CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Transcriptverslag van de Gemeente Oldenzaal Gemeenteraad 2025.07.07

Gemeenteraad 22 september 2025, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Vaststellen notulen van de vergadering van 7 juli 202560.654 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Als het gaat om die harmonisatie, die onrust wordt ook bij al die gesprekken wel steeds benoemd. De vraag is alleen of we die onrust volledig kunnen wegnemen en als we die weg kunnen nemen, hoe we die weg kunnen nemen? De signalen die ik daarvan ontvang, is dat ze vooral ontzettend spannend vinden van, wat de uitkomst zal zijn van die harmonisatie. De uitkomst is dan vooral spannend op het moment dat het voor hen betekent, dat zij een hogere financiële last gaan krijgen. Dat ze door ons worden gevraagd om een hogere bijdrage te leveren in de nieuwe contracten die hun wordt aangeboden. Daar hebben we aandacht voor op dit moment. Daarover blijven we in nauw contact met de verenigingen. Maar die onrust kan ik nu niet bij hun wegnemen. Niet anders dan dat we continu met hen daarover in gesprek zijn en gedurende het traject ook met hun steeds gaan afstemmen van, waar zitten we nu, welke richting gaan we op en daar hebben we dan ook een extern bureau voor, die hun daarin gaat begeleiden. Dan over de termijn waarop we verwachten dat de harmonisatie klaar zou zijn. Tijdens het politiek forum heb ik daar al een eerste inkijk op gegeven. We verwachten … We gaan voor de zomer al daarmee starten om in ieder geval dat proces verder uit te lijnen. Na de zomer hopen we dat we daar ook een bureau voor hebben gevonden die ons daarin gaat begeleiden.

Dat bureau zullen we moeten aanstellen en de verwachting is dat we daar vroeg in september mee zullen starten. We proberen daar natuurlijk wel op te duwen, maar de vraag is of ons dat ook gaat lukken. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Maartens. Mijnheer Maartens.

De heer Maartens: Die onrust wordt dus voor een heel groot deel veroorzaakt doordat wij dit verhaal rond de harmonisatie nog niet rond … Tenminste dat was mijn analyse als ik met sportverenigingen praat. En dat pleit er eigenlijk voor om dat juist die harmonisatie, dat onderzoek zo snel mogelijk te doen. Ik snap dat daar tijd voor nodig is, maar ik denk dat dat de beste manier is om die onrust in de vingers te krijgen, wat rustiger te maken. Is de wethouder het met mij eens? De voorzitter: De wethouder. Wethouder mevrouw Rödel: Dank u wel. Ik ben het met u eens als u zegt dat die onrust weggenomen wordt en gedempt wordt op het moment dat er sneller uitsluitsel komt waar verenigingen aan toe zijn. De vraag is alleen of die harmonisatie ook daadwerkelijk versneld kan worden. Daar heb ik bij het politiek forum van aangeven, dat mijn verwachting is, dat die versnelling ten koste gaat van de kwaliteit en daar uiteindelijk wellicht zelfs nog meer onrust in kan ontstaan. Wij zullen zeker alles op alles zetten om zo snel mogelijk tot een eindrapport te komen. Maar dat moeten we zorgvuldig doen, omdat we daar ook heel veel gesprekken met de verenigingen voor nodig hebben. U mag ervan uitgaan dat wij daar waar kan de snelheid vasthouden. Maar het versnellen, daar zie ik op dit moment geen mogelijkheden toe.

Dan heeft u vragen gesteld over hoelang zal dan dat traject gaan duren? Op dit moment verwachten we, als we in oktober kunnen starten, dat het … Vorige week gaf ik aan een half jaar. Maar u mag ervan uitgaan dat voor de zomer volgend jaar dat we alles afgerond hebben. Daar besef ik me bij dat ook die marge enorm ruim is. Maar we hopen dat wel, als we in oktober starten, dat we dan ook meer zekerheid aan u kunnen geven, omdat dan ook de planning met dat bureau bekend is en dat we dat ook hebben kunnen uitlijnen met de sportverenigingen. Als het dan gaat over het informeren van de raad, ja, dat gaan we uiteraard ook doen. De heer Kramer geeft aan van, kunnen wij als raad ieder kwartaal worden geïnformeerd. Dat lijkt ons wat aan de vake kant. Op het moment dat we in oktober starten, zou ik willen voorstellen van, dan kunnen we met de startbijeenkomst beginnen, waarbij we ook met de presentatie toelichten welke stappen gaan we daarin zetten en dat we daar de planning met u delen. En vervolgens dat we ergens in Q1 een eerste voortgang met u delen. En uiteraard, als er in de tussentijd wat te delen is met u, dan kunnen we dat met een raadsinformatiebrief op een andere manier ook nog met u delen.

Als we het traject hebben afgerond, dan komen we uiteraard ook weer bij u terug, want dan zal er ook een besluit genomen moeten worden van, wat heeft het traject opgeleverd en welk voorstel willen wij u doen om die harmonisatie ook te effectueren met de verenigingen. Dan nog over de uitkomsten van die harmonisatie. Wat die uitkomsten ook zullen zijn, wij zorgen natuurlijk altijd voor een gefaseerde invulling, om de verenigingen niet in één keer met die verandering te confronteren. Maar dat heb ik vorige week ook al bij het politiek forum benoemd. Dan heeft de heer Maartens nog de vraag gesteld of het college bereid is de mogelijkheden voor een vaste indexatie te onderzoeken. Eerst een algemene opmerking vanuit het college. Bij het instellen van een indexatiepercentage maken wij gebruik van het gemeentelijk beleid om een bruto binnenlands product toe te passen. Die indexatie passen wij toe, de bbp. Als we daarvan willen afwijken, dan moeten we ons wel hardop afvragen welke uitzonderingspositie we dan de sportverenigingen daarin geven ten opzichte van andere financiële posten waar wij ook gaan indexeren, moeten indexeren, en dat we een hoger percentage van de bbp gaan toepassen. Het college staat nu op een standpunt om vast te houden aan de gekozen grondslag, maar als u daarvan af wilt wijken, dan hoor ik dat graag van u. Dan over … De PvdA, die heb ik beantwoord.

De harmonisatie heb ik beantwoord. Dan kom ik op de drie moties die over het onderwerp sport zijn ingediend. Eerste is een motie van Solidair Oldenzaal, ‘Buitensportaccommodaties’. Wij zijn ervan bewust dat er verschillende afspraken zijn per buitensportaccommodatie en dat deze ooit met een reden zo ook zijn gemaakt. Maar juist dit veroorzaakt op dit moment zoveel onduidelijkheid bij zowel verenigingen als binnen de organisatie, dat wij juist die harmonisatie zijn ingegaan. Wij zien met het onafhankelijk bureau, dat we binnen de verschillende categorieën, zoals zij hebben voorgesteld in hun

rapport, dat wij mogelijkheden zien om de afspraak zo veel mogelijk gelijk te trekken. En dat is de reden waarom dat wij die harmonisatie inzetten. Als u aangeeft van, trek de harmonisatie in, voer die niet uit, dan zouden wij die motie willen ontraden. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Dat was niet helemaal wat in de motie wordt opgeroepen. Er wordt opgeroepen om te overwegen dat wij als raad u kunnen meegeven van, misschien is het toch verstandig om te stoppen met het harmonisatieproces. We zijn er al zeven jaar mee bezig, er is continu sprake van uitstel, sportclubs willen zo snel mogelijk duidelijkheid. En in de praktijk is het denk ik zo, dat je nooit tot een volledige consensus gaat komen met alle buitensportverenigingen, met alle verschillen die er zijn, om tot harmonisatie te komen. En dat zie je dus ook in de afgelopen zeven jaar. Ik wil niet heel hard zeggen om nu gelijk te stoppen, maar ik wil eigenlijk een steuntje in de rug aan u geven vanuit de raad met deze motie, dat we het kunnen begrijpen op het moment als u zegt, we stoppen met het harmonisatieproces. Daar is de motie voor bedoeld. De voorzitter: De wethouder. Wethouder mevrouw Rödel: Dank u wel. Door voor uw toelichting. In uw dictum onder 1 geeft u aan te overwegen om een eind te maken aan de harmonisatieproces. Op dit moment gaan we daar volop mee starten.

Maar het is aan u als raad om over deze motie te stemmen. Voor het college, wij staan op het standpunt om de harmonisatie graag voort te willen zetten. Dan ... De voorzitter: Wethouder, de heer Snijders. De heer Snijders: Ik zit een beetje in een kantelpunt. Ik vind, als iets verschrikkelijk lang duurt, dan zie ik niet, of het moet echt heel complex zijn, dat we eruit komen. Dus ik vind de motie terecht. Zo van, het duurt te lang, laten we maar gewoon stoppen. Dus ik zou heel graag horen of u een termijn kunt afgeven, want als het nog weer zeven jaar duurt, dan zeg ik, schaf maar af. De voorzitter: De wethouder. Wethouder mevrouw Rödel: Volgens mij heb ik daar zojuist antwoord op gegeven toen ik het proces qua tijd heb uitgelijnd in het beantwoorden van de vraag van CDA en van PvdA. De voorzitter: Gaat u verder. Wethouder mevrouw Rödel: Dan de motie van de VVD, privatiseren. In de motie geeft u verschillende argumenten aan. Een oproep is om de harmonisatie juist te bespoedigen, daar waar uw collega zojuist aangaf, overweeg om hem te stoppen. Tijdens het politiek forum van vorige week en het beantwoorden van de vragen van CDA en PvdA heb ik de planning zojuist dus al meegegeven en we zien op dit moment geen redenen of wel redenen, maar geen mogelijkheden om die te versnellen. Maar daarnaast gaat u in op de privatisering van de sportvereniging.

U geeft aan dat u met een aantal sportverenigingen in gesprek bent geweest en dat zij daarin de uitdrukkelijke wens hebben aangegeven de privatisering te wensen. Die signalen heb ik nog niet ontvangen. Maar ik zie een interruptie.

De voorzitter: Ja, maar dat gaat altijd via de voorzitter. Dus maakt u eerst uw betoog af op dit punt en dan krijgt de heer Mekelenkamp van mij de gelegenheid. Wethouder mevrouw Rödel: Wat ik dan daarover kan aangeven, is dat privatisering primair ook geen onderdeel is geweest bij het eerdere onderzoek van Synarchis en dat dat op dit moment ook geen issue is bij het traject van de hele harmonisatie die we nu gaan inzetten. Als we die privatisering, als u als raad daarvoor kiest om dat wel onderdeel te laten zijn van die harmonisatie, dan moet u zich realiseren dat dat een erg enorm complex vraagstuk is. En als u dat gaat toevoegen aan die harmonisatie, dat dat de snelheid eruit gaat halen en dat we daarin bijna wel weer helemaal terug moeten naar de tekentafel. En dat dan de versnelling die u wenst voor de harmonisatie, dat daar geen sprake van zal zijn. Daarnaast vragen we ons ook af of privatisering van sportaccommodaties in Oldenzaal wel een wenselijke ontwikkeling is, want op basis van ervaringen in andere gemeenten zien we dat dit dusdanig ingewikkeld is ook voor de sportverenigingen. De heer Kramer gaf ook net al aan, dat sportverenigingen vooral ook ‘…’ worden uitgevoerd met vrijwilligers. En op het moment dat je daar de privatisering in gaat zetten, dat betekent dat ook voor de vereniging een heel ander vraagstuk, waar ook extra expertise voor aanwezig moet zijn.

Dus die wil ik u echt wel meegeven dat daar veel risico's in zitten. En dat is de reden waarom dat het college op dit moment deze motie zou willen ontraden. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, om maar meteen met de deur in huis te vallen: de sportverenigingen hebben het bij ons aangegeven dat zij het wenselijk … In ieder geval dat zij het wenselijk achten, dat ze het als mogelijkheid zien. Het is niet dat ze op de tafel stonden te dansen – dat zou ook niet goed zijn voor het meubilair trouwens in onze fractiekamer – maar ze waren er wel voorstander van. Tegelijkertijd, als we kijken naar vorige week Veld 1 bij Bully waar we het over hebben gehad, waarbij de vereniging expliciet aangeeft, ons veld hoeft niet per se vervangen te worden. Bij een geprivatiseerde accommodatie zou het nooit de agenda van de gemeenten zijn die bepaalt of een veld wel of niet gaan vervangen. Dan een vraag aan de portefeuillehouder, anders mag ik namelijk niet interrumperen. Waarom is deze optie nooit ter tafel gekomen ten tijde van het onderzoek van Synarchis? Komt dat omdat het hier in huis niet als een mogelijke optie werd gezien? Komt het omdat er destijds geen behoefte was? En ten tweede, de portefeuillehouder vult heel erg in dat, als we gaan privatiseren, dat de verenigingen alle kennis moeten hebben.

Volgens mij zijn daar nog van allerlei mogelijkheden tussen te bedenken. Dat het niet per se is dat de verenigingen dan het beheer van de accommodatie op zich gaan nemen. Daar zijn allerlei mengvormen nog tussen en volgens mij zou dat wel een stap zijn om in ieder geval die te gaan onderzoeken. De voorzitter: De wethouder. Wethouder mevrouw Rödel: Dank u wel. Zoals ik net al aangaf, is privatisering in het hele onderzoek van Synarchis niet meegenomen, omdat wij daartoe geen aanleiding zagen. In het verleden is in dit huis privatisering zeker wel onderwerp van gesprek geweest, dus dat zit echt wel bij ons op het vizier. Maar we hebben dat op dit moment niet meegenomen, omdat we ons willen richten op de huurcontracten met de verenigingen. Als uw raad van mening is dat we dat wel mee moeten nemen, dan zou ik zeker ook met inachtneming van de kanttekeningen, zou ik u een wijs besluit willen toewensen. De voorzitter: Gaat u verder.

Wethouder mevrouw Rödel: Dan de derde motie die door drie partijen gezamenlijk is ingediend, het innovatiefonds van verenigingen. Wat ik daarover primair kan aangeven, is dat ik de verantwoordelijkheid voor het financieel vitaal zijn vind liggen bij de verenigingen. Het doet voorkomen – en daar hoor ik heel graag zo meteen ook de reactie op van de indieners – dat die verantwoordelijkheid nu gedeeltelijk ook wordt verschoven richting de gemeente. Ik ben heel erg benieuwd hoe u daarnaar kijkt. Want vooropgesteld, als er echt knelpunten zijn bij verenigingen, heeft de gemeente op dit moment altijd de mogelijkheid voor het inzetten van maatwerk. Daar zou u met deze motie mogelijk bij aan kunnen sluiten. Dus ik ben heel erg benieuwd van, als we mogelijkheden zien om deze motie uit te voeren, welke ruimte geeft u ons dan als college daar in mee. Want we vinden hem dusdanig breed opgezet op dit moment, dat ruimte wordt gegeven aan ons om een fonds in te richten voor verenigingen, maar ik mis daar nog wel een kantlijn in van, hoe concreet en hoe breed wenst u dat wij die motie gaan uitwerken. Ik ben benieuwd of u dat verder kunt toelichten. Daarnaast sluit ik ook aan bij de vraag van de heer Maartens over de hoogte van het bedrag. Op dit moment lijkt het alsof er … Mis ik de grondslag van de hoogte van het bedrag.

Want ik vind hem heel lastig uitleggen naar de verenigingen toe, dat als wij gaan starten met een bezuiniging in 2027 van afgerond naar boven 10.000 euro, dat we wel een fonds van een half miljoen op dit moment beschikbaar stellen aan verenigingen. Die bezuiniging, is wel zo, die is dan gericht op de sportvereniging en deze motie richt zich op alle verenigingen, wat ik overigens wel toejuich. Maar daarin ben ik heel erg benieuwd van, of u daarin nog ruimte ziet om dat bedrag ook naar beneden te brengen. Want volgens mij hebben wij met elkaar afgesproken, dat op het moment dat het fonds sneller leegloopt dan verwacht, dat we altijd als college bij u als raad terug kunnen komen om te vragen of we dat fonds weer verder mogen vullen. Dan de laatste wat ik aan u mee wil geven over deze motie, is dat de uitvoeringscapaciteit op dit moment wel een issue is. U geeft aan dat u een bedrag beschikbaar stelt van 50.000 euro. Daar kunnen we capaciteit voor inzetten, maar dat is eenmalig en op dit moment ook best wel beperkt. Als we zien dat we dit voor de toekomst langere tijd in willen zetten, verwacht ik dat we daar niet mee uit kunnen komen en ik vraag aan de indiener dan ook comfort, dat op het moment dat we daar niet voldoende hebben, dat we bij u terug mogen komen om dat wellicht nog op te plussen. De voorzitter: Ik ga nu naar de heer Kramer. Mijnheer Kramer.

De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Ik zou dan via u aan de wethouder willen vragen wat in haar ogen dan wel een uitlegbare hoogte is van het fonds. De voorzitter: De wethouder. Wethouder mevrouw Rödel: Dan gaan we met elkaar pingpongen om handjeklap te doen voor een hoogte van het bedrag. Wat ik belangrijk vind, is dat we aan de verenigingen een handreiking kunnen geven van, op het moment dat ze met elkaar … Of als een vereniging financieel in de knel komt, dat zij een beroep kunnen doen op een fonds wat we conform een subsidieregeling hier in dit huis beschikbaar hebben. Maar dat we ook naar dezelfde verenigingen kunnen uitleggen, dat als we ombuigingen op gaan leggen, dat dit fonds daar wel in verhouding staat. De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Dat was politiek plagen. Sorry. Maar de tweede, daar kan de wethouder natuurlijk wel wat over zeggen. De eenmalige kosten die nodig zijn om ambtelijke inzet te bekostigen, daar kan ik niks over zeggen. Die ervaring heeft de portefeuillehouder wel. Wat zou daar een bedrag zijn om de ambtelijke inzet te kunnen waarborgen?

De voorzitter: De wethouder. Wethouder mevrouw Rödel: Daar kan ik nu wat op bedenken, maar ik denk dat het juist de bedoeling is, dat u met die drie opmerkingen die ik heb meegegeven tot een wijs besluit komt van, waar gaat u de kaders leggen voor de motie, welk bedrag wilt u daar dan voor beschikbaar stellen en hoe gaan we die in de tijd ook wegzetten en daar capaciteit voor beschikbaar stellen. Die drie hangen wel heel erg nauw daarin met elkaar samen. De voorzitter: Ik zie de heer Kramer twee duimpjes omhoogsteken. Dus die heeft dat begrepen. Ik kijk nog even rond. De heer Snijders nog. De heer Snijders: Ik kom nu wel aan het twijfelen. Het heeft niet zo heel veel nut, want het is door een heleboel mensen ingediend, ‘…’ toch al. Maar ik heb wel moeite met de hoogte van het bedrag. Als u zegt van, ik vind het moeilijk uit te leggen, dan ga ik met u mee en is de Kamer dan misschien bereid om in een korte schorsing een ander bedrag tevoorschijn te toveren? De voorzitter: Dat gaan we zo dadelijk zien. Ik kijk nog even naar de wethouder of er vanuit haar zijde nog meer opmerkingen zijn naar aanleiding van de inbreng vanuit de raad. Wethouder mevrouw Rödel: Jazeker, want dit waren alleen nog maar de vragen over sport. En ik heb er nog meerdere. De voorzitter: Oké. Ik kijk ook gewoon met een schuin oog naar de klok.

U zult denken van, half negen, waar heeft die man het over? Maar ik ken de raad van Oldenzaal inmiddels ook. Voordat we het weten, zitten we op 23.00 uur en als ik dan begint te piepen, dan zegt u, u bent te laat. Dus ik ben begin maar vast. Probeer echt nu de bijdrage tot de point te houden en dan gaat het volgens mij lukken. Ik zie de heer Van der Waal nog en dan ga ik weer terug naar de wethouder. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik heb een vraag aan de raad en tevens dan aan de wethouder. Zowel bij de privatisering als bij de samenwerkingsmotie verbaas ik me wat over het feit van de motie. Bij andere voorstellen die ik heb gedaan, wordt altijd gezegd van, het moet van onderop komen. Er moet vraag blijken uit de markt. In dit geval zouden de verenigingen kunnen komen met een verzoek van, kan je me helpen? Dat verzoek heb ik nog niet gezien, dus waarom sorteren we nu al voor op dit type beleid wat misschien helemaal niet nodig is? De voorzitter: Gaan we nu in ieder geval de wethouder op horen en wellicht dat in tweede termijn de heer Kramer daar nog iets over kan zeggen. De wethouder. Wethouder mevrouw Rödel: Dank u wel, voorzitter. Als het gaat om de behoeften, jazeker zijn die behoeftes ook wel binnen dit huis ontvangen.

Maar die hebben er nog niet toe geleid dat we daarin ook een subsidieregeling of een ander fonds voor moeten oprichten of daar een verordening op moeten vaststellen. Maar ik begrijp vanuit de verenigingen wel dat er steeds meer behoefte aan is, vooral ook om de samenwerking onderling te zoeken en ook te kijken van, waar kunnen we nog intensievere samenwerking zoeken, zoals ook met vv Oldenzaal en De Esch is gebeurd. De voorzitter: Dan de heer Mekelenkamp.

De heer Mekelenkamp: Voorzitter, wij hebben die gesprekken wel gehad, zeg ik even in antwoord op de heer Van der Waal. Daarom zijn wij ook initiator slash mede-indiener van beide moties, omdat we die gesprekken hebben gehad en dit signaal ons daadwerkelijk wel bereikt heeft. Gewoon puur, omdat verenigingen ook zeiden, “Ja, wij willen graag middels subsidies kunnen investeren om financieel duurzamer te worden.” “Ja, we willen graag in controle zijn over onze eigen park, over onze eigen accommodatie door te privatiseren.” Dus die geluiden zijn er daadwerkelijk wel. Het kan zijn dat ze de heer Van der Waal niet bereikt hebben. De voorzitter: Dan ga ik weer terug naar de wethouder. Wethouder, gaat u verder met uw betoog. Ik probeer er nu een beetje snelheid in te krijgen. Wethouder. Wethouder mevrouw Rödel: Dan ga ik door op de andere onderwerpen waar ik vragen over gesteld heb gekregen. Dan kom ik bij D66 uit. U geeft aan, kan de wethouder uitleggen wat uitstel van wijkuitvoeringsplannen geen invloed gaan hebben op de klimaatdoelstellingen van Oldenzaal? Dan is het goed om te weten dat de klimaatdoelstellingen van Oldenzaal gekoppeld zijn aan de opgaven die zijn vastgelegd in het nationaal Klimaatakkoord. Daarin staat dat de doelstelling voor de gebouwde omgeving, die staat daar beschreven. Energieneutraal en aardgasvrij wonen en werken in 2050.

Daar sluiten wij als Oldenzaal bij aan. En dat betekent dat we dus nog voldoende tijd hebben om met de plannen aan de slag te gaan om uiteindelijk de doelstellingen 2050 wel te halen. Daarnaast wordt het tijdspad van de ontwikkeling naar aardgasvrije wijken opgenomen in het warmteprogramma en conform wet- en regelgeving moet dat eind 2026 klaar zijn. Samen met de omliggende gemeenten zijn we daar op dit moment ook al vol mee bezig en de verwachting is dat we dat ook zeker wel gaan halen. Dus daarin lopen wij op dit moment geen vertraging op. Dan heeft de VVD nog een opmerking gemaakt over Twents Zilver. U geeft aan dat u niet goed begrijpt waarom dat deze subsidie in vijf wordt afgebouwd, terwijl andere initiatieven zoals de OTDIB en de SAVO met aanzienlijk langere subsidierelaties in dezelfde tijd worden afgebouwd. U geeft ook aan dat jullie het vermoeden hebben dat er volop wordt geïnvesteerd in preventie in diezelfde doelgroep en u stelt dan de vraag van, kunt u ons inzicht geven in de meetbare uitkomsten van Twents Zilver en de mate waarin er sprake is van dubbelingen. U vraagt daarin – en dan even bij die laatste twee vragen te beginnen – om meetbare uitkomsten. Wat ik daarin aan u kan meegeven, is dat met het totale programma in 2024 zo'n 280 ouderen zijn bereikt.

En als het gaat om de kwalitatieve evaluatie daarin, kan ik aangeven dat deelnemers aangeven dat zij door deelname aan Twents Zilver, dat zij zich beter voelen, meer sociale contacten krijgen en het gevoel van eigenwaarde is vergroot. Na de pilotfase hebben we dat kwalitatief laten onderzoeken en daar blijkt dat uit. Dan spreekt u het vermoeden uit dat er dubbeling zit in de werkwijze van Twents Zilver en andere preventiemaatregelen voor deze doelgroep. Daarop kan ik aangeven dat er op dit moment nauwelijks sprake wordt gezien van dubbelingen. Wel van nauwe samenwerking en doorgeleiding en warme overdracht naar en tussen elkaar. Daarbij draagt Twents Zilver bij aan de eenzaamheidpreventie en het stimuleren van zelfredzaamheid en het versterken van sociale basis en bevorderen van positieve gezondheid. Daarin werken ze heel nauw samen met andere sociale partners, zoals bijvoorbeeld Impuls en Wijkracht. Daarin kan ik me ook wel voorstellen dat daar een vermoeden van dubbeling in is, maar daar is sprake van overdracht. Dan nog een opmerking, want er zit nog een vraag verstopt in uw bijdrage van, waarom wordt voorgesteld dat de gemeentelijke bijdrage in vijf jaar wordt afgebouwd. De redeneerlijn van het college daarbij is, dat we aansluiten bij de afbouw van de subsidie van al die sport- en maatschappelijke culturele organisaties.

De voorzitter: Ik zie de heer Mekelenkamp per interruptie. Mijnheer Mekelenkamp.

De heer Mekelenkamp: Voorzitter, de portefeuillehouder noemt nu allerlei instanties. Er zijn ook in Oldenzaal heel veel initiatieven, zij het de Koffie Club, zij het ‘…’ rond die allemaal wel een soortgelijk doel hebben eigenlijk: eenzaamheid onder ouderen voorkomen. Zit daar dan geen dubbeling in? De voorzitter: De wethouder. Wethouder mevrouw Rödel: Volgens mij heb ik daar zojuist ook een antwoord op gegeven, dat dat juist aanvullend is en dat er een nauwe samenwerking en overdracht is. En die dubbeling herken ik niet zoals u die zegt. De voorzitter: Wethouder, gaat u verder. Wethouder mevrouw Rödel: Dan heb ik … De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van de heer Van der Waal. Ik neem aan ook op dit onderwerp. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, de wethouder is erg enthousiast over Twents Zilver. Ik denk dat gaat de goede kant op. En ineens zegt ze, we sluiten aan bij andere afbouwen van subsidies aan bepaalde categorieën. Gaat de wethouder dan ook alle andere subsidies aan Impuls inperken die bedoeld zijn om ouderen uit de eenzaamheid te halen, mensen te ondersteunen? Of hoe ziet zij het verschil tussen Twents Zilver en dat soort activiteiten? De voorzitter: De wethouder. Wethouder mevrouw Rödel: Volgens mij kijkt u op mijn papier mee of op mijn scherm, want dat is ook wat ik nu ga aangeven als het gaat om uw amendement wat u heeft ingediend.

Want dat gaat over Twents Zilver. De redenatie daarbij is dat de raad vorig jaar bij de kadernota ook ‘Ambities en Middelen in Balans’ heeft vastgesteld. Daarin zijn een aantal maatregelen door het college opgenomen waarin we hebben aangegeven, dat we daar ombuigingen bij gaan aanbrengen op het moment dat het Rijk niet met middelen over de brug komt. Wij zijn nu op het punt aangekomen waarbij we constateren, dat het Rijk slechts incidentele middelen heeft overgeheveld aan de gemeente, wat maakt dat wij die lijst van ‘Ambities en Middelen in Balans’ nu gaan effectueren en daarbij staat Twents Zilver op dit moment het verst onderaan. Dat betekent dat op het moment dat het Rijk met middelen over de brug komt, dat we als eerste gaan bijdragen aan Twents Zilver en daarmee zouden zij van de lijst afgaan. Ware het niet dat er geen middelen komen en dat Twents Zilver gewoon ook in die hele tranche van ombuigingen op dit moment meegaat. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik zou met de wethouder mee kunnen gaan op het moment dat Twents Zilver – datzelfde ook voor Studio15 overigens – dat dat uitgaven zijn die nooit meer terugkomen. In dit geval hebben we het over preventieve maatregelen die zichzelf ruimschoots terugbetalen door vermindering in zorgkosten.

Dus ik vraag me af, waarom we stug vasthouden aan een voorlopig besluit van vorig jaar? De voorzitter: De wethouder. Wethouder mevrouw Rödel: Wij houden niet zozeer stug vast aan een besluit wat genomen is. We houden vast aan een besluit wat genomen is en dat besluit, dat bestaat nog steeds en in diezelfde lijn ligt nu een

kadernota aan u voor. En dat is dan ook meteen de beantwoording op of de visie zoals het college heeft op uw amendement. U geeft aan dat u ervoor wilt kiezen om Twents Zilver te behouden en daar vervolgens een rekenkameronderzoek aan te koppelen. Als u mijn betoog van zojuist heeft gehoord, dan ontraden wij dat amendement om Twents Zilver op dit moment uit de kadernota te halen, maar conform ‘Ambities en Middelen in Balans’ wel aan die ombuiging mee te laten doen. Als u dan aangeeft, dat u ook nog de Rekenkamer wilt vragen een kosten-batenanalyse op te stellen, lijkt het ons wat overtrokken en gezien de omvang van aard zou ik daarin ook willen ontraden. Dat was mijn bijdrage. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even voor de zekerheid rond. Goed. Dank u wel. Dan wil ik graag de voorzittershamer overgeven aan de heer Lulofs om de bijdrage van het laatste collegelid te begeleiden. De plaatsvervangend voorzitter: Het woord is aan de heer Welman. Burgemeester Welman: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal onderwerpen genoteerd staan die ik voor mijn rekening namens het college zal nemen. Ik heb ze geprobeerd te rubriceren, althans te bundelen. Zo moet ik het eigenlijk zeggen. Allereerst en ze zijn ook allemaal afkomstig van D66, althans als het onderwerp personeel en organisatie betreft.

Het gaat dan over inhuur werkprocessen, of het niet anders kan, dus minder extern inhuren. Wij proberen dat altijd zo veel mogelijk te beperken. Want inhuur zien wij ook niet altijd als de oplossing voor het vraagstuk wat op dat moment voorligt. Inhuur kan ook capaciteit en uren kosten, omdat ingewerkt moet worden. Maar af en toe is het echt onvermijdelijk. En ook zeker met de huidige arbeidsmarkt waarbij je te maken hebt met krapte op een aantal vakgebieden, dan kom je er niet onderuit om toch in te huren. Maar weet dat we dat echt wel met de nodige terughoudendheid doen. Dan vraagt u rondom een pool voor invalkrachten. Daar is in het verleden al wel eens naar gekeken of we dat met omliggende gemeenten zouden moeten doen, of met omliggende gemeenten zouden kunnen doen. De ervaring is dat dat eigenlijk ik zou bijna zeggen een kansloze missie is. Daar zitten zo veel haken en ogen aan, dat je gewoon merkt dat dat een heel lastig vraagstuk is. Dus wij zouden ook niet willen adviseren om dat nu op te pakken, zeker niet als we daar de enige in zijn. We zijn natuurlijk wel open-minded daarin. Dus als andere gemeenten met een vraag komen, dan zullen we dat zeker weer serieus bekijken. Maar de ervaring, moet ik eerlijkheidshalve ook bij wel bij vermelden, is dat deze pools vaak gebruikt worden om mensen die boventallig zijn daarin onder te brengen.

En dat zijn niet altijd de mensen waar wij in de huidige arbeidsmarkt op zoek naar zijn. De plaatsvervangend voorzitter: Dat was het natuurlijk punt. Ik geef het woord aan de heer Van der Waal voor een interruptie. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Als ik het antwoord hoor, lijkt het alsof het met alle respect geframed wordt. Ik ben ervan overtuigd dat u dat niet doet. Maar ik zeg niet dat externe inhuur voor invalpersoneel, dat dat helemaal moet stoppen. Maar om daar iets voorzichtiger mee te zijn, om dat bedrag niet ongelimiteerd op te laten lopen. Daarnaast verbaas ik mij en ik kan me voorstellen dat dat beantwoord moet worden door een collega-portefeuillehouder, dat er voor de inhuur totaal geen bedrag in de begroting staat, zoals blijkt uit de jaarstukken. Daar staat bewust niet begroot, maar het is wel 370.000 euro geworden. Dus enerzijds vraag ik om een bedrag daarvoor in de begroting op te nemen, anderzijds vraag ik om heel voorzichtig te zijn en het bedrag te maximeren, om het college voorzichtig te dwingen te laten zijn. De plaatsvervangend voorzitter: Deze vraag had u volgens mij al gesteld in de eerste termijn, dus nog een keer het woord aan de heer Welman.

Burgemeester Welman: Dank u, voorzitter. Inderdaad, we zijn voorzichtig, maar we nemen bewust geen specifiek budget op, omdat het altijd afhankelijk is van ziekte of onvoorziene externe factoren. Dus daar kun je niet op begroten. We proberen op het moment dat het zich voordoet daar binnen de begroting post personeel en organisatie echt wel de ruimte voor te vinden om dat in te vullen. We hebben ook in het verleden, denk bijvoorbeeld rondom financiën, toen we merkten dat we met vervanging, maar ook met ziekte te maken hadden, hebben we daar extra inzet op gepleegd om bijvoorbeeld op tijd de jaarrekening gereed te krijgen. Dus dat was zo'n voorbeeld dat we daar extra capaciteit voor in hebben moeten huren. Maar wat ons betreft, is het echt niet nodig om daar in de begroting een post voor op te nemen. Te meer omdat je het echt hebt over onvoorziene omstandigheden, waar je gewoon niet op voor kunt sorteren. Dan vraagt u over een artikel wat in Twentse krant Tubantia heeft gestaan. Daar stonden een aantal gemeenten op een rijtje. Daar stonden wij niet tussen. Dat klopt. We hebben wel de informatie aangeleverd, iets later dan wellicht de journalist wilde, maar we hebben wel degelijk de informatie aangeleverd. En waarom hij of zij ervoor gekozen heeft om dat niet op te nemen, dat weet ik niet. Maar we hebben de informatie wel aangeleverd.

We hebben wel verwezen naar een site waar alle informatie ook op dit soort vraagstukken of eigenlijk uitgaven gebaseerd is, namelijk van het CBS. En ik kan me indenken, daar zijn we ook later wel op gewezen, dat het wat lastig te vinden is. Daarom hebben we ook wel later de, volgens mij, de journalist in kwestie nog aanvullende informatie gegeven. Volgens mij was dat het kopje personeel en organisatie. Andere vragen heb ik volgens mij zo niet. O ja, toch. Dat betreft het stadhuis. Voordat ik overga naar de amendementen en de moties van de VVD. Kunnen we bijvoorbeeld 80 procent van de duurzaamheidsdoelstellingen behalen met 20 procent van de investeringen. Ik dacht dat het een retorische vraag was. Wee zullen daar in het voorstel wat we in september naar u zullen toebrengen – misschien dat het al eind augustus naar u toekomt, maar in ieder geval ter besluitvorming in september hebben – ook aandacht aan besteden. Maar wil je de doelstellingen rondom Paris Proof halen, dan zul je echt wel een investering moeten doen. We zullen u dat laten zien, waar we daar aan zitten te denken. Maar we zullen u ook aangeven waarom wij vinden dat we die investering wel moeten doen. Dat is niet alleen vanuit een bepaalde wens, maar heeft ook te maken met noodzaak vanuit wet- en regelgeving ingegeven. Daarmee kom ik meteen op het volgende punt wat u aangaf, namelijk rondom de communicatie.

Dat klopt. Ook vanuit de WG is daar al eerder aandacht aan geschonken in het politiek forum. Trouwens niet alleen de WG, maar ook andere partijen hebben daar aandacht voor gevraagd. Ik hoop dat het ons lukt om nog deze week en daar is ook de bijeenkomst donderdag voor bedoeld, om u daarin mee te nemen welke stappen de afgelopen weken gezet zijn, om daar invulling aan te geven de wens die u daar al eerder over geuit heeft. Ik hoop dat de wijze waarop we dat nu denken in te vullen ook de uwe is. Maar u zult daar deze week over geïnformeerd worden. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Welman, er is een interruptie van de heer Winkelhuis. Mijnheer Winkelhuis, gaat uw gang. De heer Winkelhuis: Het is een beetje dan een nabrander, maar die sloeg nog eigenlijk terug op de energie. Paris Proof. Kunt u dan ook aangeven wat dan de geschatte bezuiniging kan zijn die we dan realiseren op het moment dat die volle investering gedaan wordt? Hebben we het dan over 1000 euro in de maand of 10.000 euro of 100.000 euro per jaar? Kunt u ons dat op dat moment dan ook duidelijk geven? De plaatsvervangend voorzitter: Het woord is aan de heer Welman. Burgemeester Welman: Dank u, voorzitter. Dat zullen we bij een aantal investeringen kunnen doen.

Ik denk dat bij een aantal investeringen die we van plan zijn uit te voeren, het wat lastiger is, omdat bijvoorbeeld klimaat is niet direct terug te rekenen naar wat dat doet met energielasten. Maar als we dat wel kunnen,

zullen we dat zeker doen. Ik kan u in ieder geval wel zeggen, dat we echt ook daarnaar gekeken hebben, wat zullen de investeringen die we gaan doen om op het gebied van energie, maar ook zonnepanelen en alles wat daar annex aan is, wat dat in de besparingen die we gaan krijgen, wat dat voor onze begroting betekent. Dus dat zullen we zeker in beeld brengen. Daarnaast is het ook zo, het zijn natuurlijk ook investeringen, niet alleen van nu en voor morgen, maar nadrukkelijk ook voor over veertig jaar. Dus we willen wel een investering in dit huis doen waarvan we zeggen, net zoals in ’65, dit is niet voor de eeuwigheid, maar wel voor een langere periode. Dat willen we ook dit keer weer doen, zodat het echt ook een maatschappelijk verantwoorde investering is in dit huis. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Welman, er is een interruptie voor u door de heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Twee vragen. Eén gaat over Paris Proof. Daar hebben we al een hele lange discussie over gehad. Tenminste, daar komen we nog niet echt uit, denk ik. Maar krijgen we in september ook een overzicht op het moment als wij kiezen om niet Paris Proof te zijn en wat daar de consequenties van zijn, wat daar de financiële gevolgen van zijn, allemaal dat soort zaken. Dat is één. Tweede vraag gaat over dienstverlening op basis van het huidige gebouw ten opzichte van de plannen voor het nieuwe gebouw.

Ik heb er eerlijk gezegd over getwijfeld om daar een motie over in te dienen, maar mijn tijd was op afgelopen weekend. Kunnen wij bij de september bij de behandeling ook een inzicht krijgen wat de meerwaarde is van het nieuwe stadhuis als het gaat over dienstverlening? Wat gaan we in het nieuwe gebouw wel kunnen leveren aan onze inwoners wat we op basis van het huidige gebouw niet kunnen? Dat zou ik graag inzichtelijk willen hebben. De plaatsvervangend voorzitter: Dat is een uitgebreide vraag voor u, burgemeester. Maar gaat uw gang. Burgemeester Welman: Dank u wel. Ik denk wel dat we erin slagen om dat onderscheid aan te geven. Daarbij zullen we ook laten zien wat we echt vanuit wet- en regelgeving, waar we nu al in het oranje lopen, moeten doen om aan wet- en regelgeving te voldoen. Maar dat is even los van Paris Proof. Vanuit Paris Proof is er ook wel de gedachte, dat je een investering doet waarvan je zeker weet, dat dat ook de komende jaren, als weten regelgeving aangepast worden, lees strenger wordt, dat je daar al op voorsorteert. Maar ook dat zullen we aan u laten zien. En qua dienstverlening, dat is maar net wat je onder dienstverlening verstaat. Als je het bekijkt vanuit, je komt hier als inwoner van deze stad en je komt hier voor een rijbewijs of voor een paspoort, et cetera, dan wil je bepaalde gegevens ook in vertrouwen aan de collega's aan de balie kunnen delen.

Dat is nu niet het geval. Wat we graag willen is, zeker als je het hebt over de balie van burgerzaken, dat we dat zo inrichten, zoals we dat ook in andere stad- en gemeentehuizen gezien hebben, waarin die privacy echt geborgd is. Dus dat je je verhaal rustig kunt u vertellen. Dat is, denk ik, wel belangrijk. Ook voor andere vragen waar je voor komt, als het bijvoorbeeld een vergunning is of een aanvraag voor een vergunning of je wilt een bouw starten en je weet nog niet precies wat voor stappen je moet zetten, ook daar willen we dit huis voor faciliteren. Als je het hebt over dienstverlening die voorafgaat aan wat je inwoners, maar ook bedrijven in deze stad hebt te bieden, bijvoorbeeld door de wijze waarop wij onze processen hebben georganiseerd, waardoor het effectiever en efficiënter verloopt, dat zal vooral achter de gesloten deuren, waar je dan met een pasje binnenkomt, plaatsvinden en daar waar de meeste collega's van ons werkzaam zijn. Wij gaan ervan uit dat, ook als we daarin investeren, dus dat je beter je werk kunt verrichten, dat dat ook uiteindelijk in de dienstverlening die wij naar onze inwoners bieden en ook naar bedrijven, dat dat verbeterd wordt. Kan dat nu niet goed? Nee, het kan nu wel goed. Maar we denken dat het nog beter kan.

Als je die investeringen die wij willen voorstellen in september gaat implementeren, dan kunnen we nog beter en zijn we ook optimaal geprepareerd voor de vraagstukken die in de toekomst op ons afkomen, omdat we veel meer vanuit een

multidisciplinaire aanpak te werk kunnen gaan. En dat is wel wat wij voor ogen hebben. Dus niet met het oog voor morgen of overmorgen, maar echt op de lange termijn willen we al dit huis, net zoals we dat in ’65 gedaan hebben, beter maken. En dat is ook meteen het punt voorzitter richting de heer Bouwman rondom het amendement ‘Niet indexeren van 1 miljoen stadhuis’. Het zou afwijken, als u hiermee instemt, van de systematiek die we hier in dit huis hebben. Dus daarom zijn we hier ook absoluut geen voorstander van. Maar het zet ons ook terug naar 2024. Want ook de inflatie is ten aanzien van bouwkosten en materiaal doorgegaan. En als we nu niet deze indexering erbij krijgen, dan betekent dat echt dat we interen op onze plannen en dat zouden wij heel erg zonde vinden. Het gaat om een structurele kapitaallasten van 58.000 euro per jaar. Wij denken dat dat verantwoord is en dat het ook goed past bij de systematiek die we al langer in dit huis terecht kennen. Even kijken. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Welman, er is een interruptie van de Snijders. De heer Snijders: Dank u wel, voorzitter. Ik onthoud niet alles goed. Wat is die systematiek? Wordt alles wat in het huis gebeurt automatisch geïndexeerd? Want ik denk dan ook aan mijn lijstje met investeringen in het sociaal domein. Daar wordt niet automatisch geïndexeerd.

De plaatsvervangend voorzitter: Het woord is aan de heer Welman. Burgemeester Welman: Waar ik het dan over heb zijn investeringen, bijvoorbeeld het integraal huisvestingsplan of de investeringen in sporthallen. Die worden ook geïndexeerd. En het zou gek zijn als je dat niet doet voor dit huis, voor dit gebouw. Dat is de systematiek waar ik het over heb. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Snijders wil hier nog één keer op reageren. De heer Snijders: Het gaat dan vooral om gebouwen? Burgemeester Welman: In dit geval wel, ja. Even kijken. Dan vanuit de SO: schrappen van 17.500 voor communicatie. Ik heb in de politiek forum al uitgelegd dat het bedrag eenmalig en bedoeld is voor een kwaliteitsslag bij de communicatieafdeling. Wij willen dit amendement daarom ook ontraden. Het zou echt goed zijn om deze eenmalige, bescheiden investering te doen. Dan even kijken. Volgens mij heb ik dan de meeste voor mij gehad. Dan tot slot. En dat is de motie van Solidair Oldenzaal over transparantie openbaar bestuur. In uw … Ik dacht in het besluit dat het daar staat. Of in de overwegingen heeft u het over een impasse die er zou zijn in het presidium. Ik moet u bekennen, die impasse is mij onbekend. Ik weet dat wij in het presidium herhaaldelijk ook dit thema ook op instigatie van u hebben besproken.

Ik ben in de veronderstelling, dat wij wat we hebben besproken en ook besloten vervolgens in de verschillende verordeningen hebben vastgelegd. Ik moet u wel bekennen, dat ook de discussie die de laatste tijd geweest is in de media, dit onderwerp wel weer nadrukkelijker op ons netvlies is gekomen. En ik vind het wel de moeite waard en eigenlijk is dat ook waar u het college toe oproept, maar eigenlijk is het een oproep aan ons allen – lees dus ook het presidium – om nog eens te kijken of de wijze waarop wij communiceren over de bijeenkomsten die we hebben, raad of raad en college samen, of we dat op de goede wijze ook op onze website en op de andere manieren waarin en hoe we communiceren, hoe we dat doen. Dus ik zou dit heel graag in het presidium terug willen laten komen met daarbij ook een advies vanuit de griffie van, doen wij het zoals het hoort en zo nee, wat moeten we dan aanpassen? De plaatsvervangend voorzitter: Ik zie dat de heer Bouwman nog een keer wil reageren. Mijnheer Bouwman, aan u het woord.

De heer Bouwman: Dank u wel. Dat is juist waarom ik de motie heb ingediend. Dat hebben we al twee keer in het presidium besproken en toen hebben we volgens mij ook gezegd, dat in principe alles openbaar is en dat dan ook de slotjes van de informatie afgaan. Dat onderwerpen die besproken worden, geagendeerd worden via oldenzaal.raadsinformatie.nl en we zien dat dat nog steeds niet gebeurt. Dus dan kunnen we wel weer in het presidium een herhaling van zetten doen, maar dit hebben we al twee keer in oktober en bij de langdurige presidium in maart nog een keer nogmaals besproken. Onze fractie weet niet meer wat we nog meer moeten doen. We kunnen nogmaals een keer in het presidium bespreken, maar dan komen we tot dezelfde conclusie. Het verandert niet, dus daarom hebben wij de motie ingediend. De plaatsvervangend voorzitter: Ik zie ook dat de heer Mekelenkamp nu nog wil reageren. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, dank u wel. Mijnheer Bouwman, waarom dient u deze motie in? Heel simpel, u zegt zelf ook, we hebben het in het presidium meermaals besproken. De portefeuillehouder geeft aan, we hebben onze verordening aangepast. Wat is dan de reden dat u deze motie wilt indienen? Of is het simpelweg omdat u niet uw zin krijgt, omdat u gewoon alle bijeenkomsten openbaar wilt hebben? De plaatsvervangend voorzitter: Het woord is aan de heer Bouwman.

De heer Bouwman: Dank u wel. Ik vraag me even af in welke verordening wij de openbaarheid zoals wij het in de motie bedoeld hebben, dan specifiek geregeld hebben. Is dat de lokale verordening voor het presidium? Of waar doelt u op? Want volgens mij … Dan moet u even aangeven waar we dat geregeld hebben. En als dat geregeld is, dan komt het in de praktijk nog niet tot uiting. En daarom hebben we deze motie ingediend. Ik heb voorbeelden genoemd tijdens mijn inbreng. Er zijn nog coalitieoverleggen hier in huis. We hebben een tijd lang gehad dat we benen-op-tafelgesprekken voor het presidium hielden waarin de fractievoorzitters zonder camera's en zonder agendering worden bijgepraat door wethouders, portefeuillehouders. De media-aandacht is ervoor en wij hebben er al twee keer aandacht voor gevraagd. Er is geen grijs gebied. Het is alles openbaar tenzij er geheimhouding op gelegd wordt. Daarom dienen wij deze motie in. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Bouwman, bedankt. Ik zie dat de heer Visscher hier nog een keer op wil reageren. De heer Visscher: Voorzitter, ik verbaas me toch wat de heer Bouwman allemaal zegt hier. Want bij de bewuste presidium was ik ook aanwezig, omdat we daar met twee afgevaardigden waren. Volgens mij was iedereen dat.

We hebben duidelijk afgesproken met elkaar – en dat staat misschien niet in de verordening, maar het is wel een duidelijke afspraak, net zoals dat we elkaars stukken van tevoren indienen, dat is ook zo’n afspraak – dat als het openbaar kan, dat we het openbaar doen. Op die bewuste middag is ook gesproken over de informatie-ochtend op zaterdag over de omgevingsvisie en daar hebben we als presidium gezegd, ja, als het openbaar kan, doen we het openbaar. We hebben het ook openbaar gedaan. Dus u zegt, er is niks veranderd. Er is wel degelijk wat veranderd. De plaatsvervangend voorzitter: Het woord is aan de heer Bouwman. De heer Bouwman: Op bepaalde momenten is er inderdaad wat veranderd, maar we zagen afgelopen juni wederom dat er bijeenkomsten worden georganiseerd waar ik vooraf nog netjes aan de portefeuillehouder vraag, zit er geheimhouding op de stukken, want het staat niet geagendeerd. Nee, zegt de wethouder, het is specifiek bedoeld voor alleen raadsleden en/of commissieleden. Zo is het verwoord. Met andere woorden, het

wordt gewoon ontmoedigd om inwoners bij dat soort avonden te hebben. En wat gebeurt er dan? Met die inwoner die graag wil meeluisteren moet ik vervolgens weer bellen om te zeggen, de wethouder zegt dat het alleen voor raads- en forumleden is. En welke positie heb ik dan? Ik moet dan zeggen, u bent van harte welkom, want er is geen grond om u te weigeren. Het is aan uzelf om te komen. Uiteindelijk zijn de mensen niet gekomen. Dat vind ik dan heel jammer. Dat soort situaties hebben wij mee te maken. Maar het is een hele simpele oproep om ons gewoon aan hoe het in de Wet open overheid is geregeld, te houden hier in huis. Het is gewoon een hele principiële uitspraak die we hier moeten doen met zijn allen. Dus ik snap eigenlijk niet zo goed waarom er zo tegen geageerd wordt. De plaatsvervangend voorzitter: Nog een keer een reactie van de heer Mekelenkamp hierop. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, dit is de laatste keer dat ik het ga doen. De heer Bouwman suggereert met zijn woordkeuze dat wij ons niet aan de Wet open overheid houden. Dat is een hele gevaarlijke. De berichtgeving in de krant, die legt een grote last op Oldenzaal als gemeente. Bovendien we hebben alles openbaar. We hebben zoveel mogelijk momenten openbaar.

En de benen-op-tafelsessies waar u het over heeft, die zijn vaak met een reden zijn die in vertrouwen, omdat de portefeuillehouder gewoon het comfort wil hebben om dat te kunnen delen. Dat weet u net zo goed als ik. En u was net erbij toen er afspraken zijn gemaakt in het presidium. Dus heel simpel. Volgens mij is dit iets om te bespreken in het presidium. Als u niet vindt dat er aan de afspraken die we gemaakt hebben, dat ons daar niet aan gehouden hebben, dan bespreken we dat in het presidium. Daarvoor hoeven we geen motie in te dienen, want dit slaat helemaal niks. De plaatsvervangend voorzitter: Nog één keer een reactie van de heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik denk dat u de artikelen in de Tubantia en ook in andere kranten hebt gelezen over … U geeft aan dat de wethouder wellicht comfort wil hebben en dat u wat comfort wilt hebben, omdat u het prettig vindt om even zonder camera's en zonder notulen wat te zeggen. Ik snap dat allemaal best. Maar zo heeft de wetgever het niet bedoeld. Daarom zitten wij in de politiek, om alles in principe in de openbaarheid te kunnen moeten bespreken. En daar roep ik toe op in deze motie. Niet meer, niet minder. De plaatsvervangend voorzitter: Goed. Ik zie dat er geen behoefte meer is om hierop te reageren. Geef ik het woord weer aan de heer Welman.

Burgemeester Welman: Voorzitter, volgens mij was ik daarmee door mijn bijdrage heen. Rest mij nog … Ik zag nog een bijdrage vanuit het CDA over de kinderburgemeester, dat dat nu bij de jeugdraad ligt. Ik denk dat dat een hele goede plek is en ik zal mij in contact stellen ook met de jeugdraad, want ik denk graag mee als het een burgemeester van Oldenzaal betreft, of dat nu kinder- of nachtburgemeester betreft. Dus ik doe graag mee. Dat was het, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Bedankt voor uw bijdrage. Dan draag ik nu het voorzitterschap weer over aan u. De voorzitter: Goed, daar zijn we weer in een andere rol. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van de eerste termijn van zowel uw kant als van de kant van het college. Ik kijk even of er behoefte is aan een korte schorsing. Die behoefte is er. Wat zullen we afspreken? Kwartiertje? Ik denk dat we een kwartier kunnen afspreken, toch? Nee? Wat te kort? Halfuur? Oké, dan is het wel 21.30 uur. Mag ik u dan het volgende vragen? In de tweede termijn niet alles nog een keer langs te laten gaan. Ik wil u dan echt vragen om in de tweede termijn echt kort te houden. U hoeft ook niet alle moties en amendement … Die neiging is er wel eens bij u,

om dan alle moties en amendementen ook nog eens een keer … Maar beperk u tot wat voor uw fractie het highlight is van vanavond, zodat we het echt effectief en efficiënt kunnen laten verlopen. Dan kunnen we daarna overgaan tot stemming. Dus ik schors de vergadering voor een halfuur. Maar ik zie nog één punt van de heer Lulofs. De heer Lulofs: Eigenlijk een verzoek aan de griffie of zij een lijstje kunnen maken met de juiste volgorde van de moties en amendementen, zodat zo meteen de stemming wat eenvoudiger kan verlopen. De voorzitter: Ik was in de veronderstelling dat zo'n lijstje er al rond was gestuurd. Maar dan checken we even wat voor lijstje u bedoelt. Ik schors de vergadering voor … U heeft nog één punt. Excuus. Sorry. Mevrouw …: Orde! De voorzitter: Daar ben ik van. Nee, we gaan niet elkaars rollen overnemen. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, een halfuur, is het echt nodig? Wat ons betreft twintig minuten, 25 minuten max. Hoe eerder we verder kunnen, hoe beter. Mijn voorstel is twintig. De voorzitter: Dan gaan we tot vijf voor half. Ik schors de vergadering tot 21.25 uur. [Schorsing] De voorzitter: Als ik iedereen mag verzoeken om te gaan zitten, dan wil ik beginnen. Dank voor het dichtdoen van de deur. Als u allemaal wilt gaan zitten, dan wil ik de vergadering heropenen.

De vergadering is heropend en we zijn aanbeland bij de tweede termijn van de bespreking van de kadernota. Maar voordat we dat gaan doen, kijk ik eerst even rond. Wie van de raad wil bij de andere twee onderwerpen die we vanavond nog op de agenda hebben staan het woord voeren? Ik kijk eerst even rond. Wie wil bij het voorbereidingskrediet TCC Lyceumstraat het woord doen? Ik zie in ieder geval de WG. Dat is ook goed. Oké, één. En bij voorbereidingskrediet? Ik zie drie. Ik hoop dat dat allemaal beperkt is tot wat stemverklaringen, korte bijdragen. Anders kom ik echt in de tijd, maar ik houd er rekening mee dus dat we daar wel de tijd nog voor moeten hebben. Dat gezegd hebbende. Ik heb u gevraagd om in de tweede termijn het echt te beperken, om daarmee ook tijd te hebben om de laatste twee onderwerpen op de agenda ook de aandacht geven die ze verdienen. Ik geef allereerst de fractie van SO – en dat mag vanaf uw eigen plek – de gelegenheid om de tweede termijn te starten. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik heb niet heel veel toevoegingen ten opzichte van de eerste termijn. Maar ik vind het een beetje … Mag ik eerst de andere fracties die wellicht wat willen wijzigen, het woord geven? Want ik wilde eigenlijk alle amendementen en moties langs.

Maar als ik ga praten over amendementen die willen gewijzigd gaan worden, dan vind ik dat… De voorzitter: Dat kunt u natuurlijk ook in uw stemverklaring zo dadelijk nog doen. Maar wij zijn wel gewend om gewoon het rondje maken, zodat iedereen zijn eigen … Kijk, dan kan het altijd nog … De heer Bouwman: Oké, dan ga ik gewoon zoals die nu voorligt. Dan hoor ik straks wel of het gewijzigd wordt. Amendement 1 tot en met 9. Dat is heel makkelijk. Daar ben ik voor. Zijn wij voor. Dan hebben we amendement 10. Dat is terugdraaien bezuinigingen verenigingen. Daar hebben we net ook al wat over gezegd. We vinden het een beetje vreemd dat we eerst de lasten voor de verenigingen gaan verhogen om daarna met

een reddingsplan te komen. Dan denk ik, dat hadden we eerder moeten doen. Daarvoor tegen. Motie 1 tot en met 4. Die komt van onszelf. Uiteraard voor. Motie van de WG. Wel met de kanttekening dat ik toch ook wel benieuwd ben straks naar de inbreng in september van het college. Maar voordeel van de twijfel. Voor. Motie van het CDA over de dekking voor het preventie armoedebeleid. We kunnen ons niet vinden in punt 3. Ik vraag me af waar die dekking vanaf 2029 dan vandaan komt. Maar al met al wikkend en wegend voor. VVD, motie 1, leegstandsverordening. Ik ben zo meteen benieuwd of daar nog een aanpassing op komt. Kan ik nu nog niet voor- of tegenstemmen. VVD, motie 2, dat gaat over de privatisering sportaccommodaties. Voor. VVD, motie nummer 3, samen met de WG, aanvullende subsidie Oldenzaal Promotie, ook voor. En dan komen we als laatste bij de PvdA, het innovatiefonds van 500.000 voor de sportclubs. Dat vind ik een hele bijzondere, want we hebben daar een taakstelling om te bezuinigen op de op de sportclub, zoals het college voorstelt. Daar gaan aan de partijen in mee. Het komt voor de komende zes jaar heb ik, zoals het in de stukken staat, kom ik tot 455.000 wat ons dat gaat opleveren. Maar dan gaan we aan de andere kant zeggen, maar dan gaan we nu een half miljoen voor die sportclubs geven, omdat ze in de problemen komen, omdat ze lastenverzwaring hebben.

Dat vind ik een hele rare redenatie, dus is omgekeerde wereld wat ons betreft. Hadden we vorig jaar moeten regelen. Dus tegen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de volgende in de rij en dat is de WG. Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Ik zal mijn best doen om het kort te houden en niet door alles heen te gaan. Bij de amendement van de SO zien wij of onvoldoende dekking of valt de manier van dekken niet helemaal in zoals wij dat graag zouden willen zien. Dus daarin gaan wij niet mee. Bij de moties volgen wij ook de lijn van het college. Alleen bij motie 3 hebben wij wel zoiets van, wij vinden het wel belangrijk dat er transparantie is en wij moeten gewoon de wet gaan volgen. Wat wij daarin wel missen is de informatie van volgen we de wet of niet? Dus als het kan, zouden wij van de portefeuillehouder de toezegging willen krijgen van, kan er uitgezocht worden, wat staat in onze verordeningen, wat staat er in de wet? En eventueel ook in de tijd terugkijken naar alle vergaderingen die wij hebben gehad. Misschien binnen een jaar. Hoeft niet echt letterlijk alle vergaderingen, maar bijvoorbeeld naar afgelopen jaar, dat we kijken van, doen we het goed, houden wij ons aan de wet? Want daar gaat het om. Wij moeten ons gewoon aan de wet houden. Punt. Dus daar is geen discussie over mogelijk.

En dan kunnen we op basis van die informatie met zijn allen weer gaan kijken van, wat doen we hiermee? Of het nu een motie is of op een andere manier. Wij denken dat dat de juiste manier is om dat aan te pakken. En dan gaat het ook vooral niet alleen de vergaderingen die wij alleen hebben als gemeenteraad, maar ook eventueel met andere raden erbij. Dus in wat breder verband. Want hoe gaan we daarin om met dit soort afspraken en hoe zijn de wetten daarin geregeld? Ik hoop dat dat zo duidelijk is, voorzitter. Motie 5, die was van onszelf. Dat is dan de woningbouw Windroos. Wij willen hem wel gewoon laten staan, want wij willen een krachtig signaal afgeven richting de inwoners van, dit is wat wij graag willen. Als andere partijen erover vallen dat we in september of oktober een bijeenkomst hebben, dan kunnen we eventueel wel aanpassen, dat in principe bestemd wordt voor woningbouw. Maar we laten het even voor zoals het is. Amendement van D66. Bij Studio15 hebben wij … Wij willen ze graag wel tegemoetkomen, want wij geloven ook wel in preventie. En het verschil met de amendement van D66 met de andere Studio15voorstel is dat het gaat om incidentele middelen en niet om structurele. Dus wat betreft dekking gaat het wel prima.

Wij zitten alleen wel met de hoogte van het bedrag, want we zien ook uit de beantwoording van portefeuillehouder Rödel dat impuls en Kaliber onvoldoende tegemoetkomen in de wens van de gemeente. Dat is wat wij daaruit hebben begrepen. Dus vandaar dat wij niet de volledige bedrag van 98.000 euro zouden willen toekennen, maar dus een bedrag van circa 60.000 voor de komende twee jaar. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal.

De heer Van der Waal: Dat komt omdat ik iets met mijn amendementen ga doen. Ik ga ze allebei intrekken op basis van de woorden van de wethouder dat ze niet wil evalueren, althans dat de evaluatie te veel geld zou gaan kosten. Ik ga me aansluiten bij de motie van GroenLinks over Studio15 en Twents Zilver beide. De voorzitter: Dat betekent dus naar aanleiding van, dat u uw amendement 7 ‘Behoud Twents Zilver’ intrekt en dat geldt ook voor amendement 8 ‘Behoud Studio 15’? Zeg ik dat goed? …: [onverstaanbaar; geen microfoon] De voorzitter: Oké. Dan kom ik weer bij de heer Yildirim. De heer Yildirim: Dan kunnen we ook niet tegen- of voorstemmen … De voorzitter: Goede conclusie. De heer Yildirim: …, mijnheer Van der Waal. Dus dan kan ik verder. Met het armoedebeleid van CDA gaan wij in mee. Studio15, voorstel van GroenLinks. Wij vinden de dekking onvoldoende. Er is gewoon totaal geen dekking aangegeven, dus kunnen we ook niet in meegaan. Leegstandsverordening zitten wij wel mee dat we niet de juiste cijfers hebben. Dus wij kunnen daar ook niet in meegaan. Op 1 september kunnen we met zijn allen weer kijken als we de juiste informatie hebben of we het wel of niet doen. Privatisering zijn wij in principe tegen in dit geval, dus daar zijn we dan ook tegen.

Harmonisatie heeft de portefeuillehouder ook aangegeven dat het even niet sneller kan en als het wel sneller kan, dan gaat het ten koste van kwaliteit en zorgvuldigheid. Dus daarin stemmen we tegen. De voorzitter: Moment. Ik zie een interruptie van de heer Snijders. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Dank u wel, voorzitter. Ik ga nog even terug. Dat gaat over dekking van Studio15. Die vindt u wat zwak. Ik had gewoon kunnen roepen “uit de algemene reserves” of zo. Dat is makkelijk. Dat wordt heel veel gedaan. Heb ik niet gedaan. Ik heb juist gezegd, ik vind het goed genoeg als het op het resultaat drukt. Dat mag. Maar daar zit de expertise. Als zij nu met een redelijk voorstel komt, vind ik dat ook prima. Ik heb niet direct een voorkeur. Het is 60.000 euro per jaar. Dat lijkt heel veel, maar dat is het niet. De voorzitter: Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Ik snap uw argumentatie, maar het klopt niet helemaal. U kunt geen incidenteel geld voor structurele dekking gebruiken. Dus vandaar. Want u zegt gewoon van, structureel nemen we het in de begroting op. Dat kan niet. Uiteindelijk komen we in de min. De voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Ik verstond … U praat een klein beetje zacht voor mij, want ik heb wat oude oortjes en ik heb er maar één. Er zitten er twee, maar het doet er maar één. Ik heb uw verhaal over de dekking niet helemaal goed gehoord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15914519/3