CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

07. Integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP) 2025-2040 - Bijlage - IHP 2025-2040

Gemeenteraad 27 oktober 2025, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2025-204025.445 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2025-2040

Opdrachtgever Gemeente Oldenzaal

Datum 18 september 2025

Referentienummer 2230206/20250916MA01

Auteurs Erwin Veneklaas Slots en Rosan Loohuis

Inhoudsopgave 1.

2.

Inleiding 1.1

Aanleiding

6

1.2

Werkwijze en proces

6

1.3

Een dynamisch document

6

De wettelijke kaders en verantwoordelijkheden

4.

Kaders en ontwikkelingen

32

4.3.2

De visie in de gemeente Oldenzaal

32

5.

Het kwaliteitsniveau

36

6.

Het proces

37

6.1

Wanneer komt een gebouw in aanmerking?

37

6.2

Hoe wordt de prioritering bepaald?

37

7

6.3

Hoe komt een project tot uitvoering?

38

2.1

Wie is wettelijk verantwoordelijk?

7

6.4

De inhoud van een businesscase

39

2.2

De rol van het Integraal Huisvestingsplan (IHP)

8

6.5

Beoordelingscriteria uitvoerende partijen

40

2.3

Wijzigingen Wet- en regelgeving

8

2.3.1

3.

6

4.3.1

Wetsvoorstel ‘planmatig en doelmatige aanpak’

De huidige situatie in cijfers

8

7.

Huisvestingsmaatregelen

41

7.1

(Ver)nieuwbouw

42

10

7.2

Renovatie

42

3.1

Leerlingenaantallen

10

7.3

Verduurzamen

42

3.2

Omvang scholen

12

7.4

Doorexploiteren

42

3.3

Kerncijfers gebouwportefeuille onderwijs

14

7.5

Uitbreiding

43

3.4

Ruimtesaldo en ruimtegebruik partners

16

7.6

Inbreiding

43

3.5

De gebouwleeftijd

18

7.7

Afstoten

43

3.6

Bewegingsonderwijs

20

Onze visie op onderwijshuisvesting 4.1

Onderwijs voor iedereen: aanbod en samenwerking

8.

Scenario per gebouw

44

23

8.1

Franciscusschool

46

25

8.2

TCC Lyceumstraat

47

4.1.1

Kaders en ontwikkelingen

25

8.3

Drie-eenheid Meijbreestraat

48

4.1.2

De visie in de gemeente Oldenzaal

25

8.4

Drie-eenheid Noordwal

49

Duurzame, gezonde en aanpasbare gebouwen

28

8.5

Scholencomplex De Essen

50

4.2

4.2.1

Kaders en ontwikkelingen

28

8.6

TCC Potskampstraat - Inbreiding

51

4.2.2

De visie in de gemeente Oldenzaal

29

8.7

De Maten

52

4.3

Betaalbare onderwijshuisvesting

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

32

9.

8.8

De Wendakker

53

8.9

De Linde (De Thij)

54

10.1 Een haalbare uitvoering

71

8.10 TCC De Thij - Inbreiding

55

10.2 Uitvoeringsagenda

72

8.11 De Leemstee

56

10.3

74

8.12 TCC Potskampstraat

57

8.13 De Bongerd

58

Bijlage 1 - Leerlingenprognose (speciaal) basisonderwijs 2024

75

8.14 TCC De Thij

59

Bijlage 2 - Leerlingenprognose voortgezet onderwijs 2024

76

8.15 TCC Leliestraat

60

Bijlage 3 - Leerlingenprognose gehanteerd in het IHP

77

8.16 De Zevenster

61

Bijlage 4 - Normatieve ruimtebehoefte bewegingsonderwijs

78

8.17 De Windroos

62

Bijlage 5 - Frisse Scholen klasse

81

8.18 Nutsschool

63

Bijlage 6 - Factsheets gebouwen

82

64

Bijlage 7 - Leeswijzer factsheets

83

Financiële kaders en investeringen 9.1

De juridische kaders

64

9.2

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

65

9.2.1

Afschrijvingstermijnen

66

9.2.2

Rekenen met circulaire restwaarde

66

9.2.3

Kapitaallasten

66

9.2.4

Subsidies

67

Investeringsbedragen

68

9.3

9.3.1

Eenmalige bijkomende kosten

68

9.3.2

Indexatie

69

9.4

Kredieten & boekwaarde

70

9.4.1

Voorbereidingskrediet

70

9.4.2

Bouwkrediet

70

9.4.3

Boekwaarde

70

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

10. Uitvoeringsagenda

Uitvoeringsprogramma

Bijlagen

71

75

Begrippenlijst Kinderdagverblijf (KDV) Een kinderdagverblijf is een voorziening voor de professionele opvang van kinderen die gezien hun leeftijd nog niet naar school gaan (0 - 4 jaar). Het is een brede verzamelterm voor opvang voor baby’s en peuters. De traditionele peuterspeelzaal/peuteropvang betreft ook een vorm van een kinderdagverblijf.

Doorexploiteren Wanneer het schoolgebouw in gebruik blijft na de theoretische levensduur en er geen huisvestingsmaatregel is opgenomen in het IHP, zoals renovatie of (ver)nieuwbouw, wordt er gesproken over het doorexploiteren van de huidige situatie.

Voorschoolse educatie (VE) De voorschoolse educatie is een door de gemeente gesubsidieerd aanbod voor kinderen (2,5 - 4 jaar) met een (risico op) onderwijs- en ontwikkelingsachterstand. Het is een wettelijke taak van de gemeente om voldoende gespreid en kwalitatief goed aanbod te realiseren. Het VE-aanbod wordt aangeboden door kinderopvangorganisaties.

Renovatie Renovatie wordt vooruitlopend op het aanstaande wetsvoorstel in dit IHP aangemerkt als een voorziening in de huisvesting. Voorwaarde is dat er sprake is van een verlenging van de levensduur van een gebouw met ten minste 30 jaar. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor de benodigde investering, wanneer het schoolbestuur voldoet aan haar verantwoordelijkheid voor het onderhoud.

Buitenschoolse opvang (BSO) Buitenschoolse opvang is een voorziening voor de opvang van schoolgaande kinderen buiten onderwijstijd. Primair onderwijs (PO) Het primair onderwijs is een overkoepelende term voor het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs. Voortgezet onderwijs (VO) Het voortgezet onderwijs bestaat uit het praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo. Dit onderwijs is opvolgend aan het basisonderwijs.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Vernieuwbouw Vernieuwbouw wordt beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw, waarbij het bestaande gebouw op kwalitatief hoog niveau wordt verbeterd om de levensduur met minimaal 45 jaar te verlengen en tegelijkertijd duurzamer en onderhoudsarmer wordt gemaakt. Aangezien vernieuwbouw als gelijkwaardig alternatief wordt gezien, gelden dezelfde ambitieuze eisen als bij nieuwbouw. Sinds 2020 is het wettelijk verplicht om bij nieuwbouw te voldoen aan de eisen van BENG. Nieuwbouw Nieuw te realiseren gebouw of vervangend gebouw, uitgaande van een technische levensduur van minimaal 45 jaar en een kwaliteitsniveau van minimaal BENG.

4/85

Ruimtesaldo De gemeentelijke verordening voor onderwijshuisvesting1 schrijft een normatieve ruimtebehoefte voor, oftewel hoeveel ruimte een school nodig heeft/recht op heeft. Het verschil tussen de beschikbare ruimte en de normatieve ruimtebehoefte is het ruimtesaldo. Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) Het in stand houden en onderhouden van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Om inzicht te krijgen in het toekomstige onderhoud van een gebouw stelt het schoolbestuur een MJOP-C (componentenmethode) op, gebaseerd op de theoretische levensduur van het gebouw (30 of 45 jaar). Het document geeft aan wanneer het uitvoeren van het onderhoud gewenst is en wat de verwachte kosten zijn. Na afloop van de theoretische levensduur hanteert het schoolbestuur een stopjaar. Vanaf enkele jaren vóór dit stopjaar wordt, afhankelijk van de onderhoudscomponent, al niet meer geïnvesteerd in het gebouw. Zo wordt voorkomen dat onnodige uitgaven worden gedaan aan gebouwen die mogelijk worden gesloopt of vervangen. Netcongestie Netcongestie is een term welke gebruikt wordt wanneer het elektriciteitsnet de hoeveelheid elektriciteit welke erdoorheen moet op een bepaald moment niet aankan: de capaciteit is onvoldoende om de vraag naar stroom te kunnen leveren of om de hoeveelheid stroom die wordt opgewekt te transporteren.

Circulaire restwaarde Circulair bouwen impliceert dat het gebouw, de producten en de materialen aan het einde van de levensduur nog van waarde blijven en opnieuw hoogwaardig hergebruikt kunnen worden in een ander gebouw of voor een andere toepassing. De gebruikte materialen welke hun waarde behouden hoeven daardoor niet meer volledig afgeschreven te worden.

1 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oldenzaal 2015.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

5/85

1. Inleiding

1.3 Een dynamisch document

1.1 Aanleiding

Investeren in vastgoed vraagt om een langetermijnvisie; een IHP beslaat daarom een periode van minimaal zestien jaar. Dit zorgt voor een langetermijnkoers en creëert daarmee duidelijkheid voor alle partijen. Daarom:

De gemeente Oldenzaal heeft in maart 2021 een Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2020-2039 voor het onderwijs vastgesteld. Voorliggend IHP is een geactualiseerde versie. Dit IHP biedt de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties een beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en transparante langetermijnplanning voor de periode 2025-2040 met een doorkijk naar 2050.

1.2 Werkwijze en proces

▪ ▪ ▪

bestaat dit plan uit tijdblokken van vier jaar. Het tijdvak van de eerste vier jaar is concreet, de overige drie tijdvakken bieden een doorkijk; wordt dit plan elke vier jaar herijkt; worden feitelijke data als leerlingenprognoses en kostenkengetallen elk jaar geactualiseerd.

Daarmee is het plan een dynamisch document dat mee verandert met de tijd en veranderende omstandigheden.

Dit IHP is een gezamenlijk plan van de gemeente Oldenzaal en schoolbesturen uit de gemeente onder begeleiding van ICSadviseurs. De gemeente en schoolbesturen hebben samengewerkt aan hun toekomstbeeld voor de onderwijshuisvesting. Welke ontwikkelingen spelen er en hoe willen wij met onze onderwijshuisvesting hierop aansluiten? De visie vormt de basis voor de inhoudelijke keuzes in de scenario’s en uitvoering. Alle locaties zijn in kaart gebracht middels vragenlijsten, locatiebezoeken en interviews. Vervolgens is er gezamenlijk door alle partijen in werksessies gewerkt aan de inventarisatie, planvorming, scenario’s en financiën. Dit alles heeft geresulteerd in een gezamenlijk en breed gedragen toekomstplan voor de scholen en de gemeente Oldenzaal.

Het Integraal Huisvestingsplan onderwijs is opgesteld in samenwerking met:

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

6/85

2. De wettelijke kaders en verantwoordelijkheden 2.1 Wie is wettelijk verantwoordelijk? Gemeente en schoolbesturen hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting.

Wanneer een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van de locatie dan valt het om niet terug aan de gemeente. De gemeente heeft het economisch claimrecht. In Oldenzaal wordt voor een aantal schoolgebouwen afgeweken van de algemene regels: ▪

De gemeente heeft een zorgplicht De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende en kwalitatief goede huisvesting voor het onderwijs. De zorgplicht is verankerd in de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en de Wet op expertisecentra (WEC). De gemeente is verantwoordelijk voor investeringen in (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting, herstel van constructiefouten en herstel en vervanging bij schade door bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld vandalisme of weersomstandigheden).

▪

Gemeenten ontvangen via het gemeentefonds van het Rijk financiële middelen om te kunnen voldoen aan deze zorgplicht. De gemeente is vrij om deze middelen naar eigen inzicht te besteden en weegt daarvoor de investeringen in onderwijshuisvesting af tegen haar andere taken en verantwoordelijkheden. De zorgplicht geldt voor scholen die van het Rijk bekostiging ontvangen. Voor nieuwe scholen geldt dat de gemeente verantwoordelijk is voor het bieden van huisvesting, nadat de minister van OCW besluit dat de school bekostiging kan krijgen. Een nieuwe school heeft na start van de bekostiging vijf jaar de tijd om aan te tonen dat ze de stichtingsnorm haalt. De verantwoordelijkheid van schoolbesturen De schoolbesturen zijn volgens de wet verantwoordelijk voor het onderhouden en exploiteren van de gebouwen. Hiervoor ontvangen zij middelen van het Rijk als onderdeel van de lumpsumbekostiging. De schoolbesturen hebben normaliter het juridisch eigendom; zij zijn juridisch aansprakelijk als eigenaar van het schoolgebouw en het bijbehorende terrein.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

▪ ▪

TCC Lyceumstraat: Het gebouw en het bijbehorende terrein zijn geen eigendom van de gemeente Oldenzaal. Het economisch en juridisch eigendom liggen bij Stichting Carmelcollege (SCC). De gemeente en SCC zijn voornemens, in het kader van de vernieuwbouw, in de samenwerkingsovereenkomst vast te leggen dat artikel 6.20 van de Wet op het voortgezet onderwijs van toepassing is. Dit betekent dat als (een gedeelte van) het schoolgebouw niet meer voor onderwijsdoeleinden wordt gebruikt de gemeente een economisch claimrecht heeft op het schoolgebouw. Op grond van dit claimrecht wordt de gemeente eigenaar van het schoolgebouw (exclusief het sportveld). Franciscusschool: Het juridisch eigendom van het schoolgebouw ligt bij Stichting Konot. Het economisch claimrecht van het schoolgebouw en de ondergrond ligt bij notariële akte van 19 januari 1966 volgens het parochiebestuur volledig bij de Plechelmus Parochie. De gemeente is van mening dat het economisch claimrecht bij beëindiging van de onderwijsfunctie op grond van de Wet op het primair onderwijs volledig bij de gemeente ligt. Scholencomplex ‘De Essen’: Het economisch en juridisch eigendom ligt bij de gemeente Oldenzaal. De Bongerd: Woningstichting WBO Wonen is eigenaar van de kinderopvangruimtes, vier onderwijslokalen en de daarboven gelegen woonappartementen. De gemeente is zowel economisch als juridisch eigenaar van de basisschool.

Het gebouw is gesplitst in appartementsrechten, waarvoor de gemeente en de woningstichting samen een Vereniging van Eigenaren (VvE) vormen. De gemeente is voornemens de vier onderwijslokalen van de woningstichting over te nemen (momenteel huurt de gemeente deze ruimten) en het juridisch eigendom van de basisschool en de VvE vervolgens over te dragen aan Stichting Konot.

7/85

2.2 De rol van het Integraal Huisvestingsplan (IHP)

2.3 Wijzigingen Wet- en regelgeving

De gemeente heeft drie kaderstellende instrumenten (vastgesteld door de gemeenteraad), waarmee zij stuurt, te weten:

Het IHP wordt opgesteld onder de op dit moment geldende wet- en regelgeving. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland, de Algemene Uitkeringen van het Gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Bouwbesluit, energieakkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit.

▪

▪ ▪

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oldenzaal2 De verordening van de gemeente beschrijft de formele regels voor de wijze van berekenen van de ruimtevraag en het ruimteaanbod van (bewegings-) onderwijshuisvesting. Ook beschrijft de verordening de formele regels die gelden bij het aanvragen en toetsen van voorzieningen in de onderwijshuisvesting. De verordening van de gemeente Oldenzaal wordt geactualiseerd wanneer een nieuwe landelijke modelverordening van de VNG wordt gepubliceerd. Dit vindt plaats wanneer er wijzigingen zijn in wetgeving, normbedragen of signalen uit de praktijk. In oktober 2020 is de landelijke modelverordening voor het laatst herzien. Begroting Een financieel kaderstellend instrument. Integraal Huisvestingsplan Het IHP is een inhoudelijk kaderstellend instrument, waarbij alle betrokken partijen zich committeren aan een gezamenlijke inspanningsverplichting. Het IHP biedt daarmee het kader voor de uitvoering en concretisering van het onderwijshuisvestingbeleid. Dit zijn richtlijnen en een planning voor de huisvestingsvoorzieningen.

2.3.1 Wetsvoorstel ‘planmatig en doelmatige aanpak’ Het IHP wordt naar verwachting een wettelijke verplichting. Op 27 januari 2025 is het wetsvoorstel planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting naar de Tweede Kamer gestuurd. Het voorstel beoogt dat processen en middelen beter op elkaar worden afgestemd en dat er een meer gelijkwaardige positie ontstaat tussen gemeenten en schoolbesturen. De kwaliteit van de onderwijshuisvestingsportefeuille zou het uitgangspunt moeten zijn. Een aantal zaken verandert door dit wetsvoorstel3: ▪ Het IHP wordt wettelijk verankerd als verantwoordelijkheid van de gemeente. De gemeenteraad stelt het Integraal Huisvestingsplan vast, dat in elk geval bevat: ─ een beschrijving van elk schoolgebouw op het grondgebied van de gemeente; ─ de geraamde investeringsbedragen per schoolgebouw voor de voorzieningen in de huisvesting, bedoeld in artikel 92, voor een periode van vier jaar; ─ het beleid voor de onderwijshuisvesting in relatie tot de prognose van het aantal leerlingen in de gemeente in de periode waarop het plan betrekking heeft. De gemeente Oldenzaal werkt al met een IHP, het aanstaande wetsvoorstel heeft geen consequenties.

2 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oldenzaal 2015

3 Bron: Tweede kamer – Wetsvoorstel planmatige aanpak onderwijshuisvesting

(https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2025D04314)

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

8/85

▪

Renovatie wordt een voorziening in de onderwijshuisvesting waarvoor de gemeenten verantwoordelijk zijn. Daarbij wordt renovatie gedefinieerd als een alternatief voor nieuwbouw waarbij sprake is van vernieuwing of grootschalige verandering van een gebouw of een gedeelte daarvan door middel van een samenhangend geheel van maatregelen, dat is gericht op het verlengen van de levensduur van het gebouw of een gedeelte daarvan. Renovatie wordt vooruitlopend op het aanstaande wetsvoorstel in dit IHP aangemerkt als een voorziening in de huisvesting.

▪

Het schoolbestuur stelt op basis van een bouwkundige inspectie per schoolgebouw een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vast voor het onderhoud. Het schoolbestuur brengt het MJOP ter kennis van de gemeente. Vooruitlopend op het aanstaande wetsvoorstel gaan gemeente en schoolbesturen met elkaar in gesprek om zich voor te bereiden op de veranderende verantwoordelijkheden en rollen.

▪

Aan de kosten genoemd in artikel 115 van de WPO, waarop een schoolbestuur de bekostiging mag aanwenden, wordt een zin toegevoegd die de investeringsmogelijkheden bij primair onderwijs versoepelt. Bij een overschot op deze bedragen kan het bevoegd gezag dat overschot besteden aan huisvestingsvoorzieningen. Vooruitlopend op het aanstaande wetsvoorstel wordt in de businesscases, voortvloeiend uit dit IHP, door middel van een Total Cost of Ownerschip (TCO) benadering bepaald of het schoolbestuur binnen de kaders van wet- en regelgeving een eigen bijdrage kan financieren.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

9/85

3. De huidige situatie in cijfers Er zijn verschillende ontwikkelingen die vragen om het aanpassen van onderwijshuisvesting. Bijvoorbeeld veranderingen in leerlingenaantallen, waardoor gebouwen te krap of te ruim zijn of veroudering van de portefeuille. Dit hoofdstuk gaat dieper in op de demografische ontwikkeling en de omvang en staat van de huidige portefeuille.

▪

Voor enkele scholen, waaronder de Nutsschool, de Windroos en het Twents Carmel College, wijken de actuele leerlingenaantallen en prognoses af van de opgestelde leerlingenprognoses. De afwijkende leerlingenprognoses vindt u in bijlage 3. Bij het opstellen van de businesscases wordt de normatieve ruimtebehoefte bepaald op basis van de meest actuele leerlingprognoses. Omdat het IHP zich richt op de lange termijn ontwikkeling, is een kleine afwijking in de eerste jaren minder relevant.

▪

Na jaren van dalende leerlingenaantallen stabiliseert het aantal leerlingen in het (speciaal)basisonderwijs zich in de komende zestien jaar op circa 2.450. De ontwikkeling verschilt echter sterk per gebied. Het zuiden van de stad Oldenzaal groeit, mede door veel nieuwbouwwoningen, sterk, terwijl op andere plekken sprake is van krimp.

▪

De eerdere daling van het aantal leerlingen in het primair onderwijs vindt momenteel plaats in het voortgezet onderwijs. Dit betekent dat het aantal leerlingen nog enkele jaren blijft dalen en daarna stabiliseert.

▪

Het verschil in het leerlingenaantal tussen het primair en voortgezet onderwijs is verklaarbaar door de regionale functie van het voortgezet onderwijs.

3.1 Leerlingenaantallen In 2025 (peildatum 1 oktober 2024) volgen in de gemeente Oldenzaal 5.896 leerlingen onderwijs. Tot 2040 wordt een daling verwacht van 10,1%, waardoor het aantal leerlingen naar verwachting afneemt tot 5.299 leerlingen. ▪

De leerlingenprognoses (bijlage 1 en 2) zijn opgesteld op basis van de geplande woningbouw, demografische ontwikkelingen en voedingsgebieden. Deze prognoses vormen het fundament voor het bepalen van de benodigde omvang van de onderwijsgebouwen.

Ontwikkeling leerlingenaantallen 4000 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0 2025

2026

2027

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

2028

2029

2030

2031

2032

2033

(S)BO

VO

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040 10/85

Position paper gemeente Oldenzaal 2050 De gemeente heeft een position paper voor 2050 waarin de positionering van Oldenzaal in de regio en ten opzichte van nationale opgaven is verkend en bepaald. Vanuit de regio zijn gezamenlijke ambities geformuleerd voor de volgende thema’s: ▪ ▪ ▪ ▪

Verstedelijking; Mobiliteit; Economie; Landelijk gebied.

Om een betere balans te krijgen in de bevolkingsopbouw in Oldenzaal, zet de stad in op het trekken van jonge gezinnen om de kwalitatieve beroepsbevolking te versterken. De ambitie is: Oldenzaal groeit naar een stad met minimaal 40.000 inwoners in 2050. Toevoegen van woningen is niet het doel, het gaat om een kwalitatieve groei van de stad, passend bij de lokale charme en het eigentijdse karakter en de ambitie om de economische kwaliteit en stedelijke dynamiek te versterken. Toevoeging van woningbouw gebeurt zowel via inbreiding als uitbreiding. Doordat de impact van deze ambitie enkel te vertalen is naar onderwijshuisvesting op het moment dat nieuwe woningprojecten bekend zijn wordt in dit IHP in de leerlingenprognoses rekening gehouden met de op dit moment bekende projecten: ▪ ▪

Nieuwbouw in het woongebied de Graven Es ‘Gravenbeek’; Nieuwbouw in het woongebied Berghuizen ‘Stakenbeek’.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

11/85

Gemiddeld aantal leerlingen

3.2 Omvang scholen

Per onderwijssoort, over de komende 15 jaar

De rijksoverheid stelt een minimum schoolomvang (aantal leerlingen) per type onderwijs en per gemeente vast. Voor de gemeente Oldenzaal geldt voor het basisonderwijs het volgende:

BO

▪

▪

Voor de gemeente Oldenzaal geldt een opheffingsnorm van 154 leerlingen voor het basisonderwijs. Wanneer scholen drie jaar op rij minder leerlingen hebben dan de norm, verliest het schoolbestuur in principe de bekostiging vanuit het Rijk. Er zijn momenteel drie scholen voor het basisonderwijs met een leerlingenaantal onder de opheffingsnorm (154 leerlingen): De Zevenster, De Maten en De Linde (locatie de Thij). Schoolbesturen kunnen scholen met een omvang onder de norm in stand houden op basis van enkele criteria. Dit is nader toegelicht in hoofdstuk 4.3.

Voor het voortgezet onderwijs verschilt de opheffingsnorm per type onderwijs; dit varieert daarbij onder andere ook op basis van het aantal aangeboden profielen. De norm varieert tussen de 70 en 360 leerlingen. In de grafieken aan de rechterzijde van de pagina is de gemiddelde schoolgrootte per type onderwijs over de komende vijftien jaar weergegeven en de instandhoudingsnorm per onderwijslocatie ten opzichte van het aantal leerlingen in 2025.

203

SBO

222 190

195

200

205

210

215

220

225

Gemiddeld aantal leerlingen In 2025 t.o.v. de opheffingsnorm Franciscusschool

205

Drie-eenheidschool

250

Nutsschool

232

De Windroos

215

De Zevenster

87

De Maten

115

De Wendakker

202

De Linde (de Thij)

104

De Linde (de Essen)

304

De Esch

187

De Leemstee

217

De Bongerd

424 0

100

200

300

400

500

opheffingsnorm

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

12/85

Onderwijshuisvesting In 2025

5

Woongebieden

75.600 m² bvo Gebouwcapaciteit

5.299

65.681 m² bvo

leerlingen

onderwijscapaciteit

In 2040

3

5.896

16

leerlingen In 2025

locaties

5

12 (S)BO 4 VO

schoolbesturen

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

13/85

Gebouwcapaciteit

3.3 Kerncijfers gebouwportefeuille onderwijs Op de vorige pagina is een overzicht weergegeven met kerncijfers. De gemeente Oldenzaal kent 14 wijken: ▪ ▪ ▪ ▪

De wijken ‘binnenstad’, ‘het Inslag-De Kleies’, ‘Glinde-Hooiland’, ‘de Meijbree’ en ‘Haerbroek-Scholtenhoek’ vormen samen het centrum; De wijken ‘de Essen’, ‘de Graven Es’, ‘de Thij’, en ‘Zuid-Berghuizen’ zijn primaire woonwijken; De wijken ‘Bekspring’ en het ‘het Hulsbeek’ zijn gericht op natuur en recreatie; De wijken ‘Jufferbeek’, ‘Eekte-Hazewinkel’ en ‘Hanzepoort’ zijn gericht op bedrijvigheid.

Het centrum en de primaire woonwijken, vijf woongebieden, in Oldenzaal hebben behoefte aan onderwijskundige voorzieningen. In totaal bestaat de portefeuille onderwijshuisvesting uit zestien gebouwen, daarbij delen twee scholen samen één gebouw. In twaalf gebouwen zijn scholen voor (speciaal) basisonderwijs gehuisvest, in vier gebouwen is een middelbare school gehuisvest. De zestien gebouwen zijn ondergebracht bij vijf verschillende schoolbesturen: dit betreffen vier schoolbesturen in het primair onderwijs en één schoolbestuur in het voortgezet onderwijs. De totale gebouwcapaciteit bedraagt 75.600 m2 bruto vloeroppervlakte (bvo). Deze capaciteit is onder te verdelen in drie categorieën: onderwijs, overige functies en inpandige sportvoorziening(en). De beschikbare onderwijscapaciteit bedraagt 65.681 m2 bvo excl. tijdelijke voorziening.

In 2025 Franciscusschool Drie-eenheidschool Noordwal Nutsschool De Windroos De Zevenster De Maten De Wendakker De Linde (de Thij) Scholencomplex de Essen De Leemstee De Bongerd 0

500 1000 1500 2000 2500 3000 3500 4000

TCC Potskampstraat TCC de Thij TCC Lyceumstraat TCC Leliestraat 0 Onderwijs

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

5000

Overige functies

10000

15000

20000

25000

Inpandige sportvoorziening(en)

14/85

Onderwijslocaties In 2025

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

15/85

3.4 Ruimtesaldo en ruimtegebruik partners De grafiek op de volgende pagina geeft het huidige (schooljaar 2025-2026) en het toekomstige (schooljaar 2040-2041) ruimtesaldo weer. Dit geeft aan of er een tekort (negatief ruimtesaldo) of een overschot (positief ruimtesaldo) aan vierkante meters (bvo) ruimte is in de onderwijsgebouwen. Dit is exclusief tijdelijke losstaande voorzieningen. ▪

▪

▪

▪

▪

Twee van de zestien onderwijslocaties beschikken momenteel over een tijdelijke voorziening. Dit betreft een voorziening aan de locatie TCC Leliestraat van 127 m2 bvo (vergund tot 01-07-2029) in redelijk goede staat en een, door TCC zelfbekostigde, voorziening aan de locatie TCC Lyceumstraat van 881 m2 bvo (vergund tot 01-08-2040) welke recent is opgeleverd. De normatieve ruimtebehoefte voor het onderwijs wordt conform de lokale verordening4 berekend. Deze voorziet in een vaste voet per vestiging (of meerdere per profiel in het voortgezet onderwijs) en een variabel aantal vierkante meters gebaseerd op het leerlingenaantal. Basisschool de Maten ontvangt een aanvullende achterstandstoeslag van 1,4 m2 bvo voor 8 leerlingen. Dit is bepaald op de gewichtensom van de school. De gewichtensom wordt bepaald door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) op basis van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voor de ruimtebehoefte voor partners (kinderopvang en zorg) zijn geen vaste normen; hierbij is het huidige contractuele gebruik in oppervlakte (m2) gehanteerd. Dit betreft het aantal vierkante meters enkelgebruik. Vierkante meters die worden gedeeld met het onderwijs (dubbelgebruik), bijvoorbeeld voor buitenschoolse opvang, worden niet meegenomen.

Het ruimtesaldo laat zien dat er in 2025 (peildatum 1 oktober 2024) een ruimteoverschot is van 4.964 m2 bvo in het (speciaal) basisonderwijs en 14.477 m2 bvo in het voortgezet onderwijs exclusief de tijdelijke voorziening. In 2040 (peildatum 1 oktober 2039), na de realisatie van tijdvak 1 en 2 (exclusief de inbreiding van TCC Potskampstraat en TCC de Thij), bedraagt het ruimteoverschot respectievelijk 2.258 m2 bvo en 16.542 m2 bvo.

Partners onderwijs In 2025 Nutsschool De Maten De Linde (de Thij) De Linde (de Essen) De Esch 0

500

1000

1500

2000

2500

TCC Potskampstraat

0

5000

10000

15000

Ruimtebehoefte onderwijs

Partners

Leegstand

Partners

Enkelgebruik

20000

Oppervlakte

Nutsschool

Regionaal Instituut Dyslexie (RID)

11 m2 bvo

De Maten

Partou

130 m2 bvo

De Linde (de Thij)

Humankind Ergostart

65 m2 bvo 65 m2 bvo

Scholencomplex de Essen

Humankind

160 m2 bvo

TCC Potskampstraat

Regenboogvoorziening Franciscusschool (tijdelijk)

743 m2 bvo 1.944 m2 bvo

Partners

Dubbelgebruik

Oppervlakte

Nutsschool

Humankind BSO

82 m2 bvo

4 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oldenzaal 2015

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

16/85

Ruimtesaldo onderwijs Schooljaar 2025-2026

Schooljaar 2040-2041

Franciscusschool

46

* Franciscusschool

Drie-eenheidschool

1

Drie-eenheidschool

Noordwal

De Zevenster

255

De Zevenster

* De Maten

243

De Maten

63

De Linde (de Thij)

283

De Windroos

706

De Wendakker *

* Nutsschool

157

De Windroos

0

Noordwal

1.141

* Nutsschool

-43

343

618 276 -5

De Wendakker

0

De Linde (de Thij)

0

* De Linde (de Essen)

527

De Linde (de Essen)

10

* De Esch

414

De Esch

5

De Leemstee

De Leemstee

179

De Bongerd

De Bongerd

889

* TCC Potskampstraat

5.393

TCC de Thij TCC Lyceumstraat

5.346 48 0

1.000

2.000

3.000

4.000

1.040

* TCC Potskampstraat

9.481

TCC de Thij

3.690

TCC Leliestraat

74

5.000

6.000

4.227

TCC Lyceumstraat TCC Leliestraat -2.000

2.434 0

400 2.000

4.000

6.000

8.000

10.000

Totaal 19.441 m2 bvo overschot

Totaal 18.800 m2 bvo overschot

*Exclusief medegebruik partners (enkel)

Na de realisatie van de Franciscusschool, TCC Lyceumstraat, de Drie-eenheidschool (inclusief het afstoten van de locatie aan de Noordwal), de Linde (de Essen), de Esch en de basisscholen in de wijk de Thij (de Linde, de Wendakker en de Maten, oppervlaktes inclusief separate vaste voeten).

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Exclusief de inbreiding van TCC Potskampstraat en TCC de Thij (tijdvak 1 en 2).

17/85

3.5 De gebouwleeftijd Het overzicht op de volgende pagina toont de leeftijd van de gebouwen in de gemeente Oldenzaal in 2025. De grafiek toont de leeftijd van alle schoolgebouwen in de gemeente Oldenzaal. Hiermee wordt bedoeld het aantal jaar sinds de bouw of levensduurverlengende renovatie van het oorspronkelijke bouwdeel, met uitzondering van monumentale gebouwen. ▪

De theoretische levensduur van de bestaande schoolgebouwen is 40 jaar. Na veertig jaar neemt de kans toe dat sprake is van een dermate grote veroudering dat regulier onderhoud niet meer volstaat. Bij toekomstige projecten wordt uitgegaan van een theoretische levensduur van 45 jaar. Op projectniveau begint deze cyclus bij de realisatie van de Drie-eenheidschool (tijdvak 1).

▪

De twee oudste gebouwen betreffen gemeentelijke monumenten; deze zijn significant ouder dan de overige gebouwen. De theoretische levensduur geeft geen getrouw beeld van de ouderdom.

▪

Van de zestien gebouwen zijn momenteel tien gebouwen ouder dan de theoretische levensduur van 40 jaar (63%). In 2040 zijn in totaal elf van zestien gebouwen ouder dan 40 jaar (69%) wanneer er geen maatregelen worden getroffen.

▪

De portefeuille met onderwijsgebouwen in de gemeente is verouderd en vraagt om grootschalige investeringen. De verouderde, maar ook de nieuwere gebouwen voldoen nog niet aan de duurzaamheidseisen passend bij het klimaatakkoord.

2 Monumentale gebouwen Gemeentelijke monumenten

63% Is ouder dan de theoretische levensduur In het jaar 2025

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

18/85

Gebouwleeftijd In 2025 120 Monumentale gebouwen

100

80

60 Theoretische levensduur (45 jaar) Nieuw te realiseren vastgoed

40 Theoretische levensduur (40 jaar) bestaand vastgoed

20

0

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

19/85

3.6 Bewegingsonderwijs De gemeente Oldenzaal is ook verantwoordelijk voor de huisvesting van het bewegingsonderwijs. Daarin volgt de gemeente de verordening5, waarin de volgende aspecten zijn vastgesteld: ▪

▪ ▪ ▪ ▪

Het college van burgemeester en wethouders kan jaarlijks voor 1 mei voorlopig vaststellen op hoeveel klokuren bewegingsonderwijs een school in het daaropvolgende schooljaar aanspraak maakt; De capaciteit van een lokaal bewegingsonderwijs bedraagt veertig klokuren; Een school voor basisonderwijs en speciaal onderwijs kan op basis van het lesrooster per week maximaal voor 26 klokuren worden ingeroosterd; Voor scholen voor het voortgezet onderwijs wordt voor het inroosteren uitgegaan van minimaal 32 en maximaal 40 lesuren; De netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs is minstens 252 vierkante meter netto en de hoogte minstens vijf meter.

Normatieve ruimtebehoefte bewegingsonderwijs In 2025 Franciscusschool Drie-eenheidschool Nutsschool De Windroos De Zevenster De Maten De Wendakker De Linde (de Thij)

De behoefte aan klokuren gym in het basisonderwijs wordt berekend aan de hand van het aantal midden- en bovenbouwgroepen (groepen 3 t/m 8). Groepen uit de onderbouw (groepen 1 en 2) maken gebruik van speellokalen in de schoolgebouwen zelf. Elke midden- en bovenbouwgroep heeft normatief per week 1,5 klokuur in een gymzaal tot zijn beschikking. In werkelijkheid kan dit aantal afwijken. Voor het SBO geldt een norm van 2,25 klokuren per week per groep leerlingen van 6 jaar en ouder. Als het schoolgebouw niet beschikt over een speellokaal, heeft de school voor de onderbouw per groep recht op 3,75 klokuren gebruik van een accommodatie voor bewegingsonderwijs.

De Linde (de Essen)

Voor het voortgezet onderwijs worden normatieve uren bewegingsonderwijs bepaald op basis van de ruimtebehoefte in zaaldelen. Op basis van een ruimtebehoeftemodel wordt het aantal zaaldelen en daarmee het aantal lesuren bepaald. Deze berekening is als volgt: (aantal leerlingen * 32 * vierkante meter bruto vloeroppervlakte bewegingsonderwijs per leerling) ÷ 460. Dit is exclusief het examenvak Bewegen, Sport en Maatschappij (BSM). In het accommodatieplan binnensport gemeente Oldenzaal 2023-2034 wordt dit nader toegelicht.

TCC Potskampstraat

5 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oldenzaal 2015

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

De Esch De Leemstee De Bongerd 0

0,1

0,2

0,3

0,4

0,5

0,6

0,7

0,8

TCC de Thij TCC Lyceumstraat TCC Leliestraat 0

0,5

1

1,5

2

2,5

3

Aantal zaaldelen De berekening vindt u in bijlage 4

20/85

Accommodaties In 2025 ▪

Gymzaal Bentheimerstraat Opvanglocatie vluchtelingen Oekraïne

▪

Gymzaal Lyceumstraat

▪

Gymzaal Meijbreestraat

▪

Gymzaal Tulpstraat

▪

Gymzaal de Windroos

▪

Gymzaal Helmichstraat

▪

Gymzaal de Bongerd

▪

TCC Potskampstraat (4 gymzalen)

▪

TCC Lyceumstraat (2 gymzalen)

▪

Gymzaal TCC Leliestraat

▪

Sportzaal OHC Bully Huurcontract tot 2032

▪

Sporthal Vondersweijde

▪

Sporthal de Thij

▪

Sporthal de Kolk

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

21/85

Normatieve bezettingsgraad bewegingsonderwijs In 2025 4,50 4,00 3,50 3,00 2,50 2,00 1,50

1,00 0,50 0,00

Bezettingsgraad

Marge voortgezet onderwijs 32/40 uur

Normatieve leegstand bewegingsonderwijs

Let op: de locaties voor het bewegingsonderwijs van het basisonderwijs zijn berekend op basis van 26 uur per week en voor het voortgezet onderwijs op basis van 40 uur per week. Sporthal de Thij is een uitzondering: hier vindt het bewegingsonderwijs van zowel basis- als voortgezet onderwijs plaats.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

22/85

4. Onze visie op onderwijshuisvesting De gemeente Oldenzaal en de schoolbesturen zetten zich gezamenlijk in voor toekomstbestendig onderwijs. Voor nu, maar zeker ook met het oog op 2050. Niet omdat het kan, maar omdat het moet. Het doel is om tot kwalitatief goede, flexibele, duurzame en (financieel) gezonde onderwijslocaties te komen. Dat vraagt om een gezamenlijke aanpak! En om een perspectief dat breder kijkt dan alleen onderwijshuisvesting. Dit Integraal Huisvestingsplan koppelt daarom de doelstellingen uit flankerend beleid aan de opgave voor onderwijshuisvesting en geeft de strategie voor de periode van nu tot aan 2050.

Onze gezamenlijke prioriteiten

Onderwijs voor iedereen: aanbod en samenwerking

De visie op onderwijs en huisvesting legt hiervoor de basis en fungeert als leidraad voor het ontwikkelen, verbeteren en beheren van onderwijshuisvesting. De visie is gestoeld op meerdere thema’s die samenvallen in drie hoofdonderwerpen. Per hoofdonderwerp worden eerst de relevante kaders en ontwikkelingen geschetst, om vervolgens de gezamenlijke visie en ambitie van gemeente en schoolbesturen daarop te geven. Deze visie geeft de ambitie weer. Huisvesting van (bewegings)onderwijs is echter complex. Maatwerk op alle thema’s in deze visie is daarom mogelijk en soms zelfs noodzakelijk. De visie op onderwijs en huisvesting is een door betrokken partijen gezamenlijk geformuleerde visie. De visie vormt het fundament waarop het plan rust en dient als leidend principe voor de keuzes en prioriteiten die in het IHP worden gemaakt.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Duurzame, gezonde en aanpasbare gebouwen

Betaalbare onderwijshuisvesting

23/85 23/85

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

24/85

4.1 Onderwijs voor iedereen: aanbod en samenwerking

4.1.2 De visie in de gemeente Oldenzaal

4.1.1 Kaders en ontwikkelingen

Kinderopvang, onderwijs en gemeente staan, met andere partijen in de stad, samen om de Oldenzaalse kinderen en jongeren heen. Wij werken samen aan gelijke kansen, eigenaarschap, talentmaximalisatie en burgerschapsvorming.

Passend onderwijs voor alle kinderen Per 1 augustus 2014 hebben scholen de zorgplicht om een passende onderwijsplek voor ieder kind aan te bieden. Zodra een school niet tegemoet kan komen aan de zorgbehoefte van een kind, is zij verantwoordelijk om met ouders en schoolbesturen in de regio een passende onderwijsplek te bieden. Schoolbesturen geven gezamenlijk invulling aan deze zorgplicht via de Samenwerkingsverbanden voor PO en VO.

Inclusief onderwijs Gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties erkennen het belang van passend en inclusief onderwijs. Inclusief onderwijs houdt in dat niemand wordt uitgesloten vanwege een beperking en iedereen op elke school welkom is. Kinderen leren, spelen en werken samen en ieder kind kan zich optimaal ontwikkelen. Met de ondersteuning en zorg die daarvoor nodig zijn. Dit vraagt om sector overstijgende samenwerkingen tussen kinderopvang, PO, VO en zorgaanbieders. Waar kansen zich voordoen, kunnen regulier en speciaal onderwijs bij elkaar - samen onder één dak of als buren naast elkaar of in een samenwerkend netwerkverband - worden gepositioneerd in de stad.

Bestrijden van kansenongelijkheid De afgelopen jaren is meer en meer aandacht gekomen voor de kansen(on)gelijkheid in het onderwijs. In het najaar van 2016 presenteerde het ministerie van OCW het Actieplan Gelijke Kansen. Samen met diverse partijen, scholen, welzijnsorganisaties, gemeenten, werkgevers, et cetera, is daarnaast de Gelijke Kansen Alliantie (GKA) opgericht. Vanuit de GKA wordt samen met gemeenten gewerkt aan meerjarige GKA-agenda’s. De GKA-agenda’s zijn afgestemd op de lokale situatie en problematiek in de gemeente. De gemeente Oldenzaal heeft ook een eigen GKA-agenda opgesteld.

Kansrijk opgroeien en kansrijk onderwijs

Alle kinderen en jongeren hebben recht op gelijke kansen in het onderwijs. Het is belangrijk dat de talenten van alle kinderen en jongeren optimaal benut worden. Dat is niet alleen van groot belang voor de toekomst van kinderen en jongeren, maar ook voor de toekomst van onze samenleving 6. Kinderen met dezelfde capaciteiten maar met een verschillende achtergrond hebben niet dezelfde kansen om het beste uit zichzelf te halen en kennen vaak andersoortige onderwijsloopbanen. In het onderwijs zijn drie belangrijke aangrijpingspunten gedefinieerd om te werken aan kansengelijkheid: ▪

▪ ▪

(voor)school en omgeving: verbinding tussen de thuissituatie, de omgeving van de leerling en (voor)school is essentieel als het gaat over het bevorderen van kansengelijkheid. Dat vraagt om samenwerking tussen kinderen/jongeren, hun ouders, voorschool/onderwijs, kinderopvang en BSO, maatschappelijke organisaties en gemeente. Toegankelijkheid en kwaliteit van voorschoolse voorzieningen en onderwijs: waarbij aandacht is voor het tegengaan van segregatie. Overgangen: van kinderopvang en voorschoolse voorzieningen naar het basisonderwijs en van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs.

VVE-voorzieningen van hoge kwaliteit Een hoge pedagogische kwaliteit zorgt voor betere resultaten bij kinderen, dus het is van belang dat deze kwaliteit optimaal is. Dit realiseren wij onder andere door een actieve samenwerking tussen voorschoolse voorzieningen en het onderwijs (delen van zorgvragen, afstemmen (warme) overdracht, et cetera) te realiseren op gemeentelijk niveau en binnen de eigen wijk (interprofessioneel samenwerken).

6Lokale Educatieve Agenda (LEA) Oldenzaal, uitvoeringsagenda 2023-2027.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

25/85

Doorgaande leer- en ontwikkelingslijn

Wij ontwikkelen een actieplan schoolaanwezigheid Oldenzaal

Om de ontwikkeling van onze kinderen optimaal te stimuleren en ondersteunen willen wij dat Oldenzaalse kinderen en jongeren gebruik kunnen maken van een aanbod inclusief zorgondersteuning dat goed op elkaar is afgestemd. Daarom is samenwerking tussen de voorschoolse professionals, onderwijsprofessionals in het primair en voortgezet onderwijs en zorgprofessionals inclusief gemeente van groot belang (interprofessioneel werken). Maar ook de samenwerking met de lokale partners in de verschillende wijken, zoals GGD, JGZ, Impuls, Wijkracht en partijen zoals sportverenigingen, et cetera.

In Twents verband is een aanpak ontwikkeld voor zowel primair en voortgezet onderwijs als mbo, die inzet op schoolaanwezigheid en dus op het voorkomen van verzuim en thuiszitters. In Oldenzaal willen wij dit in de komende periode concreet maken.

Het versterken van de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn realiseren wij onder andere door:

▪

Een doorgaande leerlijn vanuit kinderopvang/voorschool naar het basisonderwijs; Stappen te zetten richting kindcentra; Een BSO+ locatie; Een regenbooggroep en taalklas voor kinderen van statushouders en Oekraïense kinderen.

▪

▪ ▪ ▪ ▪

Rijke schooldag Schoolbesturen zetten in samenwerking met de gemeente in op de rijke schooldag. Leren gebeurt niet enkel tijdens schooltijd en in het klaslokaal, maar ook buiten school(tijd) door extra-curriculaire activiteiten aan te bieden, zoals kunst, cultuur, muziek, wetenschap, techniek.

Thuisnabij onderwijs Een divers aanbod van onderwijs (onderwijsconcept en denominaties) wordt nagestreefd, evenals een goede spreiding van onderwijs over de wijken: Voor het PO betekent dat doorgaans een spreiding van scholen en onderwijsconcepten over het gehele grondgebied van de gemeente, zodat het onderwijs in de wijken (wijkniveau) plaatsvindt; Voor leerlingen in het VO geldt veelal een hogere actieradius (gemeenteen regioniveau).

Leefbaarheid in de wijk Onderwijs(huisvesting) wordt intensief afgestemd op identiteit, profiel en behoefte van het desbetreffende gebied. Er wordt rekening gehouden met de verschillen en leefbaarheid in de wijken. Onderwijshuisvesting kan bijdragen in het aanbieden van functies in de wijk, bijvoorbeeld een bibliotheek voor laaggeletterdheid.

Het idee van een rijke schooldag is dat ieder kind dezelfde kans krijgt om zijn of haar talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Schoolbesturen en gemeente duiden gezamenlijk de noodzaak en behoefte in de wijken. In diverse wijken in Oldenzaal is een naschools aanbod voor kinderen onder de noemer ‘Actief na school’ voor zowel het primair als voortgezet onderwijs. Voor het aanbod van de rijke schooldag wordt zoveel als mogelijk de bestaande capaciteit van gebouwen benut. Schoolbesturen dragen middels functionele aanpassingen zorg voor de aansluiting van de ruimte op de gewenste (onderwijs)activiteiten.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

26/85

Bewegingsonderwijs Gemeenten zijn verantwoordelijk voor voldoende en adequate huisvesting van het bewegingsonderwijs. Het bewegingsonderwijs is een integraal onderdeel van het onderwijsaanbod. In de jonge jaren van een kind wordt de basis gelegd voor een gezonde leefstijl met voldoende beweging en ontwikkeling van motorische en sociale vaardigheden. De uitgangspunten zijn: ▪

▪

▪

▪

De gemeente zorgt nu en in de toekomst voor voldoende ruimte om te voldoen aan de wettelijke plicht om alle leerlingen minimaal twee keer 45 minuten (gelijk aan anderhalf klokuur) per week bewegingsonderwijs aan te bieden; De accommodaties dienen conform de onderwijshuisvestingsverordening binnen een afstand van één tot zeven kilometer van de scholen te liggen, afhankelijk van het aantal klokuren bewegingsonderwijs, conform de gemeentelijke verordening7. Het streven is om de KVLO-norm8 te hanteren, waarbij een accommodatie voor bewegingsonderwijs beschikbaar is binnen: ─ Maximaal 750 meter voor BO; ─ Maximaal 300 meter voor (V)SO en SBO; ─ Maximaal 1 kilometer voor Praktijkonderwijs en LWOO (Leerwegondersteunend onderwijs); en ─ Maximaal 2 kilometer voor VO. Voor de omvang van sportvloeren (en daarmee de binnensportaccommodaties) worden zoveel mogelijk de richtlijnen van KVLO gehanteerd. Voor een gymzaal de KVLO-norm basis (2022) en voor een sportzaal en sporthal de KVLO-norm (2019)9; De gemeente kijkt samen met de schoolbesturen integraal naar bewegen. Daarbij worden de mogelijkheden verkend om het bewegingsonderwijs buiten aan te bieden in de nabijheid van de scholen en op een voor de gebruikmakende scholen zo goed mogelijk bereikbare plek in de wijk of buurt. Hierbij kan worden aangesloten op de wens van het onderwijs om bewegen breder in te zetten.

7 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oldenzaal 2015 8 De KVLO-norm is een voorschrift, richtlijn of aanbeveling voor sportaccommodaties en

bewegingsonderwijs, opgesteld door de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO), die belangrijk is voor de kwaliteit en veiligheid van sportruimtes. Deze normen omvatten technische

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Het is van belang dat het bewegingsonderwijs niet alleen voldoet aan de huidige behoeften, maar ook flexibel genoeg is om zich aan te passen aan toekomstige veranderingen in de onderwijsbehoefte en wetgeving op het gebied van lichamelijke opvoeding. Bij een aantal scholen in Oldenzaal is de accommodatie voor bewegingsonderwijs in of op de locatie van de school gesitueerd. Als voor deze school een renovatie, nieuwbouw of anderszins ingrijpend huisvestingsscenario aan de orde is in dit IHP, dan wordt tevens onderzocht of er aanleiding is de accommodatie voor bewegingsonderwijs integraal onderdeel te laten zijn van dit scenario. De uitvoering van het IHP en het accommodatieplan binnensport gemeente Oldenzaal 2023-2034 worden dus integraal en op elkaar afgestemd opgepakt.

specificaties zoals de afmetingen en hoogte van sportzalen, de eisen aan toestelbergingen, en akoestische en klimatologische vereisten, zodat de ruimtes geschikt zijn als leermiddel en werkplek. 9 Accommodatieplan binnensport gemeente Oldenzaal 2023-2034

27/85

4.2 Duurzame, gezonde en aanpasbare gebouwen 4.2.1 Kaders en ontwikkelingen Bouwbesluit Met ingang van 1 januari 2021 zijn de eisen aan de energieprestatie van nieuwe schoolgebouwen verhoogd; voor nieuwbouw is het uitgangspunt om een bijna energieneutraal gebouw (BENG) te realiseren. Daarnaast is de verwachting dat door nieuwe Europese richtlijnen, van de ‘Energy Performance of Buildings Directive’ (EPBD), energieneutraal bouwen (ENG) de standaard gaat worden voor nieuwe overheidsgebouwen per 1 januari 2030. Deze richtlijn genaamd ZEB (Zero Emission Building) gaat zelfs verder dan energieneutraal bouwen. Waar energieneutraal bouwen zich richt op het in balans brengen van de energiebehoefte met de opwekking van hernieuwbare energie op jaarbasis, vereist een ZEB dat een gebouw bovendien geen schadelijke uitstoot van fossiele brandstoffen veroorzaakt.

Aardgasvrij bouwen Per 1 juli 2018 worden geen gasaansluitingen meer gerealiseerd voor kleinverbruik. Aardgasvrij bouwen is de norm voor nieuwbouw. Echter is op veel plekken in Nederland, waaronder in de gemeente Oldenzaal, onvoldoende capaciteit op het stroomnet. Nieuwe aansluitingen op het stroomnet worden niet, zeer beperkt of vertraagd afgegeven. Netcongestie is daarmee een risico voor de doorlooptijd van (ver)nieuwbouw- en renovatieprojecten. Als een nieuwe aansluiting of verzwaring van de aansluiting noodzakelijk is, kan dat de verduurzaming van de vastgoedportefeuille in Oldenzaal vertragen. Voor (ver)nieuwbouw worden alternatieven toegepast (behouden van de bestaande gasleiding, accu’s of een andere tijdelijke energieopslag) als overbrugging tot het elektriciteitsnet voldoende capaciteit heeft en volledig aardgasvrije alternatieven mogelijk zijn.

Klimaatwet De gebouwde omgeving is voor circa 40% verantwoordelijk voor de gehele Nederlandse CO2-uitstoot. Daarvan is 66% gerelateerd aan de exploitatie van een gebouw en 33% aan materialen en bouwprocessen. In het Klimaatakkoord van Parijs is in 2015 afgesproken dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot minder dan 2º Celsius ten opzichte van het preindustriële tijdperk. Hiertoe zijn twee fasen afgesproken: ▪ In 2030 is de uitstoot van CO2 met 55% verminderd ten opzichte van 1990; ▪ In 2050 is de uitstoot van CO2 met 95% verminderd. Bijdragen aan dit doel is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke partners. Het Klimaatakkoord is vertaald in de Klimaatwet. In de Klimaatwet is vastgelegd om in 2050 klimaatneutraal te zijn en per 2030 tenminste 55% aan CO2-uitstoot te reduceren.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

28/85

4.2.2 De visie in de gemeente Oldenzaal Energieneutraal in 2050 Een gezonde en prettige leef- en leeromgeving voor Oldenzaal is het streven. Nu en in de toekomst. Een gezonde toekomst voor de kinderen begint echter vandaag. Het IHP zet in op vernieuwing en verduurzaming van de vastgoedportefeuille voor onderwijs. Bij investeringen wordt direct geïnvesteerd in kwaliteit en duurzaamheid om daarmee herhaaldelijke, kleinere investeringen in de toekomst te voorkomen. Liever in één keer goed! 2050 is een harde deadline en koppelt de uitgangspunten uit meerdere lokale en (inter)nationale beleidsstukken, wetten en akkoorden. Daarom stelt het IHP de ambitie: de onderwijshuisvesting is vóór 2050 energieneutraal. ▪

▪

(Ver)nieuwbouw wordt over 45 jaar afgeschreven, vér voorbij 2050. De ambitie voor (ver)nieuwbouw is energieneutraal (ENG), boven het wettelijke minimum. In de businesscases, voortvloeiend uit dit IHP, dient echter aangetoond te worden of dit haalbaar is in combinatie met netcongestie. Voor renovatie van bestaande onderwijsgebouwen geldt ook de ambitie energieneutraal (ENG). In de businesscases, voortvloeiend uit dit IHP, dient echter aangetoond te worden dat dit door middel van een renovatie technisch, bouwkundig en financieel mogelijk is en daarmee een verlenging van de levensduur van het gebouw afgegeven kan worden.

Warmtevisie Noordoost-Twente Verduurzamen betekent ook overstappen op hernieuwbare warmtebronnen en loskomen van fossiele brandstoffen. De gemeente Oldenzaal heeft samen met de gemeenten Losser, Dinkelland en Tubbergen een ‘Warmtevisie NoordoostTwente’ opgesteld. Deze visie biedt een routekaart per gemeente en buurt om over te stappen van aardgas naar duurzame warmtebronnen. Voor (ver)nieuwbouw is aardgasloos reeds de norm. Voor bestaande schoolgebouwen wordt de koppeling in planning en technische mogelijkheden gelegd met deze ontwikkelingsdoelstellingen.

Global Goals Gemeenten De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s – Sustainable Development Goals) noemen we Global Goals. Deze zijn door de Verenigde Naties vastgesteld als nieuwe mondiale duurzame ontwikkelingsagenda voor 2030. De gemeente Oldenzaal is één van de ‘Global Goals Gemeenten’ in Nederland: wij omarmen de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen. Die hebben wij vertaald naar beleid en uitvoering.

Circulariteit en klimaatadaptiviteit Een veilige en leefbare omgeving is het doel. Door klimaatverandering nemen extreme buien, droogte en hitte toe in de gebouwde omgeving. Aanpassingen (klimaatadaptatie) zijn nodig om de veiligheid en leefbaarheid te waarborgen en toe te werken naar een klimaatbestendige fysieke omgeving. Belangrijke thema’s daarbij zijn: duurzame energie, circulair-, biobased en natuurinclusief bouwen. Denk hierbij aan voorzieningen voor het versterken van de biodiversiteit; meer groen op en om het gebouw en ruimte voor hevige regenbuien door Wadi’s of andere vormen van infiltratie. Voor een goed onderbouwde scenarioafweging is het waardevol om naast de energieprestatie ook een Levenscyclusanalyse (LCA) uit te voeren. LCA brengt de volledige milieubelasting van een gebouw in kaart, van materiaalwinning tot sloop, en maakt het mogelijk om objectief te vergelijken welk scenario (renovatie, nieuwbouw, circulaire sloop) de laagste milieu-impact heeft. Dit versterkt de onderbouwing van keuzes, sluit aan bij circulaire ambities en biedt inzicht in de werkelijke impact richting 2050. Bij nieuwbouw is het essentieel om materialen uit het bestaande gebouw (en eventueel inrichting en inventaris) hoogwaardig te hergebruiken of te recyclen.

De circulaire ladder helpt om prioriteiten te stellen: hoe hoger op de ladder, hoe meer waarde wordt behouden en hoe minder nieuwe grondstoffen of energie nodig zijn. Dit proces wordt versterkt met een materialenpaspoort, dat inzicht geeft in welke materialen vrijkomen, in welke hoeveelheden en waar ze zich bevinden. Tijdens de aanbesteding kunnen ontwerpers en bouwers aangeven hoe zij deze materialen (her)gebruiken.

In 2030 is de eerste wijk, de Thij, van het aardgas af. De WUP’s (Wijkuitvoeringsplan) zijn klaar voor de Essen, de Graven Es, het centrum, ZuidBerghuizen en de wijken gericht op bedrijvigheid. In 2040 is wijk de Essen en de Graven Es van het aardgas af. In 2050 is Oldenzaal aardgasvrij.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

29/85

Adaptieve huisvesting

Een fris en gezond binnenklimaat

Bij (vervangende) (ver)nieuwbouw is flexibiliteit een belangrijke voorwaarde. Onderwijsconcepten veranderen door de maatschappelijke ontwikkelingen. Voor het primair- en voortgezet onderwijs geldt dat er meer en meer gedifferentieerd wordt in lesvormen. Het is de wens dat gebouwen wisselende onderwijsconcepten blijvend kunnen faciliteren. Drie uitgangspunten voor nieuwbouw zijn van belang:

Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan het binnenklimaat van gebouwen. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft een Programma van Eisen voor ‘Frisse Scholen’10 opgesteld, waarmee schoolbesturen en gemeentes hun ambities voor binnenklimaat kunnen bepalen. Dit Programma van Eisen gaat uit van vijf pijlers: energie, lucht, temperatuur, licht en geluid. Voor deze pijlers worden drie klassen onderscheiden, waarbij normen en grenswaarden worden aangeduid. Klasse C is hiermee grotendeels gelijk aan het Bouwbesluit, Klasse B wordt als ‘goed’ aangeduid en Klasse A wordt als ‘uitmuntend’ aangeduid.

▪

▪

▪

Rekening houden met uitbreidingsmogelijkheden: in de planvorming wordt, zoveel als mogelijk, rekening gehouden met (toekomstige) uitbreiding. Dit door planologisch en in het ontwerp voorbereidingen te treffen, voldoende ruimte op en rond het perceel te voorzien of te voorzien in zwaardere constructies voor het opbouwen van een extra bouwlaag. Dit zonder dat de uitbreiding afbreuk doet aan het onderwijskundige of pedagogische concept. Aanpasbare indelingen: in de planvorming wordt rekening gehouden met toekomstige aanpasbaarheid (groen en krimp) om onderwijsontwikkeling (flexibel) op te vangen. Het gebouw moet de gebruikers faciliteren en niet andersom. Dit door het bouwen van draagconstructies met zoveel mogelijk vrij indeelbare vloeren en een installatieconcept waarmee grote investeringen bij aanpassingen (en veranderingen in het binnenklimaat) zoveel mogelijk worden voorkomen. Circulair bouwen: voor nieuwbouw wordt ingezet op remontabel bouwen. Daarmee wordt het verplaatsen, veranderen of opnieuw gebruiken van (delen van) het gebouw eenvoudiger.

Voor (ver)nieuwbouw en renovatie wordt de ambitie op Frisse Scholen klasse gesteld zoals hieronder weergegeven: ▪ Energie: klasse A ▪ Lucht: klasse B ▪ Temperatuur: klasse B-C ▪ Licht: klasse B-C ▪ Geluid: klasse B-C De specificaties voor de thema’s temperatuur, licht en geluid staan in bijlage 5. Momenteel wordt er een landelijk Programma van Eisen (PvE) opgesteld door Programma Onderwijshuisvesting (POHV), een initiatief van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in samenwerking met de VNG en de PO- en VO-raad. Het PvE is een document dat de eisen en wensen voor nieuw te bouwen of te renoveren schoolgebouwen beschrijft. Het PvE is een belangrijk onderdeel van het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting (IPOHV) en helpt bij het realiseren van toekomstbestendige en duurzame schoolgebouwen. Naar verwachting is het PvE eind 2025 beschikbaar. Gemeente en schoolbesturen gaan dan in gesprek met elkaar over het vervangen van de huidige Frisse Scholen klasse door de kwaliteitseisen van het landelijke PvE.

10 Programma van Eisen Frisse Scholen, RVO (2021)

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

30/85

Groene schoolpleinen Voor het primair onderwijs zijn natuurlijke speelpleinen niet alleen bevorderlijk voor de biodiversiteit. Voor kinderen zorgt een groen schoolplein ook voor eindeloos speelplezier. Bovendien leren kinderen zo op een speelse manier over al het moois dat de natuur te bieden heeft. Als partner van Natuur en Milieu Overijssel ondersteunt de gemeente Oldenzaal scholen bij het vergroenen van hun schoolpleinen. Voor schoolbesturen is het van belang dat er een goede balans is tussen natuurlijk en traditioneel spelen. Enerzijds om veiligheidsredenen en het speelgenot van de kinderen en anderzijds om een haalbare exploitatie (onderhoud en vervanging) te realiseren en technische problemen (afwatering, riolering, etc.) te voorkomen.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

31/85

4.3 Betaalbare onderwijshuisvesting 4.3.1 Kaders en ontwikkelingen Scheiding van taken Van wetswege hebben gemeenten en schoolbesturen ieder een eigen taak bij de huisvesting van scholen, zie paragraaf 2.1 ‘Wie is wettelijk verantwoordelijk? Gemeenten zijn vanuit hun zorgplicht verantwoordelijk voor de aanwezigheid van voldoende en adequate onderwijscapaciteit. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderwijs en de exploitatie van schoolgebouwen en het daarbij horende onderhoud en aanpassingen.

Renovatie wordt een formele voorziening Renovatie is tot op heden geen gemeentelijke verantwoordelijkheid. Het ministerie werkt momenteel aan een wetswijziging om levensduurverlengende renovatie (ten minste dertig jaar) van een onderwijsgebouw ook als voorziening te beschouwen. Naar verwachting treedt de wetgeving in per 1 januari 2026.

Opheffingsnorm Voor scholen in het Primair Onderwijs stelt de rijksoverheid een minimum schoolomvang (aantal leerlingen) per gemeente vast. Voor de gemeente Oldenzaal geldt een opheffingsnorm van 154 leerlingen. Wanneer scholen drie jaar op rij minder dan 154 leerlingen hebben, verliest het schoolbestuur in principe de bekostiging vanuit de rijksoverheid. Schoolbesturen hebben op basis van de Wet op Primair Onderwijs een aantal methoden om scholen onder de opheffingsnorm in stand te houden, waaronder de gemiddelde schoolgrootte. Deze uitzondering bepaalt dat een schoolbestuur scholen onder de opheffingsnorm in stand kan houden, mits: ▪ ▪

de gemiddelde schoolgrootte van al haar scholen 10/6e maal het gewogen gemiddelde van de opheffingsnorm(en) bedraagt; de school tenminste 23 leerlingen telt.

2230206/20250916MA01 | www.icsadviseurs.nl

Investeringsverbod PO Schoolbesturen in het primair onderwijs kunnen vooralsnog niet investeren in gebouwen, tenzij met de investering de exploitatielasten verlicht kunnen worden. Te denken valt aan investeren in energiebesparende maatregelen. In het voorliggende wetsvoorstel wordt het investeringsverbod voor schoolbesturen opgeheven, zodat schoolbesturen mogen mee-investeren in renovatie of verduurzaming. Dit biedt ruimte voor een nauwere samenwerking tussen gemeenten en schoolbesturen bij het realiseren van gezamenlijke ambities op het gebied van renovatie, verduurzaming en toekomstbestendige onderwijshuisvesting. Tegelijkertijd is het belangrijk te onderkennen dat schoolbesturen niet automatisch over de benodigde financiële middelen beschikken. Het opheffen van het investeringsverbod gaat namelijk niet gepaard met extra bekostiging vanuit de Rijksoverheid. Mee-investeren blijft daarmee een keuze en geen verplichting, afhankelijk van de financiële ruimte binnen het schoolbestuur.

4.3.2 De visie in de gemeente Oldenzaal Investeren in de toekomst De middelen voor onderwijshuisvesting in de gemeente Oldenzaal worden zoveel als mogelijk ingezet voor permanente onderwijscapaciteit. Vanuit duurzaamheid en doelmatigheid wordt zoveel mogelijk geïnvesteerd in maatregelen die effect hebben op lange termijn.

Opheffingsnorm In principe investeert, in de zin van een huisvestingsvoorziening, de gemeente niet in scholen die meerjarig onder de opheffingsnorm verkeren. De uitzondering daarop is wanneer de zorgplicht van de gemeente van toepassing is. Investeren in onderwijshuisvesting is maatwerk; mogelijk zijn er andere belangen te vinden om a) deze scholen in stand te houden en b) een voorziening of investering toe te kennen. Bijvoorbeeld waar het gaat om behoud van leefbaarheid in wijken of dorpen, spreiding van onderwijs, thuisnabijheid van onderwijs, inzet op het oplossen van achterstanden, verduurzaming van schoolgebouwen et cetera.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16101832/1