CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcriptverslag raadsvergadering 13 november 2023 (begroting) vastgesteld in de raadsvergadering van 18 december 2023

Gemeenteraad 13 november 2023, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Notulen van deze vergadering54.449 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Maar ik denk dat we daar sowieso zo meteen eerst het debat over moeten gaan voeren, voordat ik daar nu antwoord op geef. -36-

De voorzitter: Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Bent u dan niet bang, door het gedurende minimaal een jaar niet geven van een subsidie om hun draaiend te houden zoals het nu is, dat er kennis verloren gaat bij Twente FM? De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: En welke kennis doelt u dan op? De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: De journalistieke kennis en de infrastructuur bij hen. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: We hebben daar vorige week tijdens het Politiek Forum volgens mij ook al het nodige over en weer aan vragen en antwoorden gesproken. We hebben ook de inspreker gehoord. En er is ook aangegeven hoe Twente FM dat naar de toekomst toe ziet. Daar zal inderdaad wel kennis verloren gaan. Maar zoals u in mijn betoog kunt horen, dat nemen wij dan voor lief. De voorzitter: Ik ga naar de heer Bouwman. En dan kom ik bij de heer Mekelenkamp. Niet? Mevrouw Berger? Niet? Wel? Wel, mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Jawel, graag. Mevrouw Oude Engberink, even een idee gooi ik nou de ruimte in. Want we hebben een aantal speeches van heel veel fracties verschillende termen voorbij horen komen. We hebben Oldenzaal 2040, de Toekomstvisie. Veel tijd, veel geld geïnvesteerd. Konden mensen allemaal hun mening geven. Dan hebben wij ook nog de stemvanoldenzaal.nl.

Kost veel tijd, kost veel geld. Kan iedereen ook zijn mening geven. Ik ben nog niet klaar, want er is ook een buurtinitiatief. Kost ook tijd en geld. Kunnen mensen ook hun mening geven. En als kers op de taart is er ook nog het StadsID. Kost ook tijd en geld en kunnen mensen ook hun mening geven. Is het een idee dat wij met zijn allen een keer een Forum gaan aanvragen en gaan kijken hoe we hierover gaan discussiëren, want dit kost allemaal geld. Mensen kunnen allemaal hun mening geven. Ik persoonlijk zie door de bomen het bos niet meer. En ik denk dat we hier de democratie kunnen helpen door A, mensen te laten participeren, maar ook te voorzien van informatie. Ik hoor graag uw mening daarover wat u als grootste partij in Oldenzaal daarvan vindt. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dan hoor ik graag nog even de vraag in het kort, want u heeft nu allerlei onderwerpen en visies en meningen en ideeën erbij gepakt. Ik zou graag willen weten wat dan uw vraag is. De voorzitter: Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Precies die verwarring die u nu ervaart, kan ik me voorstellen dat de inwoner van Oldenzaal ervaart. Want je kan participeren en je mening geven bij de Toekomstvisie Oldenzaal 2040. Dat kun je doen bij het buurtinitiatief. Dat kun je ook doen bij het StadsID.

En als je dan nog denkt, die mening is nog niet helemaal doorgekomen, dan kun je het ook aangeven bij de stemvanoldenzaal.nl. Dat zijn allemaal vormen, zodat de inwoner kan participeren en meedoen in de -37-

democratie. En ik zou dat graag in een Forum bespreekbaar willen maken of al die vier dingen echt noodzakelijk zijn? Of we daar eventueel in kunnen gaan snijden of samenvoegen? En dan bijvoorbeeld dat krediet beschikbaar te stellen voor de journalistiek van Twente FM. En de vraag luidt, hoe u als grootste partij in Oldenzaal, als woordvoerder, daarnaar kijkt, dat Forum. De voorzitter: En nu ga ik naar mevrouw Oude Engberink. En ik zag al heel veel handen, maar ik ga nu eerst naar mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Allereerst noemen, wij hebben als gemeente ontzettend veel instrumenten in onze portefeuille waar inwoners, partijen, organisaties gebruik van kunnen maken. Daar hebben wij ook een politieke agenda voor. We hebben een strategische agenda, die overigens ook nog voor verbetering vatbaar is. Maar daarover hebben we al een aantal keren gesproken. We hebben daarvoor ook een politieke agenda, die door het hele jaar heen dusdanig vrij is dat mensen vanuit de gemeenschap, vanuit de organisaties waar we mee samenwerken, dat zij bij ons kunnen inspreken en bij ons inderdaad verzoeken in kunnen dienen. Daarnaast hebben we een P&C-cyclus met een aantal financiële ijkmomenten. En we hebben uiteraard twee keer per jaar een bijstellingsmoment. We hebben de Kadernota en we hebben de Programmabegroting.

Daarin is voor ons denk ik het hele principe van, hoe gaan we financiële afweging maken en de raadsvergadering, die zijn wel duidelijk. Maar ik begrijp uw punt. En ik denk dat dat een heel goed onderwerp is om bij het presidium een keer te bespreken, om te kijken of we daar een Forum voor moeten inplannen. De voorzitter: Ik ga nu naar de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik hoor mevrouw Oude Engberink net zeggen, wij zijn huiverig in het aangaan van nieuwe financiële verplichtingen. Tegelijkertijd schetst u een doorkijk in de komende jaren, dat er miljoenentekorten gaan ontstaan. Of ontstaan, op ons af lijken te komen c.q. nog verder te gaan ontstaan. Maar u wilt ook verder investeren en mogelijk wel nieuw financiële verplichtingen aangaan richting het Vondelpark. Ik zou, tegelijkertijd richting de portefeuillehouder Yildirim, ook graag daar inzicht op willen hebben, maar ook richting u, hoe ziet u dat u dat aan elkaar kunt rijmen? De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. En daarna ga ik naar de heer Snijders. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Wij zijn in ons betoog begonnen dat wij geen nieuwe financiële verplichtingen willen voorstellen, naast datgene wat nu in de Programmabegroting is gesteld.

Ik denk dat daar uw conclusie niet geheel juist is dat wij geen nieuwe verplichtingen aan willen gaan, want wij sluiten aan bij wat vanuit het college ons is voorgedragen. Daarnaast wil ik u erop wijzen dat in de Programmabegroting bij het Masterplan Vondelpark 2.0 op dit moment geen financiën zijn genoemd. Dat is volgens mij waar we met elkaar het debat over gaan voeren tijdens het bespreken van de Kadernota 2025. De voorzitter: De heer Mekelenkamp nog een keertje en dan ga ik naar de heer Snijders. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, zolang er geen bedragen staan genoemd bij een voorstel en er vervolgens wel bedragen in de toekomst verwacht worden uitgegeven te moeten worden, dan zie ik dat in ieder geval voor ons als aangaan van nieuwe financiële verplichtingen. Of we daar dan eens over zijn of daar oneens over zijn.

-38-

De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Snijders. De heer Snijders. De heer Snijders: Ik wil graag inhaken op Twente FM. In feite gaat Twente FM over het proces. Het proces van democratie. En u zegt, u wilt het oordeel van het college afwachten. Wat zij vinden van de bijdrage van Twente FM. Als ik dat goed onthouden heb, zei u net, meen ik iets van. Niet? Maar u bent er al uit. Hoe kijkt u ertegenaan dat als je democratie wil bedrijven dat je een onafhankelijke partij moet hebben die ook onderzoek doet naar hoe wij ons hier gedragen, wat wij aandienen en wat wij doen? Ik zit direct te denken aan een programma als Zembla. Dat vind ik echt een meerwaarde hebben boven dat de regering dingen de wereld instuurt. Ik vind dat er een andere partij moet zijn die onderzoek doet naar wat wij doen. En dat is dan Twente FM. En als u dat niet steunt, laat u dat weg. Hoe denkt u dat gat op te vullen in de democratie? De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dat wat u schetst daar moet ik wel even over nadenken. Want u zegt, en ik vertaal even in mijn woorden wat u net zei, dat Twente FM onze toezichthouder is of wij ons wel houden aan de democratie en of wij wel het democratisch proces... Maar ik zie u... De heer Snijders: Nee. Journalisten zijn geen toezichthouder. De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Sorry, voorzitter, ik was te snel.

Journalisten zijn geen toezichthouders, maar zijn onafhankelijk onderzoekers naar wat er gebeurt in de maatschappij. En ik heb daar een hoge verwachting van. Ik geloof wel in journalistiek, als het serieus wordt gedaan. Dingen als Zembla en zo, daar kijk ik naar. Dat vind ik interessant om een beeld te vormen over wat er gebeurt en wat de overheid allemaal doet. En als je dat weghaalt, moeten burgers dan zelf onderzoek gaan doen naar wat er gebeurt in de raadsvergaderingen, in de besluiten van de gemeente, in de begroting? Anders krijgen ze dat min of meer gepresenteerd. De voorzitter: Ik heb geen vraag, maar wellicht dat mevrouw Oude Engberink toch wil reageren. En dan kijk ik. Ik had de heer Lulofs ook gezien en mevrouw Nevels. Maar ik kijk eerst nog even naar mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Allereerst, volgens mij is Twente FM geen onafhankelijk onderzoeker. Daar hebben we onder andere ook een Rekenkamercommissie voor. En Twente FM voert journalistiek. En daar zit altijd ook nog wel een persoonlijke mening achter. En wij hebben al een aantal kanalen in Oldenzaal ter beschikking als het gaat over journalistiek. Daarin zien wij op dit moment de toegevoegde waarde. Maar volgens mij mogen we daar prima van elkaar van mening verschillen. De voorzitter: Zo is het. Heel kort nog de heer Snijders.

En dan kijk ik even of de heer Lulofs nog een interruptie wil plegen. De heer Snijders. De heer Snijders: Likewise, u ziet geen toegevoegd waarde in het Centraal Planbureau? U ziet geen toegevoegde waarde in Zembla, in dat soort journalistiek. De voorzitter: Mevrouw, als u daarop wilt reageren, ga uw gang. En dan ga ik naar de heer Lulofs. Mevrouw Oude Engberink.

-39-

Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Nee, daar heb ik geen behoefte aan om daarop te reageren. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Ik kijk nog even naar de heer Lulofs. De heer Lulofs: Voorzitter, dank u wel. Ik wilde even reageren op de oproep van mevrouw Berger. En die ook al heel snel werd omarmd hier. Maar zoals wij hier bij elkaar zitten, en door al die jaren heen, dit is ook een organisch proces. En op een bepaald moment werd er bedacht van, we hebben een extra instrument nodig voor de raad en voor de inwoners. En dan wordt er bijvoorbeeld gekozen voor een StadsID, want die paste niet in iets anders. Laten we niet een traditionele politieke fout maken door te zeggen van, het kan allemaal veel efficiënter. Maar ga eerst eens terug. Ga eerst eens kijken van, waarom hebben we überhaupt besloten om bijvoorbeeld een StadsID in het leven te roepen? En als je die vraag hebt beantwoord, dan kun je pas verder van, gaan we dat bijsturen, gaan we het misschien wel cancelen of wat we daar ook mee doen. Maar laten we niet met elkaar een fout maken door bij elkaar te gaan zitten en zeggen van, het kan veel efficiënter en we houden daar nog 20.000 euro over en dat geven we aan een andere instantie. Zo werkt het wat mij betreft niet. De voorzitter: Ik ga nog even naar mevrouw Nevels. Ik heb u gezien, maar ik ga eerst naar mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Dank u wel, voorzitter.

Een korte reactie op de heer Snijders. Als u vindt dat Twente FM dan iemand is die dan een mening geeft, dat doet Tubantia ook. Maar ik zie ook niet in dat wij de Tubantia een subsidie gaan verstrekken als gemeente. Ik vind de vergelijking die u maakt niet helemaal oké. En de beantwoording van mevrouw Oude Engberink kan ik zeker achterstaan. Dan een reactie op het feit wat heer Lulofs zegt. Wij zien er wel iets in om er een Forum aan te spenderen, om dubbeling in die zin tegen te gaan. Wij zijn altijd ervoor om dubbeling eruit te halen. Maar daarentegen luister ik goed naar uw woorden en is het StadsID echt ontwikkeld omdat dat platform er gewoon niet was. En daar moeten we wel zuinig op zijn, denk ik. De voorzitter: Ik kijk even. Nog de heer Winkelhuis. En dan wil ik graag dat mevrouw Oude Engberink haar betoog kan afmaken. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Toch ook even een reactie op Solitair Oldenzaal, omdat die vragen om dit nog een keer bespreekbaar te maken. Kijk, binnen onze fractie hebben we het er nog niet over gehad. En ik weet niet hoe mijn fractieleden daar verder over denken, maar ik ben het volledig eens met de heer Lulofs. En ik heb op dit moment geen behoefte om ook hier nog een keer weer over te discussiëren. Die instrumenten zijn niet zomaar bedacht. En ik denk echt dat het goed is dat we zeggen, laten we eens even rustig pas op de plaats maken.

Kijk de andere zaken die allemaal nog op ons afkomen, hoe we die gaan handelen, voordat we dit circus allemaal weer op gaan tuigen. Dat is even mijn persoonlijke mening. En volgens mij moeten we hier nu niet af gaan spreken wat we gaan doen. Dat doe je maar mooi in het presidium, denk ik. De voorzitter: U moet het presidium ook niet overal voor willen gebruiken, maar dat is even een cri de cœur van mijn kant. Mevrouw Berger, tot slot. En dan ga ik weer terug naar mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Gelijk even reageren op de heer Winkelhuis. Als u geen zin heeft om daarover te discussiëren, zie ik graag een andere woordvoerder uit die fractie komen. Ik ben het ook met de VVD eens dat ik heel graag wil ontdubbelen. En ook onderschrijf ik wat de heer Lulofs

-40-

zegt, want het komt niet zomaar. Ik hecht daar heel veel waarde aan dat de Oldenzaler haar mening kan en mag geven. Ik vraag mij alleen af of dat op alle vier de platformen A, voor de Oldenzaal duidelijk is welke vraag je waar moet leggen en B, of het voor intern hier in het huis logisch is om het op die manier op te lossen. En dan had ik nog even een reactie op mevrouw Nevels van de VVD. Twente FM is onafhankelijke journalistiek. En wij als Oldenzaalse inwoner mogen daarvoor betalen, want Tubantia daarentegen is onderdeel van DPG Media. En die krijgt landelijk subsidie. Vind ik toch wel wat anders. Sorry, mevrouw Oude Engberink, ik had eigenlijk helemaal geen interruptie voor u. Ik wil, als de voorzitter het toelaat, graag mijn toelichting geven aan uw speech. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink, ik zou zeggen, gaat u verder met uw betoog. En dan komen we tot een afronding. En dan kan ik de volgende fractie het woord geven. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Soms is het wel verrassend hoe ambtgenoten met elkaar zo het debat gaan voeren en dat ik hier mooi kan wachten. Dank u. Tijdens deze beschouwingen willen wij niet alleen naar de voorliggende Programmabegroting kijken, maar zeker ook naar de toekomst. Zoals collega Lulofs al aangaf, back to the future.

De afgelopen maanden is de gemeente bezig geweest met het verzamelen van input voor een Stadsvisie 2040. En hoe zien wij onze stad in dat jaar? Hebben wij in 2040 in Oldenzaal, met een bruisend centrum en leefbare wijken, met voldoende woningen voor jong en oud, waar kantoren en schoolgebouwen die niet als zodanig gebruikt worden, zijn getransformeerd naar woningen? Waar bijvoorbeeld het VOSgebouw, al een paar keer hier genoemd, is omgetoverd tot een fantastische plek om te wonen, met een fenomenaal uitzicht? Waar jong en oud elkaar ontmoeten? Waar men zorgt voor elkaar? Een leefgemeenschap van zeven verdiepingen wellicht? Hebben we wijken waar voldoende geschikte en betaalbare woonruimte is voor jongeren, als ook voor ouderen? Hebben we dan een Oldenzaal waar Noaberschap met hoofdletters wordt geschreven? Waar we naar elkaar omzien? Of zoals een cliënt van Aveleijn zo mooi verwoordde bij zijn visie op Oldenzaal 2040, zullen we in 2040 in Oldenzaal alsjeblieft gewoon normaal doen tegen elkaar? Willen wij een stad die doorgroeit naar 40.000 inwoners of willen we juist niet doorgroeien? Een dergelijke groei kan een antwoord zijn op onze financiële uitdagingen. Maar dat vergt dan wel een doordachte planning en strategische beslissingen. Beslissingen in onder andere woningbouw, zorgvraag en zorgverlening, sport- en bewegingsfaciliteiten, enzovoort.

Wat kunnen we nu al doen, in aanloop naar de groei die we voor ogen hebben? Is het verstandig om nu al na te denken over toekomstig gebruik van het NS terrein en kantoorpanden? Afgelopen zaterdag hebben we het in de Tubantia al kunnen lezen dat ook Partij van de Arbeid zich met dit thema bezighoudt. En zojuist in hun bijdrage hebben ze daar ook aan gerefereerd. Blijkbaar zijn wij niet de enige met deze gedachtes. Wij kijken uit naar de uitkomsten van Stadsvisie 2040 en hopen op een weloverwogen visie, die ons gaat helpen bij het vormgeven van de financiële toekomst van Oldenzaal. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog een interruptie van de heer Bouwman. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u. U kijkt uit naar de Stadsvisie 2040. Maar dat is zeventien jaar vooruit. We kunnen de dag van morgen al niet voorspellen. Vindt u dat ook niet een beetje iets te grote tijdspanne om een visie te hebben over 2040, terwijl we misschien beter eerst 2030 zouden kunnen of 2025? Dat lijkt ons iets realistischer dan zoveel tijd en energie te spenderen aan een visie, terwijl we de afgelopen jaren hebben gezien hoe snel de wereld kan veranderen. Dat wij denken van, is dat echt effectief wat we hier aan het doen zijn? De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink.

-41-

Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Vooropgesteld, de vraag die volgens mij onder uw vraag zit, wordt niet gesteld van, wat vinden wij als fractie van het idee om de Stadsvisie 2040 uit te voeren? Daar zijn wij het volledig mee eens. En als we kijken naar hoe de Stadsvisie 2040 tot stand komt, is dat we juist met de inwoners met allerlei verschillende stakeholders met elkaar de stip op de horizon, en dat is misschien wellicht geen stip, maar een balkje, dat we op verschillende onderdelen met elkaar gaan bespreken van, hoe zien wij de toekomst van Oldenzaal? En gaandeweg zullen we daar inderdaad stappen naartoe moeten zetten. Het is niet zo dat we pas in 2040 met de Stadsvisie aan de slag gaan. Volgens mij zijn we met elkaar nu aan het bespreken van welke Toekomstvisie van, hoe zien wij Oldenzaal in de toekomst? En dat we daar met elkaar gaandeweg ook initiatieven en plannen voor gaan ontwikkelen. De voorzitter: Dank u wel. f.

AB D66

De voorzitter: Ik ga naar de volgende fractie. En dat is de fractie van D66. De heer Van der Waal. Ga uw gang. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Het is een gewoonte, maar ik heb het nog niet gehoord. Laat ik dan maar beginnen het college, en daarbij alle ambtenaren rondom hen, een compliment te geven voor het vele en intensieve werk wat voor de gemeente Oldenzaal is gedaan. Het zijn vaak moeilijke keuzes die moeten worden gemaakt en waar we ook over praten. Maar best college, laat u in dit geval door deze lovende woorden niet in slaap sussen. D66 heeft genoeg suggesties voor andere keuzen en hoopt hiermee uw hoofd weer meer dan actief te houden. Allereerst de begroting. Wanneer we de begroting vaststellen, doen we dat niet alleen voor het komend jaar. U houdt ook rekening met de nabije toekomst. Zo lezen we dat het erg onzeker is wat het resultaat van de begroting aan het eind van het jaar is. We hebben voor dit jaar al een tegenvaller van 3 miljoen. Deze onzekerheid vinden we vreemd genoeg niet terug in de risicotabel van pagina 49. Naar de mening van D66 is onzekerheid in het jaarresultaat ook een risico wat zou moeten worden meegerekend. Wanneer we dan de berekening van de weerstandsratio doen, zoals die in de Programmabegroting wordt voorgesteld, komen we in de loop van de komende 4 jaar uit op een weerstandsratio van steeds boven de 3.

Maar met het risico van het jaarresultaat en de feitelijke verwachting van de jaarresultaten, zoals gegeven, meegenomen, wordt deze ratio door mij althans berekend tot zelfs 1,5. Duidelijk minder dan het minimum van 2. Een duidelijk veel te lage weerstandsratio. U kunt dat nazien in de tabellen onderaan. In de begroting is geen rekening gehouden met de in de Kadernota aangegeven posten voor volledige reconstructie van een aantal wegen. En het zou D66 niet verbazen wanneer we het hier over de ordegrootte van enkele miljoenen hebben. Hier wordt ons inziens de kop in het wegenzand gestoken. Al bij elkaar, dit doemscenario laat duidelijk zien dat we in Oldenzaal buitengewoon voorzichtig moeten begroten en niet te veel luxe plannen moeten uitvoeren. Maar desondanks ga ik het hebben over de twee hete onderwerpen van dit moment. D66 is het met andere raadsfracties en het college eens dat De Höfte een waardevolle voorziening is in Oldenzaal. En dat we met ons allen in Oldenzaal ons best moeten doen deze voorziening in stand te houden, op een enthousiaste, maar vooral ook zakelijke manier. D66 waardeert het dat het college met De Höfte in gesprek gaat en een onafhankelijk verkenner voorstelt om hun financiële situatie gezond te krijgen. Desnoods, wat ons betreft, met een noodkrediet voor het volgend jaar. Desnoods door het bedrag van de onderhuur van de BSO aan De Höfte te laten.

De Höfte is voor de Oldenzaalse inwoners te belangrijk om verloren te laten gaan. De voorzitter: Momentje. Excuus. De heer Bouwman, per interruptie. De heer Bouwman. -42-

De heer Bouwman: Als ik het zo beluister, gaat u straks waarschijnlijk mee met ons amendement. Want u geeft exact aan wat wij in ons amendement hebben opgenomen. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik kan er op dit moment even geen antwoord op geven, omdat ik de exacte tekst niet bij me heb. Maar als die overeenkomt met deze tekst, dan ja. De Höfte zou er baat bij hebben te kijken hoe ze meer vrijwilligers kan aantrekken. Want dat is een van de klachten, dat er veel vrijwilligers zijn verdwenen. Het is een algemene trend, ook bij andere verenigingen, dat zich steeds minder vrijwilligers aanmelden voor het doen van leuk werk ten behoeve van de samenleving. Toch mag geen enkele organisatie zich hier bij de pakken neerleggen. Ook onze Oldenzaalse inwoners kunnen zich achter de oren krabben. Moet de overheid er voor de inwoners zijn? Het antwoord is, ja. Maar tegelijkertijd is de vraag, is de inwoner bereid zich voor de samenleving in te zetten en tegelijkertijd de eigen hobby uit te voeren? Het antwoord is, ja. Denk er hardgrondig over na en ga over tot actie. Vraag niet alleen wat de overheid voor u kan doen. Vraag u ook af wat u met plezier voor de samenleving kunt doen. Niet als plicht, maar als nuttige, dankbare inspanning.

RTV Noordoost Twente, Twente FM ook wel genoemd, heeft de afgelopen jaren een mooi journalistiek team opgetuigd voor goede verslaggeving van plaatselijk nieuws uit de Noordoost Twentse gemeenten. RTV Noordoost Twente werkt al met 1Twente en RTV Oost samen, om op landelijke ontwikkelingen vooruit te lopen. Voor continuering van de verslaggeving heeft RTV Noordoost Twente subsidie aangevraagd. D66 ziet graag dat een tijdelijke subsidie wordt toegekend om zo het journalistieke team te behouden. Zodra de opgelegde reorganisatie een feit is, ontstaat een nieuwe situatie die dan opnieuw financieel moet worden bekeken en beoordeeld. De voorzitter: Momentje. Voordat u verder gaat. Ik zie een interruptie van de heer Bouwman. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ik begrijp dat u niet voor een structurele subsidie wil, maar voor een incidentele. Wat is uw voorstel daarvoor dan? De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Het college heeft tijdens het Forum op een dergelijke vraag geantwoord dat zij willen wachten totdat de reorganisatie een feit is en dan willen beoordelen of daar een subsidie gaat worden toegekend. En tot dat moment willen zij niets doen. Ik denk dat het niet verstandig is om dat niets doen voor die tijd te laten gebeuren. De voorzitter: De heer Bouwman nog een keertje en dan mag u weer verder gaan met uw betoog. De heer Bouwman.

De heer Bouwman: Wij zijn een andere partij en we hebben natuurlijk ook andere manieren van werken. Maar ik had dan een amendement of een motie ingediend om een incidenteel voorstel te doen. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik lees geen vraag en ik zie dat u ook is dit voorstel... Akkoord. D66 leest bij dienstverlening en veiligheid de zin, wij optimaliseren het werkproces vroegsignalering criminaliteit met de focus op jeugd tot en met 23 jaar. Hier lijkt een organisatorisch detailprobleem te worden opgelost, zo lees ik het. Is het niet nog beter verder te optimaliseren in de feitelijke preventie van -43-

jeugdcriminaliteit door vroege schoolverlating tegen te gaan, door jeugd een zinvolle tijdsbesteding met werk en hobby te geven? Zo hoeven we hier niet te signaleren, maar kunnen we ons op andere criminaliteit concentreren. D66 hoopt van harte dat het programma Actief naar school wordt voortgezet en waar mogelijk verbeterd. Het is goed de jeugd gelegenheid te geven ook de tijd na school zinvol in te vullen. Actief na school is een goede preventiemaatregel, doordat het voorkomt dat jeugd zich gaat vervelen en op ongewenste wijze gaat experimenteren. Het is goed te lezen dat het college werk maakt van het klimaatbestendig maken van de stad. Zo te lezen te beginnen met Molkenboer, het Plechelmusplein en de wijk Glinde-Hooiland. Vreemd genoeg wordt niets gemeld over het deel van het toekomstige Singelpark, tussen de versteende parkeerplaats bij de Vijfhoek en het Molkenboer. Misschien dat het college daar een toelichting op kan geven. D66 is blij met het onderzoek naar de bereikbaarheid van de bedrijventerreinen per openbaar vervoer. D66 zou graag zien dat hier ook de mogelijkheden voor langzaam verkeer, gebruikmakend van alle vormen van de fiets, zouden worden meegenomen, inclusief de veiligheid van alle verkeer op deze terreinen.

Ook de belangrijke fietsroute die over het industrieterrein het Hazewinkel loopt, namelijk van de Berkstaat richting Hengelo door het buitengebied, maakt het veiliger maken van dit industrieterrein belangrijk. Toegang tot de binnenstad is met borden geregeld. Deze borden hebben op enkele plaatsen een zo uitgebreide tekst met tijdtabellen, dat deze nauwelijks leesbaar zijn. Ook kan op basis van deze borden alle verkeer toegang nemen tot de binnenstad, binnen die toegestane tijden. Kan het college zorgen voor een goede toegangsregeling voor aan- en afvoer van goederen? Ook het rijden van fietsers door de binnenstad kan gevaar opleveren voor argeloze voetgangers in het winkelgebied. Hier zou handhaving op stapvoets rijden van auto's en fietsers beiden op de plaats zijn. We lezen dat er mogelijkheden worden verkend voor de ontwikkeling van Hanzepoort-West ter uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Hanzepoort. Bij deze verkenning zal uit de Global Goals vast worden aangegeven dat het is voor nummer negen, de industrie en innovatie en infrastructuur. Is het college hierbij bereid aan te geven dat dit mogelijk negatieve gevolgen heeft voor Global Goals nummer veertien, we leven in het water. En nummer 15, leven op het land. Bij de ambities is te lezen dat één van de doelen is om het bruto Twents geluk in deze groene topregio te verhogen.

Laten we deze regio toch met ons allen zo groen mogelijk houden. De voorzitter: Momentje. Ik zie een interruptie van mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat D66 het met ons eens is. Klopt gewoon niet altijd. Het ene bijt het ander. Mag ik hieruit concluderen dat u voor onze motie of amendement gaat stemmen? De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: U kunt deze conclusie niet trekken. Het gebruik van de Global Goals dwingt het college om over de gevolgen van hun acties, goede acties in het algemeen, in ieder geval goede bedoelde acties, na te denken. Wat mij opvalt, is dat daar meestal alleen maar Global Goals worden gebruikt voor het aangeven wat positief gaat. En dat de Global Goals helaas nog niet worden gebruikt voor onderdelen waar het misschien een negatief gevolg zou hebben. Het is een impliciete oproep om daar ook rekening mee te houden, in enig vervolg. Ik ga verder, voorzitter, als er geen vragen zijn. In Oldenzaal worden er volgens plan tot 2033 gemiddeld honderd woningen per jaar extra gebouwd. Voor de helft op inbreidingslocaties. Voor de andere helft op de sleutelprojecten Stakenbeek, Graven Es en Langestraat. D66 hoopt van harte dat hierbij een ruime hoeveelheid woningen in het goedkope en sociale segment zullen zijn opgenomen, evenals een behoorlijk aantal woonwagenlocaties.

Starters en mensen die niet een hoog inkomen hebben, kunnen in de huidige markt van schaarste en dure woningen vrijwel geen woonruimte vinden. Elke inwoner van Oldenzaal -44-

zou een en betaalbaar onderdak moeten vinden. D66 roept het college dan ook op alle mogelijke moeite te doen woningen betaalbaar te laten bouwen, door aan bestemmings- en bouwplannen randvoorwaarden te verbinden. Door innovatieve bouwprojecten te bevorderen. Door van nieuwe percelen de grootte beperkt te houden. En alle andere maatregelen te treffen waardoor woningen betaalbaar worden. We hebben betaalbare huizen nodig voor al onze inwoners, jong en oud, waar die mensen kunnen wonen. D66 is erg blij dat in deze raadsperiode wordt gestreefd naar een vermindering van de CO2-uitstoot met 55 procent in 2030. We hebben hierbij nog een lange weg te gaan. We zijn blij met de plannen. Maar wat zijn we blij met de mogelijkheid van de duurzaamheidsleningen. Maar nu de daad bij het woord. Zou het een idee zijn voor rijtjeswoningen in eigendom een gedeeltelijke ontzorging te realiseren? Zodat voor soortgelijke huizen soortgelijke maatregelen efficiënt kunnen worden uitgevoerd. Ik weet, dat vraagt veel overleg, instemming, medewerking van inwoners. Maar toch kan dit een drempel voor huiseigenaren wegnemen, kennis voor deze eigenaren opleveren en door schaalgrootte besparingen opleveren. Op basis van de RES en de warmtevisie is het plan voor alle wijken een WUP, en zogenaamd wijkuitvoeringsplan te maken, om te zien hoe woningen efficiënt en zo mogelijk zonder aardgas verwarmd kunnen worden.

Ik zie in de begroting nergens enige aanduiding van enig plan om zo'n plan op te stellen. Noch voor de tijd, noch voor andere wijken. Desondanks blijft de doelstelling staan woningen te isoleren en waar mogelijk van het gas af te halen. Kan het college aangeven hoe zij inwoners hierin actief ondersteunt? Het college heeft een, afgekeurd overigens, voorstel gedaan om twintig hectare zonnepanelen te leggen. Dit was een ambitieus plan, waar D66 alsnog en alweer het college complimenten voor geeft. De voorkeur was en is nu deze panelen op daken te leggen. Hoe denkt het college een versnelling te bewerkstelligen in de ingebruikname van zonnepanelen op daken? Zonnepanelen geven veel energie overdag in de zomer, maar in de nacht, in de windrijke winter, produceren zonnepanelen weinig energie. Wind trekt zich niet veel aan van dag of nacht en is gemiddeld sterker in de winter dan in de zomer. D66 vraagt zich dan ook af of boerderijmolens in het buitengebied van Oldenzaal kunnen worden gepromoot, bijvoorbeeld door korting op de leges. De voorzitter: Ik zie een interruptie, excuus de heer Van der Waal, van de heer Bouwman. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ik was even benieuwd, wat verstaat u onder een boerderijmolen? En welke afmetingen heeft u dan voor ogen? De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Boerderijmolens worden binnen Nederland gebouwd.

Een Twente uitvinding. Worden bij mijn weten gebouwd in Groningen en hebben een hoogte van tien tot dertig meter. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Met tien meter kunt mij misschien nog vinden, maar dertig niet. De voorzitter: De heer Van der Waal, gaat u verder. De heer Van der Waal: Dan hebt u waarschijnlijk ook problemen met de zendmasten van de PTT. D66 is heel enthousiast over het noemen van het doel, meer deelname aan cultuur en sport voor plezier. Tot verbazing van D66 lezen we dat het Talenthouse voor jongeren, Studio15, wordt gemonitord en geëvalueerd. En dat een besluit over voortzetting wordt genomen. Laten we beseffen dat het bieden van dit soort mogelijkheden de jeugd zinvolle tijdsbesteding levert waarin zij zich in

-45-

een eigen richting kan ontwikkelen en ontspannen. D66 hoopt dan ook van harte op voortzetting van deze prachtige speelplaats voor de jeugd. Als we de veel positiever geformuleerde evaluatie en ondersteuning voor Twents Zilver en BoesCool55+ lezen, verbaast D66 zich over de verschillende zinsconstructies voor de jeugd en voor de ouderen. Natuurlijk is het goed voortdurend te evalueren, maar niet met de a priori gedachte dat dit tot een einde beslissing gaat leiden. De voorzitter: Ik zie een interruptie in ieder geval van mevrouw Berger. En ik hoor ook van de heer Visscher. Eerst mevrouw Berger. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Even een klein puntje, want ik wil het toch even scherp hebben. Wij hebben namelijk al in den beginne bij het voorstel over Talenthouse, Studio15, gehad over de tussentijdse evaluatie. Dat is helemaal niks nieuws. Het verbaast mij dat u verbaasd bent. Maar dat u daar een mening over heeft, daar heeft u natuurlijk alle recht toe. Maar dat is al in den beginne afgesproken, die tussentijdse evaluatie. De voorzitter: De heer Van der Waal. En dan ga ik naar de heer Visscher. De heer Van der Waal: Ik geef in mijn laatste zin aan, natuurlijk is het goed voortdurend te evalueren, maar niet met de a priori gedachte dat dit tot een einde beslissing gaat leiden. De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter.

Ik vraag mij af of de heer Van der Waal meer weet dan wij. Want ik kan wel leven met de a priori gedachte dat het tot einde beslissing leidt. Wij zijn daar wel voor. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik heb contact gehad met Studio15. En Studio15 is voortgaand, toenemend, moet ik eigenlijk zeggen, succesvol. Waarom u dit a priori wil opheffen, is mij een grote vraag. De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Maar waarom bent u dan bang voor een evaluatie. Als het zo gaat, dan moet u toch de evaluatie met grote blijdschap toejuichen? Ik begrijp het niet. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: In dit geval kan ik het met u eens zijn, maar de zinsconstructie noopt mij te vrezen voor een einde beslissing. En dat heeft puur met de formulering van de zin te maken. De voorzitter: Dan zag ik volgens mij ook nog de heer Maartens. De heer Maartens. De heer Maartens: Studio15 is volgens mij opgezet als een project. Een project kent een begin en een eind. En ze heeft ook een pilot. En dat betekent dat we, voordat we een besluit nemen, in ieder geval met elkaar moeten weten tegen dat eind, hoe staat het ervoor? Wat vinden we ervan? Hebben we gekregen wat we bedoeld hebben, of is dat niet het geval? Om daar nu over te vinden hoe het gaat, dat vind ik nogal lastig. De voorzitter: De heer Van der Waal, u hebt weer de vloer. -46-

De heer Van der Waal: Voorzitter, ik denk dat deze discussie leidt tot ongeveer hetzelfde. Het is goed te evalueren, maar dan met een eerlijke evaluatie van, als het niet succesvol is, houden we ermee op. Daar ben ik het dan volledig mee eens. Als het succesvol is, gaan we ermee door. Maar mij triggerde het verschil in zinsconstructie tussen Studio15 en Twents Zilver en BoesCool55+. Met uw toestemming ga ik door. D66 is heel tevreden dat bij maatschappelijke ondersteuning aandacht wordt gegeven aan vroegsignalering en preventieve voorzieningen, aan een optimale ontwikkeling voor ieder kind, alsmede dat inwoners in staat zijn te voorzien in hun eerste levensbehoefte. Als alleen al deze drie doelen worden gehaald, kan de voedselbank worden opgeheven. Helaas, we leven nog in een andere wereld, met een noodzaak van een voedselbank. Er is hier nog heel veel werk in onze winkel. De raad heeft enkele vergaderingen terug het armoedebeleid vastgesteld. D66 heeft hier graag mee ingestemd. Maar laten wij met dit beleid niet achteroverleunen in onze luie stoel. Armoede is geen keuze, maar een toestand waarin een inwoner met zijn of haar gezin verzeild in is geraakt. Een toestand die stressvol is. Waarin het denken zich in veel gevallen beperkt tot de dag van nu. Morgen komt weer een dag. Zolang de voedselbank nog veel cliënten van voedsel voorziet, is armoede nog een te groot probleem.

In Oldenzaal wordt goed geprobeerd mensen aan het werk te krijgen, om deze mensen trots een eigen inkomen te laten verdienen. Echter zijn er ook mensen die hierdoor, al dan niet langdurige ziekte, niet toe in staat zijn. Ook deze mensen dienen door de bourgondische en gastvrije stad Oldenzaal te worden geholpen om een menswaardig leven te leiden. De gemeente geeft waar nodig bijstand aan mensen in inkomensproblemen. D66 hoopt van harte dat het per ongeluk fout invullen van een of meer formuliervragen geen al te grote sanctie teweeg gaat brengen. Iemand in armoede is niet in staat een goed boekhouder voor zichzelf te zijn. Geef de arme medemens een faire kans zich te vergissen. Veel arme inwoners durven als gevolg van allerlei berichtgeving van de laatste jaren geen steun aan te vragen. Bang als ze zijn een veelheid van de steun terug te moeten betalen. Wanneer gelezen wordt dat wij ons huidig beleid op werk en inkomen evalueren en kijken hoe we de menselijke maat optimaal kunnen toepassen, word ik daar gek genoeg een beetje treurig van. Oldenzaal zal toch op elk terrein in het vaandel moeten hebben dat de menselijke maat wordt gehanteerd. Dit zou niet pas in 5.26 terloops moeten worden genoemd. Dit zou een parapluwoord moeten zijn voor alle acties van de gemeente.

Tenslotte, voorzitter, het college gaat een visie ontwikkelen op de sociale basis in de wijken, in aansluiting op de veerkrachtkaarten uit de Woonagenda. D66 ziet hierbij graag dat onze inwoners andere inwoners met andere kenmerken als goede buren zien. D66 ziet graag dat het college zich hiervoor inzet. Dat inwoners iedereen in beginsel als aardige mensen beschouwen. Woningzoekenden, asielzoekers, statushouders, woonwagenbewoners en wat al niet meer. Desnoods mensen uit het westen van het land, zoals hier staat. Voorzitter, in principe zijn alle mensen aardig en welwillend. Laat in Oldenzaal niemand een ander uitsluiten, omdat een ander iets heeft wat die iemand niet heeft of kent. Laten we nieuwsgierig zijn aan elkaar. Dat was het. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie nog tot slot een interruptie van de zijde van de VVD. De heer Nijland. En dan wil ik vervolgens graag het CDA als laatste de gelegenheid geven om haar inbreng in deze termijn te geven. De heer Nijland De heer Nijland: Voorzitter, dank. Voorzitter, collega Van der Waal zag ik in beginsel als een aardig mens. Ik zie hem nog steeds als een aardig mens. En voorzitter, ik blijf ook nieuwsgierig naar de mens Van der Waal. Waar het mij eventjes om gaat. Dan kijk ik naar het college. Ik heb in het achterhoofd het ambtelijk apparaat.

Hoe ziet de heer Van der Waal de inzet van het college slash ambtenarenapparaat voor zich als ik dit in de praktijk moet zien als het college of de ambtenarenapparaat een campagne op mij loslaat, richting mensen die ik misschien in beginsel ook niet zo aardig of leuk vind op basis van een onderbuikgevoel? Ziet collega Van der Waal dit college als een soort Loesje 2.0 of hoe moeten we dit gaan plaatsen? En tot slot kom ik even terug op -47-

Studio15. Uw slotzin, laten we nieuwsgierig zijn naar elkaar. Misschien kunt u ook nieuwsgierig zijn naar de evaluatie die komt met betrekking tot Studio15. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Nijland: Even de vraag hoe u het ziet? De samenwerking college, ambtenarenapparaat triggerde mij. Dank. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik ben zeer nieuwsgierig naar het resultaat van de evaluatie van Studio15. Zeker. En ik hoop dat dat tot een onafhankelijk oordeel komt. En uiteraard hoop ik dat het wordt voortgezet. Maar dat is afhankelijk van de evaluatie. Daar wil ik niet a priori op vooruitlopen. Daar ging het me echt om de formulering van de zin. Wat betreft de oproep aan het college, ga ik terug naar eerdere uitspraken dat opgemerkt werd bij bepaalde situaties dat iets weleens moeilijk zou kunnen liggen in een wijk. Waarbij ik denk, wat is dan moeilijk? Als daar woonwagenplaatsen worden neergezet. Als daar asielzoekers moeten komen. Als er Oekraïners moeten komen. Als daar flexwoningen moeten komen. In het onderwerp van de flexwoningen heb ik op het Forum dit expliciet genoemd. In de zin werd zo duidelijk gezegd van, bepaalde plaatsen voor de flexwoningen willen we op basis van de veerkrachtkaarten al niet eens onderzoeken.

Dan denk ik, waar zijn we bezig? Zijn we bezig elkaar uit te sluiten of zijn we bezig gezamenlijk binnen Oldenzaal uit te zoeken of wij bij elkaar kunnen wonen en met elkaar kunnen leven? De voorzitter: Heel kort alstublieft. De heer Van der Waal ook een korte reactie, want dan wil ik echt naar de heer Maartens toe. De heer Nijland. De heer Nijland: Duidelijk. Alleen dat heeft natuurlijk niks te maken met hoe u het hier verwoordt. En ik ben er op zich blij om. Maar laten we dan gewoon op politieke ideeën en de inzet van het ambtelijk apparaat, op basis van veerkrachtkaarten en of iets wel of niet kan, de actie inzetten. En laten we dit soort teksten inderdaad voor organisaties als Loesje beschouwen. Dank. De voorzitter: Dank. Dat zie ik niet als een vraag. Dank u wel, de heer Van der Waal. g.

AB CDA

De voorzitter: Dan ga ik nu naar de heer Maartens. Ik zit ook een beetje met de tijd, beste dames en heren van de raad. Ik wil ook voor het eten en voor de pauze... We zitten hier al bijna drie uur. We hebben nog geen pauze gehad. Ik zit ook een beetje... En ik wil de heer Maartens natuurlijk alle gelegenheid geven om in de eerste termijn ook zijn bijdrage te leveren. Ik heb nu heel veel ruimte gegeven. Ik hoop dat u dat gemerkt heeft. Ik ga nu naar de heer Maartens. De heer Maartens. De heer Maartens: Voorzitter, mag ik toch beginnen met een punt van orde? Ik begin zo langzamerhand echt honger te krijgen. En ik vind het ook best wel lastig om na deze drie uur hier nu goed geconcentreerd achter deze microfoon te staat. Ik zou willen voorstellen eerst te gaan eten. De voorzitter: Dat snap ik. Ik zou dat punt van orde heel graag willen invullen. Alleen dan moet het wel klaarstaan. We zouden op zich nu kunnen schorsen. Dan is het eten nog niet, want dat kost nog een klein kwartiertje, gereed. Maar dan zou dat kunnen gebruiken. Dan wil ik dat alvast verzoeken, om alvast in uw fracties te bespreken wat u van de bijdragen tot nu toe vindt? En vervolgens starten met de bijdrage van uw fractie. Dan moeten we even kijken of we dan nog een schorsing nodig -48-

hebben om ook uw bijdrage recht te doen. En dan is vervolgens het college aan zet. Ik neem maar even met uw gewoon de planning door. Dan wil ik echt wel om kwart voor acht vervolgens weer beginnen om ook weer recht te doen aan de bijdrage van het college en om redelijk op tijd, ik gebruik maar even het woord redelijk, dat is een eigen interpretatie, klaar te zijn. Ik wil met alle plezier tegemoetkomen aan uw punt van orde, maar dit is wel even de situatie waar we nu mee te maken hebben. Ik kijk even naar u, want u brengt het punt in om nu te schorsen, maar dan wel met inachtnemend dat het kan zijn dat het eten nog niet klaar staat. Ik weet niet hoe u dat duidt. De heer Maartens: Ik had honger, zeg ik al. En ik ben gewoon heel eerlijk. Na drie uur hier heb ik er ook behoefte aan om even op andere gedachten te komen in plaats van hier nu een verhaal te gaan houden. De voorzitter: Maar dan stel ik voor om toch te gaan schorsen. Althans, als u daarmee in kunt stemmen. Dan loopt u het risico dat het nog niet klaar is, maar dat ziet u dan vanzelf wel. En dan wil ik om kwart voor acht weer beginnen. Dan is het iets korter, maar kwart voor acht beginnen we weer met de volgende ronde. Ik schors de vergadering. Ik heropen de vergadering. Het is kwart voor acht.

Zoals afgesproken mag ik de heer Maartens uitnodigen om namens zijn fractie het woord te voeren in de eerste termijn bij de Programmabegroting. De heer Maartens. De heer Maartens: Dank u wel, voorzitter. En fijn dat de hele raad heeft willen meewerken om eerst de maaltijd te doen, want dat voelt een stuk beter, in ieder geval bij mij. Zoals het hoort, is de Programmabegroting 2024 gebaseerd op ons Raadsprogramma dat we met zijn allen gemaakt hebben. En dat het financieel niet gemakkelijker wordt, zeker als de landelijke plannen voor 2026 en verder doorgaan, is bekend. Dat Oldenzaal nu negatieve saldi laat zien voor 2026 en 2027 is dan ook niet meer dan logisch. En een prima signaal naar provincie en Rijk dat het zo niet kan. Beter dan als we alleen maar sluitende begrotingen presenteren, zodat het lijkt alsof er helemaal geen probleem is. Of de plannen van het Rijk ongewijzigd doorgaan, zien we later dan wel. Ik ga er in ieder geval vanuit dat de VNG zich er optimaal voor inzet om dat te voorkomen. Het is natuurlijk wel verstandig om ons qua gedachten voor te bereiden op deze jaren door vroegtijdig na te denken over stappen die gezet kunnen worden. We zijn dit jaar als laatste aan de beurt bij de algemene beschouwingen. Heel veel is al benoemd. Ik probeer herhalingen zoveel mogelijk te voorkomen, maar dat zal waarschijnlijk niet helemaal lukken. Ik begin maar met De Höfte.

Fantastisch dat zoveel mensen, zoveel inwoners van deze stad willen dat De Höfte blijft bestaan. Dat willen wij ook. En daarom hebben wij ook diverse gesprekken gevoerd met De Höfte, met name met voorzitter en penningmeester. En we zijn het er eigenlijk wel over eens geworden dat de bedrijfsvoering van De Höfte aangepast moet worden naar een meer zakelijke benadering. En dan kun je aan een aantal dingen denken. Gesprekken met medegebruikers, proberen andere inkomstenbronnen aan te boren, subsidies, bijvoorbeeld landelijk of provinciaal, meer samenwerking met anderen aan te gaan, projecten goed voorbereiden. Ik heb het net in een ander verband ook al een keer gezegd. Met een projectplan, met een begin en een eind, inclusief de kosten en de te leveren prestaties. En het is goed, wat ons betreft, om daar onafhankelijke ondersteuning bij in te schakelen. En het resultaat moet dan zijn een realistisch en gedragen bedrijfsplan, waarin die punten die ik net noemde, nader worden uitgewerkt. Dan maak je een goed fundament voor 2025 en verder. En 2024 moet dan dienen als overgangsjaar. Dat zal waarschijnlijk best extra kosten met zich meebrengen. En wij vinden dat we in alle redelijkheid daar, mede op basis van het advies van de ondersteuner, in tegemoet moeten komen. En volgens mij komt dat overeen met het gestelde in de raadsinfobrief.

Ik hoorde wel van de bestuursleden dat men nu dringend behoefte heeft aan een bedrijfsleider, omdat de huidige vertrokken is. En dat men behoefte heeft aan juridische hulp om te kijken naar de dienstverbanden van de huidige twee parttimers, met de bedoeling om daarmee de mogelijkheid van het aanstellen van de bedrijfsleider mogelijk te -49-

kunnen maken. En de vraag is eigenlijk wel, is de gemeente bereid die hulp te bieden of kan dat ook via de ondersteuner. Tot en met 2023 heeft De Höfte in de exploitatie gebruik kunnen maken van de huuropbrengst van de bso. Het is terecht, wat ons betreft, dat dit in het vervolg naar de gemeente gaat. Die is immers eigenaar van het pand. In de exploitatie voor het overgangsjaar 2024 heb je dat bedrag eigenlijk nog wel nodig. Net zoals dat was in 2023 en de jaren daaraan voorafgaand. Wij vragen het college dit in 2024 eenmalig te compenseren. Voor 2025 hoeft dat niet meer, want dan krijgen we immers een realistisch en gedragen bedrijfsplan met financiële paragraaf. En dan is die extra huur niet meer nodig. De voorzitter: Per interruptie. Ik zie in ieder geval... De heer Van der Waal, begrijp ik, was eerder. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u, voorzitter. Er wordt gezegd, begrijpelijk dat de huuropbrengst van de bso richting gemeente kan gaan. Ik heb begrepen van De Höfte dat zij het gebouw verbouwd hebben om het mogelijk te maken om die huur mogelijk te maken. Hoe denkt u daarover in compensatie voor die verbouwen om die huur voor de bso mogelijk te maken? De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Daarom zeg ik ook dat volgens mij in 2024 eenmalig dat nog moet gebeuren. Daarna hebben we een goed bedrijfsplan.

En dan hoef je niet meer over die huur na te denken, want in het bedrijfsplan staat precies hoe het financieel opgebouwd is. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: U geeft in uw betoog aan dat u het college vraagt om in 2024 eenmalig te compenseren. Dat is mooi zo'n vraag, maar er zit geen voorstel aan gekoppeld. Ik zou graag wat meer daadkracht willen zien met een motie of amendement of iets dergelijks. Want ik kan ook wel vragen aan het college om dat te doen, maar krijg ik waarschijnlijk geen antwoord in deze vergadering. En dan is het momentum voorbij. De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Ik heb hoop dat ik wel antwoord krijg en dat het college zegt van, voor dat ene jaar begrijpen we dat en daar komen we in tegemoet. En als dat niet zo is, heb ik alle gelegenheid om in tweede termijn eventueel nog een motie in te dienen, dacht ik. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Maartens: Even kijken. De Höfte heeft lange tijd ook een vergoeding ontvangen van De Werkwijzer voor de dagopvang van een aantal medewerkers. Dat is gestopt, omdat er geen geld meer voor zou zijn. Volgens ons ontvangt De Werkwijzer inkomsten van de gemeente voor de begeleiding van mensen die in dit soort arbeid zitten.

Ziet het college eventueel kansen om hierin te bemiddelen, zodat er wel weer een vergoeding kan worden gegeven? En wat ons betreft sluiten we met het overgangsjaar 2024 een hele vervelende periode af en creëren we een nieuw fundament voor de toekomst. Voorwaarde is en blijft natuurlijk dat het bestuur van De Höfte hieraan meewerkt. Dan maak ik de stap naar RTV Noordoost Twente. Daar wil ik erg kort over zijn. Is al veel over gezegd. Wij kunnen ons vinden in de lijn die de colleges van Noordoost Twente gezamenlijk hebben afgesproken en wachten de landelijke ontwikkelingen af. Vondelpark 2.0. Wij zijn het ermee eens dat voor dit plan nog niets in de begroting 2024 is opgenomen. We hebben nog te veel vragen waar nog -50-

een antwoord op moet komen. Vorige week hebben we opnieuw een gesprek gehad met de initiatiefnemer. Een aantal antwoorden zijn ons gegeven. En wij willen het college vragen om de raad bij de Kadernota duidelijkheid te geven over kosten, zowel incidenteel als structureel. En dan kunnen we volgens mij een verantwoord besluit nemen als raad. Incidenteel en structureel gaat niet per definitie alleen maar over datgene wat de gemeente nodig heeft, maar over de totale financiering van Vondelpark 2.0. Dan nog even de stap naar samenwerking Noaberkracht en Oldenzaal. Wat ons betreft verdient het proces tot nu toe absoluut niet de bestuurlijke schoonheidsprijs. Dat begon al met de ambtelijke verkenning, die om onduidelijke redenen pas na hele lange tijd voor de raad beschikbaar kwam. Dat vond een vervolg in het gegeven dat het het bestuur niet gelukt is om een gezamenlijk beslismoment te realiseren. Wij zijn daar teleurgesteld over. Bij de presidia van de drie gemeenten ligt, op initiatief van het presidium in Oldenzaal, nu de taak om te beoordelen of en hoe het proces kan worden vlot getrokken. Zelfs het maken van een afspraak blijkt daarvoor moeizaam. De voorzitter: Ik zie dat heer Maartens even pauzeert. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Inderdaad, ik ben het helemaal met mijnheer Maartens eens.

We zien dit nu al bij het maken van een simpele afspraak tussen drie presidia voor het afstemmen van een besluit al misgaan. Is dat dan niet een teken aan de wand dat wij zeggen van, hoe moet dat in de toekomst als wij gezamenlijk besluiten nemen in gezamenlijk verband? De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Dat is volgens mij wat ik zeg. Daar word je niet meteen optimistisch van. Maar wij denken nog steeds dat het nodig is dat er een besluit komt. En bij voorkeur een besluit met een door alle partijen gedragen punt ergens op die horizon. Daar willen we naartoe. En wij vragen ons ergens af of het college nog iets, en wat dan, kan bijdragen om dat proces weer op de rails te krijgen. Wonen en wijken. Wij blijven ons zorgen maken als dit onderwerp aan de orde komt. De voortgang is beperkt en wordt vaak belemmerd door de manier waarop processen in gang worden gezet. Bij de gedachten over flexwoningen hebben buurtbewoners uit de krant moeten vernemen welke ontwikkelingen er in hun directe omgeving mogelijk zouden komen. Dat heeft gezorgd voor onrust in die buurten. En de grote kans dat de hakken inmiddels in het zand staan. Hoe gaan wij dat in de toekomst voorkomen? Onze voorkeur gaat trouwens uit naar gewone woningen. En dat mag natuurlijk wel prefab zijn.

Om doorstroming te bevorderen is het absoluut noodzakelijk een betere differentiatie in woningbouw te realiseren in alle wijken, voor bewoners van jong tot oud. Alleen dan is het mogelijk om elke inwoner een woonloopbaan te geven in zijn eigen wijk. Oldenzaal 2040, een mooi proces, waarbij heel veel organisaties betrokken worden en alle inwoners de mogelijkheid krijgen ideeën in te brengen. Prima. We wij willen ook graag zicht houden op de voortgang, inhoudelijk, maar ook financieel. En op dit moment zijn we met name geïnteresseerd in de financiële stand van zaken. Vraag wat dit betreft, welk budget is hiervoor beschikbaar? Wat hebben we daar inmiddels aan uitgegeven? En hebben we nog genoeg voor de toekomst? We hebben bij de Kadernota een motie ingediend over het sociaal hart van Oldenzaal, om uit te zoeken hoe een mogelijk sociaal maatschappelijk hart van Oldenzaal eruit zou kunnen zien. Daarna is het eigenlijk ijzingwekkend stil gebleven. Wij zijn wel benieuwd hoe ver het college hiermee is en wanneer dit het huidige Sociaal plein kan aanvullen en deels vervangen. Tot slot een tweetal financiële vragen. De financiële situatie verslechtert per 2026. Deels is dat het gevolg van landelijke wijzigingen, maar deels natuurlijk ook van de forse investeringen die we moeten doen en van de stijgende rente.

Is aan te geven wat elk van deze factoren bijdraagt aan de verslechterende financiële situatie? En de tweede. Bij de discussie over De Höfte blijkt hoe verwarrend in dit geval huisvesting om niet kan zijn. De ene club ziet het als subsidie en de andere zegt van, we hebben dat toch gewoon. In onze ogen is het beter dit ook zichtbaar te maken. -51-

Waarschijnlijk in onze begroting, inclusief bedragen. Of in de subsidieoverzichten. Iets vergelijkbaars geldt voor veel meer plekken waar wij een deel van de investering doen. Denk aan sport en de huur die de sportvereniging daadwerkelijk betaalt. Wij zien nu eigenlijk alleen maar wat het kost. Ik hoor bedragen van vier miljoen. En we hebben daar ook huurinkomsten. En het zou goed zijn om dat verschil zichtbaar te maken. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een interruptie. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, een vraag voor de heer Maartens. Zeker het laatste punt, daar zet u ons wel aan het denken. Is het ook mogelijk dat u daar nog in de loop van de avond een motie op in gaat dienen, om buiten plan te komen? Vraagteken. De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Heb ik nog niet in het plan. Sluit ik niet uit. Ik wacht eerst even de reactie van het college af. De voorzitter: De heer Maartens, gaat u door met uw betoog. Helemaal mooi. Dank u wel. Ik kijk even rond. Ik zie nog een interruptie van de heer Van der Waal, voordat we naar het college gaan. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. Geen aanval op uw verhaal. Integendeel, een soort van aanvulling. Bij wonen en wijken geeft u aan dat het niet helemaal goed ging met de communicatie.

Realiseert u zich hoe lastig het is om een goede communicatie met de wijken en de inwoners te hebben? Want je moet altijd een beetje voorbereid zijn om de inwoners input te laten geven op basis van informatie die je geeft. Op het moment dat je dat doet, hebben de inwoners de indruk dat het al vastligt. Die communicatie is heel lastig en precair. De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Ben ik met u eens. Ik heb dat zelf een jaar of tien mogen doen in de gemeente Enschede. En ik weet hoe lastig dat is. Maar ik weet ook hoe belangrijk het is. De voorzitter: Ik zag nog de heer Bouwman. En dan wil ik tot een afronding komen van de eerste termijn van de raad. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Even een interruptie op mijnheer Van der Waal. Want hij geeft aan, het is heel precair en lastig om goed te kunnen communiceren. Maar in dit geval is er natuurlijk nul communicatie geweest met de buurt. Dat wil ik toch even benoemd hebben dat dat ook een reden is waarom wij 20 november daar een debat over hebben aangevraagd met de portefeuillehouder. De voorzitter: We gaan nu weer interrupties op interrupties. Ik sta het nu even kort toe, maar dan hoop ik echt dat we snel tot een afronding kunnen komen. De heer Snijders. De heer Snijders: Ik heb een vraag aan de heer Maartens. U zegt over de communicatie dat het heel moeilijk is.

Zou volgens u bijvoorbeeld zo'n instantie als Twente FM daarin kunnen helpen? Of maakt dat niks uit? De voorzitter: De heer Maartens.

-52-

De heer Maartens: Ik denk dat communicatie over voornemens die de gemeente wil gaan doen, die de overheid wil gaan doen de taak en rol is van die gemeente, van die overheid. En als we het hebben onafhankelijke journalistiek. Dan hebben we het over iets heel anders. En daar hebben we in ieder geval de krant voor zitten. Die heeft dat tot nu toe denk ik goed gedaan. En ik zie niet waarom dat nu direct door iemand anders gedaan moet gaan worden. De voorzitter: Heel kort nog. De heer Snijders: De krant heeft dat waarschijnlijk prima gedaan. Misschien één maar, ze zitten achter een betaalmuur. Is niet voor iedereen toegankelijk. De voorzitter: Dan rond ik af. En dan ga ik naar het college. Dank u wel, mijnheer Maartens. Dan ga ik naar wethouder Zinkweg. En ik hoop dat u uw interrupties, als u die heeft, kort en ook to the point wilt houden. En dan nog even voor de boekhouding. Ik heb inmiddels begrepen dat het de motie van GroenLinks, betreffende investering lokale democratie Twente FM, ik noem het nu vast, want dan kan het college daar ook rekening mee houden, omgezet is in een amendement. Dat betekent dat motie 2 is komen te vervallen. En dat wordt amendement 4. Mevrouw Zinkweg, ga uw gang. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Dank u wel, voorzitter. Als portefeuillehouder middelen mag ik natuurlijk altijd als eerste starten bij deze Programmabegroting.

Maar ik heb nog meer in mijn portefeuille. Ik heb het een beetje opgedeeld in een aantal blokken. Maar ik wil toch beginnen met de financiën. Zoals u zich kunt voorstellen, maken wij ons als college ook druk om de financiële situatie in Oldenzaal. Voor het eerst in jaren zien wij een begroting die structureel niet sluitend is. Daarbij springen 2026 en 2027 er vooral negatief uit, maar ook 2024 wordt spannend. Waarbij we gelukkig nog wel de ruimte kunnen vinden in de Najaarsnota om toch tot een positief resultaat voor 2024 te komen. Dat laatste voorkomt dat wij onder preventief toezicht zouden vallen van de provincie. Tenminste, daar gaan we vooralsnog van uit. De provincie moet er uiteraard nog een oordeel over geven, maar dat is wel wat we hebben afgestemd met de provincie. Vooralsnog lijkt het erop dat wij onder repressief toezicht vallen. En dat vinden wij ook een passende toezichtsvorm voor ons als gemeente. Dat we voor 2026 en verder negatieve cijfers laten zien, is ook een gevolg van besluiten die er in Den Haag worden genomen. En dat is ook iets wat naar ons idee in Den Haag opgelost moet worden. Het CDA vroeg, welke factoren ongeveer een rol spelen voor het tekort en vraagt ook, welke actoren dat dan precies zijn. Naast de wijzigingen in het Gemeentefonds is dat inderdaad de stijgende rente, de inflatie, aanbestedingen in het sociaal domein, et cetera.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13625464/3