Transcriptverslag raad 27 maart 2023 vastgesteld in de vergadering van 17 april 2023
Tekst van het document
Dus vandaar dat wij deze motie of deze manier zeker afraden, en dit is juridisch getoetst dus ik ga ervanuit dat het juist is. De voorzitter: Even voor de helderheid, wethouder, volgens mij bedoelt u het amendement van GroenLinks. Ja, nee, ik help u. Amendement, oké. Daarmee uw bijdrage geleverd, dank u wel. Ik kijk even rond of de … Ik zie in ieder geval de heer Bouwman. Kan dat in een tweede termijn of is dit een interruptie? Tweede termijn. Ik kijk nog even rond of er nog meer … Dan kan dat vanaf uw plek. En ik begin bij van zonet de volger en dan voeg ik daar de heer Bouwman namens SO aan toe. Ik begin bij D66, de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel. Het gaat over de eerste motie even. De wethouder ontraadt deze omdat het lage bedrag al is geïndexeerd. Ja, dat is heel mooi maar is niet of nauwelijks een argument. Een argument is dat andere gemeentes, Dinkelland en Losser, dezelfde regeling als voorgesteld gaan uitvoeren. Ik vind dat heel mooi maar het doet mij een beetje denken aan een aantal kwajongens die bij elkaar zit en die zeggen: weet je wat, laten we bellen gaan trekken, als onschuldige bezigheid. En ja, geen enkel jongetje durft dan te zeggen van ik ga me aan de regels houden, ik ga geen belletje trekken. Daar doet dit me wat aan denken.
Dus ik denk dat het argument van andere gemeentes doen het hetzelfde, dat dat niet een werkelijk valide argument is, en ik vind het een sterker argument je te houden aan je eigen regels. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar GroenLinks, ik weet niet of er bij de heer Snijders behoefte is aan een tweede termijn. De heer Snijders. De heer Snijders: Ik heb alles gezegd. De voorzitter: Dank u wel, dan ga ik … U had zich gemeld en dan kom ik bij de heer Bouwman. Dan ga ik naar de heer Kramer, Partij van de Arbeid.
-17-
De heer Kramer: Dank u, voorzitter. Ja, de Partij van de Arbeid heeft afgelopen maandag in het politiek forum zijn zegje gedaan over leerlingenvervoer. Daarbij hebben we onze complimenten uitgesproken in de richting van de wethouder dat enkele passages aangepast zijn, in een wat actueler jasje gestoken zijn, complimenten daarvoor. We hebben tegelijkertijd onze zorgen uitgesproken omdat landelijk en regionale media al geruime tijd melden dat het leerlingenvervoer dreigt vast te lopen. De wethouder heeft daarop toegezegd deze signalen voor de Oldenzaalse context te onderzoeken. En deze toezegging in combinatie met de passie waarmee de wethouder over de betreffende doelgroep spreekt is voor ons genoeg reden om gewoon voor het voorstel te stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Bouwman. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, even heel kort. Ik wil graag een stemverklaring afgeven bij motie 2. De voorzitter: Dat mag u uiteraard zo dadelijk doen. Ik kijk nog even rond of er vanuit mevrouw Engbers … En dan ga ik naar de heer Maartens, mevrouw Engbers. Mevrouw Egbers: Ja, dank u voorzitter. Wij gaan mee met het college, wij gaan dus niet mee met de beide moties en het amendement.
We willen de wethouder nog even een compliment geven omdat zij een tekstuele aanpassing heeft gedaan om in plaats van de gehandicapte leerling er de leerling met een beperking van te maken. Top. Dat was hem. De voorzitter: Dank u wel, en excuus, ik zei uw naam verkeerd maar het is mevrouw Egbers. Dan ga ik naar de heer Maartens. De heer Maartens: Ja. Complimenten genoeg, dat ga ik niet meer doen. Wat ons betreft, het aansluiten bij voorbeeldzaken van de VNG vinden wij in zijn algemeenheid een goede zaak. Dat als eerste. Ten tweede, het met elkaar zoeken naar afstemming in een gebied als Noordoost-Twente vinden wij niet alleen een goede zaak, maar zelfs heel belangrijk, zodat mensen die naar school gaan, of ze nu in Oldenzaal, Denekamp of wat, gewoon dezelfde vergoeding krijgen. Dus wij zijn blij met de manier waarop dat hier geformuleerd is en wij zullen dus ook niet instemmen met de beide moties en ook niet met het amendement. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag een interruptie van de heer Van der Waal op uw betoog. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ja, het is een interruptie op wat meer opmerkingen gemaakt zijn. Wij volgen twee gemeentes die al een besluit hebben genomen. Zijn wij niet als Oldenzaal zelfstandig verantwoordelijk voor onze eigen beslissing? Dat is wat ik even wil zeggen. De voorzitter: De heer Maartens, en ik zie dat de VVD ook in de tweede termijn.
De heer Maartens. De heer Maartsens: Dat ben ik volledig met de heer Van der Waal eens. Wij zijn zelf verantwoordelijk voor onze beslissingen. Daarom pleit ik er ook voor om goed te kijken naar wat anderen gedaan hebben en ons daarbij aan te sluiten. Wij zouden een vreemd besluit nemen als wij in een keer iets anders zouden doen dan omliggende gemeenten en mensen uit Oldenzaal meer of minder vergoeding zouden kunnen krijgen dan iemand die toevallig in Rossum woont. Dat gaan we wat mij betreft niet doen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag een interruptie daarop van de heer Nijland. De heer Nijland. -18-
De heer Nijland: Ja. Even terugkomend op de metafoor die juist werd gebruikt door collega Van der Waal, ik denk niet dat het handig is, laat ik me voorzichtig uitdrukken, om het college hier te vergelijken als onderdeel van een groep kwajongens die zich niet aan de regels houden. Volgens mij hebben ze volledig zelfstandig en in goed overleg besloten dit te doen. En daarnaast wil ik refereren aan wat collega Van der Waal zojuist zei in zijn betoog, doe wat er staat. Nou, volgens ons heeft het college juist gedaan wat er staat. Dus wij zullen dan ook niet meegaan in de motie zoals die is ingediend. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga nog weer terug naar de heer Van der Waal om te reageren en dan ga ik naar de heer Bouwman. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Tegen de heer Nijland kan ik alleen maar zeggen: we zijn het eens oneens te zijn in dit geval, akkoord. En de heer Maartens zegt van wij volgen die anderen, daar zijn we zelf verantwoordelijk voor. Ik denk dat je moet doen wat je zegt, moet doen wat je schrijft. En ik heb aangegeven, en je kan het zelf lezen, dat mijn voorstel in de tekst staat. Meer hoef ik niet op te merken, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel.
Het CDA geeft aan dat, nou, dat we wel autonome beslisbevoegdheid hebben maar dat we daar in de besluiten toch wel aansluiten bij andere gemeenten. Nou, volgens mij kunnen wij hier als raad onze eigen afwegingen maken. Als wij iets anders vinden als de raad van Dinkelland of Tubbergen, dan is het ons goed recht om daar een andere beslissing over te nemen. Dus wat ons betreft houden we het daarbij. De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Ook dat ben ik weer volledig met de heer Bouwman eens. Natuurlijk mogen wij andere beslissingen nemen, dat zijn andere raden, dat staat in onze wet. Jongens, laten we ons wel aan de wet houden. Alleen ik bespeur in deze raad dat er een meerderheid is om gewoon ja te zeggen tegen deze verordening en daar sluit ik mij van harte bij aan. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond of ik hiermee de tweede termijn van de raad recht heb gedaan. Dan kijk ik nog even naar het college. Ja, mag vanaf die plek. Mevrouw Rödel, wethouder. Mevrouw Rödel: Dank u wel, voorzitter. Ik wil nog even terugkomen op de toezegging die ik gedaan naar de Partij van de Arbeid. Dat klopt. Ik heb aangegeven te onderzoeken of hier in Oldenzaal ook signalen zijn dat het vervoer dreigt, leerlingenvervoer dreigt om te vallen of dat er problemen zijn. Dat wordt gedaan en daar komen wij zeker op terug bij u. Nog heel even een korte reactie.
De motivatie was niet alleen Dinkelland, Tubbergen, Losser, voorzitter. Maar ik heb aangegeven: het is een tegemoetkoming in de onkosten die ouders maken en wij denken dat dit een reële tegemoetkoming is. Dus dat was de hoofdzakelijke motivatie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik de beraadslagingen eindigen en overgaan tot besluitvorming. Dat kan. Dan begin ik bij het amendement. En volgens mij was daar de stemverklaring niet op van toepassing, dat was op een motie. Allereerst het amendement van GroenLinks in stemming. Wie is tegen dat voorst… Dat amendement, tegen dat amendement? Ik constateer dat met uitzondering van D66 en GroenLinks de andere leden niet meegaan met dat amendement, dan is het verworpen. Dan
-19-
ga ik naar motie 1 van de D66. Moet ik hem even er weer bij pakken. Dat betreft de vergoeding en de bijlage die daarbij hoort. Ik kijk weer even voor de zekerheid naar SO. Motie 2 was dat. De heer Van der Waal, nog een toelichting, kort. De heer Van der Waal: Eerder een punt van orde. De moties die slaan op de beleidsregels die niet vastgesteld worden. De voorzitter: Klopt. Ik breng nu eerst … U heeft helemaal gelijk, ik breng eerst het voorstel zelf in stemming en dan pas de motie. Ik was in mijn enthousiasme al zover, maar u heeft helemaal gelijk. Ik breng nu het voorstel zelf wat ongeamendeerd blijft in stemming. Wie is tegen het voorstel zoals voorligt? Niemand, dan is het unaniem aangenomen. En dan kom ik bij de moties, allereerst motie 1 van D66 en dat betreft, want daar kwam mijn verwarring denk ik voort omdat het meerdere dingen betreft, de vergoeding leerlingenvervoer inclusief de bijlage die daarbij hoort. Wie is voor die motie? Ik zie GroenLinks en D66, andere leden tegen gestemd te hebben. Dan is die verworpen. En dan kom ik bij motie 2 en dan geef ik het graag het woord aan de heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. De stemverklaring die raakt eigenlijk aan de discussie van net, want ik hoor het college zeggen dat zij bij het opstellen van de verordening de VNG volgen.
Maar dan vind ik het jammer dat we dan geen beargumentatie hebben waarom de beredenering van D66 zoals die in de motie is verwoord, niet klopt. Wij kunnen wel wat in vinden dus wij stemmen mee met de motie. De voorzitter: Dan breng ik de motie in stemming en dat betreft dus motie 2, ingediend zojuist door D66, wat de eigen bijdrage leerlingenvervoer betreft. Wie is voor die motie? Dat betreft in ieder geval D66, de fractie SO en GroenLinks. Daarmee is die verworpen. Oké. 9.Voorstel tot het vaststellen van het Woonwagenbeleid Oldenzaal De voorzitter: Daarmee komen we bij het volgende agendapunt op onze agenda en dat betreft agendapunt 9. En dat betreft het voorstel tot het vaststellen van het woonwagenbeleid Oldenzaal. En ik heb, even zien, ook dat moet ik weer openen, de besluitenlijst van het politiek forum. Aangegeven door drie fracties om het nog als bespreekvoorstel hier vanavond te hebben. Allereerst de WG, Solidair Oldenzaal en D66. Dan begin ik bij de WG. Wie mag ik namens … Dat is mevrouw Nijendijk. Mevrouw Nijendijk. Mevrouw Nijendijk: Yes, dank u wel voorzitter. We zullen het kort houden. Wij zijn vanuit WG Oldenzaal erg blij om te zien dat het beleid rondom het faciliteren van de nieuwe woonwagens wordt vastgesteld. Zes woonwagens is hier in een mooie stad.
Laten we samen nauwlettend in de gaten houden welke woonbehoefte er in de toekomst blijven spelen om zo onze inwoners een passende plek te kunnen bieden. We willen graag een oproep doen aan het college om de inbreng van meneer Loohuis, die in het politiek forum heeft gesproken, mee te nemen in de plannen voor de toekomstige locaties waar woonwagens zullen worden geplaatst. We zijn erg benieuwd naar de verdere uitwerking van alternatieve woonvormen in Oldenzaal. Er is duidelijk urgentie bij verschillende doelgroepen om een geschikte woonplek te kunnen vinden. Wij moeten hier als gemeente Oldenzaal een proactieve houding in aannemen en daadkracht tonen, op zo'n manier dat wij elke doelgroep in zijn kracht zetten en Oldenzaal de bloeiende stad te laten zijn waar iedereen zich thuisvoelt. Zoals beloofd, ik hou het kort. Minder woorden, meer daden. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar Solidair Oldenzaal. De heer Bouwman.
-20-
De heer Bouwman: Dank u wel. Mijn inbreng is wat langer. Het woonwagenbeleid. Hoewel we blij zijn dat er eindelijk woonwagenbeleid ligt en enkele woonwagenbewoners nu uitzicht gaan krijgen op een standplaats, hebben wij toch kritische kanttekeningen over het voorliggende stuk. En dat gaan we onderverdelen in proces en inhoud. Het proces. De opdracht was woonwagenbeleid ontwikkelen dat past binnen het mensenrechtenkader en gericht op het behoud van de culturele identiteit van woonwagenbewoners. Het voorliggende beleidsstuk stelt dat het hieraan voldoet, omdat er tegemoet wordt gekomen aan de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het Europees Hof bepaalde dat overheden zowel centraal als decentraal de woonwagencultuur moeten beschermen. Wat er in het beleid niet staat, is dat er nog veel eerder uitspraken zijn gedaan waarbij toch wel duidelijk werd dat er een duidelijke taak lag voor gemeenten. Al in 2013, maar ook daarvoor, maakte het Hof in 2013 in de uitspraak Winterstein duidelijk op basis van artikel 8 van het Europees Verdrag voor Rechten van de Mens dat er een taak lag voor overheden om de cultuur van woonwagenbewoners te beschermen. En ik citeer dus uitspraak: het leven in woonwagens maakt integraal onderdeel uit van de identiteit van reizigers, zelfs wanneer zij geen nomadisch leven meer leiden.
En ik citeer: maatregelen die de plaatsing van hun woonwagens betreffen, beïnvloeden ook hun vermogen om hun identiteit te bewaren en een privé- en familieleven te leiden volgens deze traditie. In 1998, 25 jaar geleden, waarschuwde toenmalig staatssecretaris Johan Remkes gemeenten er al voor dat er tekorten aan standplaatsen zouden ontstaan. Toen ook nog in 1999 de Woonwagenwet werd afgeschaft, waarin de bescherming van de cultuur voor woonwagenbewoners, waaronder Roma en Sinti, kwam te vervallen, gingen veel gemeenten een uitsterfbeleid voeren. In Oldenzaal is niet echt sprake geweest van een uitsterfbeleid, maar er is ook erg weinig gedaan om actief zelf zorg te dragen voor de bescherming van deze cultuur. Ook heeft het College voor de Rechten van de Mens voor 2018 meermaals in uitspraken geoordeeld dat een woonwagenbewoner ongeveer dezelfde wachttijd voor een woonwagen moet hebben als dat het heeft voor een sociale huurwoning. Het is dus niet zo, voorzitter, dat gemeenten pas in 2018 nadat het Europees Hof had gevonnist er een actieve taak bij kreeg om te zorgen voor voldoende woonwagenstandplaatsen. De realiteit is dat gemeenten jarenlang nalatig zijn geweest en ernstig tekort zijn geschoten. En nu nog, want de uitspraak dateert van 2018 en we leven nu eind maart 2023. We zijn dus vijf jaar verder en nu pas ligt er beleid.
En onze fractie kan zich niet aan de indruk onttrekken dat hier toch enige druk voor nodig was vanuit de woonwagengemeenschap zelf. Op zich al hoogst opmerkelijk. Het college gaat er gemakshalve vanuit dat het goed werk heeft geleverd. Want we lezen nergens enige vorm van zelfreflectie over hoe het de afgelopen jaren heeft gehandeld. Wij vinden het voorliggende beleid veel en veel te laat, en ook nog niet eens conform de uitspraak van het Hof. Want voorzitter, nou komen we nu bij de inhoud, in het politiek forum van vorige week vroegen wij de portefeuillehouder of het voorliggende beleid is getoetst aan het vonnis van het Europees Hof. Het antwoord van de portefeuillehouder: wij volgen de VNG hierin. Daar is hij weer. Er is dus niets getoetst aan de uitspraak. Nee, er is blind echt de VNG-wegwijzer woonwagen en standplaatsenbeleid aangelopen. Het zoveelste voorbeeld, en we ageren er meermaals tegen dat het college hier weer volgzaam is en niet zelf meer oordeelt wat nu het juiste is. We volgen de VNG, we hebben het zo vaak gehoord. Daarmee stelt het college zich op het standpunt dat de VNG de heilige graal is en dat de VNG leidend is. Niks is minder waar, voorzitter, want we moeten de VN niet volgen maar de uitspraak van het Europees Hof en de uitspraak voor het College van de Rechten van de Mens.
Die VNG is in onze ogen een privaatrechtelijke organisatie die geen enkel mandaat heeft om als adviesorgaan te dienen bij publiekrechtelijke zaken. En dat is dus wat er in algemene zin vaak schort en waarom gemeenten zo vaak worden teruggefloten. Want wat er nu gebeurt, in de VNG-wegwijzer worden weliswaar ook de uitspraken van het Europees Hof en het College voor de Rechten van de Mens aangehaald, echter worden deze uitspraken vervolgens in één adem genoemd, met het feit dat de praktijk weerbarstiger is. En dan citeer ik: het College voor de Rechten van de Mens heeft in diverse uitspraken, zaken, uitspraken gedaan dat de wachttijd voor een standplaats ongeveer hetzelfde dient -21-
te zijn als de wachttijd voor een sociale huurwoning. In de basis is deze referentie een goed uitgangspunt voor de wachttijd van een standplaats. Maar in de huidige situatie waarin de meeste gemeenten te maken hebben met een tekort aan standplaatsen, is deze norm voor de wachttijd niet van vandaag of morgen te bewerkstelligen. Het realiseren van nieuwe standplaatsen kost tijd, zoeken naar uitbreidingsplekken, afspraken maken met betrokken partijen, tegemoetkomen aan woonwensen van woonwagenbewoners. Het is daarom zaak om woonwagenbewoners een reëel, maar ook haalbaar uitzicht te bieden op een passende woonplek. Op basis van de geïnventariseerde behoeften en ruimtelijke uitbreidingsmogelijkheden moeten gemeenten aangeven hoeveel plaatsen op welke termijn gerealiseerd kunnen worden. Dit kan betekenen dat in woningmarktgebieden met grote schaarste en beperkte fysieke mogelijkheden, dit langer duurt dan in gebieden met minder schaarste en meer ruimtelijke mogelijkheden. Tegelijkertijd zullen partijen, met name gemeenten en corporaties, een concrete norm voor de wachttijd voor een standplaats moeten zoeken die past bij de lokale situatie. De vraag is of de gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning een reële vergelijking is voor de wachttijd voor een doorgaans zeer specifiek product als een standplaats. Einde citaat.
Wat hier dus gebeurt, voorzitter, is dat de VNG de uitspraak van het College en het Europees Hof wel erkent en ook benoemd, maar tegelijkertijd grote vraagtekens stelt bij de uitvoerbaarheid van deze uitspraak. Vervolgens is dit een handige opvatting waar gemeenten gretig gebruik van maken in hun woonwagenbeleid. Want wat zien we terug in het beleid? De beredenering van de VNG wordt volledig overgenomen. We lezen dat het beleid uitgaat van minimaal zes woonwagenstandplaatsen in Gravenbeek. En nu citeer ik: vervolgens kijkt de gemeente bij elke vrijkomende of nieuwe locatie waar vraag naar is, wat de ruimtelijke en financiële mogelijkheden zijn, en wat het beste op die plek kan komen. Dit kan betekenen dat niet iedereen die het wil ook echt in een woonwagen kan wonen. Er zijn op dit moment meer ruimtelijke opgaven dan er plekken beschikbaar zijn. Einde citaat. Wat hier staat is volledig fout, voorzitter. Er wordt een afweging gemaakt bij elke nieuwe potentiële locatie met als argument dat er meer ruimtelijke opgaven zijn waar rekening mee gehouden moet worden. Zijn de woonwagenbewoners hiermee geholpen? Nee. Wordt er daarmee voldaan aan de uitspraak van het Europees Hof? Nee. Wordt er voldaan aan de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens? Nee. Wordt er voldaan aan de uitspraak van Winterstein? Nee.
Vooral de uitspraak van het Hof en het College voor de Rechten de Mens zijn klip en klaar. Gemeenten … De voorzitter: Ik heb een interruptie. U mag uw zin afmaken en dan ga ik naar de heer Mekelenkamp. U mag uw zin afmaken. De heer Bouwman: Ja, dat is … Gemeenten moeten zorg dragen voor voldoende woonwagenstandplaatsen. Ga uw gang. De voorzitter: Mooie korte zin, dank u wel. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Dank u wel, voorzitter. Ik wou zeggen: dat is een heel onverwachte wending aan het einde van de zin, maar toch niet. De heer Bouwman is aan het citeren. En als hij aan het citeren is, dan zou ik ook graag citeren. Alleen mijn vraag aan de heer Bouwman is: herkent de heer Bouwman de zin bouwen van woningen naar behoefte is de leidraad? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Die ken ik, maar ik weet niet waar het hiermee te maken heeft. Kunt u dat toelichten? De voorzitter: De heer Mekelenkamp. -22-
De heer Mekelenkamp: Jazeker, voorzitter. Ik had gehoopt dat hij hem zou herkennen. Hij komt namelijk uit zijn eigen verkiezingsprogramma, dus zodoende. Want als we kijken naar behoefte dan moeten we ook kijken naar wat de reële behoefte is en dan moeten we ook kijken naar de totale opgave in de stad. En dat zou betekenen dus dat wij als raad hier een integrale afweging moeten gaan maken van wat is de behoefte die er speelt? Is dat een behoefte aan woonwagenstandplaatsen, is dat een behoefte aan starterswoningen, is dat de behoefte aan levensloopbestendige woningen? Dus, en als wij dus die behoefte in kaart hebben, dan is het volgens mij aan ons als raad om daar een afweging in te maken. En dus niet moeten wij maar iedereen die een behoefte heeft meteen zijn zin geven om het maar heel gechargeerd te zeggen. Dus vandaar mijn vraag: waarom verkiest Solidair Oldenzaal woonwagenbewoners dan boven starters op de woningmarkt? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ja, in de normale omstandigheden, mijnheer Mekelenkamp, ben ik het helemaal met u eens. Maar we hebben nu eenmaal te dealen met de uitspraak van het Europees Hof voor Rechten van de Mens en andere uitspraken. Die uitspraken zijn klip en klaar. Wij moeten daaraan voldoen.
Dus wij vinden het heel jammer dat er dan op bepaalde punten dat gaat wringen, maar dat is het gevolg van hoe gemeenten jarenlang hebben gehandeld. Daar moeten wij mee dealen, of u het nou fijn vindt of niet. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Volgens mij meen ik mij dan een andere uitspraak te herinneren dat wij als raad hier autonoom zijn en onze eigen autonome beslissingen kunnen maken, en daarbij dus ook daar dan de integrale afweging kunnen maken of we dit vraagstuk wat ons voorligt, het hele ruimtelijke vraagstuk wat ons hier voorligt, en dat we dan meerdere dingen moeten wegen. De voorzitter: De heer Bouwman, kom ik weer bij u terug. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. Ja, u probeert dan wat ik net gezegd heb te herhalen, maar het is, we moeten voldoen aan de uitspraak van het Europees Hof en ik hoor graag ook een reflectie van de VVD hoe u het ziet hoe het met dit beleid voldoet aan de uitspraak van het Europees Hof. De voorzitter: Einde van uw bijdrage? De heer Bouwman: Richting de heer Mekelenkamp wel, maar anders … Dan vervolg ik mijn betoog. Excuus. Ja. Nou, dan komen we nu denk ik een beetje bij het punt wat ik net probeerde te maken. Marktomstandigheden of andere zoekende doelgroepen hebben hier niets mee te maken op dit punt, hoe vervelend het college of de raad het misschien ook vindt.
Met zes nieuwe woonwagens standplaatsen wordt bij lange na niet voldaan aan voldoende woonwagenstandplaatsen en ook niet aan het wachttijdprincipe zoals het College voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld. Er zijn namelijk minimaal 25 wachtenden in Oldenzaal, en daarbij gaat het alleen om Oldenzaalse wachtenden. En bovendien zeggen de kengetallen voor de behoefte aan standplaatsen iets anders. Bovendien gaf de wethouder aan dat elke standplaatszoekende met dit beleid een kans heeft op een standplaats. Een kans, ja, wat een mooie woordspeling, want ik heb vanmorgen een lot gekocht voor de Staatsloterij. Nu heb ik ook een kans op de jackpot. Het gaat erom dat woonwagenbewoners een reële mogelijkheid moeten hebben om binnen afzienbare tijd een woonwagenstandplaats te kunnen betrekken, en dat biedt dit beleid niet. Onze conclusie: er worden te weinig mogelijkheden geboden voor woonwagenbewoners om te voorzien in het behoud van hun cultuur. Het college stelt zich op het
-23-
standpunt dat er meer woningzoekenden in Oldenzaal zijn en de ruimte in Oldenzaal schaars is. Wat ons betreft jammer dan, en dat doet niet ter zake, want dit is nu het gevolg van jarenlang niets doen en wegkijken van de opgaven die er lagen. Het Europees Hof en het College voor de Rechten van de Mens zijn duidelijk, daar kunnen we nou eenmaal niet omheen. Er is geen sprake meer van gelijk behandelen van doelgroepen, zoals het college wilde doen voorkomen. Er moet een inhaalslag gemaakt worden voor de standplaatsen. Ik hoop dat we ons beseffen dat we met de uitspraak van het Hof, dat dit niet vrijblijvend is, en dat dit nou eenmaal gevolgen heeft. De woonwagencultuur is jarenlang achtergesteld, niet als zodanig erkend en jarenlang niet serieus genomen. Gemeentes zijn hierin terechtgewezen en moeten nu aan de bak, net zolang tot er aangetoond kan worden dat de gemeente voldoet aan de uitspraken en er een duidelijke inhaalslag is gemaakt, hoe onwenselijk we dat misschien ook vinden. Met de vaststellen van het voorliggende woonwagenbeleid bevinden wij ons op zeer glad ijs, want dit beleid is voer voor juristen waarbij de kans zeer groot is dat gemeenten die de VNG-richtlijn volgen, worden teruggefloten.
En wat rest ons dan? Opnieuw naar de tekentafel, opnieuw een hele beleidscyclus, opnieuw een zoektocht naar locaties en nog meer frustratie en ongelijke behandeling voor de woonwagenbewoners. Ik hoop dat we ons beseffen dat we al met 3-0 achter staan door de uitspraak van het Europees Hof, en de zeer lange wachttijd van vijf jaar totdat er nu eindelijk beleid ligt, en wij daar dienen daarom het volgende amendement in. Op pagina 6, hoofdstuk 2, paragraaf 2 met een derde alinea staat: een woningzoekende woningwagenbewoner die een woonwagen wenst, heeft binnen een redelijke periode kans op een woonwagenstand plaats. Een eerste stap zetten WBO Wonen en de gemeente met de nieuwe woonwagenlocaties met zes woonwagenstandplaatsen in de Gravenbeek. Vervolgens kijkt de gemeente bij elke vrijkomende of te ontwikkelen locatie waar vraag naar is, wat de ruimtelijke en financiële mogelijkheden zijn en wat het beste op die plek kan komen. Dit kan betekenen dat niet iedereen die het wil ook echt in een woonwagen kan wonen. Er zijn op dit moment meer ruimtelijke opgaven dan er plekken beschikbaar zijn. En deze tekst die net genoemd hebt te wijzigen in: een woonwagenzoekende woonwagenbewoner die een woonwagen wenst, heeft binnen een redelijke periode kans op een woonwagenstandplaats.
Een eerste stap zetten WBO Wonen en de gemeente met een nieuwe woonwagenlocatie met twaalf woonwagenstandplaatsen in de Gravenbeek. Bij elke vrijkomende of nieuwe locatie waar vraag naar is, toetst de gemeente eerst of de verhouding van vraag en aanbod van woonwagenstandplaatsen nog steeds recht doet aan de uitspraak van het Europees Hof voor Rechten van de Mens, het College voor de Rechten van de Mens, of anderszins aan dit onderwerp gerelateerde vonnissen. Is dat het geval, dan maakt het college de afweging wat de ruimtelijke en financiële mogelijkheden zijn en wat het beste op die plek kan komen. Doet de verhouding vraag en aanbod geen recht aan gedane uitspraken of is er nog steeds sprake van meer vraag dan aanbod, dan moet het college duidelijk kunnen motiveren waarom het wel of geen woonwagenstandplaatsen op de voorliggende locatie mogelijk gaat maken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk … Ja, de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp, als de heer Bouwman nog even geduld heeft. De heer Mekenkamp. De heer Mekelenkamp: Ja voorzitter, dank u wel. De heer Bouwman spreekt in zijn amendement over de vraag, de daadwerkelijke vraag.
Heeft hij duidelijk in kaart wat dan de absoluut actief zoekende vraag is vanuit de woonwagenstandplaatszoekenden? Want waarom ik deze vraag stel, tijdens het politiek forum heeft de portefeuillehouder aangegeven dat er momenteel een lijst is bij de WBO van mensen die een huurwoonwagen woonwagenstandplaats zoeken. Dus op een huurlocatie met een huurwoonwagen. Tegelijkertijd, die lijst stelt de WBO samen. Daarbij wordt niet bijgehouden of dat partners van elkaar zijn, daarbij wordt niet bijgehouden of mensen actief op zoek zijn of dat mensen, zullen maar zeggen, zich in hebben geschreven maar niet actief op zoek zijn. Ze latent op zoek zijn, laat ik het maar zo even noemen. En vergelijk het een beetje met de lijst van mensen die zich -24-
aanmelden voor nieuwbouwgrond. Ja, ik sta er zelf ook op maar momenteel ben ik niet actief op zoek naar nieuwbouwgrond, dus … Maar ik sta wel op de lijst om in ieder geval, ja, een plek te claimen op het moment dat ik dat ik het wel wil hebben. Dus in hoeverre weet de heer Bouwman hoe groot de actief zoekende doelgroep van woonwagenstandplaatszoekenden is? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. Exacte getallen kan ik niet noemen, maar om even een voorbeeld te noemen. Nou, deze 25 zijn in ieder geval een beeld. Dat is de wachtlijst die nu bekend is. Maar wij krijgen heel veel geluiden van mensen die niet benaderd zijn door de WBO dan wel de gemeente voor het behoefteonderzoek, die wel voldoen aan het afstammingsbeginsel zoals dat in het beleid is opgenomen. En dat zijn er niet één, dat zijn meerdere gezinnen, families. Nou, moet ik moeten rekenen wat voor achterban, achterschare daarachter zit. Nou ja, dan komt u toch al denk ik boven de honderd denk ik wel. Alleen al voor standplaatsen in Oldenzaal. Dus de behoefte aan woonwagenstandplaatsen is groter dan u wellicht denkt. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie verder niemand. Ja, ik zie nog de heer Van der Waal. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel. Een oriënterende vraag over de te wijzigen tekst. Daar wordt gezegd dat op de Gravenbeek u wilt u twaalf woonwagenstandplaatsen wilt hebben.
Er zijn er nu zes gepland. Dat zegt u terecht. Er zijn daarnaast ook aansluitend zes plaatsen gepland voor tiny houses. Voor de rest zijn er wat sociale woningen gepland en wat vrijesectorwoningen. Er is een beperkte hoeveelheid ruimte. Waar wilt u de extra standplaatsen van afsnoepen, of hebt u daar geen idee over op dit moment? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. Ja, u geeft aan dat die andere zes bedoeld zijn voor tiny houses maar volgens mij ligt dat nog niet vast want wat ik heb begrepen uit de tekeningen staat daar woonwagenstandplaatsen en/of tiny houses. Dat is wel een mooie woordspeling natuurlijk. Dus ik ben graag benieuwd naar het antwoord van het college hier ook in, voordat ik daar een goed antwoord op kan geven. De voorzitter: Ik zie de heer Van der Waal instemmend knikken om het daar te laten. Anderen niet, dan dank ik de heer Bouwman voor zijn eerste bijdrage in deze ronde. Dan ga ik naar D66, de heer Van der Waal. En voor de administratie, de heer Bouwman heeft dus een amendement, amendement 3, in de boekhouding ingediend. Dan kom ik bij de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, D66 zal een middenpositie innemen, zowel als over de lengte van de inbreng als over het standpunt in het algemeen. Ik kan wel alvast van tevoren verklappen dat wij meegaan met het amendement of motie, wat is het, van Solidair Oldenzaal.
Voorzitter, zoals in het raadsvoorstel is beschreven, heeft Oldenzaal ter bescherming van de woonwagencultuur een inspanningsverplichting om te zorgen voor adequate huisvesting voor woonwagenbewoners, hun kinderen en kleinkinderen. Een aantal generaties. Het raadsvoorstel is hiervan een goede start. Geïnventariseerd is wat de behoefte is binnen de woonwagenbevolking in Oldenzaal en wat er besproken is tijdens de informatie- en ophaalsessies in oktober en december. Ik wil hier even opmerken, als ik zeg woonwagenbevolking, woonwagenbewoners, dat dat niet denigrerend bedoeld is, maar bedoeld als mensen die recht hebben op een woonwagen. Dus vergeef me dat woord als dat
-25-
niet goed overkomt. De meningen verschillen, maar de algemene denkrichting is om generaties bij elkaar te laten wonen, en eerst de lokale vraag te vervullen en bij voldoende plaatsen ook anderen van buiten Oldenzaal toegang tot de aangewezen locatie te geven. Dat is in het raadsvoorstel verwoord. Echter, voorzitter, de vraag is wat te doen met nazaten van al in Oldenzaal aanwezige families die buiten Oldenzaal wonen en noodgedwongen nu elders hun heil zouden moeten zoeken? Hierin is het raadsvoorstel niet helemaal duidelijk. Toch zijn we, weliswaar gematigd, blij met het raadsvoorstel, want het is een start. Echter, zoals D66 ook in het politiek forum heeft aangegeven, vinden wij het voorstel te weinig toekomstgericht. Er wordt weinig toekomstige richting gegeven, qua invulling is het erg vaag en we missen een concrete toekomstrichting met meetpunten. De Gravenweide of de Gravenbeek, wat het ook is, wordt wel genoemd met zes standplaatsen, maar nergens wordt duidelijk aangegeven hoe en wanneer de overige 15 tot 25 benodigde standplaatsen verwezenlijkt gaat worden. En hiervoor hebben we dan ook een amendement en een motie. Ik wil even de dictie van het amendement voorlezen.
Wij stellen voor de tekst van hoofdstuk 3, waarbij staat uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen, aan te vullen met de volgende tekst: in nieuw te bouwen woonlocaties zoals Stakenbeek, Gravenbeek en hoe ze dan ook heten et cetera, ruimte te reserveren alsmede in inbreidingslocaties ruimte te zoeken voor woonwagenstandplaatsen met minimaal zes tot maximaal tien woonwagens, waarbij gestreefd wordt naar een totaal van minimaal dertig woonwagens binnen de gemeente Oldenzaal op basis van de huidige vastgestelde behoefte. Hoe ik aan de dertig komt wordt in de overwegende dat uitgelegd. De voorzitter: De heer Van der Waal, als u een momentje heeft, ik zie een interruptie van mevrouw Berger. Wilt u een interruptie plaatsen of niet? Mevrouw Berger: Ja. Oké. Dank u wel, voorzitter. Hoewel ik D66 waardeer dat ze zo de moeite voor doen om net als wij gewoon wat meer standplaatsen te kunnen maken dan dat er nu gedaan is, heb ik toch een beetje vragen. Want in dit amendement vraagt u te zoeken voor woonwagenstandplaatsen met minimaal zes tot maximaal tien woonwagens. Zijn nu zes standplaatsen. Wij zijn het daar niet mee eens, wij zouden minimaal graag meer willen. Wat is uw beweegreden om hier minimaal zes te zetten en dan toch te amenderen? Want dat is wat beleid, het college graag wil. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u voor het antwoord.
Minimaal zes, dat heb ik hier neergezet omdat in de bijeenkomsten met de belanghebbenden is het getal zes genoemd, is het getal negen genoemd of tien. Daarnaast zijn er twee bestaande locaties waar maar vijf woonwagens staan. Dus dat is de reden van de ondergrens van zes. En de maximaal tien woonwagens is onder andere bedoeld om het hier in de raad acceptabel te krijgen, gezien de vermoedelijke standpunten van de anderen. Aan de andere kant is het zo dat het door de belanghebbenden zelf is aangegeven: we willen niet te grote woonwagenwijken hebben, in verband met mogelijke gevolgen van kwajongensstreken. Vergeef me het woord, maar zoiets dergelijks. Dus ik denk als je ordegrootte tien woonwagens hebt, drie families bij elkaar, dat je een mooie mix hebt, een betere mix al dan dat nu voorradig gaat zijn. Dat is de reden van die getallen. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Van der Waal: Dan wil ik het nu hebben over wat participatie. O sorry, ik moet het amendement nog voorlezen. In het amendement roepen wij het college …
-26-
De voorzitter: Volgens mij, uw amendement heeft u gedaan, volgens mij wilt u de motie nog toelichten. De heer Van der Waal: Excuseer, de motie. Ja, u hebt helemaal gelijk. De voorzitter: Geen probleem. De heer Van der Waal: Wij roepen het college op naast de genoemde zes standplaatsen op de locatie Gravenbeek actief op zoek te gaan naar andere locaties, waar mogelijk in overleg met de woonwagengemeenschap. Dat is ook al impliciet in het amendement opgenomen. Daarnaast duidelijk naar de raad te communiceren wat de restricties en wat de mogelijkheden zijn bij het oprichten van een woonwagenstandplaats, dus een standplaats van een aantal woonwagens bijeen. En de raad middels een raadsinfobrief zo snel mogelijk, indien mogelijk binnen zes maanden, op de hoogte te brengen van mogelijke zoeklocaties. En dat brengt me dan op de participatie. Voorzitter, woonwagenstandplaatsen roepen a priori, helaas volledig ten onrechte, mogelijk weerstand op. Om dit op de goede manier te beïnvloeden is communicatie vooraf essentieel. De wethouder gaf in het politiek forum aan dat bezwaarmakers bij aanwijzen van plaatsen zienswijzen kunnen indienen. Maar voorzitter, dan is het proces al te ver, dan is het heel moeilijk om nog wijzigingen in dat plan aan te brengen.
D66 is dan ook van mening dat, zeker met het oog op de toekomstige Omgevingswet, potentiële omwonenden in een vroeg stadium moeten kunnen meedenken over de inrichting van toekomstige locaties. Hoe vroeger, hoe meer instemming we mogen verwachten van alle partijen, zowel de belanghebbenden als de omwonenden. Tenslotte, voorzitter, een ander onderwerpje. De uitgiftecriteria voor woonwagens van WBO Wonen die nog niet gereed zijn, zien wij met belangstelling tegemoet. En zodra het college deze criteria van de WBO heeft ontvangen zien we dat als informatie naar de raad graag tegemoet. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Ja, daarmee bent u aan het einde gekomen van uw bijdrage, zie ik, en daarmee zijn we ook aan het einde gekomen de eerste termijn van de raad. Dan ga ik naar het college. Wethouder Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Ja, we hebben een laatste moment eigenlijk vanavond om het woonwagenbeleid vanavond met elkaar ook vast te stellen. En nou, ik hoop dat wij straks aan het eind van de beraadslagingen, dat u met elkaar dan een beleid heeft vastgesteld in ieder geval, de inschrijvingen en de toewijzingscriteria, waar ook net om gevraagd werd, die zullen we ook inderdaad later met u ook delen.
Maar uiteindelijk hebben we dan over een tijdje ook deze vastgesteld en hiermee hebben we dan eigenlijk een eerste uitbreiding van onze woonwagenstandplaatsen met zes uitgebreid. En dan hebben we dat ook gerealiseerd en hebben wij in ieder geval in gang gezet. En ik snap ook dat in de snelheid en hoeveelheid misschien ook niet wellicht iedereen hierin misschien even tevreden is of, en dat wij ook niet iedereen tevreden kunnen stellen hierin. En dat sommigen inderdaad ook misschien teleurgesteld zullen zijn. En als wij dan ook gaan kijken naar het totaalplaatje van waar we zijn begonnen en waar we nu zijn, waar we nu staan, ben ik eigenlijk wel heel erg blij met het resultaat. En van een aantal fracties heb ik ook begrepen dat dat ook ieder geval gedragen wordt. Want we hebben een behoorlijke grote opgave in de hele wonenportefeuille. Want wij willen bouwen, bouwen, bouwen. Maar ja, goed, er zitten ook allerlei uitdagingen en ook allerlei knelpunten die ons ook te wachten staan en die hoef ik hier natuurlijk vanavond niet te benoemen maar we hebben ook echt hele grote uitdagingen, en een van die uitdagingen is ook een wet die ook op ons afkomt en die heet Wet versterking regie op de volkshuisvesting. Die zegt ons dat wij eind van dit jaar ook een woonzorgvisie vastgesteld moeten hebben.
En als wij dan kijken naar die wet, dan staat daar gewoon … Nou ja, als ik ze heel snel even tel, een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, -27-
negen, tien, elf aandachtsgroepen. Dus elf doelgroepen die gewoon aangewezen worden, die wij dus ook straks een plek moeten geven. En vanuit die aandachtsgroepen worden er ook nog een stuk of vier, vijf als urgentiecategorieën benoemd. En die moeten we ook nog een plek geven. Naast al die uitdagingen moeten we ook nog dus deze, al deze bijzondere doelgroepen, waaronder dus ook in die aandachtsgroepen ook de woonwagenbewoners gelukkig zijn ook opgenomen, die moeten we dus ook allemaal een plek geven. De voorzitter: Ja. Ik zie dat u zelf een pauze inlast, dus dan ga ik naar mevrouw Berger. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u, voorzitter. Kan het college ons misschien uitleggen hoe er getoetst wordt aan het huisvesten van die doelgroepen die u zonet aangaf? Want bijvoorbeeld de huisvesting van statushouders, de taakstelling wordt ver overschreden. Huisvesting van woonwagenbewoners staat al heel lang op de wacht, die valt onder dezelfde doelgroep. Waarom wordt dit met zo’n nietproactieve houding aangevlogen, vraag ik mij af. De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Uiteindelijk is dit een wet die dus op ons afkomt en waar we dus ook straks gewoon aan moeten voldoen. En daarbij zijn dan ook meteen de uitgangspunten vastgesteld, maar ook eigenlijk de toetsing vanuit het Rijk. Dus ook het geheel zal hier vanaf nu ook getoetst moeten worden.
Dus dat wordt ook gewoon straks meegenomen. Dat het tot nu toe is niet gebeurd, ja, daar kan ik op dit moment helaas niet zoveel meer aan veranderen. Maar ze zijn nu wel opgenomen in die aandachtsgroepen en de categorieën. De voorzitter: Ja, ik ga nog even naar mevrouw Berger en dan kom ik bij de heer Van der Waal, maar dan maak ik dit een-tweetje even af. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel. Nou, volgens mij zitten wij hier nu om dat met zijn allen te bespreken of we dat beter kunnen doen. We kunnen toch nu zorgen dat het getoetst wordt? We kunnen ook gewoon nu een proactieve houding aannemen zoals we dat ook bij andere doelgroepen doen. Ik vraag mij af waarom die afweging verschilt. De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Nou, ik geef juist aan dat die straks dus niet meer verschilt. Want ook hierin hebben we dus … De statushouders zijn opgenomen, de woonwagenbewoners zijn opgenomen, arbeidsmigranten zijn opgenomen en dit zijn enkele van die categorieën. De voorzitter: Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Sorry, maar mijn vraag is: de statushouders zijn opgenomen, die taakstelling overschrijven wij, dus wij gaan meer statushouders huisvesten dan de opdracht was. En we lopen al ontzettend achter met het huisvesten van deze doelgroep die nog steeds elke keer aanwezig is in de hoop dat ze een fatsoenlijke huisvesting krijgen. De voorzitter: De wethouder.
De heer Yildirim: Wij zetten nu in ieder geval stappen om de achterstand, ook al is het deels misschien, ook gewoon nu te vervullen. -28-
De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. De wethouder geeft aan dat het allemaal heel moeilijk is en dat er allerlei wetten op ons afkomen. Is ongetwijfeld waar, maar omdat het moeilijk is, hebben wij een wethouder voor deze zaken. Is het mogelijk om binnen het aantal woningen wat wij van plan zijn te bouwen tussen nu en ik geloof 2030, eventueel per jaar uitgesplitst, om aan te geven wat de doelstelling gaat zijn, wat het beleid gaat zijn voor het aantal woningen per doelgroep? En dan heb ik het niet alleen over woonwagenbewoners, maar ook over ouderen, wat dan ook. U hoeft nu niet de getallen te geven, maar zijn die getallen er? En voor deze bijeenkomst kunt u het getal geven van het aantal woonwagenplaatsen. De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Aan het eind van dit jaar hebben wij ook een woonzorgvisie vastgesteld waarbij ook deze doelgroepen ook allemaal benoemd hebben. En zullen dan ook met ook aantallen ook wel moeten komen. Dus wij moeten een richting geven, of dat nou exacte aantallen zijn, dat niet, maar we moeten wel een richting gaan geven waar we naartoe willen. En er zijn ook al wat verdeelsleutels met 30-40-30 benoemd in die wet, dus wij gaan gewoon volgen wat daar ook in staat en dan moeten wij daaraan voldoen. En daar zullen we ook ons uiterste best voor gaan doen om dat te doen.
De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: U geeft aan dat er vast wel getallen komen. Ik wil graag die getallen ooit zien. Daarnaast begrijp ik dat u zegt: ja, dan komen er getallen uit. Nou, we zullen nu niet als een getal 41 zijn houden aan het getal 41 als dat 40 wordt. Maar het gaat erom: wij willen een streepje hebben op de horizon om te weten waar we naartoe gaan. Dus het aantal woonwagenplaatsen en het aantal andere woontypen zou een behoorlijke hoeveelheid informatie zijn voor deze raad. De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Als het zover is met de visie die wij gaan schrijven nemen we u daar daadwerkelijk in mee. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. U gaf aan dat eind van het jaar een woonzorgvisie was vastgesteld. Wordt die door het college vastgesteld of gaat die richting de raad, en welke toezegging kunt u daarvoor doen? De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Die moet sowieso via college en uw raad zal daar ook in meegenomen worden. De voorzitter: Ja, de heer Bouwman. De heer Bouwman: Kunt u daar ook nog een tijdspanne aan geven? De voorzitter: Dan ga ik weer terug naar de wethouder. De heer Yildirim: Volgens de wet moet die eind 2023 gereed zijn. -29-
De voorzitter: Goed. Wethouder, gaat u verder met uw betoog. De heer Yildirim: Dank u wel. Dus de nodige uitdagingen die staan ons te wachten. Nou ja, met dit vaststellen van dit beleid hebben we ieder geval opnieuw weer een plek gegeven ook aan deze bijzondere doelgroep. Ook deze bijzondere doelgroep die heeft ook aangegeven dat zij uitgangspunten hebben voor woonwagenstandplaatsen, en die hebben we ook samen besproken en samen ook vastgelegd. En daarin geven ze ook allerlei ook in ieder geval de, ja, uitgangspunten aan zoals, nou ja, wel onderdeel zijn van de wijk maar ook niet tegelijkertijd midden in een wijk, maar dat het wel nog bij hoort. Maar dat ze ook veel waarde hechten aan ruimte voor de woonwagens en ook dat de ruimte eromheen, zodat ze ook met elkaar nog gewoon op, socializen, het met elkaar gewoon in gesprek kunnen, even met elkaar koffiedrinken, want dat hoort ook bij de cultuur is ook ons verteld. En voor elke locatie moeten we nou gaan kijken wat daar dan de ontwikkelingen zijn en wat we daar mogelijkheden zijn. En we gaan ook voor elke wijk dan ook gewoon kijken wat de behoeften zijn van zo’n wijk. En dan nemen we ook, zoals ik net al zei, nemen we ook heel wat andere doelgroepen en aandachtsgroepen, die nemen we daarin mee.
Dus er wordt zorgvuldig afgewogen straks ook wat er allemaal wel of niet mogelijk is en wenselijk is in een bepaalde wijk en ook over het algemeen heel Oldenzaal. Als we kijken naar de plekken, we hebben laatst nog volgens mij een lijst ‘…’ met u ook gedeeld over de potentiële strategische woningbouwlocaties. Daarin kunt u ook zien, grotendeels al, waar eventueel mogelijke locatie zijn voor ontwikkeling van in ieder geval woningbouwlocaties. En daarin moeten we dus ook gewoon kijken elke keer naar welke categorieën kun je daar kunnen plaatsen en wat de behoefte is. En u heeft net ook al aangegeven, heer Bouwman, de behoefte is groot. Maar niet alleen op woonwagengebied maar ook op de andere gebieden. En dat is ook groter dan het aanbod welke gerealiseerd kan worden. Dus wij doen ons best om hier ook gewoon alle mogelijkheden te bieden. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u. Het is een herhaling van zetten, want dit staat precies in het beleid opgeschreven maar daarvoor hebben wij aangegeven: het doet niet ter zake wat de marktomstandigheden of de behoeften van andere doelgroepen zijn. Het gaat erom dat we ons moeten conformeren aan de uitspraak van het Europees Hof en het College voor Rechten van de Mens. Ik zou graag van de wethouder daar ook even een reactie op willen hebben. De voorzitter: De wethouder.
De heer Yildirim: Ook daarin ga ik denk ik waarschijnlijk toch herhalen, en dan ga ik zeggen dat wij ook hierin toch de VNG gaan volgen en ook Het Wiel, ik weet niet of u dat ook misschien kent, het landelijk woonwagennieuws, die adviseert ook aan de gemeenten om de wegwijzer gemeentelijke woonwagen in woonwagenstandplaatsenbeleid te volgen van de VNG. Dus dat hebben wij ook gedaan. En niet als excuus of om ons zomaar even blindelings achter te gaan schuilen, maar dit zijn gewoon, ja, de landelijk eigenlijk de wegwijzer die gewoon gebruikt wordt hiervoor. De voorzitter: De heer Bouwman, per interruptie. De heer Bouwman: Dank u. Heeft u het vonnis van het Europees Hof gelezen? De voorzitter: De wethouder.
-30-
De heer Yildirim: Als u mij nu gaat vragen van heeft u hem tot op de letter gelezen, nee. Ik heb hem wel gescreend maar niet op de letter zeg maar het totaal dat ik dat gelezen heb. De voorzitter: Ja, de … Ga uw gang. De heer Bouwman: Ja, de uitspraak van het Europees Hof is echt wat anders als in de VNGwegwijzer van woonwagen, opstellen van woonwagenbeleid wordt gesteld. Want die uitspraak wordt in de VNG-wegwijzer ontzettend afgezwakt tot een realistische proportie dat we zeggen ja, maar ja, we moeten ook allerlei andere overwegingen maken. Ik had graag gezien dat het college hier een keer eigen standpunt over in had genomen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik weer terug naar de wethouder. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Wat ik wel heb gedaan is even toch ook nog even op Google gaan zoeken naar een aantal vonnissen om even te kijken van hoe dat gaat. Want u vroeg ook in het politiek forum, de heer Bouwman, naar: heeft u ook gekeken naar vonnissen? Nou, daar heb ik ook wel naar gekeken en dan zie je toch wel dat elke situatie afzonderlijk ook weer wordt beoordeeld en bekeken, en ook een uitspraak achter volgt. Dus ook hierin, wij proberen zo goed mogelijk het beleid vast te stellen en neer te zetten, van uitgaande dat ook vanuit de VNG gewoon hier, nou, professioneel ook naar gekeken is en wij gaan hierin nog steeds VNG ook volgen in hun beleid.
Even kijken. Dan het … Ja, ik maak daar gewoon even een algemeen verhaal van en dan … Ja, de aanvulling uitbreiding aantal woonstandplaatsen. Ja, minimaal zes naar maximaal tien. Ja, we hebben gewoon zorgvuldig gekeken. Er komen zes nieuwe plekken op den duur. Dus één bestaande woonwagen die nu verhuurd nog wordt. En we willen eerst eigenlijk dat we eerst deze ontwikkeling gaan volgen, evalueren, met elkaar gaan kijken ook van hoe is dat nu gegaan, wat is nog steeds de actuele belangstellendenlijst hiervoor en hoe is de stand van zaken rondom het aantal mensen die nog steeds een huurwoonwagen zoekt. De voorzitter: Ja mooi, wethouder, u geeft zelf weer de gelegenheid voor de interruptie. Dank u wel daarvoor. Mevrouw Berger, en dan ga ik naar de heer Van der Waal. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel. Ja, het woord evalueren triggert mij heel erg, want we doen al een heel jaar niks anders dan evalueren, evalueren en evalueren. Mensen zijn het hier niet mee eens. Die evaluatie hebben we gedaan, ze gaan nu ook, ik weet niet waarom ze weer de zaal uitlopen, maar ik wil me ook even richten naar al mijn collega's in de raad. Onze foto die wij hebben gemaakt toen bij de raad bij elkaar hebben. Wij keken naar een monument van de Roma's en de Sinti's. Laten we deze mensen nu alsjeblieft gaan helpen.
Ik roep het college op en ook mijn collega's … O nee, excuses, ambtgenoten, om een proactieve houding hierin te nemen. Ja, kom maar. De voorzitter: Ik ga weer terug naar … Ik zie dat in ieder geval nog daarop gereageerd wil worden. Ik ga eerst naar mevrouw Nevels, dan mevrouw Nijendijk. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Ik bepaal helemaal zelf hoe ik hier in sta, mevrouw Berger. Ik laat me door u niet de woorden in de mond leggen. De voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Nijendijk. Mevrouw Nijendijk: Ja, ik sluit me helemaal aan bij de woorden van mevrouw Nevels en ik vind het echt oprecht jammer dat de andere doelgroepen ook door jullie op deze manier worden afgeschilderd. Om te citeren, het maakt ons niet uit wat de woningbehoeften van de andere inwoners -31-
zijn. Ik merk dat het ook veel met mij doet hier. Ik vind dat echt een uitspraak waarvan ik denk: die doe je hier wel even in de raadzaal. Wil ik toch benoemd hebben. En hoe wij daarin staan als WG Oldenzaal, dat wij nu zeggen zes woonwagen plekken is voor nu een mooi begin, zegt niks over dat we niet het belang zien van de mensen die die plek willen. Laat dat voorop staan. En ik vind dit soort uitspraken, weet niet, triggert wel iets. De voorzitter: Ja, ik zag dat, dacht dat de heer Maartens ook nog iets wilde zeggen of heb ik mij daarin vergist? Oké. Dan ga ik weer terug naar mevrouw Berger en ik wil de heer Van der Waal ook nog recht doen. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u vriendelijk. Eerst mevrouw Nevels, ik heb u geen woorden in de mond gelegd, ik heb u opgeroepen om daaraan te denken, dat monument, dus dat hoop ik. Dan even naar mevrouw Nijendijk. Het gaat over een uitspraak van Europees Hof van Rechten van de Mens, het heeft niks te maken met dat wij niet andere dingen willen doen voor andere doelgroepen zoals starters. Want ik neem aan dat u dat bedoelt, maar dat is hier niet ter sprake. Verder hebben wij een achterstand weg te werken. Als dit al tijdig was opgelost, zaten we nu niet met de problemen. Dat heeft niks te maken met andere doelgroepen, want naar mijn idee komen die ook aan bod.
De voorzitter: Ja, ik zie dat nu heel veel mensen willen reageren en ik probeer daar recht aan te doen. Het is trouwens mooi om te constateren dat de raad ook met zichzelf in gesprek is, dus dat vind ik zelf als voorzitter wel mooi. Maar even kijken, ik wil de heer Van der Waal nog recht doen en dan kijk ik nog even rond of er nog anderen willen reageren. Want de heer Van der Waal had ik nog op mijn reservelijst staan. Heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. Allereerst even de interruptie op de vraag van, althans de reacties op de vraag van mevrouw Berger. Ik denk dat we de discussie zakelijk moet houden. Op een moment dat een fractie zich sterk voor iets maakt, reageer daar alsjeblieft niet emotioneel op, reageer daar zakelijk op. Dat aan de ene kant. Ik heb een vraag aan de wethouder. Die gaf aan dat er geëvalueerd gaat worden. Dan denk ik van nou, ja, waar ga je op evalueren? We hebben twee standplaatsen met vijf woonwagens. Er komt er een van zes bij. Is dat een hoeveelheid om een aparte evaluatie in te plannen? Ik vraag me dat een beetje af, dat is een open vraag. De voorzitter: Ja, dan ga ik naar de wethouder, en dan kijk ik vervolgens nog rond of er nog andere leden van de raad zijn die nog wat willen zeggen. Ik ga nog even snel naar de wethouder en dan kom ik bij u. De wethouder.
De heer Yildirim: Ik denk dat het altijd goed is om kritisch te kijken naar wat we dan ook hebben gedaan. Ik noem het hier dan evaluatie. Zes woningen komen erbij, plus eentje die nog nu verhuurd moet worden. En dan is het ook met elkaar dan om te zien of er nog steeds dan ook dat aantal mensen dat belangstelling heeft getoond, of dat nog steeds ook op dat termijn, op dat tijdstip ook nog steeds actueel is. Dus vandaar ook een evaluatie. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Wagelaar. De heer Wagelaar: Ja, ik wil wel even een poging doen om recht te doen aan de emotie en ook recht te doen aan de zakelijke kant. Volgens mij moeten we het in perspectief zien, en wat ook al een paar keer genoemd is, ik denk dat we heel blij mogelijk zijn met de uitbreiding van het aantal woonwagens in relatie tot de aandacht die het de afgelopen jaren heeft gemist en de behoefte die er klaarblijkelijk is, dat enerzijds. Krijgen we korte termijn dus relatief een grote uitbreiding van ongeveer 60 procent
-32-
van het aantal standplaatsen. Dat is natuurlijk, dat is ook een, we komen van ver dus dat rechtvaardigt volgens mij ook een dergelijk percentage. En verder leggen we in het beleid vast de toewijzingscriteria, het afstammingsbeginsel worden afspraken over gemaakt, we leggen zaken vast over de woonwensen. En dan wordt de toezegging gedaan om naar de mogelijkheden in de toekomst te kijken. Dus volgens mij laten we daar absoluut stappen zien dat we stappen zetten om te voldoen aan de uitspraken van het Europees Hof van de Rechten van de Mens. En als we dat zien in het totale brede perspectief en de woninguitdaging die de wethouder beschrijft, volgens mij kunnen we dan heel erg blij zijn met datgene wat er nu voorligt. De voorzitter: Ik probeer nu langzamerhand na een einde te komen van de eerste termijn van het college en dan nog de gelegenheid te geven voor een tweede termijn, mocht de raad daar behoefte aan hebben. Maar ik zag in ieder geval nog een vinger van de heer Bouwman, en dan wil ik weer door met de wethouder. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. Als interruptie op de heer Wagelaar. U gaat aan dat u zes voldoende vindt.
In de uitspraak lezen wij onder andere terug dat het leven in woonwagens integraal onderdeel uitmaakt van de identiteit van reizigers en dat zij, zelfs wanneer zij geen nomadisch leven meer leiden en het juist het leven in gemeenschap, dus niet alleen met familie van, een standplaats van zes voor alleen één familie bedoeld is. Dat is niet wat de woonwagencultuur inhoudt. De woonwagencultuur is gemeenschappelijk, samen, met meerdere reizigers, nomaden, met die achtergrondcultuur samenleven en dat ga je niet met zes woonwagenstandplaatsen halen. Dus dat is al één argument waarom zes te weinig is. En ik hoor dus weer dat we moeten kijken naar wat is de behoefte, overige behoefte in Oldenzaal. Ik vind het heel jammer en ik wil ook even reageren op mevrouw Nijendijk. Ik snap dat dat vervelend is voor andere doelgroepen, die vinden wij net zo belangrijk als dat u dat vindt. Maar we hebben ons nu eenmaal te verhouden tot Europees recht, tot zo’n uitspraak van een arrest dat is gedaan door het Europees Hof. Dus ik zou graag willen dat wij onze staatsrechtelijke positie hierin raad een beetje in ogenschouw houden bij alle overwegingen die we hier maken. Dank u.
De voorzitter: Ik heb … Ja, ik zag de heer Wagelaar ook, en ik weet niet wie er namens het CDA spreekt maar ik kom bij de heer Wagelaar en dan wil ik langzamerhand echt weer terug naar de wethouder zodat we onze orde weer kunnen vervolgen. De heer Wagelaar. De heer Wagelaar: Ja, ik bediscussieer niet zozeer de cultuur, de woonwagencultuur, in tegendeel. En het voldoende, ik zeg dat het voldoende is in het totale perspectief van waar we vandaan komen in combinatie met het beleid wat er nu ligt. De voorzitter: Ja, ik heb nu echt beloofd om terug te gaan naar de wethouder, en u heeft ook nog de gelegenheid, beste raad, voor een tweede termijn. Dus als u nog dingen wilt zeggen dan kunt u dat ook bij een tweede termijn doen. Ik ga nu naar de wethouder. Wethouder Yildirim. De heer Yildirim: Ik snap ook her en der wel de emoties, voorzitter, dus daar hou ik het ook even ook aan. Wat ik aan ook geluiden hoor. Maar van de andere kant, wij zijn ook bezig met elkaar aan het kijken of we dit ook inderdaad toch een verbeterslag in kunnen maken, en dit zijn de eerste stappen. En we kijken ook natuurlijk hierin samen met onze partner WBO Wonen wat we kunnen doen. Stakenbeek is bijvoorbeeld destijds ook naar gekeken. Daarin heeft WBO aangegeven op dat moment dat toch het voorlaatbeleid, strategisch voorlaatbeleid het niet nodig was om daar nog sociale woningbouw te plegen.
Dus dat hebben we niet gedaan. Maar door de veranderde woningmarkt en de Nationale woonagenda is toch de vraag bij WBO ook opgekomen om samen met -33-
ons ook te kijken naar hun beleid hierop en ook dat aan te passen naar ook toch ook nieuwe sociale huurwoningen te realiseren. En daarom hebben we ook gekeken naar De Graven Es gebied 10, om daar dus ook wat nieuwbouw en sociale huurwoningen te realiseren. Dus al met al kijken we wel gewoon heel kritisch naar en volgen we ook gewoon de ontwikkelingen, uitdagingen die ook gewoon op ons afkomen. En natuurlijk hebben we ook een aantal wat eenvoudige vragen. Ook de oproep vanuit de WG van de heer Oude Loohuis die, ik wil toch hier nog een keer benoemd hebben, meerdere avond ook is geweest en zelfs ook in het laatst in het politiek forum ook op een hele nette manier ook heeft verwoord eigenlijk waar het knelpunt en het probleem ook heeft gelegen. En zijn oproep zullen wij ook zeker van harte nemen en ook meenemen in hetgeen waar we ook mee bezig zijn. Even kijken, wat hebben we nog meer? D66 geeft aan, ja, participatie en communicatie vooraf. En nou ja, hoe eerder hoe beter inderdaad. Daar zijn we helemaal mee eens dus daar zal ik ook niet verder op ingaan. Ik wil nog met één ding afsluiten inderdaad, en dan, even kijken, de gelijke behandeling. Ik heb al aan het begin al aangegeven welke doelgroepen wij straks ook moeten bedienen.