CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcriptverslag Raadsvergadering 6 maart 2023

Gemeenteraad 6 maart 2023, gemeente OldenzaalBij agendapunt: A(lgemeen)42.808 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

De sloop was het niet, maar de investering in de noodgebouwen. Dat is normaal ook, dat hoort bij ons normaal, dat horen wij te doen. De voorzitter: Mevrouw Nevels per interruptie. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Dan begrijp ik dat de kosten voor de investering van de noodgebouwen, iets waar wij eigenlijk op tegen waren, dat dat meegenomen wordt in die tien procent. Klopt dat dan, hoe ik denk of …? De voorzitter: Ik ga weer terug naar het college, mevrouw Rödel. Mevrouw Rödel: Dat is niet iets wat wij doen, maar de inspectie kijkt dus, als die kijkt naar het onderwijs, waar zij hun geld en dat gaan zij ook meenemen. De voorzitter: Mevrouw Nevels. Mevrouw Rödel: Mooier kan ik het niet maken. Mevrouw Nevels: Nee, helaas niet, maar dan is voorziening noodlokalen dan toch een beetje sigaar uit eigen doos dan, voor de gemeente. Een heel klein beetje. De voorzitter: Ik ga weer terug naar het college en dan mevrouw Rödel. Mevrouw Rödel: Nee, dat denk ik niet. Nee, nee. U had nog een vraag over de tien procent, of ik daar een toezegging op kan doen. Die kan ik niet doen. En waarom niet? Omdat wij nu deze business case gaan uitwerken. Er staat een berekeningsmodel in het IHP, dat gaan wij toepassen en daar komen we mee terug en dan komt daar een reëel bedrag uit en zeker gaan wij daar goed met elkaar over in overleg. De sporthal. Ik had daar de vraag nog niet beantwoord. Dat klopt.

Wij gaan daar in … Even zien, waar heb ik mijn papier? Ik heb de hele administratie niet op orde. Na de zomer, de heer Winkelhuis, hebben we duidelijkheid over de gymzalen, dat kan een sporthal worden, dat kunnen twee gymzalen worden. Datgene wat de LO-sectie daarin aangeeft, dat is niet leidend, nemen we wel mee, net zoals dat bij andere secties gebeurt. En er komt een kredietaanvraag, een definitieve kredietaanvraag en die leggen wij voor voor de programma begroting van 2025 in november 2024. -17-

De voorzitter: De heer Winkelhuis, per interruptie. De heer Winkelhuis: Even kort. Na de zomer is nogal een rekbaar begrip, dat kan ook Kerstmis zijn. Wat is na de zomer? De voorzitter: Het college. Mevrouw Rödel: In november 2024 komen we met de definitieve kredietaanvraag terug. De voorzitter: De heer Winkelhuis. Mevrouw Rödel: Voor de programmabegroting van ’25. De voorzitter: De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Ja, dat is nog meer dan een jaar. Ik neem toch aan dat er vanaf nu gekeken wordt, hoe gaan we het gebouw invullen, echt definitief met allerlei zaken en dan wordt toch, neem ik aan, ook gekeken naar, nou ja, wat zijn de kosten nou van een sporthal ten opzichte van twee, dat hoeft toch niet tot 2024 te duren of ... De voorzitter: Ik ga terug naar wethouder om te kijken van of zij antwoord kan geven op uw vraag. De wethouder. Mevrouw Rödel: Ja, ik krijg terug, zomer 2024. De voorzitter: Dus u moet nog even geduld hebben. Mevrouw Rödel: Ja, ik kan daar nog op terugkomen. Is dat goed? Want ik krijg nu twee verschillende dingen door, dus ik kom daar bij u op terug, zo snel mogelijk, maar u hoort daarop terug. De voorzitter: De wens is duidelijk. Wethouder, ga uw gang. Mevrouw Rödel: Volgens mij heb ik alle vragen hierbij beantwoord die nog openstonden. Ik kijk even rond. De voorzitter: Mooi, ik kijk met u mee. Ik zie in ieder geval nog de heer Lulofs. De heer Lulofs.

De heer Lulofs: Ja, ik was wel aardig op het verkeerde been gezet, want ging over sloopkosten, maar dat blijkt dus, zeg maar, alternatieve huisvesting te zijn. Ik weet het bedrag niet meer uit mijn hoofd, maar ik weet nog wel dat ik aardig schrok van het bedrag wat daarmee gemoeid was. En ja … Anderhalf of twee maar. Als we het nou eens anders doen, als wij nou eens zeggen richting TCC, wij hebben een alternatief en dat moet gewoon een redelijk alternatief zijn, maar als TCC kiest voor wat anders en zij kiezen een duurdere variant ja, dan is dat maar aan hun, maar dan zou dat niet op die manier moeten worden meegewogen in de afweging van die tien procent, want dan hebben we net over die sigaar uit eigen doos, nou, dan krijgen we twee sigaren uit eigen doos en dat zouden we, zeg maar, beter anders kunnen besteden. De voorzitter: De wethouder.

-18-

Mevrouw Rödel: Wij hebben daar destijds al een beslissing over genomen, dus ik kan daar nu niet richting TCC op terugkomen. Bovendien hebben zij al een investering daarin gedaan, zij hebben die gebouwen in eigen beheer, ze kijken wel naar een zo voordelig mogelijke oplossing en zij kunnen die gebouwen daarna ook weer verkopen. Dus ja, en daarvan … Dat is gewoon wat de inspectie meeneemt, die neemt alle kosten mee, dus niet alleen de kosten van de nieuwbouw, maar ook dit soort kosten. Het is alleen om aan te geven waar bestaat dat ratio uit, die tien procent. De voorzitter: De heer Lulofs nog en dan zie ik de heer Winkelhuis. De heer Lulofs. De heer Lulofs: Ja, dat wordt dan een typisch geval van jammer. En ik zat net even bij die bijdrage van de heer Winkelhuis te denken ik weet nog dat we toen mevrouw Molema hadden als wethouder en die zei: we hebben een probleem en dat gaat over integrale huisvesting voor de scholen en we hangen straks voor een bedrag van misschien wel zeventwintig miljoen aan de boom. Ja. Toen dacht ik, dat is heel veel geld, maar als ik zie hoe we hier nu heel snel met geld omgaan, dan wordt dat best wel een bedrag wat vele malen hoger zal gaan liggen en dat is toch wel iets waar we ons zorgen over moeten maken. Onderwijs of niet onderwijs, en hoe belangrijk we dat met elkaar ook vinden, maar dat wordt echt een probleem voor ons zo meteen. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Ja, dan eerst even op de heer Lulofs nog even, want er staat kwalitatief, kwantitatief en financieel toekomstbestendig. Dat is waar we met elkaar volgens mij het over eens zijn. De wethouder triggerde mij met de opmerking van dat die noodlokalen dan wellicht weer in de verkoop kunnen gaan. Nou ja, dan kom ik terug op de vragen die wij allemaal gesteld hebben. Kunnen die opbrengsten dan uiteindelijk, vindt de inspectie dat dan goed als we zeggen, oké, stel je voor, ze leveren nog 300.000 euro op, dat die opbrengst gaat dan naar de gemeente Oldenzaal? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Rödel: Nee, volgens mij werkt het niet op die manier. Nee. Dat wordt weer afgetrokken van de kosten die die het Carmel heeft gemaakt aan onderwijshuisvesting plus alle kosten die ik net heb benoemd. En dan kijkt de inspectie wat geeft een onderwijsinstelling daadwerkelijk uit aan kosten voor gebouwen, voor onderhoud, voor beheer, voor alles wat erbij komt. De voorzitter: Dan ga ik nog even naar mevrouw Nevels, dan heeft u nog tijd om te kijken of u nog wilt reageren. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Nou, ik wil toch even reageren, ook aanleiding van de inbreken van de heer Lulofs en de inbreng van de heer Winkelhuis. Ik proef, en ik moet echt dat gevoel even kwijt, ik proef hier een slimmigheidje wat is uitgevoerd.

Wij hebben destijds ontzettend veel moeite gehad dat het Carmel per se zelf wou voorzien in noodverdunning, noodlokalen waarvan wij wisten er is ruimte genoeg in Oldenzaal op dit moment. Het Carmel vindt het lastig om daarmee om te gaan. Dat snap ik allemaal wel. Wij waren er echt op tegen. Toen heeft het Carmel gezegd nou, dan betalen we het zelf. Toen dachten we van nou, prima als jullie het zelf willen betalen, ook goed. Maar nu blijkt wel dat van die, en volgens mij uit mijn hoofd gezegd was het 2,3 miljoen euro en dat is geen kattenpis, sorry, sorry voor mijn woorden, dan vind ik dat heel veel geld, tien procent daarvan. Ik denk ja, dat wordt even ons als gemeente wel even door de neus geboord en dan vind ik dat op dit moment, als dat nu hier naar boven komt, dat vind ik te laat. Dat vind ik echt, nou, meer dan een geval van jammer. Dat wou ik even kwijt.

-19-

De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. De wethouder nog behoefte om te reageren? Dan wil ik de beraadslagingen beëindigen en dan overgaan tot stemming. Ik kijk nog even rond of ik dat zo mag concluderen. Ik zie dat ik dat mag concluderen. Dan breng ik allereerst het amendement in stemming, het amendement van GroenLinks en dat betreft het amendement waarin het voorkeurscenario wordt gewijzigd van 3c naar 2a en ik vraag aan de aanwezige raadsleden wie is daar voor? Het amendement van GroenLinks. Ik zie dat dat de fractie van het CDA, D66 en GroenLinks is. Dat betekent dat het amendement is verworpen. En dan ga ik naar het niet geamendeerde voorstel zoals voorligt. Wie is voor het niet geamendeerde voorstel? Ik zie in ieder geval de fractie van SP, de Partij van de Arbeid, de WG en de VVD. Daarmee is het voorstel aangenomen. Dan ga ik, want het voorstel bestond uit twee delen, een 7a en een 7b. 7b heeft betrekking op de geheimhouding. Die pak ik er ook even bij, namelijk het is betreft een bekrachtiging. U ziet dat ook in de stukken terug. Wie wil daar nog het woord over voeren, over de bekrachtiging zelf? Dat is niet het geval, dan breng ik het in stemming. Wie is tegen? Niet het geval, dan is het unaniem aangenomen. Dank u wel. 8. (Gewijzigde) programmateksten en nieuw beleid o.b.v.

Raadsprogramma 2022-2026 De voorzitter: Dan ga ik, zoals toegezegd, naar het volgende agendapunt en dat betreft 8. De, ja, raadsleden die net afwezig waren, kunnen weer aansluiten. Dat betreft 8, gewijzigde programmateksten en nieuw beleid raadsprogramma of naar aanleiding van het Raadsprogramma 2022-2026. Alle fracties willen daar graag het woord bij voeren. Ik merk wat geroezemoes. Moet ik schorsen? Een paar minuten schorsen? Dan schors ik een paar minuten. Dan begin ik om kwart over, begin ik weer. Kwart over op die klok. Ja, dus ik zeg ook een paar minuten. Ik schors de vergadering. Oké. Ik wilde weer beginnen, als de leden van de raad weer op hun plek willen gaan zitten. Ik zie dat dat het geval is. De twee afwezigen nog steeds afwezig zijn. Alleen de heer Gelevert mis ik nog. Maar ik wilde toch echt wel weer gaan beginnen. Ik neem aan dat de heer Gelevert zo wel komt. Agendapunt 8 en dan het agendapunt op de oude agenda en dat betreft dus de, tussen haakjes, gewijzigde programma teksten en nieuw beleid naar aanleiding van het Raadsprogramma 2022-2026. Alle fracties willen hierbij het woord voeren, dat snap ik. Ik begin bij D66. Mevrouw Ailo-Zaia: Dank u, voorzitter, u speelt het heel eerlijk, hè. Ik moest net ook heel lang wachten en nou ben ik gelijk aan de beurt. Dank u wel. Nou, voorzitter, ik citeer de leeswijzer op pagina 2.

We streven naar een beter leesbare en te monitoren begroting voor iedereen. Nou, dat D66 ook wel. De olifant met de naam perspectief is weer in ons midden. Eenieder van ons kan een olifant anders omschrijven, afhangende van waar hij zit en wat hij denkt te observeren. De olifant in ons midden duidt op het voorlichtend voorstel gewijzigde programmabegroting 2023. Want waar hebben we het over? Voor ons ligt een gewijzigd raadsprogramma dat gegoten is in een aangepaste begrotingswijziging met opgenomen cijfers die op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden. Kunt u mij nog volgen? Ik hoop van wel, want daar moeten wij raadsleden vanavond iets van vinden. En wat vindt D66 Oldenzaal van de gewijzigde begroting 2023? Voor ons zijn drie pijlers van belang. Eén, staat de inwoner centraal? Wat gaan onze inwoners van deze plannen voelen? Twee, ligt de focus op een socialer, leefbaarder en duurzamer Oldenzaal? En drie, zijn de plannen toekomstbestendig, ofwel zijn wij in staat flexibel om te gaan met de veranderde leefbehoefte van onze inwoners? Met enige opluchting en bevestiging vanuit het college heeft de olifant in ieder geval tot 2026 voldoende voedsel, lees reserves, tot zijn beschikking. Door de vertaalslag is het echter niet meer overzichtelijk wat al dan niet voldoende is opgenomen in de gewijzigde begroting 2023.

Oftewel, de raad kan de rimpels en plooien van de olifant niet zien. Het raadsprogramma blijft voor ons leading. We begrijpen dat de begroting volgens een bepaald format door de provincie wordt beoordeeld, maar een raadsvoorstel heeft de functie overzichtelijk en begrijpelijk te zijn voor raadsleden. We hebben richting college daarom het dringende verzoek om in de nabije toekomst -20-

raadsvoorstellen op te stellen die verschillen of verbanden aan de kaak stellen en zichtbaar maken. We begrijpen dat we veel vragen, maar hopen op een toezegging van het college hierop. Ondanks de ingewikkelde vertaalslag willen wij twee amendementen en een motie indienen om het raadsvoorstel en daarbij behorend besluit zodanig aanpassen dat wij ermee akkoord kunnen gaan. Onze eerste pijler betreft de vragen of onze inwoners centraal staan. Vanwege recente ontwikkelingen op het gebied van prijsverhogingen zal geld nodig zijn voor ondersteuning om energiearmoede en voedseltekorten tegen te gaan. Voedselbanken doen voortreffelijk werk, maar komen nu al voedsel en handen tekort om aan de vraag te voldoen. Twee maanden geleden is een motie ingediend om alvast een miljoen voor de binnenstad te reserveren. Deze motie is verworpen omdat het college eerst met een voorstel voor evenwichtige financiële invulling van het raadsprogramma moest komen. Het voorgestelde bedrag blijkt een half miljoen hoger te zijn dat het in de motie werd omschreven. Bovendien ontbreekt nog steeds een duidelijke omschrijving van besteding. Zoomen we in, wat dieper, op de cijfers, dan komen wij tot de conclusie dat voor de bestemmingsreserves binnenstad, vastgoed en cultuurhistorie, dat is dus een van de acht thema's uit het raadsprogramma, een bedrag wordt gereserveerd van ruim 2,4 miljoen.

Ik herhaal, 2,4 miljoen voor het thema binnenstad. Gezien enerzijds de huidige omstandigheden en anderzijds wij niet overtuigd zijn van de benodigde reserve, willen wij niet meer dan één miljoen voor de binnenstad reserveren. Ik benadruk hierbij ook de adviezen van de rekenkamercommissie die in agendapunt 6 ter sprake zouden komen. Liever zien wij een overheveling van een half miljoen aan de reserves die onze inwoners op verschillende maatschappelijke manieren kunnen ondersteunen. We komen daarom met het volgende amendement door middel van de navolgende onderdelen in het besluit. Waar nu in de tekst staat reserve binnenstad en vastgoed 1,5 miljoen te wijzigen in reserve binnenstad en vastgoed één miljoen. Voorzitter, D66 wil naar een socialer, leefbaarder en duurzamer Oldenzaal, ook qua onderwijsniveau moet ik erbij zeggen, met een knipoog naar de heer Winkelhuis. Zo schrikken we er dan ook van dat de inhoud van het thema wijken te weinig kansen krijgt. Het betreft een investering onder de twee ton. Ja, wijken worden genoemd in het raadsvoorstel, sociale basisinfrastructuur ook. Er is echter doorontwikkeling nodig om de doelen die door verschillende maatschappelijke partners en de raad naar voren zijn gekomen, uit te voeren. D66 mist de integrale aanpak. Nu investeren levert op lange termijn heel veel op voor Oldenzaal. In het raadsprogramma staat dit ook vermeld.

Daarom komen wij met een motie integrale aanpak wijken en roepen het college op om, dan lees ik het dictum, voor de kadernota 2024 met een plan van aanpak te komen voor een integrale aanpak voor de wijken. En tenslotte voorzitter, de vraag of het voorstel onzes inziens voldoende toekomstbestendig is. Hier is nog onvoldoende antwoord op te geven, omdat nog te algemeen wordt omschreven waar de bestemmingsreserves voor bedoeld zijn. Hebben inwoners hier straks ook profijt van of gaat het meer uit naar steen? Ook is het nog niet helder wat de invulling is van de reserve duurzaamheid. Daarom dienen wij een tweede amendement in. Daar waar op pagina 6 van het raadsvoorstel staat, en dan lees ik even ook wat in het amendement staat, waar staat, punt 2, de volgende bestemming reserves met delegatie aan het college in te stellen en punt 3, de reserve duurzaamheid te vullen met een nieuw bedrag van één miljoen voor klimaatregelen en verduurzaming vastgoed, te wijzigen in twee, de volgende bestemmingsreserves in te stellen.

Onttrekking kan plaatsvinden door middel van raadsbesluiten en een beschrijving van bestedingsdoelen wordt uiterlijk tijdens de kadernota 2024 aan de raad voorgelegd en punt 3, de reserve duurzaamheid te vullen met een nieuw bedrag van één miljoen voor klimaatregelen en verduurzaming vastgoed, onttrekking kan plaatsvinden door middel van raadsbesluiten en een beschrijving van bestedingsdoelen wordt uiterlijk tijdens de kadernota 2024 aan de raad voorgelegd. Want zo kunnen wij begrijpen waar we naartoe willen met zijn allen. Voorzitter, ik eindig mijn betoog met het feit dat we hier niet zijn om elkaar te bekritiseren, maar om elkaar scherp te houden en plannen te ontwikkelen die onze inwoners steeds beter kunnen bedienen. Het is, zoals de

-21-

Amerikaanse ondernemer Rob ‘…’ aangeeft, de laatste tien procent die nodig is om iets te lanceren, kost evenveel energie als de eerste 90 procent. Dank u vriendelijk. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik, om het ook voor mijzelf goed te snappen, de volgorde van het behandelen zo dadelijk van de amendementen als volgt doen, dat ik begin met de bestemming reserves in stemming te brengen en daarna het amendement van u over de binnenstadsreserve, omdat daar verschillende bedragen sta en ik de tweede over de binnenstadsreserve zie als een amendement op uw eigen amendement over de bestemmingsreserves, omdat daar een ander bedrag staat bij de binnenstad dan in het andere amendement. Dus om de volgorde goed te hebben. Maar anders zouden we misschien een besluit nemen wat weer in strijd is met wat we daarvoor, als het wordt aangenomen, hebben aangenomen. Mevrouw Ailo-Zaia: Ja, dank u voorzitter, ik begrijp inderdaad de vraag vanuit uw kant. Wat wij heel belangrijk vinden, is toch dat de binnenstad als eerste aan zet komt, want mocht het zo zijn dat het amendement van anderhalf miljoen vervangen wordt voor een miljoen, als die niet door kan gaan, dan kan die bestemmingsreserves blijven staan zoals die nu is.

Als wel die binnenstad, zeg maar, als die wel naar de miljoen gaat en het amendement door kan, dan pas moeten we een wijziging invoeren bij de bestemmingsreserves en zal dat betekenen dat dat amendement ingediend gaat worden. Maar het zijn wel twee aparte amendementen. De voorzitter: Nee, ja, dat snap ik. Nou, we gaan het zo meteen zien en ik zal kijken hoe we dat doen. Maar ik snap uw punt. Maar ik heb ook weer het vermoeden dat we elkaar niet helemaal begrijpen, maar dat gaan we zo meteen wel merken. Dank u wel. Ik kijk even rond of er vanuit … Ja, vanuit SO, dank u wel. De heer Bouwman, een interruptie. De heer Bouwman: Dank u wel. Even een verduidelijkende vraag over de motie, want er staat bij, roept het college op om, met integrale … Met een plan van aanpak te komen met een integrale aanpak voor de wijken. Ik vermoed dat ik snap wat je bedoelt, maar kunt u wellicht nog iets concretiseren voor mij? De voorzitter: Mevrouw Ailo-Zaia, ga uw gang. Mevrouw Ailo-Zaia: Ja, dank u, voorzitter. Ik begrijp het inderdaad, er staat een dubbeling in, nu u dat zo aangeeft hè. We hebben het best wel snel moeten doen allemaal, tijdens de voorjaarsvakantie. Ik pak hem er eventjes bij. Even kijken. Wat wij hebben afgesproken tijdens zowel het raadsprogramma als wat ook in het raadsprogramma zelf staat, het is heel duidelijk vanuit de maatschappelijke partners genoemd.

Beste mensen, we willen toe naar een sociale basisinfrastructuur. We willen dat alle wijken eigenlijk iets hebben wat vergelijkbaar is met Berghuizen, zodat we eenzaamheid onder andere kunnen tegengaan, jongeren een plek kunnen geven waar ze naartoe kunnen. Het heeft meerdere positieve uitwerkingen. Dat is niet alleen door Impuls genoemd, ook door meerdere maatschappelijke partners zoals WBO en eigenlijk de hele riedel die langs zijn geweest. Samen hebben ze het erover, de gemeente wordt erbij betrokken, maar ze missen nog een regiefunctie en die is meerdere keren aan de orde geweest. En toch zien we nu, met die gewijzigde stukken die we hebben gekregen, daar eigenlijk niks van terug en wij willen heel graag dat het wel opgepakt kan worden, want het geld dat wij beschikbaar wilden stellen als raad, was niet alleen voor de binnenstad benoemd, maar onder andere dus ook voor het thema wijken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag de heer Bouwman instemmend knikken. Ik zie de heer Visscher nog per interruptie. De heer Visscher. -22-

De heer Visscher: Ja, ook nog een vraag aan mevrouw Ailo-Zaia. U noemt Berghuizen en het was natuurlijk niet voor niks dat wij de club zuid Berghuizen hier uitgenodigd hebben om voor hun aanpak te vertellen. Er is ook duidelijk in de besprekingen gezegd dat andere wijken helemaal niet zo'n vehikel hebben als wat in Berghuizen gebeurt. Dus mijn vraag is ja, wie moet dat dan gaan oppakken en volgens mij, ik denk dat het uit de wijk moet komen, organisch. In Berghuizen gebeurt dat, in andere wijken gebeurt dat niet. Ik denk dat wij niet moeten gaan trekken aan een dode olifant om dan even uw woorden te gebruiken. De voorzitter: D66, mag ik nog even uw aandacht? D66. Mevrouw Ailo-Zaia: Het is heel mooi dat in ieder geval een olifant door u wordt genoemd, dat betekent dat u het verhaal goed heeft meegekregen. Nee, ik ben het er zeer zeker mee eens dat je niet aan het dood paard moet trekken. Maar wat wel heel erg belangrijk is en wat wij ook terug hebben mogen horen van alle maatschappelijke partners, is het feit van er worden heel wat gesprekken over en weer gevoerd, maar komt het puntje bij paaltje om iets op poten te zetten, dan trekt iedereen zich terug, dan voelt niemand zich verantwoordelijk genoeg om dat op te pakken. De regie ontbreekt in deze. Wat wij hebben gezien in Berghuizen dat is niet iets wat gisteren is gedaan en vandaag zichtbaar is geworden.

Dat is iets van de lange termijn, dat heeft tijd nodig en ik denk dat als wij als gemeente die regievoering tijdelijk oppakken, dan kun je straks wel veel verder komen per wijk om daar iets mee verder mee te komen. Je laat dan niet … Je gaat niet het werk overnemen, je bent eigenlijk alleen met een faciliterende functie bezig. Laten beginnen en dan weer terugtrekken. Dat doen we eigenlijk nu ook bij de binnenstad met de bedoeling dat we straks eigenlijk geen geld meer nodig hebben richting binnenstad, dat de binnenstad dat zelf gaat redden. Hetzelfde zie ik ook voor de wijken, alleen het verschil daarvan is, dan zie je het niet in steen terug, in principe, maar waar je het wel in ziet dat is dat de mensen minder eenzaam zijn, dat de mensen hun weg kennen als ze in de problemen komen. Dank u wel. De voorzitter: Ja, ik zie mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij ben ik even het spoor bijster wat nu daadwerkelijk met deze motie … Wat de intentie is van deze motie en wat het uiteindelijk moet opleveren. Want u geeft aan van nou, er moet een integraal plan komen voor het bespreken van de kadernota 2024. Nou, dat betekent dat we, geloof ik, nog twee maanden de tijd hebben. Ik weet niet of u zich realiseert wat dat dan voor impact heeft op in ieder geval het inzetten van zo'n traject.

Wij lezen in de gewijzigde programma teksten dat de gemeente juist wel aandacht gaat geven in de wijken. Dat hebben we in ons raadsprogramma genoemd en college neemt dat volgens mij met twee handen, dat zijn tien handen, nemen ze dat over. Zelf hebben wij als partij … Goed, dan wijs ik ook even naar het onderzoek wat wij zelf in De Thij hebben gedaan, ik kom daar zo meteen in mijn bijdrage ook nog wel op terug, van hoeveel inspanning het kost om zo'n onderzoek uit te voeren. Dat is niet in twee maanden tijd op te pakken. Dus volgens mij schiet u uw doel voorbij door deze motie nu in te dienen en doet u aannames die, wat ons betreft, precies tegenovergesteld door het college nu in de programmateksten wordt weergegeven. Dus ik ben heel erg benieuwd wat de intentie is van uw motie. De voorzitter: Mevrouw Ailo-Zaia. Mevrouw Ailo-Zaia: Ik begrijp uw vraag en ik begrijp uw onduidelijkheid en ik hoop even nu een antwoord te kunnen geven op die vragen zodat u wel overtuigd bent van het belang van deze motie. Wij hebben even nader onderzoek gedaan in de cijfers die wij hebben ontvangen. Daaruit hebben we -23-

kunnen afleiden, we hebben eigenlijk gedestilleerd wat je per thema aan kosten maakt, extra, en daar komt dus die ruim 2,4 miljoen uit richting binnenstad, vastgoed en cultuurhistorisch, zeg maar, thema binnenstad. En wij kwamen uit voor de wijken op 1,8 ton. Daarom benoemde ik dus minder dan twee ton. Dat is best wel weinig en het is wel een hoofdthema dat we hebben, hè. Eén van de acht thema's die wij met zijn allen hebben vastgesteld en heel belangrijk achten. U geeft aan van ja, maar dat kan het college helemaal niet verwezenlijken. Maar wij zijn hier als raad ja, wij … Binnen twee maanden kunnen ze dat niet voor ons verwezenlijken, maar ik zit hier als raadslid, wij met zijn allen, en wij zijn hier om wel de kaders te stellen en de kaders mee te geven en dat proberen wij op dit moment ook te doen. En als blijkt het college aangeeft die twee maanden lukt ons niet, dan weten we dat, maar dan hebben we wel dat kader meegegeven. Dan is onze vervolgvraag ook gelijk, wanneer denkt u het wel gereed te hebben? Want wij willen wel weten wat er gaat gebeuren in die wijken en wij willen wel die controlerende functie gaan vervullen, zodat daar iets op tafel komt en dat is eigenlijk onze kijk erop van hoe zorgen we er dan samen voor, want we hebben dat mooie raadsprogramma geschreven met zijn allen, die acht thema's hebben wij allen ontzettend belangrijk gevonden.

We vonden het prachtig hoe al die maatschappelijke partners langs zijn geweest en ik vind dat je er recht aan doet door ook te kijken van hebben wij dan echt al die thema's behandeld zoals wij voor ogen hadden? En in ons opzicht vonden wij dat die wijken echt net te min naar voren kwamen, waarbij wij wel het gevoel hebben, als we kijken naar toekomst, naar toekomst kijken, duurzaam omgaan met het een en ander, dat het echt belangrijk wordt. We hebben nou meegekregen dat zowel voor de wijken De Essen als ook voor De Graven Es over tien jaar problemen zullen voortkomen omdat ze een bepaalde functie als wat ze in Berghuizen hebben, dat missen. En dan vind ik dat wij als raad daar wel de verantwoordelijkheid voor hebben, samen met het college, om daar kaders voor op te stellen. Vandaar die motie. Misschien dat we hem moeten veranderen, dan hoor ik dat graag. De voorzitter: Oké. Ik zie mevrouw Oude Engberink en ik zie ook de heer Visscher. Mevrouw Oude Engberink nog bij dit punt en dan ga ik naar de heer Visscher. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink: Ja, dank u wel. Nou, volgens mij verschillen wij niet van mening dat er geïnvesteerd moet worden in de wijken en het liefst ook zo snel mogelijk, maar volgens mij … Ik merk wel dat er een interpretatieverschil is van wat er nu in de gewijzigde programmateksten staat.

Zoals wij hem lezen is dat, geeft het college aan van ja, wij willen graag met uw handreiking vanuit het raadsprogramma aan de slag met de wijken, dit is het kader dat we in ieder geval ook daar de middelen voor beschikbaar stellen en later komen daar voorstellen in terug zoals we ook de plannen voor die wijken gaan oppakken en wat u aangeeft is dat u meteen nu al een concreet voorstel had willen zien om dat voor de zomer al gerealiseerd te zijn. Dan is me dat helder. De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Ik zit nog even die avond terug te halen waar we daarover gesproken hebben en wat ik mij herinner, is dat Impuls en de WBO aan tafel zaten en die hebben beiden aangegeven dat ze samen kijken wat is de vraag in een wijk en wat voor aanbod moeten we daartegenover stellen? Er is nooit gezegd door die instanties dat er door de gemeente een regierol genomen moest worden. Zij nemen de regierol over. En daarbij vind ik, als u nu stelt dat de vraag om een plan van aanpak kaderstellend is, dan verschillen wij van mening over wat kaderstellend is, want dat is het namelijk absoluut niet. De voorzitter: Mevrouw Ailo-Zaia, aan u weer het woord.

-24-

Mevrouw Ailo-Zaia: Ja, ik kan het niet minder eens zijn met de heer Visscher dan dit moment. Want het is wel degelijk gezegd en niet alleen door Impuls, niet alleen door WBO, maar ook andere partners die op dat moment aanwezig waren en wel degelijk die regie misten. Dus ja, het is heel simpel, we verschillen van mening en daar hou ik het dan in deze bij. Ook even terug op het antwoord ook van mevrouw Oude Engberink. Misschien is het een idee om eerst dan te wachten op een antwoord vanuit het college. Mocht het college aangeven dat het wat lastig wordt, dan zouden we het eventueel kunnen schorsen en kunnen kijken hoe we het zo kunnen formuleren dat de raad mee kan gaan. Ja. De voorzitter: Daarmee bent u aan einde gekomen van uw bijdrage? Oké, dan concludeer ik dat en dan ga ik naar de WG. Oh, er is nog één interruptie. De heer Bouwman. Als u nog even geduld heeft. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, over de discussie over het ontbreken van regie. Wat ik mij kan herinneren, is dat de partijen hebben aangegeven dat zij regie missen, maar niet expliciet dat de gemeente die regierol moet pakken. Dus volgens mij hebben we allebei een beetje gelijk. De voorzitter: Heel mooi. Daarmee wil ik wel aan eind komen van de eerste termijn van D66. De WG, mevrouw Oude Engberink.

Mevrouw Oude Engberink: Voorzitter, vanavond bespreken we met elkaar de vertaling van het college van ons raadsprogramma naar ambitie en doelen, de daarbij behorende uitwerking van de financiën en een aantal onderdelen van nieuw beleid. WG Oldenzaal spreekt haar complimenten uit richting het college en alle medewerkers die aan deze vertaling hebben bijgedragen. Wij realiseren ons dat het een grote opgave is geweest om, naast alle andere grote opdrachten, deze vertaling op te pakken. Het heeft de nodige capaciteit gekost om dit in een beperkte periode op te pakken, capaciteit die enorm onder druk staat gezien alle andere opgaves waar de gemeente in deze hectische tijd aandacht aan moet geven. Voorzitter, het was een raadsbrede keuze om ons raadsprogramma op hoofdlijnen op te stellen. Die keuze hebben we gemaakt om het college voldoende ruimte te geven om de thema's nader in te vullen en ons als raad vervolgens in stelling te brengen om het debat te voeren over die invulling. Wij zijn van mening dat het college erin geslaagd is het raadsprogramma te vertalen richting programmateksten in dezelfde lijn, zoals we ook met elkaar de thema's van het raadsprogramma hebben ingevuld. Deze programmateksten geven er blijk van dat het college de intentie en geest van ons raadsprogramma snapt en dat daar in diezelfde geest en met dezelfde intentie invulling aan gaat geven.

Wij kijken uit naar de verdere uitwerking en concretisering, want die slag moeten we met elkaar zeker nog maken. Al was het soms wel lastig om de financiële doorvertaling naast het raadsprogramma te leggen, die sluiten qua volgorde en opzet op geen enkele wijze op elkaar aan. Er is veel tijd verloren gegaan aan het zoeken in de teksten naar de plek waar onze thema's uitgewerkt staan. We hebben dat in het politiek forum ook al aangekondigd en opgemerkt. Wij doen graag een oproep aan ons allen om daar bij het opstellen van mogelijk een volgende raadsprogramma aandacht aan te geven. WG Oldenzaal kan zich ook vinden in de aanvragen nieuw beleid, de bijhorende financiële uitwerking en het instellen van de fondsen. Wij willen ervoor waken dat wij op de stoel gaan zitten van het college en wij willen het college graag de ruimte geven om met die fondsen aan de slag te gaan. Wel ontvangen wij van het college graag nog een toelichting over hoe deze fondsen worden onderverdeeld. Is het college daar nu al toe in staat en welke ruimte heeft het college daarvoor nodig van de raad? Want deze middelen die nu gereserveerd staan, daar zit nog geen concrete invulling aan en die zien graag nog van u tegemoet.

Beste collega's, ondanks onze positieve woorden over de uitgevoerde vertaling, moeten we constateren dat met alleen het vaststellen van deze programmateksten er nog steeds geen gedetailleerde invulling -25-

wordt gegeven aan de thema's van ons raadsprogramma, wel wordt er een stevige stap gezet richting die concretisering. Het is aan ons als raad om scherp te sturen op de concreetheid van de kaders die wij formuleren richting het college. En om als raad onze controlerende rol goed uit te voeren, hebben wij smartdoelstellingen nodig. Laten we daar in het vaststellen van toekomstige plannen gezamenlijk ook scherp op letten. WG Oldenzaal kiest er om niet nu al het inhoudelijke debat te voeren over de verschillende hoofdstukken van het programmateksten. Die geven namelijk voor nu slechts de richting aan en zijn naar onze mening nog niet concreet genoeg voor een debat. Ook zien wij onvoldoende aanleiding om in deze fase van concretisering van ons raadsprogramma al moties in te dienen. Het indienen van moties geeft, onzes inziens, aan dat onze opdracht aan het college niet volledig of onduidelijk is geweest. Wij willen graag kort stilstaan bij vier inhoudelijke onderwerpen. Allereerst het sociaal domein, en meer specifiek de inzet en fysieke locatie van ons Sociaal plein. Laten we niet vergeten, bijna de helft van onze gemeentelijke begroting, betreft inzet op het sociaal domein. Dan verdient dit onderwerp het om op zijn minst nog genoemd te worden. Tijdens de vorige raadsperiode hebben we gezamenlijk geïnvesteerd in de masterclasses sociaal domein.

We hebben ons gebogen over de rode, oranje en groene maatregelen en binnenkort gaan we met elkaar aan de slag met de preventiematrix. Deze processen en gesprekken zijn nodig, maar kosten ook heel veel tijd. Onze inwoners hebben behoefte aan ondersteuning van de gemeente, dat is wel duidelijk, maar hebben we voldoende in kaart wat deze ondersteuningsbehoefte is? Wij vinden dat we de basis redelijk op orde hebben, maar sluiten deze voldoende aan bij wat inwoners van ons nodig hebben? Natuurlijk kan dat altijd beter. En daarmee leggen we even een bruggetje om in te zoomen op signalen die wij ontvangen. Wij ontvangen geluiden dat inwoners de behoefte hebben aan een ingang naar het Sociaal plein, waarbij zij er schaamteloos en drempelloos naartoe kunnen gaan. Veel contacten met gemeenten vinden digitaal of schriftelijk plaats, maar natuurlijk blijft er ook behoefte aan een persoonlijk gesprek en wij merken dat een bezoek aan ons stadhuis voor veel mensen een enorme drempel is. Wij vinden het belangrijk om een onderzoek te laten doen naar de ondersteuningsbehoefte in relatie met het Sociaal plein. Aan de hand van de uitkomsten moeten we met elkaar in gesprek over mogelijkheden en alternatieven in relatie met onze dienstverlening en geschikte locatie of locaties van het Sociaal plein.

Ook gedachten om de voorzieningen in de wijk en Huis van de Stad mee te nemen, zien wij hier graag terug. Wij komen op een ander moment terug met een motie hierover en wellicht wel een initiatiefvoorstel over het beter aansluiten van de locatie van het Sociaal plein bij de wensen van onze inwoners en die van onze raad. Die gedachten die zijn nu zeker nog niet rijp genoeg, omdat we ook eerst aan de slag moeten met de behoefte van onze inwoners. Als tweede onderwerp stippen wij de binnenstad aan. Daar is al vaak en heel veel over gesproken, maar het komt maar niet tot uitvoering. Voor ons is de fase van praten nu wel voorbij. Wat WG Oldenzaal betreft, stropen we nu onze mouwen op en gaan we aan de slag. Daarom vragen we het college om aan te geven welke stappen zij gaat zetten om eindelijk hiermee aan de slag te gaan. Daarbij geven we het college ter overweging mee om bij het uitwerken van de plannen in ieder geval de stadsnoabers beter in positie te brengen. En onze vraag aan het college over dit onderwerp is, wanneer kunnen wij de eerste concrete voorstellen verwachten? Wanneer gaan we hiermee aan de slag? Het derde onderwerp betreft de ontwikkeling van de wijken, zoals mevrouw Ailo-Zaia net ook al aangaf. Wij zijn erg blij om te lezen dat er naast de investeringen in de binnenstad ook wordt geïnvesteerd in de wijken.

Er gaat veel geld, tijd en energie naar onze binnenstad, maar juist ook onze wijken verdienen aandacht om doorontwikkeld te worden. Wij lezen in de tekst ook terug dat er invulling wordt gegeven aan veel van onze aanbevelingen uit ons onderzoek kijk op de wijk De Thij, ik liet zojuist al het boekje zien. Daar worden wij natuurlijk als WG heel erg blij van en wij kijken uit naar de concretisering ook van deze plannen. En als laatste van de vijf onderwerpen zijn onze starters op de woningmarkt. Wij vinden het supermooi dat in de gewijzigde teksten staat opgenomen dat er rekening wordt gehouden met starters. Dat zien wij terug in de starterslening en het inspelen op de woningvraag van eenpersoonshuishoudens. Wij zijn erg benieuwd hoe dit zijn uitwerking gaat hebben -26-

tegenover het behouden en aantrekken van jongeren in onze stad. Zij zijn immers de toekomst. Laten we er samen kritisch op letten dat de woningen voor onze starters en eenpersoonshuishoudens ook betaalbaar zijn en blijven. Voorzitter, ik rond af. Zoals eerder genoemd: WG Oldenzaal is van mening dat het college ons raadsprogramma goed tot zich heeft genomen en met de juiste richting heeft vertaald naar ambities en doelen. Wij kijken uit naar de verdere concretisering aan voorstellen om met de afzonderlijke thema's aan de slag te gaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de fractie van Solidair Oldenzaal. Dank u wel. De heer Bouwman: Dank u wel, voorzitter. De uitwerking van het college voor de programmabegroting naar aanleiding van de raadsperiode. We hebben eerder onze zorgen geuit over de opzet van een raadsprogramma op hoofdlijnen met daarna een nadere uitwerking van het college. En welnu, de uitwerking ligt voor ons. En ja, wat vinden we ervan, konden we dit verwachten? Enerzijds ja, want wij snappen dat het lastig is om zeer concrete doelstellingen neer te leggen. De maatschappij vraagt immers om flexibiliteit. Wat vandaag een goed idee lijkt, kan morgen alweer achterhaald zijn door macro economische ontwikkelingen. En we zien dat ook steeds vaker terugkomen, ook in de raadsvoorstellen en in de P&C cyclus.

Maar dat neemt niet weg dat concrete doelstellingen wel degelijk geformuleerd kunnen worden. Mocht een doelstelling niet behaald kunnen worden, dan is de raad er zelf bij om bij te sturen en om aan te moedigen. Bovendien hebben we als raad dan ook een meetbaar controle-instrument in handen. En welk raadslid wil dat nou niet, voorzitter? Vandaar dat wij straks van harte in kunnen stemmen met de motie van GroenLinks om de begroting smarten te formuleren. Echter zijn we wel blij dat het college in de gewijzigde programmabegroting al aangeeft wat het gaat doen om de doelstellingen te behalen, complimenten. Dan de gewijzigde programmabegroting en haar doelstellingen. Een aantal dingen valt ons op. Blij zijn we met de anderhalve miljoen voor de binnenstad en het maatschappelijk vastgoed. We zijn wel even benieuwd hoe die anderhalve miljoen straks verdeeld gaat worden, of dat inderdaad een miljoen voor de binnenstad is en een half miljoen voor het maatschappelijk vastgoed. Maar we lezen ook dat het college 1000 woningen wil bijbouwen de komende tien jaar en we zijn toch wel heel erg benieuwd hoe het college dit voor zich ziet.

Want een stad als Oldenzaal loopt met de sleutelprojecten Stakenbeek, Graven Es en Langestraat zo'n beetje tegen haar fysieke grenzen aan en 1000 woningen erbij, dat klinkt hartstikke mooi, maar dat mag natuurlijk nooit ten koste gaan van de schaal en maat van Oldenzaal. Met deze locaties en enkele inbreidingslocaties komt het in onze ogen nooit zover dat dit aantal gehaald zou worden, mede gelet op typologie en bouwmassa. Want als we eventjes kijken naar de wijken De Thij en De Graven Es en De Essen en je berekent hoeveel vierkante meter daar bebouwd is en hoeveel woningen erop staan, dan kom je tot een gemiddelde van 675 vierkante meter per woning inclusief dus parkeren en groen en wegen et cetera. Wil je 1000 woningen erbij bouwen, dan leert een simpel rekensommetje dat je dan 67 en een halve hectare nodig hebt en dat zijn ongeveer 96 voetbalvelden. Nou, volgens mij kunnen we allemaal uitrekenen dat dat een beetje veel is voor het grondgebied wat Oldenzaal nog over heeft. En deze doelstelling past ook wel erg sterk bij het paradigma bouwen, bouwen, bouwen. De VVD zal heel erg content zijn, maar wat ons betreft bouwen we slim en naar behoefte. Kwaliteit in plaats van kwantiteit, want bouwen, bouwen, bouwen is in onze ogen iets te makkelijk en klinkt wel goed, maar is niet het meest slimme om te doen.

Bovendien geven we met bouwen, bouwen, bouwen het signaal af dat elk initiatief welkom is, als er maar gebouwd wordt. Maar we lezen gelukkig ook het volgende: we maken verstandige keuzes om doorstroming te bevorderen en betaalbare woningen voor starters te behouden. Daarmee is dus indirect een stevige basis gelegd voor een tweede noabershof in Oldenzaal, het concept dat voldoet aan alle kenmerken die je zou moeten willen als er gebouwd gaat worden. Bouwen voor de doorstroming, bouwen naar demografische ontwikkelingen, bouwen om de zorgkosten te reduceren en bouwen naar maat en schaal en verbetering van de sociale cohesie. Dan -27-

willen we dadelijk bij het in stemming brengen van het voorstel een stemverklaring afleggen. Want we zien dat er een fors bedrag, ruim één miljoen euro naar klimaatmaatregelen en verduurzaming vastgoed gaat. En we lezen de volgende zinsneden: bewustzijn op het gebied van klimaat en energie is in een stroomversnelling gekomen. Dat klopt, voorzitter, maar niet zoals het college bedoelt in onze ogen, want steeds meer mensen zien in dat al die klimaatregelen hun hand in hand gaan met verregaande gevolgen voor hun portemonnee. Een onbetaalbare exercitie, warmtepompen, zonneboilers, zonnepanelen, elektrische auto's, het is onhaalbaar, onbetaalbaar en het is een druppel op een gloeiende plaat, zolang er overal ter wereld nog vervuilende steenkoolcentrales worden geopend en het is in vele gevallen ook nog eens onrendabel, want warmtepompen blijken nu ook nog eens vervuilender aan gedacht, zonnepanelen steeds minder rendabel dan voorgeschoteld en er wordt nauwelijks stilgestaan bij de afvalverwerking van deze materialen bij afschrijving. Hetzelfde geldt voor de milieubelastende accu’s uit elektrische auto's en bovendien is ons elektriciteitsnetwerk bij lange na niet voldoende uitgerust om te voldoen aan de duurzaamheidsagenda zoals die voorlegt.

Wat ons betreft wachten we op bruikbare technieken die bewezen schoon zijn, geen nadelige effecten hebben voor onze mooie natuur en ons mooie coulisselandschap en ook nog eens effectiever en goedkoper dan wat er nu wordt voorgestaan. Om te verduidelijken met het realiseren van een goedwerkende waterberging bij natte perioden en het vergroenen van onze leefomgeving is niets mis mee en daar ageren wij ook niet tegen, maar daarvoor is deze één miljoen niet bedoeld en onze stemverklaring is dan ook op gericht om niet in te stemmen met één miljoen aan reserves voor klimaatmaatregelen. Wat ons betreft kan dit bedrag zinvoller en socialer besteed worden. En tot slot, geven we het college de kans om eerst aan de slag te gaan. Daarom van onze zijde geen moties en we zien elkaar weer bij de kadernota. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar het CDA. Ik denk de heer Wagelaar. De heer Wagelaar: Voorzitter, dank u wel. In november hebben wij het college op pad gestuurd met het eerste raadsprogramma in de Oldenzaalse geschiedenis. Inmiddels zijn we een paar maanden verder en ligt er wat de CDA-fractie betreft een prima eerste concrete uitwerking hiervan, inclusief de effecten op de programma begroting en dit alles in een eenvoudige opzet. Dank hiervoor aan het college en de ambtenaren die hieraan hebben meegewerkt.

Ook voor hen was het immers de eerste keer om met een raadsprogramma op deze wijze aan de slag te gaan. Behalve dat wij tevreden zijn met voorliggende eerste uitwerking, hebben wij nog een aantal vragen en willen wij het college toch wel expliciet een aantal zaken meegeven. Om met het laatste te beginnen: er worden een drietal bestemmingsreserves voorgesteld met daarnaast een forse aanvulling van één miljoen op de duurzaamheidsreserve. Al met al is dit al een investering van meer dan drie miljoen euro en dan hebben we nog niet eens over de miljoeneninvestering in de onderwijshuisvesting waar we het net over hebben gehad. Super dat we deze investering kunnen doen om onze stad aantrekkelijk te houden en maken voor de toekomst. Anderzijds is het veel geld dat wij goed en verstandig moeten besteden, zeker als we het hebben over een investering van maar liefs anderhalf miljoen euro voor de binnenstad. Heel veel geld voor dit dossier dat wij alleen kunnen en mogen investeren, zoals we straks gaan bespreken in het volgende agendapunt, als we een duidelijke visie voor ogen hebben en vooraf duidelijke afspraken maken over de meetbare resultaten die we behalen en deze liefst tussentijds kunnen monitoren, zodat we weten dat de investeringen ook zijn effect hebben en we waar nodig kunnen bijsturen.

We doen het college expliciet de oproep om als gemeente uitsluitend te investeren in structurele aanpassingen en verbeteringen die bijdragen aan het aantrekkelijker maken van de binnenstad, voor inwoners, de regio, de Duitse buren en voor ondernemers om zich in onze stad te vestigen. De investering in structurele aanpassingen betekent dus ook dat we de euro's van dit fonds … De reservering liever niet naar de reclamebureaus zien vloeien voor flyers, promotiecampagnes, et cetera. Dit laten we graag over aan de ondernemers. Tegelijkertijd met het -28-

beschikbaar stellen van dit budget, roepen we de ondernemers en vastgoed partijen ook op tot nog meer eensgezindheid en gezamenlijke power om mensen naar onze stad te trekken. Uiteindelijk hebben we een gezamenlijke verantwoordelijkheid en belang bij een aantrekkelijke binnenstad. Het cultuurhistorische fonds en investering in de vergroening van de stad draagt ook bij aan dit doel. Dus ook deze juichen wij van harte toe, al hoeft dit zeker zich niet te beperken tot de binnenstad. Dat er uitdagingen liggen in de bedrijfsvoering door de verschillende crises, corona en de arbeidskrapte, snappen we als geen ander. Dat hiervoor extra budget nodig is, snappen we ook. Tegelijkertijd zien we de oplossing minstens ook in de verregaande regionale samenwerking in noordoost Twente. We hebben in september goede radenbijeenkomst gehad waar ook de gemene deler was om dit spoedig verder vorm en invulling te geven. Helaas bleef het daarna stil en zijn we alweer een half jaar verder.

Kan het college ons een update geven voor wat betreft de status van deze samenwerking en wanneer we hier ook daadwerkelijk de vruchten van kunnen plukken? Wat betreft de besteding van de extra injectie in het duurzaamheidsfonds willen wij vragen met name te focussen om inwoners financieel te ondersteunen bij het verduurzamen van hun woning, niet alleen voor de financieel minderbedeelden onder ons, maar zeker ook voor de grote groep middeninkomens. Als we als stad een slag willen slaan, dan moeten we daarop inzetten en laten we dan geen geld en letterlijk geen energie steken in de windmolenparken of in de vervuiling van ons schaarse buitengebied met zonneparkvelden. En dan nog even over het parkeren in onze stad. We zijn blij dat er gestart wordt met een onderzoek naar de parkeersituatie. We begrijpen dat een goed beeld bij de huidige situatie nodig is om het parkeren voor de toekomst goed in te regelen. Op voorhand vragen wij het college bij de structurele invulling van het integrale parkeerbeleid out of the box te denken, het overnemen van het economisch beheer van de parkeergarage in De Driehoek, het werken met verschillende tarieven, het volledig of gedeeltelijk gratis maken van het parkeren, maar dan met regulering en of het gebruik van technologie is voor ons bespreekbaar. Oftewel, er staan geen heilige huisjes voor ons.

Ook kunnen we wat ons betreft budget gebruiken uit de reservering voor de binnenstad. En dan hebben we nog twee vragen aan het college. De eerste ten aanzien van punt 88 op de gewijzigde programma begroting betreffende bibliotheek. De servicekosten staan alleen voor 2023 begroot. Betekent dit dat de voormalige bibliotheek in 2023 wordt verkocht? En de tweede vraag, en daar had mijn collega van de WG het ook al over, betreft de locatie van het Sociaal plein. Als fractie hebben we altijd gestreefd naar een laagdrempelige toegang voor het Sociaal plein. We zien op basis van geluiden en misschien wel dezelfde geluiden die mevrouw Oude Engberink heeft gehoord, dat dat nu op dit moment nog niet zodanig wordt ervaren. De vraag aan het college is dat ook, wat is de zienswijze hierop van het college en bestaat er wellicht een mogelijkheid om, in relatie tot mijn vorige vraag, de bieb daar wellicht alsnog voor in te gaan richten? Tot zover onze eerste termijn. Rest ons nog het college en ook onszelf als raad veel succes toe te wensen bij de verdere invulling van uitrol van het raadsprogramma. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de volgende in de rij en dat is de heer Snijders van GroenLinks. Daarna de VVD en tot slot de Partij van de Arbeid. De heer Snijders. De heer Snijders: Nou, dat is een verrassing, voorzitter, want ik dacht ik ben aan het eind. Maar goed, daar is hij dan.

De uitwerking van ons raadsprogramma, fijn dat we zo goed hebben samengewerkt. Het programma is op hoofdlijnen, dat was een verstandige en haalbare keuze, voor zo'n eerste keer. Maar natuurlijk ben je daar nog niet in control en dat willen we als raad toch graag zijn tenminste, wij als GroenLinks in ieder geval wel en met de wijze waarop ons raadsprogramma is weergegeven in de begroting zijn we dat niet. Neem nou het deel binnenstad. Zelfs fulltime specialisten, zoals de rekenkamercommissie, daar hebben we het straks over, kunnen er geen chocolade maken. De krant kopt dat het onduidelijk is wat de plannen opleveren. Nou, en dan heb ik nog een reactie op wat net gezegd werd, op de VVD, trekken aan een dode olifant in de wijken. -29-

Volgens ons heeft er ook wel eens een dode olifant mét een nijlpaard op de rug in de binnenstad gelegen. Daar hebben we Oldenzaal Promotie op gezet en nu is nog niet eerst duidelijk of het wel lijk was wat er lag. Nou, wie zou er een aannemer vijf miljoen geven voor het bouwen van een huis zonder inzichten naar de resultaten te vragen, zonder termijnen af te spreken en gewoon genoegen nemen met de opmerking dat hij voor vijf miljoen wel aan de slag gaat met het bouwen van een huis? Blijkbaar wij als raad wel. Het idee speelt al veel langer en GroenLinks heeft al eerder een poging gedaan om het in een visie op genomen te krijgen en geïnspireerd door de bevindingen van de rekenkamer hebben we twee moties opgesteld om meer in control te komen. Die doe ik dan aan het eind. Eén voor de hele begroting, het gedeeltelijk smart maken van de begroting. Niet makkelijk, wel noodzakelijk. En specifiek voor de binnenstraat, ze mogen eindelijk met de binnenstad aan de slag. Dat was mijn opmerking in een politiek forum, maar volgens mij zijn we er al heel lang mee aan de slag, al jaren. Wij vinden dat wil Oldenzaal de promotie, het hele toegezegde bedrag krijgen, dan zullen ze de plannen SMART moeten maken. Maar daar krijgen ze de tijd voor, want het eerste gedeelte mogen ze hebben en als ze na een jaar niet smart een definitie kunnen geven wat ze verder willen, dan krijgen ze de rest niet.

Wat aan ons ligt, daar zit een motie achter. Nou, en omdat wij als GroenLinks de beroerdste niet zijn en het college natuurlijk graag helpen waar dat kan, hebben wij een kleine gift voor de portefeuillehouder. Ik weet niet of dat mag. De voorzitter: Dit is wel ongebruikelijk. Op zich mag het, maar het is wel ongebruikelijk. En de heer Visscher heeft zo een interruptie. De heer Snijders: Het is een heel kleine gift, u mag hem uitpakken. Zet deze op de juiste plek neer voor het raam en zie daar een onderdeel uit de begroting is alweer gehaald, de stad is alweer wat groener. De voorzitter: Dan ga ik even per interruptie naar de heer Visscher. De heer Visscher. De heer Visscher: Ja, dank u wel, voorzitter. Het is meer een verduidelijkende vraag, want ik heb ook de motie van de heer Snijders al gelezen, maar de heer Snijders zegt dat die anderhalf miljoen naar Oldenzaal Promotie gaat, maar volgens mij gaat hij naar Stadsnoabers en dat is een veel bredere samenstelling dan alleen Oldenzaal Promotie. Dus even de vraag of we op hetzelfde spoor zitten. De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Ik denk, zoals het wel vaker bij feiten is, dat de heer Visscher waarschijnlijk meer gelijk heeft dan mij, maar als de intentie maar duidelijk is. De voorzitter: De heer Snijders, gaat u verder, want ik zie geen aanstalten maken voor een tweede interruptie, dus gaat u verder.

De heer Snijders: Als reactie op de WG en ook op CDA hebben wij juist gemeend om moties mee te geven aan het college om te helpen om meer concreet te worden, want we willen heel graag helpen. Dan lees ik de motie voor. Begroting smarter. Roept het college op om bij elke P&C cyclus minimaal een onderdeel uit de begroting aan te wijzen om smart te gaan beschrijven met zijn allen. Welk onderdeel het zal zijn, kan in overleg met de gemeenteraad worden bepaald, te beginnen met een makkelijk te verifiëren onderdeel, om te leren en vervolgens onderdeel te kiezen op prioriteit of financiële consequenties. We hebben dat al eens gedaan, maar ik vind dat we daar gewoon meer vaart achter moeten zetten. En GroenLinks vindt dat ook. Binnenstad smarter roept het college op om voor het voor 2023 toegekende bedrag aan Oldenzaal Noabers, zal het dan moeten zijn, toe te

-30-

kennen, waardoor zij direct met uitvoering van plannen kan beginnen. Voor het resterende bedrag, 2024 en 2025, de voorwaarden te stellen dat de ambities in overleg met het college en de raad smart gedefinieerd worden en wel zodanig dat controle op behaalde resultaten mogelijk is. Bij het in gebreke blijven van Oldenzaal Promotie na 2023 geen gelden meer toe te kennen. De derde, ik ga gewoon door. Mosbeton roept het college op om te onderzoeken of het mogelijk is het beton aan de gevel van het stadhuis met mos te beplanten. En de vierde, centraal plein Ganzenmarkt, regeren is vooruitzien. En als we zeggen van schuren, gaat het glimmen, bij mij krijg ik altijd een gat in de broek als het gaat schuren. Maar dat is een ander ding. Regeren is vooruitzien, dit is een plan, daar moet je even over nadenken. Centraal plan Ganzenmarkt roept het college op om een plan te ontwikkelen waarbij het plein voor het stadhuis, de Ganzenmarkt dus, wordt getransformeerd naar een stadspark. Minimaal het Plechelmusplein en de stadstuin Bombazijn in dit plan mee te nemen en op het plan te laten aansluiten. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie in ieder geval de heer Bouwman een interruptie willen plaatsen. Dus de heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. Ja, in de motie over grasbeton ik snap … Oh sorry, mosbeton, excuus, mosbeton, u kunt er ook grasbeton van maken.

Nee, maar mosbeton, hij is nu wel heel erg gespecificeerd. Als er nou vergroening staat dan komen we misschien ergens. Maar waarom moet het per se mosbeton zijn? Het kan ook mooie klimop of zo of iets? Gewoon vergroenen. Cactus. De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Ja, dat is gewoon … Dat hebben we ergens gezien. Er zit ook een plaatje bij de motie, dan kun je zien dat dat werkt. Ja, als je klimop mooier vindt, wij zijn soepel, dat is ook groen, dat mag ook. En cactussen, ja, ze hebben mij gezegd buiten gedijt die niet zo goed, dus je moet ze wel binnenhouden. En het is wel een echte, dus niet van plastic. De voorzitter: Anderen nog? Niet. Dan dank ik de heer Snijders voor zijn bijdrage en dan kom ik bij de heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg me eigenlijk af of dit nou de eerste en enige echte boemelloep cactus is. De boemelloep cactus. Ja, wij zijn dat woord niet vergeten, wij gaan dat nooit meer vergeten, dat woord. Dus bij dezen, de boemelloep cactus. Voorzitter, na een langdurig proces om te komen tot een raadsprogramma heeft het college in korte tijd, en de organisatie, een vertaling weten te maken naar een programma begroting van een redelijk algemene tekst naar concrete acties en daarvoor onze complimenten.

Als Oldenzaalse VVD hebben wij bij het raadsprogramma al geprobeerd om direct financiële kaders mee te geven aan het college. Dat is helaas niet gelukt, maar uiteindelijk concluderen wij dat de verdeling die het college voorstelt niet heel veel afwijkt van onze verdeling. Dus dat is alleen maar mooi meegenomen. Het is voor ons belangrijk dat we investeren in zaken die belangrijk zijn voor onze toekomst, we hebben ruimte om te investeren, dus dat moeten we ook nu gaan benutten en dat doen we ook en daar zijn we blij mee. De binnenstad is een mooi voorbeeld, het gaat inmiddels weer beter met winkelsteden. Het tij lijkt een beetje te keren ten opzichte van de online shopping, dus het is nu het moment om te investeren in de toekomst. En dat het college anderhalf miljoen toekent, is alleen maar geweldig te noemen voor het hart van onze stad. In maart 2022 riep in Rouwhorst iedereen dat het tijd was voor actie en die actie komt er nu. En belangrijk is ook dat Stadsnoabers aan de slag gaat met de middelen, zoals we dat ook met elkaar hebben afgesproken. In het verlengde van de binnenstad, maar dat geldt zeker, inderdaad, wat ik net hoorde, ook voor andere plekken in de stad, is het belangrijk dat we een impuls voor onze -31-

cultuurhistorie doen. Dat juichen we van harte toe. Er zijn heel veel initiatieven in de samenleving waar we dit geld voor kunnen gaan besteden. Datzelfde geldt ook voor investering in energie en klimaat. We zitten in een enorme transitie en daar hebben we geld voor nodig. Ja, is dan alles helemaal goed? Niet alles, maar goed, we gaan dit wel zo laten zoals het is. We gaan ook geen amendementen indienen of moties indienen, we laten het gewoon voorkomen. Maar bijvoorbeeld een programma wat wij zien staan, kansrijk opgroeien, we zijn niet tegen zo’n programma, maar we kunnen op dit moment heel moeilijk overzien hoe dat past binnen alle andere programma's die we hebben, dus wij kijken reikhalzend uit en volgens mij is morgen het moment dat de preventie matrix komt, dus daar zullen we ons dan op gaan storten, morgen, na morgen. Motie, nog even reageren op moties van GroenLinks, het begrip smart. Wij vinden het eigenlijk al best wel een heel duidelijke begroting, maar het is toch niet verkeerd om nog meer te kijken om doelstellingen nog smarter te maken. Maar ik vind het wel jammer dat de vraag weer 100 procent bij het college neergelegd wordt. Ik vind dat wij als raad ook moeten gaan nadenken over wat smart dan moet zijn. Dus ik vind niet dat dat alleen maar bij het college moet liggen. Dan moeten we ook naar onszelf kijken.

De voorzitter: Ik zie de heer Snijders een interruptie willen plaatsen, de heer Snijders. De heer Snijders: Ja, daar ben ik het helemaal mee eens. Ik had dat misschien duidelijker moeten zeggen, het is een samenspel van ons allemaal. Oké. Dus het is niet een verwijt van doe eens smart, zeg maar, dat zouden wij ook moeten doen. Wij doen dat ook niet. De heer Visscher: Dan is dat verduidelijkt. We gaan verder niet in op details. Dat zien we later wel bij de uitvoering. Er is eigenlijk echter een regel binnen het programma wat wel onze aandacht heeft. Daar heeft het CDA net ook al iets over gezegd. Dat is het zinnetje we ronden de verkenning inzake samenwerking met Noaberkracht af. Het is heel belangrijk dat we hier snel stappen gaan maken, en vooral stappen die zinvol zijn. En zoals wij nu naar het proces kijken, begint het een beetje te lijken op een rituele rondedans waarbij die gemeente dan weer enthousiast is, dan is die gemeente weer enthousiast, dan is die andere gemeente weer niet enthousiast. Het is niet helemaal precies duidelijk waar we nou naartoe gaan, dus ik wil vragen stellen aan het college welke stappen we op korte termijn kunnen verwachten en hoe wij als raad hierin worden meegenomen. Tijd technisch, dit college heeft nog drie jaar de tijd om deze plannen te gaan uitvoeren. Wij zijn echt wel klaar met praten en steunen het begrip aan de slag voor Oldenzaal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12561501/2