CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

07. Integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP) 2025-2040 - Bijlage - IHP 2025-2040

Gemeenteraad 27 oktober 2025, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2025-204025.445 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

32/85

Thuisnabijheid van scholen

Ruimtevraag en -aanbod

In de gemeente Oldenzaal geldt dat spreiding en thuisnabijheid van onderwijs een groot goed is. Kwalitatief goede onderwijsvoorzieningen, ook wanneer de kwaliteit en exploitatie van een school als gevolg van leerlingendaling onder druk komen te staan. Daartoe dragen gemeente en schoolbesturen gezamenlijk een verantwoordelijkheid. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit en exploitatie van het onderwijs. Zij streven ernaar het onderwijs in de wijken in stand te houden, mits de kwaliteit van het onderwijs inhoudelijk en financieel kan worden gegarandeerd.

Gemeente en schoolbesturen streven naar een efficiënte inzet van de beschikbare onderwijshuisvesting en de financiële middelen hiervoor. Ruimtevraag en -aanbod worden zoveel mogelijk op elkaar afgestemd om normatieve overmaat of tekorten te voorkomen. Dat betekent onderwijsplekken realiseren waar ze nodig zijn en leegstaande onderwijscapaciteit zoveel mogelijk voorkomen of zelfs reduceren.

Nieuwbouw versus renovatie Bij onderwijsgebouwen van 40 jaar en ouder wordt in de businesscases, voortvloeiend uit dit IHP, gekeken naar de noodzaak en de mogelijkheden om de locatie te verbeteren. Allereerst wordt bekeken of renovatie de knelpunten (technisch, onderwijskundig-functioneel en/of sociaalmaatschappelijk) kan oplossen binnen een passend financieel kader. Is dit niet mogelijk, dan wordt gekeken naar mogelijkheden in bestaand vastgoed. Zijn deze mogelijkheden er niet, of is dit financieel niet interessant, dan is de optie vernieuwbouw of nieuwbouw aan de orde.

Mogelijkheden voor het voorkomen van leegstand zijn: ▪ Efficiënt inzetten van ruimten (niet bouwen voor leegstand); ▪ Bouwdelen afstootbaar maken. Voor groei van een school of een tijdelijke piekperiode (normatief ruimtetekort) wordt gezocht naar alternatieve oplossingen. De verordening biedt het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid om: 1.

Het afwegingsproces verloopt als volgt (voor definities zie de Begrippenlijst): 1. 2. 3. 4.

Renovatie Bestaand vastgoed Vernieuwbouw Nieuwbouw

Maatwerk voor monumenten Oldenzaal kent een aantal monumentale schoolgebouwen en schoolgebouwen met een cultuurhistorische waarde. Behoud van deze panden kan op verschillende redenen gestoeld zijn, zoals profilering van de school, behoud van stadsgezicht etc. Indien wordt gekozen voor renovatie of vernieuwbouw, of ook wel ‘nieuw leven in blazen’, kan de effectuering van dit besluit gepaard gaan met een toename van de benodigde financiële middelen. Het onderhoud van monumenten is in bepaalde gevallen minder eenvoudig dan onderhoud van ‘reguliere’ gebouwen, laat staan aanpassingen aan het exterieur, verduurzaming of renovatie.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

2.

Bestaande onderwijscapaciteit bij een andere school of instelling in te zetten. Voorwaarden voor het verwijzen naar leegstand zijn: Afstandscriterium, mits via een veilig begaanbare route. Primair onderwijs binnen twee km (verordening) en voortgezet onderwijs binnen de gemeentegrens; ‘Uitwonen’ van groepen leerlingen dient bij voorkeur te worden voorkomen, bij uitzondering minimaal met twee groepen tegelijkertijd. Wanneer medegebruik niet mogelijk is, biedt de inzet van een tijdelijke of permanente voorziening een alternatief. Hier geldt de voorwaarde: maximaal één voorziening naast de hoofdlocatie.

Bij het toekennen van ruimtebehoefte door middel van een voorziening wordt onderscheid gemaakt in tijdelijke en permanente voorzieningen. De keuze tussen beide is afhankelijk van de verwachte periode van de noodzaak van de voorziening: ▪ Korter dan vier jaar is in principe geen toekenning; ▪ Vier tot vijftien jaar recht op: een tijdelijke voorziening; ▪ Langer dan vijftien jaar recht op: een permanente voorziening. Als de tijdelijke voorziening wordt overgebracht naar een andere school, is het van belang om eerst de kwaliteit ervan te onderzoeken om te bepalen of deze nog steeds geschikt is voor onderwijsdoeleinden in relatie tot de staat en de benodigde duur.

33/85

Bij krimp van een school (normatieve overmaat) wordt gekeken naar de overcapaciteit. Een normatieve overmaat is niet per direct te vertalen in een functionele overmaat; in bestaande gebouwen kan sprake zijn van een inefficiënte indeling. Daarnaast kan een overmaat ruimte geven aan het onderwijs. Anderzijds kan reductie van de overmaat bijdragen aan reductie van de exploitatielasten. Enkele mogelijkheden om te reduceren zijn: ▪ ▪

Het verhuren van ruimtes met akkoord van de gemeente; Afstoten van de leegstand, bij een economisch claimrecht, om niet teruggegeven aan de gemeente mits de ruimte zelfstandig kan worden gebruikt of hiervoor eenvoudig geschikt te maken is.

Het uitgangspunt in het IHP is dat normatieve overmaat altijd wordt beschouwd in relatie tot de functionele inzetbaarheid van de ruimte en de onderwijskundige meerwaarde ervan. Wanneer structurele overmaat (>10%) leidt tot onevenredig hoge exploitatiekosten, wordt in overleg met de gemeente, gezocht naar een passende huisvestingsmaatregel. Hierbij wordt zorgvuldig afgewogen wat dit betekent voor zowel de exploitatie als de kwaliteit van het onderwijs. Overmaat wordt als structureel beschouwd wanneer deze naar verwachting gedurende een aaneengesloten periode van minimaal vijf jaar aanhoudt. Overmaat

Beoordeling

Toelichting

-

0-5%

Acceptabel

Binnen de marges van normaal gebruik, inefficiëntie en onderwijsinhoudelijke ruimte

-

5-10%

Toelaatbaar mits goed onderbouwd

Denk aan onderwijskundige inzet, tijdelijke fluctuaties of multifunctioneel gebruik

-

>10%

Structureel kritisch

Reductie of herbestemming verdient serieuze overweging

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Investeren in ruimte voor kinderopvang In tegenstelling tot onderwijshuisvesting is het huisvesten van kinderopvangorganisaties geen wettelijke taak van de gemeente. Momenteel is sprake van verschillende juridische oplossingen voor de huisvesting van kinderopvang. Voor nieuwe investeringen gelden de volgende en reeds bestaande uitgangspunten: ▪

▪

▪

Samenwerking tussen PO, kinderopvang en buitenschoolse opvang (BSO). De mogelijkheden voor het vormen van een kindcentrum worden (waar mogelijk en wenselijk) onderzocht; Buitenschoolse opvang wordt aangeboden op iedere school binnen de bestaande vierkante meters. Hiervoor wordt geen extra ruimte gerealiseerd door de gemeente; De gemeente is bereid om de financiering voor de ruimtes voor de kinderopvang te verzorgen, mits daar een kostendekkende huur tegenover staat met een langdurig huurcontract (max. 3 jaar met mogelijkheid tot verlenging).

In de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oldenzaal 2015 wordt nader toegelicht hoe de betreffende constructie werkt.

Medegebruik of verhuur De gemeente Oldenzaal streeft naar een doelmatig gebruik van onderwijshuisvesting. Verhuur en medegebruik van schoolgebouwen worden daarbij mogelijk gemaakt, mits het onderwijsproces niet wordt belemmerd en er sprake is van maatschappelijke meerwaarde. De gemeente is eigenaar van de gebouwen (economisch claimrecht) en ontvangt de eventuele huurinkomsten. Schoolbesturen ontvangen een exploitatievergoeding voor het gebruik van hun ruimte en eventuele extra lasten door medegebruik. In Oldenzaal wordt kritisch gekeken naar bestaande afspraken en contracten op het gebied van verhuur en medegebruik. Waar nodig worden deze geactualiseerd, met aandacht voor transparantie, een heldere rolverdeling en een rechtvaardige verdeling van kosten en verantwoordelijkheden.

34/85

Bouwstenen vanuit de visie

00

Gemeente

Schoolbesturen

(S)BO op wijkniveau ▪ In elk woongebied is minimaal één onderwijsvoorziening ▪ Keuzevrijheid; behoud van verschillende denominaties en onderwijsconcepten

Ambitie

Circulair bouwen

Kwaliteitsniveau ENG

Wettelijk

Behouden van cultuurhistorische waarde

Kwaliteitsniveau BENG en Frisse Scholen

ENG

Ambities op maat

Toekomstbestendig exploiteren

Verwachting vanuit Europese richtlijnen EPBD vanaf 1-1-2030

Voldoende kwalitatief passende ruimte om bewegingsonderwijs aan te bieden

Huisvesting voor het onderwijs van goede kwaliteit en omvang 2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

VO op gemeente- en regioniveau

Onderwijs voor iedereen Voorzieningen worden, waar mogelijk, bij elkaar gepositioneerd (clustering) indien er inhoudelijke meerwaarde is voor de samenwerking

Beschikken over een meerjarenonderhoudsplan per schoolgebouw

Onderhouden en exploiteren van schoolgebouwen en -pleinen 35/85

▪

Circulair bouwen Een veilige en leefbare omgeving is het doel. Door klimaatverandering nemen extreme buien, droogte en hitte toe in de gebouwde omgeving. Aanpassingen (klimaatadaptatie) zijn nodig om de veiligheid en leefbaarheid te waarborgen en toe te werken naar een klimaatbestendige fysieke omgeving.

▪

Toekomstbestendig exploiteren Investeren in slimme, duurzame maatregelen die verder reiken dan het bouwbesluit en Frisse Scholen. Deze maatregelen zijn gericht op het beperken van de exploitatielasten en het waarborgen van de functionaliteit van gebouwen op de lange termijn.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Onderwijs voor iedereen

Energieneutraal (ENG) Direct investeren in een volledig energieneutraal gebouw om tussentijdse noodzakelijke investeringen te voorkomen. Een investering in een nieuw gebouw gaat verder dan het jaar 2050.

Ambities op maat

▪

Het Oldenzaalse kwaliteitsniveau

Toekomstbestendig exploiteren

Cultuurhistorische waarde Het behouden van cultuurhistorische waarde in de gemeente is van groot belang voor het doorgeven van identiteit, geschiedenis en ruimtelijke kwaliteit aan toekomstige generaties. Dit aspect wordt meegenomen in de afweging tussen renovatie/vervangende nieuwbouw en nieuwbouw.

Circulair bouwen

▪

Onderwijs voor iedereen Het streven naar passend en inclusief onderwijs vraagt om sectoroverstijgende samenwerkingen tussen kinderopvang, PO, VO en zorgpartners. Dit heeft gevolgen voor de ruimtelijk en functionele inrichting van onderwijslocaties. Gemeente en schoolbesturen verkennen gezamenlijk de invulling en bekostiging van deze ambitie.

Energieneutraal (ENG)

Bouwbesluit BENG + Frisse Scholen Het huidige bouwbesluit gaat uit van een Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Voor een gezond binnenklimaat wordt daarnaast uitgegaan van de richtlijnen van Frisse Scholen. De specificaties staan in bijlage 5.

▪

Cultuurhistorische waarde

▪

Ambities op maat Investeren in onderwijs- en organisatiekundige ambities welke kunnen variëren per schoolbestuur en onderwijslocatie. Het heeft betrekking op onderwijskundige uitgangspunten, specifieke functionele eisen, identiteit en uitstraling, duurzaamheidsambities, et cetera.

Ambitie

Het Oldenzaalse kwaliteitsniveau is een samenhangend pakket aan maatregelen waarin bewust wordt geïnvesteerd met het oog op de lange termijn. Op basis van de visie (hoofdstuk 4) zijn, naast de wettelijke zorgplicht, aanvullende ambities geformuleerd die het gewenst kwaliteitsniveau van de onderwijshuisvesting in Oldenzaal bepalen.

▪

Wettelijk

5. Het kwaliteitsniveau

BENG & Frisse Scholen 36/85

6. Het proces

6.2 Hoe wordt de prioritering bepaald?

6.1 Wanneer komt een gebouw in aanmerking?

Hieronder wordt beschreven op welke wijze de prioritering tot stand komt. Daarbij wordt afgewogen op basis van de volgende categorieën:

De keuze om een gebouw te (ver)nieuwbouwen of te renoveren is een afweging op basis van verschillende aspecten, zoals technische kwaliteit, functionele kwaliteit en de toekomstbestendigheid van de school. Wanneer een gebouw in aanmerking komt voor een huisvestingsmaatregel zijn vaak meerdere van de volgende criteria van toepassing: ▪ ▪ ▪

De school is (voor wat betreft de onderwijskwaliteit, leerlingenprognoses en opheffingsnorm) voldoende levensvatbaar voor de toekomst; Het gebouw is met regulier onderhoud niet tot een redelijk kwaliteitsniveau te behouden (bijvoorbeeld binnenklimaat of duurzaamheid); Het gebouw voldoet niet meer aan de functionele eisen passend bij het onderwijsconcept en is niet met beperkte middelen door het schoolbestuur aan te passen.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

1.

Gemeentelijke zorgplicht: De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende en kwalitatief goede huisvesting voor het onderwijs. De gemeentelijke verordening beschrijft hiervoor de criteria. De schoolgebouwen die vanwege de zorgplicht direct om een maatregel vragen komen vooraan in de prioritering.

2.

Bijzondere context: Sommige projecten vragen om een specifieke maatregel vanwege de context. Bijvoorbeeld structurele overmaat, koppelkansen met lopende projecten, monumentale gebouwen met een specifieke onderhoudshistorie of projecten die vanwege bredere (onderwijskundige) ontwikkelingen om een specifieke maatregel of moment van uitvoering vragen.

3.

Integrale afweging: Voor de overige gebouwen wordt integraal een maatregel vastgesteld op basis van de theoretische levensduur. Hierbij komen de oudste gebouwen als eerst en jongere gebouwen als laatst. Voor jongere gebouwen die niet in aanmerking komen voor (ver)nieuwbouw of renovatie, maar waar voor 2050 aanvullende verduurzaming toegepast wordt, is een aparte maatregel opgenomen.

37/85

6.3 Hoe komt een project tot uitvoering? Wanneer een schoolgebouw op basis van de uitvoeringsagenda in aanmerking komt voor een maatregel volgen er een aantal stappen: ▪

Businesscase: In de initiatieffase worden de definitieve kaders en de maatregel vastgesteld. Dit gebeurt door het opstellen van een businesscase. In paragraaf 6.5 zijn de kaders voor deze businesscase beschreven. Deze fase start vroegtijdig, maar tenminste drie jaar voorafgaand aan het geplande moment van oplevering.

▪

Besluitvorming: De businesscase wordt vervolgens integraal met schoolbesturen besproken in het OOGO als onderdeel van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Hierin vindt de afstemming met andere projecten plaats. Afhankelijk van de voortgang van andere projecten kan een project eerder starten of vertraagd worden. Op basis van de uitkomst van het OOGO wordt de businesscase als onderdeel van de besluitvorming voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders en wordt het benodigde voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld.

▪

Afspraken vastleggen: Schoolbestuur, gemeente en eventuele andere betrokkenen leggen in een overeenkomst de afspraken vast voor de realisatiefase. Hierin staan de afspraken rondom de verdeling van verantwoordelijkheden, projectrisico’s, budgettaire kaders en financiering. In beginsel is het schoolbestuur bouwheer, tenzij gemeente en schoolbestuur anders overeenkomen.

▪

Aanbesteding: In deze fase wordt het project op de markt gezet. De bouwheer gaat formeel opzoek naar een geschikte partij om het project te realiseren. De bouwheer stelt de aanbestedingsdocumenten op met daarin de eisen, wensen en beoordelingscriteria. Enkele beoordelingscriteria worden omschreven in paragraaf 6.5. De marktpartijen kunnen zich inschrijven op de opgave. Na beoordeling van de inschrijvingen wordt de meest geschikte partij geselecteerd.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

38/85

6.4 De inhoud van een businesscase Een businesscase is maatwerk, maar geeft in ieder geval duidelijkheid over: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪

▪

Potentiële locatie(s), ruimtelijke kaders en benodigde procedures; Sociaal-maatschappelijke ambities van de gemeente, vertaald naar de huisvesting; De onderwijskundige visie en mogelijke samenwerkingspartners, vertaald naar de huisvesting; De normatieve ruimtebehoefte van het (bewegings)onderwijs; Het ruimteprogramma van het onderwijs en eventuele partners; De technische staat van het huidige gebouw, door middel van een schouw. Voor de oplossingsrichting (vervangende) nieuwbouw dient een schouw aan te tonen dat nieuwbouw een beter alternatief is dan vernieuwbouw; De technische haalbaarheid van de kwaliteitsambities welke zijn omschreven in hoofdstuk 5; Een levenscyclusanalyse (LCA) van de volledige milieubelasting per scenario om te zien welk scenario de laagste milieu-impact heeft; Projectrisico’s zoals participatie, flora & fauna, netcongestie et cetera; Fasering en de invulling van tijdelijke huisvesting; Subsidiemogelijkheden; Planning; De financiële haalbaarheid en dekking van eventuele aanvullende kwaliteitsambities (hoofdstuk 5) op basis van een terugverdientijd en de geldende wet- en regelgeving; Investeringskosten en (indicatieve) eenmalige bijkomende kosten voor planontwikkeling, aankoop van grond, slopen, bouwrijp maken, tijdelijke huisvesting, verhuizen, asbestsanering, terreininrichting en eventuele wijzigingen aan de verkeerssituatie; De afweging voor een

voorkeursscenario wordt gemaakt op basis van; ruimtelijke aspecten (ruimtevraag en aanbod, locatiekeuze, inpassing), sociaal-maatschappelijke ambities, onderwijskundige-functionele eisen, technische haalbaarheid, projectrisico’s en de financiën (investering, kapitaallasten, exploitatie en boekwaarde).

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

De gemeente is verantwoordelijk voor het opstellen van de businesscases voor het (speciaal) basisonderwijs. Voor het voortgezet onderwijs is het schoolbestuur verantwoordelijk. Bij het opstellen van de businesscase zijn het schoolbestuur, eventuele partners en de gemeente betrokken. Hierbij stellen de beleidsafdeling onderwijshuisvesting en andere beleidsafdelingen hun expertise beschikbaar rondom bijvoorbeeld ruimtelijke kaders, openbare ruimte, verkeerskunde en archeologie.

39/85

6.5 Beoordelingscriteria uitvoerende partijen Om geschikte partijen te selecteren voor het ontwerp en de uitvoering van het project, worden minimaal (afhankelijk van het gestelde kwaliteitsniveau zoals omschreven in hoofdstuk 5) de onderstaande IHP-beoordelingscriteria opgenomen in de aanbestedingsdocumenten.

▪

Gebruikersgericht ontwerp Geef aan op welke wijze u de toekomstige gebruikers (zoals schoolleiding, leerlingen, personeel en eventueel buurtbewoners) betrekt in het ontwerpproces. Beschrijf tevens hoe u hun wensen en behoeften vertaalt in het uiteindelijke ontwerp.

▪

Ervaring met onderwijshuisvesting Toon aan dat u beschikt over relevante ervaring met soortgelijke projecten in het primair en/of voortgezet onderwijs. Licht uw ervaring toe aan de hand van referentieprojecten met een vergelijkbare schaal en complexiteit.

Ontwerpfase ▪

▪

Visie op de opgave Uw visie ten aanzien van de positionering van het gebouw op de locatie, onderbouwd met een massastudie of vlekkenplan. Beschrijf hoe u invulling geeft aan: de stedenbouwkundige inpassing; de situering van het gebouw op het perceel; de inrichting van parkeren, kiss-and-ride en het schoolplein. Visie op circulair, adaptief en duurzaam ontwerpen/bouwen Beschrijf op een heldere en projectgerichte wijze hoe u circulaire, adaptieve en duurzame uitgangspunten toepast. Ga daarbij concreet in op de volgende samenhangende aspecten: -

-

-

Duurzaamheid en toekomstbestendigheid: hoe borgt u energieprestaties, verantwoord materiaalgebruik, natuurinclusief bouwen en toekomstbestendig ruimtegebruik?; Adaptiviteit: op welke manier houdt uw ontwerp rekening met veranderende behoeften in de tijd (bijvoorbeeld door middel van uitbreidbare bouwdelen, flexibele indelingen en aanpasbaarheid van functies? ; Circulair materiaalgebruik: hoe past u circulaire principes toe, zoals hergebruik van materialen (uit het bestaande gebouw of elders), toepassing van hernieuwbare grondstoffen en demontabiliteit van nieuwe onderdelen?

Onderbouw uw visie met concrete voorbeelden en geef aan hoe deze uitgangspunten worden vertaald naar ontwerpkeuzes en uitvoering. Een nadere toelichting op de kaders is opgenomen in paragraaf 4.2. van het IHP.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Realisatiefase ▪

Beheersing van financiën, kwaliteit en risicomanagement Geef inzicht in uw werkwijze ten aanzien van projectbeheersing op het vlak van financiën, kwaliteit en risicomanagement. Ga in op: de door u gehanteerde methoden en werkwijzen; hoe u risico’s en kritieke aandachtspunten signaleert; hoe u deze vertaalt naar beheersmaatregelen gedurende het project.

▪

Beheersing van hinder tijdens de uitvoering Beschrijf op welke wijze u tijdens de bouw rekening houdt met het beperken van overlast voor de omgeving en de gebruikers van omliggende gebouwen. Denk hierbij aan: het voorkomen of beperken van geluidsoverlast en stof; het borgen van veiligheid; de bereikbaarheid van het terrein.

▪

Planning en fasering Toelichting op de door u voorgestelde planning en fasering. Geef aan in hoeverre deze realistisch is en aansluit op de wensen van de opdrachtgever. Besteed daarbij specifieke aandacht aan: het benutten van schoolvakanties; de continuïteit van het onderwijs (eventueel via tijdelijke huisvesting).

40/85

7. Huisvestingsmaatregelen Elk schoolgebouw heeft een voorgenomen perspectief voor de huisvesting tot 2050. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen zeven typen maatregelen: (ver)nieuwbouw, renovatie, verduurzamen, doorexploiteren, uitbreiding, inbreiding en afstoten. Hieronder worden de verschillende typen maatregelen en de keuze voor een maatregel nader toegelicht. In het IHP hanteren we de hiernaast weergegeven maatregelen. Op de volgende pagina’s worden de definities en het afwegingskaders voor de huisvestingsscenario’s nader toegelicht.

(Ver)nieuwbouw Bij (ver)nieuwbouw realiseren we een nieuw gebouw (met of zonder behoud van (onder)delen van het bestaande gebouw) met een levensduur van ten minste 45 jaar. Renovatie Bij renovatie verlengen we de levensduur van een gebouw met ten minste 30 jaar. Verduurzamen Voor gebouwen die tot 2050 niet in aanmerking komen voor een reguliere maatregel is verduurzaming opgenomen in relatie tot het klimaatakkoord. Doorexploiteren Tot aan 2050 wordt er geen huisvestingsmaatregel toegepast anders dan onderhoud en verduurzaming door het schoolbestuur. Uitbreiding Wanneer uit de leerlingprognoses blijkt dat een school structureel meer leerlingen heeft dan waarop het gebouw is berekend, komt de school in aanmerking voor een uitbreiding. Dit is formeel geen maatregel, maar wordt in de scenariovorming integraal meegenomen. Inbreiding Wanneer uit de leerlingprognoses blijkt dat een school structureel minder leerlingen heeft dan waarop het gebouw is berekend, komt de school in aanmerking voor een reductiemaatregel. Dit is formeel geen maatregel, maar wordt in de scenariovorming integraal meegenomen. Afstoten Wanneer een gebouw niet meer nodig is voor onderwijs, wordt het gebouw, bij een economisch claimrecht, om niet teruggegeven aan de gemeente.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

41/85

7.1 (Ver)nieuwbouw

7.4 Doorexploiteren

Onder nieuwe gebouwen worden de schoolgebouwen verstaan waarvoor in de businesscases een noodzaak tot vervanging wordt aangetoond. Er zijn twee mogelijke varianten:

Onder doorexploiteren vallen de gebouwen die tot 2050 in stand worden gehouden. Hoewel deze gebouwen geen grootschalige ingreep krijgen, is ook voor deze categorie aandacht voor hoe kan worden bijgedragen aan de verduurzaming en het verbeteren van het binnenklimaat in lijn met de landelijke klimaatdoelstellingen.

▪

▪

Nieuwbouw is enkel mogelijk indien is aangetoond dat het niet mogelijk is om een bestaand gebouw naar de benoemde basiskwaliteit (conform bouwbesluit) te vernieuwbouwen of dat de gewenste onderwijskundige functionaliteit niet kan worden behaald. Deze gebouwen krijgen binnen afzienbare tijd een grootschalige ingreep in de vorm van (vervangende) nieuwbouw met een levensduur van minimaal 45 jaar. Vernieuwbouw wordt beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw. Bij vernieuwbouw wordt een bestaand gebouw op kwalitatief hoog niveau (conform bouwbesluit) gerenoveerd om de levensduur met minimaal 45 jaar te verlengen en wordt het tegelijkertijd duurzamer en onderhoudsarmer gemaakt.

7.2 Renovatie Bij renovatie wordt een bestaand gebouw (conform bouwbesluit) gerenoveerd om de levensduur met minimaal 30 jaar te verlengen, bij voorkeur naar 45 jaar, en tegelijkertijd wordt het duurzamer en onderhoudsarmer gemaakt.

7.3 Verduurzamen Het IHP zet in op vernieuwing en verduurzaming van de vastgoedportefeuille voor onderwijs volgens het klimaatakkoord; vóór 2050 energieneutraal. Jonge gebouwen, gebouwd na 2010, die niet in aanmerking komen voor renovatie of (ver)nieuwbouw, worden opgenomen voor verduurzaming.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Het in stand houden en onderhouden van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Dit betreft onder andere de schoonmaak, het beheer, energielasten, functionele aanpassingen en (groot) onderhoud. Bij het planmatig onderhoud wordt minimaal het conditieniveau 3 van instandhouding op sober en doelmatig niveau (NEN2767) gehanteerd. Om inzicht te krijgen in het toekomstige onderhoud van een gebouw stelt het schoolbestuur een meerjarenonderhoudsplan op volgens de componentenmethode (MJOP-C), gebaseerd op de theoretische levensduur van het gebouw (30 of 45 jaar). Het document geef aan wanneer het uitvoeren van het onderhoud gewenst is en wat de verwachte kosten zijn. Na afloop van de theoretische levensduur hanteert het schoolbestuur een stopjaar. Vanaf enkele jaren vóór dit stopjaar wordt, afhankelijk van de onderhoudscomponent, al niet meer geïnvesteerd in het gebouw. Zo wordt voorkomen dat onnodige uitgaven worden gedaan aan gebouwen die mogelijk worden gesloopt of vervangen. Als de uitvoering van de huisvestingsmaatregel (nieuwbouw, vernieuwbouw of renovatie) wordt uitgesteld terwijl het gebouw het stopjaar al heeft bereikt ontstaan er risico’s op het gebied van veiligheid, functionaliteit en exploitatie.

In dat geval gaat het schoolbestuur met de gemeente in gesprek over de mogelijke scenario’s: ▪ Overbruggingsonderhoud (noodzakelijke investering); ▪ Herzien van het MJOP-C; ▪ Tijdelijke huisvesting of clustering met andere scholen.

42/85

Het schoolbestuur is ook verplicht, afhankelijk van het energieverbruik, om de Erkende Maatregelen (Wet Milieubeheer) uit te voeren. Dit betreft duurzame maatregelen met een terugverdientijd van minimaal vijf jaar. Voor het onderhouden en het uitvoeren van de Erkende Maatregelen zet het schoolbestuur een deel van de bekostiging vanuit het Rijk in. Deze regeling blijft gehandhaafd. Toch vraagt het behalen van de doelstellingen uit het Klimaatakkoord om aanvullende maatregelen voor bestaande gebouwen. Hieronder zijn spelregels opgenomen hoe hiermee om te gaan. Hiervoor gelden de volgende spelregels: ▪ Voor alle schoolgebouwen wordt door middel van een scan inzichtelijk gemaakt welke maatregelen, aanvullend op het activiteitenbesluit, haalbaar zijn om het binnenklimaat te verbeteren, de CO2-uitstoot te verminderen, energie te besparen en aardgasvrij te worden. Er wordt onderscheid gemaakt worden tussen verschillende categorieën van gebouwen: 1. Leeftijd 35 jaar of ouder: voor deze gebouwen is het aannemelijk dat binnen afzienbare tijd door middel van (ver)nieuwbouw de CO2-uitstoot wordt gereduceerd. Met een light scan wordt inzichtelijk gemaakt welke duurzame maatregelen binnen de resterende levensduur van het gebouw haalbaar en verantwoord zijn. Uitzondering: Voor gebouwen die binnen nu en vijf jaar in het IHP staan voor een ingreep wordt geen scan uitgevoerd. 2.

Leeftijd jonger dan 35 jaar: deze gebouwen verwachten noch binnen het IHP noch voor 2050 een grootschalige ingreep. Een uitgebreide scan maakt inzichtelijk welke maatregelen zorgen voor een substantiële verduurzaming voor deze categorie gebouwen. ▪ De gemeente bekostigt de scan gezamenlijk met het schoolbestuur (50-50 verhouding). ▪ Als de uitkomsten van de scan aanleiding geven tot het doorvoeren van maatregelen zijn de schoolbesturen verantwoordelijk voor bekostiging daarvan. Het uitvoeren van de maatregelen wordt zoveel mogelijk gekoppeld aan natuurlijke momenten in het MJOP (koppeling verduurzamingsmaatregelen aan investeringen vanuit onderhoud).

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

7.5 Uitbreiding Het realiseren van uitbreiding bij een schoolgebouw is een variant van nieuwbouw. Vaak gaat het hier om kleinere projecten waardoor het bedrag voor nieuwbouw kan oplopen (afhankelijk van de grootte). Bij een dergelijke kleine uitbreiding is het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw leidend. Mocht het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw minder zijn dan BENG, dan wordt gestreefd naar minimaal BENG.

7.6 Inbreiding Wanneer structurele overmaat (>10%) leidt tot onevenredig hoge exploitatiekosten, wordt in overleg met de gemeente en het schoolbestuur, gezocht naar een passende huisvestingsmaatregel. Hierbij wordt zorgvuldig afgewogen wat dit betekent voor zowel de exploitatie als de kwaliteit van het onderwijs. De normatieve overmaat is niet per direct te vertalen in een functionele overmaat: in bestaande gebouwen kan sprake zijn van een inefficiënte indeling. Overmaat wordt als structureel beschouwd wanneer deze naar verwachting gedurende een aaneengesloten periode van minimaal vijf jaar aanhoudt.

7.7 Afstoten Dit betreft gebouwen die niet langer als schoolgebouw in gebruik blijven en teruggegeven worden aan de gemeente volgens de verordening Onderwijshuisvesting.

43/85

8. Scenario per gebouw Voor elke onderwijslocatie in Oldenzaal wordt binnen het IHP een maatwerkscenario beschreven dat leidend is voor de maatregelen en investeringen die de komende jaren door gemeente en schoolbesturen worden gepleegd. Op de volgende pagina wordt de prioritering van de onderwijslocaties in Oldenzaal weergegeven. De bepaling van de prioritering wordt omschreven in paragraaf 6.2. De daarop volgende pagina’s geven een samenvatting per onderwijslocatie. Elke onderwijslocatie heeft een factsheet (bijlage 6) waarin informatie over de huidige situatie (inventarisatie) en de geprognosticeerde toekomstige behoefte aan de hand van de leerlingenprognoses wordt weergegeven. In bijlage 7 vindt u een bijbehorende leeswijzer. De locaties zijn op volgorde van prioritering/tijdvak gezet. De pagina’s bevatten een aantal elementen: ▪ De relevante ontwikkelingen; ▪ Een grafiek met de ruimtebehoefte en het normatieve ruimtesaldo; ▪ Een weergave van de huidige onderwijscapaciteit (exclusief tijdelijke voorzieningen), de ruimtebehoefte, de leerlingenontwikkeling en een beoordeling van de kwaliteit van het gebouw; ▪ Het huisvestingsscenario en de beoogde maatregel; ▪ De beoogde planning.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

44/85

Prioritering Onderwijslocatie

Bijzondere context Monumentaal

Franciscusschool

Ja

TCC Lyceumstraat

Ja

Integrale afweging

Prioriteit Maatregel

Structurele overmaat Bouwjaar Renovatie T-levensduur Gebouwkwaliteit

Meer dan 40%

1926

1966

Verantwoordelijkheid Gemeente Schoolbestuur

Slecht

1

V ernieuwbouw

X

1925

1965

Slecht

1

V ernieuwbouw

X

Drie-eenheid Meijbreestraat

1940

1980

Redelijk

1

Nieuwbouw

X

Drie-eenheid Noordwal

1962

2002

Slecht

1

Afstoten

X X

Scholencomplex de Essen

Meer dan 20%

1978

2018

Slecht

1

Nieuwbouw

TCC Potskampstraat

Meer dan 40%

1966

2006

Redelijk

1

Inbreiding

De Maten

Meer dan 20%

1971

2011

Redelijk

2

Nieuwbouw

X

1975

2015

Redelijk

2

Nieuwbouw

X X

De Wendakker De Linde (de Thij)

Meer dan 30%

1975

2015

Redelijk

2

Nieuwbouw

TCC de Thij

Meer dan 40%

2007

2047

Redelijk

2

Inbreiding

De Leemstee

X

X

1967

2007

Redelijk

3

Nieuwbouw

X

TCC Potskampstraat

Gereduceerd

1966

2006

Redelijk

3

Nieuwbouw

X

De Bongerd

Meer dan 30%

2006

2046

Goed

4

V ernieuwbouw

X

TCC de Thij

Gereduceerd

2007

2047

Redelijk

4

Nieuwbouw

X

TCC Leliestraat

Meer dan 10%

2007

2047

Goed

4

Nieuwbouw

X

De Zevenster

Meer dan 30%

1998

2048

Goed

4

Nieuwbouw

X

De Windroos

Meer dan 20%

2014

2054

Goed

4

V erduurzaming

X

Nutsschool

Meer dan 20%

2021

2061

Goed

4

V erduurzaming

X

Onderwijslocatie

Bijzondere context Monumentaal

Integrale afweging

Franciscusschool Ja 1926 2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl TCC Lyceumstraat

Ja

Prioriteit Maatregel

Structurele overmaat Bouwjaar Renovatie T-levensduur Gebouwkwaliteit

Meer dan 40%

Drie-eenheid Meijbreestraat Drie-eenheid Noordwal

1966

2023

Verantwoordelijkheid Gemeente Schoolbestuur

Slecht

1

V ernieuwbouw

X

1925

1965

Slecht

1

V ernieuwbouw

X

1940

1980

Redelijk

1

Nieuwbouw

X

1962

2002

Slecht

1

Afstoten

X

Scholencomplex de Essen

Meer dan 20%

1978

2018

Slecht

1

Nieuwbouw

X

TCC Potskampstraat

Meer dan 40%

1966

2006

Redelijk

1

Inbreiding

45/85

X

8.1 Franciscusschool De Franciscusschool is gevestigd in de wijk ‘Het Inslag-De Kleies’, onderdeel van het woongebied ‘centrum'. De locatie is gebouwd in 1926 en is een gemeentelijk monument. Het gebouw heeft een hoge urgentie voor een vervangingsopgave. In 2020 is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd door HEVO. Momenteel vindt een levensverlengende vernieuwbouw plaats op deze locatie. Het gebouw voldoet straks aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG) en de monumentale status van het gebouw blijft behouden. In 2024 is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd door ICSadviseurs naar het bewegingsonderwijs voor TCC Lyceumstraat, de Franciscusschool en de Nutsschool. Op 24 februari 2025 heeft de raad unaniem ingestemd met het voorstel om de bestaande gymzaal bij de Franciscusschool te vervangen door een nieuwe gymzaal. De leerlingen zijn tijdelijk gehuisvest in het gebouw van het Twents Carmel College aan de Potskampstraat. Naar verwachting verhuizen de leerlingen medio 2026 terug naar hun nieuwe schoolgebouw.

Huidige opp. onderwijs 1.277 m2 bvo

Ruimtebehoefte onderwijs ‘40 1.281 m2 bvo

2025 205 lln.

2040 215 lln.

Gebouw kwaliteit

Huisvestingsscenario Vernieuwbouw 1.702 m2 bvo ▪ 1.460 m2 bvo onderwijs, waarvan 222 m2 bvo wordt verhuurd aan de kinder- en peuteropvang. ▪ 242 m2 bvo technische ruimte (zolder), deze ruimte is niet te benutten voor het onderwijs. ▪ Behoud van het monumentale karakter. ▪ Nieuwe separate gymzaal (één zaaldeel, vijf en een half meter hoog).

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Lopend project 2023-2026

46/85

8.2 TCC Lyceumstraat De locatie van het Twents Carmel College aan de Lyceumstraat is gevestigd in de wijk ‘Het Inslag-De Kleies’, onderdeel van het woongebied ‘centrum'. De locatie is gebouwd in 1925 en is gedeeltelijk een gemeentelijk monument. Het gebouw kent veel klimaatproblemen, is functioneel niet meer geschikt voor het huidige onderwijs en kent beperkingen in het gebruik door mindervaliden. In 2022/2023 is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd door ICSadviseurs. Door de gemeenteraad is het voorkeursscenario 3c vastgesteld. Dit scenario bevat het slopen van bestaande bouwdelen, revitaliseren van monumentale gebouwdelen, vernieuwbouw en een beperkte uitbreiding. Daarnaast vallen er ook twee nieuwe gymzalen binnen dit scenario. In 2024 is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd door ICSadviseurs naar het bewegingsonderwijs voor TCC Lyceumstraat, de Franciscusschool en de Nutsschool. Op 24 februari 2025 heeft de raad unaniem ingestemd met het voorstel om de twee bestaande gymzalen bij TCC Lyceumstraat te vervangen door een sportzaal bestaande uit twee delen. In de zomer van 2025 is de tijdelijke voorziening (vergund tot 01-08-2040) van 881 m2 bvo opgeleverd. De tijdelijke voorziening maakt het mogelijk om de vernieuwbouw gefaseerd uit te voeren en biedt op korte termijn een oplossing voor de klimaatklachten in het huidige gebouw.

Huidige opp. onderwijs 13.712 m2 bvo

Ruimtebehoefte onderwijs ‘40 7.272 m2 bvo

2025 1.336 lln.

2040 1.149 lln.

Gebouw kwaliteit

Huisvestingsscenario Vernieuwbouw 10.677 m2 bvo ▪ 9.706 m2 bvo onderwijs. ▪ Behoud van het monumentale karakter. ▪ Nieuwe sportzaal (twee zaaldelen, zeven meter hoog). ▪ Aanvraag en voorbereidingskrediet 2025.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Tijdvak 1 2025-2029

47/85

8.3 Drie-eenheid Meijbreestraat De Drie-eenheidschool kent twee locaties: de Meijbreestraat en de Noordwal. De locatie van de Drie-eenheidschool aan de Meijbreestraat is gevestigd in de wijk ‘De Meijbree’, onderdeel van het woongebied ‘centrum'. De locatie is gebouwd in 1940 en kent momenteel een aantal bouwkundige en functionele gebreken. ICSadviseurs heeft in 2025 een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. De wens van schoolbestuur Konot is om beide locaties te verenigen op de locatie van de Meijbreestraat en daarmee de Noordwal af te stoten. Op deze locatie gaat de voorkeur uit naar nieuwbouw met een geïntegreerde gymzaal. Een alternatief zou zijn vernieuwbouw van het bestaande gebouw en separaat de realisatie van een nieuwe gymzaal. In het haalbaarheidsonderzoek is bepaald dat nieuwbouw het meest realistisch en toekomstgericht is. In 2025 neemt de Gemeenteraad hierover een besluit. De locatie aan de Noordwal zal tot de ingebruikname van het nieuwe schoolgebouw aan de Meijbreestraat zijn onderwijskundige functie behouden. Huidige opp. onderwijs 1.459 m2 bvo

Ruimtebehoefte onderwijs ‘40 1.322 m2 bvo

2025 250 lln.

2040 223 lln.

Gebouw kwaliteit

Huisvestingsscenario Nieuwbouw ▪ 1.322 m2 bvo onderwijs (2040). ▪ Nieuwe (separate) gymzaal (één zaaldeel, vijf en een half meter hoog). ▪ Besluitvorming gemeenteraad 2025. ▪ Aanvraag en voorbereidingskrediet 2025.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Tijdvak 1 2025-2029

48/85

8.4 Drie-eenheid Noordwal De locatie van de Drie-eenheidschool aan de Noordwal is gevestigd in de wijk ‘Glinde-Hooiland’, onderdeel van het woongebied ‘centrum'. De locatie is gebouwd in 1962 en kent momenteel een aantal bouwkundige, installatietechnische en functionele gebreken. Momenteel wordt de locatie bezet door vijf (5) groepen van de Drie-eenheidschool. Tijdens de verbouwing aan de Meijbreestraat wordt deze locatie ingezet als tijdelijke huisvesting voor acht (8) groepen van de Drie-eenheidschool, de overige twee (2) groepen worden elders gehuisvest, bij voorkeur in het gebouw van het Twents Carmel College aan de Potskampstraat. Tot de ingebruikname van het nieuwe schoolgebouw aan de Meijbreestraat zal deze locatie zijn onderwijskundige functie behouden. Nadat de leerlingen zijn verhuisd naar hun nieuwe schoolgebouw aan de Meijbreestraat wordt deze locatie afgestoten. Huidige opp. onderwijs 1.141 m2 bvo

Ruimtebehoefte onderwijs ‘40 -

2025 -

2040 -

Gebouw kwaliteit

Huisvestingsscenario Afstoten ▪ Tijdens de verbouwing aan de Meijbreestraat wordt deze locatie ingezet als tijdelijke huisvesting. ▪ Nadat de leerlingen zijn verhuisd naar hun nieuwe schoolgebouw aan de Meijbreestraat (verwachting 2028) wordt deze locatie afgestoten. ▪ Besluitvorming gemeenteraad 2025.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Tijdvak 1 2025-2029

49/85

8.5 Scholencomplex De Essen De nevenlocaties van De Linde en locatie van de Esch zijn beiden gevestigd in het Scholencomplex De Essen in de wijk ‘De Essen’. De locatie is gebouwd in 1978 en kent momenteel een aantal bouwkundige, installatietechnische en functionele gebreken. In overleg met de gemeente is in het vorige IHP besloten om het huidige gebouw op het gebied van veiligheid en hygiëne aan te pakken, zodat het gebouw de komende jaren, tot aan de nieuwbouw, nog veilig gebruikt kan worden. In 2024 is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd door ICSadviseurs naar mogelijke scenario’s in combinatie met de nieuwbouw van de naastgelegen sporthal. Op 26 mei 2025 heeft de raad unaniem ingestemd met de nieuwbouw van de twee scholen en de sporthal.

\\ Huidige opp. onderwijs 3.771 m2 bvo

Ruimtebehoefte onderwijs ‘40 2.559 m2 bvo

2025 De Linde 304 lln. De Esch 187 lln.

2040 De Linde 295 lln. De Esch 174 lln.

Gebouw kwaliteit

Huisvestingsscenario Nieuwbouw ▪ De Linde 1.494 m2 bvo en de Esch 1.080 m2 bvo onderwijs (conform haalbaarheidsonderzoek is uitgegaan van ruimtebehoefte in 2039). ▪ Besluitvorming gemeenteraad 2025. ▪ Aanvraag en voorbereidingskrediet 2026.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Tijdvak 1 2025-2029

50/85

8.6 TCC Potskampstraat - Inbreiding Maatregel 1 van de 2 De locatie van het Twents Carmel College aan de Potskampstraat is gevestigd in de wijk ‘Haerbroek-Scholtenbroek’. De locatie is gebouwd in 1966 en kent klimaatproblemen, bouwfysische gebreken en is verouderd. De installaties zijn de afgelopen jaren grotendeels vernieuwd en in 2025 wordt het gebouw voorzien van ledverlichting. De leerlingen van de Franciscusschool zijn tijdelijk gehuisvest in het gebouw van het Twents Carmel College aan de Potskampstraat. Naar verwachting verhuizen de leerlingen medio 2026 terug naar de locatie in hun nieuwe schoolgebouw. Vanaf dat moment zou de Drie-eenheidschool en/of De Linde (De Essen) en de Esch gebruik kunnen maken van deze locatie als tijdelijke huisvesting. Er is ook een scenario denkbaar waarbij het praktijkonderwijs van de Leliestraat verhuist naar de Potskampstraat. Huidige opp. \\ onderwijs 18.623 m2 bvo

Ruimtebehoefte onderwijs ‘40 8.399 m2 bvo

2025 918 lln.

2040 694 lln.

Gebouw kwaliteit

Huisvestingsscenario Structurele overmaat reduceren ▪ In overleg met de gemeente wordt gezocht naar een passende huisvestingsmaatregel.

HET SCHOOLBESTUUR IS VERANTWOORDELIJK

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Tijdvak 1 2025-2029

51/85

8.7 De Maten De Maten is gevestigd in de wijk ‘De Thij’. De locatie is gebouwd in 1971 en kent klimaatproblemen en is verouderd. Het gebouw kent een vervangingsopgave op de middellange termijn (vijf à tien jaar). In 2024 is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd door ICSadviseurs naar mogelijke scenario’s waarbij de drie basisscholen in De Thij samen worden gehuisvest op één locatie. De onderzochte scenario’s zijn: nieuwbouw op één van de bestaande onderwijslocaties of samen in het gebouw van het Twents Carmel College De Thij. In 2025 neem de Gemeenteraad hierover een besluit.

Huidige opp. \\ onderwijs 1.163 m2 bvo

Ruimtebehoefte onderwijs ‘40 780 m2 bvo

2025 115 lln.

2040 113 lln.

Gebouw kwaliteit

Huisvestingsscenario Nieuwbouw of afstoten ▪ 775 m2 bvo onderwijs de Maten (conform haalbaarheidsonderzoek is uitgegaan van ruimtebehoefte in 2039). ▪ Besluitvorming gemeenteraad 2025.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Tijdvak 2 2030-2034

52/85

8.8 De Wendakker De Wendakker is gevestigd in de wijk ‘De Thij’. De locatie is gebouwd in 1975 en kent klimaatproblemen en is verouderd. Het gebouw kent een vervangingsopgave op de middellange termijn (5 à 10 jaar). In 2024 is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd door ICSadviseurs naar mogelijke scenario’s waarbij de drie basisscholen in De Thij samen worden gehuisvest op één locatie. De onderzochte scenario’s zijn: nieuwbouw op één van de bestaande onderwijslocaties of samen in het gebouw van het Twents Carmel College De Thij. In 2025 neem de gemeenteraad hierover een besluit.

Huidige opp. \\ onderwijs 1.279 m2 bvo

Ruimtebehoefte onderwijs ‘40 1.206 m2 bvo

2025 202 lln.

2040 200 lln.

Gebouw kwaliteit

Huisvestingsscenario Nieuwbouw of afstoten ▪ 1.206 m2 bvo onderwijs de Wendakker (conform haalbaarheidsonderzoek is uitgegaan van ruimtebehoefte in 2039). ▪ Besluitvorming gemeenteraad 2025.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Tijdvak 2 2030-2034

53/85

8.9 De Linde (De Thij) De hoofdlocatie van De Linde is gevestigd in de wijk ‘De Thij’. De locatie is gebouwd in 1975 en kent klimaatproblemen en is verouderd. Het gebouw kent een vervangingsopgave op de middellange termijn (5 à 10 jaar). In 2024 is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd door ICSadviseurs naar mogelijke scenario’s waarbij de drie basisscholen in De Thij samen worden gehuisvest op één locatie. De onderzochte scenario’s zijn: nieuwbouw op één van de bestaande onderwijslocaties of samen in het gebouw van het Twents Carmel College De Thij. In 2025 neem de Gemeenteraad hierover een besluit.

Huidige opp. \\ onderwijs 1.196 m2 bvo

Ruimtebehoefte onderwijs ‘40 713 m2 bvo

2025 104 lln.

2040 102 lln.

Gebouw kwaliteit

Huisvestingsscenario Nieuwbouw of afstoten ▪ 713 m2 bvo onderwijs de Linde (conform haalbaarheidsonderzoek is uitgegaan van ruimtebehoefte in 2039). ▪ Besluitvorming gemeenteraad 2025.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Tijdvak 2 2030-2034

54/85

8.10 TCC De Thij - Inbreiding Maatregel 1 van de 2 De locatie van het Twents Carmel College aan de Thijlaan is gevestigd in de wijk ‘De Thij’. Sinds 2021-2022 is TCC De Thij alleen nog een onderbouwlocatie. De locatie is gebouwd in 2007 en kent door tussentijdse ingrepen klimaatproblemen en op enkele plekken een onlogische routing. Er heeft ook al onderhoud plaatsgevonden aan het dak vanwege de plaatsing van zonnepanelen. In 2024 is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd door ICSadviseurs naar mogelijke scenario’s waarbij de drie basisscholen in De Thij samen worden gehuisvest op één locatie. De onderzochte scenario’s zijn: nieuwbouw op één van de bestaande onderwijslocaties of samen in het gebouw van het Twents Carmel College De Thij. In 2025 neemt de gemeenteraad hierover een besluit.

Huidige opp. \\ onderwijs 9.987 m2 bvo

Ruimtebehoefte onderwijs ‘40 5.760 m2 bvo

2025 930 lln.

2040 843 lln.

Gebouw kwaliteit

Huisvestingsscenario Structurele overmaat reduceren ▪ In overleg met de gemeente wordt gezocht naar een passende huisvestingsmaatregel.

HET SCHOOLBESTUUR IS VERANTWOORDELIJK

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Tijdvak 2 2030-2034

55/85

8.11 De Leemstee De Leemstee is gevestigd in de wijk ‘Zuid-Berghuizen’. De locatie is gebouwd in 1967 en functioneert naar behoren, met uitzondering van het klimaatsysteem (warmteoverlast in het oude en nieuwe gedeelte). Het gebouw kent een vervangingsopgave op de lange termijn (tien à vijftien jaar).

Huidige opp. \\ onderwijs 1.471 m2 bvo

Ruimtebehoefte onderwijs ‘40 1.397 m2 bvo

2025 217 lln.

2040 238 lln.

Gebouw kwaliteit

Huisvestingsscenario Nieuwbouw ▪ Haalbaarheidsonderzoek opstarten in 2032.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Tijdvak 3 2035-2039

56/85

8.12 TCC Potskampstraat Maatregel 2 van de 2 De locatie van het Twents Carmel College aan de Potskampstraat is gevestigd in de wijk ‘Haerbroek-Scholtenbroek’. De locatie is gebouwd in 1966 en kent klimaatproblemen, bouwfysische gebreken en is verouderd. De installaties zijn de afgelopen jaren grotendeels vernieuwd en in 2025 wordt het gebouw voorzien van ledverlichting. De leerlingen van de Franciscusschool zijn tijdelijk gehuisvest in het gebouw van het Twents Carmel College aan de Potskampstraat. Naar verwachting verhuizen de leerlingen medio 2026 terug naar de locatie in hun nieuwe schoolgebouw. Vanaf dat moment zou de Drie-eenheidschool en/of De Linde (De Essen) en de Esch gebruik kunnen maken van deze locatie als tijdelijke huisvesting. Er is ook een scenario denkbaar waarbij het praktijkonderwijs van de Leliestraat verhuist naar de Potskampstraat. \\ Huidige opp. onderwijs 18.623 m2 bvo

Ruimtebehoefte onderwijs ‘40 8.399 m2 bvo

2025 918 lln.

2040 694 lln.

Gebouw kwaliteit

Huisvestingsscenario Nieuwbouw of vernieuwbouw/renovatie ▪ Haalbaarheidsonderzoek opstarten in 2033.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Tijdvak 3 2035-2039

57/85

8.13 De Bongerd De Bongerd kende in het oude IHP twee locaties; de Wieldraaierlaan en de Paukenlaan welke zijn gevestigd in de wijk ‘Graven-Es’. In 2022 heeft de Bongerd de locatie aan de Paukenlaan afgestoten en teruggegeven aan de gemeente. In 2024 heeft de gemeente deze locatie verkocht. De locatie aan de Wieldraaierlaan is gebouwd in 2006 en kent een constructief gebrek aan de binnenboog van het U-vormige gebouw (de plafonds beginnen omhoog te trekken). Het gebouw kent een vervangingsopgave op de lange termijn (tien à vijftien jaar). Woningstichting WBO Wonen is eigenaar van de kinderopvangruimtes, vier onderwijslokalen en de daarboven gelegen woonappartementen. De gemeente is zowel economisch als juridisch eigenaar van de basisschool. Het gebouw is gesplitst in appartementsrechten, waarvoor de gemeente en de woningstichting samen een Vereniging van Eigenaren (VvE) vormen. De gemeente is voornemens de vier onderwijslokalen van de woningstichting over te nemen (momenteel huurt de gemeente deze ruimten) en het juridisch eigendom en de VvE vervolgens over te dragen aan Stichting Konot.

Huidige opp. \\ onderwijs 3.222 m2 bvo

Ruimtebehoefte onderwijs ‘40 2.182 m2 bvo

2025 424 lln.

2040 394 lln.

Gebouw kwaliteit

Huisvestingsscenario Vernieuwbouw ▪ Haalbaarheidsonderzoek opstarten in 2044.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Tijdvak 5 2045-2049

58/85

8.14 TCC De Thij Maatregel 2 van de 2 De locatie van het Twents Carmel College aan de Thijlaan is gevestigd in de wijk ‘De Thij’. Sinds 2021-2022 is TCC De Thij alleen nog een onderbouwlocatie. De locatie is gebouwd in 2007 en kent door tussentijdse ingrepen klimaatproblemen en op enkele plekken een onlogische routing. Er heeft ook al onderhoud plaatsgevonden aan het dak vanwege de plaatsing van zonnepanelen. In 2024 is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd door ICSadviseurs naar mogelijke scenario’s waarbij de drie basisscholen in De Thij samen worden gehuisvest op één locatie. De onderzochte scenario’s zijn: nieuwbouw op één van de bestaande onderwijslocaties of samen in het gebouw van het Twents Carmel College De Thij. In 2025 neemt de gemeenteraad hierover een besluit.

\\ Huidige opp. onderwijs 9.987 m2 bvo

Ruimtebehoefte onderwijs ‘40 5.760 m2 bvo

2025 930 lln.

2040 843 lln.

Gebouw kwaliteit

Huisvestingsscenario Nieuwbouw ▪ Haalbaarheidsonderzoek opstarten in 2045.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Tijdvak 5 2045-2049

59/85

8.15 TCC Leliestraat De locatie van het Twents Carmel College aan de Leliestraat is gevestigd in de wijk ‘Glinde-Hooiland’. De locatie is gebouwd in 2007 en is kwalitatief en bouwkundig in goede staat. De eerder benoemde klimaat- en constructieve problemen zijn opgelost. Het gebouw is volledig voorzien van ledverlichting. Naast het permanente gebouw heeft de locatie momenteel een tijdelijke voorziening van 127 m2 bvo; de vergunning verloopt op 01-07-2029. De tuinkas van 241 m2 bvo is niet opgenomen binnen de onderwijscapaciteit, aangezien deze niet volledig kan worden toegerekend.

\\ Huidige opp. onderwijs 2.416 m2 bvo

Ruimtebehoefte onderwijs ‘40 2.016 m2 bvo

2025 170 lln.

2040 141 lln.

Gebouw kwaliteit

Huisvestingsscenario Nieuwbouw ▪ Haalbaarheidsonderzoek opstarten in 2045.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Tijdvak 5 2045-2049

60/85

8.16 De Zevenster Vrijeschool De Zevenster is sinds het vorige IHP verhuisd naar ’t Blikpunt (een voormalig wijkcentrum) in de wijk ‘De Graven Es’. De locatie is gebouwd in 1998 en in 2023 grondig gerenoveerd. Het gebouw heeft nu: ▪ betere isolatie; ▪ zonnepanelen; ▪ een warmtepomp, het gebouw is geheel gasloos; ▪ een nieuw ventilatiesysteem; ▪ een andere indeling waardoor het beter aansluit op het onderwijs; ▪ een groen schoolplein. Vrijeschool De Zevenster is in de zomer van 2023 verhuisd van de J.W.F. van Hartenstraat naar ’t Blikpunt. Op de oude locatie in de wijk ‘De Thij’ was sprake van een substantieel ruimteoverschot, wat naast veroudering van het gebouw de exploitatie zeer belastte. Door ontwikkelingen binnen de gemeente Oldenzaal kwam eind 2020 het wijkcentrum ’t Blikpunt vrij.

\\ Huidige opp. onderwijs 893 m2 bvo

Ruimtebehoefte onderwijs ‘40 617 m2 bvo

2025 87 lln.

2040 83 lln.

Gebouw kwaliteit

Huisvestingsscenario Nieuwbouw ▪ Haalbaarheidsonderzoek opstarten in 2046.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Tijdvak 5 2045-2049

61/85

8.17 De Windroos De Windroos, speciaal basisonderwijs, is gevestigd in de wijk ‘Het InslagDe Kleies’. De locatie is gebouwd in 2014 en sindsdien maken de leerlingen gebruik van hun nieuwe schoolgebouw. De locatie kenmerkt zich door een aantrekkingskracht vanuit de omliggende gemeenten.

Huidige opp. \\ onderwijs 2.536 m2 bvo

Ruimtebehoefte onderwijs ‘40 1.918 m2 bvo

2025 215 lln.

2040 227 lln.

Gebouw kwaliteit

Huisvestingsscenario Verduurzamen ▪ Verduurzamingsscans uitvoeren in 2046.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Tijdvak 5 2045-2049

62/85

8.18 Nutsschool De Nutsschool is gevestigd in de wijk ‘Glinde-Hooiland’. Sinds de vorige versie van het IHP heeft vervangende nieuwbouw plaatsgevonden op deze locatie. In oktober 2021 is het gebouw opgeleverd en maken de leerlingen gebruik van hun nieuwe schoolgebouw en nieuwe groene schoolplein. Het gebouw is bijna energie neutraal (BENG) en heeft een moderne uitstraling en een duurzaam karakter. Het is gebouwd met duurzame materialen, heeft een groen dak en meer dan 300 zonnepanelen.

Huidige opp. onderwijs 1.535 m2 bvo

Ruimtebehoefte onderwijs ‘40 1.241 m2 bvo

2025 232 lln.

2040 207 lln.

Gebouw kwaliteit

Huisvestingsscenario Verduurzamen ▪ Verduurzamingsscans uitvoeren in 2046.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Tijdvak 5 2045-2049

63/85

9. Financiële kaders en investeringen In dit hoofdstuk staan de financiële kaders en investeringen beschreven voor de scenario’s. Per locatie wordt de genoemde huisvestingsmaatregel aan de hand van onderstaande financiële uitgangspunten geraamd.

9.1 De juridische kaders Bij (ver)nieuwbouw en renovatie is het niet toegestaan dat een schoolbestuur bijdraagt aan het deel waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Wel kan het schoolbestuur, indien gewenst en op basis van de businesscase, bijdragen aan aanvullende maatregelen die verder gaan dan het basiskwaliteitsniveau (BENG en Frisse Scholen) waarvoor de gemeente wettelijk verantwoordelijk is.

Wetsvoorstel planmatige & doelmatige aanpak onderwijshuisvesting Het ministerie van OCW werkt aan een wetswijziging op het gebied van onderwijshuisvesting, zoals toegelicht in hoofdstuk 2.3.1. De wijziging heeft als doel om gemeenten en schoolbesturen meer planmatig te laten samenwerken bij de bouw en het onderhoud van schoolgebouwen. Onderdeel hiervan is de opheffing van het investeringsverbod voor het primair onderwijs zodat schoolbesturen investeringen meer integraal kunnen afwegen. Voorgesteld wordt dat het schoolbestuur voortaan mag investeren in het schoolgebouw als er een overschot is op de besteding van de onderwijsmiddelen. Een schoolbestuur van scholen in het primair onderwijs zal daardoor ook kunnen bijdragen aan voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, zoals nu alleen geldt voor het voortgezet onderwijs. Dit betekent niet dat gemeenten een claim kunnen leggen op het budget van een school; het is aan het schoolbestuur om te besluiten gebruik te maken van de mogelijkheid eventuele overschotten te investeren in huisvesting. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de voorzieningen in de onderwijshuisvesting. Dit wetsvoorstel gaat vooralsnog niet gepaard met extra financiële middelen voor gemeenten en schoolbesturen.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

64/85

9.2 Gezamenlijke verantwoordelijkheid

▪

Circulair bouwen Deze investering wordt bekostigd door de gemeente en schoolbestuur. Circulair bouwen vraagt doorgaans om een hogere investering aan de voorkant, door bijvoorbeeld het toepassen van demontabele constructies, hoogwaardige materialen of slimme verbindingstechnieken. Door het rekenen met restwaarde (recentelijk nieuw beleid, zie paragraaf 9.2.2.) is het voor de gemeente mogelijk om aan de voorkant te investeren, terwijl de kapitaallasten gelijk blijven of zelfs verminderen. Indien mogelijk, draagt het schoolbestuur bij aan maatregelen in het project om de exploitatielasten te beperken. Hiervoor wordt de lumpsumbekostiging aangewend (aantoonbare exploitatievoordelen in onderhoud en energielasten). Dit is toegestaan onder de voorwaarde dat het gaat om een redelijk bedrag dat binnen een redelijke termijn in de exploitatie wordt terugverdiend. In de businesscase wordt de investering van de gemeente en het schoolbestuur bepaald.

▪

Toekomstbestendig exploiteren Indien mogelijk, draagt het schoolbestuur bij aan maatregelen in het project om de exploitatielasten te beperken en de functionaliteit van het gebouw te waarborgen. Hiervoor wordt de lumpsumbekostiging aangewend (aantoonbare exploitatievoordelen in onderhoud en energielasten). Dit is toegestaan onder de voorwaarde dat het gaat om een redelijk bedrag dat binnen een redelijke termijn in de exploitatie wordt terugverdiend.

▪

Ambities op maat Deze investering wordt bekostigd door het schoolbestuur. Het betreft veelal investeringen – bovenop de verplichtingen in Bouwbesluit en Frisse scholen klasse B - die zorgen voor verbetering van de luchtverversing en het waarborgen van een optimale temperatuurregulering (thermisch comfort in de zomer). Twee essentiële onderdelen voor het realiseren van een goed werkklimaat waarbij klasse A het ambitieniveau is. Het doel van deze duurzaamheidsmaatregelen is niet primair gericht op het behalen toekomstige exploitatievoordelen, maar juist op het verbeteren van deze leef- werk- en leeromstandigheden ten behoeve van leerlingen en personeel.

Het Oldenzaalse kwaliteitsniveau is een samenhangend pakket aan maatregelen waarin bewust wordt geïnvesteerd met het oog op de lange termijn. In de businesscases, voortvloeiend uit dit IHP, wordt het gewenste kwaliteitsniveau per project bepaald. ▪

Bouwbesluit BENG + Frisse Scholen klasse B De gemeente is verantwoordelijk voor de bekostiging van maatregelen die voortvloeien uit haar zorgplicht; het bouwbesluit en Frisse Scholen.

▪

Cultuurhistorische waarde Deze investering wordt bekostigd door de gemeente.

▪

Energieneutraal (ENG) Deze investering wordt bekostigd door de gemeente en schoolbestuur. Het verlengen van de afschrijvingstermijnen (recentelijk nieuw beleid, zie paragraaf 9.2.1.) maakt het mogelijk om aan de voorkant kwaliteit (aanvullend op het bouwbesluit) toe te voegen, terwijl de kapitaallasten gelijk blijven of zelfs verminderen. Op deze wijze is het voor de gemeente mogelijk bij te dragen aan de ambitie; de onderwijshuisvesting is vóór 2050 energieneutraal. Indien mogelijk, draagt het schoolbestuur bij aan maatregelen in het project om de exploitatielasten te beperken. Hiervoor wordt de lumpsumbekostiging aangewend (aantoonbare exploitatievoordelen in onderhoud en energielasten). Dit is toegestaan onder de voorwaarde dat het gaat om een redelijk bedrag dat binnen een redelijke termijn in de exploitatie wordt terugverdiend. In de businesscase wordt de investering van de gemeente en het schoolbestuur bepaald.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

65/85

Onderzoek toont aan dat een verbetering van luchtverversing de terugloop van ziekteverzuim bevordert en de regulering van de temperatuur in een klaslokaal veel invloed heeft op het leergedrag van kinderen ▪

Onderwijs voor iedereen Gemeente en schoolbesturen verkennen gezamenlijk de invulling en bekostiging van deze ambitie.

9.2.1 Afschrijvingstermijnen Voor de waardering van onderwijshuisvesting wordt uitgegaan van de historische kostprijs, verminderd met lineaire afschrijvingen over de theoretische levensduur van het vastgoed. De afschrijvingstermijnen zijn vastgelegd in de notitie ‘afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen van de gemeente Oldenzaal’. Voor nieuw gerealiseerd vastgoed, vanaf de Drie-eenheidschool, geldt: ▪ Voor (ver)nieuwbouw van schoolgebouwen wordt een afschrijvingstermijn van 45 jaar gehanteerd. Deze termijn is gebaseerd op de (toekomstige) theoretische levensduur van het gebouw; ▪ Voor renovaties wordt een kortere afschrijvingstermijn van 30 jaar toegepast, omdat de restlevensduur van een gerenoveerd schoolgebouw doorgaans beperkter is dan bij volledige (ver)nieuwbouw. Voor bestaande gebouwen is ook de verlengde afschrijvingstermijn van 45 jaar van toepassing. Er vindt echter niet met terugwerkende kracht een inhaalafschrijving plaats, maar de afschrijving wordt verdeeld over de resterende looptijd (+ 5 jaar). Aangezien schoolbesturen in hun meerjarenonderhoudsplan geen rekening hebben gehouden met deze verlengde levensduur en een verlenging mogelijk tot extra (onvoorziene) kosten leidt, wordt in voorkomende gevallen in overleg met het schoolbestuur bekeken of verlenging van de instandhouding mogelijk is met minimale, slechts hoogstnoodzakelijke, investeringen.

Als uit de businesscase blijkt dat meer dan regulier onderhoud noodzakelijk is voor een verlengde levensduur tot (minimaal) 45 jaar, dan worden tussen gemeente en schoolbestuur afspraken gemaakt over de kostenverdeling van het noodzakelijk onderhoud en/of uitvoering van een scenario voor renovatie of (ver)nieuwbouw.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

9.2.2 Rekenen met circulaire restwaarde Circulair bouwen impliceert dat het gebouw, de producten en de materialen aan het einde van de levensduur nog van waarde blijven en opnieuw hoogwaardig hergebruikt kunnen worden in een ander gebouw of voor een andere toepassing. De gebruikte materialen welke hun waarde behouden hoeven daardoor niet meer volledig afgeschreven te worden, ook wel circulaire restwaarde genoemd. Bij nieuwbouw die voor ten minste 55% losmaakbaar is, wordt bij de afschrijving rekening gehouden met een materiële restwaarde van 10% van de gebouwgebonden investeringskosten. Een nadere specificatie is vastgelegd in de notitie ‘afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen van de gemeente Oldenzaal’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16101832/1