CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

07a Kadernota 2025 - Bijlage - Kadernota 2025

Gemeenteraad 8 juli 2024, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Kadernota 202534.723 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Hoort bij raadsbesluitnr. 1400 van 8 juli 2024, de griffier,

R.d.G.

Inhoudsopgave 1 Financieel perspectief 2025-2028 ........................................................................................4 2 Prognose op hoofdlijnen .....................................................................................................7 2.1

Totaal programmabegroting 2024 ............................................................................................ 8

2.2

Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten ............................................................. 8

2.3

Voorjaarsnota 2024 (concept, vaststelling 8 juli 2024) .......................................................... 9 2.3.1 Toetsingskader Provincie ................................................................................................. 9 2.3.2 Samenvatting begrotingsuitgangspunten komende planperiode ................................... 11

2.4

Structurele gevolgen meicirculaire 2024 ............................................................................... 12

2.5

Ambities en Middelen in Balans - Spoor 2 ............................................................................ 13 2.5.1 Vrijval bestemmingsreserves ten gunste van Algemene Reserve ................................. 13 2.5.2 Verminderen rentelasten (Treasury) .............................................................................. 14 2.5.3 Aframen structurele onderschrijdingen en overschrijdingen .......................................... 14 2.5.4 Eenmalige correctie index (0,625%) .............................................................................. 14 2.5.5 Verlengen afschrijvingstermijnen (met ingang van 2026) .............................................. 14 2.5.6 Invoeren restwaarden (niet afschrijven tot nihil, met ingang van 2026) ......................... 15 2.5.7 Stuwmeer Investeringen: vrijval en fasering................................................................... 15 2.5.8 Stuwmeer Investeringen: Stelpost ‘Onderuitputting Kapitaallasten’ .............................. 15

2.6

Ambities en Middelen in Balans – Spoor 1 (onderuitputting, belastingen & tarieven) ..... 15 Toelichtingen Spoor 1 Categorie ‘Onderuitputting’.................................................................... 17 2.6.1 Bijramen baten naheffingsaanslagen parkeerbelastingen ............................................. 17 2.6.2 Aframen huur gymnastieklokaal en telefoonkosten ....................................................... 17 2.6.3 Aframen Tutorkosten ...................................................................................................... 17 2.6.4 Aframen compensatie collectieve zorgverzekering ........................................................ 17 2.6.5 Budgetteren nog niet geraamde jaarlijkse opbrengsten uit anterieure overeenkomsten17 2.6.6 Aframen budget onvoorzien ........................................................................................... 18 2.6.7 Aframen budget voor herziening oude bestemmingsplannen ........................................ 18 2.6.8 Samenwerking Stadsbank Oost Nederland, niet benodigde deelbudget aframen ........ 18 2.6.9 Structureel meer parkeeropbrengsten dan begroot ....................................................... 18 2.6.10 Doorschuiven van een deel van het budget Omgevingswet 2024 .................................

18 2.6.11 Indexering Algemene Uitkering op voorhand ramen; actualiseren rijksbijdrage WSW met loonindex WSW ......................................................................................................................... 18 2.6.12 Anders inzetten bedrijfsrestaurant .................................................................................. 18 2.6.13 Aframen onderuitputting vegen op zondag .................................................................... 18 2.6.14 Aframen onderuitputting OZO verbindzorg .................................................................... 19 2.6.15 Afbouwen reserve werkgeverslasten buurtbeweegcoaches .......................................... 19 2.6.16 Verkoop Paukenlaan ...................................................................................................... 19 2.6.17 Verkoop Bentheimerstraat .............................................................................................. 19 2.6.18 Verkoop Hooge Lucht ..................................................................................................... 19 2.6.19 Afboeken resterende Taakstelling Vastgoed (ombuigingstraject 2021) ......................... 19 2.6.20 Afboeken onderwijsbrochure ..........................................................................................

19 2.6.21 Aframen bijdrage aan asiel ‘Goofy’ ................................................................................ 19 2.6.22 Aframen totale budget doelgroepenvervoer ................................................................... 19 2.6.23 Aframen lokaal Jeugdbeleid procesmanagement .......................................................... 20 Toelichtingen Spoor 1 Categorie ‘Belastingen & Tarieven’ ....................................................... 20 2.6.24 Leges kabels en leidingen verhogen .............................................................................. 20 2.6.25 Verhogen tarief OZB eigenaren met 10% ...................................................................... 20 2.6.26 Verhogen tarief OZB bedrijfsobjecten met 10% ............................................................. 20 1

2.6.27 Kostendekkend maken leges burgerzaken .................................................................... 20 2.6.28 Taakstelling parkeerinkomsten ....................................................................................... 20 2.6.29 Tarieven toeristenbelasting verhogen met 100% ........................................................... 20 2.6.30 Verhogen lijkbezorgings- en begraafrechten en begraafplaatsrechtenvergunningen ... 20 2.6.31 Extra huurinkomsten zendmasten .................................................................................. 21 2.7

Voorgenomen nieuw / aanvullend beleid .............................................................................. 21 2.7.1 Te honoreren nieuwe beleidsontwikkelingen ................................................................. 21 2.7.2 Te honoreren aanvullende beleidsontwikkelingen ......................................................... 23 2.7.3 Niet te honoreren beleidsontwikkelingen........................................................................ 26

2.8

Indicatief subtotaal komende planperiode ............................................................................ 27

2.9

Voorgesteld voorlopig dekkingsplan ..................................................................................... 27

2.10

Totaalresultaat .......................................................................................................................... 27

3 Ontwikkelingen en Risico’s ...............................................................................................28 3.1

Risico’s en aandachtspunten ................................................................................................. 28

3.2

Gemeentefonds ........................................................................................................................ 29

3.3

Weerstandsvermogen.............................................................................................................. 30

3.4

Overige risico’s ........................................................................................................................ 30

4 Conclusies ..........................................................................................................................32 Bijlage 1. Gedetailleerde uitwerking van de uitgangspunten ..............................................35 Bijlage 2. Toelichtingen voorstellen nieuw beleid 2025 .......................................................43 Bijlage 3. Toelichtingen voorstellen aanvullend beleid 2025 ...............................................72 Bijlage 4. Toelichtingen voorstellen niet te honoreren nieuw / aanvullend beleid 2025 ....85

2

Inleiding Zoals u van ons gewend bent, leggen we vlak voor de zomerperiode de kadernota aan u voor. In dit geval de Kadernota 2025. Bij de kadernota vindt de integrale afweging plaats voor de meerjarenbegroting 2025-2028 en worden de kaders en uitgangspunten vastgesteld voor de programmabegroting 2025. Dit keer komt daar een voorstel bij: de uitkomsten van het project ‘ambities en middelen in balans’. Zoals bij u bekend, stevenen we, net zoals vele gemeenten, af op flinke financiële tekorten doordat het Rijk fors schrapt in de algemene uitkeringen. Om hierop tijdig te kunnen anticiperen, hebben wij een overzicht gemaakt van mogelijke bezuinigingsmaatregelen. Dit overzicht vindt u terug in het voorstel ‘ambities en middelen in balans’. We komen afspraken na, ronden projecten af en vervullen onze taken goed. Dit waren de beloftes die we uitspraken bij het vaststellen van de begroting 2024. En hoewel het begrotingsjaar 2024 nog niet voorbij is, kunnen we alvast constateren dat we met mooie projecten en initiatieven bezig zijn. In de voorjaarsnota 2024, die tegelijkertijd met deze Kadernota 2025 wordt vastgesteld, delen we de eerste tussentijdse resultaten met u. We brengen focus aan We staan als gemeente de komende jaren voor grote maatschappelijke opgaven. Daarnaast hebben we te maken met een financieel tekort als gevolg van het Rijksbeleid.

Om op deze ontwikkelingen in te spelen, brengen we focus aan in ons beleid conform uw raadprogramma. We zien hierin 3 speerpunten:  toekomstbestendige stedelijke ontwikkeling;  vergroenen van de stad;  integrale aanpak en toegang sociaal domein. Deze opgaven zijn van groot belang voor de toekomst van onze gemeente. Dat betekent dat we blijven investeren om de stad leefbaar en aantrekkelijk te houden. We zijn dit jaar niet voor niks uitgeroepen tot de Leukste Gemeente van Nederland. We scoorden een 8,5 als rapportcijfer. Compacte stad in het groen, het bruisende karakter en de vele sociale activiteiten worden vooral door onze inwoners gewaardeerd. Dat betekent niet dat we blijven stilzitten. We moeten juist investeren om de leukste gemeente te blijven, maar moeten tegelijkertijd kritisch kijken naar onze uitgaven. Dit lijkt een tegenstelling, maar is wel nodig als we de voorzieningen in de stad in stand willen houden terwijl het Rijk ons grote opgaven oplegt. We blijven investeren De ontwikkelingen vragen echter wel om zorgvuldigheid en realisme in de te maken (nieuwe) beleidskeuzes. Tegelijkertijd vraagt de snel veranderende samenleving om een flexibele en betrouwbare overheid. Dat betekent dat we doen wat we zeggen.

De Kadernota 2025 zet dan ook de lijn uit het raadsprogramma 2022-2026 voort, vertaald in de programmabegroting 2024, bij het realiseren van de ambities en beleidsvoornemens. Op verschillende terreinen wordt fors geïnvesteerd, zoals onderwijshuisvesting, gymzalen en sporthallen, huisvesting sociaal plein, wijkverbeterplan Glinde Hooiland en toekomst stadhuis. We hebben een grote ambitie om als stad te groeien de komende jaren. In ieder geval willen we tot 2030 1.000 woningen bijbouwen. Maar we constateren ook dat dit niet voldoende is voor de lange termijn om een aantrekkelijke en leefbare stad te blijven voor jong en oud; groei is nodig. Bij al deze plannen geven we zowel wonen als vergroenen de ruimte. We maken Gravenweide fase 1 en Stakenbeek fase 2 bouwrijp en gaan verder met de plannen voor de Nieuwe Post en het Pakhuis. De toekomstvisie 2040 is af en wordt het komende jaar verder uitgedragen. Kadernota 2025 Dankzij het doorvoeren van enkele bezuinigingsmaatregelen uit ‘Ambities en middelen in balans’ laat de Kadernota 2025 voor de eerste 2 jaar zwarte cijfers zien. Vooruitlopend op het Rijksbeleid om de verhoging van de OZB te maximeren en daarmee de beleidsvrijheid van de gemeenten verder te beperken, zien we ons gedwongen om nu al een aantal belastingen en tariefsverhogingen door te voeren.

Bovendien zijn deze verhogingen nodig om niet te hoeven te bezuinigen op de voorzieningen in de stad.

3

In 2025 en 2026 sluiten we positief af met respectievelijk € 0,9 miljoen en € 175.000. In de jaren daarna sluiten we in de min, oplopend naar circa € 1,3 miljoen in 2028. Ondanks deze toekomstige tekorten, vinden we als college de investeringen noodzakelijk om de leefbaarheid, duurzaamheid en economische vitaliteit van onze stad te versterken. Tegelijkertijd zijn wij ons bewust van de financiële realiteit waarin wij opereren. De krapte op de arbeidsmarkt en de onzekere tijden zorgen ervoor dat we realistisch moeten blijven. Het Rijk houdt de Nederlandse gemeenten al tijden in een financiële wurggreep, zonder dat direct zicht is op een heldere en structureel passende oplossing voor de periode na het ravijnjaar 2026. Gemeente krijgen wel taken erbij, maar geen middelen van het Rijk. Daarnaast doen de effecten van inflatie, gestegen rentes en nadelen op aanbestedingen zich nog steeds gelden. Ambities en middelen in balans Prepare for the worst, hope for the best. Hiermee omschrijft de VNG in zijn begrotingsadvies (deel 1 en deel 2) de financiële situatie voor Nederlandse gemeenten. In lijn met dit advies laten we in de kadernota 2025 de tekorten zien en hebben wij met het project ‘ambities en middelen in balans’ geïnventariseerd welke mogelijkheden er zijn om een structureel sluitende begroting 2025-2028 te krijgen.

U vindt het resultaat in de bijlage bij het betreffende raadsvoorstel. Financieel perspectief en nieuwe beleidsvoornemens Op basis van de voorliggende Kadernota 2025 zijn de financiële contouren voor de Programmabegroting 2025-2028, met name voor de laatste jaren, niet gunstig. De ontwikkelingen vragen dan ook om zorgvuldigheid en realisme in de te maken (nieuwe) beleidskeuzes. De mogelijke bezuinigingsmaatregelen gaan hoe dan ook impact hebben op organisaties, verenigingen en instellingen. Tot aan de programmabegroting 2025 nemen we de tijd om de betreffende partners te informeren. We voeren deze gesprekken zorgvuldig en transparant. Kortom, in 2025 gaan we niet achterover leunen en afwachten op het Rijk, maar blijven we investeren in onze stad en houden we onze voorzieningen in stand. We zijn tegelijkertijd realistisch en nemen onze verantwoordelijkheid wanneer het Rijk ons niet tegemoet komt. Met de voorliggende Kadernota 2025 geven we invulling aan deze ambities. Samen werken we aan onze stad Oldenzaal.

1

Financieel perspectief 2025-2028

Financiële positie De basis voor de P&C-instrumenten voor de komende planperiode zijn:  programmabegroting 2024 - in de raadsvergadering van 13 november 2023 vastgesteld;  de najaarsnota 2023 – in de raadsvergadering van 27 november 2023 vastgesteld;  de concept-Voorjaarsnota 2024 – door uw raad op 8 juli 2024 vast te stellen. Meerjarige Begrotingssaldi: Bij de Programmabegroting 2024 kon het college onderstaand meerjarenperspectief presenteren: Onderdelen (x € 1.000) Verwachte begrotingssaldi 2024-2027

2024 N

1.136

2025 V

2026 632

N

4.476

2027 N

4.491

De verwerking van de Najaarsnota 2023 had per saldo een positief effect op deze begrotingssaldi en werd, na afstemming met de Provincie Overijssel, betrokken in de beoordeling van de toezichtsvorm van de Provincie. Met deze uitkomst werd voldaan aan de eisen van repressief toezicht, code ‘oranje’ (controle achteraf). Dit leidde tot onderstaande meerjarenraming:

4

Onderdelen (x € 1.000) Verwachte begrotingssaldi na Najaarsnota 2023

2024 V

2025 518

V

1.915

2026 N

3.490

2027 N

3.072

Het financieel perspectief voor 2025-2028, zoals hierna in hoofdstuk 2 en cijfermatig in tabel 1 gepresenteerd, wordt vervolgens mede gevormd door onderstaande componenten: Nieuwe beleidsvoornemens Ondanks de onzekere financiële perspectieven en de daardoor vereiste zorgvuldigheid en realisme in het maken van (nieuwe) beleidskeuzes heeft het college toch gemeend om een integrale inventarisatie uit te moeten voeren naar de beleidswensen voor de periode 2025-2028, passend binnen de randvoorwaarden van zowel wettelijke verplichtingen als het Raadsprogramma 2022-2026. Dit heeft geleid tot een evenwichtig, ambitieus en realiseerbaar pakket van nieuw en aanvullend beleid. Gehanteerde indexen Zoals gebruikelijk wordt voor de Programmabegroting 2025 gebruikt gemaakt van een drietal indices (index lonen en sociale lasten, index goederen en diensten en de OVA index Sociaal domein). Door de afvlakkende inflatie in het afgelopen jaar valt met name het definitieve indexcijfer voor goederen en diensten lager uit dan in 2024 (2%). De OVA-index Sociaal Domein komt voor 2025 uit op 5,24%. Per saldo krijgen we in 2025 weliswaar te maken met lagere indiceringen t.o.v. de Programmabegroting 2024, maar de compensatie die de gemeente hiervoor ontvangt in de Algemene uitkering is naar verwachting niet toereikend. Per saldo veroorzaken de begrotingsuitgangspunten cq.

de hogere indexen een structureel nadeel van € 425.000 voor de jaren 2025 en verder. In het kader van het traject ‘ambities en middelen in balans’ wordt in ‘Spoor 2’ voorgesteld om voor 2025 een eenmalige ‘korting’ van 0,625% door te voeren op de index voor goederen en diensten. Deze index komt hiermee voor 2025 afgerond uit op 1,38%. Na accordering betekent dit een structurele kostenbesparing van € 273.000. Voor de detaillering wordt verwezen naar bijlage 1 waarin de voorgestelde uitgangspunten voor de begroting 2025-2028 worden toegelicht. Actualisatie budgetten In Oldenzaal is de gebruikelijke en bestendige handelwijze om voor de gehele planperiode te begroten op basis van constante lonen en prijzen van het dienstjaar. Voor de nu aan de orde zijnde planperiode is dus het verwachte loon- en prijsniveau van 2025 het uitgangspunt. Omdat de programmabegroting 2024 voor de gehele planperiode is gebaseerd op het verwachte loon-/prijsniveau 2024 dient er dus voor de nieuwe planperiode een actualisering van budgetten plaats te vinden. Dit gebeurt aan de hand van de voorlopig vastgestelde begrotingsuitgangspunten 2025. Van deze uitgangspunten treft u verderop in deze kadernota een samenvatting aan en een uitvoerige versie in bijlage 1. Op basis hiervan zijn de stelposten geraamd zoals in de tabellen 1, 2 en 3 aangegeven.

Daarnaast kregen we nog te maken met in meer of mindere mate nauwelijks te beïnvloeden financiële ontwikkelingen, zoals de indexering (accres) van de Algemene uitkering en de verwachte rentelasten, die het uiteindelijke resultaat in belangrijke mate beïnvloeden. Tenslotte is er in 2025 ook sprake van aanvullende en nieuwe beleidsontwikkelingen. De indicatieve raming vindt u in de tabellen 1 en 2. Ambities en Middelen in Balans Zoals reeds aangekondigd in de Raadsinfobrief van 19 december 2023 (Uit-23-13268) heeft het College het initiatief genomen tot het opstarten van het traject ‘ambities en Middelen in balans’. Aanleiding voor dit traject waren de reeds bij de vaststelling van de Programmabegroting 2024 geconstateerde verslechterde financiële vooruitzichten. Inclusief Najaarsnota 2023 bleken de eerste 2 jaarschijven weliswaar sluitend, maar ontstonden er voor de jaarschijven 2026 en 2027 stevige tekorten. In deze cijfers zaten bovendien nog niet, of nog niet volledig, de toekomstige financiële consequenties van bijvoorbeeld het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP), het accommodatiebeleid voor binnen- en buitensport, de noodzakelijke investeringen in verband met de verduurzaming en herinrichting van het stadhuis en de consequenties van de nog uit te zetten aanbestedingen in het sociaal domein. Voeg daarbij de voortdu5

rende (budgettaire) onzekerheid vanaf 2026 rondom de herijking van het gemeentefonds, inclusief de toen nog volledige opgenomen opschalingskorting, en de noodzaak om tenminste een ‘bezuinigings’scenario beschikbaar te hebben was duidelijk. Tevens paste het traject in het geformuleerde begrotingsadvies van de VNG van maart jl.: “het is verstandig om na te denken over maatregelen, tegelijkertijd willen we voorkomen dat gemeenten te vroeg onnodige en onomkeerbare ombuigingen in gang zetten”. Conform het Plan van Aanpak dat het college op 19 december 2023 heeft vastgesteld bevat het onderzoek twee sporen: In spoor 1 is het geheel van opdrachten / taken onderzocht, die wij uitvoeren in relatie tot de ambitie en de wettelijke taken. Hierbij is bij iedere gemeentelijke taak/opdracht kritisch onderzocht wat anders of minder kan en wat, afgezet tegen de strategische agenda en het raadsprogramma, relatief minder belangrijk is. In spoor 2 is een financieel technische analyse van de begroting 2024-2027 uitgevoerd. Hierbij is onderzocht of de financieel technische uitgangspunten die Oldenzaal hanteert reëel en actueel zijn en passen bij onze moderne kijk op bedrijfsvoering. De uitkomsten van ‘ambities en Middelen in balans’ zijn opgenomen in het meerjarenperspectief.

Met dien verstande dat de resultaten uit spoor 2 (financieel-technische maatregelen) en de categorie ‘onderuitputting’ uit spoor 1 per direct zijn verwerkt. Hiermee worden allereerst de maatregelen geëffectueerd die een geringe maatschappelijke impact hebben. Daarnaast wordt in deze Kadernota voorgesteld om ook de categorie ‘belastingen en tarieven’ uit spoor 1 direct te betrekken bij de opstelling van de begroting 2025. Vooruitlopend op het Rijksbeleid om de verhoging van de OZB te maximeren en daarmee de beleidsvrijheid van de gemeenten verder te beperken, zien we ons gedwongen om nu al een aantal belastingen en tariefsverhogingen door te voeren. Bovendien zijn deze verhogingen nodig om niet te hoeven te bezuinigen op de voorzieningen in de stad. De resterende maatregelen uit spoor 1 worden voorlopig ‘achter de hand’ gehouden, in afwachting van het al dan niet tot uitkering komen van de ‘claim op het Rijk. ‘Claim op het Rijk” De ‘claim’ van Oldenzaal op het Rijk bedraagt netto ca. € 4 miljoen en is het gevolg van de aangekondigde nieuwe financieringssystematiek voor het gemeentefonds per 2026. Vooruitlopend hierop heeft het Kabinet voor 2026 eenzijdig de huidige systematiek ‘opgezegd’ en de jaarlijkse aanpassing van het gemeentefonds voor stijgende lonen, prijzen en het aantal inwoners (het zogenoemde accres) teruggezet naar een lager niveau.

Tevens werd voor 2026 de terugkeer van de volledige opschalingskorting weer aangekondigd. Als gevolg hiervan komen gemeenten vanaf 2026 (ravijnjaar) structureel middelen te kort om hun taken uit te voeren. Inmiddels heeft het Rijk in de Voorjaarsnota 2024 de (oploop) van de opschalingskorting teruggedraaid en een incidentele compensatie van € 1 miljard ‘teruggegeven’. In onderstaande tabel de financiële vertaling van de Oldenzaalse ‘claim’: OPGAVE GEMEENTEFONDS (‘CLAIM OP RIJK’) Gemeentefonds

Macro

Oldenzaal (indicatief)

Structurele korting Gemeentefonds

€ 3,3 miljard

€ 5,72 miljoen

Opschalingskorting

€ 675 miljoen

€ 1,17 miljoen

Incidentele compensatie

-/- € 1 miljard

-/- €1,73 miljoen

Totaal gekort

€ 2,98 miljard

€ 5,16 miljoen

Opschalingskorting teruggedraaid (Voorjaarsnota 2024)

/- € 675 miljoen

-/- € 1,17 miljoen

Totaal gekort netto

€ 2,30 miljard

€ 3,99 miljoen

6

In de hieronder gepresenteerde tabel 1 geven we u in één oogopslag een totaaloverzicht van onze financiële verwachtingen voor de komende planperiode. Hoewel de Kadernota in beginsel betrekking heeft op de planperiode 2025-2028 is ook de ontwikkeling van de jaarschijf 2024 voor de volledigheid opgenomen. Vervolgens wordt van elke regel opgenomen in deze tabel een korte toelichting geschreven. In tabel 1 presenteren wij een totaalresultaat inclusief de voorgestelde en in te boeken maatregelen uit Spoor 1 (onderuitputting, belastingen & tarieven) en Spoor 2 (financieel technische maatregelen). Volledige inboeking van de overige opties uit Spoor 1 vindt echter pas plaats indien de veronderstelde claim op het Rijk niet tot uitkering komt, bij de Kadernota 2026. Mocht het Rijk ‘over de brug’ komen met financiële middelen dan wordt voorgesteld om met 50% van dat bedrag de OZB minder te verhogen en met 50% van dat bedrag overige bezuinigingsmaatregelen niet door te voeren. De maatregelen uit Spoor 1 en Spoor 2 waarvan wordt voorgesteld om deze bij de Kadernota 2025, en dus ook de programmabegroting 2025-2028, reeds in te boeken worden toegelicht in de hoofdstukken 2.5 en 2.6.

2

Prognose op hoofdlijnen

Alle bekende ontwikkelingen samen leiden op dit moment tot een prognose op hoofdlijnen van het begrotingsresultaat voor de gehele planperiode 2025-2028. Hierbij hoort de kanttekening dat de meicirculaire 2024 nog voor een bijstelling kan zorgen, evenals de gedetailleerde doorrekening van het opstellen van de definitieve Programmabegroting 2025. We hebben in tabel 1 ook de bekende ontwikkelingen van het lopende dienstjaar opgenomen om u een totaaloverzicht te geven van de gehele actuele planperiode. Voor een toelichting op de jaarschijf 2024 verwijzen we gemakshalve naar de Voorjaarsnota 2024.

Totaal resultaat 2024 – 2028 Onderdelen (x € 1.000) a. Totaal programmabegroting 2024

2024 V

2025

2026

2027

2028

518

V

1.915

N

3.490

N

3.072

N

3.072

0

N

715

N

671

N

628

N

214

(incl. Najaarsnota 2023)

b. Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten (tabel 2) c. Concept-Voorjaarsnota 2024

N

1.425

N

1.534

N

1.507

N

1.572

N

1.572

d. Structurele gevolgen meicirculaire/Voorjaarsnota Rijk 2024

V

208

N

542

V

2.079

V

2.008

V

1.980

e. Ambities en Middelen in Balans – Spoor 2 (financieel-technisch, tabel 3)

V

1.423

V

2.723

V

2.723

V

2.723

f. Ambities en Middelen in Balans – Spoor 1 (onderuitputting, belastingen & tarieven, tabel 4)

V

2.115

V

2.683

V

2.683

V

2.736

g. Voorgenomen nieuw/aanvullend beleid

N

1.747

N

1.641

N

2.661

N

3.881

V

915

V

175

N

519

N

1.301

h. Indicatief subtotaal komende planperiode

N

699

i. Voorgesteld voorlopig dekkingsplan: * Stelpost taakstelling J. TOTAALRESULTAAT

Pm N

699

Pm V

915

Pm V

175

Pm N

519

Pm N

1.301

Tabel 1.

Een 1e doorrekening van de geformuleerde begrotingsuitgangspunten en de inboeking van de maatregelen uit ‘ambities en Middelen in balans’ (Spoor 2 volledig en Spoor 1, categorieën onderuitputting en belastingen & tarieven) levert voorlopig positieve saldi op voor de jaarschijven 2025 en 2026, en begro7

tingsnadelen voor de jaren daarna. In het “Begrotingsadvies 2025-2028 deel 2” van juni jl. adviseert de VNG onder andere om het boekjaar 2025 sluitend te maken en om de financiële en inhoudelijke consequenties van noodzakelijke bezuinigingen en/of lastenverzwaringen te benoemen. De saldi en ook maatregelen die Oldenzaal in deze Kadernota 2025 presenteert zijn in lijn met dit advies. De komende periode, richting de definitieve vaststelling van de Programmabegroting 2025, zullen de saldi verder worden ‘gefinetuned’ door onder meer verwerken van de (financiële) effecten van de meicirculaire 2024. Afhankelijk van deze uitkomsten zal een dekkingsplan worden opgesteld, waarbij een onttrekking aan de Algemene Reserve voor met name de jaren 2027 en 2028 een optie is. Conform de ‘Notitie Incidenteel/structureel van het Bestuurlijk Overleg Financiële-verhoudingen (BOFv) is het gemeenten toegestaan om maximaal 10% van het surplus in de algemene reserve (gedeelte boven de vastgestelde weerstandsratio van 2) in te zetten als structureel dekkingsmiddel. Met een inzet voor de jaren 2027 en 2028 wordt dan in principe voldaan aan de Provinciale vereisten van repressief toezicht. Hierna geven we u nadere informatie per regel van de in tabel 1 genoemde onderdelen.

2.1

Totaal programmabegroting 2024

Onderdelen (x € 1.000) a. Totaal programmabegroting 2024 (Incl. Najaarsnota 2023)

2024 V

2025

518

V

1.915

2026 N

3.490

2027 N

3.072

2028 N

3.072

De bedragen in deze regel sluiten aan met de door uw raad vastgestelde programmabegroting 2024-2027, inclusief de verwerking van de Najaarsnota 2023. Samen vormden ze de basis voor het afgegeven repressief toezicht, met code oranje, door de Provincie Overijssel. Om ook een basis te hebben voor het dienstjaar 2028 is van de aanname uitgegaan dat het resultaat van dat jaar identiek is aan 2027. Bij het opstellen van de komende programmabegroting 2025-2028 zal er uiteraard ook voor de jaarschijf 2028 sprake zijn van een gedetailleerde berekening van budgetten die waarschijnlijk wel tot een in geringe mate afwijkend resultaat leiden. Het resultaat van de huidige programmabegroting, inclusief de vastgestelde wijzigingen, als vertrekpunt nemen voor de komende programmabegroting betekent impliciet dat er vooralsnog van wordt uitgegaan dat de ombuigingen in de huidige programmabegroting conform worden gerealiseerd tenzij expliciet tot een aanpassing wordt besloten.

2.2

Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten

Onderdelen (x € 1.000) b. Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten

2024

2025 0

N

715

2026 N

671

2027 N

628

2028 N

214

In het jaarlijkse proces om te komen tot een geactualiseerde begroting voor de volgende planperiode worden er uitgangspunten bepaald aan de hand waarvan de conceptbegroting kan worden opgesteld. Deze uitgangspunten zijn (samengevat) onderstaand (2.3.2) opgenomen en worden gebruikt bij de opstelling van de komende programmabegroting. De uitgewerkte versie is ter kennisneming als bijlage 1 opgenomen achterin dit boekwerk.

8

2.3

Voorjaarsnota 2024 (concept, vaststelling 8 juli 2024)

Onderdelen (x € 1.000) c. Structurele gevolgen Voorjaarsnota 2024 (concept, vaststelling 8 juli 2024)

2024 N

1.425

2025 N

1.534

2026 N

1.507

2027 N

1.572

2028 N

1.572

De voorjaarsnota 2024 wordt door uw raad vastgesteld op 8 juli 2024. De totale structurele effecten van alle in deze voorjaarsnota opgenomen voorstellen hebben een negatieve invloed op het geprognosticeerde begrotingsresultaat voor de hele planperiode 2025-2028. Voor nadere toelichting op dit onderdeel verwijzen we naar de betreffende rapportage. 2.3.1

Toetsingskader Provincie

Bij het opstellen van de begroting dient ook rekening te worden gehouden met het financieel toezicht door de provincie. In haar begrotingscirculaire van 4 april 2024 heeft de Provincie Overijsel geschetst hoe begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 zullen worden beoordeeld. De onderwerpen die daarbij van invloed zijn op de begroting 2025 en daarin dus ook aandacht behoeven zijn door de Provincie in de circulaire gecategoriseerd in:

Financiële ontwikkelingen      

Gemeentefonds Klimaat- en energiebeleid Jeugdzorg Notitie incidenteel-structureel Eigen bijdrage Wmo-voorzieningen Inflatie

Ontwikkelingen Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) 

Actualisering notities

Specifieke onderwerpen   

Bevindingen begroting 2024 en jaarrekening 2022 Thema-onderzoek Onderhoud kapitaalgoederen Wet gemeenschappelijke regelingen

In het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 Gemeenten (GTK) heeft de Provincie Overijssel de uitgangspunten van haar toezicht opgenomen. Enkele kernpunten uit dit toezicht zijn:  voor repressief toezicht is het van belang dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Dit betekent dat de structurele lasten ieder jaar worden gedekt door structurele baten en dat de geraamde bedragen volledig, realistisch en haalbaar zijn, oftewel geloofwaardig zijn;  er mag geen sprake zijn van opschuivend perspectief. Daarmee wordt bedoeld dat het niet is toegestaan om ieder jaar opnieuw een (meerjaren)begroting aan te bieden waarbij uitsluitend de laatste jaarschijf in evenwicht is. Voor de komende programmabegroting betekent dit heel concreet dat er minimaal vanaf de jaarschijf 2028 een realistische en sluitende begroting dient te worden vastgesteld;  eventueel opgenomen bezuinigingstaakstellingen zijn haalbaar en hard. Daarmee wordt bedoeld dat aannemelijk wordt gemaakt dat er voldoende zekerheid bestaat dat de maatregel tijdig en volledig ge9

 

realiseerd wordt. Daarbij wordt het belangrijk gevonden dat op programmaniveau duidelijk wordt gemaakt hoe maatregelen worden ingevuld en uitgevoerd; uit de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen moet blijken dat de budgetten groot genoeg zijn om het voorgenomen beleid uit te kunnen voeren; er wordt inzicht verstrekt in de beleidsprestaties van verbonden partijen.

Voor het verkrijgen van het nagestreefde “repressieve” toezicht is het van belang dat we rekening houden met het toezichtkader van de Provincie. Het in deze Kadernota gepresenteerde begrotingsresultaat leidt in principe tot repressief toezicht (controle achteraf) door de Provincie. De meerjarenraming (laatste jaarschijf) is weliswaar niet sluitend, maar de begroting (1e jaar) vertoont een overschot. Voor het verkrijgen van repressief toezicht (met code oranje) is de voorwaarde dat óf de begroting óf de meerjarenraming sluitend is.

10

2.3.2

Samenvatting begrotingsuitgangspunten komende planperiode

De basis voor het ramen van het aanvaarde beleid voor de planperiode 2025-2028 is de in de raadsvergadering van 13 november 2023 vastgestelde programmabegroting 2024. Voor het bepalen van de budgetten aanvaard beleid rekening houden met de volgende (procentuele) ontwikkelingen: Lastenontwikkeling:  Lonen en sociale lasten  Goederen en diensten  Gemiddelde index (loon- en prijsontwikkeling)  Omslagrente  Index Sociaal Domein

5,60 % 1,38 % (*) 3,49 % 1,50 % 5,24 %

(*) In het kader van het traject ‘ambities en Middelen’ wordt in ‘Spoor 2’ voorgesteld om voor 2025 een eenmalige ‘korting’ van 0,625 % door te voeren op de index voor goederen en diensten. De aanvankelijk berekende index van 2 % komt na correctie 2025 dan uit op (afgerond) 1,38%. Batenontwikkeling:  Nominale loonontwikkelingen  Nominale prijsontwikkeling  Gemiddelde loon-/prijsontwikkeling  Autonome volumeontwikkelingen.

5,60 % 1,38 % 3,49 %

Eigen belastinggebied:  huurtarieven gemeentelijk vastgoed aanpassen conform bovenstaande prijsontwikkeling van goederen en diensten (1,38%);  tarieven algemene heffingen hanteren zoals deze zijn vastgesteld bij de laatst vastgestelde begroting, aangepast met een gemiddelde van de index voor loon- en prijsontwikkeling;  overige tarieven hanteren zoals deze zijn vastgesteld bij de laatst vastgestelde begroting;  rekening houden met de voor de planperiode verwachte autonome volumeontwikkelingen ten aanzien van de kerngegevens;  rekening houden met 100% kostendekking ten aanzien van reinigings-/afvalstoffenheffing en rioolheffing (voor beide netto na kwijtschelding). Deze uitgangspunten worden bij de opstelling van de Programmabegroting 2025 gedetailleerd doorgerekend. Voor deze Kadernota zijn er, rekening houdend met deze uitgangspunten, enkele stelposten opgenomen om een indicatie te kunnen geven van het verwachte begrotingsresultaat voor de komende planperiode. In navolgende tabel zijn de verschillende stelposten concreet weergegeven (specificatie van de bedragen onder b. in tabel 1).

11

Onderdelen (x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

Lonen en sociale lasten

N

1.329

N

1.329

N

1.329

N

1.329

Idem als onderdeel van subsidies / inkomensoverdrachten

N

545

N

545

N

545

N

545

Goederen en diensten

N

833

N

833

N

833

N

833

Prijsontwikkeling sociaal domein

N

1.317

N

1.317

N

1.317

N

1.317

0

V

350

Vrijval kapitaallasten

0

0

Rentelasten

N

335

N

335

N

335

N

335

Indexering algemene uitkering

V

3.171

V

3.171

V

3.171

V

3.171

Prijscompensatie huren en pachten

V

38

V

38

V

38

V

38

Autonome volumeontw. belastingen en meeropbrengsten OZB a.g.v. intensivering woningbouw

V

44

V

88

V

131

V

225

0

N

30

Idem openbaar groen / onderhoud wegen / straatreiniging

0

0

Inflatiecorrectie belastingen

V

391

V

391

V

391

V

391

Totaal begrotingsuitgangspunten

N

715

N

671

N

628

N

214

Tabel 2.

Er is in bovenstaande tabel rekening gehouden met een ontwikkeling van de algemene uitkering van € 3.171.000 i.v.m. index/accres. Deze ontwikkeling is een richtinggevende stelpost gebaseerd op dezelfde uitgangspunten als die van toepassing zijn voor de rest van de genoemde bedragen. Deze post zal evenwel worden vervangen door de definitieve berekeningen van de aanstaande meicirculaire, zodra deze laatste bekend is. Zie ook de paragraaf hierna.

2.4

Structurele gevolgen meicirculaire 2024

Onderdelen (x € 1.000) d. Structurele gevolgen meicirculaire 2024 (Ind. o.b.v. Voorjaarsnota 2024)

2024 V

208

2025 N

542

2026 V

2.079

2027 V

2.008

2028 V

1.980

Zoals gebruikelijk informeren we u in een afzonderlijke raadsinfobrief over de definitieve uitkomst van de meicirculaire 2024. Wij streven ernaar om u deze informatie op een zodanig tijdstip (juni 2024) te leveren dat deze nog volop kan dienen als informatie voor de beraadslagingen over deze Kadernota. In de onlangs verschenen Voorjaarnota 2024 van het (demissionaire) Kabinet staat dat decentrale overheden er vanaf 2026 structureel geld bij krijgen voor onder andere de uitvoering van de WMO en om de oploop van de opschalingskorting op het Gemeente- en Provinciefonds af te schaffen. Verder is in de Voorjaarsnota 2024 opgenomen dat de eerder aangekondigde nieuwe financieringssystematiek is vervroegd van 2027 naar 2024. In verband met het vervroegen van de gewijzigde bbp-indexatie van 2027 naar 2024 daalt het volume accres voor de jaren 2024 tot en met 2029. Voor 2024 wordt dit volledig gecompenseerd en voor 2025 voor ongeveer 50%, zodat voor dat jaar een tekort resteert. Voor de jaren 2026 tot en met 2029 vindt vervolgens weer een compensatie plaats Sinds 2015 worden gemeenten verder geconfronteerd met een (opschalings-) korting op het gemeentefonds, die oploopt tot € 975 miljoen in 2026. Deze korting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Sinds 2019 is een stand van de opschalingskorting bereikt van € 300 miljoen.

In de Voorjaarsnota 2024 is de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026, een structurele uitname van € 675 miljoen, geschrapt. Op basis van de informatie uit de Voorjaarsnota kunnen we een voorzichtige eerste indicatie geven van de financiële gevolgen. Deze zijn 12

in bovenstaande tabel vertaald in de indicatieve effecten op de Algemene uitkering van de gemeente Oldenzaal. Bij de meicirculaire 2024 zal een en ander nader geconcretiseerd worden. In afwachting daarvan wordt bij de uitwerking van de Kadernota 2025 uitgegaan van de bedragen zoals opgenomen in bovenstaande tabel.

2.5

Ambities en Middelen in Balans - Spoor 2

Onderdelen (x € 1.000)

2024

e. Ambities en Middelen in Balans – Spoor 2 (financieel-technisch, tabel 3)

2025 V

1.423

2026 V

2.723

2027 V

2.723

2028 V

2.723

Dit betreffen de geïnventariseerde maatregelen uit spoor 2 (financieel technische maatregelen) van het traject ‘ambities en middelen in balans’. In dit tweede spoor is een financieel technische analyse van de begroting 2024-2027 uitgevoerd. Hierbij is onderzocht of de financieel technische uitgangspunten die Oldenzaal hanteert reëel en actueel zijn en passen bij onze moderne kijk op bedrijfsvoering. Het College stelt voor om onderstaande maatregelen mee te nemen bij de opstelling van de Programmabegroting 2025-2028. De maatregelen uit spoor 2 hebben geen directe maatschappelijke implicaties en zijn naar inschatting van College verantwoord binnen de kaders van BBV, (interne) regelgeving en een gezond financieel beleid. Een overzicht hiervan treft u aan in onderstaande tabel, gevolgd door een inhoudelijke toelichting per maatregel. Onderdelen (x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

2028

Vrijval bestemmingsreserves t.g.v. Algemene Reserve (geen begrotingseffect)

V

1.083

Verminderen rentelasten (Treasury)

V

220

V

220

V

220

V

220

Aframen structurele onderschrijdingen / overschrijdingen

V

180

V

180

V

180

V

180

Eenmalige correctie index (0,625%)

V

273

V

273

V

273

V

273

Verlengen afschrijvingstermijnen (m.i.v. 2026)

V

V

650

V

650

V

650

Invoeren restwaarde (niet afschrijven tot nihil, m.i.v. 2026)

V

V

650

V

650

V

650

Stuwmeer investeringen: vrijval en fasering

V

100

V

100

V

100

V

100

Stuwmeer investeringen: stelpost ‘Onderuitputting Kapitaallasten’

V

650

V

650

V

650

V

650

Totaal Ambities en Middelen – Spoor 2 (exclusief vrijval bestemmingsreserves)

N

1.423

V

2.723

V

2.723

V

2.723

Tabel 3.

2.5.1

Vrijval bestemmingsreserves ten gunste van Algemene Reserve

In het kader van het ombuigingstraject ‘ambities en Middelen in balans’ is een ‘scan’ gemaakt van bestemmingsreserves die, gezien het bestedingsdoel en gerealiseerde uitgaven, vrij zouden kunnen vallen. Per saldo heeft de ‘scan reserves’ een vrijval opgeleverd van € 1.083.394. Dit bedrag kan, na accordering door uw Raad, worden toegevoegd aan de Algemene Reserve. Met de vrijval wordt het weerstandsvermogen versterkt en de Algemene reserve kan (onder voorwaarden) worden ingezet als dekkingsmiddel. Met de toevoeging van onderstaande bestemmingsreserves aan de Algemene Reserve ontstaat echter geen ‘direct’ budgetvoordeel.

13

31-12-2023

Voorgestelde vrijval

01550 Reserve project Glinde Esch

80.907

30.907

01534 Reserve binnenstad

18.993

18.993

01539 Reserve uitwerking visie openbaar groen

9.956

9.956

01562 Reserve Willem Vleertmanstraat huuregalisatie

141.010

54.015

01561 Reserve compensatiegelden Corona

488.696

488.696

01571 Reserve Noodfonds

880.827 1.620.389

480.827 1.083.394

Reserve

2.5.2

Verminderen rentelasten (Treasury)

Oldenzaal beschikt over relatief weinig vreemd vermogen c.q. langlopende leningen. Keerzijde is dat we als Oldenzaal relatief veel investeringen ‘op de plank’ hebben liggen die, wanneer tot uitvoer komend, een directe liquiditeitsbehoefte met zich meebrengt. Een liquiditeitsbehoefte die dan gefinancierd moet worden met relatief hogere rentes ten opzichte van de beginjaren 2020. De inzet van mogelijke middelen uit verkoop van deelnemingen of vastgoed kan een dempend effect hebben op de rentelasten van de gemeente Oldenzaal. Indicatief kan een opbrengst van € 6 miljoen, waarvan de liquide middelen worden ingezet voor de financiering van investeringsbehoefte, een ‘dempend’ effect van 0,2% hebben op de omslagrente. Bij gelijkblijvende rentestanden correspondeert dit met een besparing van ca.€ 220.000. 2.5.3

Aframen structurele onderschrijdingen en overschrijdingen

Voor de jaren 2021, 2022 en 2023 zijn de geraamde lasten vergeleken met de uiteindelijk gerealiseerde lasten. Bij ieder beheersproduct is gekeken of er sprake is geweest van een structurele onderschrijding (dus drie opeenvolgende jaren budget over gehouden). Bij beheersproducten met structurele onderschrijding is het laagste bedrag in de telling meegenomen. Bovengenoemde berekening is ook gemaakt voor de structurele overschrijdingen in de jaren 2021, 2022 en 2023. Het structurele af te ramen saldo van onder- overschrijdingen over deze jaren is gekwantificeerd op € 180.000. 2.5.4

Eenmalige correctie index (0,625%)

Voor de inschatting van de jaarlijkse indexering van budgetten wordt in de begroting van de gemeente Oldenzaal gebruik gemaakt van de meest recente (voorlopige) raming van het Centraal Planbureau (CPB). Deze voorlopige raming wordt het jaar daarop door het CPB herrekend tot een definitief prijsinflatiecijfer. De gebruikelijke systematiek in Oldenzaal is dat het voorlopige indexcijfer wordt gecorrigeerd met de definitieve cijfers. Hoewel de benadering van Oldenzaal ‘zuiver’ lijkt, omdat budgetten door de jaarlijkse correcties sneller de juiste koopkracht vertegenwoordigen, zijn er ook diverse gemeenten die bij de indexering van hun budgetten ‘slechts’ uitgaan van voorlopige ramingen, zonder correctie achteraf. Een vergelijkende analyse over de tijdsperiode 2017-2025 leert dat een oorspronkelijk bedrag van € 100 in Oldenzaal in 2025 ruim € 124 waard is geworden, tegenover € 117 bij een index gebaseerd op voorlopige ramingen. Voorgesteld wordt om de systematiek te handhaven maar eenmalig een correctie op de index voor goederen en diensten door te voeren in 2025 van 0,625%. Deze index komt hiermee voor 2025 afgerond uit op 1,38 %. Dit betekent een structurele kostenbesparing van ca. € 273.000. 2.5.5

Verlengen afschrijvingstermijnen (met ingang van 2026)

De regels voor waardering en afschrijving zijn afgebakend binnen het ‘Besluit Begroting & Verantwoording’ (BBV). Hierin staat beschreven welke zaken geactiveerd mogen worden en welke niet. Een belangrijk uitgangspunt hierin is dat het afschrijvingsbeleid resultaatonafhankelijk dient te zijn en dat er een bestendige gedragslijn moet worden toegepast. Echter, het is aan de gemeente om de criteria van afschrijvingstermijnen te bepalen. De gemeentelijke kaders zijn weergegeven en geactualiseerd in de ‘Beleidsnotitie afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen 2020’. De afschrijvingstermijnen binnen gemeen14

ten verschillen. Het is aan iedere gemeente om hier onderbouwd mee om te gaan. Gemeente Oldenzaal hanteert de ‘voorzichtige’ aanpak in haar nota afschrijvingen. Uit de praktijk blijkt echter dat panden, voorzieningen e.d. zowel technisch als ook economisch een langere levensduur hebben gekregen. Dit blijkt ook uit een uitgevoerd vergelijk met enkele collega gemeenten. Met deze kennis wordt voorgesteld om de verlenging van afschrijftermijnen per categorie naar redelijkheid te verhogen. Een wijziging van afschrijvingstermijnen vraagt voorbereiding. Per activum(categorie) moet een nieuwe afschrijvingstermijn worden bepaald, interne regelgeving worden aangepast en afstemming worden gezocht met de accountant. Geadviseerd wordt daarom om de nieuwe afschrijvingssystematiek in te voeren per boekjaar 2026. Voorlopig wordt uitgegaan van een (conservatieve) structurele besparing van € 650.000. 2.5.6

Invoeren restwaarden (niet afschrijven tot nihil, met ingang van 2026)

Zoals bij 2.5.5 reeds geschreven hanteert de gemeente Oldenzaal een ‘voorzichtige’ aanpak in haar nota afschrijvingen. Dit geld ook voor het bepalen van de restwaarden van activa. De restwaarde is de waarde van een activum aan het eind van de levensduur. In Oldenzaal schrijven we standaard af tot nihil, en rekenen we daarmee met de maximale afschrijvingslasten. Vergelijk met andere gemeenten en ook technische ontwikkelingen leert dat het calculeren van een restwaarde zowel reëel als gebruikelijk is. Het hanteren van een restwaarde voor een bedrijfsmiddel of activa is een schatting van de waarde aan het eind van de levensduur. Conform BBV is 10% maximaal. Ook voor het invoeren van restwaarden geldt dat wordt voorgesteld om een restwaarde van 10% in te voeren voor de daarvoor passende activacategorieën. Dit vraagt wederom een gedegen voorbereiding. Geadviseerd wordt daarom om restwaarden in te voeren per boekjaar 2026. Een (conservatieve) indicatie wijst op een structurele besparing van € 650.000. 2.5.7

Stuwmeer Investeringen: vrijval en fasering

Voor de planperiode 2025-2028 staan diverse investeringen gepland die de komende tijd veel (ambtelijke) capaciteit zullen gaan vergen. Ultimo 2023 stonden nog totaalinvesteringen ter grootte van € 59 miljoen ‘open’. Bij de jaarrekening 2023 heeft in het kader van het kredietenverslag 2023 een laatste actualisering plaatsgevonden. Door vrijval en fasering van enkele kredieten is het bedrag aan openstaande kredieten teruggebracht met ca. € 1 miljoen tot € 58 miljoen. De totaal geïnventariseerde vrijval aan investeringen correspondeert indicatief met een structurele vrijval aan kapitaallasten van € 100.000. 2.5.8

Stuwmeer Investeringen: Stelpost ‘Onderuitputting Kapitaallasten’

Met de actualisering van de investeringskredieten bij Najaarsnota 2023 en Jaarrekening 2023 is een realistischer investeringsagenda ontstaan. Desondanks lijkt het reëel, gezien de meerjarig geconstateerde onderschrijdingen op de kapitaallasten, aanvullend te kiezen voor een ‘stelpost onderuitputting Kapitaallasten’. Dit in navolging van diverse andere gemeenten. Bij een conservatief geraamde onderuitputting van 25% betekent een soortgelijke stelpost voor de gemeente Oldenzaal dat op voorhand de kapitaallasten behorende bij een investeringsvolume van € 11,5 miljoen vrijvallen. Daarmee zou een stelpost van (afgerond) € 650.000 beschikbaar komen.

2.6

Ambities en Middelen in Balans – Spoor 1 (onderuitputting, belastingen & tarieven)

Onderdelen (x € 1.000) f. Ambities en Middelen in Balans–Spoor 1 (Onderuitputting, belastingen & tarieven, tabel 4)

2024

2025 V

2.115

2026 V

2.683

2027 V

2.683

2028 V

2.736

Dit betreffen de geïnventariseerde maatregelen uit spoor 1 van het traject ‘ambities en Middelen in balans’, en dan met name de, aanvullend op spoor 2 geconstateerde, onderuitputting of niet benodigde budgetten of kredieten en vrijvallende reserves. Het betreffen daarmee de maatregelen uit 15

spoor 1 die een geringe maatschappelijke impact hebben en derhalve direct kunnen worden gerealiseerd. Daarnaast wordt in deze Kadernota voorgesteld om ook de categorie ‘belastingen en tarieven’ direct te betrekken bij de opstelling van de begroting 2025. Vooruitlopend op het Rijksbeleid om de verhoging van de OZB te maximeren en daarmee de beleidsvrijheid van de gemeenten verder te beperken, zien we ons gedwongen om nu al een aantal belastingen en tariefsverhogingen door te voeren. Bovendien zijn deze verhogingen nodig om niet te hoeven te bezuinigen op de voorzieningen in de stad. Voorgesteld wordt de maatregelen te betrekken bij de totstandkoming van de Programmabegroting 20252028. Een overzicht hiervan treft u aan in onderstaande tabel, gevolgd door een inhoudelijke toelichting per maatregel. Zoals aangegeven worden de resterende maatregelen uit spoor 1 nog niet ingeboekt, in afwachting van nadere ontwikkelingen met betrekking tot het Gemeentefonds (‘Claim op het Rijk’). Mocht het Rijk ‘over de brug’ komen met financiële middelen dan wordt voorgesteld om met 50% van dat bedrag de OZB minder te verhogen en met 50% van dat bedrag overige bezuinigingsmaatregelen niet door te voeren. Onderdelen (x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

2028

Categorie onderuitputting Bijramen baten naheffingsaanslagen parkeerbelastingen Aframen huur gymnastieklokaal en telefoonkosten Aframen Tutorkosten

V

15

V

15

V

15

V

15

V

4

V

5

V

5

V

5

V

39

V

39

V

39

V

39

Aframen Compensatie collectieve zorgverzekering Budgetteren nog niet geraamde jaarlijkse opbrengsten uit anterieure overeenkomsten Aframen budget ‘Onvoorzien’

V

100

V

100

V

100

V

100

V

80

V

80

V

80

V

80

V

52

V

52

V

52

V

52

Aframen budget voor herziening oude bestemmingsplannen Samenwerking Stadsbank Oost Nederland, niet benodigde deelbudget aframen Structureel meer parkeeropbrengsten dan begroot Doorschuiven deel budget Omgevingswet 2024 Indexering Algemene Uitkering op voorhand ramen; actualiseren rijksbijdrage WSW met loonindex WSW Anders inzetten bedrijfsrestaurant

V

5

V

5

V

5

V

5

V

23

V

23

V

23

V

23

V

75

V

75

V

75

V

75

V

220

V

V

175

V

175

V

175

V

175

V

38

V

38

V

38

V

38

Aframen onderuitputting vegen op zondag

V

22

V

22

V

22

V

22

V

18

V

18

V

18

V

74

V

74

V

74

V

53

Aframen lasten OZO verbindzorg Afbouwen reserve werkgeverslasten buurtbeweegcoaches Verkoop Paukenlaan (vrijval exploitatie)

V

190

V

74

Verkoop Bentheimerstraat (vrijval exploitatie) Verkoop Hooge Lucht (vrijval exploitatie) Afboeken resterende taakstelling vastgoed (Ombuigingstraject 2021) Afboeken Onderwijsbrochure

N

74

V

V

V

104

V

104

V

104

N

150

N

150

N

150

V

5

V

5

V

5

Afboeken bijdrage aan asiel ‘Goofy’

V

1

V

1

V

1

Aframen totale budget doelgroepenvervoer

V

100

V

100

V

100

16

Aframen lokaal jeugdbeleid procesmanagement Subtotaal Categorie onderuitputting

V

27

V

27

V

27

V

1.038

V

807

V

807

V

860

Leges kabels en leidingen verhogen

V

2

V

2

V

2

V

2

Verhogen tarief OZB Eigenaren 10%

V

800

V

800

V

800

V

800

Verhogen tarief OZB Bedrijfsobject 10%

V

200

V

200

V

200

V

200

V

510

V

510

V

510

Categorie Belastingen & tarieven

Kostendekkend maken leges Burgerzaken Taakstelling parkeerinkomsten

V

V

192

V

192

V

192

Tarieven toeristenbelasting verhogen met 100% Verhogen lijkbezorgingsrechten, rechten begraven en begraafplaatsrechtenvergunning Extra huurinkomsten zendmasten

V

V

96

V

96

V

96

Subtotaal Categorie onderuitputting Totaal Ambities en Middelen–Spoor 1 (Onderuitputting, belastingen & tarieven, tabel 4)

V

70

V

70

V

70

V

70

V

5

V

5

V

5

V

5

V

1.587

V

1.875

V

1.875

V

1.875

V

2.115

V

2.683

V

2.683

V

2.736

Tabel 4.

Toelichtingen Spoor 1 Categorie ‘Onderuitputting’ 2.6.1

Bijramen baten naheffingsaanslagen parkeerbelastingen

De baten uit naheffingsaanslagen parkeerbelastingen zijn structureel hoger dan begroot. De naheffingsaanslagen kunnen derhalve met € 15.000 worden bijgeraamd. 2.6.2

Aframen huur gymnastieklokaal en telefoonkosten

De huur van het gymnastieklokaal en de telefoonkosten in het kader van het ‘Motorisch remedial teaching’ zijn nog opgenomen de begroting van de gemeente, maar hoeven niet meer door de gemeente te worden bekostigd. Een bedrag van € 4.523 kan hierdoor worden afgeraamd. 2.6.3

Aframen Tutorkosten

Naast de financiering voor het onderwijsachterstanden beleid, budgetteren we de post ‘Tutorkosten’. Dit budget is niet meer benodigd waardoor een bedrag van € 38.692 kan worden afgeraamd. 2.6.4

Aframen compensatie collectieve zorgverzekering

Op het budget dat beschikbaar is gesteld voor de compensatie collectieve zorgverzekering (Minimabeleid) wordt jaarlijks geld overgehouden. Een bedrag van € 100.000 kan hierdoor worden afgeraamd. 2.6.5

Budgetteren nog niet geraamde jaarlijkse opbrengsten uit anterieure overeenkomsten

Voor bestemmingsplannen (niet in exploitatie) kan op basis van ervaringscijfers ca. 25% van de loonkosten worden vergoed via anterieure overeenkomsten (€ 80.000). Dit wordt tot op heden niet geraamd. Het betreft feitelijk een structurele doorbelasting van de kosten.

17

2.6.6

Aframen budget onvoorzien

Voorgesteld wordt om de post voor onvoorzien € 52.250 niet meer te begroten. Argumenten hiervoor zijn: 2.6.7

het is wettelijk niet meer verplicht voorgeschreven om een post voor onvoorzien te hebben; tegenvallers kunnen worden opgevangen binnen de algemene reserve; het budget is te beperkt om grote risico’s en tegenvallers op te kunnen vangen. Aframen budget voor herziening oude bestemmingsplannen

Bestemmingsplannen (niet in exploitatie) betreft de uitvoering van wettelijk verplichte taken. De kosten worden in principe verhaald via anterieure overeenkomsten. Het beschikbare budget voor ‘herziening oude bestemmingsplannen’ van € 5.342 is de laatste 3 jaar niet besteed en kan structureel komen te vervallen. 2.6.8

Samenwerking Stadsbank Oost Nederland, niet benodigde deelbudget aframen

Op het budget dat beschikbaar is gesteld voor de samenwerking Stadsbank Oost Nederland wordt jaarlijks geld over gehouden. Een bedrag van € 23.000 kan worden afgeraamd. 2.6.9

Structureel meer parkeeropbrengsten dan begroot

Sinds ‘Corona’ kunnen we structureel meer parkeeropbrengsten waarnemen. Voorgesteld wordt een structureel bedrag van € 75.000 bij te ramen. 2.6.10 Doorschuiven van een deel van het budget Omgevingswet 2024 Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Het betreft een wettelijk verplichte taak. Maar het moment waarop werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden, hangt af van landelijke ontwikkelingen. We wachten nog steeds op een goed voorbeeld omgevingsplan. Het lijkt op dit moment reëel om de werkzaamheden meer in de tijd te spreiden. De oorspronkelijk totaal geraamde budgetten (2023 tot en met 2025) blijven onveranderd benodigd, maar over meer jaren gespreid. Dit betekent dat voor het jaar 2025 € 219.500 kan worden afgeraamd. 2.6.11 Indexering Algemene Uitkering op voorhand ramen; actualiseren rijksbijdrage WSW met loonindex WSW Jaarlijks wordt de rijksbijdrage voor de WSW geactualiseerd met de loonindex WSW, wat betekent dat de salarislasten in de primitieve begroting een jaar voorlopen op de rijksbijdrage. Dit structurele voordeel kan worden ingeboekt en kan, afhankelijk van de inflatie, een bedrag van € 175.000 opleveren. 2.6.12 Anders inzetten bedrijfsrestaurant De ontwikkeling rondom het anders organiseren van het bedrijfsrestaurant nadert zijn einde met de besluitvorming in de raadsvergadering van 8 juli a.s.

Hier wordt voorgesteld om het uitsluitend recht dat ‘De Werkwijzer’ heeft wat betreft het bedrijfsrestaurant in te trekken. Marktonderzoek toont aan dat we met een andere partij een kwaliteitsimpuls en tevens een kostenbesparing kunnen realiseren van € 38.000. 2.6.13 Aframen onderuitputting vegen op zondag Het vegen op zondag wordt sinds kort met eigen personeel gedaan. Vegen met eigen personeel is goedkoper. Een bedrag van € 22.445 kan hierdoor worden afgeraamd.

18

2.6.14 Aframen onderuitputting OZO verbindzorg De lasten voor OZO Verbind zorg (eerstelijnsloket WMO) worden nog geraamd in de begroting, maar komen niet meer voor rekening van de gemeente. Een bedrag van € 18.000 kan hierdoor worden afgeraamd. 2.6.15 Afbouwen reserve werkgeverslasten buurtbeweegcoaches De gemeente Oldenzaal heeft sinds 2012 buurtbeweegcoaches in dienst. Vanuit het Landelijk Sportakkoord II is de brede regeling combinatiefuncties ondergebracht in de brede specifieke uitkering GALA. Uit deze regeling ontvangt de gemeente vanaf 2023 de middelen om de buurtbeweegcoaches te bekostigen. Binnen de gemeente kennen we nog een reserve voor de werkgeverslasten van de buurtbeweegcoaches. Deze kan worden afgeboekt, dit levert eenmalig een besparing op van € 190.000 in 2025. 2.6.16 Verkoop Paukenlaan Voorgesteld wordt om de Paukenlaan te verkopen. Door verkoop komen de exploitatielasten te vervallen. Vanaf 2025 een structureel voordeel van € 74.000 2.6.17 Verkoop Bentheimerstraat Voorgesteld wordt om het pand aan de Bentheimerstraat te verkopen. Door verkoop komen de exploitatielasten te vervallen. Vanaf 2028 een structureel voordeel van € 53.000 2.6.18 Verkoop Hooge Lucht Voorgesteld wordt om het pand Hooge Lucht te verkopen. Door verkoop komen de exploitatielasten te vervallen.

Vanaf 2026 een structureel voordeel van € 109.500 2.6.19 Afboeken resterende Taakstelling Vastgoed (ombuigingstraject 2021) Vanuit het bij de Programmabegroting 2021 ingestelde ombuigingstraject resteert een nog niet ingevulde taakstelling op ‘Vastgoed’ van structureel € 150.000. De vrijvallende exploitatielasten uit verkoop van onroerend goed gaat derhalve vanaf een bedrag van € 150.000 aanvullend bijdragen aan het verbeteren van de (structurele) begrotingssaldi. 2.6.20 Afboeken onderwijsbrochure De onderwijsbrochure wordt nog genoemd in de begroting, maar hoeft niet meer door de gemeente te worden bekostigd. Een bedrag van €4.251 kan hierdoor worden afgeraamd. 2.6.21 Aframen bijdrage aan asiel ‘Goofy’ De gemeente heeft de uitvoering van deze wettelijke verplichting uitbesteed aan het Dierenopvangcentrum Oldenzaal. Asiel Goofy wordt nog genoemd in de begroting, maar is permanent gesloten. Een bedrag van € 1.300 kan hierdoor worden afgeraamd. 2.6.22 Aframen totale budget doelgroepenvervoer In de najaarsnota 2023 zijn de budgetten voor het doelgroepenvervoer aangepast vanwege de nieuwe aanbesteding. Op basis van recente facturen blijkt dat er €100.000 te ruim in geboekt. Deze aframing wordt verdeeld over de verschillende posten: 40% op de regiotaxi, 30% op het jeugdwet vervoer en 30% op de vervoersvoorziening individueel.

19

2.6.23 Aframen lokaal Jeugdbeleid procesmanagement Het lokaal Jeugdbeleid procesmanagement wordt nog genoemd in de begroting, maar hoeft niet meer door de gemeente te worden bekostigd. Een bedrag van € 26.617 worden afgeraamd. Toelichtingen Spoor 1 Categorie ‘Belastingen & Tarieven’ 2.6.24 Leges kabels en leidingen verhogen Op basis van een vergelijk met omliggende gemeenten wordt voorgesteld om de leges vergunningen en instemmingen te verhogen per aanvraag met € 20. Dit levert een hoger bedrag aan inkomsten op van ca. € 2.000 structureel (gebaseerd op het gemiddeld aantal aanvragen van de afgelopen jaren). De opbrengsten sterk afhankelijk van het aantal aanvragen (nuts- en telecombedrijven). Deze verschilt per jaar. 2.6.25 Verhogen tarief OZB eigenaren met 10% Verhoging met 10% van de onroerende zaakbelasting levert extra structurele opbrengsten op € 800.000 OZB over WOZ-waarde van woningen. 2.6.26 Verhogen tarief OZB bedrijfsobjecten met 10% Verhoging met 10% van de onroerende zaakbelasting levert extra structurele opbrengsten op van € 200.000 OZB over WOZ waarde van bedrijfsobjecten. 2.6.27 Kostendekkend maken leges burgerzaken De totale baten leges hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening in de legesverordening kunnen met € 510.000 worden verhoogd vanaf 2026. De kostendekkendheid gaat dan van 54,68% (begroting 2024) naar 99,84%.

Nader onderzoek zal plaats moeten vinden welke producten in prijs verhoogd moeten worden om dit percentage kostendekkendheid te bereiken. We zullen de komende maanden nader uitwerken hoe e.e.a. precies uitwerkt. Er is een kans dat het bedrag niet in de volle omvang wordt gerealiseerd. Daarom nemen we dit in de Programmabegroting 2026 dan ook mee in de risicoparagraaf. 2.6.28 Taakstelling parkeerinkomsten In afwachting van de komende parkeervisie wordt alvast een taakstellende verhoging van parkeerinkomsten ingeboekt van € 192.000 met ingang van 2026. 2.6.29 Tarieven toeristenbelasting verhogen met 100% 90 % van de gemeenten in Nederland hanteert toeristenbelasting. De meeste gemeenten hanteren een vast bedrag per overnachting met verschillende tarieven per accommodatievorm. Voor hotels ligt het tarief bij bijna de helft van de gemeenten tussen de 1 en 2 euro per nacht. Voor een overnachting op een camping ligt het tarief in 59 % van de gemeenten in Nederland tussen de € 1 en € 2 per nacht. In Overijssel behoort Oldenzaal met 6 andere gemeenten tot de goedkoopste met een tarief tussen de € 0 en € 1. 12 gemeenten hebben een tarief tussen de € 1 en € 1,5 en 2 gemeenten tussen de € 1,5 en € 2. Omdat de ondernemers tijd nodig hebben om de tarieven in de prijzen te verwerken wordt voorgesteld om de verhoging (€ 96.140) pas in 2026 in te laten gaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14357522/3