CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Jaarstukken 2022- Jaarstukken 2022

Gemeenteraad 26 juni 2023, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Jaarstukken 2022 en verslag accountant38.855 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

48

Zie hiervoor Programma 4 Cultuur, Sport en Ontspanning.

2.5.3

Beleidsindicatoren Indicator

Eenheid

Oldenzaal

Trend Provincie

25.000 – 50.000 inw.

Bron

1 Absoluut verzuim

Aantal per 1.000 leerlingen

2021

0,00

1,90

2,00

DUO – Dienst Uitvoering Onderw ijs

2 Relatief verzuim

Aantal per 1.000 leerlingen

2021

24

18

18

DUO – Dienst Uitvoering Onderw ijs

2021

1,1%

1,7%

1,6%

Ingrado

2021

990,6

834,1

704

LISA

2021

1,00%

1,00%

1,00%

Vroegtijdige schoolverlaters % deelnemers aan het VO en zonder startkw alificatie (vsv-ers) MBO onderw ijs Aantal per 1.000 inw oners in 4 Banen de leeftijd van 15 – 74 jaar Jongeren met een delict voor de 5 % 12 t/m 21 jarigen rechter 3

Maatschappelijke ondersteuning

Periode

Verw ey Jonker Instituut - Kinderen in Tel Verw ey Jonker Instituut - Kinderen in Tel

6 Kinderen in uitkeringsgezin

% kinderen tot 18 jaar

2021

4,00%

5,00%

4,00%

7 Netto arbeidsparticipatie

% van de w erkzame beroepsbevolking t.o.v. de beroepsbevolking

2022

72,6%

73,5%

72,5%

CBS

8 Werkloze jongeren

% 16 t/m 22 jarigen

2021

1,00%

2,00%

1,00%

Verw ey Jonker Instituut - Kinderen in Tel

Personen met een bijstandsuitkering

Aantal per 1.000

2021

31,9

39,3

27,8

CBS

10 Lopende reïntegratie-voorziening

Aantal per 1.000 inw oners van 15 – 64 jaar

2020

30,5

22,5

19,8

CBS

11 Jongeren met jeugdhulp

% van alle jongeren tot 18 jaar

2022

9,5%

10,2%

10,8%

CBS

12 Jongeren met jeugdbescherming

% van alle jongeren tot 18 jaar

2022

1,0%

1,3%

1,1%

CBS

13 Jongeren met jeugdreclassering

% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar

2021

0,2%

0,3%

?

CBS

Aantal per 1.000 inw oners

2022

83

72,1

62,5

GMSD

9

14

Cliënten met een maatw erkarrangement WMO

Toelichting bij de verplichte indicatoren: 1 Absoluut verzuim betreft het aantal leerplichtigen dat niet staat ingeschreven op een school per 1.000 inw oners in de leeftijd van 5-18 jaar 1.2 Relatief Formatie verzuim betreft betreft de toegestane het aantal leerlingen formatie in dat aantal w el staat fte van ingeschreven het ambtelijk opapparaat een school, per maar 1.000ongeoorloofd inwoners op afw basis ezig van is,de per begrote 1.000 inw salarisstaat oners in de leeftijd van 5-18 jaar Vroegtijdige schoolverlaters zonder startkw alificatie betreft het percentage van het totaal aantal leerlingen (12-23 jaar) dat voortijdig, dat w il zeggen zonder 2.3 Bezetting betreft het werkelijk aantal fte dat werkzaam is startkw alificatie, het onderw ijs verlaat, 3.4 Banen Apparaatskosten betreft het aantal zijn banen de noodzakelijke per 1.000 inw financiële oners in middelen de leeftijdvoor van het 15-74 inzetten jaar van personeel, organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d.

voor de uitvoering van de 4.5 Jongeren Externemet inhuur en delict betreft voor hetde uitvoeren rechter betreft van werkzaamheden het percentageinjongeren opdracht(12-21 van een jaar) bij dat de organisatie met een delict in voor dienst dezijnde rechter opdrachtgever is verschenen door een private organisatie met winstoogmerk, zonder da 6 Kinderen in uitkeringsgezin betreft het percentage kinderen tot18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen 7 Netto arbeidsparticipatie betreft het percentage van de w erkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking 8 Werkloze jongeren betreft het percentage w erkloze jongeren (16-22 jaar) 9 Personen met een bijstandsuitkering betreft het aantal personen met een bijstandsuitkering per 1.000 inw oners van 18 jaar en ouder 10 Lopende reïntegratie uitkeringen betreft het aantal lopende re-integratievoorzieningen (eind peilperiode) per 1.000 inw oners (15-64 jaar) 11 Jongeren met jeugdhulp betreft het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar 12 Jongeren met jeugdbescherming betreft het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdberschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar 13 Jongeren met jeugdreclassering betreft het percentage jongeren (12-22 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren

(12-22 jaar) 14 Cliënten met een maatw erkarrangement WMO betreft het aantal cliënten per 1.000 inw oners met een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de WMO

2.5.4

Betrokkenheid verbonden partijen

Verbonden partij

Bijdrage aan te realiseren beleidsdoelstellingen

Openbaar Lichaam Gezondheid (GGD) (voormalig Regio Twente)

De nieuwe gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam Gezondheid (GGD) voert de publieke gezondheid en jeugdgezondheidzorg uit. Het OZJT voert een aantal taken uit op het gebied van jeugdhulp en Wmo. De Stadsbank voert namens de gemeenten de integrale schuldhulpverlening uit. Dit geldt ook voor de preventie en nazorg activiteiten.

Stadsbank Oost Nederland Stichting Werkprojecten Oldenzaal

De stichting Werkprojecten Oldenzaal treedt namens de gemeente Oldenzaal op als werkgever voor de Oldenzaalse Wsw-medewerkers. De uitvoering van de Wsw gebeurt door het Maatschappelijk Plein.

49

2.5.5

Wat heeft het gekost?

Wat heeft het gekost?

Raming voor wijziging

Raming na wijziging

Realisatie

Incidenteel gerealiseerd

2022

Verschil realisatie-raming na wijziging 2022

2022

2022

Lasten

53.815

58.627

55.967

2.660 V

2.867

Baten

12.358

14.808

13.372

1.436 N

1.172

Saldo

41.457

43.819

42.595

1.224 V

1.695 N

Toevoeging aan reserves

38

922

756

166 V

753

Onttrekking aan reserves

464

1.547

1.045

502 N

934

41.031 N

43.194 N

42.306 N

888 V

1.514 N

(bedragen x € 1.000)

Resultaat

2022

De uitgebreide financiële analyse van programma 5 Maatschappelijke ondersteuning is opgenomen in hoofdstuk 4.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2022.

50

2.6

Financiële algemene dekkingsmiddelen

Onder dit programma vallen de volgende producten:  OZB woningen en niet woningen  Belastingen overig  Beheer overige gebouwen en gronden  Algemene uitkering en gemeentefonds  Overige baten en lasten  Vennootschapsbelasting  Overhead  Treasury  Mutaties reserves en voorzieningen

2.6.1

Algemeen

Dit onderdeel behoort formeel gezien niet tot de programma’s. In dit programmaonderdeel wordt inzicht verschaft in de baten en lasten die niet als zodanig in de verschillende programma’s zijn opgenomen. Ook worden hier nieuwe beleidsvoornemens en heroverwegingen opgenomen die (vooralsnog) niet rechtstreeks aan een concreet programma toebedeeld kunnen worden. Daarvoor worden dezelfde tabellen gebruikt die u ook aantreft in de verschillende programma’s.

2.6.2

Beleidsindicatoren

Indicator 1 Gemiddelde WOZ w aarde Gemeentelijke w oonlasten 2 eenpersoonshuishouden Gemeentelijke w oonlasten 3 meerpersoonshuishouden

Eenheid

Periode

Oldenzaal

2022

280

Duizend euro In Euro’s

2022

828

In Euro’s

2022

864

Provincie

25.000 – Bron 50.000 inw.

280 geen data beschikbaar geen data beschikbaar

313

CBS

geen data COELO beschikbaar geen data COELO beschikbaar

Toelichting bij de verplichte indicatoren: 1 Gemiddelde WOZ-w aarde betreft de gemiddelde WOZ-w aarde van w oningen 2 Gemeentelijke w oonlasten eenpersoonshuishouden betreft het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een eenpersoonshuishouden betaalt aan w oonlasten 3 Gemeentelijke w oonlasten meerpersoonshuishouden betreft het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan w oonlasten

2.6.3

Betrokkenheid verbonden partijen

Verbonden partij

Bijdrage aan te realiseren beleidsdoelstellingen

Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (GBT)

Het GBT voert, in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de gemeente, de aanslagoplegging, heffing en invordering uit van de in dit programma genoemde lokale heffingen en belastingen. Dit doet het GBT eveneens voor de in de overige paragrafen aangegeven lokale heffingen, o.a. voor afvalstoffen- en rioolheffing. Bovendien ondersteunt het GBT bij het verstrekken van informatie, uitbrengen van rapportages en de handhaving en toezicht. Voor de belangrijkste bron van inkomsten, de OZB, verzorgt het GBT de taxaties en de daarvan afgeleide werkzaamheden. In eerste instantie worden ook de klachten, bezwaren, beroepszaken behandeld en afgedaan. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de gemeentelijke organisatie. Vanaf 2018 geldt voor dit pakket aan werkzaamheden de nieuwe Dienstverleningsovereenkomst als basis.

51

Wat heeft het gekost?

Raming voor wijziging

Raming na wijziging

2022

2022

2022

Lasten

11.254

12.761

Baten

71.132

78.658

Saldo

59.878

Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves

(bedragen x € 1.000)

Resultaat

Realisatie

Verschil realisatie-raming na wijziging 2022

Incidenteel gerealiseerd

13.720

959 N

2.867

81.365

2.707 V

587

65.897

67.645

1.748 V

2.280 N

0

583

784

201 N

784

55

540

851

311 V

846

59.933 V

65.854 V

67.712 V

1.858 V

2.218 N

2022

De uitgebreide financiële analyse van Financiële algemene dekkingsmiddelen in hoofdstuk 4.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2022.

2.6.4

Gerealiseerd resultaat

Gerealiseerd resultaat

Raming voor wijziging 2022

Raming na Wijziging 2022

Saldo van baten en lasten

410 N

2.729 V

5.657 V

Toevoeging aan reserves

57 N

1.923 N

9.009 N

Onttrekking aan reserves

1.097 V

3.781 V

11.855 V

Gerealiseerd resultaat

630 V

4.587 V

8.503 V

(bedragen x € 1.000)

2.6.5

Realisatie 2022

Overzicht algemene dekkingsmiddelen

Algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000)

Raming voor wijziging

Raming na wijziging

Realisatie

2022

2022

2022

Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is

-8.490

-8.540

-8.552

Algemene uitkeringen

-59.486

-66.883

-67.559

Dividend

-1.397

-1.397

-1.425

Saldo van de financieringsfunctie

-305

-305

-265

Overige algemene dekkingsmiddelen

-289

760

128

Raming voor wijziging

Raming na wijziging

Realisatie

2022

2022

2022

2.6.6

Overzicht overhead

(bedragen x € 1.000) Overhead

2.6.7

10.441

9.940

Bedrag heffing vennootschapsbelasting

(bedragen x € 1.000) Vennootschapsbelasting

52

10.062

Raming voor wijziging

Raming na wijziging

Realisatie

2022

2022

2022

27

27

89

2.6.8

Onvoorzien

Er is een post voor onvoorzien opgenomen in de begroting van € 50.000. Hiervan is in 2022 € 3.000 aangewend voor gedeeltelijke kwijtschelding van de huur kringloopbedrijf.

53

3.

Paragrafen

3.1

Weerstandsvermogen en Risicomanagement

3.1.1

Inleiding

Bij het weerstandsvermogen gaat het om de relatie tussen weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Het gaat dus om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat direct het beleid gewijzigd moet worden. In de programmabegroting en jaarrekening 2022 wordt gewerkt met een beschrijving van de risico’s en een koppeling met de beschikbare reserves (weerstandscapaciteit). Daarin zijn niet betrokken de verzekerde risico’s en de risico’s waarvoor een voorziening in het leven is geroepen. Bij het gemeentelijk grondbedrijf vindt de risicoberekening in verband met het complexe vakgebied separaat plaats in paragraaf 3.6. Deze paragraaf heeft vooral als doel om ingeschatte risico’s zo goed mogelijk te kwantificeren en een relatie te leggen tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis hiervan kan een uitspraak worden gedaan in hoeverre de gemeente Oldenzaal in staat is substantiële financiële tegenvallers op te vangen. Dat betekent niet dat er verder geen risico’s zijn. We staan daarnaast stil bij niet financieel kwantificeerbare risico’s en waar mogelijk nemen we maatregelen om de risico’s zoveel mogelijk te beperken.

3.1.2

Incidentele componenten weerstandscapaciteit

Van de reserves, waarmee invulling wordt gegeven aan de incidentele component van het weerstandsvermogen, kan op basis van de huidige informatie het volgende overzicht worden gemaakt: Bedragen x € 1.000

Omschrijving/Jaren Algemene reserve Alg.dienst Algemene reserve Grondexploitatie Bestemmingsreserves Alg.dienst Bestemmingsreserves Grondexploitatie Totaal reserves

1-1-2021 6.598 3.737 13.142 11.186 34.663

1-1-2022 6.935 3.603 16.239 10.897 37.674

1-1-2023 14.168 3.684 15.074 10.197 43.123

1-1-2024 13.214 3.684 14.261 10.197 41.356

1-1-2025 12.664 3.684 13.964 10.197 40.509

De stand per 1-1-2022 sluit aan bij de stand van de reserves per 31-12-2021, conform de jaarrekening 2021.

3.1.3

Omvang algemene reserve

De algemene reserve wordt gevormd door vermogensbestanddelen die nog geen bestemming hebben gekregen en in bedrijfseconomisch opzicht vrij aanwendbaar zijn. Daarom vormt de algemene reserve ook de buffer van de gemeente en is in die zin ook een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke weerstandscapaciteit. In de op 25 maart 2020 door uw raad vastgestelde beleidsnotitie reserves en voorzieningen 2020 is het beleid met betrekking tot de gewenste (minimum)omvang van de algemene reserve aangepast. Sinds jaren was de gewenste minimumomvang 6,6% van de begrotingsomvang. Sinds de herziening wordt de norm gekoppeld aan de risico’s en wordt dit inzichtelijk gemaakt met behulp van de weerstandsratio. De weerstandsratio wordt berekend door de som van de algemene reserves (31-122022) algemene dienst (14,2 mln.) en grondexploitatie (3,7 mln.) te delen door de som van de geïnventariseerde risico’s in deze paragraaf (2,4 mln.) en de ondergrens van de algemene reserve grondexploitatie (2,3 mln.). Concreet betekent dit ultimo 2022 een verwachte weerstandsratio van 3,8. Bij genoemde herziening is besloten de weerstandsratio in Oldenzaal vast te stellen op 2. Dus ultimo 2022 komen we uit boven de door ons zelf bepaalde norm.

54

3.1.4

Resultaten

Om een uitspraak te kunnen doen over de hoogte van de aan te houden reserves (de benodigde weerstandscapaciteit) zijn de risico’s geselecteerd, die opgenomen worden in deze paragraaf. De inventarisatie en bepaling van risico’s heeft plaatsgevonden met behulp van diverse ambtelijke collega’s en bespreking in het managementteam. De geselecteerde risico’s zijn het uitgangspunt geweest voor de bespreking in het managementteam van de gemeente Oldenzaal. Van alle risico’s is de volgende informatie verzameld en vastgesteld:  vaststellen van het risicoprofiel;  een inschatting van de kans van optreden;  een inschatting van de financiële gevolgen. Terugkijkend op de Programmabegroting 2022 Hieronder wordt op een aantal punten een nadere toelichting gegeven. Effecten nieuw Twents inkoopmodel WMO en Jeugdzorg vallen tegen De 14 Twentse gemeenten hebben met zorgaanbieders raamovereenkomsten afgesloten voor het leveren van Jeugdhulp en ondersteuning vanuit de Wmo 2015. De looptijd van deze raamovereenkomsten is per 1 januari 2023 verlengd met 2 jaar. Op het gebied van inkoop en contractmanagement werken de 14 Twentse gemeenten samen binnen Samen Twente (onderdeel OZJT). Gemeenten betalen reële tarieven voor de hulp die de zorgaanbieders bieden aan de inwoners.

We zien vooralsnog dat het Twentse inkoopmodel (TOM) niet tot lagere (traject)prijzen heeft geleid, eerder is het tegenovergestelde het geval. Evenals in 2021 blijkt dat het TOM de zorgaanbieder de mogelijkheid geeft de ondersteuning behoeften zodanig te combineren dat de kostprijs, beter dan in het verleden, gecompenseerd wordt. Daarnaast speelt bij dit laatste element ook de gewijzigde indicatietoewijzing een rol. Binnen TOM wordt het totale volume zorg voor de gehele periode toegekend, waarbij de zorgaanbieder de vrijheid heeft deze in te zetten op het moment dat deze nodig is (bijvoorbeeld in het begin van het traject meer minuten zorg). Overigens is het TOM niet primair vanuit kostenbesparend perspectief ontwikkeld. Risico Informatiebeveiliging waaronder ‘gehackt worden’ (ransom) De afgelopen jaren zien we een steeds sterker toenemende cybercriminaliteit. Daarom hebben we een onderzoek laten doen naar de status van Informatieveiligheid en privacy binnen de gemeente Oldenzaal. Het onderzoeksrapport heeft een aantal aanbevelingen opgeleverd, welke wij in 2022 hebben opgepakt. In 2022 hebben zich geen noemenswaardige incidenten voorgedaan. Afrekening bodemsanering Ootmarsumsestraat met Provincie De afrekening heeft nog niet plaatsgevonden. Aanzuigende werking verlaging Eigen Bijdrage WMO De aanzuigende werking lijkt te zijn afgevlakt.

Daarbij komt dat per 1 januari 2025 de invoering van een passende eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp, waarbij meer rekening wordt gehouden met de draagkracht van huishoudens, wordt ingevoerd. Onvoorspelbaarheid aantallen cliënten en typen zorg WMO & Jeugd De jaarrekening 2022 laat een positief resultaat zien. Ten opzichte van voorgaande jaren lijken de stijgende aantallen cliënten te zijn afgevlakt. Wel zien we bij Jeugd verschillen in de te onderscheiden ondersteuningsbehoeften. Dit betekent een overschrijding bij de ene ondersteuningsbehoefte en een onderschrijding bij een andere. In de WMO is het moeilijk voorspelbaar welk type zorg per cliënt wordt toegekend en daarmee samenhangend welke kosten dit met zich mee brengt. Door monitoring van het cliëntenbestand en de toegekende indicaties kan tijdig gesignaleerd worden als de kosten voor de WMO het begrote budget gaan overstijgen. Ten aanzien van de Jeugdzorg blijft het lastig om in te kunnen schatten wat het type zorg is of wordt. Zo komt het meer dan eens voor dat voor het kunnen opstellen van een behandelplan eerst een 55

diagnosetraject moet worden doorlopen, waarbij de cliënt eerst in een aantal sessies moet worden gezien. Daarnaast zien we een afnemende wachtlijst in 2022 t.o.v. 2021. In de markt zien we met name bij de aanbieders van thuiszorg veel vacatures, waardoor benodigde hulp niet altijd meteen kan worden ingezet. Samen met aanbieders voeren we actief campagne om de vacatures ingevuld te krijgen. Doelstellingen uitvoering WSW blijken niet haalbaar Zoals ook al in 2021 gesignaleerd is het door de aard en leeftijdsopbouw van de huidige WSW-populatie lastig om de oorspronkelijke doelstelling “van binnen naar buiten” (detachering i.p.v. beschut) en de daarmee samenhangende verbetering van het exploitatieresultaat, te realiseren. De resultaten 2022 zijn onder andere door hogere Rijksbijdragen wel verbeterd ten opzichte van 2021. Renteontwikkeling Het risico van een stijgende rente heeft zich in 2022 voorgedaan. De rente op geleend kasgeld is in 2022, na een periode van zelfs negatieve percentages, in 2022 weer gestegen. De financiële effecten hiervan zijn vooralsnog beperkt gebleven. Extreme weersomstandigheden In tegenstelling tot 2021 (project Meijbreestraat) hebben zich in 2022 geen incidenten voorgedaan als gevolg van extreme weersomstandigheden. Stijging afvalkosten door afkeuring pmd (plastic) De huidige begroting biedt ruimte voor onvoorziene kosten.

Hierdoor is er ook in 2022 geen aanspraak op de risicoparagraaf gedaan. Prijsstijgingen ten gevolge van AMvB Reële prijs WMO 2015 In 2022 heeft dit risico zich niet voorgedaan. De 14 Twentse gemeenten hebben met zorgaanbieders raamovereenkomsten afgesloten voor het leveren van Jeugdhulp en ondersteuning vanuit de Wmo 2015. De looptijd van deze raamovereenkomsten is per 1 januari 2023 verlengd met 2 jaar. Op het gebied van inkoop en contractmanagement werken de 14 Twentse gemeenten samen binnen Samen Twente (onderdeel OZJT). Gemeenten betalen reële tarieven voor de hulp die de zorgaanbieders bieden aan de inwoners. Bij de verlenging van de raamovereenkomsten is de hoogte van de tarieven niet opnieuw getoetst. Het is nu duidelijk dat dat wel had gemoeten. Daarom wordt nu besloten om de tarieven alsnog door een onafhankelijk deskundig derde te laten toetsen. Samen Twente (onderdeel OZJT) zal namens de Twentse gemeenten opdracht geven voor het uitvoeren van het onderzoek. De manager van OZJT krijgt volmacht en mandaat om namens onze gemeente de onderzoeksopdracht enkelvoudig onderhands in te kopen. Als de uitkomsten van het onderzoek bekend zijn bepalen we gezamenlijk met de andere Twentse gemeenten hoe we daar mee om gaan. Regeling Specifieke Uitkering Sport (SPUK) Risico heeft zich niet voorgedaan in 2022, de SPUK is op verschillende projecten ontvangen.

Incidenten bij evenementen Na Corona zijn in 2022 evenementen weer opgestart. Er hebben zich daarbij geen noemenswaardige incidenten voorgedaan met financiële gevolgen of risico’s. Legesinkomsten In 2022 zijn er licht minder legesinkomsten geweest uit bijvoorbeeld uitgegeven rijbewijzen en ID-kaarten. Dit kan worden verklaard als het gevolg van de nasleep van Corona, die in eerste maanden van 2022 nog tot diverse (reis-) beperkingen leidde. Vastgoedportefeuille leegstand en huurderving Er heeft op verschillende objecten huurderving plaatsgevonden echter hiervoor heeft er een vanuit het rijk een compensatie plaatsgevonden. Risico AVG-incident waaronder boete bij meldplicht datalekken. In 2022 hebben zich geen dergelijke incidenten voorgedaan.

56

Gladheidbestrijding In 2022 heeft de winter niet geleid tot extreme kosten in verband met het bestrijden van gladheid. Verbonden partijen In 2022 heeft de Regio Twente besloten om de ontwikkeling van het Digitaal dossier Jeugdgezondheidszorg (GGiD) te beëindigen. De hiermee gepaard gaande lasten zijn door de deelnemende gemeenten en Regio Twente gedragen. Voor de gemeente Oldenzaal betekende dit een eenmalige extra bijdrage van € 70.000. Verplichtingen opgebouwd spaarverlof Verlofsparen is onderdeel van het pensioenakkoord en past bij de gedachte dat de werknemer in staat wordt gesteld om zijn eigen arbeidsvoorwaarden in te zetten op een manier die past bij de eigen werk- en leefomstandigheden, wat de druk op afspraken over nieuwe varianten op het vroegpensioen moet doen afnemen. De cao-afspraken maken het mogelijk om de verlofuren in de (nieuwe) verlofspaarregeling te stoppen die zijn uitwerking heeft over meerdere begrotingsjaren. Aangezien bij verlofsparen sprake is van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee onvoorspelbare afbouw kennen, dient hier een voorziening voor gevormd te worden. Aangezien ultimo 2022 de omvang van het spaarverlof beperkt is en niet materieel, is in 2022 nog geen voorziening ingesteld. De komende jaren zal dit naar alle waarschijnlijkheid wel het geval zijn.

Op basis van de informatie uit de inventarisatie zijn de risico’s gekwantificeerd. Hierdoor is een uitspraak gedaan over de gewenste omvang van de algemene reserve die benodigd is ter dekking van de financiele gevolgen van de risico’s. In de onderstaande tabel is de omvang van de ingeschatte risico’s weergegeven. Bij kans wordt een inschatting gemaakt van hoe vaak zich dit risico zou kunnen voordoen. Een score van 1 betekent jaarlijks, een score van 0,5 betekent eens per twee jaar. Een score van 0,3 betekent dan 3 keer per 10 jaar en bij een score van 0,8 is de kans groter dan eens per 2 jaar, maar niet jaarlijks. Bij impact wordt een inschatting gemaakt van de financiële impact die het risico met zich mee brengt als het zich voordoet. Beschrijving van het risico 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21

Onvolledige compensatie extra lasten corona-crises Effecten nieuw Twents inkoopmodel WMO en Jeugdzorg vallen tegen Risico Informatiebeveiliging waaronder ‘gehackt worden’ (ransom). Afrekening bodemsanering Ootmarsumsestraat met Provincie Aanzuigende werking verlaging Eigen Bijdrage WMO Huurderving als gevolg van corona Onvoorspelbaarheid aantallen cliënten en typen zorg WMO & Jeugd Doelstellingen uitvoering WSW blijken niet haalbaar Renteontwikkeling Extreme weersomstandigheden Meer cliënten vanuit het gedwongen kader c.q. rechtstreeks doorverwezen dan verwacht Prijsstijgingen ten gevolge van AMvB Reële prijs Wmo 2015 Stijging afvalkosten door afkeuring pmb (plastic) Regeling Specifieke Uitkering Sport (SPUK) Evenementen Legesinkomsten Vastgoedportefeuille leegstand en huurderving Risico AVG incident waaronder boete bij meldplicht datalekken. Gladheidbestrijding Verbonden partijen Verplichtingen opgebouwd spaarverlof TOTAAL

Kans 0,5 0,5 0,1 0,5 0,5 0,5 0,3 0,5 0,5 0,5

Impact in € € 500.000 € 500.000 € 2.000.000 € 360.000 € 300.000 € 300.000 € 500.000 € 300.000 € 250.000 € 250.000

0,3 0,5 0,3 0,5 0,1 0,5 0,2 0,1 0,3 0,1 0,5

€ 300.000 € 150.000 € 200.000 € 100.000 € 500.000 € 100.000 € 200.000 € 200.000 € 60.000 € 100.000 € 500.000

Risico € 250.000 € 250.000 € 200.000 € 180.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 125.000 € 125.000 € 90.000 € 75.000 € 60.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 40.000 € 20.000 € 18.000 € 10.000 € 250.000 € 2.443.000

57

Op basis van de output in deze fase kan een gefundeerde keuze gemaakt worden betreffende de aan te houden reserves in relatie tot de geïdentificeerde risico’s uit het risicoprofiel. Hierbij dient een koppeling te worden gelegd met de beschikbare, vrij aanwendbare reserves.

3.1.5

Grondexploitaties

Om risico’s bij de grondexploitatie in beeld te brengen worden alle plannen nagelopen en worden de risico’s zoveel mogelijk gekwantificeerd. Project specifieke risico’s worden afgedekt in de grondexploitaties en algemene risico’s die voor het hele grondbedrijf gelden worden afgedekt in de algemene reserve grondexploitatie. De omvang van de algemene risico’s voor het grondbedrijf is afhankelijk van de omvang van het onderhanden werk (hiervan wordt minimaal 1 en maximaal 2% opgenomen in de algemene reserve grondexploitatie) en de algemene risico’s die in de plannen worden gelopen. Onder andere de volgende aspecten worden hierbij betrokken: bodem- en grondwatersaneringen, retrospectieve beoordeling door de belastingdienst, nieuwe wetgeving en prijs- en afzetrisico’s. De risico’s worden voor de risicoparagraaf afgezet tegen de kans dat het risico zich voordoet. Het geheel van deze algemene risico’s leidt tot een omvang van € 11.524.000 van de risicoparagraaf. Van deze omvang wordt 15% (vermeerderd met een algemene risicobuffer voor de ondergrens van € 500.000,-) tot 30% meegenomen bij de bepaling van de omvang van de algemene reserve grondbedrijf omdat de risico’s zich niet allemaal (gelijktijdig) voor zullen doen. Voor een gedetailleerde toelichting op de reservepositie van het grondbedrijf wordt verwezen naar de paragraaf Grondbeleid.

Ondergrens Onderhanden werk Risicoparagraaf Risicobuffer Totaal

Omvang 24.490.000 11.524.000

Percentage 1% 15%

Saldo t.b.v. reserve 245.000 1.729.000 500.000 2.474.000

Omvang 24.490.000 11.524.000

Percentage 2% 30%

Saldo t.b.v. reserve 490.000 3.457.000 3.947.000

Bovengrens Onderhanden werk Risicoparagraaf Totaal

Uitgaande van risico’s van in totaal € 4,9 mln. (€ 2,4 concern en € 2,5 grondbedrijf) moet de gemeente minimaal € 9,8 miljoen beschikbaar hebben in de algemene reserve en de algemene reserve grondexploitatie om te voldoen aan de vastgestelde weerstandsratio. De stand van de algemene reserve grondbedrijf bedroeg ultimo 2022 € 3,7 mln., de algemene reserve voor het concern bedroeg afgerond € 14,2 mln.; samen € 17,9 mln. Daarmee bevindt de algemene reserve van het grondbedrijf zich onder de bovengrens maar ruim boven de ondergrens. De algemene reserve van het concern bevindt zich boven de bovengrens. De omvang van deze reserves is dus voldoende voor afdekking van de mogelijke risico’s.

58

3.1.6

Verplichte kengetallen BBV

Conform de voorschriften in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden in deze paragraaf een aantal verplichte kengetallen opgenomen. Deze kengetallen maken het gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van een gemeente en omdat de definities zijn vastgelegd in het BBV, zijn deze ook tussen gemeenten vergelijkbaar. Kengetallen

Rekening 2021

Begroting 2022

Rekening 2022

Netto schuldquote

30%

50%

22%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

26%

50%

19%

Solvabiliteitsratio

41%

23%

47%

Structurele exploitatieruimte

0%

0%

0%

Grondexploitatie

4%

4%

3%

Belastingcapaciteit

96%

97%

96%

Toelichting per kengetal uit de BBV:  De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de totale baten (excl. reserves). Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken (voorgestelde norm Oldenzaal < 100%);  Bij de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen wordt de netto schuld gesaldeerd met de verstrekte leningen. Schulden aangegaan om vervolgens leningen te kunnen verstrekken veroorzaken namelijk per saldo geen lasten. In combinatie met de niet gecorrigeerde netto schuldquote wordt duidelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Deze quote is per definitie lager dan de netto schuldquote. Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze worden terugbetaald, wordt er veelal uitgegaan van de ongecorrigeerde netto schuldquote. Ook de eerdergenoemde uitleg van de gewenste hoogte van de quote heeft betrekking op de niet gecorrigeerde netto schuldquote;  De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen.

Het is het verhoudingsgetal tussen het eigen vermogen en het balanstotaal (voorgestelde norm Oldenzaal > 30);  De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. In dit verband wordt het saldo van de structurele baten en lasten, inclusief structurele mutaties in de reserves, gedeeld door de totale baten (excl. reserves);  De grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten (excl. reserves). Voor de berekening van dit kengetal wordt de niet in exploitatie genomen grond en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten (excl. reserves). De boekwaarde van de voorraad grond is van belang omdat deze moet worden terugverdiend bij verkoop;  De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk van een meerpersoonshuishouden in de gemeente, in enig jaar, zich verhoudt ten opzichte van de landelijk gemiddelde woonlasten in het voorafgaande jaar. Onder de woonlasten worden verstaan: de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Omdat er vooralsnog geen sprake is van tariefsaanpassingen na de eerste jaarschijf van deze begroting blijft dit kengetal vanaf t+1 ongewijzigd.

59

3.2

Onderhoud kapitaalgoederen

3.2.1

Algemeen

Wij zijn de beheerder van de openbare ruimte en hebben een belangrijke rol in de realisering en instandhouding daarvan. Conform de BBV bevat deze paragraaf de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Het overzicht wordt uitgebreid met civiele kunstwerken, verkeersregelinstallaties, speelvoorzieningen en sportvoorzieningen. Per kapitaalgoed wordt het beleidskader inclusief ambitieniveau aangegeven, hoe het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd en wat het onderhoudsniveau is. Tenslotte worden de beschikbare middelen weergegeven. De keuzes, die de komende jaren gemaakt worden om de gemeentelijke begroting evenwichtig te houden, hebben ook gevolgen voor het onderhoud van de openbare ruimte. Er wordt van uitgegaan dat de inzet van middelen in de openbare ruimte zodanig gekozen wordt dat er geen sprake is van kapitaalvernietiging. Wel kan dit inhouden dat, als een onderdeel in de openbare ruimte op termijn in zijn geheel vervangen moet worden, de keuze gemaakt kan worden deze vervanging enige jaren uit te stellen. Het betreffende onderdeel wordt dan gedurende die periode op een lager niveau beheerd en onderhouden, maar zodanig dat in ieder geval de veiligheid gewaarborgd is.

Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan geoormerkte wegvakken die op termijn in zijn geheel met fundatie en onderliggende riolering vervangen moeten worden, gebouwen die op termijn op de nominatie staan om gesloopt te worden, stukken openbaar groen die op termijn geheel heringericht worden. In 2019 is hiervoor een integrale beleidsvisie voor de openbare ruimte “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” opgesteld en door de raad in haar vergadering van november 2019 vastgesteld. Deze visie is gebaseerd op de volgende bouwstenen:  Wij zorgen dat de openbare ruimte overal in Oldenzaal goed en veilig gebruikt kan worden;  We beheren de openbare ruimte duurzaam, met oog voor mens en milieu;  Ons beheer zorgt voor een aantrekkelijke en verzorgde openbare ruimte;  Waar mogelijk beheren we samen met bewoners en bedrijven;  We beheren slagvaardig en kosteneffectief. De budgetten die beschikbaar zijn gesteld door de raad voor het opwaarderen van de openbare ruimte zijn vanaf 2019 verdisconteerd. Integraal beheer en onderhoud In vervolg op de vastgestelde visie is in 2020 het meerjaren uitvoeringsplan (MJUP) opgesteld. In de raadsvergadering van december 2020 is dit uitvoeringsplan vastgesteld. In 2022 is, overeenkomstig de programmering van dit plan en in navolging van 2021, gewerkt aan de uitvoering.

Op deze manier willen we het beheer van de wegen, rioleringen, openbare verlichting, groen, civieltechnische kunstwerken en speelvoorzieningen in Oldenzaal inzichtelijker maken. Het onderhoud kan hierdoor meer integraal, efficiënter en doelmatiger worden uitgevoerd. Hierbij wordt gezorgd voor zoveel mogelijk synergie door onderhoudsmaatregelen te combineren en af te stemmen op ruimtelijke, autonome en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit gebeurt met de beschikbare financiële middelen. Daarnaast wordt goed gekeken naar de mogelijkheden van subsidies. We beschikken over veel kennis en ervaring op het gebied van integraal onderhoud van de openbare ruimte. De kwaliteit wordt jaarlijks gemonitord en regelmatig onafhankelijk getoetst. De resultaten worden ingevoerd in de beheerapplicaties zodat alle gegevens centraal en up to date beschikbaar zijn. De beheerdata zijn gekoppeld aan het kaartmateriaal zodat de gegevens ook goed op tekening gepresenteerd kunnen worden.

3.2.2 Product

60

Wegen Onder het product wegen vallen alle wegen binnen en buiten de bebouwde kom. Het betreft de wegen in eigendom van de gemeente. Totaal asfalt: 781.767 m² Totaal elementen: 1.221.404 m², waaronder elementen rijbanen: 405.964 m², elementen fiets en voetpaden: 530.420 m², elementen overig: 285.020 m² Totaal half verhard: 19.837 m²

Doel Beleid

Uitvoering

Kwaliteit

Planning/toekomst Budget

Confrontatie

Conclusie

3.2.3 Product Doel Beleid

Totaal onverhard:14.758 m² Totale lengte van de wegen in Oldenzaal bedraagt: ca. 68 km. Goed ingerichte en veilige wegen. De gemeenteraad heeft in 2009 het beleidsplan wegbeheer “Beheren is vooruitzien” vastgesteld. De oorspronkelijke looptijd van dit plan liep formeel tot en met 2013. In de afgelopen periode waren de beleidsvoornemens uit het plan nog niet verouderd, zodat actualisatie van het beleidsplan nog niet aan de orde was. Inmiddels is in 2019 de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” vastgesteld. Hierin is het vorige beleidsplan ‘Beheren is vooruitzien’ geïntegreerd. Alle onderhoudswerkzaamheden voor het asfalt worden uitgevoerd door derden. De onderhoudswerkzaamheden aan de elementverharding gebeurt door derden, aangevuld met de inzet van de eigen dienst. De werkzaamheden die worden uitgevoerd door derden worden conform de regels aanbesteed. De gegevens van de wegen zijn opgenomen in het wegbeheerprogramma ‘Obsurv’. In de zomer van 2019 zijn alle wegen geïnspecteerd (2-jarige cyclus). De onderhoudswerkzaamheden zijn afgestemd op deze inspecties. Tevens hebben wij opdracht gegeven om in het voorjaar van 2023 de wegen weer te inspecteren. Waarbij de keuze is gemaakt voor uitvoering van scenario 1; dat wil zeggen opheffen achterstallig onderhoud en vervolgens handhaven van ten minste het kwaliteitsniveau C.

Niveau C houdt in dat de richtlijn is overschreden en binnen 2 jaar groot onderhoud nodig is. De werkzaamheden zijn opgenomen in het MJUP dat in december 2021 is vastgesteld. In december 2022 is het MJUP weer vastgesteld voor 2023. De eind 2020, opgestelde meerjarenplanning, past binnen de beschikbare budgetten voor regulier onderhoud. Het budget voor 2022 bedraagt: € 1.195.000 (kostenplaats 621001), waaronder een bedrag van € 483.000 voor elementenverharding; € 570.000 (kostenplaats 621003 minus kostenplaats 621004090), waaronder een bedrag van € 389.000 voor onderhoud asfalt verharding Totale budget voor Wegen bedraagt € 1.917.000 (621002/621003). Dit is uitgezonderd de kosten voor het straatvegen. Het onderhoudsbudget voor elementenverhardingen was in 2022 toereikend om de wegen op basisniveau te houden. Voor asfaltverharding is er (volgens Obsurv) een budget van € 545.000 per jaar nodig en daarom is het beschikbare budget niet toereikend. Daarbij moet ook opgemerkt worden dat er regelmatig (asfalt)onderhoudsgeld wordt bijgedragen aan civiele projecten. Tevens zijn de werkzaamheden van de netwerkbeheerders aan de kabels en leidingen van invloed op de kwaliteit van onze wegen.

Het in 2020 opgestelde meerjarenuitvoeringsplan biedt de mogelijkheid om het onderhoud meer integraal en doelmatiger uit te voeren, waardoor de beschikbare budgetten zo efficiënt mogelijk ingezet worden om het afgesproken niveau te borgen en kapitaalsvernietiging tegen te gaan. De wegen voldoen, over het algemeen, aan het onderhoudsniveau basis. Het werkbudget was in 2022 toereikend om deze kwaliteit te behouden.

Openbare verlichting Onder het product openbare verlichting valt alles met betrekking tot straatverlichting Goed ingerichte en veilige verlichting In december 2013 heeft de gemeenteraad het beleidsplan openbare verlichting (2013-2017) vastgesteld. Het beheerplan is vastgesteld door het college. De belangrijkste beleidsuitgangspunten zijn: 61

Gewenste onderhoudsniveau Onderhoudsniveau basis geldt voor de hele stad met uitzondering van winkelcentra/ busstation en groene loper, daar geldt niveau A (conform CROW) i.v.m. representatieve uitstraling. Verlichtingsniveaus Huidige verlichtingsniveaus geven geen problemen. Bij nieuwe aanleg en indien nodig bij reconstructies, wordt aangesloten bij de aanbevelingen van de Nederlandse Stichting voor verlichtingskunde. Vervanging In het beleidsplan wordt aangegeven op basis van welke prioriteit masten en/of armaturen worden vervangen: 1. Extreem verouderde lichtmasten (>50 jaar): armaturen waarvan de lampen niet meer leverbaar zijn; 2. Lichtmasten en armaturen die niet duurzaam zijn en of ouder zijn dan 40, respectievelijk 20 jaar; 3. Niet- energiezuinige armaturen. Indien lampen/armaturen/masten worden vervangen wordt gekozen voor de ledlamp. In “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” zijn deze beleidsuitgangspunten overgenomen.

Uitvoering Kwaliteit

Planning/toekomst

Budget

Confrontatie Conclusie

62

In 2022 is een uitvoeringsplan voor de openbare verlichting opgesteld dat aansluit op de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024”. Wij laten alle onderhoudswerkzaamheden uitvoeren door derden en deze worden conform de regels aanbesteed. We bezitten een actueel overzicht van alle beheerobjecten. Een externe partij verzorgt via een prestatieafspraak dat altijd minimaal 98% van de openbare verlichting brandt en dat storingsmeldingen, binnen vastgestelde tijdsnormen, worden opgelost. De in 2019 gehouden inventarisatie geeft een volledig overzicht van de aanwezige lichtmasten en armaturen, de technische en economische levensduur. Oldenzaal beschikt over 7.818 lichtmasten. 2.331 masten, 30% is ouder dan 40 jaar (= einde technische levensduur). 1.360 masten,17% is ouder dan 50 jaar. Bijna de helft van alle armaturen nadert het einde van de technische levensduur (20 jaar). Door actualisatie van de digitale arealen is het aantal lichtmasten gestegen. In het meerjaren uitvoeringprogramma dat eind 2020 aan de raad is aangeboden is er een planning voor vervanging opgesteld. In 2021 is deze planning geactualiseerd. Het huidige budget in de begroting is toereikend om het hierboven genoemde beheer uit te voeren maar niet toereikend om de grote vervangingsopgave van verouderde masten en armaturen weg te nemen.

Via aanvullend beleid wordt budget beschikbaar gesteld om het structureel in stand houden van de bestaande straatverlichting te garanderen. Budget is € 603.000. Dit bedrag is inclusief aardgas en elektriciteit verbruik (kostenplaats 621021). Voor de jaren 2020-2022 is jaarlijks een krediet van € 500.000 beschikbaar gesteld voor de vervanging van circa 400 verouderde lichtmasten en armaturen per jaar (totaal € 1.500.000 voor 1.200 stuks). Het onderhoudsbudget was in 2022 toereikend om de openbare verlichting op het niveau te houden, zoals in het geldende beleidsplan omschreven. Wij voldoen aan de prestatieafspraken dat 98% van de verlichting brandt. In de meerjaren planning wordt de noodzakelijke vervanging opgenomen passend binnen het beschikbare budget.

3.2.4

Verkeersregelinstallaties (VRI’s)

Product Doel Beleid

Uitvoering

Kwaliteit

Planning/toekomst Budget Confrontatie

Conclusie

3.2.5

Onder het product verkeersregelinstallaties (VRI’s) vallen de 10 VRI’s in Oldenzaal Goed ingerichte, voldoende werkende installaties en daarmee het borgen van de verkeersveiligheid. In december 2013 heeft de gemeenteraad het beleidsplan openbare verlichting (2013-2017) vastgesteld. Hierin is het onderdeel verkeersregelinstallaties opgenomen. De VRI’s zijn aangesloten op het lichtmastennetwerk. We hanteren bij het ontwerp, beheer en onderhoud van de verkeersregelinstallaties de richtlijnen van het CROW (CROW-Publicatie 213 'Handboek verkeerslichtenregelingen’). In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” zijn tevens de VRI’s opgenomen. Aan de VRI’s wordt uitsluitend correctief onderhoud uitgevoerd. Dit onderhoud wordt uitgevoerd door derden en is bij één onderhoudsbedrijf ondergebracht. Wij hebben hierin de regierol. Dit vraagt voldoende inzicht in de werking en functionaliteit van verkeersregel-installaties, zoals storingen en onderhoudsrondes. We hebben hiertoe een informatiesysteem ingericht en sturen, waar nodig, op basis van deze verkregen informatie tijdig bij. Weggebruikers kunnen een storing melden via het Meldpunt Openbare Ruimte of via het digitaal loket. Met behulp van de beheerapplicatie worden de storingen uitgelezen. Voor het oplossen van (urgente) storingen in de automaatschakelkast wordt een externe onderhoudsdienst ingeschakeld.

De gemeente Oldenzaal heeft 10 VRI’s in beheer. Daarvan zal 1 oudere VRI op korte termijn uit gebruik worden genomen (Prossinkhof). De installaties zijn aangesloten op het laagspanningsnet van Coteq netbeheer en hebben daardoor een relatie met de openbare verlichting. Er wordt uitsluitend correctief onderhoud uitgevoerd. Beheer en onderhoud wordt uitgevoerd binnen de uitgangspunten van het geldende beleidsplan. Het onderhoudsbudget in 2022 bedroeg € 26.000 (kostenplaats 621032104) Het huidige budget in de begroting is toereikend om het hierboven genoemde onderhoud uit te voeren. Indien oudere verkeersregelinstallaties door een storing uitvallen, waar reparatie geen oplossing meer biedt en vervanging van de betreffende verkeersregelinstallatie noodzakelijk is, moet een voorstel worden gedaan voor de benodigde financiële middelen. De staat van de VRI’s is goed en het budget is voldoende geweest om het onderhoud over 2022 uit te voeren. De VRI aan de Prossinkhof is verouderd, een risico en aan het einde van de levensduur.

Civieltechnische kunstwerken

Product

Doel Beleid

Uitvoering

De in Oldenzaal te beheren civieltechnische kunstwerken zijn te verdelen over de groepen: houten bruggen, betonnen bruggen, stalen bruggen, duikers, tunnels, keerwanden & muren en overige. De civieltechnische kunstwerken moeten heel en veilig zijn. Op 4 februari 2010 heeft de gemeenteraad het beleid voor het beheer van de kunstwerken vastgesteld (Planperiode 2010-2020). In het plan is beschreven hoe de kunstwerken planmatig in stand moeten worden gehouden. Daarbij heeft de raad ervoor gekozen kunstwerken te beheren volgens het scenario heel en veilig. In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” zijn ook de civiel technische kunstwerken opgenomen. Wij laten alle onderhoudswerkzaamheden uitvoeren door derden, aangevuld met eigen dienst. De werkzaamheden worden conform de regels aanbesteed. 63

Kwaliteit

Planning/toekomst

Budget Confrontatie

Conclusie

3.2.6

Doel

Beleid

Uitvoering

64

De staat van de civieltechnische kunstwerken is redelijk en het budget is voldoende geweest om de het opgestelde uitvoeringsprogramma over 2022 uit te voeren.

Openbaar groen

Product

Kwaliteit

De inspectie van kunstwerken is uitbesteed aan een extern deskundig bureau. Zij beheren ook de inspectie gegevens via het programma iASSET. Eind 2022 is er weer een nieuwe inspectieronde uitgevoerd. Aan de hand hiervan zal begin 2023 het uitvoeringsprogramma voor de komende 2 jaar opgesteld. In 2022 is het onderhoud conform het vorige uitvoeringsprogramma uitgevoerd. De staat van de civieltechnische kunstwerken is redelijk. Het aantal kunstwerken is de laatste jaren uitgebreid van 74 naar 104 objecten. De recente areaaluitbreidingen betreffen nieuwe civieltechnische kunstwerken en die vragen nu nog relatief weinig onderhoud. De uitkomsten van de inspectieronde en de meerjaren planning die voor de komende periode wordt opgesteld zal meer inzicht moeten geven in de benodigde (extra) middelen om het noodzakelijke onderhoud voor de komende jaren uit te kunnen voeren. Het budget voor het noodzakelijke onderhoud bedroeg in 2022 € 130.000 (kostenplaats 62004090). Dit is voor 2022 voldoende gebleken. Zoals hierboven gesteld is het bedrag in de begroting voor 2022 toereikend geweest om het geplande beheer uit te voeren. Echter, door het gestaag toenemen van het aantal kunstwerken is het mogelijk dat het huidige budget op termijn niet meer toereikend is. Hier zullen te zijner tijd passende financiële maatregelen voor worden genomen.

De viaducten vragen de grootste investering en hebben een lange levensduur van 60 jaar. Ze zijn bijna allemaal van recente datum. Tot slot moet nog een opmerking gemaakt worden over de verplichte onderhoudsvergoedingen van de onderdoorgangen aan ProRail. Het budget hiervoor is niet meer toereikend.

Onder het product openbaar groen vallen bomen, heesters, grassen, water en paden/(half)verhardingen De aanwezigheid van openbare groen draagt bij aan de leefbaarheid, de biodiversiteit en een gevoel van veiligheid voor onze inwoners. De kwaliteit van de openbare ruimte draagt bij aan de aantrekkelijkheid van onze stad. Begin 2016 heeft de gemeenteraad het visiedocument op het openbaar groen “Anders kijken anders doen in het openbaar groen”, voor de planperiode 20152025 vastgesteld. In het visiedocument is beschreven hoe het openbaar groen de komende jaren onderhouden wordt. Biodiversiteit en duurzaamheid worden steeds belangrijker voor het toekomstig beheer en ontwerp van de groene ruimte. In 2017 is door de gemeenteraad de groenstructuurvisie vastgesteld waarin ook het beleid voor de bomen in Oldenzaal is opgenomen. In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” is ook het openbaar groen opgenomen. Wij laten beheers- en onderhoudswerkzaamheden uitvoeren door de eigen dienst, waarbinnen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werkzaam zijn. Daarnaast worden werkzaamheden uitgevoerd door derden. Dit gebeurt via aanbestedingen. Het openbaar groen wordt onderhouden op beeldkwaliteit niveau B (Basis) uitgezonderd het Centrum en de begraafplaatsen (niveau A) van de CROW systematiek.

Hiermee wordt de leefbaarheid, veiligheid en de aantrekkelijkheid van de stad op het gewenste niveau gehouden. Ook is het de bedoeling - om vanuit de visie - uitgangspunten zoals biodiversiteit, duurzaamheid en participatie, steeds meer vorm te gaan geven. Om het kwaliteitsniveau van het openbaar groen te controleren, wordt maandelijks een schouw uitgevoerd. Dat is inclusief onkruid op elementverharding. Deze schouw wordt digitaal verwerkt in Obsurv. Waar

Planning/toekomst

Budget

Confrontatie Conclusie

3.2.7

nodig wordt direct gestuurd op de uitvoering. Binnen Obsurv is ook de module ten behoeve van het bomenbestand opgenomen. Hierin worden de controles en de vervolgacties bewaakt. Zowel in het dagelijks beheer en onderhoud van het openbaar groen - maar ook in grootschalige renovatie - wordt er zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de overige aanpassingen in de openbare ruimte, waardoor een zo integraal mogelijke aanpak wordt nagestreefd. De planning hierin wordt in het meerjaren uitvoeringsprogramma (MJUP) gepresenteerd. Inmiddels is er een uitvoeringsplan opgesteld en wordt er uitvoering gegeven aan dit plan. Jaarlijks zal het proces van inspectie, vervolgacties inventariseren en uitvoeren plaatsvinden. Het budget voor Openbaar Groen bedroeg in 2022 € 2.907.000 (kostenplaats 656011/656013). Het budget is afgestemd op het overeengekomen onderhoudsniveau. Voor Openbaar Groen is dit budget toereikend voor de te leveren kwaliteit. Voor Openbaar Groen; bomen is het budget mogelijk niet toereikend. Het budget wordt jaarlijks geïndexeerd en tevens aangepast op de invulling van de arealen. Het budget voor het Openbaar Groen was in 2022 toereikend om het openbaar groen te onderhouden. Het openbaar groen voldoet aan het afgesproken onderhoudsniveau en wordt geborgd door de periodieke schouw.

Het budget in 2022 is voldoende geweest voor de bomen hebben we het noodzakelijke kunnen uitvoeren maar is een budgettair risico voor 2023.

Speelvoorzieningen

Product Doel Beleid

Uitvoering Kwaliteit

Planning/toekomst

Budget Confrontatie

Onder het product speelvoorzieningen vallen speelplekken in de openbare ruimte en speelplekken bij de scholen. Goed ingerichte en veilige speelplekken die een stimulans zijn voor ontmoeten en spelen. In 2016 is door de gemeenteraad het speelbeleid Oldenzaal 2016 – 2025 vastgesteld. Uitgangspunten in dit plan zijn onder andere meer aandacht voor natuurlijk spelen en ruimte voor buurtparticipatie. Het speelbeleid is in 2020 verder uitgewerkt in het ‘Beheersplan Spelen’. Op de 121 speelplekken zijn in totaal 725 speeltoestellen aanwezig. De beheers- en onderhoudswerkzaamheden en de aanschaf van nieuwe speeltoestellen worden door het Team Buitenbeheer uitgevoerd. De speeltoestellen (ook bij natuurlijk spelen) moeten voldoen aan het warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen(WAS). Hierin is aangegeven hoe om te gaan met onderhoud en vervanging. Minimaal 1x per jaar (scholen 2 x per jaar) worden de speeltoestellen geïnspecteerd en de bevindingen worden vastgelegd in inspectierapporten in het systeem ABS-spelen. Eens per 5 jaar worden er nulmetingen door externen verricht. De data en de logboeken zijn actueel en betrouwbaar. In 2020 is het beheersplan opgesteld en vormt de basis voor langdurige afspraken over de werkprocessen voor het beheer en het onderhoud van de speeltoestellen in de openbare ruimte en bij de scholen.

Uitgangspunt is dat er een kwalitatief goed en veilig speelaanbod is dat duurzaam in stand kan worden gehouden. Daarnaast geeft het beheersplan inzicht in de kosten en de daarvoor benodigde budgetten, kredieten en reserves. Het opgestelde beheersplan spelen geeft inzicht in de kosten en de daarvoor benodigde budgetten, kredieten en reserves voor de langere termijn. Het beschikbare budget is de afgelopen jaren aangewend voor reparatie en onderhoud van de speeltoestellen. Daarnaast zijn er investeringen gedaan voor de aanschaf van nieuwe toestellen. Het in 2020 vastgestelde beheersplan is onder andere opgesteld om de benodigde investeringen in de toekomst te borgen. 65

Conclusie

3.2.8

De speeltoestellen voldoen aan het Warenwet besluit Attractie en speeltoestellen. Het speelbeleid 2016-2025 wordt uitgevoerd. In 2020 is het beheersplan opgesteld en vormt de basis voor langdurige afspraken over de werkprocessen voor het beheer en het onderhoud van de speeltoestellen in de openbare ruimte en bij de scholen. Het gevraagde krediet in het beheersplan kan een kwalitatief goed en veilig speelaanbod duurzaam in stand houden overeenkomstig het vastgestelde beheersplan.

Riolering

Product

Riolering

Doel

Oldenzaal wil de beschikking hebben over een goed functionerend rioolstelsel waardoor we gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk beperken. Op 14 december 2021 heeft de gemeenteraad het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 (GRP) vastgesteld voor de periode van 5 jaren. Hierin zijn de zorgplichten voor hemel-, grond- en afvalwater opgenomen. Via jaarlijkse voortgangsnotities wordt het bestuur op de hoogte gehouden van actualiteiten binnen de rioleringszorg. In het nieuwe GRP wordt het bestaande beleid voortgezet. Wel komt er steeds meer aandacht voor de effecten van de klimaatverandering en de manier hoe we daar in Oldenzaal (overheid, inwoner en ondernemer, enz.) mee om willen gaan. In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” is ook de riolering opgenomen en zal deel uit maken van een integrale aanpak. Door projecten uit te voeren, het bewustzijn te vergroten door goede communicatie, de kwaliteit in stand te houden door goed risico gestuurd beheer en onderhoud wordt invulling gegeven aan de visie, doelen en ambities uit het GRP en visie beheer openbare ruimte. De werkzaamheden worden door onze eigen teams Projecten en Buitenbeheer uitgevoerd, maar ook door aannemers. Kwaliteitsniveau B Basis is uitgangspunt. Voor de gemeente Oldenzaal is het beeld dat de riolering in goede staat verkeert en dat er weinig achterstallig onderhoud is.

Alleen de kwaliteit van de riolering in Glinde Hooiland en Zuid Berghuizen is een aandachtspunt. In Glinde Hooiland is het de bedoeling de komende jaren de rioleringen veelal te vervangen, in Zuid Berghuizen zal worden ingezet op rioolrenovatie. In de jaarlijkse voortgangsnotitie wordt per situatie omschreven welke doelen we stellen en door middel van welke strategie en maatregelen de gestelde doelen worden verwezenlijkt. Speerpunten daarbij zijn samenwerken in de waterketen, inzet op duurzaamheid en klimaatverandering. De voortgangsnotitie van 2022 is in december 2022 in de gemeenteraad behandeld. Structurele lasten voor de uitvoering van het GRP zijn opgenomen in de meerjarenbegroting en worden gedekt uit het rioolrecht. De voor beheer en onderhoud van het huidige stelsel benodigde middelen zijn beschikbaar. Het budget voor 2022 bedraagt: € 1.393.000 Dagelijks onderhoud riolering (672201) Voor 2022 is er een investering geraamd van € 2.875.000. Door prijsstijgingen stond het investeringsbedrag voor 2022 onder druk. Zo wordt er voor het reliningsproject extra geld aangevraagd in de Voorjaarsnota 2023. In het nieuwe GRP is een balans gezocht tussen de ambitie voor goed rioolbeheer en aanpassing aan de klimaatverandering versus het beheersbaar houden van de rioolheffing. De riolering voldoet aan het onderhoudsniveau.

Door prijsstijgingen is het budget voor 2022 voor sommige projecten onvoldoende gebleken. Hierdoor staat met name het kwaliteitsniveau van oudere riolen onder druk.

Beleid

Uitvoering

Kwaliteit

Planning/ Toekomst

Budget

Confrontatie

Conclusie

66

3.2.9

Schoolgebouwen

Product

Doel Beleid

Uitvoering

Kwaliteit Planning/toekomst Budget

Confrontatie

Conclusie

3.2.10

Onder het product schoolgebouwen vallen de aanvragen voor nieuwbouw of grootschalige revitalisatie. Het onderhoud en beheer komt voor rekening van de schoolbesturen. Uitgezonderd het scholengebouw De Essen, waarin de basisschool De Linde en De Esch zijn gehuisvest. Bij dit gebouw komt het beheer en onderhoud komt voor rekening van de gemeente. Aanwezigheid van een efficiënte en goede verdeling van de schoolgebouwen De aanvragen van de schoolbesturen hebben vanaf 1 januari 2015 alleen nog betrekking op nieuwbouw en grootschalige revitalisatie. Vanaf 1 januari 2015 hebben we slechts nog een zorgplicht voor: (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, medegebruik, gebruik, terrein, eerste inrichting en schade / constructiefouten, tenzij een gevolg van nalatigheid. Al het onderhoud is voor rekening van de schoolbesturen, waarvoor zij een rechtstreekse vergoeding ontvangen van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In 2021 is het IHP vastgesteld en vanaf 2022 werken we met dit plan. Doelstelling van dit plan is om te komen tot een efficiënte en goede verdeling van de onderwijsgebouwen. Aangezien de onderhoudsverplichting is komen te vervallen laten we de schoolgebouwen niet meer jaarlijks inspecteren. Het schoolgebouw De Essen wordt periodiek door medewerkers van onze eigen dienst geïnspecteerd en waar nodig wordt onderhoud ingepland en uitgevoerd.

Zie: beleid Overeenkomstig het IHP worden de schoolvervangingen ingepland. Voor 2023 staat de Zevenster op de planning voor vernieuwbouw (Andere locatie) Voor de nieuwbouw of grootschalige revitalisatie dient een afzonderlijk krediet te worden aangevraagd. Voor de ver- en nieuwbouw van verscheidene scholen in het primair en voortgezet onderwijs is in het IHP een budget opgenomen. Echter in de kredietaanvraag zitten ook aanvullende kosten zoals verhuiskosten, tijdelijke huisvesting en sloopkosten. Het onderhoudsbudget voor overige schoolgebouwen is komen te vervallen. Dit is een taak van het schoolbestuur. Voor nieuwbouw of revitalisatie moet afzonderlijk krediet worden aangevraagd. Via het IHP zijn de middelen voor de komende planningsperiode veiliggesteld.

Overige gebouwen

Product Doel Beleid

Uitvoering

Onder het product overige gebouwen vallen alle gebouwen in eigendom van de gemeente, uitgezonderd schoolgebouwen. Als eigenaar hebben we de verplichting voor een veilig te gebruiken gebouw en voldoen aan de wettelijke vereisten. Het beheer en onderhoud van het maatschappelijk vastgoed (uitgezonderd schoolgebouwen) worden afgestemd op de situatie van het gebouw. Het huidige beleid voor beheer en onderhoud is gericht op een voortdurende instandhouding van ons vastgoedbezit. Wij hebben verplichtingen als eigenaar, verhuurder of exploitant. Gebouwen moeten veilig te gebruiken zijn en voldoen aan de wettelijke vereisten. Wij willen efficiënt met ons vastgoedbezit omgaan en zien vastgoedeigendom niet als een doel op zich. Door te zoeken naar optimalisatie in het gebruik verwachten we dat er de komende jaren gebouwen worden afgestoten of ingevuld worden met een andere functie om maatschappelijke doelstellingen te bereiken. Al deze gebouwen worden jaarlijks door onze bouwkundige medewerkers geïn67

Kwaliteit Planning/toekomst

Budget

Confrontatie

Conclusie

3.2.11 Product Doel Beleid

68

specteerd. Indien nodig wordt daarbij externe expertise ingehuurd. De onderhoudsgegevens worden ingevoerd in een meerjarenprogramma. Uitgangspunt bij het onderhoud van onze gebouwen is ‘sober en doelmatig’. Tijdens de jaarlijkse inspectie wordt de noodzaak van het geplande onderhoud beoordeeld. Daar waar mogelijk worden werkzaamheden doorgeschoven naar volgende jaarschijven. Bewaakt wordt wel dat er geen kapitaalvernietiging optreedt door te laat preventief onderhoud. Vervanging van (installatie-)onderdelen vindt pas plaats als deze niet meer functioneren of als wordt verwacht dat ze op korte termijn gaan uitvallen. In de uitgangspunten van het gemeentelijk vastgoedbeleid is verwoord dat er bij vervanging wordt gekozen voor de meest duurzame en energiezuinige oplossing, mits er sprake is van een reële terugverdientijd. Op 28 november 2022 is het aangepaste gebouwenbeheerplan vastgesteld door de raad. Zie: uitvoering Na inspectie door onze bouwkundige medewerkers aangevuld met externe expertise worden, waar nodig, onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Passend binnen de uitgangspunten van het gemeentelijk vastgoedbeleid en opgenomen in het MJOP. Met bovengenoemde uitgangspunten voor beheer wordt de Voorziening Gebouwenbeheerplan Overige Gebouwen, met de in deze programmabegroting geraamde dotaties voor de komende 10 jaar, voldoende gevoed.

De jaarlijkse dotatie aan de voorziening bedraagt € 671.000. Het saldo van de Voorziening Gebouwenbeheersplan per 1 januari 2022 is € 1.677.000 In de bouw is momenteel sprake van krapte van personeel en materiaal. Dat leidt tot prijsstijgingen die tot nu toe ongekend zijn. Als deze ontwikkeling zich doorzet kan dat in de toekomst mogelijk leiden tot tekorten. In het huidige beheersplan is rekening gehouden met een normale indexatie maar niet met een eventueel exponentiele prijsstijging. Op basis van vorenstaande uitgangspunten kan het groot onderhoud van het gemeentelijk vastgoed voor de komende 10 jaar gedekt worden uit de voorziening Gebouwenbeheersplan. Daarbij wordt opgemerkt dat in het gebouwenbeheersplan wordt geanticipeerd op verwachte toekomstige ontwikkelingen (zie ook paragraaf 4.3 van het gebouwenbeheersplan). Als tussentijds een belangrijke afwijking optreedt in de staat van onderhoud of gebruik van het gemeentelijk vastgoed, die leidt tot een tussentijdse financiële bijstelling van het plan, wordt u hiervan op de hoogte worden gesteld. Indien nodig wordt de dotatie aan de voorziening bijgesteld. De overige gebouwen voldoen aan de uitgangspunten zoals opgenomen in het gemeentelijk vastgoedbeleid en het budget was in 2022 voldoende om deze kwaliteit te behouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12893789/3