook in een samenwerking aan capaciteit en energie leveren? En als wij bijvoorbeeld op een onderwerp wat minder capaciteit qua kennis en kunde hebben en een ander heeft dat wat meer, dan kun je van elkaar profiteren. Die basis van gelijkwaardigheid, daar vindt u het college meteen aan uw zijde. En ik denk dat dat ook een mooi thema is voor die fusieontwikkeling rondom regionale samenwerking. Even zien. Dan heb ik nog genoteerd staan, de Omgevingsdienst. We hebben natuurlijk ook een aantal samenwerkingsverbanden die wettelijk verplicht zijn.

Wij moeten, als je het hebt over de Omgevingsdienst, echt verplicht met elkaar een samenwerking. Daarom zijn daar ook vanuit de wet taken in ondergebracht. En dat geldt ook voor de Veiligheidsregio. En zo zijn er nog een aantal gemeenschappelijke regelingen waar we dat in doen. En natuurlijk zal daar altijd ook wel enige marge zijn voor een nadere invulling. Maar de ervaring leert wel, zeker als ik kijk naar de Omgevingsdienst, ik zou er niet aan moeten denken om dat nu nog zelf te doen. Want de Omgevingsdienst zet echt vanuit kennis en kunde enorme stappen. Dat had je als Oldenzaal nooit in je eentje kunnen doen. Het is echt, die gemeenschappelijkheid via deze GR brengt ons vanuit die kennis en ervaring en opleidingen een enorme stap verder. Die overtuiging heb ik zeker. De plaatsvervangend voorzitter: Interruptie van de heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Die overtuiging heeft onze fractie niet zo. Wij spreken weleens een aantal ondernemers. Die hebben ervaringen met de Omgevingsdienst. Die krijgen te maken met verregaande bureaucratie over vergunningen en dergelijke. Ze moeten ontzettend lang wachten voordat zij een reactie krijgen op aanvraag omgevingsvergunningen. Wij hebben het te maken met ondernemers die goed werk verrichten voor onze stad. U zegt, het is goed, maar wij zien het als een log apparaat. U zegt, het is ook wettelijk verplicht.

Maar volgens mij kunnen we uit een gemeenschappelijke regeling stappen als we dat willen. U schudt nee. Dat zal wel en niet zo zijn. Maar we kunnen het ook wel proberen om een beetje onze eigen verantwoordelijkheid te nemen, want de Omgevingsdienst geeft ons advies. Wij zijn zelf als gemeente aan zet om een vergunning te verlenen. Wij mogen best een keer wat vaker met de vuist op tafel slaan, om onze ondernemers te -35-

helpen om hun plannen erdoor te krijgen. Want zij hebben zo'n lange wachttijd op aanvraag omgevingsvergunningen dat het eigenlijk niet meer de moeite loont om hier in Oldenzaal te ondernemen. Ik zou toch dat signaal mee willen geven aan de portefeuillehouder dat het niet alleen maar pais en vree is met de Omgevingsdienst. De plaatsvervangend voorzitter: Eerst antwoord van de portefeuillehouder en dan mevrouw Oude Engberink. De voorzitter: Dank u wel. De heer Bouwman hanteert stevige woorden. Ik zou een dringende oproep aan hem willen doen. Op het moment dat hij bedrijven weet, bij naam, ik ontvang het graag. Dan ga ik met de Omgevingsdienst in gesprek om te kijken wat de ervaringen over en weer zijn. Want u heeft gelijk, het is heel erg belangrijk dat de Omgevingsdienst zich dienstverlenend opstelt. Maar, zeg ik daar meteen bij, de Omgevingsdienst heeft wel een eigenstandige bevoegdheid. Het kan niet zo zijn dat vanuit de dienstverlenende houding de Omgevingsdienst tot een ander oordeel komt over een professionele afweging om wel of geen vergunning dan wel om de handhaving te starten. Maar heeft u ervaringen, graag hoor ik dat, want dan ga ik daarover met de Omgevingsdienst het gesprek aan om te horen hoe zij het hebben ervaren en ook om te horen hoe de ondernemer het heeft ervaren. En dan kunnen we samen kijken om tot een oplossing te komen. Ik hoor graag rugnummers, in deze.

De plaatsvervangend voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Kom ik op terug bij u. De heer Welman: Dank u wel. Dan even kijken. Vanuit het CDA, ik snap uw opmerking over achteraf gekeken was het beter geweest om samen één opdracht te verstrekken. Dat ben ik met u eens. Ik betwijfel wel of de uitkomst dan een andere was geweest dan nu van deze verkenning. Maar ik denk wel dat het zeker voor het proces goed was geweest om gezamenlijk, laat dat dan ook een leermoment zijn, om tot zo'n gezamenlijke opdrachtverstrekking, -formulering te komen. Want dat is dan ook het moment waarop je gezamenlijk kunt verkennen, kunt proeven of je de goede opdrachtformulering te pakken hebt. Op zich heeft u daar absoluut gelijk in. En u onderschrijft ook de absolute noodzaak, volgens mij zijn dat uw letterlijke woorden, om samen te werken. En vandaar ook de motie. Daar vindt u het college zeker aan uw zijde. En dat heb ik al aangegeven. We willen heel graag samen met de raad die visie op regionale samenwerking invulling geven. Even zien. Vanuit D66, ik moet u zeggen, ik vind het wat lastig om nu al op de ICT-opgave een reactie te geven.

Wat ik u in ieder geval mee wil geven, op het moment, en dat is eigenlijk ook wel in aansluiting op wat ik net richting de heer Maartens aangaf, dat we nu akkoord hebben op deze opdracht, die u daarmee aan het college verstrekt rondom ICT, dan zal er ook een aantal stappen komen rondom formulering, wat zijn dan de eisen die je aan het vervolg stelt? En daar kunt u wat mij betreft nog voldoende ook uw inbreng op dit specifieke leveren. Want het gaat mij nu te ver om goed te kunnen beoordelen wat dat voor u betekent of wat dat voor dat proces betekent. En ten aanzien van loyaliteit, onderwerp van gesprek in de verkenning is nadrukkelijk geweest, wat betekent het om als ambtelijke organisatie voor twee opdrachtgevers te werken? En wat zou het betekenen als je voor drie opdrachtgevers zou werken? En dan zie je wel dat zeker delen van de organisatie het al lastig vond om het voor twee te doen, laat staan voor drie. Dat was nadrukkelijk wel een gespreksonderwerp in de verkenning. Daar is ook zeker over gesproken. En dat ziet u ook wel terug in de stukken die we hebben meegestuurd. De voorzitter: De heer Welman, ik zie een reactie van de heer Van der Waal. Gaat uw gang.

-36-

De heer Van der Waal: Dank, portefeuillehouder, voor de antwoorden op beide vragen. Op het eerste onderwerp, de ICT, heb ik gevraagd, op het moment dat er iets aan de software gaat worden veranderd, om dan een betere structuur, gericht op mogelijke toekomstige samenwerking en onafhankelijkheid van de leverancier te komen. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Welman. De heer Welman: Het is verleidelijk om daar nu al te diep... Maar in zijn algemeenheid, u weet dat Oldenzaal aangesloten is bij Dimpact, een corporatie. En Dimpact is nadrukkelijk met de VNG in gesprek over dit soort aspecten. En wij laten ons ook leiden door wat Dimpact, en daarmee ook de VNG, nadrukkelijk naar voren brengt. En uw insteek is volgens mij ook de insteek van Dimpact. En je merkt dat ook in de gesprekken met de VNG komt dit vaak naar voren. Ik denk dat u bediend wordt, maar daar zullen we zeker nog later op terugkomen vanuit de inhoud. En mocht u daar meer over willen weten, dan kunt u ook altijd ambtelijk om nadere informatie vragen. Daar wil ik u graag bij ondersteunen en bij assisteren. Dan kom ik tot slot, voorzitter, bij de bijdrage vanuit Solidair Oldenzaal, mevrouw Berger. Ik gaf net al in het begin aan dat het leek alsof zij deponeerde dat het college al erg graag een ambtelijk fusie wilde.

Dat is zeker niet de intentie geweest van het college om dat uit te stralen, laat staan om dat ook al meteen als doel te hebben. Het doel was om te verkennen of een samenwerking met Noaberkracht interessant zou zijn en hoe je dat eventueel vorm zou moeten geven. Het was niet de bedoeling om een traject in te gaan om uiteindelijk tot een fusie met Noaberkracht ambtelijk te komen. Ik denk dat het toch wel belangrijk is om dat te noemen. Mevrouw Berger geeft volgens mij ook terecht aan, samen sta je sterker. Dat is ook precies het uitgangspunt van het college van Oldenzaal en volgens mij van de raad toen u de brief van ons heeft gekregen en ook in de bijeenkomsten, waar de heer Visscher al aan refereerde, wat steeds naar voren is gebracht. Je hebt in Nederland, en volgens mij refereerde u daar ook al aan, verschillende samenwerkingsvormen. We hebben ook een masterclass gehad aan het begin, dat was volgens mij nog in de vorige raadsperiode, over hoe je zou kunnen samenwerken. Dat is afhankelijk van de cultuur in een regio, de cultuur van gemeenten, maar ook, wat is de cultuur tussen gemeenten? Kortom, dat zijn allerlei aspecten die daarbij een rol spelen. En tot slot, daar zijn we zelf bij aan zet, op het moment dat je een gezamenlijk onderwerp hebt, of je dat gezamenlijk, op hetzelfde moment, op hetzelfde tijdstip zou moeten bespreken. Ik denk dat dat niet altijd noodzakelijk is.

Dat dat ook echt wel op verschillende momenten kan zijn. Maar daar ben je zelf voor aan zet. En daar ben je ook zelf bij. Wat mij betreft staat het elke keer weer op de rol wat voor dat onderwerp het meest praktische en ook het meest best, effectief en efficiënt werkt. Dat was het, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Nog een vraag van mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Ik had nog een vraag openstaan, want het was me niet geheel duidelijk. Dat ging over de focus. Het onderdeel focus. Hoe meer focus, hoe beter werd uit een andere gemeente als ervaring opgehaald. Als voorbeeld, niet duizend bloemen bloeien, maar een gericht en beperkt aantal inhoudelijke opgaven. Dat daar had ik graag antwoord op gekregen nog. De heer Welman: Dan moet u mij even helpen. De plaatsvervangend voorzitter: Wil de portefeuillehouder daarop reageren. De heer Welman: Natuurlijk wil ik reageren. Alleen weet ik niet precies waar ik op moet reageren. Het kan in het ene geval goed zijn om juist een beperkt aantal onderwerpen te kiezen, volgens mij wordt -37-

dat onder focus verstaan, om te kijken of je tot een samenwerking kunt komen. Maar het kan ook zijn dat de cultuur in zo'n regio of tussen de gemeenten er eentje is dat je juist zegt, laten we gewoon heel veel onderwerpen maar eens de revue passeren, dan komt er vast wel eentje voorbij waarop we die samenwerking inhoud moeten geven. Volgens mij is het zo bedoeld. En ik denk dat bij het voorbeeld wat u noemde juist dat beperkte aantal heel erg goed werkt. En ook hier hebben wij gezegd, je moet niet duizend bloemen laten bloeien. Laten we voor een aantal onderwerpen beginnen. Laten we daarmee starten. En dan kijken of dat een basis geeft voor verdere samenwerking, in welke vorm dan ook. De plaatsvervangend voorzitter: Toch nog een reactie van mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Toch nog. De plaatsvervangend voorzitter: Ik wil toch even vragen om het wel een beetje bij de hoofdzaken te houden. We zijn hier voor de hoofdlijnen en niet te veel in details over bloemen. Hartstikke mooi, maar volgens mij doet dat niet veel ter zake. Gaat uw gang. Mevrouw Berger: Punt van orde, voorzitter. Want dit is gewoon geciteerd uit het stuk, waardoor ik hier een besluit over moet nemen. De plaatsvervangend voorzitter: Ik had u nog niet het woord gegeven, mevrouw Berger. Ik geef u zo dadelijk het woord. Ik geef alleen eventjes aan hoe ik ertegenaan kijk als voorzitter. Dank u wel. Mevrouw Berger.

Mevrouw Berger: Punt van orde, voorzitter. Ik heb dit geciteerd uit het document. Ik vind dit zeer zeker relevant om te zeggen. En als ik daar opheldering over nodig heb, dan ben ik daar vrij in dit huis om naar te vragen. Dank u vriendelijk. De plaatsvervangend voorzitter: Volgens mij had u nog een extra vraag. U bent ook klaar, portefeuillehouder? Nog niet? De heer Welman: Ik denk dat het goed is om nog kort een reactie te geven op de motie. Dat zien we als een steun in de rug. Wat het college betreft is dit een prima motie, ook omdat dat past bij de stap die we al gezet hebben rondom het komen tot een visie op regionale samenwerking. En de termijn die in punt 1 genoemd wordt, kunnen wij prima mee uit de voeten. Wat ons betreft een werkbare motie. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Van der Waal heeft nog een opmerking. De heer Van der Waal: Heel even, voorzitter, als u me toestaat, terugkomend op die duizend bloemen. Hier staat, bewust de afweging en keuze van de opgave waarop wordt samengewerkt. Zit in dit voorstel. Niet duizend bloemen bloeien, maar een gericht en beperkt aantal inhoudelijke opgaven. Ik zie dat exact in het voorstel. Het probleem bestaat niet, lijkt mij. Dank u wel, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Portefeuillehouder is klaar. We gaan naar de tweede termijn.

Wie mag ik het woord geven voor de tweede termijn? Ik kijk naar de linkerkant. Niet? CDA? De heer Maartens. De heer Maartens: Eigenlijk een aanvullende vraag. Die gaat ook over ICT. Het college de opdracht geven te kijken wat nodig is om tot toekomstige informatievoorziening te komen in gezamenlijkheid -38-

met andere Twentse gemeenten. Nu heeft portefeuillehouder net ook Dimpact genoemd. Bij Dimpact zijn 41 gemeenten aangesloten, heb ik in de gauwigheid terug kunnen vinden. Ik weet niet of Dinkelland en Tubbergen daar ook bij zijn. Maar als wij gezamenlijk over ICT moeten nadenken, lijkt het mij belangrijk dat ze op een of andere manier bij dat Dimpact verhaal betrokken zijn en anders worden. Anders dan gaan we een weg bewandelen die wij wel kennen, maar die anderen niet kennen. Daar was ik wel benieuwd naar. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Maartens, dank u wel. Niemand? De heer Visscher, VVD. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Ik ben eigenlijk wel, nu we op dit punt beland zijn, benieuwd hoe we nu verder gaan. En dan specifiek als het gaat om die vier overige punten die in dit rapport staan. De portefeuillehouder geeft aan dat de motie een steun in de rug is en dat daaraan voldaan kan worden. Maar hebben jullie iets, heeft het college iets gepland staan om de uitslagen van de drie gemeenten met elkaar in gezamenlijkheid te gaan bespreken en dan te kijken wat er voor verdere stappen gezet worden? Kan de portefeuillehouder ons daar iets meer in meenemen? De plaatsvervangend Voortgangsrapportage: Mijnheer Visscher, dank u wel. Het woord is aan de portefeuillehouder. De heer Welman. De heer Welman: Dank u wel, voorzitter. De heer Maartens heeft volledig gelijk.

Vanaf het begin is ook de insteek geweest dat we ons laten begeleiden, laten ondersteunen door Dimpact bij een dergelijk traject. Noaberkracht maakt geen deel uit van Dimpact. En wij hebben als Oldenzaal echt heel veel baat bij de samenwerking binnen Dimpact. Maar we hebben overigens ook heel veel baat bij de samenwerking met Hengelo, in dit geval, vooral vanuit de hardware kant. Dat zijn beide partijen die op deze verkenningen de vervolgopdracht nadrukkelijk in beeld zijn om hun kennis en kunde in zo'n traject te leveren. Geen zorgen, die zijn volledig daar, wat ons betreft, bij aan bod. Die moeten daar zeker in meegenomen worden. En dan ten aanzien van de heer Visscher. Op het moment, daar was het wachten op, dat alle drie de raden hebben aangegeven, dit is nu bekrachtigd, dan is dat ook afgerond. Dan is eigenlijk de stuurgroep weer aan zet om op basis van uw uitspraak de volgende stappen te zetten. De plaatsvervangend voorzitter: Dan danken wij de portefeuillehouder en ieder voor zijn en haar inbreng. En dan gaan we over tot het kijken naar het voorstel. We gaan het eerst vaststellen. Is er iemand die een stemverklaring wil afleggen? Dat is niemand. Dan stel ik de vraag andersom.

Wie is er voor het voorstel? Nou moet ik even de vraag stellen aan portefeuillehouder of dan de voorzitter in dit geval mee mag stemmen? Als ik goed gekeken heb, dan mis ik de vingers van Solidair Oldenzaal. Dat betekent dat we met 18 voor en 2 stemmen tegen dit voorstel aan gaan nemen. Dat is dan nummer 1. Hebben we nog de motie van VVD, CDA en WG Oldenzaal. Die brengen we ook in stemming. Wie is voor de motie? Dan zie ik 20 vingers de lucht ingaan. Dan betekent dat alle partijen voor de motie zijn. En daarmee hebben we dit onderwerp dacht ik voldoende behandeld. Geef ik het woord weer terug aan de voorzitter. De voorzitter: Dank u, mijnheer Winkelhuis. Het lijkt wat omslachtig, maar u moet dat zien allemaal als onderstreping van de verschillende rollen die je dan op dat moment hebt. Vandaar. Ik ben inmiddels, als je het hebt over ICT, uit het systeem gegooid. Ik probeer weer in het systeem te komen. En ik denk dat dat mij nu gelukt is. Comformvoorstellen – Geen

-39-

Directe voorstellen 8. Instemmen vaststelling gewijzigde gemeenschappelijke regelingen De voorzitter: Dat betekent dat wij inmiddels zijn aangekomen bij agendapunt 8. En dat is het instemmen met de vaststelling gewijzigde gemeenschappelijke regelingen. Ik kijk even of er vanuit de raad iemand is die daar het woord over wil voeren. Dat is niet het geval. Is er behoefte aan een stemverklaring? Dat is niet het geval. Dan breng ik het raadsvoorstel in stemming. Wie is tegen dit raadsvoorstel? Voor de zekerheid zeg ik nog even welke GR-en hier opgenomen zijn. Dat betreft de gemeenschappelijke regeling Gemeentelijk Belastingkantoor Twente. Dat betreft de gemeenschappelijke regeling Stadsbank Oost-Nederland. Dat betreft de gemeenschappelijke regeling Openbaar Lichaam Crematoria Twente. En dat betreft de gewijzigde gemeenschappelijke regeling Samen Twente. En tot slot de gewijzigde gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Twente. Niemand tegen? Dan is het aangenomen. Unaniem. Mooi. 9. Wordt gewijzigd: Voorstel tot het vaststellen van vacatures raadswerk De voorzitter: En dat betekent dat we nu aangekomen zijn bij agendapunt 9. En dat heb ik al bij het vaststellen van de agenda aangehaald dat dat een iets gewijzigd voorstel zal zijn.

Als u naar het voorstel zelf gaat, dan ziet u daar staan op pagina 1, onder algemeen bestuur Euregio, onder nummertje 2, mevrouw Berger, al staat mevrouw er niet bij, maar het betreft wel mevrouw Berger. Zij heeft aangegeven toch geen gebruik te maken van deze functie. Dat betekent dat u 2 mag doorstrepen. Dat moeten we dan in het presidium nog weer terug laten komen om daar te kijken, hoe vullen we die vacature in? Maar het leek ons, griffier en ondergetekende, goed om alvast voor de andere plekken wel het besluit te nemen. Vandaar dat we toch het gewijzigde voorstel vanavond voorbij willen laten komen. Ik weet niet of daar nog een toelichting... De heer Liebrand. De heer Liebrand: Als u mij toestaat, voorzitter. Ik zou graag een beroep willen doen aan mijn collega-raadsleden om toch deze functie te vervullen. Ik vind, de Euregio is eigenlijk heel belangrijk in grensoverschrijdend samenwerken. Nederland, Duitsland, maar ook richting Brussel. We zijn als Twente echt te klein om een vuist te maken in Brussel. Daar hebben we de Euregio hard bij nodig. Ik zou echt een beroep op mijn collega's willen doen om toch deze functie in te vullen. En helaas is het al regelmatig voorgekomen bij de Euregio dat we te weinig leden hadden, waardoor ook sommige besluiten niet konden worden genomen. Alstublieft, denk erover na. Het is een fantastisch leuke klus.

De voorzitter: Volgens mij een hele mooie oproep. En daar komen we op terug in het presidium of de oproep van u tot een invulling van deze vacature heeft geleid. Het aangepaste voorstel wil ik nu graag in stemming brengen. Nog een stemverklaring, naast natuurlijk die van de heer Liebrand? Anderen? Niet? Iemand tegen dit aangepaste voorstel? Niet? Dan unaniem aangenomen. 10. Moties vreemd- Motie Twentse sproak De voorzitter: En dan kom ik tot slot bij de motie vreemd. De motie van de WG. En volgens mij de heer Winkelhuis gaat u daar iets over zeggen. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Dit is een avond vol verrassingen. Je mag meerdere rollen vervullen. En nu stap ik over op wat aas. [Er wordt dialect gesproken]

-40-

Of zoals minister Hugo de Jonge het zo mooi zei, jongeren zijn de toekomst. Wat de studenten hier leren, nemen ze straks mee in hun werk als beveiliger of verzorgende. Juist in die functies is het belangrijk om mensen in hun eigen taal te kunnen aanspreken. [Er wordt dialect gesproken] Ze lopen ons nog niks in de weg. [Er wordt dialect gesproken] De voorzitter: [Er wordt dialect gesproken] De heer Winkelhuis: [Er wordt dialect gesproken] De voorzitter: [Er wordt dialect gesproken] De heer Winkelhuis: [Er wordt dialect gesproken] De voorzitter: [Er wordt dialect gesproken] Ik kijk even rond of er vanuit andere fracties... Dat is het geval. De heer Visscher. Is het een interruptie of gewoon een bijdrage? De heer Visscher: Het is half. De voorzitter: U wilt graag dat de heer Winkelhuis blijft staan? Gaat uw gang. De heer Visscher: Maar ik doe het gewoon in het Nederlands, want meer kan ik niet. Wij steunen deze motie. We vinden het een sympathieke motie. Ik ben wel heel benieuwd wat Johan Derksen hiervan vindt, maar dat zullen we dan morgenavond wel zien. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag volgens mij ook de heer Van der Waal. Precies. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Mooi. Ik heb in Groningen gewoond en ik heb daar niet goed Gronings leren spreken. En dat is ook Nedersaksisch.

Ik heb een beetje de indruk, maar dat is alleen een waarschuwing, dat deze motie als geheel, excuus voor mijn AN, zich te veel concentreert op het Twents. Twents is een Nedersaksisch deel, Nedersaksisch wordt ook in Duitsland gesproken. Daarnaast heeft het over de Tukkers in de Tweede Kamer. Weet u zeker dat alle mensen afkomstig uit Twente Tukkers zijn of zijn het misschien Twentenaren of zijn dat mensen die hier wonen? En als

-41-

laatste wil ik u vragen te kijken naar de laatste zin, die volgens mij vertaald had moeten worden in het ABN. Hoe heet het ook alweer. En gaan over tot de orde van de dag, of iets dergelijks. Tot zover mijn opmerkingen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er nog vanuit andere zijde... Mevrouw Berger. En dan ga ik naar de heer winkelhuis. En wellicht dat ook vanuit het college nog een reactie gegeven wil worden. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Naar mijn idee zijn Tukkers Twentenaren, maar dat kan aan mij liggen. Maar ik vind een hele mooie motie, mijnheer Winkelhuis, want ik kan een beetje Twents praten, maar zo goed als deze, dat kan ik niet. En dat wordt toch hoog tijd. De voorzitter: Mijnheer Winkelhuis, tot slot. En dan ga ik naar het college. Ik weet niet of er vanuit de zijde van het college nog een reactie... Volgens mij wel. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: [Er wordt dialect gesproken] De voorzitter: Mooi. Ik ga nu naar het college. Ik weet niet of ze vanuit de zijde van het college... Wethouder Yildirim. Ik weet niet of we dat hem aan moeten doen. Wethouder Yildirim. Niet te veel hilariteit. Het is een serieus onderwerp, dames en heren. Wethouder Yildirim. De heer Yildirim: Het is een heel sympathieke motie. En er staat ook dat wij het willen omarmen.

En deze gaan we ook omarmen, als de raad deze natuurlijk ook aanneemt, zo meteen de motie. En dan nemen wij onze verantwoordelijkheid in het verspreiden, samen met de griffie, wat daarvoor nodig is. Maar wat doet u dat goed. Dank u wel. De voorzitter: Mooi. Volgens mij kan ik de beraadslagingen als beëindigd beschouwen. En ga ik over tot stemming bij deze motie. Wie is tegen deze motie? Wie is voor deze motie? Ik zie dat mensen graag... Mooi. Dat is iedereen. 20 raadsleden voor. Daarmee is hij aangenomen. 11. Sluiting De voorzitter: En kom ik tot een einde van deze avond. Ik wens u allemaal wel thuis en tot de volgende keer. Dank u wel. Ik sluit deze vergadering. Afsluiting om 22.19 uur. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 29 mei 2024, de griffier,

de voorzitter,

B.C. de Groot

P.G. Welman

-42-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14279924/2