07a Kadernota 2025 - Bijlage - Kadernota 2025
Tekst van het document
2.6.30 Verhogen lijkbezorgings- en begraafrechten en begraafplaatsrechtenvergunningen Verhogen van alle rechten (lijkbezorgingsrechten, rechten begraven en begraafplaatsrechtenvergunningen is mogelijk bij het afsluiten hiervan. Voorgesteld wordt om op alle rechten dan wel vergunningen de leges te verhogen met 40%. Wel wordt er een kanttekening geplaatst dat regionaal Oldenzaal dan aan de bovenkant zit qua leges. Ook is er een reële kans dat er een terugloop zal zijn van contracten. 20
2.6.31 Extra huurinkomsten zendmasten De twee zendmasten (we zijn verplicht mee te werken aan het behouden van zendbereik in de gemeente) worden verhuurd aan providers. Verhogen van verhuur met 10 % genereert een bedrag van € 5.000.
2.7
Voorgenomen nieuw / aanvullend beleid
Onderdelen (x € 1.000)
2024
g. Voorgenomen nieuw / aanvullend beleid
2025 0
N
2026 32
N
2027 15
V
2028 12
N
183
Op basis van de voorliggende Kadernota 2025 zijn de financiële contouren voor de Programmabegroting 2025-2028 niet gunstig. Het college beseft dat daarom zorgvuldigheid en realisme gevraagd wordt in de te maken (nieuwe) beleidskeuzes. Tegelijkertijd vraagt de snel veranderende samenleving om een flexibele overheid die voortdurende inspeelt op het bereiken van resultaten die bijdragen aan de ambities om Oldenzaal mooier te maken. Naast het ingezette traject van ‘ambities en Middelen’ heeft het College daarom ook een inventarisatie gemaakt van nieuwe beleidsvoornemens die bijdragen aan zowel wettelijke verplichte doelen als aan de uitgezette beleidslijnen die zijn geformuleerd in het Raadsprogramma 2022-2026. Daarnaast wordt wederom ruimte geboden voor ‘Aanvullend beleid’. Dit beleid (autonoom, onontkoombaar, reeds ingezet)’ betreffen de beleidsvoornemens, waarmee door uw Raad al eerder is ingestemd, maar die een startjaar hebben in de komende planperiode 2024-2027. Dit aanvullende beleid is daarbij geactualiseerd op uitvoeringsjaar en budgetten. Al met al heeft dit naar het oordeel van het College geleid tot een evenwichtig, ambitieus en realiseerbaar pakket van nieuw en aanvullend beleid. De inventarisatie van deze nieuwe en aanvullende voorstellen vindt u in de tabellen 2.7.1. en 2.7.2 en de bijgevoegde bijlagen ‘Nieuw Beleid 2025’ en ‘Aanvullend Beleid 2025’.
In tabel 2.7.3 vindt u de voorstellen waarvan het College adviseert om ze niet te honoreren. Uiteraard is het uiteindelijk uw raad die in dit verband definitieve beslissingen neemt. Voor een inhoudelijke toelichting op deze voorstellen, verwijzen we u naar de bijlagen 2, 3 en 4 van deze Kadernota.
2.7.1
Te honoreren nieuwe beleidsontwikkelingen
TE HONOREREN NIEUW BELEID 2025 Onderdelen (x € 1.000)
KREDIET
2025
2026
2027
2028
908
908
(160)
(160)
Programma 1: Dienstverlening en Veiligheid Bestuur 1
Toekomstbestendig (stad)huis van de stad (Krediet)
16.100
2
Toekomstbestendig (stad)huis van de stad (energiebesparing)
3
Borgen rechtmatigheidsverklaring
60
60
60
60
35
35
35
35
Programma 2: Bereikbaarheid en Openbare ruimte Openbaar groen en (openlucht) recreatie Versterking samenwerking Noord Oost Twente Recreatie en toerisme Programma 3: Stedelijke en Economische ontwikkeling 4
21
TE HONOREREN NIEUW BELEID 2025 Onderdelen (x € 1.000)
KREDIET
2025
2026
2027
2028
22
22
21
19
19
Ruimtelijke ordening 5
Onderzoek kwaliteit openbare ruimte bedrijventerreinen
30
6
Wijkverbeterplan Glinde Hooiland 2025
450
7
Wijkverbeterplan Glinde Hooiland 2026
400
8
Wijkverbeterplan Glinde Hooiland 2027
500
9
Wijkverbeterplan Glinde Hooiland 2028
300
24
Wonen en bouwen 10
Goed wonen in Oldenzaal
50
Programma 4: Cultuur, Sport en Ontspanning Sportbeleid en activering 11
Eenmalig budget actualisatie MJOP Sportvelden
12
Implementatie beheermodel sportaccommodaties
5 25
Sportaccommodaties 13
Sportpark de Thij: onderzoek toekomst sportpark
20
14
Verbeteren akoestiek binnensportaccommodaties
335
25
25
25
15
Aankoop Sportcafé de Kolk (Krediet)
300
20
19
19
16
Aankoop Sportcafé de Kolk (Exploitatielasten)
40
40
40
211
209
206
43
Cultuurpresentatie, -productie en -participatie 17
Viering ‘80 jaar vrijheid Oldenzaal’
20
Programma 5: Maatschappelijke Ondersteuning Samenkracht en burgerparticipatie 18
Huisvesting Sociaal Plein in Ganzenmarkt 11 (Krediet)
3.250
19
Huisvesting Sociaal Plein in Ganzenmarkt 11 (exploitatie)
50
50
50
20
Huisvesting Sociaal Plein in Ganzenmarkt 11 (Inkomst huur)
(200)
(200)
(200)
Maatwerkvoorzieningen/- dienstverlening 21
Implementatie Inkoop Jeugdhulp en WMO 2025
200
22
Inzet reserve Sociaal Domein t.b.v. Implementatie Inkoop
(200)
Programma 6: Financiële Algemene Dekkingsmiddelen Communicatie 23
Intensivering participatie (exploitatie participatieplatform)
16
16
16
16
24
Intensivering participatie (P-lasten platform)
48
48
48
48
25
Intensivering participatie (P-lasten participatie
64
64
64
64
6
6
6
17
17
17
Digitalisering 26
Aanschaf applicatie Bibob en ondermijning (Krediet)
30
27
Aanschaf applicatie Bibob en ondermijning (Exploitatielasten)
17
28
P&O dashboards
10
29
Inzet reserve digitalisering t.b.v. P&O dashboards
(10)
30
Digitale toegankelijkheid Visie digitale overheid
30
22
TE HONOREREN NIEUW BELEID 2025 Onderdelen (x € 1.000)
KREDIET
2025
2026
2027
2028
31
Inzet reserve digitalisering t.b.v. digitale toegankelijkheid
(30)
32
Digitale toegankelijkheid Visie digitale overheid (P-lasten)
31
31
31
31
33
Digitale toegankelijkheid Visie digitale overheid (exploitatie)
10
10
10
10
34
Aanschaf eDienst ‘Mijn Inkomen”
25
35
Exploitatielasten eDienst ‘Mijn Inkomen’
10
10
10
10
36
Applicatie Citycontrol t.b.v. uitvoering/handhaving alcoholwet
3
37
Exploitatie- en P-lasten Applicatie Citycontrol
15
15
15
15
38
Functioneel beheerder Domein Ruimte (1fte)
77
77
77
77
39
Duurzame toegankelijkheid digitale archief (e-Depot)
75
75
45
45
44
(15)
(15)
(15)
285
285
285
947
1.636
1.660
Beheer Overige gebouwen 40
Aanpassing klimaatinstallatie gemeentewerf (Krediet)
41
Energiebesparing klimaatinstallatie gemeentewerf
587
Interne dienstverlening 42
Aantrekkelijke werkgever & organisatie ontwikkeling
285
Facilitair 43
Training agressie & geweld en BHV training
80
Totaal te honoreren nieuw beleid (afgerond)
2.7.2
22.252
1.039
Te honoreren aanvullende beleidsontwikkelingen
TE HONOREREN AANVULLEND BELEID 2025 (AUTONOOM, ONONTKOOMBAAR, REEDS INGEZET) Onderdelen (x € 1.000)
KREDIET
2025
2026
2027
2028
14
14
14
14
14
Programma 2: Bereikbaarheid en Openbare ruimte Verkeer en vervoer 44
Uitvoering verkeersknelpunten 2025
300
45
Uitvoering verkeersknelpunten 2026
300
46
Uitvoering verkeersknelpunten 2027
300
47
Uitvoering verkeersknelpunten 20287
300
48
Reeds gedekt in meerjarensaldo
14
(14)
(28)
(28)
8
8
8
9
9
Openbaar groen en (openlucht) recreatie 49
Eenmalige bijdrage herstel beschoeiing Rutbeek en Hulsbeek
50
Vervanging speelvoorziening Openbaar Groen 2025
99
51
Vervanging speelvoorziening Openbaar Groen 2026
109
52
Vervanging speelvoorziening Openbaar Groen 2027
38
53
Vervanging speelvoorziening Openbaar Groen 2028
182
54
Reeds gedekt in meerjarensaldo
63
3
(8)
23
(17)
(17)
TE HONOREREN AANVULLEND BELEID 2025 (AUTONOOM, ONONTKOOMBAAR, REEDS INGEZET) Onderdelen (x € 1.000)
KREDIET
2025
2026
2027
2028
3.410
114
114
114
150
5
5
5
55
Kredieten t.b.v. Uitvoering in 2025 vGRP
56
Krediet Glinde Hooiland 2025 GRP
57
Kredieten t.b.v. Uitvoering in 2026 vGRP
1.743
58
58
58
Krediet Glinde Hooiland 2026 GRP
1.650
55
55
59
Kredieten t.b.v. Uitvoering in 2027 vGRP
60
745
25
Krediet Glinde Hooiland 2027 GRP
2.650
89
61
Kredieten t.b.v. Uitvoering in 2028 vGRP
1.000
62
Krediet Glinde Hooiland 2028 GRP
1.150
63
Baten rioolrecht (dekking GRP)
(119)
(232)
(346)
4
4
4
4
4
Programma 4: Cultuur, Sport en Ontspanning Sportaccommodaties 64
Inrichtingselementen diverse sportparken 2025
50
65
Inrichtingselementen diverse sportparken 2026
50
66
Inrichtingselementen diverse sportparken 2027
50
67
Inrichtingselementen diverse sportparken 2028
50
68
Vondersweijde vervanging toplaag kustgras veld 3 (2026)
258
28
28
69
Vondersweijde vervanging toplaag kustgras veld 4 (2026)
258
28
28
70
’t Venterinck veld 3 natuurgras (2027)
26
3
71
’t Venterinck veld 4 natuurgras (2027)
26
3
72
Sportpark de Thij: vervanging rugbyveld (2028)
26
73
Aanvullend krediet nieuwbouw gymzaal Lyceumstraat (2025)
2.392
74
Aanvullend krediet nieuwbouw gymzaal Meybreestraat (2025
75
Aanvullend krediet nieuwbouw gymzaal de Kolk (2025)
76
Sloop gymzaal Tulpstraat
51
77
Upgrade inventaris Sporthal Vondersweijde
81
4
80
80
80
418
14
14
5.008
167
167
9
9
51
Cultuurpresentatie, -productie en -participatie 78
Stadstheater de Bond (verhoging exploitatiebudget)
53
53
53
53
79
Structurele verhoging servicekosten Bibliotheek Oldenzaal
28
28
28
28
80
Cultuurmakelaar
8
15
15
15
13
13
13
(12)
(12)
(12)
Programma 5: Maatschappelijke Ondersteuning Onderwijshuisvesting 81
Fasering voorber. krediet Drieëenheidsschool (2024-2025)
82
Reeds gedekt in meerjarensaldo
83
Fasering bouwkrediet Drieëenheidsschool (2024-2026)
84
Reeds gedekt in meerjarensaldo
85
Actualisering prijspeil voorber. krediet Drieëenheidsschool
86
Actualisering prijspeil bouwkrediet Drieëenheidsschool
330 (12)
24
3.793
314 2.981
152 (142)
(141)
(141)
13
13
13 119
TE HONOREREN AANVULLEND BELEID 2025 (AUTONOOM, ONONTKOOMBAAR, REEDS INGEZET) Onderdelen (x € 1.000)
KREDIET
2025
2026
2027
2028
87
Actualisering prijspeil sloopkosten Drieëenheidsschool
307
12
88
Aflossing restant boekwaarde Drieëenheidsschool
466
19
89
Actualisering prijspeil VAT-kosten Drieëenheidsschool
80
3
90 91
Actualisering prijspeil tijdelijke huisvesting Drieëenheidsschool Actualisering prijspeil verhuiskosten Drieëenheidsschool
92
Fasering voorbereidingskrediet De Esch (2025-2026)
93
Reeds gedekt in meerjarensaldo
94
Actualisering prijspeil voorbereidingskrediet De Esch
95
Fasering bouwkrediet De Esch (2026-2027)
3.051
96
Actualisering prijspeil bouwkrediet De Esch (2027)
1.562
97
Actualisering prijspeil sloopkosten De Esch
244
98
Aflossing restant boekwaarde De Esch
889
99
Actualisering prijspeil VAT-kosten De Esch
80
100
Actualisering prijspeil tijdelijke huisvesting De Esch
101
Actualisering prijspeil verhuiskosten De Esch
102
Actualisering prijspeil voorber. krediet De Linde
184
7
103
Fasering voorber. krediet De linde (2025-2026)
297
12
104
Reeds gedekt in meerjarensaldo
105
Fasering bouwkrediet De Linde (2026-2027)
3.419
106
Actualisering prijspeil bouwkrediet de Linde
1.647
107
Actualisering prijspeil sloopkosten De Linde
244
108
Aflossing restant boekwaarde De Linde
80
109
Actualisering prijspeil VAT-kosten De Linde
1
Pm
Pm 25
265 (10) 174
11
11
(10)
(10)
7
7
60
65 25
(11)
(11)
110
Actualisering prijspeil tijdelijke huisvesting De Linde
60
65
111
Actualisering prijspeil verhuiskosten De Linde
25
112
Act. prijspeil voorber. krediet revitalisatie TCC Lyceumstraat
32
1
1
1
113
Voorber. krediet revitalisatie TCC Lyceumstraat (geen fasering) Reeds gedekt in meerjarensaldo
221
14
14
14
(14)
(14)
(14)
Actualisering prijs bouwkrediet revitalisatie TCC Lyceumstraat Bouwkrediet revitalisatie TCC Lyceumstraat (geen fasering)
345
14
4.206
273
114 115 116 117 118 119 120 121
(11)
Actualisering prijspeil voorber. krediet vernieuwbouw TCC Lyceumstraat Voorbereidingskrediet vernieuwbouw TCC Lyceumstraat (geen fasering) Reeds gedekt in meerjarensaldo Actualisering prijspeil bouwkrediet vernieuwbouw TCC Lyceumstraat Bouwkrediet vernieuwbouw TCC Lyceumstraat (geen fasering)
25
80
3
3
3
552
22
22
22
(21)
(21)
(21)
681
27
10.494
420
TE HONOREREN AANVULLEND BELEID 2025 (AUTONOOM, ONONTKOOMBAAR, REEDS INGEZET) Onderdelen (x € 1.000)
KREDIET
122
Actualisering prijspeil VAT-kosten TCC Lyceumstraat
123
Actualisering prijspeil voorbereidingskrediet gymzalen of sporthal TCC Lyceumstraat Voorbereidingskrediet gymzalen of sporthal TCC Lyceumstraat (geen fasering) Reeds gedekt in meerjarensaldo
124 125 126 127 128 129 130
2025
2026
6
5 174
Actualisering prijspeil bouwkrediet gymzalen of sporthal TCC Lyceumstraat Inzet restant stelpost Inflatie (dekkingsmiddel t.b.v. IHP)
(98)
Bouwkrediet gymzalen of sporthal TCC Lyceumstraat (geen fasering) Fasering aflossing restant boekwaarde gebouw uit 2002 TCC Lyceumstraat (2025-2026) Reeds gedekt in meerjarensaldo
3.299
0
0
7
7
7
(7)
(6)
(6) (4)
(478)
(476)
(474)
(472) 132
1.670 (1.670)
132
(346)
133
Fasering dekking via Algemene Reserve
2.016
134
Fasering vrijval kapitaallasten wegens sloop gebouw uit 2002 TCC Lyceumstraat (2026-2027) Reeds gedekt in meerjarensaldo
135
2028
160
Fasering sloopkosten gebouw uit 2002 TCC Lyceumstraat (2025-2026) Reeds gedekt in meerjarensaldo
131
2027
346
(2.016) (110)
(110)
110
110
110
Maatwerkvoorzieningen/- dienstverlening 136
Invoering reële tarieven en implementatietraject (Jeugd)
997
997
997
997
137
Invoering reële tarieven en implementatietraject (WMO)
0
0
0
0
28
27
27
681
998
2.204
Programma 5: Maatschappelijke Ondersteuning Facilitair 138
Nieuwe burostoelen (vervanging Arbo/veiligheid)
240
Totaal aanvullend beleid (afgerond)
2.7.3
63.669
710
Niet te honoreren beleidsontwikkelingen
NIET TE HONOREREN NIEUW/AANVULLEND BELEID 2025 Onderdelen (x € 1.000)
KREDIET
2025
2026
2027
2028
4
4
7
7
Programma 4: Cultuur, Sport en Ontspanning Sportbeleid activering Masterplan Vondelpark 2.0 (2025)
94
Masterplan Vondelpark 2.0 (2026)
93
Masterplan Vondelpark 2.0 (2027)
124
Programma 6: Financiële Algemene Dekkingsmiddelen Interne dienstverlening
26
4
8
NIET TE HONOREREN NIEUW/AANVULLEND BELEID 2025 Onderdelen (x € 1.000)
KREDIET
2025
2026
2027
2028
140
140
140
45
140
144
151
64
Aantrekkelijke werkgever & Organisatie Totaal niet te honoreren nieuw/aanvulelnd beleid (afgerond)
2.8
311
Indicatief subtotaal komende planperiode
Onderdelen (x € 1.000) h. Indicatief subtotaal komende planperiode
2024 N
699
2025 V
915
2026 V
175
2027 N
519
2028 N
1.301
Zoals in tabel 1 is te lezen verwachten we, rekening houdend met alle voorgaande informatie, voor de komende planperiode af te stevenen op negatieve begrotingssaldi voor alle jaarschijven van de komende programmabegroting 2025-2028.
2.9
Voorgesteld voorlopig dekkingsplan
Onderdelen (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
i. Voorgesteld voorlopig dekkingsplan: * Stelpost taakstelling
Pm
Pm
Pm
Pm
V
Pm
Het begrotingsresultaat, zoals bij ‘h.’, leidt in principe tot repressief toezicht (controle achteraf) door de Provincie. De meerjarenraming (laatste jaarschijf) is weliswaar niet sluitend, maar de begroting (1e jaar) vertoont een overschot. Voor het verkrijgen van repressief toezicht (met code oranje) is de voorwaarde dat óf de begroting óf de meerjarenraming sluitend is. Op basis van de ‘Notitie Incidenteel/structureel van het Bestuurlijk Overleg Financiële-verhoudingen (BOFv) is het gemeenten toegestaan om maximaal 10% van het surplus in de algemene reserve in te zetten als structureel dekkingsmiddel. De jaarschijven 2027 en 2028 kunnen, afhankelijk van de omvang van het weerstandsvermogen, met een onttrekking aan de Algemene Reserve sluitend worden gemaakt, waarmee in principe aan de voorwaarden voor ‘code groen’ wordt voldaan. Voorlopig laten we deze tekorten echter ‘staan’, om onze ‘claim’ richting het Rijk gestand te doen.
2.10
Totaalresultaat
Onderdelen (x € 1.000) J. TOTAALRESULTAAT
2024 N
699
2025 V
915
2026 V
175
2027 N
519
2028 N
1.301
Het bestendige financiële uitgangspunt voor de gemeente Oldenzaal is om jaarlijks een sluitende (meerjaren) begroting aan te bieden. In combinatie met het gezonde weerstandsvermogen van de gemeente Oldenzaal en de uitkomsten van het traject ‘ambities en Middelen in balans’ kan aan dit uitgangspunt voor de planperiode 2025-2028 worden voldaan. In afwachting van duidelijkheid omtrent de nieuwe financieringssystematiek van het Rijk worden echter vooralsnog de negatieve saldi voor de jaarschijven 2027 en 2028 gehandhaafd.
27
3
Ontwikkelingen en Risico’s
Een 1e doorrekening van de geformuleerde begrotingsuitgangspunten en de voorgestelde inboeking van de maatregelen uit ‘ambities en Middelen in balans’ (Spoor 2 volledig en Spoor 1, categorieën onderuitputting en belastingen & tarieven) levert voorlopig positieve saldi op voor de jaarschijven 2025 en 2026, en begrotingsnadelen voor de jaren daarna. De komende periode, richting de definitieve vaststelling van de Programmabegroting 2025, zullen deze saldi verder worden ‘gefinetuned’ door onder meer verwerken van de (financiële) effecten van de meicirculaire 2024. Financieel gezien wordt er bij deze Kadernota 2025 een relatief somber meerjarenperspectief gepresenteerd. De eerste twee jaarschijven 2025 en 2026 kunnen slechts door middel van de inzet van bezuinigingsmaatregelen sluitend worden gemaakt, terwijl de jaren 2027 en 2028 nog steeds negatieve saldi laten zien. Dit is niet verrassend. De door het Rijk aangekondigde wijziging in de financieringssystematiek houdt Nederlandse gemeenten al tijden in een wurggreep, zonder dat er direct zicht is op een heldere en structureel passende oplossing. Daarnaast doen de effecten van inflatie, gestegen rentes en nadelen op aanbestedingen zich nog steeds voelen.
Op basis van het hoofdlijnenakkoord tussen PVV, VVD, NSC en BBB is het voorlopig nog lastig in te schatten wanneer meer duidelijkheid ontstaat omtrent de gemeentefinanciën en wat de financiële gevolgen dan zijn voor Nederlandse gemeenten. In de onlangs verschenen Voorjaarsnota 2024 werd in ieder geval aangekondigd dat de (oploop) van de opschalingskorting wordt geschrapt. Daarmee zou de korting op het gemeentefonds van € 3 miljard met € 675 miljoen worden verminderd. In deze Kadernota hebben wij in concept reeds met de uitkomsten van de Voorjaarsnota 2024 ‘gerekend’. Pas na het verschijnen van de meicirculaire ontstaat echter definitieve zekerheid. In combinatie met het gezonde weerstandsvermogen en de uitkomsten van het traject ‘ambities en Middelen in balans’ kan Oldenzaal op basis van de uitkomsten van de Kadernota 2025 wederom voldoen aan de nagestreefde repressieve vorm van toezicht door Provincie Overijssel. In afwachting van duidelijkheid omtrent de nieuwe financieringssystematiek van het Rijk worden echter vooralsnog de negatieve saldi voor de jaarschijven 2027 en 2028 gehandhaafd. Verder dienen er bij dit gepresenteerde perspectief enkele aanvullende nuanceringen en actuele risico’s te worden benoemd. 3.1
Risico’s en aandachtspunten
Ambities en middelen in Balans- Spoor 2 Vanwege de ontstane en te verwachten hogere financiële tekorten vanaf 2026 heeft het college het initiatief genomen om te inventariseren welke mogelijkheden er zijn om inkomsten te verhogen en te bezuinigen. In het door uw Raad geaccordeerde traject ‘ambities en Middelen in balans’ zijn langs 2 sporen de ‘besparingsopties’ inzichtelijk gemaakt; in spoor 1 is per beheers product de afweging gemaakt ‘wat kan anders en of minder’, terwijl in spoor 2 met name is gekeken naar de financieel technische ombuigingsmogelijkheden. Met name de keuzes die gemaakt gaan worden in ‘spoor 2’ kunnen van invloed zijn op de uitgangspunten voor de Programmabegroting 2025. Vooral ook omdat in deze Kadernota 2025 wordt voorgesteld om diverse maatregelen uit spoor 2 reeds ‘in te boeken’ bij de totstandkoming van de Programmabegroting 2025-2028. Te denken valt hierbij onder meer aan het heroverwegen van afschrijvingstermijnen en restwaarden, de systematiek van indicering, het opnemen van een stelpost onderuitputting Kapitaallasten en ‘treasury-maatregelen’, die een effect hebben op de gehanteerde rente-omslag c.q. rentelasten. Het direct implementeren van de maatregelen uit spoor 2 ligt voor de hand: hiermee worden namelijk de maatregelen geëffectueerd die een geringe maatschappelijke impact hebben.
Ze zijn ook vanuit financieel-technisch oogpunt te verantwoorden en maken dat de toekomstige financieel technische uitgangspunten die Oldenzaal hanteert reëel en actueel zijn en passen bij een moderne kijk op bedrijfsvoering. 28
Wel verhogen de voorgestelde financieel-technische maatregelen het risicoprofiel van de gemeente. Deze zijn verantwoord, maar dienen vergezeld te gaan van een gezond weerstandsvermogen dat bepaald is aan de hand van een gedegen inventarisatie van risico’s in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicomanagement’. ‘Claim op het Rijk’ Door de aangekondigde nieuwe financieringssystematiek voor het gemeentefonds per 2026 en de structurele uitname door het Rijk van € 4 miljard, waar tot op heden slechts voor € 2 miljard aan (incidentele) reparatie op is gedaan, bedraagt de totale netto korting voor Oldenzaal op het gemeentefonds ca. € 4 miljoen. In deze Kadernota presenteert Oldenzaal vooralsnog een begroting met negatieve saldi voor de jaren 2027 en 2028, oplopend tot een bedrag van € 1,3 miljoen in 2028. Dit tekort wordt bewust gepresenteerd, om de Oldenzaalse ‘claim op het Rijk’ nog eens te benadrukken. De inmiddels geïnventariseerde maatregelen uit ‘ambities en middelen in balans‘ worden gedeeltelijk bij de Kadernota 2025 ‘ingeboekt’. De resterende maatregelen worden vooralsnog ‘achter de hand’ gehouden, in afwachting van het al dan niet tot uitkering komen van de ‘claim op het Rijk. Vooralsnog heeft de nieuwe regering het in haar hoofdlijnenakkoord nagelaten om een nieuwe weg in te slaan. Dat maakt dat het uiteindelijk kunnen ‘verzilveren’ van de claim hoogst onzeker is.
Mocht het Rijk ‘over de brug komen’ met financiële middelen dan wordt voorgesteld om met 50% van dat bedrag de OZB minder te verhogen en met 50% van dat bedrag overige bezuinigingsmaatregelen niet door te voeren. Rentelasten In spoor 2 worden maatregelen voorgesteld om de rentelasten te verminderen. Toch blijft Oldenzaal, door de ambitieuze investeringsagenda in combinatie met de huidige leningenportefeuille, relatief kwetsbaar voor rentestijgingen. Voor de Programmabegroting 2025 is de omslagrente verhoogd van 1,25% naar 1,50%. Gezien de renteontwikkelingen lijkt een verdere stijging op korte termijn niet waarschijnlijk. Om echter een indicatie te geven: de stijging van de omslagrente van 0,25% in 2025 betekent structureel een extra last voor de begroting 2025 van circa € 335.000. Budgetten Jeugdhulp Vrijwel alle gemeenten in Nederland hebben te maken met structurele tekorten op de budgetten jeugdhulp. Ook voor Oldenzaal blijft dit een voortdurend risico. Daarvoor zijn verschillende oorzaken, zoals de ‘decentralisatiekorting’ van het Rijk van € 1 miljard op de Jeugdzorg, de toename van de hulpvraag en de toegenomen zorgzwaarte van cliënten. Met de recente verhoging van het jeugdhulpbudget komt het Rijk gemeenten slechts gedeeltelijk tegemoet.
Tijdens het VNG-congres van 4 juni jl., riepen gemeenten met grote meerderheid het VNG-bestuur op zich blijvend in te zetten voor stevige structurele bijdragen in de jeugdhulp én onderzoek naar de kosten- en volumegroei. 3.2
Gemeentefonds
De uitkomsten van de decembercirculaire 2023 worden meegenomen en financieel verwerkt bij de Voorjaarsnota 2024. De bijdragen uit het gemeentefonds voor de gemeente Oldenzaal na decembercirculaire 2023 zien er als volgt uit: Onderdelen (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Algemene uitkering
72.759
73.221
66.940
67.160
Over de ontwikkelingen van het gemeentefonds en de aanstaande nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026 is al veel geschreven in deze Kadernota 2025. Ondanks dat het Rijk aangeeft te streven naar een financieringssystematiek die “gemeenten en provincies stabiliteit biedt en ruimte geeft om autonome keuzes te maken, vanuit een solide financiële basis”, is de onzekerheid voor gemeenten groter dan ooit. Inmiddels heeft het Rijk in de Voorjaarsnota 2024 de (oploop) van de opschalingskorting teruggedraaid en een incidentele compensatie van € 1 miljard ‘teruggegeven’. Daar stond echter weer een (eenmalige) 29
korting op de uitkering 2025 tegenover. Onderstaand vindt u een indicatieve vertaling van de Voorjaarsnota 2024 voor de gemeente Oldenzaal. Bij de meicirculaire 2024 zal een en ander nader geconcretiseerd worden Onderdelen (x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Indicatie Voorjaarsnota 2024 voor Oldenzaal
-542
2.079
2.008
1.980
3.3
Weerstandsvermogen
Bij het weerstandsvermogen gaat het om de relatie tussen weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Het gaat dus om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat direct het beleid gewijzigd moet worden. Van de reserves, die invulling geven aan de incidentele component van het weerstandsvermogen, kan op basis van de huidige informatie het volgende overzicht worden gemaakt. Onderdelen (x € 1.000) (excl. Resultaat 2023)
1-1-2024
1-1-2025
1-1-2026
1-1-2027
1-1-2028
Algemene reserve
15.165
20.322
20.160
18.299
15.744
Algemene reserve grondexploitatie
3.186
3.684
3.684
3.684
3.684
Bestemmingsreserves Alg. Dienst
19.017
18.417
Bestemmingsreserves grondexploitatie
11.707
19.011 10.197
10.197
17.667 10.197
17.073 10.197
Totaal reserves
49.075
53.214
52.458
49.847
46.698
De algemene reserve wordt gevormd door vermogensbestanddelen die nog geen bestemming hebben gekregen en in bedrijfseconomisch opzicht vrij aanwendbaar zijn. Daarom vormt de algemene reserve ook de buffer van de gemeente en is in die zin ook een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke weerstandscapaciteit. In de op 25 maart 2020 door uw raad vastgestelde beleidsnotitie reserves en voorzieningen 2020 is het beleid met betrekking tot de gewenste (minimum)omvang van de algemene reserve aangepast. Sinds jaren was de gewenste minimumomvang 6,6% van de begrotingsomvang. Sinds de herziening wordt de norm gekoppeld aan de risico’s en wordt dit inzichtelijk gemaakt met behulp van de weerstandsratio. De weerstandsratio voor wordt berekend door de som van de algemene reserves (31 december 2023) algemene dienst (15,2 mln.) en grondexploitatie (3,2 mln.) te delen door de som van de geïnventariseerde risico’s (3,9 mln.) en de ondergrens van de algemene reserve grondexploitatie (2,1 mln.). Concreet betekent dit voor 2024 een verwachte weerstandsratio van 3. Bij genoemde herziening is besloten de weerstandsratio in Oldenzaal vast te stellen op 2. Dus ultimo 2023 kwamen we uit boven de door ons zelf bepaalde norm. Het voorlopig jaarrekeningresultaat 2023 is naar verwachting substantieel positief. Dit saldo maakt nog geen onderdeel uit van bovenstaande presentatie van het weerstandsvermogen.
3.4
Overige risico’s
Naast de al genoemde ontwikkelingen zijn er nog overige risico’s te benoemen waarop weliswaar in meer of mindere mate invloed uitgeoefend kan worden, maar die zich vooralsnog lastig in financiële zin laten vertalen. In dat kader zijn de bij de jaarrekening 2023 benoemde risico’s met mogelijke structurele doorwerkingen naar 2025 onder andere:
effecten nieuw Twents inkoopmodel WMO en Jeugdzorg vallen tegen; risico Informatiebeveiliging waaronder ‘gehackt worden’ (ransom); afrekening bodemsanering Ootmarsumsestraat met Provincie; aanzuigende werking verlaging Eigen Bijdrage WMO; 30
onvoorspelbaarheid aantallen cliënten en typen zorg WMO & Jeugd; doelstellingen uitvoering WSW blijken niet haalbaar; renteontwikkeling; Inflatieontwikkeling; Prijsstijging realisatie IHP Onderwijs; extreme weersomstandigheden; meer cliënten vanuit het gedwongen kader c.q. rechtstreeks doorverwezen dan verwacht; prijsstijgingen ten gevolge van AMvB Reële prijs Wmo 2015; Regeling Specifieke Uitkering Sport (SPUK); Incidenten bij evenementen; legesinkomsten; vastgoedportefeuille leegstand en huurderving; risico AVG-incident waaronder boete bij meldplicht datalekken; gladheidsbestrijding; verbonden partijen; Nieuwe financieringssystematiek gemeentefonds; Risico budgetdruk WMO door stapeling maatregelen; Kostendekkend maken leges burgerzaken.
Deze en aanvullende geïnventariseerde risico’s zullen zoals gebruikelijk, een plek krijgen in de paragraaf Weerstandsvermogen van de komende programmabegroting 2025.
31
4
Conclusies
Met de voorliggende Kadernota 2025 is het startsein gegeven voor de Programmabegroting 2025. De begroting 2024 was gebaseerd op het raadsprogramma 2022-2026, waarin de ambities voor de komende jaren zijn neergezet. Het raadsprogramma vormt ook voor deze Kadernota 2025 de leidraad. We werken verder aan de ambities die vanuit het raadsprogramma vertaald zijn. Dit resulteert in een Kadernota 2025 waarbij we, ondanks de financieel onzekere tijden, ambitie tonen en blijven investeren om de stad leefbaar en aantrekkelijk te houden. Dat alles onder het gesternte van een krappe arbeidsmarkt, die ook nog eens gepaard gaat met financieel onzekere tijden voor gemeenten. De door het Rijk aangekondigde wijziging in de financieringssystematiek houdt Nederlandse gemeenten al tijden in een wurggreep, zonder dat er direct zicht is op een heldere en structureel passende oplossing. Daarnaast doen de effecten van inflatie, gestegen rentes en nadelen op aanbestedingen zich nog steeds gelden. Wij kunnen u desondanks een ambitieus en realistisch pakket aan beleidsvoornemens presenteren. Op verschillende terreinen wordt fors en evenwichtig geïnvesteerd, zoals onderwijshuisvesting, gymzalen en sporthallen, huisvesting sociaal plein, wijkverbeterplan Glinde Hooiland en toekomst stadhuis. Verder willen we in ieder geval 1.000 woningen bijbouwen.
Maar we constateren ook dat dit niet voldoende is voor de lange termijn om een aantrekkelijke en leefbare stad te blijven voor jong en oud; groei is nodig. Tevens blijven we inzetten op intensivering van participatie met onze burgers en streven we ernaar om onze gemeente nog digitaal toegankelijker te maken. Ook stelt het College voor om voor de viering van ’80 jaar vrijheid Oldenzaal’ middelen beschikbaar te stellen. Tegelijkertijd moeten we met het vaststellen van de Kadernota 2025 constateren dat de financiële contouren voor de Programmabegroting 2025-2028 niet gunstig zijn. Bij de huidige inzichten kunnen we voor de eerste twee begrotingsjaren weliswaar ‘zwarte’ cijfers presenteren, maar dit is voornamelijk het gevolg van de (gedeeltelijke) ‘inboeking’ van resultaten uit het traject ‘ambities en Middelen in Balans’. 2025 kunnen we daardoor afsluiten met een plus van € 0,9 miljoen, gevolgd door een eveneens positief resultaat voor 2026 van € 175.000. In de jaren daarna lopen de tekorten echter op, tot € 1,3 miljoen in 2028. De relatief ‘houdbare’ tekorten zijn voornamelijk het gevolg van inboeking van bezuinigingsmaatregelen. Wij hebben met het project ‘ambities en middelen in balans’ geïnventariseerd welke mogelijkheden er zijn om een structureel sluitende begroting 2025-2028 te krijgen.
Voor de resultaten hiervan verwijzen wij u naar het betreffende raadsvoorstel en het document ‘ambities en middelen in balans’. In deze Kadernota wordt echter alvast voorgesteld om een deel van deze maatregelen mee te nemen bij de totstandkoming van de begroting 2025. De mogelijke bezuinigingsmaatregelen gaan hoe dan ook impact hebben op organisaties, verenigingen en instellingen. Tot aan de programmabegroting 2025 nemen we de tijd om de betreffende partners te informeren. We voeren deze gesprekken zorgvuldig en transparant. Ondanks de inmiddels uitgevoerde inventarisatie van bezuinigingsmaatregelen, kiezen wij er vooralsnog bewust voor de tekorten voor 2027 en 2028 transparant te presenteren. Door de aangekondigde nieuwe financieringssystematiek voor het gemeentefonds per 2026 en de structurele uitname door het Rijk van € 4 miljard, bedraagt de totale netto korting voor Oldenzaal op het gemeentefonds ca. € 4 miljoen. De tekorten voor 2027 en 2028 worden dan ook bewust gepresenteerd om de Oldenzaalse ‘claim op het Rijk’ nog eens te benadrukken. De inmiddels geïnventariseerde maatregelen uit ‘ambities en middelen in balans‘ worden vooralsnog gedeeltelijk achter de hand’ gehouden, in afwachting van het al dan niet tot uitkering komen van de ‘claim op het Rijk.
Wellicht geeft de meicirculaire 2024 nadere informatie, maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat een ‘langere adem’ waarschijnlijk vereist is. Ondertussen gaan we in 2025 echter niet achterover leunen, maar blijven we investeren in onze stad en houden we onze voorzieningen in stand. We zijn tegelijkertijd realistisch en nemen onze verantwoordelijkheid wanneer het Rijk ons niet tegemoet komt. Met de voorliggende Kadernota 2025 geven we invulling aan deze ambities. Samen werken we aan onze stad Oldenzaal. 32
33
We stellen u voor door middel van het vaststellen van deze Kadernota in te stemmen met de hierin opgenomen kaders voor het opstellen van de programmabegroting 2025.
Oldenzaal, 8 juli 2024 Het college van burgemeester en wethouders
De secretaris, G.A. Tiebot
de burgemeester, P.G. Welman
34
Bijlage 1. Gedetailleerde uitwerking van de uitgangspunten Samenvatting (op te nemen in Kadernota 2025 en Programmabegroting 2025) De basis voor het ramen van het aanvaarde beleid voor de planperiode 2025-2028 is de in de raadsvergadering van 13 november 2023 vastgestelde programmabegroting 2024. Voor het bepalen van de budgetten aanvaard beleid rekening houden met de volgende (procentuele) ontwikkelingen: Lastenontwikkeling: Lonen en sociale lasten Goederen en diensten Gemiddelde index (loon- en prijsontwikkeling) Omslagrente Index Sociaal Domein
5,60 % 1,38 % (*) 3,49 % 1,50 % 5,24 %
(*) In het kader van het traject ‘ambities en Middelen’ wordt in ‘Spoor 2’ voorgesteld om voor 2025 een eenmalige ‘korting’ van 0,625 % door te voeren op de index voor goederen en diensten. De aanvankelijk berekende index van 2 % komt na correctie 2025 dan uit op (afgerond) 1,38%. Batenontwikkeling: Nominale loonontwikkelingen Nominale prijsontwikkeling Gemiddelde loon-/prijsontwikkeling Autonome volumeontwikkelingen.
5,60 % 1,38 % 3,49 %
Eigen belastinggebied: huurtarieven gemeentelijk vastgoed aanpassen conform bovenstaande prijsontwikkeling van goederen en diensten (1,38%); tarieven algemene heffingen hanteren zoals deze zijn vastgesteld bij de laatst vastgestelde begroting, aangepast met een gemiddelde van de index voor loon- en prijsontwikkeling; overige tarieven hanteren zoals deze zijn vastgesteld bij de laatst vastgestelde begroting; rekening houden met de voor de planperiode verwachte autonome volumeontwikkelingen ten aanzien van de kerngegevens; rekening houden met 100% kostendekking ten aanzien van reinigings-/afvalstoffenheffing en rioolheffing (voor beide netto na kwijtschelding).
35
Gedetailleerde uitwerking van de uitgangspunten Voorgesteld wordt bij de P&C-instrumenten voor de planperiode 2025-2028 uit te gaan van de volgende uitgangspunten en richtlijnen: De basis voor het ramen van het aanvaarde beleid voor de planperiode 2025-2028 is de in de raadsvergadering van 13 november 2023 vastgestelde programmabegroting 2024. Voor het bepalen van de budgetten aanvaard beleid rekening houden met de volgende (procentuele) ontwikkelingen: I.
Algemeen
De in de raadsvergadering van 13 november 2023 vastgestelde Programmabegroting 2024 vormt de basis voor de P&C-instrumenten voor de komende planperiode; Een structureel en reëel sluitende meerjarenbegroting, d.w.z. dat tenminste de structurele lasten worden gedekt door structurele baten; Bij de op te nemen ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de meest recente raming van het Centraal Planbureau (CPB). Voor dit moment betekent dit concreet het Centraal Economisch Plan (CEP) 2024 van februari 2024. Volgens een bestendige gedragslijn gaan wij voor de begrotingsuitgangspunten uit van de verwachtingen van het CPB, zoals verwoord in het CEP. De meerjarenbegroting wordt opgesteld op basis van constante lonen en prijzen naar het verwachte prijspeil van 2025; Bij het samenstellen van de ramingen voor aanvaard beleid is slechts plaats voor autonome volumeontwikkelingen, conform de kerngegevens in paragraaf V. De hieruit voortkomende budgetten, zoals in de beheersbegroting van het lopende dienstjaar opgenomen, zijn bindend. Verwachte grote mutaties hierop (voor de goede orde: dit kunnen zowel mee- als tegenvallers betreffen) dienen daarom dus tijdens het proces van opstelling van het P&C-document, inclusief motivatie, aangeleverd te worden conform de procedure die geldt voor “nieuw/aanvullend beleid”.
Alle overige (volume)ontwikkelingen worden per definitie als “aanvullend beleid” aangemerkt en dienen als zodanig, conform de procedure die hiervoor geldt, tijdens het proces van opstelling van het P&C-document aangeleverd te worden.
II.
Uitgangspunten voor de lasten aanvaard beleid
1.
Loonontwikkeling Op basis van het CEP is de verwachte stijging van de loonvoet voor de sector overheid 6,4% in 2024 en 4,4% in 2025. In de programmabegroting 2024 werd rekening gehouden met een stijging voor 2024 van 5,2%. De bestendige lijn zou zijn de 6,4% voor 2024 te verhogen met een correctie op de begroting 2024 van 1,2% (6,4% - 5,2%), exclusief eventuele formatieontwikkelingen bij aanvullend beleid. Het indexpercentage lonen en sociale lasten 2025 komt daarmee op 5,6%. In de toelichting op het CEP wordt aangegeven dat in het genoemde percentage rekening is gehouden met de incidentele loonontwikkeling. Hiervoor behoeft dus geen extra budget opgenomen te worden.
2.
Prijsontwikkeling Bij het ramen van deze component laten we ons volgens een bestendige lijn eveneens leiden door prognoses (en werkelijkheid met betrekking tot de afgelopen jaren) van het CPB. Als we dan de betreffende info uit het CEP van maart 2023 (waarmee we in de begrotingsuitgangspunten voor de begroting 2024 rekening hebben gehouden) en februari 2024 met elkaar vergelijken zitten er op het onderdeel prijsinflatie (prijs materiële overheids-consumptie imoc) verschillen. Voor de compensatie van de verschillen kijken we gebruikelijk 3 jaar terug. Voor de raming van de prijsontwikkeling voor de jaren 2025 en volgende sluiten we aan bij de prijscompensatie waarmee bij de raming van de algemene uitkering ook rekening wordt gehouden. De algemene uitkering is voor dit onderdeel eveneens gebaseerd op het laatste CEP. In de uitgave van februari 2024 heeft het CPB de prijsontwikkeling voor overheidsconsumptie voor 2025 geraamd op 2,2%. Onderstaand een overzicht van inflatiecijfers geraamd in verschillende uitgaven van het CPB waarop 36
wij ons voor de prijsontwikkeling baseren.
Jaar 2022 2023 2024 Correctie vorige jaren 2025 Correctie ‘A&M’ (*) Totaal
CEP 2023 5,10% 5,90% 3,90%
CEP 2024 7,70% 4,10% 2,90%
Verschil +2,60% -1,80% -1,60% -0,20%
-
2,20%
14,90%
16,90%
+2,20% -0,625% +1,38%
Bovenstaande tabel interpreterend is de conclusie dat de budgetten, zoals die zijn opgenomen in de begroting 2024, als gevolg van de actuele prijsinflatie te hoog zijn geraamd. We adviseren voor het dienstjaar 2024 niets te wijzigen, temeer omdat het niet ongebruikelijk is dat ook de komende jaren nog steeds mutaties in deze percentages kunnen optreden. Bovendien wordt door bovenstaande handelwijze, bij het bepalen van het inflatiepercentage voor het dienstjaar 2025, wél rekening gehouden met deze verschillen. Volgens de bestendige lijn zouden we voor de komende planperiode rekening houden met een prijsontwikkeling van 2,0%. In het kader van het traject ‘ambities en Middelen’ wordt in ‘Spoor 2’ voorgesteld om voor 2025 een eenmalige ‘korting’ van 0,625 % door te voeren op de index voor goederen en diensten. De aanvankelijk berekende index van 2 % komt na correctie 2025 dan uit op (afgerond) 1,38%. 3.
Indexering Sociaal Domein Met ingang van de begroting 2021 is besloten om voor het Sociaal Domein een andere index te hanteren dan voor de rest van de begroting. Dit gezien het specifieke karakter van het domein. De indexering gebeurt op basis van een percentage dat de overheid vaststelt: de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Voor 2024 werd op basis van dit indexcijfer een (voorlopig) percentage van 4,94% doorgevoerd. De definitieve index kwam voor 2024 uit op 6,00%, waardoor in 2024 feitelijk een te lage index is gehanteerd. Conform de bestendige gedragslijn gaan we deze te lage indexering (1,06%) corrigeren op de (voorlopige) index 2025 van 4,18%. Het te hanteren indexcijfer voor 2025 komt hiermee op 5,24%. In onderstaande tabel de samenvatting van bovenstaande:
Jaar 2024 Correctie vorige jaren 2025 Totaal
CEP 2023 4,94%
CEP 2024 6,00%
Verschil +1,06% +1,06%
4,94%
4,18% 10,18%
+4,18% +5,24%
4.
Renteontwikkeling De omslagrente heeft alleen betrekking op de rente over vreemd vermogen. De meest recente berekening hiervan resulteert in een gewijzigde renteomslag voor de begroting 2025 van 1,50% (2024 1,25%). Voor grondexploitatie is een afwijkende berekening van toepassing. Ook hiervoor zal in 2025 een gewijzigd) rentepercentage van 1,50% worden gehanteerd. Ter gelegenheid van de opstelling van de programmabegroting 2025 zal er nog een gedetailleerde doorrekening van de omslagrente plaats vinden, maar de verwachting is niet dat deze substantieel zal afwijken.
5.
Ontwikkeling subsidies Gesubsidieerde instellingen worden bij de vaststelling van hun jaarlijkse subsidies gecompenseerd voor de bij de begrotingsuitgangspunten opgenomen verwachte loon- en prijsontwikkelingen. Gead37
viseerd wordt deze handelwijze voor de planperiode 2025-2028 te handhaven. Dit betekent dat de bestaande subsidies vanaf 2025, ten opzichte van de begroting 2024, voor wat betreft de looncomponent met 5,60% mogen stijgen en voor wat betreft de prijzen van goederen en diensten 2,0%. Het gemiddelde percentage hiervan bedraagt 3,8%. III.
Uitgangspunten voor de baten aanvaard beleid
1.
Rijksuitkeringen Ten aanzien van de baten aanvaard beleid spelen de rijksuitkeringen een belangrijke rol. In dat verband zijn de economische ontwikkelingen ontzettend belangrijk. De verwachtingen op dit gebied (basis CEP 2024) zijn dat de Nederlandse economie terugkeert naar een ‘gematigd groeipad, na een turbulente periode’. De koopkracht herstelt in 2024 stevig dankzij de stijging van de lonen en de daling van de inflatie. In 2025 groeit de koopkracht naar verwachting niet verder. De Nederlandse economie groeit in 2024 en 2025 naar verwachting met respectievelijk 1,1% en 1,6%. De economie is enigszins afgekoeld, na oververhit uit de coronapandemie te zijn gekomen. De afgelopen jaren zijn voor de economie turbulent geweest. Corona heeft de economie uit het lood geslagen: tijdens de heropening kon het aanbod de inhaalvraag niet bijbenen met lange wachttijden, tekorten, arbeidsmarktkrapte en inflatie tot gevolg. Er is nu een koerswijziging nodig ten aanzien van de overheidsfinanciën. Het EMU-saldo is ondanks het expansieve beleid van de afgelopen jaren, de afgelopen twee jaar op een gematigd tekort uitgekomen. Dat de overheidsfinanciën niet verder uit het lood zijn geslagen, is te danken aan hoogconjunctuur, onder uitputting en incidentele inkomstenmeevallers.
Als gevolg van het nog steeds expansieve beleid van het huidige demissionaire kabinet, zal het tekort al op de korte termijn sterk verslechteren. Het CPB verwacht dat het tekort vanaf 2028 niet meer binnen de 3%-norm vanuit de Europese begrotingsregels blijft. Het advies van de Studiegroep Begrotingsruimte om met een saldoverbetering van 17 miljard euro een veilige marge te houden tot de 3%-norm om ad-hoc bezuinigingen te voorkomen, blijft daarmee onverkort actueel. Bovenstaande ontwikkelingen zullen uiteraard ook hun weerslag vinden op de uiteindelijk te ontvangen algemene uitkering. Hierbij kon in zijn algemeenheid gesteld worden dat hogere/lagere rijksuitgaven, in het verleden en tot aan 2026, als vanzelfsprekend zouden leiden tot een hogere/ lagere algemene uitkering. Deze stijging/daling, accres genaamd, was bedoeld voor compensatie van loonen prijsstijgingen en om gemeenten mee te laten delen in hetzij budgettaire ruimte, hetzij bezuinigingen bij de overheidsfinanciën. Het kabinet heeft echter het voornemen om voor de periode vanaf 2026 een nieuwe financieringssystematiek voor het gemeentefonds uit te werken met daarbij ook een verruiming van het gemeentelijke belastinggebied.
Het Kabinet geeft daarbij aan te streven naar een financieringssystematiek die “gemeenten en provincies stabiliteit biedt en ruimte geeft om autonome keuzes te maken, vanuit een solide financiële basis”. Vooruitlopend hierop heeft het Kabinet voor 2026 eenzijdig de huidige systematiek ‘opgezegd’ en de jaarlijkse aanpassing van het gemeentefonds voor stijgende lonen, prijzen en het aantal inwoners (het zogenoemde accres) teruggezet naar een lager niveau. Tevens werd voor 2026 de terugkeer van de volledige opschalingskorting weer aangekondigd. Als gevolg hiervan komen gemeenten vanaf 2026 (ravijnjaar) structureel middelen te kort om hun taken uit te voeren. In de onlangs verschenen Voorjaarsnota 2024 van het Kabinet staat dat decentrale overheden er vanaf 2026 structureel middelen bij krijgen voor onder andere de uitvoering van de WMO en om de oploop van de opschalingskorting op het Gemeente- en Provinciefonds af te schaffen, waardoor taken en middelen beter in balans zijn. Over de definitieve gevolgen van de Voorjaarsnota 2024 worden gemeenten via de meicirculaire 2024. In de Voorjaarsnota 2024 is de aangekondigde nieuwe financieringssystematiek vervroegd van 2027 naar 2024. Het betekent dat het volume accres vanaf 2024 wordt gebaseerd op de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp).
In verband met het vervroegen van de gewijzigde bbp-indexatie van 2027 naar 2024 daalt het accres voor de jaren 2024 tot en met 2029. Voor 2024 wordt dit volledig gecompenseerd en voor 2025 voor ongeveer 50%, zodat een tekort van € 675 miljoen resteert. 38
Voor de jaren 2026 tot en met 2029 vindt vervolgens compensatie plaats, zodat uiteindelijk voor de gemeenten een positief saldo resulteert van € 675 miljoen, gelijk aan het bedrag van het schrappen van de opschalingskorting. Sinds 2015 worden gemeenten dus geconfronteerd met een (opschalings-) korting op het gemeentefonds, die oploopt tot € 975 miljoen in 2026. Deze korting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Sinds 2019 is een stand van de opschalingskorting bereikt van € 300 miljoen. In de Voorjaarsnota 2024 is de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026, een structurele uitname van € 675 miljoen, geschrapt. Op basis van de informatie uit de Voorjaarsnota kunnen we een voorzichtige eerste indicatie geven van de financiële gevolgen. In onderstaande tabel de indicatieve effecten op de Algemene uitkering van de gemeente Oldenzaal. Prognose Oldenzaal Mutaties Voorjaarsnota 2024
2024
2025
2026
2027
2028
208.000
-542.000
2.079.000
2.008.000
1.980.0000
De mei- en septembercirculaires van het Ministerie van Binnenlandse Zaken zullen uiteindelijk bepalend zijn voor de op te nemen ramingen in de P&C-documenten. Voor de kadernota en de programmabegroting wordt in beginsel steeds met de meest recente daaraan voorafgaande circulaire rekening gehouden. De provincie, als financieel toezichthouder, gaat ervan uit dat voor de beoordeling van de begroting van enig jaar tenminste de meicirculaire van het voorafgaande kalenderjaar is verwerkt. Wanneer er voor gekozen wordt de uitkomsten van de septembercirculaire te verwerken dan wordt het van belang gevonden dat hierin een consistent beleid wordt gevoerd. Dit om te voorkomen dat de uitkomsten van deze circulaire gaan bepalen of al dan niet tot verwerking van deze circulaire wordt over gegaan. Omdat de praktijk is dat het verwerken van de septembercirculaire lastig is gelet op het moment van openbaar worden hiervan, adviseren we (bestendige lijn) de ramingen van de rijksuitkering in de ontwerpbegroting jaarlijks te baseren op de meicirculaire. De gevolgen van de septembercirculaire zullen dan worden verwerkt in de eerstvolgende tussentijdse rapportage. Indien realiseerbaar zullen de gevolgen van de septembercirculaire voor de raadsbehandeling van de programmabegroting ter kennisneming aan de raad worden aangeboden, zonder dat deze vervolgens onderdeel van de besluitvorming worden.
Al met al zijn de ontwikkelingen van de financiën van de rijksoverheid uiteindelijk bepalend voor de ontwikkeling van de algemene uitkering. De aanstaande meicirculaire zal een eerste indicatie hiervan opleveren. 2.
Belasting- en tarievenbeleid Het uiteindelijke belasting- en tarievenbeleid betreft zowel een politiek beïnvloedbare als politiek gevoelige materie. De uiteindelijke kaders hiervoor kunnen ter gelegenheid van de bespreking van de kadernota (= kaders aangeven voor het opstellen van de begroting) door de raad gegeven worden. Dit mede afgestemd op de dan geconstateerde financiële positie op hoofdlijnen, het beoogde beleid voor de komende planperiode en het bijbehorende dekkingsplan. Voor het opstellen van de kadernota alsmede voor de begroting aanvaard beleid voor de komende planperiode stellen we voor de tarieven te hanteren zoals deze zijn vastgesteld voor de begroting 2024 waarbij voor de actualisering van de ramingen aanvaard beleid voor de algemene heffingen rekening wordt gehouden met een stijging gelijk aan het gemiddelde van de loon- en prijsindex (3,49%). Verder wordt rekening gehouden met autonome volumeontwikkelingen zoals aangegeven in de kerngegevens opgenomen in paragraaf V. De ramingen met betrekking tot reinigingsheffing en rioolheffing (voor beide netto na kwijtschelding) worden gebaseerd op 100% kostendekking. Specifiek ten aanzien van de huurtarieven gemeentelijk vastgoed stellen we voor deze, voor wat betreft aanvaard beleid, in de pas te laten lopen met de ontwikkeling van de prijzen van goederen en diensten.
Ten aanzien van de kostendekkendheid van leges en begraafplaatsrechten is (nog) geen concreet dekkingspercentage vastgelegd.
39
Bij de uiteindelijk definitief door de gemeenteraad vast te stellen tarieven c.q. het dekkingsplan, opgenomen in de programmabegroting, kan uiteraard van het aanvaard beleid worden afgeweken en kan aandacht besteed worden aan: a) de mate waarin er reden is voor een eventueel afwijkende aanpassing van belastingtarieven; b) de mate van kostendekking voor begraafplaatsrechten, marktgelden en de diverse leges; c) de mate waarin tariefstijgingen voor de overige gebruikers van gemeentelijke eigendommen (bijv. sport- en welzijnsaccommodaties, volkstuinen, openbaar groen, woningen) acceptabel zijn. IV. Uitgangspunten voor beleidsontwikkelingen Ten aanzien van de begrotingsuitgangspunten wordt er onderscheid gemaakt tussen aanvaard beleid en aanvullend beleid. Aanvaard beleid is het beleid, inclusief het bijbehorende budget, zoals dit door de raad is vastgesteld en aanvullend beleid bestaat uit alles wat daar aan wordt toegevoegd en afgehaald, inclusief compleet nieuwe ontwikkelingen. Echter, aanvaard beleid kent óók ontwikkelingen en daar ontstaat af en toe enige spraakverwarring. Teneinde deze spraakverwarring te voorkomen en consequent handelen te realiseren wordt onderstaand proces gevolgd.
Aanvaard beleid (door raad vastgesteld) wordt jaarlijks geactualiseerd in verband met autonome ontwikkelingen op het gebied van lonen en prijzen, rentewijzigingen en autonome volumeontwikkelingen in bijv. aantal woningen, inwoners en andere kerngegevens (paragraaf V). Deze ontwikkelingen worden jaarlijks via de notitie begrotingsuitgangspunten vastgesteld. In feite zijn dit (politiek) niet beïnvloedbare ontwikkelingen en het aanpassen van de budgetten met deze ontwikkelingen zorgt ervoor dat het aanvaarde beleid op verschillende terreinen ongestoord door kan gaan. Indien wordt overwogen om op deze (min of meer onvermijdbare) ontwikkelingen te korten, is er in feite een kwaliteitsdiscussie. Want met het oude niet aangepaste budget moeten dan nieuwe (meestal hogere) lonen en prijzen worden betaald. Dit kan niet anders dan ten koste gaan van kwaliteit. De vraag ontstaat dan wat leidend is, het budget of het vastgestelde beleid. Daarom stellen we voor deze discussie niet jaarlijks aan te gaan en de begrotingsuitgangspunten jaarlijks door te voeren in de budgetten aanvaard beleid. Ook de vervangingsinvesteringen gerelateerd aan de eigen bedrijfsvoering behoren tot de ontwikkelingen aanvaard beleid. Ten aanzien van deze onderdelen is het de bedoeling deze niet zomaar in aanvaard beleid op te nemen. Er dient een afweging plaats te vinden.
Voorgesteld wordt deze afweging expliciet te laten plaatsvinden door deze bij de besluitvorming duidelijk zichtbaar te maken. In de P&C-documenten op te nemen financiële analyse zullen beide vormen van ontwikkelingen aanvaard beleid expliciet in beeld gebracht worden. Naast aanvaard beleid onderscheiden we zoals gezegd aanvullend beleid. Hieronder verstaan we: Volumeontwikkelingen van aanvaard beleid die weliswaar autonoom (onafhankelijk en zonder politieke invloed) tot stand komen maar meer dan normaal (substantieel) toe- of afnemen; Vervangingsinvesteringen niet zijnde vervangingen ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering; In- en extensiveringen of aanpassingen van aanvaard beleid door (wets)wijziging van dit aanvaarde beleid, door voortschrijdend inzicht, bijstelling doelstellingen en/of andere maatschappelijke effecten; Overige ontwikkelingen waarmee inhoudelijk en financieel niet eerder in één van de P&C-producten rekening is gehouden en die al dan niet gebaseerd zijn op politiek bestuurlijke wensen. Dit aanvullend beleid zal zich elk jaar in meer of mindere mate voordoen en wordt via een inventarisatieproces in de organisatie inzichtelijk gemaakt.
Aangezien we ook te maken hebben met beperkte middelen zal er ook altijd sprake zijn van (politieke) afweging en dus worden al deze voorstellen expliciet aan het college voorgelegd alvorens ze via de kadernota in de ontwerpbegroting worden opgenomen.
40
V.
Kerngegevens
Peildatum
Werkelijk 1-1-2024
Prognose 1-1-2025
Prognose 1-1-2026
Prognose 1-1-2027
Prognose 1-1-2028
5.839 18.039
5.968 18.051
5.958 18.013
5.942 17.988
5.942 17.988
4.040
4.135
4.151
4.136
4.136
2.947
2.839
2.879
2.919
2.919
930 31.795 14.253
888 31.881 14.353
890 31.891 14.453
909 31.894 14.553
909 31.894 14.653
396 15 5
390 15 5
390 14 5
390 14 5
390 13 5
210
204
197
191
185
2.559 3.730
2.479 3.683
2.461 3.593
2.433 3.548
2.433 3.548
2.155 40 8
2.155 40 8
2.155 40 8
2.155 40 8
2.155 40 8
14.900 55
15.000 55
15.100 55
15.200 55
15.300 55
3.148
3.148
3.148
3.148
3.148
107 48
109 48
109 48
109 48
109 48
12,7
12,7
12,7
12,7
12,7
8,2
8,2
8,2
8,2
8,2
45 4,2
45 4,2
45 4,2
45 4,2
45 4,2
265
265
265
265
265
244 24
244 24
244 24
244 24
244 24
Aantal inwoners: Jonger dan 18 jaar Ouder dan 17 maar jonger dan 65 jaar Ouder dan 64 maar jonger dan 75 jaar Ouder dan 74 maar jonger dan 85 jaar Ouder dan 84 jaar Totaal aantal inw. Aantal huishoudens: Aantal periodieke uitkeringsgerechtigden: PW Ioaw Ioaz Aantal Wswgeïndiceerden: Aantal leerlingen: Basisonderwijs Voortgezet onderwijs Oppervlakte gemeente ha.: Land Binnenwater Historische stadskern Aantal woonruimten: Woningen Recreatiewoningen Aantal aanwezige bedrijfsvestigingen: Lengte van wegen in km.: 30 km wegen 50 km wegen gebiedsontsluitingswegen (80 km in beheer bij Provincie) 120 km wegen (in beheer bij Rijk) Vrij liggende fiets- en wandelpaden Spoorlijn Oppervlakte industrieterrein in ha. Oppervlakte openbaar groen in ha. Waarvan waterhuishouding
41
VI. Overige ontwikkelingen ‘Ambities en Middelen in Balans’ Vanwege de ontstane en te verwachten hogere financiële tekorten vanaf 2026 heeft het college het initiatief genomen om te inventariseren welke mogelijkheden er zijn om inkomsten te verhogen en te bezuinigen. Op 19 december 2023 heeft de Raad daarom besloten het traject “ambities en middelen in balans” in te zetten ten behoeve van de totstandkoming van een structureel sluitende begroting 2025- 2028. Het ingezette traject heeft geresulteerd in het document ‘Ambities en Middelen in balans – Inventarisatie mogelijke bezuinigingen 2025-2028’. In het document zijn langs 2 sporen de ‘besparingsopties inzichtelijk gemaakt; in spoor 1 is per beheersproduct de afweging gemaakt ‘Wat kan anders en of minder’, terwijl in spoor 2 met name is gekeken naar de financieel technische ombuigingsmogelijkheden. Met name de keuzes die gemaakt gaan worden in ‘spoor 2’ kunnen van invloed zijn op de uitgangspunten voor de Programmabegroting 2025, zoals in dit document geformuleerd. Te denken valt hierbij onder meer aan de systematiek van indicering, rentelasten en treasury en het effect hiervan op de gehanteerde rente-omslag. De komende periode zal worden gebruikt om te komen tot keuzes van bezuinigingen in combinatie met de geactualiseerde meerjarenbegroting voor de Kadernota 2025.
Uiteindelijk gaan de bezuinigingskeuzes mee in het document Kadernota 2025 voor besluitvorming naar de raad.
42
Bijlage 2. Toelichtingen voorstellen nieuw beleid 2025
Volgnr.: 1-2 Soort: Nieuw Beleid Bestuur: Toekomstbestendig (stad)huis van de stad Doel (lange termijn) De gemeente Oldenzaal is momenteel, aan het onderzoeken hoe zij het stadhuis het beste kan inzetten in de toekomst. Het doel van deze investering is; - het realiseren van een verbeterde dienstverlening - goed en aantrekkelijk werkgeverschap door het creëren van een moderne en prettige werkplek - veilige werkplekken - verduurzaming van het stadhuis - aanpakken van uitgesteld onderhoud Kortom een toekomstbestendig stadhuis waar de Oldenzaalse inwoner een warm welkom en toegankelijke, laagdrempelige dienstverlening ervaart. En de medewerkers van de gemeente Oldenzaal (en haar partners) een fijne werkplek hebben. Autonoom/ niet autoGedeeltelijk autonoom noom 2.5. De gemeente als verbinder en spin in het web Relatie met beleidsvoornemen(s) in het (….) Het stadhuis als ‘Huis van de stad’ past in de uitgangspunten van het Raadsprogramma thema Dienstverlening en we onderzoeken de mogelijkheden. Kernwoorden bij 2022-2026 het stadhuis als ‘Huis van de stad’ zijn ontmoeten, samenwerken en verbinden. Het ‘Huis van de stad’ is daarmee vooral een concept dat is bedoeld om deze kernwoorden te versterken.
Inhoud
2.7. Toegankelijk en vriendelijk (…….)De dienstverlening in Oldenzaal is toegankelijk, zodat iedereen in onze samenleving mee kan doen. Inwoners ervaren onze dienstverlening als laagdrempelig, vriendelijk, makkelijk bereikbaar en ze voelen zich welkom bij ons. In onze dienstverlening naar inwoners en ondernemers ligt de nadruk op ‘meedenken met’ in plaats van ‘nadenken voor’. We denken in mogelijkheden, daarbij is gemeente Oldenzaal ook voor medewerkers een fijne werkplek. Samen met onze inwoners werken we aan hét gezicht van Oldenzaal Besluitvorming In 2021 is gestart met een uitgangspuntennotitie visie op het stadhuis. Middels het raadsbesluit van 23 november 2021 (INTB-21-05287) heeft de gemeenteraad ingestemd met het verder uitvoeren van de visie en haalbaarheid van het huis van de stad. Destijds heeft BRTArchitecten gekeken naar de potentie van het gebouw, deze is middels de uitgangspunten notitie vastgesteld als een gebouw met veel potentie voor de toekomst. Vervolgens heeft BCT architecten, ingenieurs en adviseurs onderzoek gedaan naar de ruimtelijke en functionele mogelijkheden van het gebouw. En is er een financiële vertaling gemaakt voor de 3 scenario’s. Deze scenario’s en de uitwerking ervan zijn gepresenteerd in het Politiek Forum van 5-2-2024 ( INTB-23-06225) en 15-4-2024 (INTB 24 06335).
Tijdens het forum van 15-4-2024 heeft het forum gevraagd om het bedrag van het huis van de stad op te nemen in Nieuw Beleid. Dit betekent niet dat dit scenario 1op-1 gerealiseerd zal worden. Op verschillende momenten komen we terug bij de gemeenteraad om hier verder over te praten. De uiteindelijke investerings43
afweging wordt daarmee op een later tijdstip gemaakt. Voorafgaand aan de integrale afweging van het Nieuw Beleid in de kadernota wordt er een benen op tafel sessie gepland met het forum. Werk met werk Het groot onderhoud van het stadhuis is de afgelopen periode uitgesteld, in verband met verwachte besluitvorming over de toekomst van het stadhuis. Werkzaamheden combineren is de meest (kosten)efficiënte manier. Een verbeterde dienstverlening In de visie op dienstverlening (december 2021) constateerden we dat onze fysieke werkplek niet meer aansluit bij de verwachtingen van onze bezoekers en onvoldoende uitnodigt tot samenwerken. De huidige inrichting biedt weinig privacy voor bezoekers, nodigt niet uit tot ontmoeting en is niet heel toegankelijk. Goed en aantrekkelijk werkgeverschap De gemeente Oldenzaal wil een goede en aantrekkelijke werkgever zijn en blijven voor haar werknemers. Mede gezien de huidige arbeidsmarkt. Een moderne, prettige werkplek is daarbij van groot belang. De gemeente heeft goed en gemotiveerd personeel nodig om de dienstverlening voor haar inwoners goed uit te kunnen voeren en te verbeteren. Goed werkgeverschap vraagt aanpassingen die lastig te realiseren zijn in de huidige indeling van het gebouw.
Veilige werkplekken De werkplekken in het stadhuis en de kamers van de bestuurders zijn bereikbaar met een ‘druppel’, eenmaal door de toegangspoorten zijn alle kamers bereikbaar. Gezien de verharding in onze maatschappij en de toegankelijkheid van de overheid, vindt steeds meer werk plaats voor de toegangspoorten. Dit vraagt om maatregelen op het gebied van veiligheid. Conclusie Indien we niks doen moet er alsnog kosten worden gemaakt, voor o.a. bijtijdse dienstverlening, goed en aantrekkelijk werkgeverschap en (groot) onderhoud. Ook is het mogelijk dat er kosten gemaakt worden die door wetgeving teniet worden gedaan. In het voorbeeld van het dak kan het zijn dat we de bitumen dakbedekking gaan vervangen. En dat er een jaar later wetgeving komt die ons verplicht om hogere (Rc waarde) dakisolatie toe te passen. Dit betekent dat het onlangs vervangen bitumen nog een keer vervangen moet worden. Financiën