06 Jaarstukken 2020 - bijlage 1 - jaarstukken 2020
Tekst van het document
721
daling
Stijging
Jeugdsport monitor Fit en Gezond monitor
Landelijk beeld: daling
Stijging
Jeugdsport monitor Fit en Gezond monitor
Landelijk beeld: stijging
Stabilisatie
KISS monitor
Landelijk beeld: daling (NOC/NSF)
Betrokkenheid verbonden partijen
Verbonden partij
Bijdrage aan te realiseren beleidsdoelstellingen
Regio Twente
De GGD voert de publieke gezondheid en jeugdgezondheidzorg uit. Het OZJT voert een aantal taken uit op het gebied van jeugdhulp en Wmo De Stadsbank voert namens de gemeenten de integrale schuldhulpverlening uit Dit geldt ook voor de preventie en nazorg activiteiten De stichting Werkprojecten Oldenzaal treedt namens de gemeente Oldenzaal op als werkgever voor de Oldenzaalse Wsw-medewerkers. De uitvoering van de Wsw gebeurt door het Maatschappelijk Plein
Stadsbank Oost Nederland Stichting Werkprojecten Oldenzaal
54
2.5.5
Wat heeft het gekost?
Wat heeft het gekost?
Raming voor wijziging
Raming na
2020
2020
2020
Lasten
50.081
53.934
57.263
Baten
11.343
13.047
16.550
Saldo
(bedragen x € 1.000)
Realisatie
wijziging
38.738
40.887
40.713
Toevoeging aan reserves
39
312
355
Onttrekking aan reserves
764
834
955
38.013
40.365
40.113
Resultaat
De uitgebreide financiële analyse van programma 5 Maatschappelijke ondersteuning is opgenomen in hoofdstuk 4.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2020.
55
2.6
Financiële algemene dekkingsmiddelen
Onder dit programma vallen de volgende producten: OZB woningen en niet woningen Belastingen overig Beheer overige gebouwen en gronden Algemene uitkering en gemeentefonds Overige baten en lasten Vennootschapsbelasting Overhead Treasury Mutaties reserves en voorzieningen 2.6.1
Algemeen
Dit onderdeel behoort formeel gezien niet tot de programma’s. In dit programma onderdeel wordt inzicht verschaft in de baten en lasten die niet als zodanig in de verschillende programma’s zijn opgenomen. Ook worden hier nieuwe beleidsvoornemens en heroverwegingen opgenomen die (vooralsnog) niet rechtstreeks aan een concreet programma toebedeeld kunnen worden. Daarvoor worden dezelfde tabellen gebruikt die u ook aantreft in de verschillende programma’s. 2.6.2
Beleidsindicatoren
Indicator 1 Gemiddelde WOZ w aarde Gemeentelijke w oonlasten 2 eenpersoonshuishouden Gemeentelijke w oonlasten 3 meerpersoonshuishouden
Eenheid
25.000 – 50.000 inw.
Bron
231
280
CBS
669
731
715
COELO
698
766
793
COELO
Periode
Oldenzaal
Duizend euro
2020
242
In Euro’s
2020
In Euro’s
2020
Provincie
Toelichting bij de verplichte indicatoren: 1 Gemiddelde WOZ-w aarde betreft de gemiddelde WOZ-w aarde van w oningen 2 Gemeentelijke w oonlasten eenpersoonshuishouden betreft het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een eenpersoonshuishouden betaalt aan w oonlasten 3 Gemeentelijke w oonlasten meerpersoonshuishouden betreft het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan w oonlasten
2.6.3
Betrokkenheid verbonden partijen
Verbonden partij
Bijdrage aan te realiseren beleidsdoelstellingen
Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (GBT)
Het GBT voert, in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de gemeente, de aanslagoplegging, heffing en invordering uit van de in dit programma genoemde lokale heffingen en belastingen. Dit doet het GBT eveneens voor de in de overige paragrafen aangegeven lokale heffingen, o.a. voor afvalstoffen- en rioolheffing. Bovendien ondersteunt het GBT bij het verstrekken van informatie, uitbrengen van rapportages en de handhaving en toezicht. Voor de belangrijkste bron van inkomsten, de OZB, verzorgt het GBT de taxaties en de daarvan afgeleide werkzaamheden. In eerste instantie worden ook de klachten, bezwaren, beroepszaken behandeld en afgedaan. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de gemeentelijke organisatie. Vanaf 2018 geldt voor dit pakket aan werkzaamheden de nieuwe Dienstverleningsovereenkomst (DVO 2018-2021) als basis.
56
2.6.4
Wat heeft het gekost?
Wat heeft het gekost?
Raming voor wijziging
Raming na
2020
2020
2020
Lasten
11.631
12.432
16.044
Baten
64.886
67.141
69.701
Saldo
(bedragen x € 1.000)
Realisatie
wijziging
-53.255
-54.709
-53.657
Toevoeging aan reserves
0
1.634
1.499
Onttrekking aan reserves
371
1.404
2.846
-53.626
-54.479
-55.004
Resultaat
De uitgebreide financiële analyse van Financiële algemene dekkingsmiddelen in hoofdstuk 4.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2020. 2.6.5
Gerealiseerd resultaat
Gerealiseerd resultaat
Raming voor wijziging 2020
Raming na Wijziging 2020
Realisatie
Saldo van baten en lasten
2.819
3.565
-816
Toevoeging aan reserves
59
2.015
9.037
Onttrekking aan reserves
1.919
4.106
9.459
Gerealiseerd resultaat
959
1.474
-1.238
Raming voor wijziging
Raming na wijziging
Realisatie
2020
2020
2020
(bedragen x € 1.000)
2.6.6
2020
Overzicht algemene dekkingsmiddelen
Algemene dekkingsmiddelen
Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is
-7.564
-7.571
-7.577
Algemene uitkeringen
-53.824
-56.079
-56.160
Dividend
-1.506
-1.506
-1.498
Saldo van de financieringsfunctie
-10
-10
-59
Overige algemene dekkingsmiddelen
-109
1.229
1.490
Raming voor wijziging
Raming na wijziging
Realisatie
2020
2020
2020
2.6.7
Overzicht overhead
(bedragen x € 1.000)
Overhead
2.6.8
9.732
9.201
10.149
Bedrag heffing vennootschapsbelasting
(bedragen x € 1.000)
Vennootschapsbelasting
Raming voor wijziging
Raming na wijziging
Realisatie
2020
2020
2020
26
27
-2
57
2.6.9
Onvoorzien
Er is geen post voor onvoorzien opgenomen in de begroting.
58
3.
Paragrafen
3.1
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
3.1.1
Inleiding
Bij het weerstandsvermogen gaat het om de relatie tussen weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Het gaat dus om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat direct het beleid gewijzigd moet worden. Vanaf de programmabegroting 2016 wordt gewerkt met een beschrijving van de risico’s en een koppeling met de beschikbare reserves (weerstandscapaciteit). Daarin zijn niet betrokken de verzekerde risico’s en de risico’s waarvoor een voorziening in het leven is geroepen. Bij het gemeentelijk grondbedrijf vindt de risicoberekening in verband met het complexe vakgebied separaat plaats. Deze paragraaf heeft vooral als doel om ingeschatte risico’s zo goed mogelijk te kwantificeren en een relatie te leggen tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis hiervan kan een uitspraak worden gedaan in hoeverre de gemeente Oldenzaal in staat is substantiële financiële tegenvallers op te vangen. Dat betekent niet dat er verder geen risico’s zijn. We staan daarnaast stil bij niet financieel kwantificeerbare risico’s en waar mogelijk nemen we maatregelen om de risico’s zoveel mogelijk te beperken. 3.1.2
Incidentele componenten weerstandscapaciteit
Van de reserves, die invulling geven aan de incidentele component van het weerstandsvermogen, kan op basis van de huidige informatie het volgende overzicht worden gemaakt. De geraamde claims vanaf 2020 blijven hierbij gebaseerd op de cijfers uit de programmabegroting 2021. 1-1-2019
1-1-2020 1-1-2021 1-1-2022 (bedragen x € 1.000)
1-1-2023
Algemene reserve
10.520
7.440
6.598
6.009
6.009
Algemene reserve grondexploitatie
3.582
4.145
3.737
3.737
3.737
Bestemmingsreserves Alg. Dienst
19.060
14.380
Bestemmingsreserves grondexploitatie
7.422
14.989 8.510
11.186
14.007 11.186
14.007 11.186
Totaal reserves
40.584
35.084
35.901
34.939
34.939
Bij de vaststelling van de jaarrekening 2019 is besloten het negatieve rekeningresultaat 2019 van € 2.739.000 te onttrekken aan de algemene reserve. Hiermee is rekening gehouden met de stand van de reserves per 1-1-2020. 3.1.3
Omvang algemene reserve
De algemene reserve wordt gevormd door vermogensbestanddelen die nog geen bestemming hebben gekregen en in bedrijfseconomisch opzicht vrij aanwendbaar zijn. Daarom vormt de algemene reserve ook de buffer van de gemeente en is in die zin ook een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke weerstandscapaciteit. In de door uw raad vastgestelde Nota reserves en voorzieningen 2020 is de minimum weerstandsratio bepaald op 2,0. De weerstandsratio wordt berekend via onderstaande formule:
Bij de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van direct vrij besteedbaar eigen vermogen. De eventuele onbenutte belastingcapaciteit en stille reserves worden hier buiten gelaten omdat die niet direct inzetbaar zijn. Dit betekend dat de beschikbare weerstandscapaciteit bij de gemeente Oldenzaal zal bestaan uit de Algemene reserve en de algemene reserve grondexploitatie. Voor wat betreft de geïnventariseerde risico’s wordt bij de berekening uitgegaan van de risico’s die worden vermeld in deze 59
paragraaf weerstandsvermogen en risicomanagement. Het gaat hier om het totaalbedrag van de risicotabel en van de ondergrens van de algemene reserve van de grondexploitatie.
3.1.4
Resultaten
Om een uitspraak te kunnen doen over de hoogte van de aan te houden reserves (de benodigde weerstandscapaciteit) zijn de risico’s geselecteerd, die opgenomen worden in deze paragraaf. De geselecteerde risico’s zijn het uitgangspunt geweest. Van alle risico’s is de volgende informatie verzameld en vastgesteld: vaststellen van het risicoprofiel; een inschatting van de kans van optreden; een inschatting van de financiële gevolgen. Terugkijkend op de Programmabegroting 2020 Hieronder wordt op een aantal punten een nadere toelichting gegeven. Prijsindicatie bouwkunde, civiele techniek en installatietechniek 2020 is door de corona een heel bijzonder jaar geworden. Door de gevolgen van deze pandemie is het een jaar geworden waar normale verwachtingen geen waarde meer hadden. De gevolgen voor de bouw zijn divers, aan de ene kant bleef het tekort aan materialen parten spelen, soms doordat producties moesten worden stilgelegd werd de schaarste zelfs nog groter. Ook is er sprake van onvoldoende geschikte bouwgrond en een tekort aan gekwalificeerd personeel. Dit alle zorgt ervoor dat moeilijk is aan te geven wat dit met het prijsniveau in de bouw en installatietechniek heeft gedaan. Wij hebben geen grote nieuwbouw- of renovatie projecten uitgevoerd. Bij het onderhoud hebben we geen uitzonderlijke hoge inschrijvingen gehad.
Door de stikstof en PFAS problemen staan de prijzen in de infrasector juist onder druk. In Twente is daarnaast sprake van flinke concurrentie en konden de werken ruim binnen budget worden aanbesteed en gegund. Effecten nieuw Twents inkoopmodel WMO en Jeugdzorg vallen tegen Het jaar 2020 is het eerste volledige (boek)jaar dat er met het nieuwe Twentse ondersteuningsmodel gewerkt is. Door de beperkte ervaringscijfers, gecombineerd met de impact van de corona-crises, is een definitieve conclusie nog niet te trekken. We zien vooralsnog dat het Twentse inkoopmodel (TOM) niet tot lagere (traject)prijzen heeft geleid, eerder is het tegenovergestelde het geval. Dit kan deels het gevolg zijn van een “reparatie” van de achtergebleven prijscompensatie van de afgelopen jaren. Daarnaast biedt het TOM de zorgaanbieder de mogelijkheid de ondersteuning behoeften zodanig te combineren dat de kostprijs, beter dan in het verleden, gecompenseerd wordt. Daarnaast speelt bij dit laatste element ook de gewijzigde indicatietoewijzing een rol. Binnen TOM wordt het totale volume zorg voor de gehele periode toegekend, waarbij de zorgaanbieder de vrijheid heeft deze in te zetten op het moment dat deze nodig is (bijvoorbeeld in het begin van het traject meer minuten zorg). Overigens is het TOM niet primair vanuit kostenbesparend perspectief ontwikkeld.
Prijsstijgingen bouw (Vondersweijde) De renovatie van Vondersweijde is uitgesteld. Niet voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) In de programmabegroting 2021 hebben we bovenstaand risico herbenoemd naar: Risico Informatiebeveiliging waaronder “gehackt worden” (randsom). Met de hack in de Hof van Twente komt dit letterlijk en figuurlijk steeds dichterbij. Dit betekent dat wij samen met onze ICT-partner gemeente Hengelo nogmaals naar onze processen en beveiliging hebben gekeken. Afrekening bodemsanering Ootmarsumsestraat met Provincie 60
De afrekening heeft nog niet plaatsgevonden. Onvoorspelbaarheid aantallen cliënten en typen zorg WMO & Jeugd De invoering van het Twentse model, samen met de effecten van de corona-crises, maakt een vergelijk van de aantallen voorzieningen met voorgaande jaren lastig. Toch lijkt de tendens waarneembaar naar de inzet van duurdere zorg (Jeugd). Dit is past in de landelijk trend van de afgelopen jaren. Wel was er een stijging in het tweede halfjaar van de aanspraak op het aantal afgegeven indicaties. Dit heeft mogelijk een relatie met corona. Regeling Specifieke Uitkering Sport (SPUK) De definitieve SPUK-aanvraag 2020 bedraagt 17,5% over € 1.506.985 is € 247.336 SPUK-subsidie. Als er gekort wordt conform de voorlopige beschikking (79,97% van € 247.336 is € 197.795) betekent dit dat de kans bestaat dat er € 49.541 niet wordt ontvangen. Omdat we hier op grond van de voorlopige beschikking al rekening mee hebben gehouden is er eigenlijk geen sprake meer van een risico. We kunnen eerder spreken van een positief risico. Evenals in 2019 is er voor 2020 een redelijke kans aanwezig dat bij de definitieve beschikking 100% beschikbaar wordt gesteld. Renteontwikkeling Het risico voor een stijgende rente heeft zich in 2020 niet voorgedaan. De rente op geleend kasgeld is in 2020 jaar het gehele jaar zelfs negatief geweest. Hiermee hebben we geld verdiend.
De rente op de aangetrokken langlopende lening was lager dan het gemiddelde rentepercentage van onze leningenportefeuille. Klimaatverandering Het afgelopen jaar was er opnieuw sprake van een droge zomer. Net als in 2019 is er in 2020 een deel van de beplanting afgestorven door droogte, ondanks veelvuldig water geven. De eikenprocessierups (EPR) is bestreden conform het vastgestelde uitvoeringsplan en heeft geen verdere risico’s met zich meegebracht. Meer cliënten vanuit het gedwongen kader c.q. rechtstreeks doorverwezen dan verwacht Het aantal Jeugdreclassering en Jeugdbescherming (samen het gedwongen kader) is gestegen met zo’n 20%. Gecombineerd met een stijging van de gemiddelde kosten per cliënt heeft een forse financiële impact op de gemeente. Overigens gebeurd de verwijzing veelal via een gecertificeerde instelling. Doelstellingen uitvoering WSW blijken niet haalbaar Het verder ontwikkelen van de Sw-medewerkers van Beschut naar Detachering is, in een normale situatie, al een zaak van de lange adem. De omstandigheden a.g.v. corona maakte deze ontwikkeling in 2020 nog lastiger. Bovendien waren werklocaties van de SWers in een deel van 2020 gesloten. Prijsstijgingen ten gevolge van AMvB Reële prijs Wmo 2015 Dit heeft in zijn algemeenheid geleid tot een verhoging van de tarieven. Een aanpassing die jaarlijks in de prijsindex wordt meegenomen.
Evenementen Het afgelopen jaar zijn de meeste evenementen niet doorgegaan. Mede hierdoor heeft het risico zoals beschreven in de begroting 2020 zich niet voorgedaan. Wij zijn met alle organisatoren in gesprek over de toekomst. Ons doel blijft om de evenementen waar onze stad om bekend staat vanaf het moment dat het weer kan uiteraard weer te laten plaatsvinden. Legesinkomsten Als gevolg van de coronacrisis hebben wij op diverse onderdelen leges uitgesteld, leges niet geheven of passende afspraken gemaakt met legesplichtigen. De leges die als direct gevolg van corona niet zijn binnengekomen worden vanuit het rijk gecompenseerd op basis van de werkelijke inkomstenderving zoals opgenomen in deze jaarrekening. Vastgoedportefeuille leegstand en huurderving 61
De beschreven risico’s met betrekking tot leegstand hebben zich niet voorgedaan. Ondanks de coronacrisis hebben we de bezetting van de gebouwen redelijk tot goed op orde kunnen houden. Ten behoeve van de nieuwbouw van de Nutsschool zijn de voormalige windroos en het resterende gedeelte van Hoge Lucht ingezet. Door vertraging van de verbouwing van de vijfhoek is de bibliotheek het gehele jaar aan de Ganzenmarkt gebleven. Het Blikpunt heeft wel grotendeels leeggestaan maar vanwege de toekomstige ontwikkelingen beschreven in het Integraal Huisvestingsplan hebben we ervoor gekozen niet actief in te zetten op verhuur van deze locatie. De voormalige peuterspeelzaal bij Breedwijs is halverwege het jaar wel leeg komen te staan doordat de huurder Impuls naar een andere locatie is vertrokken. Vanwege corona hebben we wel te maken met huurderving omdat diverse huurders hebben gevraagd om een korting op de huursom. In veel gevallen is dit ook overeengekomen. Aanzuigende werking verlaging Eigen Bijdrage WMO Als we werkelijke uitgaven 2019 voor de huishoudelijke hulp vergelijken met de uitgaven 2020 zien we een stijging van 20% Een dergelijke stijging kan niet alleen verklaard worden uit de vergrijzing (3,5%) en prijsstijgingen binnen de huishoudelijke hulp (10%, zie ook AMvB reële prijs).
Het lijkt er dus op dat het lage abonnementstarief het voor de burger aantrekkelijk maakt, indien geïndiceerd om de HO via de gemeente te regelen. Boete bij verwijtbare nalatigheid inzake meldplicht datalekken Dit risico heeft zich in 2020 niet voorgedaan. Gladheidbestrijding In 2020 hebben wij een rustige winterperiode gekend en hebben daardoor weinig hoeven te bestrijden aan gladheid. We hebben zelfs geen zout hoeven in te kopen t.o.v. voorgaande jaren. We hebben kunnen volstaan met de voorraden van 2019. Er hebben zich dan ook geen risico’s voorgedaan. Verbonden partijen Er hebben zich ten aanzien van de verbonden partijen in 2020 geen noemenswaardige risico’s voorgedaan. ‘Nieuwe risico’s’ Coronacrisis In de programmabegroting 2021 hebben we aanvullend risico’s opgenomen die zich als gevolg van corona kunnen voordoen. De belangrijkste is dat ondanks dat het rijk meermaals heeft toegezegd dat gemeenten volledig gecompenseerd worden voor hogere lasten en lagere inkomsten als gevolg van corona, dit wat ons betreft toch een risico is. Die zit enerzijds in het kunnen aantonen van de financiële gevolgen door corona, en anderzijds in de hoogte van de middelen die het rijk beschikbaar gaat stellen.
Stand van zaken per 31 december 2020 De stand zaken van de risico’s per 31 december 2020, sluiten goed aan op de risico’s, zoals die zijn verwoord in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in de programmabegroting 2021. Per risico is nog eens geschat wat de situatie is per 31 december 2020. Er zijn geen aanpassingen gedaan ten opzichte van de programmabegroting 2021. In onderstaande tabel is de omvang van de ingeschatte risico’s weergegeven. Bij kans wordt een inschatting gemaakt van hoe vaak zich dit risico zou kunnen voordoen. Een score van 1 betekent jaarlijks, een score van 0,5 betekent eens per twee jaar. Een score van 0,3 betekent dan 3 keer per 10 jaar en bij een score van 0,8 is de kans groter dan eens per 2 jaar, maar niet jaarlijks. Bij impact wordt een inschatting gemaakt van de financiële impact die het risico met zich mee brengt als het zich voordoet.
62
Beschrijving van het risico 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
Onvolledige compensatie extra lasten corona-crises Effecten nieuw Twents inkoopmodel WMO en Jeugdzorg vallen tegen Risico Informatiebeveiliging waaronder ‘gehackt worden’ (ransom). Afrekening bodemsanering Ootmarsumsestraat met Provincie Aanzuigende werking verlaging Eigen Bijdrage WMO Huurderving als gevolg van corona Onvoorspelbaarheid aantallen cliënten en typen zorg WMO & Jeugd Doelstellingen uitvoering WSW blijken niet haalbaar Renteontwikkeling Extreme weersomstandigheden Meer cliënten vanuit het gedwongen kader c.q. rechtstreeks doorverwezen dan verwacht Prijsstijgingen ten gevolge van AMvB Reële prijs Wmo 2015 Stijging afvalkosten door afkeuring pmb (plastic) Regeling Specifieke Uitkering Sport (SPUK) Evenementen Legesinkomsten Vastgoedportefeuille leegstand en huurderving Risico AVG incident waaronder boete bij meldplicht datalekken. Gladheidbestrijding Verbonden partijen TOTAAL
Kans
Risico
0,5
Impact in € € 500.000
€ 250.000
0,5 0,1 0,5 0,5 0,5 0,3 0,5 0,5 0,5
€ 500.000 € 2.000.000 € 360.000 € 300.000 € 300.000 € 500.000 € 300.000 € 250.000 € 250.000
€ 250.000 € 200.000 € 180.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 125.000 € 125.000
0,3 0,5 0,3 0,5 0,1 0,5 0,2 0,1 0,3 0,1
€ 300.000 € 150.000 € 200.000 € 100.000 € 500.000 € 100.000 € 200.000 € 200.000 € 60.000 € 100.000
€ 90.000 € 75.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 40.000 € 20.000 € 18.000 € 10.000 € 2.183.000
Op basis van de output in deze fase kan een gefundeerde keuze gemaakt worden betreffende de aan te houden reserves in relatie tot de geïdentificeerde risico’s uit het risicoprofiel. Hierbij dient een koppeling te worden gelegd met de beschikbare, vrij aanwendbare reserves. Het gemeenschappelijke risicoprofiel van de gemeente Oldenzaal kan worden aangeduid als gemiddeld. Op grond van bovenstaande tabel zou de totaal gewenste weerstandscapaciteit voor het concern rond de € 2,2 mln. moeten bedragen. Grondexploitaties Om risico’s bij de grondexploitatie in beeld te brengen worden alle plannen nagelopen en worden de risico’s zoveel mogelijk gekwantificeerd. Project specifieke risico’s worden afgedekt in de grondexploitaties en algemene risico’s die voor het hele grondbedrijf gelden worden afgedekt in de algemene reserve van het grondbedrijf. Het risico is afhankelijk van de omvang van de onderhanden werken (hiervan wordt minimaal 1 en maximaal 2% opgenomen in de algemene reserve van het grondbedrijf) en de algemene risico’s die in de plannen worden gelopen. Onder andere de volgende aspecten worden hierbij betrokken: bodem- en grondwatersaneringen, retrospectieve beoordeling door de belastingdienst, nieuwe wetgeving en prijs- en afzetrisico’s. De risico’s worden voor de risicoparagraaf berekend met de kans dat het risico zich voordoet.
Het geheel van deze aspecten leidt tot een omvang van € 10.086.000 van de risicoparagraaf. Van deze omvang wordt 15% tot 30% meegenomen bij de bepaling van de omvang van de algemene reserve grondbedrijf omdat de risico’s zich niet allemaal (gelijktijdig) voor zullen doen. De verwachting is dat de algemene reserve van het grondbedrijf hiermee voldoende omvang heeft. Voor een gedetailleerde toelichting op de reservepositie van het grondbedrijf wordt verwezen naar de paragraaf Grondbeleid.
63
Ondergrens
Omvang
Percentage
Saldo t.b.v. reserve
Onderhanden werk
35.581.712
1%
355.817
Risicoparagraaf
10.086.890
15%
1.512.883 500.000
Risicobuffer
2.368.701
Totaal
De maximale omvang van de algemene reserve van het grondbedrijf bedraagt 2% van het volume onderhanden werken, vermeerderd met 30% van de omvang van de risicoparagraaf. In onderstaande tabel wordt de dan geldende omvang vermeld. Bovengrens
Omvang
Percentage
Saldo t.b.v. reserve
Onderhanden werk
35.581.712
2%
711.634
Risicoparagraaf
10.086.890
30%
3.025.767
Totaal
3.737.401
Uitgaande van risico’s van in totaal € 4,6 mln. (€ 2,2 concern en € 2,4 grondbedrijf) moet de gemeente minimaal € 9,2 miljoen beschikbaar hebben in de algemene reserve en de algemene reserve grondexploitatie om te voldoen aan de vastgestelde weerstandsratio. De stand van de algemene reserve grondbedrijf bedraagt op 31 december 2020 € 3,7 miljoen. De stand van de algemene reserve voor het concern bedraagt, voor resultaatbestemming, op 31 december 20202 € 6,6 miljoen. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt derhalve € 10,3 miljoen. De weerstandsratio bedraagt hierdoor 2,2 en voldoet hiermee aan het door de raad vastgestelde minimum. 3.1.5
Kengetallen financiële positie
Met ingang van de Programmabegroting 2016 worden, conform de aanpassing van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), een aantal verplichte kengetallen opgenomen in de begroting. Deze kengetallen maken het gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van een gemeente en, omdat de definities zijn vastgelegd in het BBV, zijn deze ook tussen gemeenten vergelijkbaar. Een, in gemeenteland steeds belangrijker wordend, kengetal om de hoogte van de schulden van een gemeente te beoordelen is de netto schuld als aandeel van de inkomsten. De hoogte van de inkomsten bepaalt namelijk in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente kan dragen. Hoe hoger het inkomen des te meer schuld een gemeente kan aangaan. Dit kengetal uitgedrukt in procenten wordt de netto schuldquote genoemd. Voor een gemeente geldt dat het licht op rood springt als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt. Er is dan sprake van een zeer hoge schuld. Al bij een netto schuldquote boven de 100% springt het licht voor een gemeente op oranje. Er blijft dan weinig leencapaciteit over om de gevolgen van financiële tegenvallers door bijvoorbeeld een economische recessie op te vangen. Normaal bevindt de netto schuldquote van een gemeente zich ergens tussen de 0% en 100%.
Afhankelijk of een gemeente net grote investeringen achter de rug heeft, is de netto schuldquote hoger of lager. Ook kan het voorkomen dat een gemeente nog niet lang geleden een grote meevaller heeft gehad. Bijvoorbeeld door de verkoop van aandelen in een energiebedrijf. Het kan er toe leiden dat een gemeente een tijd lang geen netto schuld heeft. De hoogte van de schuld is een politieke keuze, maar de schuld mag niet zo hoog oplopen dat de houdbaarheid van de financiële positie van Oldenzaal in gevaar komt. De genoemde 130% norm voor de netto schuldquote is een grove indicatie voor een te hoge schuld. De norm houdt in dat een gemeente een netto schuldquote ruim onder de 130% moet hebben om bij een grote investering of voor het opvangen van de gevolgen van een recessie niet boven dit plafond uit te stijgen. Vandaar dat het licht al boven de 100% op oranje staat. Vanuit voorzichtigheidsbeginsel adviseren wij om voor de gemeente Oldenzaal de norm voor de netto schuldquote niet boven de 100% te laten komen. Indien dit het geval is dan zullen er beheersmaatregelen voorgesteld worden. 64
Kengetallen
Rekening 2019
Begroting 2020
Rekening 2020
Netto schuldquote
52%
53%
49%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
46%
47%
44%
Solvabiliteitsratio
33%
38%
37%
Structurele exploitatieruimte
0%
1%
0%
Grondexploitatie
5%
16%
4%
Belastingcapaciteit
89%
93%
90%
Toelichting per kengetal uit de BBV: de netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de totale baten (excl. reserves). Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken (voorgestelde norm Oldenzaal < 100%); bij de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen wordt de netto schuld gesaldeerd met de verstrekte leningen. Schulden aangegaan om vervolgens leningen te kunnen verstrekken veroorzaken namelijk per saldo geen lasten. In combinatie met de niet gecorrigeerde netto schuldquote wordt duidelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Deze quote is per definitie lager dan de netto schuldquote. Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze worden terugbetaald, wordt er veelal uitgegaan van de ongecorrigeerde netto schuldquote. Ook de eerder genoemde uitleg van de gewenste hoogte van de quote heeft betrekking op de niet gecorrigeerde netto schuldquote; de solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen.
Het is het verhoudingsgetal tussen het eigen vermogen en het balanstotaal (voorgestelde norm Oldenzaal > 30); de structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. In dit verband wordt het saldo van de structurele baten en lasten, inclusief structurele mutaties in de reserves, gedeeld door de totale baten (excl. reserves); de grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten (excl. reserves). Voor de berekening van dit kengetal wordt de niet in exploitatie genomen grond en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten (excl. reserves). De boekwaarde van de voorraad grond is van belang omdat deze moet worden terugverdiend bij verkoop; de belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk van een meerpersoonshuishouden in de gemeente, in enig jaar, zich verhoudt ten opzichte van de landelijk gemiddelde woonlasten in het voorafgaande jaar. Onder de woonlasten worden verstaan: de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Omdat er vooralsnog geen sprake is van tariefsaanpassingen na 2018 blijft dit kengetal vanaf 2018 ongewijzigd.
65
3.2
Onderhoud kapitaalgoederen
3.2.1
Algemeen
Wij zijn de beheerder van de openbare ruimte en hebben een belangrijke rol in de realisering en instandhouding daarvan. Conform de BBV bevat deze paragraaf de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Het overzicht wordt uitgebreid met civiele kunstwerken, verkeersregelinstallaties, speelvoorzieningen en sportvoorzieningen. Per kapitaalgoed wordt het beleidskader inclusief ambitieniveau aangegeven, hoe het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd en wat het onderhouds-niveau is. Tenslotte worden de beschikbare middelen in de begroting weergegeven. De keuzes, die de komende jaren gemaakt worden om de gemeentelijke begroting evenwichtig te houden, hebben ook gevolgen voor het onderhoud van de openbare ruimte. Er wordt van uitgegaan dat de inzet van middelen in de openbare ruimte zodanig gekozen wordt dat er geen sprake is van kapitaalvernietiging. Wel kan dit inhouden dat, als een onderdeel in de openbare ruimte op termijn in zijn geheel vervangen moet worden, de keuze gemaakt kan worden deze vervanging enige jaren uit te stellen. Het betreffende onderdeel wordt dan gedurende die periode op een lager niveau beheerd en onderhouden, maar zodanig dat in ieder geval de veiligheid gewaarborgd is.
Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan geoormerkte wegvakken die op termijn in zijn geheel met fundatie en onderliggende riolering vervangen moeten worden, gebouwen die op termijn op de nominatie staan om gesloopt te worden, stukken openbaar groen die op termijn geheel heringericht worden. In de programmabegroting van 2019 zijn de extra budgetten die beschikbaar zijn gesteld door de raad voor het opwaarderen van de openbare ruimte verdisconteerd. Op dit moment wordt, met de input van de raad het visiedocument en aansluitend het uitvoeringsplan opgesteld. Integraal beheer en onderhoud Jaarlijks worden, op basis van de onderhoudsplannen voor de openbare ruimte, de werkzaamheden voorbereid en ingepland. Hierbij wordt gezorgd voor zoveel mogelijk synergie door onderhoudsmaatregelen te combineren en af te stemmen op ruimtelijke, autonome en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit gebeurt met de beschikbare financiële middelen. Daarnaast wordt goed gekeken naar de mogelijkheden van subsidies. We beschikken over veel kennis en ervaring op het gebied van integraal onderhoud van de openbare ruimte. De kwaliteit wordt jaarlijks gemonitord en regelmatig onafhankelijk getoetst. De resultaten worden ingevoerd in de beheerapplicaties zodat alle gegevens centraal en up to date beschikbaar zijn.
De beheerdata zijn gekoppeld aan het kaartmateriaal zodat de gegevens ook goed op tekening gepresenteerd kunnen worden. Onderhoudsplannen worden opgesteld voor de korte en middellange termijn en worden getoetst aan andere activiteiten en ontwikkelingen in de openbare ruimte en haar omgeving. Dit om het juiste moment van uitvoeringsmaatregelen te bepalen, zoveel mogelijk afgestemd op andere ontwikkelingen (werk met werk maken). Eind 2019 heeft de gemeenteraad de “Visie beheer openbare ruimte 2020-2024” vastgesteld. Vanuit deze visie heeft de gemeente Oldenzaal zich het doel gesteld in 2020 een meerjaren uitvoeringsprogramma (MJUP) op te stellen. Met dit MJUP is het de verwachting dat we het beheer van onze wegen, rioleringen, openbare verlichting, groen, civieltechnische kunstwerken, speelvoorzieningen, etc. inzichtelijker, integraler, efficiënter en doelmatiger uit kunnen voeren. Een belangrijk kenmerk van dit MJUP is de werkwijze via een Plan-Do-Check-Act cyclus, waarbij dus naast het plannen en uitvoeren van het onderhoud ook goed gekeken wordt naar kwaliteitscontrole en eventueel bijstellen en aanvullen van de programmering achteraf. Begin 2021 zal dit MJUP aan de raad worden aangeboden. 3.2.2
Wegen
Beleid De gemeenteraad heeft in 2009 het beleidsplan wegbeheer “Beheren is vooruitzien” vastgesteld. De oorspronkelijke looptijd van dit plan liep formeel tot en met 2013. In de afgelopen periode waren de beleidsvoornemens uit het plan nog niet verouderd, zodat actualisatie van het beleidsplan nog niet aan de orde was. Daarbij is de keuze gemaakt voor uitvoering van scenario 1; dat wil zeggen opheffen 66
achterstallig onderhoud en vervolgens handhaven van ten minste het kwaliteitsniveau R-. Dit is een niveau lager dan basiskwaliteit maar nog voldoende om veilige wegen in stand te houden en kapitaalvernietiging te voorkomen. Inmiddels is de normering van het CROW aangepast op de normering van onderhoud objecten openbare ruimte. Niveau R- komt hierbij redelijk overeen met (beeld)kwaliteit C, op een schaal van A+ tot en met E. Niveau C houdt in dat onderhoud op het meest optimale moment wordt uitgevoerd. In 2017 zijn alle wegen door een extern bureau geïnspecteerd. Ook zijn de meeste urgente projecten opgeleverd. Beheer De gegevens van de wegen zijn opgenomen in het wegbeheerprogramma Obsurve. In de zomer van 2019 zijn alle wegen geïnspecteerd (2-jarige cyclus). De onderhoudswerkzaamheden zijn waar nodig afgestemd op deze inspecties. Middelen Op dit moment zijn, vanwege een terugloop in kwaliteit, de middelen voor het onderhoud aan elementenverhardingen niet toereikend. De middelen voor het onderhoud aan de asfaltwegen zijn toereikend. Via nieuw beleid wordt budget beschikbaar gesteld om de komende jaren het onderhoud op het gewenste niveau te laten plaats vinden. 3.2.3
Openbare verlichting
Beleid In december 2013 heeft de gemeenteraad het beleidsplan openbare verlichting (2013-2017) vastgesteld. Het beleidsplan is vastgesteld door het college. Het is de bedoeling dat in 2021 dit plan wordt herzien. De belangrijkste beleidsuitgangspunten zijn: Gewenste onderhoudsniveau Onderhoudsniveau basis geldt voor de hele stad met uitzondering van winkelcentra/ busstation en groene loper, daar geldt niveau A (conform CROW) i.v.m. representatieve uitstraling. Verlichtingsniveaus Huidige verlichtingsniveaus geven geen problemen. Bij nieuw aanleg, en indien nodig bij reconstructies, wordt aangesloten bij de aanbevelingen van de Nederlandse Stichting voor verlichtingskunde. Vervanging In het beleidsplan wordt aangegeven op basis van welke prioriteit masten en/of armaturen worden vervangen: 1. extreem verouderde lichtmasten (>50 jaar): armaturen waarvan de lampen niet meer leverbaar zijn; 2. lichtmasten en armaturen die niet duurzaam zijn en of ouder zijn dan 40, respectievelijk 20 jaar; 3. niet- energiezuinige armaturen. Indien lampen/armaturen/masten worden vervangen wordt gekozen voor de ledlamp. Beheer We bezitten een actueel overzicht van alle beheerobjecten. Een externe partij verzorgt via een prestatieafspraak dat altijd minimaal 98% van de openbare verlichting brandt, en dat storingsmeldingen, binnen vastgestelde tijdsnormen, worden opgelost.
Een deel van de masten zijn economisch afgeschreven. Onderzoek wijst uit dat de technische levensduur langer is, maar dat we ondanks dat, een relatief groot areaal aan oude masten en armaturen bezitten. Middelen Het huidige budget in de begroting is toereikend om het hierboven genoemde beheer uit te voeren maar niet toereikend om de grote vervangingsopgave van verouderde masten en armaturen weg te nemen. Via 67
nieuw beleid wordt budget beschikbaar gesteld om het structureel in stand houden van de bestaande straatverlichting te garanderen.
3.2.4
Verkeersregelinstallaties
Beleid In december 2013 heeft de gemeenteraad het beleidsplan openbare verlichting (2013-2017) vastgesteld. Hierin is het onderdeel verkeersregelinstallaties opgenomen. De VRI’s zijn aangesloten op het lichtmastennetwerk. We hanteren bij het ontwerp, beheer en onderhoud van de verkeersregelinstallaties de richtlijnen van het CROW (CROW-Publicatie 213 'Handboek verkeerslichtenregelingen’). Hiermee wordt uniformiteit in het ontwerp en het voldoende functioneren van de verkeersregelinstallaties, en daarmee de verkeersveiligheid, geborgd. Binnen het nieuwe beleidsplan voor de openbare verlichting zal ook de nieuwe beleids- en beheersinzichten voor de VRI worden meegenomen. Beheer Het onderhoud van de verkeersregelinstallaties is bij één onderhoudsbedrijf ondergebracht, waarbij de regierol hebben. Dit vraagt voldoende inzicht in de werking en functionaliteit van verkeersregelinstallaties, zoals storingen en onderhoudsrondes. We hebben hiertoe een informatiesysteem ingericht en stuurt, waar nodig, op basis van deze verkregen informatie tijdig bij. Weggebruikers kunnen een storing melden via het Meldpunt Openbare Ruimte of via het digitaal loket. Met behulp van de beheerapplicatie worden de storingen uitgelezen. Voor het oplossen van (urgente) storingen in de automaatschakelkast wordt een externe onderhoudsdienst ingeschakeld.
Middelen Het huidige budget in de begroting is toereikend om het hierboven genoemde beheer uit te voeren. Indien oudere verkeersregelinstallaties door een storing uitvallen, waar reparatie geen oplossing meer biedt en vervanging van de betreffende verkeersregelinstallatie noodzakelijk is, zal via de financiële bijstelling een voorstel worden gedaan voor aanvullende benodigde financiële middelen, zoals is besloten tijdens het vaststellen van het beleidsplan openbare verlichting (2013-2017).
3.2.5
Civieltechnische kunstwerken
Beleid Op 4 februari 2010 heeft de gemeenteraad het beleid voor het beheer van de kunstwerken vastgesteld (Planperiode 2010-2020). In het plan is beschreven hoe de kunstwerken planmatig in stand moeten worden gehouden. Daarbij heeft de raad ervoor gekozen kunstwerken te beheren volgens het scenario heel en veilig. Ten tijde van het opstellen van het beleidsplan was er nog sprake van het onderhouden van 74 objecten. Dit aantal is met de jaren gegroeid tot net over de 100 objecten. Inmiddels is het aantal weer iets gedaald vanwege het weghalen van enkele keermuurtjes uit het Singelparkgebied. Bij enkele keermuurtjes in het Singelparkgebied is het de verwachting dat ze binnen enkele jaren worden verwijderd. Hier zetten we het onderhoud op een laag pitje. Met het opstellen van het MJUP hebben we het beleid van de civieltechische kunstwerken wel meegenomen. Echter, het onderhoud van de kunstwerken valt vaak moeilijk te combineren met het onderhoud van andere kapitaalgoederen (en is ook niet nodig). Daarom wordt het onderhoud van de kunstwerken vaak “stand-alone” uitgevoerd. Beheer De inspectie van kunstwerken is uitbesteed aan een extern deskundig bureau. Zij beheren ook de inspectie gegevens via het programma iASSET. Eind 2020 / begin 2021 heeft er een nieuwe inspectieronde plaats gevonden. Begin 2021 wordt dan het uitvoeringsprogramma voor 2021 en 2022 opgesteld.
De staat van de civieltechnische kunstwerken is redelijk. Na 2022 zal dan weer een inspectieronde plaatsvinden. De in Oldenzaal te beheren civieltechnische kunstwerken zijn te verdelen 68
over de groepen: houten bruggen, betonnen bruggen, stalen bruggen, duikers, tunnels, keerwanden & muren en overige.
Middelen Het huidige budget is vastgesteld in 2010 samen met het vaststellen van het beleidsplan. Het bedrag in de begroting is nu toereikend om het hierboven genoemde beheer uit te voeren. Echter, de middellange termijnvisie op het onderhoud zoals deze is opgesteld in de rapportage van Westenberg laat zien dat dat het huidige budget in de toekomst mogelijk niet meer toereikend is. Hier zullen te zijner tijd passende financiële maatregelen voor worden genomen. 3.2.6
Openbaar groen
Beleid Begin 2016 heeft de gemeenteraad het visiedocument op het openbaar groen “anders kijken anders doen in het openbaar groen”, voor de planperiode 2015-2025 vastgesteld. In het visiedocument is beschreven hoe het openbaar groen de komende jaren onderhouden wordt. We onderhouden ons openbaar groen op beeld/kwaliteit B volgens de CROW systematiek. Er is sprake van groen waarbij meer biodiversiteit, duurzaamheid uitgangspunten blijven voor het toekomstig beheer en ontwerp van de groene ruimte. In 2017 is door de gemeenteraad de groenstructuurvisie vastgesteld waarin ook het beleid voor de bomen in Oldenzaal is opgenomen. In 2020 is er een start gemaakt met het inventariseren en het digitaliseren van het bomenbestand in obsurv en zal in 2021 worden afgerond. Op basis hiervan zal het onderhoud bepaald gaan worden. Beheer Het onderhoud groen wordt door vaststelling van de groenstructuurvisie duurzaam versterkt . Binnen de huidige begroting is een structureel bedrag toegekend voor het onderhoud. Er wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij revitaliseringen, projecten, aanpassingen etc. Er wordt waarde gehecht aan de leefbaarheid, veiligheid en de aantrekkelijkheid van de stad om deze op het gewenste niveau te houden. Ook is het de bedoeling om, vanuit de visie, uitgangspunten zoals biodiversiteit, duurzaamheid en participatie, blijvend meer vorm te gaan geven.
Middelen Het huidige budget is afgestemd op het afgesproken onderhoudsniveau en is voor deze te leveren kwaliteit toereikend. De kosten voor het herstellen van het onderhoudsniveau openbaar groen van niveau C naar niveau B lopen gefaseerd op van € 150.000 in 2019 naar € 250.000 structureel vanaf 2021. Via nieuw beleid is hiervoor budget beschikbaar gesteld. Ook is er incidenteel aanvullend budget beschikbaar gesteld voor nieuwe bomen/bomenonderhoud. 3.2.7
Bestrijding eikenprocessie rups
Beleid De ‘Leidraad beheersing eikenprocessierups aangepaste versie 2019 wordt gevolgd. In deze leidraad wordt beschreven welke stappen gevolgd worden waaronder de risico inventarisatie, waarnemen, registreren en beheersen. Op basis van de risico inventarisatie is een prioritering opgesteld. Aan de hand van deze prioritering wordt de rups bestreden door middel van zowel preventief (nematoden) als curatief bestrijden (wegzuigen). Beheer Omdat er sprake is van een enorme toename van de rupsen de afgelopen jaren is de (ervaren) overlast bijna exponentieel vergroot. Dit is in lijn met het landelijke beeld. Bestrijding van de rups door de gehele stad blijft noodzakelijk. De eikenprocessierups is een risico voor de volksgezondheid (zie Leidraad beheersing eikenprocessierups 2019). Een regionale aanpak met betrekking tot bestrijding van de 69
eikenprocessierups is een must. De eikenprocessierups stopt niet bij de gemeentegrenzen waardoor de bestrijding op de huidige manier ‘dweilen met de kraan open is’. Er moet in samenwerking met andere gemeenten een keus gemaakt worden in de wijze van bestrijding. Regionaal en provinciaal zijn inmiddels bijeenkomsten georganiseerd en ook de landelijke overheid gaat actie ondernemen inzake de overlast door de eikenprocessierups. De overheid is gestart met het opzetten van een landelijke website met informatie: www.processierups.nu . Het kostenaspect voor volgende jaren is afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden. De ervaring van afgelopen jaren is dat de kosten niet zijn te voorspellen, anders dan dat deze sterk toenemen. Middelen Het huidige vastgestelde budget van € 106.000 is toereikend. 3.2.8
Speelvoorzieningen
Beleid In 2016 is door de gemeenteraad het speelbeleid Oldenzaal 2016 – 2025 vastgesteld. Hierin is aangegeven hoe om te gaan met onderhoud en vervanging. Uitgangspunten in dit plan zijn onder andere meer natuurlijk spelen en ruimte voor buurtinitiatieven. De uitwerking van het speelbeleid is in 2020 verwerkt in het beheersplan. De uitvoering en de daarvoor benodigde budgetten opgenomen. Het geautomatiseerde beheersplan is op basis van dit nieuwe speelbeleid aangepast. Vanuit dit beheersplan worden jaarlijks de inspecties en onderhoudsactiviteiten uitgevoerd. De speeltoestellen (ook bij natuurlijk spelen) moeten voldoen aan het warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Beheer Om het veilig gebruik van speeltoestellen te garanderen, is onderhoud nodig. Minimaal eens per jaar worden de speeltoestellen in de wijken geïnspecteerd en de bevindingen worden vastgelegd in inspectierapporten. Voor scholen geldt dit twee keer per jaar. Eens per 5 jaar worden er nulmetingen door externen verricht. De data en de logboeken zijn actueel en betrouwbaar. De controles en herstelwerkzaamheden worden in eigen beheer uitgevoerd. Middelen Het budget binnen de reguliere begroting is toereikend. Omdat het nieuwe speelbeleid interactief ingevuld wordt, willen we burgerinitiatieven die kansrijk zijn, zo goed mogelijk faciliteren.
We stimuleren buurtinitiatieven voor natuurlijk spelen, waar voldoende draagvlak voor is, met een eenmalige bijdrage tot een maximum van € 3.000. 3.2.9
Riolering
Beleid Op 14 december 2020 heeft de gemeenteraad het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 (GRP) vastgesteld. Jaarlijks wordt een voortgangsnotitie opgesteld. Hierin zijn de zorgplichten voor hemel- , grond- en afvalwater opgenomen. Naast een beschrijving van de huidige situatie is per zorgplicht omschreven welke doelen onze gemeente zich heeft gesteld en door middel van welke strategie en maatregelen de gestelde doelen worden verwezenlijkt. Via jaarlijkse voortgangsnotities wordt het bestuur op de hoogte gehouden van actualiteiten binnen de rioleringszorg. Hoofdlijn van het beleid blijft het daar waar mogelijk realiseren van blauwe aders en hemelwaterbergingen om zo veel mogelijk hemelwater af te koppelen en / of vast te houden. Beheer Het aspect beheer vormt een belangrijk onderdeel van het GRP. De laatste jaren is met het aanleggen van blauwe aders en hemelwaterbergingen veel gedaan aan het afkoppelen van de riolering. Ook zullen de komende jaren veel voorzieningen worden aangelegd mogelijke wateroverlast moet tegengaan. Al deze voorzieningen dienen goed onderhouden te worden omdat anders de werking ervan teniet wordt 70
gedaan. In het beheerplan worden deze voorzieningen beschreven inclusief onderhoudsbehoefte. Op basis van dit plan worden de onderhoudswerkzaamheden gepland. Werkzaamheden worden door zowel aannemers als ons eigen team Buitenbeheer uitgevoerd. Middelen Structurele lasten voor de uitvoering van het GRP zijn opgenomen in de meerjarenbegroting en worden gedekt uit het rioolrecht. Via een voortgangsnotitie wordt elk jaar verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid. In de notitie wordt ook aan de raad het krediet gevraagd voor de investeringen van het daaropvolgende jaar. De middelen zijn toereikend om de benodigde werkzaamheden uit te voeren. 3.2.10
Schoolgebouwen
Beleid Jaarlijks worden de aanvragen onderwijshuisvesting van de schoolbesturen geïnventariseerd en beoordeeld. De analyse van de aanvragen kan soms leiden tot de noodzaak om te verhuizen naar een ander gebouw of het opheffen van een vestiging. Doelstelling is te komen tot een efficiënte en goede verdeling van de onderwijsgebouwen. Een integraal huisvestingsplan (IHP) is gereed en komt in maart 2021 in de gemeenteraad. Hierin wordt een visie op de gebouwen gegeven voor een termijn van 20 jaar. Elke 4 jaar vindt in samenwerking met de schoolbesturen een herijking plaats van het IHP, zodat ingespeeld kan worden op actuele ontwikkelingen als krimp. Beheer Aangezien de onderhoudsverplichting is komen te vervallen, laten we de schoolgebouwen niet meer jaarlijks inspecteren. Middelen De voorziening voor onderhoud schoolgebouwen is komen te vervallen in de programmabegroting. Zoals gebruikelijk dient er voor eventueel benodigde nieuwbouw of verbouw een afzonderlijk krediet te worden aangevraagd. Voor de ver- en nieuwbouw van verscheidene scholen in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs is hiervoor een voorstel gedaan en wordt budget opgenomen in het kader van nieuw beleid. Het IHP geeft een goede doorkijk voor de komende jaren, waardoor middelen tijdig aangevraagd en gereserveerd kunnen worden. 3.2.11
Overige gebouwen
Beleid Het beheer en onderhoud van het maatschappelijk vastgoed (uitgezonderd schoolgebouwen) worden afgestemd op de situatie van het gebouw. Het huidige beleid voor beheer en onderhoud is gericht op een eeuwigdurende instandhouding van ons vastgoedbezit. Wij hebben verplichtingen als eigenaar, verhuurder of exploitant. Gebouwen moeten veilig te gebruiken zijn en voldoen aan de wettelijke vereisten. Wij willen efficiënt met ons vastgoedbezit omgaan en ziet vastgoedeigendom niet als een doel op zich. Door te zoeken naar optimalisatie in het gebruik verwachten we dat er de komende jaren gebouwen worden afgestoten of ingevuld worden met een andere functie om maatschappelijke doelstellingen te bereiken. Beheer Al deze gebouwen worden jaarlijks door onze bouwkundige medewerkers geïnspecteerd. Indien nodig wordt daarbij externe expertise ingehuurd. De onderhoudsgegevens worden ingevoerd in een meerjarenprogramma. Uitgangspunt bij het onderhoud van onze gebouwen is ‘sober en doelmatig’. Tijdens de jaarlijkse inspectie wordt de noodzaak van het geplande onderhoud beoordeeld. Daar waar mogelijk worden werkzaamheden doorgeschoven naar volgende jaarschijven. Bewaakt wordt wel dat er geen kapitaalvernietiging optreedt door te laat preventief onderhoud. Vervanging van (installatie)onderdelen vindt pas plaats als deze niet meer functioneren of als wordt verwacht dat ze op korte termijn 71
gaan uitvallen. In de uitgangspunten van het gemeentelijk vastgoedbeleid is verwoord dat er bij vervanging wordt gekozen voor de meest duurzame en energiezuinige oplossing, mits er sprake is van een reële terugverdientijd. Ons huidige gebouwenbeheersysteem wordt niet meer ondersteund en daarom is eind 2019 begonnen met de aanschaf van een nieuw gebouwenbeheersysteem. Middelen Met bovengenoemde uitgangspunten voor beheer wordt de Voorziening Gebouwenbeheerplan Overige Gebouwen, met de in deze programmabegroting geraamde dotaties voor de komende 10 jaar, voldoende gevoed. 3.2.12
Sportaccommodaties
Beleid Wij willen ervoor zorgen dat er voldoende en kwalitatief hoogwaardige binnen- en buitensportaccommodaties beschikbaar zijn en blijven voor vitale sportverenigingen. Dit omvat naast beheer ook de verdere ontwikkeling en verbetering van accommodaties. Voor het onderhoudsniveau wordt aansluiting gezocht bij de onderhoudscriteria zoals deze door NOC*NSF, in samenwerking met de sportbonden, zijn geformuleerd. De visie op sport en bewegen is in 2016 vastgesteld. Er is een nieuwe tarievenstructuur vastgesteld. De buitensportverenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van de servicewerkzaamheden. Verdere privatisering van de buitensportaccommodaties is nog niet in ontwikkeling. Naast de gedeeltelijke privatisering van werkzaamheden zijn ook ontwikkelingen in de sport van belang voor het toekomstige beheer van de sportaccommodaties. Zo neemt het meisjesvoetbal en het zaterdagvoetbal een vlucht waar de accommodaties niet op ingericht zijn. Doelstelling is om de gevolgen per vereniging in kaart te brengen en voor te leggen. Voor de binnensportaccommodaties wordt in navolging van het IHP een binnensportaccommodatieplan opgesteld. Gezien de wettelijke verplichting om binnen een bepaalde afstand van de scholen binnensportaccommodaties beschikbaar te hebben, is er een directe relatie tussen het IHP en de binnensportaccommodaties.
Nu de visie op de schoolgebouwen duidelijk is, wordt ook de visie op de binnensportaccommodaties in 2021 doorontwikkeld. Beheer Voor het uit te voeren beheer en onderhoud is het “Sportbeheerplan 2013” maatgevend. Dit plan is in 2020 geactualiseerd. De sportvelden worden eenmaal per drie jaar door een externe organisatie uitgebreid kwalitatief beoordeeld. Hierbij wordt speciale aandacht besteed aan geplande (vervangings) investeringen in de nabije toekomst. Bij voldoende technische kwaliteit kunnen deze naar een later tijdstip worden verschoven. In het gebouwenbeheersplan zijn de binnensportaccommodaties verwerkt. Dit plan is begin 2021 geactualiseerd. Middelen In het jaar voorafgaande aan de investering zal worden beoordeeld of de technische levensduur langer is dan de economische levensduur en afhankelijk daarvan kan de vervangingsinvestering eventueel worden uitgesteld. De integrale afweging van (vervangings-)investeringen in de sport vindt jaarlijks plaats in de programmabegroting.
72
3.3
Financiering
3.3.1
Algemeen
De gemeente dient een paragraaf Financiering in zowel de begroting als in het jaarverslag op te nemen, waarin aangegeven wordt op welke manier er uitvoering wordt gegeven aan de financieringsfunctie. Het uitgangspunt hierbij is het beheersen van risico’s, met name het renterisico. Onderstaand treft u de relevante informatie aan met betrekking tot de treasury-activiteiten van de gemeente in 2020. 3.3.2
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet geeft het maximale bedrag aan dat met kortlopende middelen gefinancierd mag worden. Deze limiet wordt elk kwartaal getoetst en mag in beginsel niet worden overschreden. Wanneer de limiet voor het derde achtereenvolgende kwartaal wel wordt overschreden moet de toezichthouder daarvan op de hoogte worden gesteld en moet een plan om binnen de limiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd. De limiet voor 2020 bedraagt 8,5% van de lasten van de begroting bij aanvang van het jaar en bedraagt afgerond € 8,0 mln. De limiet is in het eerste en tweede kwartaal van 2020 overschreden. Hiermee is voldaan aan de gestelde voorwaarden. (x € 1.000)
1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
Kasgeldlimiet
7.987
7.987
7.987
7.987
Saldo gemeente
9.473
11.779
6.795
5.426
Onder/overschrijding
-1.485
-3.792
1.192
2.561
3.3.3
Renterisiconorm
Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s bij herfinanciering en/of renteherziening. Elke gemeente loopt een financieel risico wanneer de rente onverwacht stijgt. Door te zorgen voor voldoende spreiding in de rente typische looptijden van de leningenportefeuille en/of door te kiezen voor een annuïtaire- of lineaire aflossingsvorm kunnen de effecten van een renteverandering worden afgevlakt. Renterisiconorm 2020 Begrotingstotaal 2020
93.967
Renterisiconorm 2020
20%
Renterisico op vaste schuld
18.793 7.180
(aflossingen)
Onderschrijding renterisiconorm
3.3.4
11.614
Financieringsbehoefte
De financieringsbehoefte is onder meer afhankelijk van het tijdstip waarop investeringen tot uitvoering komen. Daarnaast is ook aflossing van de leningenportefeuille bepalend voor de liquiditeitspositie. In 2020 is ruim € 7 miljoen afgelost. Dit kan er toe leiden dat er langlopende financiering moet worden aangetrokken. Ons streven is er op gericht om binnen de kasgeldlimiet in de financieringsbehoefte te voorzien door het aantrekken van kortlopende leningen. De ervaring leert namelijk dat de rente op kortlopende leningen nagenoeg altijd lager is dan op langlopende geldleningen waardoor (tijdelijk) een rentevoordeel kan worden behaald. In 2020 ontkwamen we echter niet aan het aantrekken van een vaste geldlening van € 15 miljoen tegen een rente van 0,153%.
73
3.3.5
Liquiditeitenplanning
De liquiditeitenplanning voor de geldstromen binnen onze gemeente is elk kwartaal geactualiseerd. Met een degelijke planning kan intern een betere afstemming plaatsvinden over betalingsactiviteiten en de effecten daarvan op de gemeentelijke financiering. In het verlengde daarvan vormt de planning een basis voor meer onderbouwde financieringsactiviteiten. 3.3.6
Rentevisie
De rentevisie wordt gebaseerd op de rentevisie van financiële instellingen, waaronder die van onze huisbankier. De Europese Centrale Bank (ECB) beslist maandelijks over de officiële rentetarieven in het eurogebied en heeft diverse instrumenten om die te beïnvloeden. Het beleid in 2020 werd uiteraard in grote mate beïnvloed door de corona pandemie. Om de economie te helpen de schok van de pandemie op te vangen, heeft de ECB een aankoopprogramma opgezet om de leenkosten van burgers, bedrijven en overheden te verminderen en de kredietverlening in het eurogebied te vergroten. Een ander instrument dat wordt ingezet is de bepaling van de officiële rentetarieven in het eurogebied. De herfinancieringsrente die de basis vormt voor de tarieven op de geldmarkt is in 2020 ongewijzigd gebleven op 0,00 procent. Banken kunnen dus gratis geld lenen bij de ECB. De depositorente is ook ongewijzigd op -0,5 procent gebleven. Dit betekent dat banken rente moeten betalen om tegoeden bij de ECB onder te brengen en is daarmee de bron voor de negatieve rente op kasgeldleningen. De gemeente Oldenzaal heeft in lijn met haar streven in 2020 voornamelijk in het liquiditeitstekort kunnen voorzien door het aantrekken van kort geld tegen een rentevergoeding van gemiddeld -0,39%. 3.3.7
Leningenportefeuille
De leningenportefeuille van vaste geldleningen bestaat per 31 december 2020 uit acht leningen met een restant schuld van € 39,9 mln. De gemiddelde rente van deze leningen bedraagt per 31 december 2020 1,63% (31 december 2019 1,86%). Vervroegde aflossing van deze leningen is niet mogelijk en de rente staat gedurende de gehele looptijd vast. 3.3.8
Uitzettingen
Door de invoering van het schatkistbankieren zijn wij verplicht om overtollige middelen boven een “drempelbedrag” aan te houden in de schatkist. Het drempelbedrag is bepaald op 0,75% van de begrotingsomvang. De gemeente Oldenzaal mag in 2020 per kalenderdag afgerond € 704.753,00 buiten de schatkist houden, het gemiddelde positieve saldo in R/C van alle kalenderdagen in het kwartaal mag dit bedrag niet overschrijden. Vanuit praktische overwegingen is er voor gekozen om overtollige middelen per dag automatisch door de BNG Bank te laten overboeken naar de schatkist. Hiermee wordt voorkomen dat het drempelbedrag wordt overschreden. In 2020 had de gemeente Oldenzaal uitsluitend een liquiditeitstekort en is geen geld uitgezet. Omdat het verstrekken van leningen niet tot de kerntaken van de gemeente behoord is in het treasurystatuut bepaald dat de gemeente zelf geen leningen verstrekt. Het verstrekken van garanties, evenals het aangaan van financiële participaties, wordt uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Ter beperking van het financiële risico wordt geen garantie verstrekt indien een beroep kan worden gedaan op een voorziening in de vorm van een (nationaal) waarborgfonds. De gemeente Oldenzaal heeft nog een leningenportefeuille van hypothecaire geldleningen die in het verleden aan medewerkers zijn verstrekt.
Sinds 2009 is het bij wet niet meer toegestaan leningen te verstrekken, bestaande leningen mogen uitlopen. De portefeuille bestaat per 31 december 2020 uit 44 leningen met een totale restantschuld van afgerond € 3,4 miljoen.
74
3.3.9
Relatiebeheer
De BNG Bank in Den Haag is onze huisbankier. In 2015 is, gezamenlijk met de gemeenten Enschede, Losser, Hengelo en het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente, een aanbestedingstraject Bancaire Dienstverlening doorlopen. Dit heeft geresulteerd in een nieuwe overeenkomst Bancaire dienstverlening met de BNG Bank voor de jaren 2016 t/m 2019, met de mogelijkheid om twee keer met één jaar te verlengen. Deze mogelijkheid hebben we benut en we zijn met de BNG Bank overeengekomen dat we onze samenwerking tot en met 31 december 2021 voortzetten. Ten behoeve van het schatkistbankieren hebben we ook bij het Ministerie van Financiën een rekeningcourant. Het contante betalingsverkeer, zoals de parkeergelden en de leges Publiekszaken, wordt door RJ Geld- en Waardevervoer uit Enschede verwerkt. 3.3.10
Renteomslag
Het gehanteerde renteomslagpercentage bedroeg voor 2020 afgerond 0,5%. Berekening op basis van de gegevens zoals in deze jaarstukken opgenomen laat een percentage zien van 0,51%. Deze geringe afwijking zorgt voor een klein resultaat op treasury.
75
3.4
Bedrijfsvoering
3.4.1
Algemeen
Het jaar 2020 heeft (naast de coronacrisis) vooral in het teken gestaan van het verbeteren van de (digitale) dienstverlening en het oppakken van belangrijke (wettelijke) ontwikkelingen. Medewerkers De snelle slag om thuis te moeten werken leidde ook tot het (anders) nadenken over ons werk en het anders organiseren van bepaalde werkzaamheden. De ambitie om tijd- en plaatsonafhankelijk te kunnen werken is hierdoor op bepaalde onderdelen versneld en zal ook in de toekomst blijvende voordelen opleveren. Hiermee hebben we de digitale bereikbaarheid van de medewerkers en het bestuur bevorderd hetgeen bijdraagt aan onze ambities, zoals we die in de visie op dienstverlening hebben verwoord. Dienstverlening In de gehele organisatie werken wij dagelijks aan het efficiënter en effectiever inrichten van onze dienstverlening voor onze inwoners. De afgelopen jaren hebben we onze digitale dienstverlening verbeterd door het digitaliseren en automatiseren van diverse producten. Dit heeft ervoor gezorgd dat ook in coronatijd, inwoners zaken met hun gemeente eenvoudig konden regelen. Financieel Helaas stond 2020 ook in het teken van de teruglopende financiële positie en het daarop passend acteren. Dit heeft geleid tot een ombuigingspakket voor de komende jaren, met als belangrijkste basis de uitkomsten uit het Masterplan Sociaal Domein en de daaruit voortvloeiende masterclasses. 3.4.2