Transcriptverslag Raadsvergadering 6 maart 2023
Tekst van het document
Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik tot slot naar de Partij van de Arbeid. Wie van de twee, zou ik bijna zeggen, maar dat is de heer Lulofs. De heer Lulofs: Voorzitter. Dank u wel. Met elkaar hebben we een proces in gang gezet. De raad heeft een raadsprogramma geschreven en geeft daarmee de kaders aan voor het college. Kaders waarmee en waarbinnen zij beleid moeten bepalen en plannen initiëren om van Oldenzaal een betere stad te maken. We hebben als PvdA Oldenzaal wensen, meer wensen dan nu aan deze gewijzigde programma begroting zijn toevertrouwd. Omdat we met elkaar de spelregels hebben bepaald waarbinnen we een raadsprogramma hebben samengesteld, wisten we dat niet al onze wensen vervuld zouden kunnen worden. Dat accepteren we omdat we ons hebben gecommitteerd aan het proces. We zullen vandaag niet komen met een boodschappenlijst aan nieuw beleid. Je krijgt immers in de politiek zelden het middelste met beide uiteinden. Wel willen we zoveel mogelijk onze sociaaldemocratische invloed aanwenden om tot een goede programma begroting te komen. Op voorhand hebben we erkend dat de actualiteit ons zal inhalen. In perioden van vier jaren zal er zeker veel veranderen. En bij het schrijven van het raadsprogramma wisten we dat ook al dat het niet ieder onderwerp kon bevatten. Er is namelijk geschreven met een bepaald abstractieniveau. Ook zijn een -32-
aantal onderwerpen besproken zonder al te diep in te gaan op de onderliggende gedachten. Dit om ook in de toekomst nog ruimte te laten voor politiek debat. Dat laat voor iedereen ruimte om bij de kadernota of de programma begroting een eigen geluid te laten horen. De volgende keer zullen we in het proces om tot een nieuw raadsprogramma komen, nog beter ons best moeten doen en met nog sterkere argumenten moeten komen om op onze wijze Oldenzaal beter te maken. Voorzitter, dan zijn er nog een aantal onderwerpen die niet nieuw zijn, maar waar we wel te maken hebben met een nieuwe realiteit. Nu hebben we nog te maken met mooie zwarte cijfers in de begroting en is het relatief veilig begroten. Maar de eerste waarschuwingen zijn reeds afgegeven. Zo doemt het ravijnjaar 2026 heel snel op. Dit is het jaar waarin we gekort zullen gaan worden op de rijksbijdrage en waarbij we zeker keuzes moeten maken. Dan komen we financieel voor hetere vuren te staan en moeten er keuzes gemaakt worden bij collectieve voorzieningen die veel geld kosten, maar die nodig zullen zijn om mensen te helpen en te steunen. De sociaaldemocratie waar de PvdA Oldenzaal voorstaat, betekent dat het hierbij ook gaat om het eerlijk verdelen van middelen. We hebben in Oldenzaal een grote collectieve voorziening in de vorm van het zwembad, een zwembad waarvan ook de PvdA van mening was dat deze opengehouden moest worden.
We hebben deze voorziening vaak genoemd bij ons streven om het inwoneraantal van Oldenzaal op peil te houden. Behoud van inwoners betekende in onze ogen ook behoud van dit soort voorzieningen. Hier haalt de tijd ons echter in. De kosten van het zwembad lopen uit de hand. Bij de beslissing om bijna zes miljoen euro in te zetten om voor de komende vijf jaren het zwembad open te kunnen houden, waren we al zeer kritisch. We weten inmiddels dat we geen vervanger meer hebben kunnen strikken voor de vertrokken sportschool. De oorzaak ligt mede in het feit dat er geen langjarige contracten meer kunnen worden afgesloten wegens de aanstaande verbouwing. De lasten zullen voor de gemeente torenhoog oplopen. Dit gaat zeker resulteren in oplopende prijzen voor de entree, momenteel 4,80 euro voor recreatief zwemmen en 16,50 euro voor een gezin van maximaal vier personen. Nu al lopen de bezoekersaantallen terug. Wie kan het straks op regelmatige basis nog betalen, laat staan als de prijzen verder stijgen? Spreken we dan nog wel van een collectieve voorziening als we door de gestegen entreeprijzen grote delen van onze bevolking de toegang moeten ontzeggen? Gaan we dan nog meer bijdragen om de entreeprijzen niet te ver te laten stijgen? Oldenzalers kunnen dan ook kiezen om naar een beter geoutilleerd zwembad in de directe omgeving in Nederland of Duitsland te gaan.
Voorzitter, wij constateren dat op deze wijze de collectieve lasten niet langer in verhouding staan tot de collectieve baten. Door de stijgende entreekosten, die niet meer door iedereen gedragen kunnen worden, kan ook niet meer worden gesproken over een collectieve voorziening. We kunnen door het delen van de zwemvoorziening enorme financiële voordelen behalen voor die groepen die niet op eigen gelegenheid naar een van de in de omgeving liggende zwembaden kunnen, zouden we een voorziening kunnen treffen. Deze oplossing zouden we nadrukkelijk moeten betrekken bij de oprichting van het facilitair sportbedrijf voor noordoost Twente. Hiertoe dienen we een amendement in met de strekking om te onderzoeken wat de gevolgen zijn als we zouden besluiten ons eigen zwembad over vijf jaar te sluiten. Wellicht kan de verantwoordelijk portefeuillehouder een toelichting geven op een proces van de oprichting van het facilitaire sportbericht sportbedrijf en de stand van zaken met ons delen. Als raad praten we in de regel te weinig over de gemeentelijke heffingen en belastingen. Veelal is dit een onderdeel bij het vaststellen van de programmabegroting in november. Dan is er te weinig tijd om nog aanpassingen door te voeren. Daarom wil ik hier toch nog iets naar voren brengen. De rioolheffing.
Ons is opgevallen dat wij de burgers en bedrijven een standaardbedrag in rekening brengen voor de kosten die het riool met zich meebrengt. Dit is naar ons inzicht niet terecht. De meeste ondernemingen gebruiken veel meer water en lozen derhalve ook veel meer op het riool dan de huishoudens. Veel gemeenten in Nederland hebben dit onderkend en hanteren hiervoor een gedifferentieerd tarief. Er wordt een rioolheffing naar verbruik en lozing toegepast. In de voorstellen van het college bij het vaststellen van de begroting, is nog nooit een dergelijke differentiatie tot ons gekomen. Heeft u hier een reden voor? Wat de fractie van de PvdA -33-
betreft, hanteren we ook een dergelijk gedifferentieerd tarief. Als we de lasten van het riool eerlijker verdelen, dan kunnen de woonlasten van de inwoners worden verlaagd. Graag hoor ik een reactie van de portefeuillehouder. Mogelijk komen we bij het vaststellen van de kadernota 2024 in juni 2023 hierop terug. Dan kom ik tot sluit bij de in te stellen reserves voor binnenstad en vastgoed, cultuurhistorisch initiatief, organisatie en duurzaamheid. Veel geld, zonder dat wij ook nu maar enigszins zicht hebben op wat wij daarmee gaan doen. Wat gaat er gebeuren? Wij kunnen wel instemmen met deze reserves, maar in gedachten de aanbevelingen aan de raad, gedaan in het rapport van de rekenkamercommissie over de binnenstad, zeggen we nog niets toe op welke actie dan ook. Eerst willen we de onderliggende plannen kunnen beoordelen. Betrek dan ook bij de binnenstad, nadrukkelijk de Stadsnoabers. De rekenkamer heeft in feite hiervoor een goed format aangeleverd. Als we ons hier aanhouden, krijgen we een beter Oldenzaal ik zou willen zeggen: voorwaarts. Voorzitter, tot slot wenst de fractie van de PvdA het college veel succes en daadkracht bij het uitvoeren van het beleid zoals dit in deze gewijzigde programmabegroting is geformuleerd. Wij gaan erop toezien dat de ambities uit de gewijzigde programmabegroting gerealiseerd zullen worden, zodat Oldenzaal nog beter wordt.
Ik zou bijna zeggen, dank u wel, maar ik moet nog het dictum van het amendement voorlezen. De voorzitter: Dat betreft het amendement op Sportcentrum Vondersweijde, dat bedoelt u? De heer Lulofs: Klopt, ja. We gaan wijzigen de aangepaste programmateksten programmabegroting 2022-2026. We onderzoeken of we het Sportcentrum Vondersweijde na vijf jaar kunnen sluiten en doen onderzoek naar een alternatief waarbij Oldenzalers gebruik kunnen maken van een zwembad in een nabijgelegen gemeente, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat bepaalde groeperingen niet op eigen gelegenheid naar deze zwembaden kunnen reizen en het enkel verenigingen elders gehuisvest dienen te worden. Deze oplossing nadrukkelijk te betrekken bij de thans lopende gedachten om te komen tot een facilitair sportbedrijf binnen Noordoost-Twente. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Ik zie in ieder geval de heer Winkelhuis, de heer Winkelhuis en de heer Bouwman. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Ja, voorzitter, Partij van de Arbeid weet hoe wij denken over de situatie rondom zwembaden, dus daar hoeven we niet op in te gaan. Maar die interessante gedachte over de rioolheffing, die triggerde ons. Zouden we af kunnen spreken dat dan, zeg maar, de minderlasten voor de bewoners naar aanleiding van de verlaging van de rioolheffing ten goede kan gewoon aan bezoeken aan het zwembad.
De voorzitter: De heer Lulofs. De heer Lulofs: Ja, je kunt wat mij betreft alles afspreken. Maar ik zou het eerlijker vinden om te zeggen van nou ja, de rioolheffing, die hebben we kostendekkend, dus daar hoeft per saldo geen verhoging plaats te vinden, het is alleen een verschuiving. En ik zie niet in, waarom zou je de bewoners nog extra willen gaan belasten voor een voorziening die steeds minder in trek is? Dus dat is even een lastige. De voorzitter: De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Ja, dat is dan niet extra belastend, maar wij willen graag de bewoners gezond houden, we willen ze betrekken bij allerlei dingen en daar is het zwembad in onze beleving dus een
-34-
ultieme mogelijkheid voor. Vandaar dachten wij, dan is wellicht een financiële injectie vanuit die verminderde rioolheffing een mogelijkheid. Maar laten we die discussie op een ander moment gaan voeren. Ik hoef daar verder geen reactie op. De voorzitter: Oké. Ja, u mag daar natuurlijk een reactie op geven en dan ga ik naar de heer Bouwman. De heer Lulofs. De heer Lulofs: Ja, kijk, onze zorg zit voornamelijk in die stijgende lasten en waarom zouden we dan nu moeten gaan zeggen van nu al extra gaan belasten? En we moeten met elkaar, denk ik, eerlijk zijn en kijken of we, zeg maar, in die periode van de komende vijf jaar van wat gaan we nu met het zwembad doen en wat is het ons waard? En tuurlijk vinden we het heel belangrijk dat de Oldenzalers kunnen zwemmen en dat ze leren zwemmen, dat ze makkelijk daarnaartoe kunnen en nou ja, bedenk al die gelegenheden maar op. Maar het moet betaalbaar blijven met elkaar. De voorzitter: Nee, ik heb de heer Bouwman beloofd, dus eerst de heer Bouwman. Ja, GroenLinks. Oké, de heer Snijders en dan ga ik naar de heer Bouwman. De heer Snijders. Nee, het loopt altijd via de voorzitter en ik zag de heer Bouwman u het woord willen geven. Dus via mij. De heer Snijders: Heel sympathie, dank u wel, collega. De voorzitter: De heer Snijders.
De heer Snijders: Ik ben nieuwsgierig, als dit uitlekt, van kijken of je een zwembad niet beter kunt sluiten en naar de buren heen kunt gaan en de buren horen dat en die denken dat gaan wij ook doen, waar we dan heen gaan straks als iedereen gaat sluiten? De voorzitter: De heer Lulofs. De heer Lulofs: Mooi. Mijnheer Snijders, ik neem ook aan dat u weet wat er in de directe omgeving van Oldenzaal allemaal gebeurt. Dinkelland heeft net een nieuw zwembad. Net over de grens bij Bad Bentheim ligt een fantastisch subtropisch zwembad. Er is deze gelegenheid genoeg. Hengelo heeft, daar hebben we nog met deze Raad zijn we daar nog een keer geweest om te kijken hoe ze dat allemaal aangepakt hebben. Ligt een heel nieuw gerevitaliseerd zwembad. Enschede is bezig met een revitalisering van het zwembad. Ja, ik denk niet dat het heel dicht bij ons ligt dat er hier in de hele omgeving geen enkel zwembad meer aanwezig is. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. Ja, over het amendement of een Sportcentrum Vondersweijde. U gaf aan dat de kosten voor een gemiddeld gezin met vier personen wat duur wordt in de huidige tijd. Maar denkt u dat die gezinnen die dan wel wellicht naar Denekamp of Hengelo of Enschede gaan, goedkoper uit zullen zijn? Dat één.
En twee, ik lees nergens iets over de gevolgen voor de sportclubs die nu gehuisvest zijn in Vondersweijde en de gevolgen daarvoor. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Lulofs. De heer Lulofs: Ik weet niet of mensen goedkoper uit zijn, wat ik wel hoor, in mijn omgeving, laat ik het dan maar even zo formuleren, waar ook heel veel kleine kinderen mee gemoeid zijn, dat heel vaak de keuze wordt gemaakt om te gaan zwemmen in een subtropisch zwembad van bijvoorbeeld Bad Bentheim. Die is qua kosten zelfs iets hoger dan wat we hier in Oldenzaal rekenen, maar daar -35-
zijn de mensen toch tevreden over en betalen wel die prijs. En als wij, zeg maar, met die revitalisering, want die wordt gedaan met de handrem aangetrokken, dat wordt geen super-de-luxe zwembad. Dus die keuze zal niet heel snel in het voordeel van Oldenzaal uitvallen. Wordt aan de prijs daardoor per kaartje drie euro duurder, ik noem maar eens een dwarsstraat, dan wordt het wel een heel lastig verhaal, denk ik. En dan de sportverenigingen, ja, dat is misschien een probleem maar er zijn ook mensen die in Dinkelland bijvoorbeeld hockeyen en die hockeyen in Oldenzaal en we hebben een redelijk gezonde zwemvereniging en waterpolovereniging. Ja, die zullen we dan op de een of andere manier moeten ondersteunen. Maar als wij dan, ik noem maar een dwarsstraat, en dat zal je met elkaar moeten uitwerken, als wij zorgen voor het vervoer naar Dinkelland, dan krijg je daar misschien een betere vereniging door een fusie en wij zijn goedkoper uit en daarmee kunnen we andere collectieve voorzieningen beter in de lucht houden. De voorzitter: Ja, ik zag de heer Winkelhuis als eerste en dan ga ik naar de heer Snijders. Of heeft u nog … Dan ga ik eerst naar de heer Bouwman, want dan kan die zijn punt hiermee ook afronden. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel.
Het is eigenlijk wel een beetje rendementsdenken en ik begrijp dat u dan dat amendement daarvoor indient, maar er speelt ook nog iets mee als verbondenheid aan je eigen plaats, clubgevoel, dat soort dingen. Dus ik pleit er toch wel voor om dat nadrukkelijk mee te nemen in uw gedachtes. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Snijders. Kunt u … Ja, oké, dan mag u daar nog … Natuurlijk mag u daarop reageren dan ga ik daarna naar de heer Snijders. Nee, ik had de heer Winkelhuis het eerste beloofd. Gaat uw gang, u mag nog reageren op de heer Bouwman. De heer Lulofs: U mag u mag tegen mij zeggen dat het rendementsdenken is, maar hoever zou u willen gaan als raadslid om deze kaarten te blijven subsidiëren? Hoe hoog moet dat gaan? Hoeveel wilt u dan de burgers van Oldenzaal daarvoor gaan belasten? Is dat 50 euro per jaar extra aan ozb of wordt dat 100? Vindt u dat een goed bedrag? De voorzitter: Ja, daar mag u uiteraard op reageren. Ga uw gang. De heer Bouwman: Nou ja, eerlijkheidshalve gezegd heb ik daar niet heel diep over nagedacht tot hoever, maar ik vind wel, collectieve voorzieningen moeten we koste wat kost proberen overeind te houden. En volgens mij zijn we nog niet op het punt dat we met zijn allen zeggen het is onbetaalbaar of het gaat onbetaalbaar worden. Dus wat mij betreft is hier nog geen sprake van. De voorzitter: Daar ga ik naar de heer Winkelhuis.
De heer Winkelhuis: Een beetje in lijn met collega Bouwman. We hebben al ook onze zorgen eerder uitgesproken over de situatie rondom ‘…’ toen en het verbaast mij een beetje, want ik vind het altijd heel sympathiek hoe de Partij van de Arbeid juist voor die kwetsbare groep, ook zo'n rotwoord trouwens, maar die groep die extra zorg nodig heeft, want dat zijn de eerste afvallers als het gaat om lidmaatschap bij sportclubs en nou gaan we, tenminste zoals het er nou naar uitziet een hele sportvereniging richting een andere gemeente proberen te dirigeren. Ja, dat is een soort ontmoedigingsbeleid, u noemt het rendementsdenken. Dat gaat er bij mij niet in. U noemt het clubgevoel, ja, dan gaan ze wat anders doen en als u zegt van ja, maar dan gaan we vervoer zorgen richting die kant, dat kost weer extra geld. U noemt het voorbeeld van Bentheim dat daar een subtropisch zwembad is. Volgens mij is de groep mensen waar u het over heeft, ja, die gaan echt niet
-36-
de auto pakken, knallen naar Bentheim heen, zijn misschien zeven, acht euro aan benzine kwijt. Ja, maar goed, u weet hoe wij erover denken. Die discussie moeten we een andere keer doen. Dus onze mening over uw amendement, die kent u. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Lulofs. De heer Lulofs: Ik zou daar toch nog wel even op willen reageren. Als je in de zomer kijkt, dan zijn het hele linten van fietsers, auto's die richting Ootmarsum gaan, die richting Bad Bentheim gaan, die richting Nordhorn gaan om daar te gaan zwemmen, omdat daar een voorziening is die hun past. En laten we alsjeblieft niet zeggen van ja, daar heb je een hele groep en die zijn in onze ogen misschien wel kwetsbaar, die zijn wat kalend en die worden grijs en die ... Maar die pakken ook rustig de auto en die rijden wel naar een zwembad wat, zeg maar, twee graden warmer is, omdat hun dat beter past. Ja. Dus en ik ben het helemaal met u eens, het knelpunt voor mij zit echt bij die sportvereniging. Maar het is ook niet zo dat wij zeggen van, het zwembad moet vandaag dicht, dat gaan we helemaal niet zeggen. Wij willen graag dat wij de tijd hebben om daar met elkaar de komende vijf jaar goed over na te denken.
Wat is het ons waard om het zwembad Vondersweijde in de vorm zoals we dat nu zien, dat we die in de lucht houden? Wat hebben we daarvoor over met elkaar? En kan dat dan? Wij hebben de cijfers niet, we zijn er wel heel beducht voor of wij dat zo meteen nog kunnen doen. Want er komt heel wat op ons af en we worden niet voor niets gewaarschuwd voor het jaar 2026. De voorzitter: Goed, ik wil heel langzaam naar een einde van de eerste termijn van de raad komen, maar niet voordat ik een aantal mensen nog de gelegenheid hebben gesteld om te interrumperen. De heer Snijders als eerste. De heer Snijders: Ik heb ten aanzien van de sportvereniging wel een opmerking. We hebben destijds bij de carnavalsverenigingen de discussie gehad om ‘…’ te halen op de industrie te zetten, daar zit er nota bene een. Dat was te ver. Nou ga je zelfs sportverenigingen uit Oldenzaal plaatsen, dat is nog veel verder. Dat zou ik wel even meenemen. De voorzitter: Dan had ik de heer Visscher en dan kom ik bij mevrouw Ailo-Zaia. De heer Visscher nog. De heer Visscher: Deel één heeft mijnheer Lulofs net al zelf verteld over de vele transportbewegingen die al plaatsvinden naar andere zwembaden. Maar anderzijds, we hebben dit balletje ook wel eens opgeworpen, we willen graag samenwerken in noordoost Twente, alleen tot nu toe heeft dat nog geen handen en voeten gekregen. We willen een gezamenlijk sportbedrijf.
Dit is volgens mij een fantastische casus om te kijken of we echt met elkaar kunnen samenwerken om dus het aantal zwembaden in noordoost Twente te verminderen en daar een dusdanige voorziening van te maken die beter is dan we nu met elkaar hebben. En als we de oplossingen, ik neem het niet … Dit onderzoek niet dood moeten maken nu al. Ik denk dat we het een serieuze kans moeten geven om te kijken wat de mogelijkheden zijn. De voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Ailo-Zaia en dan kunt u in één keer reageren. Mevrouw AiloZaia. Mevrouw Ailo-Zaia: Dank u, voorzitter. Ik ging er in eerste instantie vanuit dat ik dat even in de tweede termijn zou doen, maar nu we toch heel … Ja, nou ja, ik dacht van straks heb ik die mogelijkheid niet meer, dus ik ga toch maar even nu doen, kort inderdaad, even het sportgedeelte. Ik ben het met u eens dat er echt naar een oplossing gezocht moet worden. Of dit de beste manier is,
-37-
dat is inderdaad even een vraagteken, want de tijden zijn veranderd, het kostenplaatje is anders geworden. Dus we mogen daar echt wel kritisch naar kijken. En het is, denk ik, ook heel belangrijk voor ons als raad om te weten van hoe kijken wij nog naar die functie? Ik hoor de heer Visscher nu juist zeggen van nee, we moeten dat allemaal bij elkaar houden en misschien kunnen we dat wellicht in noordoost Twente verband doen. Tegelijkertijd kun je ook de vraag stellen: waarom gaan we dat niet loskoppelen van elkaar? Sport is iets, zwemles of zwemmen is wat anders. Dus je hebt daar heel veel mogelijkheden in en ik zou eigenlijk willen voorstellen om in plaats van dit amendement voor te leggen hier in een politiek forum echt tijd voor te nemen en te kijken welke kant willen we dan met zijn allen op? Want als we eenmaal geld gaan uitgeven, dan gaat dat heel veel kosten en doen we dat dan wel op de juiste manier? En als u mij echt specifiek de vraag stelt, voor ons als partij, gaat u erin mee om het wellicht te sluiten, dan is dat echt een no go voor ons. Dan weet u dat. De voorzitter: Dan ga ik tot slot naar de heer Lulofs en dan ronden we deze termijn af. De heer Lulofs.
De heer Lulofs: Ja, dan eigenlijk dezelfde vraag weer wat ik ook bij mijnheer Winkelhuis had, hoever wilt u dan gaan? U wilt al heel veel voor onderwijs doen, hè, daar geeft u al bijna een blanco cheque bij wijze van spreken. Maar gaat dat ook voor sport? En hoe gaan we dat dan betalen? Want zo meteen, en dat is hartstikke vervelend, maar het is niet altijd, zeg maar, financieel goed weer, dat we zware keuzes moeten maken en er zijn andere collectieve voorzieningen die we ook in de lucht moeten houden. Daarom hebben wij de behoefte aan, zeg maar, een voorstel vanuit het vanuit het college om te komen van: jongens, dit is een goed format, denk daar eens over na met elkaar. En kunnen we dan een zwembad in de lucht houden? Als dat de uitkomst is, zullen we ons daaraan conformeren. De voorzitter: Ik hoorde een punt. Volgens mij … We moeten nu echt af … Want ik zit ook met een schuin oog, ja, ik mag het nooit zeggen, maar ik zeg het toch maar, met een schuin nog naar de klok uit te kijken. We hebben nog een aantal onderwerpen te gaan en we hebben nog de termijn van het college te goed. Nog even voor de zekerheid, de heer Lulofs, als ik kijk naar uw amendement. Het staat er niet, maar volgens mij bedoelt u dat wel.
U wilt in de tekst van het gewijzigde programmateksten 2023 na raadsprogramma 2022-2026 dus niet in het raadsvoorstel van het besluit een wijziging aanbrengen, maar in de tekst, in de, laten we maar zeggen, die 50, wat is het, 40 pagina's, daar wil u de aanpassing in doen, dus niet in het raadsvoorstel zelf. Oké, dan hebben we elkaar goed begrepen. Het staat er niet, maar dan voor de mensen die het moeten verwerken, we begrijpen elkaar wel. Dan komt dat ook zo in het verslag te staan, dan komt dat helemaal goed. Oké, dan is nu de eerste termijn van het college. Dan kijk ik naar wethouder Zinkweg. Mevrouw Zinkweg: Dank u wel, voorzitter. Er zijn allerlei, u heeft ons natuurlijk een opdracht meegegeven, raadsprogramma waarin u ons de opdracht heeft gegeven om dat verder te vertalen. Daar hebben wij inderdaad hard aan gewerkt en dat ligt nu voor. En nou, ik hoorde bij D66 wat onduidelijkheid over de olifant. Dat u soms niet de plooien en de rimpels kunt zien.
Het is natuurlijk een begroting, in totaal hebben we een begroting van ruim 100 miljoen euro en de opdracht die ons heeft meegegeven, zijn vooral weer kleine aanpassingen in wat we al doen en die aanpassingen, die zijn ongeveer jaarlijks de komende jaren, kost ons tweeëneenhalf miljoen en daarnaast heeft u ons ook de opdracht meegegeven om fondsen te creëren zodat wij wat flexibel om kunnen gaan met een aantal zaken en die hebben we ook vertaald. Dat is de vier miljoen die u destijds ook beschikbaar hebt gesteld en daar hebben wij ook een groot deel van gebruikt, zoals u dat hier ziet. Die 100 miljoen, dat is natuurlijk … Dat is meer dan dat wat nu allemaal opgeschreven staat in de programmabegroting. We doen heel veel activiteiten, hè. U noemt dan in de wijken wordt maar zo'n -38-
klein deel besteed. Er wordt veel meer in wijken besteed, want in die wijken wonen mensen en die mensen die hebben openbare ruimte, ‘…’ bijwerken en mensen die hebben misschien moeten naar het sociaal domein. Nou, allerlei zaken die er al gebeuren, die hebben ook wijkwinkelcentra, die passen we ook aan. Dus al met al is niet alles zichtbaar wat we doen in deze programmabegroting, in deze teksten. Dat is maar goed ook, want anders zouden we een document hebben van 1000 pagina's en dan is het niet mee leesbaar. Dus wat we vooral willen benadrukken is de dingen die we anders gaan doen de komende tijd. Dan is ook een aantal keren gesproken over kunnen we de doelstelling smarter formuleren? De voorzitter: Ja, dat begrijp ik dat u dan stopt, maar op zich hoeft dat niet tot het moment dat ik wat zeg, om D66 in dit geval het woord te geven. En nog niet, ik laat eerst de wethouder haar punt maken en dan bent u aan zet. Wethouder, gaat u door. Mevrouw Zinkweg: Goed, dan ga ik door over het smarter formuleren van doelstellingen. Die opdracht, die hebben wij, daar hebben we het als eerder over gehad, ook in auditcommissies en die wil ik graag aannemen. Dat hebben we ook al eerder aangegeven vanuit het college. Voor ons was de tijd te kort, allereerst, om die allemaal door te nemen en die heel smart te maken.
Maar wat we vooral belangrijk vinden als college is dat u de doelstellingen smart maakt en dat willen we graag samen met u doen. En ik denk dat de oproep zoals die is gedaan vanuit het amendement of de motie van GroenLinks is dat volgens mij een hele mooie om die bij P&C documenten om die in fases op te gaan pakken. Ik denk dat het verstandig is om dat per programma te doen, maar het is belangrijk dat u aangeef wat uw doelstellingen zijn en die smart formuleert en dat is eigenlijk geen taak van het college. Dus volgens mij is het heel mooi om dat met elkaar te gaan doen en uw vraag welke kan het eerste? Misschien is binnenstad wel een goede om als eerste op te pakken, omdat die natuurlijk ook werd benoemd in het rekenkamer commissierapport. Dus dat even over het smarter maken. Dus wat ons betreft is dat een heel mooi voorstel. Kijk ik even verder. De WG vraagt hoe worden die fondsen nou onderverdeeld? Nou, allereerst is het was mij belangrijk om te benoemen dat het niet fondsen zijn, maar reserves en die reserves die hebben allemaal een doel. Die staan ook beschreven, dus als college vinden we het belangrijk dat wij ruimte krijgen om die reserves te besteden, dus het geld wat daarin zit en dat kan alleen maar als we voldoen aan het doel dat daarvoor is gesteld en dat is ook een bepaalde periode waarin we dat geld uit kunnen geven.
En het is om snelheid te kunnen maken, om flexibel in te kunnen spelen op gewijzigde situaties, hebben we de afgelopen jaren onder andere ook gezien bij duurzaamheid, dat het heel goed heeft gewerkt, vinden we het belangrijk dus om dat op deze manier te doen. Dat betekent dus ook dat we op dit moment nog niet kunnen aangeven wat we precies met dat geld gaan doen. Wat we wel hebben ingeschat, is dat het ongeveer deze bedragen zijn die we nodig hebben. Maar dat kan ook zijn dat het nog wat meer wordt of wat minder. Dat kunnen we op dit moment nog niet zeggen. Maar we willen juist ook aangeven richting die partners dat wij hen serieus nemen, dat we de oproepen die we hebben gekregen serieus nemen. Stadsnoabers is al tijden aan het werk om goede plannen te bedenken, die hebben ze ook al klaarliggen en daar willen we mee aan de slag. En nou, we hebben bewust die juist verder laten gaan en niet gezegd van stop maar totdat heb we dit pas vaststellen. We kunnen nu snel beginnen, als u hiermee kan instemmen. Dan zullen we ook bij onder andere halfjaarsessies over de binnenstad bijvoorbeeld en ik noem nu binnenstad, maar dat zijn natuurlijk meer reserves, kunnen we u meenemen in wat we daarvan doen. En een aantal keren werd benoemd dan neem vooral de Stadsnoabers mee.
Ja, dat doen we zeker, want wij zien de Stadsnoabers als dé partij die met al die partners die daarin zitten kan aangeven wat belangrijk is in de binnenstad. Dus daar ligt veel vertrouwen en daar ligt ook vertrouwen in dat we dat samen gaan doen. Dus ja, volgens mij is het dan nu belangrijk dat we daar ook gewoon echt mee aan de slag gaan. Dus als we het hebben over hoe het allemaal is onderverdeeld, kan ik nog niet precies aangeven, maar dat gaat wel komen en -39-
dat doen we op basis van de doelen die zijn opgenomen. Ja, ik heb dus ook al wat gezegd of we niet stilstaan in de binnenstad. Concretere doelstellingen had Solidair Oldenzaal het ook over, hoe die anderhalf miljoen verdelen voor de binnenstad, nou, ben ik al even op ingegaan, daarbij is het denk ook van belang om te zeggen dat het geld niet naar de Stadsnoabers gaat, maar het geld blijft hier staan, maar de Stadsnoabers heeft natuurlijk plannen en wij zijn ook onderdeel van die Stadsnoabers als gemeente Oldenzaal. En wij zullen dus toetsen aan of het doel daarmee wordt bereikt en dan kunnen we ook meteen daarmee aan de slag. Dus het is niet zo dat we zeggen nou, dan gaat één miljoen naar de Stadsnoabers of acht ton of 1,2 miljoen. Dat blijft hier en wij toetsen of hun plannen die ze maken, of die voldoen aan die doelen. De CDA, onderzoek parkeren, of we daar ook out of the box willen denken. Nou, dat willen we zeker doen en we zijn ook blij dat u heeft aangegeven dat er wat u betreft geen heilige huisjes zijn en dat van alles daar openstaat, dus hartstikke mooi. GroenLinks meer een controle smart maken, PvdA. Ja, het ravijnjaar benoemde u ook nog even en dat is natuurlijk niet alleen het ravijnjaar 2026, maar wat verder komt is eigenlijk nog slechter.
En wat we vooral zien, en dat is ook wel waar we ons zorgen over maken en die zorgen brengen we ook wel over, is dat het Rijk steeds meer met incidenteel geld aan het rondslingeren is en dat lijkt soms heel mooi, want daar kunnen we echt wel veel dingen mee doen, maar daarmee zijn we niet gebaat om structureel onze financiële positie op orde te houden. Dus die oproep richting het Rijk, die zal er blijven komen vanuit de VNG om er vooral voor te zorgen dat we structureel voldoende middelen hebben om onze gemeente goed overeind te houden. Dan had u ook nog een mooie, dat ging over rioolheffing. Standaardtarief hebben wij inderdaad hier in Oldenzaal, hebben heel veel gemeenten, maar daar zitten inderdaad … Je kan wel naar andere systemen en we zijn zelfs nu aan het kijken of we ook nog kunnen kijken naar differentiatie op het gebied van verbruik van water, want dat weten we natuurlijk. Als je dan kijkt naar Vitens, die weten wat je verbruikt, dan zou je ook op basis daarvan mogelijk kunnen gaan differentiëren. Volgens mij is er al één gemeente, ik had toevallig vandaag het overleg over die dat al doet. Dus willen we zeker onderzoeken om te kijken of we daarmee misschien zelfs ook nog het verbruik wat kunnen verminderen. Want dan slaat hij niet alleen door op het drinkwater wat erg goedkoop is, maar ook op de rioolheffing, wat we dan in rekening moeten brengen.
De voorzitter: Ik zie de heer Lulofs en dan ga ik ook nog zo nog even naar mevrouw Ailo-Zaia. Eerst de heer Lulofs. De heer Lulofs: Ja, dat klopt dat er heel veel gemeenten zijn die differentiëren, maar die differentiatie die ligt ongeveer bij 500 kuub, dus dat is wel heel veel voor bijvoorbeeld een huishouden, maar er zijn heel veel bedrijven die daar zeg maar flink overheen schieten en dan wordt er ook wel echt gekeken van nou ja, hoeveel water haal je naar binnen, maar je kunt je ook voorstellen dat je bijvoorbeeld een bakkerij hebt, daar gaat ook heel veel water in het brood en dergelijke in het product gaat weer naar buiten, dus dat wordt niet geloosd. Ook daar kun je op differentiëren, maar dan blijf je wel zitten met het nou ja, zoals wij het dan eigenlijk willen voorstellen: de vervuiler betaalt. Die heeft het meeste verbruikt aan water en loost, die zal ook meer moeten bijdragen in het geheel. Daarmee kunnen we, zeg maar, de burger enigszins tegemoet komen en kan het tarief naar beneden. De voorzitter: Wethouder. Mevrouw Zinkweg: Ja, wat mij betreft een mooie suggestie en die die wil ik zeker meenemen. Ook naar volgende heffingen die we dan weer… Gemeentelijke heffingen die we weer behandelen, zou ik deze zeker mee willen nemen. De voorzitter: Dan mevrouw Ailo-Zaia. -40-
Mevrouw Ailo-Zaia: Ja, dank u, voorzitter. Ik had alleen op een eerder moment geïnterrumpeerd, dus daar ga ik liever even op in. We begrijpen uiteraard dat het college een moeilijke taak heeft gekregen. Maar wat wij hebben ontvangen, is gewoon wat anders dan onze eigen verwachting, namelijk het raadsprogramma dat dan ook echt leading zou zijn en ook weer op die manier gepresenteerd zou worden. Die veranderingen die, wij verwachten tenminste dat die veranderingen zichtbaar zouden worden gemaakt voor de raad en wij hebben nu dus zelf moeten onderzoeken wat per thema uitgegeven ging worden en die taak, die hoort eigenlijk niet bij de raad te liggen en nou zijn er dus een x aantal mensen, waaronder wij, die het zelf hebben gedaan en die cijfers nu ook hebben. Hebben we ook even besproken, zeg maar, onderling, maar niet alle raadsleden hebben dat en dat is gewoon jammer. En er staan punten genoemd die wellicht daarvoor gebruikt kunnen worden. En ons idee daarbij is van, je komt dan met zo’n budget, nou, dat hebben wij inderdaad in het raadsprogramma ook heel duidelijk kenbaar gemaakt, ook heel … Ja, we weten waar dat vandaan kwam, dus daar staan we ook nog steeds achter. Alleen, wat heb je dan aan zo’n budget als er verder heel weinig over instaat? Dan weet je nog niet welke kant je opgaat.
Want ik kan in twintig minuten in Enschede zijn, maar ik kan er ook 50 minuten over doen door een omweg via Hengelo en dan is toch de vraag waar gaan we naartoe en als raad heb je toch echt de taak om én die kaders te stellen én die controle uit te voeren. Maar op deze manier kunnen wij eigenlijk geen antwoord geven op die vraag. Dus het is niet zozeer van dat we niet begrijpen, dat het niet moeilijk is, dat begrijpen wij zeer zeker. Maar dan zou ik zeggen misschien moeten we dan onderling bespreken van wat verwacht de raad nou hoe die memo dan eruit komt te zien. Want ik had liever gewoon twee A4’tjes gehad van dit is het en die kant kan het op. De voorzitter: Precies. Ik ga nu weer naar de wethouder. De wethouder. Mevrouw Zinkweg: Ja, u noemt het een memo, u heeft het over naar Enschede gaan en volgens mij hebben we altijd een programmabegroting en die programmabegroting ziet er al jarenlang hetzelfde uit. U heeft nu een raadsprogramma gemaakt en wij hebben de opdracht gehad, en die was niet moeilijk, maar het was wel veel werk, om dat raadsprogramma te vertalen naar onze programmabegroting.
Het is nog steeds onze zelfde programmabegroting en ja, dan kan het inderdaad soms even zoeken zijn, dat heeft mevrouw Oude Engberink ook aangegeven, en wellicht dat daar naar de toekomst toe dat we aan de voorkant moeten kijken, hoe moet dan een raadsprogramma opgesteld worden of moeten we naar een ander format voor de programmabegroting? Maar dat is dus nu niet gebeurd, dus wij hebben gewoon onze huidige programmabegrotingindeling aangehouden. Dat is dan misschien soms lastig, maar volgens mij hebben we al uw ambities, zoals die in het raadsprogramma staat, vertaald en kunt u die terugvinden in het stuk zoals het hier voorligt. De voorzitter: Nog één keer en dan ga ik naar de heer Visscher. Mevrouw Ailo-Zaia. Mevrouw Ailo-Zaia: Ik sta helemaal achter u als u zegt van dat moeten wij vertalen naar de begroting van 2023. Helemaal mee eens. Alleen ik maak dan onderscheid in dat punt wat jullie dan als college en als ambtenaren helemaal mooi kunnen regelen en het andere punt is de raad bedienen in die zin een overzicht geven van hoe zit het nou, hoe is het nou veranderd, dit is het plaatje, zoveel geld gaat er per thema uit. Dat was het. De voorzitter: Oké. Ik ga naar de heer Visscher. De heer Visscher: Nou ja, ik denk dat de opmerking helemaal niet terecht is, want als we nou kijken naar binnenstad, we weten precies waar dat geld naartoe gaat, want dat hebben de Stadsnoabers -41-
ons namelijk verteld. Die hebben drie werkgroepen opgericht, elke werkgroep heeft plannen gemaakt en die plannen liggen er gewoon. Dus we weten waar die anderhalf miljoen naartoe gaat. Het is helemaal geen spannend iets. De voorzitter: Ja, u mag daar nog op reageren en dan ga ik echt, ja, ik kijk blijf naar die klokkijken, dan ga ik naar de wethouder. Mevrouw Ailo-Zaia: Dan kijk ik toch echt heel erg vragend richting de heer Visscher. Als we kijken naar agendapunt 6 die we zo meteen gaan behandelen, rekenkamercommissie en wat zij ervan vinden wat er met de binnenstad tot nu toe is gebeurd. De heer Visscher: Ja, dat was ook een heel slecht rapport. De voorzitter: De heer Visscher. Ik verstond hem niet, dus als u het nog een keer … De heer Visscher: Ik zei: dat was ook een heel slecht rapport. Mevrouw Zinkweg: Ja, dan ga ik verder. Volgens mij ben ik daarop ingegaan. Ga ik nu even naar de verschillende amendementen en moties die u heeft ingediend, waar ik dan even vanuit het college een reactie op wil geven. Amendement D66 binnenstad hè, u wil daarbij voorstellen om het van anderhalf miljoen naar één miljoen bij te stellen. Die willen we als college ontraden.
Wij zijn van mening dat de doorvertaling, dat die, daar zijn wij ambtelijk mee bezig geweest en daar is het voorstel gedaan om de doelen die we met elkaar willen bereiken, om daar een passend bedrag bij te vinden en men schat op dit moment in dat het anderhalf miljoen gaat kosten om die doelen te bereiken. Als wij daar nu een half miljoen vanaf gaan halen, dan moet u ook wat teruggeven van de doelen, want we kunnen niet hetzelfde bereiken met een half miljoen minder. Ik wil u wel toezeggen dat op een moment dat er geen anderhalf miljoen nodig is, dat dat weer terug zal vloeien naar de algemene reserve. Maar om nu al op voorhand te zeggen doe het maar met een half miljoen minder, daar is het college geen voorstander van. Even kijken, en u noemde daarbij ook nog het is een bedrag hoger dan de motie, maar dat was een motie, die was niet aangenomen, dus daar zijn we ook niet mee aan de slag gegaan, met die motie, maar wij zijn aan de slag gegaan met de mensen die hier verstand van hebben. Dan, even kijken, het amendement over de bestemmingsreserves. Ja, daarbij geeft u aan dat u vooral overal dan nog weer extra raadsvoorstellen van wil hebben voordat wij geld uit mogen geven. Volgens mij was het juist niet de insteek van het instellen van fondsen.
We willen vaart maken, we vinden het belangrijk dat we flexibel kunnen zijn, we vinden het belangrijk dat we kunnen inspelen, onder andere, ik noem hem weer, op de plannen die de Stadsnoabers hebben vastgesteld. Als wij vervolgens dan weer eerst naar u terug moeten en dan daar weer een discussie over moeten voeren, vertraagd dat enorm en wij zijn van mening dat hè, als we die doelen bereiken, dat is uiteindelijk wat u wil, dat we dan daarmee aan de slag moeten gaan en niet eerst met allerlei raadsvoorstellen moet komen. Dus die ontraden wij ook. Dan de motie van GroenLinks over het smarter maken van de programmabegroting, daar ben ik net al even op ingegaan, vinden we een sympathieke motie, kunnen we ons ook bij aansluiten. Sluit ook aan bij de eerdere wensen. Dus wat ons betreft een mooie motie. Dan de motie van GroenLinks over binnenstad smarter maken. Ja, daar was eerst wat onduidelijkheid, ook bij mij, van wat bedoelt u precies? Want u noemde Oldenzaal Promotie, maar net heeft u hem nog wat aangepast naar de Stadsnoabers. Daarbij vind ik het wel belangrijk, want we hebben het over anderhalf miljoen in een fonds, het moet gewoon voldoen aan de doelen die we met elkaar stellen. Die doelen staan hier van deze reserve in het format daarvoor, dus daar kunt zien welke doelen bereikt moeten worden en daar moet het aan voldoen. Dus eerder wordt
-42-
er ook geen geld uitgegeven. Er gaat geen geld nu … Er gaat geen anderhalf miljoen van ons naar Stadsnoabers. De voorzitter: De wethouder. De heer Snijders. De heer Snijders: Ja, een kleine toelichting, want ik ben niet altijd even duidelijk, denk ik. Als uw voorstel, wat ik graag aanneem, het bij de eerste P&C cyclus pakken we de binnenstad, als we het daar goed doen, dan is die motie ingelost. Dus ik laat hem wel staan, want dan zit er ook druk achter, zeg maar, anders kun je gewoon eindeloos doorgaan. Maar als we gewoon dat doen, dan wordt hij gewoon opgelost, dus kost geen extra moeite. De voorzitter: Ja, je kunt een motie niet laten staan. Je brengt hem óf in stemming, óf je trekt hem in. Dus dat moet u dan aangeven. Een motie laten staan, daar kan ik niks mee, want dan zouden hier, bij wijze van spreken, ik weet niet hoeveel moties staan of rondzweven. Dus dat is niet de bedoeling. De heer Snijders: Ik bedoel met ik laat hem staan, ik breng hem in … De voorzitter: U brengt hem in stemming, dat bedoelt u. De heer Snijders: Ja. De voorzitter: Ja, oké. De heer Snijders: Ik breng hem in stemming. De voorzitter: Oké, dan heb ik hem helder. U brengt hem in stemming. Dat gaan we zo meteen zien. Wethouder, aan u het woord. Mevrouw Zinkweg: Daarbij echt nog de opmerking dat wij geen geld overmaken, dat staat ook niet zo in onze begroting, naar Oldenzaal Promotie, hè.
Wel voor de taken die Oldenzaal Promotie natuurlijk heef, maar niet die anderhalf miljoen. Dus dat is echt een aparte reserve, maar goed, het is aan u om te bepalen wat u met die motie doet. Dan de motie mosbeton. Die willen we als college ontraden. We vinden het best wel een sympathiek voorstel als je het hebt over vergroenen van de binnenstad, maar we zijn natuurlijk ook bezig met de visie op het stadhuis, we zijn bezig met onze binnenstad vergroenen en we zouden graag daar de ruimte hebben om te kijken hoe we dat willen gaan doen en dat kan … Daar kan dit best een onderdeel van zijn, maar we willen nu nog niet dat per se het mosbeton verder gaan onderzoeken. Dus dat was die. De voorzitter: Ja, ik zie dat de heer Snijders daar nog op wil reageren, dus een momentje, wethouder. De heer Snijders: Ja, dat wil ik graag doen. Als u toezegt dat u in de plannen om het stadhuis te veranderen dit idee meeneemt, dan is dat voldoende, dan kan ik hem intrekken. De voorzitter: Precies. Wethouder. Mevrouw Zinkweg: Nou, dat is wat lastig, want, dan kijk ik ook eventjes naar mijn collega, want ik ga niet over de visie op het stadhuis. Dus ik denk dat dan zo meteen even een andere portefeuillehouder die toezegging wel of niet gaat doen. Da ga ik naar de volgende, dat is motie centraal park Ganzenmarkt.
Ook die willen we ontraden en dat heeft er ook weer mee te maken dat we dus bezig zijn met de vergroening van onze binnenstad en daar kan het plein ook een onderdeel van zijn. Maar -43-
een heel park lijkt ons niet passend, gezien het feit dat het plein een parkeerplaats is die we ook echt nodig hebben en dat we ook een plein hebben waar een evenemententerrein op gevestigd is. Dus een heel park lijkt ons niet haalbaar, maar ook dat is aan u. Maar wij zouden hem willen ontraden. Volgens mij heb ik dan … De voorzitter: Ja, en ik zie dat de heer Winkelhuis nog wil reageren. Dus de heer Winkelhuis krijgt van mij nog de gelegenheid. De heer Winkelhuis: Ik was al aan het zwaaien toen we het nog over dat grasbeton hadden van mijnheer Bouwman. Maar volgens mij is er ook een afspraak met een architect. Dus we kunnen wel echt zeggen van, we gaan nog eens naar kijken maar ja, nou, we moeten ook niet aan een dode olifant trekken, volgens mij, werd er vanavond gezegd, dus volgens mij is dat heel helder. Zo'n architect gaat daar nooit in mee. Als je hem zo helemaal maakt zoals u het doet. Dan steken we energie in iets wat je zegt, ja, dat weet je nou voor de tijd al dat dat niet gaat gebeuren. Ook al vind je dat ding nog zo oerlelijk als maar wat, ja, daar zit wel een visie achter, dus. De voorzitter: Ik zie dat de heer Snijders daar nog op wil reageren. De heer Snijders: Helaas is de bouwwereld een achterlijk, achterhaald oud systeem en die denken niet vooruit. Dit is gewoon mogelijk. Een architect kan daar gewoon in meedoen.
Het bestaat, dus er zijn architecten die dat wel durven. Daar is lef voor nodig. De voorzitter: Oké, ik ga weer terug naar de wethouder. De wethouder, volgens mij bent u met een afronding bezig. Mevrouw Zinkweg: Ja, ik ben klaar, volgens mij, met de beantwoording van de vragen. De voorzitter: Mooi, oké, heel goed. Dan ga ik naar de volgende wethouder. Ik kijk even of de heer Christenhusz punten heeft genoteerd die die graag terug wil geven. De heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Nou, volgens mij niet zo heel veel. De WG die vraagt naar of aandacht voor de huisvesting van het Sociaal plein, dat doet het CDA ook. Nou, ik zou bijna willen zeggen toeval bestaat niet, maar morgen hebben we de evaluatie van het Sociaal plein in het college en een van de verbeterpunten die we daar zien, dat is de huisvesting van het Sociaal plein en we gaan ook onderzoek doen, tenminste als het college morgen dit voorstel overneemt, naar mogelijke alternatieve huisvestingsmogelijkheden voor het Sociaal plein. Omdat we zelf ook wel zien, en dat horen we terug, dat in ieder geval de huidige locatie in het stadhuis, dat wil dus niet zeggen, zeg maar, dat we al een voorschot nemen van waar het straks gehuisvest gaat worden, maar de huidige locatie in het stadhuis, ja, dat daar nog wel wat te wensen over laat.
Daarnaast gaan wij meedoen aan een visie verbetertraject van de VNG ten aanzien van de doorontwikkeling van het Sociaal plein en een van de pijlers, zeg maar, van dat visietraject, dat is ook een manier waarop inwoners en gebruikers van het Sociaal plein betrokken worden bij de doorontwikkeling van het Sociaal plein die we nog voor ogen hebben. Dus ik denk, zeg maar, dat we daarmee u in de toekomst wel gaan bedienen, want u wordt natuurlijk ook op de hoogte gesteld van de uitkomst van dit traject. Dan SO, duizend woningen bouwen. Bouwen, bouwen, bouwen, bouwen. Het is toch echt wel een opdracht, zeg maar, die u als raad aan ons gegeven heeft bij de woonprogrammering en de vaststelling van de woonprogrammering 2020-2030, daar zijn die duizend woningen natuurlijk vastgesteld.
-44-
De voorzitter: Ja, ik wacht dan altijd, want de wethouder is gewoon bezig met zijn verhaal. U krijgt van mij zo de gelegenheid. Ik heb hem nu genoteerd, dus de wethouder kan zijn zin afmaken en dan bent u aan zet. De wethouder. De heer Christenhusz: En ik denk ook, zeg maar, dat als je kijkt naar onze huidige sleutelprojecten. U hebt er zelf natuurlijk een aantal genoemd, de inbreidingslocaties die wij hebben en die we al kennen, de uitbreidingslocaties op De Graven Es bij 10, 10a en 11, maar ook toekomstige locaties die we misschien nu nog niet zo scherp op het oog hebben, maar moet misschien in de toekomst wel eventueel vrij kunnen vallen voor woningbouw. Ik denk bijvoorbeeld aan een locatie waar nu nog een school gehuisvest is, dat die duizend woningen ook wel realiseerbaar zijn. De voorzitter: Kijk, nu hoor ik een punt. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Nou, dat laatste betwijfel ik, maar u verwees naar opdracht van de raad, maar onze partij staat toen niet in de raad, dus wij hebben daar … Ja, wij kunnen daar een andere mening over hebben. Dus we hebben dat niet op die manier vastgesteld. Dus dank u wel. De voorzitter: Dit raakt ook de raad. Op zich heeft u gelijk dat uw fractie toen niet vertegenwoordigd was in de raad, maar u mag het college niet verwijten dat het college ook handelt in opdracht van oudere raden.
Want als we dat niet zouden doen, dat zou betekenen dat je elke periode weer opnieuw overnieuw met alles overnieuw moet beginnen. Dus het college handelt gewoon conform de lijn die eerder in is gestoken. Dat mag u het college niet verwijten, maar het klopt wel, dat is feitelijk juist, dat u daar niet bij betrokken was. Dus daarom kunt u daar anders over denken. Maar het is wel de lijn die we in dit land gelukkig, zou ik bijna zeggen, gewend zijn. Wethouder. De heer Christenhusz: Datzelfde antwoord had ik ook wilde geven, maar het is goed dat we toch een voorzitter hebben. Dat is echt waar, hoor. De voorzitter: Nog andere punten, wethouder? De heer Christenhusz: Ja. Het CDA heeft nog even een suggestie gedaan om de voormalige bieb te betrekken bij die locatie van het Sociaal plein. Ik denk niet dat we vooruit moeten lopen op dat onderzoek wat we nu willen gaan doen, dus daar doe ik op dit moment nog geen uitspraak over. En dan het amendement van de PvdA en de discussie rondom de sportcluster Vondersweijde.
Ja, wat ons betreft is dat amendement eigenlijk overbodig en ontraden wij hem ook om de simpele redenen dat wij met u een proces hebben afgesproken en dat proces is dat wij eerst de revitalisatie van het huidige sportcluster op gaan pakken, dat kost tijd en op het moment dat die revitalisatie afgerond is, dan weten we dat we de levensduur van het zwembad met vijf jaar verlengd hebben en ik heb u ook toe gezegd dat we dan direct ook zullen gaan starten met de scenario ontwikkeling over wat te doen na die vijf jaar en dan heb ik eigenlijk eenzelfde proces voor ogen als we bij de vorige revitalisatie hebben gedaan, daar zijn we ook met vijf scenario's gekomen en dat begon met een scenario sluiten, ja, dat was echt een van de scenario's, tot het meest uitgebreide scenario en dat was volledig nieuwbouwen op een andere plek.
Nou daarvan heeft u als raad destijds gezegd volledig nieuwbouw hoeft u niet verder uit te zoeken, sluiten hoeft u ook verder niet uit te zoeken en dat was destijds een opdracht van de raad, dus we hebben het toen op revitaliseren geënt en ja, een dergelijk proces zouden we nu in de toekomst weer kunnen doorlopen en als u dan een politieke meerderheid vindt binnen deze raad die zegt van onderzoek dan ook maar goed of de collectieve voorziening zwembad gesloten mag gaan worden, dan is het natuurlijk een opdracht die we op dat moment als college zullen gaan overnemen. Dan even de … -45-
De voorzitter: Wethouder, een momentje. De heer Lulofs. De heer Lulofs: Ja, zo’n onderzoek, dat doen we natuurlijk niet in een week en dat gaat langer duren. Maar waar we mee zitten en wat ons een beetje huiverig maakt in het geheel, dat zijn de veranderingen in de wereld. Enorme oplopende prijzen voor energie, onder andere, en lonen gaan omhoog. Per saldo gaat het een potentiële molensteen vormen en we moeten daar zo snel mogelijk met elkaar beeld bij hebben van wat zijn nou de gevolgen? En niet dat we straks over drie, vier, vijf jaar onder druk een besluit moeten nemen. We moeten dat gewoon netjes met elkaar uitzoeken en dan kan iedereen hier gewoon zijn zegje doen en kunnen we met elkaar bepalen: wat hebben wij ervoor over om zo'n zwembad voor Oldenzaal in de lucht te houden? De voorzitter: De wethouder. De heer Christenhusz: Voorzitter, volgens mij is dat precies de procesafspraak die ik net genoemd heb, waarbij we wel in eerste instantie de focus hebben op de revitalisering. Want daar moet ik ook heel eerlijk in zijn, wij kunnen onze ambtelijke capaciteit ook maar één keer in zetten. Die focus is de komende tijd op die revitalisering gericht en op moment dat we die afgerond hebben, dan gaan we met die scenario ontwikkeling aan de slag en dat is eerder ook in uw richting ook gewoon toegezegd.
Dan even de stand van zaken rondom het facilitair sportbedrijf, wat is daar de stand van zaken van? Ik heb u eerder volgens mij ook in een politiek forum aangegeven dat het even rondom wat personele bezettingsproblemen stil heeft gelegen. We hebben nu weer hier in dit huis daarvoor een projectleider aangesteld. Ook bij de andere gemeenten is dat weer het geval en wij worden binnenkort als bestuur eens bijgepraat wat op dit moment de stand van zaken rondom dat onderzoek is en daar kan ik eerlijk gezegd nog niet op vooruit lopen. Maar zo gauw daar wat te melden is, zal ik u dat middels een raadsinfobrief doen laten toekomen. De voorzitter: Dank u wel, dank u wel. Dan ga ik naar de wethouder Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Ook ik heb een aantal vragen inderdaad die voor mijn rekening zijn. Vanuit het D66 is een motie ingediend met betrekking tot toch de wijken. En ook om daarvoor een plan van aanpak te maken voor een integrale afweging. Nou, daarvan kunnen we zeggen, als u ook goed heeft gelezen, ziet u ook dat wij goed hebben geluisterd naar ook de vraag vanuit de raad en ook vanuit het raadsprogramma. Dus ook de wijken, die komen ook regelmatig terug ook in onze gewijzigde programmabegroting die nu voor u ligt en we hebben ook in de ambitie staan dat wij de sociale basisinfrastructuur op orde blijven houden, in de wijken en de gehele stad.
Dat betekent dus dat eigenlijk al een goede basis infrastructuur al bestaat en ook staande is en die gaan we gewoon onderhouden met elkaar en bij de punten, die wij gaan uitvoeren, hebben we aangegeven in te gaan zetten op de betaalbare inloop voorzieningen in de wijken, wat we nu ook al voortdurend eigenlijk aan het doen zijn. Hiermee voldoen we aan eigenlijk de wens die u als raad in de overweging en ook in eigenlijk uw motie ook heeft meegenomen en we zijn ook op diverse terreinen zijn we ook bezig en in gesprek met ook onze, nou ja, partners om verder vorm te geven aan allerlei ontwikkelingen zoals de evaluatie van het Sociaal plein die net werd genoemd, het opstellen van een woonzorgvisie, de uitvoering van een woondeal, versterken van de samenwerking met onze maatschappelijke partners en uiteindelijk gaan we ook nog naar een stadsvisie toewerken met elkaar. Al met al hebben we dus eigenlijk voldoende middelen die we nu aan het inzetten zijn en ook overlegmomenten die we aan het inzetten zijn. En u wordt daar ook hè, waar dat nodig is, wordt u als raad ook zeker bij betrokken en geeft u ook er, wordt ook u de nodige ruimte in gegeven en heeft u ook nog de mogelijkheid om daar ook de kaders in mee te geven.
-46-
De voorzitter: Nu check ik even of nog behoefte heeft aan een interruptie. Mevrouw Ailo-Zaia: Dank u wel. Ik ging het maar even schrijven zodat ik het niet kwijt zou raken. De wethouder geeft meerdere keren aan van ja, wij willen het zo houden, we zijn ermee bezig. Helemaal mee eens, het zit allemaal goed in elkaar, alleen hebben wij ook een functie om te kijken van wat stond er dan in dat raadprogramma? Daarin gaven wij aan als raad, wij willen meer dan datgene behouden wat er al is. Wij willen nog een stapje verder gaan en dat lees ik dus niet terug in die stukken. En die mis ik dus en dat is de reden dat we vanuit de partij hebben gezegd, dan komen we met een motie. De voorzitter: Wethouder, ga uw gang. De heer Yildirim: Ik heb volgens mij niet gezegd dat ik heb aangegeven dat wij het ook zo willen behouden, ik heb alleen gezegd dat wij dit al zo doen en dat we het ook verder gewoon ook nog hierin de nodige aandacht geven. Dus de basisinfrastructuur bestaat en dat een doorontwikkeling nodig is, ja, dat kan, dat zullen we ook doen, maar daarom zijn wij dus ook in gesprek met de diverse partners, dat geef ik hier ook aan. Dus dat geeft ook al de nodige verandering eigenlijk waar u naar vraagt en de doorontwikkeling hebben we daarin meegenomen.
Dus vandaar dat wij hierin ook aangeven, nou, wij ontraden eigenlijk gewoon de motie zoals door u is ingediend en verder, nou ja, vinden wij eigenlijk wel dat er voldoende ook in de wijken gedaan wordt en ook de doorontwikkeling ook voldoende straks ook gewaarborgd is. Verder nog vanuit de WG. De voorzitter: Ja, ik wil met alle plezier, maar ik hoopte echt dat we zo meteen geen tweede termijn nodig hebben, want anders gaan we ook volgens uw eigen regelement van orde zouden we om half elf moeten stoppen en gaan we morgen weer opnieuw met elkaar vergaderen. Ik hoop dat dat niet nodig is. Ik wil echt wel kijken of we richting elf uur, dus ik wil best wel wat ruimte geven, maar als we het kort kunnen houden, dus een interruptie graag kort, en ik probeer echt een tweede termijn daarmee te voorkomen, zodat we dan ook echt tot besluitvorming over kunnen gaan. Mevrouw AiloZaia. Mevrouw Ailo-Zaia: Dank u, voorzitter. Dat is ook zeer zeker mijn doel en het is ook de vraag van moet ik hem dan intrekken of niet? Daarom een vraag aan de wethouder, als we deze intrekken, wanneer kunnen we dan een stuk verwachten, graag een deadline, wanneer dit geagendeerd wordt richting raad? De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Daar ga ik geen toezegging over doen, over de deadline of over de termijn, want dit is een proces dat we gewoon gezamenlijk ingaan.
Ik noemde al een aantal onderdelen zoals een stadsvisie, die heeft ook invloed hierop. Dus daarom ga ik hier geen toezeggingen doen. Dus het is aan u of de motie nog in gaat dienen of niet. Ja. Dank u. Verder nog, vanuit de WG is een opmerking gemaakt rondom starterslening en een en tweepersoonshuishoudens. Nou, die hebben ook eigenlijk in de woonprogrammering al opgenomen, dus daar gaan we ook verder mee aan de slag. Vanuit Solidair Oldenzaal, de heer Bouwman die heeft het over inderdaad de duizend woningen. Daar is net ook al kort even op gewezen vanuit collega-wethouder. Maar we hebben ook al een avond gehad in het politiek forum over de woondeal die wij ook regionaal hebben ondertekend en vastgesteld en daarin hebben we dus ook onze visie en ambitie hierin ook meegegeven en dat is nog steeds, zoals wij het hebben ook verwoord, nog steeds passend hè, zoals u hem ook verwoord, in de schaal en maat van Oldenzaal en ook in dat politiek forum heb ik toen ook een toezegging gedaan om een lijst -47-
met u te delen over wat eigenlijk en waar nog gebouwd gaat worden. Daarin zien we ook wel eigenlijk dat het toch wel nog voor ons ook nog steeds realistisch is, alleen de uitdagingen zitten er meer in straks de capaciteit, stikstof problematiek, bouwkosten, bouwmateriaal dat en dat soort zaken eigenlijk. Dus wat wij willen gaan realiseren nou, daar zit het hem echt niet in, maar het zit meer om de randvoorwaarden en daar ook vinden wij, vanuit de provincie, maar ook hier binnen de organisatie toch de nodige ondersteuning in en waar het nodig is, halen we die ook extern gewoon binnen. Dus het blijft nog steeds inderdaad, we hebben het zelfs nog gehad over, en daar vond ik wel een interessante, niet, u had het over de vierkante meters en dergelijk. En daar kwam evenzo ook op hè, over zelfs bouwen onder de grond. Kijk, ik heb hem onthouden, maar of we er echt iets mee konden, ja, dat hebben we toen ook al gezegd, weet ik nog niet, maar dat zullen we dan ook zien. De voorzitter: Nou, heeft u in ieder geval de heer Snijders uitgedaagd om te interrumperen. De heer Snijders. De heer Snijders: Sorry, je kunt nog iets verder gaan, wat dacht je van woonwagens in een parkeergarage? De voorzitter: Ook op dit tijdstip aan creativiteit geen gebrek. De wethouder. De heer Yildirim: Ik ga door. Uw opmerkingen met betrekking tot het realiseren van duurzaamheid en klimaatdoelstellingen.
Kijk, ook daarin vinden wij op dit moment ook als college van wachten is op dit moment geen optie, dus wij doen gewoon wat er mogelijk is. Maar daarbij nemen we ook natuurlijk de innovaties en de ontwikkeling op dit gebied natuurlijk ook mee en dan kijken we ook vooruit. Even kijken, verder nog vanuit de CDA. De heer Wagelaar heeft het over de servicekosten bibliotheek. Nou, volgens mij moeten we daar wel even wat duidelijkheid in brengen van wat bedoelen we met de bibliotheek? De servicekosten die hier zijn opgenomen, die zijn echt voor de bibliotheek in De Vijfhoek. Dus we hebben het niet over het gebouw wat hier nog de voormalige bibliotheek wordt genoemd, dus wij moeten eigenlijk van het begrip bibliotheek eens even af, denk ik, het is gewoon het pand aan de Ganzenmarkt 11 en de vraag van u was ook van nou ja, staat die nog in de verkoop dan? Hij staat nog op de nominatielijst om verkocht te worden. Maar ook in de meerjaren onderhoudsplan hebben we hem toen ook besproken, daar staat die nog steeds op als in de toekomst wordt hij waarschijnlijk verkocht. De voorzitter: De heer Wagelaar. De heer Wagelaar: Ja, daar moeten wij dan nog over besluiten of …? In de vastgoedportefeuille. De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Daarom zeg ik hem ook, hij is nu nog, staat nog als nominatie op de nominatielijst.