Transcriptverslag Raadsvergadering 6 maart 2023
Tekst van het document
Maar dat is aan de raad straks ook, als het zover is, als daar duidelijkheid over is, komen we natuurlijk bij de raad op terug. En even als laatste, die ik net even nog ook naar mij gekregen, het mosbeton. Ja, hier kan ik niet zo heel veel in als toezegging doen. Maar kijk, we zijn wel druk bezig met het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed en daar wordt ook hard aan gewerkt en nou ja, ik wil best zeggen dat we daar ook het vergroenen van gevels hierin als algemeen punt wel wil meenemen, maar niet meer dan dat eigenlijk. Dus veel zeg ik u hier niet in toe. De voorzitter: De heer Snijders.
-48-
De heer Snijders: Kijk, dan krijg je straks ook een cactus, als je niet oppast. Ja. Of een beetje mos. Maar kijk, op zich kijk, het gaat ons er gewoon om dat het idee wordt meegenomen. En als u die toestemming durft te doen, dan wordt gewoon als u zegt, we gaan het gebouw verbouwen zou mosbeton een mogelijkheid zijn? Hè, goed idee, doe het mee. Ik zeg niet dat nou overal mosbeton moet komen. Dat is niet de bedoeling van de motie. De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Ik laat hem toch even bij u om die motie of, het was een motie, he? Om die wel of niet in te dienen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij bent u daarmee … Tenminste, ik zie u aanstalten maken. Ik kijk nog even naar wethouder Rödel. Als u mij toestaat, doe ik het even heel snel vanaf deze plek. Anders moeten we daar weer tijd in verliezen. We hadden nog een punt rondom de verkenning, rondom de samenwerking noordoost Twente, dus met Noaberkracht Oldenzaal. 23 maart is er een bijeenkomst gepland voor de raden en daar wil ik u graag naar verwijzen, dan zult u op de hoogte gebracht worden over de stand van zaken met betrekking tot de ambtelijke uitkomsten van die verkenning en dan kunt u ook kijken wat u daarvan vindt, want dan bent u nog volledig aan zet. Ik kan mij uw gevoel van tempo wel iets bij voorstellen.
Aan de andere kant, u moet zich ook realiseren, op het moment dat je met drie partijen te maken hebt, met hun eigen tempo, ja, dan kan het soms voor de een wat langzamer gaan en misschien voor de andere juist weer te snel. Dat is nou eenmaal inherent, maar ik denk dat u 23 maart echt wel bediend wordt in de verwachtingen die u heeft ook ten aanzien van de opdracht die eerder verstrekt is, dus de uitkomsten daarvan. Dus ik hoop dat u nog even wilt wachten tot de drieëntwintigste. Dat waren de dingen die voor mij stonden. Nou kijk ik even rond of er nog behoefte is, ik hoop eerlijk gezegd van niet, aan een tweede termijn en als dat wel het geval is, dat dat een heel korte kan zijn. Dit is vooral geen uitnodiging, maar ik kijk toch even voor zekerheid rond. Ik zie in ieder geval de heer Lulofs. Nou, de heer Lulofs, mag vanaf die plek. De heer Lulofs: Dank u wel. Ja, een heel korte en dat gaat over de reserve, even kijken, Oldenzaalse historie. Van al die andere reserves hebben we een klein beetje beeld bij wat daar op ons af gaat komen. Bij deze reserve, 750.000 euro, niet. De voorzitter: Ja, dat is een coöperatie tussen heer Yildirim en ondergetekende. Volgens mij staat in de bestemmingsreserve zelf, dus in de toelichting, duidelijk aangegeven wat de bedoeling is.
Dan moet u echt denken aan het zichtbaar maken, het toegankelijk maken van het historisch erfgoed wat we in onze stad gelukkig nog steeds hebben. Daar zijn we echt nu mee bezig om daar meer invulling aan te geven. Dat is een van de dingen waar we onder andere naar zitten te kijken. Maar wellicht ook vanuit cultuur zijn er nog andere gedachten die ook spelen en er wordt niet alleen naar de binnenstad gekeken, maar echt wel breder. Maar ik kijk ook even maar de heer Yildirim. De heer Yildirim: Ja, heel kort aanvullend. Een concreet voorbeeld zou kunnen zijn, bijvoorbeeld, dat wij toch ook de ambachten, hè, ook vanuit cultuur en maakplaats en broedplaats ook daarin gaan meenemen. De voorzitter: Als een aantal voorbeelden waaraan gedacht wordt. Maar u wordt daar echt nog wel in de P&C cyclus, zoals ook wordt voorgesteld, in meegenomen. Ik kijk nog even rond of er nog anderen zijn. Zo niet, dan wil ik tot besluitvorming overgaan. Ik heb in ieder geval genoteerd staan een stemverklaring, maar dat is volgens mij een stemverklaring van SO op het voorstel zelf en dat doe ik op moment dat we de amendementen hebben doorgelopen. Dat … Ik kijk even voor zekerheid -49-
naar u of ik dat zojuist heb. Oké, dan heb ik dat zojuist geïnterpreteerd. Dan breng ik allereerst de amendementen in stemming en ik begin met het amendement van de Partij van de Arbeid rondom het Sportcentrum Vondersweijde. En nogmaals, dat betreft dus een aanpassing van de tekst in het grote document, dus niet in het besluit zelf. Wie is tegen dat voorstel, tegen dat amendement, tegen? Tegen het amendement Sportcentrum Vondersweijde. Volgens mij is het daarmee verworpen. Dan ga ik naar het amendement van D66 en dan moet ik even goed opletten. Dat is allereerst de binnenstadsreserve. Volgens mij heeft u daar nog … Daar is de bedoeling om van 1,5 naar één miljoen te gaan. Wie is daar voor? Ik zie dat het alleen de fractie van D66 is, daarmee is die verworpen. Dan kom ik tot de bestemmingsreserves en daar wordt over de 1,5 miljoen gesproken van de binnenstad. Ik kijk even naar D66 of dat nog steeds juist is niet aangepast, dus dat blijft tekstueel overeind. Wie is daar voor? Voor dat amendement? Alleen D66. Daarmee is die verworpen. Dan kom ik bij het voorstel zelf, want meer amendementen heb ik niet genoteerd staan. Dan kom ik bij het voorstel zelf en dan geef ik de heer Bouwman om een stemverklaring uit te brengen. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, heel kort.
Wij kunnen instemmen met het voorliggende voorstel, behalve punt 3 voor het toekennen van één miljoen aan klimaatmaatregelen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ja, u realiseert zich dat op het moment dat het voorstel wordt … Dan staat het wel en dan staat ook gewoon wel uw naam bij dat u voor heeft gestemd, alleen u heeft daarbij wel een kanttekening geplaatst en die wordt ook in het verslag opgenomen. Oké. Dan breng ik het voorstel zelf in stemming, wat niet geamendeerd is. Wie is tegen het voorstel? Dat is niet het geval. Daarmee is die aangenomen. Dan kom ik bij de verschillende moties. Goed opletten nu en dat geldt ook voor mijzelf. Allereerst de begroting smarter maken van GroenLinks. Die is volgens mij niet aangepast. Wie is tegen die motie, tegen de begroting smarter? Iedereen is voor, daarmee is die aangenomen. Dan kom ik bij de motie twee van GroenLinks en dat is de binnenstad smarter, daar stond Oldenzaal Promotie en volgens mij naar aanleiding van het gesprek, daar moet dan Stadsnoabers komen te staan. Maar daar heeft het college ook nog een inbreng op geleverd. Dus ik kijk even, wie is voor die motie. Wie is voor de motie? Ik zie … Oh, nou moet ik even echt gaan opletten, dat is en dat is volgens mij zeven, dus dat is een negen. Dan ga ik tellen vier, dat is twee is zes en het CDA is drie, dat is negen. Dan is hij aangenomen, aangenomen.
Dan kom ik bij de motie drie, mosbeton. Wie is voor de motie mosbeton? GroenLinks, daarmee is die verworpen, dan kom ik bij motie vier, GroenLinks, centraal park Ganzenmarkt. Wie is voor die motie? In ieder geval GroenLinks, verder niet. Dan is die verworpen en dan kom ik bij motie vijf van D66, de integrale aanpak wijken. Wie is voor die motie? U mag uiteraard een stemverklaring uitbrengen voordat ik hem in stemming breng. Heel goed, ga uw gang. Mevrouw Oude Engberink: Dank u wel. Wij gaan niet mee met de motie, maar niet omdat we de wijken niet belangrijk vinden, maar omdat de intentie van de motie niet aansluit bij dat wat wij van integraliteit van het college verwachten in de uitvoering van de plannen. Dus wij gaan volledig mee in datgene wat het college gaat doen met de wijken en wij volgen daarin nou, zoals zij dat uitvoeren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nog een stemverklaring, de heer Snijders. De heer Snijders: Ja, ik denk er precies zo over. Ik ga niet mee in de motie, omdat ik vertrouw op het college, de ‘…’.
-50-
De voorzitter: Dank u wel. Dan breng ik de motie in stemming. Wie is voor die motie? D66, integrale wijk. U wilt op uw eigen motie een stemverklaring uitbrengen? Is wel een opmerkelijke, maar ga uw gang. U mag een stemverklaring op uw eigen motie uitbrengen. Mevrouw Ailo-Zaia: Het is niet dat we het college niet vertrouwen, maar ook wij hebben een controlerende taak. De voorzitter: Oké, ik breng hem in stemming. Volgens mij alleen D66. Constateer ik dat juist, dus wie is voor? Dan is die verworpen. Oké. 6. Rapport Binnenstadsplan van de Rekenkamercommissie Noordoost-Twente De voorzitter: Dan ga ik met gezwinde spoed door naar het volgende agendapunt en dat is een onderwerp wat aan een aantal keren zonet aan de orde is gekomen. Dat betreft het rapport binnenstadsplan van de rekenkamercommissie noordoost Twente. Als ik nog uw aandacht mag. Ik hoop dat we het bij één termijn kunnen houden en ik begin bij de Partij van de Arbeid. En laten we, u mag het vanaf die plek. Doe het maar vanaf die plek, dan gaan we een beetje tempo maken. De heer Lulofs. De heer Lulofs: Ja, voorzitter, dank u wel. De fractie van de PvdA Oldenzaal is blij met een goed functionerende rekenkamercommissie. Deze commissie trekt na een gedegen onderzoek conclusies waar we als raad van de gemeente Oldenzaal iets mee kunnen.
Nu heeft het onderzoek zich toegespitst op de ontwikkelingen in de binnenstad van Oldenzaal en de invloed van de verschillende partners op het gehele proces. Er is gekeken naar de verwachtingen en het uiteindelijke resultaat. In zes heldere conclusies geeft de rekenkamer aan wat feitelijk nog niet is bereikt. Daarnaast voorziet men ons van aanbevelingen om het in de toekomst beter te doen. Aanbevelingen die niet alleen gelden voor de raad, maar ook voor het college. Het zijn aanbevelingen die feitelijk resulteren in een format voor meerdere besluiten die we hier nemen. Denk aan bijvoorbeeld de besteding van de gevormde reserves voor het cultuurhistorisch initiatief, duurzaamheid en binnenstad en vastgoed. We moeten duidelijker de kaders formuleren, zo houden we elkaar scherp en voorkomen we dat we onze eigen teleurstelling organiseren. We mogen de heer Lohuis en zijn leren van de rekenkamercommissie en de onderzoekers danken voor hun analyse en advies. Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de volgende in de rij en ik had genoteerd staan de VVD. Volgens mij de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Ja, dank u, voorzitter. Ik was nog niet helemaal voorbereid. Voorzitter, ik had geschreven, ik sta hier, maar dat moet ik toch wijzigen in, ik zit hier, met gemengde gevoelens.
Allereerst ben ik blij dat wij een rapport hebben liggen van de rekenkamer noordoost Twente. Een instantie als deze helpt ons als raadsleden allemaal beter onze controlerende taak uit kunnen voeren. Bovendien gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat na mijn afstuderen de lol van het uitvoeren van een onderzoek er toch enigszins wel vanaf is. Na een recente verhoging van de bijdrage, heeft mijn fractie er goede hoop op dat er de komende jaren nog veel mooie rapporten mogen verschijnen. Waar ik aan de ene kant verheugd ben met het rapport, is er aan de andere kant toch een beetje een unheimisch gevoel. Dit komt enerzijds door de inhoud van het rapport zelf, anderzijds komt ook voort uit onze rol als raad. De conclusies van het rapport liegen er namelijk niet om. Er is veel onduidelijkheid in de samenwerking. Er zijn vele plannen waarvan niemand weet welke leidend is en ga zo maar door. Tegelijkertijd zijn wij als Oldenzaals VVD, net als in de audit commissie, redelijk -51-
kritisch op het rapport wat er voorligt. Een deel van de verwarring en onduidelijkheid lijkt voort te komen uit het feit dat er door ons als raad vastgestelde plannen en extern vastgestelde doelen en ambitie plannen door elkaar gehaald worden. Dit zorgt al met al voor een sterk vertroebelend en soms verwarrend beeld, waarbij een ieders rol en bijdrage ook nog erg onduidelijk is. Tijdens de mondelinge toelichting van het rapport, is echter aangegeven dat deze onduidelijkheid niet extern te beproeven was, maar voornamelijk intern lag. Ook betreuren wij dat er geen raadsleden geïnterviewd zijn. Ook wij als raad hebben namelijk een aandeel gehad in de totstandkoming van het vastgestelde plan. Al met al kunnen wij ons niet vinden in de conclusies en logischerwijze de daaruit voorkomende aanbevelingen. Vandaar dat wij een amendement in gaan dienen.
Het amendement luidt, in het besluit waar staat de conclusies uit het eindrapport de binnenstad van Oldenzaal van de rekenkamercommissie noordoost Twente over te nemen en twee, het college de opdracht te geven om uitvoering te geven aan de aanbevelingen uit het eindrapport de binnenstad van Oldenzaal van de rekenkamercommissie noordoost Twente en over de uitvoering daarvan aan de gemeenteraad te rapporteren, te wijzigen in de conclusies uit het eindrapport de binnenstad van Oldenzaal van de rekenkamercommissie noord oost Twente ter kennisgeving aan te nemen en onder punt twee, het college kennis te laten nemen van de aanbeveling uit het eindrapport de binnenstad van Oldenzaal van de rekenkamercommissie noordoost Twente en over de uitvoering van de aanbevelingen tijdens de gebruikelijke momenten aan de gemeenteraad te rapporteren. Echter, naast deze wijzigingen moeten wij onszelf ook als de raad in de spiegel aankijken. We zitten hier namelijk om afwegingen te maken over de verdeling van maatschappelijke middelen. Dit doen wij mede door onze kaderstellende en daaruit voortvloeiende controlerende taak. In onze ogen zou de verantwoordelijkheid van zowel het opstellen als de uitvoer van het plan bij Stadsnoabers moeten liggen. Wat ons bevreemd, dat deze partij totaal niet in de conclusies genoemd en betrokken wordt.
Wij moeten die partij het vertrouwen en aanzien geven dat zij de centrale partij zijn. Uiteindelijk is het dan ook aan ons als raad om hier middelen beschikbaar voor te stellen en kaders waarbinnen er geopereerd mag worden. Aan deze kaders kunnen wij best doelstellingen verbinden die wij naar onze, en hoogstwaarschijnlijk ook de heer Snijders voorkeur, smart gaan formuleren. En als we dan toch in dezelfde flexi modus zitten, dan is het eigenlijk ook wel bijzonder dat wij enerzijds van een partner verwachten dat er resultaten behaald worden, zonder dat we er daadwerkelijk middelen voor beschikbaar gaan stellen. Ondanks herhaaldelijke oproepen van onze zijde, heeft het tot vanavond pas geduurd dat wij middelen beschikbaar gaan stellen die er daadwerkelijk voor kunnen zorgen dat de Oldenzaalse binnenstad een stukje vitaler wordt. Dit is typisch een gevalletje van put your money where your mouth is, beter bekend als geen woorden, maar daden, of in het ABT, algemeen beschaafd Twents, dan ga ik het toch proberen: niet kakelen maar eieren leggen, is de kunst. Dus het is aan onszelf als raad en niet aan het college, om de handschoen op te pakken en aan te geven hoe wij de samenwerking voor ons zien en welke doelstellingen en kaders daarbij horen. Het rapporteren en bespreken tijdens bijvoorbeeld een kwartaalsessie, is daar in onze ogen een perfect moment voor.
De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar SO, de heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. Met belangstelling hebben wij de conclusies en aanbevelingen in het rapport gelezen. We lezen een aantal aanbevelingen en conclusies. En inderdaad, zoals de PvdA zei, die liegen er niet om. Blij zijn we met zo’n mooi instrument als de rekenkamer waarbij er scherpte wordt aangebracht en alertheid wordt aangewakkerd. Je vraagt je inderdaad tegelijkertijd wel af of we als raad hierbij geen steken hebben laten vallen en of we zelf ook tot deze conclusie hadden kunnen komen. Maar de realiteit is ook dat het niet altijd zo wordt uitgediept als dat een onafhankelijke rekenkamer dat doet. We kunnen inhoudelijk ver tot op de details ingaan, maar de eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat het raadsvoorstel en besluit dat voorligt, wat ons betreft alle zorgen en verbeterpunten duidelijk ondervangt en we geven het college dan ook de kans om na dit besluit aan -52-
de slag te gaan met de aanbevelingen en opdrachten die we als raad zelf meegeven. Maar één ding moet ons wel van het hart, we betreuren het dat het college in reactie op het rapport van de rekenkamer niet wenst in te gaan op de inhoudelijke conclusies en het laat bij enkele bevindingen. Het college betoogt daarbij dat het, gelet op haar rol, dit niet wenst te doen. Maar nu komt het, de rol van de gemeente bij de ontwikkeling in de binnenstad is dus onvoldoende duidelijk, zo concludeert de rekenkamer. Daarnaast bevreemd de rekenkamer het ook dat het college dit statement maakt. Oké, goed, het college mag deze afweging maken en met zo'n reactie komen, maar wat zijn de gevolgen voor ons als raad? We komen nu niet te weten hoe het college aankijkt tegen de inhoudelijke conclusies en die heb ik net ook niet van de VVD gehoord. Is het college het ermee eens of niet? We weten het niet. En ook al is het college het er niet mee eens, het zou voor onze raad zeer goed zijn als we het ook weten en ook kennisnemen van hun visie, zodat we betrokken raken in het denk- en afwegingsproces van het college. Alleen dan kunnen we onze controlerende taken naar behoren uitvoeren, maar ook kunnen we dan vanuit het wederkerigheidsprincipes kaders stellen en bijsturen tijdens de kwartaalsessies, programmabegroting of de kadernota.
Ook wordt daarmee onze raad beter in positie gebracht en daarom komen we met volgende amendement, in het besluit dat voorligt toe te voegen het college opdracht te geven de raad een inhoudelijke reactie te geven op de inhoudelijke conclusies van de rekenkamer middels een raadsinfobrief. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat de heer Mekelenkamp nog een interruptie wil plaatsen. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Ja, dank u wel, voorzitter. De heer Bouwman vroeg mij namelijk naar onze mening over de conclusies van het rapport. Volgens mij ben ik daar redelijk expliciet in geweest. Ik citeer uit eigen werk: wij kunnen ons totaal niet vinden in de conclusies en de daaruit volgende voorkomende aanbevelingen. De voorzitter: De heer Bouwman tot slot en dan ga ik over naar de volgende. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dat had ik ook gehoord, maar ik hoor niet echt een argumentatie waarom de VVD het er niet mee eens is. De voorzitter: Ik nog even of de heer Mekelenkamp daar nog op wil reageren en dan ga ik door. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Zonder al te diep op de inhoud in te gaan, dat bespreek ik liever met de heer Bouwman nadertijd. Wij voorzien er te weinig samenhang in de juiste afweging van wat zijn vastgestelde plannen, waar zijn niet vastgestelde plannen c.q. wat is aangenomen beleid en niet aangenomen beleid.
En op basis daarvan conclusies trekken, van losse flodders, dat lijkt ons niet verstandig. De voorzitter: Nog een laatste keer en dan ga ik echt over naar de volgende. De heer Bouwman nog. De heer Bouwman: Ja, dank u wel voor de beantwoording. Ja, het bevreemdt me een beetje dat we dit na de raadsvergadering verder moeten uitdiepen. Volgens mij zitten we hier om het met elkaar te kunnen bespreken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga door, dan kom ik bij de heer Snijders. De heer Snijders: Ik kan kort zijn, we hebben onze mening in een motie gevat en die is aangenomen.
-53-
De voorzitter: Dan ga ik naar D66, mevrouw Ailo-Zaia. Mevrouw Ailo-Zaia: Ja, voorzitter, voor ons ligt een interessant stuk op tafel, het rapport van de rekenkamercommissie betreffende de binnenstad. Het vraagt raad en college kritisch naar zichzelf te kijken en het is mooi dat we adviezen krijgen van de rekenkamercommissie en aangewezen worden op onze verantwoordelijkheid. We hebben eigenlijk huiswerk meegekregen en D66 is van mening dat dit huiswerk voor zowel raad als college serieus opgepakt moet worden. Het verwachtingsmanagement tussen raad en college blijkt niet helder. En ik hoorde net ook een collega hetzelfde zeggen. Is het college dit met ons eens? Onzes inziens moet de raad meer de regie oppakken als het gaat om kaderstelling en vaker kritische noten benoemen bij controlemomenten, zoals nu. Alleen zo kunnen we het beter maken voor onze inwoners. In het besluit lezen wij dat het college de conclusies van de rekenkamercommissie wil overnemen, maar we lezen niet terug wanneer de raad hierover bijgepraat wordt. De raad moet waakzaam blijven door meer gebruik te maken van deadlines, anders verzanden we bij verschillende onderwerpen zodra ze van beleid naar uitvoering gaan. Ik meen me dat te herinneren dat iets soortgelijks ook door mevrouw Oude Engberink is gezegd vanavond. Graag horen wij van het college wanneer de raad wordt bijgepraat over oplossingsrichtingen.
Als raad moeten we onze kaders beter aan de kaak stellen en daarom komen wij bij agendapunt 6 of 8 met … Nee, dat was dus 7 nu, 7 met een amendement. Nou, waarom? Vooraf goede kaders, dat is nu achteraf helaas, maar dat hoort er wel bij. Vooraf goede kades opstellen, zorgt in het latere proces voor minder problemen. De logica is ver te zoeken als we besluiten meer geld uit te geven aan de binnenstad, terwijl we om minder controle vragen dan. Dat is eigenlijk nu gaande. Dan blijven we dezelfde fout maken. Doel moet geen budget zijn, maar het doel moet zijn wat je uiteindelijk wilt waarnemen of krijgen als inwoner. Is het college het hier ook mee eens? Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dat gaan we zo meteen horen in de eerste termijn van het college. Dan kom ik bij de WG, mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink: Dank u wel, voorzitter. Tijdens de bijeenkomst van de auditcommissie, op 7 februari, heeft de rekenkamercommissie een toelichting gegeven over het tot stand komen van het rapport, de binnenstad van Oldenzaal. En na de toelichting is gesproken over de conclusies en aanbevelingen en over de rol die de raad en het college hierin hebben. Wij danken de rekenkamercommissie nogmaals voor het rapport, de scherpe conclusies en de erg nuttige aanbevelingen. Het is nu zaak om deze om te zetten naar acties, want de inhoud van het rapport liegt er niet.
Er schort toch wel het een en ander aan de samenwerking tussen gemeente en de binnenstadspartners. En zoals ook in het verslag van de auditcommissie staat opgetekend, het rapport vinden we erg confronterend. En dan nog iets ongenuanceerder, de commissie geeft ons er aardig van langs. We krijgen er genadeloos van langs en dat klopt. Eigenlijk worstelen we al jaren met de aanpak van onze binnenstad. We komen ook van ver. Waar we een aantal jaren geleden in De Bond nog vijf of zes presentaties van evenzoveel verschillende belangengroepen kregen over onze binnenstad, kunnen we nu constateren dat er steeds meer eenheid is. Het gezamenlijk belang wordt steeds meer gezien, er wordt ook over grenzen heen gekeken. Dat was wel eens anders. Natuurlijk mag en moet er naar de gemeente worden gekeken. We zijn immers een van die partners. En dan even tussendoor een definitie van partner. Een partner is iemand met wie men een relatie heeft en met wie men het leven deelt. Dat zegt eigenlijk alles. Te veel is er de vorige jaren naast elkaar gewerkt in plaats van met elkaar. Op papier hebben we veel prachtige mooie plannen en woorden. Toverwoord is dan wel bruisend, een bruisende binnenstad. Daar zijn we het allemaal wel over eens, maar dan stokt het.
Een van de conclusies is dat we wel stappen zetten in de samenwerking, maar dat deze nog niet gestoeld is op een duidelijke gezamenlijke ambitie voor de -54-
binnenstad, uitgewerkt in doelen en acties. Deze conclusie geeft wel aan wat ons uitgangspunt is. Door nu aan de slag te gaan, kunnen we het eigenlijk alleen nog maar beter doen. Laten we de conclusie van een rekenkamercommissie positief oppakken. Laten we het zien als een signaal om meer dan ooit met elkaar, in plaats van naast elkaar, te werken. Als WG Oldenzaal hebben we de oproep bijvoorbeeld al gedaan om de handhavers naast de ondernemers te zetten. Samen koffiedrinken en samen met elkaar in gesprek gaan. Dan ontstaat begrip en van daaruit ontstaan de mooiste dingen. WG Oldenzaal stemt in met het voorstel om de conclusies over te nemen. We gaan zo meteen nog wel even kijken van hoe het college reageert op het amendement van de VVD, want daar zijn we heel erg van gecharmeerd en dan zou het niet zijn conclusies overnemen, maar het ter kennisgeving aannemen. En het college opdracht te geven om de aanbevelingen op te pakken. Dat is ook even aan de hand van als reactie op het amendement, hoe we daar nog op gaan reageren. Wel hebben we het voor het college nog twee vragen, welke tijdsplanning past u toe om aan dit besluit uitvoering te geven en hoe gaat u alle stakeholders uit de binnenstad betrekken bij het op pakken van de aanbevelingen? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Vanuit het CDA volgens mij aangegeven conform, dus dan kom ik bij het college.
Het mag vanaf de plek, hoor. Als dat voor de anderen geldt, geldt dat ook voor u. Nee, u mag vanaf die plek. Mevrouw Zinkweg: Heel fijn, dank u wel. Allereerst, denk ik, goed als college, want daar werd ook al even naar gevraagd van waarom hebben wij nou niet nog een verder inhoudelijke reactie gegeven? Wij hebben natuurlijk interviews gehad, die zijn zowel ambtelijk als ook bestuurlijk geweest en daarbij hebben we aangegeven hoe onze kijk erop is. Vervolgens heeft dat vertaald in het rapport zoals het voorligt. Die hebben wij ontvangen, daar hebben wij ambtelijk op gereageerd, maar er is zo goed als niets met onze opmerkingen gedaan en wat we vooral terug hebben gegeven is dat er best wel veel verwarring ontstond doordat er plannen in opgenomen stonden die niet eens door het college, maar ook niet door u als raad zijn vastgesteld. Dat zijn plannen die onder andere onze partner Oldenzaal Promotie heeft gemaakt. Dat zijn plannen die de directeur bestuurder van Oldenzaal Promotie heeft voor onze binnenstad. Die die ook al wel eens heeft gedeeld met u als raad, maar waar geen besluit op is genomen. Dus dat is heel erg fijn dat hij die plannen heeft en dat is misschien ook wel een hele mooie basis geweest voor dat waar we nu staan en waar we zojuist akkoord op hebben gegeven, op de middelen die daarvoor beschikbaar worden gesteld.
Maar dat is niet daar waar we de afgelopen jaren mee bezig zijn geweest en dat maakt het rapport voor ons wat verwarrend en dat maakt ook voor ons de reactie zoals we die hebben gegeven bestuurlijk. Dus dat we niet daar nog verder inhoudelijk op in willen gaan, omdat we dat hebben gedaan en daar is niks mee gedaan, dus dan kunnen we dat weer opnieuw doen in een bestuurlijke reactie, maar dan zijn we veel aan het schrijven voor niks. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. De rekenkamer is een instrument van de raad en op het moment als er een ambtelijke reactie wordt gegeven, die wordt niet in het rapport verwerkt, dus het zou voor ons als raad juist heel goed zijn als wij ook die reactie dan in een bestuurlijke vorm terugkijken, zodat wij meegenomen worden in het hele proces hoe dit rapport is opgebouwd. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Zinkweg: Het is uiteindelijk aan de rekenkamercommissie, dat is de partij die dit voor u maakt, om te bepalen wat hij opneemt in het rapport of niet. Dus dat is dan iets waar u met de -55-
rekenkamer over moet spreken en volgens mij niet met mij als bestuurder of niet met mij als collegelid. Dus dit is in ieder geval de reden waarom wij niet nogmaals daar die reactie op hebben gegeven, maar desondanks vinden we wel dat er gewoon heel mooie aanbevelingen in staan. Er zijn een aantal conclusies die we eigenlijk zelf ook al hadden getrokken, want wij hebben ook gemerkt dat de afgelopen jaren er best wel wat dingen nog niet top liepen als je kijkt naar de samenwerking en daar hadden we voor onszelf ook al een evaluatie uitgevoerd en daar hebben we ook al een aantal stappen in gezet, waaronder de vernieuwde aanpak binnen Stadsnoabers met meerdere partijen daarin. Dus daar waren we al mee aan de slag en dus volgens mij een heel mooie extra aanmoediging met de aanbevelingen die er nu liggen om daarmee verder te gaan. Ik ga … De voorzitter: Wethouder. Ja, ik zag een interruptie van de heer Visscher. De heer Visscher: Misschien een heel praktische vraag, aansluitend op wat de heer Bouwman vraag: kunnen wij niet gewoon de ambtelijke reactie die aan de rekenkamer gestuurd is door het college, niet gewoon ontvangen? Desnoods als een vertrouwelijk stuk waar we verder niets mee mogen, maar dat we in ieder geval wel weten wat daarin staat. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Zinkweg: Ik ben daar wat voorzichtig in, om dat nu wel of niet toe te gaan zeggen.
Ik vraag me ook af wat u daar verder nog meer zou willen. Ik bedoel, dit is het rapport, hier gaat u uiteindelijk over. Ik heb meerdere mensen horen zeggen dat ze het een hartstikke mooi rapport vinden met de aanbevelingen. Dus ik wil dat best wel navragen of dat akkoord is, maar ik vind dat ik dat dan wel zuiver moet houden en dat ik dat dan zowel bij de ambtelijke opsteller van die reactie moet vragen als ook bij de rekenkamercommissie, want het is aan hen geweest om te bepalen of dat wel of niet opgenomen moest worden. En dan wilt u misschien ook weer weten waarom zij dat dat niet hebben opgenomen, dus zo blijven we aan het werk. We kunnen nu ook verder. Maar ik, wat ik al zeg, ik wil het best afstemmen met de partij, dus ook richting de heer Bouwman. Even kijken, dan de WG. Nou, u gaf ook aan, het schort ook wel soms aan de samenwerking met partners. Nou ja, eigenlijk wat ik ook al zei, er is gewoon heel veel geschiedenis de afgelopen jaren ‘…’ daar hebben we het veel over, maar we moeten kijken naar de toekomst en volgens mij hebben we nu al heel veel stappen gezet. Worden nog wel een aantal punten benoemd waar we net ook al … Daar waar u net ook al een motie voor heeft aangenomen, namelijk het smarter maken van de doelstellingen, die vind ik wel erg belangrijk.
Maar wat ik wat ik bij de aanbeveling één nog wel terug wil koppelen, en daar heb ik gewoon wel wat moeite mee, is dat daar er opgenomen dat u als raad de opdracht geeft aan het college om te komen tot een goede agenda met ambities, doelen en acties. Daarbij zou ik ook graag uzelf een opdracht terug willen geven, want u bent degene die volgens mij moet formuleren wat de doelen zijn en die kaders meegeven. Dus u kunt wel zeggen ja, college, ga daar maar mee aan de slag met de partners en doe dat maar, maar u moet, volgens mij, aangeven wat u wilt bereiken en ik denk dat daardoor die sessie om het smarter te maken echt nodig is. Dus die aanbeveling één, daar kunnen we als … Daar hebben we als college toch wel moeite mee. De overige aanbevelingen zijn volgens mij zeer zinvol en daar willen we zeker mee aan de slag. Mara aanbeveling één vinden wij niet passen. Ik kan daarom ook aangeven dat we als college het amendement van de VVD, dat we die eigenlijk wel, dat we daar wel mee kunnen leven. Ik ga natuurlijk er niet over wat u als raad, hoe u het wil aannemen, daar gaat u zelf over, dus daar kan ik niet zoveel over zeggen. Maar het er kennisneming aan te laten nemen van de aanbevelingen door het college, die wil ik zeker omarmen.
En daarbij dus kan ik ook aangeven dat we op het amendement van Solidair Oldenzaal, dat wij die ontraden omdat als we opnieuw weer aan de slag moeten met een reactie formuleren in de raadsinfobrief, dan zijn we, volgens mij, bezig met dingen uit het verleden terwijl we naar de toekomst -56-
toe aan de slag moeten en niet zoveel meer met het verleden, want dan komen we ook geen stap verder. De voorzitter: Ik zie twee vingers. Ik zie eerst mevrouw Ailo-Zaia en dan ga ik naar de heer Bouwman. Nogmaals, we zijn inmiddels over half elf. Ik probeer echt de avond vanavond af te, dus de agenda, bedoel ik, af te maken, maar dan heb ik u allemaal wel nodig en anders dan wordt het echt één uur. Mevrouw Ailo-Zaia. Mevrouw Ailo-Zaia: Eén vraag, u ontraadt het amendement van SO. Tegelijkertijd geeft u aan dat wij als raad ook een heel belangrijke taak hebben in die ambities en in die doelen en de hele mikmak. Helemaal mee eens, maar hoe doen we dat met dat andere amendement dan? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Zinkweg: We kunnen nog steeds bezig want ja, één amendement ontraad ik, maar dat is ook omdat ik zeg ja, ik wil liever niet meer te veel met allerlei verklaringen geven over het verleden. Ik wil bezig met de toekomst en er staan een aantal aanbevelingen in die ik zeker belangrijk vind om daar met u over te hebben. Daar is 1 er ook één van, aanbeveling 1, maar dat moet u niet alleen maar bij het college neerleggen. Dit moeten we samendoen.
Dus daarom zeg ik dat graag, wil ik graag samendoen met u om te kijken, wat worden dan die die doelstellingen en die acties en daarvan is ook weer de vraag of u dan ook alle acties moet gaan vaststellen of dat u daar ook wat ruimte laat, juist bij de Stadsnoabers. Want dat is ook wat we met elkaar hebben afgesproken. De voorzitter: Dan had ik de heer Bouwman nog beloofd. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. Ja, u geeft aan ik wil niet in meer in het verleden kijken en gericht op de toekomst. Maar ja, de conclusies, zijn we het, volgens mij, allemaal eens, die liegen er niet om. En ik vind het dan wel een makkelijke reactie om dan maar dit achter ons te laten naar de toekomst te kijken. En u geeft net mondeling al aan dat u een hele hoop conclusies al zelf onderschrijft. Dus ja, volgens mij is een beantwoording richting de raad daarin, volgens mij, niet een heel moeilijke opgave. De voorzitter: Tot slot de wethouder bij dit punt. Mevrouw Zinkweg: Daarbij heb ik in de auditcommissie aangegeven dat ik u graag wil meenemen wat we met deze aanbevelingen doen bij de halfjaar sessies binnenstad. Dus het is niet zo dat we als college hiervoor weg willen lopen. Zoals ik al aangeef, vind ik het echt wel een mooie aanbeveling en ben ik ook met een aantal zaken, aantal conclusies zeker wel eens. Daar waren we al mee aan de slag, daar willen we ook verder mee.
Maar om daar weer stukken tekst over op te schrijven, ik ga daar graag over met u in gesprek bij de halfjaar sessie. Die staat overigens binnenkort al gepland en daar hebben we ook al een presentatie voor opgesteld. Dus daar komt hij in terug. Maar dat is dus niet weer opnieuw een heel epistel wat we daarvoor op willen stellen, als u daarmee akkoord kan gaan. De voorzitter: Volgens mij bent u daarmee aan ... Ik zie u. Ja. Ik kijk even rond of er nog behoefte is aan een tweede termijn bij de raad. Dat is niet het geval. Dan breng ik allereerst het amendement, even kijken, het zijn er zelfs twee, in stemming en ik kijk even, volgens mij is het amendement van SO als eerste ingediend, dus die doe ik dan als eerste. Die pak ik er nu bij, als dat lukt met het openen. Dat is gelukt. Het amendement van SO om in het besluit een punt 3 toe te voegen. Wie is voor dat amendement? Ik zie in ieder geval D66 en SO. Daarmee is het verworpen. Dan ga ik naar
-57-
het amendement van de VVD en de strekking van dat amendement is, als ik het goed vertaal, om de conclusies over te nemen te veranderen en kennis daarvan te nemen. Daar zijn ook twee punten voor opgenomen om dat te wijzigen. Wie is voor dat amendement? Ik zie in ieder geval de VVD en de WG. Daarmee is het aangenomen. Dan breng ik het geamendeerde voorstel in stemming. Wie is voor … Nee, wie is tegen het geamendeerde voorstel? Ik zie in ieder geval de Partij van de Arbeid, D66 en SO, daarmee is het geamendeerde voorstel aangenomen. Goed. D(irecte)-voorstellen 9.
Voorstel tot het verlengen van de Gemeente Opvang Oekraïners De voorzitter: Dan ga ik met gezwinde spoed door en dan kom ik bij de direct voorstellen. Dat betreft allereerst het voorstel tot het verlengen van de gemeente opvang Oekraïners. Daar zit een voorstel bij. Wie wil daar het woord over voeren? Dat is niet het geval, dan breng ik het voorstel in stemming. Wie is tegen dat voorstel? Niet het geval, dan is het unaniem aangenomen. Dan ga ik door.
10. Diverse stedenbouwkundige kredieten De voorzitter: Dan kom ik bij de voorstel diverse stedenbouwkundige kredieten. Wie wil daar het woord over voeren? Dat is niet het geval, dan breng ik het in stemming, ook als er geen stemverklaring is, dan is dat nu het moment. Niet het geval. Wie is tegen dit voorstel diverse stedenbouwkundige kredieten? Niet het geval, dan is die unaniem aangenomen. 11. Kosteloze herinneringsaanslag gemeentelijke belastingen Dan ga ik naar de kosteloze herinneringsaanslag gemeentelijke belastingen en volgens mij heeft daar D66 een amendement voorbereid. Dus mevrouw Ailo-Zaia, mag vanaf uw plek. Aan u het woord. Mevrouw Ailo-Zaia: Ja, voorzitter, ik houd het kort. D66 is heel blij met het besluit een kosteloze herinnering te sturen wanneer gemeentelijke belastingen niet op tijd is betaald. We lezen dat wanneer hierna alsnog niet wordt betaald, er alsnog een aanmaning met bijbehorende kosten wordt verstuurd. Het uitblijven van betaling kan het gevolg zijn van onachtzaamheid, maar ook van geldnood en omdat de reden geldnood kan zijn, evenals bij achterlopende betalingen voor water, gas en elektriciteit, stellen wij voor in de herinnering en in de erop volgende aanmaningen op te nemen dat de geadresseerde financieel advies en financiële assistentie kan krijgen middels de bestaande schuldhulpverlening.
En we hebben hiertoe een amendement opgesteld wat we hierbij indienen. Waar staat in het besluit punt 1 en 2 nog punt 3 toe te voegen, in de herinnering en, indien mogelijk, in de latere aanmaning, aan te geven dat mogelijk beroep kan worden gedaan op schuldhulpverlening. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk rond of er nog andere leden van de raad zijn die bij dit voorstel het woord willen voeren. Dat is niet het geval. Een stemverklaring wellicht? Ook niet het geval. Dan breng ik allereerst het amendement van D66 in stemming. Ja, uiteraard mag dat. Ja, u begrijpt, ik wil tempo maken. Nee, maar u heeft volkomen gelijk. Ja, wethouder, ga uw gang. Mevrouw Zinkweg: Nou, ik heb het al even kort nagevraagd vanmiddag toen ik hem zag, of dat ook mogelijk is, want GB Twente die verzorgt dat voor ons en dat is sowieso al hun bedoeling om daar te verwijzen naar schuldhulpverlening, dus eigenlijk is hij wat overbodig. Maar als u daartoe oproept, dan zullen we dat opnieuw bij hen onder de aandacht brengen. Maar het is mogelijk.
-58-
De voorzitter: Ik kijk even naar D66, wat u doet. Brengt u het in stemming of bent u blij met de toezegging van het college? D66. Mevrouw Ailo-Zaia: Ik laat hem zekerheidshalve staan zodat het dan straks ook echt goed bekeken wordt. De voorzitter: Oké. Dan breng ik het amendement in stemming. Wie is tegen dit amendement? Tegen de VVD, de rest akkoord. Dan is het amendement aangenomen. Dan breng ik het geamendeerde voorstel in stemming. Pak ik dat er nog snel bij. Dat betreft dus het versturen van de kosteloze herinnering aanslag. Dat is dus een besluit nu een derde punt aan toegevoegd. Wie is tegen dit geamendeerde voorstel? Unaniem voor. Dan is het aangenomen. 12. Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 De voorzitter: Dan ga ik naar, even zien, de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Daar is, volgens mij, geen amendement of motie. Wie wil het woord voeren bij agendapunt 12, verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023? Niemand. Stemverklaring ook niet. Dan breng ik het voorstel zelf in stemming. Wie is tegen dit voorstel verordening kwijtschelding gemeentelijke belasting 2023? Niet het geval, dan is het unaniem aangenomen. 13. Moties vreemd De voorzitter: Daarmee kom ik bij het laatste onderwerp en dat betreft een tweetal moties vreemd.
Allereerst de motie die ook al eerder rond is gegaan en dat betreft de motie financiële hulp in het aardbevingsrampgebied Turkije Syrië. Ik weet niet of er nog behoefte is om daar nog een toelichting op te geven. De heer Lulofs, mag vanaf uw plek, de heer Lulofs. De heer Lulofs: Ik zal het heel kort doen. De gemeenteraad heeft kort na de verschrikkelijke aardbeving, die met name Turkije en Syrië heeft getroffen en waarbij talloze slachtoffers zijn gevallen en gebouwen verwoest, besloten om een financiële gift van één euro per inwoner bij te dragen aan de hulp van de getroffen regio. Om dit besluit te bekrachtigen, wordt vanavond deze motie in stemming gebracht. Het geld is inmiddels beschikbaar gesteld aan de lokale organisaties in Oldenzaal met connecties in het getroffen gebied. De organisatie heeft ervoor gekozen om het geld te besteden aan Sheltersuits. Deze Sheltersuits zijn inmiddels geleverd en we hopen dat we hiermee het leed een klein beetje hebben kunnen verlichten. En dan het dictum: we roepen het college op per inwoner van Oldenzaal één euro beschikbaar te stellen ten laste van de post onvoorzien voor het regelen van hulp in het rampgebied, deze hulp te organiseren via lokale organisaties in Oldenzaal en deze lokale organisaties te laten beslissen waar het geld het hardst nodig is. De voorzitter: Dank u wel.
Ik kijk even rond of er vanuit andere fracties, leden van de raad. Dat is niet het geval. Stemverklaring wellicht? Ook niet. Dan breng ik het voorstel of eigenlijk de motie vreemd in stemming. Wie is tegen deze motie? Dat is niet het geval, dan is die unaniem aangenomen. Daarmee kom ik bij de laatste motie van vanavond en dat is een motie van het CDA, gaat over zorg, over ontwikkelingen op het spoor en ik kijk even wie ik het woord namens het CDA, dat is mevrouw Seijger, mag vanaf die plek. Ga uw gang. Mevrouw Seijger: Dank u, voorzitter. Toelichting op de motie. Namens het CDA en de WG wil ik graag een toelichting geven op de ingediende motie. Van beide partijen heeft het college vragen ontvangen met betrekking tot het toenemende goederenvervoer. Door het college is hier positief op
-59-
gereageerd, echter voor ons onvoldoende. Onze zorgen zijn niet weggenomen gezien de impact die dit heeft op de leefomgeving van Oldenzaalse bewoners, onder andere de bewoners van de Haarstraat, die mogelijk wel of geen schermen hebben, dat laat ik dan nu in het midden. Maar waarschijnlijk zijn er nog wel meer voorzieningen nodig dicht bij het spoor wonende Oldenzalers. De verwachte toename van het goederenvervoer loopt op van 7500 naar 13400 tot 17000 treinen door Oldenzaal in 2030. Dat kan dus al over zeven jaar zijn. Bovendien kunnen wij ervan op aan dat Oldenzaal nog veel hinder van het goederenvervoer zal ondervinden nu de plannen van de noordtak zijn uitgesteld en de nieuwe weg over het water er morgen nog niet ligt. Roept daarom het college op als eerste uiterlijk de eerste helft van dit jaar 2023 als dan niet in regionaal verband een informatiebijeenkomst te organiseren voor de inwoners van Oldenzaal en omgeving, politici en andere belangstellenden met alle relevante betrokken partijen die een rol hebben ten aanzien van het spoor, denk aan het ministerie, provincie, ProRail, Euregio, vervoerders, Duitse spoorbeheerders, et cetera. De primaire doelstelling is maximale openheid te geven over de huidige stand van zaken en de toekomstige ontwikkelingen op het spoor en de impact voor de stad Oldenzaal.
Wie handhaaft deze? Wat is de verwachting voor de toekomst? Om welke stoffen gaat het? Het aantal incidenten, wat is de huidige stand van zaken van deze plannen? Hoe zit het met de aansluiting in Duitsland? Mogelijkheid tot het stellen van vragen, het gezamenlijke karakter vanuit de regio. Waar liggen onze kansen en waar moet het beter? Punt twee, na deze bijeenkomst dit periodiek te herhalen om het spoor thema ook in de toekomst zichtbaar, actueel en op de agenda te houden. Punt drie, actief te onderzoeken op welke wijze Oldenzaal en de regio een beroep kan doen op het beschikbare budget, 90 miljoen, wat er is. Bijvoorbeeld ten behoefte aan het realiseren van geluidswal of aanbrengen van andere geluidswerende maatregelen voor de bestaande bebouwing. Punt vier, actief de regio te mobiliseren en te verenigen om vanuit stevige gezamenlijke stem richting stakeholders in Den Haag en andere betrokkenen te acteren en waar nodig stelling te nemen. De motie wordt ingebracht namens WG en het CDA Oldenzaal. Ik dank u. De voorzitter: Dank u wel. Ik constateer wel dat de motie, die is opgeladen in NotuBox, een andere is dan u net heeft voorgelezen en dat betreft met name punt twee, drie en vier van het besluit, want die zie ik in de motie die voor mij ligt in ieder geval niet terug.
Dus u heeft een iets andere motie, dat is natuurlijk uw goed recht, maar dan brengt u dus de motie die u net heeft toegelicht en heeft beschreven, in stemming en niet de motie die voorligt. Constateer ik dat juist? Mevrouw Seijger: Nou, ik heb problemen gehad vanwege dat ik niet in NotuBox kon en dat de stukken weg waren. Dus ergens zal er dan iets misgegaan zijn, denk ik. De voorzitter: Nou ja, maar volgens mij hebben we er allemaal kennis van kunnen nemen. Het kan zijn dat het college wel wat in verwarring is hoe ze nu moet reageren, maar dat merken we dan zo dadelijk wel in de reactie van het college. Maar ik constateer in ieder geval dat de motie die is opgeladen een andere is dan die u net heeft toegelicht en daar kan ik het nu ook alleen maar bij laten. Ik kijk even rond of er vanuit andere fracties raadsleden nog behoefte is. Dat is het geval. Ik wil ook met alle plezier eerst het college de gelegenheid geven. Maar ik kijk even wat voor u het beste werkt. Ik kijk eerst naar de heer Nijland. De heer Nijland: Voorzitter, dank. Het CDA gaf bij monde van mevrouw Seijger de beraadslagingen weer voor het indienen van deze motie. Nogmaals, wij hebben ons ook gebaseerd op de motie zoals die voor ons ligt.
Dus even los daarvan, kijkende naar de antwoorden die vanuit het huis op 7 februari nog naar de WG zijn gestuurd, vragen wij ons af wat de toegevoegde waarde is ten eerste om nu alsnog deze motie in te dienen. In eerste instantie ziet die er sympathiek uit, in tweede instantie ambitieus om het, met twee haakjes, als ik zie welke partijen er allemaal moeten worden uitgenodigd -60-
en ik denk het Q2 dat zou wel sowieso moeten worden geschrapt, willen we überhaupt meegaan in deze motie. Maar de vraag concreet is, wat is de toegevoegde waarde voor u om deze motie in te dienen, kijkende naar de, in onze ogen, heel duidelijke en transparante antwoorden die door het huis op 7 februari zijn verstrekt richting WG. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond vanuit de WG, mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink: Dank u wel. Nou, het is niet alleen dat mevrouw Seijger hierop hoeft te antwoorden, denk ik, want de motie wordt ook namens ons hier ter tafel gebracht. Allereerst, de motie is inderdaad niet juist opgeladen in NotuBox, maar de fractievoorzitters hebben de motie van mevrouw Seijger wel al eerder ontvangen, dus wellicht dat er dan in de doorzending van de fractievoorzitters iets niet helemaal goed is gegaan, want ik heb hem namelijk wel ontvangen in een collectieve mail. En dan nog even over Q2, u geeft aan dat Q2 mogelijk wat kort op dit moment is, omdat de brief ook al is beantwoord. Nou, wij hebben zelf die brief gestuurd en het antwoord is ook in eerste instantie aan ons gericht.
Er staat inderdaad op de vragen beantwoord dat er een positieve reactie komt van het college om na te denken van nou, hoe zou je dan met dat soort informatiebijeenkomsten om moeten gaan? Maar er wordt geen deadline gesteld en wij vinden dat de informatie die afgelopen jaar na de bijeenkomst van de heer Roderick Thole is gegeven hier in het Stadhuishal. Er zijn al zoveel meer nieuwe informatie en data et cetera voorbijgekomen dat wij het wel gerechtvaardigd vinden om de inwoners nu wel weer in Q2 een bijeenkomst te laten organiseren. En de, nou ja, het wordt nu ook aangegeven van nou, welke partijen daarbij moeten zijn. Er staat natuurlijk niet aangeven in welke vorm dat dat moet zijn. We zouden kunnen denken bijvoorbeeld aan een informatiemarkt of is iets dergelijks, maar er zijn op dit moment zo ontzettend veel stakeholders en partijen betrokken die allerlei ontwikkelingen rondom het spoor te melden hebben, dat het goed is om integraal aan de inwoners toe te laten komen. De voorzitter: Nee, ik zie iedereen wel, maar ik heb de heer Lulofs als volgende in. Vanuit de VVD heb ik al een reactie. Dus ik kom zo wel bij mevrouw Nevels terug, maar ik ga eerst naar de heer Lulofs. De heer Lulofs: Ja, ik wil even reageren op roept het college op. Er worden een heleboel partijen genoemd.
Ik miste eigenlijk heel belangrijke en dat is onder andere Bad Bentheim, de plaats die hier net een stukje verderop ligt. Die heeft dezelfde problematiek als wat wij hebben. In het verlengde daarvan zijn er nog een paar steden die daar aanliggen. Als de Duitsers nu met elkaar zeggen van we gaan het kwantificeren, we willen niet meer dat we zoveel treinen erlangs hebben, dan hebben we hem gewoon te pakken, want we kunnen ze hier niet bergen. En ik denk dat dat de meest korte weg is naar een goede oplossing voor dit probleem. Dus die wou ik graag meegeven. De voorzitter: Oké. Ik ga gewoon even het rijtje langs. Wie van andere fracties wil nog reageren? Dan geef ik mevrouw Nevels nog de gelegenheid, want zij wilde volgens mij nog … Niet, oké. Dan ga ik naar het college. Het college. Mevrouw Zinkweg: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, die zorgen waar u het over heeft, die zijn niet helemaal weggenomen door de beantwoording. Dat kan ik me heel goed voorstellen, want als gemeente kunnen wij die zorg ook niet wegnemen. Wij zijn namelijk niet verantwoordelijk voor wat er over het spoor gaat hier. We kunnen heel erg ons best doen en dat doen we ook om dat zo goed en zo zorgvuldig mogelijk te laten zijn en ook zo weinig mogelijk, maar wij kunnen niet als gemeente Oldenzaal volledig die zorgen wegnemen.
Dus ik denk dat het goed is om daar ook helder in te zijn, om ook realistisch te zijn daarin en niet te denken dat wij als gemeente Oldenzaal hier alle problemen -61-
weg kunnen nemen. Dan even de motie zelf, want hè, eigenlijk hebben we afgelopen juli een heel mooie bijeenkomst gehad waarbij we hebben gezien dat het in ieder geval voor heel veel inwoners heel duidelijk was wat zijn nou de toekomstige ontwikkelingen? Helpt ons ook weer in het uitleggen wat bijvoorbeeld nu ProRail uitrolt de uitbreiding van het extra perron. Dat hadden de mensen destijds ook al gehoord. Dus bij brieven die we versturen naar omwonenden of die ProRail verstuurt, maar waarbij wij ook meekijken, geven wij ook aan, verwijs even naar die bijeenkomst die we hebben gehad, want dan gaan we mensen weer van oh ja, dat hebben wij toen in die bijeenkomst al gehoord. Dat is dat dus. Dus wij hebben al een positieve ervaring met die bijeenkomst en het was ook zeker ons doel om dat opnieuw weer te gaan doen op het moment dat de nieuwe ontwikkelingen zijn. En ja, we horen regelmatig wat in de pers, dat er ontwikkelingen zijn, maar eigenlijk zijn dat niet per se nieuwe zaken. Het zijn zaken die we dus ook vorig jaar hebben benoemd, alleen is het belangrijk om mensen constant mee te blijven nemen in wat gebeurt er nou? En als er in de pers staat dat er veel extra giftreinen overheen komen, kan ik me ook heel goed voorstellen dat dat wat onrust veroorzaakt. Dus ja, ik heb dus zojuist even de laatste motie of de volledige motie ontvangen, dus dan kan ik daar ook meteen op ingaan.
U roept het college op om uiterlijk in Q2 van dit jaar met een bijeenkomst te komen. Nou, zoals ik al aangaf, hadden we daar al wat plannen voor en we hebben daar met ProRail over gesproken, want we vinden het belangrijk dat ProRail daarbij aanwezig is en ook wellicht het ministerie, als het kan, omdat zij veel meer antwoorden kunnen geven dan dat wij dat kunnen. De verwachting is ook dat dat ja, misschien juni, dus dan hebben we nog net Q2 en anders begin juli zou worden. Dus dat is in ieder geval de intentie van ons. Maar u benoemt hier wel een heleboel partijen en daarvan denken wij dat het eerder onduidelijker wordt, want als we daar Euregio daarbij gaan neerzetten, verschillende vervoerders, Duitse spoorbeheerder, ja, daar hebben wij geen invloed op. Dus die kunnen we daar wel aan tafel zitten, maar, of voor de groep, maar volgens mij gaat dat niet veel helpen. ProRail gaat over wat er over ons spoor gebeurt en het ministerie zal doelen aangeven wat zij willen bereiken. Richting het ministerie worden er ook gesprekken gevoerd van toon eens aan wat het nut en noodzaak is van die toename, hè, waar u zojuist het al over heeft, want wellicht zijn er ook alternatieven. Dus zoals wij er als college naar kijken, is het belangrijk dat we die twee partijen in ieder geval, hè ProRail en ministerie, daar voor de groep zetten.
Dat die een verhaal kunnen doen, eventueel ook samen met de regionale kenners die we hebben vanuit de gemeente. Dus wellicht dat de gemeente Hengelo daar ook een rol in kan spelen. Dat is onze intentie en op die manier zouden we ook … Dat deel van de motie zouden we in mee willen werken. Als u zegt we vinden het belangrijk dat al die partijen erbij zitten, dan zou ik het willen ontraden, want volgens mij krijgen we er niet per se een duidelijker verhaal bij. Dan twee, daar noemt u na deze bijeenkomst het periodiek te herhalen om het ook in de toekomst zichtbaar actueel op de agenda te houden. Zoals het college ook in de brief heeft aangegeven, vinden we belangrijk om informatie te delen met bewoners als het relevant is. Dus als het nodig is om dit periodiek te herhalen, prima, maar ik zou dat niet zo vast willen leggen dat het per se periodiek moet, want als we niks te vertellen is, hoef ik ook niet periodiek een groep mensen bij elkaar te zetten. Dus ook daarbij denk ik, heb dan vertrouwen in wij het gevoel hebben van nou ja, nu hebben we weer wat nieuws te melden, nu is het belangrijk om onze inwoners mee te nemen in wat er gebeurt. Dan zullen wij een informatiebijeenkomst plannen, dat is in ieder geval de gedachte van het college. En anders, als het niet nodig is, hoeft dat niet periodiek.
Dan, even zien, actief onderzoeken op welke wijze Oldenzaal een beroep kan doen op het budget. Ja, dat is zeker ook eentje, er is namelijk een budget van 90 miljoen beschikbaar gesteld om vooral de langere treinen die mogelijk komen, om daar extra maatregelen voor te treffen. Daarvan zou ik … Dat kan ik wel omarmen om dat te gaan onderzoeken hoe we dat als regio gaan doen of Oldenzaal of Euregio. En dan vier, actief de regio te mobiliseren en te verenigen om vanuit een stevige gezamenlijke stem richting stakeholders in Den Haag te acteren en waar nodig stelling te nemen. Ja, dat doen we eigenlijk ook al, dus dat is eigenlijk niet nodig, maar het is volgens mij een goede oproep van u om dat weer opnieuw even onder de aandacht te brengen. Dus dat als reactie op de motie. -62-
De voorzitter: Ik kijk even naar de indieners. Allereerst mevrouw Seijger, of u de motie zoals u net heeft toegelicht en die dus schijnbaar nu zo rondgestuurd, ik ken hem niet, maar ik ga er maar even vanuit dat dat het geval is, nog in stemming wil brengen of dat u genoeg heeft aan de toezegging die de wethouder heeft gedaan. Mevrouw Seijger. Mevrouw Seijger: Voorzitter, mag ik nog een aanvulling doen? Het gaat om 90 miljoen. De voorzitter: En een aanvulling waarop? Mevrouw Seijger: Tien miljoen is al uitgekeerd door in Brabant en die hebben zich allemaal verenigd, vandaar dus ook dat ik de oproep heb gedaan, eenheid maakt macht en dan kun je ook iets bereiken. De staatssecretaris heeft duidelijk tegen mij gezegd, als jullie komen, moet je verenigd zijn en anders hoef je niet te komen. Dat zijn dingen die voor ons heel belangrijk zijn, want de toekomst, die ziet er echt slecht uit over het goederenvervoer en daar maak ik mij echt ernstig zorgen over. Dit kan gewoon niet. De voorzitter: Maar dat, sorry dat ik u in de reden val, maar dat is volgens mij wel duidelijk, maar waar wil u een aanvulling op doen, want dat is mij niet duidelijk. Mevrouw Seijger: Dat Brabant wel de zaken bij elkaar heeft gebracht. De voorzitter: Ook dat is mij duidelijk, maar u zei net van in uw eerste zin: ik wil een aanvulling doen op.
Maar waar wilt u dan een aanvulling op doen? Op de motie of ik bedoel op de motie wilt u een aanvulling doen? Waar wilt u … Mevrouw Seijger: Op de toelichting. De voorzitter: Op de toelichting? Mevrouw Seijger: Ja. Ik heb er nu genoeg over gezegd, ik wilde gewoon verduidelijken. De voorzitter: Maar volgens mij heeft de wethouder net al aangegeven, naar aanleiding van uw punt vier, dat er regionaal echt een lobby, een krachtige lobby gaande is onder aanvoering van de wethouder in Hengelo, om dat te doen. Dat wordt eendrachtig en ongetwijfeld zal daar, want volgens mij zei de wethouder dat net, ook naar dat soort bedragen gekeken worden en natuurlijk, het beste is om dat samen te doen, net zoals Brabant dat, volgens mij, ook doet. Dus volgens mij heeft u daar al een reactie op gekregen van de wethouder. Mevrouw Seijger: Ik wilde dat gewoon even aanvullen, meer niet. De voorzitter: Oké, dat was de aanvulling die u bedoelde. Dan heb ik u niet goed begrepen. Nou snap ik hem. Oké. Ik, mevrouw Oude Engberink en dan wil ik tot een afronding komen. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink: Ja, nu krijgen we, denk ik, een heel verwarrende situatie, want er zijn twee indieners van dezelfde motie en toch hebben wij net iets in detail een andere reactie dan mevrouw Seijger aangeeft.
We hebben de reactie van het college gehoord en wat betreft tot de oproep, onder deel één staan inderdaad heel veel partijen, maar daar staat ook het woord voor, denk aan. Dus wij kunnen ons vinden in de reactie van het college. Maar goed, ik denk dat het ook goed is dat we daar met de collega indiener even naar kijken, dat we dat als handreiking, als suggestie -63-
meegeven om die partijen te betrekken bij de informatiebijeenkomst, maar dat we ook het college vragen daar slimme keuzes in te maken en wat onze partij zei, onderdeel twee, daarin sluiten we wel aan bij het college van dat op het moment dat je iets periodiek wilt bespreken, moet er ook daadwerkelijk concreet iets te bespreken zijn. Daarin zouden wij een tussenoplossing aan willen geven van we handhaven van het periodiek herhalen, maar dan met de toevoeging dat dat wel in overleg met het college plaatsvindt dat het geen bijeenkomst is om het organiseren, maar dat er ook daadwerkelijk iets te melden moet zijn, omdat wij … En dan ook even geloof hebben in onze eigen motie, dat we verwachten dat als we dat periodiek doen en als periodiek jaarlijks is, dat er altijd wel wat te melden valt. De voorzitter: Ja, mevrouw Seijger, zou u uw ‘…’? Dus ik begrijp nu dat u een interpretatie geeft aan de motie zoals nu voorligt, waarbij u het college wat ruimte geeft om tot uitvoering van die motie te komen, zoals u dat net mondeling toelicht. Ik kijk ook even nog naar de andere indiener van de motie, mevrouw Seijger. Mevrouw Seijger: Ik zou nog één aanvulling willen doen en dat zijn de woorden van de heer Lulofs. Omdat dat namelijk wel heel belangrijk is dat we onze oosterburen meenemen en dat in de Euregioraad is daarover gesproken.
De voorzitter: Ja, we kunnen altijd een uitnodiging versturen en dan kijken we wel of daar ook uitvoering aan wordt gegeven. Oké. Met de interpretatie zoals net gegeven, ja, ik probeer tot een conclusie te komen en dan kijk ik nog even rond of dat nog tot verwarring of tot verduidelijking heeft geleid, maar volgens mij is er nu een mondelinge toelichting gegeven naar aanleiding van de motie en de reactie van het college erop, waar het college ruimte krijgt om uitvoering te geven aan de motie. We zullen in de tekst ook van het verslag dat duidelijk opnemen, zodat ook het voor het college duidelijk is wat de strekking is van de toelichting die net gegeven is. En nou kijk ik even rond hoe fracties daar weer op reageren. Ik kijk naar de heer Nijland. De heer Nijland: Voorzitter, wij willen graag een stemverklaring afgeven. De voorzitter: Ga uw gang. De heer Nijland: Wij zullen de motie niet steunen. Los van het feit dat wij hem totaal overbodig vinden en het college hier volledig vertrouwen in hoe ze de weg al hebben bewandeld, tevens naar aanleiding van de beantwoording van de vragen, is het er door het wisselende inzicht, is het er ook niet duidelijker op geworden. Dus bij deze gaan we hem niet steunen. Dank De voorzitter: Andere fracties wellicht nog? De heer Lulofs namens de Partij van de Arbeid.