CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript van de raadsvergadering d.d. 13 november 2024 vastgesteld in de vergadering van 27 januari 2025

Gemeenteraad 13 november 2024, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Notulen deze vergadering49.651 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Is dat wellicht het idee? Ook had ik graag het College willen vragen: hoeveel geld is er nog nodig om eindelijk te gaan bouwen? Want alle ideeën zijn er al. En dan nog een vraag aan de WG, want het is mij niet geheel duidelijk. Volgens mij kan je met iedereen die wil samenwonen. Dus wat waar gaat het dan mis? De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink,

Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Allereerst reactie op van: hoe denken wij dat we met dit, met deze motie beweging in gang krijgen? Ik ben het volledig met u eens dat er heel veel verschillende moties zijn ingediend en aangenomen. Wat onze fractie daarin opvalt is dat elke keer een versnipperd stukje van de hele woningbouw problematiek daarin wordt opgepakt. Bij de vorige raadsvergadering hebben daar ook een motie in aangenomen en die hebben we ook daarin gesteund, maar deze motie roept ons op om in het totaalpakket, in alle opgaves die we hebben, in de woningbouw en in de instroom- doorstroom en levensloopbestendig kunnen bouwen. Dat onze inwoners hier in Oldenzaal fijn kunnen blijven wonen. Om dat te bevorderen en te versterken. En u heeft nog een andere vraag gesteld met die ben ik even kwijt. De voorzitter: Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel voorzitter. Hij brand rood, dat betekent dat ik mag praten. Ik vroeg of u mij kunt uitleggen wat u precies bedoelt met één- en tweepersoonshuishoudens. Want naar mijn idee kan iedereen samenwonen met elkander. Dus daar ben ik benieuwd naar? De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: U geeft aan, u stelt mij de vraag van wat ik, wat wij verstaan onder éénen tweepersoonshuishoudens. Nou, dat zijn mensen die alleen wonen. En als het gaat om het samenwonen van vrienden en vriendinnen.

Voor de woningbouwvereniging wordt dat gezien als een gezamenlijke huishouding en op moment dat het over twee studenten gaat, die samen op een adres zouden willen wonen, dan is dat wel mogelijk. Maar dan is het niet mogelijk om bijvoorbeeld een huurtoeslag aan te vragen omdat zij als één gezin, als één huishouding worden gezien. Wij zien voor studenten en voor jongeren vooral een oplossing, om daar een gescheiden woonvorm te kunnen organiseren, zodat zij in ieder geval als zelfstandige in een woning kunnen verblijven, maar dat zij beiden als afzonderlijke huishoudens worden gezien en dat is nog niet mogelijk. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Van der Waal, de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter dank u wel. Ik hoor twee raadsleden zeggen: wij weten alles al. Notabene ook een raadslid van de VVD die nogal sterk is voor het bedrijfsleven en weet dat het bedrijfsleven slechts kan overleven. Op het moment dat er geïnnoveerd wordt, dat er nieuwe dingen ontwikkeld worden. Ik pleit zelf al een aantal jaren, met nee als resultaat tot nu toe, voor innovaties in de woningbouw en nu vind ik het hier. Ik ben er heel erg blij mee en ik vind de gedachte om voort te gaan in innovaties in technische zin, creatieve woonvormen in juridische zin, om dat verder uit te werken. De voorzitter: Oké. Ik hoorde geen vraag. Daar ga ik naar de heer Snijders. De heer Snijders.

De heer Snijders: Een aantal vragen zijn eigenlijk al gesteld. Ik zat even te denken. Volgens mij heeft zo'n beetje elke fractie nu iets ingediend over woningbouw behalve wij dus dat gaan we nog doen in de toekomst. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: U mag met ons meedoen? De heer Snijders: En het gekke is, dat heeft met aantallen te maken, deze motie is er al door. Dus daar kun je heel moeilijk over doen. Maar je gaat het gewoon halen. Of dat moet iets heel vreemds gebeuren. Ik vind het wel interessant dat u begint over, dit vraag ik me dus ook af, wat dit eigenlijk nog voor de wethouder toevoegt aan sneller bouwen. Het is wel interessant dat u het heeft over regelgeving, want we hebben bij het

raadsprogramma gehad over bijvoorbeeld, dat je mensen ook in één huis kan doen als je, de samenwonings…, met WAO was dat geloof ik, zo weet je dat dat je ze dan niet kort op een AOW als ze gaan samenwonen. Dus dat is op zich wel heel erg leuk gedacht allemaal, maar het is bij meerdere van die woonmoties de vraag of de Wethouder daar echt dus versnelling mee haalt of dat we gewoon ze zo druk maken met het aflopen van moties dat ze vergeten om woningen te bouwen. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Nu moet u mij even helpen mijnheer Snijders. Wat dan uw vraag is wat? Volgens mij stelt u de vraag wat het College, hoe de portefeuillehouder hierop gaat reageren en hoe hij dit als toevoeging ziet in zijn programma. De voorzitter: De heer Snijders. Ik kijk u aan maar ik bedoel eigenlijk de Wethouder. Dat is genoteerd. Dan ga ik naar mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels. De heer Snijders: Ik kijk aan, maar ik bedoel werd nou dat is genoteerd. Dan ga ik naar mevrouw nevels. Mevrouw nevels. Mevrouw Nevels: Dank u voorzitter. Ik heb eigenlijk geen antwoord op de eerdere vraag van mijn collega de heer Visscher gehoord. Want het blijft toch een beetje van: we gaan, misschien capaciteit. Of een idee. Nou het idee komt van Ruth Loke. Die heeft daar de media mee opgezocht. Volgens mij zijn er vragen over gesteld, daar hebben we nog geen antwoorden over gehad.

En dan nog, wij dienen allemaal moties in over woningbouw. Dat doen we eigenlijk al anderhalf twee jaar. Ik vraag mij af denkt u niet dat dit nogmaals vertragend zou werken. Of moeten er meer geld in de bestaande moties gepompt worden, of moeten bestaande moties worden aangepast? We moeten met een plan als de Raad komen, want we blijven maar versnipperde moties indienen. Volgens mij is de ambtelijke organisatie daar veel te druk mee. Hoe denkt u daarover? De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Nou volgens mij zat het antwoord al in de vraag. U geeft aan: het is eindelijk een keer de bedoeling om alle moties samen te voegen en daadwerkelijk een vuist te maken en te gaan bouwen, bouwen, bouwen. En u geeft ook aan dat mevrouw Loke vragen daarover heeft gesteld. Maar als u het goed kunt herinneren heeft ons voormalig raadslid mevrouw Nijendijk daar vorig jaar ook al vragen over gesteld en ook zij is met dat onderwerp bezig geweest. Daarin is dit niet exclusief voor één partij. Volgens mij hebben we met zijn allen een woningbouw opgave te beslechten hier in de Raad. De voorzitter: Mevrouw Nevels nog een keertje.

Mevrouw Nevels: Dank u wel voorzitter? Dan stel ik toch voor, wil ik het bij u neerleggen om deze motie te herzien om er één gezamenlijke motie als Raad van maken en dan bekijken of we daar met elkaar ook echt geld voor nodig hebben of dat we eerst gaan kijken wat zit er in die versnipperde moties aan geld en hoe kunnen we dat dan bundelen en samen in plan neerleggen? U bent altijd van samen. Het raadsprogramma is samen. Laten we dit dan ook samen oppakken. De voorzitter: Dan wel dank u wel. Dat lijkt me mooi iets voor de schorsing. Zo dadelijk. De heer Kramer.

De heer Kramer: Dank u wel voorzitter. Ik wil even een voorstel van 28 november 2023 in herinnering roepen waarbij wij als Raad hebben, of als Raad het College hebben opgedragen, om het expert team woningbouw, uitgevoerd door de Rijksdienst voor ondernemend Nederland, te vragen om hulp en advies bij het toepassen van bouwkundige wet- en regelgeving, projectorganisatie, financiering, belastingen, woninginrichting concepten en matching van eigenaren en potentiële deel afnemers. Volgens mij belichaamd dat precies wat mevrouw Oude Engberink hiermee probeert te bereiken. Dus in plaats daarvan zou ik het voorstel willen doen: laten we dan de adviezen die we destijds ontvangen hebben, nogmaals in herinnering roepen. Dat scheelt weer 200.000 euro. Die ik vervolgens graag zou willen parkeren bij het fonds dat we voor verenigingen in het leven willen roepen. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Ik ben even zoekende of daar ook daadwerkelijke een vraag in zit of wij terug moeten te gaan naar adviezen van november 2023, zoals u stelt. Wij hebben deze motie zo opgesteld dat wij heel graag een versnelling wensen in de Oldenzaalse woningmarkt voor de doelgroepen die zojuist genoemd zijn.

En ik pak heel graag de handschoen op om samen met de andere fracties te kijken hoe wij met deze motie, met eventueel daar ook dit bedrag erbij, om te kijken hoe we daar één totaalplan van kunnen maken. Want het is echt zaak dat we met woningbouw daadwerkelijk aan de slag gaan. Dat hebben we allemaal voor nodig. De voorzitter: Dank u wel. Tot slot van de ronde interrupties op mevrouw Oude Engberink: de heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik hoorde mevrouw Oude Engberink zeggen dat we aan de slag moeten gaan, maar volgens mij hadden we dat drie jaar geleden al moeten doen in het woondossier. En u zegt ook dat al die moties en initiatiefvoorstellen die wij als Raad hebben aangenomen, veel waren unaniem. U zegt die zijn wat versnipperd. Zegt u daarmee ook dat eigenlijk het College daarmee onvoldoende handvatten heeft om het woondossier vlot te trekken? De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Goede vraag, nee, ik zeg daarbij niet dat het College al voldoende handvatten heeft om ermee aan de slag te gaan. Ik denk dat wij als Raad daarin, onvoldoende scherp hebben wat voor opgave we bij het College neerleggen door elke keer afzonderlijke doelgroepen daarin te benoemen en verschillende opgaves mee te geven. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. We hebben volgens mij vijf of zes moties en een initiatiefvoorstel.

Daarin hebben we heel duidelijk aantal dictums, dicta opgenomen voor het College waar we in het College oproepen om tot bepaalde acties te komen. Ik vind het dan vrij bijzonder dat u nu weer met een nieuw vehikel aankomt om extra geld vrij te maken. Om dat nog eens een keer vlot te trekken denk ik: volgens mij hebben wel een duidelijke opdracht bij de Raad neergelegd. U kunt ook tegen het College zeggen van wanneer kunnen we een keer resultaat verwachten van al die moties en initiatief voorstellen? De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink.

Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Ik denk dat we ons zelf als Raad daar vreselijk mee onderuitgaan en vind ik ook echt niet krachtig genoeg. Wij hebben, onze insteek is dat we nu daadwerkelijk als Raad een vuist gaan maken door het aannemen van deze motie, dat we met de volledige woningbouwopgave aan de slag gaan voor alle doelgroepen die ik zojuist heb genoemd. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog? Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel. Dan lees ik het dictum voor van de motie. Roept het College op om aan de slag te gaan met het vinden van oplossingen voor innovaties en creatieve woonvormen, daarvoor capaciteit in te zetten op het verbeteren en realiseren van bouwplannen op de Oldenzaalse woningmarkt. Een eenmalige dekking uit de algemene reserve in te zetten tot maximaal 200.000 euro. De Gemeenteraad aan het begin van planontwikkelingen te informeren over het aantal woningen en met inbegrip per woonvormen die hier onderdeel van uitmaken. Daar waar mogelijk is laaghangend fruit direct te plukken en de Raad elk half jaar te informeren over deze voortgang. Vervolgens komen we bij ons tweede speerpunt en dat is duurzaam leven. Niemand kan ontkennen dat het klimaat verandert. Bijna dagelijks zien we de vreselijke gevolgen. Wij kunnen de wereld niet veranderen, maar we hebben wel een beetje invloed in Oldenzaal.

Laten we daar gebruik van maken en waar mogelijk kunnen wij maatregelen nemen om ons op Oldenzaalse schaal aan te passen aan de klimaatverandering. Daarbij zien wij vergroening in het breder perspectief dan een vastgesteld klimaat doel. Vergroening verhoogt namelijk ook de leef kwaliteit voor onze inwoners. En draagt daarmee ook bij aan de gelukkige Oldenzaler. En wat ook bij het vergroenen van de stad hoort, is het vergroenen van de wijken. Dat is meer dan een paar bakken plaatsen met bomen of geveltuintjes realiseren. Wij denken daarbij aan een groter plaatje. Daarbij komen we aan bij ons derde speerpunt. WG Oldenzaal gelooft dat een gezond en actief leven voor iedere Oldenzaler binnen handbereik moet liggen. En daarbij is buitensporten even belangrijk als binnensporten. Wij willen drempels verlagen om mee te kunnen doen aan sport, cultuur en sociale activiteiten zodat iedere inwoner de kans krijgt om zich fysiek en mentaal goed te voelen, zich thuis te voelen en actief bij te dragen aan onze gemeenschap. Zoals we ook al in onze bijdrage bij de Kader Nota hebben genoemd: daarbij past voor ons ook onze droom van een groene, beweegen ontmoetingsplek in iedere wijk. Saamhorigheid, de sociale cohesie en in het Twents ‘…’-schap wordt vergroot door het samenwerken en verbinden in onze wijken.

Soms gaat dat vanzelf, maar met een steuntje in de rug van de Gemeente gaat het altijd beter. Om daarvoor in de wijk een extra ruimte te creëren dienen wij samen met de fractie van CDA voor Oldenzaal een motie in voor een pilot van drie jaar om wijk initiatieven, gericht op samenwerking en verbinding, te ondersteunen en te bevorderen. Om ervoor te zorgen dat deze middelen effectief worden ingezet vragen bij, om voor dit wijkbudget, een kader op hoofdlijnen vast te stellen. De nadruk van de uitwerking van dit wijkbudget ligt op een eenvoudige, snelle toekenning en minimale verantwoording. Ook vragen wij om de resultaten en effecten van deze regeling voor het aflopen van het derde jaar te evalueren en met de Raad te bespreken. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een tweetal interruptie. Eerst de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel voorzitter. Op zich ziet het eruit als een heel mooi plan, maar hebben we die al niet in de vorm van stads idee? Dit doet me daar heel sterk aan denken en dat is niet wijk gebonden, maar gewoon voor de stad, voor de inwoner. Die kan een idee invullen. Wat is het verschil tussen stads idee en dit en misschien is dat hetzelfde. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink.

Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Vind ik een goede vraag. Want naast het stads idee kunt u ook buurtinitiatieven daarbij benoemen. Maar als je op de website gaat kijken van de Gemeente, maar ook van Impuls, waar onder andere buurtinitiatieven worden uitgevoerd, is het wezenlijk wat anders. Wij zien bij de verschillende aanvraagprocedures een hele batterij met aanvraagformulieren en voorwaarden en kaders die, waarvan wij horen van onze mensen in de in de straten, in de wijken, dat zij die echt heel erg lastig vinden. En dat het heel vaak vervolgens niet leidt tot realisatie, maar tot meer frustratie tegen de regelingen die wij met zijn allen hebben bedacht. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel. Is het dan niet verstandig om in plaats van geld uit te trekken in een begroting waar al weinig geld op zit. Althans, dat is mijn mening en waarschijnlijk wat voor wat andere raadsleden, om dan te kijken of de formulieren business wat eenvoudiger gemaakt kan worden, want dan bereik je ook je doel. De voorzitter: Mevrouw Oude-Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dat is een goede suggestie. Die zouden we zelfs eventueel nog wel aan deze motie toe kunnen voegen, om daarbij het stads idee, volgens mij hebben we dat in het presidium ook afgesproken, dat we dat gaan evalueren.

Ook de buurtinitiatieven gaan we evalueren om te kijken wat daar de resultaten van zijn. Maar wat we met deze motie willen realiseren is dat wijk initiatieven op een hele snelle manier concreet ingediend kunnen worden en kaderloos ook daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden. En daarin zie ik op dit moment de snelheid niet in het evalueren van een buurtinitiatief of een stads idee. De voorzitter: Ik ga naar de heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel voorzitter. Het grote probleem met deze motie is aan wie gaan we dat geld dan uitkeren, wie gaat dat geld beheren en wie gaat dat geld dan vervolgens uitkeren aan de projecten? Want we hebben in Oldenzaal helaas, of niet helaas, dat zal ieders mening zijn, maar één wijkclub. Dat is Kansrijk Berghuizen, dat is de enige club waarvan ik zou denken, daar durf ik wel een geldbedrag aan te geven om, als wijk initiatief. En daarbij, het is al genoemd door uzelf, het impuls buurtinitiatief. Dat is er al, dat loopt al. Ik ben overigens benieuwd, dat zal dan niet mijn vraag zijn, maar goed misschien dat het College daar dan nog op terug kan komen in de beantwoording. Hoeveel wordt daar dan gebruik van gemaakt, van dat wijkbudget? Ben ik benieuwd naar. Een wijk buurtinitiatief.

Maar ik zie er wel een hele grote overlap en als we geen instituties hebben die dat geld kunnen beheren en uitkeren dan zou ik zeggen, waarom passen we dan niet de regeling aan die bij Impuls ligt want dan slaan we twee vliegen in één klap. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dan kom ik even terug ook op de beantwoording die ik zojuist ook heb gegeven. Als het gaat om de regeling van buurtinitiatief en stads idee. De regeling zoals die daar is ingesteld is ontzettend log, arbeidsintensief. Er zit een tribunaal bij van mensen die dat vervolgens gaan organiseren en als het gaat om welke wijk initiatieven zouden hier dan gebruik van willen maken? U noemt al een voorbeeld, maar ik verwacht dat als we dit daadwerkelijk in openbaarheid zetten, dat er ook andere wijken zullen komen waarbij wijkbewoners zich gaan verenigen en hiervoor een aanvraag in gaan dienen. U stelt ook de vraag: wie zou dat dan kunnen indienen? Nou volgens mij hebben we daar wel een aantal organisaties al wel voor in het maatschappelijke veld rondlopen. De Gemeente zouden dat kunnen doen maar bijvoorbeeld ook een Impuls.

De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Dan snap ik hem helemaal niet meer, want als we het toch bij Impuls kunnen neerleggen, dan zou ik denken als dat we dat nu te log vinden en ik ben benieuwd, want volgens mij is het best wel laagdrempelig nu geworden. Als wij dat met elkaar te log vinden dan moeten we daar de discussie over voeren met elkaar, dat dat minder log moet worden. Dat we misschien de spelregels moeten veranderen. Maar ik vind het echt heel raar dat we nu weer een extra vehikel gaan inzetten en ik verwacht persoonlijk helemaal niet dat er als wij dit besluiten vanavond dat er ineens in de ‘…’ en op de ‘…’ ineens een initiatief gaat komen om samen te gaan werken. Geloof ik niet. De voorzitter: Ik ga naar de heer Snijders. De heer Snijders: Ja. Even reageren op de heer Visscher. Als u dat vanavond gaat besluiten. Volgens mij. Aangezien dat vaker gebeurt, gaat ook deze gewoon door. Ik heb niet zozeer een vraag, maar ik vind het hartstikke mooi. Want u recyclet als het ware moties, want we hebben een soortgelijke al eens ingediend bij de begroting van 2019 dus geld voor een wijk. Dus heel goed. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond. Volgens mij de heer Bouwman. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik wil graag aansluiten bij de woorden van de VVD.

Want is het echt zo, ziet u het echt zo dat als wij 30.000 euro uit gaan trekken voor de wijk dat in één keer de inwoners wel in beweging komen in de wijken dat er minder gebeurt. Of hoe ziet u dat voor zich? Want wat gaan we bewerkstelligen voor die 30.000 euro? Wat we nu nog niet hebben? Voordat we weer allerlei Vehikels opgaan tuigen inderdaad. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Nou ik kan op een antwoord van de heer Bouwman kan ik de hele motie, de constateringen en de overwegingen wel voor gaan lezen, want daar staat exact in wat we daar ook van verwachten. Maar vervolgens is het aan de wijkbewoners om daar samen te kijken van wat hebben wij nodig om partijen met elkaar te verbinden, te kunnen samenwerken en hoe kunnen we de leefbaarheid van deze wijk vergroten? En als ik kijk naar een buurtinitiatief, dan daar zitten daar zoveel kaders en voorwaarden aan dat bijvoorbeeld het organiseren van een gezamenlijk diner of een samenzijn, dat eten en drinken daar niet uit betaald kan worden. Nou dat is al één van de drempels die ik bij een buurtinitiatief zie, waarvan ik denk van dat is heel vreemd. En ik zou heel graag willen de creativiteit van het college, maar ook in de uitvoering willen zien hoe wij met dit bedrag met de wijkbewoners daadwerkelijk datgene kunnen bereiken waar zij behoefte aan hebben.

Namelijk activiteiten om die samenwerking en die verbinding tot stand te krijgen. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Buurtinitiatief waarbij mensen moeite hebben om een feest te organiseren voor eten en drinken zegt u? We hebben nationale buren dag. Dan kun je allerlei subsidies ophalen om gezamenlijk met de buurt een feest te organiseren. Ik begrijp even echt niet wat u daar precies mee bedoelt want, het is toch aan de mensen zelf om in de wijk om iets te organiseren en als ze daar de hulp van de Gemeente bij nodig hebben, dan bellen ze de Gemeente.

De voorzitter: Ik ga naar mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Ik zou graag willen verwijzen naar de voorwaarde, de kaders, die gesteld zijn om een buurtinitiatief in te dienen, daar staat dat expliciet genoemd. De voorzitter: Goed. Ik ga naar mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Dank u wel voorzitter. Ik sluit me wel een beetje aan bij de heer Bouwman. Een buurtinitiatief heeft een bedrag van 750 euro per initiatief, dat is verder ongelimiteerd. Dus in een wijk kun je meerdere buurtinitiatieven aanvragen. Als je dat bij elkaar optelt kom je tot een veel hoger bedrag als waar u het nu over heeft. Daarnaast is er een stads idee. Als het nu zoveel moeite is en het is zo moeilijk en lastig en de formeren formulieren zijn log en zwaar. Waarom gaan we dan niet naar dat proces kijken en laten we het dan daar eens over hebben. Eerst eens in een forum van hoe willen we dat met elkaar organiseren? Laat wijkbewoners voor inspreken. Laten de mensen uit wijken maar eens zien of ze verenigd zijn en dat daar ook werkelijk behoefte aan is en dat we daar dan nog verder over praten. Het gaat met een brug te ver. Om daar nu al geld aan uit te geven als nog niet zeker is en er ook al dingen voor in het leven zijn geroepen, waar nu, waarvan we nu niet eens weten of er gebruik van gemaakt wordt. Dus dat is in ieder geval mijn opvatting.

Ik heb geen vraag aan u verder. De voorzitter: Nee, dat constateerde ik ook. Dan ga ik naar de heer Van der Waal. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter. Ik ben het helemaal eens in dit geval met mevrouw Nevels. Waarom kijken we niet bij de bestaande regelingen naar vereenvoudiging van regels en roept u het college op, daarnaar te kijken. Want dit is weer een potje erbij en op een gegeven moment weten de mensen niet meer welke potjes ze allemaal kunnen gebruiken. Eén pot met eenvoudige regelingen, hoogstens twee potten met eenvoudige regelingen. Ik denk dat dat het doel moet zijn. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Ik hoor geen vraag. De voorzitter: Dan zie ik volgens mij nog mevrouw Berger. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel voorzitter. Ik ben heel benieuwd naar wat het College ons straks gaat adviseren. Of eigenlijk u. Het is heel makkelijk politiek bedrijven, we kunnen allemaal wel voor spek en bonen en alles wat van vinden. Maar het is er eigenlijk al gewoon door. Dus ik ben heel benieuwd wat het College daarvan vindt en hoe zij dit straks gaan oppakken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Laat dat nou mooi in de agenda staan dat het college zo meteen nog aan zet is. De voorzitter: Ik zie nog de heer Winkelhuis, de heer Winkelhuis.

De heer Winkelhuis: Voorzitter nog even als reactie op collega, mevrouw Berger, volgens mij is er nog niks door en volgens mij hebben wij hier de taak met ons allemaal, met onze allen, om gewoon de zaken heel goed met elkaar te belichten, om alle kanten van een motie of van een amendement met elkaar te bespreken. En uiteindelijk komt daar dan iets uit en ik barst er een beetje voor om ons dat zo gezegd te laten hebben. Want het is het is er toch al door want zo zitten wij tenminste als WG Oldenzaal niet in elkaar.

De voorzitter: Ik zie dat de heer Snijders daar nog op wil reageren. De heer Snijders. De heer Snijders: Gaat u dan intrekken? De voorzitter: De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: We gaan er straks met elkaar over praten, dus we gaan zien wat het gaat worden. Dus wij gaan als fractie nog een keer met elkaar overleggen over wat is er uitgekomen uit dit debat en vervolgens heeft de misschien nog wel meer goede ideeën waar we wellicht ons voordeel mee kunnen doen. Het ging mij om de opmerking die er nou twee keer vanuit verschillende mensen uit de Raad wordt gemaakt. Het is er toch al door en dat past mij niet goed. De voorzitter: Ik ga naar mevrouw Berger. Mevrouw Berger en dan gaan we weer door met het betoog van mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel. In reactie op de heer Winkelhuis. Dan zou ik voortaan behoeden om het met twee grote fracties en een meerderheid in te dienen. Dan krijgen wij dat gevoel misschien niet als u het alleen als WG raden wij nog het idee had: we kunnen er nog over debatteren. Dat gevoel is nou helemaal weg. Maar wat vindt de heer Winkelhuis dan eigenlijk van een Wethouder uit uw fractie die al zoveel voorstellen heeft en moet nu nog meer geld achteraan, bijvoorbeeld bouwen. Ik vind het allemaal een beetje dubbel op, maar er gebeurt nog steeds niks.

Hoe ziet u dat mijnheer Winkelhuis? De voorzitter: Het wordt nu wel een beetje interessant om nou allerlei interrupties over en via… Mevrouw Oude Engberink is volgens mij aan het woord, dus ik zou vooral mevrouw Oude Engberink de gelegenheid willen geven om haar betoog te vervolgen. En dan zien we wel weer verder. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel voorzitter. Dan kom ik op tot het voordragen van het dictum van deze motie. En dat is. Roept het College op om een pilot van drie jaar in te zetten, waarbij er vanaf 2025 jaarlijks een financiële bijdrage van maximaal 2000 euro per wijk per jaar beschikbaar wordt gesteld voor wijk initiatieven. Eenmalig 30.000 euro te dekken uit de algemene reserves, op hoofdlijnen een kader met voorwaarden op te stellen. Te weten: de bijdrage aan de samenwerking, de betrokkenheid en verbinding binnen de wijk. Daarnaast met een eenvoudige aanvraagprocedure, met minimale spelregels en zo min mogelijk administratieve lasten, zodat financiële ondersteuning snel en laagdrempelig beschikbaar is. En ten slot: de pilot gedurende het derde jaar te evalueren, wat de resultaten en effecten zijn van deze regeling en de uitkomsten daarvan te bespreken met de Raad. Vervolgens ga ik verder met mijn bijdrage. Een belangrijk onderwerp waar wij als fractie ook bij stil willen staan, is het Huis voor de Stad.

Wij zien voor ons dat ons Huis van de Stad een Huis voor de Stad wordt. Een plek waar inwoners zich welkom voelen, een werk locatie waar onze ambtenaren fijn en veilig kunnen werken, maar ook waar het politiek transparant haar werk kan uitoefenen. Wij zien de plannen daarvoor met spanning tegemoet. Het gaat hierbij immers om een enorme investering. Wij moeten helder en duidelijk uit kunnen leggen aan onze inwoners waarom die investeringen nodig zijn. De fractie van WG Oldenzaal zal hier zeer kritisch op zijn. Onze inwoners, maar ook de partners van het sociaal plein zelf, hebben aangegeven dat ze behoefte hebben aan een plek met een lage drempel. Op een onafhankelijke locatie. WG Oldenzaal ondersteunt van harte het voorstel om het sociaal plein op Ganzenmarkt 11 te vestigen. Op deze locatie zijn wij, zien wij een sociaal plein dat kan uitgroeien tot een belangrijk en vooral laagdrempelig steunpunt voor alle inwoners van onze stad. Een plek waar we onze inwoners de integrale ondersteuning op een toegankelijke en prettige manier aan kunnen bieden.

De voorzitter: Ik zie een interruptie: de heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ja., ik moet toch wennen aan het rode lampje. Ik heb twee vragen voor u. U zegt we moeten kunnen uitleggen waar het geld naartoe gaat. U reserveert 5,6 miljoen en 17 miljoen. Dan wil het over het stadhuis, wil ik het niet hebben, maar wij hebben daar dan geen plannen voor. Maar die 5,6 miljoen weet u, kunt u verantwoorden waarom we die gelden nu moeten uitgeven? En u geeft ook aan, u heeft het over het stadhuis, dan op zich. U heeft eerder bij de Kader Nota ingestemd met het verhuizen van het sociaal plein. Hier vanuit het stadhuis naar de Ganzenmarkt 11 voor, ik geloof 2,3 miljoen, zonder dat we het nog weet hebben van de plannen van het stadhuis. In onze ogen was het heel mooi geweest als we bijvoorbeeld ook onderzocht hadden wat vrijgekomen vergaderkamers hier in dit huis zouden kunnen betekenen, of eventueel het realiseren van een mooi, toegankelijk sociaal plein. Maar dat is nu niet zo. Dus ik ben even benieuwd hoe u kon verantwoorden dat u nu al die miljoenen gaat uitgeven, zonder dat wij van het stadhuis van al de plannen weten. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Ik denk dat u abuis bent want we hebben nog helemaal niets uitgegeven.

We hebben een richt bedrag aan het College meegegeven om daarmee aan de slag te gaan om daar plannen voor te maken en volgens mij nemen wij in een later stadium pas besluiten over het daadwerkelijk uitgeven van dat bedrag. Wat ook al, net al eerder in een vorig debat is aangegeven: we hebben dat bedrag gereserveerd. Het mag ook minder. En daarvan zeggen wij, daar gaan we kritisch op zijn. De voorzitter: De heer Bouwman nog? Nee. Oké, ga uw gang. De heer Bouwman: Dank u wel. U zegt: de plannen zijn er nog niet door. We hebben nadrukkelijk ook bij de Kader Nota aan het College gevraagd van wat houdt het dictum van het besluit in op moment als we hiermee instemmen? Dat was: A. We reserveren 17,9 miljoen voor het stadhuis, circa 18 miljoen dat is, daar gaan we dan later nog een besluit over nemen. Maar de verhuizing van het sociaal plein richting de Ganzenmarkt. Dat staat vast. Dus dat gaan we doen. Dus dat is een vast gegeven. Daar is dus geen discussie meer over mogelijk en ik vraag u nu als fractievoorzitter van de WG waarom u dat gerechtvaardigd vindt, zonder dat de plannen van het stadhuis nog bekend zijn. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Omdat nou ja goed. Dan ga ik ook herhalen wat ik zojuist al in mijn betoog heb aangegeven.

Wij vinden dat wij gehoor moeten geven aan de geluiden die wij van de partners van een sociaal plein hebben gehoord, maar ook van onze inwoners. Dat zij op een onafhankelijke locatie graag het sociaal plein gehuisvest willen zien. En wij hebben als fractie aangeven dat de Ganzenmarkt 11 wij daarvoor een hele mooie, perfecte locatie vinden. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel. Dan nog een opmerking over onze financiële situatie. De situatie van onze gemeente vereist zorgvuldige keuzes en beleid. WG Oldenzaal kan zich vinden in de lijn van de programma begroting 2025, ook in de keuze om, indien het Rijk met extra middelen komt, deze middelen voor de helft in te zetten om de OZB-verhoging te beperken en dat de andere helft wordt gebruikt om voorgestelde bezuinigingen te schrappen. Dat hebben we ook in onze Kader Nota bijdrage aangegeven. Onze

bijdrage die ik zojuist heb voorgedragen gaat over de jaarschrijf 2025. De bezuinigingen die 2026 ingaan leggen we komend jaar sterk onder de loep. Onze standpunten over de voorgestelde bezuinigingen gaan we delen tijdens de Kader Nota 2026. De voorzitter: Pardon, een interruptie. De heer Visscher, De heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel voorzitter. Even een technische opmerking naar uw tekst, u stelt dat de helft ingezet kan worden om de OZB-verhoging te beperken, maar dat klopt technisch niet want we gaan in 2025 de OZB al verhogen dus dan moet het gaan om een verlaging van de OZB. En overigens zijn wij daar van harte mee eens. Dus dan weet u vast dat die motie het ieder geval haalt. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Daar gaan we… Dank u wel voor uw tekstuele aanpassing. We gaan daar geen motie voor indienen, want het is aan het College om daar een voorstel in te doen. Dank u wel. Ik vervolg. Voorzitter. We hebben in de Tubantia gelezen dat Oldenzaal mogelijk ook een fors bedrag gaat ontvangen vanuit de verkoop van de aandelen Twents en wij zien daar in de financiële mogelijkheden, maar daar gaat deze programma begroting verder niet over. Wat onze financiën betreft zijn we voor een belangrijk deel ook afhankelijk van het Rijk. Wij hopen en rekenen erop dat dit kabinet de Gemeente niet zal laten vallen en zal blijven ondersteunen.

En wij ronden af. Wij begonnen onze bijdrage met meedoen in een mooie stad. Wij voegen daar graag iets aan toe: laten we ervan maken. Iedereen kan meedoen in de leukste Gemeente Oldenzaal. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag een interruptie van de heer Van der Waal. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter dank u wel. Het is wat prematuur, maar de opmerking in het betoog is ook wat prematuur en het gaat dan over de verkoop van de aandelen Twents. Daar gaan we vast een keer over praten. Ik waarschuw alvast om dat geld, stel dat het drie miljoen is. Ik noem maar even wat. Dat we niet zeggen: drie miljoen kunnen we komend jaar opmaken, want de situatie was aflopen tien jaar, dat we hadden ergens een pot geld staan, namelijk de aandelen Twents en daar krijgen we elk jaar een aantal tonnetjes voor terug. Op een dergelijke manier denk ik dat we naar het geld moeten gaan blijven kijken, dus we moeten die financiële mogelijkheden niet als groter zien dan in het verleden. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Die opmerking die deel ik. Volgens mij moeten we zorgvuldig omgaan met, als we, als bij ons bekend is wat de hoogte is van het bedrag, dat we met elkaar in gesprek gaan hoe we die middelen gaan besteden. De voorzitter: Mooi. Dank u wel. Dan noteer ik voor de boekhouding dat de fractie van de WG twee moties in heeft gediend.

Dat betreft motie nummer twee met als onderwerp wonen en de andere motie, nummertje drie, is rondom de wijk budgetten. d.

D66

De voorzitter: Goed. Dan is nu aan zet D66 en ik nodig de heer Van der Waal uit om naar voren te komen naar het spreekgestoelte. Anders vanuit de regie kunnen we dat vast wel ondersteunen. De heer Van der Waal. Vijf seconden. Maar ga ik geen punt van orde van maken. We hebben hem genoteerd, dus dat komt goed en ik ben volgens mij heel flexibel. De heer Van der Waal.

De heer Van der Waal: Voorzitter. Dank u wel. Voor de steun. Oldenzaal heeft voor komend jaar een onwaarschijnlijk gezonde begroting. De reserves lijken voldoende om tegenslagen op te vangen. Hopelijk ook de verminderde inkomsten van het Rijk in 2026 en daarna. D66 houdt stevig de vinger aan de pols. We moeten besparen, maar wel geld uitgeven waar noodzakelijk in het belang van onze inwoners. Daar moeten we voortdurend aan denken. D66 maakt zich wel zorgen over de kosten van de vervanging van wegen, die nog steeds niet in de begroting staan. Het begrote bedrag staat dus op dit moment op nul. De Wethouder wil of kan niets zeggen over welke orde grootte dit bedrag gaat, maar het gaat zeker op de begroting van de komende jaren drukken en we schatten in dat het een aanzienlijk bedrag is en D66 maakt zich hierover zorgen. In welvarend Oldenzaal leven ruim zeshonderd huishoudens, al dan niet met kinderen, op of onder de het sociaal minimum. Bestrijding van deze armoede moet een speerpunt. Steunen van inwoners om het eigen inkomen te verdienen, maar ook steunen van inwoners die om welke redenen dan ook niet kunnen werken. Laten we leren van andere gemeenten die hun inwoners op ontspannen manier aan zinvol werk weten te helpen. D66 heeft op dit moment het volle vertrouwen in de verantwoordelijk Wethouder voor wat betreft de armoedebestrijding gegeven.

Gegeven antwoorden, zoals vorige week in het Forum, kwamen emotioneel en eerlijk over. Met name eerlijk. En we steunen deze Wethouder dan ook van harte. Tijdens het Forum van vorige week werd door de voorzitter van de sportvereniging gewaarschuwd dat voor de geplande verhoging van de OZB leden zouden kunnen opzeggen omdat deze de contributie niet meer kunnen betalen. Dat is een terechte zorg. Is het college bereid te onderzoeken hoe waar nodig ondersteuning kan worden gegeven aan individuele leden, om hen te kunnen laten blijven sporten. Voorzitter. Er worden de komende jaren woningen gebouwd in een al tientallen jaren gebruikelijk tempo. Kan het College aangeven wanneer het basisplan voor het volgende bouwproject, mogelijk Gravenbeek 2, aan de Raad wordt voorgelegd. Graag ziet D66 dat een grootschalig plan tijdig aan de Raad wordt voorgelegd. Zodat de Raad niet, zoals bij de projecten Stakenbeek en Gravenbeek, slechts aan het eind haar goedkeuring kan geven door te tekenen bij het kruisje. Wanneer, zoals het geval was bij Stakenbeek, WBO onvoldoende capaciteit heeft voor sociale woningbouw, is het om onze ogen te overwegen, contact te zoeken met andere woningbouwverenigingen in de regio om hiermee de capaciteit mogelijkerwijs te vergroten. Dan het IHP, voorzitter.

D66 is niet de enige partij die met spanning kijkt naar de ontwikkeling van kosten van de bouw van vernieuwde scholen en sportaccommodaties. Kan de Wethouder al aangeven wat het resultaat is van een toegezegde studie voor de bouw van de gymzalen voor de Franciscusschool en de TCC Lyceumstraat. De bouw van de Franciscusschool is al in gang en we willen niet voor een voldongen feit gesteld worden. Aanvullend heb ik nog een vraag naar aanleiding van de com publicatie van afgelopen week, waarin staat dat voor het renoveren van de Franciscusschool een vergunning is aangevraagd. En waarbij de uiterste beslisdatum uitgesteld is naar 16 december. Betekent dat een aanzienlijke verandering van het plan of dat er tot nu toe zonder vergunning werd gewerkt? Voorzitter, nog steeds worden door het college plannen gepresenteerd in een fase waar vrijwel geen wijziging meer mogelijk blijkt. Al jaren pleiten wij voor beginspraak, wat wil zeggen dat plannen in een eerder stadium door raad en inwoners voorgelegd moeten worden. Het is het college niet gelukt beginspraak beter in te bedden. Kan het college toezeggen hieraan ruim voldoende aandacht te geven? Dan de vrije pers voorzitter. Volgens de inspraak bij het forum verkeert Twente FM in een penibele financiële situatie. Twente FM is voor Oldenzaal en NoordoostTwente van belang voor een vrije pers, een vrij toegankelijke pers ook.

De krant Tubantia geeft weliswaar een vrije pers en leuke artikelen, maar wordt als commerciële krant meer en meer geleid door klikcijfers. D66 ziet het belang van een pluriforme en onafhankelijke pers en stelt dan ook voor de minimaal gevraagde subsidie van 25 duizend euro in 2025-2026 toe te kennen. Zo voorkomen we dat Twente FM als vrije pers verdwijnt. Ja de gemeente heeft het financieel niet breed, maar een diverse vrije en vrij toegankelijke pers is van groot belang voor de samenleving. De voorzitter: Ik zie een interruptie. De heer Bouwman.

De heer Bouwman: Dank u wel. Wil even reageren op het laatste punt. Onze fractie is het volledig eens met D66. We hadden ook graag gewild dat we dit amendement samen hadden ingediend. Daar is wat misgegaan. Dat neem ik u niet kwalijk, maar ik wil het wel hier melden in de vergadering dat het amendement ook namens ons als zodanig kan worden beschouwd. Dus bij deze. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik bevestig het misverstand. Er was gevraagd van als je het iets aanpast, dan gaan we mee. Ik heb het aangepast en ik begreep niet dat het de bedoeling was om mee in te dienen, maar bij deze geaccepteerd. Het amendement daarvan is het dictum, om dat in het besluit waar staat de vast te stellen de programmabegroting daaraan toe te voegen. Voor 2025 wordt 25 duizend beschikbaar gesteld voor het ondersteunen van Twente FM voor haar journalistieke werk om dat te continueren. Dit bedrag wordt onttrokken aan de algemene middelen. Het tweede deel, voor 2025 wordt voorgenomen 25 duizend beschikbaar te stellen voor het ondersteunen van Twente FM voor haar journalistieke werk te continueren. Ook dat bedrag wordt onttrokken aan de algemene middelen. De formulering is op deze manier, omdat we het hier hebben over begroting 2025 en 2026 alleen maar voornemens kunnen worden geformuleerd.

Voorzitter, in de uitzending van Nieuwsuur op de Nederlandse televisie op 1 september 2024 werd aangegeven dat de gemeente actief is met een nieuw woonwagenbeleid. Veelbelovend en hoopgevend voor de belanghebbenden. Bij navraag echter bleek dat de mus dood is en het betrof slechts het uitvoeren van het op 23 maart 2023 vastgestelde beleid. Dat nieuwe beleid was dus al anderhalf jaar oud. Kan de wethouder aangeven of richting Nieuwsuur en de woonwagengemeenschap in Oldenzaal een rectificatie is verstuurd? Of is de wethouder werkelijk bezig nieuw beleid te maken, wat de toets van de rechter zal kunnen doorstaan? Voorzitter, veel gemeenten in Nederland onttrekken zich aan hun verantwoordelijkheid een klein deel van de binnenkomende asielzoekers op te vangen. Mensen die gevlucht zijn voor oorlog en vervolging wegens geloof, gedachten of gevoelens mensen die een vredig leven willen leiden. Deze mensen verdienen onderdak voorlopig tijdens hun beoordeling. Het centrum in ter Apel is elke dag overvol, veel gemeenten in het noorden van Nederland helpen al dan niet tijdelijk, maar zo niet Oldenzaal. Het college zegt haar uiterste best te doen onderdak te vinden voor deze mensen, maar enig resultaat is niet zichtbaar. D66 vindt dit een onder prestatie.

Het afgelopen jaar had het college werk moeten maken, de afgelopen jaren had het college werk moeten maken voor acceptatie van opvang van asielzoekers en intensief en inventief op zoek moeten gaan naar mogelijkheden deze mensen op te vangen. Op beide fronten is nul resultaat geboekt. D66 vindt dit in hoge mate te betreuren. We steunen de ingediende motie hierover die zo dadelijk wordt ingediend door GroenLinks. En hopen van harte dat deze wordt aangenomen en dat gedaan wordt wat Oldenzaal in het laatst aangenomen raadsprogramma heeft beloofd en wat in de vandaag te behandelen begroting als tekst is opgenomen, namelijk dat ook asielzoekers worden opgevangen en ondersteund. Wat betreft vermindering van CO2-uitstoot door isolatie en andere maatregelen is de gemeente op de goede weg. Nog zeker niet aan het … eindresultaat gaat met geplaatste laadpalen, de aangeboden renteloze leningen en voorlichtingscampagnes in de KOM. Echter is nog een lange weg te gaan. Zo blijkt uit de rapportage van de stichting Energie in De Thij dat het enthousiasme van inwoners te wensen overlaat. De inwoners zijn dus niet voldoende overtuigd van de noodzaak van energievermindering. De gemeente zou meer met deze stichting mee kunnen denken hoe de inwoners meer te verleiden hun huizen te isoleren en anders te verwarmen.

Alle onderzochte maatregelen tot nu toe lijken niet haalbaar door gebrek aan enthousiasme bij de inwoners. We moeten hier zoeken naar acceptabel risico om in maatregelen als warmteaanvoer te investeren in de redelijke verwachting dat voldoende huishoudens in de loop van de tijd aanhaken. Het gebruik van gemotiveerde pilot huishoudens zou hier een optie zijn. Naast de activiteiten op De Thij moeten ook WUPS voor andere wijken worden opgezet en een WUPS staat voor een wijkuitvoeringsplan, oftewel de uitvoering van een warmtevisie.

Vindt het college het met mij tijd worden hier werk van te maken om in 2030 de helft minder CO2 uit te stoten, zoals het plan is, is meer inspanning nodig dan tot nu toe is gedaan. En wat betreft het energiegebruik in Oldenzaal kan het college laten zien hoever we op weg zijn. Hoeveel gas wordt jaarlijks verbruikt en hoeveel elektriciteit? Niet alleen nu, maar wat is het gebruik in de loop van de afgelopen jaren? Ik rond af voorzitter met het doel van onze inbreng te werken aan een goed en vredig leven voor alle inwoners van Oldenzaal. De voorzitter: Dank u wel. Heel goed. Keurig binnen de tijd. Het is net alsof u geoefend heeft, dus dat is compliment. Dank u wel. Zijn verder geen interrupties, dus wij kunnen meteen door. Dank u wel, mijnheer Van der Waal. e.

CDA

De voorzitter: We gaan door naar het CDA. De heer Maartens. En dat geeft mij nog de gelegenheid terwijl de heer Maartens onderweg is om te voor de boekhouding, voor de administratie te melden dat D66 een amendement heeft ingediend: incidentele ondersteuning Twente FM. En dat is amendement drie. De heer Maartens. De heer Maartens: Dank u wel voorzitter. De begroting 2025 is wat ons betreft een logisch vervolg op de kadernota die wij in juli behandeld hebben. Net als toen vindt het CDA hart voor Oldenzaal het triest dat gemeenten door ingrepen van het rijk in het gemeentefonds gedwongen worden om in voorzieningen te snijden. Daarom is het goed om de consequenties daarvan te laten zien in tekorten in de begroting. Wij zijn blij met de inspanningen van het VNG om samen met de gemeente het rijk te bewegen tot verdere compensatie. Het sociaal domein. Wat ons betreft wordt de tijd dat we echt werk gaan maken van het masterplan sociaal domein en geïndiceerde zorg zoveel mogelijk proberen te voorkomen. Dat betekent dat het de hoogste tijd wordt om de centrale toegang eindelijk een keer goed en adequaat te regelen. Wat ons betreft is daar een sterke sociale basis of sociale basisinfrastructuur voor nodig, waarin het uitgangspunt één plan één regisseur eindelijk gerealiseerd wordt.

Om dat te bereiken is het nodig op de eerste plaats dat de huisvesting van de centrale toegang zo snel mogelijk gerealiseerd wordt. Het heeft ons in die zin verbaasd dat er wel een DUMAVA subsidie is aangevraagd voor verduurzaming van het stadhuis en nog niet voor de Ganzenmarkt 11. Kan het college ons daar een toelichting op geven? Wat ons betreft had het prima tegelijkertijd gekund en heeft de realisatie van de centrale toegang een minstens net zo hoge prioriteit als de renovatie van het stadhuis. Wij willen graag informatie over de stand van zaken van de realisatie van de centrale toegang en dat graag inclusief een planning of stappenplan. En ten tweede, Oldenzaal kent twee organisaties voor sociaal werk, Impuls en Wijkracht. Het is wat ons betreft van groot belang toe te werken naar één organisatie voor sociaal werk. Als strategische partner van de gemeente verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op het totale preventietraject in Oldenzaal. Ook hierover graag informatie over de stand van zaken en ook weer inclusief planning of een stappenplan. Mocht de antwoorden op dit moment moeilijk zijn dan mag dat wat ons betreft ook via een raadsinfobrief. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een interruptie. Ik zie een tweetal interrupties. De heer Van der Waal was als eerste. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel. De heer Maartens noemt het gebruik van één regisseur.

Daar ben ik een voorstander van, goed voorstander van zelfs. Hij noemt ook het samen laten voegen van twee organisaties, we hebben twee organisaties, tot één organisatie en ik ben bang dat we dan verminderde efficiency krijgen omdat er geen onderlinge concurrentie is. Hoe gering die concurrentie ook is, want in Impuls en Wijkracht werken samen, er is een concurrentie tussen die beide organisaties en ik denk dat dat een goede zaak is.

De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Dat kan. Ik heb daar een andere mening over. Denk dat het van groot belang is om overlap tussen dat soort organisaties te voorkomen en hoe noem ik het ook alweer nou zeg maar het meer commercieel aanpakken van een aantal zaken in Nederland, denk maar aan de zorgwereld, is tot nu toe niet echt gunstig uitgepakt. En wij zijn wij zouden op zoek moeten en moeten zijn naar wat ons betreft naar een strategische partner in de ontwikkelingen van de stad. Ik verwacht van een organisatie die zich met sociaal werk bezighoudt dat hij ons als gemeente kan adviseren. Als ik kijk naar wijk één dan denk ik dat er dat nodig is, als ik kijk naar wijk twee dan is er dat nodig. En ik mis het op dit moment bij die organisaties en ik denk dat dat heel erg belangrijk is. Vandaar dat wij volgens mij toe moeten werken naar één organisatie en ik bepaal niet hoe die eruit moet zien dat moeten vooral die organisaties gezamenlijk doen, denk ik. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel voorzitter. Maar u noemt twee belangrijke onderwerpen aan waar u twee verschillende werkvormen op vraagt om daarop te reageren. Enerzijds via het college nu live en eventueel als dat niet lukt via een informatiebrief.

Ik zou daar graag de overweging in derde vorm aan toe willen voegen om eventueel ook daarover gesprek met raad over te voeren. Want volgens mij hebben we hier allemaal wel een mening over en ik zou het heel mooi vinden als wij als raad hier ook het college kunnen ondersteunen, faciliteren om hier ook voortgang in te krijgen. Hoe kijkt u daarnaar? De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Ja van harte mee eens. Dat is ook de vraag eigenlijk naar raadsinformatiebrief over al dit soort dingen, zodat we daar met elkaar in een politiek forum een keer goed over van gedachten kunnen wisselen. Dat klopt. De voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Dank u wel voorzitter. Voor wat betreft de twee partijen, de twee sociale partners, we hebben twee grotere sociale partners dan wil ik u vragen, is het iets waarover wij kunnen beslissen? Kunnen wij beslissen als raad zijnde als college om die partners te gaan laten fuseren samenwerken? Volgens mij is dat niet aan de orde, maar dat is de vraag aan u. En ik snap dat we een sterke sociale partij willen in Oldenzaal. Ja dat onderschrijf ik enorm. De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Word ik blij dat we op dat laatste punt het in ieder geval met elkaar eens zijn. En natuurlijk kunnen wij niet bepalen dat het één organisatie moet worden.

Wij kunnen die organisatie wel vragen hoe ze zich aan ons als gemeente willen gaan presenteren en wat dat betekent voor hun manier van samenwerken. En dan mogen wij volgens mij met elkaar wel iets van vinden in deze raad. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Maartens: Dank u wel voorzitter. Dan toch even naar wonen. Ik net zijn al een aantal zaken aan de orde geweest over moties die al geweest zijn. Dat klopt, we praten als raad heel vaak over wonen. Dat blijkt ook uit het aantal vragen aantal moties van diverse politieke partijen, misschien wel alle politieke partijen. Dat

is logisch, want dit onderwijs leeft volop bij onze inwoners. Instromen in de Oldenzaalse woningmarkt is zeker voor starters en jongeren, maar ook voor anderen, vrijwel onmogelijk. Gevolg is dat jongeren te lang thuis moeten blijven wonen of naar buiten Oldenzaal verhuizen. Niet voor niets heeft ons forumlid Ruth Loke daar kortgeleden nog vragen over gesteld aan het college, met een ja toch wat niet zo handig antwoord van wij moeten dat nog onderzoeken. Wij zouden heel graag zien dat we gewoon eens een keer dingen gaan doen aanpakken en zo'n experiment gewoon is oppakken. De doorstroming op de Oldenzaalse woningmarkt komt niet of nauwelijks op gang, terwijl elders in het land actieve gerichte aanpakken ontwikkeld zijn om dat wel te doen. Het is de hoogste tijd voor echte actie. Nagenoeg alle gemeenten kennen een vergelijkbare woningproblematiek. Oldenzaal hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Initiatieven en experimenten elders kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan denk en oplossingsrichtingen. Op diverse plekken in het land zijn en worden innovatieve en creatieve woonvormen mogelijk gemaakt die ook kunnen en mogen afwijken van de traditionele invulling van onze woonbehoeften. Wat ook kan helpen, is de mogelijkheden te onderzoeken in hoeverre Oldenzalers hun eerste recht kunnen krijgen op de Oldenzaalse huur- en koopmarkt.

De motie van de VVD was destijds al voor de koopmarkt. Wij zullen dat ook heel graag zien voor de huurmarkt. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de VVD, u noemde hem al. Vandaar dat ik de heer Mekelenkamp graag de gelegenheid geef voor zijn interruptie. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, het klinkt alsof het een één tweetje is tussen de heer Maartens en mij, kan ik u verzekeren, is het niet. Ik hoor dat de heer Maartens graag wil experimenteren op de woonmarkt. Ik hoor dat hij graag voorrangsregelingen wil hebben op huur- en koopmarkt. Waarom bent u vorige raadsvergadering dan niet meegegaan in het voorstel? U had zelfs mee u had ons kunnen vragen om te amenderen om ook uit te breiden naar de huurmarkt. De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Dat is vrij eenvoudig. Wij zijn niet meegegaan omdat wij vonden dat het een hele beperkte motie was die alleen gaat over de voorrang. En wij denken dat er veel meer nodig is om die woningmarkt weer open te krijgen en op gang te krijgen. Waarbij je ook moet denken aan andere woonvormen en ook moet denken aan, wat zei ik nou net, de innovatieve, creatieve woonvormen en dat misten wij in. Denk aan het woning delen op allerlei verschillende manieren, dat misten wij in jullie voorstel. De voorzitter: De heer Mekelenkamp.

De heer Mekelenkamp: Dus u voert nu één woonvorm op om vervolgens dan hele groep Oldenzaalse jongeren aan de kant te zetten en die niet mogelijkheid tot voorrang te willen geven. Terwijl als wij het over hadden kunnen hebben in de vergadering, dat we best wel tot een dergelijke oplossing waren gekomen om ook die mee te nemen. Maar die uitgestoken hand heb ik niet van u mogen ontvangen in de vergadering. De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Nee toch dan een misverstand wegnemen. Het gaat mij niet alleen om voorrang op de woningmarkt op de huurmarkt. Het gaat mij om veel meer. Het gaat mij om een echte aanpak, het echt breed aanpakken van het woningprobleem in Oldenzaal. En daarvan kunnen wij dat absoluut nog heel veel leren uit aanpakken die al elders zijn geweest. De voorzitter: De heer Mekelenkamp.

De heer Mekelenkamp: Voorzitter, dan maak ik de laatste opmerking laatste interruptie. Wat denkt de heer Maartens dan dat de motie die zijn fractie meer en met de WG Oldenzaal in gaat dienen, gaat leiden, gaat doen gaat brengen eigenlijk in de verandering. Wat denkt hij dat de portefeuillehouder nu meer kan doen om die versnelling om die beter toegankelijke woningmarkt en om die doorstroming te gaan realiseren? De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Daar ga ik zo nog wat over zeggen in mijn vervolgbetoog. De voorzitter: Dan ga ik nu naar de heer Bouwman. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. U geeft aan wij willen experimenteren en innoveren zowel op de koop als op de huurmarkt. We hebben hier in Oldenzaal onlangs het Noabershof gerealiseerd. Daarin is inmiddels duidelijk dat daar ontzettend veel inwoners zijn komen te wonen die niet uit Oldenzaal komen. Dus enorme gemiste kans. Bent u bereid om na te denken om bij een volgende hof of andere collectieve woonvorm is keer na te denken hoe wij in Oldenzaal wel sociale huurwoningen in zo'n dergelijke vorm mogelijk gaan maken? En dan moet u ook denken aan een reductie op een grondprijs of meedenken in dat soort oplossingen. De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Sterker nog, ik vind dat iets als een Noabershof zou moeten bestaan uit een ja van hoe onze samenleving eruitziet.

Dat betekent dus koopwoningen, huurwoningen, misschien wel studio's voor alleenstaanden erbij. Dus een wat breder pakket op die woningmarkt. Maar dat is mijn persoonlijke mening. Daar moeten wij denk ik met elkaar als raad uiteindelijk vooral iets van vinden. En als u het hebt over grondprijzen, dan is volgens mij het beleid in Oldenzaal in ieder geval als er sprake is van sociale huur dan kennen wij aangepaste tarieven voor de grondprijs en bij koopwoningen vind ik dat een stuk ingewikkelder. Ben ik ook maar vast heel eerlijk in. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Maartens: Ik had beloofd nog even terug te komen. Wij denken dat het nodig is dat iemand hier zich volledig in verdiept, daar tijd voor heeft om in die woningmarkt en de doorstroming en de vernieuwing en de innovatie om dat goed te kunnen doen. En ik wij denken dat de wethouder daar heel veel voordeel van heeft en de organisatie ook en uiteindelijk dus ook de Oldenzalers. Wij denken gewoon simpelweg dat je daar een FTE voor nodig hebt. En dat past ook wel een beetje bij het verhaal van de VVD en de twee ton die ons betreft in deze motie staat, dat zou heel mooi passen bij daar mogen we een ton van maken als de ton van de VVD daarin meegenomen mag worden. Dan nog iets over wijkbudgetten.

Ik heb net goed geluisterd naar de geluiden die kwamen op de motie die wij als WG samen met de WG samen willen inzien of hebben ingediend in feite al. Het is best een lastig punt. Als ik kijk naar hoe het nu werkt met de 750 euro die genoemd wordt en wat daarvoor nodig is, dat is vreselijk ingewikkeld. Ik kan u zeggen er is door de VVD ook één organisatie genoemd. Daar heb ik zelf ook wel wat connecties mee om te zorgen dat de punten helder zijn die ik ook heb. Dat heet Kansrijk Berghuizen en een organisatie als Kansrijk Berghuizen heeft simpelweg behoefte aan als je een keer iets wilt kunnen organiseren daarvoor wat handgeld te hebben. En dat is wat volgens mij in deze motie bedoeld wordt. Wij zouden ook graag willen dat in andere wijken dat er een uitdaging is om in andere wijken vergelijkbaar perikel te organiseren om dingen te doen. Ik ben nog één ding over woners vergeten trouwens zie ik nu. De raad van Dinkelland heeft wethouder van wonen een toezegging dat bij nieuwe

projecten met de ontwikkelaar afspraken gemaakt worden over het aantal woningen met een maximale prijs van 275.000 euro. Kunnen wij in Oldenzaal die toezegging ook krijgen? De voorzitter: Ik zie de interruptie van de heer Bouwman. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik ben heel benieuwd hoe die toezegging gedaan is. Want zomaar aan ontwikkelaars vragen om te bouwen voor 275.000 euro moet er wel ergens een onderliggend vastgesteld verordeningen of iets dergelijks zijn waarin het is vastgesteld. Wat verwacht u van het college daarin? De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Via mijn collega's in Dinkelland van mijn eigen partij weet ik dat de wethouder heeft toegezegd om als er nieuwe projecten komen met de ontwikkelaar van de projecten te gaan onderhandelen over een maximale prijs voor woningen. Hij heeft er ook heel eerlijk bij gezegd dat hij niet kan gaan garanderen dat het lukt, maar dat wil die wel degelijk proberen. De voorzitter: U heeft nog 3 minuten. De heer Maartens: Gaan we proberen. Financiën. We hebben de toezegging dat als het rijk met extra compensatie overbrug komt, een deel van de voorgenomen maatregelen wordt ingetrokken. De helft van de compensatie wordt al gebruikt om de verhoging OZB te verlichten en de andere helft van maatregelen die voor 2026 zijn ingeboekt voor maatschappelijke organisaties te verlichten.

Wij vragen het college met deze maatschappelijke organisaties in gesprek te blijven. Ze te helpen bij het zoeken naar andere methodes om hun preventieve werk voort te zetten, de omvang daarvan in kaart te brengen, evenals de risico's van het stoppen met preventief werk. We willen graag de toezegging dat de raad goede kadernota 2026 geïnformeerd wordt over de bevindingen, zodat dan afgewogen kan worden of er nu vastgestelde maatregelen aangepast moeten worden. Wij doen een beroep op de maatschappelijke organisaties om dat gesprek ook aan te gaan en samen met de gemeente en andere maatschappelijke organisaties te werken aan een aanpak die minder kosten voor de samenleving met zich meebrengt. Wij denken namelijk dat je als organisaties ook van elkaar kunt leren. Als CDA hart voor Oldenzaal willen we graag voorkomen dat maatschappelijke organisaties zoals de Atib en de SAVO, die laatste ook nog zorgt voor de ondersteuning van de Eritrese gemeenschap in Oldenzaal, hun preventieve werk niet kunnen volhouden. In dat geval willen we de maatregelen bij de kadernota van 2026 heroverwegen. Het gaat hier om zeer specifieke bevolkingsgroepen met een andere culturele achtergrond. Ze hebben een niet te onderschatten waarde voor hun eigen bevolkingsgroep en de samenleving in het algemeen. Iets vergelijkbaars geldt voor de provincie ten aanzien van ouderen in relatie tot Twents zilver.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15219182/1