Transcript van de raadsvergadering d.d. 13 november 2024 vastgesteld in de vergadering van 27 januari 2025
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE OLDENZAAL d.d. 13 november 2024
1.
Opening Burgemeester Welman: Goedemiddag allemaal. Het is 16.00 uur en u weet: wij houden ons altijd strak aan de tijd. Dit is de tijd die we hebben afgesproken. Dus we gaan van start. Welkom allemaal, ook de mensen thuis en op de tribune, van harte welkom allemaal. Ik heb een agenda voor mij liggen, maar voordat we die vaststellen. Allereerst nog bericht van verhindering van de heren Lulofs en Liebrand. Dat betekent dat we met 21 raadsleden vanmiddag aanwezig zijn. U ziet het ook twee lege stoelen. De heer Nijland, heb ik geen bericht van verhindering, maar die zal ongetwijfeld nog onderweg zijn. Dus we gaan ervan uit dat hij nog aansluit. Dan nog een aantal huishoudelijke mededelingen ten aanzien van wat u voor u ziet, maar ook wat u, als u om u heen kijkt ook ziet. Het betekent namelijk tien minuten. Elke spreker die namens een fractie het woord bij de eerste termijn voert, die heeft tien minuten. Op het moment dat u begint, gaat de klok lopen en op moment dat er een interruptie is, dan zal de tijd wel stilgezet worden. Er valt niet te corresponderen met deze tafel daarover. Maar we gaan echt wel ons best doen om daar zo eerlijk mogelijk in te acteren. Maar u bent er zelf ook altijd bij. Dus als u zegt: dat gaat toch niet meer goed en dat is altijd mogelijk, want we proberen nog steeds uit, dan hoor ik dat vast we.
Het tweede punt wat ik wilde noemen is: in het verleden was u gewend om de hand op te steken en dan als u wilde interrumperen dan kreeg u van mij, al naar gelang het moment geschikt was, voor mij het woord. Dat handopsteken mag u nog steeds doen, maar hoeft niet. Belangrijkste is dat u dat via uw, het apparaat bij de microfoon doet, want daar komt u vanzelf in de wachtrij te staan en dan zal ik u het woord geven op moment dat u aan de beurt bent. Dan klik ik daar op het schermpje. Dat betekent dat de microfoon dan op groen springt als u, als u wilt interrumperen. Dat zien wij echt hier wel, dan gaat het vanzelf denk ik goed. En op moment dat u dan van mij het woord krijgt dan gaat een microfoon op rood. Net zoals bij mij nu het geval is. Volgens mij heb ik daarmee de belangrijkste punten gehad. Ik kijk even naar de griffier, of ik alle punten die ik moest noemen heb genoemd. Dacht het wel. Wij proberen zo rond 18.30 uur een pauze in te lassen. Voor de inwendige mens. Dus we proberen daarop te sturen. Hopelijk lukt het om nog voor 18.30 uur ook het College aan de beurt te krijgen. En als dat lukt, dan hebben we een mooi tempo te pakken. Goed. Dat was wat ik wilde meegeven op voorhand van deze vergadering.
2.
Vaststellen agenda De voorzitter: Dan kijk ik of de agenda op uw instemming kan rekenen. Ik zie geen punten. Dan gaan we uit van deze agenda.
3.
Notulen van de vergadering van 21 oktober 2024 De voorzitter: Dan het vaststellen van de notulen van de vergadering van 21 oktober 2024. Ik kijk even rond, vooraf heeft niemand zich gemeld bij de griffier of dat nog steeds correct is: niemand. Oké. Dan gaan we ook deze met 21 stemmen voor vaststellen. Bespreekvoorstellen.
4.
Programmabegroting 2025 De voorzitter: Dan beginnen we bij het enige bespreek voorstel wat op de agenda staat. En om daar nu het woord over te voeren. Als iedereen bij de les is, dus telefoons en zo uit of op stil. Dat geldt ook voor de I-pads. Voor de mensen die dat niet weten. Maar dat is wel de gewoonte in dit huis. Dat is namelijk dat we altijd kijken, wie heeft de vorige keer als eerste het woord gevoerd. Dan schuift dat vanzelf weer een fractie op. Dit keer is de Partij van de Arbeid als eerste aan de beurt om het woord te voeren bij de eerste termijn van de Gemeenteraad van Oldenzaal, bij het bespreken. Ga uw gang. Van de programma begroting 2025 en de heer Nick Kramer heeft het woord. Als u dan weer inlogt en ik hoop dat u uitgelogd heeft op de... Hoef ik ook eigenlijk niet te vertellen. Nee, de tien minuten zijn nog niet begonnen. Al zou ik dat wel heel graag doen om tempo erin te houden. Maar dat heeft zijn... Ik zit even te kijken: ik druk op mijn knopje, maar er gebeurt hier niks. a.
PvdA
De heer Kramer: Kijk, ik zie dat de microfoon onze partijkleuren aanneemt. Wat voor mij het startschot is. Voorzitter, vandaag wil ik met u terug naar de grondbeginselen van de sociaaldemocratie. Er is één ideaal dat wij nooit uit het oog verliezen, namelijk het verheffingsideaal. De gedachte hierachter is dat je met goede sociale, lokale voorzieningen, ervoor kunt zorgen dat iedereen de kans krijgt om het beste uit zichzelf te halen. Verheffing vraagt om sterke sociale voorzieningen. Een weelderig verenigingsleven. Een vangnet waar je altijd op terug kunt vallen en een lokale overheid die proactief burgerinitiatieven in beweging brengt. Dit ideaal vormt het fundament van al onze politieke inspanningen. We zijn inmiddels halverwege deze raadsperiode. Dit markeert de overgang naar wat we vaak de oogstjaren noemen, een tijd waarin het eerder ingezette beleid zijn vruchten begint af te werpen. In Oldenzaal zien we inderdaad al resultaten op belangrijke thema's, zoals wonen en het sociaal domein. Hierin heeft de Partij van de Arbeid samen met andere partijen, hard gewerkt om voor alle Oldenzalers en rechtvaardige en vooral leefbare stad te realiseren. Dit momentum moeten we vasthouden en misschien zelfs versnellen, juist nu we in deze cruciale fase beland zijn.
Voorzitter: vandaag wil ik met u, met de grondbeginselen van de sociaaldemocratie in het achterhoofd, een blik werpen op de programma begroting. Om te beginnen met het sociaal domein. In het sociaal domein hebben we als Gemeente veel om trots op te zijn. We zijn bezig met het omdraaien van de zogeheten piramide. De focus verschuift meer naar het voorliggende veld. Dit betekent dat we meer investeren in preventieve maatregelen en ondersteuning, waardoor inwoners gezond actief en betrokken blijven. Maar voorzitter: preventie vereist lef. Het vraagt van ons als Raad het lef om te investeren in iets dat zich niet snel laat vertalen naar meetbare opbrengsten of kostenbesparingen. Het is een meer jaren traject waarbij de vruchten pas later zichtbaar worden, maar waarvan onze lokale samenleving uiteindelijk volop profiteert. Ik doe daarom een beroep aan de Gemeenteraad, laten we samen moet tonen en blijven investeren in een sterke, preventieve basis. Het vele verrichte werk in relatie tot het sociaal domein verdient lof. Ook als Raad mogen we onszelf een schouderklopje uitdelen. We hebben namelijk als Raad het initiatief van de Partij van de Arbeid en de VVD omarmt, waarin we uitspreken deze aanpak verder te willen versterken. Bijvoorbeeld met een nieuwe bekostigingsmethodiek.
Het college is op haar beurt druk bezig met het organiseren van één integrale ingang voor inwoners die een beroep moeten doen op ondersteuning. In het kader hiervan wil ik de vraag aan het College stellen: wat heeft het College, waarschijnlijk in de persoon van Wethouder Reudel, van ons nodig om dit goede werk sneller en effectiever uit te voeren. We zijn uiteraard bereid om mee te denken en te ondersteunen, zodat we dit succes kunnen bestendigen. Dan voorzitter, wil ik het hebben over het verenigingsleven. Wanneer we hoofdstuk vijf erop na... Wanneer hoofdstuk vijf erop nageslagen wordt en de inleidende tekst zorgvuldig wordt gelezen, dan kun je niet anders denken dan: die gemeente. Oldenzaal is
goed bezig, als het gaat om het investeren in het voorliggende veld. Het is vervolgens dan moeilijk om te begrijpen dat het College enerzijds het belang van het voorliggende veld erkent. Maar anderzijds voornemens is om te bezuinigen op subsidies voor verenigingen die juist dat veld zo sterk maken. Hoe verhoudt dit zich tot het idee dat een gezonde en betrokken samenleving cruciaal is voor het welzijn van onze inwoners? Allereerst roepen wij het College op om deze tegenstrijdigheid te heroverwegen, want juist nu is investeren in een sterke sociale basis niet alleen verstandig, maar noodzakelijk. Dit vraagt om lef, lef van het College en lef van ons als Raad. Dit vraagt om durven staan voor de preventieve werking van een sterk verenigingsleven. Ook wanneer de feiten dit geloof nog geen kracht bij kunnen zetten. We weten immers heel goed wat de kosten zijn, maar kunnen deze kosten vervolgens niet op waarde schatten. Na afloop van de bespreking van de Kader Nota werd ik door ambtsgenoot Mekerkamp terecht aangesproken op het feit dat ik op de barricade ben gaan staan voor een tweetal verenigingen in het bijzonder, terwijl wij ook tal van verenigingen zijn die niets van zich hebben laten horen. Ingegeven door deze gedachte wil ik daarom het volgende voorstel doen. We stellen een eenmalig fonds in waar verenigingen een beroep op kunnen doen.
Dit fonds biedt hun de mogelijkheid om hun bedrijfsvoering efficiënter in te richten, met als doel structurele kostenbesparing. Daarnaast kunnen verenigingen de middelen aanwenden om extern advies in te winnen over subsidie aanvragen en het ontwikkelen van duurzame financiële strategieën. Het voordeel van dit fonds is tweeledig: enerzijds binnen we ons als gemeente niet structurele lasten, anderzijds nemen we onze verantwoordelijkheid door incidenteel te investeren in de veerkracht en vitaliteit van onze verenigingen. Dit is een gerichte investering in een sterke sociale basis die bijdraagt aan een gezonde en betrokken samenleving. Zo zorgen we ervoor dat onze verenigingen sterker uit deze periode komen en dat de preventieve kracht van het verenigingsleven behouden blijft voor alle Oldenzalers. Of nog concreter met het afgelopen politiek forum in het achterhoofd. Zo zorgen we ervoor dat verenigingen ook zelf een steentje bij kunnen dragen met de aanstaande OZB-verhoging in het achterhoofd en de bezuiniging op subsidies voor lokale gewortelde verenigingen. De voorzitter: Momentje. Ik zie een interruptie van de heer Bouman, de heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Op zich een heel mooi nobel streven van u om 750.000 euro vrij te maken voor de sportclubs. Maar we hebben te maken bij sportclubs met vrijwilligers.
Zegt u dat vrijwilligers hulp nodig hebben om hun bedrijfsvoering beter uit te voeren? Of hoe moet ik dit zien? Want zij kunnen maximaal 10.000 euro per vereniging aanvragen. Moeten ze daar extern advies winnen en waar moeten ze dat winnen? En wat is het voordeel daarvan voor de clubs, want daarmee zijn vrijwilligers extra tijd kwijt aan het inwinnen van extern advies terwijl ze wellicht ook zelf... De voorzitter: De heer Kramer. De heer Kramer: Goede vraag. Als we deductief redeneren. Een vereniging bestaat uit vrijwilligers dus ja, daarmee doen vrijwilligers aanspraak indirect op die gelden. De heer Bouman vraagt zich vervolgens af: is het verstandig dat, omwille van de tijdsinvestering, dat daar bijvoorbeeld externe adviezen aan te pas komen? Op basis van de rondgang die onze fractie gedaan heeft is dat iets wat verenigingen echt als muziek in het oor, in de oren klinkt. Niet elke vereniging beschikt namelijk over verschillende expertises en moet die daarom extern inwinnen. De voorzitter: Gaat u verder? De heer Kramer: Ja. Dan ga ik de motie indienen. Waarbij ik me uiteraard enkel beperkt tot het dictum: roept het College op een eenmalig fonds van 750.000 euro in te stellen waar verenigingen in Oldenzaal een beroep op kunnen doen voor het efficiënt inrichten van een bedrijfsvoering en het verkrijgen van extern advies,
bijvoorbeeld overheid verkrijgen van subsidies. Het beschikbare bedrag per vereniging te maximeren op 10.000 euro en deze middelen enkel te verstrekken onder de voorwaarde dat verenigingen deze aantoonbaar aanwenden voor het efficiënter inrichten van de interne bedrijfsvoering of het inwinnen van extern advies. De aangevraagde middelen proportioneel zijn en in verhouding zijn met de omvang van de opgave die verenigingen wensen te adresseren. Deze middelen niet te verstrekken aan welzijnsorganisaties, deze middelen te onttrekken aan de algemene reserve en dit fonds per april 2025 beschikbaar te stellen en de voorwaarden en toekenning en de samenwerking met maatschappelijke partners uit te werken. De voorzitter: Ik zie twee interrupties: allereerst De heer Visscher, De heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel voorzitter. Vraag aan de heer Kramer betreffende deze motie en die motie vinden wij op zich bijzonder interessant. Wat wij ook wel zien dat dit verenigingen kan helpen. Ik heb alleen een paar vragen daarbij. In eerste instantie de hoogte van het bedrag. Wij vinden dat eigenlijk wel nou dusdanig hoog dat ik mij afvraag: waar is dat bedrag op gebaseerd? Ik zou liever beginnen met een ton en kijken van hoe we daar, hoe we daar iets mee kunnen. Tweede vraag: ik vind eigenlijk de, in het dictum staat waar het voor aangewend mag worden. Ik vind dat nog wat vaag.
Ik zou het mooi vinden om dat nog wat meer te specificeren en dan zou ik daar ook graag bij willen hebben dat het gebruikt mag worden om samenwerking te ondersteunen tussen verenigingen. We hebben afgelopen jaren een mooi voorbeeld gezien met de ‘…’ en Oldenzaal, die in eerste instantie een beetje noodgedwongen samen moesten, maar die uiteindelijk een hele mooie samenwerking met elkaar hebben. Ik zou het mooi vinden als we, dit geld, deze motie ook zouden kunnen gebruiken voor dat soort initiatieven. Is de heer Kramer dat met mij eens? Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dat gaan we horen. De heer Kramer. De heer Kramer: Ja. Ik hoor De heer Visscher zeggen dat hij de motie bijzonder interessant vindt. Ja dat vind ik bijzonder prettig dat allereerst. Vervolgens stelt De heer Visscher een vraag over de hoogte, waar dat op gebaseerd is. Nou, de hoogte is vrij arbitrair. Dat ben ik met De heer Visscher. Tegelijkertijd wil ik ook de woorden van de heer Welman, uit een eerder debat over bureaustoelen ging dat destijds volgens mij, het hoeft niet op. Het hoeft niet op, ik stel graag meer middelen beschikbaar dan nodig dan te weinig en achteraf blijkt dat het wel noodzakelijk was. Dus dat is de reden daarachter. En De heer Visscher refereert vervolgens aan samenwerkingsverbanden die ontstaan zijn in het verleden en of deze motie ook iets is dat dat kan ondersteunen.
Nou ja, ik laat me graag inspireren door De heer Visscher. Indien hij concrete voorstellen heeft, ben ik echt wel bereid die op te nemen. De voorzitter: Dat lijkt me mooi wat voor de schorsing? Ik zie de heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Zelfs bij mij springt hij ook op rood, dat is toch ook mooi? De eerste vraag heeft De heer Visscher al voor ons weggehaald, maar dat was onze vraag natuurlijk ook. Waar zijn die 750.000 euro op gebaseerd? Heeft u een duidelijk antwoord op gegeven. De tweede vraag is: heeft u hierover contact gehad met een aantal verenigingen, hebben zij hier ook behoefte aan of is dit iets wat u bedacht heeft naar aanleiding van onder andere het gesprek met onze collega Mekelenkamp? De voorzitter: de heer Kramer. De heer Kramer: Ik hergebruik graag de beantwoording die ik ook uit in de richting van de heer Bouwman. Ja. Dit is iets wat nadrukkelijk naar voren is gekomen in gesprekken die wij met vereniging hebben gevoerd.
De voorzitter: Ik zie geen behoefte aan een vervolg dus ga verder met uw betoog. De heer Kramer: Ja. Daaruit maak ik op dat de beantwoording als prettig is ervaren. Mooi. Bijzonder prettig ja. Dan, voorzitter, wil ik met u terug in de tijd. Inmiddels is al veel gezegd over het project dat Vondelpark 2.0 is gaan heten, een project dat onze stad mooi en leefbaarder zou moeten maken. Er is ooit geld gereserveerd, maar een concreet actieplan is uitgebleven. Inwoners wachten al te lang op actie en hun enthousiasme dreigt te bekoelen. Dit is niet hoe we willen omgaan met mensen die onze stad vrijwillig willen verbeteren. De Partij van de Arbeid roept het College op om, geïnspireerd door het oorspronkelijke plan, een aangepaste variant te handhaven en om hier vaart achter te zetten, zodat we kunnen zorgen dat ideeën omgezet worden in daden. Onze inwoners verdienen meer dan alleen mooie beloftes. Tegelijkertijd beseffen, ook wij, dat het in tijden als deze moeilijk uit te leggen is om de gehele fasering te accorderen. Daarom komen we met een voorstel om de basis van een beweegpark te realiseren aan de Vondellaan. En dit doen wij met het volgende amendement. In het besluit waar staat vast te stellen de programma begroting 2025 toe te voegen, vast te stellen de programma begroting 2025.
Met dien verstande dat de tekst ‘niet te honoreren van de ontwikkeling van het Vondelpark fase één, twee en drie’, wordt gewijzigd in ‘honoreren van de ontwikkeling van een beweegpark aan de Vondellaan, waarbij tijdens de uitvoering inspiratie wordt opgedaan uit de oorspronkelijke fasering’. En twee: ‘voor de ontwikkeling hiervan eenmalig honderdduizend euro te onttrekken uit de algemene reserve’. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Van der Waal. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel. Ik hoor heel veel zeggen in heel veel tijd, maar ik kan niet door. Dank u wel voorzitter. Ik heb een algemene vraag, zowel over het Vondelpark als over ondersteuning aan het verenigingsleven. Beide moties zijn natuurlijk ontzettend sympathiek en zouden we graag uitgevoerd zien. Maar hebben wij er geld voor, is de vraag. Er is een begrotingslijst opgesteld waar tot bedragen van 12.000 maal twee is 25.000 euro bezuinigd dreigt te worden, voor zeer goede projecten. En u reserveert hier even een ton, zeven en een halve ton, bijna een miljoen totaal. De vraag is: hebben we dat geld en als we dat niet hebben dan moeten we daar toch keuzes over maken? Graag uw commentaar daarop. De voorzitter: De heer Kramer. De heer Kramer: De heer van der Wal begon met de uitspraak dat hij mij heel veel heeft horen zeggen in heel veel tijd. Nou dan kunnen we elkaar de hand doen.
Maar goed, hebben we daar hebben we daar geld voor. Ik heb de programmabegroting erop nageslagen. Mijn conclusie is dat we daar het geld voor hebben en dat het ook hoognodig is dat we daar geld voor vrij gaan maken. De voorzitter: Ik zie nog een herhaling, een vervolg op de interruptie. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Even een correctie op datgene wat verkeerd begrepen is, dat velen zeggen, kunnen zeggen en dat soort dingen, in veel tijd sloeg op de lengte van mijn groen licht voordat ik kon beginnen met praten. Dus het was geen aanval op dit onderwerp. De vraag was duidelijk, begrijp ik. Dank u wel. De voorzitter: Mooi. Dan kan de heer Kramer verder met zijn betoog en ik herinner hem eraan dat hij nog twee minuut 22 heeft. Een mooi getal in de Oldenzaalse carnavalsweek. De heer Kramer: Goed. Dan wil ik het nog even hebben over wonen. We hebben flinke stappen gezet om de woningmarkt toegankelijker te maken plannen. Om duizend extra woningen te realiseren tegen 2030, het bouwrijp maken van de Gravenweide Fase 1 en Stakenbeek Fase2. Dit zijn resultaten die niet alleen op papier,
maar ook op straat, zichtbaar worden. Maar hier moet ik ook een belangrijke vraag stellen. Het college wil onze stad laten groeien naar 40.000 inwoners, gegeven de gemiddelde gezinsgrootte van 2,11 kunnen de geplande woningen slechts een groei van 2110 inwoners accommoderen. Dit is simpelweg niet genoeg om dat streef aantal te halen. Welke initiatieven gaat het College nog meer ondernemen om deze ambitieuze groei te realiseren? De Partij van de Arbeid verwacht uiteraard niet alleen een visie, maar ook concrete plannen om de bevolkingsgroei op peil te houden. Daarnaast voorzitter, wil ik de aandacht vestigen op een belangrijk instrument dat we in Oldenzaal bieden om jongeren te ondersteunen op de woningmarkt. De starterslening. Deze lening stelt jonge kopers in staat om het laatste stukje financiering rond te krijgen, dat zij vanuit de bank niet kunnen krijgen. Voor alleenstaande jongeren van mijn leeftijd die inmiddels vaak een flink eigen vermogen hebben opgebouwd, omdat ze al sinds hun zestiende aan het werk zijn, maar door een tekort aan inkomen net buiten de boot vallen is dit een perfecte oplossing. Het zorgt ervoor dat zij, ondanks de uitdagende huizenmarkt, hun woonwensen kunnen realiseren en hun maandelijkse lasten toch prima kunnen dragen.
In het kader van deze regeling wil ik het College dan ook de vraag stellen: hoeveel gebruik is er het afgelopen jaar gemaakt van de starterslening? En hoeveel krediet is er nog beschikbaar om meer jongeren te helpen hun plekje te vinden in Oldenzaal? Dit inzicht is cruciaal om te beoordelen of we voldoende middelen hebben om deze regeling te blijven ondersteunen, of dat er behoefte is aan uitbreiding. Voorzitter, de Partij van de Arbeid is trots om naast de onderwijs partij ook de groenste partij van deze Raad te zijn. Maar hoever onze trots ook reikt, we laten toch een traan, ik vond hem zelf ook heel leuk. Sorry. De voorzitter: U heeft nog een halve minuut. De heer Kramer: Ik ga vaart maken, maar hoever onze trots ook reikt, we laten toch een traan wanneer we door de binnenstad lopen. Het mag groener, het mag warmer en het mag uitnodigender zijn. En dan warmer uiteraard in de figuurlijke zin van het woord. We hebben meer bomen, groenvoorzieningen en speelgelegenheden nodig zeker nu het aantal inwoners in de binnenstad langzaam toeneemt. Want bewegen is belangrijk, niet alleen voor onze kinderen, maar voor jong en oud. Een groene stad is een gezonde stad en dit moeten we prioriteit geven.
In het kader hiervan de vraag aan het College wat heeft het College van ons nodig om dit vraagstuk tijdig met beperkte ambtelijke capaciteit te adresseren? En dan kom ik bij de afronding voorzitter. Ik zie u ongeduldig kijken. De voorzitter: Dat hoopte ik al en ik zie ook een interruptie van De heer Visscher dus ik ga nu eerst naar De heer Visscher. Maar, afmaken? Oké, maar ik hoop dat u nu tot een einde bent gekomen? De heer Kramer: Ik ga verder met, ik kan het nagenoeg in één adem. Het valt op, voorzitter, dat het College, ondanks de financiële onzekerheden de lat hoog legt. Dat siert een stad als Oldenzaal, een stad die niet stilstaat, maar blijft investeren in haar toekomst. In deze tijd van oogsten en investeren is aan ons allemaal om samen een evenwichtige en daadkrachtige koers te varen. Een koers die recht doet aan de ambities van onze mooie stad, maar die ook de financiële realiteit serieus neemt, een koers die bijdraagt aan een weelderig verenigingsleven. Een vangnet, waar je altijd op terug kunt vallen en een overheid die proactief burgerinitiatieven in beweging brengt. Dank u wel. De voorzitter: Goed. Ik hoor een punt. De heer Visscher, per interruptie, De heer Visscher. De heer Visscher: Ja, dat kan voorzitter. Deze motie, dan heb ik het over de motie Vondelpark. Daar word ik dan weer wat minder blij van want uiteraard, ook wij steunen initiatieven uit de staat.
Maar dit is wel een heel ingewikkelde. En als ik nou alleen al kijk naar twee dingen: het begrip beweeg park. Is dat dan een park waar ik kan bewegen? Daar hebben we er al best wel veel van. En als ik dan naar de plek in kwestie kijk, twee
steenworpen verder hebben we het Hulsbeek, twee andere steenworpen de andere kant op hebben we straks het Wadipark van Quick ‘20 met de twee velden. Als ik tien minuten linksaf loop dan ben ik op de Tankenberg als ik tien minuten rechtsaf loop dan ben ik ergens in de Lonneker bossen. Dus ik vraag mij oprecht af: hoeveel van dit soort parken willen wij hebben? En dan is ook nog de vraag: we doen alsof het een eenmalig bedrag is wat we wat we daarin investeren, maar dat moet ook allemaal onderhouden worden en waar moet dat dan allemaal van gefinancierd worden? Ik ben ook benieuwd wat het College straks vindt, maar ik wil toch graag uw reactie wat we toch met al die parken moeten. De voorzitter: Ja de heer Kramer. U bent weer aan zet. De heer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel. Ik heb het voorstel dusdanig abstract voorwoord om zo het College de gelegenheid te geven om zelf met de kennis die ze heeft, invulling te geven aan dit plan. Uiteraard komen daar ook structurele lasten bij kijken, maar ik geloof erin dat het College erop toe gaat zien om die structurele lasten zo laag mogelijk te houden. De eerste vraag die De heer Visscher stelt, gaat over: wat moet u toch met al die parken? Ja goed. Het liefst ziet de Partij van de Arbeid in elke wijk een park, of dat nou een beweeg park is of een honden uitlaat veldje. Er zijn allerlei synoniemen voor te verzinnen. En nou ja goed.
In dit geval is er door de wijkbewoners een behoefte uitgesproken voor een beweeg park en uit die het feit dat die behoefte is uitgesproken, op basis daarvan doe ik de aanname dat men het kennelijk niet prettig vindt om nog tien minuten te lopen alvorens men een ander soortgelijk park bereikt heeft, anders was die behoefte er niet. De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel voorzitter. Ja. Als de heer Kramer zegt: we willen graag in elke wijk een park om te bewegen of de hond uit te laten. Ja, in elke wijk hebben we zo'n park. Dus waarom zouden we nog meer parken gaan maken? En dan zijn wij zelf ook in de tijd geweest. We hebben met bewoners gesproken, hebben gevraagd waar behoefte aan is. De mensen zouden het best prettig vinden als daar wat wandelpaden in dat gebied zouden zitten. Nou zijn wij niet persé tegen wandelpaden, maar goed ik ben benieuwd wat het College daar dan over te zeggen heeft. Maar volgens mij qua groen… en volgens stond er ook nog een onderzoek van de week in de krant dat wij de hoogste leefbaarheid score van Overijssel hebben, mede dankzij het vele groen dat wij hebben. Dus volgens mij zitten we best goed. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Bouwman, de heer Bouwman. De heer Bouwman: Ik wou even aanhaken op wat de VVD zojuist naar voren bracht.
Wij zijn even benieuwd naar de historie van het Vondelpark, is, hoe dit proces gelopen heeft, hoe het bij de Raad is gekomen in het verleden, omdat wij destijds nog niet in de Raad zaten. Wat daartoe besloten is? En even een korte schets wat daar daarna gedaan is om dit project op gang te brengen, zodat we even een betere overweging hebben om hier wel of niet met de motie mee te gaan. Dus straks reactie graag daarop van het College. De voorzitter: Oké. Dat is dan hier een punt wat u bij het College onder de aandacht brengt. Ik kan me indenken dat de heer Kramer ook niet al die historie uit zijn hoofd weet. Oké. Dan dank ik de heer Kramer en dan gaan wij door naar de volgende en dat is de fractie van Solidair Oldenzaal. En ik denk de heer Bouwman? Ja, de heer Bouwman. De voorzitter: Dat brengt mij ertoe dat we voor de boekhouding kunnen noteren dat we vanuit de Partij van de Arbeid een motie ingediend hebben gekregen en een Amendement. De motie hebben we nummer 1
gegeven: Laat verenigingen zelfredzaam zijn en het Amendement ook nummer 1 en dat is Oldenzaal in beweging. Dan ga ik nu naar de heer Bouwman. b.
SO
De heer Bouwman: Wij gaan ons vandaag richten tot u als Raad. We hebben geen vragen voor het College vandaag. Want we hebben het al tijden over het ravijnjaar. Het jaar waarin de Gemeente minder geld krijgt van het Rijk. Op hetzelfde Rijk wordt door gemeenten een claim gelegd om met geld over de brug te komen. En daarom moet er nu alvast gekeken worden waar er bezuinigd kan worden en waar de inkomsten voor gemeenten verhoogd kunnen worden. Althans, dat is de algemene tendens zo'n beetje. Maar is dit het enige verhaal dat leidend is bij het opstellen van de begroting? Is dit het verhaal om de OZB, nu het nog kan, met tien procent te verhogen? Is dit het verhaal om te rechtvaardigen dat sportclubs een hogere huur van maximaal tien procent moeten betalen boven op de OZB-verhoging die er ook nog eens bijkomt. Met alle gevolgen van dien. Moeten daarom als het Rijk niet over de brug komt, SAVO en ‘…’ fluiten naar hun broodnodige subsidie. En voor Twents Zilver, waar we de afgelopen jaren goed in, in is geïnvesteerd ter bevordering van onszelf. Als Raad gestelde preventie doelen. Of is het ravijn van 2026 misschien maar gewoon een kuil, als er ook eens gekeken wordt naar de uitgave van onze eigen Gemeente. Dat vragen wij ons af.
Want is het te verantwoorden om nu al bijna achttien miljoen te reserveren voor een stadhuis, terwijl het ook met minder had gekund? We hebben de scenario's allemaal kunnen bekijken. Is het te verantwoorden, om zonder discussie en zonder duidelijk programma al 5,6 miljoen euro te reserveren voor aanvullend klimaatgeld, terwijl de wettelijke verplichting, waar het college uw Raad u onlangs over informeerde, pas in 2050 behaald moet worden? 25 jaar later. Is het verantwoorden om al die insprekers in het politiek Forum van de afgelopen weken, die stuk voor stuk een vurig pleidooi hielden voor maatschappelijke belangen, nergens in tegemoet te komen, maar ondertussen wel 50.000 euro te reserveren voor een duur bureau. Die de zoveelste visie voor het College moet opstellen. Moeten er dan wel persé nieuwe medewerkers aangetrokken worden, met het ravijn jaar in zicht, begroot voor het film 285.000 euro per jaar. Waarom worden deze gelden wel uitgegeven, maar worden tegelijkertijd de sportverenigingen extra belast? De voorzitter: Ik hoor een punt en dat is mooie mogelijkheid om de heer Van der Waal een interruptie te geven. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u voorzitter. Ik heb een vraag over de vorige alinea, waarbij het hebt dat de klimaatdoelen pas in 2050 gehaald moeten worden.
Ik heb bedacht: hoe ga ik dat verklaren? Stel: we willen een voetreis naar Rome, prachtige vakantie en daar nemen we 30 dagen voor. We willen vanaf nu 13 december daar aangekomen zijn. Blijven we dan lekker in onze luie stoel zitten om de laatste twee dagen pas te voet naar Rome te gaan? Dan komen we te laat aan. Los daarvan is het klimaatprobleem niet een probleem wat in juridische zin in 2050 klaar moet zijn. Dat moet daarvoor al ruim op streek zijn. Anders krijgen we toch moeite voor de dierlijke soorten, waaronder de mens, om leefbaar te blijven? Op waarde. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja. Ik begrijp wat u zegt. Anderzijds is het zo dat wij als Raad gaan over het tempo waarin wij toewerken naar dat doel. Wat de fractie van ons betreft hadden we nog veel minder gelden daarvoor beschikbaar gesteld. Maar ja, we hebben ook te maken met een Raad die bepaalde wensen heeft. 2025-2050 dat is nog 25 jaar vooruit. Op dit moment dus 5,6 miljoen daarvoor gereserveerd. Wellicht kunt u mij uitleggen wat we daarvoor gaan doen en of dat wel het juiste tempo is, wij weten het niet. Wij vinden het verstandig om nu eventjes een kleine pas op de plaats te maken. Mede gelet op alle andere belangen die er in de stad spelen.
Dus vandaar dat wij nu een keuze maken om eventjes te temporiseren op het klimaatbeleid. Volgens mij is dat ook heel logisch als u kijkt naar de, naar het gevoel wat er in de samenleving op dit moment heerst rondom klimaat en duurzaamheid De voorzitter: Dus ik zie een vervolg vanuit de heer Van der Waal. De heer Van der Waal ga uw gang. De heer Van der Waal: Dank u voorzitter. We hebben als Raad de verantwoordelijkheid om te luisteren naar het gevoel maar niet alleen, dat we hebben ook onze verantwoordelijkheid op die situatie zoals die in wezen is en zich ontwikkelt. Er is landelijk beleid. Ik weet niet of het een wet is, volgens mij wel, maar daar wil ik even niet over praten. Om in 2030 of 2032 om 55 procent besparing gerealiseerd te hebben op de CO2 uitstoot. Dat is een tussendoelen. Dat tussendoel is volgens de klimatologen keihard nodig om de opwarming nog enigszins binnen de perken te houden, voor zover het al mogelijk is. Hoe denkt u daarover? De voorzitter: De heer Bouwman. Waarom? Wat is er aan de hand? De heer Bouwman: Ik moet nog even wennen aan het systeem. De 5,6 miljoen voor ‘…’ dat is volgens mij niet bedoeld om de CO2-reductie naar beneden te brengen. Dat is meer in het kader van het herinrichten van de openbare ruimte. Dus die twee doelen hoeven elkaar niet te bijten.
We zeggen ook niet dat we helemaal geen geld daarvoor uit willen geven, maar gewoon even een tandje minder op dit moment. De voorzitter: Ik zie nog twee andere interrupties. Ik zag volgens mij de heer Yildirim, uiteraard de heer Yildirim. De heer Yildirim ga uw gang. De heer Yildirim: Dank u wel voorzitter. Even toch voor de duidelijkheid, u geeft steeds aan: pas op de plaats, pas op de plaats. Maar ik wil toch wel van u horen qua klimaat adaptatie lopen wij nu voor? Lopen wij achter? Lopen we op schema? Hoe staat u daarin? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Volgens mij gaat het prima hier in de stad qua klimaat adaptatie. We hebben overal wadi's aangelegd, we vergroenen overal. We hebben het Singelpark onlangs de eerste fase aangelegd. Waar we vervolg aan geven. Dus we zijn prima op weg. Maar wat ons betreft kan het een tandje minder. De voorzitter: Ik kijk even richting de heer Yildirim. Wilt u nog een vervolg? Ja, de heer Yildirim. De heer Yildirim: Dus ik begrijp het goed? Volgens u lopen wij voor. Ik had anders minder… De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Nee we lopen niet voor, we doen gewoon het groenbeleid wat u als Raad heeft vastgesteld. Dat voeren we uit en dan wordt nu nieuw aanvullend beleid neergelegd hier in de Raad. We hebben als Raad zelf mogen beslissen of we die gelden wel of niet gaan uitgeven.
Over welk bedrag je mag gaan gebruiken en in welk tempo we daarin garanderen. Ons betoog is om dat een tandje minder te doen. We horen graag wat de ‘…’ straks gaat doen. De voorzitter: Dan ga ik nu naar de heer Snijders, want die heeft ook aangegeven nog een vraag of een opmerking voor u te hebben. Dus per interruptie de heer Snijders.
De heer Snijders: U geeft aan dat in de maatschappij het gevoel is dat het allemaal zo’n vaart niet loopt. Dan kun je met klimaat gewoon gaan zitten afwachten tot het misgaat en dan corrigeren. Dat is een tactiek. Ben ik niet zo'n voorstander van. Maar er zijn wel meer gevoelen in de maatschappij, dus ik denk dat mensen ook wel vinden dat ze minder belasting kunnen betalen. Daar gaan we ook niet op in. Dus ik vind dat niet zo'n heel sterk argument om iets niet te doen. De voorzitter: De heer Bouwman? De heer Bouwman: Ja. Dat is uw goed recht. Wij gebruiken onze eigen afweging daarin. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Visscher. De heer Visscher heeft ook aangegeven te willen interrumperen dus de heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel voorzitter. De heer Bouwman wil minder, een beetje minder, stadhuis en een beetje minder duurzaamheid. Dan vind ik het heel moeilijk om dat naast de opmerkingen te leggen over de verenigingen. Want volgens mij zijn het behoorlijk appels met peren, die wij niet met elkaar kunnen vergelijken. Ja, financieel misschien wel maar verder volgens mij gaat alle, elke vergelijking mank. Ik ben nou benieuwd. Stadhuis, hebben wij met elkaar afgesproken. We zitten daar de max in en daar gaan we nog met elkaar over in gesprek.
Als niet zes partijen dat niet wilde, hadden we afgelopen woensdag daar al, afgelopen maandag daar al het gesprek over gehad, hadden we daar al een forum over gehad. Dat wilden wij alleen, voor deed deze vergadering, maar de anderen hadden daar geen behoefte aan. Dus dat was wel handig geweest voor deze discussie. Dus ik ben benieuwd: wat moet er dan precies minder? Want naast alles wat het stadhuis is, zijn we ook werkgever en volgens mij wordt het echt wel hoog tijd dat wij voor de mensen die hier werken een fatsoenlijk kantoorgebouw gaan neerzetten. Als ik kijk naar de riolering of sorry, naar GlindeHooiland. Daar is heel veel riolering. Dat is heel veel klimaat adaptatie. Ik heb de overstromingen vorige week gezien in Spanje. Volgens mij komen er vandaag weer nieuwe overstromingen. Ik moet ook denken aan tien jaar geleden, toen Oldenzaal blank stond. En inmiddels door alle maatregelen die we genomen hebben, kunnen we dat water aardig wegwerken. Dus ik ben benieuwd. Ja, minder en dan? Wat gaan we dan doen als we als we dat allemaal niet gaan uitvoeren? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dat zijn een aantal vragen. U zegt vijf procent minder op het stadhuis, wat gaan we dan minder doen? Dat is ook onze vraag. Tot nu toe weten we nog niet wat kant we opgaan met het stadhuis.
Uw Raad heeft bij de behandeling van de Kader Nota wel 2,3 miljoen, volgens mij gereserveerd voor de verhuizing van een sociaal plein zonder dat we nog weten wat we met het stadhuis gaan doen. Vonden wij ook een hele bijzondere keuze. Wij weten nog niet de exacte plannen van het, van het stadhuis. U wel? Als u dat heeft, dan hoor ik het graag. Wat gaan we nu anders doen? Wat ons voorstel, gaan we alleen het budget voor het stadhuis eventjes vijf procent verminderen. De lijkt ons een heel redelijk voorstel, waarmee we wat extra ruimte kunnen bieden voor de mensen in de stad, die, waar wij ook de belangen van zien. Ja. Ik zie een interruptie. De voorzitter: Nee. Ik wachtte even totdat u uw betoog had afgemaakt en dan is de heer Visscher weer aan de beurt. De heer Visscher. De heer Visscher: Het is natuurlijk moeilijk. Kijk. We hebben de discussie over het stadhuis nog niet gevoerd. We hebben erin als, een beetje als maximumbedrag, ingezet. Het zou zomaar kunnen dat we minder
uitkomen. Ik zou er ook wel fan van zijn als we op minder uitkomen. Maar ik zou dat niet nu vooraf al willen inzetten, want we weten nog helemaal niet waar we uitkomen. Volgens mij moeten we een beetje pas op de plaats maken, niet in de zin van dat we het niet doen. Maar niet dat we nu al bedragen uit de begroting gaan halen, terwijl we nog niet weten wat we daarmee gaan doen. En u hebt ons echt aan uw zijde hoor. Als het goedkoper kan dan zijn wij absoluut daarvoor, maar niet nu. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Volgens mij zitten wij ook niet heel ver van elkaar af wat dat betreft. Het gaat er alleen om dat we nu bijna achttien miljoen hebben gereserveerd in de begroting en daarmee slok je dus ruimte op voor andere investeringen die ook broodnodig zijn op dit moment. Dus vandaar dat we die afweging hebben gemaakt. Ik vervolg mijn betoog. Waar is de belangenafweging vragen wij aan de Raad? De balans is wat ons betreft zoek. Wij kunnen het niet uitleggen aan de inwoners en is dit ook wat de inwoner wil? Veel geld voor duurzaamheid, veel geld voor het stadhuis, veel geld naar de eigen organisaties, organisatie. We horen geregeld dat verenigingen en organisaties meer zelf hun broek moeten ophouden. Wanneer gaat de Gemeente haar eigen broek op houden? Wij vragen als Raad om ons van antwoorden te voorzien.
We hebben een amendement opgesteld om een handreiking aan u te doen om met ons mee te denken om de balans in de begroting te herstellen. Een klein beetje minder tempo en duurzaamheid, een klein beetje meer stadhuis en een klein beetje meer geld voor de Oldenzaalse gemeenschap. Dat is wat ons betreft toch niet te veel gevraagd? Met de circa 2,3 miljoen die we vrijmaken met het amendement kan er een hoop bewerkstelligd worden. We nodigen u dan uit om met ons mee te denken en samen tot een goede oplossing te komen. Want we hebben het amendement zo opgesteld dat er nog aan circa twintig knoppen gedraaid kan worden waar u het nog over kan hebben met ons. Dus we horen graag waar we elkaar kunnen vinden. Samen zijn we Oldenzaal. De voorzitter: Ja, dank u wel. Ik zie een interruptie van mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel voorzitter. Ik heb even een vraag aan de heer Bouwman over de zin die in zijn in één na laatste alinea staat. Wanneer gaat de Gemeente haar eigen broek ophouden? Wij zijn heel erg benieuwd hoe uw partij dat voor zich ziet. Daar waar de Gemeente verantwoordelijk is om een aantal verplichte wettelijke taken uit te voeren. Taken die toenemen en waarvoor de Gemeente minder middelen gaat ontvangen.
Daarnaast ook, het College van ons als Raad de opdracht krijgt om een aantal dingen uit te voeren, waar we ook verplichtingen aan verbinden met bepaalde middelen. Dus ik ben heel erg benieuwd hoe men daarnaar kijkt. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ik heb nog 6 minuten. Dat is wel heel veel. Wij kunnen dat prima uitleggen. Enerzijds wordt er dus gesteld: verenigingen moeten meer hun eigen broek ophouden. Dat standpunt kan ik ergens wel begrijpen. Maar aan de andere kant hebben wij, gaan wij in begroting 285.000 euro per jaar reserveren voor twee FTE nieuwe medewerkers voor een aantrekkelijker werkgeverschap. Waarom is het gerechtvaardigd? En dan vraag ik even aan u. Maar u ook als andere fracties. Is het gerechtvaardigd om die gelden wel te reserveren, om zo ons eigen, om zo makkelijk onze eigen broek op te houden of is het zo dat wij die gelden daar ook niet hoeven uit te geven en dat we zeggen van: we doen het met de capaciteit die we hebben en dan besparen we u 285.000 euro per jaar. En zo hebben we nog wel wat voorbeelden in de begroting gevonden waarvan wij denken dat het minder kan. Geld naar de eigen organisatie dus vandaar die zinsnede.
De voorzitter: Dan zie ik de heer Visscher. De heer Visscher. De heer Visscher: Voorzitter, ik vind de opmerking van die nieuwe medewerkers, vind ik een beetje flauw. En ik moet oppassen, want het is vandaag de dag van de vriendelijkheid, dus ik moet niet te boos doen. Maar ik vind het een beetje flauw natuurlijk om dat te zeggen, want als het ergens knelt, is het in onze organisatie. We hebben veel te weinig mensen om de taken die wij als Raad bij het College neerleggen, uit te voeren. We willen nieuwe mensen aannemen. We hebben ook heel hard nieuwe mensen nodig. Kom ik straks ook nog terug in mijn betoog. En dat geld is bedoeld om recruitment, zodat we die mensen binnen kunnen halen, zodat we ook daadwerkelijk uit kunnen voeren. En dan stelt: de Gemeente moet zijn eigen broek ophouden. De Gemeente doet zijn eigen broek ophouden want de Gemeente is namelijk de financiën op orde aan het brengen. De Gemeente is ook aan het kijken waar de organisatie knelt en waar de mensen nodig zijn. En als we de vraag stellen van: moet de Gemeente een broek ophouden, dan zeg ik ja, moeten die verenigingen dan niet hun eigen broek ophouden? U noemt in uw betoog: alleen de verenigingen die hier hebben ingesproken. Er zijn nog tientallen verenigingen die hier niet hebben ingesproken, die misschien wel dezelfde problemen hebben, maar dat zal ik in mijn betoog zeggen. Wij zien dat anders.
Verenigingen kunnen zelf ook heel veel doen om hun financiën op orde te krijgen. De voorzitter: De heer Bouwman? De heer Bouwman: Ja, dit was een beetje een kip-en-ei verhaal. In ons amendement hebben we ook duidelijk aangegeven dat wij voor de verhoging van de huur voor de binnensport- en de buitensport accommodaties. Volgens mij pakken we daarmee heel veel sportclubs, ook meer sportclubs dan hebben ingesproken en daarvoor hebben wij aangegeven dat wij daar maximale inflatiecorrectie aan verhoging willen toepassen. Dus ja, goed, bijvoorbeeld, we zien ook bijvoorbeeld 50.000 euro voor het opstellen van een nieuwe woonvisie. Terwijl we onlangs de discussie hebben gehad dat we daar niet zoveel visies meer willen hebben hier in Oldenzaal. En dan gaan we dit allemaal weer richting onze eigen organisatie brengen dus dat bedoelen we er een beetje mee. Ik ga mijn… De voorzitter: Ik zie nog de heer Bouwman. Ik ga nog, ach de heer Bouwman dat bent u, maar de heer Van der Waal. De heer Van der Waal per interruptie. De heer Van der Waal: Die zit in dezelfde richting. Voorzitter, dank u wel. Realiseert u zich dat bij het eerste punt van de kredieten voor aanvullend beleid Linden-Hooiland dat u daarmee voorkomt dat de wijk beter bewoonbaar gaat worden, zeker in warme zomers. De bedoeling is om daar te ontstenen, bomen neer te zetten, straten opnieuw in te richten, het veiliger te maken.
En als u daar geen geld voor over hebt, dan bevordert u de leefbaarheid van die wijk zeker niet. De voorzitter: De heer Bouman. De heer Bouwman: Dat ben ik niet met u eens. We zeggen niet dat we daar geen geld voor over hebben. We zeggen alleen dat we het budget even wat moeten reduceren. Bovendien hoeft niet alles vanuit de Gemeente te komen. Inwoners kunnen ook best wat zelf doen om wat tegels uit de voortuin te wippen. Dus wat ons betreft hoeft het niet alleen maar gemeenschapsgeld richting de openbare ruimte te gaan. Ik hoorde net trouwens ook nog een opmerking over, dat we de riolering moeten aanpassen. Volgens mij stond in de begroting dat dat gewoon structureel hoort bij het gemeentelijk reguleringsplan en dat die die gelden terugkomen, die baten terug worden gevloeid uit de rioolrechten die binnenkomen. Dus dat heeft geen invloed op het budget wat we hier hebben liggen. Dus...
De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van de heer Maartens. De heer Maartens. De heer Maartens: Dank u voorzitter. We hebben eigenlijk nog een andere vraag. De posten die de heer Bouwman aangeeft voor het stadhuis en voor Glinde-Hooiland of de duurzaamheid, die spelen pas een rol in de begroting in 2027 en dat geld, dat lijken we nu te moeten uitgeven in 2025. Volgens ons los je daarmee het verhaal niet op. Daar los je nu iets op voor 2027. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dat is feitelijk onjuist dat we die gelden de komende twee jaar gaan besteden. Want die 5,6 miljoen is verdeeld over meerdere jaarschijven tot aan 2028. Dus ik begrijp de vraag niet helemaal goed, wat u daarmee bedoelt te zeggen want. De voorzitter: De heer Maartens, dat gaan we nu horen. De heer Maartens: Als wij kijken naar het stadhuis. Dat wordt voor het eerst opgevoerd in de begroting in 2027. Daar kun je wel vijf procent ook willen bezuinigen. Maar dat levert in 2024 geen geld, of in 2025 geen geld op. En datzelfde geldt voor de extra investering in duurzaamheid. De voorzitter: De heer Bouman. De heer Bouwman: Klopt. Maar in de programma begroting en in de Kader Nota wordt altijd een doorkijk gegeven in een meer jaren begroting. Daar moeten we ook rekening houden bij de behandeling van de Kader Nota en in een programma begroting.
Dus het lijkt ons goed dat nu alvast te regelen en niet te hoeven wachten tot we een keer een duidelijkheid hebben over de claim op het rijk. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, dank u wel. Ik ken de heer Bouwman als een bedreven politicus, die altijd een zijn cijfers goed op orde heeft. Dus ik heb geen reden om te twijfelen dat de bedragen, die hij heeft genoemd, om de bij de kredieten, die zijn partij wil reduceren dat die gaan optellen tot 2,7 miljoen. Sorry 2,3 miljoen. Desalniettemin zou u dat kunnen specificeren, want ik, zeker omdat het investeringsbedragen zijn, heb ik het gevoel dat de impact, als wij vijf procent minder gaan uitgeven aan het stadhuis, klein gaat zijn. Dus dat u op termijn minder al op termijn, minder wil gaan bezuinigen dan dat aan de Oldenzaler wil teruggeven. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dat klopt. Het gaat als volgt: het rekensommetje. We hebben 17,9 miljoen volgens mij. Daar haal je vijf procent af. Kom je op 895.000. Je hebt 5,6 miljoen aanvullend klimaatbeleid, willen we 25 procent van besparen. Kom je op 1,4 miljoen. 1,4 miljoen plus 895.000 kom op 2,295 miljoen. Is afgerond, 2,3 miljoen.
De voorstellen die het college heeft gedaan inzake de middelen in balans, dus het korten op ‘…’, het korten op Twents Zilver, de huurverhoging voor de binnensport en de buitensport en de OSB voor maximaal tien procent. Komt in ons rekensommetje op een totaal voor de schijf van 25 tot met 29 kom je rond de 6 miljoen uit. Ik hoor je denken. Dat is dan te weinig. Maar goed wij hebben natuurlijk ook als wij wel, als u instemt zo meteen met het voorstel, dan ziet u dat we die gelden deels ophalen. Door de inflatiecorrectie toe te passen. Daar heb ik ook even een rekensommetje op losgelaten. Op het moment als je daar drie procent hanteert. Dan kom je op een minder voordeel ten opzichte van de basis die nu in een programma begroting
ligt, kom je op 4,2 miljoen uit. Dat is dan de opbrengst van de besparing stadhuis en Glinde-Hooiland, die 2,3 haalt eraf, heeft u een bruto tekort van 1,99 miljoen. We hebben nog een DUMAVA-subsidie hebben wij binnengekregen van 927.000 euro. Die kunt u daarvoor gebruiken. Heeft u nog een rest tekort van 1 miljoen. Als we dat delen over vijf jaar schijven heeft u te maken met 200.000 euro per jaar. Wat u dan te kort zou hebben, maar daar staat tegenover dat u wel tegemoetkomt aan de inwoners in de stad. En dan heb ik nog heel zuinig gerekend. Ik heb nog niet rekening gehouden met het feit dat de WOZ-waarde omhoog gaat, dus dat die opbrengsten daar ook uit voort kunnen vloeien. En bovendien wil ik toch even kenbaar maken dat alles wat hier in de begroting staat, wij ons daar totaal niet in kunnen vinden. Er is geen SO-kleur in te vinden. Als we even kijken naar het lijstje van SO waar wij de afgelopen tweeënhalf jaar, sinds wij in de Raad zitten, op hadden kunnen bezuinigen. Dan komen wij tot echt wel tot een schrikbarend bedrag. Wij hadden bijvoorbeeld. Wij hadden op het stadhuis scenario vier, hadden wij kunnen kiezen, wat onze voorkeur was geweest. Hadden we al zes miljoen kunnen besparen. Hebben we extra FTE voor het aantrekkelijk maken van de organisatie.
285.000… De voorzitter: De heer Bouwman, ik begin zo langzamerhand toch weer de indruk te krijgen dat ik weer op het knopje van de tijd moet uitdrukken. De heer Bouwman: Dat is prima. De voorzitter: Ja, dan gaan we dat doen want u geeft wel heel uitgebreid antwoord op een volgens mij korte vraag. Ik vind het prima, maar dan gaan we dat wel doen. De heer Bouwman: Ik wil toch even toelichten want. De voorzitter: Beste leden van de Raad. Interrupties karakteriseren zich door kort te zijn. Dus dat wil ik nog wel even meegeven. We zijn nog maar twee fracties onderweg en we hebben al bijna een uur erop zitten. Ik zeg het maar even voor de planning ook van vanavond, dat u dat vast weet. De heer Bouwman, we gaan op de knop drukken. De heer Bouwman: Maar ik ben bijna aan het eind van mijn lijstje. Dan hebben we het over2 85.000 euro per jaar voor het aantrekkelijker maken van de organisaties, 1,4 miljoen wat we hadden kunnen besparen. We hebben onlangs 416.000 euro aan meevaller gereserveerd voor de reserve duurzaamheid, die we graag in de algemenere reserve hadden willen stoppen. Die hadden we ook hiervoor kunnen gebruiken. Hadden we al twee jaarschijven geen tekort gehad. Dan hebben we nog 50.000 euro voor de woonvisie en dan laten we het debacle met een gascontracten en de dure investering in de kleedkamers, laten nog even buiten beschouwing.
Dus dan kwam ik ongeveer op zo'n zes miljoen wat wij kunnen besparen. Dus wat ons betreft mogen we ook wel een keer een voorstel doen waarbij er wat tekorten zijn. Dus… De voorzitter: Ik zie de interruptie van de heer Mekenkamp. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, toen de heer Bouwma net zo met cijfers aan het goochelen was, had ik heb ik het gevoel alsof ik weer thuis ben en Yahtzee aan spelen ben met mijn vriendin. Dat is altijd ongeveer hetzelfde. Dan heb ik een bak met stenen, wat steentjes op tafel liggen en dan ga ik net zolang schuiven met stenen totdat uiteindelijk alles een keer matcht en op een gegeven moment kom ik dan achter van: wacht, ik kom toch niet uit en dan moet ik alles weer proberen te her organiseren naar een manier hoe het oorspronkelijk lag en dat is voor mij dan extreem lastig. Ik zie trouwens dat u de cijfers op papier heeft, dus ik zou in ieder geval willen vragen om die in ieder geval met ons te delen, zodat wij daar kennis van kunnen
nemen. En tegelijkertijd. Ja, het is nu een beetje alsof u nu een hamburger eet, met het voornemen om verderop in de tijd te gaan hardlopen. Dus u neemt nu al de lasten. Maar ja, u weet dat u ergens in de toekomst nog een keer… Nu de lusten en dat u ergens in de toekomst nog een keer ergens de lasten moet gaan nemen. Dat is volgens mij niet iets, een signaal van goed en van goede financiering, die wij af moeten geven naar ons als inwoners. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Volgens mij geef ik juist aan dat ik nu durf om de lasten te pakken hier. En u zegt u bent aan het en puzzelen met cijfertjes. Ja, ik heb mijn werk gedaan. Dit is mijn motivering erbij. En als u het nu goed vindt, dan hoor ik het graag. De voorzitter: Ik ga nu tot slot naar mevrouw Oude Engberink, mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel voorzitter. Maar ik heb een opmerking vergelijkbaar aan de heer Mekelenkamp. Ik vond het een heel mooie uitleg, met heel veel cijfers. Ik vond dat niet te vergelijken met een spel, maar met een goochel act. Ben ook heel erg benieuwd of wij ook die cijfers mogen ontvangen. Want na een paar zinnen ben ik u volledig kwijtgeraakt. Ik hoop dat mensen thuis en hier op de tribune het wel hebben gesnapt. Maar het belangrijkst vind ik dat de portefeuillehouder heeft begrepen wat u heeft aangegeven.
Want ik ben heel benieuwd wat haar reactie daarop is. De voorzitter: Dank u wel. Ik hoorde volgens mij geen vraag, dus volgens mij bent u aan het eind van uw betoog. De heer Bouwman: Nee ik zou mijn amendement nog even willen toelichten. De voorzitter: Dan gaat u dat nog even doen. Ga uw gang. De heer Bouwman: Nog even vijf minuten. Ons voorstel is inderdaad om de aanvullend beleid Glinde-Hooiland te reduceren met 25 procent. Het budget voor het stadhuis te reduceren met vijf procent. Met de 2,3 miljoen kunnen we voor 2025 de OZB-verhoging, van de belasting over, de woningen als de niet-woningen, te maximeren op maximaal de inflatiecorrectie. Het College daarnaast de opdracht te geven om met die bespaarde gelden van 2,3 miljoen. Met de eerstvolgende Kader Nota en de jaarschijven 2026, 27, 28 en 29 het volgende te verwerken: ODDIB en SAVO behouden subsidie, Twents Zilver behoudt zijn subsidie, de huurverhoging accommodatie binnensport bedraagt maximaal de inflatiecorrectie, dat geldt ook voor de buitensport. We gaan de verhoging van de OZB-belasting voor woningen maximaal zetten op de inflatiecorrectie. Ook voor niet-woningen en indien er sprake is van een tekort dit te dekken uit de algemene reserve. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan. Ik zie nog één interruptie van de heer Van der Waal. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter. Dank u wel.
Ik heb de vraag aan de heer Bouwman of dat is dit amendement gesplitst zou kunnen worden in hapklare brokjes, want ik denk met deze totale verzameling, dat u niemand meekrijgt. Hapklare brokjes die kunnen per brokje worden ingenomen. De voorzitter: De heer Bouwman.
De heer Bouwman: Als de Raad het persé wenst, dan ben ik uiteraard bereid om dat te doen. Maar ik nodig ook de Raad uit om zelf met een tegenvoorstel te komen. Kunt u sub abonnement indienen op dit amendement? Dus als u zegt van ik wil die OZB-verhoging toch laten staan, dan schrappen we punt C tot en met F of iets dergelijks. Nou ja, dat soort voorstellen ben ik naar op zoek. Maar ik vrees het ergste, eerlijk gezegd. Dus, maar ik ben benieuwd of u nog met ergens meekomt. Maar als u dat persé als Raad wil, dan hoor ik ook van een andere fractie graag, dat wij dit amendement opknippen in deel stukjes dan horen we dat, daar gaan we dan mee aan de slag. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie verder geen aanstalten. Mooi. Dank u wel. Voor de mensen thuis en ook hier, het amendementen wat zojuist door de heer Bouwman namens zijn fractie Solidair Oldenzaal is ingediend hebben wij het cijfer twee meegegeven, dus amendement twee. c.
WG Oldenzaal
De voorzitter: Dat betekent dat ik nu kom bij de WG. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Meedoen in de modus: mooie stad. Voorzitter, collega's en iedereen die meekijkt en meeluistert. Vandaag bespreken we de programma begroting 2025. De fractie van WG Oldenzaal geeft aan Oldenzaal. En wij willen samen met onze inwoners werken aan een stad waar de menselijke maat, welzijn en het Oldenzaals geluk leidend zijn. Wij geloven in de kracht van de gemeenschap en zetten ons in om inwoners te ondersteunen die dat nodig hebben. Onze belangrijkste speerpunten zijn toekomstbestendige woon ontwikkeling. Duurzaam leven en gezond en actief leven, zodat Oldenzaal die stad blijft waar ruimte is voor mensen van alle leeftijden en achtergronden. Een stad waar iedereen mee kan doen. In ons betoog gaan wij in op deze drie speerpunten. Het eerste speerpunt waar wij grote aandacht voor vragen is toekomstbestendige woon ontwikkeling. Wij vinden dat wonen betaalbaar en passend moet zijn voor iedereen en in elke levensfase. Daarin kijken we als fractie ook vooruit. Oldenzaal staat voor flinke uitdagingen als het gaat om de woningmarkt. Wij vinden het belangrijk om deze uitdagingen te verkennen. De verbinding met de behoefte in de samenleving te leggen.
En in te spelen op nieuwe ontwikkelingen, zodat onze woningen en woonwijken ook in de toekomst nog voldoen aan de wensen van onze inwoners. Om dit speerpunt extra kracht bij te zetten, dienen wij samen met de fractie van het CDA en Hart voor Oldenzaal een motie in, met ons doel om een versnelling aan te brengen in de woon ontwikkeling in Oldenzaal. De lijn die is ingezet en woonprogramma's willen we behouden, zonder de ambities, zoals de realisatie van de 1000 woningen, te verstoren of te vertragen. Wij willen die juist versterken en versnellen, zodat op korte termijn resultaten behaald kunnen worden. Ook willen we dat aansluiting wordt gevonden tussen de woonprogramma's en de opgestelde visies, zoals de economische visie en de Position Paper. Wij willen dat kaders vastgesteld worden voor onze ambities, voor de toekomstbestendige stedelijke ontwikkeling. Zoals betaalbaarheid. Verschillende woonvormen, zorg en welzijn, hoogbouw enzovoort. Wij roepen het College op om hierin extra te investeren. Zoals de realisatie van woningen voor jongeren en één-en tweepersoonshuishoudens, maar ook senioren. En de doorstroom op de woningmarkt extra aandacht te geven. Wij willen hiervoor een budget beschikbaar bestellen van maximaal 200.000 euro. En uiteraard verwachten we van het College dat ze ons hierover met vaste regelmaat op de hoogte houdt. De voorzitter: Ik zie een interruptie.
De heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel voorzitter. Ik ben even benieuwd. Staat verder niks bij, bij deze 200.000 euro. Wat moet daarvoor gebeuren voor dat geld?
De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Als u dat, als u zo meteen ook in de motie gaat kijken, dan gaat het erom dat we vooral ook innovatieve- en creatieve woonvormen gaan ontdekken. Dat we die bij andere regio's gaan ophalen. Dat ze samen met onze inwoners gaan kijken hoe we voor die één- en tweepersoonshuishoudens woningen kunnen organiseren. Dat we daarin samen met de inwoners op zoek gaan naar toekomstige ontwikkelingen. De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel. Dan snap ik het nog niet goed want alle innovatieve woonvormen zijn inmiddels wel bedacht. Er zijn hier al tig moties over tafel gegaan over allerlei oplossingen die we hebben met elkaar dus nogmaals de vraag waar hebben we dan specifiek geld voor nodig om daarnaar op zoek te gaan? Want we weten alles al. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: U zegt dat wij alles al weten, maar waar we nog zeker geen oplossing voor hebben, is hoe we het daadwerkelijk zo kunnen organiseren, dat vrienden, vriendinnen samen in één woning kunnen wonen, dat we woningen kunnen splitsen, dat we de doorstroom op gang kunnen krijgen. En dat we daar op zoek gaan naar handvatten waarmee we daadwerkelijk dat op gang kunnen krijgen. Daar hebben we capaciteit voor nodig. De voorzitter: Nog één keertje de heer Visscher.
De heer Visscher: Ik hoor nu denk ik het woord waar ik dan naar zocht, denk ik: capaciteit. U heeft het dus over manpower, dus we moeten nieuwe mensen aannemen om dit vlot te gaan trekken, begrijp ik. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: In dit bedrag zit zeker een element van capaciteit. Maar niet alleen. Ik denk dat het ook juist goed is om te kijken of je daar ook verschillende instrumentarium voor kunt inzetten. We hebben samen met woningbouwverenigingen in Twente, hebben we nu een ander inschrijfsysteem. Maar ook daarin zouden we kunnen kijken hoe we meer Oldenzaalse inwoners, jongeren, één- en tweepersoonshuishoudens. Ik treed een beetje in herhaling. En ook senioren, dat we die doorstroming op de arbei.. Op de woningmarkt verder tot stand krijgen. De voorzitter: Ik ga naar mevrouw Berger. Per interruptie, mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. De heer Visscher heeft een vraag van mij al gesteld. Ik wilde de WG namelijk herinneren aan het unaniem aangenomen, met applaus initiatiefvoorstel van mijn fractiegenoot: de flexwoningen. Een hele creatieve woonvorm. Wij vragen ons dan ook af: waar blijft die woonvorm? En gaat de capaciteit, die van twee ton, betaald worden. Dan ook misschien inzetten op flexwoningen.